Bijlage 12. 1209986 Bijlage 6 bij toelichting Akoestisch onderzoek industrielawaai
Tekst van het document
AKOESTISCH ONDERZOEK RUIMTELIJKE INPASSING WONINGBOUWPROJECT Omgeving Grietakkers Zevenaar
RAPPORT
25214
Akoestisch onderzoek ruimtelijke inpassing woonbebouwing
Projectlocatie Grietakkers 7 Zevenaar Opdrachtgever Pro Ruimte Modelleur 4 Kaatsheuvel
Projectnummer en versie:
Status:
DEFINITIEF
25214, versie 1.2 Projectleider:
Ing. B. Mengers ANCOOR Lijsterbeslaan 117 7004 GN DOETINCHEM Telefoon 03 14 - 36 81 06 Email info@ancoor.nl
Paraaf:
Rapportdatum:
23-10-2023
ANCOOR Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever
Inhoudsopgave 1. Aanleiding en doelstelling onderzoek.......................................... 1-1 1.1 Aanleiding onderzoek ...................................................................... 1-1 1.2 Doelstelling onderzoek .................................................................... 1-1 1.4 Reikwijdte van het onderzoek ......................................................... 1-2 2. Uitgangspunten en toetsingskader.............................................. 2-1 2.1 Algemeen ........................................................................................ 2-1 2.2 Gehateerde rekenmethode ............................................................. 2-1 2.3 Akoestisch rekenmodel ................................................................... 2-1 2.4 Situering en karakterisering omgeving ............................................ 2-1 2.5 Bestemmingsplan ............................................................................ 2-2 2.6 Toetsingskader Activiteitenbesluit .................................................. 2-3 2.6.1 Stemgeluid ................................................................................ 2-4 2.6.2 Muziekgeluid ............................................................................ 2-4 2.7 Toetsingskader ruimtelijke inpassing ..............................................
2-5 2.7.1 Richtafstanden ......................................................................... 2-5 2.7.2 Onderzoeks- en motiveringsplicht ........................................... 2-6 2.7.3 Stemgeluid ................................................................................ 2-7 2.7.4 Maximale geluidniveaus laden en lossen ................................. 2-7 2.7.5 Samenhang Activiteitenbesluit ................................................. 2-7 2.8 Omgevingseigen geluid ................................................................... 2-7 3. Planologisch maximale inrichting ................................................ 3-1 3.1 Algemeen ........................................................................................ 3-1 3.2 Geluidemissie planologische mogelijkheden .................................. 3-1 3.2.1 Planologisch maximale situatie ................................................ 3-2 3.2.2 Omzetting naar oppervlaktebronnen ....................................... 3-2 3.2.3 Invoergegevens maximale situatie ........................................... 3-3 3.3 Geluidbelasting planologisch maximale situatie ............................. 3-3 3.4 Ruimtelijke inpassing planologisch maximale situatie .................... 3-3 3.4.1 Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus ................................
3-3 3.4.2 Conclusie Ruimtelijke inpassing planologische situatie ........... 3-4 4. Vigerende bedrijfssituatie ........................................................... 4-1 4.1 Algemeen ........................................................................................ 4-1 4.2 Bedrijfssituatie n.a.v. beschikbare geluidruimte ............................. 4-1 4.3 Geluidvermogen afstralende geveldelen ........................................ 4-2 4.3.1 Binnenniveaus .......................................................................... 4-2 4.3.2 Toeslag voor muziekgeluid ....................................................... 4-2 4.3.3 Belendende ruimten ................................................................. 4-3 4.3.4 Geluidsbronnen uitstraling geveldelen .................................... 4-3 4.4 Geluidvermogen Stationaire bronnen ............................................. 4-3 4.4.1 Installaties ................................................................................ 4-3 4.4.2 Ventilatie/afzuiging/koeling ..................................................... 4-3 4.4.3 ‘Handlen’ van vuilcontainers .................................................... 4-3 4.4.4 Rolcontainer bevoorrading....................................................... 4-4 4.5 Geluidvermogen Mobiele bronnen .................................................
4-4 4.5.1 De parkeerbewegingen op parkeerterrein ............................... 4-4 4.5.2 Personenauto’s......................................................................... 4-4 4.5.3 Laden en lossen ........................................................................ 4-5 4.5.4 Tonaal karakter achteruitrijdende vrachtwagens .................... 4-6 4.5.5 Vrachtwagens ........................................................................... 4-6 4.6 Geluidvermogen Stemgeluid ........................................................... 4-6 4.6.1 Stemgeluiden terras ................................................................. 4-6 4.7 Maximale geluidniveaus .................................................................. 4-7 5. Incidentele bedrijfssituatie ......................................................... 5-1 5.1 Algemeen ........................................................................................ 5-1
5.2 Incidentele bedrijfssituatie .............................................................. 5-1 5.3 Geluidvermogen afstralende geveldelen ........................................ 5-2 5.3.1 Geluidsbronnen uitstraling geveldelen .................................... 5-2 5.4 Geluidvermogen Stemgeluid ........................................................... 5-2 5.4.1 Stemgeluiden terras ................................................................. 5-2 6. Rekenresultaten vigerende bedrijfssituatie ................................. 6-1 6.1 Algemeen ........................................................................................ 6-1 6.2 Ruimtelijke inpassing vigerende inrichting ...................................... 6-1 6.2.1 Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus ................................ 6-1 6.2.2 Maximale geluidsniveaus ......................................................... 6-2 6.2.3 Conclusie Ruimtelijke inpassing ............................................... 6-3 6.3 Activiteitenbesluit ........................................................................... 6-3 7. Rekenresultaten incidentele bedrijfssituatie ............................... 7-1 7.1 Algemeen ........................................................................................ 7-1 7.2 Ruimtelijke inpassing incidentele bedrijfssituatie ...........................
7-1 7.2.1 Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus ................................ 7-1 7.2.2 Maximale geluidsniveaus ......................................................... 7-2 7.2.3 Conclusie Ruimtelijke inpassing ............................................... 7-3 8. Samenvatting en beoordeling ..................................................... 8-1 8.1 Samenvatting................................................................................... 8-1 8.2 Ruimtelijke inpassing planologisch maximale situatie .................... 8-2 8.2.1 Conclusie Ruimtelijke inpassing ............................................... 8-2 8.3 Ruimtelijke inpassing vigerende bedrijfssituatie ............................. 8-2 8.3.1 Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus ................................ 8-3 8.3.2 Maximale geluidsniveaus ......................................................... 8-3 8.3.3 Conclusie Ruimtelijke inpassing ............................................... 8-3 8.4 Ruimtelijke inpassing incidentele bedrijfssituatie ........................... 8-4 8.4.1 Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus ................................ 8-4 8.4.2 Maximale geluidsniveaus ......................................................... 8-4 8.4.3 Conclusie Ruimtelijke inpassing ...............................................
8-5 8.5 Conclusie ......................................................................................... 8-5 8.5.1 Ruimtelijke inpassing planologisch maximale situatie ............. 8-5 8.5.2 Ruimtelijke inpassing vigerende bedrijfssituatie ...................... 8-5 8.5.3 Ruimtelijke inpassing incidentele bedrijfssituatie .................... 8-5 8.6 Aanbevelingen ................................................................................. 8-5
Bijlagen 01 02 03 04 05 06 07 08 09 10 11 12 13
Regionale en lokale situering en plattegronden van de inrichting Invoergegevens ruimtelijke inpassing max. Oppervlaktebron Resultaten LAr,LT Ruimtelijke inpassing max. Oppervlaktebron Invoergegevens Ruimtelijke inpassing vigerende bedrijfssituatie Resultaten LAr,LT Ruimtelijke inpassing vigerende bedrijfssituatie Invoergegevens Lmax Ruimtelijke inpassing vigerende bedrijfssituatie Resultaten Lmax Ruimtelijke inpassing vigerende bedrijfssituatie Invoergegevens Ruimtelijke inpassing incidentele bedrijfssituatie Resultaten LAr,LT Ruimtelijke inpassing incidentele bedrijfssituatie Invoergegevens Lmax Ruimtelijke inpassing incidentele bedrijfssituatie Resultaten Lmax Ruimtelijke inpassing Incidentele bedrijfssituatie Invoergegevens Ruimtelijke inpassing Bestaande geluidruimte Resultaten LAr,LT Ruimtelijke inpassing Bestaande geluidruimte
A A N L E I D I N G
E N
D O E L S T E L L I N G
O N D E R Z O E K
Hoofdstuk
1. Aanleiding en doelstelling onderzoek 1.1 Aanleiding onderzoek In opdracht van Pro Ruimte te Kaatsheuvel, is door ANCOOR te Doetinchem een akoestisch onderzoek ingesteld naar de optredende geluidsbelasting ter plaatse van een geprojecteerde woongebied aan de Grietakkers te Zevenaar afkomstig van een in de directe omgeving hiervan gelegen horeca-inrichting [hierna ‘Inrichting’ genoemd]. Wanneer ruimtelijke ontwikkelingen in de directe omgeving van een inrichting worden gerealiseerd welke als een voor geluidgevoelige bestemming dient te worden aangemerkt, zal een milieukundig onderzoek uit moeten wijzen in hoeverre er sprake is van een ruimtelijke inpassing van de geprojecteerde woonbestemmingen in haar directe omgeving. Dit met het doel om de bestaande inrichtingen in de directe omgeving van de geprojecteerde plangebied voldoende zekerheid te bieden om hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden uit te kunnen blijven oefenen [inwaartse zonering]. Via de milieuwetgeving wordt hinder zoveel mogelijk voorkomen. Alle inrichtingen die in potentie hinder zouden kunnen veroorzaken, moeten een vergunning hebben in het kader van de Wet Milieubeheer of moeten middels een melding aantonen dat zij aan de hierin gestelde richtwaarden kunnen voldoen.
