CConstaterende datZevenaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1. 1128040 zienswijzennota

Commissie Ruimte 7 december 2022, gemeente ZevenaarBij agendapunt: Z/22/415723 ‎Bestemmingsplan Rhederlaag12.495 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Z/18/320997

Zienswijzennota bestemmingsplan “Rhederlaag” Gemeente Zevenaar

afdeling auteur(s) datum versie status

Ruimtelijke ontwikkeling Ronald van der Vorst 1 november 2022 1 definitief

Inhoud

Inleiding Het project Gecoördineerde procedure Procedure Beoordeling Zienswijze Reactie zienswijzen Ambtshalve wijzigingen

Zaaknummer Z/22/415723

3 3 3 4 4 6 36

pagina 2 van 40

Inleiding

Deze nota bevat de volgende onderdelen: • een weergave van de gevolgde procedure; • een samenvatting van de reacties (‘zienswijzen’) over het ontwerpbestemmingsplan; • ons besluit over de zienswijzen; • een beschrijving van de gevolgen van ons besluit voor de inhoud van het bestemmingsplan; • een toelichting op ons besluit. • een overzicht van de wijzigingen in het bestemmingsplan ten opzichte van het ontwerp die wij ambtshalve aanbrengen (dat wil zeggen: die niet het gevolg zijn van zienswijzen). Deze nota behoort bij het voorstel van burgemeester en wethouders aan ons, en bij ons besluit over de vaststelling van het bestemmingsplan. Volgens de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) mogen wij NAW-gegevens (naam, adres en woonplaats) en enkele andere persoonsgegevens niet digitaal aanbieden. Een uitzondering geldt voor gegevens van • ondernemingen die behoren tot een rechtspersoon (zoals een bv of een vof) • personen die beroepsmatig betrokken zijn bij de procedure, bijvoorbeeld advocaten en gemachtigden Als het voor de uitoefening van een publieke taak moet, mogen wij persoonsgegevens wel digitaal aanbieden. Wij bieden deze nota digitaal aan. Daarom noemen wij geen NAW-gegevens, behalve waar de wet dat toelaat.

Het project

Het project heeft meerdere doelen. Belangrijkste is het vastleggen van de beëindiging van de ongelimiteerde zandwin mogelijkheid. Daarnaast maken de besluiten het volgende mogelijk: - de uitbreiding van camping De Veerstal; - wijzigingen in het dagrecreatiegebied ten zuiden van de Veerstal; - vastleggen van de waterlijn in de Valeplas op de Kop van Wentink; - Tevens krijgt de voormalige steenfabriek in de Koppenwaard een passende bestemming.

Gecoördineerde procedure

Onderdeel van de planuitwerking betreft het opstellen van een nieuw bestemmingsplan en het aanvrage van diverse vergunningen. Voor de vergunningen zijn diverse bestuursorganen bevoegd gezag. De bestuursorganen met bevoegd gezag nemen een besluit over de vergunningaanvraag waarvoor zij verantwoordelijk zijn. Het is wenselijk om de voorbereiding en bekendmaking van de besluiten die nodig zijn voor de uitvoering van het bestemmingsplan te coördineren. In de raad van 8 mei 2019 (zaaknummer Z19/325890) is besloten tot toepassing van de gemeentelijke coördinatieregeling als bedoeld in artikel 3.30, Wet ruimtelijke ordening (Wro). De procedure conform afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is van toepassing. Dit houdt eveneens in dat alle besluiten eerst als ontwerpbesluit ter inzage worden gelegd en vervolgens als definitief besluit. zaaknummer Z/22/415723

pagina 3 van 40

De besluiten die gecoördineerd worden zijn: • Ontwerpvergunning Waterwet; • Ontwerp Ontgrondingsvergunning; • Ontwerpvergunning Wet natuurbescherming; • Ontwerpvergunning Wabo, onderdeel milieu; • Ontwerpbestemmingplan van de gemeente Zevenaar.

Procedure

Iedereen kon de ontwerpbesluiten met bijbehorende stukken van 19 mei 2022 tot en met 29 juni 2022 in het gemeentehuis bekijken. Het ontwerpbestemmingsplan met bijbehorende stukken stond in deze periode ook op het internet. Dit hebben burgemeester en wethouders bekendgemaakt in De Zevenaar Post en het Gemeenteblad van 18 mei 2022. De ontwerpvergunningen zijn op verzoek toegestuurd. Van 19 mei 2022 tot en met 29 juni 2022 kon iedereen schriftelijk en mondeling op de ontwerpbesluiten reageren. De gemeente heeft 13 reacties (‘zienswijzen’) ontvangen. Op 8 juni 2022 van 16:00 tot 20:00 heeft de gemeente een inloopbijeenkomst gehouden over het ontwerpbestemmingsplan. Iedereen kon daar informatie over de stukken krijgen. Het was niet mogelijk om op de bijeenkomst een zienswijze in te dienen. In totaal zijn er ongeveer 50 bezoekers geweest bij de inloopbijeenkomst. Bezoekers kwamen met name uit Lathum en Riverparc. Daarnaast waren er enkele IGOR (Integraal gebiedsoverleg Rhederlaag) leden. Punten die tijdens de bijeenkomst naar voren zijn gekomen zijn: - Een niet bestemde woning aan de Uitmeentsestraat; - De afstand tussen de ontzanding en Riverparc. Op basis van gemaakte afspraken dient deze 500 m te bedragen; - Reacties op (dance)evenementen; - Daarnaast was er nog wel wat verwarring tussen het nu voorliggende plan en plannen voor Rivierklimaatpark.

Het plan is verder toegezonden aan IGOR (Integraal gebiedsoverleg Rhederlaag).

Beoordeling Zienswijze

Wij vinden de zienswijzen ontvankelijk, met uitzondering van de zienswijze 1. Deze zienswijze is buiten de termijn binnen gekomen. ‘Ontvankelijk’ betekent dat de indieners aan alle eisen hebben voldaan om een zienswijze in te dienen. Op zienswijzen die niet ontvankelijk zijn, hoeven wij niet inhoudelijk in te gaan. Omdat in dit geval de niet ontvankelijke zienswijze inhoudelijk gelijk is aan zienswijze nr. 10 is hij wel inhoudelijk behandeld. Hieronder vatten wij alle ontvankelijke zienswijzen samen. Daarna volgt per zienswijze ons besluit, een beschrijving van de gevolgen van ons besluit voor de inhoud van het bestemmingsplan en een toelichting daarop. Zaaknummer Z/22/415723

pagina 4 van 40

Het kan zijn dat wij een deel van een zienswijze niet of niet helemaal beschrijven. Dan hebben wij bij de beoordeling toch rekening gehouden met dat deel. Als wij vinden dat de indiener van een (ontvankelijke) zienswijze gelijk heeft, verklaren wij de zienswijze gegrond. Als wij vinden dat de indiener geen gelijk heeft, verklaren wij de zienswijze ongegrond. Wij kunnen een zienswijze ook gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond verklaren. De gemeenteraad van Zevenaar

zaaknummer Z/22/415723

pagina 5 van 40

Reactie zienswijzen Zienswijze 1, bewoner van Riverparc, zienswijze ingediend op 30 juni 2022 Samenvatting zienswijze (zienswijze is gelijk aan zienswijze 1o.) Reclamanten geven aan dat de zienswijze is ingediend op het ontwerp van de omgevingsvergunning voor de zandwinning in het Rhederlaag te Lathum. In de zienswijze geven reclamanten het volgende aan. 1. Bij het IGOR-overleg Integraal gebiedsoverleg Rhederlaag) is overeengekomen, dat de afstand tussen de zuigmond van de baggermolen en de teen van de buitenoever van het Riverparc, minimaal 500 meter zal bedragen. Graag ontvangen ze hiervan een bevestiging, aangezien er in de aanvraag een andere omschrijving wordt gebruikt. 2. Op 8 juni 2022 is er met de zandwinner K3Delta afgesproken dat K3Delta een aantal boeien zal plaatsen bij de dichtst bij het Riverparc liggende grens van de zandwinning, welke grens op minimaal 500 meter afstand van de oeverteen van het Riverparc zal liggen. 3. Verzocht wordt om de GPS data van de positie van de zuigmond van de baggermolen, eventueel via de provincie Gelderland, beschikbaar te stellen aan reclamant. 4. Verzocht wordt verder om een nulmeting te doen bij de woningen, zodat eventueel daarna ontstane schade door de zandwinactiviteiten kan worden geconstateerd en door reclamant op de zandwinner kan worden verhaald.

