Bijlage 1. 1209880 Zienswijzennota ‘Grietakkers 7, Zevenaar’
Tekst van het document
Zienswijzennota Grietakkers 7 te Zevenaar
1
1. Inleiding Initiatiefnemer is voornemens om 25 woningen in een gedifferentieerd programma te realiseren ter plaatse van Grietakkers te Zevenaar. In het westelijke gedeelte van het plangebied zijn een vrijstaande en twee twee-onder-een-kapwoningen voorzien. Centraal in het plangebied is een appartementengebouw beoogd, bestaande uit 12 startersappartementen. Ten westen en ten oosten van deze appartementen worden twee rijen van ieder vijf levensloopbestendige rijwoningen gerealiseerd. De locatie ligt in het bestemmingsplan ‘Kernen Ooy, Oud-Zevenaar en Babberich’ en heeft grotendeels de enkelbestemming ‘Agrarisch’. Een klein deel van de locatie heeft de bestemming ‘Wonen’ of ‘Horeca’. Door de initiatiefnemer is een bestemmingsplan opgesteld waarmee er een nieuw planologisch kader gecreëerd wordt op basis waarvan 25 nieuw te bouwen woningen kunnen worden gerealiseerd. Het ontwerp bestemmingsplan ‘Grietakkers 7, Zevenaar’ heeft van 21 december 2023 tot en met 31 januari 2024 ter inzage gelegen. Tijdens deze termijn zijn er in totaal negen zienswijzen ingediend. Hiervan is er één ingediend door Dorpsraad Ooij, en twee zienswijzen betreffen collectieve zienswijzen (waarvan de ene is ondertekend door acht adressen, en de andere door drie adressen).
Indieners zienswijzen en ontvankelijkheid Er zijn vijf zienswijzen tijdig ingediend door omwonenden van het plangebied en door de Dorpsraad. Vier zienswijzen zijn ingediend als bezwaar, maar zijn wel meegenomen als zijnde zienswijze. Daarnaast zijn er twee zienswijzen buiten termijn ingediend (reactie 10 en 11), maar deze zijn wel meegenomen en inhoudelijk beoordeeld (maar zijn juridisch gezien geen zienswijze). Mondelinge toelichting Er zijn geen mondelinge zienswijzen ingediend. Beoordeling zienswijzen In deze zienswijzennota is ervoor gekozen om de diverse zienswijzen per stuk te behandelen. In hoofdstuk 2 van deze zienswijzennota heeft de gemeente een reactie geformuleerd op de ingediende zienswijzen. In de linker kolom is een samenvatting van de zienswijze gegeven en in de rechter kolom de beoordeling. In hoofdstuk 3 van deze zienswijzennota is weergegeven welke planaanpassingen en ambtshalve wijzigingen genomen zullen worden.
2
2. Verwerking zienswijzen 2.1 Zienswijze 1 Samenvatting 1. Reclamant geeft aan dat de realisatie van de 25 woningen ongewenste consequenties heeft. Namelijk massaliteit en de daarmee mogelijk gepaard gaande overlast en aantasting van het woongenot door bijvoorbeeld inkijk in tuin en woning.
Beantwoording gemeente Vanuit zowel rijks-, provinciaal- als gemeentelijk beleid geldt dat bij nieuwe plannen voor stedelijke functies (waaronder woningen) allereerst gekeken dient te worden naar geschikte locaties binnen bestaand stedelijk gebied. De locatie aan Grietakkers 7 betreft een binnenstedelijke locatie. Het is onvermijdelijk dat ontwikkelingen in binnenstedelijk gebied effect hebben op inkijk en verminderde privacy. Desalniettemin is er in dit plan rekening gehouden om deze effecten te beperken. Bij de schaal en omvang van de appartementen is rekening gehouden met het dorpse karakter door slechts twee bouwlagen toe te passen, waarbij de grondgebonden rijwoningen uitsluitend een verdieping in de kap hebben. De appartementen zijn opgesplitst in twee gebouwen, waardoor de massa niet groter is dan drie reguliere aaneengesloten rijwoningen, welke in de omgeving veelvuldig voorkomen. Ook qua bouwhoogte (maximaal 8 meter) blijven de appartementen onder de maximale bouwhoogtes in de omgeving (aan de Drostencamp maximaal 10 meter). Door deze maatregelen wordt het dorpse karakter behouden. Daarnaast wordt er voldaan aan het Burenrecht (artikel 5.50 Burgerlijk Wetboek). Er is geen (hoofd)bebouwing gelegen binnen twee meter van de erfgrens van omliggende percelen wat eveneens geldt voor de ramen.
Om privacy in de tuinen van de woningen ten zuiden van het appartementengebouw te borgen, wordt de galerij voorzien van een dichte, lamellen- of groene wand die het zicht op de tuinen weg zal nemen.
2. Reclamant geeft aan dat ze een ecologisch onderzoek uitgevoerd wil zien, waaruit blijkt dat er geen nadelige gevolgen voor de natuur zijn. De grote bomen op het terrein en de Grietakkers zijn volgens reclamant een belangrijke verblijfplaats
De realisatie van deze wand wordt als voorwaardelijke verplichting voor het gebruik van de appartementen opgenomen. Gelet op het bovenstaande is van een onaanvaardbare aantasting van privacy geen sprake. In het kader van het bestemmingsplan zijn een quickscan flora & fauna uitgevoerd en is een vervolgonderzoek naar marterachtigen uitgevoerd. Uit deze onderzoeken is gebleken dat met de realisatie van het plan geen leefgebied van beschermde diersoorten wordt aangetast. De bomen aan de Grietakkers zullen, met uitzondering van de boom ter plekke van de geplande westelijke ontsluiting gehandhaafd blijven. De bomen op het terrein zelf bevinden zich rond de ruïne van Grietakkers 7 en zijn vanwege de 3
voor vogels en in het napositie midden op het terrein niet te behouden in dit (of een en voorjaar voor grote ander) stedenbouwkundig plan. groepen “lichtgevende kevers” (in de avond waarneembaar). Conclusie: De zienswijze wordt deels gegrond verklaard. Er wordt een voorwaardelijke verplichting opgenomen in de planregels m.b.t. het realiseren van een wand bij de galerij van de appartementen.
2.2 Zienswijze 2 Samenvatting 1. Reclamant geeft aan dat ze hier zijn komen wonen voor het dorpsgevoel en het vrije uitzicht en dat de bouwplannen dit straks belemmeren.
Beantwoording gemeente Bij de schaal en omvang van de appartementen is rekening gehouden met het dorpse karakter door slechts twee bouwlagen toe te passen, waarbij de grondgebonden rijwoningen uitsluitend een verdieping in de kap hebben. De appartementen zijn opgesplitst in twee gebouwen, waardoor de massa niet groter is dan drie reguliere aaneengesloten rijwoningen, welke in de omgeving veelvuldig voorkomen. Ook qua bouwhoogte (maximaal 8 meter) blijven de appartementen onder de maximale bouwhoogtes in de omgeving (aan de Drostencamp maximaal 10 meter). Door deze maatregelen wordt het dorpse karakter behouden. Daarnaast geeft reclamant aan dat het vrije uitzicht straks wordt belemmerd. Hierbij wordt opgemerkt dat er geen recht bestaat op een blijvend vrij uitzicht.
Conclusie: De zienswijze wordt ongegrond verklaard.
2.3 Zienswijze 3 Samenvatting 1. Reclamant geeft aan dat ze hier zijn komen wonen voor het dorpsgevoel en het vrije uitzicht en dat de bouwplannen dit straks belemmeren.
Beantwoording gemeente Bij de schaal en omvang van de appartementen is rekening gehouden met het dorpse karakter door slechts twee bouwlagen toe te passen, waarbij de grondgebonden rijwoningen uitsluitend een verdieping in de kap hebben. De appartementen zijn opgesplitst in twee gebouwen, waardoor de massa niet groter is dan drie reguliere aaneengesloten rijwoningen, welke in de omgeving veelvuldig voorkomen. Ook qua bouwhoogte (maximaal 8 meter) blijven de appartementen onder de maximale bouwhoogtes in de omgeving (aan de Drostencamp maximaal 10 meter). Door deze maatregelen wordt het dorpse karakter behouden. 4
Daarnaast geeft reclamant aan dat het vrije uitzicht straks wordt belemmerd. Hierbij wordt opgemerkt dat er geen recht bestaat op een blijvend vrij uitzicht. Conclusie: De zienswijze wordt ongegrond verklaard. 2.4 Zienswijze 4 Samenvatting 1. Reclamant heeft voornamelijk bezwaar tegen het 8 meter hoge appartementencomplex. Volgens reclamant ontnemen deze appartementen hun vrije uitzicht en privacy (redenen waarom zij hier zijn komen wonen), en het licht en zon in de zomer.
