CConstaterende datZevenaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3. 1243455 - BP Gelders Eiland Toelichting

Raadsvergaderingen 2022-2026 26 maart 2025, gemeente ZevenaarBij agendapunt: Z/21/382821 Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Gelders Eiland19.247 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

bestemmingsplan Gelders Eiland gemeente Zevenaar vastgesteld NL.IMRO.0299.BP00GELDERSEILAND- VA01 Toelichting

bestemmingsplan Gelders Eiland

Inhoudsopgave

Toelichting

4

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing van het plangebied 1.3 Planbeschrijving 1.4 Wijze waarop het bestemmingsplan tot stand komt 1.5 PlanMER 1.6 Leeswijzer

4 4 4 5 5 6 6

Hoofdstuk 2 Beleid en regelgeving 2.1 Rijksbeleid 2.2 Provinciaal en regionaal beleid 2.3 Waterbeleid 2.4 Gemeentelijk beleid

6 6 9 12 12

Hoofdstuk 3 Uitgangspunten 3.1 Algemeen 3.2 Algemene waarden 3.3 Agrarische sector 3.4 Wonen 3.5 Niet-agrarische bedrijven 3.6 Recreatie 3.7 Landgoederen 3.8 Maatschappelijke en overige voorzieningen 3.9 Functieverandering

14 14 16 19 24 26 27 27 28 28

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Plan-MER 4.2 Bedrijven en milieuzonering 4.3 Bodem 4.4 Externe veiligheid 4.5 Geluid 4.6 Luchtkwaliteit 4.7 Geur 4.8 Water 4.9 Flora en fauna

29 29 33 33 34 36 36 37 37 38

Hoofdstuk 5 Wijze van bestemmen 5.1 Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012) 5.2 Toelichting op de verbeelding 5.3 Toelichting op de regels

39 39 40 40

Hoofdstuk 6

Economische uitvoerbaarheid

41

Hoofdstuk 7

Procedure

41

3

bestemmingsplan Gelders Eiland

Toelichting Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

In 2009 is voor het buitengebied van de (voormalige) gemeente Rijnwaarden het bestemmingsplan Buitengebied 2008 vastgesteld. Inmiddels is er behoefte aan een nieuw en actueel, integraal en uniform bestemmingsplan, voor dit gebied. Voor het buitengebied van de voormalige gemeente Zevenaar is reeds het bestemmingsplan Buitengebied Zevenaar Noord vastgesteld. Naast de juridische plicht geldende bestemmingsplannen te herzien, vragen veranderende ruimtelijke vraagstukken en ontwikkelingen om een actueel ruimtelijk kader. Zo ondervindt het buitengebied een toenemende behoefte aan schaalvergroting en - verbreding van agrarische bedrijvigheid, en neemt het aantal agrarische bedrijven af. Ook is er een toenemende vraag naar wonen in de overgangszone tussen stad/dorp en land. Deze en vele andere ontwikkelingen vragen om een actueel ruimtelijk kader, waarbij rekening wordt gehouden met ontwikkelingen en beleidskaders. Doel is om te komen tot een actueel, digitaal en in hoofdzaak beherend bestemmingsplan voor het buitengebied van het Gelders Eiland. De op 19 december 2018 vastgestelde Nota van Uitgangspunten geeft richting aan het op te stellen bestemmingsplan Buitengebied Gelders Eiland. Daarnaast heeft inhoudelijke afstemming plaatsgevonden met het bestemmingsplan Buitengebied Zevenaar Noord.

Met het bestemmingsplan Buitengebied Zevenaar Noord en het voorliggende bestemmingsplan Gelders Eiland beschikt de gemeente Zevenaar over actuele regelingen voor het gehele buitengebied.

1.2

Ligging en begrenzing van het plangebied

Het plangebied beslaat een groot gedeelte van de voormalige gemeente Rijnwaarden. Ten oosten en ten zuidoosten grenst het plangebied aan Duitsland en ten westen, noorden en noordoosten zijn de aangrenzende gemeenten Lingewaard, Duiven en Zevenaar gelegen. De rivier de (Neder)rijn vormt een karakteristieke grens aan de zuid- en westzijde van het Gelders Eiland. Het plangebied beslaat het volledige grondgebied van de voormalige gemeente Rijnwaarden, uitgezonderd de volgende kernen en bedrijventerreinen: Aerdt Lobith Herwen Loosjespolder Pannerden Spijk Bedrijventerrein Spijksedijk Scheepswerf De Hoop Steenfabrieken De Bijlandt, De Kijfwaard en Spijk Tolkamer Overnachtingshaven Spijk Op onderstaande kaart is het plangebied globaal weergegeven.

4

bestemmingsplan Gelders Eiland

Globale begrenzing plangebied

Voor het overgrote deel van het plangebied is nu het bestemmingsplan Buitengebied 2008 van toepassing. Omvangrijke projecten, waar planologische procedures voor zijn doorlopen krijgen een doorvertaling in het bestemmingsplan Buitengebied van het Gelders Eiland. Dit betreffen drie gebieden gelegen in de uiterwaarden: Groene Rivier Pannerden (2011) Bijlandse Waard (2014) en Buitengebied Lobberdense Waard (2011). Verder zijn in dit plan diverse kleinere plannen (bestemmingsplannen/ wijzigingsplannen etc.) en verleende omgevingsvergunningen opgenomen.

1.3

Planbeschrijving

Hoewel het plan ruimte biedt voor ontwikkeling, zijn er geen nieuwe ontwikkellocaties (nieuwe bouwpercelen) opgenomen. De bestaande locaties en bestemmingen vormen de basis van het plan. Op bestaande locaties voor wonen en bedrijven wordt ruimte geboden voor ontwikkelingen in de vorm van bouwmogelijkheden en gebruik, in het bijzonder in de vorm van nevenfuncties. Daarbij wordt sterk ingezet op recreatie en toerisme. Hierbij kan gedacht worden aan bed&breakfast, mini-campings, en ook aan tentoonstellingsruimte, (lichte) horeca en fietsverhuur. Verder is ontwikkeling mogelijk door transformatie van (vrijkomende) bestaande agrarische bouwpercelen. Nieuwe ontwikkelingen in de vorm van toevoegen van bouwvlakken voor woningen of (agrarische) bedrijven (nieuwvestiging) wordt met dit plan niet mogelijk gemaakt.

1.4

Wijze waarop het bestemmingsplan tot stand komt

Het bestemmingsplan wordt in verschillende fasen opgesteld. In de eerste fase is een Nota van Uitgangspunten opgesteld. De inhoud van de nota is destijds nauw afgestemd op de uitgangspunten van het bestemmingsplan buitengebied Zevenaar Noord. Maar vanzelfsprekend vormden ook de geldende planologische regelingen een belangrijke afweging bij de voorstellen voor het nieuwe bestemmingsplan. Met de Nota van Uitgangspunten zijn de uitgangspunten voor het bestemmingsplan buitengebied

5

bestemmingsplan Gelders Eiland

vastgelegd. Deze nota van uitgangspunten is besproken met belangenorganisaties in het buitengebied. Hun reacties zijn waar mogelijk verwerkt in de nota. Gelijktijdig is een inventarisatie en het onderzoek uitgevoerd en zijn alle bewoners van woningen in het buitengebied nog betrokken bij de voorbereidingen van het bestemmingsplan. De regeling in het geldende bestemmingsplan van de woningen is heel globaal. Dat is omgezet in een concreet begrensd bestemmingsvlak. In een mailing is een voorstel van dit vlak aan alle bewoners voorgelegd. Hierop zijn 26 reacties binnengekomen. Deze reacties zijn waar mogelijk verwerkt in het voorliggende voorontwerpbestemmingsplan.

1.5

PlanMER

Gelet op de verplichtingen van de Wet milieubeheer (Wm) is ook een planMER (Milieueffectrapport) opgesteld als onderbouwing van het bestemmingsplan. Dit heeft vooral te maken met de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt voor bestaande veehouderijen. In het planMER wordt vooral ingegaan op de milieueffecten van de ontwikkelingsmogelijkheden in het bestemmingsplan. Ter voorbereiding is een Notitie reikwijdte en detailniveau opgesteld, zie bijlage 1. Het planMER is opgenomen als bijlage 2 en het advies van de Commissie mer als bijlage 6.