Besluit Wij vinden de zienswijze deels gegrond en deels ongegrond Wijzigingen in bestemmingsplan Wij passen de verbeelding van het bestemmingsplan aan zodat de grens van de functieaanduiding – specifieke vorm van water – zandwinning overeenkomt met de ontgrondingstekening. De afstand van het Riverparc tot de grens van de tijdelijke zandwinning bedraagt minimaal 500 meter. Toelichting van de gemeenteraad Ten aanzien van het eerste punt verwijst reclamant terecht naar het IGOR-overleg (Integraal Gebiedsoverleg Rhederlaag) waar is overeengekomen, dat de afstand tussen de zuigmond van de zandzuiger en het Riverparc, minimaal 500 meter zal bedragen. Hiermee wordt deze afspraak bevestigd. De afstand tussen de kadastrale grens van het Riverparc (afhankelijk van de waterstand ligt deze onderwater op het talud van het Riverparc) en de grens van de ontgronding is minimaal 500 meter. De ontgrondingstekening is op dit punt aangepast (de grens van de ontgrondingstekening lag op circa 480 meter). De minimale afstand zal ook als voorschrift van de ontgrondingsvergunning worden opgenomen. Daarnaast zal ook de verbeelding van het bestemmingsplan op de gewijzigde ontgrondingstekening worden aangepast. De overige punten (2, 3 en 4) in de zienswijze zijn niet ruimtelijk relevant en hebben ook geen betrekking op de overige besluitdocumenten. Voor dit deel is de zienswijze dan ook ongegrond.

Zaaknummer Z/22/415723

pagina 6 van 40

Wel geven wij hieronder (in overleg met provincie Gelderland en K3Delta) antwoord op de vragen en gestelde opmerkingen. - Reclamant geef aan dat is afgesproken met K3Delta op 8 juni 2022 dat K3Delta een aantal boeien zal plaatsen bij de dichtst bij het Riverparc liggende grens van de zandwinning, welke grens op minimaal 500 meter afstand van de oeverteen van het Riverparc zal liggen. Deze afspraak is door K3Delta bevestigd en zij zullen de boeien in goed onderling overleg plaatsen. - Reclamant verzoekt om de GPS data van de positie van de zuigmond van de zandzuiger, eventueel via de provincie Gelderland, beschikbaar te stellen. Het projectgebied wordt tijdens de werkzaamheden minimaal halfjaarlijks gepeild door zowel K3Delta als de provincie Gelderland. K3Delta zal haar peilgegevens en die van de provincie Gelderland op aanvraag beschikbaar stellen. - Reclamant verzoekt een nulmeting te doen bij zijn woning, zodat eventueel daarna ontstane schade door de zandwinactiviteiten kan worden geconstateerd en door reclamant op de zandwinner kan worden verhaald. Mogelijk schade aan woningen in de omgeving van de onderhavige ontgrondingslocatie kan enkel ontstaan door trillingen vanwege de inzet van materieel ten behoeve van de ontgrondings- en inrichtingswerkzaamheden. Door DGMR Industrie, Verkeer en Milieu B.V.

te Arnhem is onderzoek verricht naar mogelijk optredende trillingen en de mogelijke consequenties hiervan in en aan omliggende woningen. Als toetsingskader voor dit onderzoek is aangehouden de SBR-publicatie Trillingen deel A (schade aan gebouwen) en deel B (hinder voor personen in gebouwen). De resultaten van dit onderzoek zijn neergelegd in het Rapport ’Trillingsonderzoek zandwinning Rhederlaag’ d.d. 8 september 2020. Dit Rapport maakt onderdeel uit van de aanvraag om ontgrondingsvergunning. Uit het onderzoek blijkt dat trilling schade aan gebouwen te verwaarlozen is en dat ook trillinghinder voor personen binnen de overeengekomen streefwaarden blijft. Het aspect trillingen speelt derhalve geen rol in het kader van de afweging van de bij deze ontgronding betrokken belangen. Om deze reden is er geen nut en noodzaak om voorschriften aan de ontgrondingsvergunning te verbinden teneinde tegemoet te komen aan betrokkene dan wel het aspect trilling te voorkomen of te beperken. Ondanks dat de onderzoeken daar geen aanleiding toe geven heeft K3Delta toegezegd - in goed overleg - bij ondergetekenden van de zienswijze een nulmeting op laten nemen door een deskundig bureau.

zaaknummer Z/22/415723

pagina 7 van 40

Zienswijze 2, bewoners uit Giesbeek, zienswijze ingediend op 30 juni 2022 Samenvatting zienswijze Reclamanten geven aan dat zij recent het woonhuis met bijgebouwen aan de Uitmeentsestraat 6 in Giesbeek hebben aangekocht. Zij zijn voornemens het woonhuis en bijgebouwen te verbouwen/renoveren en daarvoor een omgevingsvergunning aan te vragen. Bij het bestuderen van het nu ter visie liggende ontwerpbestemmingsplan Rhederlaag hebben reclamanten geconstateerd dat er geen woonbestemming op het door hen aangekochte pand rust. Daarnaast vinden reclamanten het vreemd dat dit deel van het plangebied binnendijks ligt en dus eigenlijk niet in het stroomgebied van de IJssel wat op het overige deel van het plan wel van toepassing is en leidend is voor de regels binnen het plan. Reclamanten verzoeken het bestemmingsplan aan te passen en een woonbestemming voor de Uitmeentsestraat 6 op te nemen, met daarbij de volgende uitgangspunten: • een gewenst oppervlak van het hoofgebouw van 156 m2 • vastleggen van het bestaande oppervlak en hoogtes van de bijbehorende bouwwerken Besluit Wij vinden de zienswijze gegrond. Wijzigingen in bestemmingsplan Wij passen de verbeelding aan door een woonbestemming op te nemen op het perceel conform de systematiek van het bestemmingsplan Buitengebied. Dit houdt in een woonbestemming met een oppervlakte van ca 2000 m2.

Aan de overige gronden behorende bij het perceel kennen wij de bestemming Agrarisch met waarden toe. Toelichting van de gemeenteraad Naar aanleiding van de reactie van reclamanten hebben wij onderzoek ingesteld. Hieruit is het volgende gebleken: Aan perceel aan de Uitmeentsestraat 6 te Giesbeek is in het ontwerpbestemmingsplan geen woonbestemming toegekend. Ditzelfde geldt ook voor de voorgaande ruimtelijke plannen (beheersverordening ‘Ruimte voor Rivier’ alsmede het bestemmingsplan Rhederlaag 1978). Opvallend is dat aan het perceel altijd een bestemming dagrecreatie is toegekend zonder bouwvlak. Dit houdt in dat de bebouwing in alle plannen onder het overgangsrecht is geplaatst. Bij de herziening van de verschillende bestemmingsplannen is de locatie bij de inventarisatie over het hoofd gezien. Daarnaast is dit bij voorgaande eigenaren niet opgevallen. Naast de bestemmingsplannen is ook de bouwhistorie van het pand en de bijbehorende bouwwerken bekeken. Hieruit kan worden opgemaakt dat voor de boerderij in 1993 een verbouwvergunning is verleend voor de verbouw van de woning. Daarnaast is vergunning verleend voor vervangen asbest daken van de bestaande bijgebouwen (275 m2) in mei 2000 Hieruit leiden wij Zaaknummer Z/22/415723

pagina 8 van 40

af dat de m2 zijn vergund (anders geen vergunning voor vervangen dak). Op basis hiervan kan worden geconcludeerd dat er wel degelijk sprake is van een woning. Gelet op verleende vergunningen in het verleden voor verbouw van de woning en de bijgebouwen wordt voorgesteld om de woning positief bestemmen. Hierbij sluiten we aan bij de bestaande bestemmingsplan systematiek. De bestaande oppervlakte aan bijgebouwen (275 m2) is meer dan we normaal gesproken toestaan bij woningen. Het maximum op grond van de regels is in het buitengebied 150 m2. De algemene bouwregels van het bestemmingsplan en dan met name het artikel over bestaande bebouwing biedt hier uitkomst. Dit artikel regelt dat als de bestaande bebouwing afwijkt van hetgeen elders in de regels is toegestaan, deze afwijking van de regels als maximaal toelaatbaar kan worden aangehouden. Voorwaarde hiervoor is wel dat voor de bebouwing (en dus de afwijking) in het verleden een omgevingsvergunning is verleend en dat de bebouwing (en de daar bijbehorende afwijking) op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van het plan al aanwezig waren.

zaaknummer Z/22/415723

pagina 9 van 40

Zienswijze 3, Jachthaven ’t Eiland te Lathum, zienswijze ingediend op 29 juni 2022 Samenvatting zienswijze Reclamant geeft aan dat zienswijze voornamelijk gericht is tegen het ontbreken van de aanduiding horeca categorie 2A dan wel 4A op de verbeelding ter plaatse van de Jachthaven ’t Eiland. In het bestemmingsplan is aangegeven dat de aangewezen gronden zijn bestemd voor: ‘een jachthaven, uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding 'jachthaven', met bijbehorende bouwwerken en voorzieningen in de vorm van een botenhuis, een clubhuis annex kantine (met incidentele overnachtingsmogelijkheid voor leden in verband met evenementen), kantoor-, receptie-, werk- en opslagruimten, toilet- en sanitaire ruimten, ontsluitings- en parkeervoorzieningen en (on)bebouwde gronden.’ Reclamant geeft aan dat in het bestemmingsplan geen beschrijving wordt gegeven van de termen ‘clubhuis’ en ‘kantine’. Hierdoor is er voor reclamant onduidelijkheid over de activiteiten die mogen worden uitgeoefend op deze locatie. Aangegeven wordt dat er sinds jaar en dag activiteiten worden ontplooid die vallen binnen de categorie horecabedrijf categorie 2A en 4A. Reclamant ziet graag dat de functie Horeca wordt toegevoegd aan de bestemming Jachthaven.

