CConstaterende datZevenaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. 1255110 - Zienswijzennota Omgevingsvisie Zevenaar 2040

Raadsvergaderingen 2022-2026 25 juni 2025, gemeente ZevenaarBij agendapunt: Z/23/456007 Vaststellen definitieve versie Omgevingsvisie Zevenaar 204012.183 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Zienswijzennota

Zienswijzennota naar aanleiding van ontwerp-Omgevingsvisie Zevenaar 2040 1.

Inleiding

Ontwerp Omgevingsvisie Zevenaar 2040- Stad, dorpen en landschap in balans In het ontwerp van de Omgevingsvisie Zevenaar 2040 heeft de gemeente de opgaven en ambities richting 2040 beschreven. Voorbeelden zijn het verbeteren van mobiliteit, het behoud en ontwikkelen van een aantrekkelijk groen landschap en richting geven aan een forse woningbouwopgave. Daarnaast is gekeken hoe keuzes in de fysieke omgeving kunnen bijdragen aan het realiseren van opgaven uit het sociaal domein. Zoals meer ruimte voor beweging en ontspanning in de buitenruimte. Met de ontwerpversie van de Omgevingsvisie Zevenaar 2040 heeft de gemeente ingezet op een wensbeeld op hoofdlijnen dat uitnodigend is, inspireert, verbindt en tegelijkertijd duidelijk is over wat waar kan en wat niet. Hiermee wordt richting gegeven aan ruimtelijke ontwikkelingen in een gebied waar goede kansen liggen om een bijdrage te leveren aan ambities, zonder afbreuk te doen aan de bestaande kwaliteiten en identiteit van dat gebied. In de ontwerpversie Omgevingsvisie Zevenaar 2040 komen de verschillende opgaven samen in acht integrale hoofdambities. Met de ambities geeft de gemeente aan waar Zevenaar voor staat en waar de gemeente in de toekomst naartoe wil. Daarnaast plaatst de gemeente de ambities in regionaal perspectief.

Inzage De ontwerp-omgevingsvisie is gepubliceerd in het Gemeenteblad en heeft van 13 februari tot en met 26 maart 2025 ter inzage gelegen. Gedurende de periode van terinzagelegging is eenieder in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te kunnen dienen. Dit kon op een tweetal manieren; schriftelijk of mondeling. Er zijn in totaal 15 zienswijzen ingediend. De zienswijzen verschillen van inhoud, maar zien voornamelijk op duurzame opwek en de oproep tot lokaal eigendom bij windenergie, de invulling van Bahrse pol (bij Riverparc), de recreatiemogelijkheden Gelders Eiland, woningbouwontwikkelingen Oud-Zevenaar, de belangen van de spoorwegbeheerder en netbeheerder, de borging van de dorpsplannen in de Omgevingsvisie Zevenaar 2040, de belangen van de agrariërs in het Broek en de aanleg van de noordelijke randweg. Er zijn 13 zienswijzen ingediend die namens henzelf dan wel de organisatie/ het bedrijf zelf zijn ingestoken. Er is een zienswijze ingediend die door meerdere inwoners (22 personen) is ondertekend. Ook is een zienswijze ingediend door een organisatie mede namens 38 ondernemers. Deze zienswijzen zijn samengevat en beantwoord in hoofdstuk 2. In deze nota worden de zienswijzen samengevat weergegeven en beantwoord. Hoewel samengevat weergegeven, zijn de zienswijzen volledig beoordeeld en meegenomen in de beoordeling.

In hoofdstuk 3 van deze zienswijzennota is weergegeven welke planaanpassingen en ambtshalve wijzigingen genomen zullen worden. Naar aanleiding van de zienswijzen, signalen uit de organisatie en actualiteiten, is er nog kritisch naar de Omgevingsvisie gekeken. Zodoende zijn er ook ambtelijke aanpassingen gedaan in de definitieve versie van de Omgevingsvisie Zevenaar 2040. Het gaat hierbij om aanscherpingen, verduidelijking, argumentaties, taalfouten en het beter leesbaar maken van de tekst.

2. Beantwoording zienswijzen Zienswijzennota ontwerpversie Omgevingsvisie Zevenaar 2040 Samenvatting Reactie van de gemeente zienswijze 1.

Reclamant 1: Stichting

Aanpassing aan visie?

Reclamant verzoekt de gemeente om het volgende: 1. Bij het vaststellen van de definitieve versie van de omgevingsvisie rekening te houden met de afspraken in de met onze stichting gesloten transitieovereenkomst. 2. Bij het vaststellen van de definitieve versie van de omgevingsvisie rekening te houden met de nu al vigerende regelgeving volgend uit de Beleidslijn Grote Rivieren, zonder deze verplichting voor zich uit te schuiven. 3. De relevante informatie hierover te verstrekken aan de Gemeenteraad. Gemeentelijke reactie: Ad 1: De gemeente is bekend met de transitieovereenkomst en respecteert deze. Ad 2: In de Omgevingsvisie staat juist opgenomen dat een recreatieve invulling van de Bahrse Pol een mogelijkheid is, mits voldaan wordt aan de regelgeving, zoals de Beleidslijn Grote Rivieren. Daarmee wordt een toekomstige invulling juist gekoppeld aan de vigerende regelgeving. Ad 3: De gemeenteraad stelt deze zienswijzennota vast bij behandeling van de definitieve versie van de Omgevingsvisie Zevenaar 2040. Conclusie: De zienswijze leidt niet tot wijzigingen in de definitieve versie van de Omgevingsvisie Zevenaar 2040, omdat de gemeente met deze visie geen ruimere mogelijkheden biedt dan in eerder vastgestelde beleidsstukken.

Reclamant 2: Inwoner gemeente

Landelijke regelgeving Op pagina 24 staat: “Voor Rhederlaag geldt echter dat een zorgvuldige inpassing gewenst is, gelet op de beperkende landelijke regelgeving. De Bahrse Pol is een gebied waar we nog mogelijkheden zien voor een recreatieve invulling al dan niet met een vorm van verblijfsaccommodatie, passend bij het gebied." Zienswijze: benoem de bedoelde landelijke regelgeving. Anders is de zin te vaag. Gemeentelijke reactie: De landelijke regelgeving (De Beleidslijn Grote rivieren) wordt in hoofdstuk 6 onder ambities specifiek benoemd. Dat hoeft dan op pagina 24 niet specifiek benoemd te worden, omdat het hier gaat om de

Geen aanpassing

mogelijkheden voor vrijetijd in algemene zin. In hoofdstuk 6 wordt nader ingegaan op het Rhederlaag met de specifieke regelgeving. Uit de Omgevingsvisie blijkt in voldoende mate dat de landelijk regelgeving de Beleidslijn Grote rivieren betreft. Conclusie: De zienswijze leidt niet tot wijzigingen in de definitieve versie van de Omgevingsvisie Zevenaar 2040, omdat uit de visie in voldoende mate blijkt om welke regelgeving het gaat. Rhederlaag/ Bahrse Pol De Bahrse Pol heeft al een recreatieve invulling. Het is onderdeel van het 'Giesepad' klompenpad en wordt gebruikt door wandelaars en hondenbezitters om te wandelen en hun honden te laten bewegen. Vooral tussen 1 mei en 1 oktober als er een verbod is op honden langs het Rhederlaag. Het wordt ook gebruikt door hardlopers, ruiters en fietsers. Aangezien dit terrein buitendijks is en valt onder de Beleidslijn Grote Rivieren zou het zeer onverantwoord en juridisch onhaalbaar zijn om hier gebouwen neer te zetten. Er zijn al veel verblijfsaccommodaties rondom het Rhederlaag inclusief 23 vakantiewoningen in aanbouw en een campercamping, beide binnen 300 m van de Bahrse Pol. Aub geen extra verblijfsaccommodatie bij het Rhederlaag. Er is geen behoefte aan nog meer betaalde recreatieve voorzieningen en verblijfsaccommodatie.

