Bijlage 4. 1281842 - Toelichting bestemmingsplan BusinessPark 7Poort fase II
Tekst van het document
Bestemmingsplan BusinessPark 7Poort Fase II Gemeente Zevenaar
NL.IMRO.0299.BP55ZEVENPRTII-VA02 VASTGESTELD 18 december 2025
Contactpersoon Arcadis Nederland BV T M E
Arcadis Nederland B.V.
bestemmingsplan BusinessPark 7Poort Fase I (vastgesteld)
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk 1
5 Inleiding
5
1.1
Aanleiding
5
1.2
Plangebied
5
1.3
Vigerende bestemmingsplannen
6
1.4
Planopzet
6
1.5
Leeswijzer
7
Hoofdstuk 2
Planbeschrijving
8
2.1
Potentie 7Poort fase II
8
2.2
Inrichting 7Poort fase II
8
Hoofdstuk 3
Beleidskader
14
3.1
Rijksbeleid
14
3.2
Provinciaal beleid
16
3.3
Regionaal beleid
18
3.4
Gemeentelijk beleid
24
Hoofdstuk 4 4.1
Milieu- en waardenaspecten
Ladder voor duurzame verstedelijking
27 27
3
bestemmingsplan BusinessPark 7Poort Fase I (vastgesteld)
4.2
M.e.r.-beoordeling
29
4.3
Archeologie
34
4.4
Natuur
37
4.5
Bodem
42
4.6
Water
44
4.7
Externe veiligheid
51
4.8
Verkeer en parkeren
56
4.9
Milieuzonering & geluid
59
Hoofdstuk 5
Wijze van bestemmen
62
5.1
Plansystematiek
62
5.2
Opzet van de regels
62
5.3
De bestemmingen
63
5.4
Handhaving
65
Hoofdstuk 6 Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid
66
6.1
Economische uitvoerbaarheid
66
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
66
4
bestemmingsplan BusinessPark 7Poort Fase I (vastgesteld)
Toelichting Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding
De gemeente Zevenaar heeft het bedrijventerrein BusinessPark 7Poort fase I succesvol ontwikkeld. 7poort fase I is zo goed als volledig uitgegeven. Om te kunnen blijven voorzien in voldoende uitgeefbaar bedrijventerrein, zet de gemeente daarom in op de ontwikkeling van het BusinessPark 7Poort II (hierna 7Poort fase II). Op deze manier wil de gemeente ook in de toekomst ruimte bieden aan de vraag naar bedrijfskavels. Sinds 2016 is de vraag naar en uitgifte van bedrijventerreinen steeds hoger dan de voorspellingen en ver boven de langjarige gemiddelden. De gemeente Zevenaar heeft een zeer grote actuele vraag naar bedrijfskavels. Begin 2023 is er een lijst samengesteld met ongeveer 60 bedrijven, ontwikkelaars en tussenpersonen die interesse hebben getoond in een kavel op 7Poort fase II. De ontwikkeling van het bedrijventerrein 7Poort fase II heeft een omvang van circa 36,6 hectare. Het bedrijventerrein zal zich richten op maakindustrie, logistiek en (gemengde) lokale bedrijven. Naast bedrijfskavels wordt er ook een wegenstructuur aangelegd en een groen-blauw structuur aangebracht. In de Structuurvisie van Zevenaar is 7Poort fase II opgenomen als mogelijke locatie voor de ontwikkeling van een nieuw bedrijventerrein met een focus op maakindustrie, logistiek en (gemengd) lokale bedrijven.
Om de ontwikkeling van 7Poort fase II planologisch mogelijk te maken, is voorliggend bestemmingsplan opgesteld.
1.2
Plangebied
Het plangebied voor 7Poort fase II ligt ten zuiden van de A12 en bestaat uit de zone ten oosten van het huidige 7Poort fase I. Het BusinessPark ligt verder aan de oostkant van de stad Zevenaar en aan de noordwestzijde van de kern van Babberich. Tevens ligt 7Poort fase II in de nabijheid van de snelwegen A12, A18 en de toekomstige A15. Langs de zuidzijde van het plangebied ligt de watergang Hengelder Leigraaf. Het huidige gebruik bestaat hoofdzakelijk uit agrarische gronden, bedrijvigheid en de voormalige buitenplaats De Hees. In het plangebied ligt verder een oude boerderij ten noorden van het gebied waar in de buurt ook een plas aanwezig is. Tot slot ligt aan de oostkant, net buiten het plangebied, het Melkveebedrijf De Vlottenburg.
5
bestemmingsplan BusinessPark 7Poort Fase I (vastgesteld)
Figuur 1: Het plangebied
1.3
Vigerende bestemmingsplannen
Bij de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan komt het onderstaande bestemmingsplan voor dit plangebied te vervallen. Bestemmingsplan buitengebied Zevenaar Noord 2018
Vastgesteld door de gemeenteraad 10 juni 2020
Op basis van het bovenstaande bestemmingsplan is de beoogde uitbreiding van het bedrijventerrein planologisch-juridisch niet passend. Om de ontwikkeling van 7Poort fase II planologisch mogelijk te maken, is voorliggend bestemmingsplan opgesteld.
1.4
Planopzet
Het bestemmingsplan bestaat formeel uit twee onderdelen: een verbeelding (NL.IMRO.0299.BP55ZEVENPRTII-ON01), waarop de bestemmingen in het plangebied zijn weergegeven. Deze bestemmingen (met eventuele specifieke aanduidingen) zijn gerelateerd aan de in de planregels opgenomen juridische regeling. de planregels waarin het gebruik van de binnen het plangebied aangegeven gronden en bouwwerken juridisch is geregeld. Deze regels zijn in de "Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012" (SVBP2012) zoveel mogelijk gestandaardiseerd (o.a. volgorde, indeling, benaming, begripsbepalingen, overgangsbepalingen en de slotbepaling). Deze twee onderdelen dienen in samenhang te worden bekeken en zijn juridisch bindend. Het bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting waarin de aan het plan ten grondslag liggende gedachten en de verantwoording als bedoeld in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) zijn opgenomen. Ook maken de uitkomsten van het overleg als bedoeld in artikel 3.1.1. Bro deel uit van
6
bestemmingsplan BusinessPark 7Poort Fase I (vastgesteld)
de toelichting.
1.5
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige en de toekomstige situatie van het plangebied. In hoofdstuk 3 worden, voor zover relevant, in hoofdlijnen de beleidsdocumenten die door de te onderscheiden overheden zijn gepubliceerd, beschreven. De vergunbaarheid vanuit verschillende milieu-aspecten komt vervolgens in hoofdstuk 4 aan bod. Hoofdstuk 5 gaat in op de juridische regeling van het bestemmingsplan en in hoofdstuk 6 worden zowel de economische als maatschappelijke uitvoerbaarheid beschreven.
7
bestemmingsplan BusinessPark 7Poort Fase I (vastgesteld)
Hoofdstuk 2
Planbeschrijving
2.1
Potentie 7Poort fase II
2.1.1
De bereikbaarheid en infrastructuur
BusinessPark 7Poort maakt deel uit van de logistieke hotspot EMZ (Emmerich- Montferland- Zevenaar) en kan multimodaal goed worden ontsloten. Het bedrijventerrein heeft een unieke ligging tussen de economische hotspots in Nederland, Duitsland en het Europese achterland, waarbij verschillende vervoersmodaliteiten kunnen worden ingezet. De belangrijkste modaliteit voor 7Poort fase I is het vervoer over de weg. Het terrein grenst direct aan de A12 en ligt in het verlengde van de BAB3-autosnelweg in Duitsland. Daar komt bij dat het terrein op een strategische locatie ligt in de corridor Amsterdam-Duisburg. Door de aanleg van een nieuwe op -en afrit nabij 7Poort fase I ontstaat er een directe aansluiting op de A12. Daarnaast zal de A12 worden verbreed, waardoor er sprake zal zijn van een betere doorstroming en de bereikbaarheid van 7Poort fase II versneld en verbeterd wordt. Het doortrekken van de A15 zorgt ervoor dat er een directe verbinding ontstaat tussen de haven in Rotterdam en Duitsland. 2.1.2
De positie van 7Poort fase II
Met 7Poort fase II wordt voorzien in een mix van (maak)industriële, (XXL) logistieke en klassiek-gemengde bedrijven. Met deze combinatie wordt voortgeborduurd op de werkmilieus die al op 7Poort fase I zijn gevestigd. Het bedrijventerrein speelt daarmee in op lokale en regionale ontwikkelingen. De regio Arnhem-Nijmegen, waar 7Poort fase II onderdeel van uitmaakt, is volop in ontwikkeling en heeft zich onder de naam Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen in de afgelopen jaren ontwikkeld tot een samenhangende stedelijke regio. Hierbij wordt vooral ingezet op de clusters Health & Hightech, Energy en Food. 7Poort fase II levert mogelijkheden om te voorzien in hoogwaardige industrie, clusters Health & Hightech, Energy en Food alsmede de verbetering van de duurzame en slimme logistiek. De nadruk ligt voornamelijk op maakindustrie, (XXL) logistiek en (gemengde) lokale bedrijven. Aan de ene kant omdat er ruimte is voor de ontwikkeling van innovatieve stadsdistributie en aan de andere kant omdat er binnen het Knooppunt EMZ (Emmerich - Montferland - Zevenaar) multimodale mogelijkheden aanwezig zijn om te voorzien in duurzame handel-, opslag- en supplychain concepten.
