Bijlage 1. 1181080 Meerjarenbegroting 2024-2027
Tekst van het document
Versie raad dd 20-09-2023
INHOUDSOPGAVE Inhoudsopgave .................................................................................................................................... 2 Algemeen............................................................................................................................................ 3 Voorwoord .................................................................................................................................................. 4 Hoofdlijnen ................................................................................................................................................. 5 Leeswijzer ................................................................................................................................................. 10 Programma's ..................................................................................................................................... 13 0. Bestuur en ondersteuning ..................................................................................................................... 14 1. Veiligheid .............................................................................................................................................. 36 2. Verkeer, vervoer en waterstaat .............................................................................................................
43 3. Economie .............................................................................................................................................. 53 4. Onderwijs .............................................................................................................................................. 62 5. Sport, cultuur en recreatie ..................................................................................................................... 69 6. Sociaal domein ...................................................................................................................................... 82 7. Volksgezondheid en duurzaamheid ....................................................................................................... 97 8. Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing ........................................................ 111 Paragrafen ...................................................................................................................................... 121 Lokale heffingen .....................................................................................................................................
122 Weerstandsvermogen ..............................................................................................................................134 Onderhoud kapitaalgoederen ................................................................................................................. 148 Financiering ............................................................................................................................................. 155 Bedrijfsvoering........................................................................................................................................ 162 Verbonden partijen .................................................................................................................................. 167 Grondbeleid .............................................................................................................................................185 Openbaarheidsparagraaf ........................................................................................................................ 192 Financiën......................................................................................................................................... 193 Inleiding ..................................................................................................................................................
194 Autorisatie .............................................................................................................................................. 195 Kaders en uitgangspunten ....................................................................................................................... 197 Financieel meerjarenbeeld ...................................................................................................................... 199 Overzicht van baten en lasten per programma ........................................................................................ 209 Overzicht baten en lasten op taakveld .................................................................................................... 210 Overzicht algemene dekkingsmiddelen, vennootschapsbelasting en onvoorzien .................................... 218 Overzicht van incidentele baten en lasten ............................................................................................... 219 Overzicht structurele toevoegingen en onttrekkingen reserves ............................................................... 224 Geprognosticeerde balans ......................................................................................................................
225 EMU-saldo .............................................................................................................................................. 226 Arbeidskosten gerelateerde verplichtingen ............................................................................................. 226 Bijlagen ........................................................................................................................................... 228 Overzicht mutaties Meerjarenbegroting 2024-2027 ................................................................................ 229 Overzicht mutaties tot de Meerjarenbegroting 2024-2027 ...................................................................... 232 Meerjareninvesteringsplan ...................................................................................................................... 234 Reserves en voorzieningen ...................................................................................................................... 240 Overzicht beleidsindicatoren .................................................................................................................. 241
2
ALGEMEEN
3
VOORWOORD Graag presenteren wij u de Meerjarenbegroting 2024-2027 van Zevenaar. Deze bieden wij u ter besluitvorming aan. De meerjarenbegroting bouwt voort op de uitgangspunten van de kadernota 2024 en is een uitwerking van het coalitieakkoord 2022-2026. Het collegeprogramma is integraal onderdeel van de begroting. Voor de behandeling van de begroting is het volgende proces uitgezet: • Inloopavond voor raads- en commissieleden: 10 oktober • Commissievergaderingen 24, 25 en 26 oktober • Raadsvergadering 8 november
Wij hopen op een constructief inhoudelijk debat, waarin we met elkaar de begroting behandelen en vaststellen. We wensen u veel leesplezier. Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Zevenaar, De secretaris Daniëlle Jansen
De burgemeester Lucien van Riswijk
4
HOOFDLIJNEN BESTUURLIJKE HOOFDLIJNEN Voor u ligt de Meerjarenbegroting 2024-2027, die een tweeledig beeld schetst. Enerzijds zijn de jaren 2024 en 2025 financieel sluitend. Dit betekent dat we gedurende deze jaren onze koers kunnen voortzetten en verder kunnen werken aan het realiseren van het collegeprogramma. Anderzijds laten de jaren 2026 en 2027 een negatief financieel resultaat zien. Het is van essentieel belang dat we de lange termijn niet uit het oog verliezen. Het blijft cruciaal om verstandig om te gaan met onze financiën. We moeten een realistisch perspectief met betrekking tot de mogelijkheden voor aanvullend nieuw beleid blijven houden en niet al te grote risico’s nemen. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten heeft gemeenten opgeroepen om de begroting realistisch weer te geven met betrekking tot de financiële onzekerheden waarmee gemeenten in het hele land mee te maken hebben. Deze meerjarenbegroting komt tegemoet aan deze oproep. Desondanks blijft, net zoals in voorgaande jaren, aandacht voor het sociaal domein noodzakelijk, waarbij de hoop gevestigd is op een positieve bijdrage vanuit de Hervormingsagenda Jeugd. Op 7 juli is het kabinet Rutte-IV gevallen, waardoor er op 22 november vervroegde Tweede Kamerverkiezingen zullen plaatsvinden.
De val van het kabinet, de demissionaire status en het naar verwachting langdurige formatieproces zorgen voor onzekerheid over de landelijke koers. Over de Omgevingswet, de energietransitie, de spreidingswet, het aanpakken van de stikstofproblematiek en de Hervormingsagenda Jeugd wordt zeer verschillend gedacht. Over de definitieve invulling van deze onderwerpen moeten nog keuzes worden gemaakt die uitwerking zullen hebben op gemeenten. Daarnaast is het de vraag hoe het nieuwe kabinet zal omgaan met de algemene uitkering. Ook is het onduidelijk hoe na de verkiezingen de verhouding tussen het Rijk en de nieuwgekozen provinciebesturen van invloed zal zijn op gemeenten. In de komende bestuursperiode staan de uitvoering van het collegeprogramma en het voortvarend oppakken van onderwerpen op de raadsagenda centraal. Hiervoor is een goed functionerend bestuurlijk-ambtelijk samenspel van groot belang. We zijn verheugd met de ruimte die we hebben gekregen om 7PoortII te bouwen. Hiermee gaan we direct aan de slag. Ook is het proces gestart om een nieuwe integrale beleidsvisie sociaal domein te ontwikkelen. Verder zijn we met steun van de provincie Gelderland bezig met een organisatieontwikkeling om tot een toekomstbestendige organisatie te komen.
De afgelopen jaren zijn gemeenten geconfronteerd met geopolitieke spanningen, krapte op de arbeidsmarkt, binnenlandse crises en grote uitdagingen zoals de energietransitie en het woningtekort. Landelijke en regionale ontwikkelingen benadrukken steeds meer de noodzaak van een robuuste, strategisch sterke en toekomstbestendige organisatie.
5
FINANCIËLE HOOFDLIJNEN Inleiding In dit onderdeel van de begroting presenteren wij u het financieel meerjarenbeeld op hoofdlijnen en geven wij in het kort inzicht in de algemene financiële ontwikkeling, het weerstandsvermogen en overige bijzonderheden. Voor een uitgebreide toelichting op de financiële ontwikkelingen verwijzen wij u naar het hoofdstuk ‘Financieel meerjarenbeeld’. De kadernota 2024 is vastgesteld met een negatief begrotingssaldo van € 1.837.000 in 2024. Op basis van de toezichtvoorschriften van de provincie moet de meerjarenbegroting minimaal óf het jaar 2024 óf het laatste jaar 2027 structureel en reëel sluitend zijn. De kadernota 2024-2027 voldeed hier niet aan. Gelet op dit negatieve saldo en gezien de onzekerheid omtrent de meicirculaire 2023 is de wens uitgesproken om naar mogelijkheden te zoeken om minimaal 2024 sluitend te krijgen, met hierbij in eerste instantie de focus op de korte termijn (2024 en 2025), maar met oog voor de jaren 2026 en 2027. Begin juni 2023 hebben wij, onder de noemer “vervolgtraject kadernota”, een plan van aanpak opgesteld om dit doel te bereiken. De insteek hierbij was om het voorzieningenniveau op peil te houden waarbij de maatregelen zo min mogelijk impact hebben op de maatschappij.
