Bijlage 1. 1037750 Ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
Ruimtelijke onderbouwing wijziging activiteiten Wienerberger in Pannerden Wienerberger BV, Pannerden 21 juni 2021
Kenmerk
R002-1281243BSV-V01-pws-NL
Verantwoording Titel
Ruimtelijke onderbouwing wijziging activiteiten Wienerberger in Pannerden
Opdrachtgever
Wienerberger B.V.
Projectleider
Ron Klaassen
Auteur(s)
Sven van den Bos
Tweede lezer
Suzanne Swenne
Projectnummer
1281243
Aantal pagina’s
26
Datum
21 juni 2021
Handtekening
Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.
Colofon TAUW bv Handelskade 37 Postbus 133 7400 AC Deventer T +31 57 06 99 91 1 E info.deventer@tauw.com
2/26
Kenmerk
R002-1281243BSV-V01-pws-NL
Inhoud 1
2
3
Inleiding ..................................................................................................................................... 5 1.1
Aanleiding .......................................................................................................................... 5
1.2
Ligging en beschrijving plangebied .................................................................................... 5
1.3
Vigerend bestemmingsplan ................................................................................................ 6
1.4
Leeswijzer .......................................................................................................................... 7
Beschrijving voorgenomen activiteit .......................................................................................... 8 2.1
Planbeschrijving ................................................................................................................. 8
2.2
Strijdigheid met vigerende bestemmingsplannen ............................................................ 10
Beleidskader ............................................................................................................................ 12 3.1
Rijksbeleid ........................................................................................................................ 12
3.1.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR, 2012) ............................................... 12
3.1.2
Barro/AMvB Ruimte (2011) ....................................................................................... 13
3.1.3
Ladder van duurzame verstedelijking ....................................................................... 13
3.2
Provinciaal beleid ............................................................................................................. 14
3.2.1
Omgevingsvisie Gelderland ...................................................................................... 14
3.2.2
Omgevingsverordening Gelderland .......................................................................... 15
3.3
Gemeentelijk beleid .......................................................................................................... 17
3.3.1 4
5
Omgevingsvisie Gelders Eiland 2030 ....................................................................... 17
Milieuthema’s........................................................................................................................... 18 4.1
M.e.r.-beoordeling ............................................................................................................ 18
4.2
Ecologie ........................................................................................................................... 19
4.3
Stikstof ............................................................................................................................. 20
4.4
Bodem .............................................................................................................................. 21
4.5
Water ................................................................................................................................ 22
4.6
Geluid ............................................................................................................................... 22
4.7
Externe veiligheid ............................................................................................................. 23
4.8
Lucht ................................................................................................................................ 25
4.9
Archeologie ...................................................................................................................... 25
Uitvoerbaarheid ....................................................................................................................... 26 5.1
Economische uitvoerbaarheid .......................................................................................... 26
3/26
Kenmerk
R002-1281243BSV-V01-pws-NL
5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid......................................................................................... 26
Bijlage 1
Natuurtoets LooPlan
Bijlage 2
Stikstofdepositie onderzoek 2020
Bijlage 3
Watertoets
Bijlage 4
Geluidsrapportage 2021
Bijlage 5
Rapportage luchtkwaliteit 2021
Bijlage 6
Vergunning Natuurbeschermingswet
4/26
Kenmerk
R002-1281243BSV-V01-pws-NL
1 Inleiding Wienerberger B.V. (hierna Wienerberger) produceert straatbakstenen in haar fabriek in Pannerden. Als bedrijf in de keramiek zet Wienerberger zich in voor circulaire producten en processen. Ook produceert Wienerberger lokaal, zo duurzaam en energiebewust mogelijk. Daarnaast gebruikt Wienerberger Nederlandse rivierklei als duurzame, hernieuwbare grondstof. Hierdoor draagt Wienerberger bij aan een duurzamere constructiesector.
1.1
Aanleiding
In de Lobberdense Waard worden plannen ontwikkeld in het kader van het landelijke project ’Ruimte voor de rivier’. De plannen rondom Lobberdense Waard hebben meerdere doelen, waaronder het realiseren van een waterstandsverlaging van 11 cm in de as van de rivier en het leveren van een bijdrage aan de realisatie van 500 hectare nieuwe riviergebonden natuur en realisatie van extensieve recreatieve elementen. Om dit te realiseren wordt een ontzanding in combinatie met natuurontwikkeling gerealiseerd in de Lobberdense Waard. Daarnaast worden de fabrieksterreinen beter ingepast in het landschap. In dit kader wordt door Wienerberger een deel van de kleiopslag van de oostelijke fabriek van Wienerberger verplaatst naar een nieuw terreindeel ten westen van de westelijke fabriek van Wienerberger. Na verplaatsing wordt het vrijkomende terrein bij de oostelijke fabriek ‘teruggegeven’ aan de natuur. Het nieuwe kleidepot is gelegen in de gemeente Zevenaar aan de noordoever van de Rijn. Aanvullend daarop wordt een deel van de bedrijfsgrenzen aangepast om zo beter aan te sluiten bij de huidige situatie.
1.2
Ligging en beschrijving plangebied
Steenfabriek Kijfwaard-West en Steenfabriek Kijfwaard-Oost van Wienerberger zijn gelegen aan de Kijfwaard 10 te Pannerden (gemeente Zevenaar). Aan de noord- en westzijde wordt het plan begrensd door waterpartijen en agrarische percelen in de Lobberdense waard. Aan de oostzijde ligt de westelijke fabriek van Wienerberger. Aan de zuidzijde liggen uiterwaardeweilanden en de rivier de Rijn. Zie ook figuur 1.1.
5/26
Kenmerk
R002-1281243BSV-V01-pws-NL
Figuur 1.1 Ligging fabriek Wienerberger
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Op de terreinen van Wienerberger gelden de volgende bestemmingsplannen (zie figuur 1.2): • Bestemmingsplan ’Steenfabriek De Kijfwaard’, dat op 25 juni 2013 is vastgesteld • Bestemmingsplan ’Buitengebied Pannerden 1979/1987’ (ter plaatse van nieuwe kleidepot) De huidige kleiopslag valt binnen het bestemmingsplan ’Steenfabriek De Kijfwaard’. Het nieuwe plangebied valt onder bestemmingsplan ‘Buitengebied Pannerden 1979/1987’, waar het terrein voor de nieuwe kleiopslag de functie ‘agrarisch uiterwaardengebied’ heeft. Momenteel is de gemeente bezig met een nieuw bestemmingsplan, ‘Gelders Eiland’, waar het plangebied onder zal komen te vallen. Het voorontwerp van dit nieuwe bestemmingsplan is op 3 maart 2021 vastgesteld en heeft vervolgens ter inzage gelegen. Binnen dit nieuwe bestemmingsplan krijgt het plangebied de bestemming ‘natuur’. Het plangebied heeft geen specifieke aanduiding ten behoeve van een kleiopslag, maar wel een gebiedsaanduiding ‘overige zone – Groene ontwikkelzone’. De Groene Ontwikkelingszones hebben een dubbele doelstelling: er is ruimte voor (economische) ontwikkeling mits natuurlijke systemen, de kernkwaliteiten van natuur en landschap en de samenhang tussen natuurgebieden versterkt worden.
Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - Groene ontwikkelingszone' zijn de gronden mede bestemd voor het behoud en de verbetering van de kernkwaliteiten van het desbetreffende gebied. In paragraaf 3.2.2 wordt hier nader op ingegaan.
