CConstaterende datZevenaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5. 1243461 - BP Gelders Eiland Nota Zienswijzen en Wijzigingen

Raadsvergaderingen 2022-2026 26 maart 2025, gemeente ZevenaarBij agendapunt: Z/21/382821 Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Gelders Eiland18.181 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Z/18/320997

Nota Zienswijzen en Wijzigingen Gemeente Zevenaar

afdeling auteur(s) datum versie status

Bestemmingsplan “Gelders Eiland”

Ruimtelijke ontwikkeling Ronald van der Vorst, Rob Doorakkers 10-02-2025 1 Vaststelling

Inhoud

Inleiding Het project Procedure Beoordeling Zienswijzen Reactie zienswijzen Ambtshalve wijzigingen

Zaaknummer Z/21/382821

3 3 3 4 5 64

pagina 2 van 65

Inleiding

Deze nota bevat de volgende onderdelen: • een weergave van de gevolgde procedure • een samenvatting van de reacties (‘zienswijzen’) over het ontwerpbestemmingsplan • ons besluit over de zienswijzen • een beschrijving van de gevolgen van ons besluit voor de inhoud van het bestemmingsplan • een toelichting op ons besluit • een overzicht van de wijzigingen in het bestemmingsplan ten opzichte van het ontwerp die wij ambtshalve aanbrengen (dat wil zeggen: die niet het gevolg zijn van zienswijzen) Deze nota behoort bij het voorstel van burgemeester en wethouders aan ons, en bij ons besluit over de vaststelling van het bestemmingsplan. Volgens de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) mogen wij NAW-gegevens (naam, adres en woonplaats) en enkele andere persoonsgegevens niet digitaal aanbieden. Een uitzondering geldt voor gegevens van • ondernemingen die behoren tot een rechtspersoon (zoals een bv of een vof) • personen die beroepsmatig betrokken zijn bij de procedure, bijvoorbeeld advocaten en gemachtigden Als het voor de uitoefening van een publieke taak moet, mogen wij persoonsgegevens wel digitaal aanbieden. Wij bieden deze nota digitaal aan. Daarom noemen wij geen NAW-gegevens, behalve waar de wet dat toelaat.

Het project

Het nieuwe bestemmingsplan omvat het gehele buitengebied van het Gelders Eiland (voormalig grondgebied gemeente Rijnwaarden). Met het nieuwe bestemmingsplan worden de geldende bestemmingsplannen integraal herzien en wordt voorzien in een actuele regeling die aansluit bij de regels van het bestemmingsplan buitengebied Zevenaar Noord. In het plan wordt o.a. rekening gehouden met veranderde wet- en regelgeving van provincie en Rijk. Daarnaast worden in het nieuwe bestemmingsplan nieuwe gemeentelijke beleidsuitgangspunten vertaald.

Procedure

Iedereen kon het ontwerpbestemmingsplan met bijbehorende stukken van donderdag 27 juli 2023 tot en met woensdag 6 september 2023 in het gemeentehuis bekijken. Het ontwerpbestemmingsplan met bijbehorende stukken stond in deze periode ook op het internet. Dit hebben burgemeester en wethouders bekendgemaakt in de Zevenaar Post en het Gemeenteblad van woensdag 26 juli 2023. Van 27 juli 2023 tot en met 6 september 2023 kon iedereen schriftelijk en mondeling op de ontwerpbesluiten reageren. De gemeente heeft 29 reacties (‘zienswijzen’) ontvangen.

zaaknummer Z/21/382821

pagina 3 van 65

Beoordeling Zienswijzen

Wij vinden een deel van de zienswijzen ontvankelijk. ‘Ontvankelijk’ betekent dat de indieners aan alle eisen hebben voldaan om een zienswijze in te dienen. Op zienswijzen die niet ontvankelijk zijn, bijvoorbeeld omdat deze buiten de termijn zijn ingediend, hoeven wij formeel niet inhoudelijk in te gaan. Er zijn 5 niet-ontvankelijke zienswijzen ingediend. Het gaat hier om zienswijzen die buiten de termijn zijn ingediend of om pro-forma zienswijzen die niet zijn aangevuld. Deze zienswijzen zijn wel beoordeeld. Mocht dit hebben geleid tot een aanpassing van het bestemmingsplan betreft het een ambtshalve aanpassing. Hierna vatten wij alle zienswijzen samen. Daarna volgt per zienswijze ons besluit, een beschrijving van de gevolgen van ons besluit voor de inhoud van het bestemmingsplan en een toelichting daarop. Het kan zijn dat wij een deel van een zienswijze niet of niet helemaal beschrijven. Dan hebben wij bij de beoordeling toch rekening gehouden met dat deel. Als wij vinden dat de indiener van een (ontvankelijke) zienswijze gelijk heeft, verklaren wij de zienswijze gegrond. Als wij vinden dat de indiener geen gelijk heeft, verklaren wij de zienswijze ongegrond. Wij kunnen een zienswijze ook gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond verklaren. De gemeenteraad van Zevenaar

Zaaknummer Z/21/382821

pagina 4 van 65

Reactie zienswijzen Zienswijze 1, ingediend op 15 augustus 2023 1. Samenvatting zienswijze 1) Reclamant stelt in haar reactie dat een aangrenzend weiland van bestemming verandert. Waar dit in het vigerende bestemmingsplan ‘Renbaan 5 Pannerden’ de bestemming 'Tuin' heeft, krijgt het met dit bestemmingsplan de bestemming 'Wonen'. Indiener vreest daarom dat er met het nieuwe bestemmingsplan een verruiming van de mogelijkheden ontstaat. Er zijn zorgen dat er als gevolg sprake zal zijn van verstening of dat er meer bebouwing zal worden geplaatst. Een omzetting naar een agrarische bestemming zou volgens de reclamant beter aansluiten op de benoemde nota van uitgangspunten. 2) Reclamant geeft tevens aan dat de afstand tot de dichtstbijzijnde woning niet 80 meter bedraagt, maar slechts 65 meter. Op grond van deze afstanden stelt de indiener dat de milieuzonering niet juist zou zijn. 2. Besluit Wij verklaren de zienswijze deels gegrond en deels ongegrond. 2.1 Wijzigingen in bestemmingsplan De zienswijze leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan. We herstellen de grenzen en bestemmingen uit het oude plan ‘Renbaan 5 Pannerden’. 2.2 Toelichting van de gemeenteraad 1) De gemeente kan zich voorstellen dat deze wijziging verwarrend kan overkomen en kan zich de geuite zorgen daarom ook voorstellen.

Echter is er met de verandering naar een woonbestemming geen sprake van een verruiming van de mogelijkheden. De genoemde wijziging van Tuin naar Wonen is het gevolg van de harmonisatie en uniformering van de meerdere bestemmingsplannen die dit plan zal vervangen, zoals eveneens uitgelegd in de nota van inspraak. Bij de uitwerking van dit plan is getracht zorgvuldig om te gaan met de vorige plannen zodat de mogelijkheden niet veranderen en recht wordt gedaan aan de bestaande en rechtsgeldige situaties. De harmonisatie leidt echter tot een tegenstrijdigheid met een ander uitgangspunt van de uniformering van de meerdere bestemmingsplannen. In beginsel wordt aan een woonbestemming namelijk een bestemmingsvlak toegekend van 1200m2. Nu kan daar gemotiveerd vanaf worden geweken. In het voorgaande bestemmingsplan, namelijk het plan ‘Renbaan 5 Pannerden’, heeft het stuk weiland waar de reclamant naar verwijst inderdaad de bestemming 'Tuin'. Op dergelijke gronden is het niet mogelijk een woning of bebouwing te realiseren. In het ontwerpplan hebben deze gronden de bestemming 'Wonen' gekregen. Echter heeft het betreffende perceeldeel daarbij niet een bouwvlak of de aanduiding 'bijgebouwen' gekregen. Op grond van de bijbehorende voorschriften, in het specifiek 19.2.2, mag hier niet gebouwd worden.

