Bijlage 4. 1281842 - Toelichting bestemmingsplan BusinessPark 7Poort fase II
Tekst van het document
Er is daarom ook gekeken naar de GHG waardes volgens het Nationaal Bodem Model 2016 (Klimaateffectatlas). Volgens dit model bevindt de Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand zich in het plangebied ondieper dan de uitkomsten van de meetreeksen, namelijk van minder dan 0.20 m tot een maximale diepte van 0.60 m onder maaiveld. Vanwege ontbrekende grondwatergegevens in het plangebied zijn er geen betrouwbare conclusies te trekken uit de beschikbare data. Echter is de verwachting (gezien het streefpeil van NAP +10,65 meter; zie volgende paragraaf) dat de GHG zich relatief ondiep onder maaiveld bevindt (afhankelijk van de lokale maaiveldhoogte) met een maximale diepte van ca. 0.80 m. Oppervlaktewater Op de leggerkaart van Waterschap Rijn en IJssel zijn de watergangen (blauw), peilvakken (groen) en waterobjecten (rood/oranje) in de omgeving van het plangebied weergegeven. De leggerkaart geeft weer dat het plangebied aan de zuidzijde grenst aan de Hengelder Leigraaf en dat zich daarnaast ook langs de oostelijke en westelijke grens van het plangebied A-watergangen bevinden.
47
bestemmingsplan BusinessPark 7Poort Fase I (vastgesteld)
Figuur 10: Leggerkaart oppervlaktewater (Waterschap Rijn en IJssel)
In het plangebied en de directe omgeving bevinden zich verschillende peilvakken. De peilvakken LV44420014, LV44420016, LV44450003, LV44510004 en LV44510006 worden op peil gehouden door stuw ST44510017 in het westen. Het streefpeil van deze stuw is NAP +10,65 meter. De overige leidingvakken stroomafwaarts worden op peil gehouden door stuw ST44610001 (stuw Hengelder nabij de Hengelderweg). Hier is het streefpeil NAP +9,70 meter. Waterkwaliteit Er wordt geadviseerd gebruik te maken van milieuvriendelijke bouwmaterialen en het achterwege laten van uitlogende bouwmaterialen zoals lood, koper, zink en zacht PVC. Deze stoffen kunnen zich ophopen in het water(bodem)systeem en hebben hierdoor een zeer nadelige invloed op de water(bodem)kwaliteit en ecologie. Bergingsopgave De totale toename aan verharding (bebouwing, autorijbaan, fietspad en voetpad) is gelijk aan 418.040 m2. Aanleg van nieuw verhard oppervlak leidt tot versnelde afvoer van hemelwater naar watergangen. Hierom dient de toename in verharding gecompenseerd te worden. Voor de omgang met hemelwater wordt uitgegaan van de volgende uitgangspunten: Hemelwater wordt gescheiden ingezameld van het vuilwater. Voor de bergingscompensatie van het verhard oppervlak is uitgegaan van de beleidsregels voor bebouwing van het Waterschap Rijn & IJssel.
Dit komt neer op een bergingsnorm van 80 mm voor het gebied dat toegenomen is in verhard oppervlak.
Tabel 6: Bergingsopgave als gevolg van toename verharding en bijbehorende bergingseis.
Een toename in verharding van 418.040 m² en de bergingseis van 80 mm resulteren in een bergingsopgave van 33.443 m3. De waterberging is voorzien in de groenstroken op het terrein.
48
bestemmingsplan BusinessPark 7Poort Fase I (vastgesteld)
Inpassing bergingsopgave De bodem is in het plangebied over het algemeen goed doorlatend en biedt kansen voor infiltratie (vanuit de waterberging). Hierbij is het belangrijk om rekening te houden met lokale verstorende kleilaagjes die zijn aangetoond in een aantal van de bodemprofielen uit het plangebied. In onderstaande figuur is aangegeven dat er in het centrale ‘groene’ deel van het plangebied (buiten het bestaande water en bos) totaal ca. 3,7 ha beschikbaar is voor waterberging. In deze gebieden bevindt het maaiveld zich in de huidige situatie gemiddeld op ca. NAP +11,45 m (op basis van AHN). Daarnaast is in onderstaande figuur ook met stippellijnen een gebied aangegeven langs de westelijke watergang, die mogelijk ook gebruikt kan worden voor waterberging. Echter wordt dit gebied in de toekomst anders ingericht, waarbij de watergang een natuurlijkere inpassing krijgt. Momenteel is het nog onduidelijk hoe dit gebied eruit komt te zien en of/hoeveel ruimte er mogelijk beschikbaar komt voor waterberging. Daarnaast ligt het maaiveld hier gemiddeld ca. 0,5 m lager dan NAP +11,45, waardoor de waterberging hier mogelijk (afhankelijk van de lokale GHG) een stuk minder diep kan worden dan in de overige voorziene waterbergingsgebieden in het plangebied.
Figuur 11: Indicatie van vrije ruimte ten behoeve van de waterberging (inclusief indicatie van mogelijke ruimte in de nieuw in te richten westelijke hoek van het plangebied).
Op basis van bestaande meetreeksen van een aantal peilbuizen in de omgeving van het plangebied en het streefpeil in dit peilvak van NAP +10,65 m is de GHG voor de centrale waterbergingsgebieden ingeschat op gemiddeld ca. 80 cm onder maaiveld. Om boven de GHG te blijven kan de waterberging dan maximaal 0,80 m diep worden. Met een maximale peilstijging van 0,80 m en een bergingsopgave van 33.443 m3. heeft de waterberging een oppervlakte nodig van minimaal ca. 41.804 m² (exclusief talud). Uit ervaring met het grondwater in omliggend gebied is vanuit het waterschap aangegeven dat de GHG in het plangebied zich vermoedelijk hoger bevindt dan de aangenomen 0,80 m onder maaiveld. Indien de GHG in de praktijk (sterk) blijkt af te wijken van 0,80 m onder maaiveld, heeft dit gevolgen voor de maximale peilstijging en de ruimteclaim van de waterberging. Het plaatsen van peilbuizen op strategische locaties in het plangebied kan aantonen of de ingeschatte GHG van 0,80 m -maaiveld overeenkomt met de werkelijke situatie.
49
bestemmingsplan BusinessPark 7Poort Fase I (vastgesteld)
In onderstaand figuur zijn een aantal mogelijkheden weergegeven voor het inpassen van de waterberging. Hierbij resulteert het gebruiken van de volledige beschikbare 37.000 m² in een gemiddelde diepte van 0,90m, wat ca. 0,10 m onder de aangenomen GHG (0,80 m) is. Deze inpassingsmogelijkheid toont dus aan dat er in het huidige ontwerp onvoldoende ruimte is in de centrale groene ruimte om de bergingsopgave in te passen. Rekening houdend met de taluds (ca. 1:1), heeft de waterberging een totale oppervlakte van ca. 46.000 m² nodig om de bergingsopgave in te kunnen passen, terwijl er ca. 37.000 m² beschikbaar is. Hierdoor is er dus een totaal ruimtetekort van 9.000 m² bij een gemiddelde diepte van 0,80 m, wat neerkomt op een bergingstekort van 3.843 m3.
Tabel 7: Inpassingsmogelijkheden van de bergingsopgave (33.443 m3) binnen het plangebied.
