CConstaterende datZevenaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. 1267346 - Eindrapport Rekenkameronderzoek Jeugdwet en Wmo

Raadsvergaderingen 2022-2026 24 september 2025, gemeente ZevenaarBij agendapunt: Z/25/498300 Rekenkameronderzoek Jeugdwet en Wmo18.001 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Het Rijk heeft lucht gegeven via de voorjaarsnota waardoor de vooringenomen bezuinigingen nu vooruit zijn geschoven. Hierdoor verwachten beleidsmakers de financiële klappen over twee jaar alsnog.

34

4.5 Bevindingen doeltreffendheid hulp 8. Komt in de gemeente Zevenaar de beschikbare hulp op gebied van de Jeugdwet en de Wmo tijdig, nabij en correct bij de juiste inwoners terecht (doeltreffendheid)? Bevindingen op hoofdlijnen: Wmo: • Inwoners ervaren lange wachttijden, veel wisselingen van consulenten en gebrekkige opvolging. • De centrale toegang is lastig bereikbaar voor inwoners uit dorpen . Fysieke loketten ontbreken. • Meer dan de helft van de gesproken inwoners wist pas via netwerk of hulporganisatie waar zij hulp konden vragen. • De dienstverlening door de gemeente wordt door gesproken inwoners als bureaucratisch en weinig betrokken ervaren. • Ketenpartners worden als goed bereikbaar, duidelijk en ondersteunend beoordeeld. • •

Uitvoerders herkennen deze knelpunten en wijzen op de noodzaak van kortere lijnen, snellere doorverwijzing en meer lokale aanwezigheid. Beleidsmakers erkennen de tekortkomingen en onderzoeken de mogelijkheden om te komen tot gebiedsteams en verlenging van beschikkingen voor meer continuïteit.

Jeugdwet: • Ouders en jongeren ervaren veel bureaucratie, wisselende contactpersonen en lange wachttijden. • Slechts een aantal van de gesproken inwoners weet zelfstandig de weg naar jeugdhulp te vinden. • De hulp via de gemeente wordt als afbouwgericht en weinig maatwerk gericht ervaren. • Ketenpartners worden vrijwel unaniem positief beoordeeld vanwege hun bereikbaarheid en effectiviteit. • Uitvoerders signaleren een gebrek aan verbinding tussen jongerenwerk, scholen en • •

toegang. Er is behoefte aan vaste aanspreekpunten, betere overdracht en meer handelingsruimte voor consulenten. Beleidsmakers erkennen deze problemen en zetten in op hervorming van de toegang, continuïteit in consulenten en betere afstemming met het voorliggend veld.

Onderbouwing Wmo Perspectief inwoners Uit de interviews met gesproken inwoners blijkt dat de hulp vanuit de Wmo in veel gevallen niet tijdig en onvoldoende nabij is. Inwoners geven aan te maken te hebben met lange wachttijden, wisselende contactpersonen en een gebrek aan opvolging. Met name de centrale inrichting van de toegang maakt het voor inwoners in dorpen lastig om hulp te vinden of te bereiken. Inwoners uit deze gebieden geven aan dat het gemeentehuis slecht bereikbaar is met het openbaar vervoer en dat er geen fysieke loketten of vaste aanspreekpunten in de dorpen zijn. Ook is lang niet voor iedereen duidelijk waar zij terechtkunnen met een hulpvraag; ruim de helft van de geïnterviewde Wmo-cliënten wist dit pas via hun netwerk of ketenpartner. De ervaren kwaliteit van de dienstverlening door de gemeente is vaak onvoldoende. Inwoners voelen zich niet gehoord, ervaren veel bureaucratie en missen continuïteit in

35

contact. Ketenpartners daarentegen worden overwegend positief beoordeeld. Zij zijn goed bereikbaar, bieden duidelijke ondersteuning en dragen merkbaar bij aan de kwaliteit van leven van inwoners. Perspectief uitvoering (gemeente en ketenpartners) Uit gesprekken met uitvoerders blijkt dat bovengenoemde signalen breed worden herkend. Zij wijzen op de centrale toegang als knelpunt, de bureaucratische aanvraagprocedures en het ontbreken van structurele samenwerking met het voorliggend veld. Uitvoerders pleiten voor kortere lijnen, snellere doorverwijzing door ketenpartners en het verbeteren van laagdrempelige, lokale toegang. Ook wordt het gebrek aan opbouwwerkers in wijken en dorpen benoemd als gemiste schakel in tijdige ondersteuning. Perspectief beleid (ambtelijk en bestuurlijk) Beleidsmakers herkennen dat de huidige inrichting onvoldoende aansluit op de behoefte van inwoners. Zij geven aan dat het eerdere besluit om te centraliseren op financiële gronden is genomen, maar dat nu wordt overwogen om gebiedsteams of lokale loketten opnieuw in te voeren. Er wordt bovendien gewerkt aan het terugdringen van personele wisselingen en het verlengen van de duur van de beschikkingen om de continuïteit van hulp te verbeteren. Jeugdwet Perspectief inwoners In het jeugddomein blijkt uit de inwonersinterviews dat hulp vaak niet tijdig, nabij of passend is.

Vrijwel alle ondervraagde ouders en jongeren noemen langdurige wachttijden, gebrek aan opvolging, en steeds wisselende consulenten als belangrijkste knelpunten. Inwoners geven aan dat zij voortdurend opnieuw hun verhaal moeten doen, dat er geen vaste contactpersoon is en dat de gemeente niet goed bereikbaar is. Een minderheid wist zelf de weg naar hulp te vinden; de meeste jongeren en ouders kwamen via hun netwerk, school of hulporganisaties in contact met jeugdhulp. De kwaliteit van hulp door de gemeente wordt overwegend negatief beoordeeld. Inwoners ervaren weinig maatwerk, een sterk afbouwgericht beleid, en veel stress rond het telkens opnieuw moeten aanvragen van indicaties. De ketenpartners worden daarentegen vrijwel unaniem positief beoordeeld. Zij zijn bereikbaar, nemen zorgen uit handen en zorgen voor merkbare verbetering in het dagelijks functioneren van jongeren en gezinnen. Perspectief uitvoering (gemeente en ketenpartners) Gesproken uitvoerders bevestigen dit beeld. Zij geven aan dat jeugdconsulenten door de hoge werkdruk vooral bezig zijn met indicatiestelling, waardoor er weinig ruimte is voor samenwerking met het voorliggend veld of voor preventieve inzet. Ook wordt genoemd dat jongerenwerk en scholen vaak signalen hebben, maar dat er geen goede overdrachtsstructuur is naar de toegang.

Er wordt gepleit voor een versterkte verbinding tussen consulenten en het voorliggend veld, vaste aanspreekpunten per gezin, en meer mogelijkheden om lichte hulp direct vanuit de toegang te bieden. Perspectief beleid (ambtelijk en bestuurlijk) Beleidsmakers erkennen deze knelpunten. Zij geven aan dat de inrichting van de toegang wordt heroverwogen, onder andere om consulenten meer handelingsruimte te geven en betere afstemming met ketenpartners mogelijk te maken. Ook de problematiek van de wisselende consulenten wordt erkend. Er is inmiddels al beleid ingezet op vaste teams en langere indicatieperioden om rust en continuïteit te creëren.

36

4.6 Bevindingen beschikbare gegevens 9. Welke gegevens over (de inzet van) de Jeugdwet en de Wmo heeft de gemeente Zevenaar beschikbaar (kwantitatief en kwalitatief)? Zijn deze gegevens de juiste? Zijn ze doeltreffend, doelmatig en rechtmatig? Bevindingen op hoofdlijnen: • De gemeente beschikt over kwantitatieve gegevens via de Monitor Sociaal Domein en de P&C-cyclus (o.a. aantallen cliënten, kosten, doorlooptijden, spreiding over kernen). • Kwalitatieve gegevens zijn beschikbaar via cliëntervaringsonderzoeken; deze worden periodiek uitgevoerd, voor het laatst in 2023. • De gemeente maakt aanvullend gebruik van CBS-data en benchmarks (waarstaatjegemeente.nl) voor vergelijkend inzicht. • Beleidsinformatie voldoet aan wettelijke eisen en is rechtmatig ingericht. • De beschikbare data maken het mogelijk om doelmatig te sturen op kosten, bereik en volume van voorzieningen. • Zowel beleidsmakers als uitvoerders geven aan dat gegevens over doeltreffendheid (effect op functioneren en participatie) grotendeels ontbreken. • Outcome-informatie wordt niet systematisch verzameld of gedeeld; evaluaties en cliëntervaringen worden beperkt teruggekoppeld naar beleid of uitvoering. • Uitvoerders geven aan dat zij weinig zicht hebben op wat de hulp daadwerkelijk oplevert en pleiten voor meer gezamenlijke reflectie en vergroting van het lerend vermogen.

