CConstaterende datZevenaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4. 1209978 Toelichting Grietakkers 7

Raadsvergaderingen 2022-2026 26 juni 2024, gemeente ZevenaarBij agendapunt: Z/23/454937 Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Grietakkers 7, Zevenaar19.065 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Verkeersaantrekkende Aantal werking (per woning, per dag)

Totaal verkeersaantrekkende werking

Vrijstaand

8,2

1

8,2

Twee-onder-een-kap

7,8

2

15,6

Rij

7,1

10

71

Appartementen

4,9

12

58,8

25

153,6

TOTAAL

Op basis van bovengenoemde woningtypen, aantallen en omgevingstype (matig stedelijk, rest bebouwde kom) worden met de voorgenomen ontwikkeling in totaal maximaal 153,6 verkeersbewegingen per etmaal gegenereerd op een gemiddelde weekdag. Met volledig gebruik van de huidige functie genereert het plangebied een verkeersaantrekkende werking van 8,2 verkeersbewegingen per etmaal. Hiermee komt de netto-toename neer op circa 145,4 extra verkeersbewegingen pet etmaal ten opzichte van volledig gebruik in de huidige situatie. Ontsluiting Het plangebied wordt in twee richtingen ontsloten op de Grietakkers: de eerste ontsluiting wordt gerealiseerd ter plekke van de bestaande woning Grietakkers 7. De andere ontsluiting is beoogd op de huidige locatie van het parkeerterrein van het ten noorden gelegen party- en zalencentrum (perceelnummer 4598). Vanaf de Grietakkers is in noordelijke richting meteen een aansluiting op de Ringbaan Zuid aanwezig; de gebiedsontsluitingsweg voor heel Zevenaar-Zuid. Uitgaande van een evenredige verdeling van de verkeersbewegingen over beide ontsluitingen neemt per richting de verkeersgeneratie toe met circa 72,7 verkeersbewegingen per etmaal.

Omdat de Grietakkers in zuidelijke richting uitsluitend een doorgaande weg is voor langzaamverkeer en in noordelijke richting slechts enkele bestaande woningen (Grietakkers 4, 6 en 8) langs de ontsluiting van het plangebied zijn gesitueerd, zal de mate waarin hinder wordt ondervonden van het verkeer van en naar het plangebied beperkt zijn. De bestaande infrastructuur kan de toename in verkeersbewegingen, gezien de snelle verbinding met gebiedsontsluitingsweg Ringbaan Zuid, goed verwerken. Vanuit verkeerskundige aspecten bestaan er dan ook geen belemmeringen voor de voorgenomen herontwikkeling van deze locatie. 5.3.1.1 Conclusie verkeer Het aspect ‘verkeer’ vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

26 juni 2024 | Bestemmingsplan ‘Grietakkers 7, Zevenaar’ | Pro Ruimte

28

5.3.2 Parkeren Voor het berekenen van de parkeerbehoefte is gebruik gemaakt van de uitgangspunten uit het Paraplubestemmingsplan parkeren gemeente Zevenaar. Onderhavig plan maakt de realisatie van 25 woningen mogelijk. In onderstaande tabel is weergegeven welke parkeernormen van toepassing zijn voor de verschillende woningtypen binnen het plangebied en hoeveel parkeerplekken in totaal gerealiseerd dienen te worden binnen het plangebied. Parkeerbehoefte Woningtype

Parkeernorm (per woning)

Aantal

Totaal parkeerbehoefte

Vrijstaand, koop (met garage en dubbele oprit)

2,2

1

2,2

Twee-onder-een-kap, koop (met garage 2,1 en dubbele oprit)

2

4,2

Rij, koop (levensloopbestendig)

1,9

10

19

Etagewoningen, koop, goedkoop (startersappartementen)

1,6

12

19,2

TOTAAL

44,6

De vrijstaande- en twee-onder-een-kap woningen dienen te voorzien in parkeerruimte op eigen terrein. De overige parkeerplekken (38,2), ten behoeve van de levensloopbestendige rijwoningen en appartementen, worden in de openbare ruimte gerealiseerd. Hiermee wordt ook voldaan aan het benodigde aantal parkeerplekken voor bezoekers; dit betreffen per woning 0,3 parkeerplekken (deze zijn opgenomen in de parkeernormen van de verschillende woningtypen). In totaal dienen voor bezoekers 7,5 parkeerplekken op openbaar terrein beschikbaar te zijn. Hierin wordt ruimschoots voorzien. In het stedenbouwkundig ontwerp zijn aan de ontsluitingsweg ten noorden van de rijwoningen en appartementen en ter plekke van het perceel 4598 in totaal 39 haaksparkeervakken voorzien. Hiermee wordt voldaan aan de parkeernormen conform het Paraplubestemmingsplan parkeren gemeente Zevenaar. 5.3.2.1 Conclusie parkeren In het stedenbouwkundig ontwerp is voldoende ruimte voor parkeren. Het plan zal derhalve voorzien in voldoende parkeergelegenheid binnen het plangebied. 5.3.3 Conclusie Het aspect 'verkeer en parkeren' vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

5.4 Bedrijven en milieuzonering 5.4.1 Beoordelingskader Het is gebruikelijk om voor ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van bedrijvigheid gebruik te maken van de afstanden uit de publicatie Bedrijven en milieuzonering (VNG-uitgeverij, 2009). Andersom is deze publicatie te gebruiken voor het verantwoord inpassen van bedrijvigheid in een woon- of werkomgeving. De publicatie geeft informatie over de milieukenmerken van vrijwel alle voorkomende bedrijfstypen. Het biedt daarmee een hulpmiddel om ruimtelijke ordening en milieu op elkaar af te stemmen. Uitgangspunt is dat de in de bedrijvenlijst genoemde afstanden gelden tussen enerzijds de perceelsgrens van het bedrijf en anderzijds de gevel van de woning. De richtafstanden gelden ten opzichte van rustige woongebieden. Dit kan zowel een rustige woonwijk als een rustig buitengebied zijn. Indien een activiteit plaatsvindt in een gebied waar meerdere functies naast elkaar voorkomen is er sprake van een gemengd gebied. Voor deze gebieden kunnen kleinere richtafstanden worden

26 juni 2024 | Bestemmingsplan ‘Grietakkers 7, Zevenaar’ | Pro Ruimte

29

gehanteerd, de richtafstand voor een rustig woongebied kan met één stap kan worden verlaagd. De genoemde richtafstanden zijn indicatief. Afwijken van deze indicatieve richtafstanden is mogelijk indien de afwijking wordt gemotiveerd. Het kan zo zijn dat specifieke wet- en regelgeving andere afstanden voorschrijft. Deze gaan dan voor de afstanden uit de VNG-publicatie. Te denken valt aan de Wet geurhinder en veehouderij, het Activiteitenbesluit of het Besluit externe veiligheid inrichtingen. 5.4.2 Voorgenomen ontwikkeling De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van 25 woningen. De beoogde woningen betreffen gevoelige functies in het kader van bedrijven en milieuzonering. Hiertoe dient rekening te worden gehouden met de afstand tot bestaande bedrijven en inrichtingen. 5.4.3 Toetsing Met de beoogde toevoeging van woningen binnen het plangebied aan de Grietakkers worden gevoelige objecten toegevoegd aan de omgeving. Daarom moet in de omgeving worden nagegaan of er mogelijk bedrijven of inrichtingen aanwezig zijn die invloed hebben op de ontwikkelingen. Onderstaande tabel geeft de bedrijven in de omgeving weer, inclusief richtafstanden voor de verschillende relevante milieuaspecten.

