CConstaterende datZevenaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. 1210381 Bijlagen bij exploitatieplan BusinessPark 7Poort fase II

Raadsvergaderingen 2022-2026 26 juni 2024, gemeente ZevenaarBij agendapunt: Z/23/458591 Gewijzigd vaststellen exploitatieplan en bestemmingsplan BusinessPark 7Poort fase II en het openen van de grondexploitatie BusinessPark 7Poort fase II31.708 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

nog bedrijfsbebouwing duidelijk waarneembaar is, betreft dit geregisseerde punten waar in het beeldkwaliteitsplan aanvullende eisen aan de uitstraling worden gesteld. Overigens is in het ambtelijk vooroverleg het voorstel gedaan om de buurgemeente te betrekken bij de nadere uitwerking van het inrichtingsplan. Dit voorstel staat nog steeds. Bouwhoogte noordzijde plangebied De bouwhoogte aan de noordzijde van het plangebied wordt verlaagd van 20 meter naar 16 meter. Wel wordt er een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid opgenomen om een hogere bouwhoogte mogelijk te maken tot 18 meter in deze zone. Deze komt er als volgt uit te zien: Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.2.1 ten behoeve van het bouwen van bedrijfsgebouwen met een hogere bouwhoogte, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding – hogere bouwhoogte’, met dien verstande dat: - de bouwhoogte maximaal 18 meter bedraagt; - de aard of het type bedrijf daartoe noodzaakt; - niet leidt tot onevenredige hinder voor omliggende bedrijven; - het niet op stedenbouwkundige bezwaren stuit. Conclusie: De ingediende zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Regels: - In de regels wordt onder 3.6 Strijdig gebruik het volgende opgenomen: Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van de gronden en bouwwerken ten behoeve van Bedrijventerrein als bedoeld in artikel 3 zonder de aanleg en instandhouding van een ‘Wal Masqué’ binnen 48 maanden na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan, waarbij geldt dat: - De hoogte van een Wal Masqué niet meer mag bedragen dan 10 meter. -

Er wordt een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid opgenomen in de regels. Deze luidt als volgt: Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.2.1 sub d ten behoeve van het bouwen van bedrijfsgebouwen met een hogere bouwhoogte, uitsluitend ter plaatse van de

aanduiding 'specifieke bouwaanduiding – hogere bouwhoogte’, met dien verstande dat: - de bouwhoogte maximaal 18 meter bedraagt; - de aard of het type bedrijf daartoe noodzaakt; - niet leidt tot onevenredige hinder voor omliggende bedrijven; - het niet op stedenbouwkundige bezwaren stuit. -

In de begripsbepaling een definitie opnemen voor ‘Wal Masqué’; Een door de gemeente Zevenaar aan te leggen aarden wal (grondlichaam) als landschappelijk element bedoeld om het aanzicht van het bedrijventerrein vanaf de snelweg A12 te verbeteren.

Verbeelding: - 'maximum bouwhoogte (m)' naar de noordzijde van het plangebied wordt van 20 meter verlaagd naar 16 meter; - Er wordt een specifieke aanduiding – hogere bouwhoogte op de verbeelding opgelegd. Conclusie: De zienswijze wordt gegrond verklaard. De zienswijze leidt tot aanpassingen van het bestemmingsplan.

2.2 Zienswijze 2 Reclamant (1195255) Samenvatting Reclamant geeft aan door verschillende ontwikkelingen in de toekomst te worden ingebouwd. Aan de zuidkant van de woning zal de snelweg A12 worden verbreed en de afrit naar A18 worden vergroot. Aan de oostzijde ligt Transito en aan de zuidwestzijde ligt de Betuwelijn waar ook toekomstige plannen voor zijn. Door aan de westzijde 7Poort fase II te gaan ontwikkelen wordt de bedrijfsvoering, het woonplezier en het landelijk wonen aantast. Het woongenot zal hierdoor dalen.

Beantwoording gemeente Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. In deze zienswijzennota worden de belangen van reclamant gewogen. Bij de vaststelling van het bestemmingsplan zal de raad kennisnemen van de belangen van reclamant en hier een afweging in maken. Als laatste wordt in het algemeen opgemerkt dat niemand recht heeft op vrij uitzicht. Dit blijkt ook uit jurisprudentie: ECLI:NL:RVS:2021:2512. Bedrijfsvoering, landelijk wonen en woongenot Reclamant geeft aan dat dit bestemmingsplan leidt tot nadelige gevolgen voor zijn/haar bedrijfsvoering aantasting van het woonplezier in het landelijk gebied met daardoor een daling van het woongenot. Er is in het plangebied een maximale bouwhoogte van 16 meter toegestaan op een afstand van circa 900 meter van het woonhuis van reclamant. In het ontwerp bestemmingsplan was dit 20 meter maar dit wordt verlaagd naar 16 meter. Hoewel de realisatie van het bedrijventerrein BusinessPark 7Poort fase II enige gevolgen zou kunnen hebben voor de uitzicht van reclamant vanaf zijn/haar erf, kent de gemeente Zevenaar een groter gewicht toe aan de belangen die gediend zijn met de aanleg van fase II van het bedrijventerrein BusinessPark 7Poort.

Deze ontwikkeling is goed voor de economische ontwikkeling en werkgelegenheid, daarbij hecht de gemeente een groot belang aan het creëren van een goed vestiging- en handelsklimaat voor ondernemers/bedrijven door ruimte te bieden voor ondernemers/bedrijven om te kunnen vestigen samen met andere bedrijven. Ook leidt een nieuw bedrijventerrein tot meer banen in onze gemeente. Lokale economie is van toegevoegde waarde voor de brede welvaart. Het zorgt ervoor dat onze inwoners passend werk kunnen vinden in de regio, dit is goed voor de leefbaarheid en draagt bij aan een vermindering van de drukte op de weg en in het OV. Gelet op de ruime afstand van meer dan 900 meter tussen de woning van reclamant en het nieuw te ontwikkelen bedrijventerrein is de gemeente van mening dat het plan niet zal leiden tot een onevenredige aantasting van het woonplezier/woongenot van reclamant.