De (on)mogelijkheden blijven ten opzichte van het voorgaande bestemmingsplan daarom hetzelfde. Nieuwbouw is op grond van zowel het oude zaaknummer Z/21/382821

pagina 5 van 65

als het voorliggende bestemmingsplan niet mogelijk. Een omzetting naar Agrarisch, zoals door reclamant wordt voorgesteld, doet afbreuk aan de belangen van de eigenaren en komt niet overeen met de huidige (gebruiks)mogelijkheden. Over het betreffende perceel is nog een zienswijze ontvangen met gelijke strekking (nr. 20); deze is echter niet-ontvankelijk (want buiten de termijn ingediend). Daarnaast heeft er een handhavingszaak gespeeld met betrekking tot het gebruik van het perceel (het plaatsen van een schuilgelegenheid). Om voor een ieder duidelijkheid te verschaffen en omdat de (on)mogelijkheden in het ontwerpplan en het vigerend bestemmingsplan hetzelfde zijn, zijn wij van mening dat het gewenst is om nog explicieter inzichtelijk te maken dat een deel van het perceel bedoeld is als tuin, met bijbehorende bouw(on)mogelijkheden. Daarbij willen we echter niet afwijken van de plansystematiek en een bestemming ‘tuin’ introduceren. Om die reden wordt een specifieke aanduiding ‘tuin’ (binnen de woonbestemming) op het deel van het perceel gelegd waar voorheen de tuinbestemming gold. Aan deze aanduiding wordt de regelset gekoppeld van de voormalige tuinbestemming. Op die manier is uitgesloten dat er verschil zit tussen het voorgaande en huidige bestemmingsplanregime.

2) De gemeente stelt vast dat de reclamant verwijst naar de toelichting van het vigerende bestemmingsplan 'Renbaan 5 Pannerden'. Naar aanleiding van de reactie is nogmaals nagegaan op welke wijze de benoemde richtafstanden zijn vastgesteld. De richtafstanden dienen gemeten te worden vanaf de grens van de bestemming die een milieubelastende functie toelaat tot de uiterste situering van de gevel van de woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunningsvrij bouwen mogelijk is. Er wordt dus niet gemeten vanaf het bedrijfspand, maar vanaf de grens van het bestemmingsvlak. Hetzelfde principe geldt voor de woning. Er wordt niet gemeten tot de huidige gevel van de woning, maar tot de uiterste situering van de gevel van de woning die volgens het bestemmingsplan mogelijk is. Op grond hiervan is middels luchtfoto's gemeten wat de afstand is van het dichtstbijzijnde bouwblok tot de bedrijfsbestemming. Deze afstand bedraagt inderdaad 65 meter. De indiener heeft derhalve terecht opgemerkt dat de toelichting van het bestemmingsplan niet correct is. Op grond van deze constatering is vervolgens door ter zake deskundigen nogmaals gekeken of er op een juiste wijze rekening is gehouden met de milieuzonering. Geconstateerd wordt dat de bedrijfsactiviteiten de verhuur en lease van machines en werktuigen en van overige goederen i.v.m. grondverzet betreffen.

Dit komt overeen met milieucategorie 3.1, in het specifiek SBI-code 713, te weten "Verhuurbedrijven voor machines en werktuigen". Bij deze categorie-indeling behoort eveneens een in acht te nemen afstand van 50 m. Omdat de afstand meer dan 50 meter bedraagt, is geconcludeerd dat er voldoende rekening is gehouden met de milieuzonering.

Zaaknummer Z/21/382821

pagina 6 van 65

Zienswijze 2, ingediend op 19 augustus 2023 1. Samenvatting zienswijze Reclamant stelt in haar reactie dat in de begripsbepalingen van het bestemmingsplan 'Gelders Eiland' onder artikel 1.44 staat dat horecazaken van categorie 2a niet open mogen zijn na 22:00 uur. Reclamant heeft een ruimte beschikbaar waarvan wordt beoogd deze te gebruiken voor vergaderingen, lezingen etc. Deze activiteiten willen zij aanbieden tot 24:00. Er wordt daarom verzocht om in de regels de openingstijden te verruimen tot 24:00 uur. 2. Besluit Wij verklaren de zienswijze gegrond. 2.1 Wijzigingen in bestemmingsplan De zienswijze leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan. De toegestane openingstijd in artikel 1.44 wordt verruimd tot 24:00. 2.2 Toelichting van de gemeenteraad De gemeente begrijpt de zorgen van de reclamant dat in de begripsbepalingen van het ontwerp bestemmingsplan 'Gelders Eiland' staat aangegeven dat horeca van categorie 2a een sluitingstijd heeft van 22:00 uur. Op 21 september 2023 is er een vergunning afgegeven voor het exploiteren van een openbare inrichting (horeca) op deze locatie. Deze vergunning is persoonsgebonden en daarmee niet overdraagbaar. In deze vergunning is omschreven dat openingstijden (van woensdag t/m zondag) van 11:00 uur tot 02:00 zijn toegestaan.

Aangezien deze vergunning onder het overgangsrecht valt, blijft de vergunning van kracht en is de klaarblijkelijke overschrijding van de openingstijden uit de begripsbepaling niet van toepassing op deze exploitatie. Het aanpassen van de begripsbepalingen zoals verzocht door de reclamant zou voor ongewenste versoepeling van de regels zorgen, ware het niet dat aan exploitant als enige in het plan de bestemming horeca is toegekend. Van verruiming is in dit geval dan ook geen sprake. Gelet op het karakter van het bedrijf en gelet op de verleende exploitatie vergunning vinden wij de verruiming van de openingstijden naar 24:00 rechtvaardig.

zaaknummer Z/21/382821

pagina 7 van 65

Zienswijze 3, ingediend op 22 augustus 2023 1. Samenvatting zienswijze 1) Reclamant geeft aan dat haar cliënten verheugd zijn dat een aantal punten van hun inspraakreactie overgenomen zijn in het ontwerp. Desalniettemin wordt geconstateerd dat er in artikel 4.4.2 onterechte nevenfuncties worden vermeld voor het adres Pannerdense Waard 16. De genoemde vakantie- en logiesaccommodatie, verkoopruimte, terras en horeca is volgens reclamant alleen van toepassing op Pannerdense Waard 14. 2) Daarnaast wijst de reclamant erop dat bij artikel 4.4.2 per abuis een schrijffout staat. Het kopje wordt namelijk onnodig herhaald. Hij verzoekt de gemeente om het adres en het overbodige kopje te verwijderen. 2. Besluit Wij verklaren de zienswijze gegrond. 2.1 Wijzigingen in bestemmingsplan De zienswijze leidt wel tot een aanpassing van het bestemmingsplan. 1) Het adres Pannerdense Waard 16 zal worden verwijderd uit de tabel behorende bij artikel 4.4.2 onder e. 2) De kop '4.4.3 Nevenactiviteiten' zal worden verwijderd. 2.2 Toelichting van de gemeenteraad 1) De gemeente constateert dat in het ontwerpbestemmingsplan inderdaad de Pannerdense Waard 16 wordt genoemd in de tabel van nevenactiviteiten bij artikel 4.4.2 onder e. Er is daaropvolgend nagegaan in de afgegeven vergunning in hoeverre de benoemde nevenfuncties bij de Pannerdense Waard 16 horen.

Uit een korte analyse blijkt dat de nevenfuncties, zoals de reclamant stelt, alleen bij de Pannerdense Waard nummer 14 horen. Als gevolg hiervan zal Pannerdense Waard 16 worden verwijderd uit de tabel. 2) De indiener wijst er terecht op dat er in de voorschriften per abuis twee kopjes staan bij artikel 4.4.2. Het overbodige kopje zal verwijderd worden.

Zaaknummer Z/21/382821

pagina 8 van 65

Zienswijze 4, ingediend op 25 augustus 2023 1. Samenvatting zienswijze Reclamant heeft op 25 augustus 2023 verzocht om mondeling haar zienswijze toe te lichten. De gemeente heeft rekening gehouden met de termijn van vier weken (ingaande vanaf 6 september 2023) zodat de reclamant nadere informatie kan aanleveren. Na het verstrijken van de termijnen is er geen nadere toelichting van de zienswijze geweest. De zienswijze is daarom niet ontvankelijk, maar wordt wel inhoudelijk behandeld omdat er een gesprek heeft plaatsgevonden met de reclamant. 2. Besluit Wij verklaren de zienswijze ongegrond. 2.1 Wijzigingen in bestemmingsplan De zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. 2.2 Toelichting van de gemeenteraad Na het verstrijken van de termijn heeft de gemeente geen toelichting ontvangen, dus wordt de zienswijze ongegrond verklaard. Wel heeft er een gesprek plaatsgevonden met de reclamant. Hierin zijn een aantal punten naar voren gekomen, onder meer de afstand tot woningen die in acht moeten worden genomen met betrekking tot het gebruik van bestrijdingsmiddelen.