Overzicht functies in omgeving plangebied Voordat bepaald kan worden of de beoogde woningen binnen de richtafstanden van bedrijven of inrichtingen in de omgeving zijn gelegen, dient bepaald te worden tot welk gebiedstype het plangebied behoort. In de VNG-publicatie zijn twee omgevingstyperingen opgenomen voor de omgevingskwaliteit: •

•

'Rustige woonwijk en rustig buitengebied': Een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven of kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied. 'Gemengd gebied': Een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd.

Kijkend naar de huidige ruimtelijke en planologische invulling van het plangebied en de omgeving wordt geconstateerd dat ten zuiden de woonfunctie in belangrijke mate overheerst, afgewisseld met tuin- of agrarische bestemmingen, terwijl ten noorden en oosten van het plangebied ook andere

26 juni 2024 | Bestemmingsplan ‘Grietakkers 7, Zevenaar’ | Pro Ruimte

30

stedelijke functies voorkomen, waaronder een provinciale weg en spoorlijn, een zalencentrum en diverse bedrijfsbestemmingen. Omdat het plangebied direct grenst aan andere stedelijke functies, zoals het zalencentrum, en effecten ondervindt van de nabijgelegen spoorweg (zie paragraaf 5.5 over geluid) kan worden geconcludeerd dat er sprake is van omgevingstype 'gemengd gebied' ter plekke van de beoogde woningen. Ten noorden van het plangebied bevindt zich aan de Grietakkers 3 een party- en zalencentrum met een horecabestemming (niet zijnde zware horeca). Hierbij behoort een grootste richtafstand van 10 meter voor geluid, uitgaande van rustig woongebied, en 0 meter voor gemengd gebied. De afstand van de horecabestemming tot de dichtstbijzijnde gevels van de toekomstige woningen bedraagt circa 15 meter. Hoewel hiermee wordt voldaan aan de richtafstanden is niettemin nader onderzocht wat het effect is van het party- en zalencentrum op de beoogde ontwikkeling aan de Grietakkers 7, aangezien er ter plaatse ook buitenactiviteiten plaatsvinden en met de beoogde ontwikkeling van het plangebied de bestaande horecabestemming niet belemmerd dient te worden in de eigen bedrijfsvoering. Tevens bevinden zich ten noorden van het plangebied een provinciale weg en een spoorlijn, welke beide in het kader van geluid nader beschouwd dienen te worden.

Het aspect 'geluid' wordt in paragraaf 5.5 verder uitgewerkt. 5.4.4 Conclusie Met inachtneming van het bovenstaande wordt geconcludeerd dat het aspect 'bedrijven en milieuzonering' geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling.

5.5 Geluid 5.5.1 Beoordelingskader De mate waarin het geluid onder andere het woonmilieu mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). In het kader van de ruimtelijke procedure moet volgens de Wgh worden aangetoond dat gevoelige functies, zoals een woning, een aanvaardbare geluidsbelasting hebben als gevolg van omliggende (spoor)wegen en industrieterreinen. Indien nieuwe geluidgevoelige functies worden toegestaan, stelt de Wgh de verplichting akoestisch onderzoek te verrichten naar de geluidbelasting ten gevolge van omliggende (spoor)wegen en industrieterreinen. Wegen met een maximale snelheid van 30 km/uur zijn, conform de Wgh, uitgesloten van akoestisch onderzoek. 5.5.2 Onderzoek weg- en railverkeerslawaai Met de realisatie van de voorgenomen ontwikkeling worden er geluidgevoelige functies aan de omgeving toegevoegd. In de Wet geluidhinder (Wgh) is bepaald dat langs wegen geluidszones liggen. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen stedelijk en buitenstedelijk gebied. Het plangebied ligt in stedelijk gebied/ De breedte van de geluidszones zijn als volgt: • •

weg bestaande uit drie of meer rijstroken/sporen: 350 meter; weg bestaande uit een of twee rijstroken/sporen: 200 meter.

De afstand wordt gemeten vanaf de buitenste begrenzing van de buitenste rijstrook van de weg tot de gevel van het geluidgevoelige object. De beoogde woningen liggen binnen de geluidszones van de spoorlijn Zevenaar - Arnhem en de Ringbaan Zuid. Hiertoe is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd ter plekke van de beoogde woningen. De uitkomsten van dit onderzoek zijn hieronder beschreven. De volledige rapportage is als bijlage 4 bij de toelichting opgenomen.

26 juni 2024 | Bestemmingsplan ‘Grietakkers 7, Zevenaar’ | Pro Ruimte

31

In het kader van een goede ruimtelijke ordening worden tevens de nabijgelegen niet-gezoneerde wegen (binnenplanse wegen, Drostencamp, Grietakkers, Heilige Huisjes, Schutstal en de Thijencamp) in het onderzoek betrokken. Alleen ten gevolge van de spoorweg treedt een overschrijding op van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van 55 dB. De maximaal te ontheffen waarde van 68 dB wordt niet overschreden. Voor alle woningen met uitzondering van de op onderstaande afbeelding aangegeven woningen moet een hogere waarde worden vastgesteld. Voor de spoorweg is een afweging van geluidsreducerende maatregelen nodig. Uit deze afweging (opgenomen in hoofdstuk 5 van het als bijlage 4 bij de toelichting opgenomen rapport) blijkt dat het treffen van bron- en overdrachtsmaatregelen niet doelmatig is. Vanwege de spoorweg dient een hogere waarde voor alle woningen te worden aangevraagd, met uitzondering van de aangegeven woningen op onderstaande afbeelding. Aan het gemeentelijk geluidbeleid kan worden voldaan. Voor de woningen dient het akoestisch klimaat in de woning (het zogenaamde binnenniveau) te worden gegarandeerd. Voor de omgevingsvergunning ten behoeve van de bouw van de woningen is een nader onderzoek naar de geluidwering van de gevels noodzakelijk. Het besluit voor verlenen hogere waarden in het kader van de Wet geluidhinder is als bijlage 5 bij de toelichting opgenomen.

Woningen uitgesloten van aanvraag hogere waarden conform Wet geluidhinder 5.5.3 Onderzoek industrielawaai Direct ten noorden van het plangebied is een horecabestemming gesitueerd met een grootste richtafstand van 30 meter voor geluid; de dichtstbijzijnde gevels van de beoogde woningen zijn gelegen op circa 15 meter van de bestemmingsgrens van de horecagelegenheid. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling heeft Ancoor daartoe een akoestisch onderzoek industrielawaai uitgevoerd naar het effect van geluid afkomstig van deze inrichting op de beoogde woningen. De uitkomsten van dit onderzoek zijn hieronder beschreven. De volledige rapportage is als bijlage 6 bij de toelichting opgenomen. Opzet onderzoek Het onderzoek is, conform wet- en regelgeving, uitgevoerd op basis van de maximale planologische mogelijkheden ter plekke van het zalencentrum. Aangezien het zalencentrum ook een terras heeft en ihiervan gebruik gemaakt wordt in het kader van incidentele feesten, is deze zogenaamde 'incidentele bedrijfssituatie' meegenomen in het onderzoek. Hiermee wordt beoogd eventuele benodigde maatregelen bij de woningen zodanig af te stemmen op de daadwerkelijke bedrijfssituatie