Besluit Wij vinden de zienswijze gegrond Wijzigingen in bestemmingsplan Wij passen het bestemmingsplan als volgt aan: Aan de regels en op de verbeelding wordt een bestemming recreatie - jachthaven toegevoegd met een regeling voor de aanwezige horeca categorie 2A. Toelichting van de gemeenteraad De reactie van reclamant ten aanzien van horeca functie binnen de jachthaven is ook gemaakt door andere jachthavens in het plangebied. Reclamant is van mening dat in het bestemmingsplan bij de jachthaven ook de al jaren aanwezige horeca, als zodanig dient te worden bestemd. We erkennen dat er bij de jachthaven een horeca functie aanwezig is. Hiervoor zijn ook in het verleden horeca vergunningen afgegeven. Voor het huidige horecabedrijf is een horecavergunning verleend voor het uitoefenen van een café, bar, restaurant met terras. Op grond van de bestemming dagrecreatie is er indirect (door de benaming clubhuis en kantine) sprake van ondergeschikte horeca. Nu is de vraag of het feitelijk gebruik past binnen de definitie van ondergeschikte horeca volgens het bestemmingsplan, nu is vast komen te staan dat volwaardige horeca op grond van de verleende vergunning is toegestaan. Voorgesteld wordt om vergelijkbaar met het voorgaande bestemmingsplan weer een zelfstandige bestemming op te nemen voor de jachthaven en daarbinnen met een aanduiding de horeca categorie 2A juridisch te regelen.

Hierbij wordt de horeca functie te allen tijde als ondergeschikt Zaaknummer Z/22/415723

pagina 10 van 40

gezien aan de bestemming, exploitatie door derden wordt dan ook als ‘handelen in strijd met de bestemming’ gezien. We leggen hiermee het feitelijk gebruik van de jachthaven vast. Zienswijze 4, Rijkswaterstaat Oost-Nederland, zienswijze ingediend op 29 juni 2022 Samenvatting zienswijze Reclamant geeft aan dat in tegenstelling tot hetgeen in de toelichting wordt gemeld, dat de beoogde nieuwe ontwikkelingen, recreatieve voorzieningen zoals een voorzieningengebouw of standplaatsen, dit activiteiten zijn die niet zondermeer gerekend kunnen worden tot activiteiten die zijn toegestaan op grond van het Barro. Tevens ontbreekt in de Waterparagraaf (hoofdstuk 6.2) een beschouwing waaruit blijkt dat de ontwikkeling geen nadelige invloed heeft op het functioneren van de rivier (art. 2.4.3. Barro). Verder ontbreekt het in de regels en op de verbeelding aan de dubbel-bestemming Ws-Ws (waterstaat – waterstaatskundige functies). Dit heeft tot gevolg dat in het geval van een omgevingsvergunning niet bij alle bestemmingen die in het rivierbed naar de rivierbeheerder wordt verwezen voor advies. Reclamant verzoekt dan ook dat de bepaling dat Rijkswaterstaat om advies wordt gevraagd bij ontwikkelingen in het rivierbed uit de bepalingen van de ‘enkelbestemmingen’ te halen en als dubbelbestemming Ws-WS toe te voegen.

Besluit Wij vinden de zienswijze deels gegrond en deels ongegrond Wijzigingen in bestemmingsplan Wij passen het bestemmingsplan als volgt aan: De regels worden gewijzigd. We voegen de bestemmingen ‘Waterstaat - Waterstaatkundige functie’ en ‘Waterstaat – Waterkering’ toe aan het bestemmingsplan. Wij sluiten hierbij aan op de systematiek van het bestemmingsplan buitengebied Zevenaar Noord 2018. Hiermee zorgen wij voor consistentie en eenduidigheid in regelgeving. Toelichting van de gemeenteraad Het bestemmingsplan plan is in hoofdopzet een conserverend plan. Voor het grootste deel van het plangebied is de bestaande planologische regeling overgenomen. De nieuwe ontwikkeling die in het plan is opgenomen betreft de ontgronding. Daarvoor wordt een ontgrondingsvergunning en waterwetvergunning verleend. Daarmee is het belang van water voldoende gewaarborgd. Nabij de voormalige steenfabriek de Koppenwaard wordt de bestemming Steenfabriek verwijderd, waardoor deze bouwmogelijkheden verdwijnen. Een voormalige bedrijfswoning en een nabijgelegen beheerderswoning krijgen de bestemming burgerwoning. De bouwmogelijkheden op grond van de bestemming wonen zijn niet groter dan de mogelijkheden op grond van de bestemming Steenfabriek. Dit is ook afgestemd met Rijkswaterstaat.

Wij zijn dan ook van mening dat de ontwikkelingen in het plan geen nadelige invloed hebben op het functioneren van de rivier.

zaaknummer Z/22/415723

pagina 11 van 40

Daarbij wordt de rivierbeheerder in het geval van een omgevingsvergunning, bij bestemmingen die in het rivierbed zijn gelegen, gevraagd om advies. Reclamant verzoekt de bepaling dat Rijkswaterstaat om advies wordt gevraagd bij ontwikkelingen in het rivierbed uit de bepalingen van de ‘enkelbestemmingen’ te halen en als dubbelbestemming Ws-WS toe te voegen. Hoewel wij van mening zijn dat de belangen van reclamant ook in de huidige regeling in voldoende mate is geborgd, passen we het bestemmingsplan hierop aan. In het reeds vastgestelde bestemmingsplan buitengebied Zevenaar Noord 2018 maken we ook gebruik maken van dubbelbestemmingen. Vanuit oogpunt van eenduidige bestemmingen en consistentie van plannen voegen we de bestemmingen ‘Waterstaat - Waterstaatkundige functie’ en ‘Waterstaat – Waterkering’ toe, zoals die zijn opgenomen in het bestemmingsplan buitengebied Zevenaar Noord 2018.

Zaaknummer Z/22/415723

pagina 12 van 40

Zienswijze 5, Watersportvereniging Giesbeek, zienswijze ingediend op 27 juni 2022 Samenvatting zienswijze Reclamant geeft aan dat zienswijze voornamelijk gericht is tegen het ontbreken van de aanduiding horeca categorie 2A op de verbeelding ter plaatse van de Jachthaven ’t Eiland. In het bestemmingsplan is aangegeven dat de aangewezen gronden zijn bestemd voor: ‘een jachthaven, uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding 'jachthaven', met bijbehorende bouwwerken en voorzieningen in de vorm van een botenhuis, een clubhuis annex kantine (met incidentele overnachtingsmogelijkheid voor leden in verband met evenementen), kantoor-, receptie-, werk- en opslagruimten, toilet- en sanitaire ruimten, ontsluitings- en parkeervoorzieningen en (on)bebouwde gronden.’ Reclamant geeft aan dat in het bestemmingsplan geen beschrijving wordt gegeven van de termen ‘clubhuis’ en ‘kantine’. Hierdoor is er voor reclamant onduidelijkheid over de activiteiten die mogen worden uitgeoefend op deze locatie. Aangegeven wordt dat er sinds jaar en dag activiteiten worden ontplooid die vallen binnen de categorie horecabedrijf categorie 2A. Reclamant geeft aan dat zij een toekomstbestendige, levensvatbare vereniging wil zijn, die tegemoet komt aan de wensen van haar leden die steeds meer een dag op het Water combineren met een maaltijd en een drankje.