6/26
Kenmerk
R002-1281243BSV-V01-pws-NL
Daarnaast krijgt het plangebied binnen het nieuwe bestemmingsplan de bestemming ‘Waterstaat – Stroomvoerend deel rivierbed’. Gronden aangewezen voor deze bestemming zijn mede bestemd voor de bescherming en het behoud van het stroomvoerend vermogen van het rivierbed. Op deze gronden mag uitsluitend ten behoeve van riviergebonden en niet-riviergebonden activiteiten worden gebouwd, mits er onder andere vooraf schriftelijk advies is ingewonnen bij de betrokken rivierbeheerder en overeenstemming is bereikt met de betrokken rivierbeheerder, het veilig functioneren van de waterstaat gewaarborgd blijft en er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de bescherming en het behoud van het stroomvoerend vermogen van het rivierbed. Voor dit project is al een waterwetvergunning verleend die dit mogelijk maakt (zie paragraaf 3.1.1).
Figuur 1.2 Geldende bestemmingsplannen
1.4
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt de voorgenomen ontwikkeling en de strijdigheid met het vigerende bestemmingsplan beschreven. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 het beleidskader van het Rijk, de provincie Gelderland en de gemeente Zevenaar toegelicht. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de relevante milieuthema’s. Tenslotte volgt in hoofdstuk 5 een beschrijving van de uitvoerbaarheid van het plan.
7/26
Kenmerk
R002-1281243BSV-V01-pws-NL
2 Beschrijving voorgenomen activiteit 2.1
Planbeschrijving
Steenfabriek Kijfwaard-West en Steenfabriek Kijfwaard-Oost van Wienerberger zijn gelegen aan de Kijfwaard 10 te Pannerden (gemeente Zevenaar). Wienerberger is voornemens een deel van de kleiopslag van de oostelijke fabriek te verplaatsen naar een nieuw terreindeel van de westelijke fabriek. Het nieuwe kleidepot is gelegen in de gemeente Zevenaar aan de noordoever van de Rijn. Het beoogde gebruik van de grond is het ter plaatse realiseren en ingebruikname van een nieuw kleidepot (zie figuur 2.1).
Figuur 2.1 Ligging fabriek Wienerberger en beoogde verplaatsing kleidepot
Daarnaast dient de bestaande bedrijfsgrens in overeenstemming gebracht te worden met het bestemmingsplan. In figuur 2.2 wordt aangegeven op welke plaatsen de grens van de inrichting van Kijfwaard West afwijkt van de verbeelding. Zoals te zien is gaat het niet alleen om de uitbreiding ten westen van de bestaande grens ten behoeve van het kleidepot, maar ook om: • Het terugleggen van de zuidgrens, in lijn met het huidig feitelijk gebruik •
Het uitbreiden van de industriële bestemming in de noord-oost hoek van dit deel van de steenfabriek, ook in lijn met het feitelijk gebruik (de huidige toegangspoort bevindt zich hier namelijk buiten het bouwvlak op de vigerende verbeelding)
8/26
Kenmerk
R002-1281243BSV-V01-pws-NL
Figuur 2.2 Beoogde grens van de inrichting ten opzichte van de vigerende plankaart voor de westelijke deellocatie
Figuur 2.3 toont aan op welke plaatsen de grens van de inrichting van Kijfwaard Oost afwijkt van de verbeelding. Het gaat hierbij om de volgende afwijkingen: • De recent gerealiseerde expeditie bevindt zich buiten het vigerende bouwvlak • De woningen aan de Kijfwaard hebben geen binding met de fabriek •
In het noorden, oosten en zuiden is de huidige feitelijke begrenzing van de industriële activiteiten (de grens van de inrichting) aangehouden, hiermee onder andere ook rekening houdend met de versmalling van de ‘terp’ zoals die is vastgelegd in de vigerende watervergunning
9/26
Kenmerk
R002-1281243BSV-V01-pws-NL
Figuur 2.3 Beoogde grens van de inrichting ten opzichte van de vigerende verbeelding voor de oostelijke deellocatie
2.2
Strijdigheid met vigerende bestemmingsplannen
De voorgenomen ontwikkelingen zijn in strijd met het vigerend bestemmingsplan ’Buitengebied Pannerden 1979/1987’. Het realiseren en ingebruikname van het nieuwe kleidepot aan de westelijke zijde van de steenfabriek (het betreffende perceel is bekend onder de kadastrale aanduiding: PANNERDEN, sectie C, nummer 568), is namelijk bestemd als ‘agrarisch uiterwaardengebied’. Zoals aangegeven in paragraaf 1.3 wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld (Gelders Eiland) voor het plangebied. Ook binnen het nieuwe bestemmingsplan zijn de voorgenomen ontwikkelingen in strijd met het bestemmingsplan. Zo krijgt de beoogde locatie voor het kleidepot hierin bestemming ‘natuur’. Hier is het niet toegestaan een buitenopslag of stalling van goederen ten behoeve van de bedrijfsactiviteiten te realiseren. Het realiseren van een kleidepot is dus strijdig met zowel het vigerende als toekomstige bestemmingsplan. Daarnaast wil men de industriële bestemming uitbreiden in de noordwesthoek van het westelijke deel van de steenfabriek (zie figuur 2.2). Op dit moment is dit perceel nog deels bestemd als ‘natuur’ en deels als ‘agrarisch met waarden’ volgens bestemmingsplan ‘Steenfabriek De Kijfwaard’. Ook vinden op een aantal plekken bestemmingscorrecties plaats om de activiteiten in overeenstemming te brengen met het huidig gebruik.
Hierbij zijn het voornamelijk plaatsen die niet in gebruik zijn als industriële bestemming.
10/26
Kenmerk
R002-1281243BSV-V01-pws-NL
Tot slot is er een recent gerealiseerd pand bij het oostelijk deel van de fabriek, welke zich bevindt buiten het vigerende bouwvlak (zie figuur 2.3). De huidige bestemming van dit perceel is ‘agrarisch met waarden’ volgens bestemmingsplan ‘Steenfabriek De Kijfwaard’. Het huidige gebruik is dus strijdig met het vigerende bestemmingsplan.
11/26
Kenmerk
R002-1281243BSV-V01-pws-NL
3 Beleidskader 3.1
Rijksbeleid
3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR, 2012) In 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte in werking getreden. In deze structuurvisie geeft het Rijk aan waar het naar streeft: Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Om dat te bereiken brengt het Rijk de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij degene die het aangaat en laat het meer over aan gemeenten en provincies ('decentraal, tenzij...'). Het Rijk kiest voor een selectieve inzet van rijksbeleid op 13 nationale belangen. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. De juridische borging van de nationale belangen vindt plaats in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Een van de nationale belangen luidt het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving. Hierin wordt onder andere ingegaan op het aspect milieukwaliteit. Een aantal regelingen is 'getrapt' vastgelegd. Dit wil zeggen dat de provincies en gemeenten verplicht zijn dit beleid nader uit te werken. Voor het plangebied zijn twee aspecten van de SVIR relevant. Ten eerste benadrukt de SVIR het belang van het versterken van de primaire waterkeringen (hoogwaterbeschermingsprogramma) en uitvoeren van het gebiedsgerichte deelprogramma Rivieren van het Deltaprogramma ten behoeve van het formuleren van een integrale strategie voor het rivierengebied.
In OostNederland gaat het deelprogramma Rivieren over de Waal, Neder-Rijn, Lek, IJssel en IJsselVechtdelta. De fabriek van Wienerberger ligt aan de Neder-Rijn en zou dus te maken kunnen hebben met dit onderdeel van de SVIR. In het voorontwerp van het nieuwe bestemmingsplan wordt echter niet gesproken over dit onderdeel van de SVIR. Ten tweede benadrukt de SVIR het belang van het tot stand brengen en beschermen van de (herijkte) EHS (tegenwoordig Natuurnetwerk Nederland), inclusief de Natura 2000-gebieden. De provincie Gelderland heeft de NNN geborgd in het Gelders Natuurnetwerk (GNN). Doel van het GNN is het treffen van maatregelen vanwege de bescherming, de instandhouding of het herstel van biotopen, leefgebieden, een gunstige staat van instandhouding en het Natuurnetwerk Nederland. Het plangebied valt niet binnen het GNN. Zodoende valt het plangebied ook buiten het Natuurnetwerk Nederland. Betekenis voor dit project Het plangebied valt niet binnen het Natuurnetwerk Nederland (zie figuur 3.1). Verder veroorzaakt het plangebied geen problemen voor de primaire waterkeringen aangezien de hoeveelheid verhard oppervlak per saldo niet toeneemt doordat het kleidepot verplaatst wordt in plaats van toegevoegd aan de bestaande gebouwde omgeving. Verder is in 2018 een waterwetvergunning verleend die de gewenste ontwikkeling mogelijk maakt.