Conclusie en aanbevelingen De beschikbare ruimte in het centrale ‘groene’ gebied is onvoldoende om de volledige bergingsopgave te dekken. In de berekeningen is uitgegaan van een GHG van 0,80 m, gebaseerd op het streefwaterpeil en grondwatermeetgegevens van omliggende peilbuizen. Echter geeft het waterschap aan dat dit waarschijnlijk een optimistische aanname is en in werkelijkheid de GHG vermoedelijk hoger ligt. Hierdoor zouden de waterbergingen dus minder diep komen te liggen en daardoor een stuk groter oppervlak in beslag nemen om dezelfde capaciteit te behouden. Gezien de grote invloed van de GHG op de dimensionering van de waterbergingen wordt het aangeraden om peilbuizen in het plangebied te plaatsen en te bepalen wat de exacte GHG is in het gebied. Wellicht dat er bij de herinrichting van de westelijke hoek met de watergang ruimte vrijgemaakt kan worden om (een deel van) de resterende bergingsopgave te dekken. Daarnaast kan er gekeken worden naar manieren om de bergingsopgave voor openbaar terrein te verkleinen via bijvoorbeeld het aanbrengen van berging op daken of terreinen en het toepassen van halfverharding. Doorwerking beeldkwaliteitsplan In het beeldkwaliteitsplan van de gemeente is het uitgangspunt dat hemelwater zo veel mogelijk lokaal op te vangen, te bergen en te laten infiltreren.
Een duurzaamheidsambitie daarbij is om minstens 50% verhard oppervlak te bergen op eigen terrein. Het overtollige hemelwater dat niet op de kavels zelf kan infiltreren wordt lokaal gebufferd in de openbare ruimte. Aan de noordzijde wateren de bedrijfskavels af naar de watergang langs het Hazenpad, aan de zuidzijde in de rabatbosjes en de watergang die is gelegen langs de Exa. Vervolgens wordt het water afgevoerd naar de Hengelder Leigraaf. Voor de omgeving rond buitenplaats De Hees liggen er kansen voor een ecologische versterking in combinatie met waterbergende voorzieningen. De gemeente wil het bergingstekort opvangen door lokaal maatregelen te nemen op de bedrijfskavels en door een waterbegringsgebied te realiseren aan de westzijde van het plangebied, zoals ook geadviseerd werd in de watertoets.
50
bestemmingsplan BusinessPark 7Poort Fase I (vastgesteld)
4.7
Externe veiligheid
7Poort fase II ligt ten zuiden van de A12, ten zuidwesten van de A18, ten noorden van de Betuweroute, ten oosten van leiding N-566-02 en leiding N-566-11, ten zuiden van leiding N-566-10 en ten noordwesten van leiding A523. Leiding A-512 is aanwezig in het plangebied. Over de A12, de A18, de Betuweroute en door de leidingen worden gevaarlijke stoffen getransporteerd (zie Bijlage 11). Als gevolg van het transport van deze gevaarlijke stoffen is er sprake van externe veiligheidsrisico’s en heeft de realisatie van 7Poort fase II mogelijk invloed op de deze veiligheidsrisico's. Het doel van dit onderzoek is dan ook om de externe veiligheidsrisico’s van de toekomstige situatie inzichtelijk te maken ten opzichte van de invloed van de huidige situatie op de externe veiligheidsrisico’s. In dit onderzoek externe veiligheid is ook het groepsrisico in de toekomstige situatie verantwoord. 4.7.1
Wegvak G12 en wegvak G13
De ligging en de kenmerken van de routes in de huidige situatie zijn gelijk aan de ligging en de kenmerken van de routes in de toekomstige situatie. De ligging van wegvak G12 en wegvak G13 zijn weergegeven in onderstaande figuur.
Figuur 12: De ligging van wegvak G12 en wegvak G13.
Wegvak G12 en wegvak G13 hebben de volgende kenmerken: De ongevalsfrequentie is 8,3 x 10-8 per jaar. De breedte is 25 meter. Plaatsgebonden risico 7Poort fase II ligt buiten de PR 10-6 per jaar contouren van wegvak G12 en wegvak G13. Tabel 8: De PR-contouren voor wegvak G12 en wegvak G13 conform de Regeling basisnet
51
bestemmingsplan BusinessPark 7Poort Fase I (vastgesteld)
Groepsrisico Het hoogste groepsrisico per kilometer in de huidige situatie is 0,003 x de oriëntatiewaarde. Het hoogste groepsrisico per kilometer in de toekomstige situatie is 0,017 x de oriëntatiewaarde. Het hoogste groepsrisico per kilometer neemt toe als gevolg van 7Poort fase II. Zowel in de huidige situatie als in de toekomstige situatie is het hoogste groepsrisico per kilometer niet hoger dan 0,100 x de oriëntatiewaarde. Plasbrandaandachtsgebied Conform de Regeling basisnet (vanaf nu: Rbn) geldt zowel voor wegvak G12 als voor wegvak G13 een plasbrandaandachtsgebied (PAG). Een deel van 7Poort fase II ligt binnen het PAG voor wegvak G12. Bij het realiseren van kwetsbare objecten en/of beperkt kwetsbare objecten binnen het PAG voor wegvak G12 moet rekening worden gehouden met de mogelijke gevolgen van een ongeval met brandbare vloeistoffen. 7Poort fase II ligt niet binnen het PAG voor wegvak G13. Aanbevelingen Voor wegvak G12 en wegvak G13 zijn groepsrisicoberekeningen uitgevoerd. Hiermee is voldaan aan onderdelen a en b van artikel 8, lid 1 van het Besluit externe veiligheid transportroutes (vanaf nu: Bevt). Onderdelen c en d van artikel 8, lid 1 van het Bevt zijn conform artikel 8, lid 2 van het Bevt niet van toepassing. Zowel in de huidige situatie als in de toekomstige situatie is het hoogste groepsrisico per kilometer niet hoger dan 0,100 x de oriëntatiewaarde.
Daarom is in de verantwoording van het groepsrisico conform artikel 7 van het Bevt alleen ingegaan op het volgende: de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op wegvak G12 of wegvak G13, en de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien zich op wegvak G12 of wegvak G13 een ramp voordoet. 4.7.2
Leiding A-512, leiding A- 523, leiding N-566-02 en leiding N-566-11
4.7.2.1 Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico is in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (vanaf nu: Bevb) gedefinieerd als “het risico op een plaats nabij een buisleiding, uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die bepaalde plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval met die buisleiding”. Binnen de PR 10-6 contour bedraagt de kans op overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen maximaal één op de één miljoen per jaar. De grenswaarde voor kwetsbare objecten is 10-6 per jaar en de richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten is 10-6 per jaar. Per leiding is aangegeven wat het plaatsgebonden risico is. Leiding A- 512 Leiding A-512 heeft geen PR 10-6 per jaar contour. Zowel in de huidige situatie als in de toekomstige situatie kunnen hierdoor geen kwetsbare en/of beperkt kwetsbare objecten binnen de PR 10-6 per jaar contour van deze leiding liggen. Leiding A-523
52
bestemmingsplan BusinessPark 7Poort Fase I (vastgesteld)
Leiding A-523 heeft geen PR 10-6 per jaar contour. Zowel in de huidige situatie als in de toekomstige situatie kunnen hierdoor geen kwetsbare en/of beperkt kwetsbare objecten binnen de PR 10-6 per jaar contour van deze leiding liggen. Leiding N- 566-02 Leiding N-566-02 heeft geen PR 10-6 per jaar contour. Zowel in de huidige situatie als in de toekomstige situatie kunnen hierdoor geen kwetsbare en/of beperkt kwetsbare objecten binnen de PR 10-6 per jaar contour van deze leiding liggen. Leiding N-566-11 Leiding N-566-11 heeft geen PR 10-6 per jaar contour. Zowel in de huidige situatie als in de toekomstige situatie kunnen hierdoor geen kwetsbare en/of beperkt kwetsbare objecten binnen de PR 10-6 per jaar contour van deze leiding liggen. 4.7.2.2 Groepsrisico Het groepsrisico is in het Bevb gedefinieerd als “de cumulatieve kansen per jaar per kilometer buisleiding dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een buisleiding en een ongewoon voorval met die buisleiding”.