26 juni 2024 | Bestemmingsplan ‘Grietakkers 7, Zevenaar’ | Pro Ruimte

32

bij het zalencentrum dat de bedrijfsvoering niet in het geding komt en tegelijkertijd sprake zal zijn van een goed woon- en leefklimaat ter plekke van de beoogde woningen. Toetsing Er is voor een tweetal bedrijfssituaties en incidentele bedrijfssituatie het langtijdgemiddelde geluidniveau berekend. Enerzijds voor de planologisch maximale situatie en anderzijds van de maximale representatieve vigerende bedrijfssituatie. Uit de resultaten van beide onderzoeken blijkt de representatieve vigerende bedrijfssituatie maatgevend. Hiervan wordt derhalve in de nadere beoordeling uitgegaan. Ruimtelijke inpassing planologisch maximale situatie Wanneer de gemiddelde geluidsniveaus worden getoetst aan het toetsingskader van respectievelijk 50, 45 en 40 dB(A) voor de dag-, avond- en nachtperiode (behorende bij gemengd gebied), dan kan worden gesteld dat het optredende langtijdgemiddelde geluidniveau voldoet aan de gestelde richtwaarden. Ruimtelijke inpassing vigerende bedrijfssituatie Startpunt bij het doorrekenen van de vigerende bedrijfssituatie is dat de activiteiten die zouden kunnen worden uitgevoerd binnen de maximale grenswaarde ter plaatse van de maatgevende bestaande geluidgevoelige bebouwing, als uitgangspunt worden aangehouden voor het vaststellen van de maximale representatieve bedrijfssituatie (de maximaal aanwezige geluidruimte).

Wanneer de gemiddelde geluidsniveaus worden getoetst aan het toetsingskader van respectievelijk 50, 45 en 40 dB(A) voor de dag-, avond- en nachtperiode, dan kan worden gesteld dat het optredende langtijdgemiddelde geluidniveau op alle ontvanger punten van de geprojecteerde woonbestemmingen kan worden voldaan. Maximale geluidsniveaus Wanneer de maximale geluidsniveaus worden getoetst aan het toetsingskader van respectievelijk 70, 65 en 60 dB(A) voor de dag-, avond- en nachtperiode kan worden gesteld dat hieraan eveneens op alle beoordelingspunten kan worden voldaan voor de dag-, avond- en nachtperiode. Ruimtelijke inpassing incidentele bedrijfssituatie Wanneer de gemiddelde geluidsniveaus van de incidentele bedrijfssituatie (horeca-inrichting in werking tot 02:00 uur en dubbel aantal terreasbezoekers ten opzichte van vigerende bedrijfssituatie voor niet alleen dag- en avondperiode, maar ook nacht) getoetst worden aan het toetsingskader van respectievelijk 50, 45 en 40 dB(A) voor de dag-, avond- en nachtperiode, dan kan worden gesteld dat het optredende langtijdgemiddelde geluidniveau op een aantal ontvangerpunten van de geprojecteerde woonbestemmingen met maximaal 6 tot 7 dB(A) wordt overschreden. Deze overschrijding is met name het gevolg van het in gebruik hebben van het terras in de avond- en nachtperiode tot 02:00 uur.

Maximale geluidniveaus Wanneer de maximale geluidsniveaus worden getoetst aan het toetsingskader van respectievelijk 70, 65 en 60 dB(A) voor de dag-, avond- en nachtperiode kan worden gesteld dat hieraan eveneens op alle beoordelingspunten kan worden voldaan voor de dag-, avond- en nachtperiode. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat uitgaande van de incidentele bedrijfssituatie niet aan het gestelde in STAP 2 van de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' kan worden voldaan. Dit houdt in dat wanneer men rekening zou willen houden met het feit dat er ook in het geval van de incidentele bedrijfssituatie sprake dient te zijn van een goed woon- en leefklimaat, dit enkel mogelijk is door aanvullende voorzieningen aan te brengen aan de voorgevels van de geprojecteerde woonbestemmingen. De oorzaak van de overschrijding is met name het gebruik van het buitenterras in de avond- en nachtperiode en niet zo zeer de afstralende gevels van het zalencentrum.

26 juni 2024 | Bestemmingsplan ‘Grietakkers 7, Zevenaar’ | Pro Ruimte

33

Dit houdt in dat zowel bronmaatregelen als maatregelen in de overdracht geen soelaas bieden voor het verlagen van deze maatgevende in de buitenlucht plaatsvindende activiteiten. Door aanvullende geluidwerende voorzieningen aan te brengen aan de voorgevels kan alsnog een goed woon- en leefklimaat worden gerealiseerd ter plaatse van de geprojecteerde woonbestemmingen. Door de realisatie van de betreffende nieuwbouw wordt tevens een geluidafscherming in de richting van de bestaande woonwijk gerealiseerd. Hierdoor zullen de optredende geluidbelastingen ter plaatse fors afnemen. Aanbevelingen In de huidige situatie is het bestaande terras aan de achterzijde van de horeca-inrichting afgeschermd door een geluidscherm met een hoogte van circa 2,25 meter, alsmede met een op de huidige erfgrens aanwezige opstal met een hoogte van circa 5,50 meter. Omdat in de nieuwe situatie, zo uit de overgelegde stukken blijkt, deze opstal mogelijk zal worden geamoveerd, wordt voorgesteld om in dat geval de aanwezige erfafscheiding ter plaatse van het te amoveren bijgebouw, zodanig door te trekken dat er opnieuw een aaneengesloten geluidscherm ontstaat (zie onderstaande afbeelding). In de nadere uitwerking van het onderzoek is de aangepaste afscherming als uitgangspunt aangehouden.

Ten behoeve van het borgen van een goed woon- en leefklimaat ter plekke van de woningen zal deze erfafscheiding met de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer geluidwerende voorziening' op de verbeelding en in de regels worden vastgelegd.

In onderzoek gemodelleerde beoogde afscherming Daarnaast dient, wanneer optredende geluidbelastingen op gevels van geluidgevoelige objecten niet tot de voorkeurswaarde van 50 dB(A) kunnen worden gereduceerd, zoals in onderhavige situatie het geval is, bij de aanvraag Omgevingsvergunning voor de realisatie van de woningen een aanvullend akoestisch onderzoek naar de geluidwerende kwaliteit van de gevels te worden toegevoegd. Hierbij dient te worden aangetoond dat de karakteristieke geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructies ter plaatse van de geluidsgevoelige ruimten voldoet aan de hiervoor gestelde grenswaarden uit het Bouwbesluit. 5.5.4 Conclusie Wegverkeerslawaai Voor de woningen dient het akoestisch klimaat in de woning (het zogenaamde binnenniveau) te worden gegarandeerd. Voor de omgevingsvergunning ten behoeve van de bouw van de woningen is een nader onderzoek naar de geluidwering van de gevels noodzakelijk. Daarnaast is een ontheffing tot hogere grenswaarde aangevraagd. Het ontwerpbesluit Hogere Waarden Geluidhinder is als bijlage 5 bij deze toelichting opgenomen.

26 juni 2024 | Bestemmingsplan ‘Grietakkers 7, Zevenaar’ | Pro Ruimte

34

Industrielawaai Uit het onderzoek naar het effect van het zalencentrum op de geprojecteerde woningen volgt dat in een goed woon- en leefklimaat kan worden voorzien, mits op de plek van de bestaande erfafscheiding van het terras wordt voorzien in een geluidwerende voorziening. Hiertoe is op de verbeelding en in de regels voor deze locatie vastgelegd dat ter plekke een geluidwerende voorziening moet worden gerealiseerd.