Het voornemen is zodoende uitvoerbaar wat betreft de SVIR.
12/26
Kenmerk
3.1.2
R002-1281243BSV-V01-pws-NL
Barro/AMvB Ruimte (2011)
In samenhang met de SVIR is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro/AMvB Ruimte) opgesteld, waarin de nationale belangen uit de SVIR zijn opgenomen die juridische borging vragen. De AMvB Ruimte is gericht op verwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Bij het opstellen van bestemmingsplannen moeten gemeenten zich houden aan de regels van de AMvB Ruimte of betreffende verordening. De regels uit de AMvB Ruimte hebben onder meer betrekking op hoofdwegen en hoofdspoorwegen, defensie, Rijksvaarwegen, kustverdediging, de elektriciteitsvoorziening en de ecologische hoofdstructuur (inmiddels Natuurnetwerk Nederland). In het Barro 2012 zijn de volgende onderwerpen toegevoegd: reserveringen uitbereidingen weg en spoor, veiligheid vaarwegen, netwerk voor elektriciteitsvoorzieningen, buitendijkse uitbreidingsruimte in het IJsselmeer, bescherming van de (overige) primaire waterkeringen, reservering voor rivierverruiming Maas en Natuurnetwerk Nederland (NNN). Betekenis voor dit project De ontwikkeling is gepland in het uiterwaardengebied van het rivierbed, waarvoor in het Barro beleid is geformuleerd ter bescherming van de waterstaatkundige functie. In 2018 is een waterwetvergunning verleend die de waterstaatkundige functie en inpasbaarheid van de voorgenomen ontwikkeling heeft getoetst en goedgekeurd.
De ontwikkelingen zoals die zijn voorzien zijn uitvoerbaar wat betreft het Barro/AMvB Ruimte. 3.1.3
Ladder van duurzame verstedelijking
In artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening is vastgelegd dat bij plannen die een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk maken, de toelichting moet aantonen dat voldaan wordt aan een aantal voorwaarden. Deze ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geïntroduceerd om de ruimte in stedelijke gebieden optimaal te benutten. Met de Ladder voor duurzame verstedelijking wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd. Om te toetsen of een ontwikkeling voldoet aan de Ladder van duurzame verstedelijking wordt naar een aantal dingen gekeken. Allereerst wordt gekeken of er überhaupt sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Een stedelijke ontwikkeling wordt gedefinieerd als ‘een ontwikkeling of uitbreiding van een bedrijventerrein, een zeehaventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening of een andere stedelijke voorziening die voldoende substantieel is’. Wanneer een gebouw of terrein wordt toegevoegd, dan ligt de ondergrens voor stedelijke vernieuwing op bedrijventerreinen in beginsel op 500 m2. Vervolgens dient beoordeeld te worden of een stedelijke ontwikkeling nieuw is of een groter planologisch beslag legt op de ruimte.
Daarnaast moet gekeken worden naar het ruimtelijk verzorgingsgebied van en de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Tot slot, wanneer de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied ligt, dient gemotiveerd te worden waarom deze behoefte niet voorzien kan worden binnen bestaand stedelijk gebied.
13/26
Kenmerk
R002-1281243BSV-V01-pws-NL
Betekenis voor dit project Aangezien de bedrijfslocatie van Wienerberger wordt uitgebreid met een kleidepot van meer dan 500 m2 en daarmee de bedrijfsfunctie wordt verruimd, wordt geconcludeerd dat er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Doordat het nieuwe kleidepot kleiner is dan het oude depot (van ongeveer 3 hectare naar ongeveer 2 hectare) én de locatie van het oude depot ‘teruggegeven’ wordt aan de natuur, wordt geconcludeerd dat deze ontwikkeling géén groter planologisch beslag legt op de ruimte. Hierdoor wordt voldaan aan de ladder van duurzame verstedelijking.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1 Omgevingsvisie Gelderland De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland is op 19 december 2018 door Provinciale Staten van Gelderland vastgesteld en in werking getreden op 1 maart 2019. De visie beschrijft de ambities en beleidsdoelen op lange termijn voor de fysieke leefomgeving in Gelderland. Samen met de Omgevingsverordening loopt de provincie vooruit op de Omgevingswet. Deze wet biedt meer ruimte voor initiatieven en ontwikkelingen in het fysieke domein, in samenspraak met de omgeving. De provincie streeft naar een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Hiervoor hanteert de provincie een brede blik op de inrichting en kwaliteit van de Gelderse leefomgeving, waarin ontwikkelingen gestimuleerd worden en beschermd waar nodig. Dit wil de provincie bereiken door de focus te leggen op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Hiervoor zijn zeven thema’s benoemd om richting te geven aan verscheidene ambities: 1. Energietransitie 2. Klimaatadaptatie 3. 4. 5.
Circulaire economie Biodiversiteit Bereikbaarheid
6. Vestigingsklimaat 7. Woon- en leefklimaat De ambities binnen deze thema’s worden volgens vier principes nagestreefd: doen, laten, samen en zelf. Binnen dit kader maakt de provincie haar afwegingen. Betekenis voor dit project De thema’s die genoemd zijn in de Omgevingsvisie Gelderland zijn brede ontwikkelthema’s die indirect van invloed zijn op het huidig voornemen. Zo wordt het depot zo ingericht dat hemelwater afgevoerd wordt richting oppervlakte- of grondwater. Hiermee wordt geconcludeerd dat het depot klimaatbestendig wordt ingericht waarmee invulling wordt gegeven aan één van de thema’s en aansluit bij relevante principes uit de Omgevingsvisie.
14/26
Kenmerk
3.2.2
R002-1281243BSV-V01-pws-NL
Omgevingsverordening Gelderland
De Omgevingsverordening Gelderland is een juridisch instrument dat tot doel heeft om het beleid uit de Omgevingsvisie door te laten werken in gemeentelijke bestemmingsplannen. De omgevingsverordening heeft de status van ruimtelijke verordening, verkeersverordening, milieuverordening, natuurverordening en waterverordening. De voor het plangebied belangrijkste thema's zijn onderstaand op hoofdlijnen beschreven. Gelders natuurnetwerk (GNN) en Groene ontwikkelingszone (GO) Binnen het GNN zijn in principe geen nieuwe ontwikkelingen toegestaan. Hier geldt de ‘nee, tenzij’-benadering. De GO bestaat uit alle gebieden met een andere bestemming dan 'Natuur' binnen de voormalige Gelderse EHS. Binnen de GO is onder voorwaarden een uitbreiding en nieuwvestiging landelijke ontwikkeling toegestaan. Tevens is onder voorwaarden een beperkte uitbreiding van een stedelijke ontwikkeling toegestaan. De fabriek van Wienerberger en de geplande verplaatsing van het kleidepot vallen binnen de GO, zoals te zien is in figuur 3.1. Ganzenrustgebied Het plangebied valt binnen een Ganzenrustgebied (zie figuur 3.2).
Binnen een ganzenrustgebied is een nieuwe activiteit of ontwikkeling alleen toegestaan als: uit onderzoek blijkt dat deze activiteit of ontwikkeling wordt uitgevoerd op een locatie waar de nadelige gevolgen voor de functie als rustgebied voor overwinterende ganzen zoveel mogelijk worden beperkt; en na uitvoering minimaal 500 hectare in het betreffende Ganzenrustgebied overblijft.