We hebben hierbij onder meer gekeken of er rek in reeds beschikbaar gestelde budgetten zat, of het noodzakelijk was om alle budgetten te indexeren, er dekking uit reserves mogelijk was en of er sprake was van planningsoptimisme. Met alle budgethouders zijn 1op-1 gesprekken geweest en per domein is er, voor de integraliteit, een bijeenkomst geweest waarin met de afdelingshoofden de voorstellen zijn besproken. Dit heeft geresulteerd in diverse voorgestelde maatregelen. Hoewel we één vervolgtraject kadernota hebben ondernomen, hebben we er toch voor gekozen om de maatregelen hieruit te verwerken in twee documenten (2e voortgangsrapportage 2023 en de meerjarenbegroting 2024-2027). Een deel van de voorgestelde wijzigingen heeft namelijk al effect op 2023. Hierover hebben we u in de 2e voortgangsrapportage 2023 geïnformeerd. Maatregelen die vanaf 2024 of later tot een financieel effect leiden hebben we opgenomen in de meerjarenbegroting 2024-2027. De resultaten van het vervolgtraject kadernota als geheel treft u als bijlage aan bij deze meerjarenbegroting 2024-2027. Het positieve effect van het vervolgtraject kadernota in de meerjarenbegroting 2024-2027 bedraagt voor het jaar 2024 € 2.727.000. Hiervan heeft € 1.955.000 (structureel) betrekking op het niet doorvoeren van inflatiecorrectie op de bestaande budgetten.
Het al dan niet indexeren van budgetten was een belangrijk speerpunt van het vervolgtraject kadernota. Van alle budgetten hebben we beoordeeld of inflatiecorrectie noodzakelijk was, of dat het bedrag mogelijk ingezet kon worden als dekking voor het begrotingstekort. Op hoofdlijnen hebben we ervoor gekozen om o.a. budgetten waar we in voorgaande jaren tekort kwamen en budgetten met onderliggende contractuele overeenkomsten wel te indexeren. Daarnaast hebben we in de 1e voortgangsrapportage 2023 en de kadernota 2024-2027 al diverse budgetten structureel verhoogd waardoor dit nu niet nodig was, of voor een lager percentage. Denk hierbij aan bijdrages aan verbonden partijen, gas- en elektriciteitskosten en budgetten binnen het sociaal domein. Daarnaast hebben we ook diverse kleinere posten niet geïndexeerd omdat hier op basis van de afgelopen drie jaar nog enige ruimte in zat. Denk hierbij bijvoorbeeld aan kosten materieel en een deel van de afdelingsbudgetten. Door het relatief hoge inflatiepercentage heeft dit een relatief hoge impact. Onze verwachting is niet dat we dit de komende jaren bij een soortgelijke actie opnieuw realiseren omdat er naar verwachting steeds meer budgetten zijn waarbij inflatiecorrectie noodzakelijk is. Bovengenoemd traject heeft ervoor gezorgd dat wij u een reëel sluitende begroting 2024 kunnen aanbieden.
Hoewel de begroting wel gevoeliger is geworden voor onvoorziene en onverwachte ontwikkelingen, denken
6
wij dat de maatregelen uit het vervolgtraject kadernota verantwoord zijn geweest. In de paragraaf weerstandsvermogen is het bijbehorende risico opgenomen. Echter de jaren vanaf 2026 geven een negatief saldo. De VNG heeft in juli 2023 een uitzonderlijk begrotingsadvies uitgebracht met als strekking de begrotingen 2024 en 2025 structureel sluitend te presenteren en in de jaren 2026 en 2027 een realistisch negatief saldo te tonen als gevolg van de keuze van het Rijk om onvoldoende middelen beschikbaar te stellen voor het huidige takenpakket van gemeenten. Het meerjarenbeeld van de gemeente Zevenaar komt overeen met het landelijke beeld dat de VNG schetst. Als het Rijk vasthoudt aan de huidige kortingen op de algemene uitkering (landelijk 3 miljard) dan moeten gemeenten en dus ook de gemeente Zevenaar vanaf 2026 schrappen in het huidige taken- en voorzieningenniveau. De VNG is momenteel in gesprek met het demissionaire kabinet, politieke partijen en Tweede Kamer. Wij hebben zorgen over het slechte structurele perspectief voor 2026 en verder. Het Rijk en de VNG werken samen met betrokken partijen aan een hervormingsagenda jeugd die zich richt op een beter en beheersbaar jeugdstelsel. De hervormingsagenda is in juni 2023 vastgesteld maar nog niet uitgewerkt.
Wij zijn bezig met de ontwikkeling van een integrale visie sociaal domein, wat een belangrijke leidraad vormt voor al ons beleid en waarbij de principes uit de hervormingsagenda terugkomen. Eventuele besparingen in de vorm van lagere lasten door rijksmaatregelen in de jeugdzorg hebben wij vooralsnog niet in de begroting opgenomen. Tenslotte zijn door de provincie Gelderland twee richtlijnen uitgevaardigd: de richtlijn Klimaat- en energiemiddelen en de richtlijn Jeugdzorg. Voor de richtlijn Klimaat- en energiemiddelen betekent dit dat de middelen die in 2023 zijn ontvangen voor de tijdelijke regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaaten energiebeleid voor de jaren 2024 tot en met 2027 als structurele baat in de begroting 2024 mogen worden opgenomen met als voorwaarde dat een gelijk bedrag als extra last is opgenomen voor deze klimaat- en energietaken. Voor de richtlijn Jeugdzorg betekent dit dat in 2024 en 2025 de compensatie van de tekorten in de jeugdzorg in de algemene uitkering is verwerkt. Het Rijk heeft deze middelen echter nog niet voor alle jaren toegekend. Voor de jaren na 2025 mag de compensatie volgens de Commissie van Wijzen voor 100% als inkomsten een stelpost worden opgenomen. Wij hebben beide richtlijnen overeenkomstig verwerkt in deze meerjarenbegroting. Ons weerstandsvermogen laat een goed niveau zien en komt uit op een ratio van 2,3.
In de financiële hoofdlijnen is een tabel opgenomen met de grootste mutaties, groter dan € 100.000. Financieel meerjarenbeeld Het actuele financieel meerjarenbeeld ziet er als volgt uit: Het saldo in de primitieve begroting 2023 was in het jaar 2024 € 3.709.000 positief. Na de begroting 2023-2026 zijn de 1e Voortgangsrapportage 2023 en de kadernota 2024 vastgesteld met samen een negatief effect van € 5.546.000. Dit negatieve effect werd voornamelijk veroorzaakt door loon- en prijsstijgingen, waaronder ook de gemeenschappelijke regelingen, en gestegen zorgkosten jeugd en Wmo. Het begrotingssaldo na de kadernota 2024 kwam uit op een nadeel van € 1.837.000. De mutaties die volgen uit de 2e voortgangsrapportage komen in 2024 uit op een nadeel van € 1.041.000. De mutaties in deze begroting zijn opgeteld € 2.486.000 positief. Dit leidt tot een nieuw negatief begrotingssaldo in 2024 van € 391.000. Na eliminatie van incidentele baten en lasten komt het structurele begrotingssaldo uit op € 474.000 (positief) in 2024.