Graag deze zin veranderen: “De Bahrse Pol is een gebied waar we nog mogelijkheden zien voor een recreatieve invulling al dan niet met een vorm van verblijfsaccommodatie, passend bij het gebied." Naar: “De Bahrse Pol is een groen recreatief gebied dat gebruikt wordt door inwoners en toeristen. De ruimte om te sporten en bewegen samen met de groene omgeving is goed voor de leefbaarheid, gezondheid en geest en biedt een mooi tegenwicht aan alle bebouwing en verblijfsaccommodatie eromheen.” Gemeentelijke reactie: We blijven als gemeente van mening (en dat is de lijn die al jaren geleden is ingezet) dat de Bahrse Pol een gebied is waar we een vorm van verblijfsrecreatie als mogelijkheid zien, mits voldaan kan worden aan een goede landschappelijke en ruimtelijke inpassing. We willen deze mogelijkheid niet op voorhand uitsluiten. Van deze lijn wijken we dus niet af. Het gebied heeft nu al een bepaalde gebruikswaarde en we zien kansen voor een versterking hiervan. We nodigen initiatiefnemers uit om met een mooi aanvullend aanbod voor een recreatieve invulling te komen en de mogelijkheden daarvoor te onderzoeken. Dit is ook conform het Toekomstperspectief Rhederlaag: een visie op de ontwikkeling van het Rhederlaag voor de komende 20 jaar.

Deze is tot stand gekomen vanuit een samenwerking tussen de overheden en een brede vertegenwoordiging van het gebied in haar eigen geledingen: dorps- en andere belangenorganisaties, recreatie- en andere ondernemers en verenigingen.

Geen aanpassing

Conclusie: De zienswijze leidt niet tot wijzigingen in de definitieve versie van de Omgevingsvisie Zevenaar 2040, omdat de gemeente met deze visie de lijn volgt die al langer is ingezet en die overeenkomt met de Toekomstvisie Rhederlaag die met de betrokken partijen in het gebied (het IGOR: Integraal Gebiedsoverleg Rhederlaag) tot stand is gekomen.

Geen aanpassing

Aanpassing tekst op pagina 34 "Rhederlaag: We zetten in op een mooie en functionele fiets- en loopbrug over de lJssel. We willen een aantrekkelijk landschap, goede infrastructuur en een toekomstbestendig goed recreatief aanbod. Zienswijze: de tekst aanpassen. Van: Bahrse Pol: een hoogwatervrije locatie met kansen voor de ontwikkeling van de recreatieve/ toeristische sector, mits goed ingepast conform de Beleidslijn Grote Rivieren. We ondersteunen de Toekomstvisie Rhederlaag en het Recreatief toeristisch profiel Rhederlaag Rivierklimaatpark IJsselpoort.” Naar: Bahrse Pol: een buitendijkse locatie met kansen voor ontwikkeling van een parklandschap, natuur en biodiversiteit, zonder de toegankelijkheid te beperken, mits goed ingepast conform de Beleidslijn Grote Rivieren. Gemeentelijke reactie: We zien geen aanleiding om deze zin aan te passen, aangezien deze te veel beperkingen met zich meebrengt. We snappen de bedoeling van de reclamant, maar we kunnen hier niet aan tegemoet komen. Met deze gewenste zin wordt de mogelijkheid van een actieve recreatieve invulling tenietgedaan en de relatie met de Toekomstvisie van Rhederlaag verdwijnt hiermee. Conclusie: De zienswijze leidt niet tot wijzigingen in de definitieve versie van de Omgevingsvisie Zevenaar 2040. Aantrekkelijk landschap De term 'aantrekkelijk landschap' heeft voor ieder mens een andere betekenis en is dus te vaag.

Aub zeggen wat voor landschap de gemeente voor ogen heeft. Zou een brug over het open rivierlandschap dit juist eerder verstoren en minder 'aantrekkelijk' maken? Het pontje heeft veel charme en is cultureel erfgoed. Gemeentelijke reactie: Voor het Rhederlaag is expliciet in de Omgevingsvisie Zevenaar 2040 opgenomen dat de bij de inpassing rekening moet worden gehouden met de kernkwaliteiten van het gebied zoals de herkenbaarheid van de dijk, uitzichten naar de Veluwe, herkenbaarheid van de voormalige IJsselmeanders en oude bewoningsplaatsen. Het pontje is ook charmant en daar willen we ook niets aan af doen, maar het pontje is slechts een deel van het jaar in bedrijf. De toekomst van pontjes staat ook onder druk. Op de langere termijn

Geen aanpassing

wordt ingezet op de komst van een fietsbrug die een permanente goede verbinding kan maken met Rheden en de Veluwe, een voorstel dat overigens in de gevoerde participatie overwegend positief is ontvangen. Een brug hoeft het open landschap niet per se aan te tasten. Dat zou betekenen dat er nooit iets gebouwd kan worden. Gekeken moet worden naar de toegevoegde waarde van de brug als verbinding tussen twee mooie recreatiegebieden. Conclusie: De zienswijze leidt niet tot wijzigingen in de definitieve versie van de Omgevingsvisie Zevenaar 2040.

Geen aanpassing

Hoogwatervrij Het woord 'hoogwatervrij' vervangen met 'buitendijks'. De term 'hoogwatervrij' heeft geen exacte of juridisch betekenis en is subjectief. Hoe hoog is hoogwater? Er is hier geen vaste hoogte aan gekoppeld, dus is deze een lege, subjectieve term. Gemeentelijke reactie: De term hoogwatervrij is de afgelopen jaren wel degelijk gebruikt door de overheden en andere organisaties als aanduiding voor buitendijks gelegen gebieden die droog blijven bij de hoge waterstanden op de rivier waarop tevens de dijken zijn gedimensioneerd. Hoogwatervrij buitendijks gebied is daarmee slechts een beperkt onderdeel van het totale buitendijkse gebied. Conclusie: De zienswijze leidt niet tot wijzigingen in de definitieve versie van de Omgevingsvisie Zevenaar 2040, omdat de term hoogwatervrij echt anders is dan buitendijks en dat verschil willen we in stand laten in de visie. Reclamant 3: Inwoner gemeente

Deze zienswijze komt voor een groot deel overeen met de zienswijze van reclamant 2. Daar waar deze aanvullend is, wordt hier nog nader op ingegaan. Bahrse Pol Het terrein heeft al een huidige recreatieve functie. Deze huidige functie kan versterkt worden, door potentie van biodiversiteit, klimaatadaptatie en leefbaarheid te benutten. Denk aan het stoppen met mest uitrijden en het landschap te versterken en aantrekkelijker te maken in een parkachtige ontwikkeling met ruimte voor inwoners en toeristen om te sporten, wandelen, bewegen. Suggestie: start voor de ontwikkeling van de Bahrse Pol een gebiedsontwerpproces samen met de inwoners van Lathum, Riverparc en Giesbeek. De opmerkingen en zinsvoorstellen rond de Bahrse Pol sluiten aan bij de 8 ambities en uitwerking daarvan. Gemeentelijke reactie: Voor het Rhederlaag zijn de afgelopen al heel veel gebiedsprocessen gestart en doorlopen. Zo heeft het deel Bahrse Pol ook onderdeel uitgemaakt van het proces om te komen tot een Toekomstvisie Rhederlaag die

Geen aanpassing

door het IGOR (Integraal Gebiedsoverleg Rhederlaag) is opgesteld. In die toekomstvisie is een invulling van de Bahrse pol opgenomen. Het IGOR is een vertegenwoordiging van de verschillende belanghebbenden in het gebied. Opnieuw een gebiedsontwerpproces doorlopen aangezien reclamant het niet eens is met de invulling van dit gebied, vinden we als gemeente niet wenselijk. Hier komt bij dat een nadere invulling van het gebied in de basis door de eigenaar (Leisurelands) opgepakt dan wel ondersteund moet worden. Conclusie: De zienswijze leidt niet tot wijzigingen in de definitieve versie van de Omgevingsvisie Zevenaar 2040.

Geen aanpassing

Windturbines: Op pagina 38 staat de zin: In het open landschap zijn windturbines niet uitgesloten. Lijnopstellingen van windturbines langs wegen of weteringen kunnen onderzocht worden. Dit graag aanvullen met (iets in deze trant): Voor zover in de toekomst sprake is van het ontwikkelen van windturbines, is het is van belang dat dit gebeurt in een integrale gebiedsontwikkeling en met minimaal 50% lokaal eigendom. Hierin komen energie en leefomgeving samen: versterking van landschapskwaliteit, balans in vraag en aanbod van energie, 50% lokaal eigendom en het stimuleren van energiegemeenschappen voor omwonenden en inwoners van nabijgelegen dorpen. Het is van groot belang om het realiseren van lokaal eigendom bij windenergieprojecten en stimuleren van energiegemeenschappen goed in het gemeentebeleid te borgen. De nieuwe omgevingswet biedt hier haakjes voor. Dit mist nu nog in deze structuur-/ omgevingsvisie. Gemeentelijke reactie: Het aspect lokaal eigendom wordt in meerdere zienswijzen naar voren gebracht. Wij zullen in de Omgevingsvisie Zevenaar 2040 het nastreven van lokaal eigendom bij duurzame energie opwek meenemen. Over de concrete uitvoering daarvan, zullen wij nu nog niks kunnen aangeven. Dat is voor het abstractieniveau van deze Omgevingsvisie niet nodig en dit zal nog verder uitgewerkt moeten worden.