Dit is de waarde voor het groepsrisico weergegeven door de lijn die de punten met elkaar verbindt waarbij de kans op een ongeval met tien of meer dodelijke slachtoffers 10-4 per jaar, de kans op een ongeval met 100 of meer dodelijke slachtoffers 10-6 per jaar en de kans op een ongeval met 1000 of meer dodelijke slachtoffers 10-8 per jaar is. Leiding A-512 Zowel de maximale overschrijdingsfactor voor leiding A-512 in de huidige situatie als de maximale overschrijdingsfactor voor leiding A-512 in de toekomstige situatie is kleiner dan 1. Zowel de fN-curve voor deze leiding in de huidige situatie als de fN-curve voor deze leiding in de toekomstige situatie blijft onder de oriëntatiewaarde. De maximale overschrijdingsfactor voor leiding A-512 in de toekomstige situatie is groter dan de maximale overschrijdingsfactor voor leiding A-512 in de huidige situatie. Ten opzichte van de huidige situatie neemt het groepsrisico (het hoogste groepsrisico per kilometer) in de toekomstige situatie toe als gevolg van 7Poort fase II. Leiding A-523 Zowel de maximale overschrijdingsfactor voor leiding A-523 in de huidige situatie als de maximale overschrijdingsfactor voor leiding A-523 in de toekomstige situatie is kleiner dan 1. Zowel de fN-curve voor deze leiding in de huidige situatie als de fN-curve voor deze leiding in de toekomstige situatie blijft onder de oriëntatiewaarde.
De maximale overschrijdingsfactor voor leiding A-523 in de toekomstige situatie is gelijk aan de maximale overschrijdingsfactor voor leiding A-523 in de huidige situatie. Ten opzichte van de huidige situatie neemt het groepsrisico (het hoogste groepsrisico per kilometer) in de toekomstige situatie niet toe als gevolg van de ontwikkeling van 7Poort fase II. Leiding N-566-02 Zowel de maximale overschrijdingsfactor voor leiding N-566-02 in de huidige situatie als de maximale overschrijdingsfactor voor leiding N-566-02 in de toekomstige situatie is kleiner dan 1. Zowel de fN-curve voor deze leiding in de huidige situatie als de fN-curve voor deze leiding in de toekomstige situatie blijft onder de oriëntatiewaarde. De maximale overschrijdingsfactor voor leiding N-566-02 in de toekomstige situatie is gelijk aan de maximale overschrijdingsfactor voor leiding N-566-02 in de huidige situatie. Ten opzichte van de huidige situatie neemt het groepsrisico (het hoogste groepsrisico per kilometer) in de toekomstige situatie niet toe als gevolg van 7Poort fase II. Leiding N-566-11
53
bestemmingsplan BusinessPark 7Poort Fase I (vastgesteld)
Zowel de maximale overschrijdingsfactor voor leiding N-566-11 in de huidige situatie als de maximale overschrijdingsfactor voor leiding N-566-11 in de toekomstige situatie is kleiner dan 1. Zowel de fN-curve voor deze leiding in de huidige situatie als de fN-curve voor deze leiding in de toekomstige situatie blijft onder de oriëntatiewaarde. De maximale overschrijdingsfactor voor leiding N-566-11 in de toekomstige situatie is gelijk aan de maximale overschrijdingsfactor voor leiding N-566-11 in de huidige situatie. Ten opzichte van in de huidige situatie neemt het groepsrisico (het hoogste groepsrisico per kilometer) in de toekomstige situatie niet toe als gevolg van 7Poort fase II. Aanbevelingen Groepsrisicoberekeningen zijn uitgevoerd voor leiding A-512, leiding A-523, leiding N-566-02 en leiding N-566-11: in de de huidige situatie (zonder 7Poort fase II); in de toekomstige situatie (met 7Poort fase II). Hiermee is voldaan aan onderdelen a en b van artikel 12, lid 1 van het Bevb. Onderdelen c, d en e van artikel 12, lid 1 van het Bevb zijn conform artikel 12, lid 3 van het Bevb en artikel 8 van de Regeling externe veiligheid buisleidingen van toepassing op leiding A-512.
Voor leiding A-512 blijkt namelijk uit de groepsrisicoberekeningen dat het groepsrisico in de huidige situatie niet hoger is dan 0,100 x de oriëntatiewaarde, het groepsrisico in de toekomstige situatie hoger is dan 0,100 x van de oriëntatiewaarde en het groepsrisico in de toekomstige situatie toeneemt met meer dan 10%. Daarom moet in de verantwoording van het groepsrisico conform onderdelen c, d, e, f en g van artikel 12, lid 1 van het Bevb voor leiding A-512 het volgende worden vermeld: indien mogelijk, de maatregelen ter beperking van het groepsrisico die worden toegepast door Gasunie Transport Services B.V. (de exploitant van leiding A-512); andere mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen met een lager groepsrisico en de voor- en nadelen daarvan; de mogelijkheden en de voorgenomen maatregelen tot beperking van het groepsrisico in de toekomst; de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval; de mogelijkheden voor personen die zich bevinden in het invloedsgebied van leiding A-512 om zich in veiligheid te brengen indien zich een ramp of zwaar ongeval voordoet Onderdelen c, d en e van artikel 12, lid 1 van het Bevb zijn conform artikel 12, lid 3 van het Bevb niet van toepassing op leiding A-523, leiding N-566-02 en leiding N-566-11.
Uit de groepsrisicoberekeningen blijkt namelijk dat het groepsrisico bij deze leidingen niet hoger is dan de oriëntatiewaarde. Daarom is in de verantwoording van het groepsrisico conform onderdelen f en g van artikel 12, lid 1 van het Bevb alleen het volgende vermeld: de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval; de mogelijkheden voor personen die zich bevinden in het invloedsgebied van leiding A-512, het invloedsgebied van leiding A-523, het invloedsgebied van leiding N-566-02 of het invloedsgebied van leiding N-566-11 om zich in veiligheid te brengen indien zich een ramp of zwaar ongeval voordoet. De gemeente Zevenaar heeft naar aanleiding van bovenstaande aanbevelingen een verantwoording groepsrisico opgesteld, zie paragraaf 4.7.3.