Deze activiteiten vinden al sinds jaar en dag plaats, maar nemen de laatste jaren toe. Dit past ook in de trends van de Nederlandse watersport. Incidenteel worden op locatie feestjes voor de eigen leden georganiseerd. Met deze voorzieningen voor haar leden vervult reclamant ook een maatschappelijke functie. Deze activiteiten en feestjes vormen uitdrukkelijk geen concurrentie voor de reguliere horeca etablissementen, omdat ze alleen toegankelijk zijn voor de eigen leden die elkaar opzoeken. De combinatie van maatschappelijke functie en ondergeschikte horeca is volgen reclamant meer te vinden in de gemeente Zevenaar. Reclamant ziet daarom graag de functie horeca categorie 2a toegevoegd aan haar bestemming jachthaven om daarmee een gewoonterecht te bestemmen en duidelijkheid te scheppen in de activiteiten in haar `clubhuis annex kantine'. Feitelijk zal er geen uitbreiding van de activiteiten plaatsvinden. Besluit Wij vinden de zienswijze gegrond. Wijzigingen in bestemmingsplan Wij passen het bestemmingsplan als volgt aan: Aan de regels en op de verbeelding wordt een bestemming recreatie - jachthaven toegevoegd met een regeling voor de aanwezige horeca categorie 2A. Toelichting van de gemeenteraad

zaaknummer Z/22/415723

pagina 13 van 40

De reactie van reclamant ten aanzien van horeca functie binnen de jachthaven is ook gemaakt door andere jachthavens in het plangebied. Reclamant is van mening dat in het bestemmingsplan bij de jachthaven ook de al jaren aanwezige horeca, als zodanig dient te worden bestemd. We erkennen dat er bij de jachthaven een horeca functie aanwezig is. Hiervoor zijn ook in het verleden horeca vergunning afgegeven. Voor het huidige horecabedrijf is een horecavergunning verleend voor het uitoefenen van een restaurant met terras. Op grond van de bestemming dagrecreatie is er indirect (door de benaming clubhuis en kantine) sprake van ondergeschikte horeca. Nu is de vraag of het feitelijk gebruik past binnen de definitie van ondergeschikte horeca volgens het bestemmingsplan, nu is vast komen te staan dat volwaardige horeca op grond van de verleende vergunning is toegestaan. Voorgesteld wordt om vergelijkbaar met het voorgaande bestemmingsplan weer een zelfstandige bestemming op te nemen voor de jachthaven en daarbinnen met een aanduiding de horeca categorie 2A juridisch te regelen. Hierbij wordt de horeca functie te allen tijde als ondergeschikt gezien aan de bestemming, exploitatie door derden wordt dan ook als ‘handelen in strijd met de bestemming’ gezien. We leggen hiermee het feitelijk gebruik van de jachthaven vast.

Zaaknummer Z/22/415723

pagina 14 van 40

Zienswijze 6, bewoners uit Doesburg, zienswijze ingediend op 28 juni 2022 Samenvatting zienswijze Reclamant doet in haar zienswijze het verzoek om kavel A-1156 met huidige bestemming "recreatie" samen te voegen met kavel A-588, zodat het in zijn geheel “woonbestemming” krijgt. Besluit Wij vinden de zienswijze gegrond. Wijzigingen in bestemmingsplan De verbeelding wordt aangepast. Toelichting van de gemeenteraad Het verzoek van reclamant is begrijpelijk. Een deel van de bestaande bebouwing valt buiten de bestemming wonen. Daarnaast maakt het deel van het perceel waarop reclamant doelt deel uit van het erf en tuin behorende bij de woning. Verder is uit nader onderzoek gebleken dat de grenzen van de bestemming wonen van het naastgelegen perceel over het kadastrale perceel van reclamant liggen. Ook dit zal worden aangepast. We sluiten hiermee aan op de feitelijke situatie.

zaaknummer Z/22/415723

pagina 15 van 40

Zienswijze 7, Recreatiepark en Jachthaven De Veerstal, zienswijze ingediend op 29 juni 2022 Samenvatting zienswijze Reclamant geeft aan dat de zienswijze zich met name richt tegen: 1. het ontbreken van de horeca-aanduidingen op Recreatiepark en Jachthaven De Veerstal; 2. onjuiste aanduiding type recreatie in Jachthaven De Veerstal; 3. een onjuiste aanduiding van de begrenzing ganzen overwinteringsgebied; 4. een onjuiste weergave van de begrenzing N2000; 5. ontbrekende dan wel niet heldere c.q. eenduidige begripsaanduidingen. Ad 1. Op het recreatiepark en de jachthaven zijn verschillende gebouwen aanwezig met een horecafunctie. Voor een tweetal gebouwen met als functie een horeca-uitgiftepunt wordt verzocht de bestemming/aanduiding horeca categorie 2A toe te kennen, voor een ander (samengevoegd gebouw) is het verzoek de horeca categorie 4A toe te kennen. Ad 2. Op het bestemmingsplan staat Jachthaven De Veerstal aangeduid met de enkel bestemming Recreatie Dagrecreatie. In artikel l onder hoofdstuk 1 van de regels staat het begrip Jachthaven onder 1.46 aangeduid met “een haven met de daarbij behorende grond waar overwegend gelegenheid wordt gegeven voor het aanleggen, afmeren of aangemeerd houden en verhuren van pleziervaartuigen, alsmede de mogelijkheid tot overnachting”.

Door reclamant wordt afgevraagd of de aanduiding voor de jachthaven niet “enkel bestemming Recreatie Verblijfsrecreatie” moet zijn. Reclamant geeft verder aan dat campers, op grond van het ontwerpbestemmingsplan uitsluitend geplaatst mogen worden ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van recreatie camperplaatsen`. Voor de oevers van Jachthaven De Veerstal ontbreekt de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie camperplaatsen' op de verbeelding. Het verzoek deze alsnog toe te voegen. Reclamant vraagt zich verder af of het aantal standplaatsen ook niet letterlijk benoemd moet worden (zoals bijvoorbeeld de ligplaatsen in de jachthavens). De toelichting is hier niet eenduidig over. De ene keer wordt er gesproken over circa 100 standplaatsen terwijl er in een andere paragraaf wel de feitelijke aantallen worden genoemd. Het verzoek van reclamant om hierover eenduidig te zijn en overal de feitelijke aantallen te noemen van 109 standplaatsen. Ad 3. Reclamant heeft in november 2020 een zienswijze ingediend op het actualiseringsplan 7 voor de omgevingsverordening met betrekking tot de begrenzing van het ganzenrustgebied. Op deze zienswijze is positief besloten door Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland. Op de verbeelding behorende bij het ontwerpbestemmingsplan lijkt de oorspronkelijke begrenzing van het ganzenrustgebied overgenomen te zijn.

Reclamant verzoekt deze begrenzing aan te passen op het vaststellingsbesluit van Gedeputeerde Staten van Gelderland van 12 januari 2021.

Zaaknummer Z/22/415723

pagina 16 van 40

Ad 4. Onder paragraaf 5.6.2.1 ‘Natura 2000-gebieden’ is de begrenzing van de Natura 2000gebieden volgens reclamant op de juiste wijze weergegeven. Niet ter discussie staat, dat het gehele winterbed van de IJssel is aangewezen als Natura 2000-gebied. Reclamant geeft aan dat het hoogwatervrije terrein van Recreatiepark De Veerstal, waar nu (vaste) chalets staan, buiten de begrenzing van Natura 2000-gebied valt. Reclamant geeft aan dat op de ontwerp verbeelding het gehele Recreatiepark en Jachthaven De Veerstal staat aangeduid als Natura 2000-gebied. Reclamant verzoekt dan ook om de begrenzing van het Natura 2000-gebied op de verbeelding in overeenstemming te brengen met de begrenzing zoals weergegeven in paragraaf 5.6.2.1 ‘Natura 2000-gebieden’ van de toelichting op het bestemmingsplan. Ad5. -

-

-

Reclamant is van mening dat er begripsaanduidingen ontbreken of niet eenduidige zijn onder punt 1.63 wordt het toeristisch hoogseizoen benoemd als de periode 10 juli tot en met 1 september. Gelet op de schoolvakanties, ook de vigerende in Duitsland, en het hoogseizoen van de grijze golf, doet een aanduiding van het hoogseizoen van 1 juni tot en met 31 augustus, volgens reclamant, meer recht aan het begrip toeristisch hoogseizoen. Reclamant verzoekt deze termijn aan te passen. Verder ontbreekt volgens reclamant de omschrijving van het begrip `toeristisch seizoen’ van Pasen tot en met de herfstvakantie in de stukken. Reclamant verzoekt deze toe te voegen. onder punt 6.1 staat dat voor "Horeca" aangewezen gronden bestemd zijn voor het uitoefenen van een horecabedrijf van categorie 1, 2a of 4a. Houdt dat in dat deze categorieën niet specifiek op de bestemmingskaart aangeduid worden en de overige horeca-categorieën wel? Reclamant vraagt zich af of door de horecacategorieën niet eenduidig aan te geven, daarmee de rechtszekerheid en het gelijkheidsbeginsel in het gedrang komt. onder zowel punt 8.4.4 als 12.3.1.staan de voorwaardelijke verplichting van de zandwinning correct benoemd. Reclamant vraagt zich af of het noodzakelijk is om dit op 2 plaatsen te doen?