De gestelde richtwaarden zijn veelal vertaald in minimale afstanden tussen inrichtingen waar activiteiten plaatsvinden en de milieugevoelige functies in de directe omgeving hiervan. Deze richtafstanden zijn overigens geen harde afstandseisen. Gemotiveerd toepassen van kleinere afstanden is toegestaan, ook volgens jurisprudentie. Voor niet vergunning plichtige inrichtingen geeft het Activiteitenbesluit voorschriften waaraan voldaan moet worden. Het voldoen aan de voorschriften geldt als uitgangspunt. Behalve van de factoren als aard en omvang van een inrichting, is een en ander mede afhankelijk van de omgeving waarin deze is gelegen. Voor een rustige woonomgeving gelden andere afstanden (strengere eisen) dan voor bijvoorbeeld drukke woonwijken of woonwijken die zijn gelegen in een gemengd gebied. Dit betreft gebieden waar meerdere functies, zoals kantoren, winkels, industriële inrichtingen en dergelijke voorkomen.
Voor de door de initiatiefnemer voorgenomen realisatie van het geprojecteerde plangebied, is een bestemmingsplanherziening noodzakelijk 1.2 Doelstelling onderzoek Het doel van het ingestelde onderzoek is om aan te tonen dat ten gevolge van de voorgenomen herbestemming van een braakliggend terrein tot woonbestemming, redelijkerwijs gesproken de huidige bedrijfsvoering van in de directe omgeving hiervan aanwezige horeca-inrichting niet zal worden beperkt [inwaartse zonering]. Het uit te werken onderzoek dient rekening te houden met de maximale planologische mogelijkheden van de betreffende inrichting in zowel de vigerende als in een nieuwe situatie. Een en ander gebaseerd op de afstanden uit het VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering'. Het onderzoek zal worden uitgevoerd overeenkomstig de “Handleiding meten en rekenen industrielawaai 1999”.
Projectnummer: 25214, versie 1.2 Datum: 23-10-2023
1-1
A A N L E I D I N G
E N
D O E L S T E L L I N G
O N D E R Z O E K
1.3 Input 3D-rekenmodel Voor het uitwerken van het 3D-rekenmodel in GEOMILIEU is gebruik gemaakt van het door het Kadaster ter beschikking gestelde 3D Geluid data, versie 0.3.1. Met versie 0.3.1 bieden zij drie input-lagen aan voor geluid studies. Namelijk: 1. Gebouwen LoD 1.3; 2. TIN/Hoogtelijnen; 3. Bodemvlakken met geluidreflectie- en absorptie waarden voor een groot deel van de modeloppervlakte; voor de hierin niet als bodemvlak opgenomen ondergrond, is een standaard bodemfactor ingevoerd van 0,7, zijnde ‘compact land en grind’. De drie lagen zijn door het Kadaster volledig automatisch gegenereerd op basis van BAG, BGT en AHN. Voor deze data zijn keuzes gemaakt ten aanzien van vereenvoudiging van geometrieën, hoogte-differentiatie tussen aansluitende dakdelen, minimale afmetingen, etc. Deze gegevens zijn gegenereerd om gebruikt te worden binnen Standaard Rekenmethode II van het RMG2012 (SRM2) en zijn door ANCOOR één op één overgenomen in het rekenmodel ten behoeve van deze rapportage. 1.4 Reikwijdte van het onderzoek De uitvoering van werkzaamheden door ANCOOR vindt op zorgvuldige wijze volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden plaats. ANCOOR aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade ontstaan als gevolg van of verband houdend met het hiervoor aangehaalde restrisico en/of de geldigheidsduur van de regelgeving waarop deze is gebaseerd.
Projectnummer: 25214, versie 1.2 Datum: 23-10-2023
1-2
U I T G A N G S P U N T E N
E N
T O E T S I N G S K A D E R
Hoofdstuk
2. Uitgangspunten en toetsingskader 2.1 Algemeen Het plangebied is gesitueerd aan de Grietakkers te Zevenaar. De lokale situering van het plangebied in relatie tot de omgeving, alsmede de globale inrichting van het betreffende plangebied, zijn weergegeven in bijlage 01 van dit rapport. 2.2 Gehateerde rekenmethode In het “Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2012” zijn de meet- en rekenmethoden van de “Handleiding meten en rekenen industrielawaai” van 1999 aangewezen als standaard voor de uitvoering van dit onderzoek. De Handleiding geeft richtlijnen en aanwijzingen voor het meten en berekenen van het geluid afkomstig van inrichtingen, waarop milieuwetgeving van toepassing is. Het akoestisch onderzoek is uitgevoerd conform deze “Handleiding meten en rekenen Industrielawaai” - HMRI 1999 methode II en de “Handreiking Industrielawaai en Vergunningverlening” – 1998. 2.3 Akoestisch rekenmodel Het Activiteitenbesluit schrijft voor dat de geluidbelasting naar de geluidgevoelige bestemmingen moet worden bepaald conform de "Handleiding meten en rekenen industrielawaai". In het rekenmodel zijn alle relevante bronnen, objecten en bodemgebieden meegenomen.
Voor de omgeving van het onderhavige plangebied is gebruik gemaakt van de meest recente kadastrale ondergrond, terwijl het plangebied is gemodelleerd overeenkomstig de door de initiatiefnemer aangeleverde meest recente tekeningen / gegevens. De geluid immissie vanwege de horeca-inrichting is bepaald ter plaatse van de in de omgeving geprojecteerde nieuwe geluidgevoelige bestemmingen. De ligging van de waarneempunten is opgenomen in Bijlage 02. Op basis van de aan het opgestelde rekenmodel ten grondslag gelegen digitale ondergrond, is de geprojecteerde bebouwing opgenomen en zijn de relevante zachte en harde bodemgebieden apart gemodelleerd. Water en wegen zijn ingevoerd met een bodemfactor 0,0 (100% akoestisch hard). Voor het gebied buiten de bodemgebieden is een standaard bodemfactor aangehouden van 0,7 (30% akoestisch hard). Ter plaatse van de geprojecteerde geluidgevoelige bebouwing in de directe omgeving van de horeca-inrichting zijn op voor het onderzoek relevante locaties beoordelingspunten gemodelleerd met een hoogte van 1,50 meter boven de betreffende (verdiepings-)vloeren. De reflectie van de achterliggende gevel is niet meegenomen (invallend geluidniveau). 2.4 Situering en karakterisering omgeving De planlocatie is gelegen binnen de bebowde kom van Zevenaar.
De regionale en locale situering van de geprojecteerde woonbestemmingen en de horeca-inrichting in relatie tot de directe omgeving zijn, weergegeven in bijlage 01 van dit rapport.