7
Ook het jaar 2025 laat een positief saldo zien: in 2025 wordt nog een stijging van de algemene uitkering verwacht. Daarna slaat het resultaat om in een negatief saldo, voornamelijk door een daling van de algemene uitkering van ruim € 7 miljoen in 2026. De jaren 2026 en 2027 zijn daarmee zogenaamde ravijnjaren geworden. Exploitatie (bedragen x € 1.000) Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2023 2024 2025 2026 2027 Primitieve begroting 2023-2026 -392 3.709 5.508 -1.948 -2.185 1e Voortgangsrapportage 2023 -5.521 -1.630 -1.502 382 -1.915 Kadernota 2024 0 -3.916 -3.791 -3.359 -3.317 2e voortgangsrapportage 2023 -7 -1.041 1.347 -583 789 Wijzigingen tot de begroting 20240 0 0 0 0 2027 Stand tot de begroting -5.920 -2.878 1.562 -5.508 -6.627 1. Autonome ontwikkelingen
0
518
-110
-660
-1.520
2 Actualisatie bestaand beleid
0
-376
-376
-376
-376
3. Nieuw beleid
0
-382
-142
-202
-229
5. Vervolgtraject kadernota
0
2.727
2.418
2.480
2.910
Totaal mutaties begroting
0
2.486
1.790
1.242
785
-5.920
-391
3.352
-4.266
-5.841
Eliminatie incidentele baten en lasten
865
-161
-325
55
Structureel begrotingssaldo
474
3.191
-4.591
-5.786
Saldo meerjarenbegroting 2024-2027
Structureel en reëel evenwicht Op grond van de voorschriften (BBV) dienen wij inzichtelijk te maken of er in de begroting en meerjarenraming sprake is van een structureel evenwicht. Hiervoor is inzicht in de incidentele baten en lasten nodig. Incidentele lasten beïnvloeden het structurele begrotingssaldo positief en incidentele baten negatief. Door het saldo van de incidentele baten en lasten te betrekken bij het financieel meerjarenbeeld ontstaat een beter inzicht in het structurele evenwicht van onze begroting.
Presentatie structureel begrotingssaldo (bedragen x € 1.000)
2024
2025
2026
2027
Saldo meerjarenbegroting 2024-2027 na bestemming Eliminatie incidentele baten en lasten (- = baten )
-391 865
3.352 -161
-4.266 -325
-5.841 55
Structureel begrotingssaldo
474
3.191
-4.591
-5.786
Bij het onderdeel financiën presenteren wij het 'Overzicht van incidentele baten en lasten'. In 2024 en 2027 zijn de incidentele lasten hoger dan de incidentele baten. In 2025 en 2026 is dit omgekeerd. Elimineren we incidentele baten en lasten dan heeft dit een positief effect op het structurele meerjarenbeeld in 2024 en 2027 en een negatief effect in 2025 en 2026. Op basis van de toezichtvoorschriften van de provincie moet óf het jaar 2024 óf het laatste jaar 2027 structureel en reëel sluitend zijn. Wij concluderen dat de nu voorliggende meerjarenbegroting hieraan voldoet en dus structureel en reëel sluitend is. 8
Toelichting financiële ontwikkelingen Bedragen x € 1.000 Begroting 2024 Begroting 2025 Begroting 2026 Begroting 2027
Mutatie omschrijving Overzicht van de mutaties >= € 100.000 1. Autonome ontwikkelingen
602
-31
-586
Aanpassing doorbelasting salarissen en overhead aan grondexploitaties Aanpassing rente grondexploitaties
152 V
42 V
-32 N
-203 N
55 V
942 V
574 V
786 V
Actualisatie rente investeringen en ramingen Treasury 2 Actualisatie bestaand beleid
395 V
-1.015 N
-1.128 N
-2.029 N
-360
-360
-360
-360
Organisatieontwikkeling
-360 N
-360 N
-360 N
-360 N
3. Nieuw beleid
-333
-93
-153
-180
Klimaatplan 'op weg naar een klimaatneutrale organisatie' Opstellen gemeentebreed Soorten Management Plan 5. Vervolgtraject kadernota
-33 N
-93 N
-153 N
-180 N
-300 N
0V
0V
0V
Actualisatie afschrijvingslasten MJB i.v.m. fasering investeringen Actualisatie reisdocumenten Inzet budget indexatie 2024 Vormen bestemmingsreserves afschrijvingslasten t.b.v. het creëren van structurele ruimte
2.291
2.337
-1.446
2.304
2.734
167 V
69 V
8V
167 V
-60 N
-63 N
-81 N
191 V
1.955 V
1.952 V
1.950 V
1.950 V
230 V
378 V
426 V
426 V
(V = Voordeel; N = Nadeel) Een toelichting op de bovenstaande posten kunt u terugvinden op de afzonderlijke programma's en in het onderdeel 'Financieel meerjarenbeeld'. In de bijlagen is een totaaloverzicht van de mutaties opgenomen. Weerstandsvermogen Op basis van de recente actualisatie geeft de ratio de volgende uitkomst:
Ratio weerstandsvermogen =
Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit
=
23.522.000
=
2,3
10.073.000
Het weerstandsvermogen van onze gemeente kan als goed worden gekenmerkt. De ratio moet minimaal 1,0 zijn. Ten opzichte van voorgaand jaar zijn twee factoren voor de beschouwing van belang. Ten eerste kunnen we nu investeringen in de gronden kwantificeren. Ten tweede geeft het vraagstuk over de hoogte van de algemene uitkering een slechter financieel beeld, met aanvullend moeilijkere omstandigheden om de weerstandsratio en de financiële kengetallen te beoordelen. Als de baten toenemen, zoals verwacht mag worden neemt de beschikbare weerstandscapaciteit toe en de financiële kengetallen verbeteren dan ook. De verbetering is afhankelijk van de hoogte van de rijksbijdrage. 9
LEESWIJZER Inleiding De meerjarenbegroting is het hulpmiddel om uw kaderstellende en controlerende rol uit te voeren en te kunnen sturen op hoofdlijnen. De begroting hebben wij ingericht op basis van de voorschriften (Besluit Begroting en Verantwoording; BBV) en de wensen van de provincie. Uiteraard hebben wij ook nadrukkelijk gekeken naar de informatieve waarde voor u en voor de inwoners van onze gemeente. De meerjarenbegroting bestaat uit een beleidsbegroting en een financiële begroting. De beleidsbegroting is opgebouwd uit de verschillende programma's en paragrafen. In de programma's presenteren wij ons gemeentelijke beleid op hoofdlijnen. De paragrafen richten zich op het beleid van relevante beheersaspecten, zoals de bedrijfsvoering, het weerstandsvermogen, onze kapitaalgoederen en de lokale heffingen. De financiële begroting gaat - naast een aantal samenvattende overzichten - vooral in op het financieel meerjarenbeeld van onze gemeente. U ontvangt deze meerjarenbegroting op basis van het papierarm vergaderen weer digitaal. Door de mogelijkheden van het internet kunnen wij meer informatie op een eenvoudigere manier beschikbaar stellen. Via de menustructuur kiest u welke informatie u tot u neemt en hoeft u niet eerst het boekwerk door te bladeren. Ook kunt u indien gewenst aantekeningen maken, die u bovendien altijd digitaal beschikbaar heeft.