54
bestemmingsplan BusinessPark 7Poort Fase I (vastgesteld)
4.7.3
Verantwoording groepsrisico
Het plan is gelegen in het invloedsgebied groepsrisico van de snelweg A12, de spoorweg Betuweroute en een viertal aardgastransportleidingen (A-512, A-523, N-566-02 en N-566-11). Doordat de afstand tussen het plan en de Betuweroute groter is dan 200 meter kan worden volstaan met een beperkte verantwoording groepsrisico. Dit geldt ook voor de snelweg A12 en een drietal aardgastransportleidingen (A-523, N-566-02 en N-566-11), maar dan omdat het groepsrisico niet met meer dan 10% toeneemt. Dit is gebleken uit het Arcadis rapport 'Onderzoek externe veiligheid, bestemmingsplan bedrijventerrein 7poort II', d.d. 5 december 2023, met referentie D100062301:45. Voor aardgastransportleiding A-512 is uit hetzelfde rapport gebleken dat een uitgebreide verantwoording groepsrisico nodig is. Dit omdat het groepsrisico in de toekomstige situatie hoger is dan 0,100 x van de oriëntatiewaarde en het groepsrisico voor deze aardgastransportleiding met meer dan 10% toeneemt. Conform vigerende wetgeving moet de gemeente het groepsrisico verantwoorden. Meer specifiek gaat het om de wettelijke verplichting op grond van het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) artikel 7 en 9 vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen over de snelweg A12 en Betuweroute (Onderdelen H en I) en Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) artikel 12 voor de aardgastransportleidingen.
De gemeente heeft bij het invullen van de verantwoordingsplicht een grote mate van beoordelingsvrijheid. Ten aanzien van de aspecten bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid heeft de veiligheidsregio adviesrecht. Bij het invullen van de verantwoordingsplicht is gebruik gemaakt van het advies van de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland Midden (VGGM) van 2 november 2023 (kenmerk: 2023-006872). Onderstaand een beschouwing van deze aspecten. A. Personendichtheid Het plan voorziet in uitbreiding van een bestaand bedrijventerrein met circa 36 hectare. Uit het Arcadis rapport 'Onderzoek externe veiligheid, bestemmingsplan bedrijventerrein 7poort II' blijkt dat hiervoor een personendichtheid van 40 personen per hectare is gehanteerd. Dit resulteert in totale toename 1.440 personen met de komst van dit plan. B. Hoogte groepsrisico Uit het Arcadis rapport 'Onderzoek externe veiligheid, bestemmingsplan bedrijventerrein 7poort II' blijkt dat het groepsrisico voor een drietal aardgastransportleiding (A-523, N-566-02 en N-566-11) niet toeneemt met de realisatie van 7Poort II. Dit geldt niet voor aardgastransportleiding A-512, uit hetzelfde onderzoek blijkt dat het groepsrisico in de huidige situatie 2,1% van de oriëntatiewaarde bedraagt en in de toekomstige situatie 30,4% van de oriëntatiewaarde. C t/m E.
Mogelijkheden tot beperking van het groepsrisico binnen de inrichting De gemeente Zevenaar ziet geen andere mogelijkheden om het groepsrisico verder te beperken. Daarnaast zal de gemeente Zevenaar een groter gebied vrijwaren van bebouwing rondom aardgastransportleiding A-512. F. De voor- en nadelen van andere mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen met een lager groepsrisico Gezien de ontwikkeling economisch en maatschappelijk belangrijk is, ziet de gemeente Zevenaar geen andere mogelijkheden voor een ruimtelijke ontwikkeling met een lager groepsrisico. Wel wordt rondom aardgastransportleiding A-512 een bredere zone gevrijwaard van bebouwing. G. Mogelijkheden en de voorgenomen maatregelen tot beperking van het groepsrisico in de nabije toekomst De gemeente Zevenaar is niet voornemens nieuwe maatregelen te nemen om het groepsrisico te beperken.
55
bestemmingsplan BusinessPark 7Poort Fase I (vastgesteld)
H. Bestrijdbaarheid Bij een calamiteit zal de brandweer zich inzetten om de effecten ten gevolge van het incident te beperken. Deze inzet zal voornamelijk plaatsvinden dicht bij de bron. De mate van bestrijdbaarheid wordt vooral bepaald door de veiligheidsvoorzieningen en het aantal aanwezigen dicht bij de risicobron. De VGGM is hiervoor voor advies gevraagd. Uit het advies is naar voren gekomen dat de VGGM geen aanleiding ziet om aanvullend te adviseren ten aanzien van de bestrijdbaarheid. De mogelijkheden voor de bestrijdbaarheid worden daarom niet verder in beschouwing genomen. I. Zelfredzaamheid Met de term “zelfredzaamheid” wordt bedoeld: Het vermogen om jezelf en/of anderen in veiligheid te brengen bij (een dreiging van) een gevaarlijke situatie. Bij het bepalen van de mate van zelfredzaamheid spelen onder andere de fysieke gesteldheid en zelfstandigheid van de aanwezigen, de alarmeringsmogelijkheden en vluchtmogelijkheden een rol. Het advies van de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland Midden geeft het volgende aan: De realisatie van het plan leidt tot toename van het aantal aanwezigen. Het is aannemelijk dat zij zichzelf bij een dreigend incident in veiligheid kunnen brengen, mits geïnformeerd en tijdig gewaarschuwd. Het plan ligt in incidentenscenario explosie, fakkelbrand, plasbrand en toxische wolk. De kans op dergelijke incidenten is klein.
Wel adviseert de VGGM, aandacht te hebben voor risicocommunicatie met bijbehorend handelingsperspectief, bij de inrichting van het terrein rekening te houden met de vluchtmogelijkheden en afspraken te maken met Gasunie omtrent werkzaamheden aan de aardgastransportleiding. Ten aanzien van risicocommunicatie is er NL-Alert. Hiermee zijn mensen binnen een bepaald gebied gericht te informeren door het sturen van een bericht naar mobiele telefoons. Verder is het plan te ontvluchten via 7Poort. In het ontwerp van het plan zal nog rekening worden gehouden met de ontvluchtbaarheid en een eventuele tweede ontsluiting voor hulpdiensten. Ten aanzien van de Gasunie afspraken in geval bij werkzaamheden, dit zal bij de uitwerking van het plan besproken worden met Gasunie. De gemeente acht het dan ook niet noodzakelijk om verdere maatregelen te treffen om de zelfredzaamheid te verbeteren. Ondanks de extra getroffen maatregelen blijft de mogelijkheid bestaan dat zich een calamiteit voordoet; dit restrisico wordt geaccepteerd.
4.7.4
Conclusie
Ten aanzien van het groepsrisico ligt het plan in het invloedsgebied van de snelweg A12, de spoorweg Betuweroute en viertal aardgastransportleidingen (A-512, A-523, N-566-02 en N-566-11). Op basis van de verantwoording groepsrisico (zie hierboven) kan worden geconcludeerd dat het ruimtelijke initiatief geen significant effect heeft op de hoogte van het groepsrisico behalve voor de aardgastransportleiding A-512. Ten aanzien van de aspecten bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid worden hiervoor een aantal aanvullende maatregelen getroffen. Bij de uitwerking van het plan zal rekening worden gehouden met ontvluchtbaarheid en er zal contact worden opgenomen worden met de Gasunie in verband met werkzaamheden aan de leiding. Daarmee vormt het aspect externe veiligheid geen belemmering voor de realisatie van het initiatief, waarbij het nog aanwezige restrisico wordt geaccepteerd.
