Bijlage 3 1003150 Toelichting en regels bestemmingsplan Herziening Huis te Lathumweg 2 Lathum
Tekst van het document
Uit het bovenstaande blijkt dat het plan geen significant nadelige gevolgen heeft Toelichting
43
voor Natura 2000-gebieden. Soortbescherming Het plangebied behoort vermoedelijk tot functioneel leefgebied van verschillende vogel-, vleermuis-, amfibieën- en grondgebonden zoogdiersoorten. Voorgenoemde soorten benutten het plangebied hoofdzakelijk als foerageergebied, maar mogelijk bezetten sommige grondgebonden zoogdiersoorten er een rust- en/of voortplantingsplaats, bezetten amfibieën er (winter)rustlocaties en nestelen er vogels. Vleermuizen bezetten geen verblijfplaats in het plangebied. In het plangebied nestelen alleen vogelsoorten waarvan uitsluitend het bezette nest beschermd is, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. Werkzaamheden die leiden tot het beschadigen of vernielen van vogelnesten dienen buiten de voortplantingsperiode uitgevoerd te worden. Voor de beschermde grondgebonden zoogdier- en amfibieënsoorten, die een (winter)rust- en/of voortplantingslocatie in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen ‘vangen’ en het ‘beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingslocaties. Grondgebonden zoogdieren en amfibieën mogen niet gedood worden als gevolg van het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten.
Wel geldt een vrijstelling voor het beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingslocaties. Deze vrijstelling is van toepassing omdat er sprake is van een ruimtelijke ontwikkeling. Het aantasten van de functie van het plangebied als foerageergebied voor de in het plangebied voorkomende vogel-, amfibieën- en grondgebonden zoogdiersoorten, leidt niet tot wettelijke consequenties. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten wordt geen essentieel foerageergebied van vleermuizen soorten negatief beïnvloed. Het gehele onderzoek is toegevoegd in de Bijlage 6. Het plangebied bestaat uit bebouwing, een houtsingel, een voederkuil, erfverharding en grasland. Gelet op de inrichting en het gevoerde beheer, wordt het plangebied als een weinig geschikt functioneel leefgebied voor zeldzame- en kritische (grondgebonden) diersoorten en als een ongeschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten beschouwd. Mits er geen beschermde dieren verwond of gedood worden en geen bezette vogelnesten negatief beïnvloed worden, leiden 44
Herziening Huis te Lathumweg 2 te Lathum
de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties in het kader van soortbescherming. Om te voorkomen grondgebonden zoogdieren verwond of gedood worden, mogen ze weggevangen of verjaagd worden. Om te voorkomen dat bezette vogelnesten beschadigd of verstoord worden, wordt geadviseerd om de ligboxenstal te slopen, en de houtsingel te rooien buiten de broedtijd. Indien niet voorkomen kan worden dat beschermde dieren verwond of gedood worden, dient een ontheffing verkregen te worden. Conclusie Ten aanzien van ecologie is het plan uitvoerbaar. 4.10
Cultuurhistorie en archeologie
De Monumentenwet 1988 is op 1 juli 2016 overgegaan in de Erfgoedwet. De Erfgoedwet vormt samen met de Omgevingswet het wettelijke fundament voor de cultuurhistorie en archeologie in Nederland. In de Erfgoedwet is vastgelegd hoe met ons erfgoed wordt omgegaan, wie welke verantwoordelijkheden daarbij heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend. Het beschermingsniveau zoals die in de oude wetten en regelingen golden blijven gehandhaafd. Onderdelen van de huidige Monumentenwet die de fysieke leefomgeving betreffen worden over enige tijd overgeheveld naar de Omgevingswet. Voorbeelden daarvan zijn de verplichting om rekening te houden met archeologie bij het opstellen van bestemmingsplannen (straks omgevingsplannen) Toets Cultuurhistorie Op de planlocatie zijn geen bouwwerken aanwezig met een specifieke cultuurhistorische waarden. Het plan is in overeenstemming met de landschappelijke waarden ter plaatse. Hiervoor is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. De uitvoering hiervan is geborgd in de planregels. Archeologie Binnen het plangebied is de dubbelbestemming 'Waarde- Archeologie hoge verwachting' van toepassing. Deze bestemming is opgenomen in het onderhavige bestemmingsplan om de archeologische waarden ter plaatse te beschermen.
Als er voor het uitvoeren van het plan een omgevingsvergunning wordt aangevraagd zal hier een archeologisch onderzoek bij gevoegd moeten worden. Toelichting
45
Conclusie Vanuit het oogpunt van zowel archeologie als cultuurhistorie is het planvoornemen uitvoerbaar. 4.11
M.e.r.-beoordeling
Het onderhavige plan heeft betrekking op de oprichting, wijziging of uitbreiding van een installatie voor het fokken, mesten of houden van dieren (paarden). Dit betekent dat het bevoegde gezag eerst moet beoordelen of bij de voorbereiding van de omgevingsvergunning een milieueffectrapport moet worden gemaakt. Een milieueffectrapport is alleen nodig indien de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Met een aanmeldingsnotitie voor de gewenste situatie heeft de initiatiefnemer aan het bevoegde gezag meegedeeld dat hij een mer-beoordelingsplichtige activiteit wil gaan ondernemen. De notitie bevat gegevens over de activiteit, de plaats waar deze wordt ondernomen en de waarschijnlijke milieueffecten. Hierbij is rekening gehouden met de maatregelen die initiatiefnemer neemt om nadelige gevolgen voor het milieu zo veel mogelijk te vermijden of te voorkomen. Op basis hiervan is beoordeeld of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu heeft. Conclusie en besluit Uit de inhoudelijke beoordeling is gebleken dat met de voorgenomen activiteit geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te verwachten zijn (zie Bijlage 7).
Gelijktijdig met de instemming van de ter visie legging van dit bestemmingsplan heeft het bevoegd gezag besloten dat op grond van artikel 7.17 van de Wet milieubeheer het opstellen van een MER niet noodzakelijk is bij de voorbereiding van het besluit om een omgevingsvergunning.
46
Herziening Huis te Lathumweg 2 te Lathum
Hoofdstuk 5 Juridische vormgeving 5.1
Algemeen
De Wro bepaalt dat ruimtelijke plannen digitaal en analoog beschikbaar moeten zijn. Dit brengt met zich mee dat bestemmingsplannen digitaal uitwisselbaar en op vergelijkbare wijze moeten worden gepresenteerd. Met het oog hierop stellen de Wro en de onderliggende regelgeving eisen waaraan digitale en analoge plannen moeten voldoen. Zo bevat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) bindende afspraken waarmee bij het maken van bestemmingsplannen rekening moet worden gehouden. De SVBP kent (onder meer) hoofdgroepen van bestemmingen, een lijst met functie- en bouwaanduidingen, gebiedsaanduidingen en een verplichte opbouw van de planregels en het renvooi. Op de verbeelding zijn alle functies zodanig bestemd dat het mogelijk is om met behulp van het renvooi direct te zien welke bestemmingen aan de gronden binnen het plangebied zijn gegeven en welke regels daarbij horen. Uitgangspunt daarbij is dat de verbeelding zoveel mogelijk informatie geeft over de in acht te nemen maten en volumes. De regels geven duidelijkheid over de bestemmingsomschrijving, de bouwregels en de specifieke gebruiksregels. In de regels zijn eventuele aanlegregels, uitwerkingsregels, nadere eisen, ontheffing- en wijzigingsbevoegdheden opgenomen. 5.2
Juridische vormgeving
In deze paragraaf wordt de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd dienen te worden, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Voor de systematiek is aangesloten op de SVBP2012. Voor de inhoudelijke systematiek is aangesloten op het bestemmingsplan Buitengebied gemeente Zevenaar, 2018. Ondanks dat dit plan ten tijde van het opstellen van deze herziening nog niet vastgesteld is, geldt het ontwerpbestemmingsplan wel als de basis voor deze herziening. Het planvoornemen is door initiatiefnemers voorgelegd aan de omwonenden door deze individueel te benaderen. Hieronder wordt de opbouw van het plan kort toegelicht. Toelichting
47
5.2.1
Inleidende regels
Conform SVBP bevatten de inleidende regels artikelen met de begripsbepalingen en de wijze van meten. 5.2.2
Bestemmingsregels
In het hoofdstuk bestemmingsregels zijn in de planregels alle bestemmingen opgenomen met de daarbij behorende bestemmingsomschrijving. Artikel 3 Agrarisch De gronden met de bestemming agrarisch zijn bedoeld voor parkeervoorzieningen op onverharde grond en de aanleg van de Wadi/poel. Artikel 4 Sport - Manege Binnen de bestemming 'Sport - Manege' is het mogelijk om binnen het bouwvlak gebouwen te realiseren voor de manege activiteiten met bijbehorende ondergeschikte horeca en detailhandel. Ook de bestaande gebouwen van de voormalige melkveehouderij staan ten dienste van deze functie Er wordt logiesruimte geboden voor grooms en stagiaires. Dit is alleen mogelijk waar de specifieke aanduiding voor de logiesruimtes van toepassing is. In de regels zijn verdere beperkingen opgenomen voor deze logiesruimtes. Ter plaatse van de aanduiding 'uitsluitend paardenbak', is een paardenbak toegestaan. Binnen het deel van deze bestemming met de aanduiding 'uitsluitend parkeren' is het parkeren mogelijk. Voor dit deel van het plangebied is tevens een afwijkingsbevoegdheid opgenomen voor het realiseren van bedrijfsgebouwen. Het parkeren dient vervolgens elders op het terrein plaats te vinden. De landschappelijke inpassing van het erf wordt geborgd met een voorwaardelijke verplichting voor uitvoering en instandhouding van het inpassingsplan.