We zullen dit meenemen in de wijziging van het beleid “Toets en afwegingskader zon en wind". Conclusie: De tekst van de Omgevingsvisie Zevenaar 2040 zal op het onderdeel Duurzame leefomgeving worden aangepast op het belang van lokaal eigendom bij projecten voor duurzame opwek. De tekst luidt als volgt. “Bij projecten voor grootschalige opwek streven we als gemeente naar lokaal eigendom. Op welke wijze we hieraan uitvoering willen geven, moet nog nader onderzocht worden. Dit zal worden meegenomen in het te wijzigen “Toets –en afwegingskader grootschalige duurzame opwekking (zon en wind)”. Reclamant 4: Bedrijf

ProRail ziet bereikbaarheid per spoor als belangrijke voorwaarde voor ruimtelijke ontwikkelingen die ook een mobiliteitsbehoefte hebben. ProRail wil meedenken bij nieuwbouw van woningen langs het spoor in de nabijheid van stations, de verdichting rond stations en de vrije baan. Dat draagt bij aan de duurzame OVbereikbaarheid in Nederland. Bouwen nabij het spoor is een samenspel met meerdere belangen dat ook

Aanpassing tekst bij hoofdstuk 5.1.4 onder Duurzame leefomgeving

afwegingen noodzakelijk maakt. ProRail wil daarbij graag een aantal aandachtspunten benoemen die in de uitwerking een rol zouden moeten spelen, met als uitgangspunt dat de bedrijfsvoering en eventueel toekomstige uitbreidingen van ProRail niet worden belemmerd. Verder verzoekt ProRail de gemeente om haar actief te betrekken bij het verder ontwikkelen van bouwplannen in de directe nabijheid van de spoorbaan, teneinde in gezamenlijk overleg tot overeenstemming te komen en afspraken te maken alvorens tot uitvoering zal worden overgegaan. Vervolgens verwijst ProRail in haar zienswijze naar verschillende onderzoeken en richtlijnen ten aanzien van de aspecten externe veiligheid, geluid, trillingen, veiligheid van overwegen, het waterpeil en de stabiliteit van de spoorbaan. ProRail vraagt om deze aspecten mee te nemen in de Omgevingsvisie Zevenaar 2040. Omgevingswet en beperkinqenqebiedactiviteiten hoofdspoorweg ProRail wijst op de in de Omgevingswet vastgelegde beperkingengebieden voor hoofdspoorwegen. De beperkingengebieden staan vermeld in artikel 3.5 van het Omgevingsbesluit. Binnen deze beperkingengebieden is voor te verrichten activiteiten op grond van artikel 5.1 lid 2 van de Omgevingswet een vergunning van of een melding aan ProRail vereist. Gemeentelijke reactie: De gemeente Zevenaar heeft kennisgenomen van de aspecten waar in de toekomst rekening mee moeten worden gehouden.

In deze visie wordt een toekomstbeeld neergelegd rondom het spoor. Voor de uitvoering daarvan moeten nog heel veel stappen gezet worden en daarbij zullen we deze aspecten meenemen en over in overleg treden met ProRail. De algehele inzet is een meer robuuste spoorcorridor en optimale benutting van de spoorzone. Over meerdere onderdelen is reeds contact met ProRail. Conclusie: De zienswijze leidt niet tot wijzigingen in de definitieve versie van de Omgevingsvisie Zevenaar 2040, omdat het hier gaat om uitvoeringsaspecten. Wel nemen we dit mee in de uitvoering. Spoorwegdoeleinden ProRail verzoekt de gemeente zorg te dragen dat gronden welke momenteel voorzien zijn van de activiteit Spoorwegdoeleinden of Railverkeer, deze activiteit ook in de toekomst zullen behouden. Ook verzoekt ProRail de gemeente om geen dubbelactiviteiten mogelijk te maken. Gemeentelijke reactie: Het abstractieniveau van de Omgevingsvisie Zevenaar 2040 is niet van dien aard dat met deze visie bestemmingen worden onttrokken of gewijzigd. Daar is het omgevingsplan voor nodig. We geven in de visie alleen het toekomstbeeld voor de spoorzone en benoemen daarbij ook dat er nog een heel proces

Geen aanpassing

daaropvolgend vereist is en dat het gaat om een lange termijn beeld waarbij met alle betrokken partijen de komende tijd gesprekken zullen moeten worden gevoerd en de juiste procedures moeten worden gevolgd. Conclusie: De zienswijze leidt niet tot wijzigingen in de definitieve versie van de Omgevingsvisie Zevenaar 2040.

Geen aanpassing

Percelen ProRail ln de Omgevingsvisie zijn percelen opgenomen die in eigendom zijn van Railinfratrust B.V./ ProRail (verder te noemen “ProRail”). ProRail merkt in dit kader op dat deze percelen zonder nadrukkelijke schriftelijke toestemming van ProRail niet mogen worden gebruikt. Deze percelen zijn door ProRail benodigd ten behoeve van de uitvoering van haar wettelijke taken en voor eventuele toekomstige (uitbreidings-)plannen. Gemeentelijke reactie: zie reactie hierboven. Conclusie: De zienswijze leidt niet tot wijzigingen in de definitieve versie van de Omgevingsvisie Zevenaar 2040.

Geen aanpassing

Onderstations De binnen het plangebied aanwezige onderstations mogen niet komen te vervallen. Deze onderstations zijn cruciaal voor de elektriciteitsvoorziening van de hoofdspoorweginfrastructuur en daarmee voor de berijdbaarheid van het spoor. Tevens verzoekt ProRail de gemeente ervoor zorg te dragen dat de onderstations net als in de huidige situatie te allen tijde bereikbaar zullen zijn voor onderhouds- en hulpdiensten. Gemeentelijke reactie: We nemen hier kennis van. We zijn vooralsnog niets van plan met de bestaande onderstations. Waar relevant zal de inpassing in een nieuwe setting in afstemming gebeuren (bijvoorbeeld de NS-gronden ten oosten van het station). Bij de uitwerking van de plannen in de spoorzones zullen we hier rekening mee houden. Conclusie: De zienswijze leidt niet tot wijzigingen in de definitieve versie van de Omgevingsvisie Zevenaar 2040, omdat het hier gaat om uitvoeringsaspecten. Wel nemen we dit mee in de uitvoering. Overige rail gebonden gebouwen en ondergrondse infra De binnen het plangebied aanwezige rail gebonden gebouwen en ondergrondse infra, deel uitmakende van de hoofdspoorweginfrastructuur, al dan niet gelegen op percelen van ProRail, dienen te allen tijde bereikbaar te zijn en te blijven ten behoeve van het spoorwegbeheer en/of voor hulpdiensten.

Het functioneren van deze voorzieningen mag niet worden beïnvloed door ontwikkelingen in de omgeving.

Geen aanpassing

Gemeentelijke reactie: We nemen hier kennis van en zullen dit meenemen in het verdere proces rondom de spoorzones. Conclusie: De zienswijze leidt niet tot wijzigingen in de definitieve versie van de Omgevingsvisie Zevenaar 2040, omdat het hier gaat om uitvoeringsaspecten. Wel nemen we dit mee in de uitvoering.

Geen aanpassing

Zicht op de stationsentree Doordat de stationsomgeving een ideale plek is om je te vestigen, ziet ProRail de laatste jaren steeds meer verdichting en hoogbouw rond het station. Dit komt de vindbaarheid van een station niet ten goede. Reizigers voelen zich hierdoor onzeker. Ondanks dat er bewegwijzering is, blijkt dat zicht op de hoofdingang de beste manier is om het station te vinden. Zichtlijnen naar het station spelen daar een belangrijke rol in. ProRail wil dat binnen de planontwikkelingen de zichtlijnen geborgd blijven. Gemeentelijke reactie: We zullen hier bij de uitwerking van de plannen voor de spoorzone zo goed mogelijk rekening mee houden. Zevenaar heeft een waardevol groen open entreegebied voor het station en wenst deze kwaliteit te behouden. De inzet is om het station naar de toekomst toe juist tweezijdig te maken, waarmee zichtbaarheid, functionaliteit en gebruik kunnen worden versterkt. Conclusie: De zienswijze leidt niet tot wijzigingen in de definitieve versie van de Omgevingsvisie Zevenaar 2040. Het gaat hier om uitvoeringsaspecten. Wel nemen we dit mee in de uitvoering.

