Bijlage 4. 1243458 - BP Gelders Eiland Bijlagen bij toelichting
Tekst van het document
bestemmingsplan Gelders Eiland gemeente Zevenaar vastgesteld NL.IMRO.0299.BP00GELDERSEILAND- VA01 Bijlagen toelichting
bestemmingsplan Gelders Eiland
Inhoudsopgave
Bijlagen toelichting
3
Bijlage 1
Notitie reikwijdte en detailniveau
3
Bijlage 2
Milieueffectrapport
9
Bijlage 3
Ruimtelijke onderbouwing nabij Pannerdensewaard 12
278
Bijlage 4
Ruimtelijke onderbouwing Herwensedijk 10a
314
Bijlage 5
Inspraaknota
339
Bijlage 6
Advies Commissie mer
341
Bijlagen toelichting Bijlage 1 Notitie reikwijdte en detailniveau
3
Notitie reikwijdte en detailniveau MER Gelders Eiland
De gemeente Zevenaar heeft het voornemen om het bestemmingsplan Buitengebied ter plaatse van het Gelders Eiland te herzien. Het plangebied maakte voorheen deel uit van de gemeente Rijnwaarden, welke per 1 januari 2018 is opgegaan in de gemeente Zevenaar. In de onderstaande afbeelding wordt het plangebied weergegeven (oranje arcering) t.o.v. de met rood aangegeven grenzen van de gemeente Zevenaar. Bij de voorbereidingen van het bestemmingsplanbesluit is het doorlopen van een m.e.r.-procedure verplicht. In voorliggende Notitie reikwijdte en detailniveau (NRD) is beknopte toelichting gegeven op de m.e.r.-plicht, de procedure, het voornemen en het detailniveau en reikwijdte van het onderzoek naar milieueffecten.
Ligging plangebied Gelders Eiland binnen de gemeente Zevenaar
Notitie reikwijdte en detailniveau – MER Gelders Eiland 07-12-2020
2
Wettelijk kader De plan-m.e.r.-verplichting geldt voor wettelijk of bestuursrechtelijk voorgeschreven plannen en programma's die:
kaderstellend zijn voor toekomstige m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteiten; of een Passende beoordeling behoeven in het kader van de Wet Natuurbescherming (en daarmee in het kader van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn, Natura 2000).
Met het bestemmingsplan Gelders eiland wordt voorgenomen uitbreiding mogelijk te maken van agrarische bedrijven. Omdat het bestemmingsplan kaderstellend is voor deze (mogelijk) m.e.r.-plichtige activiteiten, moet voor het bestemmingsplan als geheel een plan-m.e.r.-procedure worden doorlopen. In de plan-m.e.r.-procedure worden op het niveau van het plan-gebied als geheel de effecten van de ontwikkelingsmogelijkheden binnen het bestemmingsplan onderzocht en afgewogen. Hierbij maakt het niet uit of de ontwikkelingsmogelijkheden rechtstreeks of middels een afwijkings- of wijzigingsbevoegdheid mogelijk worden gemaakt. Belangrijk uitgangspunt in een plan-m.e.r.-procedure voor een bestemmingsplan buitengebied is dat de maximale effecten van de maximale ontwikkelingsmogelijkheden die het bestemmingsplan biedt, worden onderzocht. Dit om onderschatting van effecten te voorkomen. Passende beoordeling Binnen het plangebied bevindt zich een deel van het Natura 2000-gebied ‘Rijntakken’. Voor de Nederlandse Natura 2000-gebieden is vastgelegd welke soorten en habitats moeten worden beschermd. Hiervoor zijn ‘instandhoudingsdoelstellingen’ geformuleerd. In een MER moeten de gevolgen van het bestemmingsplan op de instandhoudingsdoelstellingen worden beschreven. Indien significante negatieve effecten niet kunnen worden uitgesloten, dient een Passende beoordeling te worden opgesteld.
M.e.r.-plicht en –procedure Omdat het bestemmingsplan Gelders Eiland de opmaat is voor toekomstige m.e.r.(beoordelings)plichtige projecten of voor projecten die mogelijk significante gevolgen hebben voor Natura 2000 gebieden is er sprake van m.e.r.-plicht. Met name de ontwikkelingsmogelijkheden van de agrarische bedrijven (veehouderijen), in het nieuwe bestemmingsplan is hiervoor de directe aanleiding. Van toepassing is de uitgebreide m.e.r.-procedure. Dit is geregeld in hoofdstuk 7 van de Wet Milieubeheer, in combinatie met het Besluit m.e.r. Deze openbare kennisgeving van het voornemen is de eerste stap in de zogenaamde uitgebreide m.e.r.procedure. Nu zijn belanghebbenden in de gelegenheid om met hun zienswijzen invloed uit te oefenen op de te beschouwen onderwerpen in het MER. De vervolgstappen zijn:
Notitie reikwijdte en detailniveau – MER Gelders Eiland 07-12-2020
3
-
Het raadplegen van betrokken bestuursorganen over de reikwijdte en het detailniveau van het op te stellen MER.
-
Opstellen van het milieueffectrapport.
-
Openbare kennisgeving en terinzagelegging van het MER waarmee een ieder in de gelegenheid wordt gesteld om zienswijzen over het MER naar voren te brengen.
-
Advies inwinnen bij de Commissie m.e.r.. Deze commissie beoordeelt of alle informatie aanwezig is in het MER en of deze informatie juist is.
-
Motiveren hoe met de resultaten van het milieueffectrapport en de inspraak is omgegaan in het definitieve bestemmingsplan Buitengebied.
-
Bekendmaking en mededeling bestemmingsplan Buitengebied.
Omdat het MER is opgesteld om de vaststelling van het bestemmingsplan Gelders Eiland te ondersteunen, wordt het MER samen met het ontwerp van het bestemmingsplan ter inzage gelegd. Hierbij worden de eisen en termijnen van de bestemmingsplanprocedure aangehouden. Naar verwachting zal dit medio 2021 het geval zijn. Een ieder wordt in dat kader binnen de daartoe gestelde termijnen in de gelegenheid gesteld zienswijzen ten aanzien van zowel het ontwerp bestemmingsplan Buitengebied als ten aanzien van het MER naar voren te brengen. Op grond van het gestelde in artikel 7.26b van de Wet milieubeheer is een verplichte inzet van de Commissie m.e.r. aan de orde. De Commissie m.e.r. zal derhalve om een advies op het MER worden gevraagd. Bij de verdere planuitwerking en totstandkoming van het bestemmingsplan worden de gebruikelijke overleginstanties betrokken.
Wat gaan we onderzoeken Het MER is gericht op de haalbaarheid van het bestemmingsplan Gelders Eiland vanuit de geldende natuur- en milieuwetgeving en op de extra mogelijkheden voor bescherming van natuur en milieu. In eerste instantie wordt de milieu- en beleidsruimte verkend. Binnen deze ruimte wordt het voornemen met maximale milieueffecten (worst case) getoetst. Zowel de positieve als negatieve effecten worden in beeld gebracht. Ook de wisselwerking tussen milieuaspecten en eventuele cumulatieve effecten met ontwikkelingen nabij het plangebied tot 2 km over de gemeentegrens, zijn van belang. Voor de invloed van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden worden Natura 2000-gebieden over de gemeentegrens meegenomen. Het MER maakt de mogelijke milieugevolgen inzichtelijk en de resultaten van deze milieutoets worden meegewogen in de uitwerking naar het ontwerp bestemmingsplan. Het voornemen Het voornemen betreft het voorontwerpbestemmingsplan Gelders eiland. In het planMER wordt onderzocht wat de milieueffecten zijn van de maximale mogelijkheden van het bestemmingsplan
Notitie reikwijdte en detailniveau – MER Gelders Eiland 07-12-2020
4
(inclusief afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden). De belangrijkste milieueffecten ontstaan door de uitbreidingsmogelijkheden van agrarische bedrijven, en met name van de veehouderijen. Het planMER richt zich primair daarop. In het bestemmingsplan is aan uitbreiding van veehouderijen de voorwaarde gesteld dat dit geen toename van stikstofdepositie in omliggende Natura 2000-gebieden tot gevolg mag hebben. Hierdoor zijn significant negatieve effecten uitgesloten voor wat betreft stikstof. Op grond daarvan hoeft geen passende beoordeling te worden opgesteld. Op basis van de huidige kennis worden voor het overige geen significante effecten verwacht op Natura2000-gebieden te gevolge van het voornemen. Om dit te toetsen wordt een zogenaamde voortoets op grond van de Wet natuurbescherming opgesteld. In het bestemmingsplan wordt een stikstofregeling opgenomen welke toeziet op zowel het gebruik van stallen (een gebruiksregeling) als ook op bouw van nieuwe stallen. Daarnaast wordt er ook een regeling opgenomen met betrekking tot het beweiden en bemesten. De uitvoerbaarheid van deze regelingen dienen in het PlanMER aangetoond te worden. De milieuaspecten geur, fijnstof en ammoniak worden kwantitatief beoordeeld en onderbouwd.