4.8
Verkeer en parkeren
In de verkeerstoets (zie Bijlage 12) is uiteengezet wat de effecten zijn van de voorgenomen planontwikkeling van 7Poort fase II te Zevenaar, op het gebied van verkeer. Dit betreft zowel de verkeersgeneratie van de planontwikkeling, als de uitgangspunten met betrekking tot parkeren. Wegenstructuur Het beoogde projectgebied van fase II wordt volledig ontsloten via een nieuw aan te leggen weg die een
56
bestemmingsplan BusinessPark 7Poort Fase I (vastgesteld)
aansluiting krijgt op de rotonde 7Poort – Exa. Vanaf deze rotonde wordt het verkeer via de 7Poort ontsloten naar de Hengelder. De gemeente Zevenaar en haar partners zijn (binnen het project ViA15) verder voornemens om ten oosten van het kruispunt Hengelder – 7Poort een nieuwe aansluiting (Zevenaar-Oost) op de A12 te realiseren. De realisatie van deze aansluiting wordt gezien als autonoom binnen dit project, aangezien het onderdeel is van ViA15. Dit geldt ook voor het doortrekken van het Witte Kruis (aan de zuidwestzijde van het projectgebied), waarmee een direct verbinding ontstaat tussen 7Poort en de N336. Vormgeving De wegen op het reeds aangelegde deel van BusinessPark 7Poort worden vormgegeven als gebiedsontsluitingsweg binnen de bebouwde kom. Dat wil zeggen dat de wegen as-markering kennen en zijn uitgevoerd in asfaltverharding. Zoals passend is bij de functie van een gebiedsontsluitingsweg is de geldende maximumsnelheid 50km/u. Het is de verwachting dat de nieuw aan te leggen hoofdweg door fase II van 7Poort eenzelfde vormgeving kent. De Hengelderweg, die het BusinessPark 7Poort ontsluit naar de A12 (na de realisatie van de aansluiting op de A12), is vormgegeven als een gebiedsontsluitingsweg binnen de bebouwde kom met gescheiden rijbanen. Hier geldt een maximumsnelheid van 50km/u.
Verkeersgeneratie De ontwikkeling van 7Poort fase II genereert de nodige hoeveelheid verkeer. Voor de berekening van de verkeersgeneratie is uitgegaan van de volgende uitgangspunten: Er is gebruik gemaakt van de kerncijfers als gepresenteerd in het ASVV 2021; Uitgangspunten met betrekking tot invulling van fase II komen overeen met de verkeerssituatie 'Toekomstige ontsluiting 7Poort' (Goudappel, juni 2020). Omrekenfactor van 1,33 voor het omrekenen van week- en naar werkdag, zoals gebruikelijk is voor bedrijventerreinen. Tabel 9: Berekening verkeersgeneratie ontwikkeling 7Poort fase II
Bovenstaande tabel laat zien dat de ontwikkeling van 7Poort fase II 7772 mvt/werkdagetmaal genereert. In de verkeersstudie 'Toekomstige ontsluiting 7Poort' (Goudappel, juni 2020) is dit aantal naar boven afgerond tot 7800 mvt/werkdagetmaal. Verkeersafwikkeling Als plansituatie is scenario 4 overgenomen uit de verkeersstudie ‘Toekomstige ontsluiting 7Poort’ (Goudappel, juni 2020). Ten opzichte van de autonome situatie is in scenario 4 fase II van bedrijventerrein 7Poort meegenomen. Hierbij is rekening gehouden met 36 netto ha bedrijventerrein. Een kwart (8,75 ha) hiervan als gemengd bedrijventerrein en driekwart (26,25 ha) als distributieterrein.
57
bestemmingsplan BusinessPark 7Poort Fase I (vastgesteld)
Figuur 13: Locatie telpunten. Blauwe stippellijnen geven idicatief tracé weer van nog aan te leggen wegen.
De verkeersintensiteiten, als voortgekomen uit het verkeersmodel, passen over het algemeen goed bij de bestaande/toekomstige weginrichting. Alleen de ontsluiting van 7Poort richting de Hengelder is zwaar belast, maar de verkeersstudie 'Toekomstige ontsluiting 7Poort' (Goudappel, juni 2020) concludeert dat in de basis geen grote verkeersopstoppingen ontstaan, mits de benodigde infrastructurele maatregelen op kruispuntniveau getroffen worden. De inrichting van kruispunt 4 (het eerste kruispunt binnen 7Poort komende vanaf de Hengelder) is reeds aangepast conform de benodigde infrastructurele maatregelen. Afwikkeling kruispuntniveau In de verkeersstudie 'Toekomstige ontsluiting 7Poort' (Goudappel, juni 2020) zijn zowel de autonome situatie als de plansituaties voor fase I en fase I en II doorgerekend in het gemeentelijk verkeersmodel. Deze modelberekeningen laten zien dat de toevoeging van fase II er niet voor zorgt dat aanvullende infrastructurele maatregelen op kruispuntniveau nodig zijn. Ten behoeve van de ontwikkeling van fase I van 7Poort dienen echter wel een aantal infrastructurele maatregelen op kruispuntniveau te worden getroffen. Deze ontwikkelingen zijn echter volledig toe te schrijven aan de ontwikkeling van fase I en kunnen dus niet worden toegeschreven aan de ontwikkeling van fase II.
Het gaat hier met name om de nieuwe aansluiting op de A12, welke door de verwachte stikstofdepositie is vertraagd, maar nog steeds op de planning staat. Parkeren Parkeren voor personeel en bezoekers en het laden en lossen van goederen moeten plaatsvinden op eigen terrein, conform het actuele parkeerbeleid van de gemeente Zevenaar. De bedrijven die zich in de toekomst dan ook op 7Poort fase II zullen vestigen, dienen dit op eigen terrein te regelen. Hierbij moeten bedrijven zich aan het meest actuele parkeerbeleid van de gemeente Zevenaar houden. Momenteel is dit het Paraplubestemmingsplan Parkeren gemeente Zevenaar (2019). Ook het fietsparkeren moeten de bedrijven die zich in de toekomst op fase II willen vestigen, op eigen terrein faciliteren. Momenteel zijn hier in het parkeerbeleid van de gemeente Zevenaar geen normen voor opgenomen. Openbaar vervoer
58
bestemmingsplan BusinessPark 7Poort Fase I (vastgesteld)
Het plangebied is momenteel niet goed bereikbaar met het openbaar vervoer. Het treinstation van Zevenaar is op ruim 5 km afstand gelegen. Over de 7Poort en Landeweerdijk rijdt buurtbus 555 (Zevenaar Groot Holthuizen - Schoolstraat, Aerdt), die onder andere station Zevenaar bediend. Deze buurtbus rijdt echter alleen tijdens de spitsperiode 1x/u en wordt met klein materiaal gereden. Binnen de gemeente Zevenaar en de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen bestaat de wens om in de buurt van het plangebied een tweede station (station Zevenaar-Oost) te realiseren. Deze plannen zijn echter op de lange baan geschoven. Het is niet de verwachting dat het station de komende 10 jaar gerealiseerd zal worden. Langzaam verkeer Langs de hoofdwegen door fase I zijn vrijliggende fietspaden voorzien. Deze zijn bijna volledig gerealiseerd. Slechts enkele missende links dienen nog te worden gerealiseerd. Deze staan echter op de planning om gerealiseerd te worden. In het ruimtelijk ontwerp voor fase II is ook rekening gehouden met de realisatie van vrijliggende fietspaden langs een deel van de infrastructuur voor gemotoriseerd verkeer. Dit is wenselijk omdat het mengen van fiets- en vrachtverkeer door de fietser als onveilig ervaren kan worden. Wanneer de fietser een vrijliggende fietsvoorziening heeft of een aangewezen plaats op de weg heeft, komt dit de (ervaren) verkeersveiligheid ten goede.