Geen aanpassing

Windbeleving en windhinderrisico's Hoogbouw rond het station heeft invloed op de windbeleving van de reiziger. Wachten met veel wind draagt niet bij aan een positieve stationsbeleving. Reizigers wachten bij voorkeur warm, beschut en comfortabel. Helaas is er echter niet voldoende wachtgelegenheid voor elke reiziger. Daardoor is het van belang dat in de omgeving rekening wordt gehouden met de windbeleving op het perron. Hoogbouw rond het station heeft ook invloed op de windcirculatie/windstromen en kan risico's opleveren voor omliggende bebouwing (zoals schade aan daken/kappen) door veranderende windbelastingen. Hiermee dient rekening te worden gehouden. Gemeentelijke reactie: We nemen kennis van deze zienswijze. We nemen dit mee bij de verdere uitvoering. Conclusie: De zienswijze leidt niet tot wijzigingen in de definitieve versie van de Omgevingsvisie Zevenaar 2040.

Geen aanpassing

Schaduwwerking op zonnepanelen ProRail stelt zich als doel om in 2030 C02 neutraal te opereren. Dat betekent dat veel daken en perronoverkappingen voorzien zijn of worden van zonnepanelen om zo voldoende stroom op te wekken voor verlichting, reisinformatie, liften en roltrappen. ProRail verzoekt u bij het maken van plannen rekening te houden met mogelijke schaduwwerking op de ProRail zonnepanelen en ProRail in contact te treden, zodat voornoemde doelstelling van ProRail voor 2030 haalbaar blijft. Gemeentelijke reactie: We nemen kennis van deze zienswijze en zullen hier in vervolg zo goed mogelijk rekening mee houden. Het is ook zeker niet in het belang van de gemeente om een vorm van duurzame opwek te verstoren. Conclusie: De zienswijze leidt niet tot wijzigingen in de definitieve versie van de Omgevingsvisie Zevenaar 2040, omdat het hier gaat om uitvoeringsaspecten. Wel nemen we dit mee in de uitvoering.

Geen aanpassing

Zonneparkenreflectie in relatie tot hoofdspoorweginfrastructuur Uit een risicoanalyse moet blijken dat zonnepanelen op bijvoorbeeld parkeerplaatsen en/of geluidschermen en/of langs spoorwegen geen negatief effect hebben op de hoofdspoorweginfrastructuur. Dat moet onder meer uit de vereiste EMC (ElektroMagnetische Compatibiliteit) -berekening blijken. Ook voor de weerkaatsing van licht van zonnepanelen dient aangetoond te worden dat aanwezige seinen niet “overstraald” kunnen worden door lichtweerkaatsing door de zonnepanelen. ProRail adviseert de gemeente om deze risico's te laten berekenen en voordat gestart wordt met de realisatie van het zonnepark ProRail te voorzien van de uitkomsten. Gemeentelijke reactie: We nemen kennis van deze zienswijze en zullen dit ter harte nemen. Daarbij zijn wij niet voornemens om zonneparken toe te staan nabij het spoor. Conclusie: De zienswijze leidt niet tot wijzigingen in de definitieve versie van de Omgevingsvisie Zevenaar 2040, omdat het hier gaat om uitvoeringsaspecten. Wel nemen we dit mee in de uitvoering. Reclamant 5: Coöperatie

Met belangstelling hebben wij kennisgenomen van de Omgevingsvisie Zevenaar 2O4O en zien een uitgebreid doordacht document. In het document geeft de gemeente aan de energie van de samenleving te willen gebruiken en initiatieven te toetsen op maatschappelijke waarde. Daar dragen wij graag aan bij.

Geen aanpassing

LokaaI eigendom ln deze Omgevingsvisie ontbreekt echter wat ons betreft een belangrijk punt, namelijk het thema lokaal eigendom bij energieprojecten. Wij bevelen sterk aan om dit punt alsnog in de omgevingsvisie op te nemen. Lokaal eigendom bij energieprojecten is een belangrijk thema. Het is een manier om burgers en bedrijven uit de eigen gemeente te betrekken bij de energieprojecten. De mensen een kans te geven om mee te doen en daardoor ook maatschappelijke acceptatie te vergroten. Energiecoöperaties zijn in Nederland een beproefde manier om met betrokkenen (mét en zonder financieel belang) op een eerlijke en werkbare manier een stem te geven in het realiseren van collectieve doelen. Andere vormen van participatie zijn waardevol, maar wat ons betreft scoren deze onvoldoende. Alleen met coöperatief lokaal (mede-)eigendom is er daadwerkelijk zeggenschap over het wind- of zonnepark, over het proces met de omgeving, de exploitatie en over de geldstromen. Om op lokaal eigendom te kunnen toetsen wanneer initiatieven zich aandienen, moet dit vastgelegd zijn in de beleidsdocumenten zoals de Omgevingsvisie. De Omgevingswet biedt ruimte om in de Omgevingsvisie een beleidskader voor participatie en lokaal eigendom op te nemen. Voor de volledigheid wordt verwezen naar het recent vastgestelde beleid in de gemeente Montferland hierover.

Gemeentelijke reactie: Zoals al eerder aangegeven in de beantwoording van de zienswijze van reclamant 3 zullen wij het lokaal eigendom bij duurzame opwek meenemen. Over de concrete uitvoering daarvan, kunnen wij nu nog niks aangeven. Dat is voor het abstractieniveau van deze omgevingsvisie niet nodig en dit zal nog verder uitgewerkt moeten worden. Dat wij streven naar een vorm van lokaal eigendom wordt opgenomen in de definitieve versie van de Omgevingsvisie Zevenaar 2040. Conclusie: De tekst van de Omgevingsvisie Zevenaar 2040 zal op het onderdeel Duurzame leefomgeving worden aangepast op het belang van lokaal eigendom bij projecten voor duurzame opwek. De tekst luidt als volgt. “Bij projecten voor grootschalige opwek streven we als gemeente naar lokaal eigendom. Op welke wijze we hieraan uitvoering willen geven, moet nog nader onderzocht worden. Dit zal worden meegenomen in het te wijzigen “Toets –en afwegingskader grootschalige duurzame opwekking (zon en wind)”. Windenergie energiemix en zoekgebieden 1. Windenergie is van belang in de energiemix van de toekomst, ook voor het succesvol opzetten van lokale energiegemeenschappen, en alleen haalbaar met windturbines met een hoogte die tot aanzienlijke opbrengsten en haalbare business case leiden.

Daarom is aanpassing van het huidige beleid het "Toetsen afwegingskader Grootschalige duurzame energieopwekking (zon en wind) -Zevenaar" wenselijk, met name in het licht van de aangenomen motie waarin alleen windturbines met een maximale hoogte van 50m worden toegestaan.

Aanpassing tekst bij hoofdstuk 5.1.4 onder Duurzame leefomgeving

2. Zoek ook naar combinatielocaties voor wind- en zonne-energie om bestaande en nieuwe netaansluitingen zo goed mogelijk te benutten en maatschappelijke kosten te beperken. 3. Vergroot het zoekgebied voor windenergie in de buurt van bedrijventerrein lnnofase. Rond bedrijventerrein lnnofase werken wij vanuit Zonnig Duiven met verschillende partijen aan de Smart Energy Hub lnnofase. Voor deze energie hub en de beoogde lokale energiegemeenschap heeft verbinding met een windpark in dit zoekgebied zeer waarschijnlijk grote meerwaarde. 4. Tot stol viel ons op dat op de Bouwsteenkaart leefomgeving het vergunde (nog niet gebouwde) zonnepark Zonnig Duiven ontbreekt. Wellicht is de keuze om alleen bestaande parken te vermelden. In het kader van toekomstige projecten zou het toevoegen van dit project echter informatief zijn. Gemeentelijke reactie: • Ad 1: We gaan de komende tijd aan de slag met een aanpassing van het Toets – en afwegingskader grootschalige duurzame opwekking (zon en wind). Dit is ook aangegeven in de Omgevingsvisie Zevenaar 2040. Aangezien in de visie juist ook op windenergie wordt ingezet, brengt dit ook met zich mee dat de hoogte van 50 meter zal worden losgelaten. Deze hoogtebeperking staat het behalen van de gestelde doelen in de weg. We zullen de tekst in de definitieve versie van de Omgevingsvisie Zevenaar 20240 hierop aanpassen.