In het ontwerpbestemmingsplan is hierover in artikelen 3.4.3 en 4.4.3 een regeling opgenomen, die het gebruik van gronden voor tuinbouw met open grondteelt, fruitteelt en/of bestaande boom- en sierteelt (met uitzondering van bestaand gebruik) waarbij bestrijdingsmiddelen worden ingezet in een zone van 50 meter om de woonfuncties en recreatieve verblijfsfuncties, als strijdig gebruik bestempelt.

zaaknummer Z/21/382821

pagina 9 van 65

Zienswijze 5, ingediend op 31 augustus 2023 1. Samenvatting zienswijze De Gasunie, reclamant van zienswijze 5, constateert dat een deel van de opmerkingen uit de inspraakreactie zijn overgenomen. Gelet op haar belangen vraagt de reclamant nogmaals aandacht voor de punten die niet zijn overgenomen in het ontwerpplan, namelijk het toevoegen van aanduidingen bij een gasontvangststation en het aanpassen van de planregels met betrekking tot de dubbelbestemming 'Leiding - Gas'. 1) Het ontwerp bestemmingsplan biedt ruimte voor ontwikkelingen in de omgeving van onder meer het gasontvangstation Herwen N-445. De veiligheidsafstanden, zoals geregeld in artikel 3.12 lid 6 Activiteitenbesluit milieubeheer, zijn op deze ontwikkelingen van toepassing: de veiligheidsafstand voor de realisatie van kwetsbare objecten bedraagt 15 meter en voor beperkt kwetsbare objecten bedraagt de veiligheidsafstand 4 meter. De Gasunie verzoekt om het gasontvangststation Herwen N-445 daarom te voorzien van de aanduidingen 'veiligheidszone - bedrijf‘, nu de veiligheidscontour voor kwetsbare objecten het plangebied raakt. 2) In het Besluit externe veiligheid buisleidingen (of Bevb) is bepaald dat een bestemmingsplan de ligging van de leidingen en de daarbij behorende belemmeringenstrook weergeeft. Een belangrijk onderdeel hiervan zijn de voorschriften.

De Gasunie verzoekt de gemeente om de voorschriften van de dubbelbestemming ‘Leiding - Gas’ aan te passen en draagt hiertoe zeven suggesties aan. 2. Besluit Wij verklaren de zienswijze deels gegrond. 2.1 Wijzigingen in bestemmingsplan De zienswijze leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan. 1) Het gasontvangststation Herwen N-445 wordt voorzien van de aanduiding 'veiligheidszone bedrijvf'; 2) De volgende suggesties van de Gasunie worden overgenomen:  De bouwregels in artikel 21.2 worden scherper geformuleerd;  Aan artikel 21.4.3 wordt een adviesverplichting toegevoegd van de leidingbeheerder;  Artikel 21.4.1 wordt aangevuld met de in de zienswijze genoemde werkzaamheden;  Artikel 28.2.1 wordt zodanig aangepast dat het verbod niet van toepassing is wanneer niet dieper wordt gegraven dan de eerder uitgegraven diepte;  Artikel 21.4.4 sub a wordt dusdanig aangepast zodat de veiligheid van de in de belemmeringenstrook gelegen buisleiding worden gewaarborgd. 2.2 Toelichting van de gemeenteraad 1) De gemeenteraad is het eens met de Gasunie dat de veiligheidsafstanden (nu: belemmeringengebied), zoals deze zijn geregeld in artikel 3.12 lid 6 van het voormalige Activiteitenbesluit milieubeheer (en nu: het BKL) , van toepassing zijn. Om de veiligheid te Zaaknummer Z/21/382821

pagina 10 van 65

waarborgen en eventuele toekomstige problemen te voorkomen, zal de aanduiding 'veiligheidszone bedrijf’ worden toegevoegd aan de verbeelding ter plaatse van het gasontvangstation Herwen N445. 2a) Uit de huidige regels blijkt onvoldoende dat overige gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde (in de basis) niet zijn toegestaan. De gemeente stemt daarom in met de suggestie om in de bouwregels aan te geven dat binnen de bestemming 'Leiding-Gas' uitsluitend bouwwerken ten behoeve van leidingen mogen worden gebouwd. De bouwregels en afwijkingsregels worden daarom aangescherpt. 2b) De Gasunie beschrijft dat het artikelnummer 21.4.3 niet scherp genoeg is geformuleerd. Bovendien stelt de gemeenteraad vast dat in dit artikel wordt doorverwezen naar het onjuiste artikelnummer. Dit zal worden aangepast, zodat advies moet worden ingewonnen bij de leidingbeheerder. 2c) Volgens de Gasunie zijn de huidige regels uit artikel 21.4.1 onvoldoende om een veilig en bedrijfszeker gastransport te waarborgen en mogelijke risico's te beperken. Om die reden worden een viertal werkzaamheden voorgedragen om toe te voegen aan het artikel. De gemeente stemt in met deze toevoeging. 2d) De Gasunie stelt dat de dubbelbestemming 'Leiding-Gas' op diverse locaties samenvalt met de dubbelbestemming 'Archeologie'.

Omdat de grond hier al is geroerd bij de aanleg van gasleidingen, geeft de reclamant aan dat bij onderhouds- en vervangingswerkzaamheden bij gasleidingen ook moeten worden toegelaten via de dubbelbestemming 'Archeologie'. De gemeente sluit zich hierbij aan. Er wordt daarom een uitzonderingsregel toegevoegd zodat het verbod niet van toepassing is wanneer niet dieper wordt gegraven dan de eerder uitgegraven diepte. 2e) De gemeente kan zich goed voorstellen dat de veiligheid in het geding komt met de huidige formulering van artikel 21.4.4, sub a. Dit artikel wordt daarom dusdanig aangepast zodat de veiligheid van de in de belemmeringenstrook gelegen buisleiding worden gewaarborgd. De tekstsuggestie van de Gasunie wordt hierbij overgenomen. Overig 1) De Gasunie wil dat er een rangorde wordt toegevoegd van bestemmingen en dat daarmee de dubbelbestemming 'Leiding-Gas' voorrang krijgt bij het samenvallen met andere bestemmingen. Bij ieder initiatief vindt een belangenafweging plaats. Het is daarin goed voorstelbaar dat de dubbelbestemming 'Leiding-Gas' van groot belang is vanwege de veiligheidsrisico’s, maar het opnemen van een rangorde in het bestemmingsplan is hierin zeer ongebruikelijk. De dubbelbestemming zal onverminderd wel mee worden genomen in de belangenafweging.

zaaknummer Z/21/382821

pagina 11 van 65

2) De uitzondering in artikel 21.4.2 sub a zorgt volgens de Gasunie voor rechtsonzekerheid. Uit de term 'normale spit- of ploegwerkzaamheden' blijkt volgens de Gasunie onvoldoende welke werkzaamheden hieronder vallen. Uit jurisprudentie1 blijkt echter dat deze omschrijving op basis van het normale spraakgebruik goed uitlegbaar is. Aangezien deze uitzondering ook als zodanig is opgenomen in het bestemmingsplan ‘Zevenaar Noord 2018, ziet het college in de zienswijze van de Gasunie geen reden om de omschrijving aan te passen.

1

Zie o.a. ECLI:NL:RVS:2015:2416, ro. 62.1 e.v.

Zaaknummer Z/21/382821

pagina 12 van 65

Zienswijze 6, ingediend op 31 augustus 2023 1. Samenvatting zienswijze 1) Reclamant geeft aan dat er zorgen zijn of de nevenactiviteiten goed geregeld zijn binnen het huidige bestemmingsplan. In een vooroverleg heeft de gemeente aangegeven dat het verzuivelen van eigen melk passend is binnen de hoofdactiviteit van het bedrijf en het daarom bij recht is toegestaan. Echter is dit niet opgenomen in de voorschriften of in de begripsbepaling ‘grondgebonden agrarisch bedrijf’ van dit bestemmingsplan. Om onduidelijkheid te voorkomen verzoekt indiener om de begripsomschrijving hierop aan te passen. 2) De reclamant beschrijft dat er in de periode 2022-2023 meerdere vergunningen zijn afgegeven met betrekking tot een boerderijwinkel, een horecagelegenheid en een bezoekerscentrum. Op grond van deze vergunningen is 120 m2 horeca toegestaan, waarvan 80 m2 aan terras in de buitenruimte. Het bestemmingsplan staat echter slechts 50 m2 toe. Indiener verzoekt om het bedrijf van zijn client ten aanzien van het oppervlakte horeca/buitenterras op te nemen in de opsomming onder 4.4.3 van de voorschriften. 3) De reclamant verzoekt verder om het exploiteren van een vakantieaccommodatie (type gezin, max. 6 pers.) toe te voegen als toegestane nevenactiviteit waarvoor nieuw mag worden gebouwd. Deze vorm van nevenactiviteit is de cliënt voornemens te gaan exploiteren.