Artikel 5 Waarde - Archeologie hoge verwachting Voor het plangebied geldt een hoge archeologische verwachtingswaarde. Binnen deze bestemming moeten de archeologische waarden worden beschermd als de bodemingrepen groter dan 200 m2 en dieper dan 0,5 zijn. Artikel 6 Waarde - Natuur en landschap Voor het plangebied geldt de bestemming waarde natuur en landschap. Deze 48
Herziening Huis te Lathumweg 2 te Lathum
bestemming is bedoeld om de natuurlijke landschappelijke waarden ter plaatse te beschermen en waar mogelijk te versterken. 5.2.3
Algemene regels
Bij de bestemming aanvullende regels opgenomen met betrekking tot bouwen. Daarnaast bevat dit hoofdstuk algemene gebruiksregels en afwijkingsregels. 5.2.4
Overgangsrecht en slotregels
In artikel 3.2.1 Bro zijn standaardregels opgenomen met betrekking tot het overgangsrecht voor bouwwerken en gebruik. Deze maken onderdeel uit van dit bestemmingsplan.
Toelichting
49
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid Bij de uitvoering van een voornemen kan in zijn algemeenheid onderscheid worden gemaakt tussen de economische en de maatschappelijke uitvoerbaarheid. Bij de eerste gaat het om de kosten en andere economische aspecten die met de verwezenlijking van het plan samenhangen. Bij het tweede gaat het erom hoe de verwezenlijking door de maatschappij (overheid en burgers samen) wordt gedragen. 6.1
Economische uitvoerbaarheid
Omtrent de wettelijke verplichting inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van een plan, wordt in deze paragraaf ingegaan op de economische aspecten die met de verwezenlijking van het plan samenhangen. Tevens is in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) geregeld dat in het kader van een bestemmingsplan voor bepaalde bouwplannen de grondexploitatieregeling van toepassing is. Het plan wordt gefinancierd door de initiatiefnemer, de gemeentelijke kosten aan het plan zijn gedekt middels de te heffen leges. De kosten voor het opstellen van dit bestemmingsplan zijn voor de initiatiefnemer. Er wordt vanuit gegaan dat de initiatiefnemer het plan kan financieren en dat het daarom economisch uitvoerbaar is. Met de initiatiefnemer zal een anterieure overeenkomst gesloten worden tussen initiatiefnemer en gemeente waarin onder andere het verhaal van eventuele planschade is geregeld. De gemeenteraad besluit dan ook bij vaststelling van dit bestemmingsplan om geen exploitatieplan vast te stellen. 6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Omgeving Het planvoornemen is bekend gemaakt aan de omgeving. Uit deze informatieronde is gebleken dat het plan positief is ontvangen door omwonenden. Het ligt niet in de lijn der verwachting dat het plan op weerstand zal stuiten. Procedure Het ontwerpbestemmingsplan wordt gedurende zes weken ter inzage gelegd op grond van artikel 3.1 Wro. Gedurende deze termijn heeft iedereen mondeling of schriftelijk de mogelijkheid een zienswijze in te dienen. Ontvangen zienswijzen 50
Herziening Huis te Lathumweg 2 te Lathum
zullen worden beoordeeld en beantwoord. De zienswijzen kunnen eventueel leiden tot aanpassing van het bestemmingsplan. De resultaten van de ter inzage legging worden opgenomen in een bijlage bij het plan. Vervolgens wordt het bestemmingsplan, al dan niet gewijzigd naar aanleiding van zienswijzen, vastgesteld door de gemeenteraad en 6 weken ter visie gelegd. Belanghebbenden kunnen dan beroep indienen bij de Raad van State.
Toelichting
51
Bijlagen
52
Herziening Huis te Lathumweg 2 te Lathum
Bijlage 1
Landschappelijke inpassing
Toelichting
53
00
00
00 R1
R500
legenda 0
mestopslag
ats pla
was
elka zad
overdekte stapmolen
00 522
00 522
ats pla
00 200
mer
2
000
was
00
/ longeercirkel
le stal
n
pla
ats
pla
ats
z mer
saw
elka zad
alp
saw
sta
eda
alp sta
akl
0 R5
open longeercirkel
was
rem
15
was
000
spla
poet
bak nen bin
ats
0 480
00
0 480
0
00
00 200 100
g gan
R5
138
900
0 900
200
000
R50
0 970
00 131
rijhal
40
103
00 117 0 0 20
R7500
bestaande gebouwen
buitenpiste bestrating
hin
g gin ber nis der
00
500
k.k.
00
0
g gan
gro
om
halfverharding
g gin ber
keu
ken nen bin
00 500
ine kant
00 500
as terr
bak
g gan
as terr
ee entr
840
kruidenrijke grasstrook
is enp buit
103
te 85
(i) WC wc trap
g gan WC
to kan
or
x 50
R50000
500
0
natuurlijke wadi laag struweel
00
850
0
600
00 100
bestaande boom nieuwe solitaire boom houtwal met besdragende soorten
40 288
en enkele solitaire bomen nieuwe knotwilg nieuwe hoogstamfruitboom geschoren haag beukhaag woonerf parkeren / voeropslag (balen) parkeren wedstrijden 50 meter lijn bouwvlak
N kadastrale gemeente: gemeente Bahr en Lathum sectie: G, perceelnummer: 14 en 30
opdrachtgever Mts. R.H. Dolman
gewenste situatie
Huis te Lathumweg 9 6988 BS Lathum Tel. project vestiging manege aan de
Lathumweg 9 te Lathum onderdeel terreininrichting
gewenste situatie en landschappelijke inpassing bladnummer
SO-07 Meeuwenlaan 8 Postbus 432 8000 AK Zwolle
intake 1121601716 schaal 1:1000 papierformaat A1 auteur rm architect registratienr fase schetsontwerp datum 29-08-2019 gewijzigd A 09-09-2019 gewijzigd B 17-03-2020 gewijzigd C 18-05-2020 gewijzigd D -
t 08 8236 8236 e info@rombou.nl i www.rombou.nl
Bijlage 2 Advies Landschappelijke inpassing
Toelichting
55
Definitief voorstel landschappelijke inpassing initiatief familie Dolman
Inleiding Door de gemeente Zevenaar is in het overleg van 24 oktober 2019 aangegeven dat het eerdere voorstel voor de landschappelijke inpassing aangevuld dient te worden. Daarbij wordt verwezen naar een mail van de provincie dd 30-8-2019 In een mail van de gemeente op 6 november 2019 is deze aanvulling nader benoemd. Het gaat om: 1. De kruidenrijke grassen moeten gecombineerd worden met hagen (hierdoor is niet meteen het open landschap verdwenen); 2. Om de poel geschikt te maken voor de kamsalamander moet er in de nabijheid van de poel een houtwal komen; 3. De boomgaard is eveneens noodzakelijk. Echter kan deze ook aan de zijde van de parkeerplaatsen gerealiseerd worden zodat deze niet voor de woning staat; 4. Aan de zijde van de woning kan in het weiland een solidaire boom geplant worden. Door de familie Dolman is op 11 november 2019 een aanvullend voorstel voor de landschappelijke inpassing ingediend. In dat voorstel is opgenomen wat gegeven de situatie haalbaar is. Tegelijkertijd heeft ook de gemeente aangegeven welke elementen van belang zijn bij de landschappelijke inpassing. Dat heeft weer geleid tot een aanvulling op het voorstel dd 1111-2019. Daarmee ligt er een door alle partijen geaccepteerd beeld ten aanzien van de gewenste landschappelijke inpassing. Dat beeld is door de firma Rombou omgezet in een definitieve tekening (zie onderstaand).