Projectnummer: 25214, versie 1.2 Datum: 23-10-2023
2-1
U I T G A N G S P U N T E N
E N
T O E T S I N G S K A D E R
In de huidige situatie is het bestaande terras aan de achterzijde van de horecainrichting afgeschermd door een geluidscherm met een hoogte van circa 2,25 meter, alsmede met een op de huidige erfgrens aanwezige opstal met een hoogte van circa 5,50 meter. Omdat in de nieuwe situatie, zo uit de overgelegde stukken blijkt, deze opstal mogelijk zal worden geamoveerd, stellen wij voor om in dat geval de aanwezige erfafscheiding ter plaatse van het te amoveren bijgebouw, zodanig door te trekken dat er opnieuw een aaneengesloten geluidscherm ontstaat [Zie bijgaande afbeelding]. In de nadere uitwerking van dit onderzoek hebben wij deze aangepaste afscherming als uitgangspunt aangehouden. Het gebied rondom de planlocatie is in hoofdzaak bestemd als woonbestemming, bedrijfsbebouwing en infra [dubbelspoor]. In de directe omgeving hiervan is een horecainrichting met terras en parkeervoorziening aanwezig. In de zin van de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering‘ is de gebiedstypering van deze omgeving ‘Gemengd gebied’. Met name de horeca-inrichting, gelegen in de directe omgeving van de geprojecteerde woonbestemmingen, kan als akoestisch relevante inrichting voor de realisatie van de voorgenomen plannen worden gezien.
Het uit te voeren akoestische onderzoek Industrielawaai heeft derhalve betrekking op de optredende geluidsniveaus ter plaatse van de geprojecteerde woonlocaties als gevolg van de geluidsrelevante activiteiten afkomstig van het maximaal in werking zijn van deze inrichting. Onderzocht dient te worden of ter plaatse van de te creëren geluidsgevoelige bestemmingen in de directe omgeving van deze inrichting een goed woon- en leefklimaat kan worden gewaarborgd. De lokale situering van de geprojecteerde woonbestemmingen en de betreffende inrichting in relatie tot de omgeving, alsmede de globale indeling hiervan, zijn weergegeven in bijlage 01 van dit rapport. 2.5 Bestemmingsplan Overeenkomstig het vigerende bestemmingsplan heeft de in de directe omgeving van het geprojecteerde plangebied de bestemming Horeca, niet zijnde zware horeca. Dit komt
Projectnummer: 25214, versie 1.2 Datum: 23-10-2023
2-2
U I T G A N G S P U N T E N
E N
T O E T S I N G S K A D E R
overeen met een categorie 1 inrichting op grond van het gestelde in de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’.
2.6 Toetsingskader Activiteitenbesluit Het in de directe omgeving van het plangebied gelegen horeca-inrichting valt onder het “Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer” van 6 november 2007 (Stb. 415, 2007, laatst gewijzigd Stb. 2010, 696 per 26 oktober 2010), hierna te noemen: Activiteitenbesluit. Het Activiteitenbesluit schrijft voor welke activiteiten binnen de toetsing aan de voorschriften van het Activiteitenbesluit moeten worden beoordeeld en welke activiteiten buiten beschouwing mogen worden gelaten. Het stemgeluid van mensen op het terras bijvoorbeeld, is in deze situatie bij toepassing van de geluidsvoorschriften van het Activiteitenbesluit uitgesloten van toetsing. In het Activiteitenbesluit wordt gesteld dat: 1] Voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) en het maximaal geluidsniveau LAmax, veroorzaakt door de binnen de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten en laad- en losactiviteiten ten behoeve van en in de onmiddellijke nabijheid van de inrichting, geldt: a. de niveaus op de in tabel 2.1 genoemde plaatsen en tijdstippen niet meer bedragen dan de in die tabel aangegeven waarden; Tabel 2-1: Geluidsnormen geluidgevoelige bestemmingen, conform Activiteitenbesluit. G eluidnormering i. k . v .
Ac t iv it e it enbes luit LAr,LT op de gevels van een geluidgevoelig gebouw LAr,LT op in- of aanpandige geluidgevoelige bebouwing LAmax op de gevels van een geluidgevoelig gebouw LAmax op in- of aanpandige geluidgevoelige bebouwing
07. 00 -19. 00 uur 50 dB(A) 35 dB(A) 70 dB(A) 55 dB(A)
19. 00 - 23. 00 uur 45 dB(A) 30 dB(A) 65 dB(A) 50 dB(A)
23. 00 - 07. 00 uur 40 dB(A) 25 dB(A) 60 dB(A) 45 dB(A)
b. de in de periode tussen 07.00 en 19.00 uur in tabel 2.1 opgenomen maximale geluidsniveaus LAmax niet van toepassing zijn op laad- en losactiviteiten; PS. Onder 'laad- en losactiviteiten' dienen (conform ABRvS 5 december 2001, nr. 200100175/1) tevens aanverwante activiteiten, zoals het slaan van autoportieren en het starten en het aan- en afrijden van vrachtwagens al dan niet met gebruik van veiligheidssignalering of aanwezigheid van koelmotoren, het wachten van vrachtauto's in de straat, het laden en lossen van vrachtwagens, het aan- en afrijden van personenauto's, het slaan van autodeuren valt onder de ruime uitleg van het begrip 'laad- en losactiviteiten' zoals bedoeld in het desbetreffende voorschrift. 2]. Bij het bepalen van de geluidsniveaus, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a dan wel 2.20 van het Activiteitenbesluit, blijft buiten beschouwing: a. het stemgeluid van personen op een onverwarmd en onoverdekt terrein, dat onderdeel is van de inrichting, tenzij dit terrein kan worden aangemerkt als een binnenterrein; f. het ten gehore brengen van onversterkte muziek tenzij en voor zover daarvoor bij gemeentelijke verordening regels zijn gesteld; 3]. Bij het bepalen van de geluidsniveaus, bedoeld in artikel 2.17, 2.17a dan wel 2.20, wordt voor muziekgeluid geen bedrijfsduurcorrectie toegepast. 4].
Bij het bepalen van het maximaal geluidsniveau (LAmax), bedoeld in artikel 2.17, 2.17a dan wel 2.20, blijft buiten beschouwing het geluid als gevolg van:
Projectnummer: 25214, versie 1.2 Datum: 23-10-2023
2-3
U I T G A N G S P U N T E N
E N
T O E T S I N G S K A D E R
a. het komen en gaan van bezoekers bij inrichtingen waar uitsluitend of in hoofdzaak horeca-, sport- en recreatieactiviteiten plaatsvinden; c. laad- en losactiviteiten in de periode tussen 19.00 uur en 06.00 uur ten behoeve van de aan- en afvoer van producten bij inrichtingen als bedoeld in artikel 2.17, vijfde en zesde lid, voor zover dat ten hoogste een keer in de genoemde periode plaatsvindt; 5]. De maximale geluidsniveaus LAmax, bedoeld in artikel 2.17, 2.17a dan wel 2.20 zijn tussen 23.00 en 7.00 uur niet van toepassing ten aanzien van aandrijfgeluid van motorvoertuigen bij laad- en losactiviteiten indien: a. degene die de inrichting drijft aantoont dat het voor de betreffende inrichting in die periode geldende maximale geluidsniveau (LAmax), niet te bereiken is door het treffen van maatregelen; en b. het niveau van het aandrijfgeluid op een afstand van 7,5 meter van het motorvoertuig niet hoger is van 65dB(A). 6]. Bij gemeentelijke verordening kunnen ten behoeve van het voorkomen van geluidhinder regels worden gesteld met betrekking tot: a. het ten gehore brengen van onversterkte muziek.
2.6.1 Stemgeluid Bij het bepalen van het geluidsniveau in het kader van het Activiteitenbesluit wordt het stemgeluid van personen op een onverwarmd en onoverdekt terrein buiten beschouwing gelaten, tenzij dit terrein kan worden aangemerkt als een binnenterrein (artikel 2.18, eerste lid, onderdeel a). Deze bepaling is in het Activiteitenbesluit opgenomen, omdat rigide toepassing van de geluidsnormen het in veel gevallen onmogelijk zou maken een terras in gebruik te hebben. De uitsluiting van stemgeluid afkomstig van een terras geldt in de regel uitsluitend voor situaties waarbij het terras aan de straatzijde is gelegen. In die gevallen mag namelijk worden aangenomen dat het van het terras afkomstige geluid opgaat in het omgevingsgeluid. Als een terras omsloten is door bebouwing, zal het omgevingsgeluid doorgaans veel lager zijn. Stemgeluid van het terras zal dan eerder leiden tot overlast. Bij de beoordeling van dergelijke situaties moet het stemgeluid dus wel worden meegenomen. Verwarmde of overdekte terrassen nodigen uit tot een gebruik in alle jaargetijden. Ook in deze situaties moet het stemgeluid aanvullend worden getoetst. Voor onverwarmde en onoverdekte terrassen kunnen geen maatwerkvoorschriften voor stemgeluid worden vastgesteld. Voor die situaties zouden eventueel regels opgenomen kunnen worden in terrasvergunning.