Besluit Wij vinden de zienswijze gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond Wijzigingen in bestemmingsplan Wij passen het bestemmingsplan als volgt aan: - Op de verbeelding wordt de horecafunctie als aanduiding opgenomen. Daarnaast nemen we ook de horeca uitgiftepunten op de verbeelding en de regels. - Aan de regels en op de verbeelding wordt een bestemming recreatie - jachthaven toegevoegd met een regeling voor overnachting. - De begrenzing van de natura 2000 gebieden wordt aangepast voor de camping. - Binnen de bestemming dagrecreatie wordt de aanduiding 'specifieke vorm van water zandwinning' aangepast in ‘specifieke vorm van dagrecreatie – zandwinning’. Toelichting van de gemeenteraad zaaknummer Z/22/415723

pagina 17 van 40

Ad 1. De bestaande horecafunctie is per abuis niet aangegeven met een aanduiding op de verbeelding. Dit wordt hersteld voor het samengestelde gebouw (gebouwen A, B en C in bijlage 1 van de regels). Horeca uitgifte punten, in de vorm van tijdelijke units, staan we alleen toe tijdens het recreatie seizoen (half maart – half oktober). Hiervoor voegen we een aanduiding toe op de verbeelding en worden de regels hierop aangepast. Ad 2. Reclamant maakt terecht de opmerking dat op grond van de regeling zoals hij in het bestemmingsplan is opgenomen overnachting niet is toegestaan. Dit is niet in overeenstemming met het feitelijk gebruik van een jachthaven. Voorgesteld wordt om vergelijkbaar met het voorgaande bestemmingsplan weer een zelfstandige bestemming op te nemen voor de jachthaven en daarbinnen de overnachting te regelen. Ad 3. De begrenzing van het ganzenrustgebied is niet opgenomen op de verbeelding behorende bij het bestemmingsplan. Wel is in paragraaf 5.6.2.2 Gelders natuurnetwerk in afbeelding 5.3 het ganzenrustgebied opgenomen. Deze is afkomstig van de provincie en komt overeen met de begrenzing zoals deze is opgenomen in de ‘Verordening Gelderland 2022’. We zijn dan ook van mening dat wij hiermee de juiste begrenzing hebben op genomen. Daarnaast kan aan de kaart opgenomen in de toelichting van het bestemmingsplan geen rechten worden ontleend.

De begrenzing zoals deze is vastgesteld door de provincie is in dit geval leidend. Ad 4. Reclamant maakt terecht een opmerking over de begrenzing van het natura 2000 gebied. Deze ligt niet over de camping. De begrenzing van de natura 2000 gebieden wordt hierop aangepast. Ad 5. Tot slot reageert reclamant kort op een aantal begrippen in het bestemmingsplan vraagt deze aan te passen of anderszins toe te passen. Deze opmerkingen leiden niet tot een aanpassing van het plan. -

-

-

Daar waar het gaat over het begrip toeristisch hoogseizoen delen we de mening van reclamant niet. We hanteren de definitie en periode die in Nederland gangbaar is. Dat is de periode waarin zich het grootste aantal toeristen of bezoekers naar een toeristische bestemming begeeft. In Nederland zijn dat de maanden juli en augustus (schoolvakantie). Wat betreft de opmerking ten aanzien van de horecacategorieën delen we de mening van reclamant niet. Dit heeft te maken met het onderscheid tussen enerzijds de hoofdfunctie van de bestemming Horeca en de ondergeschikte functie bij de aanduiding horeca binnen een andere hoofdbestemming. Bij de ondergeschikte horeca geven we met een aanduiding de toegestane categorie aan op de verbeelding. Bij de bestemming horeca is een extra aanduiding horeca overbodig en regelen we de categorie via de regels. De zandwinning vindt plaats binnen verschillende bestemmingen. Als er een voorwaardelijke verplichting geldt, dient deze ook per bestemming te worden aangegeven.

Zaaknummer Z/22/415723

pagina 18 van 40

Zienswijze 8, bewoner uit Giesbeek, zienswijze ingediend op 28 juni 2022 Samenvatting zienswijze Reclamant heeft in haar (pro forma) zienswijze aangegeven een nadere onderbouwing van de zienswijze in te dienen. Deze nadere onderbouwing hebben wij op 18 juli ontvangen. Reclamant geeft aan dat de zienswijze zich met name richt tegen: 1. algemeen; 2. geluid en trillingen; 3. verlaging Marsweg; 4. waterkwaliteit; Ad 1. Algemeen a. Reclamant geeft aan dat gesteld wordt in de inleiding dat de Koninklijke Heidemaatschappij eind jaren 60 een plan opgesteld voor de ontzandingen in het Rhederlaag. Achterwege blijft, dat het plan in opdracht van de gezamenlijke gemeenten rond de Veluwe verenigd in de daartoe opgerichte Recreatie Gemeenschap Veluwe geschiedde, met als doel een waterrecreatiegebied te creëren ter ontlasting van de recreatiedruk op de Veluwe. De plannen behelsden de gebieden van de Koppenwaard, het Rhederlaag en de Vaalwaard. b. De Besluiten behelzen een veranderingsvergunning van de in 2009 afgegeven en in 2014 gewijzigde Wabo vergunning. In die vergunning zijn voorschriften opgenomen ter veilig stelling van de recreatievaart. Het aantal bewegingen van binnenvaartschepen dient daartoe beperkt. In de Besluiten wordt hieraan voorbij gegaan, waardoor de veiligheid van recreanten in het geding komt. Ad 2. Geluid en trillingen a.

Trilling Reclamant is van mening dat de ontwerpbesluiten te kort schieten als het gaat om het aanleveren van gegevens op basis waarvan duidelijk inzicht kan worden verkregen in te verwachten risico’s voor kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. Eventuele (vervolg)schade door de zandwinning kan pas na afloop worden vastgesteld. Reclamant is van mening dat het hiervoor noodzakelijk is dat: • alvorens met de werkzaamheden wordt aangevangen voor de woningen aan de Rhedenseveerweg door een onafhankelijk bureau een volledige nulmeting wordt uitgevoerd, en • tijdens de werkzaamheden trillingsmetingen worden verricht bij bedreigde locaties. b. Geluidsbelasting De Woningen aan de Rhedenseveerweg 58 en hoger liggen in het buitengebied landelijk gebied, Waarvoor een Waarde van 30dB(A) geldt. De ambitieniveaus die Worden nagestreefd zijn aan de gehele Rhedenseveerweg onterecht die van “rustige woonwijk”. De geproduceerde kaarten in het rapport Van DGMR geven duidelijk aan dat verkeerslawaai op de Rhedenseveerweg geen invloed heeft. Het hoogst toelaatbare

zaaknummer Z/22/415723

pagina 19 van 40

niveau mag in landelijk gebied overeenkomstig de gemeentelijke richtlijnen, de 45 dB niet overschrijden. De Besluiten Voldoen hier niet aan. Ad 3 Verlaging Marsweg Reclamant is van mening dat het plan voorziet in een verlaging van de Marsweg. Reclamant is van mening dat dit leidt tot een stijging van het waterpeil in Rhederlaag van ca 70 cm ten opzichte van de huidige situatie. Bij hoogwater zal de Rhedenseveerweg dan ook eerder onder water staan. Bij hoge waterstanden is ook de invloed van trillingen op de doordrenkte bodem onder de woningen groter. Een bijkomend probleem hierbij, is dat de afvoer van hoogwater belemmerd wordt door de flessenhals, die bij de Havikerwaard is ontstaan door de wegverhogingen lange de IJssel. De overlast bij hoogwater zei door deze maatregel significant toenemen. Reclamant is dan ook van mening dat voor de voor de veiligheid van de bewoners dat: - de verlaging van de Marsweg uit het plan wordt geschrapt, - op te nemen in de voorschriften, dat tijdens hoogwater, de pontons buiten werking blijven. Ad 4 Waterkwaliteit Reclamant geeft aan dat bij de aangegeven instroomopening en verlaging Van de Marsweg het IJssel water direct door de recreatieplassen zal gaan stromen. Hierdoor zal de waterkwaliteit voor het recreatiegebied door de directe instroom van vervuild IJssel water ernstig verslechteren, hetgeen reclamant onaanvaardbaar acht.

