CConstaterende datZevenaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. 1255307 - Ruimtelijke onderbouwing Kruuthuuske, Tolkamer definitief V5

Raadsvergaderingen 2022-2026 25 juni 2025, gemeente ZevenaarBij agendapunt: Z/24/477502 Het realiseren van een appartementengebouw met 12 appartementen op het perceel Kruuthuuske ongenummerd te Tolkamer23.387 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Ruimtelijke onderbouwing

Kruuthuuske, Tolkamer

Januari 2025

Status: Definitief

Kruuthuuske, Tolkamer Ruimtelijke onderbouwing

Ruimtelijke onderbouwing Kruuthuuske, Tolkamer

Plannaam: Plantype: Datum:

Kruuthuuske, Tolkamer Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een omgevingsvergunning Januari 2025

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

1

Kruuthuuske, Tolkamer Ruimtelijke onderbouwing

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 4 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

AANLEIDING ............................................................................................................................................... 4 LIGGING VAN HET PROJECTGEBIED ................................................................................................................... 4 HUIDIG PLANOLOGISCH REGIME ...................................................................................................................... 4 EISEN AAN EEN RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ................................................................................................... 6 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 7

HOOFDSTUK 2 PLANBESCHRIJVING ....................................................................... 8 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

SITUATIE PROJECTGEBIED............................................................................................................................... 8 GEWENSTE SITUATIE ..................................................................................................................................... 8 ERFINRICHTINGSPLAN ................................................................................................................................... 9 VERANTWOORDING PLANKEUZE .................................................................................................................... 10 VERKEER EN PARKEREN ............................................................................................................................... 11

HOOFDSTUK 3 BELEIDSKADER ........................................................................... 14 3.1 3.2 3.3 3.4

RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 14 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 19 REGIONAAL BELEID ..................................................................................................................................... 24 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 27

HOOFDSTUK 4 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN ................................................... 32 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11

GELUID .................................................................................................................................................... 32 BODEM.................................................................................................................................................... 33 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 34 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 35 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 38 GEUR ...................................................................................................................................................... 41 ECOLOGIE................................................................................................................................................. 42 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 45 KLIMAATADAPTATIE ...................................................................................................................................

47 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE .............................................................................................................. 48 WATERASPECTEN....................................................................................................................................... 50

HOOFDSTUK 5 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .................................................. 55 HOOFDSTUK 6 VOOROVERLEG ........................................................................... 56 6.1 6.2 6.3 6.4

HET RIJK .................................................................................................................................................. 56 PROVINCIE GELDERLAND ............................................................................................................................. 56 WATERSCHAP RIJN EN IJSSEL ....................................................................................................................... 56 MAATSCHAPPELIJK DRAAGVLAK .................................................................................................................... 56

BIJLAGEN BIJ DE RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ......................................................... 58 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6

ERFINRICHTINGSPLAN ......................................................................................................................... 59 AKOESTISCH ONDERZOEK WEGVERKEERLAWAAI........................................................................................ 60 VERKENNEND BODEMONDERZOEK ......................................................................................................... 61 AERIUS BEREKENING......................................................................................................................... 62 QUICKSCAN NATUURTOETS.................................................................................................................. 63 AANMELDNOTITIE VORMVRIJE M.E.R. BEOORDELING ................................................................................. 64 BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

2

Kruuthuuske, Tolkamer Ruimtelijke onderbouwing BIJLAGE 7 BIJLAGE 8

WATERTOETSRESULTAAT ..................................................................................................................... 65 VERSLAG BEWONERSAVOND................................................................................................................. 66

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

3

Kruuthuuske, Tolkamer Ruimtelijke onderbouwing

HOOFDSTUK 1 1.1

INLEIDING

Aanleiding

Op de hoek van de Batavenweg en het Kruuthuuske in Tolkamer bevindt zich een agrarisch perceel, in gebruik als dierenweide. De initiatiefnemer is voornemens op deze plek een appartementengebouw met 12 appartementen te realiseren. Ten behoeve van de appartementen worden enkele bergingen gebouwd en wordt een centrale bergruimte gebouwd ten behoeve van opslag. Het hoofdgebouw heeft een omvang van 38, 5m x 14,5 m (558,2 m2). De bergingen worden 2,5 x 2 (5m2) en de centrale berging heeft een omvang 9m x 2,5 m (22,5 m2). Deze ontwikkeling is niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan “Tolkamer”, waarin de gronden een agrarische bestemming hebben. Binnen deze bestemming ontbreken namelijk de bouw- en gebruiksmogelijkheden voor woningen. In voorliggend geval kan van het geldende regime worden afgeweken en medewerking worden verleend via een omgevingsvergunning conform artikel 2.12 eerste lid onder a, sub 3 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (uitgebreide voorbereidingsprocedure). Deze afwijking moet gemotiveerd worden met een ruimtelijke onderbouwing waarin wordt aangetoond dat de ontwikkeling in overeenstemming is met ‘een goede ruimtelijke ordening’. Voorliggend initiatief wordt in een gefaseerde aanvraag gerealiseerd. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing voorziet in de onderbouwing van het toevoegen van de gebruiksmogelijkheden van de gewenste bebouwing.

1.2

Ligging van het projectgebied

Het projectgebied staat kadastraal bekend als gemeente Lobith en Spijk sectie B, nummer 5251. In afbeelding 1.1 is de ligging van het projectgebied ten opzichte van Tolkamer en de directe omgeving weergegeven. Het projectgebied is hierop aangeduid met respectievelijk een rode ster een rode omlijning.

Afbeelding 1.1

Ligging van het projectgebied (Bron: PDOK)

1.3

Huidig planologisch regime

1.3.1

Algemeen

Ter plaatse van het projectgebied zijn drie bestemmingsplannen van kracht: -

bestemmingsplan “Tolkamer”, vastgesteld op 5 november 2013 “Paraplubestemmingsplan Wonen”, vastgesteld op 18 december 2019

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

4

Kruuthuuske, Tolkamer Ruimtelijke onderbouwing -

“Paraplubestemmingsplan parkeren gemeente Zevenaar”, vastgesteld op 30 januari 2019.

In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding behorend bij het bestemmingsplan “Tolkamer” opgenomen. Met een rode omlijning is de begrenzing van het projectgebied indicatief aangegeven.