• Tijdens een raadsreflectie gaven raadsleden aan meer duiding en vooruitkijkende scenario’s nodig te hebben om gericht te kunnen sturen op effect en kwaliteit. Onderbouwing Perspectief ontvangen documenten Uit het Beleidsplan Sociaal Domein Jeugdwet, Wmo en Participatiewet 2020 –2023 en de geldende verordeningen blijkt dat de gemeente Zevenaar beschikt over een aantal gegevensbronnen en verantwoordingsstructuren waarmee zij inzicht heeft in de uitvoering van de Wmo en de Jeugdwet. Deze gegevens worden gebruikt voor monitoring, verantwoording en bijsturing 4. 1. Planning- en controlcyclus (P&C-cyclus) In het beleidsplan staat dat doelstellingen en indicatoren voor de Wmo en de Jeugdwet zijn opgenomen in de reguliere P&C-cyclus. Het gaat hierbij onder andere om volume- en kostencijfers en wettelijk verplichte indicatoren. 2. Monitor Sociaal Domein De gemeente hanteert sinds 2023 een eigen Monitor Sociaal Domein met cijfermatige informatie over het gebruik en de uitvoering van de Jeugdwet en de Wmo. De monitor bevat gegevens over: • Aantallen cliënten per voorziening • Kosten per voorziening en per inwoner • Doorlooptijden, instroom en uitstroom

4 De monitor sociaal domein wordt door de gemeente ingevuld. Het cliëntervaringsonderzoek wordt in opdracht van de

gemeente uitgevoerd door een derde partij. De CBS-gegevens worden in principe door de gemeente aangeleverd. Dit betekent dat de relatie is dat de gemeente de data beheerd.

37

•

Verdeling van gebruik over de kernen

De invoering van de monitor is besproken in de gemeenteraad. Tijdens de reflectiesessie gaven raadsleden aan meer sturing te willen kunnen geven op basis van de cijfers, met behoefte aan duiding, inzicht in resultaten en vooruitkijkende scenario’s. 3. Cliëntervaringsonderzoeken Wmo en Jeugdwet De verordeningen schrijven periodiek onderzoek naar ervaringen van inwoners voor. Deze leveren kwalitatieve gegevens over ervaren kwaliteit, toegankelijkheid en doeltreffendheid van hulp. In de gemeente Zevenaar hebben deze onderzoeken voor het laatst plaatsgevonden in 2023. 4. CBS-data en benchmarks In het beleidsplan wordt verwezen naar het gebruik van data uit externe bronnen zoals waarstaatjegemeente.nl, waaronder: • Aantal cliënten per 1.000 inwoners • Aandeel jeugdigen met jeugdhulp of -bescherming • Demografische gegevens Perspectief uitvoerders (gemeente en ketenpartners) Uit de gesprekken met uitvoerders blijkt dat zij beperkte toegang hebben tot relevante gegevens over de inzet van de Jeugdwet en de Wmo. Hier wordt onder andere inzicht bedoelt in het effect van de geboden hulp op cliënten en of bijvoorbeeld verwijzingen naar zwaardere zorg afnemen door preventieve inzet. Monitoring richt zich vooral op instroom, doorlooptijd en formele prestaties, zoals aantallen beschikkingen of hulptrajecten.

Outcome-gegevens, zoals verbetering in functioneren, zelfredzaamheid of participatie, worden niet systematisch verzameld of gedeeld. Vooral binnen de jeugdhulp geven uitvoerders aan dat zij bij nieuwe hulpvragen opnieuw starten, zonder dat eerdere trajecten of effecten daarvan zichtbaar zijn. Er is geen structurele terugkoppeling van evaluaties of cliëntervaringen. Ook in het jongerenwerk wordt geregistreerd (bijvoorbeeld via jaarrapportages), maar de aansluiting op gemeentelijke sturing ontbreekt. Uitvoerders geven aan behoefte te hebben aan meer gezamenlijke reflectie op de werking van het stelsel en de resultaten van hulp, bij voorkeur in de vorm van leer- en verbetercycli. Perspectief beleidsmakers (ambtelijk en bestuurlijk) Uit de gesprekken met beleidsmakers blijkt dat de gemeente beschikt over zowel kwantitatieve als kwalitatieve gegevens, maar dat de bruikbaarheid ervan wisselend is. De gemeente maakt gebruik van de Monitor Sociaal Domein en verwerkt cijfers in de reguliere planning- en controlcyclus. Daarnaast worden gegevens gedeeld met de gemeenteraad via raadsinformatiebrieven, beleidsdocumenten en openbare bronnen. Cijfers zijn vooral gericht op volume (aantallen cliënten, kosten, doorlooptijd) en zijn volgens de verantwoordingskaders doeltreffend en rechtmatig.

Tegelijkertijd erkennen beleidsmakers dat de gegevens beperkt inzicht geven in effectiviteit (doeltreffendheid op cliëntniveau). Outcomeinformatie ontbreekt of is versnipperd aanwezig. Beleidsmakers geven aan dat ook zij behoefte hebben aan beter zicht op effecten van hulp, maar dat dit lastig is in te richten met de huidige systemen en capaciteit. De verbinding tussen beleidsinformatie en uitvoering wordt als een knelpunt genoemd: er is weinig terugkoppeling vanuit praktijkervaringen naar beleidsontwikkeling, mede doordat beleid en uitvoering organisatorisch van elkaar zijn gescheiden.

38

Perspectief op rechtmatigheid, doelmatigheid en doeltreffendheid Vanuit juridisch en verantwoordingsperspectief is de gegevensverzamelin g conform de eisen uit de Wmo 2015 en de Jeugdwet. Zowel het beleidsplan als de verordeningen voorzien in de verplichting tot monitoring, evaluatie en rapportage. De gegevens zijn daarm ee rechtmatig georganiseerd. Wat betreft doelmatigheid bieden de bestaande bronnen voldoende informatie om te sturen op inzet, bereik en kosten. Beleidsmatig is er zicht op welke voorzieningen worden ingezet, voor wie en tegen welke kosten. Deze informatie is bruikbaar voor begrotingskeuzes en sturingsvraagstukken. Voor doeltreffendheid geldt dat beleidsinformatie en monitoring nog beperkt zicht geven op het effect van de hulp voor inwoners. Zowel uitvoerders als beleidsmakers geven aan dat outcome-sturing ontbreekt. Hulp wordt wel gemeten in termen van bereik en volume, maar niet structureel in termen van verbetering van functioneren of participatie. Zowel de kwaliteit van de hulp als de ervaren impact op het dagelijks leven worden slechts incidenteel en versnipperd vastgelegd. Er is behoefte aan meer systematische informatie over wat hulp oplevert, om zo beter te kunnen leren en bijsturen.

4.7 Toetsing normenkader Voor de toetsing aan de norm werken we met de volgende termen in volgorde van niet voldoen tot voldoen: • Voldoet niet: dit betekent dat op geen enkele wijze (0%) wordt voldaan aan de norm. • Voldoet beperkt: dit betekent dat voor een klein deel (<=50%) wordt voldaan aan de norm • •

Voldoet merendeels: dit betekent dat voor een groter deel (>50%, <75%) wel dan niet wordt voldaan aan de norm. Voldoet grotendeels: dit betekent dat voor een zeer groot gedeelte (>75%) wordt voldaan aan de

•

norm. Voldoet: dit betekent dat volledig (100%) wordt voldaan aan de norm. Normen De huidige toegangspoorten zijn laagdrempelig en bereikbaar voor alle inwoners met een hulpvraag Alle inwoners met een zorg- of ondersteuningsvraag die behoefte hebben aan hulp worden tijdig bereikt, het besluit van de gemeente op de hulpaanvraag wordt tijdig (binnen wettelijke termijnen) genomen en de hulp wordt tijdig geboden. De uitvoering zet actief in op het verminderen van wachtlijsten

39

Toetsing Voldoet beperkt. De toegang is centraal georganiseerd en voor inwoners in dorpen fysiek lastig bereikbaar. Veel inwoners weten niet zelfstandig waar zij terecht kunnen. Voldoet beperkt. Er zijn lange wachttijden bij zowel de Wmo als de Jeugdwet. Hulp komt vaak laat op gang, en uitvoerders en inwoners ervaren vertraging in beoordeling en uitvoering.

Voldoet beperkt. De wachtlijsten bij de gemeente zijn begin 2025 hoog zowel voor de Wmo als voor de Jeugdwet. De wachttijd voordat de gemeente een hulpvraag oppakt ligt rond de 20 weken. Er is aandacht voor het verlengen van beschikkingen en inzet van vaste consulenten, maar structurele oplossingen zijn nog in ontwikkeling. De werkdruk blijft hoog.