1.6

Leeswijzer

Deze toelichting bestaat uit 7 hoofdstukken. In hoofdstuk 2 is het beleidskader beschreven en de doorwerking ervan. In hoofdstuk 3 komen de uitgangspunten van dit bestemmingsplan aan de orde, inclusief de juridische doorwerking ervan in regels en verbeelding. Hoofdstuk 4, van de toelichting is meer toetsend van aard. In dit hoofdstuk wordt het plan op hoofdlijnen getoetst aan de vastgestelde (milieu)kaders en de effecten van het plan op de omgeving. Hierbij komen aspecten als externe veiligheid, geluid en archeologie aan bod. In het hoofdstuk 6 wordt de wijze van bestemmen toegelicht. In dit hoofdstuk wordt een nadere toelichting op de werking van het bestemmingsplan beschreven. Tenslotte beschrijven hoofdstuk 6 en 7 respectievelijk de uitvoerbaarheid en de gevolgde procedure.

Hoofdstuk 2

Beleid en regelgeving

In dit hoofdstuk is het integrale beleid en de regelgeving beschreven die relevant zijn voor het buitengebied. De voornaamste beleidskaders stelt het Rijk, de provincie Gelderland en de gemeente zelf. Naast de hieronder benoemde beleidsdocumenten zijn er in het Gelders Eiland verschillende sectorale beleidsdocumenten en uitvoeringsnota's ontwikkeld. Dit beleid (zoals archeologie) komt, waar nodig, aan de orde bij de beschrijving van de beleidsuitgangspunten in hoofdstuk 3.

2.1

Rijksbeleid

2.1.1

Ladder van duurzame verstedelijking

Het rijksbeleid richt zich op het bevorderen van zorgvuldig gebruik van de schaarse ruimte. Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen en overprogrammering te voorkomen is de Ladder van duurzame verstedelijking geïntroduceerd. De Ladder gaat uit van het principe dat eerst gekeken wordt of er vraag is naar een bepaalde nieuwe ontwikkeling, vervolgens te kijken of het bestaande stedelijk gebied of bestaande bebouwing kan worden hergebruikt en mocht nieuwbouw nodig zijn altijd zorgen voor een optimale (multimodale) bereikbaarheid. Medio 2012 is de Ladder van duurzame verstedelijking als procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De Ladder voor duurzame verstedelijking ziet op planologische onderbouwing van stedelijke ontwikkelingen. Als stedelijke ontwikkeling wordt in dit geval bedoeld een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein, kantoren, detailhandel, woningbouw of andere stedelijke voorzieningen. In dit bestemmingsplan worden stedelijke functies als bedrijven, kantoor en detailhandel planologisch mogelijk gemaakt. Het betreft – het positief bestemmen van – bestaande situaties en de bestemming wordt niet gewijzigd

6

bestemmingsplan Gelders Eiland

ten opzichte van het vigerend planologisch beleid. Nieuwvestiging (nieuwe locaties) wordt niet mogelijk gemaakt. Het beleid voor bestaande situaties is conserverend van aard; niet- agrarische bedrijven, detailhandel en kantoor wordt geen uitbreidingsruimte bvo toegestaan. Bedrijven worden tevens specifiek bestemd. Om bij bedrijfsbeëindiging doelmatig gebruik van bestaande bebouwing mogelijk te maken, bieden we de mogelijkheid voor het vestigen van een gelijkwaardig bedrijf op de betreffende locatie. Het areaal bedrijventerrein wordt niet uitgebreid. Voorwaarde is dat het bedrijf naar aard, omvang en effect op de omgeving vergelijkbaar is en ruimtelijk geen slechtere situatie oplevert. Bedrijven die naar een aard en omvang meer thuis horen op een bedrijventerrein zoals Bevi-inrichtingen (bedrijven met een extern veiligheidsrisico), transport- en distributiebedrijven, industriële bedrijven en groothandel, zijn uitgesloten. Conclusie Het voorliggende bestemmingsplan is in overeenstemming met de Ladder van duurzame verstedelijking (principes van zorgvuldig ruimtegebruik). 2.1.2

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR)

Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) in werking getreden. Deze structuurvisie geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en is de ‘kapstok’ voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. De SVIR heeft de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de MobiliteitsAanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving vervangen. Tevens zijn de ruimtelijke doelen en uitspraken in de volgende documenten vervangen: PKB Tweede structuurschema Militaire terreinen, de Agenda Landschap, de Agenda Vitaal Platteland en Pieken in de Delta. Het Rijk geeft de verantwoordelijkheid voor de afstemming tussen verstedelijking en groene ruimte op regionale schaal over aan provincies. Daarmee wordt bijvoorbeeld het aantal regimes in het landschaps- en natuurdomein fors ingeperkt. Daarnaast wordt (boven)lokale afstemming en uitvoering van verstedelijking overgelaten aan (samenwerkende) gemeenten binnen provinciale kaders.

Het Rijk formuleert drie hoofddoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. De Nationale ruimtelijke hoofdstructuur geeft de nationale belangen, waarvoor het Rijk verantwoordelijk is, geografisch weer. Op die kaart is op hoofdlijnen aangegeven welke gebieden en structuren van nationaal belang zijn bij de geformuleerde rijksdoelen rond concurrentiekracht, bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid, zodat een samenhangende ruimtelijke hoofdstructuur zichtbaar wordt. Ook is in deze structuurvisie het (toekomstige) ruimtebeslag ten behoeve van nieuwe leidingtracés meegenomen. Dit geldt specifiek voor buisleiding- en hoogspanningstracés. Conclusie Voor het plangebied van dit bestemmingsplan zijn gasleidingen en de hoogspanningsverbinding, aangeduid als onderdeel van de Nationale ruimtelijke hoofdstructuur. Daarnaast maakt een deel van het plangebied deel uit van de herijkte Ecologische Hoofdstructuur (EHS) en van de Romeinse Limes.

De Romeinse Limes komen terug in het nog vast te stellen archeologisch beleid en vinden op de manier doorwerking in dit bestemmingsplan. Voor de betreffende onderdelen zijn beschermende regelingen opgenomen in dit bestemmingsplan. Het voorliggende plan is in overeenstemming met de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte.

7

bestemmingsplan Gelders Eiland

2.1.3

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel de AMvB Ruimte genoemd, is op 22 augustus 2011 vastgesteld en heeft als doel om vanuit een concreet nationaal belang een goede ruimtelijke ordening te bevorderen. De AMvB is het inhoudelijke beleidskader van het rijk waaraan ruimtelijke besluiten op provinciaal en gemeentelijk niveau moeten voldoen. Dat betekent dat de AMvB regels geeft over bestemmingen en het gebruik van gronden. Daarnaast kan zij aan gemeenten opdragen in de toelichting bij een bestemmingsplan bepaalde zaken uitdrukkelijk te motiveren. De algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Inhoudelijk gaat het om nationale belangen die samenhangen met het beschermen van ruimtelijke functies, zoals natuur in de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), of met het vrijwaren van functies. Niet alle nationale ruimtelijke belangen staan in de AMvB Ruimte. Het besluit bevat alleen die nationale ruimtelijke belangen, die via het stellen van regels aan de inhoud of toelichting van bestemmingsplannen (of daarmee vergelijkbare besluiten) beschermd kunnen worden. Van de nationale belangen die in de AMvB Ruimte zijn geregeld, zijn de volgende van toepassing op het plangebied: Rijksvaarwegen De Rijn, NederRijn en Waal zijn aangewezen als een CEMT-klasse vaarweg.

Dit is een vaarwegklasse zoals vastgesteld door de Conference Europeenne des Ministres de Transport (CEMT), gebaseerd op de afmetingen van standaardschepen en duwstellen. Er geldt een vrijwaringszone aan weerszijden vanaf de vaarweg, afhankelijk van de CEMT-klasse, gemeten vanaf de begrenzingslijn van de rijksvaarweg. Er dient rekening gehouden te worden met onder andere de toegankelijkheid van de rijksvaarweg voor hulpdiensten en het uitvoeren van beheer en onderhoud van de rijksvaarweg. In dit bestemmingsplan zijn geen ontwikkelingen bij recht toegestaan binnen deze zones. Een beschermende regeling is daarmee niet nodig. Grote rivieren De Nederrijn en Waal behoren tot de vier grote rivieren van Nederland. Het nationale belang strekt zich tot het vrijhouden van het stroomvoerend deel van het rivierbed en het tegengaan van grootschalige en kapitaalintensieve ontwikkelingen die het treffen van rivierverruimende maatregelen kunnen belemmeren. In dit bestemmingsplan is rekening gehouden met het stroomvoerend deel van het rivierbed door middel van de (dubbel)bestemming 'Waterstaat - Stroomvoerend deel rivierbed'. In het Barro zijn tevens enkele gebieden aangewezen als 'gebiedsreservering voor de lange termijn Rijntakken'. Deze ligt op een groot deel van het Rijnstrangengebied.