Afbeelding 1.2

1.3.2

Uitsnede bestemmingsplan “Tolkamer” (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

Beschrijving bestemming

Op basis van het bestemmingsplan “Tolkamer” zijn de gronden binnen het projectgebied voorzien van de enkelbestemming ‘Agrarisch’ en de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’. Binnen de dierenweide is een schuilgelegenheid aanwezig. Ter plaatse van de schuilgelegenheid is een bouwvlak opgenomen met de maatvoering ‘maximum bouwhoogte: 6 m’ en ‘maximum goothoogte: 3 m’. Hieronder wordt nader op de bestemmingen ingegaan. ‘Agrarisch’ De voor ‘Agrarisch’ aangewezen gronden zijn onder andere bestemd voor het uitoefenen van een agrarisch bedrijf, met bijbehorende bouwwerken geen gebouwen zijnde en ontsluitings-, parkeer- en groenvoorzieningen. Daarnaast voorziet de agrarische bestemming in extensieve (dag)recreatie, watergangen ten behoeve van de waterhuishouding en bijbehorende bouwwerken geen gebouwen zijnde, wegen, paden, tuinen, erven, water en voorzieningen voor de waterhuishouding. Verder zijn de bijbehorende verkeers- en verblijfsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, openbare nutsvoorzieningen, groenvoorzieningen, speelvoorzieningen en water toegestaan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

5

Kruuthuuske, Tolkamer Ruimtelijke onderbouwing ‘Waterstaat – Waterkering’ De voor ‘Waterstaat – Waterkering’ bestemde gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming, het onderhoud en de verbetering van de waterkering, met bijbehorende bouwwerken geen gebouwen zijnde zoals duikers, keerwanden en merktekens.

1.3.3

Strijdigheid

Het voornemen voorziet in de realisatie van een appartementengebouw met 12 appartementen, en in de aanleg van bijbehorende voorzieningen zoals een parkeerplaats en bijgebouwen. Zowel de bouwmogelijkheden als de gebruiksmogelijkheden ontbreken binnen de huidige agrarische bestemming. Om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken wordt met een omgevingsvergunning afgeweken van het geldende bestemmingsplan met artikel 2.12, lid 1, sub a, onder 30 van de Wet algemene bepaling omgevingsrecht (uitgebreide voorbereidingsprocedure). Voorliggend initiatief wordt gerealiseerd met een gefaseerde omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 2.5 van de Wabo. Deze ruimtelijke onderbouwing strekt tot bewijs dat het voorgenomen initiatief in overeenstemming is met een ‘goede ruimtelijke ordening’.

1.4

Eisen aan een ruimtelijke onderbouwing

Een op artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 30 Wabo gebaseerde zelfstandige instructie voor de inhoud en inrichting van deze ruimtelijke onderbouwing ontbreekt in het Besluit omgevingsrecht (Bor). Artikel 5.20 van het (Bor) verklaart voor de inhoud van het besluit de artikelen 3.1.2, 3.1.6 en 3.3.1, eerste lid, van het Besluit ruimtelijke ordening van overeenkomstige toepassing. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing belicht alle relevante aspecten vanuit de ruimtelijke ordening en toont aan dat voorliggende ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Hieronder is verwoord waaraan een ruimtelijke onderbouwing moet voldoen. In een goede ruimtelijke onderbouwing zijn neergelegd: 1. 2. 3. 4.

5.

6.

een verantwoording van de gemaakte keuzen; een beschrijving van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding; Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 4.11; de uitkomsten van het in artikel 3.1.1 bedoelde overleg; Hiervoor wordt verwezen naar hoofdstuk 6; de uitkomsten van het met toepassing van artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht verrichte onderzoek; verwezen wordt naar de gehele ruimtelijke onderbouwing waaruit blijkt dat met alle relevante feiten en af te wegen belangen rekening is gehouden; een beschrijving van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding zijn betrokken; verwezen wordt naar paragraaf 6.4, waar het contact met omwonenden in de voorbereidingsfase wordt toegelicht. Het ontwerpbesluit wordt daarnaast voor een ieder ter inzage gelegd. Er wordt gelegenheid geboden om zienswijzen in te dienen; de inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan; Verwezen wordt naar hoofdstuk 5.

Voor zover bij het project geen milieueffectrapport als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer wordt opgesteld, waarin de hierna volgende onderdelen zijn beschreven, worden in de ruimtelijke onderbouwing ten minste neergelegd: 7. 8.

een beschrijving van de wijze waarop met de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden; Verwezen wordt naar paragraaf 4.8. voor zover nodig een beschrijving van de wijze waarop rekening is gehouden met overige waarden van de in het besluit begrepen gronden en de verhouding tot het aangrenzende gebied; In hoofdstuk 4 is aandacht besteed aan relevante aspecten;

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

6

Kruuthuuske, Tolkamer Ruimtelijke onderbouwing 9.

1.5

een beschrijving van de wijze waarop krachtens hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer vastgestelde milieukwaliteitseisen bij het besluit zijn betrokken; het betreffende hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer heeft betrekking op luchtkwaliteitseisen. Deze zijn beschreven in paragraaf 4.3.

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 allereerst ingegaan op de huidige en gewenste situatie in het projectgebied. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid vanuit het Rijk, de provincie Gelderland, de regionale samenwerkingsverbanden en de gemeente Zevenaar beschreven. Hoofdstuk 4 behandelt vervolgens alle relevante milieu- en omgevingsaspecten. Hoofdstuk 5 staat in het teken van de economische uitvoerbaarheid. Tot slot gaat hoofdstuk 6 in op het vooroverleg en het contact met omwonenden voorafgaande aan dit project.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

7

Kruuthuuske, Tolkamer Ruimtelijke onderbouwing

HOOFDSTUK 2 2.1

PLANBESCHRIJVING

Situatie projectgebied

Het projectgebied ligt tussen de Batavenweg en het Kruuthuuske op de grens tussen Tolkamer en Lobith. Ten noorden van het projectgebied bevindt zich een benzinestation met een LPG-vulpunt. Ten oosten van het projectgebied heeft de waterscouting een verenigingsgebouw De omgeving bestaat verder voornamelijk uit woonfuncties, waarvan het deel gelegen aan de weg Kruuthuuske in een groene setting. Het projectgebied zelf bestaat in de huidige situatie uit een braakliggend perceel waarin een dierenweide is ingericht. Op het terrein is een kleinschalig nacht- en voederverblijf voor de dieren aanwezig. Verder zijn in de dierenweide bomen aanwezig. De ligging en begrenzing van het projectgebied zijn weergegeven op de luchtfoto in afbeelding 2.1. Het projectgebied is hierop met een rode omlijning aangeduid.