2.2
Inrichting 7Poort fase II
Op basis van de stedenbouwkundige- en landschappelijke kwaliteiten, evenals de kenmerken en ambities op het gebied van klimaatadaptatie, duurzaamheid en multifunctioneel ruimtegebruik, is een ruimtelijke visie opgesteld voor 7Poort fase II. Als vervolg op de visie is een ruimtelijk ontwerp gemaakt (zie Bijlage 1). Het ontwerp laat in grote lijnen het gewenste eindbeeld zien, waarbij is aangegeven op welke manier en met wat voor ruimtelijke uitgangspunten een kwaliteitsverbetering kan worden bereikt. In de visie en het ontwerp is voortgeborduurd op de belangrijkste provinciale doelen voor het verduurzamen van bedrijventerreinen, en op de gemeentelijke klimaatdoelstellingen. Voor de ontwikkeling van 7Poort fase II is ook een beeldkwaliteitsplan opgesteld, zie Bijlage 2.
8
bestemmingsplan BusinessPark 7Poort Fase I (vastgesteld)
Figuur 2: Ruimtelijk ontwerp
2.2.1
Stedenbouwkundige opzet
Met de ontwikkeling 7Poort II wordt in de basis uitvoering gegeven aan de reeds in de Structuurvisie Zevenaar 2030 genoemde verdere verstedelijking in zuidoostelijke richting. Hierbij wordt feitelijk ingezet op het verder begeleiden van de zuidzijde van de A12 corridor met bedrijventerrein als vervolg op het grotendeels afgeronde bedrijventerrein 7Poort. 7Poort (inclusief de deelgebieden Landeweer en Stationspoort) was onderdeel was van een groter Masterplan Zevenaar Oost waarbinnen naast nieuw bedrijventerrein ook een forse nieuwe woonwijk (Groot Holthuizen) was voorzien, beide gelegen binnen een landschappelijk raamwerk. Ook bij de ontwikkeling 7Poort II worden nieuw bedrijventerrein, woningbouw en een robuuste landschappelijke context gecombineerd als logische voortzetting van Zevenaar Oost. De basis hiertoe is inmiddels ook opgenomen in de regionale Verstedelijkingsstrategie, de visie Witte Kruis en de concept Omgevingsvisie Zevenaar 2040. Ook maakt een robuust toekomstbeeld voor de ontsluitingsstructuur inmiddels deel uit van de plannen. Hierbij wordt de doortrekking Witte Kruis enerzijds ingezet voor een goede verbinding van Babberich en Gelders Eiland richting de nieuwe A12 aansluiting bij Hengelder. Anderzijds wordt de rotonde Hoofdlaan en Exa een volwaardig verdeelpunt met een nieuwe hoofd ontsluitingsweg in oostelijke richting voor 7Poort II en Groot Holthuizen II.
Deze verbinding biedt op termijn kansen op een volwaardige verbinding richting de A12 aansluiting bij Beek/Transito waardoor een robuuste alternatieve hoofdontsluiting ontstaat voor geheel Zevenaar Oost. Deze route kan daarnaast fungeren als 'randweg' om Babberich heen, waardoor de Dorpsstraat en Beekseweg in de kern zelf ontlast kunnen worden. Hoofdstructuren Herkenbare en functioneel gebleken structuren vanuit 7Poort worden in 7Poort II verder doorgezet, zowel de landschappelijke elementen als de infrastructuur krijgen daarmee een herkenbaar vervolg in de
9
bestemmingsplan BusinessPark 7Poort Fase I (vastgesteld)
uitbreiding. Zo worden aan de noordzijde van de Wal Masque afgeleide grondlichamen en beplantingsvormen doorgezet als filterende elementen die de grote impact van bedrijfspanden afzwakken en focus aanbrengen op enkele representatieve punten. De waardevolle erfsetting met veel opgaand groen wordt ingepast en krijgt hierbinnen een bijzondere plek, nog steeds zichtbaar vanaf de A12. Samen met het Bosje van Hees en de groene wig, die in zuidelijke richting doorloopt tot aan de toekomstige woonwijk, ontstaat een groen hart voor het bedrijventerrein met een forse maat. Aan de buitenranden wordt ingezet op een ruim en groen profiel met structurerende groenelementen die op verschillende hoogtes voor afscherming kunnen zorgen. Op lage hoogte kunnen schanskorven en haagstructuren hierin voorzien. Boomkronen van forse bomenrijen nemen het hogere deel voor hun rekening en in de tussenzone is ruimte voor hoge haagstructuren of singelbeplanting. Het riante profiel van de Hoofdlaan uit 7Poort vormt hierbij een minimum dat aan de zuidzijde richting de toekomstige woninguitbreiding tot minimaal 100-120 meter wordt verruimd met voldoende ruimte voor groen en waterbeleving. Een deel van deze ruimte wordt binnen 7Poort II geborgd, het andere deel wordt onderdeel van de woonwijkontwikkeling.
De interne bedrijfsstraten zijn eveneens afgeleid van 7Poort en krijgen een vergelijkbaar wegprofiel met tenminste een eenzijdige bomenrij. Deze straten kennen zoveel mogelijk een logische rechte structuur met aan de noordzijde een koppeling op de weg Micro van 7Poort en aan de zuidzijde verbindingen op een tweetal rotondes op de hoofdontsluitingsweg. Vrijwel haaks door het bedrijventerrein loopt een bedrijfsstraat als as van de centrale rotonde richting viaduct Ravenstraat met hieraan gekoppeld een vrij liggend fietspad dat voor een groot deel van het bedrijventerrein kan voorzien in een veilige en prettige fietsverbinding. Doordat deze route een afwisseling van groen en bedrijfsbebouwing kent en de ingepaste landschapselementen nadrukkelijk beleefbaar maakt, is deze ook aantrekkelijk met mogelijkheden voor voldoende schaduwwerking. Binnen de gehele groene structuur kan ruimte gevonden worden om tal van ambities voor het nieuwe bedrijventerrein te laten landen. Door de gehanteerde maatvoering kan, los van de harde invulling van de kavels, binnen het plangebied in een uitgebreid padenstelsel door het groen worden voorzien met mogelijkheden voor afwisselende ommetjes voor zowel werknemers als de omwonenden in de naastgelegen woonbuurten.
De maat van de groenstructuur met hierbinnen de inpassing van bestaande elementen en ruimte voor nieuw groen en water biedt een goede basis voor een klimaatadaptief ingericht bedrijventerrein met aandacht voor waterberging, aanpak hittestress en het vergroten van de biodiversiteit. Om de doelen op deze vlakken te behalen, wordt er nadrukkelijk ook extra inspanning verlangd bij de kavelinvulling door de bedrijven. Deze worden met de aanvullende beeldkwaliteitseisen uitgedaagd om verder te gaan dan enkel de bouw van een duurzaam bedrijfspand, maar ook om te investeren in zaken als natuurinclusiviteit, groene gevels, reducering verhard oppervlak en dergelijke. De gehele openbare buitenruimte zal in inrichtingsplannen nader worden uitgewerkt om zo een goede basis te vormen voor de bovengenoemde ambities. Kavels De hoofdopzet voorziet in een globale indeling van de uitgeefbare gronden met voldoende flexibiliteit om tegemoet te komen aan wisselende vragen vanuit de markt. De centrale west-oost as met het hieraan gekoppelde fietspad biedt in de basis de ruimte inclusief goede fietsbereikbaarheid voor de kleinere kavels. De bijbehorende bebouwing van de kleinere kavels resulteert door de diversiteit aan bouwvormen in een drukker bebouwingsbeeld.