15/26
Kenmerk
R002-1281243BSV-V01-pws-NL
Figuur 3.1 Overzicht Gelders natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone, met de fabriek van Wienerberger (rood) en nieuwe locatie kleidepot (zwart)
Figuur 3.2 Overzicht Ganzenrustgebied, met de fabriek van Wienerberger (rood) en nieuwe locatie kleidepot (zwart)
16/26
Kenmerk
R002-1281243BSV-V01-pws-NL
Betekenis voor dit project Het plangebied valt onder de Groene ontwikkelingszone. Onder voorwaarde is een uitbreiding van stedelijke ontwikkeling toegestaan. Doordat er echter geen sprake is van een uitbreiding, maar slechts een verplaatsing en enkele correcties van de huidige planologische begrenzing, is dit plan in overeenstemming met de Omgevingsverordening Gelderland. Daarnaast valt het plangebied binnen een Ganzenrustgebied. Ook hier geldt dat de ontwikkeling in overeenstemming is met de Omgevingsverordening, omdat het Ganzenrustgebied niet afneemt doordat er een uitruil van gronden plaatsvindt.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1 Omgevingsvisie Gelders Eiland 2030 In 2017 is door de voormalige gemeente Rijnwaarden de omgevingsvisie voor het Gelders Eiland 2030 vastgesteld. Deze visie schetst de kansen en uitdagingen voor het Gelders Eiland tot het jaar 2030. De gemeente wil samen met de saamhorige bevolking voortbouwen op de kansen die het Gelders Eiland biedt, zoals het afwisselende landschap, de mogelijkheden voor toerisme en recreatie en de werkgelegenheid in de agrarische sector en steenfabrieken. Om op deze kansen voort te kunnen bouwen dient rekening gehouden te worden met een aantal uitdagingen waar het Gelders Eiland voor staat, zoals vergrijzing, toenemende leegstand en negatieve marktomstandigheden voor de agrarische sector. Om vitaal en aantrekkelijk te blijven wil de regio een duurzaam, leefbaar, mooi en toeristisch Gelders Eiland stimuleren. Dit moet helpen om de economie te stimuleren en de leefbaarheid te vergroten en leegstand, afnemend voorzieningenaanbod en economische achteruitgang tegen te gaan. Betekenis voor dit project De voorgenomen plannen houden Wienerberger vitaal en versterken, door teruggave van een deel van het plangebied aan de natuur, de bestaande ecologische structuur. De voorgenomen ontwikkelingen en wijzigingen passen binnen de omgevingsvisie van het Gelders Eiland.
17/26
Kenmerk
R002-1281243BSV-V01-pws-NL
4 Milieuthema’s 4.1
M.e.r.-beoordeling
Wettelijk kader De (vormvrije) m.e.r.-beoordeling is een toets van het bevoegd gezag om te bepalen of bij ingrepen belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. Hiertoe wordt een aanmeldingsnotitie opgesteld. In een aanmeldingsnotitie wordt op objectieve wijze de informatie verzameld en gepresenteerd die voor de m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. Met de informatie in de aanmeldingsnotitie besluit het bevoegd gezag of een uitgebreidere m.e.r.-procedure nodig is. Plangebied De activiteiten van Wienerberger vallen onder categorie D.47 van de bijlage behorende bij het Besluit m.e.r.: De oprichting, wijziging of uitbreiding van een installatie bestemd voor het vervaardigen van keramische producten door middel van bakken, in het bijzonder dakpannen, bakstenen, vuurvaste stenen, tegels, aardewerk of porselein. In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een productiecapaciteit van 100 ton per dag of meer. Het betreft een bestaande situatie inclusief het verplaatsen van het, ook bestaande en vergunde activiteit met bijhorende milieubelasting, kleidepot waarbij geen sprake is van het vergroten van de reeds vergunde productiecapaciteit. Beoordeeld is dat er geen belangrijke nadelige effecten worden verwacht ten gevolge van het verplaatsen van het kleidepot.
Daarnaast worden de bestaande bedrijfsgrenzen in overeenstemming gebracht met het bestemmingsplan om beter aan te sluiten bij de huidige situatie. Ook hiervan worden geen belangrijke nadelige effecten verwacht. Conclusie In dit geval is er geen sprake van oprichting, wijziging of uitbreiding. Daarmee is het opstellen van een m.e.r.-aanmeldnotitie, in het kader van de procedure voor een omgevingsvergunning (besluit zoals genoemd in kolom 4) onderdeel milieu, niet noodzakelijk. Omdat het enkel het samenvoegen van twee bestaande inrichtingen met bestaande en vergunde activiteiten (ook het te verplaatsen kleidepot) worden er geen bijzondere omstandigheden verwacht op de locatie van het project die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu ter plaatse. Het opstellen van MER rapport is zodoende niet noodzakelijk. Het voornemen is daarmee uitvoerbaar.
18/26
Kenmerk
4.2
R002-1281243BSV-V01-pws-NL
Ecologie
Wettelijk kader De Nederlandse natuurbescherming is wettelijk verankerd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Bij een afwijking op het bestemmingsplan moet beoordeeld worden welke effecten die afwijking kan hebben op beschermde soorten, gebieden en bosopstanden, hoe die effecten waar nodig beperkt kunnen worden en in hoeverre voor de mogelijk gemaakte activiteiten een ontheffing / vergunning nodig is. Plangebied In december 2012 is door LooPlan (zie bijlage 1) een natuurtoets (ook wel ecologische voortoets of quickscan) uitgevoerd. In dit onderzoek wordt ingegaan op soorten- en gebiedsbescherming met betrekking op de voorgenomen ontwikkeling. Op basis van dit onderzoek is een vergunning (zie bijlage 5) in het kader van de Wet natuurbescherming afgegeven voor de verplaatsing van het kleidepot. De overige wijzigingen betreffen correcties van planologische situaties die in feite al aansluiten bij de huidige inrichting. Deze bestaande situatie heeft geen nadelige consequenties in het kader van de Wet natuurbescherming. Onderstaand wordt ingegaan op de conclusies uit de natuurtoets van LooPlan. Soortenbescherming Op het terrein van Wienerberger komen diverse beschermde soorten voor of zijn geschikte biotopen voor beschermde soorten aanwezig. Bij de in productieneming van nieuwe terreindelen kunnen verbodsartikelen uit de wet overtreden worden.
Echter, door het treffen van specifieke maatregelen kunnen deze overtredingen voorkómen of vermeden. Veel van de soorten en habitattypen waarvoor het gebied Gelderse Poort is aangewezen komen niet op de locatie van de steenfabriek voor. Een aantal soorten (broedvogels, steenmarter, rugstreeppad en kamsalamander) en één habitattype (alluviaal bos) wel. Door de verplaatsing van het kleidepot verdwijnt een deel van het Ganzenrustgebied. Echter, doordat het oude kleidepot teruggegeven wordt aan de natuur en een stuk agrarisch landschap aan de teen van de dijk wordt omgezet in grasland, wordt verlies van foerageergebied voor ganzen gecompenseerd. Gebiedsbescherming Het plangebied ligt niet binnen het Gelders Natuurnetwerk (GNN; en daarmee niet binnen Natuurnetwerk Nederland), maar ligt wel in de Groene ontwikkelingszone (GO; zie figuur 3.1). De aanleg van het kleidepot leidt tot een afname van de oppervlakte van de GO. Echter, door saldering kan het areaal gelijk blijven, waardoor de kernkwaliteiten niet worden aangetast. Bovendien helpt de verplaatsing van het kleidepot bij het versterken van de samenhang tussen natuurgebieden. De overige correcties van begrenzing van het terrein hebben geen nadelige effecten op de natuurwaarden in het gebied aangezien dit slechts formele grenscorrecties betreffen. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is vanuit het thema ecologie uitvoerbaar.