De bijzonder goede waterkwaliteit van dit belangrijke recreatiegebied wordt nu door onderaardse toevoer van water van de Veluwe zo zuiver gehouden. De verwachting van eerder en meer hoogwaterbelasting voor de Rhedense Veerweg en slechtere waterkwaliteit in het recreatiegebied is indertijd bij de presentatie van de plannen voor het Klimaatpark IJsselpoort, door reclamant, al kenbaar gemaakt. Besluit Wij vinden de zienswijze ongegrond. Wijzigingen in bestemmingsplan De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Toelichting van de gemeenteraad In de nadere onderbouwing gaat reclamant vooral in op aspecten die zien op de ontgrondingvergunning. Ad 1. Algemeen De opmerking van reclamant, dat in de inleiding niet wordt ingegaan op de oorspronkelijke aanleiding tot realisatie van het waterrecreatiegebied Rhederlaag, delen wij niet. In hoofdstuk 1 Inleiding wordt in paragraaf 1.1 aanleiding op pagina 4 ingegaan op de aspecten die door reclamant zijn genoemd. Hierin staat aangegeven: ‘Dit recreatiegebied is mede met overheidssteun ontwikkeld

Zaaknummer Z/22/415723

pagina 20 van 40

en had als doelstelling het realiseren van een openbaar toegankelijk recreatiegebied. Intentie bij de ontwikkeling was de bestaande recreatieve druk op de Veluwe op deze wijze te verminderen.’ Ad 2. Geluid en trillingen a. Geluid Ten aanzien van het aspect geluid trekt de reclamant de gebiedsklassering van de woningen aan de Rhedense Veerweg nummer 58 en hoger, en de daaruit volgende toetsing en conclusies, in twijfel. De woningen aan de Rhedense Veerweg nummer 58 en hoger bevinden zich in Giesbeek net buiten de bebouwde kom. Onderstaande figuur toont de woningen in de omgeving.

figuur 1: locatie woningen Rhedense Veerweg 58 en hoger samen met de bebouwde kom Geluidonderzoek De woningen (nummer 58 t/m 68) zijn in het akoestisch onderzoek voor de kwalitatieve beoordeling ingedeeld als onderdeel van Giesbeek en vallen daarmee onder de categorie “woonwijken in Zevenaar en in de dorpen” met een ambitieniveau “redelijk rustig 45-50 dB(A)”. Voor de kwantitatieve beoordeling zijn deze woningen geschaard in de categorie “rustige woonwijk, weinig verkeer” uit tabel 4 van de Handreiking. De bijbehorende richtwaarde voor de dagperiode bedraagt 45 dB(A). Voor beide beoordelingen is in het akoestisch onderzoek voor de Rhedense Veerweg 70 en 78 een ander kader gehanteerd dan voor de woningen aan de Rhedense Veerweg nummer 58 t/m 68. Het gebiedstype rond de Rhedense Veerweg 70 is beschouwd “uiterwaarden en buitengebied met recreatiefunctie” met als ambitieniveau “rustig, 40-45 dB(A)” en “Landelijke omgeving 40 dB(A))”. De woning aan de Rhedense Veerweg 78 is beschouwd als bedrijfswoning aangezien deze woning in het bezit is van een mede-initiatiefnemer.

zaaknummer Z/22/415723

pagina 21 van 40

Reclamant is van mening dat de woningen nummer 58 en hoger zich in het buitengebied bevinden. Dit wordt niet verder onderbouwd of op een andere wijze aannemelijk gemaakt. In het akoestisch onderzoek is de bebouwing aan de Rhedense Veerweg 70 en 78 al beschouwd als buitengebied. Op deze bebouwing gaan we daarom niet verder in, in onze beantwoording. De woningen aan de Rhedense Veerweg 58 t/m 68 vormen samen een kleine buurtgemeenschap tegen de bebouwde kom van Giesbeek aan. De woningen zijn daarmee geen solitaire woningen in de landelijke, agrarische omgeving. De woningen bevinden zich daarnaast in de buurt van de jachthaven en recreatiegebieden. Vanwege deze eigenschappen zijn de woningen aan de Rhedense Veerweg 58 t/m 68 in het akoestisch onderzoek ingedeeld in de eerder genoemde categorieën. Het gebouw aan de Rhedense Veerweg 70 is daarbij vanwege het vrije karakter op grotere afstand van de bebouwde kom wel gezien als een woning in het buitengebied/landelijke gebied. Als de omgeving rondom de woningen wel gekarakteriseerd wordt als buitengebied/landelijke omgeving, zijn de normen behorende tot het “buitengebied” (Geluidbeleid) en “landelijke omgeving” (Handreiking) van toepassing voor de beoordeling van de geluidsbelasting vanwege de activiteiten van K3Delta.

Bij deze normen horen de ambitiewaarde “Rustig - 40 tot 45 dB(A)” en de richtwaarde van 40 dB(A) in de dagperiode uit tabel 4 van de Handreiking. In het akoestisch rekenmodel zijn de woningen aan de Rhedense Veerweg 58 t/m 68 gerepresenteerd met toetspunt 31 bij de Rhedense Veerweg 64. De maatgevende geluidsbelasting voor de kwalitatieve beoordeling bedraagt hier 39 dB(A). Deze geluidsbelasting valt in de geluidsklasse “Zeer rustig”. De maatgevende geluidsbelasting voor de kwantitatieve beoordeling bedraagt bij toetspunt 31 40 dB(A). Met deze geluidsbelasting voldoet K3Delta aan zowel het kader gesteld in het akoestisch onderzoek als aan het kader gevraagd door reclamant. b. Trillingen Reclamant geeft in de zienswijzen aan het niet eens te zijn met het uitgevoerde trilling onderzoek en de gehanteerde systematiek. Hierbij wordt in de zienswijze ingegaan op de uitspraak van de bestuursrechter van 14 juli 2016 (kenmerk 2016:3854), trilling hinder en schade in het verleden en de oriëntatie van het ponton Maxima. Gerechtelijke uitspraak Op 15 juli 2015 is door de gemeente Zevenaar een omgevingsvergunning verleend aan K3Delta voor de toen aangevraagde uitbreiding van de zandwinningsactiviteiten bij Rhederlaag. Deze zandwinningsactiviteiten zouden plaats gaan vinden bij drie gebieden, onder andere op korte afstand van de woningen (circa 100 meter).

Tegen deze vergunningverlening is in 2016 beroep ingesteld. Eén van de bezwaren ging over het milieuaspect trillingen. Onder meer op basis van dit bezwaar is het beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd. De rechtbank heeft in deze zaak voor het aspect trillingen vastgesteld dat: • zij niet twijfelt aan de afwezigheid van trillingen via de lucht; • het aannemelijk is dat als gevolg van zandwinning trillingen via grond/water ontstaan.

Zaaknummer Z/22/415723

pagina 22 van 40

Voor de trillingen via grond/water stelt de rechtbank, onder meer omdat de activiteiten op kortere afstand gingen plaatsvinden dan voorheen vergund (situatie 2011), dat de verweerder niet kon volstaan met de enkele stelling dat de uitbreiding van de zandwinning niet zal leiden tot overschrijding van de trillingsnormen. Verweerder had onderzoek moeten verrichten naar trillingshinder en de (eventuele) gevolgen van deze trillingen op omliggende trillingsgevoelige objecten, zoals woningen bijvoorbeeld met toepassing van “Meet- en beoordelingsrichtlijnen voor trillingen, SBR-richtlijn A, Schade aan gebouwen” en “SBR richtlijn B, hinder voor personen in gebouwen”, rekening houdend met de specifieke omstandigheden in het gebied. Trillingsonderzoek K3Delta heeft na de uitspraak van de rechtbank in 2016 haar activiteiten in het gebied heroverwogen. Er is daarbij gekozen om de afstand tussen de wingebieden en de woningen te vergroten. De kortste afstand van de nieuwe wingebieden tot aan de woningen aan de Rhedense Veerweg 58 tot en met 68 bedraagt meer dan 600 meter. Naastgelegen figuur geeft de nieuwe wingebieden (situatie 2022) weer. Voor de aangevraagde zandwinactiviteiten is door DGMR een trillingshinderonderzoek uitgevoerd en gerapporteerd in onze rapportage M.2017.0357.02.R003v6.