Door deze bebouwing helder in lijn binnen het rechte profiel te plaatsen, met oog voor doorlopende rooilijnen en uniformiteit in erfafscheidingen (nader te bepalen in de kavelpaspoorten), kan desondanks rust in het straatbeeld geborgd worden. De nabijheid van een aantrekkelijke groene omgeving verhoudt zich goed tot het relatief hoge aantal werknemers binnen het plangebied.
10
bestemmingsplan BusinessPark 7Poort Fase I (vastgesteld)
Figuur 3: Beoogde schaalgroottes bedrijfspanden
Het gebied ten noorden van de as en de westkant van het bedrijventerrein is primair bedoeld voor de middelgrote kavels waardoor de hoeveelheid wegverharding beperkt en logisch is. Enkele kavels kennen daarbij enkele prominente hoeken die vanuit de omliggende omgeving beleefbaar en beeldbepalend zijn voor het bedrijventerrein. Deze zijn gelegen richting Hoofdlaan of snelweg. Hierbij wordt in aanzet gekoerst op hoogwaardige verbijzonderingen in de architectuur door bijvoorbeeld juist de kantoordelen hier te situeren of andere accenten te introduceren. Dit als tegenhanger van de veelal minder interessante en voornamelijk functionele hallenbouw die bij voorkeur grotendeels door groen aan het zicht wordt onttrokken of simpelweg is ingebouwd door andere bedrijfsbebouwing. In het zuiden aan de rand van het terrein wordt ingestoken op de grotere kavels, echter nog altijd een heel stuk beperkter dan de XXL, zoals op 7Poort. De bijbehorende bebouwing is daarmee weliswaar van grotere maat, maar niet per se hoger dan elders op 7Poort. Hoewel de schaalsprong richting de zuidelijke woongebieden fors is, levert een dergelijk bebouwing veelal juist ruimtelijk een rustiger beeld op, gevormd door sobere heldere gevels die als achtergrond fungeren voor het groene profiel van de hoofdontsluiting en daarmee slechts beperkt aandacht vragen.
Een invulling met grotere bedrijven maakt dat een veelheid aan interne bedrijfsstraten achterwege kan blijven. Mocht de markt na verloop van tijd wezenlijk anders uitpakken, dan liggen er alsnog goede kansen om met beperkte toevoeging van wegverharding te komen tot een aangepast opzet met kleinere kavels. Ook binnen dit zuidelijke deel zijn een aantal plekken aangemerkt als prominente hoeken, met name richting de rotondes aan de zuidkant, waar vormgeving van de bedrijfsbebouwing extra aandacht vraagt. De kleinere kavels kunnen een omvang hebben van bijvoorbeeld 0,7 en 0,9 hectare. De grotere kunnen een omvang hebben variërend van 2 hectare tot 7 hectare. Maximaal 7 hectare van het terrein mag gebruikt worden voor XXL logistiek. Er wordt gesproken van XXL logistiek bij een logistiek bedrijf van 4 hectare of groter. Alle individuele kavels worden uitgegeven met een kavelpaspoort waarin erfafscheidingen, inritten, en
11
bestemmingsplan BusinessPark 7Poort Fase I (vastgesteld)
bouwmogelijkheden worden vastgelegd om zo de eenheid binnen het gehele terrein te waarborgen. Het centrale erf Als bijzonder element vanuit de historie is het centraal gelegen erf als bijzonder element ingepast in het plan waarbij het woonhuis met een nieuwe invulling kan blijven bestaan en waar schuurvolumes (bestaand en nieuw) samen met de omliggende buitenruimte een bijzonder ensemble kunnen vormen dat zich onderscheid van de omliggende bedrijvigheid. Hier kunnen aan de bedrijvigheid gelieerde functies passend op een bedrijventerrein mogelijk een plek krijgen., bijvoorbeeld als Hierbij kan gedacht worden aan een ontmoetingsplek, broedplaats, en ruimte voor startups, innovatie, flexplekken of beheerfuncties. 2.2.2
Infrastructuur
De ontwikkellocatie 7Poort fase II takt aan op de bestaande infrastructuur van 7Poort fase I. Vanaf de rotonde bij de Landeweerdijk wordt een hoofdlaan het gebied 7Poort fase II in noordoostelijke richting binnengetrokken. De gemeente is in de toekomst voornemens om het Witte Kruis door te trekken richting deze rotonde, waarmee een direct verbinding ontstaat tussen 7Poort en de N336. Met deze toekomstige ontwikkeling is in het ontwerp van 7Poort II al rekening gehouden. Vanaf de rotonde bij de Landeweerdijk wordt aan de zuidzijde van het plangebied ook een hoofdweg voorzien richting de Ravenstraat. Deze weg kan in de toekomst ook vigeren als ontsluitingsweg voor mogelijke woningbouwontwikkelingen. Op deze weg wordt een tweede rotonde voorzien, vanaf het punt waar een weg in noordwestelijke richting door het plangebied gaat richting de Micro weg op het bestaande bedrijventerrein 7Poort. Aan de oostzijde van het plangebied zijn ook interne bedrijfsstraten voorzien. Deze zullen op de hoofdweg aan de zuidzijde aantakken middels een rotonde. Vanuit de omgeving liggen er verder verschillende recreatieve routes waarop kan worden aangesloten bij de ontwikkeling van het gebied. Belangrijke verbinding aan de noordzijde is de aansluiting met het Hazenpad. Door deze te verbinden worden werknemers uit de omgeving gestimuleerd op de fiets naar het werk te komen.
Hiermee haakt het gebied aan op haar omgeving. Bij eventuele calamiteiten zijn er voldoende vluchtmogelijkheden. In de planontwikkeling zijn een aantal nieuwe fietspaden opgenomen die aansluiten op bestaande fietsen kavelpaden vanuit de omgeving. Parallel aan de hoofdlaan is een fietspad voorzien dat vanuit de rotonde aansluit op het Hazenpad en aan de oostzijde op de Ravenstraat. 2.2.3
Klimaatbestendigheid en duurzaamheid
Voor de ontwikkeling van BussinesPark 7Poort II wordt veel aandacht besteed aan het implementeren van groenstructuren op het bedrijventerrein. Naast het gegeven dat de groenstructuren zorgen voor een goede inpassing vanuit de omgeving, geeft het groen verder ook verkoeling in de zomer (zo gaat het hittestress tegen) en heeft het een sociale en ecologische functie. Er zijn een aantal plekken geselecteerd voor groene ruimtes die goed bereikbaar zijn vanuit de bedrijfskavels en verder uitnodigen tot beweging en verblijf. Verder biedt de ontwikkeling van 7Poort fase II ook kansen voor de bevordering van de lokale biodiversiteit. Een aantal voormalige agrarische gronden heeft met de invulling van bedrijfskavels geen agrarische betekenis meer. Het voorstel is om deze gronden daarom in te zetten in combinatie met een ecologische versterking en/ of waterbergende functie ter bevordering van de variatie aan flora en fauna. Op het gebied van water is het idee om zoveel mogelijk hemelwater lokaal op te vangen en te infiltreren. Daarnaast heeft de gemeente Zevenaar een Klimaatplan opgesteld. Dit plan vormt het kader waarbinnen gemeente Zevenaar het klimaatbeleid en -maatregelen voor haar eigen organisatie kan uitwerken en implementeren.