Door reclamant is niet aangegeven op welke manier BusinessPark 7Poort fase II leidt tot aantasting van de bedrijfsvoering. Reclamant heeft geen grondpositie in het beoogde plangebied. Ook leidt het beoogde initiatief niet tot een onevenredige verkeersdruk nabij het bedrijf van reclamant. Conclusie: De ingediende zienswijze leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan: Regels: - Er wordt een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid opgenomen in de regels. Deze luidt als volgt: Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.2.1 sub d ten behoeve van het bouwen van bedrijfsgebouwen met een hogere bouwhoogte, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding – hogere bouwhoogte’, met dien verstande dat: - de bouwhoogte maximaal 18 meter bedraagt; - de aard of het type bedrijf daartoe noodzaakt; - niet leidt tot onevenredige hinder voor omliggende bedrijven; - het niet op stedenbouwkundige bezwaren stuit.

Door de komst van BusinessPark 7Poort fase II zal de waarde van de woning van reclamant dalen.

Verbeelding: - 'maximum bouwhoogte (m)' naar de noordzijde van het plangebied wordt van 20 meter verlaagd naar 16 meter; - Er wordt een specifieke aanduiding – hogere bouwhoogte op de verbeelding opgelegd. Het staat reclamant vrij een verzoek tot planschade in te dienen na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan. Of daadwerkelijk sprake is van een waardedaling en hoe groot die is, zal moeten blijken uit een planschadeprocedure. Een eventueel planschadeverzoek wordt afgehandeld in een aparte procedure. Conclusie: De ingediende zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Conclusie: De zienswijze wordt deels gegrond verklaard. De zienswijze leidt tot aanpassingen van het bestemmingsplan.

2.3 Zienswijze 3 Reclamant (1195383) Samenvatting Reclamant geeft aan niet tegen een bedrijventerrein aan te willen kijken. In de huidige situatie is er sprake van vrij uitzicht en reclamant geniet dagelijks van de flora en fauna. Uitbreiding van BusinessPark 7Poort fase II zal leiden tot hinder van verkeer, hinder door licht van de bedrijven en minder dieren, aantasting van het landschap en overlast o.a. door geluid.

Beantwoording gemeente Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. In deze zienswijzennota worden de belangen van reclamant gewogen. Bij de vaststelling van het bestemmingsplan zal de raad kennisnemen van de belangen van reclamant en hier een afweging in maken. Als laatste wordt in het algemeen opgemerkt dat niemand recht heeft op vrij uitzicht. Dit blijkt ook uit jurisprudentie: ECLI:NL:RVS:2021:2512. Vrij uitzicht Er is in het plangebied een maximale bouwhoogte van 16 meter (met een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid tot 18 meter) toegestaan op een afstand van circa 700 meter van het woonhuis van reclamant. Hoewel de realisatie van het bedrijventerrein BusinessPark 7Poort fase II gevolgen zal hebben voor de uitzicht van reclamant vanaf zijn/haar erf, kent de gemeente Zevenaar een groter gewicht toe aan de belangen die gediend zijn met de aanleg van fase II van het bedrijventerrein BusinessPark 7Poort.

Deze ontwikkeling is goed voor de economische ontwikkeling en werkgelegenheid, daarbij hecht de gemeente een groot belang aan het creëren van een goed vestiging- en handelsklimaat voor ondernemers/bedrijven door ruimte te bieden voor ondernemers/bedrijven om te kunnen vestigen samen met andere bedrijven. Ook leidt een nieuw bedrijventerrein tot meer banen in onze gemeente. Gelet op de ruime afstand van meer dan 700 meter tussen de woning van reclamant en het nieuw te ontwikkelen bedrijventerrein is de gemeente van mening dat het plan niet zal leiden tot een onevenredige aantasting van het woonplezier/woongenot van reclamant. Hinder door verkeer Er is door reclamant niet aangegeven hoe hij/zij verwacht hinder te ondervinden door verkeer vanaf BusinessPark 7Poort fase II. Er zit in dit plan geen directe verbinding met de Sleeg of Beekseweg. Het plan krijgt een aansluiting op de huidige infrastructuur van BusinessPark 7Poort fase I, waarbij de hoofdontsluiting gekoppeld is aan de Hengelderweg / Toekomstige aansluiting A12 ‘Zevenaar-Oost’. Voor de Landeweerdijk geldt een vrachtwagenverbod en de ontwikkeling van Witte Kruis is niet gekoppeld aan de ontsluiting van plan BusinessPark 7Poort fase II. Hinder door licht Er gelden vanuit rijksniveau geen specifieke normen voor lichthinder. Lichthinder is een thema dat decentrale overheden moeten afwegen.

Er staan geen instructieregels in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Wel bestaat er een zorgplicht in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Namelijk het beschermen van het milieu; het voorkomen of beperken van geluidhinder, trillinghinder, lichthinder en geurhinder;

In de Bruidsschat staat in artikel 22.44 een specifieke zorgplicht beschreven ten aanzien van het beschermen aangewezen donkere gebieden: -

de duisternis en het donkere landschap worden beschermd in door het bevoegd gezag aangewezen gebieden.