Het hulpaanbod van de gemeente en ketenpartners sluit (maximaal) aan bij de (potentiële) zorg en ondersteuningsvraag De kwantitatieve cijfers van de Jeugdwet en de Wmo en de zorg- en ondersteuningsvragen zijn bekend bij de gemeente/partners

Cijfers over wachtlijsten zijn bekend bij de uitvoering

De monitoring en rapportages van en over de uitvoering en effect van de Wmo en de Jeugdwet bieden inzicht in het bereik van het beoogde effect De uitvoering wordt geëvalueerd en eventuele verbeterpunten worden doorgevoerd in beleid en uitvoering

40

Voldoet merendeels. Inwoners ervaren dat hulp van ketenpartners goed aansluit wanneer ze die eenmaal ontvangen, maar de gemeentelijke hulp wordt als bureaucratisch en afstandelijk ervaren. Voldoet grotendeels. De gemeente beschikt over uitgebreide gegevens via de monitor, P&C-cyclus en CBS. Cijfers zijn beschikbaar en bruikbaar voor sturing binnen de gemeente. Het delen van cijfers met ketenpartners kan verbeterd worden. Voldoet merendeels. Cijfers over wachtlijsten bij aanbieders zijn bekend bij consulenten. Er is inzicht in doorlooptijden en wachttijden, maar uitvoerders zowel van gemeente als ketenpartners ervaren beperkte grip en sturing op deze cijfers. Voldoet beperkt. Monitoring richt zich op volume, niet op outcome. Effecten voor inwoners worden niet structureel vastgelegd of teruggekoppeld. Voldoet beperkt. Evaluaties vinden incidenteel plaats. Er is geen structurele leer- en verbetercyclus tussen uitvoering en beleid van de gemeente. Ook ketenpartners geven aan dat een structurele leer- en verbetercyclus tussen partners en gemeente ontbreekt. Outcomeinformatie wordt weinig gebruikt in sturing.

5 Bevindingen beleidswereld 41

5.

Bevindingen beleidswereld

5.1 Inleiding In dit hoofdstuk zijn de bevindingen vanuit het perspectief van uitvoerders die inwoners helpen weergegeven. Eerst zijn in de grijze kaders de bevindingen per deelvraag op hoofdlijnen weergegeven, gevolgd door een onderbouwing. Het hoofdstuk sluit af met een toetsing aan het normenkader. In dit hoofdstuk worden de volgende deelvragen behandeld: 10. Welke doelen streeft de gemeente Zevenaar na in de jeugdhulp en Wmo? Zijn deze concreet en meetbaar (SMART) geformuleerd? 11. Op welke manieren stuurt de gemeente Zevenaar in het jeugd- en Wmo-beleid op vroegsignalering en preventie? 12. Hoe wordt het beleid inhoudelijk en financieel verantwoord? Zijn er (kwantitatieve of kwalitatieve) gegevens beschikbaar over inzet, gebruik en resultaat van het beleid en de maatregelen? 13. Hoe ervaart de gemeenteraad de huidige informatievoorziening rondom de Jeugdwet en de Wmo? Bieden de beschikbare gegevens - en de manier waarop deze worden gedeeld met de raad (en eventueel andere belanghebbenden) – voldoende grip en inzicht in het speelveld? 14. Is het voor de gemeenteraad mogelijk om op basis van die informatievoorziening goed haar kaderstellende en controlerende rol te vervullen, en sturing te geven aan beleid en uitvoering? 15. Worden de verstrekte gegevens actief en effectief door de raad benut om te monitoren, sturen en beslissen? 5.2 Bevindingen nastreving doelen 10.

Welke doelen streeft de gemeente Zevenaar na in de jeugdhulp en Wmo? Zijn deze concreet en meetbaar (SMART) geformuleerd? Bevindingen op hoofdlijnen: • De gestelde doelen voor de Jeugdwet en de Wmo richten zich op het verbeteren van jeugdhulp, het ondersteunen van ouders en het versterken van de sociale basis via ontmoetingsplekken en samenwerking met professionele organisaties. • Beleidsmakers benadrukken dat de Wmo gericht is op het ondersteunen van inwoners,

•

mét een brede inzet van hun sociale netwerk, en dat de Jeugdwet vooral het zelfoplossend vermogen van jongeren wil bevorderen. De gestelde doelen zijn merendeels niet concreet en niet meetbaar, waardoor sturing en evaluatie lastig zijn.

Onderbouwing Perspectief ontvangen documenten In de ‘Visie sociaal domein 2024-2040’ beschrijft de gemeente Zevenaar dat zij een samenleving nastreeft waarin het sociale netwerk, gezondheid en leefbaarheid centraal staan. Iedereen moet zelfstandig en betekenisvol kunnen leven, met een stabiele (financ iële) basis en gelijke kansen, in een prettige en gezonde leefomgeving. Om dit te realiseren, heeft de gemeente Zevenaar de volgende zes bouwstenen geformuleerd: • Bestaanszekerheid: een stabiele financiële basis voor iedereen. • Sociale basis: een sterk sociaal netwerk en voorzieningen voor ontmoeting. • Leefbaarheid: een prettige woon- en leefomgeving.

42

• • •

Gezondere leefstijl: stimuleren van een gezonde leefstijl. Kansrijk en veilig opgroeien: gelijke kansen voor kinderen en jongeren. Veerkrachtig ouder worden: zelfstandig en gezond ouder worden.

Deze bouwstenen stimuleren samenwerking binnen en buiten het sociaal domein. Bij de uitvoering gelden zes uitgangspunten: inclusie, de mens centraal, preventie, normaliseren, investeren en oplossingsgericht werken. Doelen jeugd: Iedereen verdient een goede start, ongeacht afkomst of woonplaats. Kinderen en jongeren moeten gezond en veilig kunnen opgroeien en gelijke kansen krijgen. In de gemeente Zevenaar is de druk op jeugdhulp hoog door veel kwetsbare gezinnen, lange wachttijden en stijgende kosten. Door ontmoeting te stimuleren en ondersteuning te bieden aan ouders en scholen, wil de gemeente achterstanden en problemen voorkomen. Dit is geconcretiseerd in de volgende doelen: • Meer laagdrempelige voorzieningen zoals jongerenwerk. • Ouders ondersteunen met kennis en hulp. • • • • •

Investeren in lokale teams en betere samenwerking met onderwijs en zorg. Duidelijke afspraken voor de overgang van 18- naar 18+. Aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling versterken. Jongeren betrekken bij beleid. Samenwerken met kinderopvang en onderwijs, o.a. voor betere taal- en leesvaardigheid.

Doelen Wmo: De sociale basis omvat onder andere over plekken en initiatieven waar inwoners elkaar ontmoeten en ondersteunen. Dit versterkt de veerkracht en het gemeenschapsgevoel. Het verenigingsleven in de gemeente Zevenaar is sterk, maar niet voor iedereen vanzelfsprekend. Vrijwilligers werven is lastig en voorzieningen staan onder druk. Investeren in de sociale basis zorgt voor een prettige leefomgeving en sociale samenhang. Dit is geconcretiseerd in de volgende doelen: • Persoonlijke sociale basis: inwoners met een klein netwerk ondersteunen en ontmoeting stimuleren. • Maatschappelijke sociale basis: investeren in buurtinitiatieven en verenigingen. • Institutionele sociale basis: samenwerking tussen gemeente en professionele organisaties en het stimuleren van multifunctioneel gebruik van openbare gebouwen. In de onderstaande figuur zijn de doelen gescoord aan het criterium of deze SMART geformuleerd zijn. Zij worden gescoord op concreetheid (nauwkeurige doelstelling), meetbaarheid (startpunt en eindpunt), aanvaardbaarheid (balans haalbaarheid), realisme (beschikbaarheid personeel) en tijdgebondenheid (haalbaarheid in tijd). Hierbij is rekening gehouden met de randvoorwaarden die de gemeente heeft geformuleerd. In de onderstaande tabel zijn de doelen gescoord aan het criterium of deze SMART geformuleerd zijn.

Zij worden gescoord op concreetheid (nauwkeurige doelstelling), meetbaarheid (startpunt en eindpunt), aanvaardbaarheid (balans haalbaarheid), realisme (beschikbaarheid personeel) en tijdgebondenheid (haalbaarheid in tijd). Hierbij is rekening gehouden met de randvoorwaarden die de gemeente heeft geformuleerd.

43

Tabel 4. SMART-score gemeentelijke doelen Zevenaar Jeugd SMART-score uitwerking • Niet concreet • Geen meetpunt • Aanvaardbaar • Semi-realistisch • Niet tijd-specifiek Ouders ondersteunen met kennis en hulp. • Niet concreet • Geen meetpunt • Aanvaardbaar • Realistisch • Niet tijd-specifiek Investeren in lokale teams en betere samenwerking met • Semi-concreet onderwijs en zorg. • Geen meetpunt • Aanvaardbaar • Semi-realistisch • Niet tijd-specifiek Duidelijke afspraken voor de overgang van 18- naar 18+. • Niet concreet • Geen meetpunt • Aanvaardbaar • Realistisch • Niet tijd-specifiek Aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling • Semi-concreet versterken. • Geen meetpunt • Aanvaardbaar • Realistisch • Niet tijd-specifiek Jongeren betrekken bij beleid. • Niet concreet • Geen meetpunt • Aanvaardbaar • Realistisch • Niet tijd-specifiek Wmo Gemeentelijk doel SMART-score uitwerking Persoonlijke sociale basis: inwoners met een klein netwerk • Concreet ondersteunen en ontmoeting stimuleren. • Geen meetpunt • Aanvaardbaar • Realistisch • Niet tijd-specifiek Maatschappelijke sociale basis: investeren in buurtinitiatieven • Semi-concreet en verenigingen.