Voor deze delen geldt dat geen wijziging van de bestemming kan worden opgenomen die ten opzichte van het daaraan voorafgaande bestemmingsplan kan leiden tot grootschalige of kapitaalintensieve ontwikkelingen die het treffen van rivierverruimende maatregelen kunnen belemmeren. Hiervan is in het plangebied geen sprake. Ecologische hoofdstructuur Ten aanzien van de Ecologische hoofdstructuur (Natuurnetwerk Nederland) heeft het Rijk in de AMvB Ruimte aangegeven dat provincies in haar verordeningen regels moeten stellen ter bescherming van de natuurwaarden van de Ecologische hoofdstructuur. De provincie Gelderland heeft deze doorvertaling gemaakt in haar Omgevingsverordening. Deze verordening komt bij het provinciale beleid aan bod. De doorvertaling van het rijks- en provinciaal natuurbeleid in paragraaf 3.2.3. Primaire waterkeringen buiten het kustfundament Gronden waarop een primaire waterkering ligt of die de functie van een primaire waterkering hebben zijn bestemd als 'Waterstaat - Waterkering'. Wijzigingen van bestemmingen op gronden met de functie van primaire waterkering of beschermingszone zijn alleen mogelijk als daardoor geen belemmeringen ontstaan voor het onderhoud, de instandhouding of de versterking van de primaire waterkering. De betreffende dubbelbestemming is in het bestemmingsplan opgenomen.

8

bestemmingsplan Gelders Eiland

Romeinse Limes Het Rijk stelt regels voor werelderfgoederen, waaronder het Nederlandse deel van de Romeinse Rijksgrens de Limes. De in het besluit omschreven kernkwaliteiten dienen door het provinciaal bestuur te worden uitgewerkt. De uitwerking moet dusdanig zijn, dat de uitgewerkte kernkwaliteiten sturend kunnen zijn voor ruimtelijke ontwikkelingen op het niveau van bestemmingsplannen. Het uitgangspunt is, dat ruimtelijke ontwikkelingen in erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde mogelijk zijn, mits de uitgewerkte kernkwaliteiten van de erfgoederen worden behouden of versterkt (ja, mits-principe). Ontwikkelingen die de uitgewerkte kernkwaliteiten niet aantasten zijn dus in beginsel toegestaan. Zie paragraaf 2.2.2 voor de doorvertaling in de provinciale verordening. Buisleidingen In het Barro zijn buisleidingen (vervoer gevaarlijke stoffen) als nationaal belang opgenomen. In de Structuurvisie Buisleidingen is dit nader uitgewerkt waarbij onder andere de ruimtelijke hoofdstructuur aangegeven. Ter plaatse van de gasleidingen zijn leidingstroken en bijbehorende veiligheidszones opgenomen. Ter plaatse van de veiligheidszone is geen bebouwing toegestaan. Daarmee is het tracé van de leidingen in het plangebied planologisch geborgd en beschermd. Conclusie Voor de betreffende onderdelen zijn waar nodig beschermende regelingen opgenomen in dit bestemmingsplan.

Het voorliggende bestemmingsplan is in overeenstemming met de regels van het Barro.

2.2

Provinciaal en regionaal beleid

2.2.1

Omgevingsvisie Gaaf Gelderland

De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland is op 19 december 2018 door Provinciale Staten van Gelderland vastgesteld en in werking getreden op 1 maart 2019. De visie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving in Gelderland. Samen met de Omgevingsverordening heeft de provincie al vooruit gelopen op de Omgevingswet. Deze wet biedt meer ruimte voor initiatieven en ontwikkelingen in het fysieke domein, in samenspraak met de omgeving. De provincie streeft naar een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit wil de provincie bereiken door de focus te leggen op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Hiervoor zijn zeven ambities benoemd om richting te geven: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Energietransitie; Klimaatadaptatie; Circulaire economie; Biodiversiteit; Bereikbaarheid; Vestigingsklimaat; Woon- en leefklimaat.

Met vier 'spelregels' of 'doe-principes' - doen, laten, zelf en samen - wordt er werking aan gegeven. Dit is het kader waarbinnen de provincie wil werken en afwegingen wil maken. Conclusie Het voorliggende bestemmingsplan betreft een actualisatie en maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. De omgevingsvisie is daarom ook niet direct van invloed op dit bestemmingsplan. Wel zijn het onderwerpen die het plan in het algemeen raken. Maar deze zijn, onder andere op basis van gemeentelijk beleid, ook al waar mogelijk vertaald naar (algemene) regels in het bestemmingsplan. Het plan sluit derhalve aan op de provinciale visie. Om de provinciale belangen te waarborgen is door Provinciale Staten de Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld.

9

bestemmingsplan Gelders Eiland

2.2.2

Omgevingsverordening Gelderland

De Omgevingsverordening Gelderland is een juridisch instrument dat tot doel heeft om het beleid uit de Omgevingsvisie door te laten werken in gemeentelijke bestemmingsplannen. De omgevingsverordening heeft de status van ruimtelijke verordening, verkeersverordening, milieuverordening en waterverordening. In hoofdstuk 2 van de verordening zijn regels opgenomen om de provinciale belangen met betrekking tot het aspect ruimte te beschermen. Dit hoofdstuk bevat onder andere regels voor de ontwikkeling van woningen, bedrijvigheid (waaronder kantoren, bedrijventerreinen en detailhandel), glastuinbouw en veehouderijen. Daarnaast zijn regels opgenomen ter bescherming van het Gelders Natuurnetwerk (GNN), de Groene Ontwikkelingszone (GO) en verschillende landschappelijk en cultuurhistorisch waardevolle gebieden. De voor het plangebied belangrijkste thema's zijn onderstaand op hoofdlijnen beschreven. Veehouderij In de omgevingsverordening maakt de provincie onderscheid tussen grondgebonden en niet-grondgebonden veehouderij. Uitbreiding van de grondgebonden veehouderijtak is toegestaan indien de uitbreiding ruimtelijk aanvaardbaar is en voorziet in een goede landschappelijke inpassing. Zelf geteelde of geproduceerde agrarisch producten mogen verkocht worden bij het agrarische bedrijf onder de noemer van nevenactiviteiten.

In de omgevingsverordening zijn specifieke randvoorwaarden vastgelegd voor niet-grondgebonden landbouw. De provincie streeft namelijk naar een duurzame niet-grondgebonden veehouderij in Gelderland. Gelders Plussenbeleid Het huidige Gelderse provinciale ruimtelijke beleid voor de niet-grondgebonden veehouderij is gericht op de omvang van individuele bedrijven. Dit is omgezet in een aanpak die is gericht op duurzame groei van niet-grondgebonden veehouderij. In plaats van kwantitatieve (vaste) bouwblokmaten bepalen extra maatregelen ter verbetering van de ruimtelijke kwaliteit op het terrein van landschappelijke inpassing, milieu- en dierenwelzijn de groeiruimte (het zogenaamde Plussenbeleid). Op deze wijze draagt Gelderland bij aan het versnellen van duurzame ontwikkelingen in de veehouderij zonder dat dit ten koste gaat van een verslechtering voor de natuur. Deze aanpak van het Plussenbeleid vraagt een werkwijze tussen ondernemer, omgeving en gemeente, waarin een goede dialoog centraal staat en ruimte is voor lokaal maatwerk gericht op lokale of regionale aandachtsgebieden. Met extra investeringen in ruimtelijke kwaliteit, milieu en dierenwelzijn kan de provinciale sturing op ruimtelijke maten komen te vervallen en krijgen niet-grondgebonden veehouderijbedrijven, die hierin extra investeren, de ruimte.