Afbeelding 2.1

2.2

Luchtfoto ligging projectgebied (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl)

Gewenste situatie

Het voornemen is om in het projectgebied een appartementencomplex met 12 gestapelde woningen met bijbehorende parkeergelegenheid en 13 bergingen (12 + 1 voor algemene doeleinden) te realiseren. Het gebouw wordt met de voorgevel georiënteerd aan het Kruuthuuske en wordt drielaags gebouwd. De maximale bouwhoogte, gerekend vanaf peil van de bouwplaats (12.9 m boven NAP), bedraagt inclusief de liftschacht en airco-installatie 10.46 m. De woningen krijgen een oppervlakte van ca 70-75 m2 per woning en zijn met de voorgevel gelegen in de richting van de weg Kruuthuuske. De centrale toegang tot de woningen bevindt zich aan de Batavenweg-zijde. De parkeerplaatsen van de woningen worden binnen het projectgebied gerealiseerd en worden onderdeel van de voorgenomen groene setting van het projectgebied.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

8

Kruuthuuske, Tolkamer Ruimtelijke onderbouwing De doelgroep van de woningen zijn jongeren en starters op de woningmarkt, met name de jongeren uit de gemeente Zevenaar en de omliggende regio. De woningen worden gerealiseerd binnen het goedkope segment (verkoopprijs v.o.n. regulier maximaal € 250.000,-). Afbeelding 2.2 toont een impressie van het appartementencomplex. Aangezien voorliggende omgevingsvergunning enkel betrekking heeft op het toevoegen van de gebruiksmogelijkheden, volgt de gedetailleerde uitwerking van het uiterlijk van de bebouwing, zoals materiaalgebruik en gevelindeling, in de daaropvolgende technische bouwaanvraag. De weergegeven locatie en de ingetekende bouwwerken geven geen definitieve indruk van het uiteindelijke resultaat na de bouw maar een tijdelijke afbeelding betreft een tijdelijke impressie van het voornemen en weerspiegelt niet het definitieve uiterlijk van het hoofdgebouw. Het gaat hier om een 3D-impressie en wensbeeld, waaruit het feitelijke uiterlijk van het projectgebied niet kan worden afgeleid.

Afbeelding 2.2

2.3

Impressie nieuwe woningen vanaf de Batavenweg (Bron: VOM architectuur)

Erfinrichtingsplan

Het projectgebied wordt gekenmerkt door een groene uitstraling. Door het terrein na het bouwen van het complex opnieuw te beplanten met streekeigen beplanting wordt aan het projectgebied een zo groen mogelijk uiterlijk gegeven. Voor iedere boom die gekapt wordt om ruimte te maken voor het hoofdgebouw en de parkeerplaats worden tweemaal zoveel bomen teruggeplant. Als gevolg van de ontwikkeling moeten 6 bomen worden gekapt. Het erfinrichtingsplan voorziet in de aanplant van 12 nieuwe bomen. De nieuwe bomen worden aangeplant in de daarvoor opgenomen vlekken in het erfinrichtingsplan. Opgemerkt wordt dat geen bomen worden geplant binnen de buitenbeschermingszone 1 van de Boterdijk (voor toelichting beschermingszones, zie par. 4.11.2). De nieuwe bomen worden teruggeplant in twee groepen van 4 bomen, bestaande uit esdoornen en kastanjebomen. Daarnaast worden 4 knotwilgen geplaatst tussen de parkeerplaats en de woning ten noorden van het projectgebied. De gezamenlijke buitenruimte van het complex wordt daarnaast ingericht met ondergroeiing, hagen en sierbomen. Een nadere invulling hiervan wordt in de uitvoeringsfase bepaald. De parkeerplaatsen worden eveneens met hagen, bloemperken en sierbomen ingepast en worden aangelegd met waterdoorlatende verharding.

Binnen een cirkel van 1,5 maal de kroonprojectie worden geen werkzaamheden in de bodem verricht om de wortels van de bomen te beschermen. Ten behoeve van de woningen is een bouwblok opgenomen. Het gebouw dat hier in past heeft een maximale lengte, breedte en diepte van respectievelijk 38,5x14,5x10,46. De woningen hebben allen een eigen berging. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

9

Kruuthuuske, Tolkamer Ruimtelijke onderbouwing De 12 bergingen zijn gesitueerd aan de noordzijde van het projectgebied. De bergingen hebben een oppervlakte van 5 m2 (2,5m x 2m) en een hoogte van 2,6 m. Daarnaast wordt een centrale bergruimte gerealiseerd van 22,5 m2 (9 m x 2,5 m), met een hoogte van 2,5 m. In afbeelding 2.3 is een uitsnede van het erfinrichtingsplan weergegeven. Het volledige erfinrichtingsplan is aan deze ruimtelijke onderbouwing toegevoegd als Bijlage 1. Het uitvoeren van het erfinrichtingsplan (behoud, aanplant en beheer van de bomen, en hagen en de locatie van de bebouwing) wordt als voorwaardelijke verplichting verbonden aan de voorschriften van de omgevingsvergunning.

Afbeelding 2.3

Uitsnede van het erfinrichtingsplan, schaal 1:200/formaat A1 (Bron: Reijmer Pannerden B.V. Ontwerp en Inrichting)

2.4

Verantwoording plankeuze

2.4.1

Keuze voor het projectgebied en planmotivatie

Het initiatief is ontstaan doordat de initiatiefnemer voor deze ruimtelijke ontwikkeling een bijdrage wenst te leveren aan de dringende woningvraag van starters en jongeren op het Gelders Eiland. De initiatiefnemer is eigenaar van de gronden in het projectgebied en als zodanig in de gelegenheid om in betrekkelijk korte tijd het plan tot uitvoering te brengen. De grote woningopgave tot 2030 binnen de gemeente Zevenaar en de omliggende regio is niet overeengekomen met de verwachtte krimp uit voorgaande gemeentelijke woonvisies. De vraag naar woningen voor starters op de woningmarkt is gegroeid. Tevens zijn er veel jongeren die de kleine kernen verlaten omdat er niet voldoende woningaanbod is of omdat de leefbaarheid van de kernen achteruitgaat als gevolg van de vergrijzing. Te zijner tijd zullen woningen na de vergrijzingsgolf vrijkomen voor de jongere doelgroepen. Deze ontwikkeling laat volgens de gemeente Zevenaar echter nog enkele jaren op zich wachten. Met het ontwikkelen van onderhavig plan kan op korte termijn woningen toegevoegd worden aan de woningvoorraad waarnaar vraag is (appartementen) en die betaalbaar zijn. Het bebouwen van het projectgebied is in lijn met de woningbouwontwikkeling tussen de kernen Tolkamer en Lobith. Onderhavig plan voorziet in het verder invullen van het bebouwingsbeeld dat is ontstaan in de afgelopen 30 jaar.