• Ad 2: Combinaties van zon en wind worden in de Omgevingsvisie Zevenaar 2040 niet expliciet uitgesloten. Er wordt een bepaalde volgorde aangegeven, maar combinaties zijn mogelijk. • Ad 3: Het zoekgebied is inderdaad te klein ingetekend. Daar zijn we vanuit andere reclamanten ook op gewezen. Het plangebied zal op de bouwsteenkaart Leefomgeving worden aangepast. • Ad 4: Het zonnepark Zonnig Duiven staat inderdaad niet ingetekend. Dit is niet een bewust keuze geweest. We zullen deze alsnog opnemen op de kaart. Conclusie: Deze zienswijze brengt voor de onderdelen 3. en 4. een aanpassing op de bouwsteenkaart Leefomgeving bij de definitieve Omgevingsvisie Zevenaar 2040 met zich mee. Te weten het vergroten van het plangebied voor nieuwe duurzame opwek nabij Innofase en Lathum en het opnemen van het werkelijke aantal windturbines op Duivens grondgebied. Ook zullen we in paragraaf 5.2.4. de tekst aanpassen op de 50 meter hoogte voor winturbines.

Reclamant 6: Bedrijf

Deze zienswijze komt voor een groot deel overeen met de zienswijze van reclamant 5. We zullen de zienswijze hierbij kort herhalen.

Twee aanpassingen op de bouwsteenkaart Leefomgeving en een aanpassing in de tekst onder duurzame leefomgeving.

Dit bedrijf heeft een team van specialisten op het gebied van techniek, wetgeving en duurzaamheid. Met jarenlange ervaring, expertise en toewijding in huis, hebben wij de missie om Nederland naar een schone energievoorziening te helpen. Met respect voor de omgeving en in goede samenwerking met alle betrokkenen. In dit licht willen wij onze waardering uitspreken over de Omgevingsvisie Zevenaar 2040, welke de ambities die Zevenaar heeft ten aanzien van verduurzaming bevat. Wij hebben er met interesse kennis van genomen en zouden daar een aantal dingen over willen opmerken: 1. Aanpassen beleid In het kopje “energietransitie” van het hoofdstuk over de bouwsteen Duurzame Leefomgeving (5.2.4) wordt gesteld dat een herziening van het huidige beleid, het “Toets- en afwegingskader grootschalige duurzame energieopwekking (zon en wind)” van Zevenaar gewenst is. Wij willen benadrukken dat het aanpassen van dit beleid, met name ten aanzien van de aangenomen motie waarin slechts windturbines met een maximale hoogte van 50 m worden toegestaan, inderdaad noodzakelijk is om de ontwikkeling van windenergie passend binnen deze omgevingsvisie Zevenaar 2040 mogelijk te maken. 2. Combinatie windturbines en zonopwek In dezelfde paragraaf wordt aangegeven dat plaatsing van windturbines bij bestaande locaties voorstelbaar is.

Dat zou wat ons betreft voor plaatsing bij bestaande of in ontwikkeling zijnde zonne-akkers ook moeten gelden, zeker nu in de Visie geen ambitie wordt weergegeven voor grootschalig zon anders dan op dak. Zon en wind zijn namelijk complementair aan elkaar wat betreft het opwekprofiel. Door wind en zon goed mogelijk te combineren, kunnen bestaande of nieuwe netaansluitingen zo optimaal mogelijk worden benut. Dit helpt bij het zo efficiënt mogelijk halen van de doelstellingen met een zo klein mogelijke ruimtelijke impact. 3. Zoekzone Lathum Wat ons opvalt is dat dit gebied kleiner lijkt (en dus niet helemaal overeenkomt) met het zoekgebied voor duurzame energie zoals deze in de RES 1.0 is vastgesteld. Daarnaast sluit deze zone ook niet aan op het deel van het zoekgebied voor duurzame energie uit RES 1.0 zoals deze in de gemeente Duiven is vastgesteld, omdat de zoekzone van Zevenaar niet doorloopt tot de grens met de gemeente Duiven. 4. Zonnepark Zonnig Duiven Daarnaast valt op dat wel op de kaart is aangegeven dat er een bestaand windpark nabij de zoekzone ligt, maar niet dat er binnen het zoekgebied (zoals deze is vastgesteld in de RES 1.0 en waar de zoekzone ook onderdeel van is) ook een zonneveld is vergund in de gemeente Duiven. 5.

Meest zuidelijke zoekzone Wat verder opvalt bij de meest zuidelijke zoekzone, is dat daarbij niet wordt aangegeven dat daar zon en wind gecombineerd zouden moeten of kunnen worden. Of in elk geval ontbreekt het betreffende icoontje wat bij de andere zoekzones wel staat. Dat brengt allereerst de vraag met zich mee hoe dit icoontje in het algemeen geduid zou moeten worden. We nemen aan dat het combineren van zon en wind moet worden gezien als een ambitie. Echter het valt niet goed te volgen waarom deze ambitie niet óók voor deze meest zuidelijke zoekzone(s) zou gelden. Wij verzoeken u hier helderheid over te verschaffen.

6. Icoontje zoekzone A12. Tot slot willen we u erop wijzen dat het voor wat betreft de zoekzone langs de A12 een icoontje (hieronder aangeduid met een blauwe pijl) wordt weergegeven welke niet terug te vinden is in de legenda. Verondersteld wordt dat deze een gele kleur zou moeten hebben in plaats van grijs.

Gemeentelijke reactie: • Ad 1: We gaan de komende tijd aan de slag met een aanpassing van het Toets- en afwegingskader grootschalige duurzame opwekking (zon en wind). Dit is ook aangegeven in de Omgevingsvisie Zevenaar 2040. Aangezien in de visie juist ook op windenergie wordt ingezet, betekent dit automatisch dat de hoogte van 50 meter zal worden losgelaten. Het vasthouden aan maximaal 50 meter is niet uitvoerbaar in de praktijk. De doelstelling is erop gericht om de verhouding zon en wind meer in balans te brengen en daar horen ook hogere windturbines bij. • Ad 2: Combinaties van zon en wind worden in de Omgevingsvisie Zevenaar 2040 niet uitgesloten. Er wordt een bepaalde volgorde aangegeven, maar combinaties zijn mogelijk. • Ad 3: Het zoekgebied is inderdaad te klein ingetekend. Daar zijn we vanuit andere reclamanten ook op gewezen. Het plangebied zal op de bouwsteenkaart Leefomgeving worden aangepast. • Ad 4: Het zonnepark Zonnig Duiven staat inderdaad niet ingetekend. Dit is niet een bewust keuze geweest. We zullen deze alsnog opnemen op de kaart. • Ad 5: In de zuidelijke zoekzone nabij de A12 is een onderscheid gemaakt tussen duurzame opwek in brede vorm (geel) enerzijds en een deel waar duurzame opwek mogelijk is met uitzondering van windturbines (gearceerd deel) anderzijds.

Dit is aangepast na een breed gedragen amendement vanuit de gemeenteraad, vanwege het feit dat deze te dicht op de bebouwing ingetekend is. Met de in dit amendement voorgestelde aanpassingen vervalt de mogelijkheid tot het plaatsen van windturbines ter hoogte van Hengelder, maar kan deze ruimte wel ingezet worden voor andere bronnen zoals zonPV. • Ad 6: Het gaat hierbij niet om de zoekzone nabij de A12, maar de zoekzone nabij de reeds bestaande windturbines bij Angerlo. Feit is dat inderdaad de kleur van het icoontje geel moet zijn en niet grijs. Dit zal worden aangepast.