Programma's Bij de programma's komen de zogenaamde 3 W-vragen terug: Wat willen we? Wat doen we? Wat kost het? Op programmaniveau hebben wij ook de vastgestelde beleidskaders opgenomen. Hiermee hebt u per programma het meest relevante vastgestelde beleid beschikbaar. Per programma maken wij onze doelstellingen (Wat willen we?) inzichtelijk. Hierbij presenteren wij u ook de verplichte beleidsindicatoren vanuit het BBV. Aanvullende eigen indicatoren ontwikkelen wij de komende jaren. Bij het onderdeel 'Wat doen we?' staan de te behalen resultaten opgesomd zoals opgenomen in het collegeprogramma. Over onze reguliere taken informeren wij u alleen indien hier aanleiding voor is. Bij de voortgangsrapportages en de jaarstukken leggen wij hier (tussentijds) verantwoording over af. In dit onderdeel presenteren wij ook op hoofdlijnen informatie over de verbonden partijen die een bijdrage leveren aan de uitvoering van ons beleid. Uitvoerige informatie over de verbonden partijen is opgenomen in de betreffende paragraaf. Per programma presenteren wij ook financiële informatie (Wat kost het?). Hier geven we de ontwikkelingen aan en de toelichting op deze ontwikkelingen. Op grond van de voorschriften (BBV) presenteren wij de financiële informatie ook op taakvelden.
Indien van toepassing bieden wij u ook inzicht in de incidentele baten en lasten, de reserves en voorzieningen, en het meerjareninvesteringsplan. Beleidsindicatoren Bij het onderdeel 'Wat willen we?' zijn (verplichte) beleidsindicatoren opgenomen. Om te zorgen dat wij onze doelstellingen realiseren hebben wij waar mogelijk een koppeling gemaakt tussen de doelstellingen van het huidige beleid en deze indicatoren. Bij nieuw beleid geven wij aandacht aan het meetbaar maken van de doelstellingen en een goede koppeling tussen ambitie, doelstelling, resultaten en indicator. Dit zien wij als een groeiproces. Zorgvuldigheid, duurzaamheid en eenvoud zijn de uitgangspunten bij het opstellen van de indicatoren. De komende jaren vullen wij deze (beleids)indicatoren verder aan, nadat deze zijn vastgesteld als onderdeel van beleidsnota’s. We gaan hierbij uit van het principe dat deze een hele cyclus mee moeten lopen. 10
Bij de ontwikkeling passen wij de onderstaande indeling toe: 1. Verplichte beleidsindicatoren - op basis van het BBV dienen wij een verplichte set beleidsindicatoren op te nemen. De provincie Gelderland is als referentiewaarde opgenomen. Er zijn geen normen bepaald ten aanzien van de beleidsindicatoren, deze volgen uit de doelstellingen die door de gemeenten worden bepaald. Bij de indicatoren is een link naar 'Waarstaatjegemeente?' opgenomen. Hier kunt u de (grafische) informatie vergelijken met andere gemeenten in Nederland. 2. Eigen beleidsindicatoren - een beperkte set van onze eigen beleidsindicatoren. Het uitgangspunt is dat deze duurzaam zijn en waar mogelijk wordt aangesloten bij indicatoren die al via openbare bronnen worden ontsloten. Bij de indicatoren staat het jaar van realisatie. De tussenliggende stappen zijn aangeduid als streefwaarden. Deze tussenstappen of streefwaarden moeten ervoor zorgen dat het uiteindelijke doel wordt gerealiseerd. Paragrafen Het BBV schrijft voor dat in de paragrafen de beleidslijnen worden vastgelegd met betrekking tot relevante beheersmatige aspecten en de lokale heffingen. De begroting bevat de volgende paragrafen: • Lokale heffingen In deze paragraaf geven wij de ontwikkelingen met betrekking tot ons belastinggebied weer. Per heffing geven wij aan wat het beleid is en op welke wijze het tarief tot stand is gekomen.
Ook geven wij inzicht in de (geraamde) opbrengsten. • Weerstandsvermogen In deze paragraaf brengen wij onze risico’s in beeld. Het weerstandsvermogen geeft inzicht in de financiële gezondheid van onze gemeente. Het geeft aan in welke mate wij in staat zijn om financiële risico’s op te vangen. Ook presenteren wij hier de financiële kengetallen. • Onderhoud kapitaalgoederen Deze paragraaf geeft inzicht in onze kapitaalgoederen. De kosten van het onderhoud van onze wegen, openbare verlichting, riolering en water, groen en gebouwen vormen een substantieel deel van de begroting. • Financiering In de financieringsparagraaf bespreken wij de uitvoering van het beleid en de specifieke beleidsvoornemens op het gebied van treasury. • Bedrijfsvoering De bedrijfsvoering betreft de processen binnen onze gemeentelijke organisatie om de beleidsdoelstellingen te kunnen realiseren, sturen en beheersen. Bedrijfsvoering bestaat uit de onderdelen personeel en organisatie, informatievoorziening en automatisering, planning en control, communicatie, inkoop en aanbesteding en juridische zaken. • Verbonden partijen Een gemeente werkt vaak samen met andere gemeenten of externe partijen om bepaalde doelen te bereiken. Als deze samenwerking in een bestuurlijke en financiële vorm wordt gegoten, spreken we van een verbonden partij.
In deze paragraaf lichten wij deze verbonden partijen, hun beleidsdoelstellingen en activiteiten en de hiermee gemoeid zijnde gemeentelijke bijdragen nader toe. • Grondbeleid Het grondbeleid heeft een grote invloed op en samenhang met de realisatie van doelstellingen op het gebied van ruimtelijke ordening en volkshuisvesting, verkeer en vervoer, cultuur, sport en recreatie en economische zaken. Het gaat om grote belangen in diverse disciplines. Daarnaast heeft het grondbeleid een grote financiële impact. De resultaten op grondexploitaties zijn dan ook van groot belang voor de financiële positie van onze gemeente. • Wet open overheid 11
In artikel 3.5 (Openbaarheidsparagraaf) van de Wet open overheid (Woo) wordt voorgeschreven dat bestuursorganen in de jaarlijkse begroting in een aparte paragraaf aandacht besteden aan de beleidsvoornemens inzake de uitvoering van deze wet en in de jaarlijkse verantwoording verslag doen van de uitvoering ervan, mede in relatie tot de beleidsvoornemens. In de memorie van toelichting bij de Woo staat o.a. dat met dit artikel beoogd wordt een impuls te geven aan de actieve openbaarheid door voor te schrijven dat bestuursorganen in hun begroting en verantwoordingsverslag aan moeten geven hoe zij rekening houden met de bepalingen uit de Woo. Financiën In dit hoofdstuk schetsen wij de autorisatie, kaders en uitgangspunten, financiële ontwikkelingen en het financieel meerjarenbeeld voor de komende jaren. Ook hebben wij hier de verplichte onderdelen als het overzicht van baten en lasten naar taakvelden, het overzicht van algemene dekkingsmiddelen, het overzicht van incidentele baten en lasten, de balans en de berekening van het EMU-saldo opgenomen. Tot slot presenteren wij een aantal bijlagen.
12
PROGRAMMA'S
13
0. BESTUUR EN ONDERSTEUNING ALGEMEEN
Omschrijving Dit programma gaat over de beleidsvelden bestuur, gemeentelijke organisatie, dienstverlening en belastingen. Wat willen we? Wij stellen in ons handelen goede dienstverlening aan onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties centraal. We willen meer gebruik maken van digitalisering om dienstverlening te verbeteren en zetten daarbij ook in op het versimpelen en digitaal toegankelijk maken van onze dienstverlening. We nemen onze inwoners serieus en betrekken hen actief bij het maken van ons beleid en de uitvoering. Door vanuit respect, gelijkwaardigheid en transparantie te denken en te doen, zorgen we voor een goede basis voor de organisatie van morgen. We werken daarom ook aan strategisch personeelsbeleid. De financiën van onze gemeente zijn op orde en dat willen we zo houden. Ontwikkelingen Organisatieontwikkeling Kijkend naar 2024 en verder gaan wij verder bouwen aan een robuuste en wendbare organisatie. De aanpassing van de structuur is een randvoorwaarde om een verdere doorontwikkeling in de robuustheid en wendbaarheid mogelijk te maken. De vele opgaven die op ons afkomen zoals: de energietransitie, klimaatadaptatie, omgevingswet, schaarste woningen en veranderingen in het sociale domein leiden tot grote veranderopgaven.