19/26
Kenmerk
4.3
R002-1281243BSV-V01-pws-NL
Stikstof
Wettelijk kader In Nederland zijn ongeveer 160 Natura 2000-gebieden aangewezen, gebieden met een Europese beschermingsstatus. Veel van die gebieden zijn (ook) gevoelig voor stikstofdepositie. Een verdere toename van de stikstofdepositie kan leiden tot ‘significante effecten’ op de beschermde natuurgebieden. Dit is alleen toegestaan met een Wet natuurbescherming vergunning (Wnbvergunning). In 2009 werd afgesproken het stikstofprobleem ‘programmatisch’ te gaan aanpakken. Dit heeft geleid tot ‘Programma Aanpak Stikstof’ (PAS), dat van 2017 tot mei 2019 in werking was. Met de uitspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 is het PAS komen te vervallen. Inmiddels worden vergunningaanvragen voor de Wet Natuurbescherming weer in behandeling genomen, waarbij aan onderstaande salderingsregelingen moet worden voldaan. In de nieuwe situatie mag niet meer stikstofdepositie plaatsvinden op de relevante Natura 2000gebieden dan dat er was in het referentiejaar. Bestaande inrichtingen kunnen nieuwe projecten realiseren als zij binnen de inrichting elders een reductie in stikstofemissies creëren. De netto stikstofemissie neemt zo niet toe. Dit wordt ‘intern salderen’ genoemd. Interne saldering geldt als onlosmakelijk onderdeel van een project en kan een vergunningplicht voorkomen als het nettoeffect na saldering nul is of zelfs afname van de depositie betekent.
Voor nieuwe inrichtingen of plannen is die optie er niet, omdat er geen sprake is van een referentiesituatie: het is immers nieuw. Voor bestaande inrichtingen en nieuwe projecten/inrichtingen bestaat de optie tot ‘extern salderen’. Dit is hetzelfde principe, namelijk dat de netto stikstofdepositie op relevante Natura 2000-gebieden hetzelfde blijft of afneemt ten opzichte van het referentiejaar. Extern salderen wordt echter als vorm van mitigatie beschouwd en is daarmee automatisch onderdeel van een Passende Beoordeling. Plangebied De steenfabrieken van Wienerberger te Pannerden zijn gelegen midden in het Natura 2000gebied Rijntakken. Op 14,5 km afstand is het Natura 2000-gebied Veluwe gelegen. Het nieuwe kleidepot is onderdeel van Kijfwaard West. Voor de fabriek Kijfwaard West zijn weinig veranderingen geweest die invloed hebben op de emissies van stikstofverbindingen ten opzichte van de Hinderwet beschikking van 10 december 1979. In 1979 was een maximaal aardgasverbruik van 1.135 m3/uur toegestaan, wat gelijk staat aan 53,2 miljoen stenen per jaar. Daaruit wordt herleid dat de maximale productie van de tunneloven niet wijzigde in 2011 toen het maximum van 55 miljoen bakstenen werd gesteld. In de beoogde situatie wordt een effect >0,00 mol/ha/jaar berekend op meerdere Natura 2000gebieden in binnen- en buitenland.
De verschilberekening, waarin de beoogde situatie wordt vergeleken met de referentiesituaties voor Kijfwaard Oost en Kijfwaard West, resulteert in een netto toename van 0,00 mol/ha/jaar voor stikstofdepositie op alle Natura 2000-gebieden.
20/26
Kenmerk
R002-1281243BSV-V01-pws-NL
Conclusie Uit de berekening van het beoogde situatie blijkt dat er meerdere gebieden zijn waar de depositie hoger is dan 0,00 mol/ha/jaar. Op basis van dit gegeven is door Wienerberger een aanvraagprocedure in het kader van de Wet natuurbescherming gestart. Er is door TAUW een stikstof depositie onderzoek uitgevoerd (zie bijlage 2). Deze rapportage is onderdeel van de aanvraag vergunning Wet natuurbescherming. In vergelijk met de referentiesituatie is er geen sprake van een toename in de stikstofdepositie op enig relevant Natura 2000-gebied. Daarmee is het voornemen uitvoerbaar wat betreft stikstof.
4.4
Bodem
Wettelijk kader Sinds Pannerden is toegetreden tot gemeente Zevenaar is er geen nieuwe Nota bodembeheer geformuleerd. Daarom is het relevante kader de ‘Nota bodembeheer Gemeente Rijnwaarden’ van 26 juni 2012. De Nota Bodembeheer gaat over het hergebruiksbeleid voor grond en baggerspecie in de Milieusamenwerking regio Arnhem (MRA). Bij allerlei graafwerkzaamheden en bewerkingen van de (water)bodem komt grond en/of baggerspecie vrij. De Bodembeheernota geeft aan hoe de vrijkomende grond en baggerspecie in en op de bodem kan worden hergebruikt. De nota kan worden gezien als een routewijzer voor het verantwoord omgaan met grond en baggerspecie. De nota is bedoeld voor iedereen die te maken heeft met grondverzet en biedt een kader voor gebruik, beoordeling en de handhaving van het hergebruiksbeleid voor grond en baggerspecie. De bodemkwaliteit is in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling van belang indien er sprake is van een functieverandering of ander gebruik. De bodem moet geschikt zijn voor de nieuwe functie(s). Het uitvoeren van een bodemonderzoek bij bouwactiviteiten is een verplichting uit het Besluit Indieningsvereisten. Voor de realisatie van functies waarbij sprake is van een langdurig verblijf (langer dan drie uur) van mensen is bodemonderzoek noodzakelijk.
Plangebied Zowel de verplaatsing van een kleidepot (schone grond) als het verleggen van de grenzen van het plangebied hebben geen invloed op de bodemkwaliteit. Daarom is in het kader van voorliggende aanvraag geen milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd. Indien sprake is van grondverzet dan is de Nota bodembeheer van Rijnwaarden van kracht. Conclusie Vanuit het thema bodem bezien is de verplaatsing van het kleidepot uitvoerbaar.
21/26
Kenmerk
4.5
R002-1281243BSV-V01-pws-NL
Water
Wettelijk kader - Watertoets Een belangrijke ontwikkeling in het waterbeleid is de Watertoets. Het doel van de Watertoets is waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen meer expliciet en op een evenwichtige manier in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundige relevante ruimtelijke plannen en besluiten. Het plangebied valt in het werkgebied van Waterschap Rijn en IJssel. Onderstaand is aangegeven op welke manier wordt omgegaan met de waterbelangen. Plangebied Aangezien de voorgenomen wijziging de verplaatsing van een kleidepot naar het nieuwe terreindeel van de westelijke fabriek betreft, zijn er geen significante effecten ten aanzien van water. Bovendien zorgt het verleggen van de grenzen van het plangebied er voor dat per saldo het oppervlak van het bedrijventerrein afneemt. Er is geen sprake van wijziging in hoeveelheid verhard oppervlak en het volume van het te verplaatsen kleidepot, waardoor er geen wijzigingen zijn in de waterhuishoudkundige situatie. Conclusie Het verplaatsen van het kleidepot heeft geen significante gevolgen voor de waterhuishouding in het plangebied. Bovendien is al een waterwetvergunning vergeven. Vanuit het thema water bezien is de verplaatsing van het kleidepot uitvoerbaar. Formeel is op 2 juni 2021 een watertoets ingediend bij waterschap Rijn en IJssel via www.dewatertoets.nl. De resultaten hiervan zijn toegevoegd in bijlage 3.
Uitkomst is dat sprake is van een normale watertoets waarbij afstemming plaats moet vinden met het waterschap. Omdat reeds een waterwetvergunning is verstrekt gaan we er vanuit dat dit een formaliteit betreft. Eventuele opmerkingen of aanvullingen vanuit het waterschap worden opgevolgd door Wienerberger. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen wijzigingen uitvoerbaar zijn wat betreft het aspect water.