4) Tot slot verzoekt de indiener om de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie 2 en 3' van het bouwvlak te verwijderen. 2. Besluit Wij verklaren de zienswijze ongegrond. 2.1 Wijzigingen in bestemmingsplan De zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. 2.2 Toelichting van de gemeenteraad 1) Uit mailcontact tussen de reclamant en de gemeente is vanuit de gemeente geconcludeerd dat het verzuivelen van melk onder de hoofdfunctie van de bestemming valt en niet beschouwd wordt als zijnde een nevenactiviteit. Daarnaast is aangegeven dat er bij een bestemmingsplanwijziging gebruik kan worden gemaakt van het overgangsrecht. De activiteiten van de reclamant zijn als gevolg passend binnen het bestemmingsplan. De gemeente ziet daarom geen aanleiding om de bestemmingsomschrijving aan te passen. 2) De reclamant vraagt om de vergunning die is verleend voor de uitbreiding van de horeca op te nemen in de planregels in artikel 3.4.2 onder e. De uitzonderingen die zijn opgenomen in 3.4.2 onder e, betreffen afwijkende activiteiten die niet in het bestemmingsplan als zodanig zijn opgenomen. In het geval van reclamant gaat het echter om activiteiten die in beginsel mogelijk zijn, maar waar middels een omgevingsvergunning een grotere oppervlakte is toegestaan. Dergelijke toestemmingen worden niet in het bestemmingsplan opgenomen.

De verleende vergunning zal ook zaaknummer Z/21/382821

pagina 13 van 65

niet vervallen na inwerkingtreding van het nieuwe bestemmingsplan. Overigens is ervoor gekozen binnen de bestemming ‘agrarisch met waarden’ wel een overzicht op te nemen van afwijkende toegestane oppervlakten, vanwege de bijzondere landschappelijke en natuurlijke kenmerken van dit gebied. 3) De reclamant verzoekt om een nevenactiviteit voor het exploiteren van een vakantieaccommodatie toe te voegen. In artikel 3.4.2 onder a lid 3 is een nevenactiviteit voor een groepsaccommodatie met maximaal 15 overnachtingsplaatsen aanwezig. Voor zover toegelicht in de zienswijze lijkt de beoogde exploitatie onder deze regel te vallen. Indiener kan derhalve van dit voorschrift gebruik maken. Er is daarom geen aanleiding om een extra nevenactiviteit voor vakantieaccommodatie op te nemen in de bestemmingsplanvoorschriften. 4) De reclamant geeft aan dat 'in het overgrote deel van het onderhavige bouwvlak al meerdere malen diep gegraven' is. De dubbelbestemmingen archeologie zijn opgesteld om archeologische waarden te beschermen. De gemeente kan zonder een grondig archeologisch onderzoek dergelijke dubbelbestemmingen niet verwijderen. Naast het feit dat dit zou resulteren in een ongewenst precedent, is onbekend in hoeverre de genoemde graafwerkzaamheden conform regelgeving zorgvuldig zijn uitgevoerd en of het aangetroffen gebrek aan vondsten representatief zijn voor het hele perceel.

Zaaknummer Z/21/382821

pagina 14 van 65

Zienswijze 7, ingediend op 31 augustus 2023 1. Samenvatting zienswijze Tennet, reclamant van zienswijze 7, stelt in haar reactie dat er in het ontwerpbestemmingsplan onvoldoende rekening is gehouden met de bescherming van de belangen van de hoogspanningsverbinding. Tennet heeft daarom een tekstvoorstel gedaan om voldoende bescherming van deze verbinding te waarborgen. Vier aanpassingen worden in de zienswijze uiteengezet: 1) In de omschrijving van artikel 22 is niet vermeld dat de gronden mede bestemd zijn voor de aanleg/aanpassing, het beheer en het onderhoud van de hoogspanningsverbinding. Tennet is van mening dat dit gebruik ook van toepassing is op de dubbelbestemming. 2) Tennet is van mening dat er meerdere werkzaamheden zijn die in de verbodsbepaling moeten worden opgenomen. Het gaat hier om werkzaamheden die gevaarlijke situaties met zich mee kunnen brengen. 3) Tennet stelt dat voorafgaand aan het verlenen van een omgevingsvergunning advies moet worden ingewonnen van de netbeheerder. 4) Met betrekking tot de verbeelding wordt tot slot nog vermeld dat de belemmerde strook in het ontwerp bestemmingsplan een breedte heeft van 70 meter, terwijl dit 45 meter bedraagt in de bestemmingsplannen in het buitengebied van Duiven en Lingewaard. Tennet ziet graag dat de breedte van 70 meter wordt aangepast naar 45 meter. 2. Besluit Wij verklaren de zienswijze gegrond.

2.1 Wijzigingen in bestemmingsplan De zienswijze leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan. 1) De bestemmingsomschrijving (artikel 22.1) wordt als volgt aangepast: "De voor 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor: a. een bovengrondse hoogspanningsverbinding ter plaatse van de aanduiding 'hartlijn leiding hoogspanningsverbinding'; b. het beheer en onderhoud van de verbinding; c. de bescherming van het woon- en leefklimaat in verband met de leiding; d. met bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde." 2) Aan artikel 22.4.1 worden de verboden werkzaamheden uit het tekstvoorstel toegevoegd. 3) In artikel 22.4.3 wordt beschreven dat er advies moet worden ingewonnen bij de netbeheerder. 4) De belemmerde strook wordt aangepast van 70 meter naar 45 meter.

zaaknummer Z/21/382821

pagina 15 van 65

2.2 Toelichting van de gemeenteraad 1) De gemeente is het eens met Tennet dat in de bestemmingsomschrijving de veiligheid onvoldoende wordt gewaarborgd in het ontwerpbestemmingsplan. De bestemmingsomschrijving wordt daarom uitgebreid en gedeeltelijk overgenomen zoals deze is opgesteld in het tekstvoorstel van Tennet. De gemeente is hierbij wel van mening dat het noodzakelijk is om de toegelaten bouwwerken net zo te formuleren als in het ontwerpbestemmingsplan. 2) Ook uit artikel 22.4.1 blijkt dat de veiligheid onvoldoende wordt gewaarborgd. De tekst zal daarom worden uitgebreid met toevoegingen van verboden werkzaamheden zoals aangegeven in het tekstvoorstel. Op die manier is er, in combinatie met punt 1 en 3, een scherpere controle op werkzaamheden in deze bestemming. 3) Vergelijkbaar met punt 2b van zienswijze 5 geldt hier dat artikel 22.4.3 niet scherp genoeg is geformuleerd. Een adviesverplichting is wenselijk voor ontwikkelingen bij gebieden in deze bestemming, dus zal ook hier de formulering van het artikel worden aangescherpt. 4) De gemeente heeft gekeken in hoeverre een versmalling van de belemmerende strook (on)mogelijk is. Als gevolg hiervan wordt het voorstel overgenomen. Hiermee sluit het plan, zoals Tennet aangeeft, aan op de bestemmingsplannen van de naastgelegen gemeenten.

Zaaknummer Z/21/382821

pagina 16 van 65

Zienswijze 8, ingediend op 4 september 2023 1. Samenvatting zienswijze In de Rijnwaardense Uiterwaarden wordt nauw samengewerkt tussen private en publieke partijen. In het bijzonder geldt voor de Bijlandse Waard dat er meer ruimte komt voor natuurontwikkeling, betere doorstroming van hoogwater is en meer recreatiemogelijkheden ontstaan. Om dit te kunnen realiseren is een wijzigingsplan ingediend, namelijk 'Bijlandse waard 2014, 1e wijziging'. Dit wijzigingsplan voorziet in het wijzigen van de bestemming 'Agrarisch met waarden' in de bestemming 'Natuur'. In het nieuwe ontwerpbestemmingsplan 'Gelders Eiland' is deze wijziging niet in overeenstemming met het wijzigingsplan. De reclamant verzoekt derhalve het ontwerp hierop aan te passen, om procedures niet onnodig te bemoeilijken. 2. Besluit Wij verklaren de zienswijze gegrond. 2.1 Wijzigingen in bestemmingsplan De zienswijze leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan. De begrenzing ter plaatse van het wijzigingsplan ‘Bijlandse waard 2014, 1e wijziging’ wordt uit het bestemmingsplan 'Gelders Eiland' verwijderd. 2.2 Toelichting van de gemeenteraad De reclamant beargumenteert in haar zienswijze dat procedures voor zandwinning en daarmee de herontwikkeling van de Bijlandse Waard worden bemoeilijkt wanneer extra archeologisch onderzoek noodzakelijk is.