• Geen meetpunt • Aanvaardbaar • Realistisch • Niet tijd-specifiek Institutionele sociale basis: samenwerken met professionele • Semi-concreet organisaties en multifunctioneel gebruik van openbare • Geen meetpunt gebouwen stimuleren. • Aanvaardbaar • Realistisch • Niet tijd-specifiek Gemeentelijk doel Meer laagdrempelige voorzieningen zoals jongerenwerk.

Geen enkel doel heeft een concreet meetpunt. Dit maakt het moeilijk om de voortgang of het succes te evalueren. Zonder meetbare indicatoren blijft het onduidelijk hoe de resultaten beoordeeld kunnen worden. Daarnaast zijn de meeste doelen onvoldoende concr eet. Dit betekent dat de formulering te vaag is om duidelijke acties te definiëren. Bijvoorbeeld: "meer laagdrempelige voorzieningen zoals

44

jongerenwerk" geeft niet aan hoeveel of welke voorzieningen nodig zijn. De meeste doelen worden beoordeeld als realistisch en aanvaardbaar, omdat het doelen zijn waarvoor al personeel aanwezig is en waarvan de uitvoering geen onrealistische inspanning lijkt te kosten. Geen enkel doel heeft een duidelijke tijdsspecificatie, waardoor de planning onduidelijk blijft. Perspectief beleidsmakers (ambtelijk en bestuurlijk) Gesproken beleidsmakers geven aan dat voor de Wmo het correct uitvoeren van de wet het belangrijkste is, met als doel dat inwoners volwaardig kunnen deelnemen aan de samenleving. Dit betekent dat inwoners niet altijd direct bij de gemeente hoeven aan te kloppen, maar ook gebruik kunnen maken van andere organisaties en het voorliggend veld. Voordat professionele hulp wordt ingezet, kijkt de gemeente eerst naar de eigen verantwoordelijkheid en de mogelijkheden binnen het sociale netwerk van de inwoner. In 2024 heeft de gemeente zowel een nieuwe visie op het sociaal domein als nieuw Wmo-beleid vastgesteld. De gemeente werkt aan de bouwstenen uit dit beleid, met extra aandacht voor de sociale basis en veerkrachtig ouder worden. Een gezonde leefstijl is hierin ook van belang, al vormt dit een aparte pijler. Al deze elementen dragen bij aan langer zelfstandig thuis wonen en een veerkrachtige oude dag.

Voor jeugd geldt in de basis hetzelfde principe, maar met extra focus op het versterken van het zelf oplossend vermogen. De gemeente kijkt bij jeugdhulp dus niet alleen naar welke hulp inwoners nodig hebben, maar ook naar wat ze zelf kunnen. Het doel is dat inwoners niet voor elke hulpvraag direct bij de gemeente aankloppen, maar dat het voorliggend veld zo wordt ingezet dat hulpvragen daar al worden opgevangen. Volgens een gesproken beleidsmaker komt het in de kern neer op het ondersteunen van inwoners, daar waar zij vastlopen. Bij de Wmo biedt de gemeente ondersteuning om deelname aan de samenleving mogelijk te maken. Voor de Jeugdwet verstrekt de gemeente beschikkingen op basis van aanvragen voor ondersteuning of hulp, afgestemd op de specifieke behoeften van jongeren en gezinnen.

45

5.3 Bevindingen sturing op vroegsignalering en preventie 11. Op welke manieren stuurt de gemeente Zevenaar in het jeugd- en Wmo-beleid op vroegsignalering en preventie? Bevindingen op hoofdlijnen: • De toegang tot de Wmo en de Jeugdwet is versnipperd, wat sturing bemoeilijkt. • Beleidsmakers proberen deze versnippering te verminderen en preventie te versterken. • De raad ervaart een gebrek aan grip en wil inzicht in wat er in de praktijk gebeurt. Er is behoefte aan een structurele verandering in hoe de toegang en hulpverlening georganiseerd worden. Onderbouwing Perspectief beleidsmakers (ambtelijk en bestuurlijk) Beleidsmakers geven aan dat binnen de Wmo de gemeente meer wil inzetten op preventie en vroegsignalering. Door de gemeentelijke herindeling en bezuinigingen zijn bestaande netwerken verloren gegaan. De gemeente probeert deze netwerken nu weer op te bouwen, bijvoorbeeld bij huisartsen en jeugdhulpmedewerkers. Dit proces is net goed op gang in de gemeente Zevenaar en door de ruimte die verschaft wordt door de voorjaarsnota van het Rijk kan dit proces ieder geval de komende twee jaar worden voortgezet. Tegelijkertijd geven beleidsmakers aan dat zij de gemeenteraad nodig hebben om keuzes te maken en financiële middelen vrij te maken. Investeren nu betekent besparen in de toekomst.

Binnen de jeugdsector ervaart de gemeente een spagaat: er moet waarschijnlijk in de toekomst bezuinigd worden, maar men wil ook investeren in onder andere versterking van de netwerken, om op de lange termijn kosten te besparen. Dit vraagt om strategische keuzes. Voor de Wmo is de toegang een belangrijk punt. De hervormingsagenda en de visie op toegang zijn mede input geweest voor de nieuwe visie op het sociaal domein. In de gemeente Zevenaar kunnen inwoners nu terecht op een centraal punt in de Cultuurfabriek naast het gemeentehuis. Toch is de toegang nog steeds versnipperd: consulenten voor participatie, jeugd en Wmo werken apart. Ook de organisaties in het voorliggend veld werken afzonderlijk. De gemeente werkt eraan om de toegang zowel extern (toegang in het voorliggend veld, bij gecontracteerde partners bij de gemeente) en intern (teams binnen de gemeente zelf) meer met elkaar te laten samenwerken en zo integraler te maken. Beleids makers overwegen bijvoorbeeld om met wijkteams te gaan werken in omliggende dorpen. Een beleidsmaker geeft aan dat in de vorige periode weinig gestuurd is op vroegsignalering en preventie en veel is wegbezuinigd. Nu pakt de gemeente dit meer op en krijgt het voorliggend veld meer aandacht. Een voorbeeld is de dagbesteding: waar eerder een beschikking nodig was, is nu vrije inloop mogelijk bij Caleidoz.

Ook financiert de gemeente schoolmaatschappelijk werkers opnieuw, omdat vroege gesprekken met leerlingen problemen kunnen voorkomen en de druk op de jeugdhulp verminderen. De gemeente probeert de achterstand in te lopen en meer preventief te werken. Perspectief raadsleden Raadsleden geven aan dat zij behoefte hebben aan meer inzicht en grip op de onderwerpen Jeugdwet en Wmo. De raad vraagt zich daarbij af welke informatie zij nodig heeft om dat inzicht en die grip echt te verkrijgen, en beter te kunnen sturen. De gesproken raadsleden benoemen dat er veel verschillende partijen betrokken zijn, zoals uitvoerende partners, gemeenteconsulenten, scholen, ouders en Veilig Thuis. Het is voor de raad onduidelijk hoe de samenwerking tussen die partijen verloopt. Daardoor

46

ontbreekt zicht op wat er in de praktijk gebeurt en wat dat betekent voor de inwoners. Ook denkt de raad dat de gemeente het overzicht kwijt is omdat de toegang tot hulp nu zo breed is. Voor wat betreft preventie ervaart de raad dat daar veel over gepraat wordt, maar weinig gebeurt. Dit wil zij graag anders maar vraagt om een omslag in denken. Tenslotte speelt een normaliseringskwestie. De raad vraagt zich af of zij kaders moet stellen over wanneer wel of geen hulp geboden moet worden, zodat er meer grip ontstaat op de toegang en er beter gestuurd kan worden op noodzakelijke hulpverlening. 5.4 Bevindingen financiële verantwoording 12. Hoe wordt het beleid inhoudelijk en financieel verantwoord? Zijn er (kwantitatieve of kwalitatieve) gegevens beschikbaar over inzet, gebruik en resultaat van het beleid en de maatregelen? Bevindingen op hoofdlijnen: • Zowel inhoudelijk als financieel wordt verantwoording afgelegd via monitoring, registraties en rapportages. • Vooral het inzicht in de effectiviteit van beleid ontbreekt. Er is weinig zicht op de daadwerkelijke resultaten en de impact van maatregelen. • Sturing en verantwoording in het sociaal domein zijn complex omdat effecten vaak pas op • • •

lange termijn zichtbaar worden. De totale lasten voor de Wmo en de Jeugdwet zijn in de periode 2022 -2023 gedaald van ongeveer 38 miljoen euro naar ongeveer 36 miljoen euro. De overheadkosten zijn gestegen van 9,2% in 2022 naar 11,5% in 2023. De gemeente verwacht dat de lasten voor de Wmo en de Jeugdwet zullen stijgen tussen 2023 en 2027. De gemeente verwacht een afname in overheadkosten.