4.6
Geluid
Wettelijk kader In de Wet geluidhinder zijn geluidhindernormen voor toelaatbare geluidniveaus opgenomen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in buitennormen (geluidbelasting op de gevel) en binnennormen (binnenwaarde). De geluidhindernormen gelden voor woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen gelegen binnen de geluidzone van een (spoor)weg of gezoneerd industrieterrein. Een geluidzone is een aandachtsgebied aan weerszijden van een (spoor)weg waarbinnen de geluidhindernormen van de Wet geluidhinder van toepassing zijn. Er dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening te worden onderbouwd of na realisatie van het plan sprake is van een aanvaardbare geluidsituatie. Er is gekeken naar de gevolgen van de nieuwe situatie op het aspect van geluidseffecten op de omgeving.
22/26
Kenmerk
R002-1281243BSV-V01-pws-NL
Plangebied In het kader van de revisie van de aanvraag Omgevingsvergunning is een akoestisch onderzoek gehouden voor het gehele terrein van Wienerberger. Om inzichtelijk te maken wat de cumulatieve geluidsbelasting is van zowel Kijfwaard-Oost als Kijfwaard-West, is gebruik gemaakt van de vigerende onderzoeken uit 2012 en 2015. Deze zijn aangevuld met enkele actualiseringen zodat de akoestisch modellering overeenkomt met de huidige bedrijfssituatie van de beide bedrijven. De actualiseringen betreffen enkele geluidsbronnen die erbij zijn gekomen of een ander bronvermogen hebben. Als gekeken wordt naar het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAR,LT) is er op slechts twee immissiepunten sprake is van overschrijding van de voorstel grenswaarde, te weten de immissiepunten w2 (dag) en o4 (avond; zie bijlage 4). Op deze punten is de overschrijding zodanig laag dat er net geen sprake is van onacceptabele overschrijding. Simulatie toont aan dat demping met nauwelijks effect heeft op het totaal geluidsniveau (LAr,LT). Wanneer toetsingstabel S4 (zie bijlage 4) verder beoordeeld wordt is te zien dat in algemene zin er alleen maar sprake is van ruime onderschrijding van de voorstel grenswaarden op basis van gemeentelijke geluidsbeleid en vergunde rechten. Dit impliceert dat de akoestische situatie overwegend verbetert ten opzichte van de vigerende situatie.
Als gekeken wordt naar het maximaal geluidsniveau (LAmax) is te zien dat er op geen enkel immissiepunt sprake is van overschrijding van de voorstel grenswaarden voor maximaal geluid (zie toetsingsresultaten van tabel S6 in bijlage 3). Er is juiste sprake van ruime onderschrijding van deze grenswaarden op de meeste immissiepunten. Ook van indirecte geluidshinder is geen sprake. Conclusie De gerapporteerde berekende geluidsimmissie ligt in de meeste gevallen ruim onder de voorstel grenswaarden. Over het algemeen is er dus sprake van daling van de geluidsimmissie. Hiermee behoeft de akoestische situatie derhalve geen belemmering te zijn voor de verplaatsing van het kleidepot.
4.7
Externe veiligheid
Wettelijk kader Het wettelijk kader voor de externe veiligheid bestaat uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Het Bevi heeft als doel om mensen in de buurt van bedrijven met gevaarlijke stoffen te beschermen, rekening houdend met individuen (plaatsgebonden risico) en groepen personen (groepsrisico). Het plaatsgebonden risico is het risico op een plaats nabij een risicobron, uitgedrukt in de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als gevolg van een ongewoon voorval bij de risicobron. Het groepsrisico is de cumulatieve kans per jaar dat ten minste tien mensen slachtoffer worden van een ongeval met gevaarlijke stoffen.
23/26
Kenmerk
R002-1281243BSV-V01-pws-NL
Verder bestaat het wettelijk kader uit de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi), het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de bijhorende Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb). Het huidige beleid voor ruimtelijke ordening in relatie tot transportroutes is afkomstig uit het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Sinds 1 april 2015 is ook de Regeling Basisnet van kracht. Het Basisnet is een landelijk aangewezen netwerk voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Plangebied De voorgenomen wijziging heeft geen gevolgen voor het aspect externe veiligheid. Ter plaatse van het nieuw kleidepot worden geen gevaarlijke stoffen opgeslagen en liggen geen gasdrukleidingen of andere buisleidingen met gevaarlijke stoffen (zie figuur 4.1). De effecten van het verplaatsen van het kleidepot vallen niet onder de werkingssfeer van de wetgeving rondom externe veiligheid. Het kleidepot is namelijk geen (beperkt) kwetsbaar object. Zodoende valt Wienerberger niet onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Toetsing aan dit aspect is daarom niet aan de orde. Conclusie De voorgenomen wijziging heeft geen effect op het aspect externe veiligheid.
Figuur 4.1 Risicokaart met onder andere gasleidingen en transportroutes. Plangebied in het zwart
24/26
Kenmerk
4.8
R002-1281243BSV-V01-pws-NL
Lucht
Wettelijk kader De Nederlandse wet- en regelgeving voor de luchtkwaliteit is opgenomen onder titel 5.2 van de Wet Milieubeheer (Wet luchtkwaliteit). Daarbij is sprake van grens- en richtwaarden voor concentraties van stoffen in de buitenlucht. Wanneer voldaan wordt aan de grenswaarden is de ontwikkeling inpasbaar. In de wet luchtkwaliteit is tevens het begrip 'niet in betekenende mate' (NIBM) geïntroduceerd. Wanneer een project een NIBM bijdrage aan de luchtkwaliteit kent, is het eveneens inpasbaar. Plangebied Ten behoeve van de revisievergunning voor het gehele bedrijf is een luchtkwaliteit onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is zodoende breder van opzet dan de ontwikkelingen die mogelijk worden gemaakt met deze ruimtelijke onderbouwing. Toetsing van de resultaten heeft plaatsgevonden aan de Wet luchtkwaliteit. In het onderzoek zijn de effecten op de luchtkwaliteit voor de volgende stoffen berekend: NO2, PM10, PM2,5 en SO2. Voor al deze parameters wordt geconcludeerd dat de luchtkwaliteit ruimschoots binnen de hiervoor gestelde grenswaarden blijft. Conclusie De voorgenomen wijziging is uitvoerbaar voor het onderdeel luchtkwaliteit.
4.9
Archeologie
Relevant kader Voor de bescherming van archeologische waarden is de Erfgoedwet van toepassing. Deze wet bundelt wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. De bedoeling is dat, wanneer de bodem wordt verstoord, archeologische resten intact moeten blijven (in situ). Wanneer dit niet mogelijk is, worden archeologische resten opgegraven en elders bewaard (ex situ). Plangebied De veranderingen in het plangebied hebben geen invloed op archeologische waarden in het gebied. Het terrein bij Kijfwaard West treft volgens de archeologische beleidskaart geen archeologische waarden. Conclusie Vanuit het thema archeologie zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling.
25/26
Kenmerk
R002-1281243BSV-V01-pws-NL
5 Uitvoerbaarheid 5.1
Economische uitvoerbaarheid
De kosten voor de realisatie van het kleidepot op een nieuwe locatie binnen het terrein komen volledig ten laste aan Wienerberger. De gemeente Zevenaar heeft hiermee de garantie dat er geen publieke, financiële middelen ter beschikking hoeven te worden gesteld voor deze ontwikkeling. Het project is daarmee economisch uitvoerbaar.
5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Door het geringe aantal inwoners en het lange voorafgaande proces waarbij belanghebbende stakeholders nauw betrokken zijn geweest wordt het project als maatschappelijk uitvoerbaar beschouwd.