Deze zijn gericht op de openbare orde en het voorkomen van overlast. 2.6.2 Muziekgeluid Bij de beoordeling van muziekgeluid mag conform de ‘Handleiding Meten en Rekenen industrielawaai’ geen bedrijfsduurcorrectie worden verdisconteerd. Het maakt voor de beoordeling dan ook niet uit of de inrichting 10 minuten in de beoordelingsperiode in werking is of continue. Voor de onderhavige horeca-inrichting, hebben wij gebruik gemaakt van een spectrum dat overeenkomt met dat van dance-muziek. Tabel 2-2: Correctiewaarden per [Hz] voor muzieksprectra. Spec t ra Achtergrond Pop Dance House Ultra House
63 -34 -27 -20 -13 -6
125 -20 -14 -11 -8 -5
250 -11 -9 -8 -8 -8
500 -7 -6 -5 -7 -10
1000 -5 -5 -6 -7 -11
2000 -5 -6 -8 -9 -11
4000 -8 -10 -12 -10 -9
Een toeslag van 10 dB dient in rekening te worden gebracht indien er bij een beoordelingspunt sprake is van waarneembaar muziekgeluid afkomstig van de horecaProjectnummer: 25214, versie 1.2 Datum: 23-10-2023
2-4
U I T G A N G S P U N T E N
E N
T O E T S I N G S K A D E R
inrichting. In overeenstemming met de Handleiding dient de toeslag te worden toegepast op het gemeten of berekende langtijdgemiddelde deelgeluidsniveau vanwege de gehele inrichting. Bij muziekgeluid zijn de piekgeluiden doorgaans niet meer dan 10 dB(A) hoger dan het gemiddelde geluidsniveau. Verondersteld mag worden dat gezien de afstand tussen de maatgevende gevels van de inrichting en het geprojecteerde plangebied, muziekgeluid ter plaatse van de geprojecteerde woonbestemmingen niet waarneembaar zal zijn. Een aanvullende benadering is die van het referentieniveau van het omgevingsgeluid. Wanneer de bijdrage afkomstig van een activiteit binnen de inrichting 9 dB(A) lager is dan het referentieniveau van het omgevingsgeluid, dan mag worden verondersteld dat deze activiteit niet meer als zodanig herkenbaar dan wel hoorbaar zal zijn en als akoestisch niet relevante geluidbron mag worden beschouwd.. Voor versterkte muziekgeluid gelden de geluidsnormen uit de voorschriften in artikel 2.17. Als niet aan de geluidgrenswaarden kan worden voldaan, kan voor versterkte muziek maatwerkvoorschriften worden vastgesteld (artikel 2.20, vijfde lid). Hierbij kan worden gedacht aan verplicht stellen van een begrenzer.
2.7 Toetsingskader ruimtelijke inpassing 2.7.1 Richtafstanden De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft een beoordelingssystematiek beschreven in de publicatie “Bedrijven en milieuzonering”. Het is een handreiking voor maatwerk in de gemeentelijke ruimtelijke ordeningspraktijk. De laatstverschenen versie is hier toegepast, die van 2009. De richtlijn is niet geschreven voor de beoordeling van bestaande situaties (ABRS 5 januari 2011, nr. 201002664/1/R3) en ABRS 9 februari 2011, 201005192/1/R3). Toch kan de beoordelingsrichtlijn een indicatie geven van de aanvaardbaarheid van de voorgenomen plannen vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening. De publicatie deelt bedrijven in naar milieucategorie. Per categorie wordt een algemene minimale afstand van de inrichting tot voor geluidgevoelige bebouwing aangegeven. De grootste afstand voor de aspecten geur, stof, geluid en gevaar voor een type bedrijf bepaalt de milieucategorie waarin deze wordt ingedeeld. De richtafstanden waarvan wordt uitgegaan bij de bedrijfsindeling worden weergegeven in deze publicatie en is in de onderstaande tabel weergegeven. Tabel 2-3: Richtafstanden per milieucategorie volgens ‘Bedrijven en milieuzonering’. Richt a f s ta nd in met ers M ilieuc at egorie Rus t ige w oonw ij k G emengd gebied 1 10 0 2 30 10 3.1 50 30 3.2 100 50 4.1 200 100
Door nader onderzoek en het treffen van akoestische voorzieningen, kan aannemelijk worden gemaakt dat de invloedsfeer van de verschillende aspecten en daarmee de minimale afstand tussen bedrijven en de voor geluidgevoelige ruimten kleiner kan zijn dan de aangegeven richtafstand. Deze afstand geldt tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven (of andere milieubelastende functies) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een voor geluidgevoelige ruimte die volgens het bestemmingsplan of via vergunning vrij bouwen mogelijk is. Volgens deze systematiek
Projectnummer: 25214, versie 1.2 Datum: 23-10-2023
2-5
U I T G A N G S P U N T E N
E N
T O E T S I N G S K A D E R
worden de milieuhinderlijke werkzaamheden bij bedrijven ingedeeld in milieucategorieën. In het onderstaande overzicht zijn de van toepassing zijnde afstanden weergegeven.
VERK EER
GRO O TS TE AFSTAND
CAT
1
GEVAAR
561 563 5629
GELUID
5510
LOGIES-, MAALTIJDEN- EN DRANKENVERSTREKKING Hotels en pensions met keuken, conferentie-oorden en congrescentra Restaurants, cafetaria's, snackbars, ijssalons met eigen ijsbereiding, viskramen e.d. Café's, bars Kantines
STO F
-
GEUR
55
NUMMER
SBI-20 0 8
Tabel 2-4 Categorie-indeling conform VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering.
10
0
10
10
2
10
1
10 0 10
0 0 0
10 10 10
10 10 10
2 2 1
10 10 10
1 1 1
Een Restaurant [561] en/of een cafe [563.1] worden conform de genoemde publicatie aangemerkt als categorie 1-inrichting. Hiervoor geldt voorgelegen in een ‘Rustige woonwijk’ een minimale geluidsafstand van 10 meter. In geval van omgevingstype “Gemengd gebied” kan deze afstand van 10 m met één afstandsstap worden verlaagd tot 0,0 m. Omdat er sprake is van de ligging van het plangebied in een gebiedstype ‘Gemengd gebied’, is de aan te houden afstand overeenkomstig de VNG-publicatie derhalve 0 meter. 2.7.2 Onderzoeks- en motiveringsplicht Vanuit het oogpunt van efficiënt ruimtegebruik verdient het, volgens de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’, de voorkeur om functiescheidingen niet verder door te voeren dan met het oog op een goed woon- en leefklimaat noodzakelijk is. Het toetsingskader voor geluid bestaat volgens de VNG-brochure uit vier stappen waarbij per stap de geluidsbelasting groter wordt en daarmee de onderzoeks- en motiveringsplicht. De primaire intentie is maatregelen te treffen om de geluidsgrenswaarden (zoals gesteld in stap 2) niet te overschrijden. Stap 1: Voor het plangebied zijn wij bij de nadere uitwerking van dit onderzoek uitgegaan van het omgevingstype “Gemengd gebied”. De perceelsgrens van de dichtst bij de horeca-inrichting met terras gelegen geprojecteerde woonbestemming ligt op een grotere afstand dan de hiervoor geldende 0 meter.