Dit onderzoek is overeenkomstig met de gerechtelijke uitspraak uitgevoerd, rekening houdend met de specifieke omstandigheden in het gebied waarbij getoetst wordt aan de normen uit de SBRpublicatie deel A en deel B. In de zienswijzen geven de appellanten aan dat onderzoeksmethode met behulp van metingen in Kalkar onjuist is vanwege de uitspraak van de bestuursrechter. Zij geven geen aanvullende onderbouwing of hebben dit op andere wijze aannemelijk gemaakt. Wij achten dat we met de opzet van ons trillingsonderzoek, waarbij we rekening houden met de specifieke omstandigheden in het onderzoeksgebied en toetsen aan de normen uit de SBRpublicatie, de situatie voldoende onderzocht hebben. In de zienswijzen vragen de appellanten of oriëntatie-eisen aan het ponton Maxima voldoen aan het concept ‘Beste Beschikbare Technieken’. In het onderzoek naar het milieuaspect geluid is alleen een oriëntatievoorkeur gegeven voor de zandzuiger De Steeg richting de woningen aan het Riverparc. Voor de overige richtingen, onder andere richting de woningen aan de Rhedense Veerweg, is gerekend met de maatgevende geluidsbelasting. De woningen op het Riverparc bevinden zich op kortere afstand tot het wingebied dan de woningen aan de Rhedense Veerweg nummer 58 t/m 68.

Met dit uitgangspunt wordt bij de woningen aan de Rhedense Veerweg voor zowel het aspect trillingen als het aspect geluid voldaan aan de gestelde kaders.

zaaknummer Z/22/415723

pagina 23 van 40

In de zienswijzen wordt ingegaan op schade en overlast vanwege winning in het verleden. Het gaat hierbij met name om de periode in de jaren ’90. In deze periode vond zandwinning plaats op korte afstand tot de woningen. Het wingebied sinds de jaren ’90 is in het figuur hiernaast weergegeven. De huidige aangevraagde winning is vanwege de significant grotere afstand tot de woningen niet te vergelijken met de situatie in de jaren ’90. Reclamant verwacht ondanks het uitgevoerde trillingsonderzoek hinder en schade vanwege de werkzaamheden van K3Delta bij de Rhederlaag. Reclamant vraagt daarom om nulmetingen aan de woningen en trillingsmetingen tijdens de werkzaamheden om overlast te voorkomen. Zoals aangegeven in de beantwoording is door DGMR Industrie, Verkeer en Milieu B.V. te Arnhem onderzoek verricht naar mogelijk optredende trillingen en de mogelijke consequenties hiervan in en aan omliggende woningen. Als toetsingskader voor dit onderzoek is aangehouden de SBR-publicatie Trillingen deel A (schade aan gebouwen) en deel B (hinder voor personen in gebouwen). De resultaten van dit onderzoek zijn neergelegd in het Rapport ’Trillingsonderzoek zandwinning Rhederlaag’ d.d. 8 september 2020. Dit Rapport maakt onderdeel uit van de aanvraag om ontgrondingsvergunning.

Uit het onderzoek blijkt dat trilling schade aan gebouwen te verwaarlozen is en dat ook trillinghinder voor personen binnen de overeengekomen streefwaarden blijft. Het aspect trillingen speelt derhalve geen rol in het kader van de afweging van de bij deze ontgronding betrokken belangen. Om deze reden is er geen nut en noodzaak om voorschriften aan de ontgrondingsvergunning te verbinden teneinde tegemoet te komen aan betrokkene dan wel het aspect trilling te voorkomen of te beperken. Ondanks dat de onderzoeken daar geen aanleiding toe geven heeft K3Delta toegezegd - in goed overleg - bij ondergetekenden van de zienswijze een nulmeting op laten nemen door een deskundig bureau. Ad 3 en 4 Verlaging Marweg en Waterkwaliteit Deze door reclamant aangehaalde zienswijzen zien niet op het voorliggende plan maar zijn een reactie op de plannen voor het Klimaatpark IJsselpoort. Het ontwerpbestemmingsplan Rhederlaag en de gecoördineerde ontwerp besluiten doen geen uitspraken over de verlaging van de Marsweg of maken dit mogelijk. We gaan daarom inhoudelijk niet verder in op deze punten uit de zienswijze.

Zaaknummer Z/22/415723

pagina 24 van 40

Zienswijze 9, Belangenvereniging Rhedenseveerweg te Giesbeek, zienswijze ingediend op 28 juni 2022 Samenvatting zienswijze Reclamant heeft in haar (pro forma) zienswijze aangegeven een nadere onderbouwing van de zienswijze in te dienen. Deze nadere onderbouwing hebben wij op 18 juli ontvangen. Reclamant geeft aan dat de zienswijze zich met name richt tegen: 1. algemeen; 2. geluid en trillingen; 3. verlaging Marsweg; 4. waterkwaliteit; Ad 1 Algemeen Op de verbeelding is, naar mening van reclamant, bij de Mobiele Boot Service, abusievelijk de enkele bestemming tuin' opgenomen. Naar mening van Reclamant moet dit ‘wonen en bedrijf' zijn, overeenkomstig de toezegging van de gemeente in 2013. Ad 2. Geluid en trillingen a. Trilling Reclamant is van mening dat de ontwerpbesluiten te kort schieten als het gaat om het aanleveren van gegevens op basis waarvan duidelijk inzicht kan worden verkregen in te verwachten risico’s voor kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. Eventuele (vervolg)schade door de zandwinning kan pas na afloop worden vastgesteld. Reclamant is van mening dat het hiervoor noodzakelijk is dat: • alvorens met de werkzaamheden wordt aangevangen voor de woningen aan de Rhedenseveerweg door een onafhankelijk bureau een volledige nulmeting Wordt uitgevoerd, en • tijdens de werkzaamheden trillingsmetingen worden verricht bij bedreigde locaties. b.

Geluidsbelasting De Woningen aan de Rhedenseveerweg 58 en hoger liggen in het buitengebied landelijk gebied, Waarvoor een Waarde van 30dB(A) geldt. De ambitieniveaus die Worden nagestreefd zijn aan de gehele Rhedenseveerweg onterecht die van “rustige woonwijk”. De geproduceerde kaarten in het rapport Van DGMR geven duidelijk aan dat verkeerslawaai op de Rhedenseveerweg geen invloed heeft. Het hoogst toelaatbare niveau mag in landelijk gebied overeenkomstig de gemeentelijke richtlijnen, de 45 dB niet overschrijden. De Besluiten Voldoen hier niet aan. Ad 3 Verlaging Marsweg Reclamant is van mening dat het plan voorziet in een verlaging van de Marsweg. Reclamant is van mening dat dit leidt tot een stijging van het waterpeil in Rhederlaag van ca 70 cm ten opzichte van de huidige situatie. Bij hoogwater zal de Rhedenseveerweg dan ook eerder onder water staan. Bij hoge waterstanden is ook de invloed van trillingen op de doordrenkte bodem onder de woningen groter.

zaaknummer Z/22/415723

pagina 25 van 40

Een bijkomend probleem hierbij, is dat de afvoer van hoogwater belemmerd wordt door de flessenhals, die bij de Havikerwaard is ontstaan door de wegverhogingen lange de IJssel. De overlast bij hoogwater zei door deze maatregel significant toenemen. Reclamant is dan ook van mening dat voor de voor de veiligheid van de bewoners dat: - de verlaging van de Marsweg uit het plan wordt geschrapt, - op te nemen in de voorschriften, dat tijdens hoogwater, de pontons buiten werking blijven. Ad 4 Waterkwaliteit Reclamant geeft aan dat bij de aangegeven instroomopening en verlaging Van de Marsweg het IJssel water direct door de recreatieplassen zal gaan stromen. Hierdoor zal de waterkwaliteit voor het recreatiegebied door de directe instroom van vervuild IJssel water ernstig verslechteren, hetgeen reclamant onaanvaardbaar acht. De bijzonder goede waterkwaliteit van dit belangrijke recreatiegebied wordt nu door onderaardse toevoer van water van de Veluwe zo zuiver gehouden. De verwachting van eerder en meer hoogwaterbelasting voor de Rhedense Veerweg en slechtere waterkwaliteit in het recreatiegebied is indertijd bij de presentatie van de plannen voor het Klimaatpark IJsselpoort, door reclamant, al kenbaar gemaakt. Besluit Wij vinden de zienswijze gedeeltelijk gegrond en gedeeltelijk ongegrond.