Onderbouwing Perspectief ontvangen documenten Commissieraad samenleving In de commissievergadering samenleving worden cijfers gepresenteerd over de uitvoering. Deze cijfers zijn voornamelijk kwantitatief van aard en gaan onder andere over de kosten, aantallen nieuwe aanmeldingen en afhandelingen. Zie hieronder voorbeelden.

47

Cliëntervaringsonderzoeken De gemeente Zevenaar voert jaarlijks een cliëntervaringsonderzoek uit onder inwoners die in het afgelopen jaar ondersteuning hebben ontvangen op basis van de Wmo. Voor de Wmo zijn de volgende thema’s onderzocht in 2023: de toegankelijkheid van maatschappelijke ondersteuning, de kwaliteit van de ondersteuning, de effectiviteit van de ondersteuning, zelfredzaamheid en participatie van 75 plussers en de belasting en ondersteuning van mantelzorgers. Ook wordt jaarlijks een cliëntervaringsonderzoek uitgevoerd onder jongeren en ouders die jeugdhulp hebben ontvangen. Hierbij zijn de volgende onderwerpen onderzocht in 2023: de toegang tot jeugdhulp, de bekendheid

48

met de onafhankelijke cliëntondersteuner, de kwaliteit van de ondersteuning en de effectiviteit van de ondersteuning. Interne registratie De gemeente registreert het gebruik van sociale voorzieningen. De ontvangen documenten bevatten kwantitatieve gegevens over 2022 met betrekking tot het sociaal domein, jeugdhulp en Wmo -cliënten in de gemeente Zevenaar: • Gebruik voorzieningen sociaal domein: aantal cliënten en inwoners met voorzieningen, verdeeld over jeugdhulp, participatiewet en de Wmo, inclusief verdeling per wijk en maatwerkvoorzieningen. • Jongeren met jeugdhulp: informatie over jeugdhulp, opgesplitst naar zorgtype (jeugdhulp, jeugdbescherming, jeugdreclassering), leeftijdsgroep en inwonerstype. • Wmo-cliënten en financieringsvormen: aantallen Wmo-cliënten per wijk, onderverdeeld naar financieringsvorm (Persoonsgebonden budget, zorg in natura of een combinatie) en per 1.000 inwoners. Waarstaatjegemeente Via ‘waarstaatjegemeente.nl’ zijn onderstaande gegevens beschikbaar over het gebruik van de Wmo en jeugdhulp in de gemeente Zevenaar.

49

In de gemeente Zevenaar neemt het aantal Wmo-cliënten (exclusief verblijf en opvang) door de jaren heen af, van ongeveer 80 per 1.000 inwoners in 2022 naar 70 in 2023, terwijl het landelijk gemiddelde rond de 60 ligt. Ook de vraag naar ondersteuning thuis daalt en ligt in 2023 ongeveer op het landelijk gemiddelde. Hulp bij het huishouden is afgenomen van ongeveer 40 per 1.000 inwoners in 2022 naar 28 in 2023, waarmee het rond het landelijk gemiddelde komt. Cijfers over verblijf en opvang zijn vanuit Waarstaatjegemeente niet beschikbaar, mogelijk omdat deze data niet wordt aangeleverd vanuit Arnhem, waar deze voorzieningen aan uitbesteed zijn. Voor hulpmiddelen en diensten is ook een daling zichtbaar maar het gebruik blijft in de gemeente Zevenaar gemiddeld h oger dan landelijk.

Het percentage jeugdhulp zonder verblijf blijft in de gemeente Zevenaar door de jaren heen stabiel maar ligt ongeveer 4% hoger dan het landelijk gemiddelde. Jeugdhulp met verblijf neemt tussen 2022 en 2024 met 0,2% af en blijft jaarlijks boven het landelijke gemiddelde. Ook bij jeugdbescherming is een daling van 0,2% zichtbaar in deze periode, terwijl het percentage iets hoger blijft dan het landelijk gemiddelde.

50

Begrotingen en jaarrekeningen Hieronder wordt in de tabel een overzicht gegeven van de lasten voor zowel de Wmo als de Jeugdwet. Ook wordt inzicht gegeven in de verhouding tussen de overheadkosten en de totale lasten van de gemeente, evenals de verhouding tussen de lasten voor de Wmo en de Jeugdwet en de totale lasten van de gemeente. In de daaropvolgende tabel wordt ditzelfde gedaan maar dan voor de jaren 2024 tot en met 2027. Tabel 5. Overzicht lasten Wmo en Jeugdwet gemeente Zevenaar 2022-2023 (bedragen X € 1.000) Taakveld 2022 2023 6.2 Toegang en eerstelijnsvoorzieningen 6.6 Maatwerkvoorzieningen (Wmo)

5.398 4.084

5.168 2.165

6.71 Maatwerkdienstverlening 18+ 6.72 Maatwerkdienstverlening 186.73A Pleegzorg 6.73B Gezinsgericht 6.73C Jeugdhulp met verblijf overig 6.74A Jeugdhulp behandeling GGZ zonder verblijf 6.74B Jeugdhulp crisis/LTA/GGZ-verblijf 6.74C Gesloten plaatsing

10.546 16.531 0 0 0 0 0

10.617 6.472 923 2.059 4.138 3.169 425 31

6.81 Geëscaleerde zorg 18+ 6.82 Geëscaleerde zorg 18-

144 1.265

138 912

Totale lasten Wmo en Jeugdwet 0.4 Overhead (alle gemeentelijke taken) Totale gemeentelijke lasten

37.968 16.929 184.720

36.217 20.882 181.507

Overhead als % van de totale lasten Lasten Wmo en jeugd als % van totale lasten

9,2% 20,6%

11,5% 20,0%

Uit dit overzicht blijkt dat de totale lasten voor de Wmo en de Jeugdwet in de gemeente Zevenaar tussen 2022 en 2023 gedaald zijn van ongeveer 38 miljoen euro naar ongeveer 36 miljoen euro. De overheadkosten als percentage van de totale lasten zijn gestegen van 9,2% in 2022 naar 11,5% in 2023. Tabel 6. Overzicht lasten Wmo en Jeugdwet gemeente Zevenaar 2024-2027 (bedragen X € 1.000) Taakveld

2024

2025

2026

2027

6.2 Toegang en eerstelijnsvoorzieningen

5.150

5.200

5.050

5.050

6.6 Maatwerkvoorzieningen (Wmo)

2.346

2.406

2.474

2.507

6.71 Maatwerkdienstverlening 18+

0

0

0

0

6.71A Hulp bij het huishouden (Wmo)

6.833

6.988

7.172

7.185

6.71B Begeleiding (Wmo)

4.828

4.933

5.061

5.075

6.71C Dagbesteding (Wmo)

42

42

42

42

6.71D (overige maatwerkarrangementen (Wmo)

10

10

10

10

6.72 Maatwerkdienstverlening 18-

0

0

0

0

6.72A Jeugdhulp begeleiding

3.216

3.216

3.216

3.216

6.72B Jeugdhulp behandeling

4.094

4.094

4.094

4.094

6.72C Jeugdhulp dagbesteding

988

1.016

1.048

1.092

6.72D Jeugdhulp zonder verblijf overig

683

683

683

683

6.73A Pleegzorg

810

810

810

810

51

6.73B Gezinsgericht

2.047

2.047

2.047

2.047

6.73C Jeugdhulp met verblijf overig

2.869

2.869

2.869

2.869

6.74A Jeugdhulp behandeling GGZ zonder verblijf

2.868

2.868

2.868

2.868

6.74B Jeugdhulp crisis/LTA/GGZ-verblijf

981

981

981

981

6.74C Gesloten plaatsing

85

85

85

85

6.81 Geëscaleerde zorg 18+

0

0

0

0

1.424

2.224

2.824

3.324

395

395

395

395

6.82 Geëscaleerde zorg 18-

0

0

0

0

6.82A Jeugdbescherming

750

750

750

750

6.82B Jeugdreclassering

185

185

185

185

Totale lasten Wmo en Jeugdwet

40.604

41.802

42.664

43.268

0.4 Overhead (alle gemeentelijke taken)

19.405

19.238

19.322

19.370

Totale gemeentelijke lasten

165.847

157.138

155.004

198.123

Overhead als % van de totale lasten

11,7%

12,2%

12,5%

9,8%

Lasten Wmo en Jeugdwet als % van totale lasten

24,5%

26,6%

27,5%

21,8%

6.81A Beschermd wonen (Wmo) 6.81B Maatschappelijke- en vrouwenopvang (Wmo)