De relevante teksten uit het voorstel van 11-11-2019 en de aanvulling n.a.v. de reactie van de gemeente zijn daarna opgenomen.
Totaal beeld dd. 22-02-2020
Pagina 1
Totaal beeld landschappelijke inpassing
Aanvullend voorstel landschappelijke inpassing. De basis is het landschappelijke inpassingsplan zoals eerder opgesteld. In het onderstaande wordt alleen de aanpassingen / wijzigingen ten opzichte van dat plan benoemd aan de hand van de door de gemeente aangegeven punten en de bijlage 1 opgenomen wensen van de provincie. Ad. 1 stroken kruidenrijkgrasland Een deel van de stroken kruiden en faunarijk grasland is geen eigendom van de familie Dolman. De betreffende eigenaar heeft aangegeven wel te kunnen instemmen met een Totaal beeld dd. 22-02-2020
Pagina 2
extensief beheerde strook, maar niet met de aanplant van een haag. Aan de hand van de verdere invulling door gemeente en provincie van de ecologische noord-zuid verbinding uit het plan Klimaatpark IJsselpoort kan gekeken worden welke verdere mogelijkheden er voor de aanleg van hagen ontstaan. Veel mensen beleven de openheid in het gebied vanaf de Rivierweg. De aanleg van een haag langs deze weg zal wel degelijk de beleving van de openheid aantasten. Dat wordt ook door de provincie onderkend (zie bijlage). Het is mede daarom niet wenselijk daar een haag aan te leggen. De aanleg van een haag in groot deel van de strook kruiden en faunarijk grasland langs de Huis te Lathumweg is acceptabel. Ecologisch zijn de aanleg van stroken kruiden en faunarijk grasland al een belangrijke meerwaarde in het gebied. Niet alleen als foerageergebied voor bijvoorbeeld de Steenuil, maar ook voor de migratie van insecten, amfibieën en dergelijke. Ad. 2 Houtwal bij poel Voorgesteld wordt om de grondwal aan de zuidzijde de buitenbak te vervangen door een houtwal met een breedte van 5m1 met besdragende soorten, direct aansluitend aan de wadi / poel. Ad. 3 Boomgaard Voorgesteld wordt om de bestaande hoogstamboomgaard bij Huis te Lathumweg nummer 7. Ad. 4 Solitaire bomen Het plan voorziet in de aanleg van een paar solitaire bomen op de zuidoost punt van het bouwblok en langs de Rivierweg.
Desgewenst kan er aan de rand van het bouwvlak ten zuiden van de woning ook een solitaire boom komen. Wadi / poel (zie ook bijlage 2) Bij het advies van de provincie zijn de uitgangspunten voor de aanleg van een kamsalamander poel van het RAVON meegestuurd. De feitelijke situatie in het veld (maaiveld i.r.t. grondwaterstand, grondslag en nabijheid IJssel), maakt het zonder zeer ingrijpende maatregelen ( < 8m1 – maaiveld) en een groot ruimtebeslag (> 4 ha.) niet mogelijk aan deze voorwaarden te voldoen. De watervoerendheid is niet te garanderen. Daarbij is het uitgangspunt dat de aanleg van een poel met onnatuurlijke materialen (bv vijverfolie) niet wenselijk is. De watervoerendheid van de wadi / poel is, gegeven de grondslag, grondwaterstanden en situatie, niet te garanderen. In het kort komt het er op neer dat de stroomrug niet de plek is om een poel voor de kamsalamander te realiseren. Wel is de aanleg van een wadi / poel die de karakteristieken zo veel mogelijk benadert, is wel mogelijk, maar dat kan betekenen dat de poel frequenter in de nazomer droog kan vallen. Voorstel: Totaal beeld dd. 22-02-2020
Pagina 3
Het ruimtebeslag voor de poel ten opzichte van het inpassingplan optimaliseren, bv door geen driehoekige vorm maar een oppervlak van 40 x 40 m1 te nemen en binnen deze ruimte de poel zo optimaal mogelijk in te richten en te beheren voor amfibieën. In de loop van de tijd zal, mede afhankelijk van andere maatregelen buiten het gebied van de familie Dolman, blijken welke soorten er zich van nature zullen vestigen. Aanpassingen n.a.v. de reactie van de gemeente dd 11-11-2019 De gemeente heeft op 11 november een eigen beeld gegeven over de landschappelijke inpassing van het initiatief van de familie Dolman. In overleg is gekeken welke elementen daarvan in redelijkheid over te nemen zijn. De volgende extra mogelijkheden ten opzichte van het aanvullende voorstel van 11 november 2019 worden gezien: • •
• • •
Allereerst wordt voorgesteld de boomgaard op een andere plek te realiseren, dicht bij de oorspronkelijk beoogde locatie, maar aan de andere zijde van de Huis te Lathumweg. Ook is het mogelijk aan de oostzijde van het bouwblok en langs de huis te Lathumweg een aantal solitaire bomen te plaatsten. Vanuit de insteek van paardenhouderij zijn essen (giftig) en eiken (horzels en processierups) niet wenselijk, maar soorten als Els, Iep, Linde of Walnoot kunnen goed. Op de kaart zijn ze indicatief opgenomen. De wal met kruidenrijk grasland ten noorden van de poel is vervangen door een houtwal met besdragende soorten. Deze zal tevens schuilgelegenheid en overwinteringsmogelijkheden voor amfibieën uit de naastgelegen poel bieden. Ook aan de oostzijde van het bouwblok zal een houtwal met enkele solitaire bomen worden gerealiseerd. Aan de oostzijde van de poel zal een laag struweel worden aangelegd met Sleedoorn, Meidoorn en Hondsroos.
De breedte van de houtwallen of houtsingels zal 5 m1 bedragen. De strook kruidenrijk grasland loopt door tot aan de grens van het eigendom.
Totaal beeld dd. 22-02-2020
Pagina 4
Bijlage 1 Verdere uitwerking Wadi / poel Watervoerendheid Zowel de bodem als de ondergrond zijn ontstaat door afzettingen van de rivier. Geomorfolisch betreft het hier een stroomrug. De bodem in dit gebied is Rn95A en bestaat uit zware zavel / lichte klei. De diepere ondergrond bestaat voornamelijk uit zandig materiaal. De grondwaterstand wordt, naast de lokale afwateringsmiddelen, sterk beïnvloed door de rivier de IJssel. Dat betekent dat bij hoogwater in de rivier ook de hoogste grondwaterstanden worden bereikt, de rivier is dan infiltrerend. Maar ook dat in de zomer de laagste grondwaterstand sterk wordt bepaald door de waterstand in de rivier, de rivier is dan drainerend. De gemiddelde hoogste grondwaterstand is 55 cm – mv. Door de rivier kan de grondwaterstand in de zomer zakken tot < 7 m1 onder het maaiveld. Een eis voor een poel voor de kamsalamander is dat deze maar heel sporadisch droog valt (1 x 10 jaar). De waterdiepte is 1 – 2 meter, omgeven door een plas dras situatie met een waterdiepte van 0 tot 0,5 m1. Daarom heen ligt een strook moeras/ruigte. De totale oppervlakte eis is 400 – 750 m2. Dat zou betekenen dat de diepte van de poel vanaf het maaiveld minimaal 10 m1 wordt. Met een flauwe helling van 1:10 en een nat oppervlak van 400 m2 wordt de doorsnede van de poel al gauw meer dan 200 m1!.