Het bevoegd gezag kan dus met dit zorgplicht maatregelen of voorzieningen voorschrijven. Dat kan alleen, als het bedrijf in een aangewezen gebied ligt. Dat wil zeggen: een gebied waarvoor het bevoegd gezag eisen heeft opgesteld om de duisternis of het donkere landschap te beschermen. Het gebied van BusinessPark 7Poort fase II en de nabijgelegen omgeving zijn niet door het Rijk, de provincie of de gemeenten aangewezen als beschermd gebied voor duisternis of donkerte. Uit de kaart met lichtemissie van 2022 (bron: RIVM, https://www.atlasleefomgeving.nl/lichtemissie-2021) volgt dat de locatie van BusinessPark 7Poort fase II in de huidige situatie al een redelijk hoge lichtemissie kent (zie onderstaande afbeelding). Het gebied rondom de locatie voor BusinessPark 7Poort fase II kent al veel lichtbronnen (bebouwing, infrastructuur e.d.) waardoor er op de locatie zelf al veel lichtemissie is. Uit de kaart volgt ook de bedrijvigheid op BusinessPark 7Poort I op het bedrijventerrein zelf leidt tot een hogere emissie, maar dat dit daarbuiten niet leidt tot hogere lichtemissie. De grens van de overgang van geel naar blauw ligt aan de noord- en zuidzijde namelijk voor de locatie van BusinessPark 7Poort I (met bedrijvigheid) in dezelfde lijn als de locatie van BusinessPark 7Poort fase II (nu nog zonder bedrijvigheid).

Daarnaast wordt de openbare ruimte in de gemeente Zevenaar ingericht conform de Richtlijn voor Openbare Verlichting. Bij het bepalen van de verschillende lichtniveaus is in de richtlijn rekening gehouden met een goede balans tussen veiligheid en de negatieve aspecten van verlichting zoals lichthinder.

Daarnaast kent de gemeente Zevenaar een groter gewicht toe aan de belangen die gediend zijn met de aanleg van fase II van het bedrijventerrein BusinessPark 7Poort dan de bescherming van de donkerte in dit gebied mede gelet op het feit dat het geen aangewezen gebied is. Deze ontwikkeling is goed voor de economische ontwikkeling en werkgelegenheid, daarbij hecht de gemeente een groot belang aan het creëren van een goed vestiging- en handelsklimaat voor ondernemers/bedrijven door ruimte te bieden voor ondernemers/bedrijven om te kunnen vestigen samen met andere bedrijven. Ook leidt een nieuw bedrijventerrein tot meer banen in onze gemeente. Om hinder door licht afkomstig van bedrijfspanden/openbare verlichting zo veel als mogelijk te beperken nemen we een aantal maatregelen die staan beschreven in het beeldkwaliteitsplan, in bijzonder in artikel 4.10 in acht. In artikel 3.4.5 staat een voorwaardelijke verplichting beschreven voor het afdwingen van hetgeen wat beschreven staat in het beeldkwaliteitsplan: Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw wordt slechts verleend indien is aangetoond dat wordt voldaan aan het Beeldkwaliteitsplan, zoals dat is opgenomen in Bijlage 2. Er zal als gevolg hiervan geen onevenredige lichthinder optreden bij de ontwikkeling en in gebruiksname van BusinessPark 7Poort fase II.

Minder dieren Er is een QuickScan Wet Natuurbescherming uitgevoerd om te achterhalen of de geplande werkzaamheden kunnen leiden tot negatieve effecten op beschermde natuurwaarden, soorten en gebieden in het kader van de Wet natuurbescherming. Uit deze Quickscan blijkt dat er als gevolg van de werkzaamheden mogelijk effecten optreden op diverse beschermde soorten grondgebonden zoogdieren, vogels, vleermuizen, amfibieën, vissen en vlinders. Gelet hierop is aanvullend soortenonderzoek nodig. Dat onderzoek wordt momenteel uitgevoerd, maar kan niet worden afgerond alvorens het bestemmingsplan wordt vastgesteld. Met het oog daarop is een voorwaardelijke verplichting in de regels van het bestemmingsplan opgenomen waarin is vastgelegd dat niet eerder gebouwd kan worden dan wanneer uit nader uitgevoerd soortenonderzoek blijkt dat de gunstige staat van instandhouding van daadwerkelijk in het plangebied voorkomende beschermde soorten niet in het gedrang komt.” Indien uit het soortgericht onderzoek blijkt dat beschermde soorten en functies voorkomen, dienen aanvullende mitigerende maatregelen te worden opgesteld. Waar ondanks deze maatregelen sprake blijft van overtreding van verbodsbepalingen, dient op basis van een activiteitenplan een Omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit te worden aangevraagd en verkregen voor start werkzaamheden.

De aanvraagtermijn bedraagt 8 (reguliere procedure) of 26 (uitgebreide procedure) weken. Aantasting landschap De uitbreiding van BusinessPark 7Poort fase II hebben we al een ruime tijd voorzien. Zo stond de uitbreiding aangegeven in de Structuurvisie 2030 die is

vastgesteld in 2012. Het is correct dat door de realisatie van BusinessPark 7Poort fase II een duidelijke impact heeft op het bestaande landschap, iets wat overigens bij elke uitbreidingslocatie van behoorlijke omvang aan de orde is. Dergelijke ontwikkelingen voortkomend uit een maatschappelijke en economische behoefte leiden door toevoeging van intensieve bebouwing en bijbehorende voorzieningen zoals de infrastructuur logischerwijs tot een heel ander eindbeeld dan het huidige, grotendeels open landschap. De thans aanwezige waarden van het gebied zullen door de gewijzigde functionele inzet van de ruimte gedeeltelijk kunnen komen te verdwijnen, maar hier komen ook weer andere waarden voor in de plaats. Weliswaar is de nu voorgestane transformatie binnen relatief korte termijn voorzien en behoorlijk ingrijpend, maar ook in de afgelopen decennia is het landschap nadrukkelijk altijd aan verandering onderhevig geweest, bijvoorbeeld door de schaalvergroting in de agrarische sector, het verdwijnen van landschapselementen door ruilverkaveling en het toevoegen van nieuwe panden. Ook hier is geen sprake van een ongerept stukje landschap dat dezelfde authentieke uitstraling heeft als decennia geleden en waar de tijd heeft stilgestaan. Wij zijn nadrukkelijk niet van mening dat er met deze ontwikkeling sprake is van een onaanvaardbare aantasting van het landschap.

