Bijlage 1. 1243452 - BP Gelders Eiland Regels
Tekst van het document
14.3.2
Strijdig gebruik
Tot strijdig gebruik van de gronden en bouwwerken wordt in ieder geval gerekend: a. b.
gebruik/verhuur van de (ondergeschikte) horeca-voorziening voor al dan niet besloten feesten, partijen of bijeenkomsten; het gebruik van onbebouwde gronden anders dan als parkeergelegenheid, bij onvoldoende parkeercapaciteit op eigen terrein.
Artikel 15 15.1
Verkeer
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f.
wegen, pleinen en parkeervoorzieningen; fiets- en voetpaden; groen, watergangen en - partijen; geluidwerende voorzieningen; voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; bij de bestemming behorende bouwwerken en voorzieningen, waar onder viaducten, bruggen en bijbehorende taluds, duikers, bouwwerken voor geleiding, beveiliging en regeling van het wegverkeer, lichtmasten, informatieborden, verkeerstekens, kunstobjecten, nutsvoorzieningen en straatmeubilair.
15.2
Bouwregels
Op of in de in 15.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken geen gebouw zijnde worden gebouwd. 15.2.1
Gebouwen
Voor gebouwen gelden de volgende regels: a.
gebouwen mogen niet worden gebouwd.
46
bestemmingsplan Gelders Eiland
15.2.2
Bouwwerken geen gebouw zijnde
Voor bouwwerken geen gebouw zijnde gelden de volgende regels: a. b.
bouwhoogte van bouwwerken (geen gebouw zijnde) ten behoeve van de verkeersgeleiding en wegverlichting maximaal 8 m; bouwhoogte overige bouwwerken (geen gebouw zijnde) maximaal 4 m.
15.3
Afwijken van de bouwregels
Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van het bepaalde 15.2.2, onder de voorwaarden genoemd in artikel 44.5, een omgevingsvergunning verlenen voor: 15.3.1
bouwhoogte van bouwwerken geen gebouw zijnde
Voor een hogere bouwhoogte van bewegwijzeringborden, signaleringsborden en -portalen en verlichtingsornamenten zoals genoemd in artikel 15.2.2 gelden de volgende voorwaarden: a. b.
nut, noodzaak en wenselijkheid van een afwijkende bouwhoogte voldoende vaststaat; de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 15 m.
15.4
Strijdig gebruik
Strijdig gebruik van de gronden en bouwwerken wordt in ieder geval gerekend: a. b. c. d.
verkoop van motorbrandstoffen; detailhandel; horeca; opslag-, storten-, stallen of bergen van, al dan niet aan het normale gebruik onttrokken, voertuigen.
Artikel 16 16.1
Water
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h. i.
de waterhuishouding, waar onder waterlopen, waterberging, infiltratievoorzieningen en andere waterhuishoudkundige voorzieningen; watergangen en -partijen met daarbij behorende taluds, schouwpaden en oevers; extensief recreatief medegebruik; behoud en ontwikkeling van natuurwaarden; oeverrecreatie; ter plaatse van de aanduiding 'veerhaven', een veerverbinding; paden, wegen en parkeervoorzieningen; groenvoorzieningen en speelvoorzieningen; bij de bestemming horende bouwwerken en voorzieningen, zoals duikers, bruggen, kademuren, beschoeiingen en kunstobjecten, uitgezonderd steigers en andere aanlegplaatsen.
16.2
Bouwregels
Op of in de in 16.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend de volgende bouwwerken worden gebouwd. 16.2.1
Gebouwen
Op of in de in 16.1 bedoelde gronden mogen geen gebouwen, inclusief overkappingen, worden gebouwd. 16.2.2
Bouwwerken, geen gebouw zijnde
Voor bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. b. c.
bouwen van steigers en aanlegplaatsen is niet toegestaan; drijvende of grondgebonden zonnepanelen zijn niet toegestaan; bouwhoogte maximaal 3 m.
47
bestemmingsplan Gelders Eiland
16.3
Specifieke gebruiksregels
16.3.1
Strijdig gebruik
Tot strijdig gebruik van de gronden en bouwwerken wordt in ieder geval gerekend: a. b. c.
het gebruik van gronden en wateroppervlakten voor verblijfsrecreatie; het al dan niet tijdelijk plaatsen van caravans, boten of andere kampeermiddelen; het beoefenen van lawaaisporten, individueel of in groeps- of verenigingsverband; het gebruik van gronden voor al dan niet kortstondig en/of incidentele evenementen, festiviteiten of manifestaties.
Artikel 17 17.1
Water - Recreatieplas
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Water - recreatieplas' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c.
waterhuishouding (zoals waterlopen, waterberging en waterhuishoudkundige voorzieningen); instandhouding en ontwikkeling van natuurwaarden; overige voorzieningen, zoals duikers, bruggen, kademuren, beschoeiingen en kuntsobjecten, uitgezonderd zijn steigers en andere aanlegplaatsen;
alsmede voor: d. e. f. g.
h. i. j.
een jachthaven met bijbehorende voorzieningen, drijvende recreatiewoningen en een drijvende bedrijfswoning, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'jachthaven'; een speedbootbaan met bijbehorende voorzieningen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - speedbootbaan'; een vaste ligplaats voor een oliebunkerschip, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - oliebunkerschip'; een drijvende verwerkingsinstallatie (zand-grind-classificeerinstallatie) voor de verwerking van gewonnen grondstoffen uit het plangebied ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water drijvende verwerkingsinstallatie' met bijbehorende voorzieningen; water- en oeverrecreatie, pleziervaart, water- en hengelsport; tijdelijke opslag van grind en zand, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'opslag'; groenvoorzieningen.
17.2
Bouwregels
17.2.1
Algemeen
Op of in de in 17.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend de volgende bouwwerken worden gebouwd. 17.2.2
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen, inclusief overkappingen, gelden de volgende regels: a. b. c. d.
op of in de in 17.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bestaande gebouwen worden gebouwd, met dien verstande dat; maximaal 20 drijvende recreatiewoningen ter plaatse van de aanduiding 'jachthaven'; oppervlakte drijvende recreatie- of bedrijfswoning ter plaatse van de aanduiding 'jachthaven' maximaal 70 m2 ; bouwhoogte drijvende recreatiewoning ter plaatse van de aanduiding 'jachthaven' gemeten vanaf de waterlijn maximaal 5 m.
17.2.3
Bouwwerken, geen gebouw zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. b.
bouwhoogte van de drijvende verwerkingsinstallatie maximaal 20 meter. bouwhoogte overige bouwwerken (geen gebouw zijnde) maximaal 3 m.