Overwegingen Het is niet wenselijk om een poel met kunstmatige ingrepen (bv plastic of betonbodem) te realiseren. De beschikbare oppervlakte is conform het eerdere voorstel, waarbij wel een aanpassing van de vorm wordt voorgesteld. Voor het GO deelgebied Liemers west wordt de Kamsalamander als doelsoort genoemd. Het deelgebied Liemers West is een groot gebied. Delen van dit gebied, zoals het Duivense Broek zijn qua grondslag, structuur en grondwaterstand daar geschikt voor. Het realiseren van een specifieke kamsalamanderpoel conform de eisen van het RAVON op een stroomrug is een ander verhaal en eigenlijk onnatuurlijk. Ook heeft de aanleg alleen zin er door de gemeente zorg wordt gedragen dat er ook elders poelen worden aangelegd en er zo een netwerk van poelen en migratiemogelijkheden ontstaat (zie ook uitgangspunten RAVON). De stroken kruiden en faunarijk grasland geven daar deels invulling aan, maar door anderen partijen zal dit netwerk verder vorm gegeven moeten worden. Conclusie De aanleg van een wadi/poel voor de kamsalamander zal op basis van de uitgangspunten van het Ravon op de stroomrug in redelijkheid niet mogelijk zijn. Het zal een heel groot Totaal beeld dd. 22-02-2020
Pagina 5
ruimtebeslag vergen (. 4 ha.) en is niet passend in het landschap ter plekke. Ook past het niet in de beschikbare ruimte en te handhaven afstand tot de Rivierweg. De watervoerendheid van de wadi / poel is binnen de beschikbare ruimte en gegeven de grondslag en de nabijheid van de IJssel niet te garanderen. Indien gekozen wordt voor deels een steiler talud en periodiek droogval in de nazomer niet onoverkomelijk is, kan een redelijk alternatief worden gerealiseerd, waarbij zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met de uitgangspunten van het RAVON. Indicatief inrichting Voorgesteld wordt om direct vanuit de houtwal een talud van 1:3 te hanteren tot een diepte van 4 m1 – maaiveld, overgaand in een talud 1:10. Het diepste deel van de poel wordt dan 4,50 m1 – maaiveld. De oever loopt met een talud 1:7 weer op, overgaand in een talud 1:5. Binnen het laagste deel kan desgewenst een klein deel als laagwaterrefugium nog verder worden verlaagd met een talud van 1:3. Dat geeft overigens bij lage rivierstanden en droge zomers zoals de afgelopen 2 jaar, nog steeds geen garantie voor een jaarrond watervoerendheid. Met de verschillende hellingshoeken van het talud i.r.t. de expositie op het zuiden zijn er varianten denkbaar. Figuur 1: schematische doorsnede poel (indicatief)
Mv
4m1 – mv 4,5 m1 - mv 6 m1 - mv
1:3 (12 m1)
Totaal beeld dd. 22-02-2020
1:10 (5 m1)
1:7 (10 m1)
1:5 (15 m1)
Pagina 6
Bijlage 3
62
Bodemonderzoek
Herziening Huis te Lathumweg 2 te Lathum
DE KLINKER MILIEU
VERKENNEND BODEMONDERZOEK en ASBESTONDERZOEK volgens NEN 5740 en NEN 5707 Huis te Lathumweg 9 Lathum
Datum:
19 december 2019
Adviesbureau:
De Klinker Milieu Verlengde Ooyerhoekseweg 9 7207 BJ Zutphen 0575-517298
Rapportnummer:
K194451
Opdrachtgever:
Rombou
Auteur: N. Looman
Paraaf
Gecontroleerd door W. Wilbrink
Paraaf
INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING .........................................................................................................................................2 2 VOORONDERZOEK ............................................................................................................................3 2.1 Wat is de afbakening onderzoekslocatie...................................................................................3 2.2 Potentiële bronnen van bodemverontreiniging........................................................................4 2.3 Verwachte bodemkwaliteit .......................................................................................................4 2.4 Bodemopbouw en geohydrologie .............................................................................................4 2.5 Beïnvloeding vanuit de omgeving .............................................................................................5 2.6 Bodemonderzoek noodzakelijk? ...............................................................................................5 2.7 Hypothese en strategie .............................................................................................................5 3 ONDERZOEKSOPZET EN UITGEVOERDE WERKZAAMHEDEN ............................................................6 3.1
Onderzoeksopzet.......................................................................................................................6 3.2 Veldonderzoek...........................................................................................................................6 3.3 Chemisch onderzoek .................................................................................................................7 4 ONDERZOEKSRESULTATEN ...............................................................................................................8 4.1 Globale bodemopbouw .............................................................................................................8 4.2 Zintuiglijke waarnemingen ........................................................................................................8 4.3 Veldmetingen ............................................................................................................................8 4.4 Waarnemingen in het kader van aanwezigheid van asbest ......................................................8 4.5 Toetsingskader ..........................................................................................................................8 4.5.1 Wet bodembescherming ..................................................................................................
8 4.5.2 Besluit bodemkwaliteit..................................................................................................... 9 4.5.3 Asbest ............................................................................................................................. 10 4.6 Analyseresultaten grond en grondwater ............................................................................... 10 4.7 Grond ................................................................................. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 4.8 Grondwater ....................................................................... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 4.9 Asbest ................................................................................ Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 4.10 Toetsing hypothese ................................................................................................................ 11 5 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ................................................................................................. 12 5.1 Conclusies ............................................................................................................................... 12 5.2 Algemeen................................................................................................................................
12 Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Bijlage 4: Bijlage 5: Bijlage 6:
Ligging onderzoekslocatie Boorstaten en zintuiglijke waarnemingen Analyseresultaten Toetsingstabellen Situering monsterpunten Checklist vooronderzoek
Rapportnummer: K193431
1
1 INLEIDING In opdracht van Rombou is door De Klinker Milieu een bodemonderzoek uitgevoerd conform de NEN 5740 en NEN 5707 op de locatie Huis te Lathumweg 9 te Lathum. Het perceel is kadastraal bekend als: gemeente Bahr en Lathum; sectie G; perceelnummer 30 (ged.). De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van 5.000 m2. In bijlage 1 is de regionale ligging opgenomen en bijlage 5 voor een overzicht van de onderzoekslocatie. De aanleiding tot het bodemonderzoek wordt gevormd door de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en bouwactiviteiten op de locatie. Doel van het bodemonderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de locatie en nagaan of er mogelijke gebruiksbeperkingen bestaan in relatie tot het beoogde gebruik. Het door De Klinker Milieu gehanteerde kwaliteitssysteem en de toepassing daarvan voldoet aan NENEN-ISO 9001 (2008). Tussen De Klinker Milieu en de opdrachtgever is geen sprake van een relatie die de onafhankelijkheid en integriteit zou kunnen beïnvloeden en/of haar werkzaamheden zou kunnen belemmeren. In voorliggende rapportage wordt een overzicht gegeven van de resultaten van het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek. In hoofdstuk 2 worden de tijdens het vooronderzoek verzamelde informatie, de globale bodemopbouw, de geohydrologische gegevens en de hypotheses weergegeven.
Hoofdstuk 3 presenteert de onderzoeksopzet en de uitgevoerde werkzaamheden. Vervolgens worden de onderzoeksresultaten weergegeven in hoofdstuk 4. Tot slot worden de conclusies en aanbevelingen gepresenteerd in hoofdstuk 5.