26/26
Kenmerk
Bijlage 1
R002-1281243BSV-V01-pws-NL
Natuurtoets LooPlan
NATUURTOETS
Natuurtoets Bestemmingsplan Kijfwaard
COLOFON OPDRACHT
Het uitvoeren van een natuurtoets voor de wijziging van het bestemmingsplan Kijfwaard.
OPDRACHTGEVER
OPDRACHTNEMER
Wienerberger B.V. Postbus 217 6860 AE Oosterbeek
LOO PLAN, voor bos, natuur en landschap Diepesteeg 4 6994 CD De Steeg tel.: 026 – 351 41 74 fax: 026 – 443 10 48 info@looplan.nl www.looplan.nl
Contactpersoon
: de heer E. Koning
Ons kenmerk Datum
: 2012-562-05364 : 12 december 2012
Contactpersoon Medewerking van Vormgeving
: Marko Sinke : Arthur Hoffmann : Marianne Mooij
INHOUDSOPGAVE
1
INLEIDING
3
2
WERKWIJZE
4
3 3.1 3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.3
ONDERZOEKSRESULTATEN HET ONDERZOEKSGEBIED BESCHERMDE NATUURWAARDEN FLORA- EN FAUNAWET NATUURBESCHERMINGSWET ECOLOGISCHE HOOFDSTRUCTUUR
5 5 6 6 8 10
4 4.1 4.2 4.3
EFFECTANALYSE FLORA- EN FAUNAWET NATUURBESCHERMINGSWET ECOLOGISCHE HOOFDSTRUCTUUR
11 11 14 16
5 5.1 5.2 5.3
CONCLUSIE FLORA- EN FAUNAWET NATUURBESCHERMINGSWET ECOLOGISCHE HOOFDSTRUCTUUR
17 17 17 17
LITERATUURLIJST
BIJLAGEN
1
WETTELIJK KADER
2
VERBODSBEPALINGEN VAN DE FLORA- EN FAUNAWET
3
KAART ECOLOGISCHE HOOFDSTRUCTUUR
NATUURTOETS BESTEMMINGSPLAN KIJFWAARD
1
3
Inleiding
Voor de Lobberdense Waard bestaan plannen voor een grootschalige ontgronding en herinrichting in het kader van de PKB Ruimte voor de Rivier. Als gevolg van deze plannen zullen planologische grenzen aangepast moeten worden. Wienerberger treft voorbereidingen om een bestemmingsplanwijziging aan te vragen voor de productielocaties Kijfwaard. Met de wijziging zal de huidige perceelsbegrenzing veranderen. Dit heeft tot gevolg dat ook de grenzen of de functie van percelen van het Natura 2000-gebied Gelderse Poort en de Ecologisch Hoofdstructuur moeten worden aangepast. Om dit mogelijk te maken moet in beeld gebracht worden welke consequenties dit heeft voor de diverse beschermingsregimes op het gebied van natuur. Voordat de wijziging van het bestemmingsplan bekrachtigd kan worden, moet inzichtelijk gemaakt worden dat er geen negatieve gevolgen voor de beschermde natuurwaarden op zullen treden. De locatie wordt in één veldbezoek door een ecoloog onderzocht op de aanwezigheid van wettelijk beschermde soorten. Bij dit bezoek wordt, op basis van een brede ecologische kennis, een inschatting gemaakt van de kans op aanwezigheid van beschermde soorten. Bescherming van gebieden valt onder de Natuurbeschermingswet 1998. De Kijfwaard ligt binnen de invloedsfeer van het Natura 2000-gebied ‘Gelderse Poort’. Mogelijk hebben nieuwe activiteiten een effect op de beschermde waarden van dit gebied.
Er is in het kader van de Natuurbeschermingswet onderzocht of de wijziging van het bestemmingsplan kan conflicteren met de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied. Ook ligt het gebied (deels) binnen de grenzen van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Er is beoordeeld of er een toetsing aan de bepalingen van de EHS uitgevoerd dient te worden.
NATUURTOETS BESTEMMINGSPLAN KIJFWAARD
2
4
Werkwijze
Voorafgaand aan dit onderzoek zijn verschillende openbare bronnen geraadpleegd. Met deze bureaustudie is een indicatie verkregen van de bijzondere planten, dieren en gebieden in de omgeving. Op 13 september 2011 is het veldbezoek uitgevoerd door de heer drs. A.H. Hoffmann van Loo Plan. Arthur Hoffmann heeft zich gespecialiseerd in de natuurwetgevind en de Nederlandse flora en fauna. Jaarlijks verricht hij tal van quickscans en natuurtoetsen. Aanvullend is op 7 december 2012 een veldbezoek gebracht door de heer ing. C.A. Sinke om de aanwezige en potentiële natuurwaarden van het landbouwperceel ten westen van de productielocatie KijfwaardWest in kaart te brengen. Marko Sinke is meer dan 20 jaar als projectleider binnen Loo Plan verantwoordelijk voor natuuronderzoeken en planvorming. Het terrein is onderzocht op de aanwezigheid van en de geschiktheid voor beschermde plant- en diersoorten. Tevens is een algemene inschatting gemaakt of de aangrenzende terreinen geschikt zijn als leefgebied voor beschermde natuurwaarden. Immers, bepaalde werkzaamheden kunnen uitstralingseffecten hebben op aanliggende terreinen. Bovendien kunnen dieren die in die terreinen aanwezig zijn ook de onderzoekslocatie benutten.
NATUURTOETS BESTEMMINGSPLAN KIJFWAARD
3
Onderzoeksresultaten
3.1
Het onderzoeksgebied
5
De Kijfwaard ligt aan het Pannerdens Kanaal in de gemeente Rijnwaarden. Het gebied ligt deels binnen de grenzen van het Natura 2000-gebied Gelderse Poort en ook deels binnen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Het terrein is grotendeels in gebruik als productie en opslag van baksteen. Er staan diverse productiegebouwen en een groot deel wordt gebruikt voor de opslag van grondstoffen en eindproducten. Op het terrein en in de directe omgeving liggen verschillende stroken braakliggende grond, wateren en landbouwgronden. De waterplassen op het terrein van de steenfabriek zijn ontstaan door het achterblijven van regenwater in door grondverzet ontstane ondiepe delen. Op het terrein is nauwelijks hoge vegetatie (bomen en struiken) aanwezig. In de omgeving van het plangebied komt een uitbereid palet van wateren, bomenrijen, agrarische gronden en uiterwaarden voor.
Locatie plangebied.
NATUURTOETS BESTEMMINGSPLAN KIJFWAARD
3.2
6
Beschermde natuurwaarden
3.2.1 Flora- en faunawet PLANTEN
Op het terrein komen algemene, aan voedselrijke milieus aangepaste soorten voor. Specifieke biotopen die geschikt zijn voor beschermde plantensoorten zijn op het fabrieksterrein niet aanwezig. Het grasland op de uitbreidingslocatie is potentieel geschikt als stroomdalgrasland. Actueel is het grasland in gangbaar agrarisch gebruik en tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde soorten aangetroffen. Beschermde plantensoorten zijn niet aangetroffen en worden op grond van de aanwezige biotopen en het landgebruik niet verwacht.
BROEDVOGELS
Het is te verwachten dat algemene soorten als merel, koolmees en houtduif binnen het plangebied broeden. Langs de randen, die nu nog niet door de steenfabriek in gebruik zijn, broeden waarschijnlijk ook vogels in de aanwezige vegetatie. Ook hangen er verschillende nesten van de huiszwaluw aan het kantoor van de Kijfwaard. De huismus, die gebruikmaakt van jaarrond beschermde nesten, komt mogelijk in het plangebied voor. Er zijn geen plannen om dit kantoor te verbouwen of te renoveren, waardoor deze nesten niet verstoord zullen worden. In het plangebied komen algemene broedvogels voor.