In de structuurvisie 2030 van de gemeente Zevenaar is bovendien opgenomen dat een hoofdfietsroute gerealiseerd wordt bij de Landeweerdijk, die net ten zuiden van het plangebied gelegen is. Deze kan mogelijk dienen als geschikte fietsontsluiting voor heel BusinessPark 7Poort. Conclusie De verkeersgeneratie van 7Poort fase II bedraagt 7.772 mvt/werkdagetmaal. Er hoeven echter geen aanvullende infrastructurele maatregelen getroffen te worden, bovenop de infrastructurele maatregelen die genomen dienden te worden voor de realisatie van fase I van BusinessPark 7Poort. De bestaande plannen zijn te globaal om een passende parkeerberekening uit te voeren. De bedrijven die zich op fase II van 7Poort gaan vestigen, moeten het parkeren voor hun personeel en bezoekers op eigen terrein faciliteren. Hierbij dienen de bedrijven zich te conformeren aan het meest actuele parkeerbeleid van de gemeente Zevenaar. De bereikbaarheid van het plangebied met het openbaar vervoer is niet goed. Het plangebied is alleen bereikbaar middels buurtbuslijn 555 (Zevenaar Groot Holthuizen – Schoolstraat, Aerdt). De bereikbaarheid van het plangebied voor langzaam verkeer laat in de huidige situatie nog te wensen over. Wanneer de infrastructuur (en de bijbehorende vrijliggende fietspaden) zijn gerealiseerd in zowel fase I als fase II, is de bereikbaarheid voor de fietser echter goed.
Het plan is daarmee vanuit het aspect verkeer planologisch uitvoerbaar.
4.9
Milieuzonering & geluid
In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies (zoals bijvoorbeeld woningen): ter plaatse van deze gevoelige functies een goed woon- en leefmilieu wordt gegarandeerd; rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en de milieuruimte van de betreffende bedrijven. Om de toelaatbaarheid van bedrijfsactiviteiten in dit bestemmingsplan vast te leggen, is een milieuzoneringsonderzoek uitgevoerd (zie Bijlage 13). Doel van het onderzoek is het vaststellen van mogelijke knelpunten vanuit het nieuwe bedrijventerrein op gevoelige functies in de omgeving. Daarbij wordt gekeken naar de hindercontouren voor de milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar van bedrijven en inrichtingen die mogelijk zijn binnen het plangebied. Het onderzoek vindt plaats op basis van de VNG-publicatie ‘bedrijven en milieuzonering.
59
bestemmingsplan BusinessPark 7Poort Fase I (vastgesteld)
Hindercontouren In de VNG publicatie 'bedrijven en milieuzonering' zijn bedrijven ingedeeld in milieucategorieën. In deze publicatie zijn richtafstanden aangegeven tussen milieubelastende functies en milieugevoelige functies. In onderstaande tabel zijn de richtafstanden opgenomen. Tabel 10: Richtafstanden conform VNG-publicatie
Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6
Afstand tot rustige woonwijk 10 30 50 100 200 300 500 700 1.000 1.500
Afstand tot gemengd gebied 0 10 30 50 100 200 300 500 700 1.000
In het bestemmingsplan 7Poort II worden bedrijven tot maximaal categorie 4.2 toegestaan. In onderstaand figuur is de ligging van de toegestane milieucategorieën weergeven.
Figuur 14: Maximaal toegestane milieucategorieën bedrijventerrein 7Poort I I
Om de hindercontouren te bepalen, is van belang om te beoordelen of de omgeving van het plangebied als rustige woonwijk of gemengd gebied kan worden beschouwd. Er is voor gekozen om het gehele gebied als rustige woonwijk te bestempelen. De meest nabijgelegen woonwijk bevindt zich op circa 280 m afstand ten zuidwesten van het bedrijventerrein. Op 120 m afstand wordt een nieuwe woonwijk
60
bestemmingsplan BusinessPark 7Poort Fase I (vastgesteld)
beoogd. Voor de inzichtelijkheid zijn de contouren die gelden voor een gemengd gebied en een rustig gebied beide weergegeven in onderstaand figuur.
Figuur 15: Hindercontouren rondom bedrijventerrein 7Poort II
Binnen de hindercontouren voor een rustige woonwijk liggen geen woningen of andere milieugevoelige functies. Ook de nieuw beoogde woonwijk is buiten deze contouren gesitueerd. Dit betekent dat er geen knelpunten verwacht worden. Conclusie Binnen de hindercontouren van het bedrijventerrein 7Poort II liggen geen milieugevoelige functies. Dit betekent dat er geen belemmeringen zijn voor de ontwikkeling van het bedrijventerrein vanuit het aspect milieuzonering.
61
bestemmingsplan BusinessPark 7Poort Fase I (vastgesteld)
Hoofdstuk 5
5.1
Wijze van bestemmen
Plansystematiek
Het bestemmingsplan bestaat uit de volgende onderdelen: De (plan)regels, waarin de bestemmingen en daarbinnen geldende mogelijkheden zijn uitgewerkt. De verbeelding, die de rol heeft van visualisering van de bestemmingen en de aanduidingen. Deze onderdelen, die juridisch bindend zijn voor eenieder, worden vergezeld door deze toelichting, dat wil zeggen een planbeschrijving die een verantwoording van de gemaakte keuzes, een toelichting op de juridische opzet en een korte beschrijving van de handhavings- en uitvoeringsaspecten bevat. De structuur van het bestemmingsplan dient conform artikel 3.3.2 van het Bro te voldoen aan de "Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen" (SVBP2012). Dit houdt in dat de verschijningsvorm van dit bestemmingsplan en een aantal van de daarin gehanteerde begrippen zijn gestandaardiseerd.
5.2
Opzet van de regels
De planregels hebben conform de SVBP2012 een vaste opbouw. Aan de hand van deze opbouw wordt de opzet van de regels in deze paragraaf besproken. 5.2.1
Inleidende regels
Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels en omvat twee artikelen. Artikel 1 Begrippen In de begripsregels worden omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Alleen die begripsregels worden opgenomen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Voor sommige begrippen worden in de SVBP2012 omschrijvingen gegeven. Deze zijn overgenomen Artikel 2 Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden en oppervlakten te bepalen, wordt in de ‘wijze van meten’ uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden. In de wijze van meten zijn tevens regels opgenomen ten aanzien meetbepalingen met betrekking tot parkeren. 5.2.2
Bestemmingsregels
In Hoofdstuk 2 zijn regels gegeven voor de binnen het plangebied voorkomende bestemmingen, zoals aangegeven op de verbeelding: In de bestemmingsomschrijving zijn de toegelaten gebruiksvormen van de gronden aangegeven. In de bouwregels is bepaald welke bouwwerken zijn toegestaan binnen de bestemming. In de gebruiksregels is bepaald welk gebruik is toegestaan. Het vormt een aanvulling op de bestemmingsomschrijving. Het gebruik dat als strijdig wordt gezien, is onder het hoofdstuk Algemene regels opgenomen. In de afwijkingsregels van bouwen en gebruik is aangegeven onder welke voorwaarden van welke bepalingen kan worden afgeweken. Omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden zijn in algemene zin gekoppeld aan ingrepen in de onderste laag (bodem, water, et
62
bestemmingsplan BusinessPark 7Poort Fase I (vastgesteld)
cetera). Deze omgevingsvergunningen zullen worden ingezet om de landschappelijke kwaliteiten, natuurwaarden en archeologische waarden te beschermen en te behouden. 5.2.3
Algemene regels
Hoofdstuk 3 bevat de volgende algemene regels: De anti-dubbeltelregel: Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing. Algemene bouwregels: in de algemene bouwregels is aangegeven dat wanneer de bestaande goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, inhoud en/of de afstand tot een op de verbeelding aangegeven lijn van bouwwerken, die legaal tot stand zijn gekomen, op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van het plan minder dan wel meer bedraagt dan in de bouwregels in hoofdstuk 2 van deze regels is voorgeschreven respectievelijk toegestaan, die afwijkende goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, inhoud en/of afstand als minimaal respectievelijk maximaal is toegestaan. Algemene gebruiksregels: in de algemene gebruiksregels is aangegeven welk gebruik in ieder geval strijdig is met het bestemmingsplan. Verder is een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor het uitvoeren van natuuronderzoek. Algemene afwijkingsregels: in het bestemmingsplan is een aantal algemene afwijkingsregels opgenomen. Het betreft een flexibiliteitsregeling die het mogelijk maakt om op kleine onderdelen af te wijken van de regels van het plan, bijvoorbeeld als gevolg van in de praktijk vaak voorkomende problemen met het uitmeten van terreinen.