Beantwoording gemeente Vanuit zowel rijks-, provinciaal- als gemeentelijk beleid geldt dat bij nieuwe plannen voor stedelijke functies (waaronder woningen) allereerst gekeken dient te worden naar geschikte locaties binnen bestaand stedelijk gebied. De locatie aan Grietakkers 7 betreft een binnenstedelijke locatie. Het is onvermijdelijk dat ontwikkelingen in binnenstedelijk gebied effect hebben op inkijk en verminderde privacy. Desalniettemin is er in dit plan rekening gehouden om deze effecten te beperken. Bij de schaal en omvang van de appartementen is rekening gehouden met het dorpse karakter door slechts twee bouwlagen toe te passen, waarbij de grondgebonden rijwoningen uitsluitend een verdieping in de kap hebben. De appartementen zijn opgesplitst in twee gebouwen, waardoor de massa niet groter is dan drie reguliere aaneengesloten rijwoningen, welke in de omgeving veelvuldig voorkomen. Ook qua bouwhoogte (maximaal 8 meter) blijven de appartementen onder de maximale bouwhoogtes in de omgeving (aan de Drostencamp maximaal 10 meter). Door deze maatregelen wordt het dorpse karakter behouden. Daarnaast wordt er voldaan aan het Burenrecht (artikel 5.50 Burgerlijk Wetboek). Er is geen (hoofd)bebouwing gelegen binnen twee meter van de erfgrens van omliggende percelen wat eveneens geldt voor de ramen.
Om privacy in de tuinen van de woningen ten zuiden van het appartementengebouw te borgen, wordt de galerij voorzien van een dichte, lamellen- of groene wand die het zicht op de tuinen weg zal nemen. De realisatie van deze wand wordt als voorwaardelijke verplichting voor het gebruik van de appartementen in opgenomen. Gelet op het bovenstaande is van een onaanvaardbare aantasting van privacy geen sprake. Ten aanzien van belemmering van het vrije uitzicht, wordt opgemerkt dat er geen recht bestaat op een blijvend vrij uitzicht. In dit geval gaat het om een gebied met een binnenstedelijk karakter (i.e. een hogere 5
bebouwingsdichtheid), waar een belemmering van het uitzicht vaak moeilijk te vermijden is als een bouwplan wordt gerealiseerd. Van een onaanvaardbare aantasting van het uitzicht en daarmee het woon- en leefklimaat is geen sprake. Met betrekking tot het aspect licht en zon in de tuinen van bestaande woningen wordt opgemerkt dat de nieuwe woningen aan de noordzijde van de bestaande woningen worden gerealiseerd. Vermindering van daglicht is zeer beperkt gezien de ligging ten noorden van de woningen aan de Drostencamp en de beperkte bouwhoogte van maximaal 8 meter. Zoals blijkt uit onderstaande figuren gaat het zonlicht van oost naar west en wordt op de langste en de kortste dag van het jaar nauwelijks geblokkeerd door de nieuwe bebouwing. Er is derhalve geen sprake van een onaanvaardbare beperking van lichtinval bij omliggende percelen.
6
2. Reclamant geeft aan liever groen of laagbouw te zien.
We snappen dat de voorkeur wordt gegeven aan groen of laagbouw. Echter zitten we met een woningbouwopgave. Gemeentelijk woningbouwbeleid (Plan Woningbouw Zevenaar, september 2022), opgesteld in een dialoog met een breed publiek, waaronder inwoners, partijen op de markt en raadsleden, stelt dat er veel behoefte is aan woningtypen voor ouderen en jongeren (levensloopgeschikte en kleine woningen). Er zijn in de gemeente al veel eengezinswoningen, terwijl er steeds meer één- en tweepersoonshuishoudens zijn. Meer bouwen naar deze behoefte in de dorpen zorgt voor het behoud van leefbaarheid en voorkomt dat jongeren wegtrekken. Met de beoogde appartementen wil de gemeente invulling geven aan dit beleid. De woningen de het voorliggende bestemmingsplan mogelijk maakt worden passend geacht op deze locatie. Bij de schaal en omvang van de appartementen is immers rekening gehouden met het dorpse karakter door slechts twee bouwlagen toe te passen, waarbij de grondgebonden rijwoningen uitsluitend een verdieping in de kap hebben. De appartementen zijn opgesplitst in twee gebouwen, waardoor de massa niet groter is dan 3 reguliere aaneengesloten rijwoningen, die in de omgeving veelvuldig voorkomen. Qua bouwhoogte (maximaal 8 meter) blijven de appartementen onder de maximale bouwhoogtes in de omgeving (aan de Drostencamp maximaal 10 meter).
Conclusie: De zienswijze wordt deels gegrond verklaard. Er wordt een voorwaardelijke verplichting opgenomen in de planregels m.b.t. het realiseren van een wand bij de galerij van de appartementen. 2.5 Zienswijze 5 (collectieve zienswijze) Samenvatting 1. Reclamanten geven aan dat het huidige karakter van Ooy sterk lijkt op dat van een landelijk buurtschap (zoals ook is aangegeven in de toelichting van het bestemmingsplan). Dat is de reden dat reclamanten hier zijn gaan wonen. Het vigerende bestemmingsplan (‘Kernen Ooy, OudZevenaar en Babberich’) met bestemmingen ‘Tuin’ en ‘Agrarisch’ sluiten
Beantwoording gemeente Bij de schaal en omvang van de appartementen is rekening gehouden met het dorpse karakter door slechts twee bouwlagen toe te passen, waarbij de grondgebonden rijwoningen uitsluitend een verdieping in de kap hebben. De appartementen zijn opgesplitst in twee gebouwen, waardoor de massa niet groter is dan drie reguliere aaneengesloten rijwoningen, welke in de omgeving veelvuldig voorkomen. Ook qua bouwhoogte (maximaal 8 meter) blijven de appartementen onder de maximale bouwhoogtes in de omgeving (aan de Drostencamp maximaal 10 meter). Door deze maatregelen wordt het dorpse karakter behouden. Daarnaast wordt opgemerkt dat het landelijk karakter voornamelijk aan de zuidkant van Ooy bestaat. Het plangebied Grietakkers 7 heeft eerder een binnenstedelijk karakter, en is gelegen in de directe omgeving van een 7
volgens reclamanten hierop aan en borgen het landelijke karakter. Volgens reclamanten staat het voorliggende bestemmingsplan hier haaks op.
zalencentrum met parkeerterrein en een woonwijk. Daarnaast is op korte afstand zowel de Ringbaan Zuid als het spoor gelegen en ligt op een paar honderd meter afstand een bedrijventerrein. Dit wordt ook duidelijk aan de omliggende bestemmingen: Wonen, Horeca, Verkeer en VerkeerRailverkeer (zie onderstaande afbeelding). Met andere woorden, dat een deel het plangebied nu de bestemming Agrarisch heeft, wil niet zeggen dat er sprake is van landelijk gebied.
2. Reclamanten geven aan het erg te vinden dat er achter hun gebouwd gaat worden. Ze zijn hier komen wonen met de verwachting en belofte dat er achter hun niet meer gebouwd zou worden. 3. Reclamanten snappen dat er zwaarwegende belangen zijn, zoals in dit geval woningnood. En ondanks dat reclamanten denken dat het bouwen op een terrein van postzegelformaat niet het antwoord is, kunnen ze vanuit het belang van woningnood wel begrijpen dat het bestemmingsplan wordt overwogen. Echter niet op de manier waarop het nu is voorgesteld. 4. Reclamanten vinden het appartementencomplex
Zowel beleid als planologische regelgeving ter plaatse van het plangebied geven geen aanleiding om te veronderstellen dat het terrein nooit meer herbestemd zal worden. Van een belofte dat er achter reclamanten niet meer gebouwd zal worden, is niet gebleken.
Dit wordt ter kennisgeving aangenomen.
Zie beantwoording punt 1. 8
in de achtertuin een schrikbeeld. Het sluit volgens hen totaal niet aan bij het landelijke en dorpse karakter van de buurt. 5. Reclamanten geven aan dat in het plan staat beschreven dat bij de levensloopbestendige rijwoningen is gekozen voor één bouwlaag om de privacy van de achtergelegen woningen te waarborgen. Reclamanten vragen zich af waarom er met die redenatie dan toch ook is gekozen voor een appartementencomplex.