Het projectgebied vormt een overgangsgebied tussen de bebouwde kom van Tolkamer en

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

10

Kruuthuuske, Tolkamer Ruimtelijke onderbouwing Lobith. Daarnaast is het projectgebied een van de weinige locaties waar woningbouw kan plaatsvinden volgens het principe van inbreiding. Om woningbouw buiten de bebouwde kom te voorkomen heeft inbreiding de voorkeur boven uitbreiding. Het mogelijk maken van woningbouw binnen het projectgebied is een van de weinige mogelijkheden om volgens het principe van inbreiden nieuwe woningbouw mogelijk te maken in Tolkamer. 2.4.2

Bebouwingsontwikkeling

Tot en met de jaren ’70 zijn de kernen van Tolkamer en Lobith door een ruime afstand gescheiden gebleven. De gronden tussen de twee kernen bestond voornamelijk uit agrarische gronden en poelen. In de jaren ’70 is de bebouwing vanuit Lobith doorgetrokken tot aan de Batavenweg. Tussen 1990 en 2000 is de oude steenfabriek in Tolkamer gesloopt zodat de wijk De Erdwal in Tolkamer kon worden ontwikkeld. Tevens werd in deze periode het tankstation aan de Zwarteweg 1 gebouwd en heeft de plaatselijke roeivereniging een verenigingsgebouw aan de overzijde van de Batavenweg. Sindsdien wordt de bebouwing tussen Tolkamer en Lobith enkel gescheiden door de Batavenweg en aangeplant groen. Bebouwing vindt vanuit het verleden plaats in het binnendijkgebied van de Boterdijk. In afbeelding 2.4 is dit goed zichtbaar op historische kaarten.

Afbeelding 2.4 Topotijdreis.nl)

Bebouwingsbeeld in respectievelijk 1970, 1990 en 2000, projectgebied is aangeduid met de rode cirkel (Bron:

2.5

Verkeer en parkeren

2.5.1

Algemeen

Bij nieuwe ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de effecten op de verkeersgeneratie en parkeerbehoefte die ontstaat door de nieuwe ontwikkeling. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van de publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren, van parkeerkencijfers naar parkeernomen, publicatie 381 (december 2018)’ van het CROW. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis onder andere op het gebied van verkeer en parkeren. Specifiek voor verkeersgeneratie en parkeren heeft het CROW de publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren, van parkeerkencijfers naar parkeernomen’ opgesteld. Deze kencijfers zijn gebaseerd op literatuuronderzoek en praktijkervaringen van gemeenten. De kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeergeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen. Het parkeerbeleid van de gemeente Zevenaar is gebaseerd op het onderzoek en de parkeergegevens die het CROW publiceert. 2.5.2

Gemeentelijk parkeerbeleid

De gemeente Zevenaar heeft op 30-01-2019 het ‘Paraplubestemmingsplan parkeren gemeente Zevenaar’ vastgesteld waarin de visie op parkeren binnen de gemeente uiteen is gezet. Hierin wordt aangegeven dat bij de ontwikkeling van een plan het aantal benodigde parkeerplaatsen op eigen terrein wordt gerealiseerd.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

11

Kruuthuuske, Tolkamer Ruimtelijke onderbouwing Hiermee wordt er voor gezorgd dat de parkeerdruk niet op het openbaar gebied wordt afgewenteld en daar vervolgens tot problemen leidt. Voor de te hanteren parkeernormen wordt aangesloten bij de parkeerkencijfers van Nationaal kenniscentrum voor infrastructuur, verkeer en openbare ruimte (CROW: Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie, publicatie 317, oktober 2012). Inmiddels is, zoals in de paragraaf hierboven aangegeven, een nieuwe versie van de CROW beschikbaar (december 2018). De meest recente versie wordt in dit geval gehanteerd. De gemeente Zevenaar is een gemeente met een matig stedelijk karakter. In de gegeven bandbreedte uit de CROW-publicatie wordt de norm gehanteerd die het gemiddelde is van de minimale en maximale normen. Verder heeft de gemeente vastgelegd dat bij het bepalen van het benodigde aantal parkeerplaatsen de uitkomst van de berekening afgerond wordt op een totaal aantal parkeerplaatsen waarbij vanaf '0,5' en hoger naar boven wordt afgerond. De gemeente Zevenaar heeft voor het gehele grondgebied van de gemeente drie typen gebieden onderscheiden waarvoor eigen parkeernormen gelden. Het projectgebied wordt aangemerkt als het gebiedstype ‘rest bebouwde kom’. 2.5.3

Uitgangspunten

In voorliggend geval worden twaalf appartementen uit het betaalbare segment mogelijk gemaakt. In dit geval is voor wat betreft de voorgenomen ontwikkeling uitgegaan van de volgende uitgangspunten: • • • • • 2.5.4

Functie wonen: koop, appartement, midden; Verstedelijkingsgraad: matig stedelijk / gemeente Zevenaar (bron: CBS Statline); Stedelijke zone: rest bebouwde kom; Parkeerbehoefte: 1,8 per woning; Verkeersgeneratie: 5,6 per etmaal per woning. Parkeren

Uitgaande van het ‘Paraplubestemmingsplan parkeren gemeente Zevenaar’ geldt voor de woningen een minimum parkeernorm van 1,8 parkeerplaatsen per woning. Voor de 12 appartementen resulteert dit in een parkeerbehoefte van 22 parkeerplaatsen. In voorliggend geval worden op eigen grond, aan de noordzijde van het projectgebied 24 parkeerplaatsen op maaiveldhoogte gerealiseerd. Hiermee wordt de parkeerbehoefte in voldoende mate ingevuld. De parkeerplaatsen voldoen aan de maatvoering van 2,5 bij 5m. 2.5.5

Verkeer

Uitgaande van de genoemde uitgangspunten geldt voor de woningen een gemiddelde verkeersgeneratie van 5,6 per woning, per weekdagetmaal. Voor de 12 appartementen resulteert in een gezamenlijke verkeersgeneratie van 67,2 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. De beoogde ontsluiting van het projectgebied vind nagenoeg haaks plaats op de 4.80 m brede weg Kruuthuuske, waarna het verkeer via de Boterdijk zal opgaan in het heersende verkeersbeeld. Het verkeer kan daarna naar het zuiden via de Boterdijk ontsloten worden. Volgens de laatste metingen bedraagt de verkeersintensiteit aan de Boterdijk 1.215 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. De Boterdijk is van voldoende capaciteit om de toegevoegde verkeersgeneratie als gevolg van de nieuwe woningen af te wikkelen. Ontsluiting projectgebied Het autoverkeer bereikt en verlaat de parkeerplaats van het projectgebied via de weg Kruuthuuske waarna het verkeer via de Boterdijk opgaat in het heersende verkeersbeeld. In de huidige situatie is het Kruuthuuske niet toegankelijk voor autoverkeer doordat twee palen de toegang belemmeren. Om de ontsluiting van en naar het projectgebied mogelijk te maken worden deze palen verwijderd. De twee palen worden verplaatst naar een nieuwe locatie vlak achter de inrit van het projectgebied.