Dit houdt in dat er in een akoestisch onderzoek enkel dient te worden bevestigd dat de optredende geluidhinder ter plaatse van de geprojecteerde geluidsgevoelige bestemmingen in de directe omgeving van de horeca-inrichting, tot een aanvaardbaar niveau kan worden beperkt. Stap 2: Omdat stap 1 niet toereikend is, wordt middels dit onderzoek getoetst of bij de gevels van de geprojecteerde voor bewoning bestemde bebouwing de volgende grenswaarden niet overschreden zullen worden, zijnde: 50 dB(A) langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT (etmaalwaarde); 70 dB(A) maximale geluidsniveaus LAmax (etmaalwaarde); 50 dB(A) verkeer aantrekkende werking (etmaalwaarde). Stap 3: Indien stap 2 niet toereikend is bij een geluidbelasting op de geprojecteerde voor bewoning bestemde bebouwing en andere geluidgevoelige bestemmingen in gebiedstype ‘gemengd gebied’ van maximaal: 55 dB(A) langtijdgemiddeld beoordelingsniveau; 75 dB(A) maximaal (piekgeluiden) exclusief piekgeluiden door aan- en afrijdend verkeer; 65 dB(A) ten gevolge van verkeer aantrekkende werking. Projectnummer: 25214, versie 1.2 Datum: 23-10-2023
2-6
U I T G A N G S P U N T E N
E N
T O E T S I N G S K A D E R
Onderzocht wordt of de bedrijfsactiviteiten na het treffen van geluid beperkende maatregelen in de representatieve bedrijfssituatie aan de geluidsgrenswaarden zoals gesteld in Stap 3 kan worden voldaan. Stap 4: Bij een hogere geluidbelasting dan aangegeven in stap 3 zal buitenplanse inpassing doorgaans niet mogelijk zijn. Indien het bevoegd gezag niettemin tot inpassing wil overgaan, dient het dit grondig te onderzoeken, onderbouwen en motiveren waarbij tevens de cumulatie met eventueel reeds aanwezige geluidbelasting moet worden betrokken. 2.7.3 Stemgeluid Uit jurisprudentie blijkt dat, in tegenstelling tot het gestelde in het Activiteitenbesluit, bij het bepalen van het geluidsniveau het stemgeluid van personen op een terras gelegen aan de wegzijde van een inrichting in het kader van de ruimtelijke inpassing wel als zodanig dient te worden beschouwd. Wij hebben in dit onderzoek naast overige relevante bronnen en de indirecte hinder afkomstig van aan de activiteiten toe te wijzen verkeersbewegingen, het stemgeluid van mensen op het terras eveneens onderzocht. 2.7.4 Maximale geluidniveaus laden en lossen Ten behoeve van een goede ruimtelijke inpassing dienen ook het maximale geluidniveau afkomstig van laad- en loswerkzaamheden in de dagperiode te worden beschouwd, omdat hiervan mogelijk hinder zou kunnen worden ondervonden.
2.7.5 Samenhang Activiteitenbesluit Omdat de toetsing in het kader van de ruimtelijke inpassing grotendeels parallel loopt met de toetsing conform het Activiteitenbesluit, kan een van de beide toetsingen worden uitgevoerd als zijn de maatgevende voor beide toetsingscriteria. We zullen ons in dit onderzoek met name richten op de toetsing in het kader van de ruimtelijke inpassing. Mocht hieraan namenlijk worden voldaan, dan kan tevens worden gesteld dat voldaan wordt aan de criteria zoals deze worden gesteld in het kader van het Activiteitenbesluit. 2.8 Omgevingseigen geluid Het omgevingseigen geluid kan worden betrokken bij de beoordeling van bij de geprojecteerde voor bewoning bestemde bebouwing toelaatbare geluidsbelastingen als gevolg van de activiteiten ter plaatse van de horeca-inrichting. Richtlijnen voor de karakterisering en meting van het omgevingsgeluid staan in de ICG-publicatie IL-HR-15-01. Volgens de publicatie is het referentieniveau van het omgevingsgeluid de hoogste van de volgende waarden. Het gemeten geluidsniveau L95 (het niveau dat 95% van de tijd overschreden wordt door omgevingseigen bronnen. Het berekende geluidsniveau door het wegverkeer op zone plichtige wegen minus 10 dB.
Vooralsnog gaan wij er van uit dat, gezien het verkeersbeeld in de directe omgeving van het geprojecteerde plangebied, er geen sprake is van een erg hoog referentiegeluid afkomstig van dit verkeer. Wel bestaat de mogelijkheid dat het achtergrondniveau mogelijk negatief zou kunnen worden beïnvloed door het treinverkeer over een in de directe omgeving aanwezig dubbelspoor.
Projectnummer: 25214, versie 1.2 Datum: 23-10-2023
2-7
P L A N O L O G I S C H
M A X I M A L E
I N R I C H T I N G
Hoofdstuk
3. Planologisch maximale inrichting 3.1 Algemeen Uit de situering van het plangebied blijkt dat de geprojecteerde woonbestemmingen in de directe nabijheid van een horeca-inrichting, niet is geprojecteerd binnen de richtafstand van 0 meter ten opzichte van een categorie 1-inrichting. Milieucategorieën worden in de regel ontleend aan de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' (editie 2009). Deze publicatie beveelt per standaard bedrijfstype een richtafstand aan tot geluidgevoelige functies. Deze richtafstanden hangen onder meer af van de aard van de inrichting en van de omgeving waarin deze zijn gelegen. Een rustige woonwijk verdient een hoger beschermingsniveau dan een gebied waar al enige hinder kan optreden ten gevolge van bedrijven of infrastructuur (gemengd gebied). Indicatieve richtafstanden (voor de milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar) voor inrichtingen ten opzichte van geluidgevoelige bestemmingen zijn in onderscheiden 'milieu categorieën' in te delen. Voor het vigerende bestemmingsplan ter plaatse van de horeca-inrichting geldt een aan te houden richtafstand behorende bij de milieucategorie 1 inrichting van 10 meter tot een ‘Rustige woonwijk’ en van 0 meter tot een ‘Gemengd gebied’. Conform het gestelde in de VNG-publicatie is de richtwaarde voor de geluidbelasting ter plaatse van woningen in een ‘Gemengd gebied’ 50 dB(A)-etmaalwaarde bedraagt.
Maximale geluidniveaus (piekgeluiden) mogen 20 dB hoger zijn. Voor het bepalen van het gebiedstype voor de geprojecteerde woonbestemmingen, zijn wij gezien de ligging hiervan in de directe omgeving van een horeca-inrichting en langs een dubbel spoor, uitgegaan van de ligging in een gebiedstype ‘Gemengd gebied’. Een verregaande scheiding van functies kan leiden tot inefficiënt ruimtegebruik en een gebrek aan ruimtelijke kwaliteit. Vanuit het oogpunt van efficiënt ruimtegebruik verdient het, volgens de VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’, de voorkeur om functiescheidingen niet verder door te voeren dan met het oog op een goed woon- en leefklimaat noodzakelijk is. Voor zover ruimtelijke scheiding noodzakelijk is, zal deze tot stand komen door middel van uitwaartse of inwaartse zonering. Uitwaartse zonering gaat uit van de milieubelastende functie en de inwaartse van de milieugevoelige functie. 3.2 Geluidemissie planologische mogelijkheden Wij zijn er bij de uitwerking van dit akoestische onderzoek primair van uitgegaan dat het huidige gebruik en de huidige opstallen als uitgangspunt dient te worden beschouwd voor de bepaling van de maximale representatieve bedrijfssituatie van de horeca-inrichting. Dit naar aanleiding van de in het bestemmingsplan aangegeven bestemming. Inrichtingen wisselen echter nogal eens van eigenaar.
Om een beter inzicht te krijgen in de mogelijk maximaal optredende geluidhinder als gevolg van het in gebruik hebben van een categorie 1-inrichting, zijn naast de (maximale) vigerende representatieve bedrijfssituatie -welke primair is gericht op de huidige inrichting en het hierbij behorende huidige gebruik- ook de maximaal planologische mogelijkheden voor een categorie 1 bestemming (uitgaande van een onbebouwd terrein) aanvullend in kaart gebracht.
Projectnummer: 25214, versie 1.2 Datum: 23-10-2023
3-1
P L A N O L O G I S C H
M A X I M A L E
I N R I C H T I N G
3.2.1 Planologisch maximale situatie Naast de uitwerking van een akoestische onderzoek welke is gebaseerd op de vigerende horeca-inrichting, dient tevens een rekenmodel te worden uitgewerkt waarbij als uitgangspunt is aangehouden dat er sprake is van een gemiddelde categorie 1-inrichting op de betreffende kavel. Hierbij is voor de inwaartse zonering uitgegaan van de maximale planologische mogelijkheden. Hierbij zijn de kentallen [Lw] aangehouden die karakteristiek zijn voor de ter plaatse aanwezige milieucategorie op grond van het gestelde in de ‘Handreiking zonebeheer’ van het voormalige ministerie van VROM van december 2006. Deze kentallen bedragen voor een categorie 1-inrichting, 79 dB(A) in de dagperiode, 74 dB(A) in de avondperiode en 69 dB(A) in de nachtperiode. Tabel 3-1: Tabel uit de ‘Handreiking zonebeheer’.