De organisatieontwikkeling is nodig om de sturing, beheersing en verantwoording op termijn effectiever en efficiënter te maken en te werken aan meer strategische slagkracht. Doen we de goede dingen en doen we de dingen goed. We gaan werken aan de uitdagingen vanuit drie niveaus, namelijk op: domein-, team- en medewerker niveau. Hiermee bouwen we samen verder aan een robuuste organisatie, waarbij eventuele toekomstige nieuwe of uit te besteden taken (voortkomend uit veranderende opgaven, politieke of organisatorische overwegingen) eenvoudig in of buiten de domeinen gepositioneerd kunnen worden. Wij zijn daarom van mening dat deze beoogde hoofdstructuur een positief effect heeft op het adaptieve vermogen van de organisatie, en daarmee de toekomstbestendigheid van de Gemeente Zevenaar als organisatie. De provincie Gelderland onderschrijft de organisatiewijziging en heeft het commitment uitgesproken om het doorontwikkelingstraject financieel en met kennis en kunde te faciliteren, via de subsidieregeling Vitaal Openbaar Bestuur, en aangegeven dat dit een mooie en krachtige ontwikkelrichting is en een voorbeeld voor de regio kan vormen. Bezwaar- en beroep WOZ-waarde De gemeente bepaalt de waarde van (niet) woningen op grond van de Wet Waardering Onroerende Zaken. De hoogten van de OZB is gebaseerd op de WOZ-waarde, welke in Zevenaar gemiddeld is gestegen met 14,5%.
De gemeente ontvangt niet meer OZB als gevolg van de waardestijging omdat we een lager OZBtarief rekenen. We zien dat de hoogte van de WOZ-waarden de laatste jaren meer discussie bij belastingplichtigen oproept. Dit is een landelijke tendens die gepaard gaat met fors meer bezwaren. De toename van bezwaren zien we in het bijzonder bij de no-cure-no-pay bedrijven die namens belastingplichtigen bezwaren indienen. In Zevenaar is ruim de helft van het aantal bezwaren ingediend door deze bedrijven die hier winsten mee maken. De gemeente betaalt zo’n bureau een verplichte proceskostenvergoeding indien het bezwaar of het beroep gegrond is. Uiteindelijk betaalt de gemeenschap dan de kosten van die bureaus. Bij de afhandeling van de bezwaren bezoekt de gemeente veelal de bezwaarmaker en hoort daarbij zijn/haar grieven. Dit persoonlijk contact wordt op prijs gesteld. Gelet op de aard en de spreiding van de bezwaren over de gemeente verwachten we in 2024 en verder dat het aantal bezwaren stabiliseert dan wel vermindert. Ontwikkeling I&A organisatie Het bestuur van de gemeenschappelijke regeling Samenwerking de Liemers (SdL) heeft de huidige 14
samenwerking van de Regionale ICT-Dienst (RID) herijkt. Dit is opgenomen in ons collegeprogramma. De SdL zet op basis van de rapportage ‘Toekomstvisie RID de Liemers’ van M&I/partners de huidige ICTsamenwerking voort en intensiveert deze. Daarbij geldt wel als belangrijk uitgangspunt dat er een omschakeling plaats vindt van een “kostengedreven organisatie” naar focus op de professionaliteit en toegevoegde waarde van de RID. Binnen de gemeentelijke organisatie is het van belang om een goede vertaling te kunnen maken van gemeentelijke vraagstukken naar ICT-oplossingen en daardoor de dienstverlening naar burgers en bedrijven te verbeteren. Dit noodzaakt dat we onze eigen I-organisatie verder verstevigen en dichtbij het primaire proces van het sociale en fysieke domein organiseren. Leidend voor deze ontwikkeling zijn actuele I&A-visie en strategie, waarbij de I (de hoofdletter i) staat voor informatievoorziening, informatiebeveiliging en innovatie. Belangrijke speerpunten zijn onder meer een cloudstrategie, heldere governance, datagedreven werken en digitale volwassenheid. Een belangrijke lijn in onze aanpak/I&A-strategie is dat we fasegewijs nieuwe zaken oppakken. Wij merken dat wij als gemeente de komende jaren geconfronteerd worden met een aanzienlijke hoeveelheid nieuwe wet- en regelgeving.
Denkt u dan bijvoorbeeld aan wet digitale overheid, wet modernisering bestuurlijk elektronische verkeer en de nieuwe archiefwet. Wetten met steeds meer ICT-aspecten en componenten met impact voor de informatiehuishouding van Zevenaar. We houden in deze steeds meer digitalere samenleving oog voor de individuele behoefte van al onze inwoners. Ontvlechting Inkoop Zevenaar wil de inkoopfunctie professionaliseren met als doel beter in control te komen op het complexe inkoopproces. Met name het waarmaken van de ambities en opgaven in het collegeprogramma (duurzaamheid, social return en regionale inkoop) en het rechtmatig/doelmatig aanbesteden maakt het uitdagend goed grip te houden op het inkoopproces. Dit gaan we doen door de inkoop dichterbij te organiseren. Wij verwachten dat in 2024 de ontvlechting van de SdL is uitgevoerd en wij een start kunnen maken met invoeren van het bestuurlijk coördinatiemodel. Hierbij zijn afdelingen zelf verantwoordelijk voor inkoop en contractmanagement, waardoor inhoudelijke kennis geborgd is in de uitvoering. Dit doet recht aan de expertise van de vakmensen gepositioneerd in de afdelingen. Wel vindt centrale coördinatie plaats, wat inhoudt dat afdelingen begeleid en ondersteund worden vanuit centraal niveau. Stijgende gas- en elektriciteitskosten Gemeente Zevenaar neemt deel aan het collectief Arnhem-Nijmegen voor de inkoop van gas en elektra.
De energiecontracten liepen op 31 december 2022 af. Per 1 januari 2023 is de levering van electra verlengd bij Greenchoice (voorheen Groene Stroomfabriek) en het gas wordt geleverd door Eneco. Bij beide energieleveranciers is er sprake van een zogenaamd ‘klikcontract’, waarbij de energie – samen met een inkoopadviseur – door Collectief Arnhem-Nijmegen wordt ingekocht. Inmiddels is 90% van de inkoopvolumes voor 2024 vastgeklikt en 40-45% van de inkoopvolumes voor 2025 vastgeklikt. Doordat er diverse prijscomponenten zijn en een aantal van deze prijscomponenten weer afhankelijk zijn van het verbruik per aansluiting, is het lastig om een inschatting te maken van de netto kosten per m3 gas of per kWh elektriciteit. De kale leveringsprijs voor elektriciteit en gas is bijna gehalveerd ten opzichte van 2023 (op basis van 90% inkoopvolume). De lagere inkoopprijzen voor zowel gas als elektriciteit zetten in 2025 door, maar blijven fors hoger dan de leveringsprijzen in 2022. Voor 2024 is de energiebelasting en het BTW tarief op gas en elektra nog onduidelijk. Het enige bekende is dat de energiebelasting op gas wordt verhoogd en op elektriciteit wordt verlaagd, de exacte tarieven worden op Prinsjesdag bekend gemaakt. Hier rekening mee houdende zou de toename in netto kosten voor 2024 ten opzichte van 2022 voor elektriciteit een kleine factor twee zijn, voor gas een ruime factor twee.