In de omgevingsverordening is bepaald dat het Plussenbeleid in gemeentelijke beleidsregels vertaald dient te worden. In paragraaf 3.3 is nader ingegaan op de gevolgen van het provinciale beleid voor het thema landbouw. Natuur en landschap Dit thema komt terug in verschillende deelgebieden binnen het buitengebied van het Gelders Eiland. Gelders natuurnetwerk (GNN) Binnen het GNN zijn in principe geen nieuwe ontwikkelingen toegestaan. Hier geldt de “nee, tenzij”-benadering. Groene ontwikkelingszone (GO) De GO bestaat uit alle gebieden met een andere bestemming dan 'Natuur' binnen de voormalige Gelderse EHS. Initiatieven zijn mogelijk als ze per saldo leiden tot een versterking van de Groene ontwikkelingszone. In de bijlage kernkwaliteiten Gelders natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone staan per deelgebied kernkwaliteiten en ontwikkelingsdoelen geformuleerd.

10

bestemmingsplan Gelders Eiland

Ganzenrustgebied De functie van rustgebied voor overwinterende ganzen staat centraal in deze gebieden. In deze gebieden worden ruimtelijke ontwikkelingen hierop getoetst. Nationaal landschap Een bestemmingsplan voor gronden binnen een Nationaal Landschap en buiten de GO, het GNN en de Nieuwe Hollandse Waterlinie, maakt alleen bestemmingen mogelijk die de kernkwaliteiten van een Nationaal Landschap niet aantasten of versterken. Romeinse Limes De indicatieve begrenzing van de Limes zoals opgenomen in het Barro is in de omgevingsverordening nader begrensd. De beschrijving van de kernkwaliteiten van de Limes is overgenomen uit het Barro. De Limes is de unieke, samenhangende en goed bewaard gebleven voormalige (militaire) grens van het Romeinse Rijk. De kernkwaliteiten van de Romeinse Limes zijn te omschrijven als: de Limes is de unieke, samenhangende en goed bewaard gebleven voormalige (militaire) grens van het Romeinse Rijk. De Limes ligt naast de toenmalige loop van de Rijn met archeologische overblijfselen uit de periode 0 tot 400 na Chr. bestaande uit: forten (castella), burgerlijke nederzettingen (kampdorpen/vici) en grafvelden; militaire infrastructuur, bestaande uit wegen, waterwerken en wachttorens; scheepswrakken. Bestemmingsplannen mogen geen activiteiten mogelijk maken die de kernkwaliteiten van de Limes aantasten.

Conclusie ten aanzien van omgevingsverordening Voor zover de hiervoor genoemde onderwerpen daartoe aanleiding geven, is een doorvertaling in het bestemmingsplan nodig. Dat wil zeggen dat bijvoorbeeld dubbelbestemmingen of aanduidingen worden opgenomen voor sommige gronden om ervoor te zorgen dat de bepalingen uit de Omgevingsverordening daar van toepassing zijn. In paragraaf 3.2 komt dit aan de orde. Overig Recreatiewoningen Solitaire recreatiewoningen zijn slechts toegestaan op locaties waar ook reguliere woningen kunnen worden gebouwd. In het bestemmingsplan dient permanente bewoning van recreatiewoningen te zijn uitgesloten. Nieuwvestiging en uitbreiding van recreatiewoningen is alleen toegestaan indien daaraan de eis van bedrijfsmatige exploitatie wordt verbonden. In de toelichting dient onderbouwd te worden op welke wijze de bedrijfsmatige exploitatie duurzaam is verzekerd. Het bestemmingsplan maakt dit niet mogelijk. In paragraaf 3.6 is nader ingegaan op de gevolgen van het provinciale beleid voor het thema recreatie. Molenbiotopen Binnen deze aanduiding is geen nieuwe bebouwing, dan wel beplanting toegestaan, tenzij in de toelichting bij het bestemmingsplan wordt aangetoond dat het functioneren van de molen door middel van windvang niet wordt beperkt. Een beschermende regeling (vrijwaringszone - molenbiotoop) is opgenomen.

Windturbines De provincies hebben, in overleg met het Rijk, doelstellingen ten aanzien van windenergie vastgelegd. Iedere provincie heeft de verantwoordelijkheid om hieraan een bijdrage te leveren. Voor Gelderland betekent dat er ten minste 230,5 MW aan windenergie ruimtelijk is vastgelegd en uiterlijk in 2020 is gerealiseerd. De provincie overlegt met regio's en gemeenten waar ruimte voor windenergie moet komen.

11

bestemmingsplan Gelders Eiland

In de thematische structuurvisie Windenergie Gelderland (1ste actualisatie van de Omgevingsvisie Gelderland) zijn deze locaties vastgelegd. Er is een voorkeur voor het combineren van windenergie met andere, intensieve functies in een gebied, zoals (hoofd)infrastructuur of regionale bedrijventerreinen. De provincie heeft de door de gemeenten aangedragen geschikte gebieden voor windenergie ruimtelijk vastgelegd in de provinciale windvisie. Conclusie Het voorliggende bestemmingsplan betreft een actualisatie en maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Verder is het provinciaal beleid waar nodig verwerkt in het plan. Het voorliggende bestemmingsplan is in overeenstemming met de Omgevingsverordening Gelderland.

2.3

Waterbeleid

Het waterbeleid en het watersysteem vormen uitgangspunt voor het bestemmingsplan, onder andere via de doorvertaling van de aanwezige functies, bescherming van de waterkering en het toestaan van water en en waterhuishoudkundige voorzieningen binnen vrijwel alle bestemmingen. Bij de situering van bestemmingen zal rekening gehouden worden met het aspect water en zal de gemeente de watertoets doorlopen. Verder is van belang te melden dat bestaande regelgeving van provincie en waterschap, zoals vigerende water- en milieuverordeningen, de keur(en), de legger en eventueel peilbesluit(en) een separaat toetsingskader vormen. De Keur van het waterschap bevat onder andere bepalingen ten behoeve van de bescherming en het beheer en onderhoud van watergangen en oppervlaktewater. Verder kan op basis van de Keur een melding of vergunning nodig zijn voor werkzaamheden op en/of in de nabijheid van oppervlaktewaterlichamen en waterkeringen en voor het onttrekken en/of retourneren van grondwater. In het plan zijn geen bepalingen opgenomen die dubbelop zijn, dan wel indruisen tegen deze regelgeving. Normale waterstaatkundige onderhoudswerkzaamheden zijn uitgezonderd van een aanlegvergunningplicht (omgevingsvergunning voor een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden). Bij eventuele uitbreiding van verharding kan op basis van waterschapsbeleid een retentieplicht gelden.

Tevens is het wenselijk zo veel mogelijk gebruik te maken van milieuvriendelijke bouwmaterialen en uitlogende bouwmaterialen, zoals lood, koper, zink en zacht PVC achterwege te laten. Deze stoffen kunnen zich ophopen in het water(bodem)systeem en hebben hierdoor een zeer nadelige invloed op de water(bodem)kwaliteit en ecologie.

2.4

Gemeentelijk beleid

Omgevingsvisie Gelders Eiland 2030 In april 2017 is de Omgevingsvisie van de gemeente Rijnwaarden vastgesteld. Hierin heeft de gemeente haar ruimtelijke koers beschreven voor de langere termijn. In deze visie wordt de veranderde rol van het buitengebied erkent. Zo is benoemd dat het buitengebied in toenemende mate de achtertuin vormt voor de dorpsbewoners, maar ook voor de stedeling die de drukte van de stad wil ontvluchten. Bereikbaarheid vormt hierin een belangrijk onderdeel. Met de uitbreiding van het regionale fietsnetwerk, het doortrekken van de A15 en het realiseren van een kortere verbinding naar de A12, neemt de bereikbaarheid van het Gelders Eiland toe. Ook de rol van recreatie en toerisme neemt toe, en komt in de plaats van de traditionele productierol. Wat hieraan bijdraagt is zowel een kleinere beroepsbevolking in de dorpen, maar ook door de bedrijvigheid die zich steeds meer in en nabij de steden huisvest. Ook de landbouwsector heeft rol hierin door invloed van de schaalvergroting en negatieve marktomstandigheden in aantal bedrijven afneemt. De dreigende leegstand in dorpen en voormalige agrarische bebouwing kan deels worden opgelost door herbestemming ten behoeve van wonen en vrijetijdseconomie. Het veranderend gebruik van het buitengebied heeft daarbij sterke invloed op het belang dat wordt gehecht aan een groene omgeving.