Waar de openheid en het rurale karakter van het gebied komen te verdwijnen ontstaat er met de ontwikkeling van BusinessPark 7Poort fase II een nieuwe invulling waarbij naast de functionele transformatie ook wordt ingezet op een goede landschappelijk inpassing. Dit wordt bereikt door aanwezige landschappelijke waarden en waardevolle structuren zoveel mogelijk een plek in het plan te bieden en waar mogelijk te versterken. Voorbeelden hierbij zijn: - Historische lijnen die in de afgelopen tijd steeds minder beleefbar zijn geworden, zoals de noord-zuid verbinding van Hees naar ’t Klooster in Babberich en de watergang Leigraaf krijgen nadrukkelijk een plek in de nieuwe planopzet en worden verder versterkt door landschapselementen als bomenrijen, bosstroken en haagstructuren. - Het natuurlijker inrichten van watergangen door het gebied als onderdeel van ruime groene profielen waar natuurvriendelijke oevers onderdeel van uit maken. Dit in plaats van de nu aanwezige functionele rechtgetrokken watergangen. Daarnaast worden nieuwe waarden toegevoegd door bij de inrichting van de buitenruimte in te zetten op natuurwaarden en verhogen van de biodiversiteit en nieuwe robuuste landschappelijke structuren.

Tevens zal aandacht voor klimaatadaptatie en duurzaamheid in brede zin in de verdere planontwikkeling een plek krijgen, zowel in de openbare ruimte als op het niveau van uitgeefbare kavel en bedrijfspanden. Mogelijk overlast bedrijven o.a. geluid Milieubelastende activiteiten worden gereguleerd in het Besluit activiteiten leefomgeving. Dit biedt een adequate bescherming tegen de genoemde vormen van potentiële overlast die reclamant vreest.

Voor het bepalen van de afstand tussen bedrijven en woningen in een gemengd gebied of rustig woongebied hanteert de gemeente Zevenaar de richtafstanden uit de VNG-publicatie ‘bedrijven en milieuzonering’. Bij het bepalen van de richtafstanden voor de verschillende milieucategorieën is door de VNG rekening gehouden met de aspecten geluid, geur, gevaar en stof. De woning van reclamant ligt op ruim 700 meter afstand. De zwaarste milieucategorie die in dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt is categorie 4.2. Er geldt een richtafstand tot een gemengd gebied van 200 meter en een richtafstand van 300 meter tot een rustige woonwijk. De woning van reclamant ligt op ruim 700 meter afstand. Dit is meer dan het dubbele van wat vereist wordt vanuit het aspect Milieuzonering. Er wordt dus voldaan aan de richtafstanden. Ook als wordt voldaan aan de richtafstanden moet nog een belangenafweging plaatsvinden in het kader van de goede ruimtelijke ordening en het woon- en leefklimaat in (de omgeving van) het plangebied. Hiervoor zijn verschillende nadere onderzoeken verricht zoals bijvoorbeeld akoestisch onderzoek, de memo milieuzonering en een onderzoek naar Externe veiligheid die onderdeel uitmaken van het ontwerp bestemmingsplan BusinessPark 7Poort fase II.

Geconcludeerd kan worden dat er geen sprake is van een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat in en rondom het plangebied. Hoewel de realisatie van het bedrijventerrein BusinessPark 7Poort fase II enige (niet onevenredige) gevolgen zal hebben voor het woon- en leefklimaat van reclamant, kent de gemeente Zevenaar een groter gewicht toe aan de belangen die gediend zijn met de aanleg van fase II van het bedrijventerrein BusinessPark 7Poort. Deze ontwikkeling is goed voor de economische ontwikkeling en werkgelegenheid, daarbij hecht de gemeente een groot belang aan het creëren van een goed vestiging- en handelsklimaat voor ondernemers/bedrijven door ruimte te bieden voor ondernemers/bedrijven om te kunnen vestigen samen met andere bedrijven. Ook leidt een nieuw bedrijventerrein tot meer banen in onze gemeente. Conclusie: De ingediende zienswijze leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan: Regels: - Er wordt een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid opgenomen in de regels.

Deze luidt als volgt: Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.2.1 sub d ten behoeve van het bouwen van bedrijfsgebouwen met een hogere bouwhoogte, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding – hogere bouwhoogte’, met dien verstande dat: - de bouwhoogte maximaal 18 meter bedraagt; - de aard of het type bedrijf daartoe noodzaakt; - niet leidt tot onevenredige hinder voor omliggende bedrijven; - het niet op stedenbouwkundige bezwaren stuit.

Verbeelding: - 'maximum bouwhoogte (m)' naar de noordzijde van het plangebied wordt van 20 meter verlaagd naar 16 meter; - Er wordt een specifieke aanduiding – hogere bouwhoogte op de verbeelding opgelegd. Bijlage(n) - Aangepaste beeldkwaliteitsplan ‘BusinessPark 7Poort II’ wordt toegevoegd. Door de komst van BusinessPark 7Poort fase II zal de waarde van de woning van reclamant dalen.