Rapportnummer: K194451
2
2
VOORONDERZOEK
Onderstaand wordt de informatie gepresenteerd die tijdens uitvoering van het vooronderzoek is verzameld. Het vooronderzoek is uitgevoerd conform NEN 5725 (2017). Hierbij is getracht uit diverse bronnen de voorgeschreven onderzoeksvragen te beantwoorden. In bijlage 6 is de tabel uit de NEN 5740 met de diverse aanleidingen voor bodemonderzoek weergegeven, alsmede een checklist van de verplichte vooronderzoeksaspecten. De gekozen aanleiding van het vooronderzoek is ‘Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek’ (optie A uit de NEN 5725). In onderstaande alinea’s worden de te beantwoorden onderzoeksvragen weergegeven en beantwoord. Hierbij is (indien van toepassing) tevens de bron van de informatie weergegeven. 2.1 Wat is de afbakening onderzoekslocatie De onderzoekslocatie betreft het perceel, kadastraal bekend als gemeente Bahr en Lathum, sectie G, perceelnummer 30 (bron: Kadaster). Voor het vooronderzoek zijn gegevens van zowel de onderzoekslocatie als de direct aangrenzende percelen bekeken. De locatie is momenteel in gebruik als melkveehouderij. Men is voornemens deze om te om te vormen naar een paardenhouderij. Hierbij wordt een rijhal, parkeerplaatsen en een buitenbak bijgebouwd. In overleg met de gemeente Zevenaar is overeengekomen dat het onderzoek plaats dient te vinden op de locatie van de nieuwe rijhal.
Daarnaast dienen de eventuele verdachte deellocaties onderzocht te worden. Op de onderstaande afbeelding is een impressie van de huidige en toekomstige situatie weergegeven.
Rapportnummer: K194451
3
2.2 Potentiële bronnen van bodemverontreiniging De locatie is gelegen in het buitengebied van Lathum, ten zuidwesten van de bebouwde kern. Aan de westzijde stroomt de IJssel. Uit informatie van de opdrachtgever en de gemeente blijkt dat er op de locatie een bovengrondse dieseltank heeft gestaan. Op de onderstaande foto’s wordt een overzicht gegeven van de onderzoekslocatie. Hierbij is op foto 1 de locatie van de voormalige dieseltank te zien. Daarnaast is ter plaatse van één schuur een asbestdak aanwezig, waarbij geen dakgoot aanwezig is en geen gesloten verharding. Hierdoor is het mogelijk dat verweerde asbestdeeltjes op de bodem terechtkomen in de zogenaamde ‘druppelzone’. Dit is weergegeven op foto 2.
Foto 1
Foto 2
Foto 3
Foto 4
Foto 5
Foto 6
De locatie is deels verhard met beton en klinkers. Een groot deel van de locatie is onverhard en in gebruik als landbouwgrond. 2.3 Verwachte bodemkwaliteit De locatie is volgens de bodemkwaliteitskaart van de regio Arnhem gelegen in deelgebied Oude bebouwing landelijke gemeente (B7) met de volgende bodemkwaliteitsklassen: - Ontgravingskwaliteit: wonen (bovengrond) en AW2000 (ondergrond) - Bodemfunctieklasse: wonen - Toepassingseis: wonen (bovengrond) en AW2000 (ondergrond) (bron: bodemkwaliteitskaart regio Arnhem). 2.4 Bodemopbouw en geohydrologie Als uitgangspunt voor de bodemsamenstelling en de geohydrologische situatie is boring B26H0204 van het Dinoloket gekozen. Deze boring is in de nabijheid van de locatie uitgevoerd. De bodemopbouw laat zich globaal als volgt beschrijven:
Rapportnummer: K194451
4
Regionale bodemopbouw (bron: Dinoloket)
De regionale grondwaterstroming is westelijk gericht (bron: Grondwatertools). 2.5 Beïnvloeding vanuit de omgeving Op de website bodemloket.nl is te zien dat de genoemde bovengrondse dieseltank staat aangegeven. Verder zijn er op of in de directe omgeving geen verdachte activiteiten en/of uitgevoerde onderzoeken bekend. 2.6 Bodemonderzoek noodzakelijk? De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem is niet bekend. Ten behoeve van het realiseren van de rijhal dient een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd te worden. Op deze locatie zijn geen aanwijzingen dat deze locatie verdacht is op het voorkomen van bodemverontreiniging. Ten behoeve van de bestemmingsplanwijziging dienen de verdachte deellocaties op de rest van het terrein ook onderzocht te worden, te weten de voormalige bovengrondse dieseltank en de druplaag langs de genoemde schuur. 2.7 Hypothese en strategie De hypotheses en onderzoeksstrategieën zijn weergegeven in tabel 2.2. Tabel 2.2: Geselecteerde deellocaties en hypothese Deellocatie Oppervlakte Hypothese (m²) Vml. tank <10 Verdacht, plaatselijke bodembelasting Onverharde strook 30 m Verdacht, plaatselijke onder asbest bodembelasting dakbedekking Overig terrein 5000 Onverdacht
Verdachte stoffen en bodemlaag Minerale olie, bovengrond asbest, toplaag
Strategie*
-
ONV-NL
VEP paragraaf 6.4.4 NEN 5707
ONV-NL = onverdachte, niet lijnvormige locatie VEP = verdacht, met plaatselijke bodembelasting
Indien in de geanalyseerde monsters geen van de onderzochte stoffen aanwezig zijn in een concentratie boven de streefwaarde uit de “Circulaire bodemsanering 2013” (Staatscourant 16675, 27 juni 2013) en of de achtergrondwaarden uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage 4, Staatscourant 247, 20 december 2007 en de wijzigingen hierop) wordt de hypothese onverdacht aangenomen.
Rapportnummer: K194451
5
3
ONDERZOEKSOPZET EN UITGEVOERDE WERKZAAMHEDEN
3.1 Onderzoeksopzet De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van 5.000 m2. Het aantal boringen, gaten en peilbuizen en het aantal te analyseren grond- en grondwatermonsters is omschreven in NEN 5740 en NEN 5707 en is afhankelijk van de verdachtheid en de oppervlakte van de locatie. In tabel 3.1. worden de uit te voeren veld- en laboratorium werkzaamheden weergegeven. Tabel 3.1: Uit te voeren veld- en laboratoriumwerkzaamheden Locatie
Veldwerk
Analyses
Te bouwen rijhal
12 boringen tot 0,5 m-mv 3 boring tot 2,0 m-mv 1 peilbuis
2x standaardpakket grond (laag 0,0-0,5 m-mv) 1x standaardpakket grond (laag 0,5-2,0 m-mv) 1x standaardpakket grondwater
Vml. bovengrondse tank 2 boring tot 2,0 m-mv 1 peilbuis
1 x minerale olie incl. lutum en org. stof (laag 0,0-0,5 m-mv) 1 x standaard pakket grondwater
‘Druppelzone’
1 x asbest in grond (0,0-0,2 m-mv)
4 gaten 30*30 tot 20 cm-mv
De opgeboorde grond wordt in trajecten van maximaal 50 cm bemonsterd, of anders afhankelijk van de veldwaarnemingen en bodemlagen. 3.2 Veldonderzoek In tabel 3.2 worden de verrichte veldwerkzaamheden weergegeven. Tabel 3.2: Verrichte veldwerkzaamheden Locatie
Aantal boringen (excl. peilbuizen)
Aantal peilbuizen
Te bouwen rijhal
12 boringen tot 0,5 m-mv (07 t/m 18) 3 boring tot 2,0 m-mv (04, 05 en 06)
1 peilbuis (PB2, filterstelling 4,0-5,0 m-mv)
Vml. bovengrondse tank
2 boring tot 2,0 m-mv (02 en 03)
1 peilbuis (PB1, filterstelling 3,7-4,7 m-mv)
‘Druppelzone’
4 gaten 30*30 tot 20 cm-mv (G01 t/m G04)
-
De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 2 december 2019 (boorwerkzaamheden) door de heer R. Nekkers en op 9 december (onderzoek druppelzone en monsterneming grondwater) door de heer D. van Konijnenburg. Zowel De Klinker Milieu als de heren R. Nekkers en D. van Konijnenburg zijn erkend voor het uitvoeren van deze werkzaamheden (certificaat K25343/16). De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform de normen van het Nederlands Normalisatie Instituut. Tevens is gewerkt conform de Beoordelingsrichtlijnen "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek" (BRL-SIKB 2000) en de daarbij behorende protocollen 2001, 2002 en 2018. Tijdens het uitvoeren van het veldwerk is de grond zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van verontreinigingen en is het opgeboorde materiaal gekarakteriseerd en vastgelegd in boorbeschrijvingen. Bij het zintuiglijk beoordelen wordt door middel van geur en aanblik van de opgeboorde grond een eerste indruk verkregen. Verder wordt door middel van de "olie-op-water"proef een indicatie verkregen omtrent de aanwezigheid van olie-achtige verontreinigingen. De zintuiglijke waarnemingen en boorprofielen zijn vermeld in bijlage 2.