Door het verplaatsen van de palen heeft autoverkeer beperkte toegang tot het Kruuthuuske en faciliteert het Kruuthuuske enkel de auto’s die van en naar het

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

12

Kruuthuuske, Tolkamer Ruimtelijke onderbouwing projectgebied rijden. Met een slagboom voor de inrit van het projectgebied wordt gegarandeerd dat enkel bewoners en bezoekers van de woningen het Kruuthuuske zullen gebruiken. De voorgenomen ontsluiting is weergegeven in het erfinrichtingsplan in Bijlage 1. 2.5.6

Conclusie

Het aspect ‘verkeer en parkeren’ vormt geen belemmering voor de in deze ruimtelijke onderbouwing besloten ontwikkeling.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

13

Kruuthuuske, Tolkamer Ruimtelijke onderbouwing

HOOFDSTUK 3

BELEIDSKADER

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifiek voor dit projectgebied geldende uitgangspunten weergegeven.

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

3.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 3.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1.

Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal.

2.

Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair.

3.

Sterke en gezonde steden en regio’s Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd.

4.

Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

14

Kruuthuuske, Tolkamer Ruimtelijke onderbouwing vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 3.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1.

2.

3.

Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties.

3.1.1.4 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) / Regeling Algemene Ruimtelijke Ordening (Rarro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft richtlijnen voor de inhoud van ruimtelijke ontwikkelingen voor zover het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang. Deze vorm van normstelling sluit aan op de vroegere PKB's (Planologische Kernbeslissingen) met concrete beleidsbeslissingen en beslissingen van wezenlijk belang die ook van betekenis waren voor de lagere overheden. Het besluit is op 30 december 2011 in werking getreden. In de NOVI wordt een totaalbeeld van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau gegeven. In de NOVI wordt bepaald welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Barro bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. De normering uit het Barro werkt zoveel mogelijk direct door op het niveau van de lokale besluitvorming. Bij besluitvorming over ruimtelijke plannen moeten de regels worden gerespecteerd. Het merendeel van de regels legt beperkingen op, daarin is een gradatie te onderkennen. Deze zijn geformuleerd als een 'ja-mits', een 'ja, voor zover', een 'nee-tenzij', een 'nee-als' of een stringente 'nee' bepaling.

De exacte geografische plaatsbepaling van de geldende reserveringszones is opgenomen in het Rarro. 3.1.1.5 Ladder voor duurzame verstedelijking In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR: voorganger van de NOVI) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Om een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’.

In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

15

Kruuthuuske, Tolkamer Ruimtelijke onderbouwing stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 3.1.2 Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Het betreft een project waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in deze ruimtelijke onderbouwing opgenomen ontwikkeling. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) / Regeling Algemene Ruimtelijke Ordening (Rarro) Deze omgevingsvergunning raakt geen reserveringszones, zoals opgenomen in het Barro en Rarro. Het projectgebied is wel gelegen in een radarverstoringsgebied. Voor het projectgebied geldt dat geen bouwwerken mogen worden opgericht met een hoogte groter dan 90 m t.o.v. NAP.

Deze omgevingsvergunning staat geen bouwwerken met een dergelijke hoogte toe. De ligging van het projectgebied in het radarverstoringsgebied vormt dan ook geen belemmering. Ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking (hierna 'Ladder') is van toepassing op bestemmingsplannen, uitwerkings- en wijzigingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 sub c in samenhang met artikel 2.12 lid 1 onder a sub 3 van de Wabo. Hierna wordt de voorgenomen ontwikkeling getoetst aan de van belang zijnde onderdelen. Is er sprake van een stedelijke ontwikkeling? Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Voorliggende omgevingsvergunning voorziet in het in ontwikkeling brengen van een agrarisch perceel naar een woongebied. Gelet op de aard en omvang van het plan dient de woningbouwontwikkeling te worden beschouwd als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Wat is het verzorgingsgebied? Wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, moet de toelichting van het bestemmingsplan of in een ruimtelijke onderbouwing een beschrijving van de behoefte die mogelijk wordt gemaakt bevatten. De behoefte moet worden bepaald binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van de nieuwe ontwikkeling.

De aard en omvang van de ontwikkeling zijn leidend voor het schaalniveau waarop de ruimtebehoefte moet worden afgewogen. Voorliggend plan maakt woningbouw mogelijk. Gelet op de opgave ten aanzien van woningbouw (voor de lokale behoefte) kan het ruimtelijk verzorgingsgebied worden beperkt tot de gemeente Zevenaar. Beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling Voorliggende omgevingsvergunning maakt 12 nieuwe woningen mogelijk. Het gaat hierbij om appartementen in het betaalbare segment. Hierna wordt getoetst aan de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte In maart 2023 heeft Companen het Woonbehoefteonderzoek 2022 - 2040 gepubliceerd voor de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen, waar de gemeente Zevenaar onderdeel van uitmaakt. De gemeente Zevenaar is in het onderzoek opgenomen als onderdeel van de subregio De Liemers. In het onderzoek zijn de volgende bevindingen van belang over de eigenschappen van de lokale woningmarkt: -

In de gemeente Zevenaar vinden de verhuisbewegingen met name binnen de regio plaats.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

16

Kruuthuuske, Tolkamer Ruimtelijke onderbouwing Dit illustreert dat woningen die gebouwd worden met name worden gebouwd voor de vraag aan woningen voor de bevolking in eigen regio. Daarnaast wordt in het onderzoek geconcludeerd dat: -

de prognose van de huishoudensontwikkeling tegen de verwachting in flink naar boven moet worden bijgesteld ten opzichte van het laatste Primos woonbehoefteonderzoek uit 2019; Jongeren vaak de voorkeur geven aan een koopwoning.