Voor de overige milieuaspecten (soortenbescherming en provinciaal beschermde natuurgebieden, landschap en cultuurhistorie, water en bodem, luchtkwaliteit , geluidshinder en gezondheid) vindt een kwalitatieve analyse plaats. Per aspect wordt aangegeven of en zo ja welke type mitigerende en compenserende maatregelen nodig zijn om optredende effecten te verzachten of te voorkomen.
Notitie reikwijdte en detailniveau – MER Gelders Eiland 07-12-2020
5
bestemmingsplan Gelders Eiland
Bijlage 2 Milieueffectrapport
9
p l an M ER Ge ld ers E i l an d
O N TW E RP
p l an M ER Ge ld ers E i l an d
O N TW E RP
23 december 2021
S a m e n v a t t i n g
De gemeente Zevenaar herziet het bestemmingsplan voor het buitengebied van de voormalige gemeente Rijnwaarden, inclusief herzieningen en wijzigingen, tot één actueel en digitaal bestemmingsplan Gelders Eiland. Hoewel het bestemmingsplan hoofdzakelijk conserverend van karakter is, dient als onderbouwing van het bestemmingsplan Gelders Eiland een Milieueffectrapport (MER) voor plannen (planMER) te worden opgesteld. Deze verplichting komt met name voort uit het feit dat het bestemmingsplan de ruimte biedt voor vergroting van agrarische bedrijven, met name van een aantal veehouderijen. Grote veehouderijen kunnen m.e.r.-(beoordelings)-plichtig zijn en als dat zo is, dan moet er bij het bestemmingsplan een MER worden opgesteld. Volgens de Wet milieubeheer (Wm) is een besluitm.e.r.(beoordeling) verplicht voor uitbreiding van veehouderijen. Voornemen = concept ontwerp bestemmingsplan Het MER is gebaseerd op het concept ontwerp bestemmingsplan Gelders Eiland. Het voornemen betreft dus de uitbreidingsmogelijkheden die zijn opgenomen in dit bestemmingsplan. Bij de analyse blijken niet alleen de uitbreidingsmogelijkheden van veehouderijen van belang maar ook de mogelijkheden voor kleinschalig kamperen en paardenbakken. Dit mede doordat kwetsbare natuurgebieden binnen het plangebied en aan de rand van het plangebied liggen.
Voor wat betreft de uitbreiding van veehouderijen is op voorhand gekozen voor het opnemen van een stikstofregeling in het bestemmingsplan. Dat betekent dat een gebruiksregeling is opgenomen in de agrarische bestemming waarin is vastgelegd dat een toename van de stikstofdepositie ten opzichte van de bestaande stikstofdepositie ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan (bestaande situatie) als verboden gebruik wordt aangemerkt. Hiermee wordt gegarandeerd dat uitbreiding van veehouderijen niet leidt tot negatieve effecten in omliggende Natura 2000-gebieden, voor zover het gaat om effecten op het gebied van stikstof. Milieueffecten voornemen De milieueffecten van het voornemen zijn bepaald en beoordeeld. Op basis hiervan is inzicht verkregen in die milieueffecten van het voornemen die als negatief of als zeer negatief beoordeeld worden en waarvoor maatregelen nodig zijn om deze te voorkomen of te beperken. Het voornemen is beoordeeld op de volgende milieuthema’s: –
Natuur
–
Landschap, cultuurhistorie en archeologie
–
Geur
–
Bodem en water
–
Licht
–
Luchtkwaliteit
–
Geluid
planMER Gelders Eiland - 23 december 2021
–
Verkeer
–
Gezondheid
Voor deze milieuthema’s zijn de volgende onderdelen beschreven: –
een beschrijving van de referentiesituatie (huidige situatie en autonome ontwikkeling);
–
een beschrijving van de milieueffecten per alternatief;
–
de beoordeling van de milieueffecten;
–
een omschrijving van de mogelijke maatregelen om (zeer) negatieve milieueffecten te voorkomen of te beperken; een omschrijving van de zogenoemde leemten in de kennis.
–
Verder is in hoofdstuk 5 de toets aan de Wet natuurbescherming opgenomen (Passende beoordeling). De onderstaande tabel geeft een totaal overzicht van de verwachte effecten van het voornemen. Effecten
Voornemen
Natura 2000 *
Oppervlakteverlies en versnippering
Zonder toepassing mitige-
Met in achtneming van
rende maatregelen
mitigerende maatregelen
- (grote modderkruiper)
0
0/- (overige doelen)* verzuring en vermesting
--
0
verontreiniging
0/-
0/-
verdroging
0
0
geluid, licht en trilling
0
0
optische verstoring
0/-
0/-
GNN verzuring en vermesting
0
verdroging en verontreiniging
(0/-)
geluid, licht en trilling
0
optische verstoring
0
(Beschermde) flora en fauna fysieke aantasting
-
verzuring en vermesting
0
verdroging en verontreiniging
-
geluid, trilling en optische verstoring
0
kunstlicht
0/-
Landschap en Cultuurhistorie Effecten op de kernkwaliteiten van het landschap: -
Rijnstrangenlandschap
0/-
-
Dorpenlint & agrarisch landschap
-
-
Uiterwaardenlandschap
0
planMER Gelders Eiland - 23 december 2021
Totaalscore
0/-
Effecten op cultuurhistorische waarden
0/-
Effecten op archeologische waarden
0/-
Geurhinder Toe- en afname aantal geurgehinderden en mate verandering leefklimaat
0
Bodem en water Risico op negatieve effecten op grondwaterkwantiteit.
0
Risico van beïnvloeding grondwaterkwaliteit.
0
Risico’s en negatieve effecten oppervlaktewaterkwantiteit.
0
Risico’s en negatieve effecten de kwaliteit van het oppervlaktewater.
0
Effecten op de bodemkwaliteit.
0
Lichthinder Effecten van licht, bepaald op basis van de toename van de lichthinder
0/-
Luchtkwaliteit Toe-/afname knelpunten fijnstof t.g.v. wegverkeer
0
Toe-/afname knelpunten fijnstof t.g.v. bedrijfsvoering
0
Verkeer Verandering van verkeersintensiteiten
0/-
Verandering in de verkeersveiligheid
0/-
Geluidhinder Toename van de geluidhinder agrarische bedrijven
0
Toename van de geluidhinder verkeer t.g.v. agrarische bedrijven
0
Gezondheid Verschillen in gezondheidseffecten op hoofdlijnen *
0
Zie passende beoordeling in hoofdstuk 5
Uit het MER blijkt dat het voornemen op een aantal thema's negatieve effecten kan hebben door de ontwikkelingsmogelijkheden, die in het voornemen mogelijk zijn. De belangrijkste effecten betreffen de effecten van verschillende ontwikkelingsmogelijkheden op het Natura 2000-gebied Rijntakken, dat gedeeltelijk binnen het plangebied ligt. Om te voldoen aan de Wet natuurbescherming is het noodzakelijk om maatregelen te nemen. Deze maatregelen zijn in paragraaf 5.5 benoemd. Samengevat betreft dit: –
Uitbreidingsmogelijkheden voor veehouderijen binnen het Natura 2000-gebied, alsmede die daar direct aan grenzen beperken. Deze beperkingen moeten ook gelden voor de mogelijkheid van kleinschalig kamperen en het toestaan van paardenbakken.
–
Het opnemen van een stikstofregeling voor kleinschalig kamperen.