Rapportnummer: K194451
6
3.3 Chemisch onderzoek De geanalyseerde (meng)monsters en hun samenstelling staan weergegeven in tabel 3.3. Tabel 3.3: Geanalyseerde (meng)monsters en hun samenstelling Deellocatie Monster Samenstelling Te bouwen rijhal
MMBG02 G 03-1, 07-1, 09-1, 10-1, 11-1, 13-1, 14-1, 15-1 MMBG03 G 04-1, 05-1, 06-1 MMOG04 G 04-3, 04-4, 05-3, 05-4, 06-3, 06-4, 06-5 2-1-1 W 2-1-1 Vml. bovenMMBG01 G 02-1, 03-1 grondse tank 1-1-1 W 1-1-1 ‘Druppelzone’ AMM01 A G01 t/m G04 G=grond W=grondwater A=grondmonsters i.k.v. asbestonderzoek
Traject (m-mv)
Analyse
0,0-0,5 0,0-0,5 0,5-2,0 4,0-5,0 0,0-0,5 3,7-4,7 0,0-0,5
Standaardpakket grond Standaardpakket grond Standaardpakket grond Standaardpakket grondwater Standaardpakket grond Standaardpakket grondwater Asbest in grond
Het samenstellen van de mengmonsters en de grond- en grondwateranalyses is uitgevoerd door Eurofins Analytico Milieu te Barneveld (Raad voor de Accreditatie (RvA)- erkend laboratorium (NEN-ENISO/IEC 17025). Tevens is Eurofins Analytico Milieu ISO 14001 (2004) gecertificeerd en AS 3000 erkend. In de onderstaande tabel worden de samenstelling van de standaard analysepakketten weergegeven Tabel 3.4: Samenstelling standaard analysepakketten. Grond
Grondwater
metalen: Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn
*
*
Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK (10 van VROM))
*
PCB (7)
*
minerale olie
*
*
vluchtige aromaten, incl. naftaleen en styreen
*
vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (incl. vinylchloride, chloorpropanen en bromoform)
*
geleidbaarheid, pH en troebelheid
*
Rapportnummer: K194451
7
4
ONDERZOEKSRESULTATEN
4.1 Globale bodemopbouw De bovengrond bestaat afwisselend uit sterk siltige klei en matig fijn tot matig grof zand. Vanaf circa 1,0 m-mv bestaat de bodem op de onderzoekslocatie uit matig grof zwak tot matig siltig zand. 4.2 Zintuiglijke waarnemingen De tijdens de veldwerkzaamheden zijn zintuiglijk geen afwijkende waarnemingen gedaan. 4.3 Veldmetingen Bij bemonstering van het grondwater uit de peilbuizen is de grondwaterstand, de zuurgraad (pH), geleidbaarheid en de troebelheid gemeten. De meetresultaten zijn opgenomen in tabel 4.3. Tabel 4.3: Grondwaterstand, zuurgraad, geleidbaarheid en de troebelheid grondwater Peilbuis
Plaatsingsdatum
Bemonsteringsdatum
Filterstelling (m-mv)
Grondwaterstand Zuurgraad (m-mv) pH
1-1-1
02-12-2019
09-12-2019
3,7-4,7
2,89
2-1-1
02-12-2019
09-12-2019
4,0-5,0
2,95
Geleidbaarheid EGV (µS/cm)
Troebelheid (ntu)
7,06
1190
2,63
6,53
1540
5,78
Geen van de gemeten waarden wijkt duidelijk af van de waarde, welke gezien de natuurlijke omstandigheden verwacht kan worden. 4.4 Waarnemingen in het kader van aanwezigheid van asbest Ten tijde van het veldonderzoek heeft een visuele beoordeling van asbest op de bodem plaatsgevonden (maaiveld inspectie). Op het maaiveld is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. De grond uit de gegraven gaten is geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbest. In de grond uit de gaten is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. 4.5 Toetsingskader De analyseresultaten van de onderzochte monsters worden vergeleken met de waarden van de toetsingstabel uit de circulaire “Circulaire bodemsanering 2013” (Staatscourant 16675, 27 juni 2013) en achtergrondwaarden en maximale waarden uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage 4, Staatscourant 247, 20 december 2007 en de wijzigingen hierop). De toetsing van de analyseresultaten vindt plaats conform de, door het Rijk beschikbaar gestelde Bodem Toets- en Validatieservice (BoToVa). 4.5.1 Wet bodembescherming De in deze tabel genoemde toetsingswaarden hebben de volgende betekenis:
1
achtergrond-/streefwaarde1 tussenwaarde2
= =
interventiewaarde
=
referentiewaarde referentiewaarde voor nader onderzoek grond: 1/2(AW+I-waarde) grondwater: 1/2(S+I-waarde) toetsingswaarde voor sanering of saneringsonderzoek
Voor grond wordt de achtergrondwaarde en voor grondwater wordt de streefwaarde als referentiewaarde gehanteerd.
2 De term tussenwaarde is niet meer in de wet verankerd maar wordt landelijk nog wel op deze wijze gebruikt.
Rapportnummer: K194451
8
De achtergrond-, tussen- en interventiewaarden voor een aantal stoffen in de bodemmonsters zijn afhankelijk van het gehalte aan organische stof en lutum. Deze gehalten zijn in het laboratorium bepaald en verwerkt in de toetsingstabel (zie bijlage 3 voor de analyseresultaten en bijlage 4 voor de toetsing). Voor de beoordeling van de verontreinigingssituatie wordt behalve met de toetsingstabel, ook rekening gehouden met de zintuiglijke waarnemingen en eventueel met het gebruik van de bodem. Bij de beoordeling worden de volgende termen toegepast: kleiner dan de achtergrond-/streefwaarde tussen achtergrondwaarde en tussenwaarde tussen tussenwaarde en interventiewaarde groter dan de interventiewaarde
= = = =
niet verontreinigd licht verontreinigd matig verontreinigd sterk verontreinigd
De locatie wordt als verontreinigd beschouwd, indien in een (meng)monster stoffen aanwezig zijn in een concentratie hoger dan de achtergrondwaarde. Overschrijding van de tussenwaarde houdt in dat er een vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bestaat en dat een nader onderzoek moet worden uitgevoerd. Als voor tenminste één stof de gemiddelde concentratie van minimaal 25 m3 grond of 100 m3 grondwater hoger is dan de interventiewaarde is het vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bevestigd. Het bovenstaande toetsingskader is alleen van toepassing voor “bestaande” gevallen van bodemverontreiniging (ontstaan voor 1987). Recente gevallen van bodemverontreinigingen vallen onder de “zorgplicht”. De aantasting van de bodem dient dan gesaneerd te worden of de aantasting en de directe gevolgen daarvan dienen beperkt en zoveel mogelijk ongedaan gemaakt te worden. Dit staat los van de ernst en urgentie van de verontreiniging. 4.5.2 Besluit bodemkwaliteit Voor het toetsen van de kwaliteit van grond en baggerspecie aan de verschillende normen van het Besluit en voor het indelen van de (water)bodem in kwaliteitsklassen kent het Besluit als uitgangspunt dat de rekenkundige gemiddelden moeten voldoen aan de gestelde maximale waarden. Deze maximale waarden zijn landelijk (generiek) vastgesteld. Daarnaast mogen gemeenten gebiedsspecifieke maximale waarden hanteren.