Betaalbare koopwoningen maken in de regio Liemers 19% uit van de woningbehoefte. De vraag naar koopwoningen in het betaalbare segment is in vergelijking met de prognose uit 2019 gestegen. De oorzaak ligt in de toename in huishoudens. Deze groei blijft volgens woonbehoefteonderzoek in ieder geval aanhouden tot 2040, zij het na 2030 wel in mindere mate. De woningbouwplanning kan voor een belangrijk deel worden afgeleid uit de oude regionale Woondeal Arnhem-Nijmegen uit 2020. De Woondeal voorziet niet in de gehele woningbehoefte in De Liemers. Voor het segment betaalbare koop blijft in de subregio De Liemers een tekort van 705 woningen over na het uitvoeren van de plannen in de Woondeal uit 2020. In de vergelijking tussen de behoefte en geplande type woningen blijkt dat in de subregio de Liemers meer behoefte bestaat aan appartementen dan de hoeveelheid die in de planning staat om gebouwd te worden. Daarnaast zijn er op dit moment meer woningbouwplannen voor het bouwen van eengezinswoningen en minder plannen voor appartementen. Dit wordt in afbeelding 3.1 geïllustreerd.

Afbeelding 3.1 Verbeelding van het verschil in de behoefte en bouwplannen voor eengezinswoningen en appartementen en de geplande woningbouwvoorraad (Bron: Companen, Woonbehoefteonderzoek Groene Metropoolregio 2022, bewerkt)

In de periode van 2031 tot 2040 wordt verwacht dat de woningbehoefte in de subregio De Liemers blijft toenemen. Verwacht wordt dat het in de gemeente Zevenaar tussen 2031 en 2039 gaat om een huishoudensgroei van 530 huishoudens. Aan de hand van bovenstaande onderbouwing kan afgelezen worden dat het verzorgingsgebied van de woningen bestaat uit de jongeren uit de gemeente Zevenaar en de regio. In de regio De Liemers bestaat een toenemende vraag naar betaalbare koopwoningen, met name naar appartementen en dat de vraag naar dit soort woningen tot 2040 blijft bestaan. Hiermee sluit de beoogde ontwikkeling uit deze ruimtelijke

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

17

Kruuthuuske, Tolkamer Ruimtelijke onderbouwing onderbouwing aan bij de verwachtte kwantitatieve en kwalitatieve woningbouwopgave, voor de doelgroep jongeren en starters op de woningmarkt. De gemeente Zevenaar heeft verdere invulling gegeven aan de regionale woningbehoefte zoals hierboven is uiteengezet. Voor een verdiepende onderbouwing van de kwalitatieve en kwantitatieve woningbouwopgave voor de regio De Liemers en de gemeente Zevenaar wordt daarom verwezen naar paragrafen 3.3 (Regionaal beleid) en 3.4 (Gemeentelijk beleid). Ligt de stedelijke ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied? Als de ontwikkeling voorziet in een behoefte en gepland is binnen bestaand stedelijk gebied, dan wordt voldaan aan de Ladder. In artikel 1.1.1, eerste lid onder h van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip ‘bestaand stedelijk gebied’ vastgesteld. Onder bestaand stedelijk gebied wordt verstaan: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. De kwalificatie ‘bestaand stedelijk gebied’ hangt af van de omstandigheid van de gronden, de specifieke ligging, de bestemming in het bestemmingsplan en de aard van de omgeving. Het projectgebied ligt aan de rand van de kern Tolkamer.

Aan de overzijde van de Batavenweg sluit de bebouwing van de kern Lobith direct aan. Daarnaast is het projectgebied in alle windrichtingen omgeven door functies die aangemerkt kunnen worden als kenmerkend voor een stedelijk gebied: • • • •

Aan de westkant van het projectgebied, is de woonwijk De Erdwal gelegen; Ten noorden van het projectgebied is een tankstation gelegen binnen een bedrijfsbestemming; Ten oosten van het projectgebied aan de overzijde van de Batavenweg heeft de waterscouting een verenigingsgebouw (maatschappelijke bestemming) en begint de bebouwing van de kern Lobith; Ten zuiden van het projectgebied, aan de overzijde van de Boterdijk, is een woonwijk gelegen.

Op basis van de aard en verscheidenheid aan bestemmingen en functies in de directe omgeving en de naastgelegen doorgaande weg kan gesteld worden dat het projectgebied aan te merken is als stedelijk gebied, waar inbreiding mogelijk is. De gronden hebben een agrarische bestemming maar zijn sinds jaar en dag al geen onderdeel meer van een agrarisch bedrijf en zijn daarmee niet in gebruik conform de bestemmingsomschrijving van de agrarische bestemming. Binnen het projectgebied werden tot voor kort hobbymatig dieren gehouden. Agrarische gronden die conform de agrarische bestemming in gebruik zijn, zijn doorgaans niet als bestaand stedelijk gebied aan te merken1. Doordat de gronden niet als agrarisch perceel, maar als dierenweide en stedelijk groen bij de initiatiefnemer in gebruik zijn, kan het projectgebied als bestaand stedelijk gebied worden aangemerkt. Een dergelijke dierenweide als in het projectgebied is een voorziening die vaker voorkomt in het bestaand stedelijk gebied van dorpen en kleine kernen. Samenvattend kan in onderhavig plan worden beredeneerd dat de locatie voor de woningen beschouwd wordt als passend bij het bestaande stedenbouwkundige samenstel van bebouwing dat hoort bij openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur.

Het projectgebied kan hiermee volgens artikel 1.1.1, eerste lid onder h van de Bro worden aangemerkt als ‘bestaand stedelijk gebied’. Het aanmerken van de gronden als bestaand stedelijk gebied maakt het mogelijk om stedelijk groen te bebouwen 2. Het projectgebied blijft daarnaast zijn groene uitstraling behouden door de parkachtige inrichting die het projectgebied krijgt. Met de uitvoeringen van de erfinrichtingsmaatregelen die zijn toegelicht in paragraaf 2.3 vindt het plan verdere aansluiting bij het groene karakter van de omgeving van het projectgebied. Geconcludeerd wordt dat het project is aan te merken als bestaand stedelijk gebied.

1

ABRvS 29 april 2015; ECLI:NL:RVS:2015:1340

2

ABRvS 20 mei 2015; ECLI:NL:RVS:2015:1581

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

18

Kruuthuuske, Tolkamer Ruimtelijke onderbouwing

Afbeelding 3.2 Uitsnede van het bestaand stedelijk gebied, het stedelijk gebied wordt in het rood aangeduid, het projectgebied is in het blauw omcirkeld (Bron: Gemeente Zevenaar)

3.1.3

Conclusie toets aan het rijksbeleid

Het initiatief is in overeenstemming met het rijksbeleid.