Het draagvlak voor meer natuur, waterberging en duurzame energiewinning groeit. Mede door het toenemende bewustzijn over gezondheid en de menselijke impact op milieu en klimaat. Belangrijke kwaliteiten die kernwaarden vormen zijn onder meer de landschappen, terpen, dijken en

12

bestemmingsplan Gelders Eiland

erfgoed, maar ook de beleving van rust, ruimte en historie vormen onze kernwaarden. Ze dienen als inspiratie en soms ook strikte randvoorwaarden voor nieuwe activiteiten en ontwikkelingen. Een initiatief dat hierop inspeelt en invulling geeft aan onze gemeenschappelijke doelen, wordt omarmd. De gebiedsdriedeling Rijnstrangen, dorpenlint en agrarisch landschap en uiterwaarden, geeft richting bij het ‘hoe en wat’. Het behoud van leefbaarheid, te vinden in de dorpen, op de dijken en rond de recreatieplassen is de grootste prioriteit. De leefbaarheid wordt bepaald door de (fiets)bereikbaarheid van voorzieningen en de gemeenschapszin. Maar ook in de creativiteit van het zelfvoorzienend zijn. Het thema natuur is een ander belangrijk thema in de omgevingsvisie. De Rijnstrangen (onderdeel van het Nationaal Landschap Gelderse Poort) en een groot deel van de uiterwaarden zijn echte natuurgebieden volop water en groeien in formaat en betekenis. Een fijnmazig en divers netwerk van routes vormt, samen met watersportgebied de Bijland en de natuurgebieden, de belangrijkste attractie voor bewoners, recreanten en toeristen.

In de omgevingsvisie zijn vier hoofdthema's beschreven waar verschillende doelen aan zijn gehangen. Hieronder zijn een aantal van deze doelen benoemd die aansluiting vinden bij het bestemmingsplan Buitengebied. Een duurzaam Gelders Eiland Ontwikkelen van energielandschappen. De Rijnstrangen bieden mogelijkheden voor de opvang van wateroverlast en de teelt van biomassa. In het ‘dorpenlint en agrarisch landschap’ is het mogelijk gronden te gebruiken voor het opwekken van zonne-energie (daken en velden) en windenergie. Betere waterafvoer door grotere capaciteit van waterberging. Een leefbaar Gelders Eiland Strategische parkeermogelijkheden in de dorpen moeten meer wandelaars en fietsers aantrekken die

13

bestemmingsplan Gelders Eiland

met de auto naar het Gelders Eiland komen. Het fietsnetwerk is belangrijk. Veiligheid heeft prioriteit. In een vergrijzende samenleving is zorg voor onze oudere inwoners belangrijk. Voorzieningen voor ouderen en minder validen moeten bereikbaar blijven en waar nodig beter fysiek en digitaal bereikbaar zijn. Een mooi Gelders Eiland We maken binnen de landschappelijke karakteristieken van de Rijnstrangen, het eiland en de uiterwaarden zeer kleinschalig bijzondere woonvormen mogelijk. Denk hierbij aan het omvormen van vrijkomende agrarische bedrijfsgebouwen naar terpwoningen. Maar ook voor leegstaand maatschappelijk vastgoed zoals kerken, monumentale panden of fabrieken wordt gezocht naar mogelijkheden deze om te vormen naar nieuwe woonvormen. Natuur en water maken het gebied bijzonder en zijn belangrijke bouwstenen voor wonen en recreëren. Nieuwe ruimte voor bedrijven proberen we te plaatsen op de bestaande terreinen. Deze terreinen kunnen wat betreft ruimtegebruik intensiveren, zodat we uitbreiding voorkomen. Een bijzonder element vormt het bedrijventerrein aan de Spijkse dijk. Dit gebied kan uitgroeien tot een duurzaam industrieel cluster. Een toeristisch Gelders Eiland De Rijnstrangen groeit in oppervlak doordat de agrarische functie de komende 15 jaar waar mogelijk geleidelijk plaats maakt voor natuur en recreatie.

Tegelijkertijd werken we aan verbetering van de toegankelijkheid. Verblijf kan op kleine schaal in de vorm van natuurkamperen of door herbestemming van bestaande gebouwen plaatsvinden. In de Bijland, de Lobberdensche Waarden en de plassen bij Lobith krijgt recreatie en toerisme meer ruimte dan in de Rijnstrangen. Hier is plek voor bijzondere dag- en verblijfrecreatie in de natuur en op het water. De dorpen vormen als knooppunten in routenetwerken de opstapplekken voor bezoekers.In het buitengebied komen op bijzondere plekken kleinschalige horecagelegenheden. Voor grotere initiatieven wordt mogelijk bestaand vastgoed benut. Conclusie Het voorliggende bestemmingsplan betreft een actualisatie en maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Met name ten aanzien van de specifieke (landschaps)waarden houdt het bestemmingsplan rekening met de bescherming ervan. Waar mogelijk wordt ruimte geboden aan kleinschalige recreatieve ontwikkelingen.

Hoofdstuk 3

Uitgangspunten

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de wijze waarop de gemeente de beleidsvisies vertaalt naar uitgangspunten voor het bestemmingsplan. Daarbij is rekening gehouden met beleid, zoals behandeld in hoofdstuk 2 en het meer sectorale beleid van de gemeente of andere overheden. De beleidsuitgangspunten voor het bestemmingsplan en de planopzet zijn per functie, dan wel waarde uiteengezet; daar waar raakvlakken met andere functies en/of waarden liggen, is dit expliciet aangegeven. Daarnaast wordt wet- en regelgeving die in directe relatie staan met de relevante ruimtelijke thema's in dit hoofdstuk beschreven. Ook is aangegeven hoe hiermee in het bestemmingsplan wordt omgegaan. Dubbele regelgeving met andere overheden (provincie, waterschap) wordt zoveel mogelijk voorkomen.

3.1

Algemeen

3.1.1

Bestemmingsplan

Actueel, digitaal en in hoofdzaak beherend Een beherend bestemmingsplan betekent dat het plan een actuele planologische regeling van de

14

bestemmingsplan Gelders Eiland

bestaande situatie bevat. Bestaande rechten en plichten uit de geldende regeling zijn zoveel mogelijk overgenomen en waar nodig aangepast aan de eisen en wensen van deze tijd. Dat wil overigens niet zeggen dat het bestemmingsplan uitsluitend de actuele situatie planologisch regelt. Reguliere ontwikkelingsmogelijkheden, passend bij het buitengebied, zijn voor de bestaande functies door middel van flexibiliteitsbepalingen mogelijk gemaakt. Initiatieven die daar niet in passen worden getoetst aan de Omgevingsvisie en kunnen eventueel met een afzonderlijke planologische procedure worden mogelijk gemaakt. Borging maatschappelijke belangen (waarden) Belangrijk doel van het bestemmingsplan is het vanuit de ruimtelijke dimensie veilig stellen van het publiek belang. Dit zijn belangrijke algemene waarden die het individuele belang overstijgen en van belang zijn voor de gemeenschap of maatschappij. Ruimtelijke ingrepen hebben vaak langdurige en onomkeerbare gevolgen. Het behouden van deze waarden vereist zowel door de schaal en samenhang als door het lange termijn perspectief een rol van de overheid. Het bestemmingsplan is daarbij een belangrijk instrument omdat dit zowel richting als grenzen kan geven aan het (ruimtelijk) handelen van mensen.