Het dient als een leidraad en strategie dat richting geeft aan de inspanningen van de organisatie om verdere verduurzaming te bevorderen en om de inspanningen te coördineren en te sturen. De uitgangspunten voor een integrale benadering zijn: Het verduurzamen van transportmiddelen en vervoersbewegingen; Zo min mogelijk inkopen en als er ingekocht wordt, zo duurzaam en circulair mogelijk;
12
bestemmingsplan BusinessPark 7Poort Fase I (vastgesteld)
De afvalstromen beperken en waar mogelijk als grondstof hergebruiken; Het verduurzamen van gebouwen; Het energieverbruik reduceren; Circulariteit bevorderen; Duurzaam gedrag bevorderen; En de gemeente als launching customer positioneren bij lokale duurzame initiatieven. De gemeente heeft aan de hand van dit Klimaatplan doelen geformuleerd voor verschillende jaren. Zo is het streven om in 2030 onder meer 55% CO2 reductie te realiseren t.o.v. 2018, 100% fossiele brandstof vrij te zijn, 19% energiereductie te realiseren t.o.v. 2020 en 50% van de grondstoffen te hergebruiken. Zie voor de verdere duurzaamheidsambities voor 7Poort fase II paragraaf 3.3.2 en Bijlage 3. Energietransitie De gemeente Zevenaar streeft naar een energieneutrale samenleving in 2040. 7Poort fase II draagt hier op verschillende punten aan bij. In de RES Arnhem - Nijmegen 1.0 (2021) is voor het opwekken van duurzame energie een zone langs de A12 aangemerkt als kansrijk zoekgebied voor de opwekking van wind- en zonne-energie. Het gebied langs de A12 dat dichtbij 7Poort fase II ligt, is in de RES aangewezen als extra zoekgebied voor wind. Bij de doorontwikkeling van BusinessPark 7Poort wordt gekeken naar de inpassing van grootschalige energietoepassingen zoals de plaatsing van een aantal windturbines in lijnopstelling langs de infrastructuur van de A12.
In plannen is hiervoor ruimte gereserveerd tussen het bedrijventerrein en de A12. Daarmee valt de toekomstige locatie van windenergie buiten het plangebied. Lokale opwekking zal voornamelijk plaatsvinden door zonne-energie, door op de daken van bedrijven zonnepanelen te leggen. Het watersysteem Als het gaat om water is het de bedoeling om zoveel mogelijk hemelwater lokaal op te vangen en te infiltreren. Het hemelwater en het afvalwater van het toekomstig bedrijventerrein zal gescheiden worden gehouden. Voor de afvoer van het afvalwater dient aangesloten te worden op de aan te leggen DWAriolering. Een duurzaamheidsambitie daarbij is om minstens 50% (dak)oppervlakte te bergen op eigen terrein. Het overtollige hemelwater dat niet op de kavels zelf kan infiltreren wordt lokaal gebufferd in rabatbosjes aan de zuidzijde en vervolgens afgevoerd naar de Hengelder Leigraaf. Voor de omgeving rond buitenplaats De Hees liggen er kansen voor een ecologische versterking in combinatie met waterbergende voorzieningen. Multifunctioneel ruimtegebruik De ruimte binnen het nieuwe bedrijventerrein wordt zo efficiënt mogelijk benut. Hierbij is het uitgangspunt om de ruimte intensief en multifunctioneel te gebruiken.
Efficiënt en multifunctioneel ruimtegebruik wordt ondermeer bewerkstelligd door: het mogelijk maken om parkeerterreinen te combineren tussen bedrijven; het opwekken van energie op daken; het stimuleren van het gebruik van de fiets voor woon-werkverkeer, hierdoor kan de ruimtevraag voor parkeren omlaag. het toepassen van ecologisch dubbelgebruik: infiltratiegebieden en nieuwe groenelementen kunnen een bijdrage leveren aan natuurontwikkeling.
13
bestemmingsplan BusinessPark 7Poort Fase I (vastgesteld)
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (2020)
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. Met de NOVI kan het Rijk inspelen op de grote uitdagingen die er voor Nederland liggen. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen een deel van de opgave. Dit biedt kansen, maar vraagt ook om zorgvuldige keuzes, want de ruimte, zowel boven- als ondergronds, is een schaars goed. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan het inrichten van de fysieke leefomgeving. De Nationale Omgevingsvisie richt zich daarbij op vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.
Ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie; De economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden; Onze steden en regio's sterker en leefbaarder maken; Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen.
ad 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering, zoals zeespiegelstijging, hogere rivierafvoeren, wateroverlast en langere perioden van droogte. Nederland is in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, bijvoorbeeld voldoende groen en ruimte voor wateropslag in onze steden. Voordeel is dat daarmee tegelijk de leefomgevingskwaliteit verbeterd wordt en het kansen biedt voor natuur. In 2050 heeft Nederland een duurzame energievoorziening. Dit vraagt ruimte, onder meer voor windturbines en zonnepanelen. Het Rijk zet zich daarnaast in voor het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofd energiesysteem op nationale schaal. ad 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan Nederland zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Dit vraagt goede verbindingen via weg, spoor, lucht, water en digitale netwerken en een nauwe samenwerking met internationale partners, Het Rijk zet in op een sterk en innovatief vestigingsklimaat met een goede quality of life: een leefomgeving die de inwoners volop voorzieningen biedt op het gebied van wonen, bewegen, recreëren, ontmoeten en ontspannen.
Belangrijk is wel dat de Nederlandse economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. Het Rijk zet daarbij in op het gebruik van duurzame energiebronnen en op verandering van productieprocessen, zodat Nederland niet langer afhankelijk is van eindige, fossiele bronnen. ad 3. Sterke en gezonde steden en regio's Nederland versterkt het Stedelijk Netwerk Nederland en breidt dit uit, waarbij de richting van de verstedelijking wordt gekoppeld aan die van de ontwikkeling van (OV-)infrastructuur. Wonen en werken worden zoveel mogelijk in elkaars nabijheid ontwikkeld in de regio's waar er vraag is. Om het netwerk als geheel te benutten, zijn goede verbindingen tussen de stedelijke regio's nodig. Het Rijk hanteert een integrale verstedelijkingsstrategie voor duurzame stedelijke ontwikkeling, waarbij verstedelijking geconcentreerd plaatsvindt in de regio. Bij de invulling van de integrale verstedelijkingsstrategieën op
14
bestemmingsplan BusinessPark 7Poort Fase I (vastgesteld)
regionale schaal wordt ingezet op een voorkeursvolgorde voor de ontwikkeling van nieuwe woon- en werklocaties. Deze volgorde wordt ook gehanteerd als groei in niet-stedelijk gebied moet plaatsvinden. Het Rijk richt de leefomgeving zo in dat deze een actieve, gezond leefstijl en maatschappelijke participatie bevordert en dat het aanbod en de kwaliteit van het groen in de stad worden versterkt. Daarbij worden steden en regio's klimaatbestendig ingericht. ad 4. Toekomstbestendigeontwikkeling van het landelijk gebied Nederland zet in op het verbeteren van de balans tussen landgebruik en de kwaliteit van landschap, bodem, water en lucht. Dit betekent dat landgebruik in balans wordt gebracht met natuurlijke systemen en dat ontwikkelingen in het landelijk gebied niet ten koste gaan van landschappelijke kwaliteiten. Het landgebruik moet meer afgestemd worden op zoetwaterbeschikbaarheid en -gebruik. Middels een voorkeursvolgorde regionaal waterbeheer wordt ingezet op het voorkomen van wateroverlast en tekorten. Het Rijk maakt een duurzaam en vitaal landbouw- en voedselsysteem mogelijk, gebaseerd op kringlopen en natuurinclusiviteit. De biodiversiteit wordt beschermd en versterkt en het natuurlijk kapitaal wordt duurzaam benut. Het Rijk zet in op het versterken en beschermen van unieke landschappelijke kwaliteiten.
Nieuwe ontwikkelingen in het landelijk gebied voegen landschapskwaliteit toe. Hierbij wordt het omgevingsbeleid landschapsinclusief. Om de beleidskeuzes op een heldere en voorspelbare manier te maken, hanteert de NOVI drie afwegingsprincipes, die helpen bij het prioriteren van de verschillende belangen en opgaven: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen.