De in het plan opgenomen afwijkingsmogelijkheden bieden de mogelijkheid om veranderingen relatief snel, na een korte procedure mogelijk te maken. Aan het gebruik van deze binnenplanse afwijkingen is wel een aantal voorwaarden verbonden. Deze voorwaarden zijn opgenomen in de planregels. Het doel van het opnemen van deze voorwaarden is om te voorkomen dat er een stedenbouwkundige, planologische of anderszins onaanvaardbare situatie zal ontstaan. De rechtszekerheid voor belanghebbenden is verzekerd doordat er voor deze afwijkingsbevoegdheden een separate procedure moet worden doorlopen die de nodige rechtswaarborgen biedt. Overige regels: hier zijn algemene voor alle bestemmingen geldende regels opgenomen, tenzij in die bestemmingen anders is bepaald. In dit plan betreft het de regeling voor parkeren. 5.2.4
Overgangs- en slotregels
Hoofdstuk 4 van de regels bevat twee artikelen. In het eerste artikel is het overgangsrecht opgenomen, zoals dat wettelijk is voorgeschreven. Het tweede artikel bevat de slotregel. In de slotregel is aangegeven hoe de regels kunnen worden aangehaald. Op basis van het overgangsrecht kunnen bestaande afwijkingen ten opzichte van het bestemmingsplan worden voortgezet, tenzij deze op illegale manier tot stand zijn gekomen. Als er geen sprake is van illegale situaties, kan de bestaande situatie worden gecontinueerd. Hierdoor kunnen van het bestemmingsplan afwijkende gebouwen in stand worden gehouden en kan van het bestemmingsplan afwijkend bestaand gebruik worden voortgezet.
5.3
De bestemmingen
Hierna volgt een korte toelichting op de in dit bestemmingsplan opgenomen bestemmingen.
5.3.1
Bedrijventerrein (artikel 3)
Binnen de bestemming 'Bedrijventerrein' is aangegeven welke bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan. In de regels is opgenomen dat er uitsluitend bedrijven gevestigd mogen worden in de categorieën 2 tot en met 4.2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten. Nieuwvestiging van bedrijven in een lichtere of zwaardere categorie is niet mogelijk. Binnen de bestemming ‘Bedrijventerrein’ is per bestemmingsvlak één groot bouwvlak opgenomen waarbinnen de bedrijfsgebouwen mogen worden opgericht. Een minimum
63
bestemmingsplan BusinessPark 7Poort Fase I (vastgesteld)
bebouwingspercentage en een maximale bouwhoogte geven de kaders van bebouwing aan. 5.3.2
Groen (artikel 4)
De bestemming 'Groen' omvat onder meer de brede bermen langs wegen en andere structurele groenvoorzieningen en watervoorzieningen. Het gaat daarbij om groenelementen, die visueel/ landschappelijk van betekenis zijn en/of welke een visuele afschermende werking hebben van activiteiten, infrastructuur of gebouwen, en watervoorzieningen zijnde water, waterlopen, waterberging en waterhuishoudkundige voorzieningen. Binnen deze bestemming zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouw zijnde, toegestaan. Via binnenplanse afwijking zijn er wegen en parkeervoorzieningen mogelijk, mits het structurele karakter van de groenzone in stand blijft. 5.3.3
Verkeer (artikel 5)
De bestemming 'Verkeer' regelt de doorgaande verkeersweg binnen het plangebied. Binnen deze bestemming zijn zowel gebouwen als bouwwerken, geen gebouw zijnde, toegestaan. 5.3.4
Verkeer - Verblijf (artikel 6)
De bestemming ‘VeVeVerkeer - Verblijfsgebiedvat de erftoegangswegen en voet- en fietspaden en parkeervoorzieningen. In deze bestemming is de aanleg van parkeervoorzieningen mogelijk. 5.3.5
Water (artikel 7)
De bestemming Water omvat voorzieningen, die noodzakelijk zijn voor de waterhuishouding, waaronder oppervlaktewater, schouwpaden, duikers, sluizen, bruggen etc. In deze bestemming is de mogelijkheid opgenomen om gronden te gebruiken als groenvoorziening. Er zijn geen gebouwen toegestaan binnen deze bestemming. 5.3.6 Waarde - Archeologie hoge verwachting en Waarde - Archeologie middelmatige waarde (dubbelbestemmingen; artikel 8, 9 en 10) De gronden binnen deze dubbelbestemmingen zijn behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. Daartoe zijn regels opgenomen die archeologische waarden beschermen in relatie tot bodemingrepen. Hiertoe heeft de gemeente haar gronden verdeeld in meerdere categorieën. De verschillende gebieden zijn door middel van een aparte dubbelbestemming (Waarde - Archeologie lage verwachting, Waarde - Archeologie middelmatige verwachting en Waarde - Archeologie hoge verwachting) overgenomen in het bestemmingsplan. Ter bescherming van deze waarden zijn gebruiksregels en een omgevingsvergunningstelsel opgenomen met daarbij een onderzoeksverplichting. Het bestemmingsregime is afhankelijk van de aangetoonde waarde en de hoogte van de verwachting.
In het belang van de te beschermen archeologische waarden kunnen middels een omgevingsvergunning voorwaarden worden gesteld aan de gewenste uit te voeren werkzaamheden. 5.3.7
Waarde - Archeologie oppervlaktewater (dubbelbestemming; artikel 11)
De gronden binnen deze dubbelbestemming Waarde - Archeologie oppervlaktewater zijn behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud van archeologische waarden. Bodemingrepen kleiner dan 2.500 m² en tot een diepte van 0,5 m en een waterdiepte tot 1,5 m zijn niet vergunningplichtig voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden.