6. Aangezien het appartementencomplex uit twee woonlagen bestaat en reclamanten vrezen dat dit al hun privacy weg zal nemen. De bovenste woonlaag heeft volgens reclamanten direct uitzicht op hun achtertuinen. De galerij die uitkijkt op hun tuinen is volgens reclamanten op het zuiden gelegen, en zal daarom op zonnige dagen bij gebrek aan zon (en balkon) aan de voorkant, zeker ook gebruikt worden als balkon. Met als gevolg directe inkijk in de tuinen
Gemeentelijk woningbouwbeleid (Plan Woningbouw Zevenaar, september 2022), opgesteld in een dialoog met een breed publiek, waaronder inwoners, partijen op de markt en raadsleden, stelt dat er veel behoefte is aan woningtypen voor ouderen en jongeren (levensloopgeschikte en kleine woningen). Er zijn in de gemeente al veel eengezinswoningen, terwijl er steeds meer één- en tweepersoonshuishoudens zijn. Meer bouwen naar deze behoefte in de dorpen zorgt voor het behoud van leefbaarheid en voorkomt dat jongeren wegtrekken. Met de beoogde appartementen wil de gemeente invulling geven aan dit beleid. Bij de schaal en omvang van de appartementen is rekening gehouden met het dorpse karakter door slechts twee bouwlagen toe te passen, waarbij de grondgebonden rijwoningen uitsluitend een verdieping in de kap hebben. De appartementen zijn opgesplitst in twee gebouwen, waardoor de massa niet groter is dan 3 reguliere aaneengesloten rijwoningen, welke in de omgeving veelvuldig voorkomen. Ook qua bouwhoogte (maximaal 8 meter) blijven de appartementen onder de maximale bouwhoogtes in de omgeving (aan de Drostencamp maximaal 10 meter). Om privacy in de tuinen van de woningen ten zuiden van het appartementengebouw te borgen, zal de galerij worden voorzien van een dichte, lamellen- of groene wand welke het zicht op de tuinen weg zal nemen.
De realisatie van deze wand zal als voorwaardelijke verplichting voor het gebruik van de appartementen worden opgenomen. Gelet op het bovenstaande is van een onaanvaardbare aantasting van privacy geen sprake.
9
en huizen van reclamanten. 7. Volgens reclamanten verandert het landelijk buurtschap waarin ze vrij wonen met achter het huis paarden in de wei, in wonen zonder enige vorm van privacy. 8. Reclamanten vrezen daarnaast dat de tweede woonlaag van de appartementen hun uitzicht en licht zal ontnemen, wat al schaars is in hun op het noordoosten gelegen tuinen.
Zie beantwoording eerdere punten.
Ten aanzien van belemmering van het vrije uitzicht, wordt opgemerkt dat er geen recht bestaat op een blijvend vrij uitzicht. In dit geval gaat het om een gebied met een binnenstedelijk karakter (i.e. een hogere bebouwingsdichtheid), waar een belemmering van het uitzicht vaak moeilijk te vermijden is als een bouwplan wordt gerealiseerd. Van een onaanvaardbare aantasting van het uitzicht en daarmee het woon- en leefklimaat is geen sprake. Met betrekking tot het aspect licht en zon in de tuinen van bestaande woningen wordt opgemerkt dat de nieuwe woningen aan de noordzijde van de bestaande woningen worden gerealiseerd. Vermindering van daglicht is zeer beperkt gezien de ligging ten noorden van de woningen aan de Drostencamp en de beperkte bouwhoogte van maximaal 8 meter. Zoals blijkt uit onderstaande figuren gaat het zonlicht van oost naar west en wordt op de langste en de kortste dag van het jaar nauwelijks geblokkeerd door de nieuwe bebouwing. Er is derhalve geen sprake van een onaanvaardbare beperking van lichtinval bij omliggende percelen.
10
9. Reclamanten geven aan dat de kwaliteit van wonen het belangrijkste is, maar dat ze daarnaast ook zorgen hebben over de consequenties voor een eventuele verkoop van hun woning, zeker in tijden waarin de druk op de woningmarkt lager is dan nu (invloed op de woningwaarde en de verkooptijd). 10. Reclamanten hopen dat het plan wordt aangepast zodat het enerzijds ruimte geeft voor nieuwe woningen, en anderzijds recht doet aan wonen in privacy en het behoud van het landelijke en dorpse karakter in de buurt.
Voor een eventuele tegemoetkoming van planschade bestaat een aparte procedure. Deze is te vinden in artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening. Hiervoor dient een apart verzoek te worden ingediend, gericht aan het college van burgemeester en wethouders. Het indienen van een verzoek tot planschade is op grond van de Wet ruimtelijke ordening mogelijk binnen vijf jaar na het moment waarop het bestemmingsplan onherroepelijk is geworden.
Om privacy in de tuinen van de woningen ten zuiden van het appartementengebouw te borgen, zal de galerij worden voorzien van een dichte, lamellen- of groene wand welke het zicht op de tuinen weg zal nemen. De realisatie van deze wand zal als voorwaardelijke verplichting voor het gebruik van de appartementen in worden opgenomen. Voor het overige sluit het plan qua opzet en woningtypen aan op de bestaande bebouwing ten zuiden aan de Drostencamp.
Conclusie: De zienswijze wordt deels gegrond verklaard. Er wordt een voorwaardelijke verplichting opgenomen in de planregels m.b.t. het realiseren van een wand bij de galerij van de appartementen.
11
2.6 Zienswijze 6 Samenvatting 1. Ondanks dat reclamant positief staat tegenover de plannen, zien ze graag een (kleine) aanpassing in de inrichting, waardoor ook het toekomstige gebruik van hun gronden gewaarborgd blijft. Eind jaren ’80 is door de familie van reclamant met de toenmalige eigenaar van het Zalencentrum Staring een erfdienstbaarheid van de weg overeengekomen en notarieel vastgelegd, waarmee zij ten allen tijden – via de huidige parkeergelegenheid nabij het zalencentrum, als ook de gronden ten zuiden daarvantoegang houden tot de openbare weg (destijds aangeduid als Groessenseweg). Concreet ligt de erfdienstbaarheid van weg op het toenmalige kadastrale perceel gemeente OudZevenaar, sectie F, nummer 3280. Door de vele kadastrale vernummeringen is voornoemd nummer komen te vervallen, wat geleid heeft tot de volgende kadastrale percelen: Lijdend erf: Oud-Zevenaar, sectie F, nummers 4598 en 4601. Heersend erf: OudZevenaar, sectie F, nummer 4035. Afgezien van het feit dat perceel van reclamant bestaat uit één kadastraal nummer, worden delen daarvan thans gebruikt door derden. Om die reden koestert reclamant de afgesloten erfdienstbaarheid. Echter geeft reclamant aan dat met het stedenbouwkundig plan ter plaatse van de oostelijke perceelsgrens een parkeer- en groenvoorziening is beoogd. Met als gevolg dat na
Beantwoording gemeente Zoals reclamant aangeeft, is er inderdaad sprake van erfdienstbaarheid. Er is een recht van overpad gevestigd. Op dit moment bevindt zich een poortje op de grens met het aangrenzende perceel, uitkomend op het parkeerterrein van het zalencentrum. In de toekomstige situatie zullen hier parkeerplekken worden gerealiseerd. Om het recht van overpad te respecteren, zal ter plekke van het bestaande poortje een verlaagde trottoirband worden aangelegd (zie rode kader in onderstaande afbeelding). De ervoor gelegen parkeerplek dient dan ook vrij te zijn voor in- en uitrijdend verkeer. Ruimtelijk en planologisch is dit inpasbaar, en in het voorliggende bestemmingsplan hoeft hiervoor niets aangepast te worden.