Het staat reclamant vrij een verzoek tot planschade in te dienen na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan. Of daadwerkelijk sprake is van een waardedaling en hoe groot die is, zal moeten blijken uit een planschadeprocedure. Een eventueel planschadeverzoek wordt afgehandeld in een aparte procedure. Conclusie: De ingediende zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan.

Conclusie: De zienswijze wordt deels gegrond verklaard. De zienswijze leidt tot aanpassingen van het bestemmingsplan.

2.4 Zienswijze 4 Reclamant 1195851: Samenvatting Reclamant maakt zich zorgen om de veiligheid o.a. omdat er een milieucategorie van 4.1 wordt toegestaan. Reclamant is bang voor overlast.

Beantwoording gemeente Voor het bepalen van de afstand tussen bedrijven en woningen in een rustig woongebied hanteert de gemeente Zevenaar de richtafstanden uit de VNG-publicatie ‘bedrijven en milieuzonering’. Voor bedrijven in milieucategorie 4.1 geldt een indicatieve richtafstand van 100 meter bij een gemengd gebied en 200 meter bij een rustige woonwijk, gemeten vanuit de inrichtingsgrens van het bedrijf (perceelsgrens bedrijf) tot de bestemmingsgrens van ‘Wonen’. De afstand tot de bestemmingsgrens ‘Wonen’ van reclamant bedraagt tot het ‘bedrijfs’ bestemmingsvlak bedraagt ruim 580 meter. Er wordt daarmee voldaan aan de richtafstanden. Ook als wordt voldaan aan de richtafstanden moet nog een belangenafweging plaatsvinden in het kader van de goede ruimtelijke ordening en het woon- en leefklimaat in (de omgeving van) het plangebied. Hiervoor zijn verschillende nadere onderzoeken verricht zoals bijvoorbeeld akoestisch onderzoek, de memo milieuzonering en een onderzoek naar Externe veiligheid die onderdeel uitmaken van het ontwerp bestemmingsplan BusinessPark 7Poort fase II. Geconcludeerd kan worden dat er geen sprake is van een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat in en rondom het plangebied.

Hoewel de realisatie van het bedrijventerrein BusinessPark 7Poort fase II enige (niet onevenredige) gevolgen zal hebben voor het woon- en leefklimaat van reclamant, kent de gemeente Zevenaar een groter gewicht toe aan de belangen die gediend zijn met de aanleg van fase II van het bedrijventerrein BusinessPark 7Poort. Deze ontwikkeling is goed voor de economische ontwikkeling en werkgelegenheid, daarbij hecht de gemeente een groot belang aan het creëren van een goed vestiging- en handelsklimaat voor ondernemers/bedrijven door ruimte te bieden voor ondernemers/bedrijven om te kunnen vestigen samen met andere bedrijven. Ook leidt een nieuw bedrijventerrein tot meer banen in onze gemeente.

Reclamant geeft aan dat het plangebied een open weidegebied is waar het nog echt donker is. Reclamant vreest overlast van de verlichting van de toekomstige bedrijfsgebouwen

Conclusie: De ingediende zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het ontwerp bestemmingsplan. Er gelden vanuit rijksniveau geen specifieke normen voor lichthinder. Lichthinder is een thema dat decentrale overheden moeten afwegen. Er staan geen instructieregels in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Wel bestaat er een zorgplicht in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Namelijk het beschermen van het milieu; het voorkomen of beperken van geluidhinder, trillinghinder, lichthinder en geurhinder; In de Bruidsschat (het omgevingsplan gemeente Zevenaar) staat in artikel 22.44 een specifieke zorgplicht beschreven ten aanzien van het beschermen aangewezen donkere gebieden: -

de duisternis en het donkere landschap worden beschermd in door het bevoegd gezag aangewezen gebieden.

Het bevoegd gezag kan dus met dit zorgplicht maatregelen of voorzieningen voorschrijven. Dat kan alleen, als het bedrijf in een aangewezen gebied ligt. Dat wil zeggen: een gebied waarvoor het bevoegd gezag eisen heeft opgesteld om de duisternis of het donkere landschap te beschermen. Het gebied van BusinessPark 7Poort fase II en de nabijgelegen omgeving zijn niet door het Rijk, de provincie of de gemeenten aangewezen als beschermd gebied voor duisternis of donkerte. Uit de kaart met lichtemissie van 2022 (bron: RIVM, https://www.atlasleefomgeving.nl/lichtemissie-2021) volgt dat de locatie van BusinessPark 7Poort fase II in de huidige situatie al een redelijk hoge lichtemissie kent (zie onderstaande afbeelding). Het gebied rondom de locatie voor BusinessPark 7Poort fase II kent al veel lichtbronnen (bebouwing, infrastructuur e.d.) waardoor er op de locatie zelf al veel lichtemissie is. Uit de kaart volgt ook de bedrijvigheid op BusinessPark 7Poort I op het bedrijventerrein zelf leidt tot een hogere emissie, maar dat dit daarbuiten niet leidt tot hogere lichtemissie. De grens van de overgang van geel naar blauw ligt aan de noord- en zuidzijde namelijk voor de locatie van BusinessPark 7Poort I (met bedrijvigheid) in dezelfde lijn als de locatie van BusinessPark 7Poort fase II (nu nog zonder bedrijvigheid).

Daarnaast wordt de openbare ruimte in de gemeente Zevenaar ingericht conform de Richtlijn voor Openbare Verlichting. Bij het bepalen van de verschillende lichtniveaus is in de richtlijn rekening gehouden met een goede balans tussen veiligheid en de negatieve aspecten van verlichting zoals lichthinder.