NATUUR-GNN Als de maatregelen vanuit de Passende beoordeling in acht worden genomen, zal ook het licht negatieve effect t.a.v. verontreiniging en verdroging in GNN niet optreden. NATUUR-BESCHERMDE SOORTEN De effecten zijn vooral zichtbaar voor wat betreft beschermde soorten. De conclusie is dat het effect door fysieke aantasting van het voornemen negatief is (-) voor flora en fauna. Dit effect voor beschermde soorten flora en fauna treedt voornamelijk op door de schaalvergroting, verwijderen van
planMER Gelders Eiland - 23 december 2021
houtige beplanting, sloop van gebouwen en toename van de verstoringszone rond bebouwing en aanvullende voorzieningen grenzend aan het bouwvlak, met name voor vogels van open gebied. De opgenomen voorwaarden in afwijkingsbevoegdheden, evenals de eisen van de Wet natuurbescherming, voorkomen evenwel dat deze effecten daadwerkelijk optreden. In paragraaf 4.2.10 is onder meer aangegeven dat er een onderzoek op grond van de Wet natuurbescherming nodig is bij uitbreidingen en wijzigingen. LANDSCHAP, CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE De uitbreidingsmogelijkheden van agrarische bedrijven en de ruime mogelijkheden om paardenbakken te realiseren kunnen negatieve effecten hebben op de kwaliteiten op het gebied van landschap, cultuurhistorie en archeologie. De belangrijkste landschappelijke effecten betreffen de mogelijkheid voor het realiseren van paardenbakken. Deze is nu bij recht in het hele plangebied toegestaan bij bestaande (bedrijfs)woningen. Om het landschappelijke effect te verminderen wordt geadviseerd om deze te koppelen aan een omgevingsvergunning bij afwijking waarbij eisen gesteld kunnen worden aan de landschappelijke inpassing. Bij afwijkings- of wijzigingsbevoegdheden voor het vergroten van agrarische bedrijven kunnen eisen gesteld worden aan de landschappelijke inpassing van het erf en aan het behouden van cultuurhistorische waarden.
Daarmee wordt de schaalvergroting beter ingepast en wordt het negatieve effect verzwakt. De opgenomen archeologische dubbelbestemmingen waarborgen dat er geen negatieve effecten voor de archeologische waarden ontstaan. VERKEER In het voornemen is weliswaar sprake van een toename van het aantal verkeersbewegingen, maar dat deze zodanig gering is dat geen maatregelen behoeven te worden getroffen. GELUID In het voornemen is sprake van een toename van het aantal woningen binnen de richtafstand geluid, van bouwvlakken van de grondgebonden agrarische veeteeltbedrijven, aangezien deze bedrijven ook buiten de bouwvlakken nog in enige mate kunnen uitbreiden. Op basis hiervan wordt verwacht dat de kans op geluidhinder ten gevolge van agrarische bedrijfsactiviteiten in het voornemen in beginsel toeneemt. In het ontwerp bestemmingsplan dient als maatregel te worden toegevoegd dat bij uitbreiding van agrarische bedrijven middels afwijkingsbevoegdheid, de milieuhygiënische situatie niet mag verslechteren. Uitgaande van een gelijkmatige verdeling van de bedrijven over het plangebied is de toename van het verkeer per wegvak en daarmee de geluidstoename zeer beperkt. Er zal op basis daarvan slechts in geringe mate sprake zijn van effecten op het gebied van geluidshinder ten gevolge van wegverkeer.
planMER Gelders Eiland - 23 december 2021
Inhoudsopgave 1
2
Inleiding
9
1.1
Aanleiding
9
1.2
Plan-m.e.r. (de procedure)
10
1.3
PlanMER (het rapport)
12
1.4
Leeswijzer
13
Voornemen en alternatieven
14
2.1
Inleiding
14
2.2
Voornemen
14
2.3
Omschrijving
14
2.4
Vertaling voornemen naar het MER
17
3
Wet- en regelgeving
18
4
Beoordeling milieueffecten voornemen
19
4.1
Referentiesituatie
19
4.2
Natuur
24
4.3
4.4
4.5
4.2.1
Natuur Gelders Eiland in hoofdlijnen
24
4.2.2
Referentiesituatie Natura 2000-gebieden
25
4.2.3
Referentiesituatie provinciaal beschermde natuurgebieden
27
4.2.4
Referentiesituatie Natuur buiten de GNN en Agrarische natuur
33
4.2.5
Referentiesituatie beschermde soorten
36
4.2.6
Referentiesituatie ammoniak
41
4.2.7
Autonome ontwikkeling
46
4.2.8
Omschrijving van de milieueffecten
47
4.2.9
Beoordeling van de milieueffecten
58
4.2.10
Maatregelen
58
4.2.11
Leemten in kennis
59
Landschap
60
4.3.1
Referentiesituatie
60
4.3.2
Omschrijving van de milieueffecten
63
4.3.3
Beoordeling van de milieueffecten
70
4.3.4
Maatregelen
70
4.3.5
Leemten in kennis
70
Cultuurhistorie en archeologie
71
4.4.1
Referentiesituatie
71
4.4.2
Omschrijving van de milieueffecten
74
4.4.3
Beoordeling van de milieueffecten
76
4.4.4
Maatregelen
76
4.4.5
Leemten in kennis
76
Geurhinder
planMER Gelders Eiland - 23 december 2021
77
4.6
4.7
4.8
4.9
4.10
4.11
4.5.1
Wetgeving
77
4.5.2
Geurgevoelige objecten
78
4.5.3
Cumulatie
78
4.5.4
Milieukwaliteitseisen voor geurhinder
79
4.5.5
Referentiesituatie
79
4.5.6
Milieugebruiksruimte
80
4.5.7
Omschrijving van de milieueffecten
80
4.5.8
Diercategorieën zonder geuremissiefactor
81
4.5.9
Beoordeling van de milieueffecten
82
4.5.10
Leemten in kennis
82
Bodem en water
83
4.6.1
Beleid
83
4.6.2
Referentiesituatie
84
4.6.3
Omschrijving van de milieueffecten
89
4.6.4
Beoordeling van de milieueffecten
91
4.6.5
Maatregelen
91
4.6.6
Leemten in kennis
91
Lichthinder
91
4.7.1
Referentiesituatie
91
4.7.2
Omschrijving van de milieueffecten
92
4.7.3
Beoordeling van de milieueffecten
93
4.7.4
Maatregelen
93
4.7.5
Leemten in kennis
94
Luchtkwaliteit
95
4.8.1
Referentiesituatie
95
4.8.2
Omschrijving van de milieueffecten
97
4.8.3
Beoordeling van de milieueffecten
98
4.8.4
Maatregelen
98
4.8.5
Leemten in kennis
98
Verkeer
99
4.9.1
Referentiesituatie
99
4.9.2
Omschrijving van de milieueffecten
99
4.9.3
Beoordeling van de milieueffecten
100
4.9.4
Maatregelen
100
4.9.5
Leemten in kennis
100
Geluidhinder
101
4.10.1
Referentiesituatie
101
4.10.2
Omschrijving van de milieueffecten
103
4.10.3
Beoordeling van de milieueffecten
103
4.10.4
Maatregelen
104
4.10.5
Leemten in kennis
104
Gezondheid
104
4.11.1
104
Omschrijving situatie kennis in de referentiesituatie
planMER Gelders Eiland - 23 december 2021
5
6
4.11.2
Omschrijving van de milieueffecten
106
4.11.3
Beoordeling van de milieueffecten
107
4.11.4
Maatregelen
107
4.11.5
Leemten in kennis
107
Passende beoordeling
108
5.1
Wettelijke regeling
108
5.2
Omschrijving van de Natura 2000-gebieden
111
5.3
Storingsfactoren en effectbeoordeling
111
5.3.1
Oppervlakteverlies en versnippering
114
5.3.2
Bemesting, stikstofoxiden en ammoniak (storingsfactoren 3 en 4)
115
5.3.3
Verontreiniging en verdroging (storingsfactoren 7 en 8)
118
5.3.4
Geluid, trillingen en licht (storingsfactoren 13, 14 en 15)
118
5.3.5
Optische verstoring, storingsfactor 16
119
5.4
Beoordeling van de milieueffecten
120
5.5
Mitigerende maatregelen
120
5.6
Uitvoerbaarheid regeling stikstof
121
Samenvatting van de milieueffecten
Bijlagen
planMER Gelders Eiland - 23 december 2021
123
1
Inleiding 1.1
Aanleiding
De gemeente Zevenaar herziet het bestemmingsplan voor het buitengebied van de voormalige gemeente Rijnwaarden, inclusief herzieningen en wijzigingen, tot één actueel en digitaal bestemmingsplan Gelders Eiland. Hoewel het bestemmingsplan hoofdzakelijk conserverend van karakter is, dient als onderbouwing van het bestemmingsplan Gelders Eiland een Milieueffectrapport (MER) voor plannen (planMER) te worden opgesteld. Deze verplichting komt met name voort uit het feit dat het bestemmingsplan de ruimte biedt voor vergroting van agrarische bedrijven, met name van een aantal veehouderijen. Grote veehouderijen kunnen m.e.r.-(beoordelings)-plichtig zijn en als dat zo is, dan moet er bij het bestemmingsplan een MER worden opgesteld. Volgens de Wet milieubeheer (Wm) is een besluitm.e.r.(beoordeling) verplicht voor uitbreiding van veehouderijen.