12
uitvoering van de plannen het niet meer mogelijk is om invulling te geven aan de erfdienstbaarheid van weg. Conclusie: De zienswijze wordt gegrond verklaard. De erfdienstbaarheid wordt gerespecteerd. 2.7 Zienswijze 7 (collectieve zienswijze) Samenvatting 1. Reclamanten geven aan hun woning aan de Drostencamp onder andere gekocht te hebben met het oog op het dorpse karakter van de wijk. Volgens reclamanten staat dit dorpse karakter ook uitvoerig beschreven in het vigerende bestemmingsplan ‘Kernen Ooy, OudZevenaar en Babberich’. Met de bestemmingen ‘Tuin’ en ‘Agrarisch’ wordt hierop aangesloten en wordt het landelijk karakter geborgd. Volgens reclamanten staat het voorliggende bestemmingsplan hier haaks op. Volgens reclamanten is het appartementencomplex niet echt dorps te noemen. Ze vinden dat de appartementen het hele plan erg massief maken. Deze massiviteit zou ook nog eens versterkt worden door het aantal woningen, de aaneenschakeling van straatwerk, parkeervakken, stenen gevels en het minimaal toepassen van groen.
Beantwoording gemeente Bij de schaal en omvang van de appartementen is rekening gehouden met het dorpse karakter door slechts twee bouwlagen toe te passen, waarbij de grondgebonden rijwoningen uitsluitend een verdieping in de kap hebben. De appartementen zijn opgesplitst in twee gebouwen, waardoor de massa niet groter is dan drie reguliere aaneengesloten rijwoningen, welke in de omgeving veelvuldig voorkomen. Ook qua bouwhoogte (maximaal 8 meter) blijven de appartementen onder de maximale bouwhoogtes in de omgeving (aan de Drostencamp maximaal 10 meter). Door deze maatregelen wordt het dorpse karakter behouden. Daarnaast wordt opgemerkt dat het landelijk karakter voornamelijk aan de zuidkant van Ooy bestaat. Het plangebied Grietakkers 7 heeft eerder een binnenstedelijk karakter, en is gelegen in de directe omgeving van een zalencentrum met parkeerterrein en een woonwijk. Daarnaast is op korte afstand zowel de Ringbaan Zuid als het spoor gelegen en ligt op een paar honderd meter afstand een bedrijventerrein. Dit wordt ook duidelijk aan de omliggende bestemmingen: Wonen, Horeca, Verkeer en VerkeerRailverkeer (zie onderstaande afbeelding). Met andere woorden, dat een deel het plangebied nu de bestemming Agrarisch heeft, wil niet zeggen dat er sprake is van landelijk gebied.
13
2. Reclamanten geven aan dat, zoals in het plan staat beschreven, er bij de levensloopbestendige woningen is kozen voor één bouwlaag, om de privacy van de achterliggende woningen te waarborgen. Reclamanten vragen zich af waarom dit argument wordt losgelaten bij het appartementencomplex.
3. Ook vragen reclamanten zich af waarom de opgang voor de tweede laag van de appartementen is gesitueerd aan de achterzijde, oftewel de tuinzijde van de bewoners aan de Drostencamp. Reclamanten vinden dit onacceptabel, omdat het ten koste gaat van hun woongenot. 4. Reclamanten vrezen voor waardedaling van hun woningen.
5. Reclamanten geven aan dat het vrije uitzicht wat ze nu hebben ernstig wordt verstoord door de hoogbouw.
Gemeentelijk woningbouwbeleid (Plan Woningbouw Zevenaar, september 2022), opgesteld in een dialoog met een breed publiek, waaronder inwoners, partijen op de markt en raadsleden, stelt dat er veel behoefte is aan woningtypen voor ouderen en jongeren (levensloopgeschikte en kleine woningen). Er zijn in de gemeente al veel eengezinswoningen, terwijl er steeds meer één- en tweepersoonshuishoudens zijn. Meer bouwen naar deze behoefte in de dorpen zorgt voor het behoud van leefbaarheid en voorkomt dat jongeren wegtrekken. Met de beoogde appartementen wil de gemeente invulling geven aan dit beleid. Bij de schaal en omvang van de appartementen is rekening gehouden met het dorpse karakter door slechts twee bouwlagen toe te passen, waarbij de grondgebonden rijwoningen uitsluitend een verdieping in de kap hebben. De appartementen zijn opgesplitst in twee gebouwen, waardoor de massa niet groter is dan 3 reguliere aaneengesloten rijwoningen, welke in de omgeving veelvuldig voorkomen. Ook qua bouwhoogte (maximaal 8 meter) blijven de appartementen onder de maximale bouwhoogtes in de omgeving (aan de Drostencamp maximaal 10 meter). Om privacy in de tuinen van de woningen ten zuiden van het appartementengebouw te borgen, zal de galerij worden voorzien van een dichte, lamellen- of groene wand welke het zicht op de tuinen weg zal nemen.
De realisatie van deze wand zal als voorwaardelijke verplichting voor het gebruik van de appartementen worden opgenomen. Gelet op het bovenstaande is van een onaanvaardbare aantasting van privacy geen sprake.
Voor een eventuele tegemoetkoming van planschade bestaat een aparte procedure. Deze is te vinden in artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening. Hiervoor dient een apart verzoek te worden ingediend, gericht aan het college van burgemeester en wethouders. Het indienen van een verzoek tot planschade is op grond van de Wet ruimtelijke ordening mogelijk binnen vijf jaar na het moment waarop het bestemmingsplan onherroepelijk is geworden. Er bestaat geen recht op blijvend vrij uitzicht. In dit geval gaat het om een gebied met een binnenstedelijk karakter (i.e. een hogere bebouwingsdichtheid), waar een belemmering van het uitzicht vaak moeilijk te vermijden is als een bouwplan wordt gerealiseerd. Van een onaanvaardbare
14
aantasting van het uitzicht en daarmee het woon- en leefklimaat is geen sprake. 6. Reclamanten geven aan dat het landelijke karakter van de wijk, het vele groen en de monumentale eikenbomen belangrijke koopargumenten waren.
De bomen aan de Grietakkers zullen, met uitzondering van de boom ter plekke van de geplande westelijke ontsluiting gehandhaafd blijven. De bomen op het terrein zelf bevinden zich rond de ruïne van Grietakkers 7 en zijn vanwege de positie midden op het terrein niet te behouden in dit (of een ander) stedenbouwkundig plan. Daarnaast wordt er door reclamanten gesproken over “monumentale eikenbomen”. Deze bomen staan echter niet op de lijst van Waardevolle en monumentale bomen van de Gemeente Zevenaar, en kunnen daarom niet als monumentaal worden aangemerkt.
7. Reclamanten vragen zich af wat er met de monumentale eik bij de ruïne (Grietakkers 7) gaat gebeuren. Volgens reclamanten komt deze eik in het hele plan niet meer voor. Reclamanten geven aan dat deze eik vanuit hun tuinen een prachtig gezicht geven. Het is een komen en gaan van een grote diversiteit aan vogels. Reclamanten vinden het onacceptabel dat deze monumentale eik gekapt zou worden. Het zal volgens reclamanten decennia duren voordat de CO2 opname van deze eiken wordt gecompenseerd door de nieuwe aanplant. 8. Tot slot geven reclamanten aan dat ze vinden dat in een tijd van woningnood er gebouwd moet kunnen worden. Ze vragen zich echter af of het “volproppen van dit postzegelformaat stuk natuur met 25 woningen” hier een antwoord op is. Reclamanten geven de voorkeur aan een iets bescheidener aanpak met
Zie beantwoording punt hierboven. Daarnaast is er een quickscan flora & fauna uitgevoerd. Uit dit onderzoek is gebleken dat met de realisatie van het plan geen leefgebied van beschermde diersoorten wordt aangetast.
Met de schaal en omvang van de nieuwe bebouwing (twee bouwlagen, maximaal 8 meter) is rekening gehouden met de achtergelegen woningen aan de Drostencamp. De bebouwing sluit hierdoor aan bij de omliggende bebouwing van het Ooyse Veld. Bij de definitieve inrichting van het plan wordt o.a. rekening gehouden met een goede landschappelijke inpassing, voldoende groen (o.a. ten behoeve van waterberging) en de woningen zullen aardgasloos worden gerealiseerd.
15
minder woningen (geen twee woonlagen starterswoningen), met respect voor de natuur en rekening houdend met het woongenot van de huidige bewoners. Conclusie: De zienswijze wordt deels gegrond verklaard. Er wordt een voorwaardelijke verplichting opgenomen in de planregels m.b.t. het realiseren van een wand bij de galerij van de appartementen. 2.8 Zienswijze 8 (Dorpsraad Ooij) Samenvatting 1. Reclamant geeft aan dat ze in een gesprek met initiatiefnemer hebben aangedragen dat ze weliswaar de bouw niet willen tegenhouden, maar dat ze graag meer respect voor het dorpse karakter en voor de bomen en het groen in de wijk willen zien in het plan.