Figuur 4: Afweging met NOVI
De uitvoering van de NOVI vraagt om nieuwe manieren van samenwerken met blijvende brede, maatschappelijke betrokkenheid en inzet van overheden. Hierbij hanteert het NOVI vier uitgangspunten: We werken als één overheid, samen met de samenleving; We stellen de opgave(n) centraal; We werken gebiedsgericht; We werken permanent en adaptief aan de opgaven. Relatie met voorliggend plan Het voorliggende bestemmingsplan past bij de ambities die het Rijk stelt om ruimte te maken voor klimaat en de energietransitie en om de economie van Nederland te verduurzamen en het groeipotentieel te behouden. De ontwikkeling die met bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, doet op geen enkele wijze afbreuk
15
bestemmingsplan BusinessPark 7Poort Fase I (vastgesteld)
aan het ruimtelijk beleid van het Rijk. 3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
De nationale belangen uit de NOVI die juridische borging vragen, worden geborgd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Deze AMvB is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen en provinciale inpassingsplannen en zorgt voor sturing en helderheid van deze belangen vooraf. De algemene regels in het Barro hebben vooral een conserverend/ beschermend karakter. Het doel is te borgen dat geformuleerde nationale belangen niet gefrustreerd worden door ontwikkelingen die met bestemmingsplannen mogelijk worden gemaakt. De algemene regels die worden gesteld aan bestemmingsplannen zijn in het kader van de nationale belangen, voor zover relevant, meegenomen in dit bestemmingsplan. Met het Barro maakt het Rijk voor 13 aangewezen nationale belangen gebruik van deze mogelijkheid om algemene regels te stellen voor bestemmingsplannen. Relatie met voorliggend plan Direct naast het plangebied van 7poort fase II bevindt zich een gasleiding die onder andere is opgenomen in Structuurvisie buisleidingen 2012-2035 (vastgesteld op 29 oktober 2012). Deze buisleiding is tevens planologisch geborgd in het bestemmingsplan 'buitengebied Zevenaar Noord 2018' (vastgesteld op 10 juni 2020). Hieruit kan worden afgeleid dat de gasleiding buiten het plangebied is gelegen.
Vanuit externe veiligheid is gekeken naar het mogelijke effect van de buisleiding op voorgenomen ontwikkeling, zie hiervoor paragraaf 4.7. Hieruit kan geconcludeerd worden dat er geen besluiten ten aanzien van de nationale belangen relevant zijn voor dit bestemmingsplan. De voorgenomen ontwikkeling is niet strijdig met de regels uit het Barro.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie Gelderland (2018)
Op 19 december 2018 is door de Provinciale Staten van de provincie Gelderland de Omgevingsvisie ''Gaaf Gelderland'' vastgesteld. De Omgevingsvisie ''Gaaf Gelderland'' bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving in de komende jaren. De visie geeft daarbij aan op welke manier de provincie met stakeholders wil samenwerken aan de verschillende omgevingsvraagstukken. In het document is verder uitgewerkt hoe de provincie er in 2050 eruit moet komen te zien en welke tussentijdse doelen in 2030 zijn geformuleerd. Met het vastleggen van de visie is het streven om Gelderland gezond, veilig, schoon en welvarend te houden en te maken. Doordat de vraagstukken erg groot en complex zijn, kan de provincie dit niet alleen realiseren. De provincie Gelderland maakt daarom onderdeel uit van een groot netwerk van partijen, zoals inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties, gemeenten en andere overheden. Elk partij in de keten voegt waarde toe. Zo voegt de provincie waarde toe door een brede blik te hebben op de inrichting en kwaliteit van de Gelderse leefomgeving. Ook worden kansen gepakt en ontwikkelingen gestimuleerd die Gelderland gezond, schoon, veilig en welvarend houden en wordt hetgeen voor de provincie van waarde is, beschermd. Verder is het doel van de visie om voor een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland te zorgen in 2050.
16
bestemmingsplan BusinessPark 7Poort Fase I (vastgesteld)
Figuur 5: De focus van de provincie Gelderland
De provincie probeert dit doel na te streven door de focus te leggen op zeven samenhangende ambities waar het verschil gemaakt kan worden voor een schoon, gezond, veilig en welvarend Gelderland. De zeven ambities zijn: Een klimaatneutraal Gelderland in 2050. Dit moet bereikt worden door grootschalige besparing en opwekking uit verschillende duurzame bronnen van energie zoals wind, zon, waterkracht, biomassa en bodemenergie. Het tussendoel hierbij is het realiseren van 55% broeikasgasreductie in 2030 in Gelderland; Een klimaatbestendig Gelderland in 2050. De provincie is in 2050 goed toegerust en voorbereid op de gevolgen van klimaatverandering zoals in het geval van wateroverlast, droogte, hittestress en overstromingsgevaar. Een tussentijds doel daarbij is om met partners van de provincie een beeld te krijgen van de risico's en kansen van het veranderend klimaat en een strategie op te stellen die als leidraad genomen kan worden voor het handelen van de partijen; De eerste afvalloze provincie van Nederland worden waarbij afval niet meer bestaat en er alleen nog schone grondstoffen zijn die blijvend hun waarde behouden in een schone industrie.
Om dit te bereiken moet in 2030 het primaire gebruik van grondstoffen in Gelderland met 50% zijn gereduceerd; Ervoor zorgen dat het goed gaat met de biodiversiteit in Gelderland in 2050 en realiseren dat er in Gelderland natuurinclusief gewerkt wordt. Daarnaast moet de biodiversiteit overal waar mogelijk worden versterkt en ingepast, ook buiten de als natuur aangewezen gebieden. In 2030 moet dan ook 75% van de Europese doelen van de vogel -en habitatrichtlijn behaald worden; Het op een slimme manier opvangen van de groei van mobiliteit, en de mensen in Gelderland op een schone, veilige en klimaatneutrale manier verplaatsen. Het netwerk van goederenvervoer moet daarbij ook toegankelijk, duurzaam en klimaatneutraal zijn; De concurrerende positie binnen het internationale stedelijke netwerk van Amsterdam, Brussel en Keulen verder versterken. In 2050 zijn daarbij alle werklocaties in Gelderland duurzaam ingericht qua klimaatbestendigheid, energie en logistieke -en productiestromen; Gelderland heeft een aanbod aan woningtypen en woonmilieus passend bij de diversiteit aan woningvraag. Voor iedereen is er een passende en duurzame woning. Verder wordt alle nieuwbouw aargasloos aangelegd en wordt er zoveel mogelijk circulair gebouwd. Woningen in 2050 moeten op deze manier volledig klimaatneutraal zijn.
De provincie Gelderland wil deze ambities realiseren door in te zetten op partnerschap en door allianties en coalities te sluiten. Doordat de uitdagingen groot zijn, heeft geen enkele partij de sleutel voor de oplossing alleen in handen. Bij het zoeken naar oplossingen voor vraagstukken worden partners dan ook uitgenodigd om met nieuwe plannen, oplossingen en ideeën te komen. Samenwerken, partnerschap, aansluiten bij energie van anderen en openstaan voor nieuwe ontwikkelingen zijn van belang voor de
17
bestemmingsplan BusinessPark 7Poort Fase I (vastgesteld)
provincie en vormen daarmee een belangrijk element voor de visie ''Gaaf Gelderland''. Relatie met voorliggend plan Met de uitbreiding van het 7Poort fase II wordt invulling gegeven aan klimaatadaptatie en de energietransitie (zie Hoofdstuk 2) en wordt er met materialenpaspoorten gewerkt voor realisatie van infrastructuur en gebouwen. Tot slot wordt met de ontwikkeling van 7Poort fase II aansluiting gezocht op drie landschapsstructuren. De voorgenomen ontwikkeling die met dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, past binnen het beleid van de Omgevingsvisie ''Gaaf Gelderland''. 3.2.2
Omgevingsverordening Gelderland (2023)
In de Omgevingsverordening staan regels over hoe omgegaan moet worden met de buitenruimte en de leefomgeving. Aan die regels moet iedereen zich houden. Een verordening is een dynamisch instrument dat kan worden aangepast als beleidsontwikkelingen of de praktijk daar om vragen. Relatie met voorliggend plan Voor het plangebied in combinatie met het voornemen zijn met name de volgende zaken relevant: Artikel 2.10 (nieuw bedrijventerrein en uitbreiding van bestaand bedrijventerrein): Een bestemmingsplan maakt een nieuw bedrijventerrein of een uitbreiding van een bestaand bedrijventerrein alleen mogelijk voor zover deze ontwikkeling past binnen het vigerende Regionaal programma werklocaties. Aangezien de ontwikkeling van 7Poort fase II past binnen het vigerende Regionaal Programma Werklocaties (zie paragraaf 3.3.1), is het bestemmingsplan niet strijdig met de Omgevingsverordening.