Op basis van het bovenstaande kan men een bronvermogen vaststellen dat (bij benadering) representatief is voor de bedrijfscategorie wanneer wordt uitgegaan van de maximale planologische mogelijkheden ter plaatse. De hier naast opgenomen tabel geeft hiervan een uitwerking. Uitgaande van een harde bodem en een luchtdemping volgens de HMRI II leveren de genoemde bronvermogens een geluidniveau van 45 dB(A) op de genoemde afstand tot een ‘Rustige woonwijk’. Tot een ‘Gemengd gebied’ kan de afstand met één stap worden verlaagd van 10 meter naar 0 meter. De optredende geluidbelasting bedraagt in dat geval 50 dB(A). Hierbij zijn wij ervan uitgegaan dat ‘geluid’ voor alle in de directe nabijheid van het plangebied gelegen inrichtingen de maatgevende richtafstand betreft. Aangezien het enkel een categorie 1-inrichting betreft, kan hiervan in de regel worden uitgegaan. 3.2.2 Omzetting naar oppervlaktebronnen Omdat is gebleken dat de kavelmaat medebepalend is voor de voor een categorie 1 inrichting op te nemen kavelbron, is bij het vertalen van het geluidvermogen naar geluidsruimte per oppervlakte, rekening gehouden met de verspreiding van de geluidbronnen op de kavel met een kavelgrootte van 3.871 m2. Tabel 3-2: Indicatieve afstand tot omgevingstype alsmede de optredend kavelbron per m2.
Bronv ermogen op b asis v an afstan dsc riterium, c on form Han d reiking Zon ebeh eerp lan Maximaal toegestan e m2 belasting Catego rie Afstan d geluid Lw d agp eriode Lw avond p eriod e Lw nac htperiode Bed rijfsop perv lakte Geluidv ermogen Geluidvermo gen Gelui dv ermogen [m] [dB(A)] [dB(A)] [d B(A)] [m2 ] dagp eriod e av ond periode nac htperiode 1 0 0 0 0 10 79 74 69 3871 47 42 37 2 30 89 84 79 3871 53 48 43 3.1 50 93 88 83 3871 57 52 47 3.2 100 99 94 89 3871 63 58 53 4.1 200 108 103 98 3871 72 67 62 4.2 300 113 108 103 3871 77 72 67 5.1 500 117 112 107 3871 81 76 71 5.2 700 120 115 110 3871 84 79 74 5.3 1000 124 119 114 3871 88 83 78 6 1500 129 124 119 3871 93 88 83 PS. Uitgangspunt van de bovenstaande tabel is de VNG-publicatie Bedrijven en Milieuzonering. Op basis van deze publicatie kan men een bronvermogen vaststellen dat bij benadering representatief is voor de verschillende bedrijfscategorieën. De bovenstaande tabel geeft hiervan een uitwerking. Uitgaande van een harde bodem en een luchtdemping volgends de HMRI II leveren de genoemde bronvermogens een geluidniveau op van ca. 45 dB(A) of 50 dB(A) op de genoemde afstand. Een en ander is afhankelijk van de ongeving waarin de inrichting is gelegen.
Projectnummer: 25214, versie 1.2 Datum: 23-10-2023
3-2
P L A N O L O G I S C H
M A X I M A L E
I N R I C H T I N G
Uit het vorenstaande rekenschema blijkt dat er voor een ‘Rustige woonwijk’ op 10 meter afstand van de inrichtingskavel sprake is van een optredende geluidbelasting van 45 dB(A) wanneer er sprake is van een vierkante meter belasting van 47 dB(A) etmaalwaarde. Dit houdt in dat voor een ‘Gemengd gebied’ de afstand met 1 stap mag worden verkleind tot 0 meter. Op deze afstand zal het optredende geluidniveau circa 50 dB(A) bedragen. 3.2.3 Invoergegevens maximale situatie Op basis van de bovenstaande oppervlaktebronnen, is de navolgende invoer in het rekenmodel ingegeven als zijnde de planologisch maximaal mogelijke geluidbelasting uitgaande van een nieuwe situatie. Tabel 3-3: Tabel Invoergegevens Planologische maximale inpassing Inwaartse zonering. Omsch rijvin g op p e rvlakte b ron OppBron01
d ag
Oppervlaktebron Categorie 1
In be d rijf [uu r] avo n d n ach t
12,0
--
--
L W/m 2 dB(A )
Bro n h o og te
47,0
4,0
Hierbij kan nog worden opgemerkt dat voor de avond- en nachtperiode rekening dient te worden gehouden met een geluidbelasting van respectievelijk 5 dB(A) en 10 dB(A) reductie. 3.3 Geluidbelasting planologisch maximale situatie De invoergegevens van het rekenmodel voor de bepaling van de inwaartse zonering als gevolg van de invoer van een oppervlaktebron van een categorie 1 inrichting, zijn weergegeven in bijlage 02. In deze bijlage zijn tevens de schematische ligging van de objecten en de beoordelingspunten weergegeven. Conform de “Handreiking industrielawaai en vergunningverlening” dient de geluidbelasting in de dagperiode te worden berekend op een hoogte van 1,5 meter boven het maaiveld. Voor de avond- en nachtperiode wordt de geluidsbelasting berekend op 4,5 dan wel 5,0 meter boven het maaiveld. 3.4 Ruimtelijke inpassing planologisch maximale situatie Onderstaand zijn de berekende resultaten weergegeven voor de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus. In bijlage 03 zijn de berekende resultaten als uitdraai vanuit het rekenprogramma weergegeven. 3.4.1 Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus Tabel 3-4: LAr,LT Ruimtelijke inpassing Inwaartse zonering planologisch maximale situatie op 0 meter van de inrichting. Be o o rd e lin gsp u nt
H [m]
L A r , A T [dB( A )] dag avo nd n ach t
dag
TP_011_B Toetspunt 11 appartement 5+6 TP_012_B Toetspunt 12 appartement 7+8 TP_013_B Toetspunt 13 appartement 9+10 TP_010_B Toetspunt 10 appartement 3+4 TP_012_A Toetspunt 12 appartement 7+8 TP_014_B Toetspunt 14 appartement 11+12 TP_011_A Toetspunt 11 appartement 5+6 TP_013_A Toetspunt 13 appartement 9+10 TP_010_A Toetspunt 10 appartement 3+4 TP_014_A Toetspunt 14 appartement 11+12 TP_015_B Toetspunt 15 woning 9 TP_009_B Toetspunt 9 appartement 1+2 TP_015_A Toetspunt 15 woning 9 TP_016_B Toetspunt 16 woning 10 TP_009_A Toetspunt 9 appartement 1+2 TP_016_A Toetspunt 16 woning 10
4,5 4,5 4,5 4,5 1,5 4,5 1,5 1,5 1,5 1,5 4,5 4,5 1,5 4,5 1,5 1,5
47,8 47,8 47,7 47,7 47,6 47,6 47,6 47,6 47,5 47,5 47,4 47,3 47,2 47,2 47,0 47,0
50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
To e tsin g swaarde avo nd nacht 45 45 45 45 45 45 45 45 45 45 45 45 45 45 45 45
Projectnummer: 25214, versie 1.2 Datum: 23-10-2023
40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40 40
Ove rsch rijd ing d ag avo nd n ach t -
-
-
3-3
P L A N O L O G I S C H
M A X I M A L E
I N R I C H T I N G
Wanneer het langtijdgemiddelde geluidsniveau op de geprojecteerde voor bewoning bestemde bebouwing wordt getoetst aan de richtwaarden van respectievelijk 50, 45 en 40 dB(A) voor de dag-, avond- en nachtperiode als gevolg van een oppervlaktebron die overeenkomt met het maximale optredende bronvermogen afkomstig van een categorie 1 inrichting in een ‘Gemengd gebied’, dan kan worden gesteld dat hieraan op alle beoordelingspunten worden voldaan. 3.4.2 Conclusie Ruimtelijke inpassing planologische situatie Geconcludeerd kan worden dat getoetst aan de richtwaarden uit de VNG-publicatie en uitgaande van de maximaal planologische mogelijkheden, geen sprake is van een overschrijding van de richtwaarden van 50 dB(|A) etmaalwaarde voor een gebiedstype ‘Gemengd gebied’.