2. Reclamant zegt dat initiatiefnemer toe heeft gezegd een schriftelijke terugkoppeling van het gesprek te zullen toesturen, maar dat deze echter nooit is ontvangen. 3. Reclamant geeft aan dat de plannen (dit ontwerp bestemmingsplan) hetzelfde zijn als ten tijde van de presentatie aan omwonenden (7 september j.l.). Reclamant geeft aan dat met alle tegenargumenten, verzoeken, alternatieven
Beantwoording gemeente Het genoemde komt niet terug in het verslag die door initiatiefnemer als terugkoppeling op het gesprek op 28 september 2023 aan de dorpsraad Ooij is verstuurd. Initiatiefnemer geeft aan dat er van de dorpsraad Ooij geen opmerkingen op het verslag zijn ontvangen. De dorpsraad geeft aan in het plan meer respect voor het dorpse karakter te willen zien. Echter is bij de schaal en omvang van de appartementen rekening gehouden met dit dorpse karakter door slechts twee bouwlagen toe te passen, waarbij de grondgebonden rijwoningen uitsluitend een verdieping in de kap hebben. De appartementen zijn opgesplitst in twee gebouwen, waardoor de massa niet groter is dan 3 reguliere aaneengesloten rijwoningen, welke in de omgeving veelvuldig voorkomen. Ook qua bouwhoogte (maximaal 8 meter) blijven de appartementen onder de maximale bouwhoogtes in de omgeving (aan de Drostencamp maximaal 10 meter). Door deze maatregelen wordt het dorpse karakter behouden. Op 28 september 2023 heeft initiatiefnemer middels een mail met een verslag van het gesprek met de dorpsraad Ooij een schriftelijke terugkoppeling gegeven met het verzoek om bij vragen of opmerkingen op het verslag contact op te nemen. Er zijn vanuit de dorpsraad geen opmerkingen gekomen op de in het verslag genoemde punten ten aanzien van het plan.
Ten aanzien van het belangrijkste bezwaar van omwonenden, de inkijk vanuit de appartementen in hun tuinen, is een wand aan de achterzijde bij de galerij toegevoegd en voorwaardelijk verplicht. Verder zijn de gewenste hagen als erfafscheidingen als voorwaardelijke verplichting opgenomen, zodat deze ook echt gerealiseerd zullen worden.
16
en vragen en voorstellen niets is gedaan. 4. Volgens reclamant wordt in een krantenbericht gemeld dat ze (de Dorpsraad) overleg heeft gehad met de eigenaar en projectontwikkelaar, waardoor de indruk zou worden gewekt dat de Dorpsraad volledig zou instemmen met de huidige plannen. Dit is niet waar. 5. Reclamant is van mening dat met de huidige plannen het dorpse karakter verloren gaat. Voornamelijk het appartementencomplex met twee lagen springt volgens reclamant letterlijk en figuurlijk het meest in het oog. Een groot hoekig blok, wat het dorpse karakter volledig verstoort. 6. Reclamant geeft aan dat bij de appartementen het trappenhuis en de galerij aan de zuidkant komen, wat volgens reclamant een enorme impact heeft op het woongenot en de privacy van bewoners aan de Drostencamp (met de tuin aan de noordkant). Reclamant vindt dit onacceptabel.
Dit wordt ter kennisgeving aangenomen.
Bij de schaal en omvang van de appartementen is rekening gehouden met het dorpse karakter door slechts twee bouwlagen toe te passen, waarbij de grondgebonden rijwoningen uitsluitend een verdieping in de kap hebben. De appartementen zijn opgesplitst in twee gebouwen, waardoor de massa niet groter is dan drie reguliere aaneengesloten rijwoningen, welke in de omgeving veelvuldig voorkomen. Ook qua bouwhoogte (maximaal 8 meter) blijven de appartementen onder de maximale bouwhoogtes in de omgeving (aan de Drostencamp maximaal 10 meter). Door deze maatregelen wordt het dorpse karakter behouden. Vanuit zowel rijks-, provinciaal- als gemeentelijk beleid geldt dat bij nieuwe plannen voor stedelijke functies (waaronder woningen) allereerst gekeken dient te worden naar geschikte locaties binnen bestaand stedelijk gebied. De locatie aan Grietakkers 7 betreft een binnenstedelijke locatie. Het is onvermijdelijk dat ontwikkelingen in binnenstedelijk gebied effect hebben op inkijk en verminderde privacy. Desalniettemin is er in dit plan rekening gehouden om deze effecten te beperken. Daarnaast wordt er voldaan aan het Burenrecht (artikel 5.50 Burgerlijk Wetboek). Er is geen (hoofd)bebouwing gelegen binnen twee meter van de erfgrens van omliggende percelen wat eveneens geldt voor de ramen.
Om privacy in de tuinen van de woningen ten zuiden van het appartementengebouw te borgen, wordt de galerij voorzien van een dichte, lamellen- of groene wand die het zicht op de tuinen weg zal nemen. De realisatie van deze wand wordt als voorwaardelijke verplichting voor het gebruik van de appartementen in opgenomen. Gelet op het bovenstaande is van een onaanvaardbare aantasting van privacy geen sprake.
17
7. Reclamant geeft aan dat er een waardeverlies kan optreden bij de woningen grenzend aan het plangebied.
8. Reclamant benoemd dat in de plannen wordt gesproken over het kappen van één eik aan de Grietakkers. Echter staat volgens reclamant midden in de huidige wei (bij de ruïne) ook nog een enorme eik, die in de plannen nergens wordt genoemd. Reclamant is van mening dat in de huidige tijd, waarin stikstof en opwarming van de aarde zo’n enorme rol spelen, waarin de tendens is zoveel mogelijk groen te behouden en tuinen niet volledig te betegelen, het stuitend is dat zo’n boom zonder slag of stoot zou worden opgeofferd. 9. Reclamant geeft aan dat in de plannen nauwelijks openbaar groen staat ingepland; geen grasveldje, geen speelveldje, geen wadi. Enkel een paar groenvakken tussen de parkeerplaatsen. Reclamant is van mening dat dit een groot verschil is met de bestaande wijk. Er komt volgens reclamant een muur achter Staring, er komen parkeerplaatsen, er komt een weg, en er komen “huizen met piepkleine tuintjes”. Volgens reclamant kan dit samengevat worden als “heel veel steen”.
Voor een eventuele tegemoetkoming van planschade bestaat een aparte procedure. Deze is te vinden in artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening. Hiervoor dient een apart verzoek te worden ingediend, gericht aan het college van burgemeester en wethouders. Het indienen van een verzoek tot planschade is op grond van de Wet ruimtelijke ordening mogelijk binnen vijf jaar na het moment waarop het bestemmingsplan onherroepelijk is geworden. De bomen aan de Grietakkers zullen, met uitzondering van de boom ter plekke van de geplande westelijke ontsluiting gehandhaafd blijven. De bomen op het terrein zelf bevinden zich rond de ruïne van Grietakkers 7 en zijn vanwege de positie midden op het terrein niet te behouden in dit (of een ander) stedenbouwkundig plan.
Het plan vormt qua opzet een vertaling van de bebouwing aan de zuidzijde langs de Drostencamp (voornamelijk rijwoningen), qua bouwhoogte is rekening gehouden met de achtergelegen percelen. Met de maximale bouwhoogte van 8 meter wordt aansluiting gezocht bij de omliggende bebouwing. Hierbij wordt opgemerkt dat in de omgeving zelfs een hogere bouwhoogte is toegestaan. Het bestemmingsplan ‘Kernen Ooy, Oud-Zevenaar en Babberich’ bepaalt voor woningen (zoals aan de Drostencamp) een maximale goothoogte van 6 meter en een maximale bouwhoogte van 10 meter. Dit is hoger dan wat in het voorliggende bestemmingsplan wordt toegestaan. De woningen zijn gericht op doelgroepen waarvoor vanuit gemeentelijk woonbeleid een sterke behoefte bestaat, namelijk ouderen en starters. De grondgebonden woningen zijn onder meer bedoeld voor senioren die kleiner willen gaan wonen. Een grote tuin met bijbehorend onderhoud past niet in deze woonwensen.