3.3
Regionaal beleid
3.3.1
Regionaal Programma Werklocaties regio Arnhem- Nijmegen (2021-2024)
Het Regionaal Programma Werklocaties regio Arnhem- Nijmegen (vanaf nu: RPW) vormt sinds 2017 de kaders voor het regionaal bedrijventerreinenbeleid in de regio Arnhem- Nijmegen. De herziening van het RPW (in december 2020) is opgesteld voor de periode 2021 tot en met 2024. Het toetsingskader van het RPW is daarbij De Ladder van Duurzame Verstedelijking voor zowel lokale als regionale ontwikkelingen. In het geval van regionale ontwikkeling blijft regionale afstemming noodzakelijk. Dit betekent dat: 1. De ruimtevraag per beoogd werkmilieu moet worden aangetoond; 2. In kaart moeten worden gebracht in welke mate deze ruimtevraag binnen bestaand stedelijk gebied ingepast kan worden. Hierbij moet onderzocht worden in hoeverre een bestaand bedrijventerrein geschikt is en/of kan worden aan de hand van herstructurering en/ of transformatie; 3. Als dit niet mogelijk is nieuwe ontwikkelingen in aanmerking komen. Het RPW is onderdeel van de regionale visie ''Arnhem- Nijmegen, Groene Metropoolregio'', waarin het streven is om gebalanceerde economische ontwikkeling te realiseren, met daarin ruimte voor duurzaamheid, landschap en een ontspannen leefkwaliteit.
Om de balans tussen die waarden en groei te waarborgen, richt de regio zich op drie uitdagingen, waarbij: de identiteit van de regio behouden blijft; het stedelijk netwerk ontwikkeld wordt waarin een centrale rol weggelegd is voor Health & Hightech, Food en Energy; en de richting naar een veerkrachtige regio voor klimaat en energie met een brede inzet op circulariteit, centraal staan. Vanuit deze drie uitdagingen wordt door middel van een opgavegerichte samenwerking gewerkt aan een vijftal opgaven die zich richten op circulaire duurzaamheid, kwalitatieve groei en een goede balans met
18
bestemmingsplan BusinessPark 7Poort Fase I (vastgesteld)
behoud en versterking van de bijzondere leefomgeving die de regio kenmerkt. De doelstellingen van het RPW zijn hierbij: Zorgen voor nieuwe economische ontwikkeling op de juiste locatie in de regio met maximaal rendement voor werkgelegenheid; Ruimte geven voor de uitbreiding van lokale en regionale bedrijvigheid; Zorgen voor voldoende ontwikkelmogelijkheden op de middellange en lange termijn; De economische marktontwikkelingen scherp volgen en het optimaal benutten van de mogelijkheden; Aansluiten bij de duurzame en circulaire ambities in de regionale ''toekomstvisie Arnhem- Nijmegen, Groene Metropoolregio''. Relatie met voorliggend plan De ontwikkellocatie 7Poort fase II biedt mogelijkheden om te voorzien in de versterking van de duurzame en slimme logistiek, de hoogwaardige industrie en de clusters Health & Hightech, Energy en Food. Daarnaast wordt er met de ontwikkeling van 7Poort fase II ingezet op ruimte om vanuit de maakindustrie meer circulair te gaan werken. De voorgenomen ontwikkeling van 7Poort fase II die met dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, draagt bij aan het regionale bedrijventerreinenbeleid van het RPW. 3.3.2
De Groene Metropoolregio Arnhem- Nijmegen
De Groene Metropoolregio Arnhem- Nijmegen is de opvolger van de Regio Arnhem- Nijmegen en is op 1 januari 2021 van start gegaan. De Groene Metropoolregio bestaat uit achttien gemeenten die samenwerken aan de koers van de regio waarbij vraagstukken rond de groei van wonen, werken en mobiliteit opgepakt worden. Op deze manier wordt een balans gezocht tussen levendige stedelijkheid en ontspannen leefkwaliteit. De ambities van De Groene Metropoolregio Arnhem- Nijmegen zijn: Het positioneren van De Groene Metropoolregio Arnhem- Nijmegen als dé groene metropoolregio van Nederland; Het profileren van De Groene Metropoolregio Arnhem- Nijmegen als dé (inter)nationale circulaire topregio van 2050; En samenwerken aan dé ontspannen groeiregio in balans. Daarbij wordt er gewerkt aan vijf opgaven. Iedere gemeente beslist zelf over deelname aan deze opgaven, de beschikbare middelen en het mandaat dat aan de uitvoering ervan wordt meegegeven. De vijf opgaven zijn: De verbonden regio waar gewerkt wordt aan mobiliteit en bereikbaarheid; De productieve regio die zich richt op de economie en arbeidsmarkt; De circulaire regio die circulariteit, duurzaamheid, klimaat ene energie als focuspunten heeft; De ontspannen regio; waar leefbaarheid, natuur & landschap, cultuur en erfgoed centraal staan; En de groene groeiregio die zich richt op de woningbouw en de leefomgeving.
De Groene Metropoolregio Arnhem- Nijmegen (GMR) geeft ontwikkelruimte af op strategische locaties waar bedrijventerreinen ontwikkeld kunnen worden met regionaal belang. De GMR heeft uitgangspunten (beoordelingskader) opgesteld waar de nieuwe bedrijventerreinen aan moeten voldoen om de ontwikkeling van waardevolle en toekomstbestendige bedrijventerreinen te stimuleren. Deze uitgangspunten zijn onderverdeeld in verschillende categorieën, namelijk: Duurzaamheid Bereikbaarheid Financiële haalbaarheid Bijdrage aan het DNA van de regio Energie-Netwerk aansluiting Ruimtelijke inpassing
19
bestemmingsplan BusinessPark 7Poort Fase I (vastgesteld)
Relatie met voorliggend plan De regio Arnhem-Nijmegen waar gemeente Zevenaar onderdeel van uitmaakt, staat voor grote maatschappelijke opgaven voor o.a. verstedelijking, wonen, werken en bereikbaarheid. De achttien gemeenten die onderdeel uitmaken van deze regio hebben een gemeenschappelijke regeling vastgesteld waarmee zij een openbaar lichaam hebben opgericht met de naam Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen (GMR). De GMR voert ten behoeve van de regio de opgave om een productieve regio te hebben. In het kader hiervan verdeelt de GMR ontwikkelruimte in de regio voor bedrijventerreinen en daarbij behorende werkmilieus. Gemeente Zevenaar heeft een aanvraag voor ontwikkelruimte gedaan en deze onder een aantal voorwaarden toegekend gekregen. De eisen van de GMR zijn als volgt verwerkt. Conform de afspraken met de GMR biedt 7Poort fase II ruimte aan verschillende werkmilieus. Hieronder wordt een toelichting geven op de type werkmilieus en de verdeling van de werkmilieus op 7Poort. 12,6 hectare aan klassiek-gemengd Een klassiek-gemengd werkmilieu is een traditioneel werkmilieu, ook wel “functioneel gemengd” genoemd. De term klassiek duidt op het feit dat dit type bedrijventerrein van oudsher in zo goed als iedere gemeente te vinden is: Een monofunctioneel werkmilieu met een diversiteit aan bedrijven op overwegend kleine(re) kavels.
Bedrijventerreinen met een klassiek, gemengd werkmilieu zijn ook geschikt om kleinschalige activiteiten uit andere werkmilieus te huisvesten. Bijvoorbeeld kleinschalige logistiek of (maak)industrie met een lage milieu-/hindercategorie. Dit sluit niet uit dat er enkele bedrijven uit de hogere milieu/hinder-categorie zijn gehuisvest of grotere kavels aanwezig zijn, vaak mogelijk gemaakt door zonering. Met een lagere milieucategorie wordt gedoeld op bedrijvigheid tot en met categorie 3.1. Vanaf categorie 3.2 wordt aangeduid als hogere milieucategorie. Dit type terreinen is belangrijk voor de werkgelegenheid en dynamiek in stedelijke gebieden en kernen. 7 hectare aan XXL-logistiek XXL-logistiek is een netwerk van grootschalige bedrijven in de logistiek, handel en opslag. Het gaat om bedfijven met een oppervlakte van meer dan 4 hectare. Dit zijn vaak grootschalig opgezette terreinen met veel ruimte voor vrachtwagens. 8,03 hectare aan reguliere logistiek Reguliere logistiek is een netwerk van bedrijven in de logistiek, handel en opslag. Dit zijn vaak grootschalig opgezette terreinen met veel ruimte voor vrachtverkeer en bij voorkeur parkeren. Reguliere logistiek vestigt zich doorgaans op kavels met een oppervlakte tussen de 5.000m2 en 2 hectare.