Projectnummer: 25214, versie 1.2 Datum: 23-10-2023
3-4
V I G E R E N D E
B E D R I J F S S I T U A T I E
Hoofdstuk
4. Vigerende bedrijfssituatie 4.1 Algemeen Bij inwaarts zoneren wordt in de regel een beschermende bufferzones gecreëerd rondom de milieugevoelige functies in de directe omgeving van het geprojecteerde plangebied. Deze zones hebben tot doel om de bestaande inrichtingen in de directe omgeving van geprojecteerde tot voor bewoning bestemde bebouwing, voldoende zekerheid te bieden om hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden uit te kunnen blijven voeren. Ook na de realisatie van de voorgenomen funtiewijziging. 4.2 Bedrijfssituatie n.a.v. beschikbare geluidruimte Voor het in beeld brengen van de geluidbelasting afkomstig van de activiteiten binnen de horeca-inrichting in de vigerende situatie, wordt in de regel de maximale representatieve bedrijfssituatie aangehouden.
Omdat er in het huidige geval sprake is van een relevant verschil tussen de door de uitbater van de horeca-inrichting aangegeven activiteiten zoals deze volgens hem momenteel worden uitgevoerd en de ter plaatse planologisch maximaal toegestane activiteiten op grond van het gestelde in het vigerende bestemmingsplan, zijn we bij de nadere uitwerking van dit onderzoek voor de representatieve bedrijfssituatie niet uitgegaan van de door de uitbater opgegeven representatieve bedrijfssituatie, maar van de activiteiten die maximaal uitgevoerd zouden kunnen worden op grond de ter plaatse aanwezige geluidruimte naar aanleiding van de vigerende planologische situatie. Hierbij wordt als uitgangspunt aangehouden dat de activiteiten die zouden kunnen worden uitgevoerd binnen de maximale grenswaarde ter plaatse van de maatgevende bestaande geluidgevoelige bebouwing, als uitgangspunt worden aangehouden voor het vaststellen van de maximale representatieve bedrijfssituatie [gebaseerd op de maximaal aanwezige geluidruimte]. Daarnaast zijn wij er van uitgegaan dat de inrichting in werking is overeenkomstig de Best Bestaande Techniek [BBT]. Dit alles om te voorkomen dat de inrichting als gevolg van de geprojecteerde woonbebouwing in de uitvoering van haar activiteiten zou kunnen worden belemmerd.
Tijdens de representatieve bedrijfssituatie zijn er niet meer dan 100 bezoekers op het buitenterras aan de achterzijde van de bebouwde inrichting aanwezig, terwijl in de maximale situatie een groot deel van de dag, de avond en de nacht de binnen de inrichting aanwezige parkeerterrein vol staat met maximaal 105 personenauto’s. Bij de nadere uitwerking van dit onderzoek, zijn wij er van uitgegaan dat deze voertuigen in de nachtperiode zullen vertrekken. Verder zullen de technische voorzieningen, zoals koeling, verwarming, luchtverversing en afzuiging actief zijn gedurende de openstelling van de inrichtingten behoeve van de horeca-inrichting. Bij de nadere uitwerking van de representatieve bedrijfssituatie zijn wij er van uitgegaan dat er geen sprake is van nachthoreca, omdat dit overeenkomstig het vigerende bestemmingsplan ter plaatse niet is toegestaan en niet past binnen de ter plaatse aanwezige geluidruimte. Voor de openingstijden van de representatief in gebruik zijnde inrichting, zijn wij er van uitgegaan dat deze in de dagperiode [07.00-19.00 uur] open is, in
Projectnummer: 25214, versie 1.2 Datum: 23-10-2023
4-1
V I G E R E N D E
B E D R I J F S S I T U A T I E
de avondperiode [19.00-23.00 uur] en gedurende 1 uur in de nachtperiode [23.00-24.00 uur]. Voor het binnenniveau in de zalen van de horeca-inrichting, zijn wij gezien het huidige gebruik als feestzalen-centrum, uitgegaan van 90 dB(A) muziekgeluid. De geluidsbronnen op het buitenterrein van de inrichting zijn afkomstig van de vervoersbewegingen, menselijke stemmen en indien waarneembaar de technische installatie. De geluidsbronnen worden naar plaats of aard ingedeeld en beschreven in de volgende paragrafen: Geluidvermogen Afstralende geveldelen, Geluidvermogen Stationaire bronnen, Geluidvermogen Mobiele bronnen Geluidvermogen Stemgeluid. 4.3 Geluidvermogen afstralende geveldelen 4.3.1 Binnenniveaus Geluidsuitstraling via geveldelen vindt plaats als gevolg van activiteiten welke binnen de horeca-inrichting plaatsvinden. In de feestzalen wordt elektrisch versterkte muziek ten gehore gebracht. Deze muziek kan via verschillende geveldelen naar buiten uitstralen. Het verschil tussen de geluidsniveaus binnen de inrichting en de geluidsisolatie van de externe scheidingsconstructies hiervan, bepaalt de geluidsuitstraling afkomstig van van de bebouwde inrichting naar de omgeving. Tabel 4-1: Overzicht gemiddelde geluidniveaus binnen horeca-inrichtingen. Type inric ht ing Restaurant Cafe
Disco
Ac t iv it eit Praten en achtergrondmuziek Eetcafe / Rustig bruincafe Reataurant met achtergrondmuziek Druk cafe, normaal muziekniveau Danscafe / Jongerencafe Ouderendisco / Cafe met karaoke Feestcafe / Disco, soms livemuziek Jongerendisco
L A r, L T 65 dB(A) 70 dB(A) 70 dB(A) 75 dB(A) 80 dB(A) 85 dB(A) 90 dB(A) 95 dB(A)
Voor de uitwerking van dit onderzoek is uitgegaan van een binnenniveau in de horecainrichting van 90 dB(A) muziekgeluid met als frequentieverdeling het Dance-spectrum. 4.3.2 Toeslag voor muziekgeluid Het Activiteitenbesluit verwijst voor de bepaling van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) naar de ‘Handleiding meten en rekenen industrielawaai (HMRI)‘. In paragraaf 2.3 van module A van de HMRI staat dat als criterium voor het toekennen van een toeslag voor muziekgeluid geldt dat het muziekkarakter duidelijk hoorbaar moet zijn op het beoordelingspunt. Als er sprake is van muziekgeluid, dient bij het gemeten of berekende langtijdgemiddeld deelgeluidsniveau vanwege de gehele inrichting 10 dB opgeteld te worden. De toeslag wordt toegepast voor dat deel van de beoordelingsperiode dat er sprake is van muziekgeluid. Gezien de afstand van de achterzijde van het bebouwde gedeelte van de inrichting tot de geprojecteerde woonbestemmingen, mag verwacht worden dat het muziekkarakter ter plaatse van de maatgevende ontvangerpunten niet expliciet waarneembaar zullen zijn, waardoor deze toeslag in de bijgaande berekeningen niet is toegepast.
Projectnummer: 25214, versie 1.2 Datum: 23-10-2023
4-2
V I G E R E N D E
B E D R I J F S S I T U A T I E
4.3.3 Belendende ruimten Er is geen sprake van aangebouwde belendende bebouwing. Hiermee is derhalve geen rekening gehouden. 4.3.4 Geluidsbronnen uitstraling geveldelen Voor het binnenniveau in de zalen van de horeca-inrichting, zijn wij gezien het huidige gebruik als feestzalen-centrum, uitgegaan van 90 dB(A) muziekgeluid. Zie voor de invoergegevens in het rekenprogramma de onder staande printscreen van een van de ingevoerde uitstralende gevels. De andere gevel en het dakvlak zijn op een gelijke wijze ingevoerd. Hierbij zijn wij er verder van uitgegaan dat vanwege de optredende geluidbelastingen, de afstand tot de maatgevende ontvangerpunten en de activiteiten op het buitenterrasterras, muziekgeluid ter plaatse van de geprojecteerde woon-bestemmingen niet als zodanig herkenbaar zal zijn. 4.4 Geluidvermogen Stationaire bronnen 4.4.1 Installaties In de maximaal representatieve bedrijfssituatie wordt ervan uitgegaan dat de afzuiginstallatie, ventilatie en de condensors van de koelingen als worst-case bronnen zijn ingegeven. Hierbij kan worden opgemerkt dat hierbij is uitgegaan van de maximale in gebruikstelling hiervan en het gegeven dat er sprake is van installaties die voldoen aan BBT. 4.4.2 Ventilatie/afzuiging/koeling De koel- afzuiging-en ventilatiemotoren [condensatoren] zijn als rondom uitstralende geluidbronnen op het dak geplaatst.