Als oplossing draagt de reclamant aan om onder artikel 31 'Archeologie 8' een uitzondering op de vergunningplicht toe te voegen. Hier wordt aan toegevoegd dat de onder artikel 31.2.1 bedoelde verboden niet van toepassing zijn op de (zandwin)activiteiten op basis van een verleende ontgrondingsvergunning. De gemeenteraad geeft aan dat in een separaat traject een wijzigingsplan voor het door de indiener genoemde plangebied is opgesteld. Dit bestemmingsplan ‘Bijlandse Waard 2014, 1e wijziging’ is op 16 februari 2024 vastgesteld en inmiddels onherroepelijk. Gelet op het feit dat dit een aparte procedure betreft, wordt de begrenzing van het wijzigingsplan uit het bestemmingsplan ‘Gelders Eiland’ gehaald. Hiermee wordt inhoudelijk tegemoetgekomen aan de zienswijze van reclamant.

zaaknummer Z/21/382821

pagina 17 van 65

Zienswijze 9, ingediend op 2 september 2023 1. Samenvatting zienswijze 1) Reclamant constateert dat met het nieuwe bestemmingsplan de bestemming 'Agrarisch' vervalt voor de percelen, kadastraal bekend Gemeente Herwen, sectie B, nummers 652, 1500, 1509, 2053 en 2515. Deze krijgen een nieuwe bestemming, namelijk 'Wonen' of 'Agrarisch'. De reclamant heeft bij de begrenzing zorgen over het feit dat deze kadastrale percelen een relatief klein oppervlak 'Wonen' bestempeld krijgen. Het uitgangspunt - vanuit de inspraaknota behorend bij het ontwerpplan - is dat een woonvlak een maximale oppervlakte van ca. 1200m2 krijgt. Dit uitgangspunt is volgens de reclamant niet consistent toegepast. Er zouden diverse woonpercelen zijn met een grote tuin die in zijn geheel zijn bestempeld met de woonbestemming en daarmee ruim over de 1200m2 komen. Met de huidige begrenzing komen bovendien toegangswegen t.b.v. de woning in de agrarische bestemming. 2) Het valt de reclamant verder op dat zowel de agrarische bestemming als de woonbestemming het hobbymatig houden van paarden niet toelaten. Er wordt enkel in de toelichting beschreven dat hobbymatig agrarisch gebruik aansluitend aan de woonbestemming is toegestaan. 2. Besluit Wij verklaren de zienswijze deels gegrond. 2.1 Wijzigingen in bestemmingsplan De zienswijze leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan.

1) De percelen, kadastraal bekend Gemeente Herwen, sectie: B, nummers: B 652, 1509 en 2053, krijgen in zijn geheel de bestemming 'Wonen'. 2.2 Toelichting van de gemeenteraad 1) In de inspraaknota staat het uitgangspunt vermeld dat een woonvlak van groter dan 1200 m2 kan worden aangemerkt vanwege de ligging van bestaande bijgebouwen, de ligging van de tuin en de feitelijke situatie ten tijde van de terinzagelegging in 2008. De bestaande bijgebouwen zijn al meegenomen in de begrenzing van het woonvlak. Wel stemt de gemeente in met het argument van de reclamant dat de huidige begrenzing van het woonvlak onlogisch is t.a.v. de ligging en grootte van de tuin. Daarbij komt dat een aantal woonvlakken in de directe omgeving de 1200m2 ruim overschrijden. De percelen met de kadastrale aanduiding sectie B, nummers 652, 1509 en 2053 zullen daarom in zijn geheel worden bestempeld met de bestemming 'Wonen'. De percelen van sectie B, nummers 1500 en 2515 zullen de bestemming 'Agrarisch' behouden. 2) Het hobbymatig gebruiken van paarden wordt toegestaan in de agrarische bestemming, maar niet in de woonbestemming. Wel is in artikel 42.4 een algemene afwijkingsbevoegdheid opgenomen waarin paardenbakken voor hobbymatig gebruik worden toegelaten mits er wordt voldaan aan een lijst met voorwaarden. Dit staat omschreven in de toelichting onder paragraaf 3.4.2.

Het hobbymatig houden van paarden is dus in de agrarische bestemming en de woonbestemming mogelijk, eventueel middels een omgevingsvergunning. Zaaknummer Z/21/382821

pagina 18 van 65

Bestaande (legale) bouwwerken ten behoeve van het hobbymatig houden van paarden worden via overgangsrecht toegelaten in dit bestemmingsplan. Dat de percelen met de aanduiding sectie B, nummers 1500 en 2515 de agrarische bestemming behouden, maakt het dus mogelijk om naast de woning hobbymatig paarden te houden. Wanneer er wensen zijn voor nieuwe paardenbakken, dient er een vergunning te worden aangevraagd.

zaaknummer Z/21/382821

pagina 19 van 65

Zienswijze 10, ingediend op 2 september 2023 1. Samenvatting zienswijze De reclamant geeft aan erkentelijk te zijn voor de wijzigingen op grond van de door hem eerder ingediende inspraakreactie. Echter wordt geconstateerd dat de grenzen van het bouwblok niet gelijklopen met de kadastrale grenzen zoals zij in de inspraakreactie hadden verzocht. Het is eveneens onduidelijk waarom is gekozen voor juist deze begrenzing. De reclamant verzoekt om aanpassing van het bouwblok. 2. Besluit Wij verklaren de zienswijze ongegrond. 2.1 Wijzigingen in bestemmingsplan De zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. 2.2 Toelichting van de gemeenteraad De oppervlakte van het bouwblok volgens het 'Bestemmingsplan Buitengebied 2008' bedraagt 10201 m2. In de periode tussen de vaststelling van het bestemmingsplan uit 2008 en het huidige voorliggende ontwerp hebben er veel ontgrondings-/ zandwinningsactiviteiten plaatsgevonden rondom dit perceel, waardoor het voorheen agrarische gebied een hogere natuurwaarde heeft gekregen. Het gebied is daarom ook bestempeld met de aanduiding 'overige zone – Groene ontwikkelingszone'. In het ontwerp heeft het bouwblok een oppervlakte van ongeveer 8500m2. Het bouwblok is vanwege de nabijheid van het waterhuishoudkundige gebied verkleind.

Vanuit de inspraaknota is toegelicht dat agrarische bouwvlakken kunnen worden vergroot of gewijzigd wanneer dit belangen in de nabije omgeving niet schaadt en wijzigingen worden beargumenteerd. Aangezien er geen nadere onderbouwing is gegeven, zal er worden vastgehouden aan de huidige begrenzing. Bovendien wordt in dit geval het belang van rivierverruimende activiteiten zwaarder gewogen dan agrarische groei. Voor verdere toelichting met betrekking tot de rivierverruimende activiteiten wordt verwezen naar zienswijze 17.

Zaaknummer Z/21/382821

pagina 20 van 65

Zienswijze 11, ingediend op 5 september 2023 1. Samenvatting zienswijze 1) Reclamant constateert namens haar cliënten dat naar aanleiding van de eerder gedane inspraakreactie de vorm van het bouwvlak van de locatie Geitenwaard 2/2a is aangepast vanwege de gewijzigde terpvorm. Echter ligt de dubbelbestemming ‘Waarde – Natuur en Landschap’ nog voor een deel op het van vorm gewijzigde agrarisch bouwvlak. Indiener geeft aan dat met de wijziging ook de begrenzing van de dubbelbestemming gewijzigd had moeten worden om de planologische mogelijkheden van het agrarisch bouwvlak niet onnodig te beperken. Bovendien stelt de reclamant dat binnen de bestemmingsomschrijving van de bestemming ‘Agrarisch met waarden’ het behoud, de bescherming, de ontwikkeling en/of het herstel van de landschappelijke en natuurwaarden ook al geborgd is. 2) Reclamant merkt verder op dat de vergunning voor de Wet natuurbescherming (Wnb) voor de locatie Geitenwaard 2/2a niet is opgenomen in bijlage 2 bij de regels van het bestemmingsplan 'Gelders Eiland'. Indiener verzoekt daarom om de op 25 oktober 2017 verleende vergunning Wnb voor de locatie aan de Geitenwaard 2/2a op te nemen in het overzicht ‘vergunningen Wet Natuurbescherming (Natuurbeschermingswet)’. 2. Besluit Wij verklaren de zienswijze deels gegrond. 2.1 Wijzigingen in bestemmingsplan De zienswijze leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan.