5.6 Agrarische geurhinder 5.6.1 Beoordelingskader De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor de geurhinder vanuit veehouderijen bij de beoordeling van aanvragen om vergunning in het kader van de Wet milieubeheer. De Wgv stelt normen aan de geurbelasting van veehouderijen op geurgevoelige objecten en stelt minimale afstanden vast van veehouderijen tot geurgevoelige objecten. Deze normen en afstanden zijn afhankelijk van het type veehouderij, of deze al dan niet is gelegen in een concentratiegebied en of deze gelegen is binnen dan wel buiten de bebouwde kom. Voor wat betreft geurhinder van veehouderijen moet bekeken worden of er niet iemand onevenredig in zijn belangen geschaad wordt (belang omliggende veehouderijen) en of er ter plaatse een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd (belang geurgevoelig object). Een geurgevoelig object is een gebouw dat is bestemd voor en geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf. Tuinen vallen dus niet onder de noemer geurgevoelige objecten. De beoogde woningen binnen het plangebied dienen aangemerkt te worden als geurgevoelige objecten in het kader van de beoordeling van omliggende agrarische inrichtingen. 5.6.2 Toetsing Het dichtstbijzijnde agrarisch bedrijf waar dieren worden gehouden bevindt zich aan de Slenterweg 11 ten zuiden van het plangebied.

Ter plekke bevindt zich een gemengd agrarisch bedrijf waar onder meer rundvee wordt gehouden. Deze veehouderij bevindt zich op circa 570 meter afstand van het plangebied. Gezien de substantiële afstand tot het plangebied wordt geconcludeerd dat de veehouderij aan de Slenterweg 11 geen effect zal hebben op het woon- en leefklimaat ter plekke van de beoogde woningen aan de Grietakkers. Omgekeerd zullen de beoogde woningen, gezien de afstand en het feit dat de bestaande woonbebouwing van de kern Ooy tussen de veehouderij en het plangebied is gelegen, het bedrijf niet verder in de activiteiten dan wel uitbreidingsmogelijkheden beperken. Verder zijn er geen veehouderijen op een kortere afstand van het plangebied gelegen. 5.6.3 Conclusie Het aspect 'agrarische geurhinder' vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

5.7 Luchtkwaliteit 5.7.1 Beoordelingskader Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen:

26 juni 2024 | Bestemmingsplan ‘Grietakkers 7, Zevenaar’ | Pro Ruimte

35

• • •

Besluit en de Regeling 'niet in betekenende mate' bijdragen (Luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (Luchtkwaliteitseisen); Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007.

Besluit en de Regeling 'niet in betekenende mate' bijdragen (luchtkwaliteitseisen) Het Besluit 'niet in betekenende mate' bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip 'niet in betekenende mate' is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: • • •

woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3.000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m² bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.

Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIMB kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. Met grenswaarden voor beide stoffen van 40 µg/m³ komt dit neer op een bijdrage van 1,2 µg/m³. Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. Regeling Beoordeling luchtkwaliteit 2007 In deze regeling staat staan criteria en eisen vastgelegd waaraan de berekeningen en de rekenmodellen moeten voldoen. Hieronder een overzicht van de rekenmodellen: • • • •

CARII: berekening van emissies voor binnenstedelijk verkeer; NIBM-tool: eenvoudige berekening van emissies van verkeer volgens worst case benadering; ISL2: berekening van emissies voor buitenstedelijk verkeer; ISL3a: berekening van emissies van industrie (onder meer veehouderijen).

5.7.2 Toetsing De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van 25 woningen. Deze ontwikkeling past binnen de lijst met categorieën van gevallen die in de regeling NIBM is opgenomen. De voorgenomen ontwikkeling draagt om deze reden niet in betekenende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Dit blijkt eveneens uit de berekening op basis van de NIBM-tool (zie onderstaande afbeelding). Het uitvoeren van een luchtkwaliteitsonderzoek is niet noodzakelijk.

26 juni 2024 | Bestemmingsplan ‘Grietakkers 7, Zevenaar’ | Pro Ruimte

36

Berekening luchtkwaliteit op basis van NIBM-tool 5.7.3 Conclusie Het aspect 'luchtkwaliteit' vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

5.8 Watertoets Het doel van de watertoets is waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundig relevante ruimtelijke plannen en besluiten van Rijk, provincies en gemeenten. Ruimtelijke plannen moeten voorzien zijn van een waterparagraaf. Hiervoor moet het proces van de watertoets worden doorlopen. Het waterschap kijkt of in een plan voldoende rekening is gehouden met de waterhuishouding ter plaatse en geeft een wateradvies. 5.8.1 Beleid Het waterbeleid van Rijk en provincie is gericht op een veilig en goed bewoonbaar land met gezonde, duurzame watersystemen. Het plangebied ligt in het beheersgebied van het Waterschap Rijn en IJssel. Waterbeheerprogramma 2022-2027 Waterschap Rijn en IJssel In het Waterbeheerprogramma 2022-2027 van Waterschap Rijn en IJssel staat beschreven wat de doelen zijn voor de komende zes jaar in de Achterhoek en Liemers en hoe het waterschap deze wil halen. Naast het uitvoeren van kerntaken zijn het aanpassen van de leefomgeving aan de gevolgen van klimaatverandering en waterveiligheid de grootste prioriteiten. Ook een schone leefomgeving en de circulaire economie en energietransitie staan hoog op de agenda. Voor het waterbeheerprogramma zijn de werkzaamheden opgedeeld in vier thema's. •

•

Klimaatrobuust gebied De ambitie is om richting 2050 wendbaar invulling te geven aan het beheer, het onderhoud en de inrichting van het regionaal watersysteem. Dit wordt gedaan in combinatie met aanpassingen in gebruik en inrichting van de omgeving, zodat jaarrond een optimale balans tussen te nat en te droog wordt bereikt en tegelijkertijd inwoners, bedrijven en medeoverheden voldoende weerbaar zijn tegen de onvermijdelijke gevolgen van extreem weer. Veilig gebied De bescherming tegen hoog water is een randvoorwaarde om veilig te kunnen wonen en werken in ons gebied. Het waterschap zorgt voor veilige dijken, nu en in de toekomst. Dat wordt gedaan door dagelijks beheer van de keringen en door continu inzicht in de keringen.

26 juni 2024 | Bestemmingsplan ‘Grietakkers 7, Zevenaar’ | Pro Ruimte

37

•

•

Het beheer wordt op een duurzame wijze uitgevoerd en er wordt gewerkt aan behoud en verhoging van de biodiversiteit van de dijken. De ambitie is dat de keringen van het waterschap in 2050 voldoen aan de nieuwe normen voor waterveiligheid, en dat daarbij wendbaar ingespeeld wordt op ontwikkelingen. Circulaire economie en energietransitie Het waterschap wil bij het uitvoeren van haar primaire taak zoveel mogelijk bijdragen aan het beperken van klimaatverandering. Daarbij wil zij in 2050 onderdeel zijn van een 100% circulaire economie waarin de taken klimaatneutraal worden uitgevoerd. Gezonde leefomgeving Het waterschap zorgt voor een schoon en gezond watersysteem voor de mensen en de natuur in het gebied. Het waterschap streeft ernaar dat het water in de leefomgeving geschikt is voor verschillende maatschappelijke functies en dat het geen risico's oplevert voor de volksgezondheid. Het doel is een oppervlaktewatersysteem te bereiken dat optimaal is voor ecologisch functioneren en biodiversiteit en natuurwaarden daarbinnen en -buiten bevordert.