Conclusie: Deze zienswijze brengt voor de onderdelen 3., 4. en 6 een aanpassing op de bouwsteenkaart Leefomgeving bij de definitieve Omgevingsvisie Zevenaar 2040 met zich mee. Te weten het vergroten van het plangebied voor nieuwe duurzame opwek nabij Innofase en Lathum. Het opnemen van het werkelijke aantal windturbines op Duivens grondgebied en een aanpassing van het icoontje bij de zoekzone nabij Angerlo. Reclamant 7: Dorpsraad

1. Beschrijving gebied In de omgevingsvisie Zevenaar 2040 wordt in alinea 7.2.4 het gebied Lathum beschreven. Het gebied Lathum bestaat uit de kern Lathum, (oorspronkelijk Kerkstraat, Koestraat en Bandijk en latere uitbreiding ten westen hiervan), Riverparc, de agrarische zone langs de Bandijk en de gehele Marsweg (incl. de recreatieve parken daaraan). Het is wenselijk voor de bruikbaarheid van de omgevingsvisie dat deze gebiedsafbakening overgenomen wordt c.q. bevestigd wordt in deze notitie. 2. Woningbouw Lathum later Voor de kern Lathum is in samenspraak met de gemeente, binnen het project Lathum Later, ruimte voor circa 30 woningen opgenomen. Een gedifferentieerd programma met nadruk op senioren- en starterswoningen. In de omgevingsvisie is in tegenstelling tot bovenstaande, echter 15 tot 20 woningen benoemd. Graag aanpassen conform gemaakte plannen project Lathum Later. 3. Toekomstige ontwikkelingen Toekomstige ontwikkelingen (bijvoorbeeld het in de omgevingsvisie genoemde grondgebied tussen het dorp en de Lathumse hoek) zouden ook opgenomen moeten worden in deze omgevingsvisie als onderdeel van de kern Lathum inclusief de daarbij behorende (woning-) uitbreidingsplannen. Hier wordt ook aangegeven dat nieuwe ontwikkelingen nadrukkelijk gekoppeld dienen te zijn aan landschapsversterking. Wij nemen aan dat daarbij de historische ontwikkeling van het dorp uitgangspunt is.

Toekomstige ontwikkelingen buiten de kern op Riverparc of de agrarische zone langs de Bandijk zijn niet in de beschrijvingen meegenomen. Deze zijn in onze optiek dan ook niet onderdeel van de in de omgevingsvisie genoemde uitbreidingsplannen en kunnen wellicht separaat benoemd worden. Gemeentelijke reactie: Ad 1.: De kern is in de regel het gebied met de hogere bebouwingsdichtheid, in veel gevallen nagenoeg het bebouwde kom gebied. We beseffen ons dat afhankelijk van criteria (historisch, functioneel, kadastraal etc.) een andere begrenzing van het gebied Lathum kan gelden. Dat de (dorps)kern altijd in samenhang wordt gezien met de omliggende gebieden is evident. Een nadere beschrijving van de gebieden is opgenomen in de Kwaliteitsgids Landschap waar in de omgevingsvisie naar verwezen wordt. Een meer uitgebreide beschrijving in de omgevingsvisie is dan ook niet noodzakelijk. We zullen de tekst hier dan ook niet op aanpassen. De samenhang is voldoende geborgd in ons beleid. Ad 2.: Wat betreft de woningbouw en de plannen van Lathum Later, merken we het volgende op. Door deze zienswijze zijn wij erop gewezen dat we voor de kern Lathum in de ontwerpversie van de Omgevingsvisie

Drie aanpassingen op de bouwsteenkaart Leefomgeving.

Zevenaar 2040 specifiek aantallen woningen op hebben genomen. Dit is echter gelet op het abstractieniveau van de omgevingvisie niet wenselijk. We willen in de omgevingsvisie per kern aangeven waar nog geschikte locaties zijn voor woningbouw, passend bij de kern. Om hoeveel woningen het daarbij gaat is minder relevant en onnodig beperkend. We kiezen er dus voor om net als bij de andere kernen geen aantallen op te nemen en wel te verwijzen naar plannen die er zijn zoals Lathum Later. Exacte woningaantallen worden bepaald op basis van nadere planuitwerking. Ad 3.: Ten aanzien van de toekomstige ontwikkelingen, merken we op dat de bouwsteenkaart Wonen per definitie niet alle mogelijk denkbare locaties voor woningbouw bevat. De plekken waar reeds bekende initiatieven spelen die kansrijk geacht worden staan erop. Mogelijke verdere uitbreiding kan, mede op basis van lokale behoefte en in brede zin een goede ruimtelijke inpassing, nog altijd overwogen worden. Voor nu is ervoor gekozen de gronden aan de oostzijde van Lathum niet specifiek aan te duiden voor verdere groei. Conclusie: De zienswijze leidt tot een wijziging in de definitieve versie van de Omgevingsvisie Zevenaar 2040, in die zin dat we het aantal woningen niet opnemen in de tekst in hoofdstuk 7 (Deelgebied Dorpen IJsselzone). De tekst onder Bouwsteen Wonen en onder het kopje Lathum wordt aangepast.

Van: Daarnaast is er behoefte aan 15 tot 20 woningen. Naar: Daarnaast is er behoefte aan woningen. Reclamant 8/9: Meerdere inwoners gemeente

Mogelijkheden verblijfsrecreatie in de Driedorpenpolder Op basis van de tekst op pagina 26 concluderen wij dat met de komst van recreatiepark Carvium Novum er geen verdere mogelijkheden zijn voor een niet kleinschalig recreatiepark op het Gelders Eiland. Tegelijkertijd staat op pagina 51 dat er 'voornamelijk' ruimte is voor kleinschalige Initiatieven. Kunt u daar meer duidelijkheid over verschaffen? ln de omgevingsvisie staat op pagina 4 dat de definitie van kleinschalig/grootschalig dient te worden vertaald als de impact (invloed) die een ontwikkeling heeft op de omgeving en zijn inwoners, economie en infrastructuur. Dit is erg ruim gedefinieerd en er is geen richtlijn bekend waaraan deze aspecten getoetst kunnen worden wanneer het gaat om verblijfsrecreatie. Dit veroorzaakt veel onduidelijkheid. Ontwikkelaar(s) zien kansen om op grotere schaal recreatieplannen te ontwikkelen op het Gelders Eiland, zoals blijkt uit de recente ontwikkelingen rondom een initiatief en informatiebijeenkomst voor een recreatiepark in de Driedorpenpolder. Dit heeft bij omwonenden en betrokkenen tot onrust en onzekerheid geleid.

De ontstane situatie heeft specifiek aanleiding gegeven tot de behoefte voor verduidelijking van de omgevingsvisie ten aanzien van de mogelijkheden voor verblijfsrecreatieverblijfsrecreatie in relatie tot specifieke kenmerken van het gebied, kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen. De Driedorpenpolder is een gebied met een aantal bijzondere kenmerken, gelegen in het door de provincie Gelderland aangemerkte deelgebied, Rijnstrangen Gelders Eiland. Rust en ruimte in de luwte van doorgaande

Aanpassing tekst in hoofdstuk 7. Doorhalen 15 tot 20

infrastructuur. Het gebied ligt op relatief grote afstand van doorgaande infrastructuur. De kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen van het gebied hebben voor een belangrijk deel betrekking op belevingsaspecten zoals: openheid, rust, stilte, donkerte. Deze belevingsaspecten zijn onvervangbaar. Uitgaande van de kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen van het gebied zien wij geen mogelijkheden voor grotere verblijfsrecreatie in de Driedorpenpolder. Dit sluit in beginsel aan op uw omgevingsvisie, maar zoals eerder aangegeven zorgen de teksten op pagina 26 en 51 voor verwarring. ln de omgevingsvisie maar ook de streekgids en andere informatie van de provincie worden wel mogelijkheden voor kleinschalige recreatie genoemd. Er bestaan ook al voorbeelden van succesvolle, verblijfsaccommodaties in de omgeving van de Driedorpenpolder die wellicht als kleinschalig te kwalificeren zijn. Inwoners van het Gelders Eiland en omwonenden van de Driedorpenpolder hebben de volgende vragen: 1. Wat mogen wij als kleinschalig bezien? 2. Welke vorm(en) van verblijfsrecreatie is (zijn) verenigbaar met de specifieke kenmerken van de Driedorpenpolder en van toepassing zijnde kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen? Gemeentelijke reactie We begrijpen dat de pagina's 26 en 51 van de ontwerpversie van de Omgevingsvisie Zevenaar 2040 elkaar zouden kunnen tegenspreken.

Bij de behandeling van de ontwerpversie van de omgevingsvisie is dit onderwerp ook aan bod gekomen en hebben we dit willen oplossen met de toevoeging op pagina 4, omdat het abstractieniveau van de omgevingsvisie zich er niet voor leent om zo concreet op de uitvoering in te gaan. We zullen de definitieve versie van de Omgevingsvisie Zevenaar 2040 geen aantallen en verdere definities van grootschalig en kleinschalig opnemen, want dat is te uitvoeringsgericht. We willen elk initiatief op zichzelf beoordelen en hoe het zich verhoudt tot de omgeving en de belevingsaspecten van de omgeving zoals reclamant dat zo mooi stelt. Een aantal noemen doet geen recht aan deze afweging. Wel zullen we de betreffende pagina die specifiek gaat over verblijfsrecreatie in het Gelders Eiland hierop aanpassen. Naast Carvium Novum, een al vergund initiatief, is er geen ruimte in het gebied voor grootschalige verblijfsrecreatie. Dat zullen wij als zodanig opnemen. Er staat nu: We zien hier voornamelijk ruimte voor initiatieven van kleinschalige aard. Voor een enkel grootschaliger initiatief zien wij daarnaast ook mogelijkheden. Afhankelijk van de locatie dient verkend te worden wat de mogelijkheden zijn. Dat wordt: We zien hier uitsluitend ruimte voor initiatieven van kleinschalige aard. Voor meer grootschalige initiatieven zien wij geen mogelijkheden.