Bij het beoordelen of ontwikkelingen het maatschappelijk belang onevenredig schaden gaat het niet alleen om de individuele ontwikkeling, maar ook (juist) om de cumulatieve effecten. De uitbreiding van 1 agrarisch bedrijf of toevoeging van 1 woning is wellicht niet direct onaanvaardbaar. Gaat het echter om een groot aantal bedrijven of woningen, dan komen bijvoorbeeld de ecologische of landschappelijke waarden onder druk te staan. Het borgen van de maatschappelijke belangen gebeurt door voor grotere ontwikkelingen planologische ruimte te bieden onder voorwaarden. Activiteiten mogen maatschappelijke belangen niet onevenredig schaden. Het uitgangspunt is dat activiteiten mogelijk zijn, mits de maatschappelijke belangen zijn geborgd. In sommige gebieden is de publieke waarde zo duidelijk, dat activiteiten op voorhand worden beperkt. In andere gebieden worden voorwaarden gesteld aan een ontwikkeling, waarbij de initiatiefnemer moet aantonen dat het maatschappelijk belang niet onevenredig wordt geschaad. Duidelijkheid, bescherming en de regels zijn beperkt en eenvoudig van opzet Het bestemmingsplan biedt duidelijkheid over (mogelijke) ruimtelijke ontwikkelingen. Zowel voor de initiatiefnemer (wat kan/mag ik bouwen en welke activiteiten mag ik uitvoeren) als voor de omgeving (welke ruimtelijke ontwikkelingen zijn in mijn omgeving mogelijk en welke niet).

Duidelijkheid geeft het vertrouwen en de mogelijkheid om te investeren. Het geeft ondernemers en bewoners ook inzicht in hun woon- en werkomgeving. We bieden duidelijkheid door het stellen van duidelijke regels (normen en kaders). De overheid kan en wil echter niet alles regelen. Burgers en ondernemers hebben een eigen verantwoordelijkheid. Met verstand en respect een bijdrage leveren aan de inrichting en het gebruik van de eigen omgeving. Duidelijkheid mag niet tot een zeer gedetailleerde, starre (ingewikkelde) regeling leiden. Ook eenvoud draagt bij aan duidelijkheid. De gemeente biedt duidelijkheid door eenvoudige regels op te stellen (zie verder)., waar de balans tussen duidelijkheid en eenvoud gezocht wordt. De gemeente wil ruimte bieden aan ontwikkeling. Nieuwe ontwikkelingen mogen echter geen onevenredige overlast, hinder of beperkingen geven voor de omgeving. Het bestemmingsplan stelt grenzen aan de impact van nieuwe ontwikkelingen op de omgeving. Er wordt daarbij een afweging gemaakt tussen de belangen van de initiatiefnemer en de belangen van de omgeving. Er wordt nadrukkelijk gesteld dat er geen sprake mag zijn van onevenredige hinder of beperkingen. Enige impact is niet altijd uit te sluiten als er ontwikkelingsmogelijkheden zijn. Het bestemmingsplan biedt geen absolute bescherming voor handhaving op het huidige niveau.

Bij grotere ruimtelijke ontwikkelingen zal met behulp van een ruimtelijke onderbouwing aangetoond moeten worden dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Daarbij moet onder andere onderzoek gedaan worden naar flora, fauna, archeologie, bodemkwaliteit, externe veiligheid, enzovoort. Ook vloeien eisen voort uit sectorale wetgeving en regionaal beleid die in het bestemmingsplan opgenomen moeten worden.

15

bestemmingsplan Gelders Eiland

3.1.2

Proces

Lopende en nieuwe verzoeken In enkele gevallen kan onder voorwaarden, als een initiatiefnemer dat wil, een concreet initiatief voor de planologische procedure meeliften met het bestemmingsplan. Voorop staat dat het initiatief binnen de kaders van het bestemmingsplan past. Het initiatief mag niet omstreden zijn, zodat zienswijze/beroep voor een specifieke situatie de procedure van het bestemmingsplan gaat beïnvloeden. De initiatiefnemer levert voordat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage wordt gelegd de noodzakelijke en positief beoordeelde onderzoeken voor de ruimtelijke onderbouwing en indien noodzakelijk dient een anterieure overeenkomst gesloten te worden. Concrete initiatieven vereisen veelal diepgaander onderzoek dan voor de voorbereiding van het bestemmingsplan is vereist. De initiatiefnemer accepteert ook het risico van de doorlooptijd van het bestemmingsplan. Een beroepsprocedure is niet uit te sluiten. In dat geval duurt het geruime tijd voordat het bestemmingsplan en (mogelijk) het planologisch regiem van de initiatiefnemer onherroepelijk wordt. Voor de initiatieven waar dit van toepassing is zijn ruimtelijke onderbouwingen bijgevoegd als bijlagen bij deze toelichting. Zelfstandige planologische procedure Het buitengebied is dynamisch en de doorlooptijd van het bestemmingsplan is relatief lang.

Het is te verwachten dat tijdens de voorbereiding van het bestemmingsplan, net als op dit moment, concrete initiatieven voordoen. Het is niet wenselijk of nodig dat deze initiatieven vertraagd worden door het opstellen van het bestemmingsplan of dat het bestemmingsplan wordt vertraagd door een concreet initiatief. Via een zelfstandige planologische procedure kan medewerking verleent worden aan concrete initiatieven. Deze initiatieven moeten wel binnen de geformuleerde uitgangspunten passen (zie boven). Het vastgestelde planologisch regiem kan uiteraard wel in het bestemmingsplan worden overgenomen.

3.2

Algemene waarden

3.2.1

Algemeen

Verbeteren door ontwikkeling In veel gevallen is het wenselijk om de kwaliteit van algemene waarden te verbeteren. Dit vergt investeringen die binnen de publieke middelen niet meer beschikbaar zijn. Daar waar mogelijk wil de gemeente (meer) ruimte bieden voor ontwikkelingen. Realisatie levert een (economisch) voordeel voor de initiatiefnemer, maar externe effecten worden nog te veel afgewenteld op de omgeving. Het is redelijk dat een deel van het economisch voordeel, vanuit het perspectief van ruimtelijke aanvaardbaarheid, wordt geïnvesteerd in - de kwaliteit van - algemene waarden. Hiermee kan de impact van een ontwikkeling op de omgeving gecompenseerd worden door ruimtelijke kwaliteit op andere punten te verbeteren. Daarbij is een integrale benadering het uitgangspunt. Maatregelen hoeven niet direct aan de kavel gekoppeld te worden. Soms kan met een zelfde investering meer bereikt worden met maatregelen in de directe omgeving. Bij het functieveranderingsbeleid en het toestaan van grotere uitbreidingen/ontwikkelingen wordt deze benadering al toegepast. Behoud bij ontwikkeling Bij kleinere ontwikkelingen zijn de impact op de omgeving en het economisch voordeel beperkter. Hierbij geldt het uitgangspunt dat publieke belangen geborgd moeten zijn; dat er geen sprake is van onevenredige aantasting van algemene waarden.

In de meeste gevallen kunnen waarden behouden worden of aantasting beperkt blijven door de investering op een goede manier in te richten. Bijvoorbeeld door rekening te houden met de plaatsing en vormgeving van bouwwerken. Initiatiefnemers kunnen een belangrijke bijdrage leveren door met respect voor de omgeving te ontwikkelen. 3.2.2

Archeologische en cultuurhistorische waarden

Archeologische waardenkaart

16

bestemmingsplan Gelders Eiland

De gemeenteraad heeft in 2022 nieuw gemeentelijk archeologiebeleid vastgesteld. Uitgangspunt is dat ontwikkelingen mogelijk zijn met respect voor mogelijke archeologische waarden. In gebieden met een hoge archeologische waarde is ontwikkeling slechts toegestaan als duidelijk is dat uitvoering van de werkzaamheden niet leidt tot verstoring van archeologisch materiaal en/of dat archeologisch materiaal veilig is gesteld. Daarmee wordt de kans op het vinden van betekenisvol archeologisch materiaal afgewogen tegen de belangen van de eigenaar, gebruiker en initiatiefnemer. Daarbij wordt ook gekeken naar de schaal van de ingreep, het potentiële effect, in relatie tot de kosten (kosten in relatie tot de investering). Cultuurhistorie Cultuurhistorie draagt bij aan onze identiteit. Het geeft - letterlijk - een beeld van onze geschiedenis. Daarbij is cultuurhistorie een belangrijke economische waarde voor vooral de recreatieve sector. De cultuurhistorische waarden bestaan zowel uit gebouwen als landschap(selementen). De gemeente hecht er aan om zorgvuldig met cultuurhistorische waarden om te gaan. Daar waar nodig zijn bijzondere cultuurhistorische waarden specifiek bestemd om deze te behouden. Het gaat dan vooral om ruimtelijke eenheden, waarbij de waarde ook vooral zit in de samenhang. Individuele gebouwen met een cultuurhistorische waarde zijn immers al aangewezen als monument.