5.8.2 Watermemo In de huidige situatie is het plangebied voor het grootste deel onverhard en in gebruik als weide. In de toekomstige situatie wordt met de toevoeging van 25 woningen een aanzienlijk oppervlak aan verharding toegevoegd. Conform geldend waterschaps- en gemeentelijk beleid dient bij toename aan oppervlakteverharding voorzien te worden in compensatie in de vorm van waterberging. Om te bepalen hoe groot de bergingsopgave is en op welke wijze hieraan binnen het plangebied invulling kan worden gegeven, is door Buro Hoogstraat een watermemo opgesteld. De uitkomsten van hiervan zijn in deze paragraaf beschreven. Het memo is als bijlage 7 bij de toelichting opgenomen. Oppervlakteverharding toekomstige situatie In de toekomstige situatie neemt het verhard oppervlak binnen het plangebied toe. Binnen het uitgeefbaar terrein wordt in totaal circa 2.682 m2 aan verharding toegevoegd en op openbaar terrein circa 2.033 m2. Hiermee komt het totale verhard oppervlak neer op circa 4.715 m2. Het plangebied heeft een oppervlakte van 5.913 m2. Bergingseis gemeente Zevenaar De gemeente Zevenaar hanteert voor het plangebied een bergingseis van 60 mm per m2 verhard (dak)oppervlak. Het waterschap hanteert een bergingseis van 80 mm. In dergelijke gevallen waarin twee verschillende eisen worden gesteld, dient voldaan te worden aan de strengste eis (in dit geval de waterschapseis van 80 mm).

Een waterbergende fundering en tijdelijk water op straat worden niet toegestaan. Op basis van deze voorwaarden komt de bergingseis voor het plangebied uit op 80 mm * 4.715 m2 = 377 m3. Maatregelen waterberging In de watermemo zijn diverse oplossingsrichtingen voor berging beschreven. De meest realistische technische voorziening is de toepassing van watertables. Voor deze toepassing is een gronddekking van minimaal 25 cm nodig (ten opzichte van minimaal 0,7 m voor infiltratiekratten en IT-riool). Het is daarnaast niet per se nodig om de bodem van de watertable boven de GHG te leggen. Om aan de waterbergingsopgave te voldoen is een watertable een reële optie gelet op de beperkte minimale dekking. Onder het verhard oppervlak in toekomstig openbaar gebied (wegen en parkeervakken) met een oppervlakte van 2.033 m2 is voldoende ruimte beschikbaar voor het aanleggen van een watertable, In de memo is aangegeven welke afmetingen de watertable moet hebben om te kunnen voorzien in de benodigde waterberging. Hieruit blijkt dat met deze toepassing voorzien kan worden in de benodigde waterberging conform waterschapseisen. Op basis van voorgaande wordt geconcludeerd dat in de gehele waterbergingsopgave binnen het plangebied, op basis van het voorliggende ontwerp, kan worden voorzien.

26 juni 2024 | Bestemmingsplan ‘Grietakkers 7, Zevenaar’ | Pro Ruimte

38

5.8.3 Watertoets Het plangebied ligt in het beheersgebied van het waterschap Rijn en IJssel. Voor het doorlopen van de watertoets gebruikt dit waterschap de website www.dewatertoets.nl. Het waterschap kijkt, op basis van de antwoorden die op de website worden ingevuld, of bij de ruimtelijke ontwikkeling voldoende rekening is gehouden met de waterhuishouding ter plaatse en geeft een wateradvies. Op basis van de ingevulde digitale watertoets wordt door het waterschap geconcludeerd dat er waterstaatkundige belangen zijn. Deze belangen zijn zodanig van aard en omvang dat overleg met het waterschap gewenst is. De ingevulde watertoets is als bijlage 8 bij de toelichting bijgevoegd. 5.8.4 Conclusie Het aspect 'water' vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

5.9 Flora en fauna 5.9.1 Beoordelingskader Juridisch kader Wet natuurbescherming (Wnb) Met ingang van 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. Deze wet vervangt de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet. De wet regelt soortenbescherming en gebiedsbescherming. Zorgplicht Het eerste artikel in de Wnb heeft betrekking op de zorgplicht en heeft betrekking op het voorkomen of beperken van schade aan soorten en gebieden, voor zover deze niet middels overige verbodsbepalingen zijn gereguleerd. Het gaat daarbij in de praktijk vooral om minder streng beschermde soorten, waarbij het onnodig doden, verwonden of beschadigen dient te worden vermeden. Soortenbescherming Bij een quickscan flora en fauna wordt in beeld gebracht of er (potentiële) vaste rust- of verblijfplaatsen aanwezig zijn van de soorten uit de verschillende beschermingsregimes. Vervolgens wordt beoordeeld of de voorgenomen ingreep verstorend kan zijn en of nader onderzoek noodzakelijk wordt geacht. De Wnb onderscheidt beschermingsregimes voor soorten op grond van internationale verdragen, aangevuld met soorten die vanuit een nationaal oogpunt beschermd worden. Hierdoor zijn er in de Wnb drie ver-schillende verbodsartikelen per categorie soorten: • • •

soorten van de Vogelrichtlijn (artikel 3.1); soorten van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (artikel 3.5); andere soorten (artikel 3.10).

Gebiedsbescherming Indien een plangebied in of nabij een beschermd gebied is gelegen, dan dient te worden bepaald of er een (extern) effect valt te verwachten. Het gaat daarbij om Natura 2000-gebieden en gebieden behorend tot het Natuurnetwerk Nederland. Natura 2000 Natura 2000 is de benaming voor een Europees netwerk van natuurgebieden waarin belangrijke flora en fauna voorkomen, gezien vanuit een Europees perspectief. Met Natura 2000 wil men deze flora en fauna duurzaam beschermen. De staatssecretaris van Economische Zaken heeft voor Nederland ruim 160 Natura 2000-gebieden aangewezen. Gezamenlijk hebben ze een oppervlak van ruim 1,1 miljoen hectare. Ze maken deel uit van een samenhangend netwerk van natuurgebieden in de

26 juni 2024 | Bestemmingsplan ‘Grietakkers 7, Zevenaar’ | Pro Ruimte

39

Europese Unie die zijn aangewezen op grond van de vogelrichtlijn en habitatrichtlijn. Het doel van Natura 2000 is het keren van de achteruitgang van de biodiversiteit. Binnen een gebied kan spanning optreden tussen economie en ecologie. In een zogenaamd beheerplan leggen Rijk en provincies vast welke activiteiten, op welke wijze mogelijk zijn. Uitgangspunt is steeds het realiseren van ecologische doelen met respect voor en in een zorgvuldige balans met wat particulieren en ondernemers willen. Het opstellen gebeurt daarom in overleg met alle direct betrokkenen, zoals beheerders, gebruikers, omwonenden, gemeenten, natuurorganisaties en waterschappen. Samen geven ze invulling aan beleven, gebruiken en beschermen. Daar draait het om in de Nederlandse Natura 2000-gebieden (bron: Regiegroep Natura 2000). Het is krachtens de Wnb verboden zonder vergunning van Gedeputeerde Staten projecten te realiseren of andere handelingen te verrichten die gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen (artikel 2.7, lid 2). Handelingen die een negatieve invloed hebben op Natura 2000-gebieden, worden slechts onder strikte voorwaarden toegestaan. Een vergunning is vereist.

Door middel van het Nederlandse vergunningsstelsel wordt een zorgvuldige afweging gewaarborgd. De vergunningen zullen beoordeeld en afgegeven worden door de desbetreffende provincie. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het Natuurnetwerk Nederland bestaat uit: • • • • •

bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken; gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de Noordzee en de Waddenzee; alle Natura 2000-gebieden.