Globale begrenzing bestemmingsplan Gelders Eiland
planMER Gelders Eiland - 23 december 2021
9
Daarnaast is op voorhand niet uit te sluiten dat de uitbreidingsmogelijkheden van veehouderijen effecten kunnen hebben op Natura 2000-gebieden nabij het plangebied. Als (significant) negatieve effecten niet kunnen worden uitgesloten, dient een Passende beoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) te worden opgesteld. Als er een Passende beoordeling moet worden opgesteld, is ook dat aanleiding voor het opstellen van een MER. Deze dient namelijk in een MER te worden opgenomen. Het doel van een plan-m.e.r. is om de milieugevolgen van een plan, in het voorliggende geval een bestemmingsplan, in beeld te brengen voordat er een besluit over wordt genomen. Zo kan het milieubelang volwaardig meegewogen worden in de besluitvorming door het ‘bevoegd gezag’ (de overheid die het besluit moet nemen).
Begrippen In het voorliggende planMER worden de volgende begrippen gebruikt: –
m.e.r.: milieueffectrapportage (de procedure).
–
MER: milieueffectrapport (het rapport).
–
m.e.r. voor plannen (plan-m.e.r.): De m.e.r.-procedure voor plannen die een kader bieden voor zogenoemde m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteiten. Hier moet altijd de uitgebreide procedure voor gevolgd worden.
–
m.e.r. voor besluiten (besluit m.e.r.): De procedure voor besluiten die op grond van Wet milieubeheer zogenoemd m.e.r. (beoordelings)-plichtig zijn. Of het volgen van een uitgebreide of beperkte procedure gevolgd moet worden hangt af van het project en de plaats van het project.
Een besluit-m.e.r. wordt vaak als project-m.e.r. aangeduid om het verschil tussen een plan en een project duidelijk te maken. Om dit verschil goed te kunnen onderscheiden worden in dit rapport bij het MER ook de begrippen planMER en project MER (besluit-MER) gebruikt.
1.2
Plan-m.e.r. (de procedure)
De plan-m.e.r. volgt uit hoofdstuk 7 van de Wm. De procedure bestaat uit de volgende zeven stappen: 1.
Kennisgeving van het voornemen (artikel 7.9).
2.
Raadplegen van adviseurs en besturen (artikel 7.8).
3.
Opstellen van het planMER (artikel 7.7).
4.
PlanMER en ontwerpbestemmingsplan (artikel 7.10 en 7.12): –
Ter inzage leggen van planMER en ontwerpbestemmingsplan. ‘Een milieueffectrapport is gereed op het moment dat het ontwerp van het plan ter inzage wordt gelegd’ (artikel 7.10).
– 5.
Toetsing van planMER door de commissie voor de m.e.r.
Onderbouwen van de gevolgen van het planMER, de zienswijzen op het planMER en het advies van de commissie voor de m.e.r. voor het bestemmingsplan (artikel 7.14).
6.
Bekendmaking en mededeling van het bestemmingsplan (artikel 7.15).
7.
Onderzoeken van de gevolgen van de activiteit (artikel 7.39).
planMER Gelders Eiland - 23 december 2021
10
Ad 1. Publicatie van het voornemen heeft in het voorjaar van 2021 plaatsgevonden, tegelijkertijd met de inspraakperiode van het voorontwerpbestemmingsplan. Op 12 mei 2021 heeft de Natuur- en milieufederatie Gelderland gereageerd op dit voornemen: “In de op te stellen PlanMER zal onder meer gekeken worden naar het onderdeel stikstof. Wij willen hierbij opmerken dat niet alleen bij de bestemmingen agrarisch stikstof een rol speelt maar ook bij andere bestemmingen waarbij uitbreiding van bedrijvigheid wordt geboden. Dit betekent dat ook de cumulatieve effecten qua stikstof beoordeeld zullen moeten worden. Daarnaast zijn overige mogelijke effecten op de diverse instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden, aan de orde, zoals verstoring of meer geluid. Voor de diverse stikstofgevoelige habitats in Natura 2000-gebieden is de huidige stikstofbelasting reeds te hoog. Een nieuw bestemmingsplan zou er daarom bij voorkeur toe moeten bijdragen dat vanwege het plan de belasting op stikstofgevoelige natuur vermindert. We verzoeken u dan ook in te zetten op een scenario dat daartoe bijdraagt. Een onderdeel van dit scenario kan zijn het wegbestemmen van beëindigde agrarische bedrijven en van lang niet benutte ontwikkelruimte bij de diverse bestemmingen.
In het bestemmingsplan is aan uitbreiding van veehouderijen de voorwaarde gesteld dat dit geen toename van stikstofdepositie in omliggende Natura 2000-gebieden tot gevolg mag hebben. De stellingname dat hierdoor significant negatieve effecten zijn uitgesloten voor wat betreft stikstof, gaat naar onze mening niet op. Immers, bij toetsing op bestemmingsplanniveau geldt voor wat betreft het aspect stikstof als referentiesituatie de feitelijk bestaande en planologisch legale situatie voorafgaand aan de vaststelling van het plan. Dit volgt uit jurisprudentie van de Raad van State. Dit betekent dat er wel een passende beoordeling moet worden opgesteld.”. In reactie hierop wordt het volgende opgemerkt. In het voorliggende planMER is zeker ook gekeken naar de effecten van andere ontwikkelingsmogelijkheden dan uitbreiding van agrarische bedrijven (en met name veehouderijen) op omliggende natuurgebieden. De ontwikkelingsmogelijkheden van andere bedrijven dan agrarische bedrijven zijn in het conserverende bestemmingsplan echter erg gering. En er is ook gekeken naar andere effecten dan alleen verzuring (stikstof). Dit is uitgewerkt in hoofdstuk 5, waarin de passende beoordeling op grond van de Wet natuurbescherming is opgenomen. Ad 2. De kennisgeving van het voornemen is ook toegezonden aan relevante instanties. Dit heeft niet geleid tot reacties.
Er is geen Notitie reikwijdte en detailniveau voorgelegd aan de Commissie voor de milieueffectrapportage (Commissie voor de m.e.r.). Door de commissie is dan ook geen advies over ‘de reikwijdte en het detailniveau’ van het planMER opgesteld. Het college van B&W is de initiatiefnemer voor het MER. De gemeenteraad vormt het bevoegd gezag. Het plan-m.e.r. is gekoppeld aan het bestemmingsplan dat kaderstellend is voor eventuele concrete projecten of activiteiten met mogelijk belangrijke nadelige gevolgen. Dit kan betekenen dat in eerste
planMER Gelders Eiland - 23 december 2021
11
instantie voor het bestemmingsplan buitengebied een planMER wordt opgesteld en dat in een later stadium uit dat bestemmingsplan voortvloeiende activiteiten/projecten alsnog project-m.e.r.(beoordeling)plichtig zijn, omdat er besluiten aan zijn gekoppeld, zoals vergunningen. Ad 3. Het planMER omvat tevens de passende beoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van Natura 2000-gebieden. Deze is opgenomen in hoofdstuk 5.
1.3
PlanMER (het rapport)
Belangrijk bij het opstellen van het MER voor een bestemmingsplan, is een goede beschrijving van hetgeen met de voorgenomen activiteit (in dit geval het opstellen van het bestemmingsplan) wordt beoogd. Daarbij moeten ook alternatieven voor de voorgenomen activiteit die redelijkerwijs in beschouwing kunnen worden genomen, worden beschreven en de motivering van de keuze voor de in beschouwing genomen alternatieven. Op de keuze van alternatieven wordt in hoofdstuk 2 ingegaan. Op basis hiervan kan een keuze gemaakt worden in de ontwikkelingen die wel en die niet op grond van het bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt. De inhoudelijke eisen die gesteld worden aan het planMER zijn opgenomen in artikel 7.7 van de Wm (m.e.r.-plichtige plannen): "Het milieueffectrapport dat betrekking heeft op een plan bevat ten minste: a.
een beschrijving van hetgeen met de voorgenomen activiteit wordt beoogd;
b.
een beschrijving van de voorgenomen activiteit, alsmede de alternatieven daarvoor, die redelijkerwijs in beschouwing dienen te worden genomen, en de motivering van de keuze voor de in beschouwing genomen alternatieven;
c.
een overzicht van eerder vastgestelde plannen die betrekking hebben op de voorgenomen activiteit en de beschreven alternatieven;
d.
een beschrijving van de bestaande toestand van het milieu, voor zover de voorgenomen activiteit of de beschreven alternatieven daarvoor gevolgen kunnen hebben, alsmede van de te verwachten ontwikkeling van dat milieu, indien die activiteit noch de alternatieven worden ondernomen;
e.
een beschrijving van de gevolgen voor het milieu, die de voorgenomen activiteit, onderscheidenlijk de beschreven alternatieven kunnen hebben, alsmede een motivering van de wijze waarop deze gevolgen zijn bepaald en beschreven;
f.
een vergelijking van de ingevolge onderdeel d beschreven te verwachten ontwikkeling van het milieu met de beschreven mogelijk gevolgen voor het milieu van de voorgenomen activiteit, alsmede met de beschreven mogelijke gevolgen voor het milieu van elk der in beschouwing genomen alternatieven;
g.
een beschrijving van de maatregelen om belangrijke nadelige gevolgen op het milieu van de activiteit te voorkomen, te beperken of zoveel mogelijk teniet te doen;
h.
een overzicht van de leemten in de beschrijvingen, bedoeld in de onderdelen d en e, ten gevolge van het ontbreken van de benodigde gegevens;
planMER Gelders Eiland - 23 december 2021
12
i.
een samenvatting die aan een algemeen publiek voldoende inzicht geeft voor de beoordeling van het milieueffectrapport en van de daarin beschreven mogelijke gevolgen voor het milieu van de voorgenomen activiteit en van de beschreven alternatieven.".