48
bestemmingsplan Gelders Eiland
Artikel 18 18.1
Water - Rivier
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Water - Rivier' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.
waterhuishouding (zoals waterlopen, waterberging en waterhuishoudkundige voorzieningen); voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, zoals water-, ijs- en sedimentafvoer; overige voorzieningen, zoals duikers, bruggen, kademuren, beschoeiingen en kunstobjecten, uitgezonderd zijn steigers en andere aanlegplaatsen; beroepsvaart en pleziervaart;
alsmede voor: e.
een auto-afzetsteiger, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water auto-afzetsteiger'; f. een aanlegsteiger, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water aanlegsteiger'; g. een horecabedrijf in horeca-categorie 1 of horeca-categorie 2 , uitsluitend ter plaatse van de aanduiding specifieke vorm van water - horeca'; h. een supermarkt, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'supermarkt'; i. een vaste ligplaats voor een schip, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - ligplaats voor een nautisch object'; j. een vaste ligplaats voor een oliebunkerschip, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - oliebunkerschip'; k. ligplaats voor schepen voor vervoer, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water - loswal vervoerschip'; l. wonen in een schip, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning'; m. ter plaatse van de aanduiding 'tunnel', een tunnel ten behoeve van railverkeer; n. extensief recreatief medegebruik; o. groenvoorzieningen. 18.2
Bouwregels
18.2.1
Algemeen
Op of in de in 18.1 bedoelde gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. 18.2.2
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen, inclusief overkappingen, gelden de volgende regels: a.
op of in de in 18.1 bedoelde gronden zijn uitsluitend bestaande gebouwen en overkappingen toegestaan.
18.2.3
Bouwwerken, geen gebouw zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a.
bouwhoogte maximaal 2,5 m.
Artikel 19 19.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.
wonen; een caravanstalling', uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen caravanstalling'; recreatieappartementen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'recreatiewoning'; tuinen en erven, ter plaatse van de aanduiding 'tuin';
49
bestemmingsplan Gelders Eiland
e.
bij de bestemming behorende bouwwerken en voorzieningen zoals tuinen, erven en verhardingen.
19.2
Bouwregels
19.2.1
Algemeen
Op of in de in 19.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend de volgende bouwwerken worden gebouwd. 19.2.2
Gebouwen
Voor gebouwen, inclusief overkappingen, gelden de volgende regels: a. b. c. d.
e. f. g. h.
maximaal 1 woning per bestemmingsvlak, met dien verstande dat indien het bestemmingsvlak is voorzien van een bouwvlak, dan mag het aantal woningen niet meer bedragen dan 1 per bouwvlak; voor hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken, inclusief overkappingen, gelden de in artikel 41.2 genoemde regels; hoofdgebouwen worden, indien een bouwvlak is aangegeven, uitsluitend binnen het bouwvlak gebouwd; in afwijking van het bepaalde onder b geldt: 1. ter plaatse van de aanduiding 'maximum oppervlakte' bedraagt de oppervlakte voor hoofdgebouwen maximaal zoals aangegeven; 2. indien het bestemmingsvlak is voorzien van de aanduiding 'bijgebouwen', dan zijn bijbehorende bouwwerken uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' en het bouwvlak en bedraagt de oppervlakte bijgebouwen en overkappingen maximaal 25 m2 ; herbouw van het hoofdgebouw maximaal 3 m van de bestaande bebouwingscontour; de voorgevel van het hoofdgebouw wordt geplaatst in de bestaande voorgevelrooilijn of in de voorgevelrooilijn die parallel loopt met de bestaande voorgevelrooilijn; oppervlakte van recreatieappartementen ter plaatse van de aanduiding 'recreatiewoning' maximaal 120 m2 ; bouwhoogte van recreatieappartementen ter plaatse van de aanduiding 'recreatiewoning' maximaal 6m.
19.2.3
Bouwwerken, geen gebouw zijnde
Voor bouwwerken geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. b. c.
d.
e.
bouwhoogte erfafscheiding voor de voorgevel maximaal 1 m; bouwhoogte erfafscheiding achter de voorgevel maximaal 2 m; bestaande paardenbakken voor hobbymatig gebruik, met dien verstande dat: 1. oppervlakte maximaal 800 m2 ; 2. bouwhoogte omheining maximaal 1,7 m; 3. lichtmasten zijn toegestaan onder de volgende voorwaarden: afstand tot Natura 2000 gebieden minimaal 50 m; bouwhoogte maximaal 6 m; lichtbundels zijn middels afscherming zijn gericht op de rijbak. grondgebonden zonnepanelen zijn toegestaan onder de volgende voorwaarden: 1. aangetoond is dat het ondoelmatig is om de zonnepanelen op bestaande dakvlakken te realiseren; 2. de omvang van de opstelling c.q. installatie, inclusief zonnepanelen op de dakvlakken, is niet groter dan noodzakelijk om te voorzien in de energiebehoefte van het eigen perceel; 3. de grondopstelling is compact en geconcentreerd is vormgegeven achter, het verlengde van, de voorgevel van de woning; 4. de kortste afstand tussen de woning en de zonnepanelen bedraagt niet meer dan 20 m; 5. de maximale hoogte van de grondopstelling bedraagt niet meer bedraagt dan 2 meter en is via een palencontructie verbonden; bouwhoogte overige bouwwerken (geen gebouw zijnde) maximaal 3 m.
50
bestemmingsplan Gelders Eiland
19.3
Specifieke gebruiksregels
19.3.1
Strijdig gebruik
Tot strijdig gebruik van de gronden en bouwwerken wordt in ieder geval gerekend: a.
het gebruik van een bijbehorende bouwwerken voor de primaire woonfunctie en/of als zelfstandige woning, met uitzondering voor mantelzorg.
19.4
Afwijken van de gebruiksregels
Burgemeester en wethouders kunnen, in afwijking van artikel 19.1, onder de voorwaarden genoemd in artikel 44.5 en 19.4, een omgevingsvergunning verlenen voor: 19.4.1
Ondergeschikte horeca
Voor ondergeschikte horeca gelden de volgende voorwaarden: a. b. c.
d.
e. f.
uitsluitend als nevenactiviteit uitgeoefend door (één van) de bewoner(s) van de woning; uitsluitend horeca categorie 1; oppervlakte (exclusief terras) maximaal 50 m2 , met dien verstande dat de gezamenlijke oppervlakte van tentoonstellingsruimte, beroep en bedrijf aan huis, bed & breakfast, ondergeschikte horeca en voorzieningen voor een mini-camping niet meer bedraagt dan 150 m2 ; een kleinschalige terrasvoorziening wordt uitsluitend toegestaan onder de volgende voorwaarden: 1. oppervlakte maximaal 50 m2 , met dien verstande dat de totale oppervlakte van het terras op het perceel niet meer dan 50 m2 bedraagt; 2. afstand tot een woning van derden minimaal 30 m; 3. geen onevenredige aantasting van belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden; geen buitenopslag of stalling van goederen; geen verhuur van horecaruimte ten behoeve van feesten of partijen.