Conform artikel 1.12 van de Wnb dragen Gedeputeerde Staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘Natuurnetwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die tot dit netwerk behoren. De planologische begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk Nederland loopt via het traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen. 5.9.2 Quickscan flora en fauna Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is door Gras Advies een quickscan flora en fauna uitgevoerd ter plekke van het plangebied. De uitkomsten van dit onderzoek zijn hieronder beschreven. De volledige rapportage is als bijlage 9 bij deze toelichting opgenomen. De belangrijkste conclusies zijn als volgt: 1. De aanwezigheid van de steenmarter en wezel kan niet worden uitgesloten binnen het plangebied. Omdat deze soorten niet kunnen worden uitgesloten wordt geadviseerd om een vervolgonderzoek uit te laten voeren om aanwezigheid van de soorten vast te stellen of uit te sluiten. 2. Het plangebied is (onderdeel van) een leefgebied voor diverse zangvogels. Het is aannemelijk dat zangvogels de bosschages in het plangebied als broedlocatie gebruiken.

Een nader onderzoek is niet noodzakelijk, onder voorwaarde dat er buiten het broedseizoen om wordt gewerkt of onder voorwaarde dat eventuele nesten in de bosschages tijdens het broedseizoen niet worden verstoord. Het broedseizoen loopt globaal van 15 maart tot 15 juli,

26 juni 2024 | Bestemmingsplan ‘Grietakkers 7, Zevenaar’ | Pro Ruimte

40

afhankelijk van de weersomstandigheden. Eerdere en latere broedgevallen zijn ook beschermd conform de Wet natuurbescherming. Mocht er binnen het broedseizoen werkzaamheden gepland staan dan moet het gebied maximaal drie dagen vóór aanvang van de werkzaamheden door een ecoloog worden vrijgegeven middels een broedvogelinspectie. Tijdens de werkzaamheden wordt aangeraden mitigerende maatregelen te treffen om het gebied broedvrij te houden. 3. De aannemer behoudt te allen tijde zijn of haar zorgplicht: "De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun directe leefomgeving. In praktijk betekent dit het a) voorkomen, b) beperken en c) ongedaan maken van schadelijke handelingen voor de natuur. 5.9.3 Nader soortonderzoek steenmarter en wezel Volgend op de conclusies uit de quickscan flora & fauna is door Gras Advies ter plekke van het plangebied een aanvullend soortenonderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van steenmarter en wezel. De uitkomsten dit onderzoek zijn in deze paragraaf beschreven. De volledige onderzoeksrapportage is als bijlage 10 bij deze toelichting opgenomen. Steenmarter Tijdens de onderzoeksperiode is de steenmarter niet waargenomen door de aanwezige wildcamera. Het is redelijkerwijs uitgesloten dat het plangebied onderdeel is van het leefgebied van deze soort.

Er is geen sprake van een negatief effect op de steenmarter binnen het plangebied. Wezel Er zijn geen sporen aangetroffen van de wezel in de sporenbuizen. Het is redelijkerwijs uitgesloten dat het plangebied onderdeel is van het leefgebied van deze soort. De voorgenomen ontwikkeling heeft geen negatief effect op de wezel. Wet natuurbescherming Een ontheffing op de Wet natuurbescherming voor steenmarter en wezel is voor de uitvoering van de werkzaamheden niet nodig. Zorgplicht De aannemer behoudt te allen tijde zijn of haar zorgplicht: "De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun directe leefomgeving. In praktijk betekent dit het a) voorkomen, b) beperken en c) ongedaan maken van schadelijke handelingen voor de natuur." 5.9.4 Stikstofdepositie De voorgenomen ontwikkeling resulteert mogelijk in een verandering van stikstofemissie en depositie. Om te onderzoeken of er sprake is van een significant effect op omliggende Natura 2000gebieden als gevolg van stikstofdepositie, is een berekening van verandering in stikstofemissie en depositie vereist. Hiertoe heeft Gras Advies een AERIUS-berekening uitgevoerd en verwerk in een rapportage. De uitkomsten zijn in onderstaande paragraaf beschreven. Het volledige rapport is als bijlage 11 bij deze toelichting opgenomen.

5.9.4.1 AERIUS-berekening De realisatie- en gebruiksfase resulteren in een maximale toename van 0,00 mol N/ha/jaar op nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Hiermee is een significant negatief effect op Natura 2000gebieden uitgesloten. Voor de voorgenomen ontwikkeling is er daarom met betrekking tot stikstofdepositie geen vergunning Wet natuurbescherming onderdeel Gebiedsbescherming benodigd. 5.9.5 Conclusie Het aspect 'flora en fauna' vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

26 juni 2024 | Bestemmingsplan ‘Grietakkers 7, Zevenaar’ | Pro Ruimte

41

5.10 Archeologie en cultuurhistorie 5.10.1 Beoordelingskader Algemeen In elk bestemmingsplan moet een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden wordt omgegaan. Denk aan aanwezige monumenten, historische gebieden, kenmerkende (straat)beelden en landschapselementen. Bij het maken van plannen kan ook (weer) rekening gehouden worden met al deze elementen die er vroeger wel waren maar nu niet meer. Een bijzonder onderdeel van cultuurhistorie is archeologie. Archeologie De bescherming van archeologische waarden bij ruimtelijke ontwikkelingen is geregeld in de Erfgoedwet. De essentie van de wettelijke bescherming is dat archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem bewaard blijven. Bij ruimtelijke plannen geldt de verplichting om rekening te houden met bekende en te verwachten archeologische waarden. Indien ingrepen gepaard gaan met een verstoring van de bodem, kan het nodig zijn om nader onderzoek te doen, zodat - waar nodig - de archeologische waarden veiliggesteld kunnen worden en/of het plan aangepast kan worden. De verantwoordelijkheid voor archeologische waarden ligt bij de gemeente. Op basis van artikel 5.10 van de Erfgoedwet zijn mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd. Er geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken.

Cultuurhistorie Het belang van cultuurhistorie is wettelijk vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening. Het Besluit geeft aan dat “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” in het bestemmingsplan opgenomen moet worden. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken. 5.10.2 Archeologie Het archeologisch beleid van de gemeente Zevenaar is planologisch verankerd in het bestemmingsplan 'Archeologie' zoals vastgesteld op 7 april 2010. Middels de toekenning van dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen is, aanvullend op de ter plekke geldende enkelbestemmingen, het belang van mogelijk aanwezige archeologische waarden geborgd. Ter plekke van het plangebied geldt conform dit bestemmingsplan de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie' met gebiedsaanduiding 'specifieke vorm van waarde - middelmatige archeologische verwachting'.

26 juni 2024 | Bestemmingsplan ‘Grietakkers 7, Zevenaar’ | Pro Ruimte

42

Uitsnede bestemmingsplan 'Archeologie' ter plekke van plangebied (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) Ter plekke van de betreffende gebiedsaanduiding geldt dat het verboden is om een bodemingreep uit te voeren of te laten uitvoeren met een oppervlakte groter dan 500 m2 en dieper dan 0,5 m. Voor bodemingrepen met een verstoringsoppervlakte dat groter is geldt dat een aanlegvergunning verplicht is, waartoe als onderdeel van de vergunningaanvraag een archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Het planvoornemen voorziet in bodemingrepen groter dan de genoemde 500 m2. Derhalve is een archeologisch onderzoek ter plekke noodzakelijk. 5.10.2.1 Archeologisch bureau- en inventariserend veldonderzoek Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is door Greenhouse Advies een archeologisch bureau- en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd. De uitkomsten van dit onderzoek zijn hieronder beschreven. De volledige rapportage is als bijlage 12 bij deze toelichting opgenomen. Bureauonderzoek Landschappelijk gezien ligt het plangebied in de westelijke Liemers waar gedurende het Holoceen, specifiek van het Subboreaal, voor lange tijd komklei is afgezet, dat wordt verwacht vanaf circa 1 meter beneden maaiveld. Deze fluviatiele afzettingen hebben invloed gehad op de regio vanaf ongeveer het Neolithicum tot Late Middeleeuwen. In die periode was dit gebied waarschijnlijk te nat voor langdurige bewoning.