Het werkmilieu reguliere logistiek is dus gevarieerd en omvat lokale vervoersbedrijven die zich bezighouden met cross-docking tot relatief grote distributiecentra die net niet in de categorie XXL logistiek vallen. Hiermee kan door middel van een flexibele kavelgrootte rekening gehouden worden. 9,0 hectare aan maakindustrie Onder maakindustrie valt een werkmilieu met een industrieel karakter waarbinnen bedrijven produceren en verwerken. De activiteit vindt vaak plaats op grote(re) kavels, veelal met een milieucategorie van 3.2 of meer. Industriële terreinen bieden in de regel ruimte aan bedrijvigheid met een hoge milieucategorie (hmc-bedrijvigheid). Grootschalige bouwbedrijven vestigen zich eveneens in dit werkmilieu. Bedrijventerreinen binnen het werkmilieu (maak)industrie zijn zodoende vaak eveneens gemengde bedrijventerreinen met ruimte voor verschillende typen bedrijvigheid, waarbij productie en verwerking de hoofdmoot is. Het verschil met het klassiek-gemengd werkmilieu is de schaalgrootte van de gevestigde bedrijven en kavels, alsmede een overwegend hogere milieucategorie (3.2 en hoger). Net als bij het klassiekgemengde werkmilieu is vestiging van een kleinschaliger bedrijf met een lagere milieucategorie niet per definitie uitgesloten. Het totale oppervlak van 7Poort fase II komt neer op 36,6 hectare.
Bij het opstellen van het ruimtelijke ontwerp, de duurzaamheidsambities voor 7Poort en de uitgangspunten van het beeldkwaliteitsplan hebben de uitgangspunten van de GMR een belangrijke rol
20
bestemmingsplan BusinessPark 7Poort Fase I (vastgesteld)
gespeeld. Voor het aspect duurzaamheid is een separate duurzaamheidsvisie opgesteld die onderdeel uitmaakt van het bestemmingsplan (zie Bijlage 3). Hieronder wordt nader toegelicht hoe de ontwikkeling van 7Poort fase II in speelt op de verschillende aspecten. Duurzaamheid Voor 7Poort fase II zijn duurzaamheidsambities opgesteld (zie Bijlage 3) die leidend zullen zijn in de verdere ontwikkeling van het terrein. Deze ambities worden de komende tijd door vertaald naar concrete maatregelen die landen in het bestemmingsplan, beeldkwaliteitsplan, het definitief ontwerp of de kavelpaspoorten voor de kavels. De duurzaamheidsambities voor 7Poort II zijn integraal en gaan verder dan duurzame energie en materialen. De ambities bestaan uit de volgende vijf speerpunten: 1.
Duurzaam energiesysteem
2.
Groene entree van Nederland
3.
Circulair bouwen
4.
Circulaire infrastructuur
5.
Certificering
Duurzaamheid In onderstaande alinea's wordt al ingegaan op de 'groene entree van Nederland', 'certificering' en deels 'duurzaam energiesysteem', daarom wordt in deze alinea kort ingegaan op: duurzaam energiesysteem, toekomstbestendigheid en circulaire infrastructuur. Voor 7Poort fase II ontkomen we er niet aan om een duurzaam energiesysteem aan te leggen (in verband met de netcongestie, zie Energie-Netwerk aansluiting). Er moet een transitietraject worden uitgedacht om aansluiting op het onderstation van Liander mogelijk te maken. Hiervoor zal eerst een tijdelijke gasaansluiting gerealiseerd moeten worden, zodat we makkelijk kunnen overstappen op elektriciteit zodra het onderstation van Liander af is (verwachting 2029-2030). De buffercapaciteit van elektriciteit moet verhoogd worden met zoveel mogelijk duurzame opwek. Daarnaast moet de energiebehoefte zoveel als mogelijk beperkt worden en op elkaar worden afgestemd. Daarnaast is de ambitie om op 7Poort restwarmte vanuit lokale marktbedrijven waar mogelijk te gebruiken, uit te wisselen en te bufferen. Ook worden er oplaadpunten gerealiseerd op het bedrijventerrein om duurzame mobiliteit te stimuleren. Met de bedrijven die zich gaan vestigen op het bedrijventerrein wordt een plan gemaakt, zodat het aanbod goed aansluit op het aanbod. Ook wordt hierbij waterstof voor voertuigen onderzocht.
Ten slotte moeten op de daken van de bedrijven PV panelen (of -folie) komen te liggen om energie op te wekken. 7Poort II moet een toekomstbestendig bedrijventerrein worden, waarin we nu voorwaarden scheppen voor nu en de toekomst, zodat 7poort II ook voor morgen relevant blijft. Binnen de duurzaamheidsambities wordt binnen toekomstbestendigheid ingezet op demontabele gebouwen en constructie op maat. Door het gebruik van prefab onderdelen en constructie op maat zijn de gebouwen toekomstbestendig en aantrekkelijk voor bedrijfspartners. Men kan namelijk al in de conceptfase anticiperen op veranderende wensen. Daarbij is prefab goedkoper en duurzamer. Ook worden materialenpaspoorten voor de gebouwen verplicht zodat materialen hergebruikt kunnen worden. Ten slotte wordt er gekeken naar watergebruik, hoe kunnen bedrijven hier verstandiger en op een duurzame manier mee omgaan. Op 7Poort fase II is de ambitie om in te zetten op circulaire infrastructuur. Hiervoor kan gebruik gemaakt worden van Biobased asfalt. Dit sluit aan op de duurzaamheidsdoelstellingen circulariteit van GMR. Daarbij kan worden voortgebouwd op eerdere successen in de gemeente Zevenaar betreffende biobased fietspaden. Daarnaast wordt gedacht aan circulaire voetpaden, hergebruik van tegels en banden en duurzame verlichting.
Bereikbaarheid De strategische ligging van 7Poort fase II heeft alles te maken met de ligging ten opzichte van de omliggende infrastructuur. 7Poort fase II ligt langs de A12 in de richting van Duitsland. Dit maakt deze locatie zeer interessant voor logistieke bedrijven.
21
bestemmingsplan BusinessPark 7Poort Fase I (vastgesteld)
Financiële haalbaarheid De financiële haalbaarheid wordt aangetoond in het grondexploitatieplan dat tegelijk met het bestemmingsplan ter inzage is gelegd. Voor de ontwikkeling van 7Poort fase II is een fasering bedacht in drie termijnen. Waarbij het bedrijventerrein in circa 10 jaar wordt uitgegeven en ontwikkeld. Dit sluit aan bij de huidige vraag en de trend die de afgelopen jaren te zien is in de vraag en ontwikkeling van bedrijfskavels (zie ook paragraaf 1.1. en paragraaf 4.1) Bijdrage aan het DNA van de regio In het ruimtelijke ontwerp, het beeldkwaliteitsplan en de duurzaamheidsambities worden de kwaliteiten van de omgeving naar bovengehaald. Hierbij wordt deels aangesloten op de uitgangspunten van 7Poort fase I, maar op onderdelen gaat 7Poort fase II ook verder. Vanuit duurzaamheid wordt onder andere ingezet op toekomstbestendigheid, waarbij de groene uitstraling een sleutelrol speelt. 7Poort fase II moet de groene entree van Nederland zijn. Een voorbeeld voor andere bedrijventerreinen in Nederland of Duitsland. Het DNA uit de regio wordt samen gebracht met extra groen en water, om een toekomstbestendig en robuust bedrijventerrein te maken. Principes die hiervoor gelden (zie ook duurzaamheidsambities, Bijlage 3) zijn: Landschappelijke groene omkadering. Benut de houtsingels en versterk de landelijke kwaliteit.