19.4.2
Kleinschalig kamperen (mini-camping)
Voor een mini-camping gelden de volgende voorwaarden: a. b. c. d. e. f.
g.
uitsluitend als nevenactiviteit gerund door (één van) de bewoner(s) van de woning; afstand tot een woning van derden minimaal 30 m; afstand tot een naburig kampeerterrein minimaal 250 m; de oppervlakte bedraagt maximaal 0,5 ha., met dien verstande dat de totale oppervlakte van het perceel niet meer bedraagt dan 0,5 ha.; kampeermiddelen mogen uitsluitend in de periode van 15 maart tot 31 oktober op het terrein aanwezig zijn; een mini-camping aansluitend op het bestemmingsvlak wordt toegestaan onder de volgende voorwaarden: 1. aangetoond is dat het ondoelmatig is om om de mini-camping geheel of gedeeltelijk binnen het aanwezige bestemmingsvlak 'Wonen' te realiseren; 2. er ter plaatse van de mini-camping geen kernkwaliteiten (overige zone - Groene ontwikkelingszone, Waarde - Ganzenrustgebied, Waarde - Nationaal Landschap) uit de provinciale omgevingsverordening gelden; 3. oppervlakte maximaal 0,5 ha., met dien verstande dat de totale oppervlakte van een mini-camping bij het perceel niet meer bedraagt dan 0,5 ha; 4. direct aansluitend op het bestemmingsvlak 'Wonen'; 5. gelegen buiten de contour van het plaatsgebonden risico externe veiligheid; 6. uitsluitend binnen de bestemming 'Agrarisch'; 7. voor het overige wordt voldaan aan de voorwaarden van dit artikel; 8.
voorzieningen (waar onder sanitaire voorzieningen en bergingen) mogen uitsluitend binnen het bestemmingsvlak 'Wonen' worden gesitueerd; er wordt voorzien in een goede landschappelijke inpassing, op basis van een door het college van burgemeester en wethouders goedgekeurd landschapsplan.
51
bestemmingsplan Gelders Eiland
Artikel 20 20.1
Wonen - Landgoed
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen - Landgoed' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c.
d. e. f.
wonen; ontwikkeling en beheer van tuinen, gewassen, natuur en houtopstanden; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen – landhuis 1', beheer en/of herstel van de aanwezige cultuurhistorische bebouwing, 3 wooneenheden, kantoor, trouwlocatie en ondergeschikte horeca met kleinschalige recreatieve sport- en spelvoorzieningen; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen – landhuis 2', 2 woningen en beroep aan huis; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen – landhuis 3', beheer en/of herstel van de aanwezige cultuurhistorische bebouwing en beroep aan huis; bij de bestemming horende bouwwerken en voorzieningen, waar onder tuinen, erven en verhardingen.
20.2
Bouwregels
20.2.1
Algemeen
Op of in de in 20.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend de volgende bouwwerken worden gebouwd. 20.2.2
Landhuis 1
Voor gebouwen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - landhuis 1' gelden de volgende regels: a. b. c.
bestaande goot- en bouwhoogte; bestaande oppervlakte; maximaal 3 wooneenheden.
20.2.3
Landhuis 2
Voor gebouwen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - landhuis 2' gelden de volgende regels: a. b. c. d. e. f. g. h.
maximaal 2 hoofdgebouwen; maximaal 1 wooneenheid per hoofdgebouw; goothoogte hoofdgebouw maximaal 6 m; bouwhoogte hoofdgebouw maximaal 10 m; inhoud per hoofdgebouw maximaal 750 m3 ; in afwijking van het bepaalde onder a, bedraagt de goothoogte bijbehorende bouwwerken maximaal 3 m; in afwijking van het bepaalde onder a, bedraagt de bouwhoogte bijbehorende bouwwerken maximaal 6 m; oppervlakte bijbehorende bouwwerken maximaal 150 m2 per hoofdgebouw.
20.2.4
Landhuis 3
Voor gebouwen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - landhuis 3' gelden de volgende regels: a.
b.
maximaal 1 hoofdgebouw met maximaal 2 wooneenheden in het gebouw, overeenkomstig de bestaande: 1. goot- en bouwhoogte; 2. oppervlakte; maximaal 1 wooneenheid in een bijbehorend bouwwerk: 1. maximum oppervlakte 120 m2 ; 2. goothoogte maximaal 3 m; 3. bouwhoogte maximaal 8 m;
52
bestemmingsplan Gelders Eiland
c.
maximaal 1 bijbehorend bouwwerk: 1. maximum oppervlakte 180 m2 ; 2. goothoogte maximaal 3 m; 3. bouwhoogte maximaal 6 m;
20.2.5
Bouwwerken geen gebouw zijnde
Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. b. c. d. e.
bouwhoogte erfafscheiding voor de voorgevel maximaal 1 m; bouwhoogte erfafscheiding achter de voorgevel maximaal 2 m; bouwhoogte vlaggen- en verlichtingsmasten maximaal 8 m; oppervlakte zwembaden maximaal 75 m2 ; bouwhoogte overige bouwwerken (geen gebouw zijnde) maximaal 2,5 m.
20.3
Afwijken van de bouwregels
Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van het bepaalde in artikel 20.2.2, 20.2.3, 20.2.4, onder de voorwaarden genoemd in artikel 44.5 en 20.3, een omgevingsvergunning verlenen voor: 20.3.1
uitbreiden van het hoofdgebouw
Voor het uitbreiden van het hoofdgebouw gelden de volgende voorwaarden: a. b. c.
uitsluitend achter (het verlengde van) de voorgevel; de uitbreiding ten opzichte van de bestaande bebouwing is niet groter dan 50 m2 ; de cultuurhistorische waarden worden niet onevenredig aangetast.
20.3.2
grondgebonden zonnepanelen
Voor het bouwen van grondgebonden zonnepanelen gelden de volgende voorwaarden: a. b. c. d. e. f.
aangetoond is dat het ondoelmatig is om de zonnepanelen op bestaande dakvlakken te realiseren dan wel de cultuurhistorische waarde onevenredig wordt aangetast; de omvang van de opstelling c.q. installatie, inclusief zonnepanelen op de dakvlakken, is niet groter dan noodzakelijk om te voorzien in de energiebehoefte van het eigen perceel; de grondopstelling is compact en geconcentreerd is vormgegeven; de maximale hoogte van de grondopstelling bedraagt niet meer dan 3 meter en deze is via een palenconstructie verbonden met de ondergrond (bodem); de cultuurhistorische waarden worden niet aangetast; er wordt voorzien in een goede landschappelijke inpassing, op basis van een door het college van burgemeester en wethouders goedgekeurd landschapsplan.
20.4
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen bij het verlenen van een omgevingsvergunning nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van bouwwerken ten behoeve van borging of bevordering van de cultuurhistorische waarden. 20.5
Specifieke gebruiksregels
20.5.1
Landhuis 1 - bewoning in bijgebouwen
Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen – landhuis 1' is het toegestaan bijgebouwen te gebruiken voor bewoning. 20.6
Afwijken van de gebruiksregels
Burgemeester en wethouders kunnen, in afwijking van het bepaalde in 20.1, onder de voorwaarden genoemd in artikel 44.5 en 20.6, een omgevingsvergunning verlenen voor: 20.6.1
Ondergeschikte horeca
Voor ondergeschikte horeca gelden de volgende voorwaarden:
53
bestemmingsplan Gelders Eiland
a. b.
c.
d. e.
uitsluitend horeca categorie 1; oppervlakte (exclusief terras) maximaal 50 m2 , met dien verstande dat de gezamenlijke oppervlakte van tentoonstellingsruimte, beroep en bedrijf aan huis, bed & breakfast, ondergeschikte horeca en voorzieningen voor een mini-camping niet meer bedraagt dan 150 m2 ; een kleinschalige terrasvoorziening wordt uitsluitend toegestaan onder de volgende voorwaarden: 1. oppervlakte maximaal 50 m2 , met dien verstande dat de totale oppervlakte van het terras op het perceel niet meer dan 50 m2 bedraagt; 2. afstand tot een woning van derden minimaal 30 m; geen buitenopslag of stalling van goederen; geen verhuur van horecaruimte ten behoeve van feesten of partijen.