Binnen drogere periodes of locaties kan wellicht menselijke bewoning hebben plaatsgevonden, dan wordt ook bodemvorming verwacht. Na de bedijking, vanaf circa 1300, is het plangebied geschikt voor bewoning. Zeker vanaf 1811-1832 was het plangebied in gebruik als bouwland. Het huidige pand (thans ruïne) stamt uit 1906. Archeologische verwachting Op basis van de bodemkundige gegevens, vondstmeldingen en onderzoeken in vergelijkbare geologische condities in de omgeving kan worden gesteld dat over het algemeen een lage verwachting geldt voor alle archeologische perioden tot de Nieuwe Tijd. Veldonderzoek Het inventariserend veldonderzoek bestond uit een verkennend booronderzoek. De bodem binnen het onderzochte deel van het plangebied bleek opgehoogd, bewerkt of verstoord tot een diepte van tussen de 60 - 110 cm-mv. Daaronder bevindt zich de overwegend afgetopte of in de bouwvoor opgenomen zandige oeverafzettingen, waarin een eventueel voorheen sporenniveau (deels) zal zijn verstoord. Daaronder (vanaf 110 - 160 cm-mv) bevond zich de Holocene komklei waarin geen lak- of cultuurlagen zijn waargenomen. Dit beeld komt grotendeels overeen met het eerder uitgevoerde, aangrenzende onderzoek uit 1998, waar op basis van de bevindingen het terrein geheel is vrijgegeven voor nieuwbouw.

26 juni 2024 | Bestemmingsplan ‘Grietakkers 7, Zevenaar’ | Pro Ruimte

43

De kans dat binnen het onderhavige plangebied bij de voorgenomen woningbouw (waaronder de aanleg van de funderingen en de bijbehorende infrastructuur) archeologische waarden worden aangetroffen of onevenredig verstoord, lijkt op basis van de bevindingen laag. Advies Op basis van de resultaten van dit bureauonderzoek en het aansluitende inventariserend veldonderzoek wordt geadviseerd binnen het nieuw op te stellen bestemmingsplan aan het plangebied een lage archeologische verwachting toe te schrijven of het plangebied geen Waarde Archeologie toe te dichten. In het verlengde daarvan voor het aspect archeologie geen restricties te verbinden aan het plangebied ter verkrijging van de omgevingsvergunning (om te komen tot realisatie van woningbouw). Uiteraard geldt wel te allen tijde de wettelijke meldingsplicht (Erfgoedwet) indien er tijdens graafwerkzaamheden toch archeologische resten en sporen worden aangetroffen. 5.10.2.2 Conclusie archeologie Het aspect 'archeologie' vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. 5.10.3 Cultuurhistorie Sinds de wijziging van artikel 3.1.6, tweede lid, onderdeel a van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het verplicht om naast archeologisch onderzoek ook cultuurhistorische waarden mee te wegen in het bestemmingsplan.

5.10.3.1 Aanwezige cultuurhistorische waarden In het kader van het planvoornemen is de provinciale cultuurhistorische waardenkaart geraadpleegd. Hieruit blijkt dat zich binnen het plangebied geen cultuurhistorische waarden, monumentale dan wel waardevolle gebouwen of bouwwerken bevinden.

Uitsnede provinciale cultuurhistorische waardenkaart (plangebied rood omlijnd) 5.10.3.2 Conclusie cultuurhistorie Het aspect 'cultuurhistorie' vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

5.11 Externe veiligheid 5.11.1 Beoordelingskader Voor de beoordeling van het aspect externe veiligheid gelden de volgende kaders:

26 juni 2024 | Bestemmingsplan ‘Grietakkers 7, Zevenaar’ | Pro Ruimte

44

• • • •

Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), inclusief de daaronder vallende Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi); Besluit externe veiligheid transportroutes; Regeling basisnet; Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb), inclusief de daaronder vallende Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb).

Daarnaast kunnen het Activiteitenbesluit en Vuurwerkbesluit van belang zijn. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) regelt hoe een gemeente of provincie moet omgaan met risico's voor mensen buiten een bedrijf als gevolg van de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen in een bedrijf. In de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) staan regels over de veiligheidsafstanden en over de berekening van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Uitgangspunt voor deze circulaire is de Nota risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen. Deze circulaire heeft betrekking op het beleid van de ministers van Infrastructuur en Milieu en van Veiligheid en Justitie over de afweging van veiligheidsbelangen die een rol spelen bij het vervoer van gevaarlijke stoffen in relatie tot de omgeving. Voor de uitwerking en toepassing van de risiconormen is zoveel mogelijk aangesloten bij Bevi en Revi. Het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) geeft onder andere veiligheidsafstanden rond buisleidingen met gevaarlijke stoffen aan. De normstelling is in lijn met het Bevi. De risicoafstanden en de manier van risicoberekening zijn opgenomen in het Revi.

Het Ministerie van Infrastructuur en Milieu adviseert om voor standaard buisleidingen met aardolieproducten de afstanden aan te houden uit het RIVM rapport Risicoafstanden voor buisleidingen met brandbare vloeistoffen K1K2K3 (augustus 2008). Voor afwijkende gevallen en andere brandbare chemische vloeistoffen zijn berekeningen nodig. Voor het berekenen van risico’s van ondergrondse gasleidingen ('hogedruk aardgastransportleidingen') is het computerprogramma CAROLA beschikbaar. 5.11.2 Toetsing Middels onderstaande uitsnede van de risicokaart Nederland zijn de volgende aspecten van externe veiligheid onderzocht: • • • •

risicovolle inrichtingen; transport over weg, water en spoor; hogedrukaardgastransportleidingen en K1-, K2- en K3 brandstofleidingen; bovengrondse hoogspanningslijnen.

26 juni 2024 | Bestemmingsplan ‘Grietakkers 7, Zevenaar’ | Pro Ruimte

45

Uitsnede risicokaart (plangebied rood omlijnd) (bron: www.atlasleefomgeving.nl) Risicovolle inrichtingen In de omgeving van het plangebied zijn geen risicovolle inrichtingen gesitueerd. Risicovol wegtransport en transport via spoor- en waterwegen Op circa 2,4 kilometer ten noorden van het plangebied is de rijksweg A12 gelegen. Op 420 meter ten westen van het plangebied is de tunnelmond van het spoortraject Betuweroute Meteren - Emmerich (D) gelegen. Via deze transportroutes, die onderdeel uitmaken van het Basisnet, worden gevaarlijke stoffen vervoerd. Ten aanzien van het groepsrisico ligt het plan binnen het invloedsgebied van de Betuweroute en A12. Ontwikkelingen binnen het invloedsgebied hebben mogelijk invloed op de hoogte van het groepsrisico. Het planvoornemen bestaat uit de toevoeging van 25 woningen. Gezien de relatief beperkte toename van het aantal personen binnen het invloedsgebied is voor de Betuweroute alleen een beperkte verantwoording van het groepsrisico benodigd. Hiertoe is een quickscan externe veiligheid uitgevoerd. De uitkomsten hiervan zijn hieronder weergegeven. De volledige rapportage is als bijlage 13 bij deze toelichting opgenomen.