Het planMER is overeenkomstig deze inhoudelijke eisen opgesteld. Onderzoeksgebied en -periode Het onderzoeksgebied van het planMER betreft in eerste instantie het bestemmingsplangebied. Omdat sommige milieueffecten ook buiten het bestemmingsplangebied kunnen plaatsvinden, ligt een deel van het onderzoeksgebied ook buiten het plangebied. Als voorbeeld: door de toename van vee op een veehouderijbedrijf is er mogelijk sprake van een toename van de emissie van ammoniak. Door deze toename van de emissie kan sprake zijn van negatieve effecten op Natura 2000-gebieden. Deze negatieve effecten kunnen ook op grote afstand van het betreffende veehouderijbedrijf, dus ook buiten het bestemmingsplangebied, plaatsvinden. Het bestemmingsplan wordt in beginsel voor een periode van tien jaar vastgesteld. Met de afschaffing van de actualiseringsplicht van bestemmingsplannen is het mogelijk dat het bestemmingsplan een langere looptijd heeft dan tien jaar. Gezien de komst van de nieuwe Omgevingswet en de omschakeling naar omgevingsplannen, is de verwachting dat dit bestemmingsplan binnen de komende tien jaar herzien zal worden. Naar aanleiding hiervan betreft ook de onderzoeksperiode voor het MER een periode van tien jaar. Uitgangspunt is dat het bestemmingsplan in 2022 wordt vastgesteld. Hiermee is het zogenoemde 'zichtjaar' 2032.
1.4
Leeswijzer
Na de inleiding in dit hoofdstuk volgen de andere hoofdstukken van dit rapport in hoofdlijnen de inhoudelijke eisen aan het MER, zoals die zijn opgenomen in artikel 7.7 van de Wm. Dit betekent dat in beginsel in hoofdstuk 2 het voornemen is uiteengezet. In hoofdstuk 3 is een overzicht van de vastgestelde wet- en regelgeving en het vastgestelde beleid opgenomen zoals dat van toepassing is op de activiteiten zoals voorzien in het voornemen en het uitvoerbare alternatief. Een omschrijving van de referentiesituatie en een globale, kwalitatieve beschrijving van de mogelijke milieueffecten van het voornemen zijn uiteengezet in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 4 is ook een overzicht van de mogelijke maatregelen om belangrijke nadelige gevolgen op het milieu te voorkomen of te beperken opgenomen, evenals een overzicht van de zogenoemde ‘leemten in de kennis’. In hoofdstuk 5 is in aanvulling op paragraaf 4.2 (Natuur) een passende beoordeling op grond van de Wnb opgenomen. Ten slotte zijn in hoofdstuk 8 de conclusies en het advies opgenomen over de wijze waarop de resultaten van het planMER in het bestemmingsplan Gelders Eiland kunnen worden verwerkt. Verder is in dit hoofdstuk aandacht besteed aan de evaluatie van dit planMER.
planMER Gelders Eiland - 23 december 2021
13
2
Voornemen en alternatieven 2.1
Inleiding
In dit hoofdstuk zijn de volgende inhoudelijke eisen aan het MER op grond van artikel 7.7, lid 1 van de Wm uiteengezet: a.
“een beschrijving van hetgeen met de voorgenomen activiteit wordt beoogd;
b.
een beschrijving van de voorgenomen activiteit, alsmede de alternatieven daarvoor, die redelijkerwijs in beschouwing dienen te worden genomen, en de motivering van de keuze voor de in beschouwing genomen alternatieven”.
In paragraaf 2.2 is een omschrijving van het voornemen opgenomen. Het voornemen betreft het nieuwe ontwerpbestemmingsplan Gelders Eiland.
2.2
Voornemen
Een beherend bestemmingsplan betekent dat het plan een actuele planologische regeling van de bestaande situatie bevat. Bestaande rechten en plichten uit de geldende regeling worden zoveel mogelijk overgenomen en waar nodig aangepast aan de eisen en wensen van deze tijd. Via flexibiliteitsbepalingen worden bepaalde ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Grotere ontwikkelingen worden niet meegenomen in het bestemmingsplan. Die ontwikkelingen worden apart beoordeeld.
2.3
Omschrijving
Zoals opgemerkt, is het bestemmingsplan er vooral op gericht de bestaande situatie in het plangebied te behouden en te versterken en is het hiervoor noodzakelijk dat het bestemmingsplan ook mogelijkheden biedt voor ontwikkelingen. Dit betreffen onder andere de hierna uiteengezette (voor het planMER belangrijke) ontwikkelingen. Agrarische bedrijven Hierbij in onderscheid gemaakt in ‘gewoon’ agrarisch gebied en een gebied ‘Agrarisch met waarden’. De gebieden met waarden betreffen de agrarische gronden rondom de Rijnstrangen en aan de zuidzijde in het uiterwaardenlandschap (zie afbeelding). De ontwikkelingsmogelijkheden verschillen gedeeltelijk tussen deze twee deelgebieden. –
Agrarische bedrijven, niet zijnde veehouderijen, mogen bouwen binnen de aangegeven bouwvlakken. Via een wijzigingsbevoegdheid kunnen bouwvlakken 2 ha groot worden (onder voorwaarden).
–
Grondgebonden en niet-grondgebonden veehouderijen zijn beide afzonderlijk aangeduid. Alleen op die plaats is een grondgebonden of niet-grondgebonden veehouderij toegestaan.
–
Grondgebonden veehouderijen mogen, net als niet veehouderijen, doorgroeien tot 2 ha via een wijzigingsbevoegdheid.
–
Uitbreiding en nieuwvestiging van geitenhouderij is uitgesloten.
planMER Gelders Eiland - 23 december 2021
14
–
De uitbreidingsmogelijkheden voor niet grondgebonden veehouderijen is zeer beperkt. Bin2
nen het bouwvlak. Uitbreiding van bebouwing mag tot 500 m en alleen via een afwijkingsbevoegdheid, waarbij getoetst wordt aan het Plussenbeleid. Buiten het bouwvlak mogen ze maximaal met 10% uitbreiden tot maximaal 1 ha. En daarbij de kanttekening dat één van de niet grondgebonden veehouderijen een geitenhouderij is, die geen uitbreidingsmogelijkheden heeft. Per saldo gaat het maar om één kleine niet grondgebonden veehouderij (Aerdtsedijk 45 te Aerdt). –
Sleufsilo's, kuilvoerplaten en mestplaten mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak.
–
Kassen zijn toegestaan ter plaatse van een bouwvlak, maar alleen bij bestaande fruitteeltbedrijven (in de vorm van boomgaarden) of bestaande vollegrondstuinbouw, en tot maximaal 2
1.000 m (alleen in bestemming ‘Agrarisch’ en niet in ‘Agrarisch met waarden’). –
Buiten de bouwvlakken zijn alleen teeltondersteunende voorzieningen in de vorm van permanente palen en/of beregeningsinstallaties toegestaan tot maximaal 5.000 m². Dit geldt na afwijking en alleen in de bestemming ‘Agrarisch’ en niet in ‘Agrarisch met waarden’.
–
Onderschikte niet-agrarische nevenactiviteiten zijn bij agrarische bedrijven toegestaan via een afwijking onder voorwaarden. De oppervlakte bedraagt daarvoor maximaal 25% van de aan2
wezige bebouwing, met een maximum 350 m . –
Kleinschalige kamperen: bestaande zijn bij recht toegestaan. Via een afwijking onder voorwaarden van onder andere landschappelijke inpassing is kleinschalig kamperen toegestaan op alle agrarische bouwvlakken of direct aansluitend aan het bouwvlak binnen de bestemming ‘Agrarisch’. Binnen de bestemming Agrarisch met waarden is kleinschalig kamperen binnen het bouwvlak toegestaan en ook buiten het bouwvlak, mits niet gelegen ter plaatse van de bestemming 'Waarde - Natuur en landschap';
–
Grondgebonden opstellingen van zonnepanelen zijn binnen het agrarische bouwvlak toegestaan met een maximale hoogte van 2 m. En onder de voorwaarde van landschappelijke inpassing.