Daarnaast kent de gemeente Zevenaar een groter gewicht toe aan de belangen die gediend zijn met de aanleg van fase II van het bedrijventerrein BusinessPark 7Poort dan de bescherming van de donkerte in dit gebied mede gelet op het feit dat het geen aangewezen gebied is. Deze ontwikkeling is goed voor de economische ontwikkeling en werkgelegenheid, daarbij hecht de gemeente een groot belang aan het

creëren van een goed vestiging- en handelsklimaat voor ondernemers/bedrijven door ruimte te bieden voor ondernemers/bedrijven om te kunnen vestigen samen met andere bedrijven. Ook leidt een nieuw bedrijventerrein tot meer banen in onze gemeente. Om hinder door licht afkomstig van bedrijfspanden/openbare verlichting zo veel als mogelijk te beperken nemen we een aantal maatregelen die staan beschreven in het beeldkwaliteitsplan, in bijzonder in artikel 4.10 in acht. In artikel 3.4.5 staat een voorwaardelijke verplichting beschreven voor het afdwingen van hetgeen wat beschreven staat in het beeldkwaliteitsplan: Een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw wordt slechts verleend indien is aangetoond dat wordt voldaan aan het Beeldkwaliteitsplan, zoals dat is opgenomen in Bijlage 2. Er zal als gevolg hiervan geen onevenredige lichthinder optreden bij de ontwikkeling en in gebruiksname van BusinessPark 7Poort fase II. Conclusie: De ingediende zienswijze leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan: Bijlage(n) - Aangepaste beeldkwaliteitsplan ‘BusinessPark 7Poort II’ wordt toegevoegd. Door de komst van BusinessPark 7Poort fase II zal de waarde van de woning van reclamant dalen.

Het staat reclamant vrij een verzoek tot planschade in te dienen na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan. Of daadwerkelijk sprake is van een waardedaling en hoe groot die is, zal moeten blijken uit een planschadeprocedure. Een eventueel planschadeverzoek wordt afgehandeld in een aparte procedure. Conclusie: De ingediende zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan.

Conclusie: De zienswijze wordt deels gegrond verklaard. De ingediende zienswijze leidt tot een aanpassing van het bestemmingsplan.

2.5 Zienswijze 5 Reclamant 1195865 Samenvatting Afbeelding 5 uit het ontwerp exploitatieplan klopt niet. Er zijn geen negen maar tien verschillende grondeigenaren. Reclamant geeft aan dat het eerdere plan met o.a. het voedselbos in het zichtveld de voorkeur geniet omdat er veel (beschermde) dieren foerageren in het gebied. Het huidige plan waarbij meer bebouwing komt leidt tot verstoring van deze dieren en tot afbraak van het ecosysteem en afbraak van het leefgebied ter plaatse.

Beantwoording gemeente Deze afbeelding wordt aangepast in het exploitatieplan. Conclusie: De ingediende zienswijze leidt tot een aanpassing van het ontwerp exploitatieplan. Afbeelding 5 wordt aangepast. Ter kennisgeving wordt aangenomen dat reclamant de voorkeur geeft aan een plan met onder andere een voedselbos in het zichtveld. Om te achterhalen of de benodigde werkzaamheden kunnen leiden tot negatieve effecten op beschermde natuurwaarden, soorten en gebieden in het kader van de Wet natuurbescherming is een Quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd. Uit deze Quickscan blijkt dat er als gevolg van de werkzaamheden mogelijk effecten optreden op diverse beschermde soorten op diverse beschermde soorten grondgebonden zoogdieren, vogels, vleermuizen, amfibieën, vissen en vlinders. Gelet hierop is aanvullend soortenonderzoek nodig. Dat onderzoek wordt momenteel uitgevoerd, maar kan niet worden afgerond alvorens het bestemmingsplan wordt vastgesteld.

Met het oog daarop is een voorwaardelijke verplichting in de regels van het bestemmingsplan opgenomen waarin is vastgelegd dat niet eerder gebouwd kan worden dan wanneer uit nader uitgevoerd soortenonderzoek blijkt dat de gunstige staat van instandhouding van daadwerkelijk in het plangebied voorkomende beschermde soorten niet in het gedrang komt.” Conclusie: De ingediende zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het ontwerp bestemmingsplan.

In het voorliggende plan gaat de woonbestemming verloren. Reclamant heeft toekomstplannen (zorgboerderij met opvang van dieren) waarbij de woonbestemming noodzakelijk is om te behouden.

Dit zijn toekomstige ontwikkelingen waarbij wij op voorhand geen rekening mee houden. Wellicht ter overvloede wordt opgemerkt dat een zorgboerderij met opvang van dieren niet passend is in de huidige woonbestemming. Conclusie: De ingediende zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het ontwerp bestemmingsplan.

Conclusie: De zienswijze wordt deels gegrond verklaard. De ingediende zienswijze leidt tot aanpassingen van het ontwerp exploitatieplan.

2.6 Zienswijze 1195868 Samenvatting Het ruimtelijk ontwerp wat als basis geldt voor het bestemmingsplan traject komt niet overeen met hetgeen wat staat in de Structuurvisie 2030 en de Omgevingsvisie 2024.

Beantwoording gemeente De omgevingsvisie is momenteel een conceptdocument. Deze wordt aangepast. De correcte plancontouren wordt hierin meegenomen. Het klopt dat de planbegrenzing van het bestemmingsplan niet geheel overeenkomt met de voorspelde planbegrenzing in de Structuurvisie 2030. Dit wordt aangepast in de toelichting van het bestemmingsplan. In de Structuurvisie wordt de visie op het ruimtelijk beleid voor de gemeente Zevenaar beschreven. Dit was een wettelijke verplichting. De structuurvisie bevat de hoofdlijnen van nieuwe ontwikkelingen in bepaalde gebieden. BusinessPark 7Poort fase II is op hoofdlijnen voorzien in de Structuurvisie 2030. Zie afbeelding hieronder.