Artikel 21 21.1
Leiding - Gas
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Leiding - Gas' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor: a. b. c.
ondergrondse aardgastransportleiding; veiligheidszone; bij de bestemming horende bouwwerken en voorzieningen.
21.2
Bouwregels
Op of in de in 21.1 bedoelde gronden mogen, in afwijking van hetgeen elders in deze regels is bepaald, uitsluitend bouwwerken, geen gebouw zijnde, ten dienste van de leiding(en) worden gebouwd onder de volgende voorwaarde: a.
bouwhoogte maximaal 2,5 m.
21.3
Afwijken van de bouwregels
Burgemeester en wethouders kunnen, in afwijking van het bepaalde in artikel 21.2 ten behoeve van op grond van de andere daar voorkomende bestemmingen toegestane bebouwing, mits: a. b.
de veiligheid met betrekking tot de gasleiding niet wordt geschaad en geen kwetsbare objecten worden toegelaten; vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de beheerder van de betreffende leiding.
21.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 21.4.1
Vergunningplicht
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d. e.
het aanbrengen en rooien van diepwortelende beplantingen en bomen; het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het indrijven van voorwerpen in de bodem, zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair; het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren , ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren.
21.4.2
Uitzonderingen
De in artikel 21.4.1 bedoelde verboden zijn niet van toepassing op: a. b. c.
normale spit- of ploegwerkzaamheden; werken of werkzaamheden die het normale onderhoud en beheer van de gastransportleiding betreffen; werken of werkzaamheden die reeds in uitvoering waren op het tijdstip van de vaststelling van dit
54
bestemmingsplan Gelders Eiland
bestemmingsplan. 21.4.3
Advies
Ten aanzien van de werkzaamheden genoemd in 22.4.1 wordt vooraf schriftelijk advies ingewonnen bij de leidingbeheerder. 21.4.4
Toelaatbaarheid
De in artikel 21.4.1 genoemde vergunning wordt slechts geweigerd in de volgende gevallen: a.
b.
door de uitvoering van bedoelde werken of werkzaamheden, dan wel direct of indirect te verwachten gevolgen daarvan, worden de belangen van de aardgastransportleiding niet worden geschaad en welke voorwaarden gesteld dienen te worden om eventuele schade te voorkomen; andere regels uit het plan zich hier niet tegen verzetten.
Artikel 22 22.1
Leiding - Hoogspanningsverbinding
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Leiding - Hoogspanningsverbinding' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor: a. b. c. d.
een bovengrondse hoogspanningsverbinding ter plaatse van de aanduiding 'hartlijn leiding hoogspanningsverbinding'; het beheer en onderhoud van de verbinding; de bescherming van het woon- en leefklimaat in verband met de leiding; met bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
22.2
Bouwregels
Op of in de in lid 22.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend in de bestemming passende bouwwerken, geen gebouw zijnde, worden gebouwd onder de volgende voorwaarden: a.
b.
binnen een zone van 36 m aan weerszijden van het hart van de hoogspanningsmast mogen geen gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, anders dan ten behoeve van een hoogspanningsleiding; bouwhoogte maximaal 35 m.
22.3
Afwijken van de bouwregels
Burgemeester en wethouders kunnen, in afwijking van het bepaalde in artikel 22.2, onder de voorwaarden genoemd in artikel 44.5, een omgevingsvergunning verlenen voor: 22.3.1
Bouwwerken
Voor bouwwerken gelden de volgende voorwaarden: a. b.
voor zover uit overleg met de leidingbeheerder blijkt dat daartegen uit hoofde van de bescherming van de hoogspanningsleiding geen bezwaar bestaat; andere regels uit het plan zich hier niet tegen verzetten.
22.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 22.4.1
Vergunningplicht
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c.
het aanbrengen en/of rooien van opgaande beplanting en bomen; het wijzigen van maaiveld- of weghoogte niveau door ontgronding, ophoging of andere graafwerkzaamheden; het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van (reeds bestaande) watergangen, alsmede het
55
bestemmingsplan Gelders Eiland
d. e. f. g.
verhogen of verlagen van het waterpeil; het opslaan van goederen, (brandbare)stoffen en/of materialen; het aanleggen en/of slopen van bovengrondse opstallen, constructies, straatmeubilair, installaties of apparatuur anders dan ten dienste van deze in lid omschreven bestemming; het aanleggen, verbreden, of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheden; het aanleggen van zonneparken.
22.4.2
Uitzondering vergunningplicht
De onder 22.4.1 bedoelde verboden zijn niet van toepassing op: a. b. c.
normale spit- of ploegwerkzaamheden; werken of werkzaamheden die het normale onderhoud en beheer van de hoogspanningsleiding betreffen; werken of werkzaamheden die reeds in uitvoering waren op het tijdstip van de vaststelling van dit bestemmingsplan.
22.4.3
Advies
Ten aanzien van de werkzaamheden genoemd in 22.4.1 wordt vooraf schriftelijk advies ingewonnen bij de leidingbeheerder. 22.4.4
Toelaatbaarheid
De in 22.4.4 genoemde vergunning wordt slechts geweigerd in de volgende gevallen: a. b.
door de uitvoering van bedoelde werken of werkzaamheden, dan wel direct of indirect verwachten gevolgen daarvan, worden de belangen van de hoogspanningsleiding in onevenredige mate aangetast; andere regels uit het plan zich hier niet tegen verzetten.
Artikel 23 23.1
Leiding - Riool
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Leiding - Riool' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor: a. b. c.
ondergrondse rioolpersleiding; veiligheidszone; bij de bestemming horende bouwwerken en voorzieningen.
23.2
Bouwregels
Op of in de in 23.1 bedoelde gronden mogen, in afwijking van hetgeen elders in deze regels is bepaald, uitsluitend in de bestemming passende bouwwerken, geen gebouw zijnde, worden gebouwd onder de volgende voorwaarden: a. b.
binnen een zone van 5 m aan weerszijden van het hart van de rioolpersleiding, mogen geen bouwwerken worden gebouwd, anders dan ten behoeve van de rioolpersleiding; bouwhoogte maximaal 2,5 m.
23.3
Afwijken van de bouwregels
Burgemeester en wethouders kunnen, in afwijking van het bepaalde in 23.2, onder de voorwaarden genoemd in artikel 23.3, een omgevingsvergunning verlenen voor: 23.3.1
Bouwwerken
Voor bouwwerken gelden de volgende voorwaarden: a. b.
voor zover uit overleg met de leidingbeheerder blijkt dat daartegen uit hoofde van de bescherming van de rioolpersleiding geen bezwaar bestaat; andere regels uit het plan zich hier niet tegen verzetten.
56
bestemmingsplan Gelders Eiland
23.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 23.4.1
Vergunningplicht
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d. e.
het wijzigen van het maaiveldniveau; het verrichten van graafwerkzaamheden; het aanbrengen van oppervlakte verhardingen; het aanbrengen van diepwortelende beplanting; het drijven van voorwerpen in de grond.
23.4.2
Uitzondering vergunningplicht
De in artikel 23.4.1 bedoelde verboden zijn niet van toepassing op: a. b. c.
normale spit- of ploegwerkzaamheden; werken of werkzaamheden die het normale onderhoud en beheer van de rioolpersleiding betreffen; werken of werkzaamheden die reeds in uitvoering waren op het tijdstip van de vaststelling van dit bestemmingsplan.