1) De vergunning Wet natuurbescherming voor de Geitenwaard 2/2a wordt toegevoegd aan bijlage 2 'Overzicht vergunningen Wet natuurbescherming' van het bestemmingsplan. 2.2 Toelichting van de gemeenteraad 1) De dubbelbestemming 'Waarde – Natuur en Landschap' is toegewezen aan gronden die in de provinciale verordening als Gelders Natuurnetwerk (GNN) zijn aangewezen. Deze gronden kennen een hoog beschermingsniveau, wat zich vertaald in de specifieke aanduiding en bijbehorend vergunningsregime. Ten opzichte van de bestemming ‘Agrarisch met waarden’ brengt dit een extra onderbouwingsnoodzaak met zich mee voor nieuwe bebouwing of werkzaamheden, zoals dat ook is voorgeschreven in de provinciale verordening. 2) De opmerking van de reclamant is juist: de vergunning Wnb is abusievelijk niet opgenomen in de lijst van bijlage 2. Dit zal hersteld worden.

zaaknummer Z/21/382821

pagina 21 van 65

Zienswijze 12, ingediend op 5 september 2023 1. Samenvatting zienswijze Reclamant constateert dat de loswal is opgenomen in het bestemmingsplan als zijnde transportplaats, maar dat dit niet het geval is voor de weg naar de loswal. In het ontwerpplan heeft de weg de bestemming ‘Natuur’ en ‘Agrarisch met waarden’. Gelet op het belang van de loswal en de transportroute is deze weg specifiek uit het omliggende Natura 2000-gebied geëxclaveerd. Indiener verzoekt de gemeente om de transportroute en de loswal als een aparte enkelbestemming op te nemen binnen de definitieve versie van het bestemmingsplan ‘Gelders Eiland’. 2. Besluit Wij verklaren de zienswijze deels gegrond. 2.1 Wijzigingen in bestemmingsplan De zienswijze leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan. Ten behoeve van de transportroute wordt het volgende toegevoegd:  Op de verbeelding wordt ter plaatse van de transportroute op de bestemmingen 'Natuur' en 'Agrarisch met waarden' de functieaanduiding ‘specifieke vorm van natuur – loswal transportroute' toegevoegd.  In de artikelen 4.1 en 12.1 van de planregels wordt een regel toegevoegd die het gebruik van de transportroute toelaat ter plaatse van de specifieke functieaanduiding.

2.2 Toelichting van de gemeenteraad De gemeente is het eens met de reclamant dat de loswal en transportroute van groot belang zijn voor de Steenfabriek Spijk en dat dit een legale situatie betreft. Het is echter niet wenselijk om voor de transportroute en loswal een aparte enkelbestemming op te nemen in het bestemmingsplan 'Gelders Eiland', gelet op de belangen van de geldende natuur- en agrarische bestemming en de uitgesproken wens en noodzaak om de bestemmingsplannen te uniformeren en harmoniseren. Het toevoegen van een specifieke functieaanduiding ter plaatse van de transportroute is echter wel een passende oplossing. Op die manier blijft het rechtsgeldige gebruik van de transportroute behouden en het belang ervan benadrukt zonder dat daarbij de status van het omliggend Natura 2000-gebied geschaad wordt.

Zaaknummer Z/21/382821

pagina 22 van 65

Zienswijze 13, ingediend op 5 september 2023 1. Samenvatting zienswijze Reclamant stelt in haar reactie dat het bouwvlak naast de woning aan de Pannerdense Waard 21 moet worden aangepast. De reclamant heeft een tekenkundig ontwerp voorgelegd met de gewenste aanpassing. Het ontwerp zou een stedenbouwkundig beeld creëren dat beter aansluit op de bestaande situatie en past in het tijdsbeeld van de woning. Bovendien zorgt deze aanpassing ervoor dat de toekomstige bouwplannen kunnen worden uitgevoerd. 2. Besluit Wij verklaren de zienswijze ongegrond. 2.1 Wijzigingen in bestemmingsplan De zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. 2.2 Toelichting van de gemeenteraad We staan in beginsel niet negatief tegenover het verzoek van reclamant. We hebben hierover ook met reclamant gesproken en hebben aangegeven dat we een nadere onderbouwing nodig hebben bij zijn verzoek gelet op de ligging t.o.v. van het naastgelegen natuurgebied. Onderdeel van de onderbouwing is een landschappelijk inpassingsplan dat als voorwaardelijke verplichting gekoppeld kan worden aan de aanpassing van het bestemmingsvlak/bouwvlak. Op deze wijze kan worden zeker gesteld dat de siertuin die als gevolg van de voorgestelde wijziging binnen de bestemming natuur komt te liggen ook als zodanig wordt in gericht en gebruikt. Na herhaaldelijk verzoek hebben wij deze aanvullende gegevens niet ontvangen.

Hierdoor is het niet mogelijk om de gewenste wijziging mee te nemen in het bestemmingsplan. Via de buitenplanse omgevingsplanactiteit (BOPA) zal het plan kunnen worden toegevoegd aan het omgevingsplan. Met reclamant is afgesproken dat hiertoe een zelfstandig verzoek wordt ingediend en een omgevingsvergunningprocedure wordt doorlopen.

zaaknummer Z/21/382821

pagina 23 van 65

Zienswijze 14, ingediend op 6 september 2023 1. Samenvatting zienswijze Reclamant heeft op 6 september 2023 een pro forma zienswijze ingediend. Op 5 oktober 2023 heeft de gemeente twee mailberichten ontvangen. Deze mails zijn voor de beantwoording samengevoegd tot één zienswijze. De zienswijzen hebben betrekking op de volgende punten: 1) Reclamant stelt dat er momenteel geen bestemming ligt op perceel A 2058, onderdeel van de Houtcentrale Spijk. In het verleden is enkel door middel van een gerechtelijke uitspraak (zaaknummer 200905469/4/R2) aangegeven dat dit perceel hoge natuur- en landschapswaarden heeft. In het nieuwe bestemmingsplan krijgt het perceel de agrarische bestemming ten behoeve van een tijdelijke opslag voor de Houtcentrale Spijk. Het verzoek van deze wijziging lag bij de Omgevingsdienst Regio Nijmegen, maar het bevreemdt de reclamant dat de gemeente deze wijziging naar zich toe heeft getrokken. Daarnaast hebben er recentelijk bestratings- en ophogingswerkzaamheden plaatsgevonden op dit perceel. De reclamant benadrukt daarom dat, op het oog van geluidsoverlast, de groene wal tussen de woning van de reclamant en het perceel behouden blijft. 2) Reclamant stelt verder in haar reactie dat het perceel A 1945 de bestemming 'Agrarisch' heeft gekregen in het nieuwe bestemmingsplan.

Dit beperkt volgens de reclamant de uitbreidingsmogelijkheden van het bedrijf, gelegen op perceel A 1944. Omdat er uitbreidingswensen zijn vanuit de indiener – wat bovendien aan zou sluiten op de motivering van het planMER – ziet de reclamant daarom graag verruiming naar een industriebestemming van categorie 2. Reclamant beargumenteert dat dit een natuurlijke overgang zou vormen tussen de diverse bedrijvigheid. 2. Besluit Wij verklaren de zienswijze ongegrond. 2.1 Wijzigingen in bestemmingsplan De zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. 2.2 Toelichting van de gemeenteraad 1) De gemeente heeft onderzoek gedaan naar de verleende vergunning(en) ter plaatse van de Houtcentrale Spijk. Op 25 april 2024 is een tijdelijke omgevingsvergunning verleend voor het gebruik van perceel kadastraal bekend Lobith en Spijk, sectie A, nr. 2058. Op grond van deze vergunning mag het perceel voor een periode van 10 jaar gebruikt worden voor de opslag van hout en pallets. Vervolgens wordt teruggevallen op de onderliggende bestemming, te weten ‘Agrarisch’ uit voorliggend bestemmingsplan. De gemeente heeft daarmee de wijziging ten behoeve van de tijdelijke functie niet naar zich toegetrokken, maar enkel een passende bestemming aan het perceel gegeven. Op de agrarische bestemming is geen opslag van hout en pallets toegestaan, zodat na afloop van de termijn uit de

Zaaknummer Z/21/382821

pagina 24 van 65

tijdelijke vergunning dit gebruik gestaakt moet worden. De agrarische bestemming die is toegekend, stemt overeen met de oorspronkelijke functie van het perceel. Noch met de bestemmingsplanwijziging, noch met de tijdelijke vergunning wordt een wijziging van de status van de groene wal beoogd. 2) De gemeente begrijpt de uitbreidingswensen van de aanvrager. Het uitgangspunt van het voorliggende bestemmingsplan is echter niet om dergelijke functiewijzigingen te faciliteren. Hiervoor zal in een aparte (plan)procedure moeten worden beoordeeld of het haalbaar is.