Wijzigingen in bestemmingsplan Wij passen het bestemmingsplan als volgt aan: De verbeelding van het bestemmingsplan wordt gewijzigd zodat de bedrijfswoning behorende bij Mobiele Boot Service binnen de bestemming bedrijf komt te liggen. Toelichting van de gemeenteraad Op het eerste punt na is de zienswijze van reclamant inhoudelijk gelijk aan zienswijze 8. In de nadere onderbouwing gaat reclamant vooral in op aspecten die zien op de ontgrondingvergunning. Ad 1. Algemeen Reclamant heeft gelijk dat een deel van de bebouwing (bedrijfswoning) is gelegen in de bestemming Tuin. Wij passen de verbeelding aan door de bebouwing binnen de bestemming bedrijf te leggen. Ad 2. Geluid en trillingen a. Geluid Ten aanzien van het aspect geluid trekt de reclamant de gebiedsklassering van de woningen aan de Rhedense Veerweg nummer 58 en hoger, en de daaruit volgende toetsing en conclusies, in twijfel. De woningen aan de Rhedense Veerweg nummer 58 en hoger bevinden zich in Giesbeek net buiten de bebouwde kom. Onderstaande figuur toont de woningen in de omgeving.

Zaaknummer Z/22/415723

pagina 26 van 40

figuur 1: locatie woningen Rhedense Veerweg 58 en hoger samen met de bebouwde kom Geluidonderzoek De woningen (nummer 58 t/m 68) zijn in het akoestisch onderzoek voor de kwalitatieve beoordeling ingedeeld als onderdeel van Giesbeek en vallen daarmee onder de categorie “woonwijken in Zevenaar en in de dorpen” met een ambitieniveau “redelijk rustig 45-50 dB(A)”. Voor de kwantitatieve beoordeling zijn deze woningen geschaard in de categorie “rustige woonwijk, weinig verkeer” uit tabel 4 van de Handreiking. De bijbehorende richtwaarde voor de dagperiode bedraagt 45 dB(A). Voor beide beoordelingen is in het akoestisch onderzoek voor de Rhedense Veerweg 70 en 78 een ander kader gehanteerd dan voor de woningen aan de Rhedense Veerweg nummer 58 t/m 68. Het gebiedstype rond de Rhedense Veerweg 70 is beschouwd “uiterwaarden en buitengebied met recreatiefunctie” met als ambitieniveau “rustig, 40-45 dB(A)” en “Landelijke omgeving 40 dB(A))”. De woning aan de Rhedense Veerweg 78 is beschouwd als bedrijfswoning aangezien deze woning in het bezit is van een mede-initiatiefnemer. Reclamant is van mening dat de woningen nummer 58 en hoger zich in het buitengebied bevinden. Dit wordt niet verder onderbouwd of op een andere wijze aannemelijk gemaakt. In het akoestisch onderzoek is de bebouwing aan de Rhedense Veerweg 70 en 78 al beschouwd als buitengebied.

Op deze bebouwing gaan we daarom niet verder in, in onze beantwoording. De woningen aan de Rhedense Veerweg 58 t/m 68 vormen samen een kleine buurtgemeenschap tegen de bebouwde kom van Giesbeek aan. De woningen zijn daarmee geen solitaire woningen in de landelijke, agrarische omgeving. De woningen bevinden zich daarnaast in de buurt van de jachthaven en recreatiegebieden. Vanwege deze eigenschappen zijn de woningen aan de Rhedense Veerweg 58 t/m 68 in het akoestisch onderzoek ingedeeld in de eerder genoemde categorieën.

zaaknummer Z/22/415723

pagina 27 van 40

Het gebouw aan de Rhedense Veerweg 70 is daarbij vanwege het vrije karakter op grotere afstand van de bebouwde kom wel gezien als een woning in het buitengebied/landelijke gebied. Als de omgeving rondom de woningen wel gekarakteriseerd wordt als buitengebied/landelijke omgeving, zijn de normen behorende tot het “buitengebied” (Geluidbeleid) en “landelijke omgeving” (Handreiking) van toepassing voor de beoordeling van de geluidsbelasting vanwege de activiteiten van K3Delta. Bij deze normen horen de ambitiewaarde “Rustig - 40 tot 45 dB(A)” en de richtwaarde van 40 dB(A) in de dagperiode uit tabel 4 van de Handreiking. In het akoestisch rekenmodel zijn de woningen aan de Rhedense Veerweg 58 t/m 68 gerepresenteerd met toetspunt 31 bij de Rhedense Veerweg 64. De maatgevende geluidsbelasting voor de kwalitatieve beoordeling bedraagt hier 39 dB(A). Deze geluidsbelasting valt in de geluidsklasse “Zeer rustig”. De maatgevende geluidsbelasting voor de kwantitatieve beoordeling bedraagt bij toetspunt 31 40 dB(A). Met deze geluidsbelasting voldoet K3Delta aan zowel het kader gesteld in het akoestisch onderzoek als aan het kader gevraagd door reclamant. b. Trillingen Reclamant geeft in de zienswijzen aan het niet eens te zijn met het uitgevoerde trillingsonderzoek en de gehanteerde systematiek.

Hierbij wordt in de zienswijze ingegaan op de uitspraak van de bestuursrechter van 14 juli 2016 (kenmerk 2016:3854), trillingshinder en schade in het verleden en de oriëntatie van het ponton Maxima. Gerechtelijke uitspraak Op 15 juli 2015 is door de gemeente Zevenaar een omgevingsvergunning verleend aan K3Delta voor de toen aangevraagde uitbreiding van de zandwinningsactiviteiten bij Rhederlaag. Deze zandwinningsactiviteiten zouden plaats gaan vinden bij drie gebieden, onder andere op korte afstand van de woningen (circa 100 meter). Tegen deze vergunningverlening is in 2016 beroep ingesteld. Eén van de bezwaren ging over het milieuaspect trillingen. Onder meer op basis van dit bezwaar is het beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd. De rechtbank heeft in deze zaak voor het aspect trillingen vastgesteld dat: • zij niet twijfelt aan de afwezigheid van trillingen via de lucht; • het aannemelijk is dat als gevolg van zandwinning trillingen via grond/water ontstaan. Voor de trillingen via grond/water stelt de rechtbank, onder meer omdat de activiteiten op kortere afstand gingen plaatsvinden dan voorheen vergund (situatie 2011), dat de verweerder niet kon volstaan met de enkele stelling dat de uitbreiding van de zandwinning niet zal leiden tot overschrijding van de trillingsnormen.

Verweerder had onderzoek moeten verrichten naar trillingshinder en de (eventuele) gevolgen van deze trillingen op omliggende trillingsgevoelige objecten, zoals woningen bijvoorbeeld met toepassing van “Meet- en beoordelingsrichtlijnen voor trillingen, SBR-richtlijn A, Schade aan gebouwen” en “SBR richtlijn B, hinder voor personen in gebouwen”, rekening houdend met de specifieke omstandigheden in het gebied.

Zaaknummer Z/22/415723

pagina 28 van 40

Trillingsonderzoek K3Delta heeft na de uitspraak van de rechtbank in 2016 haar activiteiten in het gebied heroverwogen. Er is daarbij gekozen om de afstand tussen de wingebieden en de woningen te vergroten. De kortste afstand van de nieuwe wingebieden tot aan de woningen aan de Rhedense Veerweg 58 tot en met 68 bedraagt meer dan 600 meter. Naastgelegen figuur geeft de nieuwe wingebieden (situatie 2022) weer. Voor de aangevraagde zandwinactiviteiten is door DGMR een trillingshinderonderzoek uitgevoerd en gerapporteerd in onze rapportage M.2017.0357.02.R003v6. Dit onderzoek is overeenkomstig met de gerechtelijke uitspraak uitgevoerd, rekening houdend met de specifieke omstandigheden in het gebied waarbij getoetst wordt aan de normen uit de SBRpublicatie deel A en deel B. In de zienswijzen geven de appellanten aan dat onderzoeksmethode met behulp van metingen in Kalkar onjuist is vanwege de uitspraak van de bestuursrechter. Zij geven geen aanvullende onderbouwing of hebben dit op andere wijze aannemelijk gemaakt. Wij achten dat we met de opzet van ons trillingsonderzoek, waarbij we rekening houden met de specifieke omstandigheden in het onderzoeksgebied en toetsen aan de normen uit de SBRpublicatie, de situatie voldoende onderzocht hebben. In de zienswijzen vragen de appellanten of oriëntatie-eisen aan het ponton Maxima voldoen aan het concept ‘Beste Beschikbare Technieken’.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zevenaar&id=5056a38b-6003-4b47-ada4-e3dc8912d922