Uit de inventarisatie van de risicobronnen en beperkte verantwoording van het groepsrisico in de rapportage wordt geconcludeerd dat er geen belemmeringen gelden ten aanzien van de nieuw te realiseren woningen en appartementen. Risicovolle buisleidingen) In de nabijheid van het plangebied liggen geen hogedrukaardgastransportleidingen of K1-, K2- of K3 brandstofleidingen of bovengrondse hoogspanningslijnen. Verantwoording groepsrisico Het plan is gelegen in het invloedsgebied groepsrisico van de spoorweg Betuweroute, snelweg A12 en toekomstige snelweg A15. Doordat de afstand tussen het plan en deze risicobronnen groter is dan 200 meter kan er worden volstaan met een beperkte verantwoording groepsrisico. Dit geldt eveneens voor de Betuweroute omdat dit vanaf de tunnelmond beoordeeld is. Conform vigerende wetgeving moet de gemeente het groepsrisico verantwoorden. Meer specifiek gaat het om de wettelijke verplichting op grond van het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) artikel 7 en 9 vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen over deze risicobronnen. De gemeente heeft bij het invullen van de verantwoordingsplicht een grote mate van beoordelingsvrijheid. Ten aanzien van de aspecten bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid heeft de veiligheidsregio adviesrecht. Bij het invullen van de verantwoordingsplicht is gebruik gemaakt van het advies van de Veiligheids- en

26 juni 2024 | Bestemmingsplan ‘Grietakkers 7, Zevenaar’ | Pro Ruimte

46

Gezondheidsregio Gelderland Midden (VGGM) van 18 september 2023 (kenmerk: 2023-006011). Onderstaand een beschouwing van deze aspecten. Bestrijdbaarheid Bij een calamiteit zal de brandweer zich inzetten om de effecten ten gevolge van het incident te beperken. Deze inzet zal voornamelijk plaatsvinden dicht bij de bron. De mate van bestrijdbaarheid wordt vooral bepaald door de veiligheidsvoorzieningen en het aantal aanwezigen dicht bij de risicobron. De VGGM is hiervoor om advies gevraagd. Uit het advies is naar voren gekomen dat de VGGM geen aanleiding ziet om aanvullend te adviseren ten aanzien van bestrijdbaarheid. De mogelijkheden voor de bestrijdbaarheid worden daarom niet verder in beschouwing genomen. Zelfredzaamheid Met de term “zelfredzaamheid” wordt bedoeld: Het vermogen om jezelf en/of anderen in veiligheid te brengen bij (een dreiging van) een gevaarlijke situatie. Bij het bepalen van de mate van zelfredzaamheid spelen onder andere de fysieke gesteldheid en zelfstandigheid van de aanwezigen, de alarmeringsmogelijkheden en vluchtmogelijkheden een rol. Het advies van Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland Midden geeft het volgende aan: •

•

•

Het plan ligt binnen de effectafstand van het scenario explosie en toxische wolk. De kans hierop is ontzettend klein. Het handelingsperspectief bij een toxische wolk is binnenshuis schuilen. Bij een explosie is het handelingsperspectief vluchten en dekking zoeken / binnenshuis schuilen. Het plan leidt tot een toename van het aantal aanwezigen. Het ligt in de lijn der verwachting dat deze personen zichzelf bij een (dreigend) incident in veiligheid kunnen brengen mits zij geïnformeerd en tijdig gewaarschuwd zijn. Daarbij moet wel opgemerkt worden dat er een aantal levensloop bestendige woningen worden gerealiseerd, waar op den duur bewoners wonen die op hoge leeftijd zijn. Deze bewoners kunnen tegen die tijd minder/zelfredzaam zijn. De VGGM adviseert toekomstige bewoners te infomeren over de aanwezige risico’s in hun leefomgeving en het aan te reiken handelingsperspectief, vluchtroutes van de risicobron af, technische/bouwkundige maatregelen zoals afschakelbare centrale ventilatie, aardewal voor de woningen tegen een explosie en het trappenhuis van appartementengebouw aan de risicoluwe zijde.

Ten aanzien van de risicocommunicatie is er NL-alert. Hiermee zijn mensen binnen een bepaald gebied gericht te informeren door het sturen van een bericht naar mobiele telefoons. Verder is het plan via de Grietakkers gemotoriseerd te ontvluchten en te voet ook via Drostencamp en het Veilingpad. Hierdoor zijn er genoeg mogelijkheden om van de risicobron af te vluchten. Ten aanzien van het trappenhuis van appartementencomplex wordt geconcludeerd dat deze reeds is gelegen aan de risicoluwe zijde. Ten aanzien van technische/bouwkundige maatregelen wordt gesteld dat de belangrijkste risicobron, de Betuweroute, ter hoogte van het plangebied is ondertunnelt. Hierdoor zijn de risico’s van deze risicobron gemitigeerd door de tunnel. Daarnaast heeft de VGGM deze maatregelen ook geadviseerd vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen over de spoorlijn Arnhem – Zevenaar. Over deze spoorlijn vindt alleen geen structureel vervoer van gevaarlijke stoffen plaats, conform nationale wetgeving. De gemeente acht het dan ook niet noodzakelijk om verdere maatregelen te treffen om de zelfredzaamheid te verbeteren. Desondanks blijft er een hele kleine kans bestaan op een calamiteit, dit restrisico wordt geaccepteerd. 5.11.3 Conclusie Het aspect 'externe veiligheid' vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

26 juni 2024 | Bestemmingsplan ‘Grietakkers 7, Zevenaar’ | Pro Ruimte

47

5.12 Trillingen 5.12.1 Beoordelingskader Bij het aspect trillingen gaat het in de afweging meestal om bescherming van personen tegen trillingshinder. Er kan echter ook sprake zijn van verstoring van activiteiten door trillingen (bijvoorbeeld laboratoria of computercentra). In Nederland bestaat tot op heden geen wetgeving voor het voorkomen van hinder of schade door trillingen. In de praktijk wordt veelal aangesloten bij de SBR-richtlijn "Meet- en beoordelingsrichtlijnen voor trillingen". Deze richtlijn bestaat uit drie delen: • • •

Deel A, Schade aan gebouwen Deel B, Hinder voor personen in gebouwen Deel C, Storing aan apparatuur

Hoewel er geen directe wettelijke normen bestaan voor trillinghinder, dient het aspect trillingen in het kader van de goede ruimtelijke ordening en de zorgvuldige voorbereiding van besluiten wel te worden afgenomen als er een trillingsbron in de omgeving aanwezig is. 5.12.2 Toetsing Omdat de beoogde woningen op circa 86 meter van de spoortunnel van de Betuwelijn en circa 120 meter van de spoorlijn Arnhem - Winterswijk zijn gesitueerd, is het aspect trillingen nader beschouwd middels een quickscan. Deze quickscan is gebaseerd op worst-case uitgangspunten. De quickscan is als bijlage 14 opgenomen bij de toelichting. Uit deze quickscan volgt dat nader onderzoek naar het effect van trillingen benodigd is. Dit onderzoek dient te bestaan uit een combinatie van meet- en modelonderzoek, conform de Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen. De uitvoering van dit onderzoek is middels een voorwaardelijke verplichting opgenomen in de regels van dit bestemmingsplan. Daarmee is verzekerd dat dit onderzoek in het kader van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen zal worden uitgevoerd. Het voldoen aan een goed woon- en leefklimaat in de woningen is daarmee verzekerd. 5.12.3 Conclusie Met inachtneming van het voorgaande wordt geconcludeerd dat het aspect 'trillingen' geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zevenaar&id=f6708664-d883-4edc-8e02-68dd0ac28940