Afhankelijk van de locatie dient verkend te worden wat de mogelijkheden zijn. Conclusie: In de definitieve versie van de Omgevingsvisie Zevenaar 2040 zullen we de tekst over verblijfsrecreatie in het Gelders Eiland (Hoofdstuk 12: deelgebied Dorpen Gelders Eiland) aanpassen, conform de zin zoals hierboven wordt voorgesteld. Zo komen we in voldoende mate tegemoet aan de zienswijze van reclamant.

Aanpassing in tekst over verblijfsrecreatie in Hoofdstuk 12 (deelgebied

Dorpen Gelders Eiland) Reclamant 10: Inwoner

Wonen, Leefomgeving en Economie: ln het landelijke dorp Oud-Zevenaar zijn de hoofd- en toegangswegen van oorsprong al in de vorm van lintbebouwing aanwezig. In de voorliggende structuurvisie is het landschappelijke gebied ten oosten van de Dijkweg over de volle diepte tot de afrit van de aangelegen brug en de grens van bestaande woningen weergegeven, kortom de compleet huidig in gebruik zijnde gronden. Reclamant geeft het volgende aan: 1. Indien toekomstig gewenst dan wel noodzakelijk, de noordelijke plek zo klein mogelijk te ontwikkelen, zodat de landschappelijke uitstraling zo maximaal mogelijk aanwezig zal blijven. De plek zoals nu weergegeven lijkt qua grootte dan ook allesbehalve realistisch. Tijdens de inloopavond op 5 maart 2024 is nadrukkelijk weergegeven dat de woningbouw Oud-Zevenaar dorps moet blijven met veel groen. Ook na 2030 niet grootschalig bouwen. Uitbreiding tot 50 woningen. 2. De overige kleine initiatieven in Oud-Zevenaar zoals transformatie van de kerk en agrarische erven Leemkuyl en Ooysedijk dienen beiden op behoorlijke afstand van het dijkprofiel te worden ontwikkeld en landschappelijk met veel groen te worden ingepast. 3. Het al decennia openliggende terrein van de Tichel dient door Baston Wonen mede door positieve invloed van de gemeente Zevenaar z.s.m. voorzien te worden van passende woningbouw. Gemeentelijke reactie: • Ad 1.

en 2: In de ontwerpversie van de Omgevingsvisie Zevenaar 2040 zijn de te bebouwen locaties voor woningbouw in Oud Zevenaar opgenomen. Het gaat hier slechts om het benoemen van de locaties. Waar reclamant op ingaat is de uitvoering van deze projecten. De omgevingsvisie is niet zo uitvoeringsgericht dat hier nader op wordt ingegaan. De aspecten die reclamant benoemt zullen bij een nadere uitwerking in de vorm van het omgevingsplan en/of een omgevingsvergunning aan bod komen. Daar is de omgevingsvisie niet het instrument voor. Daarbij staat ook expliciet het volgende in de omgevingsvisie Zevenaar 2040: Tijdens de participatie kwam naar voren dat er behoefte is aan levensloopbestendige appartementen kleiner dan 100 vierkante meter of rond de 100 vierkante meter (ook voor jongeren). Geen huurwoningen. Ook is aangegeven dat de uitbreiding woningbouw Oud Zevenaar dorps moet blijven. Ook na 2030 niet grootschalig bouwen. Bij de verdere uitwerking van deze locaties hebben we oog voor deze zienswijze en zullen we de omwonenden hierbij (blijven) betrekken. • Ad 3: Als gemeente wensen we eveneens een goede invulling van de gronden van de Tichel die zich goed verhoudt tot het beschermd dorpsgezicht rondom de kerk. Via afspraken met de corporatie proberen we samen hiertoe te komen. Het initiatief voor verdere stappen zal echter bij de grondeigenaar vandaan moeten komen.

Deze zienswijze nemen wij verder ter kennisgeving aan, in afwachting van een vervolg. Conclusie: De zienswijze leidt niet tot wijzigingen in de definitieve versie van de Omgevingsvisie Zevenaar 2040, omdat het hier gaat om uitvoeringsaspecten. Wel nemen we dit mee in de uitvoering.

Geen aanpassing

Windturbines langs de Rijn Windturbines, respectievelijk grote windmolens dienen, indien nodig, langs de Rijn i.p.v. in de zoekgebieden dan wel naast de A12 gepositioneerd te worden. Op die posities komen de hoge turbines minder storend over vanwege de grotere afstanden ervan tot de bebouwde omgeving. Gemeentelijke reactie: Wat betreft windturbines langs de Rijn het volgende. We hebben een zorgvuldig participatieproces doorlopen over onder andere duurzame opwek. Vanuit deze participatie met onze inwoners en andere belanghebbenden is het plaatsen van windturbines langs de Rijn niet als kansrijk naar voren gekomen. Dit ook mede gelet op de belemmeringen vanuit landelijke regelgeving. We nemen deze mogelijkheid langs de Rijn dan ook niet op in de definitieve versie. We houden vast aan de huidige zoekzones. Conclusie: De zienswijze leidt niet tot wijzigingen in de definitieve versie van de Omgevingsvisie Zevenaar 2040. Reclamant 11: Dorpsraad

Oud Zevenaar ln september 2022 startte dit dorpsnetwerk een proces om, in interactie met een brede groep en verenigingen en met begeleiding van Leefbaarheidsalliantie te komen tot een dorpstoekomstplan met als doel het versterken van de leefbaarheid van Oud-Zevenaar. Een breed gedragen toekomstplan is voorjaar 2023 gepresenteerd en geeft richting aan en inzicht in de kansen op 13 thema's en is een onderlegger om met elkaar in gesprek te gaan om samen het dorp toekomstbestendig te maken. Er zijn 4 specifieke onderwerpen uit het dorpstoekomstplan benoemd. Met deze zienwijze willen de vertegenwoordigers van het Dorpsnetwerk InOudZevenaar, hun waardering uitspreken voor de ontwerpversie van de Omgevingsvisie Zevenaar 2040. Ze constateren dat er sterke overeenkomsten zijn tussen deze visie en het Dorpstoekomstplan Oud-Zevenaar, wat bijdraagt aan een gezamenlijke koers voor de toekomst van het dorp en de gemeente als geheel. In deze zienswijze wordt gewezen op onderdelen vanuit het dorpstoekomstplan die door de omgevingsvisie verstrekt worden. In de zienswijze wordt er ook op gewezen dat er punten zijn waar het dorpsplatform een andere kijk op heeft en/of nadere informatie over willen delen. Deze aandachtspunten en mogelijke controverses worden hieronder benoemd en daar wordt nader op ingegaan in de gemeentelijke reactie. Aandachtspunten en controverses: 1.

Spoorwegovergang Kerkstraat Zevenaar Het openhouden van minimaal een gelijkvloerse fiets en wandel verbinding ter hoogte van de Kerkstraat in Zevenaar is een absolute must. 2. Zoeklocatie nieuwbouw tussen Dijkweg en Babberichseweg gronden

Geen aanpassing

In het dorpstoekomstplan van Oud Zevenaar is nadrukkelijk aangegeven dat het aantal te bouwen woningen in Oud Zevenaar beperkt blijft en passend is bij het dorpse karakter, zogenaamde kleine initiatieven. We benadrukken de opgenomen zinssnede: Ook na 2030 niet grootschalig bouwen. 3. Groene ring rondom Oud Zevenaar: en kaart bouwstenen wonen. ln navolging op de zoeklocaties voor woningbouw en mogelijke ongelijkvloerse spoorkruisingen benadrukken we het behoud van het dorpskarakter van Oud Zevenaar. Dat betekent ook dat er een overgangszone is tussen stad Zevenaar en haar wijken en het dorp Oud Zevenaar. Concreet vertaalt zich dit in het beeld waarin geen aaneengesloten bebouwing en geen grote infrastructurele objecten passen, maar waar ruimte is voor groen, ecologische verbinding en kleinschalige fiets en wandelverbindingen: een groene zone. 4. Extensivering van de landbouw Landbouw in dit gebied is mede gericht op het versterken van de natuur en landschapswaarden. Transformatie naar agrarisch natuurbeheer en kringlooplandbouw zijn hier passend. Verdere schaalvergroting van landbouwbedrijven is ongewenst, evenals de vestiging van nieuwe bedrijven. Als dorpsnetwerk ondersteunen we de overgang naar meer natuurinclusieve landbouw. In de praktijk zien we echter ook een keerzijde. Door de extensivering zijn een aantal boerenbedrijven gestopt.