zaaknummer Z/21/382821

pagina 25 van 65

Zienswijze 15, ingediend op 4 september 2023 1. Samenvatting zienswijze Reclamant legt in haar zienswijze drie punten voor met gewenste wijzigingen voor het ontwerp bestemmingsplan. Het betreft het agrarische bedrijf gelegen aan de Geldersewaard 2 te Aerdt. 1) De reclamant is voornemens een natuurlijke (ronde) stal te realiseren. Echter biedt de huidige vormgeving van het bouwvlak hier geen mogelijkheden toe. Om de mogelijkheden tot duurzame ontwikkeling van het bedrijf te bevorderen, verzoekt de reclamant daarom het bouwvlak aan te passen. Hiervoor is een tekening aangeleverd. 2) De reclamant stelt dat de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie 2' voor het perceel overbodig is geworden, omdat er al meerdere malen in dit deel van het bouwvlak diep is gegraven. De reclamant ziet deze dubbelbestemming daarom graag verwijderd van dit perceel. 3) Het bedrijf beschikt over twee Natuurbeschermingswetvergunningen. De meest recente vergunning – een Nbw-vergunning uit 2016 – is opgenomen in bijlage 2 van het ontwerp bestemmingsplan. Echter is deze vergunning verleend met toepassing van de PAS-systematiek, welke niet voldeed aan de Europese wettelijke kaders. Deze vergunning kan daarom niet als referentie gelden voor het ruimtelijke spoor.

De reclamant verzoekt daarom ook de Nbwvergunning uit 2015, welke is verleend zonder toepassing van de PAS-systematiek, op te nemen in bijlage 2 van het bestemmingsplan. 2. Besluit Wij verklaren de zienswijze ongegrond. 2.1 Wijzigingen in bestemmingsplan De zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan. 2.2 Toelichting van de gemeenteraad 1) Het bestemmingsplan is primair bedoeld om het planologische kader te actualiseren en waar nodig/mogelijk in overeenstemming te brengen met de planologische situatie op een perceel. Ondergeschikte ontwikkelingen konden in de voorontwerpfase worden voorgelegd aan de gemeente, maar in de regel geldt dat ontwikkelingen met een aanzienlijke ruimtelijke impact via een zelfstandig traject worden beoordeeld (en - indien haalbaar - mogelijk worden gemaakt). Het verzoek om het bestemmingsvlak dusdanig te wijzigen dat extra ruimte ontstaat voor een roundhouse, leent zich op zichzelf niet voor beoordeling in het kader van de vaststelling van het bestemmingsplan, ook al omdat deze pas na de ontwerpfase is voorgelegd. Daarnaast is de planlocatie gelegen in de Groene Ontwikkelzone, Ganzenrustgebied en Natura2000-gebied, zodat een verlegging van het bestemmingsvlak een uitgebreidere beschouwing behoeft dan beoogd met de bestemmingsplanprocedure van het Gelders Eiland.

Zaaknummer Z/21/382821

pagina 26 van 65

2) Een dubbelbestemming archeologie kan alleen worden verwijderd wanneer expliciet met onderzoek is aangetoond dat er geen archeologische waarden geschaad zullen worden. Aangezien dit gegeven in deze zienswijze niet is aangetoond, zal de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' geldig blijven. 3) Onder punt 3 wordt aangegeven dat de vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet (Nbw) uit 2016 vanwege de PAS-uitspraak in het ruimtelijk kader niet als referentie kan gelden. Verzocht wordt daarom de Nbw-vergunning uit 2015 ook als bijlage aan het bestemmingsplan toe te voegen. Bij het beantwoorden van deze zienswijze, is de vergunning uit 2016 ingezien. Op pagina 2, onder punt 3 van deze vergunning staat dat de Nbw-vergunning uit 2015 met inwerkingtreding van de vergunning uit 2016 vervangen wordt. Dat houdt in dat de vergunning uit 2015 formeel geen juridische status meer heeft. Wellicht dat de vergunning uit 2015 voor het bepalen van het referentiekader nog wel betekenis heeft, maar het past niet in de systematiek van het bestemmingsplan om deze vergunning te benoemen.

De regel luidt immers: 1.18 Bestaande stikstofdepositie de stikstofdepositie ten gevolge van het beweiden en bemesten en het gebruik van gebouwen en overkappingen ten behoeve van het houden van landbouwhuisdieren in de omvang zoals op het tijdstip van vaststelling van dit bestemmingsplan is toegestaan overeenkomstig: a. een onherroepelijke vergunning als bedoeld in artikel 19d Natuurbeschermingswet 1998 respectievelijk artikel 2.7, tweede lid van de Wet natuurbescherming, danwel een omgevingsvergunning waarbij de toestemming op grond van artikel 7, vijfde lid, van de Wet natuurbescherming is aangehaakt en waarvoor een passende beoordeling is gemaakt, zoals opgenomen in bijlage 2 Overzichttoestemmingen Wet natuurbescherming; dan wel b. (indien geen sprake is van een onherroepelijke vergunning als onder a bedoeld) het feitelijk aanwezige planologisch toegestane gebruik van de gronden en bouwwerken behorend tot die veehouderij in de periode van 1 jaar voorafgaand aan de vaststelling van dit bestemmingsplan. Er is geen sprake meer van een onherroepelijke vergunning uit 2015, nu deze met het besluit uit 2016 is komen te vervallen. Onduidelijk is of de vernietiging van de vergunning uit 2016 ertoe leidt dat de vergunning uit 2015 herleeft. Maar voorlopig geldt de natuurvergunning uit 2016 gewoon.

Voor het ruimtelijk planspoor wordt daarmee teruggevallen op hetgeen in artikel 1.18, onder sub b staat genoemd, namelijk het feitelijk aanwezige en planologische toegestane gebruik.

zaaknummer Z/21/382821

pagina 27 van 65

Zienswijze 16, ingediend op 5 september 2023 1. Samenvatting zienswijze Reclamant heeft een zienswijze ingediend bestaande uit zes aandachtspunten. Bij twee daarvan lijkt het te gaan om eerdere onnauwkeurigheden die ook genoemd werden in een eerder ingediende inspraakreactie en inmiddels zijn rechtgetrokken. De reclamant spreekt hiervoor waardering uit. De overige vier opmerkingen zijn niet overgenomen. Reclamant vraagt hier nogmaals aandacht voor. 1) Reclamant verzoekt om de functie en gebruiksregels voor natuurontwikkeling met recreatief gebruik en zandwinning goed te controleren. 2) Reclamant verzoekt om gebieden met de functieaanduiding 'specifieke vorm van natuur zandwinactiviteiten' op te nemen in de uitzonderingsregels van artikel 35.3.2. 3) Reclamant merkt op dat de dubbelbestemming archeologie niet is opgenomen ter plaatse van de Lobberdense waard. De reclamant verzoekt om bevestiging dat dit niet wijzigt. 4) Reclamant merkt op dat diverse locaties de aanduiding 'overige zone – Groene ontwikkelingszone' hebben. Dit belemmert de vergunde zandwinactiviteiten. Als gevolg verzoekt de reclamant om deze gebiedsaanduiding te verwijderen van de Lobberdense Waard. 2. Besluit Wij verklaren de zienswijze ongegrond. 2.1 Wijzigingen in bestemmingsplan De zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan.

2.2 Toelichting van de gemeenteraad 1) De gemeente heeft gecontroleerd of in artikel 12 voldoende duidelijk is dat de activiteiten voor natuurontwikkeling met recreatief gebruik en zandwinning conform de inspraaknota zijn aangepast en of nu voldoende duidelijk is dat deze activiteiten zijn toegestaan. De gemeente oordeelt dat dit het geval is. 2) Voor het uitvoeren van zandwinactiviteiten is altijd maatwerk nodig. Het is daarom ongebruikelijk om in de bestemmingsplanregels een uitzondering toe te voegen zodat voor gebieden met de functieaanduiding 'specifieke vorm van natuur - zandwinactiviteiten' geen vergunning nodig is. In artikel 35.3.2 is bovendien opgenomen dat specifieke zandwinactiviteiten worden toegelaten als hiervoor al een vergunning is verleend. 3) In de inspraaknota is toegelicht dat de archeologische dubbelbestemmingen gebaseerd worden op het geactualiseerde beleid. Er is gebleken dat voldoende is aangetoond dat archeologische waarden niet worden geschaad in de Lobberdense Waard. Er zal daarom geen wijziging plaatsvinden.