18
Reclamant geeft aan dat Voor starters (met name één- of tweepersoonshuishoudens) als het plangebied deel is met name de betaalbaarheid van woningen van belang, moet gaan uitmaken van vandaar dat gekozen is voor kleine wooneenheden in de het huidige Ooyse Veld, vorm van appartementen. dat de visie en aanpak die werd gehanteerd bij de bouw van het Ooyse Veld (+/- 20 jaar geleden) met veel groen en privacy, ook aan de Grietakkers doorgezet moeten worden. 10. Reclamant zou graag zien: Met de schaal en omvang van de nieuwe bebouwing (twee een nieuw stukje Ooyse bouwlagen, maximaal 8 meter) is rekening gehouden met Veld met minder steen, de achtergelegen woningen aan de Drostencamp. De alleen laagbouw, een bebouwing sluit hierdoor aan bij de omliggende bebouwing groene omgeving, van het Ooyse Veld. aandacht voor duurzaamheid en met Bij de definitieve inrichting van het plan wordt o.a. rekening respect voor bewoners van gehouden met een goede landschappelijke inpassing, de Drostencamp en het voldoende groen (o.a. ten behoeve van waterberging) en de huidige Ooyse Veld. woningen zullen aardgasloos worden gerealiseerd. 11. Reclamant wijst aan dat De mogelijkheid staat open om hierover met de Wethouder van Orden in portefeuillehouder in gesprek te gaan.
een filmpje waarin hij zichzelf voorstel aangeeft dat “participatie” (het gesprek met betrokkenen) vaak wordt gebruikt als excuus om te betogen dat het democratisch gehalte van een besluit gewaarborgd is. Hij vindt dat dat anders moet. Reclamant nodigt hem uit het gesprek met de betrokkenen en Dorpsraad Ooij aan te gaan en hun bezwaren en ideeën mee te nemen in een democratische besluitvorming rond dit plan. “Een uitgelezen kans voor de wethouder om te laten zien hoe het anders kan en moet”. Conclusie: De zienswijze wordt deels gegrond verklaard. Er wordt een voorwaardelijke verplichting opgenomen in de planregels m.b.t. het realiseren van een wand bij de galerij van de appartementen.
19
2.9 Zienswijze 9 Samenvatting 1.1 Kern van de zienswijze 1. Reclamant is bang voor een onevenredige aantasting van het woonen leefklimaat van de straat de Grietakkers. Vanwege de beoogde exponentiële toename van de verkeersdrukte door het realiseren van een in-/uitrit naar de Grietakkers (westzijde). Volgens reclamant is deze verkeerstoename in strijd met eerdere toezeggingen door de gemeente waarop de huidige verkeersinrichting is gebaseerd. Daarnaast vindt reclamant de beoogde in-/uitrit naar de Grietakkers onnodig om de plannen te realiseren, aangezien reeds in het ontwerp is voorzien in een ontsluiting in de richting van de Grietakkers/Ringbaan zuid (noordoostzijde).
2. Reclamant geeft als bijkomend nadeel van de beoogde in-/uitrit naar de Grietakkers de ecologische schade die deze in-/uitrit teweeg brengt, als gevolg van het kappen van 10 volgroeide bomen. Volgens reclamant maakt het eventuele terug planten van enkele sierbomen op deze locatie deze schade niet ongedaan. Ook hiermee wordt volgens reclamant het woon- en leefklimaat van de straat Grietakkers onevenredig aangetast. 1.2 Strijd met gemeentelijk beleid
Beantwoording gemeente De paragraaf ‘Verkeer en parkeren’ in de toelichting van het bestemmingsplan (paragraaf 5.3) is aangevuld met verkeersgeneratiecijfers. Conclusie hieruit is dat de toename van het verkeer theoretisch uitkomt op maximaal 182 motorvoertuigen per etmaal (op een werkdag). Dit resulteert in maximaal 18 motorvoertuigbewegingen extra in een spitsuur. Voor de categorie weg die de Grietakkers is (erftoegangsweg) is deze hoeveelheid aan verkeersbewegingen acceptabel. Om een goede ontsluiting van de nieuwe weg langs de woningen te krijgen, is ontsluiting aan twee zijden het meest ideaal. Hiermee wordt voorkomen dat bij een eventuele blokkade (bijvoorbeeld iemand die laadt/lost) verkeer opgesloten raakt. Daarnaast zal een ontsluiting aan één zijde ervoor zorgen dat er veel bijzondere manoeuvres uitgevoerd moeten worden door verkeer. Dit komt de verkeersveiligheid niet ten goede. Bijvoorbeeld een pakketdienst die lastig kan keren om weer het plangebied uit te kunnen rijden. Ook is voor de toegang voor hulp- en vuilverwerkingsdiensten aan kunnen rijden vanaf twee zijden het meest wenselijk. Tot slot wordt door reclamant gesproken over eerdere toezeggingen door de gemeente waarop de huidige verkeersinrichting is gebaseerd. Van dergelijke toezeggingen is niet gebleken.
De bomen aan de Grietakkers zullen, met uitzondering van de boom ter plekke van de geplande westelijke ontsluiting gehandhaafd blijven. De bomen op het terrein zelf bevinden zich rond de ruïne van Grietakkers 7 en zijn vanwege de positie midden op het terrein niet te behouden in dit (of een ander) stedenbouwkundig plan.
20
1. Reclamant geeft aan dat aan het plangebied de wijk Wielekescamp grenst. Deze wijk is in 2004 gerealiseerd. Nadien is het vigerende bestemmingsplan Kernen Ooy, Oud-Zevenaar en Babberich vastgesteld (op 25 september 2012). Na realisatie van de Wielekescamp (2004) en de vaststelling van het vigerende bestemmingsplan (2012), is op 20 februari 2013 de Structuurvisie gemeente Zevenaar 2030 vastgesteld. Hoofdstuk 4.6 van deze structuurvisie heeft betrekking op Oud-Zevenaar en Ooy. Reclamant geeft aan dat op pagina 83 van de structuurvisie is te lezen: “Zowel Oud Zevenaar als Ooy zijn rustige woongebieden met een eigen identiteit. Voor Ooy geldt dat dit pas met de ontwikkeling als nieuwbouwlocatie vanaf 2002 echt tot bebouwingscluster van formaat is verworden. Nieuwe uitbreidingen zijn hier niet voorzien en een eigen voorzieningniveau is gelet op de omvang en de nabijheid van de stad zelf niet nodig.” Reclamant onderstreept de zin dat nieuwe uitbreidingen hier niet zijn voorzien. Reclamant geeft aan dat het onjuist is dat in de toelichting van het bestemmingsplan bij punt 4.5.1 de conclusie wordt getrokken dat er geen sprake is van strijd met de structuurvisie. Reclamant vindt de beargumentatie hiervan te kort door de bocht en prematuur. 2.
Reclamant spreekt tegen dat een ontwikkeling van een woonwijk met 25 wooneenheden zich kwalificeert als ‘kleinschalig’ (zoals gesteld in toelichting onder punt 4.5.1.). Reclamant geeft aan dat zelfs als dat wel het geval is, dat het realiseren van een dergelijke woonwijk op een perceel dat thans slechts één woning bevat de kwalificatie ‘kleinschalig’ niet past (toename van wooneenheden op deze locatie met 2400%). 3. Reclamant is van mening dat de voorgenomen realisatie op deze locatie een verdichting inhoudt van de woningvoorraad, die niet te rijmen is met
Conform de visiekaart behorende bij de structuurvisie is het plangebied aangeduid als ‘Wonen bestaand’. Daarmee behoort het plangebied tot het bestaand stedelijk woongebied van de kern. Met de invulling van dit, reeds gedeeltelijk als ‘Wonen’ aangemerkte perceel is geen sprake van uitbreiding van de kern, maar van benutten van een voor wonen geschikte inbreidingslocatie. Daarnaast is de structuurvisie 11 jaar geleden vastgesteld. Destijds is niet voorzien in uitbreiden van de wijk, maar dit betekent niet dat er sprake is van strijd met de structuurvisie. De structuurvisie heeft namelijk een langetermijnvisie en geeft een stip op de horizon. Het is geen document wat zich vaak laat aanpassen. De structuurvisie is een document op hoofdlijnen en laat daarom ruimte voor kleinschalige ontwikkelingen, waarop nu wordt ingespeeld.