Uit dit overzicht blijkt dat de totale lasten voor de Wmo en de Jeugdwet na afname tot 2023 ( tabel 3) naar verwachting weer zullen stijgen tot aan 2027. De gemeente verwacht daarnaast dat de overheadkosten zullen toenemen van 11,7% in 2024 naar 12,5 in 2026, waarna deze vervolgens weer zullen afnemen tot 9,8% in 2027. Perspectief uitvoerders (gemeente en ketenpartners) De gemeente verzamelt gegevens over de uitvoering van het beleid via cliëntonderzoeken en registratiecijfers. Monitoring vindt vooral plaats op basis van wachtlijsten en doorlooptijden, maar er is weinig inzicht in de effectiviteit van de hulpverlening. Consulenten moeten bij elke nieuwe hulpvraag een nieuwe melding doen, zonder terug te kunnen kijken op eerdere ondersteuning. Dit maakt het moeilijk om te beoordelen of eerdere hulp daadwerkelijk heeft geholpen. Er is behoefte aan een systeem waarbij elk gezin een vast aanspreekpunt krijgt en consulenten inwoners langer kunnen volgen om effectiviteit beter te meten. Ketenpartners werken steeds nauwer samen met de gemeente maar een systematische leer- en verbetercyclus ontbreekt. Jaarlijks leggen partners verantwoording af aan de gemeente over hun inzet en activiteiten. Zo heeft Caleidoz een registratiesysteem waarin c ollectieve en individuele activiteiten worden vastgelegd, wat enig inzicht biedt.

Volgens medewerkers ontbreekt een duidelijke methode om de effectiviteit van beleid en maatregelen meetbaar en inzichtelijk te maken. Beleidsmakers (ambtelijk en bestuurlijk) Beleidsmakers verantwoorden het beleid via de programmamonitor sociaal domein. De raad ontvangt cijfers over de uitvoering en wordt daarnaast geïnformeerd via voortgangsrapportages, raadsinformatiebrieven en de reguliere planning- en controlcyclus. Beleidskaders en verordeningen worden toegelicht in de gemeenteraad en de raad heeft toegang tot notulen van regionale vergaderingen. Financiële verantwoording vindt plaats via jaarstukken en tussenrapportages, die een beeld geven van de financiële situatie binnen het sociaal domein. Een gesproken beleidsmaker benoemt dat in het sociaal domein resultaten lastig concreet te meten zijn. Acties en maatregelen

52

hebben vaak pas op lange termijn effect, waardoor directe koppelingen tussen beleidsmaatregelen en meetbare resultaten moeilijk te leggen zijn. Het is een uitdaging om de daadwerkelijke impact van beleid en maatregelen objectief vast te stellen. 5.5 Bevindingen beschikbare gegevens gemeenteraad voor sturing 13. Hoe ervaart de gemeenteraad de huidige informatievoorziening rondom de Jeugdwet en de Wmo? Bieden de beschikbare gegevens - en de manier waarop deze worden gedeeld met de raad (en eventueel andere belanghebbenden) – voldoende grip en inzicht in het speelveld? Bevindingen op hoofdlijnen: • De informatievoorziening is uitgebreid, maar mist concrete duiding van aantallen en effect en sturingsmogelijkheden voor de raad. • Gesproken beleidsmakers ervaren dat de raad geen actieve houding neemt om het college te controleren. • Raadsleden ervaren een gebrek aan grip en willen meer gerichte informatie en concrete sturingsinstrumenten. Onderbouwing Perspectief beleidsmakers (ambtelijk en bestuurlijk) Gesproken beleidsmakers geven aan dat de gemeenteraad zich zorgen maakt over onderwerpen zoals wachtlijsten. Ze vragen zich af hoeveel informatie de raad precies nodig heeft. Op dit moment krijgt de raad cijfers over de dienstverlening en word gewerkt met de monitor sociaal domein.

Daarnaast ontvangt de raad informatie via de planning- en controlcyclus en raadsinformatiebrieven (RIB). Een beleidsmaker geeft aan dat de raad wordt geïnformeerd over verordeningen en visies. De uitvoeringsplannen vallen onder het college, maar de raad wordt hierin meegenomen. Tijdens informatieavonden wordt aandacht besteed aan belangrijke vraagstukken. Ook zijn de notulen van regionale vergaderingen openbaar en kan de raad deze inzien. Verder ontvangt de raad informatie via de planning- en controlcyclus. Perspectief raad Raadsleden krijgen financiële informatie en kunnen via een PowerBI-omgeving cijfers inzien. Ze ervaren in mindere mate grip en missen zicht op de mogelijkheden om te sturen. Ze ontvangen bouwstenen van het college, maar willen meer inzicht in hoe deze leiden tot effecten. De huidige informatie is vaak te gedetailleerd en mist duiding over aantallen en effect. De raad wil graag een overzichtelijk dashboard met cijfers, maar daarbij is ook een duidelijke uitleg steeds nodig. Het stoplichtmodel wordt nu gebruikt, maar de betekenis van de kleuren is bijvoorbeeld discutabel. Daarnaast staat de raad voor grote bezuinigingen in de toekomst en moet harde keuzes maken. Dit vraagt om een cultuurverandering en een sterkere kaderstellende rol. De raad wil in gesprek met het college over cijfers, scenario’s en mogelijke bezuinigingen op lange termijn.

53

5.6 Bevindingen informatievoorziening gemeenteraad 14. Is het voor de gemeenteraad mogelijk om op basis van die informatievoorziening goed haar kaderstellende en controlerende rol te vervullen, en sturing te geven aan beleid en uitvoering? Bevindingen op hoofdlijnen: • De raad krijgt veel informatie, maar deze is niet altijd goed toepasbaar voor sturing. Beleidsmakers zien dat de raad haar rol kán vervullen, maar raadsleden ervaren weinig grip. • Een dashboard met heldere duiding en strategische sturingsmogelijkheden kan helpen om de kaderstellende en controlerende rol beter in te vullen. Onderbouwing Perspectief ontvangen documenten Het niet SMART formuleren van doelen (zoals geanalyseerd in vraag 10) maakt het lastig om op doelbereik gegevens te verzamelen en te monitoren. Dit maakt sturing op maatschappelijke effecten ingewikkeld. Daardoor wordt momenteel vooral informatie over kosten en gebruik met de raad gedeeld. Perspectief beleidsmakers (ambtelijk en bestuurlijk) Volgens gesproken beleidsmakers kan de gemeenteraad haar rol via de planning- en controlcyclus (P&C-cyclus) goed invullen. De raad zou actiever kunnen meedenken over concrete zaken, zoals het introduceren van deelscootmobielen. Dit soort keuzes moet explic iet aan de raad worden voorgelegd om samen een plan te maken. Er komen niet veel vragen vanuit de raad.

Dit kan een teken zijn dat de raad tevreden is met de huidige gang van zaken. Beleidskaders en verordeningen worden in de raad besproken en er is extra achtergrondinformatie beschikbaar indien nodig. Het valt de beleidsmedewerkers op dat de raad haar controlerende rol niet sterk oppakt. Beleidsmakers hebben weinig direct contact met de raad, omdat het overleg vooral tussen het college en de raad plaatsvin dt. Een beleidsmaker benoemt dat de gemeenteraad in principe haar taken kan uitvoeren met de huidige informatievoorziening. Dit wordt ook bevestigd door meerdere raadsleden. Er zijn raadsleden die aangeven dat er te veel informatie is, terwijl anderen juist méér willen weten. Perspectief raad Raadsleden ontvangen nu voornamelijk financiële informatie die achteruit kijkt. Via een PowerBIomgeving krijgen zij inzicht in de uitvoering. Het blijft lastig om gedurende het jaar actief te sturen op de uitvoering, ook als bijvoorbeeld tijdens de tussenrapportage duidelijk wordt dat het begrote budget niet gehaald wordt. De vele betrokken schijven en organisaties in zowel de jeugdhulp als de Wmo brengen extra kosten en extra tijd met zich mee. Raadsleden ervaren beperkte grip en sturingsmogelijkheden. Er is een breed gedeeld gevoel dat de raad haar kaderstellende en sturende rol sterker moet oppakken, maar dat daarvoor een andere werkwijze en mogelijk extra middelen nodig zijn.