Groenstructuren ook voor waterberging (vijver etc.), tevens gebruiken als waterbuffer in de zomer. Waterafvoer via groenstructuren, ook langs de wegen met bijvoorbeeld wadi's. Hierbij moet wel een waterfilter toegevoegd worden en moet er rekening gehouden worden met ondergrondse kabels en leidingen. Losse landschappelijke inheemse boombeplanting. Het planten van verschillende soorten draagt bij aan de biodiversiteit en weerbaarheid van het terrein. Groene gevels verplicht (minimaal 50% gevel). Deze maatregel draagt bij aan zowel de esthetische als ecologische waarde van het terrein. Omgevingsgrens gebouwen door middel van groenstrook. Een haag of begroeid hek zijn hiervoor geschikt en kunnen aansluiten op bestaande omgevingsgrenzen van 7poort I. Daarnaast wordt in gezet op een toekomstig bedrijventerrein door uitgangspunten als: demontabele gebouwen en constructie op maat, toepassen van materialenpaspoorten. Het vestigingsklimaat voor het bedrijventerrein blijft aantrekkelijk door een parkmanagement op te zetten voor het terrein. Hierin kunnen zaken collectief worden ingekocht of geregeld, maar kan ook gekeken worden naar optimaal ruimtegebruik door bijvoorbeeld het delen van parkeerplaatsen. Daarnaast wordt onderzocht of het bedrijventerrein gecertificeerd kan worden voor een GPR label met een nadruk op gebruiks- en toekomstwaarde en/of gebiedslabel van NLgreenlabel.
Energie-Netwerk aansluiting Onder 'Energie-Netwerk aansluiting' wordt onder meer getoetst wat de implicaties zijn voor de regionale netwerkcapaciteit wanneer regionale bedrijventerreinen ontwikkeld worden. Met de komst van BusinessPark 7Poort II komt naar voren dat er sprake is van onvoldoende ruimte op het stroomnet om nieuwe bedrijvigheid aan te sluiten. Er is dus sprake van netcongestie. Op 16 november 2023 heeft er een overleg plaatsgevonden met Liander en de gemeente Zevenaar. Er is in dit overleg besproken hoe en of de elektriciteitsvoorziening voor BusinessPark 7Poort II ingeregeld kan worden. In dit overleg is door Liander aangegeven dat er sprake is van netcongestie in dit gebied. Zowel op het niveau van het landelijke transportnet (TenneT) als op de regionale netinfrastructuur (Liander). De beschikbare ruimte op het stroomnet in deze regio zal naar verwachting tot 2029 niet toereikend zijn om nieuwe bedrijven aan te sluiten op het energienet. Grootverbruikers kunnen naar verwachting tot 2029 geen transportvermogen krijgen op het stroomnet in het kader van bovengenoemde netcongestie. Er zijn tijdens dit overleg meerdere opties besproken om alsnog transportvermogen in de komende jaren te onderzoeken. Een van de opties is te wachten met de ontwikkeling van het bedrijventerrein tot na
22
bestemmingsplan BusinessPark 7Poort Fase I (vastgesteld)
2029. Een andere optie is dat de nieuw te vestigen bedrijven zullen produceren buiten de piekuren op het stroomnet. Echter is ook hiervoor (volgens de huidige berichtgeving) in de komende jaren geen ruimte om nieuwe grootverbruikklanten (>3x80Ampere) te voorzien van transportvermogen. Ook is er de optie om het bedrijventerrein zelfvoorzienend te maken in energie, door zelf stroom op te wekken en dit op te slaan in accu's. In onze duurzaamheidsambities (zie Bijlage 3) wordt een transitietraject geschetst hoe we om willen gaan met de energiehuishouding op 7Poort fase II, om uiteindelijk een aansluiting te maken op het onderstation van Liander. Dit moet nog nader besproken worden met Liander. Ook zal er een nader onderzoek plaats moeten vinden hoe het transitietraject er verder uit gaat zien en of het technisch haalbaar is. Dit onderzoek zal naar verwachting voor de vaststelling van het bestemmingsplan gereed zijn. De uitkomsten van het onderzoek worden gedeeld met Liander. Ruimtelijke inpassing In het ontwerpproces is in ontwerpsessies met een disciplinair teamsamen gekomen om het ruimtelijk ontwerp vorm te geven. Hierbij is rekening gehouden met milieu- en omgevingsfactoren en met de provinciale kaders (zie ook hoofdstuk 2).
Conclusie De voorgenomen ontwikkeling van 7Poort fase II die met dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, draagt bij aan de ambities van de Groene Metropool Regio. 3.3.3
Regionale Energiestrategie Regio Arnhem- Nijmegen 1.0
De Regionale Energiestrategie Regio Arnhem- Nijmegen (RES 1.0) is in 2021 vastgesteld door de gemeenteraden, provinciale staten en het algemeen bestuur van de waterschappen. In de RES wordt samen met maatschappelijke organisaties, bedrijven en inwoners de mogelijkheden onderzocht voor het opwekken van duurzame elektriciteit op land en het gebruik van warmtebronnen in de regio ArnhemNijmegen. In Nederland zijn er afspraken gemaakt in het Klimaatakkoord (2019) hoe de internationale klimaatafspraken van Parijs uit 2015 uitgewerkt gaan worden. In Gelderland is er ook het Gelders Energieakkoord (GEA) dat aangeeft hoe we de CO2- uitstoot verminderen, met als doel de uitstoot met 55% te verminderen ten opzichte van 1990. In 2050 wil Nederland dan ook helemaal klimaatneutraal zijn. 30 Energieregio's in Nederland onderzoeken daarbij elk in een RES waar en hoe dit op de beste manier kan. Regio Arnhem - Nijmegen is één van die regio's. Op verschillende manieren wordt aan de klimaatdoelen gewerkt. De RES is daar één van en richt zich specifiek op: De opwekking van duurzame elektriciteit via windturbines, zon op grote daken en zonnevelden (> 15 kWP); De warmtetransitie in de gebouwde omgeving; De benodigde opslag en energie infrastructuur; In de RES zijn daarmee dus niet alle initiatieven voor het verminderen van de CO2- uitstoot meegenomen.
Op andere manieren wordt gewerkt aan bijvoorbeeld het besparen van energie, wind op zee, fossiel-vrij vervoer, innovaties voor energiewinning, verduurzamen van de zeevaart en maatregelen die industrie en bedrijven dienen te nemen. Bij het vormgeven van de ambities in de RES is wel rekening gehouden met een verwachte besparing van energie. Relatie met voorliggend plan Bij de ontwikkeling van 7Poort fase II zal de lokale opwekking de ruimte krijgen door op de daken van bedrijven zonnepanelen te leggen. De voorgenomen ontwikkeling van 7Poort fase II die met dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, past binnen de kaders van de RES Arnhem- Nijmegen 1.0.
23
bestemmingsplan BusinessPark 7Poort Fase I (vastgesteld)
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Structuurvisie gemeente Zevenaar (2030)
De Structuurvisie Zevenaar is vastgesteld door de gemeenteraad op 20 februari 2013 en vormt het ontwikkelingskader van de gemeente Zevenaar tot 2030. De visie geeft richting aan de ruimtelijke, economische en maatschappelijke ontwikkelingen met een ruimtelijk element voor de periode tot 2030. Het document vormt daarmee het integrale kompas voor het toekomstig beleid van de gemeente Zevenaar. De Structuurvisie Zevenaar is een visie conform artikel 2.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en heeft betrekking op het hele gemeentelijk grondgebied. De drie kernopgaven van de gemeente Zevenaar zijn: 'verbinden', 'diversiteit' en 'kwaliteit'. Deze kenmerken vormen de rode draad waarmee de gemeente Zevenaar de komende jaren te werk gaat. In de visie staat beschreven wat de geambieerde toekomstige situatie is voor Zevenaar tot 2030. Om dit te bereiken zijn een aantal hoofddoelen geformuleerd, waaronder het behoud van gevestigde bedrijven en het aantrekken van nieuwe bedrijven door een goed vestigings- en leefklimaat. Voor alle terreinen staan hierbij duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en landschappelijke inpassing hoog in het vaandel. Relatie met voorliggend plan Doordat de ontwikkeling van 7Poort fase II ruimte biedt om nieuwe bedrijven te laten vestigen die zich focussen op duurzame en efficiënte logistieke kwaliteiten, wordt voorzien in een versterking van de concurrentiepositie.