Deze dienen te worden vastgelegd in een bodembeheernota. Bij de toetsing geldt een rekenregel voor het standaardiseren van de gemeten concentraties met de daadwerkelijk gemeten concentraties lutum en organische stof. Daarnaast zijn er twee bijzondere toetsingsregels: voor de achtergrondwaarde en voor de indeling in de bodemkwaliteitsklasse wonen. Bij de beoordeling worden de volgende termen toegepast: Kleiner dan de achtergrondwaarde(a) Kleiner dan maximale waarde wonen(b) Kleiner dan maximale waarde industrie
(a)
= = =
Bodemkwaliteitsklasse Achtergrondwaarde Wonen Industrie
De kwaliteit van de grond en baggerspecie overschrijdt niet de achtergrondwaarde als bij meting van X stoffen in de grond of baggerspecie het rekenkundige gemiddelde van maximaal Y stoffen verhoogd zijn ten opzichte van de achtergrondwaarde. De verhoging mag per stof maximaal 2x de achtergrondwaarde voor die stof bedragen, waarbij voor alle stoffen geldt dat de verhoogde gehalten kleiner zijn dan of gelijk zijn aan de maximale waarde voor kwaliteitsklasse wonen van de betreffende stof. X
2
7
16
27
37
Y
1
2
3
4
5
Rapportnummer: K194451
9
(b)
De kwaliteit van de bodem overschrijdt niet de maximale waarde voor de kwaliteitsklasse wonen wanneer bij meting van X stoffen maximaal Y stoffen verhoogd zijn ten opzichte van de maximale waarde voor kwaliteitsklasse wonen. De verhoging mag per stof ten hoogste de maximale waarde voor de kwaliteitsklasse wonen vermeerderd met de achtergrondwaarde voor die stof bedragen, waarbij voor alle stoffen geldt dat de gehalten van de gemeten stoffen kleiner zijn dan of gelijk zijn aan de maximale waarde voor kwaliteitsklasse industrie van de betreffende stof. X
7
16
27
37
Y
2
3
4
5
4.5.3 Asbest In de circulaire Streef/ en interventiewaarden bodemsanering (Staatscourant 2000, 39) is voor asbest een interventiewaarde opgenomen van 100 mg/kg (gewogen: serpentijnasbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolasbestconcentratie). Bij concentraties asbest beneden de 100 mg/kg gewogen zijn geen risico’s aanwezig en wordt vastgehouden aan de benadering dat beneden deze norm het materiaal als asbestvrij beschouwd mag worden. Echter bij een verkennend asbestonderzoek kan door de lage intensiteit van het onderzoek niet direct worden getoetst aan de interventiewaarde, maar dient deze waarde gecorrigeerd te worden met factor 2. Indien het asbestgehalte groter is dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. In de circulaire bodemsanering is aangegeven dat er sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging, wanneer er asbest wordt aangetroffen in een concentratie boven de interventiewaarde (onafhankelijk van het volume). 4.6 Analyseresultaten grond en grondwater In tabel 4.4 zijn de analyseresultaten van de grond en grondwater weergegeven en wordt per analysemonster het eindoordeel met betrekking tot de Wet bodembescherming en een indicatieve toetsing ten aanzien van het Besluit Bodemkwaliteit weergegeven. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4, de toetsingsresultaten in bijlage 5.
Tabel 4.4: Analyseresultaten Monster (traject)
Toetsing Wbb Beoordeling
MMBG01tank
-
Achtergrondwaarde
MMBG02
-
Achtergrondwaarde
MMBG03
-
Achtergrondwaarde
MMOG04
-
Achtergrondwaarde
AMM01
+
Kritieke parameter
Toetsing Bbk Beoordeling
Grond
asbest
n.v.t. Grondwater
1-1-1 (3,7-4,7-mv)
+
Barium, xylenen, naftaleen
2-1-1 (4,0-5,0 m-mv)
+
Barium, cadmium, xylenen, naftaleen
+ ++ +++
< Achtergrond-/streefwaarde > Achtergrond-/streefwaarde > Tussenwaarde > Interventiewaarde
Rapportnummer: K194451
n.v.t.
10
4.7 Vml. tank In zowel de boven- als de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten aangetroffen van de geanalyseerde stoffen. In het grondwater zijn licht verhoogde gehalten barium, xylenen, naftaleen aangetroffen. De licht verhoogde gehalten xylenen en naftaleen zijn mogelijk te relateren aan de tank, maar ter plaatse van de rijhal zijn eveneens dergelijke gehalten aangetroffen. Het licht verhoogde gehalte barium is waarschijnlijk van natuurlijke oorsprong. 4.8 Toekomstige rijhal In zowel de boven- als de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten aangetroffen van de geanalyseerde stoffen. In het grondwater zijn licht verhoogde gehalten barium, xylenen, naftaleen aangetroffen en plaatselijk is een licht verhoogd gehalte cadmium aangetroffen. 4.9 Onverharde strook onder asbest dakbedekking In het mengmonster AMM01 is een gehalte asbest aangetroffen van 1,7 mg/kg. Dit is ruim beneden de norm voor nader onderzoek (50 mg/kg). 4.10 Toetsing hypothese In de onderstaande tabel staan de hypotheses weergegeven. Tevens wordt aangegeven of deze aangenomen of verworpen kan worden. Tabel 4.6: Toetsing hypotheses Deellocatie Oppervlakte (m²) Vml. tank <10 Onverharde strook onder asbest dakbedekking Toekomstige rijhal
3m
5000
Hypothese Verdacht, plaatselijke bodembelasting Verdacht, plaatselijke bodembelasting Onverdacht
Verdachte stoffen en bodemlaag Minerale olie, bovengrond asbest, toplaag
Toetsing
-
verworpen
verworpen aangenomen
Vanwege de aangetroffen licht verhoogde gehalten in het grondwater, wordt de hypothese ‘verdacht’ ter plaatse van de voormalige bovengrondse dieseltank aangenomen. Vanwege het licht verhoogde gehalten asbest, wordt de hypothese ‘verdacht’ ter plaatse van de druppelzones aangenomen. Voor de toekomstige rijhal geldt dat de hypothese ‘onverdachte locatie’ wordt verworpen vanwege de aangetroffen licht verhoogde gehalten in het grondwater. Gezien de slechts licht verhoogde gehalten is een aanvullend onderzoek of aanpassing van de onderzoeksopzet niet noodzakelijk.
Rapportnummer: K194451
11
5
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
In opdracht van Rombou is door De Klinker Milieu een bodemonderzoek uitgevoerd conform de NEN 5740 en NEN 5707 op de locatie Huis te Lathumweg 9 te Lathum. De aanleiding tot het bodemonderzoek wordt gevormd door de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en bouwactiviteiten op de locatie. Doel van het bodemonderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de locatie en nagaan of er mogelijke gebruiksbeperkingen bestaan in relatie tot het beoogde gebruik. 5.1 Conclusies Uit de resultaten kan het volgende geconcludeerd worden: de bodem op de locatie bevat zintuiglijk geen afwijkende waarnemingen; in zowel de boven- als de ondergrond van het gehele terrein zijn geen verhoogde concentraties aangetroffen; het grondwater is licht verontreinigd met barium, xylenen, naftaleen aangetroffen en plaatselijk met cadmium; de grond is wel asbesthoudend; de hypotheses ‘verdacht’ voor de tank en de druppelzone dienen aangenomen te worden, de hypothese ‘onverdacht’ voor de toekomstige rijhal dient verworpen te worden. Echter de onderzoeksinspanning hoeft niet aangepast te worden. Het terrein is ons inziens op basis van de milieuhygiënische kwaliteit geschikt voor het voorgenomen gebruik.
5.2 Algemeen Ten behoeve van de verwerking van vrijkomende grond buiten de onderzoekslocatie wordt verwezen naar de uitgangspunten van het Besluit Bodemkwaliteit (Bbk). De conclusies hebben uitsluitend betrekking op de geselecteerde deellocaties en de geanalyseerde componenten.Gezien het verkennende karakter van dit onderzoek is het, ondanks de zorgvuldigheid waarmee het is uitgevoerd, altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt.