Zaaknummer Z/21/382821

pagina 28 van 65

4) Net als omschreven in de inspraaknota (31.6) is de aanduiding 'overige zone – Groene ontwikkelingszone' opgenomen overeenkomstig de provinciale verordening. De gemeente benadrukt dat dit bestaande activiteiten (met de daarbij horende zandwinactiviteiten in het gebied) niet in de weg staat.

zaaknummer Z/21/382821

pagina 29 van 65

Zienswijze 17, ingediend op 4 september 2023 1. Samenvatting zienswijze Rijkswaterstaat, reclamant van zienswijze 17, draagt in haar zienswijze drie punten aan die in het ontwerpbestemmingsplan gewijzigd dienen te worden. De opmerkingen worden aangedragen om ervoor te zorgen dat het treffen van rivierverruimende maatregelen niet wordt belemmerd door grootschalige of kapitaalintensieve ontwikkelingen. 1) Rijkswaterstaat verzoekt om binnen de gebiedsreservering voor de lange termijn en het stroomvoerend deel van rivierbed een regeling op te nemen zodat vergrote agrarische bouwvlakken alleen kunnen worden gebruikt voor sleufsilo’s. 2) Rijkswaterstaat verzoekt verder om binnen het stroomvoerend deel van het rivierbed de maximale bebouwingsoppervlakte te handhaven voor de woonbestemmingen en agrarische bestemmingen. 3) Rijkswaterstaat verzoekt tot slot om een regel op te nemen dat bij het verlenen van een omgevingsvergunning op grond van artikel 36 een advies van de waterbeheerder noodzakelijk is. 2. Besluit Wij verklaren de zienswijze deels gegrond. 2.1 Wijzigingen in bestemmingsplan De zienswijze leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan. 1) Aan artikel 3 wordt een regeling toegevoegd dat het vergrote bouwvlak aan de Geldersewaard 2, ten opzichte van het voorgaande bestemmingsplan, alleen mag worden gebruikt voor sleufsilo’s.

Het bestemmingsvlak aan de Polderdijk 2a wordt aangepast (zie ook zienswijze 22), waarbij de minicamping niet meer onder het bestemmingsvlak valt. Er is geen reden om een bijzondere regeling op te nemen voor het perceel Spijkerdijk 3. Bij dit percelen is er namelijk geen sprake van een toename van het bestemmingsvlak ten opzichte van de planologisch toegestane situatie onder het voorgaande bestemmingsplan. Het risico dat reclamant ziet op nieuwe (kapitaalintensieve) bebouwing vloeit dan ook niet voort uit het nieuwe planologische regime. Het is daarnaast niet gewenst om de oppervlakte aan toegestane bebouwing ten opzichte van het voorgaande bestemmingsplan in te perken. 2) Aan artikel 36 wordt de regel toegevoegd dat er advies moet worden ingewonnen van de waterbeheerder, alvorens een vergunning kan worden afgegeven. 2.2 Toelichting van de gemeenteraad 1) De gemeente begrijpt het belang van ruimte voor de rivier en houdt daar rekening mee bij de opstelling van het bestemmingsplan. Om ervoor te zorgen dat de vergrote agrarische bouwvlakken niet zomaar worden volgebouwd met andere bouwwerken dan sleufsilo's, wordt er aan artikel 3 en 4 van de bestemmingsplanregels een regeling toegevoegd. In situaties waar binnen het vergrote bouwvlak bouwwerken vallen die buiten het bouwvlak ook worden toegestaan, zal het bouwvlak

Zaaknummer Z/21/382821

pagina 30 van 65

zodanig worden aangepast dat deze bouwwerken buiten het bouwvlak komen. Op deze manier hoopt de gemeente dat rivierverruimende maatregelen zo min mogelijk worden belemmerd. 2) De gemeente begrijpt het belang van ruimte voor de rivier en heeft daar rekening mee gehouden bij het opstellen van het plan. Er zijn - naast de maximale maten die worden gegeven in de bouwregels voor woningen en agrarische bedrijven - in artikel 36.2 aanvullende bouwregels gegeven voor die woningen en (agrarische)bedrijven die binnen het stroomvoerend deel van het rivierbed zijn gesitueerd. 3) Het valt de gemeente op dat in artikel 36 inderdaad geen regel is opgenomen dat er advies moet worden ingewonnen van de waterbeheerder, voordat er een vergunning wordt verleend. Deze omissie zal worden hersteld.

zaaknummer Z/21/382821

pagina 31 van 65

Zienswijze 18, ingediend op 6 september 2023 1. Samenvatting zienswijze Reclamant verzoekt om een vijftal aanpassingen door te voeren met betrekking tot het recreatiepark Carvium Novum. 1) De 'specifieke vorm van recreatie – recreatiebungalows' is opgenomen in de planregels, maar niet op de verbeelding. De reclamant verzoekt om dit in overeenstemming met elkaar te brengen. 2) Volgens de reclamant is er een inperking ingesteld inzake de 10% regeling voor de oppervlakte van gemeenschappelijke voorzieningen. Het is voor de reclamant onvoldoende duidelijk of de bestaande rechten gewaarborgd blijven. Reclamant vraagt hier opheldering over. 3) In het voorontwerp was een regeling opgenomen om onder voorwaarden een groter aantal recreatieve onderkomens per hectare toe te staan. Deze regeling is naar aanleiding van een inspraakreactie in het ontwerp bestemmingsplan verwijderd. De reclamant verzoekt om deze regeling terug te brengen, zodat er meer zekerheid is om toekomstige ontwikkelingen te realiseren. 4) De reclamant verzoekt om in de planregels het totaal aan maximaal bebouwd oppervlak voor de recreatiewoningen vast te leggen in plaats van de maximale oppervlakte per recreatiewoning. Er dient rekening te worden gehouden met de duurzame energietransitie en de toenemende vraag naar ruime recreatiewoningen.

Het creëren van een gezonde mix van oppervlaktes zou volgens de reclamant een goede oplossing zijn. 5) De reclamant verzoekt om in de plantoelichting in te gaan op het vergunde drijvende zonnepark en in de planregels het drijvend zonnepark als tijdelijke functie op te nemen. 2. Besluit Wij verklaren de zienswijze deels gegrond. 2.1 Wijzigingen in bestemmingsplan De zienswijze leidt wel tot een aanpassing van het bestemmingsplan. 1) Artikel 13.2.2 van het bestemmingsplan wordt aangepast, waarbij de zinssnede ‘met uitzondering van de gemeenschappelijke voorzieningen van 4.000 m2 ter plaatse van de Eltenseweg 10’ wordt verwijderd. 2) Artikel 13.2.4 sub b wordt aangepast en wordt als volgt geformuleerd: ‘De totaal toegestane bebouwingsoppervlakte ten behoeve van recreatiebungalows is 3.500 m²’. 2.2 Toelichting van de gemeenteraad 1) De genoemde aanduiding is opgenomen op de verbeelding, en wel in het westelijke deel van het perceel waar recreatiebungalows zijn toegestaan. Dit is conform het voorgaande bestemmingsplan en de gewenste regeling .

Zaaknummer Z/21/382821

pagina 32 van 65

2) Reclamant stelt terecht dat er in de vertaling van vigerende plan naar het ontwerpplan iets niet goed is gegaan. In het bestemmingsplan ‘Carvium Novum’ uit 2010 dat geldt voor de locatie Eltenseweg 6-10, is een regeling opgenomen voor gemeenschappelijke voorzieningen. Deze regeling (artikel 3, sub c en d) houdt kort gezegd in dat er maximaal 4000 m² aan gemeenschappelijke voorzieningen én 367 m² in de vorm van een hotel/restaurant/café in het voormalig woonhuis aanwezig mag zijn. In datzelfde bestemmingsplan (artikel 3 sub i) is aangegeven dat deze toegestane oppervlakte éénmaal met 10% mag worden vergroot. Deze mogelijkheid is onterecht niet opgenomen in het voorliggende bestemmingsplan. 3 en 4) Na overleg met reclamant wordt het bestemmingsplan aangepast waarbij het aantal te realiseren recreatiebungalows gelijk blijft, maar de oppervlakte maat van 70m2 per woning wordt losgelaten. Hiervoor in de plaats nemen we een totaal aantal m2 op dat gebouwd kan worden aan recreatiewoningen. Ook wordt de grens van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – recreatiebungalows’ verlegd. Dit geeft reclamant de flexibiliteit om een divers aanbod aan recreatiebungalows te ontwikkelen, in combinatie met centrale voorzieningen op het centrale deel van het gebied.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zevenaar&id=47f77de8-777f-4dbd-98d2-b991b55ed6b9