23.4.3
Advies
Ten aanzien van de werkzaamheden genoemd artikel 23.4.1 wordt advies ingewonnen bij de leidingbeheerder. 23.4.4
Toelaatbaarheid
De in artikel 23.4.1 bedoelde vergunning wordt slechts geweigerd in de volgende gevallen: a. b.
door de uitvoering van bedoelde werken of werkzaamheden, dan wel direct of indirect te verwachten gevolgen daarvan, worden de belangen van de rioolpersleiding in onevenredige mate aangetast; andere regels uit het plan zich hier tegen verzetten.
Artikel 24 24.1
Waarde - Archeologie 1
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de vastgestelde en verwachte archeologische waarden. 24.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen gebouw zijnde, of werkzaamheden 24.2.1
Vergunningplicht
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de navolgende werken of werkzaamheden uit te voeren: a.
bodemingrepen groter dan 0 m2 en dieper dan 0 m.
24.2.2
Onderbouwing van de aanvraag
Om de aanvraag voor een omgevingsvergunning goed te kunnen beoordelen kan het noodzakelijk zijn dat een rapport wordt overgelegd waaruit, naar oordeel van het college van burgemeester en wethouders in voldoende mate blijkt dat de uitvoering van de werken of werkzaamheden, danwel de directe of indirecte te verwachten gevolgen hiervan, niet zullen leiden tot een onaanvaardbare verstoring van archeologisch materiaal, dan wel dat de verstoring ervan redelijk is in relatie tot het belang van de te verrichten werken en het archeologische belang daarbij voldoende is gewaarborgd.
57
bestemmingsplan Gelders Eiland
24.2.3
Toelaatbaarheid
De in artikel 24.2.1 bedoelde vergunning wordt slechts geweigerd in de volgende gevallen: a. b. c.
uitvoering van bedoelde werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen, leiden tot een onevenredige verstoring van archeologisch materiaal; door het stellen van voorwaarden kunnen te beschermen waarden onvoldoende geborgd worden; andere regels uit het plan zich hier tegen verzetten.
Artikel 25 25.1
Waarde - Archeologie 2
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de vastgestelde en verwachte archeologische waarden. 25.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen gebouw zijnde, of werkzaamheden 25.2.1
Vergunningplicht
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de navolgende werken of werkzaamheden uit te voeren: a.
bodemingrepen groter dan 30 m2 en dieper dan 0,4 m.
25.2.2
Onderbouwing van de aanvraag
Om de aanvraag voor een omgevingsvergunning goed te kunnen beoordelen kan het noodzakelijk zijn dat een rapport wordt overgelegd waaruit, naar oordeel van het college van burgemeester en wethouders in voldoende mate blijkt dat de uitvoering van de werken of werkzaamheden, danwel de directe of indirecte te verwachten gevolgen hiervan, niet zullen leiden tot een onaanvaardbare verstoring van archeologisch materiaal, dan wel dat de verstoring ervan redelijk is in relatie tot het belang van de te verrichten werken en het archeologische belang daarbij voldoende is gewaarborgd. 25.2.3
Toelaatbaarheid
De in artikel 25.2.1 bedoelde vergunning wordt slechts geweigerd in de volgende gevallen: a. b. c.
uitvoering van bedoelde werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen, leiden tot een onevenredige verstoring van archeologisch materiaal; door het stellen van voorwaarden kunnen te beschermen waarden omvoldoende geborgd worden; andere regels uit het plan zich hier tegen verzetten.
Artikel 26 26.1
Waarde - Archeologie 3
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de vastgestelde en verwachte archeologische waarden. 26.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen gebouw zijnde, of werkzaamheden 26.2.1
Vergunningplicht
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de navolgende werken of werkzaamheden uit te voeren:
58
bestemmingsplan Gelders Eiland
a.
bodemingrepen groter dan 200 m2 en dieper dan 0,4 m.
26.2.2
Onderbouwing van de aanvraag
Om de aanvraag voor een omgevingsvergunning goed te kunnen beoordelen kan het noodzakelijk zijn dat een rapport wordt overgelegd waaruit, naar oordeel van het college van burgemeester en wethouders in voldoende mate blijkt dat de uitvoering van de werken of werkzaamheden, danwel de directe of indirecte te verwachten gevolgen hiervan, niet zullen leiden tot een onaanvaardbare verstoring van archeologisch materiaal, dan wel dat de verstoring ervan redelijk is in relatie tot het belang van de te verrichten werken en het archeologische belang daarbij voldoende is gewaarborgd. 26.2.3
Toelaatbaarheid
De in artikel 26.2.1 bedoelde vergunning wordt slechts geweigerd in de volgende gevallen: a. b. c.
uitvoering van bedoelde werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen, leiden tot een onevenredige verstoring van archeologisch materiaal; door het stellen van voorwaarden kunnen te beschermen waarden onvoldoende geborgd worden; andere regels uit het plan zich hier tegen verzetten.
Artikel 27 27.1
Waarde - Archeologie 4
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de vastgestelde en verwachte archeologische waarden. 27.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen gebouw zijnde, of werkzaamheden 27.2.1
Vergunningplicht
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de navolgende werken of werkzaamheden uit te voeren: a.
bodemingrepen groter dan 1.000 m2 en dieper dan 0,4 m.
27.2.2
Onderbouwing van de aanvraag
Om de aanvraag voor een omgevingsvergunning goed te kunnen beoordelen kan het noodzakelijk zijn dat een rapport wordt overgelegd waaruit, naar oordeel van het college van burgemeester en wethouders in voldoende mate blijkt dat de uitvoering van de werken of werkzaamheden, danwel de directe of indirecte te verwachten gevolgen hiervan, niet zullen leiden tot een onaanvaardbare verstoring van archeologisch materiaal, dan wel dat de verstoring ervan redelijk is in relatie tot het belang van de te verrichten werken en het archeologische belang daarbij voldoende is gewaarborgd. 27.2.3
Toelaatbaarheid
De in artikel 27.2.1 bedoelde vergunning wordt slechts geweigerd in de volgende gevallen: a. b. c.
uitvoering van bedoelde werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen, leiden tot een onevenredige verstoring van archeologisch materiaal; door het stellen van voorwaarden kunnen te beschermen waarden onvoldoende geborgd worden; andere regels uit het plan zich hier tegen verzetten.
59
bestemmingsplan Gelders Eiland
Artikel 28 28.1
Waarde - Archeologie 5
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 5' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de vastgestelde en verwachte archeologische waarden. 28.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen gebouw zijnde, of werkzaamheden 28.2.1
Vergunningplicht
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de navolgende werken of werkzaamheden uit te voeren: a. b.
bodemingrepen groter dan 10.000 m2 en dieper dan 0,5 m; het gaat om onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen en werkzaamheden binnen bestaande tracés van kabels en leidingen waarbij niet dieper gegraven wordt dan de reeds uitgegraven diepte.