De raad wil graag met het college in gesprek over cijfers, toekomstgerichte sc enario’s, en de manier van sturen. De focus moet daarbij liggen op het bewaken van budgetten en het stellen van kaders. Daarnaast is er de vraag wanneer de gemeente nu daadwerkelijk gaat transformeren. Inmiddels zijn al tien jaren verstreken maar vinden meerdere raadsleden dat de gemeente nog niet ‘getransformeerd’ is. Er is bijvoorbeeld ook een slag te maken in het verkleinen van de toegang. Zij vinden dat eerst moet worden gekeken naar wat het systeem, zoals de buurt of de wijk, zelf kan bieden, en pas daarna komt

54

de hulpverlening in beeld. Verder is het belangrijk om samen met partners op te trekken en hen zeggenschap te geven in het proces, zodat bepaalde zaken versneld kunnen worden. 5.7 Bevindingen monitoring en sturing gemeenteraad 15. Worden de verstrekte gegevens actief en effectief door de raad benut om te monitoren, sturen en beslissen? Bevindingen op hoofdlijnen: • De raad ervaart onvoldoende grip op de gegevens voor effectieve sturing en besluitvorming. Zij heeft behoefte aan beter inzicht in financiën, personeel en zorgkwaliteit. Onderbouwing Perspectief raad De raad heeft moeite om de beschikbare gegevens te gebruiken om te monitoren, bij te sturen en besluiten te nemen. Meer inzicht in de behaalde resultaten zou helpen. Zo wordt duidelijk hoe efficiënt het budget wordt besteed en hoe effectief de hulp is. Met deze informatie kan de raad beter het gesprek aangaan over mogelijke aanpassingen. Het is belangrijk om de financiën goed te beheren maar de budgetten voor de uitvoering van de Jeugdwet en de Wmo worden vaak overschreden. Hierdoor werkt het vastgestelde budget niet goed omdat vooraf al duidelijk is dat tekorten zullen ontstaan. Tegelijkertijd is een balans nodig is tussen bezuinigingen en het behouden van goede zorg en dienstverlening. De raad wil meer zicht krijgen op preventie en op het aantal en de kwaliteit van medewerkers.

Er moet een manier komen om het beleid menselijk te houden en tegelijkertijd de controle te verstevigen, vooral op financieel gebied. 5.8 Toetsing normenkader Voor de toetsing aan de norm werken we met de volgende termen in volgorde van niet voldoen tot voldoen: • Voldoet niet: dit betekent dat op geen enkele wijze (0%) wordt voldaan aan de norm. • •

Voldoet beperkt: dit betekent dat voor een klein deel (<=50%) wordt voldaan aan de norm Voldoet merendeels: dit betekent dat voor een groter deel (>50%, <75%) wel dan niet wordt voldaan aan de norm. Voldoet grotendeels: dit betekent dat voor een zeer groot gedeelte (>75%) wordt voldaan aan de norm. Voldoet: dit betekent dat volledig (100%) wordt voldaan aan de norm.

• •

Normen De gemeente heeft haar doelen en visie voor jeugdhulp SMART geformuleerd

De gemeente stuurt op basis van gegevens over de ontwikkeling in de hulpvragen, het gebruik en de kosten van de ingezette ondersteuning en hulp op vroegsignalering en preventie.

55

Toetsing Voldoet beperkt. De doelen en visie van de jeugdhulp zijn niet SMART geformuleerd. De doelen en visie zijn merendeels niet concreet en missen meetpunten. Voldoet beperkt. De raad ervaart onvoldoende inzicht in de uitvoering van vroegsignalering en preventie. Zij krijgt wel inzicht in activiteiten en kosten en weinig tot geen inzicht in

transformatiedoelen en maatschappelijke effecten. De gemeente heeft aan de hand van kwantitatieve en kwalitatieve data inzicht in inzet, gebruik en resultaat van het beleid en de voorzieningen in de Wmo en Jeugdwet. Raadsleden ervaren dat zij voldoende, tijdige en bruikbare informatie rondom Jeugdwet en Wmo ontvangen om grip en inzicht te krijgen in de huidige situatie en bij te kunnen sturen waar nodig. De beschikbare informatie stelt de raad in staat om haar kaderstellende en controlerende rol te vervullen en bij te sturen op beleid en uitvoering waar nodig.

De raad benut de ontvangen informatie over de uitvoering van de jeugdhulp en de Wmo en stuurt op basis hiervan bij waar nodig.

56

Voldoet merendeels. De gemeente heeft voornamelijk kwantitatief inzicht in inzet, gebruik en het resultaat van het beleid en de voorzieningen. Inzicht in de effecten van het beleid ontbreekt deels. Voldoet beperkt. De informatievoorziening is uitgebreid maar de raad ervaart onduidelijkheid bij de geboden informatie en mist sturingsmogelijkheden. Hierdoor kan zij in beperkte mate bijsturen. Zij ervaart een gebrek aan grip. Voldoet merendeels. De raad ontvangt veel informatie alleen deze is niet altijd goed bruikbaar voor sturing. Zij kan haar kaderstellende en controlerende rol niet vervullen omdat zij grip mist op de uitvoering en het maatschappelijk effect. Voldoet beperkt. De raad ervaart dat de ontvangen informatie onvoldoende is om bij te sturen wanneer nodig. Zij heeft behoefte aan beter inzicht in financiën, personeel, zorgkwaliteit, het behalen van transformatiedoelen en maatschappelijke effecten.

Bijlage

57

Bijlage 1: geraadpleegde bronnen Documenten • 1058772 verordening versie 2 11 2021definitief (Concept verordening WMO 2022) • 1200393-visie en integrale nota sociaal domein 2024-2040 • 1208340-Woonzorgvisie Zevenaar 2024-2028 • 1208661-_Visie sociaal domein 2024 - 2040_HighRes • 1210581-Woonzorgvisie Zevenaar 2024-2028_Woonzorgvisie Zevenaar conceptversie 7 mei_ • 20220518 Zevenaar - Rapport clientervaringsonderzoek jeugdhulp over 2021.cleaned • • • • •

• • • • •

20220518 Zevenaar - Rapport Wmo-clientervaringsonderzoek over 2021.cleaned 240220 Het fundament van EF in Gelderland_verkorte weergave Beleid huisvesting in verband met pré-mantelzorg gemeente Zevenaar Beleidsplan Sociaal Domein Jeugdwet Wmo en Participatiewet 2020 -2023_1 Beleidsplan Sociaal Domein Jeugdwet_ Wmo en Participatiewet 2020 -2023 (Beleidsplan Sociaal Domein Jeugdwet Wmo en Participatiewet 2020-2023_1) Beleidsregel verhuisindicatie (levensloop-of rolstoelgeschikt) gemeente ZevenaarBeleidsr egels bekostiging leerlingenvervoer gemeente Zevenaar 2024 Beleidsregels jeugdhulp gemeente Zevenaar 5 nov 2019 Beleidsregels jeugdwet gemeente Zevenaar 2021 Beleidsregels Jeugdwet gemeente Zevenaar 2023 Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Zevenaar 2022 Beleidsregels Mantelzorgurgentieverklaringen gemeente Zevenaar

• • • • • •

Beleidsregels peutervoorziening en voorschoolse educatie gemeente Zevenaar 2021 Beleidsvisie Sociaal Domein 2020 - 2023 Versie 2.0 Bijlage 3. 1184679 Normen -en toetsingskader 2023 – geactualiseerd Jaarrekening 2022 gemeente Zevenaar Jaarrekening 2023 gemeente Zevenaar Meerjarenbegroting 2024 gemeente Zevenaar

• • • • • •

Nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Zevenaar 2023 Regionaal toezicht- en handhavingskader Wmo 2015 en Jeugdwet Tussentijdse cijfers commissievergadering 20240910 Tussentijdse cijfers Sociaal Domein commissie Samenleving 20241015 Verordening Jeugdhulp Voorwoord tussentijdse cijfers Gemeente Zevenaar

• • •

Voorwoord tussentijdse cijfers Gemeente Zevenaar Zevenaar - Rapport cliëntervaringsonderzoek jeugdhulp over 2023 Definitief Zevenaar - Rapport Wmo-cliëntervaringsonderzoek over 2023 Definitief

•

58

Respondenten Inwoners • 30 inwoners die gebruik hebben gemaakt van ondersteuning via de Wmo of Jeugdwet Gemeente Zevenaar • 4 beleidsmedewerkers Jeugdwet en Wmo • De verantwoordelijk wethouder sociaal domein • 4 inkomensconsulenten • 6 Raads- (commissie) leden Partners Meerdere uitvoerende medewerkers van de volgende partners: • Stichting Mee • Van Belang • Caleidoz •

59

Sante

Bijlage 2: deelvragen Leefwereld 1. Hoe bereikbaar (waaronder begrepen de fysieke nabijheid) en toegankelijk zijn de voorzieningen van Jeugdwet en Wmo voor inwoners van de gemeente Zevenaar? 2. Wat zijn de verschillende routes waarlangs inwoners van de gemeente Zevenaar toegang hebben tot gemeentelijke voorzieningen op het gebied van Jeugdwet en Wmo? 3. Hoe is (kwantitatief) het gebruik en effectiviteit van deze routes, rekening houdend met eventuele demografische en geografische verschillen (de verschillende kernen)? 4. Hoe ervaren inwoners zelf de routes tot hulp/zorg/steun, de kwaliteit van de geleverde diensten, en de effecten daarvan? In welke mate sluit het aanbod aan bij de vraag en behoeften van inwoners? Uitvoeringswereld 5. Hoe is de uitvoering van de jeugdhulp en Wmo ingericht in de gemeente Zevenaar? 6. Hoe geven de partijen, die betrokken zijn in de uitvoering, invulling aan hun preventieve rol en welke verbetermogelijkheden zien zij hierin? 7. Wat is volgens uitvoerders in beide domeinen (Jeugdhulp en Wmo) nodig om de gezondheid van doelgroepen preventief te versterken en om te gaan met de groeiende vraag naar hulp en ondersteuning? 8. Komt in de gemeente Zevenaar de beschikbare hulp op gebied van Jeugdwet en Wmo tijdig, nabij en correct bij de juiste inwoners terecht (doeltreffendheid)? 9.