In relatie tot de gehele woningvoorraad van Ooy betreft de realisatie van 25 wooneenheden een relatief beperkte toevoeging. In Ooy staan op dit moment 393 woningen (bron: Zevenaar in Cijfers, 2023). De toevoeging van 25 woningen betreft een toename van zo’n 6%. Tot slot wordt aangegeven dat ‘kleinschalig’ niet gekwalificeerd is in de structuurvisie, waardoor er niet valt te concluderen dat de kwalificatie ‘kleinschalig’ niet past. Vanuit zowel rijks-, provinciaal- als gemeentelijk beleid geldt dat bij nieuwe plannen voor stedelijke functies (waaronder woningen) allereerst gekeken dient te 21
het rustige karakter van dit woongebied. Dit rustige karakter is ook vastgelegd in de structuurvisie en dient gewaarborgd te blijven.
worden naar geschikte locaties binnen bestaand stedelijk gebied. De locatie aan Grietakkers 7 betreft een binnenstedelijke locatie. Het plan vormt qua opzet een vertaling van de bebouwing aan de zuidzijde langs de Drostencamp (voornamelijk rijwoningen), qua bouwhoogte is rekening gehouden met de achtergelegen percelen. Met de maximale bouwhoogte van 8 meter wordt aansluiting gezocht bij de omliggende bebouwing. Hierbij wordt opgemerkt dat in de omgeving zelfs een hogere bouwhoogte is toegestaan. Het bestemmingsplan ‘Kernen Ooy, OudZevenaar en Babberich’ bepaalt voor woningen (zoals aan de Drostencamp) een maximale goothoogte van 6 meter en een maximale bouwhoogte van 10 meter. Dit is hoger dan wat in het voorliggende bestemmingsplan wordt toegestaan.
4. Reclamant geeft aan dat waar de wijk Wielekescamp een ruime opzet heeft in lijn met het plaatselijke karakter, is in het plangebied een inrichting voorzien die in lijn is met een binnenstedelijke ontwikkeling. Reclamant benadrukt daarbij de beoogde ligging; met de ‘rug’ naar de rijwoningen gelegen aan de Drostencamp. Hiermee ontstaat volgens reclamant een woonverdichting die gelijk is aan een reguliere opzet bij rijtjeswoningen, welke niet past binnen het rustige en landelijke karakter. Dit zou het meeste ten uiting komen ten aanzien van de beoogde appartementen. Deze vorm van bouw, met bijkomende woningdichtheid past volgens reclamant niet binnen het ter plaatste bestaande karakter. 5. Het steekt volgens reclamant nog meer dat deze bouwdichtheid ook niet nodig zou zijn. Reclamant geeft aan dat als daadwerkelijk het verschaffen van woningen voor senioren is voorzien (wat
Daarnaast zijn de appartementen opgesplitst in twee gebouwen, waardoor de massa niet groter is dan drie reguliere aaneengesloten rijwoningen, welke in de omgeving veelvuldig voorkomen. Zie beantwoording punt hierboven.
De grondgebonden woningen kunnen levensloopbestendig (met alle voorzieningen op de begane grond) worden ingericht. Hiermee sluiten de rijwoningen aan op de behoeftes van senioren. 22
ook past binnen het plaatselijke karakter), dat er dan was gekozen voor de bouw van grondgebonden woningen met alle voorzieningen op de begane grond.
6. Reclamant is van mening dat een betoog dat de wereld als gevolg van toegenomen woningnood inmiddels is veranderd, geen doel treft. Volgens reclamant is deze woningnood geen omstandigheid waarmee wij plotseling zijn geconfronteerd, maar een “reeds vele jaren aanzwellende kwestie”. Reclamant geeft aan dat de gemeente de afgelopen jaren ruim voldoende tijd gehad heeft om de structuurvisie op basis van voortschrijdend inzicht aan te passen. Dat dit niet is gebeurd, maakt volgens reclamant dat vastgehouden moet worden aan de vooralsnog ongewijzigde structuurvisie (die nota bene als beoogede horizon het jaar 2030 heeft). Volgens reclamant valt zonder een gedegen en zorgvuldige onderbouwing niet in te zien waarom (6 jaar voor het beoogde einde van de huidige visie) een afwijking in strijd met de principes uit de visie toegestaan zou moeten worden. 1.3 Geluid 1. Reclamant geeft aan dat het Akoestisch onderzoek de status “concept” heeft. Reclamant merkt op dat het ontwerp bestemmingsplan om deze reden niet kan worden omgezet in een vastgesteld bestemmingsplan, nu de onderbouwing daarvan nog niet in definitieve vorm beschikbaar is. Daarnaast geeft reclamant aan dat de onderbouwing van het plan derhalve niet (volledig) ter inzage is gelegd, waardoor nog niet de kans is geboden hierop een zienswijze in te dienen. 2.
Reclamant geeft aan dat het akoestisch onderzoek inzake ruimtelijk inpassing woonbebouwing (mede) is gebaseerd op
Daarnaast gaat het in dit plan ook om starterswoningen, waar een grote behoefte aan is. Om deze te kunnen realiseren, is een wat hogere bouwdichtheid wenselijk. De gemeente heeft echter het standpunt dat deze dichtheid niet misstaat als toevoeging aan de bestaande wijk en niet zorgt voor een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat. Zie beantwoording onderdeel 1.2, punt 1.
‘Concept’ op de rapportage van het akoestisch onderzoek zal worden gewijzigd naar ‘definitief’. Dit doet niets af aan het feit dat het rapport conform de wettelijke eisen ter inzage heeft gelegen en derhalve openstond voor zienswijzen.
Het akoestische onderzoek is opgesteld naar aanleiding van specifiek op de betreffende locatie afgestemde uitgangspunten. Hierbij 23
een groot aantal aannames. Het onderzoek bevat volgens reclamant 44 maal de woorden “ervan uitgegaan” en verder worden een aantal standaardtabellen gebruikt, welke niet representatief zouden zijn voor de werkelijk ter plekke bestaande complexe situatie. Deze situatie omvat volgens reclamant onder meer factoren als verkeer, spoor, tunnelbak Betuweroute en het aangrenzende zalencentrum. Het akoestisch onderzoek geeft volgens reclamant er geen blijk van dat de daarin opgenomen stellingen en conclusies geschreven zijn rekening houdend met specifiek de plaatselijke situatie en factoren. 3. Reclamant geeft aan dat op pagina 4-2 van het akoestisch onderzoek is uitgegaan van 90 dB(A) dancemuziekgeluid. Dit is volgens reclamant onjuist. Reclamant geeft aan dat uit eigen metingen op de gevel van de woning van reclamant, blijkt dat er regelmatig sprake is van een geluidsdruk hoger dan 80 dB(A) bij geopende deuren van het zalencentrum en hoger dan 73 dB (A) bij gesloten deuren.
4. De metingen en aannames uit het akoestisch onderzoek zijn volgens reclamant gebaseerd op de eenheid dB(A). In die eenheid zijn deels (on)gevoeligheid van het menselijk oor voor verschillende frequenties verdisconteerd. Reclamant is van mening dat een correctie via tabel 2-2 in paragraaf 2.6.2 van het akoestisch onderzoek op zijn plaats is.
dient op basis van wetgeving en jurisprudentie te worden uitgegaan van hiervoor op voorhand vastgestelde criteria. Deze criteria zijn als uitgangspunt aangehouden bij de nadere uitwerking, overwegingen en advisering omtrent de realisatie van de geprojecteerde woningbouwplannen. De bevindingen en rekenresultaten zijn vanwege de duidelijkheid hiervan inderdaad veelal weergegeven in tabellen en overzichten. Daarnaast is voor weg- en railverkeerlawaai een separaat akoestisch onderzoek uitgevoerd, waar naar hierbij kortheidshalve wordt verwezen. Door uit te gaan van het Dance-spectrum, wordt al rekening gehouden met de aanwezigheid van meer lager frequente tonen dan bij het Pop-spectrum, waarvan bij de nadere uitwerking van veel feestzalen wordt uitgegaan. Zwaardere spectra, zoals het house-spectrum, worden in de regel enkel toegepast bij discotheken en muziekcafe’s. Door te kiezen voor een gemiddeld binnenniveau van 90 dB(A) en een muziektoeslag van 10 dB(A), wordt er in feite rekening gehouden met een binnenniveau van 100 dB(A). Een geluidniveau waarbij in feite al gehoorbescherming noodzakelijk is. Daarnaast dient de exploitant van een inrichting zich te houden aan de regelgeving zoals deze voor een dergelijke inrichting is vastgesteld in het Activiteitenbesluit.