De gemeente wil belangrijke cultuurhistorische waarden behouden door deze in te passen bij ruimtelijke ontwikkelingen. Daarom gelden bij ruimtelijke ontwikkelingen eisen ten aanzien van de landschappelijke inpassing. De Cultuurhistorische waardenkaart (BAAC Rapport V-12-0232) vormt een belangrijk uitgangspunt bij het vormgeven van de landschappelijke inpassing. Gebouwde cultuurhistorie (monumenten). Het exploiteren en (daarmee) behouden van monumentale bebouwing is gecompliceerd. Het vinden van een passende functie voor een gebouw, waardoor een betere exploitatie mogelijk wordt, kan in belangrijke mate bijdragen aan het behouden ervan. Naast de reguliere mogelijkheden functieverandering voor vrijkomende bebouwing, worden bij monumenten mogelijkheden geboden door andere (neven)functies dan uitsluitend wonen toe te staan. Bijvoorbeeld passende recreatieve en zorgfuncties. Bij de inpassing van deze (neven)functies blijft de cultuurhistorische waarde van de bebouwing het uitgangspunt. 3.2.3

Ecologische waarden

Het beschermen van ecologische waarden is van groot maatschappelijk belang. De schaal en de samenhang tussen verschillende gebieden is essentieel voor de ecologische kwaliteit. Rijk en provincie zetten daarom in op een samenhangende ecologische hoofdstructuur. De provincie heeft hiervoor in de Omgevingsvisie een groen natuurnetwerk benoemd dat bestaat uit het Gelders Natuur Netwerk en de Groene Ontwikkelingszone. Voor deze gebieden zijn verschillende doelstellingen en ambities geformuleerd. Voorop staat dat de provincie streeft naar een regionaal hoogwaardig stelsel van onderling verbonden natuurgebieden. In het Gelders Natuurnetwerk zijn in principe geen nieuwe functies toegestaan. De Groene Ontwikkelingszones hebben een dubbele doelstelling: er is ruimte voor (economische) ontwikkeling mits in combinatie met een substantiële versterking van de samenhang tussen natuurgebieden en versterking van het natuurlijke systeem door een versterking van de kernkwaliteiten van natuur en landschap. In het bestemmingsplan zijn grote gebieden aangewezen voor het Gelders Natuur Netwerk en als Groene Ontwikkelingszone. De Omgevingsvisie Gelders Eiland 2030 sluit hierbij aan.

17

bestemmingsplan Gelders Eiland

De ecologische waarden van het natuurnetwerk worden beschermd in dit bestemmingsplan, door de dubbelbestemming Waarde - Natuur en landschap. Ingrepen in het landschap zijn uitsluitend toegestaan onder voorwaarden; de kernkwaliteiten van het gebied mogen niet wezenlijk aangetast worden. In de Groene Ontwikkelingszones wordt ruimte geboden voor ontwikkeling, mits een belangrijke bijdrage wordt geleverd aan versterking van het natuurnetwerk. Dit geldt voor ontwikkelingen in de gebieden zelf, maar ook in de directe omgeving. De Groene ontwikkelingszone is voorzien van een beschermende regeling (zie de gebiedaanduiding overige zone - Groene ontwikkelingszone), en komt met name terug indien gebruik gemaakt wordt van flexibiliteitsbepalingen, bijvoorbeeld bij aanpassingen van agrarische bouwvlakken. 3.2.4

Landschappelijke waarden

Het landschap is een wezenlijk onderdeel van de ruimtelijke kwaliteit. Het is onderdeel van de regionale identiteiten sommige landschappen hebben een belangrijke cultuurhistorische waarde. Het landschap heeft ook een economische waarde als consumptiegoed voor bijvoorbeeld de recreatieve sector, als vestigingsplaatsfactor en als woonomgeving of recreatief uitloopgebied. Ook het landschap is echter aan een dynamiek onderhevig. De ruimtelijke kwaliteit van het landschap wordt niet alleen bereikt door behoud van het bestaande. Bij verandering kunnen nieuwe kwaliteiten bereikt worden. In dit bestemmingsplan worden belangrijke landschappelijke waarden behouden door bij ruimtelijke ontwikkelingen voorwaarden te stellen ten aanzien van de landschappelijke inpassing, door behoud of herstel van landschappelijke waarden. Daarbij wordt de mogelijkheid geboden van ontwikkeling in balans met de landschappelijke waarden. Bij ontwikkelingen met een grotere ruimtelijke impact wordt uitgegaan van versterking van de kernkwaliteiten van het landschap. Het beschermen van landschappelijke waarden hoeft niet per definitie in een aparte bestemming (met kapen aanlegvergunningenstelsel) te worden vastgelegd.

Er kan ook bescherming geboden worden door bijvoorbeeld landschappelijke waarden bij andere bestemmingen in de doeleindenomschrijving op te nemen en bij ontwikkeling voorwaarden voor landschappelijke inpassing en/of behoud van landschappelijke waarden te stellen. Het Landschapsontwikkelingsplan Rijnwaarden en Omgevingsvisie Gelders eiland 2030

18

bestemmingsplan Gelders Eiland

zijn belangrijke uitgangspunten geweest bij het vormgeven van de landschapswaarden in het bestemmingsplan. In het bestemmingsplan komt dit tot uitdrukking in de opname van twee agrarische bestemmingen, waarbij de bestemming Agrarisch met waarden hoofdzakelijk geldt voor de Rijnstrangen en de uiterwaarden. Voor de overige agrarische gronden tussen de zes kernen is de bestemming Agrarisch opgenomen. 3.2.5

Veiligheid en gezondheid

Veilige leefomgeving In het buitengebied zijn diverse functies en activiteiten met veiligheidsrisico's aanwezig. Belangrijk is het transport van gevaarlijke stoffen zoals de aardgastransportleiding. Daarnaast zijn er meer plaatsgebonden risico's zoals opslag van gevaarlijke stoffen. Risicobronnen en kwetsbare bestemmingen moeten zo veel mogelijk ruimtelijk worden gescheiden. Er wordt gestreefd naar een aanvaardbaar risico door voldoende afstand tussen deze inrichtingen en kwetsbare functies in acht te nemen. Conform het beleid voor externe veiligheid worden nieuwe kwetsbare functies binnen de contour van plaatsgebonden risico niet toegestaan. In situaties waar op dit moment sprake is van een knelpunt op het gebied van externe veiligheid wordt geen uitbreiding (toename van strijdigheid) toegestaan. Gezonde leefomgeving De woonfunctie in het buitengebied is toegenomen. Er wonen meer mensen in het buitengebied die geen directe relatie hebben met de agrarische sector. Het buitengebied is primair hun woonomgeving. Bepaalde - vooral bedrijfsmatige - activiteiten in het buitengebied kunnen door geur, geluid of fijnstof invloed hebben op de kwaliteit van de leefomgeving. Met name verkeer en veehouderij.

De gemeente streeft naar een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in het buitengebied door tussen deze hinderveroorzakende activiteiten en kwetsbare functies voldoende afstand in acht te nemen. Daarbij worden de normen gehanteerd ten aanzien van geluid, geur en luchtkwaliteit zoals deze zijn verankerd in de wetgeving en als vastgesteld beleidskader als uitgangspunt. Dit betekent niet dat er als zodanig geen hinder ervaren zal kunnen worden. De normen zijn gebaseerd op een algemeen aanvaardbaar niveau. Daarbij is de ervaring van hinder ook persoonsgebonden. Waar de een hinder ervaart, zal de ander dat wellicht niet zo ervaren. Verder is gezondheidsbevordering uitgangspunt, bijvoorbeeld door het aanleggen van fietsroutes. Door verschillende incidenten en onderzoeken is het duidelijk geworden dat bepaalde activiteiten gezondheidsrisico's met zich mee kunnen brengen. Activiteiten als veehouderij (fijnstof, zoönose) en elektriciteitskabels (straling) zijn in dit verband op de maatschappelijke agenda geplaatst. Toch is er vaak nog weinig bekend over bijvoorbeeld de samenhang tussen bepaalde activiteiten, het gezondheidsrisico, (effecten van) eventuele maatregelen en de relatie tussen de afstand en het gezondheidsrisico. In deze gevallen zijn nog geen normen geformuleerd en verankerd in wetgeving.