28.2.2
Onderbouwing van de aanvraag
Om de aanvraag voor een omgevingsvergunning goed te kunnen beoordelen kan het noodzakelijk zijn dat een rapport wordt overgelegd waaruit, naar oordeel van het college van burgemeester en wethouders in voldoende mate blijkt dat de uitvoering van de werken of werkzaamheden, danwel de directe of indirecte te verwachten gevolgen hiervan, niet zullen leiden tot een onaanvaardbare verstoring van archeologisch materiaal, dan wel dat de verstoring ervan redelijk is in relatie tot het belang van de te verrichten werken en het archeologische belang daarbij voldoende is gewaarborgd. 28.2.3
Toelaatbaarheid
De in artikel 28.2.1 bedoelde vergunning wordt slechts geweigerd in de volgende gevallen: a. b. c.
uitvoering van bedoelde werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen, leiden tot een onevenredige verstoring van archeologisch materiaal; door het stellen van voorwaarden kunnen te beschermen waarden omvoldoende geborgd worden; andere regels uit het plan zich hier tegen verzetten.
Artikel 29 29.1
Waarde - Archeologie 6
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 6' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de verwachte archeologische waarden. 29.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen gebouw zijnde, of werkzaamheden 29.2.1
Vergunningplicht
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de navolgende werken of werkzaamheden uit te voeren: a.
bodemingrepen groter dan 10.000 m2.
60
bestemmingsplan Gelders Eiland
29.2.2
Onderbouwing van de aanvraag
Om de aanvraag voor een omgevingsvergunning goed te kunnen beoordelen kan het noodzakelijk zijn dat een rapport wordt overgelegd waaruit, naar oordeel van het college van burgemeester en wethouders in voldoende mate blijkt dat de uitvoering van de werken of werkzaamheden, danwel de directe of indirecte te verwachten gevolgen hiervan, niet zullen leiden tot een onaanvaardbare verstoring van archeologisch materiaal, dan wel dat de verstoring ervan redelijk is in relatie tot het belang van de te verrichten werken en het archeologische belang daarbij voldoende is gewaarborgd. 29.2.3
Toelaatbaarheid
De in artikel 29.2.1 bedoelde vergunning wordt slechts geweigerd in de volgende gevallen: a. b. c.
uitvoering van bedoelde werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen, leiden tot een onevenredige verstoring van archeologisch materiaal; door het stellen van voorwaarden kunnen te beschermen waarden onvoldoende geborgd worden; andere regels uit het plan zich hier tegen verzetten.
Artikel 30 30.1
Waarde - Archeologie 7
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 7' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de vastgestelde en verwachte archeologische waarden. 30.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen gebouw zijnde, of werkzaamheden 30.2.1
Vergunningplicht
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de navolgende werken of werkzaamheden uit te voeren: a.
bodemingrepen groter dan 100 m2 en dieper dan 1,0 m.
30.2.2
Onderbouwing van de aanvraag
Om de aanvraag voor een omgevingsvergunning goed te kunnen beoordelen kan het noodzakelijk zijn dat een rapport wordt overgelegd waaruit, naar oordeel van het college van burgemeester en wethouders in voldoende mate blijkt dat de uitvoering van de werken of werkzaamheden, danwel de directe of indirecte te verwachten gevolgen hiervan, niet zullen leiden tot een onaanvaardbare verstoring van archeologisch materiaal, dan wel dat de verstoring ervan redelijk is in relatie tot het belang van de te verrichten werken en het archeologische belang daarbij voldoende is gewaarborgd. 30.2.3
Toelaatbaarheid
De in artikel 30.2.1 bedoelde vergunning wordt slechts geweigerd in de volgende gevallen: a. b. c.
uitvoering van bedoelde werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen, leiden tot een onevenredige verstoring van archeologisch materiaal; door het stellen van voorwaarden kunnen te beschermen waarden onvoldoende geborgd worden; andere regels uit het plan zich hier tegen verzetten.
Artikel 31 31.1
Waarde - Archeologie 8
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 8' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de vastgestelde en verwachte archeologische waarden.
61
bestemmingsplan Gelders Eiland
31.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen gebouw zijnde, of werkzaamheden 31.2.1
Vergunningplicht
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de navolgende werken of werkzaamheden uit te voeren: a.
bodemingrepen groter dan 2.500 m2 en dieper dan 1,0 m.
31.2.2
Onderbouwing van de aanvraag
Om de aanvraag voor een omgevingsvergunning goed te kunnen beoordelen kan het noodzakelijk zijn dat een rapport wordt overgelegd waaruit, naar oordeel van het college van burgemeester en wethouders in voldoende mate blijkt dat de uitvoering van de werken of werkzaamheden, danwel de directe of indirecte te verwachten gevolgen hiervan, niet zullen leiden tot een onaanvaardbare verstoring van archeologisch materiaal, dan wel dat de verstoring ervan redelijk is in relatie tot het belang van de te verrichten werken en het archeologische belang daarbij voldoende is gewaarborgd. 31.2.3
Toelaatbaarheid
De in artikel 31.2.1 bedoelde vergunning wordt slechts geweigerd in de volgende gevallen: a. b. c.
uitvoering van bedoelde werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen, leiden tot een onevenredige verstoring van archeologisch materiaal; door het stellen van voorwaarden kunnen te beschermen waarden onvoldoende geborgd worden; andere regels uit het plan zich hier tegen verzetten.
Artikel 32 32.1
Waarde - Archeologie 9
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 9' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de vastgestelde en verwachte archeologische waarden. 32.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen gebouw zijnde, of werkzaamheden 32.2.1
Vergunningplicht
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de navolgende werken of werkzaamheden uit te voeren: a.
bodemingrepen groter dan 2.500 m2.
32.2.2
Onderbouwing van de aanvraag
Om de aanvraag voor een omgevingsvergunning goed te kunnen beoordelen kan het noodzakelijk zijn dat een rapport wordt overgelegd waaruit, naar oordeel van het college van burgemeester en wethouders in voldoende mate blijkt dat de uitvoering van de werken of werkzaamheden, danwel de directe of indirecte te verwachten gevolgen hiervan, niet zullen leiden tot een onaanvaardbare verstoring van archeologisch materiaal, dan wel dat de verstoring ervan redelijk is in relatie tot het belang van de te verrichten werken en het archeologische belang daarbij voldoende is gewaarborgd. 32.2.3
Toelaatbaarheid
De in artikel 32.2.1 bedoelde vergunning wordt slechts geweigerd in de volgende gevallen: a. b.
uitvoering van bedoelde werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen, leiden tot een onevenredige verstoring van archeologisch materiaal; door het stellen van voorwaarden kunnen te beschermen waarden onvoldoende geborgd worden;
62
bestemmingsplan Gelders Eiland
c.
andere regels uit het plan zich hier tegen verzetten.
Artikel 33 33.1
Waarde - Archeologie 10
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 10' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de vastgestelde en verwachte archeologische waarden. 33.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen gebouw zijnde, of werkzaamheden 33.2.1
Vergunningplicht
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de navolgende werken of werkzaamheden uit te voeren: a.
bodemingrepen groter dan 100 m2.