Daarnaast is op voorhand gekozen voor het opnemen van een stikstofregeling in het bestemmingsplan. Dat betekent dat een gebruiksregeling is opgenomen in de agrarische bestemming waarin is vastgelegd dat een toename van de stikstofdepositie ten opzichte van de bestaande stikstofdepositie ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan (bestaande situatie) als verboden gebruik wordt aangemerkt. Hiermee wordt gegarandeerd dat uitbreiding van veehouderijen niet leidt tot negatieve effecten in omliggende Natura 2000-gebieden, voor zover het gaat om effecten op het gebied van stikstof. Functieverandering –
Via een wijzigingsbevoegdheid kan omschakeling naar een woonbestemming of een agrarisch verwant bedrijf plaatsvinden (onder voorwaarden).
Woningen, niet-agrarische bedrijven e.d. –
De bestaande situatie is geregeld in het bestemmingsplan met zeer beperkte uitbreidingsmogelijkheden.
planMER Gelders Eiland - 23 december 2021
15
Het bestemmingsplan biedt de mogelijkheid om paardenbakken te realiseren voor hobbyma-
–
tig gebruik bij (bedrijfs)woningen. Bij burgerwoningen en bedrijfswoningen van niet-agrarische bedrijven is via een afwijking
–
onder voorwaarden van onder andere landschappelijke inpassing kleinschalig kamperen toegestaan. Kleinschalig kamperen Onder voorwaarden is in het plangebied kleinschalig kamperen mogelijk bij agrarische bedrijven, maar ook bijvoorbeeld bij woningen. In een realistisch worstcasescenario gaat het om: –
35 agrarische bouwvlakken in de bestemming Agrarisch
–
13 agrarische bouwvlakken in de bestemming Agrarisch met waarden
–
247 woonbestemmingen. In de regeling staat dat er tussen de kampeerterreinen minimaal 250 m afstand moet worden aangehouden. Veel woningen liggen in bebouwingslinten op kortere afstand van elkaar, waardoor slechts bij een deel van de woningen kleinschalig kamperen kan ontstaan. Gelet op de gemiddelde onderlinge afstand van de burgerwoningen (ca 55 m) zou ongeveer 20% kleinschalig kamperen mogelijk zijn. Veiligheidshalve is daarom in het MER 25% aangehouden. Dat betekent 62 woningen.
In totaal dus 110 adressen waar kleinschalig kamperen zou kunnen ontstaan in een worst case scenario.
planMER Gelders Eiland - 23 december 2021
16
Overige nevenactiviteiten en functieverandering De milieueffecten van de overige nevenactiviteiten bij agrarische bedrijven zijn naar verwachting erg klein. In geval van functieverandering zal er doorgaans sprake zijn van een vermindering van de milieubelasting ten opzichte van de milieubelasting ten gevolge van de agrarische activiteit. Het bestemmingsplan voorziet overigens maar beperkt in functieverandering. Er wordt binnen de agrarische bestemming middels een wijzigingsbevoegdheid functieverandering naar ‘Wonen’ (zonder extra woningen) en naar een agrarisch verwant bedrijf toegelaten. Kortom, de milieueffecten van de activiteiten binnen de andere ontwikkelingsmogelijkheden van het bestemmingsplan (op grond van de bestemming ‘Bedrijf’, ‘Recreatie’ en dergelijke) worden als te verwaarlozen geacht, ook in samenhang met elkaar (met andere woorden: ook de schaal waarop de effecten elkaar versterken of verzwakken wordt als te verwaarlozen geacht). De milieueffecten van deze activiteiten zijn dan ook niet verder in het onderzoek overwogen. Daarbij moet bij alle afwijkings- en wijzigingsmogelijkheden worden opgemerkt dat naar verwachting maar in enkele situaties gebruik gemaakt zal (en kan) worden van deze mogelijkheden.
2.4
Vertaling voornemen naar het MER
Voor het bestemmingsplan moeten in het planMER de milieueffecten van de minst gunstige situatie (de “worstcasesituatie”) worden bepaald. De milieueffecten van de ontwikkelingsmogelijkheden op grond van het ontwerpbestemmingsplan (voornemen) zijn daarom in het voorliggende planMER beoordeeld. Op basis van die uitkomsten is vervolgens bepaald of en waar sturing of aanscherping van de ontwikkelingsmogelijkheden in het bestemmingsplan nodig is om onwenselijke milieueffecten te voorkomen of te beperken. Op basis daarvan is besloten dat er geen aanleiding is voor het uitwerken van alternatieven. In hoofdstuk 4 zijn de milieueffecten van het voornemen beoordeeld. Hoofdstuk 5 bevat de Passende beoordeling op grond van de Wet natuurbescherming.
planMER Gelders Eiland - 23 december 2021
17
3
Wet- en regelgeving In dit hoofdstuk wordt invulling gegeven aan de inhoudelijke eisen aan het MER op grond van artikel 7.7, lid 1, onderdeel c van de Wm: “Een overzicht van eerder vastgestelde plannen die betrekking hebben op de voorgenomen activiteit en de beschreven alternatieven.”. Zoals aangegeven in hoofdstuk 2 is het bestemmingsplan er onder andere op gericht om – onder voorwaarden – het vergroten van bestaande agrarische bouwvlakken mogelijk te maken. Hiermee wordt de ontwikkeling van (intensieve) veehouderijbedrijven mogelijk gemaakt. De mogelijkheden voor de ontwikkeling van deze bedrijven worden vooral bepaald door: –
Wet Natuurbescherming.
–
Wet ammoniak en veehouderij.
–
Besluit ammoniakemissie huisvesting veehouderij.
–
Wet geurhinder en veehouderij.
–
Provinciale Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018.
–
Provinciale Omgevingsverordening 2021.
In bijlage 1 is een samenvatting van deze wet- en regelgeving en het beleid opgenomen. Ander, meer sectoraal, beleid is opgenomen bij de desbetreffende milieuthema's.
planMER Gelders Eiland - 23 december 2021
18
4
Beoordeling milieueffecten voornemen 4.1
Referentiesituatie
De huidige situatie en vaststaande autonome ontwikkelingen vormen de referentie voor het beoordelen van de milieueffecten van het voornemen en de alternatieven. De trendmatige ontwikkeling in de landbouw maakt geen deel uit van de referentie. De referentiesituatie bestaat uit de huidige situatie plus de situatie die op termijn ontstaat als gevolg van de toekomstig (nagenoeg) zekere ontwikkelingen binnen en buiten het plangebied (bestemde en vergunde activiteiten die bijna zeker ingevuld worden op korte termijn). Dit laatste wordt de autonome ontwikkeling genoemd. Zie ook de onderstaande schematische weergave van wat tot de referentiesituatie behoort en wat tot het voornemen (Commissie m.e.r., 2015).
Schematische weergave van referentiesituatie en voornemen
In de referentiesituatie vindt het voornemen (het vaststellen van het bestemmingsplan Gelders Eiland) niet plaats. De omschrijving van de referentiesituatie is in het algemeen beperkt tot die onderdelen op basis waarvan de beoordeling van de milieueffecten van het voornemen en de alternatieven plaatsvindt. Hierna zijn de algemene uitgangspunten van de bestaande situatie en de autonome ontwikkeling uiteengezet. Voor de verschillende milieuonderdelen is de referentiesituatie, waar nodig, vervolgens per milieuonderdeel op basis van deze algemene uitgangspunten verder uitgewerkt. Bestaande situatie HUIDIGE SITUATIE LANDBOUW GELDERS EILAND Een groot deel van de gemeentelijke oppervlakte wordt door landbouw beheerd. Landbouw is een belangrijke economische pijler voor de gemeente. Op basis van de inventarisatie voor het bestemmingsplan Gelders Eiland zijn er in het plangebied 48 agrarische bedrijven. Daarvan liggen er 35 in de bestemming ‘Agrarisch’ en 13 in de bestemming ‘Agrarisch met waarden’. Onderstaande kaart geeft daarvan een beeld.
planMER Gelders Eiland - 23 december 2021
19
De verdeling over de verschillende typen agrarisch bedrijf is in onderstaande afbeelding weergegeven. Waarbij de kanttekening moet worden opgenomen dat er bij de aangegeven grondgebonden veehouderijen er vrijwel overal sprake is van een gemengd bedrijf met zowel veehouderij als akkerbouw.