Bij de bepaling van de maximale bedrijfsduur zijn wij ervan uitgegaan dat zowel de condensators als de ventilatievoorziening gedurende het in gebruik zijn van de inrichting in werking zullen zijn. Tabel 4-2: Totaaloverzicht ingevoerde stationaire bronnen t.b.v. Installaties. Omsch rijvin g statio naire b ro n ne n Afz01 Afzuiging 01 Afz02 Afzuiging 02 Afz03 Afzuiging 03 Airco01 Airco 01 Airco02 Airco 02 * Ten opzichte van het onderliggende platte dak.
d ag 8,0 8,0 8,0 9,0 9,0
In b e drijf [uu r] avo n d nach t 4,0 4,0 4,0 2,0 2,0
2,0 2,0 2,0 ---
LW dB(A )
Bro n h oog te *
68,3 68,3 68,3 57,0 57,0
0,5 0,5 0,5 0,5 0,5
4.4.3 ‘Handlen’ van vuilcontainers Voor het plaatsen van lege en oppakken van volle vuilcontainers bedraagt de gemiddelde bronsterkte vanwege een hele cyclus, inclusief manoeuvreren, LW = 104 dB(A). Hierbij is rekening gehouden met een totale bedrijfsduur van maximaal 0,05 uur in de dagperiode gedurende 1 maal per week.
Projectnummer: 25214, versie 1.2 Datum: 23-10-2023
4-3
V I G E R E N D E
B E D R I J F S S I T U A T I E
Tabel 4-3: Totaaloverzicht ingevoerde stationaire bronnen Vuilcontainer. Omsch rijvin g statio naire b ro n ne n Vuilcont01
Handlen Vuilcontainer
d ag 0,1
In b e drijf [uu r] avo n d nach t ---
LW dB(A ) 104,2
Bro n h oog te * 1,2
4.4.4 Rolcontainer bevoorrading Voor de bevoorrading wordt gebruik gemaakt van rolcontainers. Het laden/lossen van de lichte vrachtwagen zal handmatig gebeuren. Voor het bevoorraden van de dranken en levensmiddelen is ter plaatse van de achteringang van de inrichting een puntbron voor het rijden met een rolcontainer opgenomen. Hiervoor is een bronvermogen aangehouden van 100,3 dB(A) hetgeen gebaseerd is op metingen aan vergelijkbare situaties elders. Hierbij is als verharding een klinkerbestrating aangehouden. Het rijden met de rolcontainers wordt gedurende 0,33 uur in de dagperiode in de berekeningen meegenomen. Tabel 4-4: Totaaloverzicht ingevoerde stationaire bronnen t.b.v. Laden en lossen goederen. Omsch rijvin g statio naire b ro n ne n Rolcont01
Rijden rolcontainer
d ag 0,3
In b e drijf [uu r] avo n d nach t ---
LW dB(A ) 100,3
Bro n h oog te * 1,2
4.5 Geluidvermogen Mobiele bronnen 4.5.1 De parkeerbewegingen op parkeerterrein Voor het uitwerken van de representatieve bedrijfssituatie, zij wij er worst-case van uitgegaan dat er maximaal 105 personenauto’s in de dagperiode gebruik zullen maken van het parkeerterrein. Dit geldt eveneens voor het aantal verkeersbewegingen in de avondperiode. Voor de nadere uitwerking van dit onderzoek., zijn wij er verder van uitgegaan dat alle personenauto’s in de nachtperiode de inrichting zouden kunnen verlaten. Het parkeren veroorzaakt rijgeluiden, maar ook piekgeluiden vanwege het sluiten van het autoportier en de stemgeluiden van bezoekers van en naar de personenauto’s. Het komen en gaan veroorzaakt twee vervoersbewegingen per motorvoertuig. Er wordt van uitgegaan dat in de dagperiode maximaal 105 verkeersbewegingen plaatsvinden. In de avondperiode zijn dat er eveneens maximaal 105. In de nachtperiode zullen er relatief weinig rijbewegingen zijn. Wij zijn er worst-case echter wel van uit gegaan dat er ook in deze periode sporadisch gebruik zou kunnen worden gemaakt van de aanwezige parkeervoorziening. In de nachtperiode hebben wij derhalve eveneens 105 rijbewegingen meegenomen in de uitgewerkte berekeningen. De gemiddelde bronsterkte van een rustig rijdende personenauto bedraagt LW = 89 dB(A).
Op de parkeerplaats is er, gezien de inrichting hiervan, enkel sprake van rustig rijdende personenauto’s. Op de parkeerplaatsen zijn op de maatgevende locaties puntbronnen geprojecteerd die overeenkomen met het dichtslaan van een portier van een personenauto, Lw=98 dB(A). Deze waarde is ontleend aan eigen metingen en uit literatuurstudie. Voor het gemiddeld geproduceerde geluid zijn deze piekgeluiden niet relevant. Voor de rijsnelheid op het terrein is uitgegaan van 10 kilometer per uur. Bij het bronvermogen bij deze lage rijsnelheid is het manoeuvreren van de voertuigen betrokken. 4.5.2 Personenauto’s Voor de verdeling van de verkeersbewegingen over de betreffende deelrijroutes is rekening gehouden met de gangbare praktijk dat er bij voorkeur dicht bij de entree van de inrichting geparkeerd wordt. De ‘turn over factor’ van de dichtst bij de ingang van de inrichting
Projectnummer: 25214, versie 1.2 Datum: 23-10-2023
4-4
V I G E R E N D E
B E D R I J F S S I T U A T I E
aanwezige parkeerplaatsen is hoger dan die van de verder van de entree gesitueerde parkeerplaatsen. Het bronvermogen van een personenauto bedraagt 89,4 dB(A) en is gebaseerd op kengetallen welke algemeen worden gebruikt bij het rijden van personenauto’s met lage snelheid. Binnen de inrichting is er enkel sprake van rustig rijdende personenauto’s. Tabel 4-5: Totaaloverzicht ingevoerde mobiele bronnen [personenauoto’s]. Omschrijvin g mo b ie le b ro n n e n PV01 PV02 PV03 PV04 PV05
Personenauto's 35 stuks Personenauto's 35 stuks Personenauto's 70 stuks Personenauto's 35 stuks Personenauto's 105 stuks
A antal voe rtu igbe we g ing e n d ag avo n d nach t 35 35 35 35 35 35 70 70 70 35 35 35 105 105 105
LW dB(A ) 89,1 89,1 89,1 89,1 89,1
Bro n h o og te 0,75 0,75 0,75 0,75 0,75
4.5.3 Laden en lossen Het laden en lossen van horeca benodigdheden c.a. vindt plaats aan de achterzijde van de inrichting. Dit deel van de inrichting is via de parkeerplaats bereikbaar. Dit vindt met name in de dagperiode plaats. Ten behoeve van het laden en lossen van goederen is uitgegaan van 1 middelzware vrachtwagen per dag [2 vrachtbewegingen]. Bepalend voor de geluidemissie naar de omgeving is mede het rijden met rolcontainers in de laadbak van de vrachtwagen. Het geluid wordt via de vloer en wanden van de laadbak geëmitteerd naar de omgeving. De equivalente bronsterkte bedraagt gemiddeld LW = 100,3 dB(A). Deze waarde is vastgesteld op basis van representatieve metingen elders. Tijdens het lossen wordt de vrachtwagenmotor uitgezet. Ook de transportkoeling dient tijdens het lossen te worden uitgeschakeld (koelen met geopende laadbak is ook weinig zinvol). Hierbij is als verharding een klinkerbestrating aangehouden. Het rijden met de rolcontainers wordt gedurende 0,33 uur in de dagperiode in de berekeningen meegenomen. De vrachtwagens bereiken het terrein via de parkeerplaats, steken achteruit naar de losplaats en vertrekken vervolgens via weer via de parkeerplaats. De vrachtwagens rijden/manoeuvreren op laag toerental. De equivalente bronsterkte voor een middelzware vrachtwagen bedraagt gemiddeld LW = 102,5 dB(A).