3.2

Provinciaal beleid

Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de ‘Omgevingsvisie Gaaf Gelderland’, die is verankerd in de omgevingsverordening. Op 19 december 2018 hebben de Provinciale Staten van Gelderland de ‘Omgevingsvisie Gaaf Gelderland’ vastgesteld. De bijbehorende ‘Omgevingsverordening Gelderland’ is in januari 2023 vastgesteld. 3.2.1

Omgevingsvisie Gaaf Gelderland

‘Gaaf’ is een woord met twee betekenissen. ‘Gaaf’ betekent ‘mooi’ en gaat over wat historisch en landschappelijk gezien heel en mooi en ongeschonden is. Het beschermen waard! Maar ‘Gaaf’ verwijst ook naar dat wat ‘cool’ en nieuw en vernieuwend is; aantrekkelijk voor nieuwe generaties. Om samen een Gaaf Gelderland te bereiken, legt de provincie bij het uitvoeren van haar taken de focus op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met behulp van zeven ambities geeft de provincie hier richting aan: • • • • • • •

Energietransitie Klimaatadaptatie Circulaire economie Biodiversiteit Bereikbaarheid het economische vestigingsklimaat Woon- en leefklimaat

Voor deze omgevingsvergunning is de ambitie voor het woon- en leefklimaat van toepassing. De provincie streeft naar een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen. Zo worden de economische kracht en kwaliteit van leven in Gelderland versterkt, nu en in de toekomst. Om Gelderland voor mensen en bedrijven aantrekkelijk te houden, is de kwaliteit van de leefomgeving van groot belang. Bovendien draagt een goede kwaliteit van de leefomgeving bij aan gezondheid. Goed bereikbare voorzieningen, aansprekende evenementen, unieke cultuurhistorie, inspirerende culturele voorzieningen, een BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

19

Kruuthuuske, Tolkamer Ruimtelijke onderbouwing mooie natuur; het is allemaal van belang. Ook goed wonen hoort daarbij. Gelderland heeft op woongebied een bijzondere positie met uiteenlopende woonkwaliteiten, zowel stedelijke als landelijke. De Gelderse streken hebben ieder hun eigen aard, waar mensen zich thuis en verbonden met elkaar voelen. In onze groeiende Gelderse steden komen veel activiteiten samen. Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand stedelijk gebied het vertrekpunt. 3.2.2

Omgevingsverordening Gelderland

De provincie beschikt over verschillende instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. De verordening wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is. De verordening voorziet ten opzichte van de omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De omgevingsverordening richt zich net zo breed als de omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, mobiliteit en bodem. Ten aanzien van voorliggend initiatief zijn de regels ten aanzien van het onderwerp 'wonen' relevant.

In de verordening wordt aangegeven dat nieuwe woonlocaties en de daar te bouwen woningen slechts zijn toegestaan wanneer dit past in het vigerende door Gedeputeerde Staten vastgestelde Kwalitatief Woonprogramma, successievelijk de door Gedeputeerde Staten vastgestelde kwantitatieve opgave wonen voor de betreffende regio. 3.2.2.1 Van toepassing zijnde artikelen In het kader van voorliggende omgevingsvergunning zijn hoofdzakelijk artikelen 2.2 (doorwerking regionale woonagenda), 2.56 (ontwikkeling in Nationaal landschap), 2.60 (romeinse limes) en 2.64 (bescherming windvang molen) van belang. Hierna wordt op deze artikelen ingegaan.

Artikel 2.2 (instructieregel bestemmingsplan doorwerking regionale woonagenda) 1. 2.

Een bestemmingsplan maakt nieuwe woningen alleen mogelijk als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. Als een ontwikkeling niet past binnen de vigerende regionale woonagenda, kan een bestemmingsplan vooruitlopend op de eerstvolgende actualisatie van de regionale woonagenda nieuwe woningen toch mogelijk maken onder de volgende voorwaarden: a. er wordt voldaan aan de eisen van de Ladder voor duurzame verstedelijking; b. de ontwikkeling past binnen het meest recente provinciale beleid; c. er heeft aantoonbaar regionale afstemming plaatsgevonden over deze ontwikkeling, en d. Gedeputeerde Staten stemmen in met deze ontwikkeling.

Artikel 2.56 (ontwikkeling in Nationaal landschap) 1.

2.

Een bestemmingsplan voor gronden binnen een Nationaal landschap maar buiten de Groene ontwikkelingszone, het Gelders natuurnetwerk en de Nieuwe Hollandse Waterlinie, maakt ten opzichte van het op 17 oktober 2014 geldende bestemmingsplan alleen bestemmingen mogelijk die de kernkwaliteiten van een Nationaal Landschap, bedoeld in bijlage Kernkwaliteiten Nationale Landschappen, niet aantasten. In afwijking van het eerste lid zijn activiteiten die deze kernkwaliteiten aantasten alleen mogelijk als: a. er geen reële alternatieven zijn; b. er sprake is van redenen van groot openbaar belang;

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

20

Kruuthuuske, Tolkamer Ruimtelijke onderbouwing c.

compenserende maatregelen plaatsvinden ter waarborging van de kernkwaliteiten van de Nationale Landschappen zoals vastgelegd in bijlage Kernkwaliteiten Nationale Landschappen.

Artikel 2.60 (instructieregel bestemmingsplan bescherming Romeinse Limes) 1.

2.

3.

Een bestemmingsplan voor gronden gelegen binnen de Romeinse Limes maakt ten opzichte van het op 17 oktober 2014 geldende bestemmingsplan geen activiteiten mogelijk die de kernkwaliteiten, bedoeld in artikel 2.59, daarvan aantasten. De toelichting bij het bestemmingsplan bevat een beschrijving van de in het projectgebied aanwezige cultuurhistorische waarden en kernkwaliteiten, het door de gemeente te voeren beleid en de onderbouwing hiervan. Een bestemmingsplan bevat regels over de wijze waarop met eventuele veranderingen wordt omgegaan.

Artikel 2.64 (bescherming windvang molen) 1. 2.

Een bestemmingsplan maakt voor gronden binnen een Molenbiotoop geen nieuwe bebouwing of beplanting mogelijk als daardoor de windvang van een molen wordt beperkt. Het eerste lid is niet van toepassing op de molens in het Nederlands Openluchtmuseum te Arnhem.

Artikel 2.65b Klimaatadaptatie 1.

2.