planMER Gelders Eiland - 23 december 2021
20
CBS gegevens In 2018 is de gemeente Rijnwaarden (= Gelders Eiland) samengevoegd met de gemeente Zevenaar. Hierdoor zijn er bij het CBS na de fusie geen afzonderlijke getallen beschikbaar voor Gelders Eiland. Daarom is gebruikgemaakt van de laatst beschikbare gegevens, te weten uit 2017. Volgens cijfers van het CBS waren in 2017 in de toenmalige gemeente Rijnwaarden 50 agrarische bedrijven aanwezig. Het grootste aandeel daarbinnen betreft de graasdierbedrijven (35). Er zijn 22 akkerbouwbedrijven, 4 tuinbouwbedrijven en 3 intensieve veehouderijbedrijven aanwezig (bron: CBS-cijfers 2017). Tabel 1. Aantal landbouwbedrijven Type bedrijf
Aantal bedrijven
Graasdieren
29, waarvan 3 bedrijven met geiten
Hokdieren
3 (bedrijven met varkens)
Tuinbouw open grond - tuinbouwgroenten
1
Tuinbouw open grond - bloembollen en knollen
3
Akkerbouw
22
Aantal landbouwbedrijven totaal
50*
Bron CBS (stand van zaken 2017): https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/80781ned/table?dl=5AF13. * Doordat er sprake is van gemengde bedrijven met bijvoorbeeld akkerbouw en graasdieren, is het totaal aantal bedrijven niet te zien als optelling van het aantal typen bedrijven.
De agrarische bedrijven bepalen voor een belangrijk deel het beeld in het landelijk gebied. De onderstaande tabellen en afbeeldingen geven een beeld van het aantal agrarische bedrijven in het landelijk gebied van het Gelders Eiland. Ligging agrarische bedrijven in het landelijk gebied
Hoewel het aantal agrarische bedrijven gestaag afneemt is de sector nog steeds een belangrijke eco1
nomische factor (werkgelegenheid) . Het aanzien van het landelijk gebied wordt ook in grote mate bepaald door de landbouw. Uitgangspunten referentiesituatie landbouw De referentiesituatie voor het MER betreft niet de vergunde situatie, maar de feitelijke stalbezetting en de uitbreidingen die op korte termijn worden verwacht. De huidige situatie is echter niet exact per bedrijf bekend. Wel zijn overzichten van de vergunde veebezetting per bedrijf beschikbaar. En daarnaast zijn CBS-cijfers beschikbaar, zij het gedateerd. Hoewel individuele bedrijfsgegevens bij de meitelling van het CBS worden verzameld, zijn deze gegevens niet openbaar beschikbaar.
1
Volgens CBS-gegevens waren er in 2017 nog 50 agrarische bedrijven in Rijnwaarden tegenover 74 in het jaar 2000.
planMER Gelders Eiland - 23 december 2021
21
HUIDIGE DIERAANTALLEN MELDINGEN EN VERGUNNINGEN Om inzicht te verkrijgen in de huidige dieraantallen zijn alle meldingen en vergunningen van de veehouderijen door de gemeente verzameld en opgenomen in een excel-bestand. DIERAANTALLEN CBS De totale veestapel van een gemeente op basis van de meitelling is wel openbaar, maar bevat onvoldoende gegevens voor de benodigde gedetailleerde berekeningen. Bovendien omvat het plangebied niet het gehele landelijke gebied van de gemeente. Enkele agrarische bedrijven vallen buiten het plangebied. In de meeste gemeenten is de totale vergunde omvang van de veestapel enkele tientallen procenten groter dan de totale veestapel volgens de CBS-meitelling. In het MER voor het bestemmingsplan wordt in de referentiesituatie daarom uitgegaan van een correctie voor de daadwerkelijke veebezetting ten opzichte van het totaal aan vergunde dierplaatsen. Wel behoeft het percentage op basis van de CBS-cijfers nuancering. Veehouderijbedrijven kennen, als normaal onderdeel van het bedrijfsproces, altijd een gemiddelde jaarlijkse onderbezetting ten opzichte van het vergunde aantal dierplaatsen. Er is bijvoorbeeld per jaar een aantal weken leegstand doordat slachtvee wordt afgevoerd en de stallen worden schoongemaakt. Deze functionele leegstand verschilt per diersoort en bedraagt gemiddeld circa 5 à 10 %.
Deze functionele leegstand is reeds verrekend in de NH3-emissiefactoren in bijlage 1 van de Rav (kg NH3/dierplaats per jaar) per diersoort, op basis waarvan de totale stikstofemissie wordt berekend, en mag dus niet nogmaals verdisconteerd worden. Dat betekent dat het verschil tussen het vergunde aantal dieren en de CBS-cijfers nog gecorrigeerd moet worden voor de 'normale' onderbezetting om de ‘latent vergunde ruimte’ te kunnen bepalen. VERGELIJKING CBS MET MELDINGEN EN VERGUNNINGEN Gelet op het bovenstaande is een vergelijking gemaakt tussen de dieraantallen uit de milieuvergunningen en -meldingen en de CBS-cijfers.
Tabel 2. Veegegevens gemeente en CBS-cijfers 2017 CBS 2017
Rundvee
Gegevens o.b.v. vergunningen en meldingen 4.477
Schapen
52
189
1%
-
1.405
1.195
118%
0,85
Paarden en pony’s Varkens totaal
643
329
195%
0,51
0
300
-
-
Eenden
20
0
-
-
Kippen
80
0
-
-
Geiten
2.653
Afwijking controlecijfers t.o.v. Toegepaste CBS-factor CBS 2017, in % (CBS=100%) 169% 0,59
Bron: https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/80781ned/table?dl=5AF13.
planMER Gelders Eiland - 23 december 2021
22
Toelichting verschillen tussen CBS en veebestand per diersoort RUNDVEE In het algemeen is het zo dat de gemeente een achterstand heeft in de controles van de agrarische bedrijven. Het verschil is hier waarschijnlijk te verklaren uit het feit dat er meerdere bedrijven zullen zijn, die inmiddels gestopt dan wel uitgebreid zijn, maar waarvan de vergunning nog niet is ingetrokken dan wel gewijzigd. GEITEN, PAARDEN EN PONY’S Bij geiten en paarden/pony’s betreft het een geringe afwijking die met de oudere gegevens van het CBS te maken zal hebben. SCHAPEN Het feit dat er volgens het CBS meer schapen aanwezig zijn, dan vergund, heeft te maken met de grote hoeveelheid schapen die hobbymatig wordt gehouden. VARKENS, EENDEN EN KIPPEN Het verschil t.a.v. varkens is te verklaren uit het feit dat twee bedrijven die tevens varkens hielden, gestopt zijn met de varkens. Het feitelijke situatie is daardoor dat er geen varkens zijn. Daarmee is in het MER rekening gehouden. Bij eenden gaat dit om een zodanig gering aantal dat we dit kunnen negeren. Voor kippen is er eind 2016 een bedrijf aan de Aerdtsedijk ontstaan met een (zeer) gering aantal legkippen. Deze zullen nog niet in de CBS cijfers van 2017 zijn opgenomen. Voor de kippen zijn daarom de gegevens van de vergunningen als uitgangspunt genomen en dus wel meegenomen in de berekeningen.
CORRECTIE Gelet op de bovenstaande cijfers blijft er vooral een (redelijk) groot verschil tussen vergunningen en CBS-cijfers bij rundvee, geiten en paarden en pony’s. Bij de berekening van de huidige situatie is voor rundvee, geiten en paarden en pony’s de correctiefactor gehanteerd zoals weergegeven in de bovenstaande tabel. Hiermee wordt de huidige situatie beter benaderd dan met alleen de getallen van de vergunningen.
planMER Gelders Eiland - 23 december 2021
23
4.2
Natuur
Het voornemen is wat betreft de natuur op basis van de volgende kenmerken beoordeeld: –
milieueffecten op Natura 2000-gebieden;
–
milieueffecten op beschermde natuurgebieden op basis van de Omgevingsverordening Gelderland (GNN, GO en ganzenrustgebied);
–
milieueffecten op beschermde soorten.