Ter vergelijking: in 2023 zijn de netto kosten voor zowel gas als elektriciteit ruim factor 3 ten opzichte van 2022. Flexibele in-, door- en uitstroom personeel We willen voor ons personeelsbestand (formatie) en onze personele bezetting naar een flexibele manier van omgang bij in-, door- en uitstroom. Met deze nieuwe benadering zorgen we dat de vertrekkende medewerker een ‘warme overdracht’ kan organiseren voor de nieuwe medewerker. Hiermee borgen we dat de beschikbare kennis en ervaring bij in-, door- en uitstroom beter wordt behouden en overgedragen. Dit past binnen ons beleid van duurzame inzetbaarheid en aantrekkelijke werkgeverschap in de context van de krappe arbeidsmarkt. In de volgende kadernota vragen we budget aan.
15
Compensatie niet-productieve uren Als gevolg van ontwikkelingen in de demografische opbouw van ons personeelsbestand zal het beroep op wettelijke verlofregelingen (o.a. Wet Arbeid en Zorg) en mantelzorg de komende jaren toenemen. Met deze regelingen ervaren medewerkers een betere werk-privébalans. Landelijk zien we een trendmatige stijging in het ziekteverzuim. Ondanks het feit dat wij hierop acties ondernemen zien ook wij een lichte stijging ontstaan, onder meer in het langdurig verzuim. Met de afname van het aantal productieve uren ontstaat het risico dat andere medewerkers extra belast worden. Om dit te voorkomen en ervoor te zorgen dat de maatschappelijke en bestuurlijke opgaven volgens planning uitgevoerd kunnen worden, is mogelijk op termijn een verruiming van de ambtelijke formatie nodig.
Beleidskaders • Besturingsfilosofie • Dienstverleningsvisie 2018-2022 • Inkoop- en aanbestedingsbeleid 2017 Liemerse gemeenten en SDL • Collegeprogramma 2022-2026 (2022) • Financiële verordening (artikel 212 Gemeentewet) 2023 • Verordening controle financieel beheer en organisatie (artikel 213 Gemeentewet) 2023 • Nota Verbonden partijen • Nota reserves en voorzieningen 2018 • Nota activerings- en afschrijvingsbeleid 2022 • Beleidsnota risicomanagement en weerstandsvermogen 2023 • Nota garantiebeleid 2023 • Normen- en toetsingskader 2023 • Verordening Rekenkamer 2023 • Verordening op de raadscommissies (3e wijziging, 2023)
WAT WILLEN WE? 0. Bestuur en ondersteuning Wij stellen in ons handelen goede dienstverlening aan onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties centraal. We willen meer gebruik maken van digitalisering om dienstverlening te verbeteren en zetten daarbij ook in op het versimpelen en digitaal toegankelijk maken van onze dienstverlening. We nemen onze inwoners serieus en betrekken hen actief bij het maken van ons beleid en de uitvoering. Door vanuit respect, gelijkwaardigheid en transparantie te denken en te doen, zorgen we voor een goede basis voor de organisatie van morgen. We werken daarom ook aan strategisch personeelsbeleid. De financiën van onze gemeente zijn op orde en dat willen we zo houden.
WAT DOEN WE? VERBONDEN PARTIJEN Bedragen x € 1.000
Naam
Openbaar belang en doel
Bijdrage 2024
Gemeenschappelijke regeling Euregio Rijn-Waal De Euregio Rijn-Waal heeft als belangrijkste doel de grensoverschrijdende samenwerking op het gebied van economie en maatschappij te verbeteren en te intensiveren. De Euregio RijnWaal brengt partners bij elkaar om gezamenlijke initiatieven te 16
13
starten en zo gebruik te maken van synergie-effecten. Groene Metropoolregio De Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen is de opvolger van de Arnhem-Nijmegen regio Arnhem-Nijmegen en is op 1 januari 2021 van start gegaan. De regio staat voor de uitdaging hoe om te gaan met groei van wonen, werken en mobiliteit, zodat wij een balans kunnen vinden tussen levendige stedelijkheid en ontspannen leefkwaliteit. Samenwerking De Liemers Streekarchivariaat de Liemers en Doesburg
Vennootschap Alliander N.V.
Samenwerking De Liemers is een samenwerkingsverband van Liemerse gemeenten op gebied van ICT, inkoop en werk en inkomen. Het Streekarchivariaat heeft als doel het beheren van de archiefbescheiden van de deelnemende gemeenten conform de Archiefwet 1995.
404
7.021
185
De primaire taak van Alliander is het onderhouden en beheren van de elektriciteits- en gas(distributie)netten in het verzorgingsgebied. Deze taken zijn wettelijk bepaald omdat de maatschappij sterk afhankelijk is van een betrouwbare aanvoer van (duurzame) energie.
0
Bank Nederlandse Gemeenten (BNG)
De BNG is de bank van en voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. De bank financiert sinds 1914 de publieke sector. De bank draagt duurzaam bij aan het laag houden van de kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger.
0
Vitens N.V.
Waarborgen van de kwaliteit en levering van drinkwater.
0
VERPLICHTE BELEIDSINDICATOREN (BBV) Beleidsindicatoren Naam Jaar meting Gelderland
Zevenaar
Begroting Begroting 2024 2027
Apparaatskosten (in € per inwoner) Toelichting
715,00 715,00 De beleidsindicatoren van dit programma (apparaatskosten, bezetting, externe inhuur, formatie en overhead) zijn niet opgenomen op waarstaatjegemeente.nl. Daarom zijn niet alle waardes gevuld. De apparaatskosten zijn becijferd door een totaaltelling van salarissen, inhuur, P&O, Huisvesting, Intern Beheer en I&A. Wordt uitgedrukt in € per inwoner.
Bezetting (aantal Fte per 1.000 inwoners) Toelichting
6,75 7,00 De huidige bezetting bedraagt 289 fte, uitgedrukt per 1.000 inwoners is dat 6,42. De bezetting met eigen medewerkers is ten opzichte van voorgaande jaren gedaald. Door krapte op de arbeidsmarkt is aantrekken van gekwalificeerd personeel lastig en de inzet van inhuur en externen noodzakelijk geweest. Als gevolg van het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd of het aanvaarden van een andere functie elders hebben medewerkers de organisatie verlaten. Door in te zetten op aantrekkelijk werkgeverschap verwachten we een iets stijgende lijn in de bezetting van functies de komende jaren.
17
Externe inhuur (kosten in % totale loonsom en inhuur externen) Toelichting
26,00 24,00 Het gaat hier om de totale inhuur als % van de loonsom; landelijk komt deze indicator in onze gemeentegrootteklasse uit op ± 20%. De externe inhuur is als gevolg van inhuur op projecten en vacatures in de reguliere formatie hoger dan het landelijk gemiddelde. Door de krapte op de arbeidsmarkt verwachten we de komende jaren dat de inhuur boven de 25% blijft. In verband met het tijdelijke karakter van projecten zetten wij tijdelijke capaciteit (lees: inhuur derden) in op projecten. De verhouding tussen externe inhuur en de loonsom van eigen medewerkers is in 2022 en 2023 verder uiteengelopen. Dat wil zeggen de inhuur is toegenomen en de salarislasten zijn afgenomen. Dit leidt tot een procentueel hoger %.
Formatie (aantal Fte per 1.000 inwoners) Toelichting
8,31 8,31 De per 01-01-2023 vastgestelde formatie voor 2024 is 374 fte. Dit is inclusief nieuw toegekende formatie voor de uitvoering van het collegeprogramma 2022-2026. In deze indicator wordt de formatie uitgerekend per 1.000 inwoners. Afhankelijk van veranderingen en ontwikkelingen in het takenpakket van gemeenten in de nabije toekomst kan deze indicator wijzigen.