Welke gegevens over (de inzet van) Jeugdwet en Wmo heeft de gemeente Zevenaar beschikbaar (kwantitatief en kwalitatief)? Zijn deze gegevens de juiste? Zijn ze doeltreffend, doelmatig en rechtmatig? Beleidswereld 10. Welke doelen streeft de gemeente Zevenaar na in de jeugdhulp en Wmo? Zijn deze concreet en meetbaar (SMART) geformuleerd? 11. Op welke manieren stuurt de gemeente Zevenaar in het jeugd- en Wmo-beleid op vroegsignalering en preventie? 12. Hoe wordt het beleid inhoudelijk en financieel verantwoord? Zijn er (kwantitatieve of kwalitatieve) gegevens beschikbaar over inzet, gebruik en resultaat van het beleid en de maatregelen? 13. Hoe ervaart de gemeenteraad de huidige informatievoorziening rondom de Jeugdwet en de Wmo? Bieden de beschikbare gegevens - en de manier waarop deze worden gedeeld met de raad (en eventueel andere belanghebbenden) – voldoende grip op, en inzicht in, het speelveld? 14. Is het voor de gemeenteraad mogelijk om op basis van die informatievoorziening goed haar kaderstellende en controlerende rol te vervullen, en sturing te geven aan beleid en uitvoering? 15. Worden de verstrekte gegevens actief en effectief door de raad benut om te monitoren, sturen en beslissen?

60

Bijlage 3: analyseschema’s inwoners Analyseschema Wmo Vraag Hoe ben je bij deze hulp terechtgekomen?

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

Wist je waar je met jouw vraag terecht kon? Hoe vond je de bereikbaarheid van de hulpverlening? Denk je dat andere inwoners weten waar zij met een hulpvraag terecht kunnen? Bereikt de gemeente/hulpinstanties inwoners die met dezelfde vragen en problemen zitten? Lukt het de gemeente/hulpinstanties inwoners te bereiken voordat zij problemen krijgen? Kreeg je de hulp op tijd? Wat vind je van het contact met de gemeente/hulpinstanties? Wat heeft de hulp die je kreeg voor je betekend? Weet je waar je met klachten terecht kunt? Analyseschema Jeugdwet Vraag Hoe ben je bij deze hulp terechtgekomen? Wist je waar je met jouw vraag terecht kon? Hoe vond je de bereikbaarheid van de hulpverlening?

61

Denk je dat andere inwoners weten waar zij met een hulpvraag terecht kunnen? Bereikt de gemeente/hulpinstanties inwoners die met dezelfde vragen en problemen zitten? Lukt het de gemeente/hulpinstanties inwoners te bereiken voordat zij problemen krijgen? Kreeg je de hulp op tijd? Wat vind je van het contact met de gemeente/hulpinstanties? Wat heeft de hulp die je kreeg voor je betekend? Weet je waar je met klachten terecht kunt?

62

Bijlage 4: normenkader Onderdeel Leefwereld

Vraag 1. Hoe bereikbaar (waaronder fysieke nabijheid) en toegankelijk zijn de voorzieningen van de Jeugdwet en de Wmo voor inwoners van de gemeente Zevenaar?

Norm •

• •

•

•

2.

3.

4.

Uitvoeringswereld

5.

6.

7.

63

Inwoners weten waar zij informatie en advies kunnen vragen bij de gemeente Inwoners weten de ondersteuning te vinden Inwoners ervaren een duidelijke en makkelijk begrijpelijke mondelinge en schriftelijke communicatie door de gemeente Inwoners ervaren geen onnodige drempels in termen van bereikbaarheid, waaronder fysieke nabijheid en toegankelijkheid. Inwoners vinden dat de menselijke maat wordt toegepast bij de uitvoering van de Wmo en de jeugdhulp.

Wat zijn de verschillende routes waarlangs inwoners van de gemeente Zevenaar toegang hebben tot gemeentelijke voorzieningen op het gebied van de Jeugdwet en de Wmo? Hoe is (kwantitatief) het gebruik en resultaat van deze routes, inclusief eventuele demografische en geografische verschillen (de verschillende kernen)? Hoe ervaren inwoners zelf de routes tot hulp/zorg/steun, de kwaliteit van de geleverde diensten, en de effecten daarvan? In welke mate sluit het aanbod aan bij de vraag en behoeften van inwoners?

•

Beschrijvende vraag geen norm

•

Beschrijvende vraag geen norm

•

Hoe Is de uitvoering van de Jeugdwet en de Wmo ingericht in de gemeente Zevenaar? Hoe geven de partijen die betrokken zijn in de uitvoering invulling aan hun preventieve rol en welke verbetermogelijkheden zien zij hierin? Wat is volgens uitvoerders in beide domeinen (Jeugdhulp en Wmo) nodig om de gezondheid van doelgroepen preventief te versterken en om te gaan met de groeiende vraag naar hulp en ondersteuning?

•

De geboden hulp sluit aan op de situatie, hulpvragen en behoeften van inwoners De ondersteuning heeft als effect dat inwoners ondersteuning ervaren waardoor hun ‘problematiek’ draaglijker wordt of opgelost wordt. Beschrijvende vraag, geen norm

•

•

Beschrijvende vraag, geen norm

•

Beschrijvende vraag, geen norm

8.

Komt in de gemeente Zevenaar de beschikbare hulp op gebied van de Jeugdwet en de Wmo tijdig, nabij en correct bij de juiste inwoners terecht (doeltreffendheid)?

•

•

•

•

9.

Welke gegevens over (de inzet van) de Jeugdwet en de Wmo heeft de gemeente Zevenaar beschikbaar (kwantitatief en kwalitatief)? Zijn deze gegevens de juiste? Zijn ze doeltreffend, doelmatig en rechtmatig?

•

• •

•

Beleidswereld

64

10. Welke doelen streeft de gemeente Zevenaar na in de Jeugdwet en Wmo? Zijn deze concreet en meetbaar (SMART) geformuleerd?

•

11. Op welke manieren stuurt de gemeente Zevenaar in het Jeugden Wmo-beleid op vroegsignalering en preventie?

•

12. Hoe wordt het beleid inhoudelijk en financieel verantwoord? Zijn er (kwantitatieve of kwalitatieve) gegevens beschikbaar over inzet, gebruik en resultaat van het beleid en de maatregelen?

•

•

De huidige toegangspoorten zijn laagdrempelig en bereikbaar voor alle inwoners met een hulpvraag Alle inwoners met een zorgof ondersteuningsvraag die behoefte hebben aan hulp worden tijdig bereikt, het besluit van de gemeente op de hulpaanvraag wordt tijdig (binnen wettelijke termijnen) genomen en de hulp wordt tijdig geboden. De uitvoering zet actief in op het verminderen van wachtlijsten Het hulpaanbod van de gemeente en partners sluit (maximaal) aan bij de (potentiële) zorg en ondersteuningsvraag De kwantitatieve cijfers van de Jeugdwet en de Wmo en de zorg- en ondersteuningsvragen zijn bekend bij de gemeente/partners Cijfers over wachtlijsten zijn bekend bij de uitvoering De monitoring en rapportages van en over de uitvoering en effect van de Wmo en de Jeugdwet bieden inzicht in het bereik van het beoogde effect De uitvoering wordt geëvalueerd en eventuele verbeterpunten worden doorgevoerd in beleid en uitvoering Beschrijvende vraag, geen norm De gemeente heeft haar doelen en visie van jeugdhulp SMART geformuleerd De gemeente stuurt op basis van gegevens over de ontwikkeling in de hulpvragen, het gebruik en de kosten van de ingezette ondersteuning en hulp op vroegsignalering en preventie. De gemeente heeft aan de hand van kwantitatieve en kwalitatieve data inzicht in inzet, gebruik en resultaat van het beleid en de

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zevenaar&id=761ed949-3e06-4059-88b1-bac3b4300c6d