Voor zover een bestemmingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt, bevat de toelichting bij het bestemmingsplan een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico’s van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. In de beschrijving worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken: a. waterveiligheid; b. wateroverlast; c. droogte; en d. hitte.

De beschrijving wordt opgesteld na overleg met in ieder geval het dagelijks bestuur van het waterschap waar de activiteit wordt verricht of de ontwikkeling plaatsvindt. 3.2.2.2 Toetsing aan het initiatief aan de Gelderse omgevingsverordening Artikel 2.2 Instructieregel bestemmingsplan doorwerking regionale woonagenda Zoals blijkt uit de toetsing van het voornemen aan het gemeentelijk en regionaal (woon)beleid (zie respectievelijk paragraaf 3.3 en 3.4), voorziet de voorgenomen ontwikkeling in kwalitatief en kwantitatief opzicht in woningbouw waar in de gemeente Zevenaar een behoefte aan bestaat. Artikel 2.56 ontwikkeling in Nationaal landschap Wanneer een ontwikkeling plaatsvindt binnen Nationale Landschappen dienen de plaatselijke kernkwaliteiten van het landschap een duidelijke plaats te krijgen in de ontwikkeling. De provincie Gelderland heeft enkele deelgebieden geformuleerd en per deelgebied de kernkwaliteiten benoemd. Onderhavig plan ligt in het Nationaal Landschap Gelderse Poort, in het deelgebied Ooijpolder en Rijnstangen. De kernkwaliteiten van dit gebied centreren zich rondom de kom-oeverwal-uiterwaard-rivier en de dynamiek van de rivieren. In dit gebied zijn veel dijken aanwezig die niet meer functioneel zijn, maar die herinneren aan de strijd tegen het rivierwater.

Daarnaast zijn ook de open landschappen met een afwisseling van weidebouw, oude stangen en kleiputten met ooibos afgewisseld met bouwland, grasland en boomgaarden kenmerkend voor het landschap. Bebouwing wordt voornamelijk geconcentreerd in dorpen en dijklinten. De dijken hebben volgens de provincie een grote cultuurhistorische kwaliteit. Bewoning is van oudsher gebonden aan hogere, voor het rivierwater relatief veilige plaatsen. Bewoning langs de dijken bestaat voornamelijk uit voormalige (kleinere) boerderijen en voormalige steenfabriekswoningen. Ten tijde van het schrijven van deze ruimtelijke onderbouwing heeft de provincie een ‘Ontwerp wijzigingsplan Omgevingsverordening 2023’ ter inzage gelegd. In de bijlage ‘Kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen van de BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

21

Kruuthuuske, Tolkamer Ruimtelijke onderbouwing Gelderse streken’ wordt de locatie van het projectgebied aangeduid als streek ‘Liemers’. Voor het Gelders Eiland wordt beschreven dat de rust en ruimte worden gewaardeerd en gekoesterd moeten worden. De kernwaarden voor de Liemers uit deze ontwerp verordening wijken niet af op grote punten van de huidige verordening. Het rekening houden met de kernkwaliteiten van het gebied bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen staat voorop. Hoewel het projectgebied volgens de provincie binnen Nationaal Landschap ligt kent de directe omgeving van het projectgebied niet de ruimtelijke en landschappelijke waarden die normaal gesproken met het Nationaal Landschap worden geassocieerd. Het groene karakter van het projectgebied is echter wel een belangrijke waarde die nog steeds aanwezig is na het versmelten van het bebouwde gebied van Tolkamer en Lobith. Tevens is het projectgebied gelegen tegen de Boterdijk. Hoewel deze dijk geen waterkerende functie meer heeft na het aanleggen van de Batavenweg is de dijk wel karakteriserend voor het rivierenlandschap waar het projectgebied onderdeel van uitmaakt. In het erfinrichtingsplan (paragraaf 2.3) is uiteengezet hoe bij de projectontwikkeling aandacht wordt besteed aan onder andere het groene karakter van de omgeving van het projectgebied.

Zo wordt het projectgebied na de bouwwerkzaamheden opnieuw teruggebracht in een parkachtige inrichting en worden inheemse boomsoorten geplant. De Boterdijk zal door het plan niet worden beïnvloed en blijft onaangetast door onderhavige ontwikkeling. Met de uitvoering van het erfinrichtingsplan worden de plaatselijk aanwezige kernkwaliteiten van het Nationale Landschap binnen het projectgebied niet aangetast. Artikel 2.60 instructieregel bestemmingsplan bescherming Romeinse Limes Voor een onderbouwing ten aanzien van het aspect cultuurhistorie wordt verwezen naar paragraaf 4.8.2. In deze paragraaf wordt geconcludeerd dat artikel 2.60 van de Omgevingsverordening Gelderland geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling. Artikel 2.64 bescherming windvang molen De provincie Gelderland heeft in de Omgevingsverordening een molenbiotoop opgenomen voor de Tolhuys Coornmolen in Lobith. Dit houdt in dat ontwikkelingen binnen de molenbiotoop een maximale hoogte hebben, afhankelijk van de afstand tot de molen. De molenbiotoop is opgenomen ter bescherming van de windvang van de molen. Berekening maximale bouwhoogte Omdat in het bestemmingsplan ‘Tolkamer’ geen regels heeft opgenomen over de molenbiotoop is getoetst aan het beleid van de gemeente en de provincie waar het aankomt op het bepalen van de bouwhoogte van gebouwen binnen molenbiotopen.

Tijdens de onderbouwing is uitgegaan van de volgende uitgangspunten: De onderbouw van de molen ligt op 15,1 m boven NAP. De afstand van de onderkant van de onderbouw tot aan de askop (de vlucht) van de molen bedraagt 8,26 m. Opgesteld (15,1 + 8,26) wordt de maximale bouwhoogte gesteld op 23,36 m. Gezien het peilverschil tussen het hart van de Batavenweg (13 m boven NAP) en dat van het projectgebied (12,9 m boven NAP) dient het verschil bij de bouwhoogte te worden opgeteld. De askop bevindt zich zodoende op 23,46 m boven NAP. Vanuit de askop kan een denkbeeldige horizontale lijn worden getrokken naar het projectgebied. Vastgesteld kan worden dat het in het projectgebied geldende peil tot maximaal 10.46 m boven NAP gebouwd kan worden. Maximale bouwhoogte bestemmingsplan ‘Lobith’ De maximale toelaatbare hoogte van een nieuw gebouw(waardoor de windvang van de molen beschermd blijft) wordt op de volgende wijze berekend: H(x) = x/n+c*z waarin: •

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zevenaar&id=14fc6a56-0be2-4603-880e-0e365ad76661