Overhead (in % van totale lasten) Toelichting
11,20 11,20 Het totaal van de loonkosten, kosten van ICT, P&O, facilitaire zaken, huisvesting en overige overhead wordt uitgedrukt in een % van de totale lasten. De berekening van overhead sluit aan bij het taakveld 0.4 overhead. Gelet op diverse organisatorische en externe ontwikkelingen zoals datasturing en organisatieontwikkeling zien wij ten opzichte van de vorige begroting een stijging van de overhead. Door een gerichte doorbelasting van kosten vanuit het taakveld overhead naar de andere taakvelden, krijgen we het werkelijke volume van de overhead steeds beter in beeld.
0.1 Verbeteren van de dienstverlening aan inwoners, bedrijven en instellingen 0.1.1 Wij stellen een nieuw dienstverleningsbeleid op
2023-2024
Iedereen binnen onze gemeente is verantwoordelijk voor een goede dienstverlening aan inwoners en ondernemers. We stellen een dienstverleningsbeleidsplan op. Hierin formuleren we onze ambities, (meetbare) doelen en daarbij horende resultaten zodat we de komende jaren onze dienstverlening steeds verder verbeteren. We voeren om de drie jaar een burgerpeiling uit om de tevredenheid van inwoners over onze gemeentelijke dienstverlening te meten. De uitkomsten van deze burgerpeiling nemen we mee in het opstellen en evalueren van het dienstverleningsbeleid. 0.1.2 Wij breiden onze online dienstverlening uit
2022-2026
Inwoners kunnen zoveel mogelijk zaken digitaal en online regelen. Betrouwbaarheid en veiligheid staan daarbij voorop. We ondersteunen inwoners die minder digitaal vaardig zijn bij hun aanvraag. Persoonlijk contact blijft mogelijk. We bouwen digitale formulieren die waar nodig in te vullen zijn met DigiD, eHerkenning of e-IDas. We implementeren de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer. Deze wet geeft inwoners het recht om hun zaken met de gemeente digitaal te regelen.
18
0.1.3 Wij communiceren in begrijpelijke taal
2022-e.v.
Dat alle inwoners onze brieven, e-mails en de informatie op onze websites kunnen begrijpen vinden wij belangrijk. Documenten die online gedeeld worden zijn begrijpelijk geschreven. We trainen medewerkers hierin wanneer ze in dienst komen. We zorgen ervoor dat iedereen, ook bezoekers met een beperking, onze websites goed kunnen gebruiken omdat deze voldoen aan de meest recente richtlijnen voor digitale toegankelijkheid. 0.1.4 Wij maken onze processen klantgerichter
2024-2026
Contact met de gemeente is prettig, open en duidelijk. We denken in oplossingen en vragen inwoners met ons mee te denken. We verplaatsen ons in de inwoner door ‘klantreizen’ te maken. In een klantreis interviewen we inwoners over hoe zij de contactmomenten met de gemeente hebben ervaren. We gebruiken de ervaringen van inwoners om onze werkprocessen klantgerichter in te richten. 0.2 Stimuleren van betrokkenheid van inwoners, ondernemers en instellingen 0.2.1 Wij coördineren participatie
2023-2024
Participatie gaat over op welke manieren inwoners mogen meedenken en meepraten over onderwerpen en beleid in de gemeente. Participatie is een belangrijk thema voor onze bestuursperiode. Participatie is een rode draad in het coalitieakkoord en in dit collegeprogramma, maar ook onderwerp op de raadsagenda. In verschillende resultaten in dit collegeprogramma is participatie concreet benoemd, onder andere bij energietransitie (7.2.1), ruimtelijke plannen en wonen (8.2.3), invoering van de Omgevingswet (8.2.2) en openbare ruimte (5.6.5 en 8.2.3). Wij brengen de verschillende initiatieven op het gebied van participatie samen in een uniforme werkwijze door hiervoor een programma participatie in te richten. We stellen hiervoor een toolbox samen. De middelen en methodes uit deze toolbox helpen medewerkers en inwoners om op een effectieve manier participatie in te zetten. We stellen een tijdelijke programmamanager aan om dit te realiseren. 0.3 Optimaliseren van bestuurlijk ambtelijk samenspel 0.3.1 Wij werken aan verbetering van de (organisatie)cultuur Doorlopend Het verbeteren van de bestuurlijke en ambtelijke werk- en omgangsvormen richt zich op verschillende dimensies. In de eerste plaats raakt dit het functioneren van de raad zelf. Daarnaast gaat het om de betrekkingen tussen het college en de raad.
Verder is er het samenspel tussen het bestuur en de ambtelijke organisatie en tenslotte het samenspel met de samenleving. Van belang is dat men op een respectvolle manier met elkaar omgaat met ruimte voor eenieders mening en standpunt. Het debat wordt op een goede en toegankelijke manier gevoerd, het besluitvormingsproces is helder en duidelijk en men gunt elkaar een succes. Raad en college moeten vanuit een duidelijke taakverdeling werken met een heldere rolverdeling in termen van opdrachtgever- en opdrachtnemersrol. Het college ondersteunt de raad bij het nemen van uitvoerbare besluiten en voert deze besluiten uit. Rolzuiverheid, verantwoording, evalueren en leren moeten structureel onderdeel zijn van het samenspel tussen raad en college. De ambtelijke organisatie ondersteunt het college (en de raad) vanuit een integrale werkwijze en fungeert als antennefunctie voor het bestuur. Zij informeert het bestuur over belangrijke opgaven en urgente ontwikkelingen in de samenleving. In de doorontwikkeling van de ambtelijke organisatie hebben we de uitdaging om onze organisatie hierop nog beter in te richten en onze medewerkers daarvoor de goede uitrusting te geven. Voor een goed samenspel met de samenleving is het van belang om samen op te trekken en zuiver te zijn over rolverdeling, taken en verantwoordelijkheden.
Rond concrete maatschappelijke opgaven organiseren we samenwerking en bundelen we de krachten. Participatie vormt een rode draad in de aanpak van de ambities uit dit collegeprogramma.
19
Het verbeteren van de bestuurlijke en ambtelijke werk- en omgangsvormen is een proces van lange adem. Een allesomvattende aanpak is er eigenlijk niet. De bereidheid om te willen veranderen en het inzicht in de mogelijkheden en kansen om elkaar te versterken en te helpen, zijn de eerste stappen naar een verbeterde samenwerking. In de raadagenda wordt de verdere aanpak uitgewerkt. 0.4 Verbeteren van de bedrijfsvoering (betere sturing en beheersing van processen) als ondersteuning aan het realiseren van taken en doelen van de gemeente 0.4.1 Wij verbeteren onze interne beheersing
Doorlopend
Een goede interne beheersing is de basis voor een transparante en betrouwbare gemeente, die zijn doelstelling weet te realiseren en verantwoord omgaat met de middelen die zij beheert. We willen een (digitaal) toegankelijke, betrouwbare organisatie zijn waarbij veiligheid en zorg voor onze inwoners voorop staat. Om dit te kunnen realiseren moet de interne beheersing van onze bedrijfsvoeringsprocessen op orde zijn. Wij zijn verantwoordelijk voor het in kaart brengen van de risico’s en moeten daar adequate maatregelen voor inrichten. Hiervoor is concernbreed aandacht, ook waar het gaat om de beschikbare capaciteit om de uitvoering van de bestuurlijke ambities te realiseren vanuit alle domeinen (fysiek, sociaal en bedrijfsvoering). Dit is een belangrijke randvoorwaarde voor het behalen van de doelen in het coalitieakkoord en dit collegeprogramma. Wij leggen verantwoording af aan de raad over de kwaliteit van de interne beheersing in de paragraaf bedrijfsvoering van de documenten uit de planning en controlcyclus. Daar gaan we in op de kwaliteit van de interne beheersing met specifieke aandacht voor onderwerpen als rechtmatigheid, privacy en informatieveiligheid. Met name ook de verwachte toename van het aantal cyberincidenten de komende jaren, vereist dat cybersecurity integraal onderdeel moet zijn binnen onze processen.