In het concrete geval zal een afweging gemaakt (moeten) worden over onder andere de afstanden die daarbij gehanteerd worden. Bij deze afweging kan een advies van de GGD worden betrokken.

3.3

Agrarische sector

3.3.1

Toekenning agrarisch bouwperceel

Om concentratie van bebouwing en een efficiënt ruimtegebruik te bevorderen zijn voor agrarische bedrijven zogenoemde agrarische bouwpercelen opgenomen. Bebouwing en ook sleufsilo's zijn uitsluitend binnen het agrarisch bouwperceel toegestaan. Door de systematiek van het agrarisch bouwperceel blijft de (bedrijfs)bebouwing ruimtelijk geclusterd. In het geldende bestemmingsplan buitengebied zijn agrarische bouwpercelen toegekend aan (volwaardig) agrarische bedrijven. Door agrarische bouwpercelen toe te kennen aan locaties die nu ook een agrarisch bouwperceel hebben wordt (wederom) een agrarisch bouwperceel aan een agrarisch bedrijf toegekend. In enkele gevallen zal het agrarisch bedrijf feitelijk beëindigd zijn of een geringere omvang hebben om nog te kunnen spreken van een volwaardig agrarisch bedrijf. Op basis van het uitgangspunt is ook aan deze locaties een agrarisch bouwperceel toegekend. De locatie blijft planologisch beschikbaar voor het uitoefenen van een agrarisch bedrijf. De eigenaar kan de locatie als agrarisch bouwperceel verkopen.

19

bestemmingsplan Gelders Eiland

Gevolg is wel dat een - tijdelijk - niet benut agrarisch bouwperceel, milieuruimte blijft innemen. Indien de eigenaar een andere bestemming wil, kan hij gebruik maken van de beleidsregels voor Vrijkomende agrarische bebouwing (zie onder 'Functieverandering'). Onderscheid in drie soorten agrarische bouwpercelen. Omdat agrarische bedrijven verschillende (potentiële) externe effecten met zich meebrengen, is er in het geldende bestemmingsplan buitengebied een onderscheid tussen grondgebonden en niet-grondgebonden veehouderijen. Dit onderscheid wordt overgenomen. Hiermee wordt aangesloten bij provinciaal beleid. Naast agrarische bouwpercelen voor niet-grondgebonden veehouderijen en grondgebonden veehouderijen, is er een derde soort agrarisch bouwperceel. Deze worden gevormd door overige grondgebonden bedrijven, zoals akkerbouwbedrijven. Voor een aantal specifieke agrarische bedrijven is een maatwerkregeling opgenomen, bijvoorbeeld voor paardenhouderijen. 3.3.2

Bebouwing en gebruik agrarisch bouwperceel

Agrarisch bouwperceel Het agrarisch bouwperceel heeft tot doel om de bebouwing in het buitengebied te clusteren en een redelijke compacte bedrijfsopzet (erf) te bevorderen. Om dit te bewerkstelligen dienen alle bouwwerken en verhardingen binnen de grenzen van het agrarisch bouwperceel gesitueerd te worden, zoals stallen, sleufsilo's, mestopslag, dienstwoning en bijbehorende bouwwerken, etc. Ook niet agrarische activiteiten, zoals tuin/ erf, paardenbakken, etc. bij de dienstwoning moeten binnen de grenzen van het agrarisch bouwperceel gesitueerd. Inritten worden niet tot het agrarisch bouwperceel gerekend. Doelmatige bedrijfsbebouwing Schaalvergroting in de agrarische sector komt ook tot uitdrukking in de omvang van de bedrijfsgebouwen. De ruimtelijke omvang (volume) van de stallen, zowel lengte, breedte, hoogte, is fors toegenomen. Door nieuwe stalconcepten is ook de goothoogte toegenomen. De gemeente wil ruimte bieden aan doelmatige bedrijfsbebouwing. De bebouwing moet echter ruimtelijk aanvaardbaar zijn. Dat wil zeggen dat er ruimte is voor schaalvergroting, maar wel een (nieuwe) balans wordt gezocht met de ruimtelijke context. In het geldende bestemmingsplan buitengebied is voor bedrijfsbebouwing een maximale bouwhoogte van 12 meter en maximale goothoogte van 8 meter opgenomen.

Dit is over het algemeen voldoende om een doelmatig agrarisch bedrijfsgebouw te kunnen ontwikkelen en ruimtelijk aanvaardbaar. Inrichting (erfopzet) van het agrarisch bouwperceel De inrichting van het agrarisch bouwperceel is van grote invloed op de gewenste agrarische bedrijfsvoering. De gemeente biedt agrariërs de mogelijkheid om hun bedrijfsvoering, binnen de ruimtelijke mogelijkheden, ruimtelijk optimaal in te richten. Dit betekent dat agrarische bedrijfsgebouwen in principe ook met de voorgevel vóór het verlengde van de voorgevel van de bedrijfswoning geplaatst kunnen worden of zelfs in het geheel voor de bedrijfswoning geplaatst kunnen worden. Teeltondersteunende voorzieningen (TOV) Het gebruik van teeltondersteunende voorzieningen en/of teeltondersteunende kassen is van belang voor verlenging van het seizoen, een meer gelijkmatige arbeidsverdeling, bescherming van de teelt, arbeidsomstandigheden en terugdringing van het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Het kan consequenties hebben voor perceelsgebonden natuur- en landschapswaarden. De toelaatbaarheid van de voorzieningen is afgewogen op basis van natuurlijke, landschappelijke en agrarische motieven.

Er wordt onderscheid gemaakt in de volgende soorten teeltondersteunende voorzieningen: permanente voorzieningen (niet zijnde teeltondersteunende kassen): zoals stellingen, regenkappen, containervelden; tijdelijke en overige voorzieningen: zoals folies, wandelkappen, hagelnetten e.d. en overige voorzieningen zoals teeltgeleidende en/of –ondersteunende palen en boomteelthekken. Permanente palen en beregeningsinstallaties, zonder overige voorzieningen. Gelet op het bijzondere landschappelijke karakter van het Gelders Eiland wordt terughoudend omgegaan met de mogelijkheden voor teeltondersteunende voorzieningen en teeltondersteunende kassen. Boomgaarden (niet zijnde boom- en/of sierteelt) worden als passend gezien binnen het Gelders Eiland in de agrarische bestemmingen.

20

bestemmingsplan Gelders Eiland

In de bestemming Agrarisch is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen voor het bouwen c.q. aanbrengen van teeltondersteunende voorzieningen in de vorm van permanente palen en/ of beregeningsinstallaties buiten het agrarisch bouwvlak. 3.3.3

Groei en ontwikkelingsmogelijkheden

Vergroting Door verschillende ontwikkelingen neemt de ruimtebehoefte van het agrarisch bedrijf toe. Waar mogelijk wil de gemeente deze ruimtebehoefte faciliteren. Met de vaststelling van de Omgevingsvisie Gelderland heeft de provincie de omvang van agrarische bouwpercelen voor grondgebonden agrarische bedrijven aan de gemeente overgelaten. Deze bedrijven moeten planologisch inpasbaar en ruimtelijk aanvaardbaar zijn. Daarom stelt de gemeente grenzen aan de ruimtelijke omvang van agrarische bedrijven. Daarbij dient aandacht te zijn voor de ruimtelijke kwaliteit zowel op de schaal van het gebouw en het erf, als de inpassing van het agrarisch bouwperceel in de omgeving. Naast beleidsmatige afwegingen zijn de (groei)mogelijkheden die feitelijk geboden kunnen worden onder andere afhankelijk van de milieuruimte in het gebied en de planologische mogelijkheden van de locatie. De milieuruimte is in het Milieueffectrapport in beeld gebracht, zie ook paragraaf 4.1. De groeimogelijkheden die in het bestemmingsplan worden opgenomen leggen vanuit planologisch perspectief beslag op de milieuruimte, ongeacht of deze mogelijkheden feitelijk zijn ingevuld. Daarbij maakt het geen verschil of de uitbreiding bij recht, met een afwijkingsbevoegdheid of wijzigingsbevoegdheid mogelijk wordt gemaakt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zevenaar&id=22f0c25d-7130-4ed4-8dc1-6d59d86e7fc3