Rapportnummer: K194451
12
BIJLAGE 1: LIGGING ONDERZOEKSLOCATIE
Rapportnummer: K194451
BIJLAGE 2: BOORSTATEN EN ZINTUIGLIJKE WAARNEMINGEN
Rapportnummer: K194451
Boring:
Pb01
Boring:
02
X:
197608,54
X:
197610,34
Y:
444100,29
Y:
444095,56
Datum:
2-12-2019
Datum:
2-12-2019
GWS:
320
Maaiveldhoogte:
maaiveld
Maaiveldhoogte:
maaiveld
0 7
0
klinker Klei, sterk siltig, geen olie-water reactie, donker zwartgrijs, Edelmanboor
1 50
0 7
0
Klinker
Klinker
50
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, neutraal geelbruin, Edelmanboor
0
braak
20
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donker zwartbruin, Schep
0
braak
20
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donker zwartbruin, Schep
1 50
klinker
2 100 3
120
4 150
150
Zand, matig fijn, matig siltig, donker oranjebruin, Edelmanboor Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, neutraal oranjebruin, Zuigerboor
5 200 6 250 7 300 8 350 9 400 10 450 11
470
Boring:
03
Boring:
G01
X:
197605,73
X:
197607,23
Y:
444095,71
Y:
444071,92
Datum:
2-12-2019
Datum:
2-12-2019
Maaiveldhoogte:
maaiveld
Maaiveldhoogte:
maaiveld
0 3
0
tegel
0
Tegel 1 50
50
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, neutraal geelbruin, Edelmanboor
Boring:
G02
Boring:
G03
X:
197611,91
X:
197615,94
Y:
444062,58
Y:
444054,53
Datum:
2-12-2019
Datum:
2-12-2019
Maaiveldhoogte:
maaiveld
Maaiveldhoogte:
maaiveld
0
0
braak
20
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donker zwartbruin, Schep
Projectcode: K194451
0
Boring:
G04
X:
197619,13
Y:
444048,22
Datum:
2-12-2019
Maaiveldhoogte:
maaiveld
0
0
braak
20
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donker zwartbruin, Schep
Boring:
Amm 1
Datum:
2-12-2019
Opmerking:
G01+G02+G04 0
0 1
Boring:
Amm 2
Boring:
Zakje Avm
Datum:
2-12-2019
Datum:
2-12-2019
Maaiveldhoogte: Opmerking:
maaiveld G03
Maaiveldhoogte:
maaiveld
0
0
0
0
1
1
Boring:
07
Boring:
08
X:
197603,47
X:
197611,36
Y:
444036,78
Y:
444019,02
Datum:
2-12-2019
Datum:
2-12-2019
Maaiveldhoogte:
maaiveld
Maaiveldhoogte:
maaiveld
0
0
weiland
1
50
50
Boring:
09
Boring:
10
X:
197624,84
X:
197643,95
Y:
443995,05
Y:
444000,73
Datum:
2-12-2019
Datum:
2-12-2019
Maaiveldhoogte:
maaiveld
Maaiveldhoogte:
maaiveld
0
0
50
Projectcode: K194451
0
0
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1 50
weiland
weiland Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1 50
weiland Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1
50
50
0
0
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
50
Boring:
11
Boring:
12
X:
197675,84
X:
197695,98
Y:
444021,77
Y:
444036,28
Datum:
2-12-2019
Datum:
2-12-2019
Maaiveldhoogte:
maaiveld
Maaiveldhoogte:
maaiveld
0
0
weiland
1
50
50
Boring:
13
Boring:
14
X:
197655,67
X:
197685,31
Y:
444031,34
Y:
444056,04
Datum:
2-12-2019
Datum:
2-12-2019
Maaiveldhoogte:
maaiveld
Maaiveldhoogte:
maaiveld
0
0
groenstrook
1
50
50
Boring:
15
Boring:
16
X:
197648,54
X:
197656,13
Y:
444046,17
Y:
444063,88
Datum:
2-12-2019
Datum:
2-12-2019
Maaiveldhoogte:
maaiveld
Maaiveldhoogte:
maaiveld
0
0
groenstrook
1
50
50
Boring:
17
Boring:
18
X:
197670,80
X:
197630,82
Y:
444072,46
Y:
444049,33
Datum:
2-12-2019
Datum:
2-12-2019
Maaiveldhoogte:
maaiveld
Maaiveldhoogte:
maaiveld
0
0
50
Projectcode: K194451
0
0
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1 50
weiland
groenstrook Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1 50
weiland Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1
50
50
0
0
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
weiland Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1
50
50
0
0
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
weiland Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1
50
50
0
0
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
50
Boring:
04
Boring:
05
X:
197618,87
X:
197659,15
Y:
444025,15
Y:
444012,07
Datum:
2-12-2019
Datum:
2-12-2019
Maaiveldhoogte:
maaiveld
Maaiveldhoogte:
maaiveld
0
0
braak
1
50 Klei, sterk siltig, neutraal grijsbruin, Edelmanboor
2 100
100
150
150
200
200
200
200
06
Boring:
Pb02
X:
197668,80
X:
197620,35
Y:
444047,81
Y:
444045,84
Datum:
2-12-2019
Datum:
2-12-2019
GWS:
350
Maaiveldhoogte:
maaiveld
maaiveld 0
0
50
50
50
100
100 3
120
4 150
160
5 200
braak Zand, matig fijn, matig siltig, donkerbruin, Edelmanboor
1
Klei, matig zandig, neutraalbruin, Edelmanboor
2
0
0
Klei, sterk siltig, donker grijsblauw, Edelmanboor
1
200
weiland
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, licht cremegrijs, Edelmanboor
4
Boring:
Maaiveldhoogte:
Zand, matig grof, matig siltig, neutraal grijsbruin, Edelmanboor
3
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, licht beigecreme, Edelmanboor
4
100
100
150
150
2
Zand, matig fijn, matig siltig, neutraal oranjebruin, Edelmanboor
3
weiland Klei, sterk siltig, sporen roest, neutraalbruin, Edelmanboor
1
50
50
0
0
Klei, sterk siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
2 100
Zand, matig grof, zwak siltig, sterk roesthoudend, neutraal roestbruin, Edelmanboor Zand, matig grof, zwak siltig, lichtbruin, Edelmanboor Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, licht grijscreme, Edelmanboor
3 150
150
Zand, matig grof, zwak siltig, neutraal oranjebruin, Edelmanboor
4 200 5 250 6 300 7 350
350
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, neutraalbruin, Zuigerboor
8 400 9 450 10 500
Projectcode: K194451
500
Legenda (conform NEN 5104) grind
klei Grind, siltig
geur Klei, zwak siltig
geen geur zwakke geur
Grind, zwak zandig
matige geur
Klei, matig siltig
sterke geur Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10
Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000
Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
>10000
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
monsters
Zand, uiterst siltig
geroerd monster
overige toevoegingen
ongeroerd monster
zwak humeus volumering
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
overig bijzonder bestanddeel
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
peilbuis blinde buis
casing
hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand zand afdichting bentoniet/mikoliet/klei afdichting
grind afdichting filter
BIJLAGE 3: ANALYSERESULTATEN
Rapportnummer: K194451
De Klinker Milieu B.V. T.a.v. Nico Looman Verlengde Ooyerhoekseweg 9 7200 AN ZUTPHEN
Analysecertificaat Datum: 09-Dec-2019
Hierbij ontvangt u de resultaten van het navolgende laboratoriumonderzoek. Certificaatnummer/Versie Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Monster(s) ontvangen
2019181400/1 K194451 Huis te Lathumweg 9, Lathum 03-Dec-2019
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. De analyse resultaten hebben alleen betrekking op het beproefde object. De grondmonsters worden tot 4 weken na datum ontvangst bewaard en watermonsters tot 2 weken na datum ontvangst. Zonder tegenbericht worden de monsters nadien afgevoerd. Indien de monsters langer bewaard dienen te blijven verzoeken wij U dit exemplaar uiterlijk 1 werkdag voor afloop van de standaardbewaarperiode ondertekend aan ons te retourneren. Voor de kosten van het langer bewaren van monsters verwijzen wij naar de prijslijst.
Bewaren tot: Datum:
Naam:
Handtekening:
Wij vertrouwen erop uw opdracht hiermee naar verwachting te hebben uitgevoerd, mocht U naar aanleiding van dit analysecertificaat nog vragen hebben verzoeken wij U contact op te nemen met de afdeling Verkoop en Advies.