We blijven dan ook investeren in het veilig inrichten van onze bedrijfsvoeringsprocessen en zorgen voor bewustwording bij onze medewerkers. Ter ondersteuning hiervan starten we met de doorontwikkeling van meetlatten en (beleids)indicatoren om de effectiviteit van beleid beter te kunnen meten. 0.4.2 Wij herijken het inkoopbeleid en positioneren de inkoopfunctie
2023-2024
Om de lokale economie te stimuleren, zetten we in op het gebruik van lokale producten. Dit geldt ook voor lokale diensten. In verband met de complexiteit van inkoop en aanbesteding en de toenemende aandacht vanuit rechtmatigheid is het noodzakelijk om voor dit onderwerp vol aandacht te hebben. Dit thema – en ook social return en duurzaamheid - komt nadrukkelijk aan bod bij het herijken van ons inkoopbeleid. Tevens positioneren we de inkoopfunctie zodanig dat deze past bij de huidige ambitie van de organisatie en het bestuur. 0.4.3 Wij groeien verder als aantrekkelijke werkgever 2022-2026 Er is sprake van een aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt. We willen ook nu in staat blijven om (nieuwe) medewerkers aan te trekken, te boeien, te binden en te behouden. We vinden het belangrijk dat alle medewerkers volledig zichzelf kunnen zijn, dat iedereen erbij hoort en dat iedereen dat ook zo voelt. Daarin geven we zelf het goede voorbeeld. Wij nemen maatregelen die zijn gericht op het faciliteren van groei in de professionele en persoonlijke ontwikkeling van onze medewerkers. Daarnaast richten we ons op het kunnen bieden van moderne marktconforme arbeidsvoorwaardelijke ontwikkelingen en aandacht voor diversiteit en inclusiviteit. Deze maatregelen vragen om een meer centrale aanpak.
We investeren in centrale regievoering op werving en selectie, het opleiden en begeleiden van medewerkers en de aanpassing van de arbeidsvoorwaarden. Dit heeft een tweeledig doel. Allereerst richten we ons op ontwikkeling en behoud van onze huidige medewerkers. Daarnaast willen we ook een gezonde instroom in ons personeelsbestand. We zien landelijk dat medewerkers steeds meer betekenisvol werk zoeken. Als 20
gemeente kunnen we dit gezien onze maatschappelijke taak zeker bieden. Door de krapte op de arbeidsmarkt is het aantrekken van ervaren medewerkers steeds uitdagender. We willen door het inzetten van traineeships, stages en ontwikkelfuncties als werkgever aantrekkelijker worden voor de jongere generatie. We investeren daarbij in opleiding en begeleiding van deze doelgroep naar ervaren medewerkers. 0.4.4 Wij voeren een strategisch personeelsbeleid
2023-2024
Het uitgangspunt hierbij is dat er aansluiting is op de visie en missie van de organisatie. Het doel van het strategisch personeelsbeleid is om ondersteunend te zijn aan het realiseren van doelstellingen (beleidsmatig en organisatorisch) door adequate inzet van personeel en organisatie. Het stapsgewijs toewerken naar een vernieuwd strategisch personeelsbeleid stelt ons in staat om in te spelen op veranderingen in de toekomst. Na de herindeling in 2018 zijn we vooral bezig geweest met consolideren en de basis van de organisatie op orde brengen. We willen nu meer gaan kijken naar veranderingen in de samenleving, maatschappelijke opgaven, nieuwe taken en de arbeidsmarkt. We brengen op basis daarvan kansen en uitdagingen in beeld. Door dit anticiperend inzicht kunnen we tijdig interventies in gang zetten om de organisatie wendbaar te houden. Bijvoorbeeld door: • Arbeidsmarktcommunicatie. • Doorontwikkeling van de Zevenaar Academie. • Beleid voor duurzame inzetbaarheid. • Verhogen van digitale vaardigheden. • Datagedreven werken. • Digitalisering, automatisering en robotisering. • Aanpassing van arbeidsvoorwaarden. • Aansluiting beschikbare formatie t.o.v. uitvoeringsvraag borgen (m.n. binnen fysiek en sociaal domein). Een onderdeel van het strategisch personeelsbeleid is het opmaken van een strategische personeelsplanning.
Op basis van de opgedane inzichten inventariseren we welke competenties noodzakelijk zijn om de doelstellingen en ambities van bestuur en organisatie te realiseren. We brengen kwantitatief en kwalitatief in beeld wat de huidige situatie is en waar we naar toe willen groeien. Wij houden daarbij rekening met de te verwachten competenties als gevolg van de ambities zoals deze in het coalitieakkoord zijn opgenomen. Wij sturen op het (verplicht) ontwikkelen en bijhouden van (dienstverlenings)competenties, schriftelijke en mondelinge communicatie en vakinhoudelijke kennis en competenties. 0.4.5 Wij herijken de bestuurlijke opdracht aan RID de Liemers
2022-2023
We leven in een informatiesamenleving. Dit zien we onder meer aan de razendsnelle ontwikkeling van ICT. Om deze ontwikkeling bij te kunnen houden, moeten we in staat zijn om snel en flexibel te handelen. Hiervoor hebben we informatiekundige kennis in eigen huis nodig, maar ook partners om ons heen die mee kunnen gaan in de veranderende vraag. RID de Liemers is een belangrijke partner als uitvoeringsorganisatie. In Liemers verband stellen we een toekomstvisie voor RID de Liemers op. Hierin wordt ook duidelijk of de RID robuust genoeg is om de toekomst met vertrouwen tegemoet te zien. In het uitwerken van de opdracht betrekken we medewerkers, directie, gemeentesecretarissen en bestuurders van de verschillende organisaties. 0.4.6 Wij verbeteren onze datahuishouding en datagedreven werken in Zevenaar 2022-2026 Het tempo van de digitale transitie is ook binnen onze organisatie de laatste tijd versneld. We willen daarmee meer en beter inspelen op digitale ontwikkelingen in de maatschappij en economie. Als meest nabije overheid hebben we de zorg voor inwoners die zich minder of niet redden in dit digitale tijdperk. Daarnaast zijn we scherp op privacy en informatieveiligheid. Dit is het fundament voor onze kijk op het gebied van digitalisering. We willen de veranderkracht van digitalisering verder te benutten. Het ontwikkelen van een datastrategie is een prioriteit.
In deze strategie worden onder andere 21
datamanagement, governance, beveiliging en bewustwording (bijvoorbeeld rondom het werken met algoritmen) aangestipt. We werken toe naar het kunnen analyseren van trends met data om vooruit te kunnen kijken. Daarvoor moet eerst de basis op orde zijn. Die basis wordt gelegd in deze collegeperiode. We voeren diverse experimenten uit. Bij succesvolle resultaten rollen we deze verder uit. Aan het einde van de collegeperiode is het goed kunnen analyseren van data ter beoordeling van beleid steeds vaker een dagelijkse gang van zaken. Het verbreedt onze kennis uit en over onze omgeving. We halen data uit onze systemen en tonen deze in verschillende dashboards. Bijvoorbeeld op het gebied van bereikbaarheid, wachttijden en doorlooptijden van onze dienstverlening. Het dashboard maakt zichtbaar waar we met de dienstverlening staan en waar verbeterkansen liggen. Op basis hiervan stellen we doelen voor verdere verbetering. 0.4.7 Wij verbeteren het functioneel beheer in de informatievoorziening