33.2.2
Onderbouwing van de aanvraag
Om de aanvraag voor een omgevingsvergunning goed te kunnen beoordelen kan het noodzakelijk zijn dat een rapport wordt overgelegd waaruit, naar oordeel van het college van burgemeester en wethouders in voldoende mate blijkt dat de uitvoering van de werken of werkzaamheden, danwel de directe of indirecte te verwachten gevolgen hiervan, niet zullen leiden tot een onaanvaardbare verstoring van archeologisch materiaal, dan wel dat de verstoring ervan redelijk is in relatie tot het belang van de te verrichten werken en het archeologische belang daarbij voldoende is gewaarborgd. 33.2.3
Toelaatbaarheid
De in artikel 33.2.1 bedoelde vergunning wordt slechts geweigerd in de volgende gevallen: a. b. c.
uitvoering van bedoelde werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen, leiden tot een onevenredige verstoring van archeologisch materiaal; door het stellen van voorwaarden kunnen te beschermen waarden omvoldoende geborgd worden; andere regels uit het plan zich hier tegen verzetten.
Artikel 34 34.1
Waarde - Cultuurhistorie
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Cultuurhistorie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en/of herstel van de natuurwaarden, landschappelijke en cultuurhistorische waarden van het landgoed. 34.2
Toetsingsfunctie
Bij de in het bestemmingsplan opgenomen afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden, alsmede bij het verlenen van omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden dient rekening worden gehouden met de in lid 34.1 genoemde waarden en belangen.
63
bestemmingsplan Gelders Eiland
Artikel 35 35.1
Waarde - Ganzenrustgebied
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Ganzenrustgebied' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming en instandhouding van rustgebieden voor overwinterende ganzen. 35.2
Voorwaarden omgevingsvergunning of wijzigingsbevoegdheid
Er worden geen nieuwe functies mogelijk gemaakt ter plaatse van de gronden als bedoeld in 36.1 met een besluit tot het verlenen van een omgevingsvergunning voor het afwijken van de bouw- of gebruiksregels, dan wel voor het toepassen van een in het plan opgenomen wijzigingsbevoegdheid, tenzij: a. b.
er geen sprake is van strijd met het provinciale belang; of per saldo sprake is van versterking van het landschap in lijn met de ontwikkeldoelen, bedoeld in bijlage Kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen landschap die in de betreffende Gelderse streek van toepassing zijn en de versterking en de uitvoering hiervan worden vastgelegd.
Artikel 36 36.1
Waarde - Nationaal Landschap
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Nationaal Landschap' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud, ontwikkeling en herstel van ter plaatse voorkomende of daaraan eigen natuur- en landschapswaarden. 36.2
Voorwaarden omgevingsvergunning of wijzigingsbevoegdheid
Er worden geen nieuwe functies mogelijk gemaakt ter plaatse van de gronden als bedoeld in 36.1 met een besluit tot het verlenen van een omgevingsvergunning voor het afwijken van de bouw- of gebruiksregels, dan wel voor het toepassen van een in het plan opgenomen wijzigingsbevoegdheid, tenzij: a. b.
er geen sprake is van strijd met het provinciale belang; of op basis van onderzoeksresultaten blijkt dat de activiteit of ontwikkeling wordt verricht op een locatie waar de nadelige gevolgen voor de functie als rustgebied voor overwinterende ganzen zoveel mogelijk worden beperkt en na het verrichten minimaal 500 hectare in het betreffende ganzenrustgebied overblijft.
Artikel 37 37.1
Waarde - Natuur en landschap
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde – Natuur en landschap' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud, ontwikkeling en herstel van ter plaatse voorkomende of daaraan eigen natuur- en landschapswaarden. 37.2
Voorwaarden omgevingsvergunning of wijzigingsbevoegdheid
Er worden geen nieuwe functies mogelijk gemaakt ter plaatse van de gronden als bedoeld in 37.1 met een besluit tot het verlenen van een omgevingsvergunning voor het afwijken van de bouw- of gebruiksregels of voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, dan wel voor het toepassen van een in het plan opgenomen wijzigingsbevoegdheid, tenzij: a. b. c.
geen reële alternatieven aanwezig zijn; sprake is van redenen van groot openbaar belang; de negatieve effecten op de kernwaliteiten van het gebied, de oppervlakte en de samenhang zoveel mogelijk worden beperkt; en
64
bestemmingsplan Gelders Eiland
d.
de overblijvende negatieve effecten op de kernkwaliteiten van het gebied, de oppervlakte en de samenhang gelijkwaardig worden gecompenseerd.
37.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 37.3.1
Vergunningplicht
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de navolgende werken of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d. e. f. g. h. i.
vellen van bomen; rooien, verwijderen of slechten van houtgewassen, houtwallen of beplantingselementen; dempen, verdiepen, verondiepen of verbreden van sloten, poelen en/of andere waterlopen of –partijen; ingrepen in de (grond)waterhuishouding zoals het graven of dempen van sloten, het bouwen of slechten van dammen of stuwen of het aanleggen van een drainagestelsel; grondwerkzaamheden zoals het afgraven, vergraven, ophogen, egaliseren, diepploegen of scheuren van gronden; het wijzigen van de perceelindeling door het dempen of graven van sloten en greppels of het slechten of planten van beplantingselementen; het aanbrengen van ondergrondse leidingen waarbij de breedte van de grondwerken meer dan 0,5 m bedraagt; het aanleggen van wegen, paden, banen of parkeergelegenheden; aanbrengen van (overige) verhardingen.
37.3.2
Uitzondering vergunningplicht
De onder artikel 37.3.1 bedoelde verboden zijn niet van toepassing op: a. b. c. d.
betrekking hebben op de (zandwin)activiteiten op basis van verleende vergunningen (Ontgrondingsvergunning, Milieuvergunning, Wabo-vergunning en/of Watervergunning); vellen van bomen in het kader van de normale bosexploitatie; werken of werkzaamheden die het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen, mits de beschermde waarden niet onomkeerbaar worden aangetast; werken of werkzaamheden die reeds in uitvoering waren op het tijdstip van de vaststelling van dit bestemmingsplan.
37.3.3
Advies
Ten aanzien van het uitvoeren van werkzaamheden genoemd in artikel 37.3.1 onder c of d wordt advies ingewonnen bij het waterschap. 37.3.4
Onderbouwing van de aanvraag
Om de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden goed te kunnen beoordelen kan het noodzakelijk zijn dat een rapport wordt overgelegd waarin het behoud aanwezige landschappelijke, ecologische – en/of natuurwaarden, al dan niet door mitigerende en/of compenserende maatregelen, bij uitvoering naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is aangetoond. 37.3.5
Toelaatbaarheid
De in artikel 37.3.1 bedoelde vergunning wordt slechts geweigerd in de volgende gevallen: a. b.
nut, noodzaak of wenselijkheid van de werken of werkzaamheden staat onvoldoende vast; door de uitvoering van de werken of werkzaamheden, dan wel de direct of indirect te verwachten gevolgen daarvan, doen onevenredig afbreuk aan aanwezige natuur- en landschapswaarden, met dien verstande dat een omgevingsvergunning voor activiteiten genoemd in artikel 37.3.1 onder a en b in ieder geval wordt geweigerd indien het verloren areaal onvoldoende wordt gecompenseerd. Voor deze compensatie gelden de volgende regels: 1. compensatie is gelijkwaardig; 2. indien een houtopstand als bedoeld in de Boswet wordt geveld bedraagt de compensatie 133% van
65
bestemmingsplan Gelders Eiland
c.
d. e.