Dat de exacte begrenzing niet overeenkomt, betekent niet dat onderhavig plan niet uitgevoerd mag worden. Een Structuurvisie bestaat vaak uit verschillende kaarten. De kaarten in de Structuurvisie zijn indicatief en zijn niet gedetailleerd tot op het niveau van afzonderlijke gebouwen of straten. Het vaststellen van de Structuurvisie heeft dan ook geen concrete rechtsgevolgen voor burgers of bedrijven in de gemeente of voor andere overheden. Het overgrootste gedeelte van het plangebied komt overigens wel overeen. De vaststelling van de Structuurvisie 2030 was daarbij in 2012. Er kunnen in de tussentijd altijd ontwikkelingen plaatsvinden die vooraf niet zijn te voorzien. Conclusie: De ingediende zienswijze leidt tot een aanpassing van het ontwerp bestemmingsplan. Toelichting: - De planbegrenzing van BusinessPark 7Poort fase II komt niet geheel

overeen met de voorspelde planbegrenzing in de Structuurvisie 2030. Dit wordt aangescherpt in de toelichting.

Reclamant geeft aan dat er nooit om toestemming is gevraagd om de gronden te betreden voor veldbezoek. Het beoogde plan leidt tot een einde van biotoop ZVN02M-367, ernstige schade voor biotoop ZVN02-M-371 en ZVN02-M-441/440.

Er is een QuickScan Wet Natuurbescherming uitgevoerd om te achterhalen of de geplande werkzaamheden kunnen leiden tot negatieve effecten op beschermde natuurwaarden, soorten en gebieden in het kader van de Wet natuurbescherming. Als gevolg van de werkzaamheden treden er mogelijk effecten op diverse beschermde soorten flora, zoogdieren, vogels, reptielen, amfibieën, libellen en vlinders. Er diende daarom soortgericht onderzoek plaats te vinden naar: Om te achterhalen of de benodigde werkzaamheden kunnen leiden tot negatieve effecten op beschermde natuurwaarden, soorten en gebieden in het kader van de Wet natuurbescherming is een Quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd. Uit deze Quickscan blijkt dat er als gevolg van de werkzaamheden mogelijk effecten optreden op diverse beschermde soorten op diverse beschermde soorten grondgebonden zoogdieren, vogels, vleermuizen, amfibieën, vissen en vlinders. Gelet hierop is aanvullend soortenonderzoek nodig. Dat onderzoek wordt momenteel uitgevoerd, maar kan niet worden afgerond alvorens het bestemmingsplan wordt vastgesteld.

Met het oog daarop is een voorwaardelijke verplichting in de regels van het bestemmingsplan opgenomen waarin is vastgelegd dat niet eerder gebouwd kan worden dan wanneer uit nader uitgevoerd soortenonderzoek blijkt dat de gunstige staat van instandhouding van daadwerkelijk in het plangebied voorkomende beschermde soorten niet in het gedrang komt.” Conclusie: De ingediende zienswijze leidt tot een aanpassing van het ontwerp bestemmingsplan.

Gebouwen van 14 tot 20 meter hoog op afstand van 30 meter is een ernstige aantasting van het woon- en leefklimaat van reclamant.

Voor het bepalen van de afstand tussen bedrijven en woningen in een rustig woongebied of gemengd gebied hanteert de gemeente Zevenaar de richtafstanden uit de VNG-publicatie ‘bedrijven en milieuzonering’. Voor bedrijven in milieucategorie 2 geldt een indicatieve richtafstand van 10 meter bij een gemengd gebied en 30 meter bij een rustige woonwijk, gemeten vanuit de inrichtingsgrens van het bedrijf (perceelsgrens bedrijf) tot de bestemmingsgrens van ‘Wonen’. Er is sprake van een gemengd gebied. Het perceel met de bestemming ‘Wonen’ is gelegen in de directe nabijheid van de A12 naast een bestaand bedrijventerrein. Er mag dus worden uitgegaan van richtafstand van 10 meter. Er zit circa 15 meter tussen de bestemming ‘Wonen’ uit het bestemmingsplan Buitengebied Zevenaar Noord 2018 en het naastgelegen bestemmingsvlak ‘Bedrijventerrein’. Dit betekent dat er bedrijven mogelijk van maximaal 18 meter op 15 meter afstand van het woonperceel van reclamant kunnen worden opgericht, waarbij gebouwen binnen het bouwvlak moeten worden opgericht. Dit omdat de maximale bouwhoogte langs de A12 wordt verlaagd van 20 meter naar 16 meter. Wel kan er middels

een binnenplanse ontheffingsmogelijkheid een omgevingsvergunning voor een gebouw worden verleend voor 18 meter. Ook als wordt voldaan aan de richtafstanden moet nog een belangenafweging plaatsvinden in het kader van de goede ruimtelijke ordening en het woon- en leefklimaat in (de omgeving van) het plangebied. Hiervoor zijn verschillende nadere onderzoeken verricht zoals bijvoorbeeld akoestisch onderzoek, de memo milieuzonering en een onderzoek naar Externe veiligheid die onderdeel uitmaken van het ontwerp bestemmingsplan BusinessPark 7Poort fase II. Tevens zijn we met reclamanten in gesprek over de mogelijke aankoop van zijn/haar perceel/woning. Hoewel de realisatie van het bedrijventerrein BusinessPark 7Poort fase II enige (niet onevenredige) gevolgen zal hebben voor het woon- en leefklimaat van reclamant, kent de gemeente Zevenaar een groter gewicht toe aan de belangen die gediend zijn met de aanleg van fase II van het bedrijventerrein BusinessPark 7Poort. Deze ontwikkeling is goed voor de economische ontwikkeling en werkgelegenheid, daarbij hecht de gemeente een groot belang aan het creëren van een goed vestiging- en handelsklimaat voor ondernemers/bedrijven door ruimte te bieden voor ondernemers/bedrijven om te kunnen vestigen samen met andere bedrijven. Ook leidt een nieuw bedrijventerrein tot meer banen in onze gemeente.

