Bijlage 2. 1254283 - TAM-omgevingsplan Hoogeweg Pannerden - toelichting en regels
Tekst van het document
9.5.2 Parkeren voor de voorgevel Parkeren voor de voorgevel van een woning is niet toegestaan.
78
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Hoogeweg Pannerden
Hoofdstuk 3 Artikel 10
Algemene regels Algemene bouwregels
Indien de bestaande maatvoering afwijkt van hetgeen in deze planregels is bepaald mag deze afwijkende maatvoering te allen tijde worden gehandhaafd en/of vernieuwd, met dien verstande dat de afwijking niet mag worden vergroot.
Artikel 11
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 12
Overige regels
12.1 Parkeren rest bebouwde kom 12.1.1 Parkeernormen a. Een omgevingsvergunning voor het bouwen en/of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit kan pas worden verleend als is verzekerd dat op eigen terrein wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor motorvoertuigen. Hierbij gelden de normen als opgenomen in de onderstaande tabel: Functie Koop, vrijstaand Koop, twee-onder-een-kap Koop, tussen/hoek Koop, etage, duur Koop, etage, midden Koop, etage, goedkoop Kleine grondgebonden woning, < 65 m2 gebruiksoppervlakte Huurhuis, vrije sector Huurhuis, sociale huur Huur, etage, duur Huur, etage, midden/goedkoop Kamerverhuur, zelfstandig (niet-studenten) Kamerverhuur, niet-zelfstandig, studenten Aanleunwoning en serviceflat b.
c.
Per woning woning woning woning woning woning woning
Rest bebouwde kom 2,2 2,1 1,9 2,0 1,8 1,6 1,6
woning woning woning woning kamer kamer kamer
1,9 1,6 1,8 1,4 0,7 0,25 1,1
de onder a bedoelde parkeerplaatsen voor motorvoertuigen dienen te voldoen aan de volgende maatvoering: 1. in geval van kops parkeren 2,5 x 5 m en in geval van langsparkeren 2 x 6 m; 2. in geval van een gereserveerde parkeerruimte voor een gehandicapte, voor zover die ruimte niet in de lengterichting aan een trottoir grenst, ten minste 3,5 x 6 m. de onder a bedoelde parkeerplaatsen dienen in stand te worden gehouden; d. in afwijking van het gestelde onder a, is het niet noodzakelijk om de parkeerbehoefte op eigen terrein te voorzien, indien is aangetoond dat een omgevingsvergunning voor het bouwen en / of een omgevingsvergunning voor een wijziging van het gebruik resulteert in een lagere parkeerbehoefte dan het voorgaande legale gebruik.
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Hoogeweg Pannerden
79
12.1.2 Laden en lossen a. Indien de functie van een bouwwerk of een terrein aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen met bijbehorende voorzieningen, moet, bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen en/of een omgevingsvergunning voor een wijziging van het gebruik, zijn verzekerd dat op eigen terrein wordt voorzien in voldoende ruimte voor het laden en lossen met bijbehorende voorzieningen; b. de onder a bedoelde ruimte voor het laden en lossen dient in stand te worden gehouden. 12.1.3 Afwijken van de parkeerregels Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in sublid 12.1.1 en 12.1.2 indien: a. het voldoen aan die bepalingen gezien het gebruik en/of het bouwplan van het betreffende plangebied, mede gezien de omgeving, niet noodzakelijk is en/of op overwegende bezwaren stuit, en/of; b. op andere wijze in de nodige parkeerruimte wordt voorzien; en c. de ruimtelijke kwaliteit gewaarborgd blijft. 12.1.4 Maatwerkvoorschriften a.
Burgemeester en wethouders kunnen maatwerkvoorschriften stellen aanvullend aan het bepaalde in sublid 12.1.1 en 12.1.2 ten behoeve van het verhogen van de parkeernormen en / of het aanleggen van voorzieningen voor het laden en lossen indien dat nodig is gelet op het gebruik en / of het bouwplan waarbij het (functioneren van) de omgeving mede betrokken wordt. Het besluit tot het stellen van maatwerkvoorschriften moet worden voorzien van een motivering waaruit in ieder geval blijkt dat het maatwerkvoorschrift noodzakelijk is in verband met de ruimtelijke kwaliteit en / of de verkeersveiligheid en / of de verkeerssituatie en / of gebruiksmogelijkheden op aangrenzende gronden. b. Een maatwerkvoorschrift kan tevens gesteld worden bij die (bouw)plannen waarvan de functie niet genoemd wordt in de tabel in sublid 12.1.1.
80
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Hoogeweg Pannerden
Hoofdstuk 4 Artikel 13
Overgangsregels Overgangsrecht
13.1 Overgangsrecht bouwwerken 13.1.1 Algemeen Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van dit plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 13.1.2 Afwijken bij omgevingsvergunning Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in 13.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in 13.1.1 met maximaal 10 %. 13.1.3 Uitzondering Het bepaalde in 13.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel, maar zijn gebouwd zonder omgevingsvergunning en in strijd zijn met het omgevingsplan zoals dat gold voor inwerkingtreding van dit plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen in het omgevingsplan. 13.1.4 Geldingstermijn Het overgangsrecht voor bouwwerken zoals bedoeld in lid 13.1 heeft een geldingstermijn van 10 jaar vanaf de dag van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan.
13.2 Overgangsrecht gebruik 13.2.1 Algemeen Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 13.2.2 Strijdig gebruik Het is verboden het met dit plan strijdige gebruik, bedoeld in 13.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dit hoofdstuk strijdige gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 13.2.3 Onderbroken gebruik Indien het gebruik, bedoeld in 13.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 13.2.4 Uitzondering Het bepaalde in 13.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het omgevingsplan voor inwerkingtreding van dit artikel, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van het omgevingsplan.
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Hoogeweg Pannerden
81
13.2.5 Geldingstermijn Het overgangsrecht voor bouwwerken zoals bedoeld in lid 13.2 heeft een geldingstermijn van 10 jaar vanaf de dag van inwerkingtreding van dit TAM-omgevingsplan.
82
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Hoogeweg Pannerden
Bijlagen bij de regels
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Hoogeweg Pannerden
83
84
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Hoogeweg Pannerden
Bijlage 1
Staat van Bedrijfsactiviteiten
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Hoogeweg Pannerden
85
86
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Hoogeweg Pannerden
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a Hoogeweg Pannerden
87