Tabel 3. Beoordelingskader natuur Criterium
Methode
Effecten op Natura 2000-gebieden (passende beoordeling)
Kwalitatief
Effecten op het GNN, GO en ganzenrustgebied
Kwalitatief
Effecten op flora en fauna, met name gericht op beschermde soorten
Kwalitatief
Bij de effectbeoordeling wordt met name gekeken welke gevolgen het voornemen op de natuur heeft ten opzichte van de huidige situatie inclusief de autonome ontwikkeling. Daarbij worden de effecten op Natura 2000-gebieden, het NNN en natuur buiten het NNN beoordeeld. Ten slotte worden de effecten op beschermde soorten in beeld gebracht. Omdat de milieueffecten op de natuur ook over enige afstand kunnen plaatsvinden, kunnen deze ook buiten het bestemmingsplangebied plaatsvinden. Dit geldt met name voor stikstofdepositie die op grote afstand waarneembaar is. Daarom zijn niet alleen de effecten op natuurwaarden binnen het bestemmingsplangebied uitgewerkt, maar waar relevant ook de effecten op natuurwaarden buiten het plangebied. 4.2.1 Natuur Gelders Eiland in hoofdlijnen Het landschap van het Gelders Eiland is door de rivier en de mens gevormd. Het gebied is in te delen in drie ongeveer even grote deelgebieden (Landschapsontwikkelingsplan Rijnwaarden, 2004): –
het dorpenlint in agrarisch landschap;
–
de Rijnstrangen;
–
de uiterwaarden.
Het dorpenlint in agrarisch landschap wordt vanouds het meest intensief gebruikt door de mens. De bebouwing is geconcentreerd in zes dorpen, maar verspreid in het agrarisch gebied is ook bebouwing aanwezig. De oudere bebouwing staat overwegend op een pol (een kunstmatige verhoging in het landschap) of aan de dijk.
planMER Gelders Eiland - 23 december 2021
24
De Rijnstrangen is een gevarieerd gebied waar de waterstaatkundige geschiedenis nog goed te zien is. Hier is nog een oorspronkelijke opeenvolging van geulen, voormalige zandplaten, kaden en dijken zichtbaar. Hier bevindt zich ook een groot areaal natuurgebied met veel rietland. De uiterwaarden van de rivier de Rijn en Pannerdensch Kanaal overstromen nog regelmatig. Op verschillende plaatsen zijn steenfabrieken gebouwd op hoogwatervrije plaatsen. Tichelgaten – ontstaan door de winning van klei – hebben zich ontwikkeld tot waardevolle natuurgebieden. Bebouwing in de uiterwaarden is, mede door de periodieke overstroming, schaars. Door zandwinning is recreatiegebied de Bijland ontstaan. De Rijnstrangen en de uiterwaarden langs de Rijn en het Pannerdensch Kanaal zijn vrijwel volledig onderdeel van het Natura 2000-gebied Rijntakken. Ongeveer de helft van ditzelfde gebied is begrensd als Gelders Natuurnetwerk (GNN), de andere helft als Groene Ontwikkelingszone (GO). Daarmee heeft een groot deel van het plangebied een natuurlijk karakter. De belangrijkste natuurgebieden van het Gelders Eiland worden in paragraaf 4.2.2 t/m 4.2.4 nader beschreven, en vervolgens in paragraaf 4.2.5 de belangrijkste voorkomende beschermde soorten.
4.2.2 Referentiesituatie Natura 2000-gebieden In het kader van de Wet natuurbescherming geldend per 1 januari 2017 (verder te noemen Wnb 2017) zijn zogenaamde Natura 2000-gebieden aangewezen. Op de onderstaande afbeeldingen is de ligging van Natura 2000-gebieden in en rond het Gelders Eiland weergeven, zowel op grotere afstand als in en direct in de buurt van het plangebied. Binnen het plangebied is een deel van het Natura 2000-gebied Rijntakken gelegen. Dit gehele gebied strekt zich uit langs de IJssel, Rijn en Waal, tussen Kampen en Zaltbommel. Tevens ligt in Duitsland, grenzend aan de zuidrand van het plangebied het Natura 2000-gebied Unterer Niederrhein. Dit betreft een groot Vogelrichtlijngebied en delen ervan zijn tevens Habitatrichtlijngebied.
planMER Gelders Eiland - 23 december 2021
25
In bijlage 1 is een beschrijving van de Natura 2000-gebieden opgenomen die binnen een straal van 10 km rond het plangebied liggen. Uit het raadplegen van de Natura 2000-beheerplannen komt naar voren dat 5 km de maximale effectafstand is van relevante effecten anders dan die als gevolg van de emissie van stikstof. Stikstofemissie kan ook nog op veel meer dan 5 km afstand tot effecten leiden. Van de meeste Natura 2000-gebieden binnen het onderzoeksgebied ligt de stikstofdepositie in de bestaande situatie al aanzienlijk boven de kritische depositiewaarde van het meest gevoelige habitattype. De consequenties hiervan worden nader uitgewerkt in de Passende Beoordeling in hoofdstuk 5.
Ligging Natura 2000-gebieden binnen een straal van 10 km rond het plangebied Gelders Eiland
planMER Gelders Eiland - 23 december 2021
26
Ligging Natura 2000-gebieden in en direct aansluitend aan het plangebied Gelders Eiland
4.2.3 Referentiesituatie provinciaal beschermde natuurgebieden Beleid Natuur Netwerk op hoofdlijnen Het Natuur Netwerk Nederland (NNN), voorheen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland en vormt de basis voor het provinciale natuurbeleid. Het NNN is als beleidsdoel opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie (Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, mede namens de Ministeries van Infrastructuur en Waterstaat, Economische Zaken en Klimaat, Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en Defensie, vastgesteld 2020-09-11). Het NNN is op provinciaal niveau uitgewerkt in de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland (provincie Gelderland, vastgesteld 2018-12-19): De Omgevingsvisie spreekt van een “groot Gelders natuurnetwerk met allerlei verbindingszones – ecologisch poorten, ecoducten, uiterwaarden – dat voor de biodiversiteit belangrijke gebieden in en buiten Gelderland verbindt.”. De provincie treft maatregelen vanwege de bescherming, de instandhouding of het herstel van biotopen, leefgebieden, een gunstige staat van instandhouding en het Natuurnetwerk Nederland. De provincie beschermt de achttien Natura 2000-gebieden die in het GNN liggen, en beoogt in 2030 75%
planMER Gelders Eiland - 23 december 2021
27
van de Natura 2000-doelen te behalen. Verder richt het beleid zich op behoud van de basiskwaliteit van landschappen in Gelderland. Uitwerking op provinciaal niveau De begrenzing en ruimtelijke bescherming is op provinciaal niveau uitgewerkt in het Gelders Natuur2
3
netwerk (GNN) in de Omgevingsverordening Gelderland en het Natuurbeheerplan 2021 . Het Natuurbeheerplan kent een ambitiekaart, een beheertypenkaart, een leefgebiedenkaart t.b.v. agrarisch natuur- en landschapsbeheer, een kaart zoekgebied water en bodem t.b.v. het agrarisch waterbeheer en bodembeheer, een investeringskaart en een subsidiekaart. Samen vormen zij met de beschrijving van de doelen de kern van het plan. Het Natuurbeheerplan heeft geen formele planologische consequenties of consequenties voor bestemmingsplannen, en bevat geen bindende regels of verplichtingen voor burgers. Ook kunnen er geen rechten aan worden ontleend. Het Natuurbeheerplan is dus beperkt in zijn formele werking. In aanvulling op het GNN heeft de provincie Gelderland ook een Groene Ontwikkelingszone (GO). Tevens zijn gebieden aangewezen als ganzenrustgebied of weidevogelgebied; dit laatste type gebied ligt niet binnen het plangebied. De provincie spant zich in voor een compact en hoogwaardig stelsel van onderling verbonden natuurgebieden en behoud en versterking van de kwaliteit van het landschap. Het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelingszone (GO) worden beschermd tegen aantasting van de kernkwaliteiten: dat zijn de natuurwaarden, de potentiële waarden en de omgevingscondities.
Het GNN is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuur van internationaal, nationaal en provinciaal belang. Het uitgangspunt is dat in het GNN geen nieuwe initiatieven plaatsvinden, en dat in de GO ruimte is voor economische ontwikkeling in combinatie met een (substantiele) versterking van de samenhang tussen aangrenzende en inliggende natuurgebieden. De ecologische verbindingszones maken deel uit van de GO, evenals de weidevogelgebieden. Beschermingsregime Gelders Natuurnetwerk (GNN) Het beleid met betrekking tot het GNN is ten eerste gericht op de bescherming en het herstel van de aanwezige natuurwaarden, ten tweede op de ontwikkeling van nieuwe natuurwaarden. Binnen het GNN zijn geen bestemmingen toegestaan waardoor de kernkwaliteiten van het gebied significant worden aangetast. Op grond van de Omgevingsverordening wordt een nieuwe activiteit of ontwikkeling in het GNN alleen toegelaten als die geen nadelige gevolgen kan hebben voor de kernkwaliteiten, oppervlakte of samenhang, of als er geen sprake is van nadelige gevolgen voor de oppervlakte als deze volgens voorwaarden worden gecompenseerd.