64
bestemmingsplan BusinessPark 7Poort Fase I (vastgesteld)
5.4
Handhaving
Een bestemmingsplan is voor de gemeente een belangrijk instrument om haar ruimtelijk beleid vorm te geven. Door middel van een combinatie van positieve bestemmingen en het uitsluiten van bepaalde activiteiten en functies kan sturing plaatsvinden van gewenste en ongewenste ontwikkelingen. Een belangrijk aspect hierbij is de handhaving en het toezicht op de naleving van het bestemmingsplan. Deze handhaving is van cruciaal belang om de in het plan opgenomen ruimtelijke kwaliteiten ook op langere termijn daadwerkelijk te kunnen vasthouden. Daarnaast is de handhaving van belang uit een oogpunt van rechtszekerheid: alle bewoners en gebruikers dienen door de gemeente op eenzelfde wijze daadwerkelijk aan het plan te worden gehouden. In dit bestemmingsplan is daarom gestreefd naar een zo groot mogelijke eenvoud van in het bijzonder de regels. Hoe groter de eenvoud (en daarmee de toegankelijkheid en leesbaarheid), hoe groter in de praktijk de mogelijkheden om toe te zien op de naleving van het plan. Hoe minder knellend de regels zijn, hoe kleiner de kans dat men de regels overtreedt. In de bouwregels zijn maten opgenomen die van toepassing zijn op gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
Te realiseren gebouwen en andere bouwwerken moeten voldoen aan deze maatvoering, zo niet, dan kan het college van burgemeester en wethouders, indien ze niet voornemens zijn om van de regels af te wijken, geen omgevingsvergunning voor het bouwen verlenen. Gebruiksregels worden opgenomen om gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken en ongewenste ontwikkelingen uit te sluiten. Toetsing aan de gebruiksregels is aan de orde bij functiewisseling of nieuwe vestiging. De doelstellingen van het ruimtelijk beleid kunnen slechts verwezenlijkt worden, indien de regels van het bestemmingsplan worden nageleefd. De gemeente dient op de eerste plaats zelf haar regels na te leven en vervolgens dient de gemeente er zorg voor te dragen dat anderen deze regels naleven.
65
bestemmingsplan BusinessPark 7Poort Fase I (vastgesteld)
Hoofdstuk 6 Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid
6.1
Economische uitvoerbaarheid
Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient bij een bestemmingsplan de economische uitvoerbaarheid te worden aangetoond. De realisatie van 7Poort fase II is aan te merken als een bouwplan in de zin van artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening juncto artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Dat betekent in principe dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld of een anterieure overeenkomst moet worden gesloten. Voor 7Poort fase II wordt een exploitatieplan vastgesteld. Het exploitatieplan is gelijktijdig ter inzage gelegd met voorliggend bestemmingsplan. Ten behoeve van de ontwikkeling van 7Poort fase II is er een financiële haalbaarheidsanalyse uitgevoerd. Uit deze eerste financiële haalbaarheidsanalyse en de actualisatie hiervan, blijkt dat de ontwikkeling van 7Poort fase II financieel economisch uitvoerbaar is. Hierbij is rekening gehouden met marktconforme uitgangspunten op het gebied van bijvoorbeeld verwervingsprijs, uitgifteprijs, bouwkosten en rentepercentage.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
6.2.1
Participatie
Aanleiding Het bedrijventerrein BusinessPark 7Poort is nagenoeg vol. Door het bestaande bedrijventerrein uit te breiden ontstaat er ruimte om te voldoen aan de vraag naar kavels. De uitbreiding van 7Poort komt in het verlengde van het bestaande bedrijventerrein, ten oosten van Zevenaar en langs de A12: 7PoortII. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken heeft de gemeente Zevenaar dan ook als eerste de Wet Voorkeursrecht Gemeente gevestigd op het gebied. In het proces om te komen tot een nieuw bedrijventerrein is participatie belangrijk, hiervoor is een korte aanpak beschreven Bijlage 14. Doel Het doel van participatie is dan ook om de verschillende belangen en wensen vanuit de omgeving te inventariseren. Waar mogelijk worden de belangen/wensen meegenomen in het ontwerp van het gebied. Communicatievormen Met het ontwerp bestemmingsplan is een eerste stap gezet in het specifiek betrekken van de directe omgeving. In het voortraject zijn direct belanghebbenden zoals grondeigenaren en instanties al geraadpleegd. Verder is met diverse instanties in het kader van artikel 3.1.1. Besluit ruimtelijke ordening overleg gevoerd over het bestemmingsplan. Ook is de Adviesraad Groot Holthuizen geïnformeerd over de uitbreiding van 7Poort en is de Dorpsraad Babberich bijgepraat over de nieuwe ontwikkeling.
Op maandag 15 januari heeft er een inloopbijeenkomst plaatsgevonden voor alle grondeigenaren en belanghebbenden.
66
bestemmingsplan BusinessPark 7Poort Fase I (vastgesteld)
6.2.2
Vooroverleg
Op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het bestuursorgaan dat is belast met de voorbereiding van een bestemmingsplan verplicht om daarbij overleg te plegen met de besturen van betrokken gemeenten, waterschappen en die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening. Het bestemmingsplan is daartoe verzonden naar de volgende instanties: Gasunie Rijkswaterstaat Alliander Waterschap Rijn en IJssel Gemeente Montferland Provincie Gelderland De ingekomen reacties van voorstaande instanties zijn voorzien van een gemeentelijk antwoord en opgenomen in de Nota vooroverleg (zie Bijlage 15). De vooroverlegpartners die dikgedrukt staan, zijn met een reactie gekomen. Deze reacties zijn, voor zover ruimtelijk relevant, vervolgens in het ontwerp bestemmingsplan verwerkt.
6.2.3
Zienswijzen
Op de voorbereiding van het besluit omtrent de aanpassingen is de in artikel 3.8 Wro geregelde procedure van toepassing, dat wil zeggen dat het ontwerp gedurende zes weken ter inzage dient te liggen, waarbinnen eenieder zijn zienswijze kenbaar heeft kunnen maken. Het ontwerp bestemmingsplan heeft ingevolge artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening in de periode van 13 januari 2024 tot en met 23 februari 2024 ter inzage gelegen, met de mogelijkheid (schriftelijke) zienswijzen in te dienen tot en met 23 februari 2024. In een separate zienswijzennota zijn de ingekomen zienswijzen inhoudelijk weergegeven en is een reactie terzake gegeven. Daarnaast komen ook de ambtshalve wijzigingen aan bod. De zienswijzennota is opgenomen in bijlage Bijlage 16.
67
bestemmingsplan BusinessPark 7Poort Fase I (vastgesteld)
Bijlagen bij regels Bijlage 1
Staat van bedrijfsactiviteiten
Bijlage 2
Beeldkwaliteitsplan
Bijlagen bij toelichting Bijlage 1
Ruimtelijk ontwerp gemeente
Bijlage 2
Beeldkwaliteitsplan
Bijlage 3
Duurzaamheidsvisie
Bijlage 4
M.e.r.-beoordeling
Bijlage 5
Bureauonderzoek Archeologie
Bijlage 6
Voortoets stikstof
Bijlage 7
QuickScan Wet natuurbescherming
Bijlage 8
Soortgericht onderzoek
Bijlage 9
Vooronderzoek Bodem
Bijlage 10
Watertoets
Bijlage 11
Onderzoek Externe Veiligheid
Bijlage 12
Verkeerstoets
Bijlage 13
Memo milieuzonering en geluid
Bijlage 14
Participatie 7Poort II
Bijlage 15
Nota vooroverleg
Bijlage 16
Zienswijzennota
68
Arcadis Nederland B.V. www.arcadis.com