De vrijgevallen opstallen worden nu ingevuld met andere functies in de agrarische periferie. De vrijgekomen gronden van deze bedrijven zijn nu in gebruik door agrariërs van elders. De nog zittende agrarische bedrijven wijken door extensivering niet naar percelen in de omgeving waar nog wel intensieve landbouw mogelijk is om een rendabele bedrijfsvoering mogelijk te maken. Het gevolg is dat er een forse toename is van agrarisch logistieke bewegingen in en om Oud Zevenaar, met veelal groter materieel (deels door loonwerkers). Dit is niet passend op de kleine wegen en dijken en de karakteristiek dorpskern. Het is wenselijk om in de omgevingsvisie een onderzoek naar passende ontsluiting van landbouwverkeer richting de hoofdwegen op te nemen. 5. Autoluw maken van de dijken Er liggen kansen om dijken fietsvriendelijker in te richten zoals het aanpassen van de Oud Zevenaarsedijk vanaf de Oliemolen zodat het fietsverkeer prevaleert boven de auto. We onderschrijven deze ontwikkeling zeker als dat de veiligheid ten goede komt. Tegelijkertijd benadrukken we de tegenstrijdige ontwikkeling in het genoemde punt bij de extensivering van de landbouw en de daaruit voortvloeiende veranderde logistiek. Het is wenselijk om in de omgevingsvisie een onderzoek naar passende ontsluiting richting de hoofdwegen op te nemen.

Dit is een belangrijk uitgangspunt om deze gewenste doelstelling "Dijken Fietsvriendelijker” te kunnen realiseren. Gemeentelijke reactie: • Ad 1.: Wat betreft de overweg Kerkstraat en het station, zetten we als gemeente in op het versterken van de herkenbaarheid van het station en het toegankelijk maken voor beide zijden van de spoorzone. Hierbij horen ook goede ongelijkvloerse verbindingen tussen beide zijden van het spoor. Ter hoogte van de Kerkstraat en het station wordt ingezet op een fiets- en voetgangersverbinding over het spoor om zo de noordzijde van het station te verbinden met de zuidzijde. Aan dit belang van een goede bereikbaarheid

•

•

•

•

wordt veel waarde gehecht. Ook blijft er een gelijkvloerse spooroverweg bij Molenstraat. Goede en veilige verbindingen tussen de gebieden ten noorden en ten zuiden van het spoor worden met de bouw van extra woningen en een toename van verkeer nog noodzakelijker. Ad 2.: Als we in dit deel mee willen werken aan woningbouw, zetten we in op een goede verhouding tussen stad en landschap. We willen passend bij het dorpse karakter uitbreiden met respect voor de aanwezige bijzondere elementen zoals de situering van de kerk (beschermd dorpsgezicht). In de Omgevingsvisie blijven we bewust weg bij het al noemen van concrete woningaantallen voor nog zeer prille bouwmogelijkheden. Ad 3.: Deze wens voor een groene zone wordt ook benoemd in de omgevingsvisie. We zien mogelijkheden voor woningbouw, maar juist ook in combinatie met het versterken van een groene zone in de vorm van een stads-/landschapspark. De uitsnede van de bouwsteenkaart Leefomgeving (behorende bij de omgevingsvisie Zevenaar 2040) laat dit ook duidelijk zien, net als de relatie met het bestaande natura 2000 gebied. Op meerdere plaatsen binnen de gemeentegrenzen worden groenzones nadrukkelijk ingezet als buffer tussen oprukkende bebouwing. Ook in Oud Zevenaar is de waarde van omliggend groen belangrijk om het beeld van een ‘eigen’ kern overeind te houden.

Ad 4.: We hebben in de omgevingsvisie opgenomen dat we geen mogelijkheden zien voor nieuwvestiging van agrariërs. Bestaande agrariërs mogen blijven (bij uitbreiding meer extensief) en bij stoppende agrariërs kan er gebruik worden gemaakt van het Vab-beleid (gemeentelijk beleid Vrijkomende agrarische bebouwing). Zoals aangegeven wordt dit beleid op korte termijn herzien en zullen we beogen om dit beleid zoveel mogelijk op maat te maken zodat per deelgebied van de gemeente een functieverandering kan plaatsvinden die passend is bij het gebied. Veranderend gebruik van de (land)wegen in het buitengebied, inclusief de dijkverbindingen, is als aandachtspunt in algemene zin te benoemen en voor nadere uitwerking op zijn plek in de aanstaande mobiliteitsvisie van de gemeente Zevenaar. Deze opmerking zullen we om die reden dan ook doorzetten. Ad 5.: We nemen dit mee in het lopende mobiliteitsonderzoek binnen de gemeente.

Conclusie:

Geen aanpassing

De zienswijze leidt niet tot wijzigingen in de definitieve versie van de Omgevingsvisie Zevenaar 2040. Wel worden bepaalde elementen uit deze zienswijze meegenomen in nog op te stellen/ vernieuwd uitvoeringsbeleid ten aanzien van Vrijkomende agrarische bebouwing (Vab) en ten aanzien van mobiliteit. Reclamant 12: Organisatie

Specifiek voor 't Broek merken we op dat we te maken hebben met twee gemeenten. We zien de noodzaak tot een goede afstemming van het te formuleren beleid. Zeker nu aan de Duivense kant een gebiedsvisie in de maak schijnt te zijn. Graag participeren we in de toekomst mee aan de voorzijde van het proces. 1. Onvoldoende ruimte voor bedrijfsontwikkeling Het betreurt LTO Noord afdeling De Liemers Montferland dat in de omgevingsvisie geen ruimte voor innovatie en uitbreiding is opgenomen. Hierdoor sluit de gemeente deze bedrijven uit en wordt innovatie niet omarmd. Dit belemmert het ontwikkelperspectief van deze bedrijven. Daarnaast is dit strijdig met de Kadernota Agrifood van de Provincie Gelderland, welke wel ruimte biedt voor bedrijfsontwikkeling en innovatie. Door de ontwikkelruimte te beperken, is het niet mogelijk voor de agrarische sector in de gemeente om zich te onderscheiden in haar marktpositie en wordt haar bestaansrecht beschadigd. Dit brengt in de toekomst een leegloop van het landelijk gebied met zich mee, met alle maatschappelijk nadelige gevolgen van dien. 2. Groenblauwe opgave niet alleen voor agrarische sector Het stemt ondergetekende en haar leden negatief dat de opgave voor groenblauwe ontwikkeling volledig wordt opgelegd aan de agrarische sector, zonder dat daar wat tegenover staat.

Wanneer het de maatschappelijke wens is dat er meer groenblauwe ontwikkeling wordt gerealiseerd, moet dit ook een maatschappelijke opgave zijn en niet enkel van de agrarische sector. Daarnaast zorgt een toename van het groenblauwe netwerk voor een afname in beschikbaar landbouwareaal. Dit maakt het nog moeilijker om te voldoen aan de gemeentelijke ambitie voor extensieve landbouw. 3. Terughoudendheid geboden met kaarten LTO Noord afdeling De Liemers Montferland verzoekt de gemeente zorgvuldig te zijn met het publiceren en gebruiken van kaarten. Het verleden heeft ons geleerd dat voorbarig gebruik en publicatie van kaarten een eigen leven kan gaan leiden en veel onrust met zich meebrengt. Wellicht is het mogelijk een amendement in te dienen om kaarten weg te houden uit de omgevingsvisie of kaarten te publiceren met minder details. Daarnaast is het essentieel om een disclaimer hierin op te nemen. Kaarten die gepubliceerd worden, hebben directe gevolgen voor alle bedrijven die het betreft. Afnemers en financierders zien deze publicaties ook en zij acteren hier direct op om zelf geen risico te lopen. Dit is nadelig voor de bedrijfsvoeringen in de regio. Ondernemers komen hierdoor in de knel. Wij verwachten van de Gemeente Zevenaar dat zij haar beleid onderwerpt aan een zorgvuldige belangenafweging met inhoudelijke kennis en praktisch besef.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zevenaar&id=85d30900-1ada-4220-9a88-ad6c79aaf7fa