het areaal voor bos met een ontwikkeltijd tot 25 jaar, respectievelijk 167% voor bos met een ontwikkeltijd van 25 jaar of meer. Voor bos met een ontwikkeltijd van meer dan 100 jaar geldt tevens nog een extra compensatie; 3. compensatie wordt zo veel mogelijk gerealiseerd aan of nabij het aangetaste gebied, met dien verstande dat het wordt gerealiseerd in of in aansluiting op de bestemming 'Waarde - Natuur en landschap'; 4. indien compensatie niet in de directe nabijheid van het aangetaste gebied kan worden gerealiseerd, kan deze elders binnen de bestemming 'Waarde - Natuur en landschap' gerealiseerd worden; 5. er ontstaat een duurzame situatie; door het stellen van voorwaarden kunnen aanwezige natuur- en landschapswaarden onvoldoende geborgd worden, met dien verstande dat voor activiteiten genoemd in artikel 37.3.1 onder a en b de regels genoemd onder a.1 t/m a.5 van toepassing zijn; andere regels uit het plan zich hier tegen verzetten; door initiatiefnemer is geen zekerheidstelling afgegeven met betrekking tot de compensatie van het verloren areaal, voor zover dit noodzakelijk is voor het behoud van de aanwezige natuur- en landschapswaarden.
Artikel 38 38.1
Waterstaat - Stroomvoerend deel rivierbed
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waterstaat - Stroomvoerend deel rivierbed' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a.
b.
de bescherming en het behoud van het stroomvoerend vermogen van het rivierbed, waaronder het waarborgen van een veilige afvoer van en berging van rivierwater onder normale en maatgevende hoogwaterstanden, van sediment en van ijs en het vergroten van de afvoercapaciteit van de rivier; de waterhuishouding.
Eén en ander onder de navolgende voorwaarden en regels. 38.2 a.
Bouwregels In of op de voor stroomvoerend regime bestemde gronden mag uitsluitend ten behoeve van riviergebonden en niet-riviergebonden activiteiten worden gebouwd, mits: 1. de andere aan deze gronden gegeven bestemmingen dit toelaten; 2. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de bescherming en het behoud van het stroomvoerend vermogen van het rivierbed; 3. vooraf schriftelijk advies is ingewonnen bij de betrokken rivierbeheerder en overeenstemming is bereikt met de betrokken rivierbeheerder; 4. er sprake is van een zodanige situering en uitvoering van de activiteit dat het veilig functioneren van het waterstaatwerk gewaarborgd blijft; 5. er geen sprake is van een feitelijke belemmering voor vergroting van de afvoercapaciteit; 6. er sprake is van een zodanige situering en uitvoering van de activiteit dat de waterstandsverhoging of de afname van het bergend vermogen zo gering mogelijk is; 7.
de resterende waterstandseffecten of de afname van het bergend vermogen duurzaam worden gecompenseerd, waarbij de financiering en tijdige realisering van de maatregelen verzekerd zijn, met dien verstande dat indien het een niet-riviergebonden activiteit betreft die per saldo meer ruimte voor de rivier oplevert op een rivierkundig bezien aanvaardbare locatie, geldt dat de gevraagde rivierverruimingsmaatregelen genomen worden, waarbij de financiering en tijdige realisering van de maatregelen verzekerd zijn;
b.
In afwijking van het bepaalde in lid 38.2 sub a is een aantal kleine, tijdelijke of voor het rivierbeheer noodzakelijke activiteiten toegestaan. Deze betreffen: 1. omgevingsvergunningvrije activiteiten; 2. een eenmalige uitbreiding van ten hoogste 10% van de bestaande bebouwing; 3. overige activiteiten van, vanuit rivierkundig opzicht, ondergeschikt belang;
66
bestemmingsplan Gelders Eiland
4. 5.
activiteiten ten behoeve van rivierbeheer- of -verruiming; tijdelijke activiteiten,
een en ander mits voldaan wordt aan het bepaalde in lid 38.2 sub a onder punt 4 tot en met 6. 38.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 38.3.1
Omgevingsvergunningplicht
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden op en in de in lid 38.1 bedoelde gronden de volgende werkzaamheden, geen bouwwerken zijnde, uit te voeren: a. b. c. d. e. f. g.
het ontginnen, bodem verlagen, afgraven, ophogen en egaliseren van gronden; het aanleggen, verbreden en verharden van wegen en paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het planten, vellen of rooien van houtgewas en bomen; het aanleggen van ondergrondse en bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; het verlagen of verhogen van het waterpeil; het aanleggen, verbreden en dempen van sloten, vijvers en andere wateren; het aanleggen of aanbrengen van oeverbeschoeiingen, aanlegplaatsen of verhardingen ten behoeve van de watersport.
38.3.2
Toetsingsgronden
Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 38.3.1 moet worden geweigerd indien door de uitvoering van de werken of werkzaamheden of door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen, blijvend onevenredig afbreuk wordt gedaan aan het stroomvoerend vermogen van het rivierbed en daaraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende tegemoet kan worden gekomen. 38.3.3
Advies
Ten aanzien van het uitvoeren van werkzaamheden genoemd in artikel 38.3.1 wordt advies ingewonnen bij de waterbeheerder. 38.3.4
Uitzonderingen omgevingsvergunningplicht
Geen omgevingsvergunning als bedoeld in lid 38.3.1 is vereist voor: a. b. c.
betrekking hebben op de (zandwin)activiteiten op basis van verleende vergunningen (Ontgrondingsvergunning, Milieuvergunning, Wabo-vergunning en/of Watervergunning); werken en/of werkzaamheden behorende bij het normale onderhoud, gebruik en beheer; werken en/of werkzaamheden welke op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een voor dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning.
Artikel 39 39.1
Waterstaat - Waterkering
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor: a. b.
waterkering; bescherming en instandhouding van ter plaatse voorkomende cultuurhistorische waarden.
67
bestemmingsplan Gelders Eiland
39.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 39.2.1
Vergunningplicht
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d.
grondwerkzaamheden zoals het afgraven, vergraven, ophogen, egaliseren, diepploegen of scheuren van gronden; het aanbrengen van ondergrondse leidingen waarbij de breedte van de grondwerken meer dan 0,5 m bedraagt; aanbrengen van verhardingen, voor zover dit plaatsvindt buiten het bouwvlak; het aanbrengen van diepwortelende beplanting.
39.2.2
Uitzondering vergunningplicht
De onder lid 39.2.1 bedoelde verboden zijn niet van toepassing op: a. b.
werken of werkzaamheden die het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen; werken of werkzaamheden die reeds in uitvoering waren op het tijdstip van de vaststelling van dit bestemmingsplan.
39.2.3
Advies
Ten aanzien van het uitvoeren van werkzaamheden genoemd in artikel 39.2.1 wordt advies ingewonnen bij het waterschap. 39.2.4
Toelaatbaarheid
De in artikel 39.2.1 bedoelde vergunning wordt slechts geweigerd in de volgende gevallen: a.
b. c.
door uitvoering bedoelde werken of werkzaamheden, dan wel direct of indirect te verwachten gevolgen daarvan, worden de waterstaatkundige belangen of cultuurhistorische waarden in onevenredige mate aangetast; door het stellen van voorwaarden kunnen te beschermen waarden onvoldoende geborgd worden; andere regels uit het plan zich hier tegen verzetten.
Hoofdstuk 3 Artikel 40
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 41 41.1 a.