Hierin wordt namelijk onder anderen gesteld dat ramen en deuren tijdens het in gebruik zijn van de feestzalen gesloten dienen te blijven. Overeenkomstig de vigerende wetgeving dient bij de beoordeling van de mogelijk optredende hinder als gevolg van uitgevoerde activiteiten binnen een inrichting, te worden uitgegaan van hetgeen het menselijke oor als overlast waar kan nemen. Derhalve dient de beoordeling van mogelijke overlast te worden berekend en beoordeeld in dB(A), zijnde de waarde waarbij wordt gecorrigeerd voor het menselijk gehoor.
24
5. Reclamant geeft aan dat in het onderhavige geval sprake is van bastonen van elektronisch versterkte muziek in het frequentiegebied van 25 tot 150 Hz. Deze tonen leveren volgens reclamant een substantieel hogere bijdrage op aan de geluidsbelasting die als overlast wordt ervaren dan de geluidsbelasting c.q. overlast die is aangenomen in het akoestisch onderzoek. Deze overlast bestaat volgens reclamant uit doffe doordringende dreunen, welke (naast door reclamant) ook in de woningen gelegen aan de Drostencamp worden waargenomen en als overlast worden ervaren. 6. Volgens reclamant is in het akoestisch onderzoek niet aangegeven waarom geen rekening wordt gehouden met deze waarden en bastonen als gevolg van elektronisch versterkte muziek. Reclamant zou graag aangegeven zien waarom de conclusies uit het akoestisch onderzoek juist zouden zijn in dit specifieke geval.
In het akoestische onderzoek is uitgegaan van de uitgangspunten zoals deze in de meeten rekenvoorschrift zijn aangegeven. Dit betreft de beoordeling van de gezamenlijke spectra tussen 31 en 8.000 Hz. Hiermee is in de beoordeling van de optredende geluidbelastingen in het voorliggende onderzoek rekening gehouden.
7. Reclamant geeft aan dat op pagina 5-1 van het akoestisch onderzoek wordt uitgegaan van inbedrijfstelling tot 24 uur en “incidenteel” tot 02.00 uur. Dit is volgens reclamant onjuist. De inbedrijfstelling is minimaal 3 á 4 maal per maand tot ver na 24.00 uur (vergelijkbaar met nachthoreca). Dit kwalificeert volgens reclamant niet als incidenteel. Hoewel dit gebruik in strijd is met het vigerende bestemmingsplan en de toepasselijke vergunningen, is tot op heden geen sprake van handhaving. Reclamant geeft aan dat dit slechts mogelijk zou moeten zijn indien telkens een evenementenvergunning is aangevraagd. Daarvan is volgens reclamant geen sprake, zo volgt uit de gemeentelijke publicaties dienaangaande in de afgelopen jaren. Hieruit volgt volgens reclamant ook dat de aannames in het akoestisch onderzoek niet gestoeld zijn op de realiteit ter plaatse.
Overeenkomstig het ter plaatse van kracht zijnde bestemmingsplan, is er geen sprake van een locatie waar nachthoreca is toegestaan. Dit houdt in dat voor de nadere uitwerking van het voorliggende akoestische onderzoek ook niet behoeft te worden uitgegaan van een dergelijke bestemming.
In het akoestische onderzoek is uitgegaan van het hiervoor via Horeca-Nederland vastgestelde geluidspectrum voor Dancemuziek. Daarnaast is als uitgangspunt een gemiddelde binnenwaarde aangehouden van 90 dB(A) + 10 dB(A) straffactor voor muziekgeluid. Gebaseerd op deze waarden, wordt ter plaatse van de geprojecteerde woonbestemmingen, voldaan aan de hieraan te stellen eisen.
25
8. Reclamant benoemd dat inzake parkeerbewegingen in het akoestisch onderzoek de parkeerplaats aan de achterzijde van het zalencentrum als uitgangspunt wordt genomen. Ook dit is volgens reclamant onjuist. Daarmee wordt volgens reclamant voorbijgegaan aan het parkeren voor het zalencentrum, bij de entree op het aldaar aanwezige parkeerterrein. Daarbij geeft reclamant aan de bezoekers die buiten voor de ingang roken en, vanwege de te hoge geluidsdruk binnen, daar op luide toon gesprekken voeren buiten beschouwing te laten. Volgens reclamant is het afscheid nemen van de bezoekers van het zalencentrum, mede door te claxonneren, na activiteiten in het zalencentrum – veelal op tijdstippen gelegen tussen 00.30 – 01.30 uur – niet terug te vinden in het akoestisch onderzoek.
9. Reclamant geeft aan dat in het akoestisch onderzoek geluidshinder door het nabijgelegen spoor en door het zalencentrum worden genoemd. Reclamant merkt hierbij op dat het spoor echter ook trillinghinder veroorzaakt. Reclamant merkt hierbij op het trilling onderzoek Betuweroute door Movares (kenmerk D79-PBO-KA-1400090 Versie 1.0 van 6 mei 2015). Reclamant is van mening dat het een significante omissie is dat in het akoestisch onderzoek geheel aan trillinghinder wordt voorbijgegaan. 10. Reclamant geeft aan dat er daarnaast sprake is van onvoldoende onderzoek. Dat aanvullend onderzoek noodzakelijk is, geldt volgens reclamant onder meer ten aanzien van het te verwachten geluid in de straat. In dit geval zou onvoldoende
Geluid afkomstig van het parkeren van voertuigen voor het zalencentrum en van bezoekers die het zalencentrum aan de voorzijde verlaten, wordt ter plaatse van de geprojecteerde woonbestemmingen volledig afgeschermd door de aanwezige bebouwing. Akoestisch gezien hebben deze activiteiten derhalve geen relevante geluidbijdrage ter plaatse van de geprojecteerde bestemmingen en kunnen derhalve als voor het onderhavige onderzoek als niet relevante activiteiten worden aangemerkt. Geluidoverlast afkomstig van claxonnerende voertuigen bij het verlaten van het zalencentrum en dergelijke, vallen onder het toezicht van de exploitant van het zalencentrum. Afgezien van het feit dat deze activiteiten volledig worden afgeschermd door de aanwezige bebouwing, wordt het stemgeluid van mensen op een onverwarmd en onoverdekt terrein dat onderdeel uitmaakt van de inrichting, bij de toetsing aan de geluidnormering in het kader van het Activiteitenbesluit, buiten de beoordeling gelaten. Dit tenzij het terrein kan worden aangemerkt als een binnenterrein. Dit laatste is hierbij niet het geval. Ten aanzien van het aspect trillinghinder is er een Quickscan spoortrillingen uitgevoerd. Deze quickscan wordt als bijlage bij het bestemmingsplan toegevoegd. Uit deze quickscan blijkt dat trillinghinder niet kan worden uitgesloten op de planlocatie. Daarom wordt nader onderzoek noodzakelijk geacht.
Het uitvoeren van dit vervolgonderzoek (en het nemen van mogelijk maatregelen die uit dit vervolgonderzoek volgen) worden opgenomen als voorwaardelijke verplichting in de regels van het bestemmingsplan (in het kader van de omgevingsvergunning activiteit bouwen). Het relatief geringe aantal woonbestemmingen dat onderdeel uitmaakt van het geprojecteerde bouwplan en het hieraan gerelateerde aantal voertuigbewegingen, zal gezien de situering hiervan een geluidbelasting tot gevolg 26
onderzoek verricht zijn naar de geluidbelasting op de woningen aan de Grietakkers als gevolg van de toename van de verkeersbewegingen.
11. De toename van geluidbelasting leidt volgens reclamant tot een onaanvaardbare aantasting van het woon- en leefklimaat voor de woningen aan de Grietakkers. 1.4 Aantasting woon- en leefklimaat (in-/uitrit) 1. Reclamant is van mening dat de in het plan beoogde in-/uitrit (ontsluiting) van de beoogde weg op het perceel Grietakkers 7 naar de Grietakkers (westzijde) leidt tot een onaanvaardbare aantasting van het woon- en leefklimaat. Reclamant stelt dat op dit moment slechts zeven woningen (inclusief de vervallen woning Grietakkers 7) als bestemmingsverkeer gebruik maken van het deel van de Grietakkers gelegen na het zalencentrum. Reclamant benoemt dat bij de realisatie van de wijk Wielekescamp in 2004 de overgang tussen de Grietakkers en de wegen in de nieuw gerealiseerde wijk, specifiek de Drostencamp/Schutstal, opzettelijk is afgesloten voor autoverkeer. Zie onderstaande afbeelding van verkeerssituatie overgang GrietakkersDrostencamp/Schutstal.