Conclusie: De ingediende zienswijze leidt tot een aanpassing van het ontwerp bestemmingsplan: Regels: - Er wordt een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid opgenomen in de regels. Deze luidt als volgt: Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.2.1 sub d ten behoeve van het bouwen van bedrijfsgebouwen met een hogere bouwhoogte, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding – hogere bouwhoogte’, met dien verstande dat: a) de bouwhoogte maximaal 18 meter bedraagt; b) de aard of het type bedrijf daartoe noodzaakt; c) niet leidt tot onevenredige hinder voor omliggende bedrijven; d) het niet op stedenbouwkundige bezwaren stuit.

De bepaling van artikel 17 ‘Overgangsrecht’ is een ernstige beperking

Verbeelding: - 'maximum bouwhoogte (m)' naar de noordzijde van het plangebied wordt van 20 meter verlaagd naar 16 meter; - Er wordt een specifieke aanduiding – hogere bouwhoogte op de verbeelding opgelegd. Artikel 17 van de planregels bevat de overgangsrechtelijke bepalingen van het bestemmingsplan. Reclamant onderbouwt niet waarom de

van de hypothecaire zekerheid van reclamant en zal problemen geven bij de financier.

Door dit bestemmingsplan vervalt de aansluiting op het Hazenpad en krijgt reclamant een nieuwe aansluiting op het ontworpen wegenplan en zal dan moeten mee betalen aan het wegenplan. In een gesprek met de gemeente d.d. 15 januari 2024 is aangegeven dat dit wordt aangepast.

overgangsrechtelijke bepalingen voor hem/haar een ernstige beperking van de hypothecaire zekerheid opleveren. Daarnaast wijzen wij erop dat de planwetgever op grond van artikel 3.2.1 en 3.2.2 van het Bro verplicht is om deze overgangsrechtelijke bepalingen aan de planregels toe te voegen. Conclusie: De ingediende zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het ontwerp bestemmingsplan. Vanuit het exploitatieplan is het zo geregeld dat bij het voortzetten van het huidig gebruik reclamant niets hoeft te betalen. Enkel bij het aanvragen van een omgevingsvergunning, in het kader van die nieuwe mogelijk gemaakte functie, zal er een beschikking worden toegevoegd aan de omgevingsvergunning om de kosten die gemaakt worden te verhalen. Kortom zolang reclamant zijn huidige functie blijft uitvoeren, verandert slechts het wegenplan en hoeft reclamant niet mee te betalen. Conclusie: De ingediende zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het ontwerp exploitatieplan.

Conclusie: De zienswijze wordt deels gegrond verklaard. De ingediende zienswijze leidt tot aanpassingen van het ontwerp bestemmingsplan.

2.7 Zienswijze 1196118 Samenvatting Reclamant drijft een melkveebedrijf. Een groot deel van de gronden die benodigd zijn voor de exploitatie van het melkveebedrijf liggen in het plangebied van BusinessPark 7Poort fase II. Reclamant geeft aan dat een essentieel onderdeel van een biologische bedrijfsvoering voederwinning is van eigen land en beweiding. Door BusinessPark 7Poort fase II raakt reclamant ruim tien hectare beweidbare huiskavels kwijt en ruim een halve hectare bosgrond, welke van essentieel belang is in de biodiversiteit van de huidige en toekomstige bedrijfsvoering. Verder ligt er in het plangebied nog zes hectare grasland, welke reclamant via een pachtovereenkomst in gebruik heeft gehad.

Beantwoording gemeente Met alle grondeigenaren is in aanloop naar het ontwerpbestemmingsplan gesprekken gevoerd over de ontwikkeling van 7Poort fase II en de wens om de gronden aan te kopen voor deze ontwikkeling. Door de gemeente is een voorkeursrecht gevestigd. Het gesprek tussen reclamant en de gemeente is nog gaande om te komen tot een oplossing voor het realiseren van zowel BusinessPark 7Poort fase II als een toekomstbestendige bedrijfsvoering van reclamant. Conclusie: De ingediende zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan.

De voorgenomen ontwikkeling van BusinessPark 7Poort fase II beperkt reclamant in de mogelijkheden om de komende jaren grond te verwerven in de nabije toekomst, voor het duurzaam ontwikkelen van het melkveebedrijf. Mocht reclamant landbouwgrond kwijt raken, dan wenst men gecompenseerd te worden in vorm van vervangende gronden grenzend aan de huiskavel. Reclamant geeft aan dat het onduidelijk is welke beperkingen bedrijvigheid tot categorie 4.1 en bouwhoogtes tot 16 meter met zich mee gaat brengen voor het melkveebedrijf en hun huidige woon en leefklimaat.

Voor het bepalen van de afstand tussen bedrijven en woningen in een rustig woongebied of gemengd gebied hanteert de gemeente Zevenaar de richtafstanden uit de VNG-publicatie ‘bedrijven en milieuzonering’. Voor bedrijven in milieucategorie 4.1 geldt een indicatieve richtafstand van 100 meter bij een gemengd gebied en 200 meter bij een rustige woonwijk, gemeten vanuit de inrichtingsgrens van het bedrijf (perceelsgrens bedrijf) tot de bestemmingsgrens van ‘Wonen’. Alhoewel bedrijfswoningen vallen buiten de kaders van de

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zevenaar&id=6dec8ff1-dea2-4a5e-9277-a928c2320c17