ZOOGDIEREN
Tijdens het veldonderzoek zijn een vos, haas en (sporen van) reeën waargenomen. Deze soorten vallen onder het lichte beschermingsregime (tabel 1). Op basis van bekende verspreidingsgegevens is een aantal beschermde soorten (in de nabijheid) van het terrein te verwachten. Het gaat hierbij om steenmarter, bever en enkele vleermuissoorten. Das en waterspitsmuis zijn bekend op enige afstand van de Kijfwaard. Er wordt niet verwacht dat deze soorten in de nabije toekomst de Kijfwaard kunnen bereiken. Er liggen te veel barrières en ongeschikt leefgebied tussen de bekende populaties en de Kijfwaard. In het plangebied komen (mogelijk) steenmarter en bever voor.
VLEERMUIZEN
Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde vleermuizen aangetroffen. De fabrieken zijn ongeschikt als object om verblijfplaatsen voor vleermuizen te bevatten. De woonhuizen zijn mogelijk wel geschikt. Vleermuizen zullen het gebied met name om te foerageren benutten. De bomen kunnen mogelijk geschikt zijn als paarverblijfplaats van dwergvleermuizen. De te verwachten vleermuissoorten in de Kijfwaard zijn gewone en ruige dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis en meervleermuis. In het plangebied zijn verschillende soorten vleermuizen te verwachten.
7
NATUURTOETS BESTEMMINGSPLAN KIJFWAARD
VISSEN, AMFIBIEËN EN REPTIELEN
Op het fabrieksterrein liggen enkele (tijdelijke) waterpartijen. Een deel van deze wateren zijn ondiepe plassen waarin regenwater blijft staan. Daarnaast ligt er een sloot en een poeltje waarop water van de zuivering geloosd wordt. De sloot wordt 2 tot 3 keer per jaar uitgemaaid en is daardoor niet geschikt als leefgebied voor de genoemde soorten. In de (tijdelijke) wateren kan de rugstreeppad zich mogelijk voortplanten. Op de hoogwatervrije delen overwintert de kamsalamander. De wateren zijn niet geschikt als leefgebied voor beschermde vissen. De sloot wordt frequent uitgemaaid en andere wateren bieden te weinig beschutting en liggen geïsoleerd, waardoor deze onbereikbaar zijn. De ringslang is bekend uit het Rijnstrangengebied. Het is onwaarschijnlijk dat deze soort in de Kijfwaard voorkomt. De afstand tot de Rijnstrangen is groot en er ligt een groot gebied tussen dat ongeschikt is voor deze soort. In het plangebied komen (mogelijk) kamsalamander en rugstreeppad voor.
OVERIGE SOORTEN
Er zijn geen waardplanten of andere voor insecten interessante bloemen en planten. Beschermde insectensoorten stellen hoge eisen aan hun biotoop. De meeste beschermde insecten komen voor in heidegebieden, in vennen, veengebieden of moeras. Daar deze biotopen niet voorkomen in het studiegebied, is er een zeer geringe kans op de aanwezigheid van beschermde insectensoorten op deze locatie. In het plangebied komen geen andere beschermde soorten voor.
SAMENVATTING
In onderstaande tabel zijn de te verwachten soorten overzichtelijk samengevat.
Tabel Ff-wet
Soortgroep
Soort
Broedvogels
Algemene soorten
Zoogdieren
Steenmarter
Tabel 2
Bever
Tabel 3
Gewone dwergvleermuis
Tabel 3
Ruige dwergvleermuis
Tabel 3
Vleermuizen
Amfibieën
(AMvB artikel 75)
Laatvlieger
Tabel 3
Rosse vleermuis
Tabel 3
Meervleermuis
Tabel 3
Kamsalamander
Tabel 3
Rugstreeppad
Tabel 3
8
NATUURTOETS BESTEMMINGSPLAN KIJFWAARD
3.2.2 Natuurbeschermingswet De Gelderse Poort is als Natura 2000-gebied aangewezen voor een groot aantal soorten en habitattypen. In onderstaande tabel staan deze vermeld en tevens staat aangegeven of de betreffende soorten of habitattypen in het plangebied voor kunnen komen. Veel van de genoemde soorten komen alleen elders in de Gelderse Poort voor. De informatie is gebaseerd op de Atlas Groen Gelderland en een rapport van Bureau Waardenburg (Boer, de & Lensink, 2011) in het kader van de ontwikkelingen in de Lobberdense Waard. Binnen de grenzen van het nieuwe bestemmingsplangebied komen slechts beperkte oppervlakten grond voor die geschikt zijn als biotoop voor beschermde natuurwaarden. Voor veel soorten en habitattypen is het gebied niet geschikt als leefgebied.
Habitattypen
Omschrijving
Voorkomen in Kijfwaard
H3150
Van nature eutrofe meren met vegetatie van het type Magnopotamion
Nee
of Hydrocharition. H3270
Rivieren met slikoevers met vegetaties behorend tot het Chenopodion
Nee
rubri p.p. en Bidention p.p. H6120
*Kalkminnend grasland op dorre zandbodem.
Nee
H6430
Voedselrijke zoomvormende ruigten van het laagland, en van de
Nee
montane en alpiene zones. H6510
Laaggelegen schraal hooiland (Alopecurus pratensis, Sanguisorba
Nee
officinalis). H91E0
*Bossen op alluviale grond met Alnus glutinosa en Fraxinus excelsior
Ja
(Alno-Padion, Alnion incanae, Salicion albae). H91F0
Gemengde oeverformaties met Quercus robur, Ulmus laevis, Fraxinus
Nee
excelsior of Fraxinus angustifolia langs grote rivieren (Ulmenion minoris).
Habitatrichtlijnsoorten
Omschrijving
Voorkomen in Kijfwaard
H1095
Zeeprik
Nee
H1099
Rivierprik
Nee
H1102
Elft
Nee
H1106
Zalm
Nee
H1134
Bittervoorn
Nee
H1145
Grote modderkruiper
Nee
H1149
Kleine modderkruiper
Nee
H1163
Rivierdonderpad
Nee
H1166
Kamsalamander
Ja
H1318
Meervleermuis
Ja
H1337
Bever
Ja
9
NATUURTOETS BESTEMMINGSPLAN KIJFWAARD
Broedvogels Vogelrichtlijn
Omschrijving
Voorkomen in Kijfwaard
A004
Dodaars
Nee
A017
Aalscholver
Nee
A021
Roerdomp
Nee
A022
Woudaap
Nee
A119
Porseleinhoen
Nee
A122
Kwartelkoning
Nee
A197
Zwarte stern
Nee
A229
IJsvogel
Onzeker/incidenteel
A249
Oeverzwaluw
Onzeker/incidenteel
A272
Blauwborst
Nee
A298
Grote karekiet
Nee
Omschrijving
Voorkomen in Kijfwaard
Niet-broedvogels Vogelrichtlijn A004
Dodaars
Nee
A005
Fuut
Ja
A017
Aalscholver
Ja
A037
Kleine zwaan
Nee
A038
Wilde zwaan
Nee
A039a
Taigarietgans
Nee
A039b
Toendrarietgans
Ja
A041
Kolgans
Ja
A043
Grauwe gans
Ja
A050
Smient
Ja
A051
Krakeend
Ja
A052
Wintertaling
Ja
A054
Pijlstaart
Ja
A056
Slobeend
Ja
A059
Tafeleend
Ja
A068
Nonnetje
Ja
A094
Visarend
Nee
A103
Slechtvalk
Nee
A125
Meerkoet
Ja
A142
Kievit
Ja
A156
Grutto
Nee
A160
Wulp
Ja
NATUURTOETS BESTEMMINGSPLAN KIJFWAARD
10
3.2.3 Ecologische Hoofdstructuur Als gevolg van de herbegrenzing zullen enkele stukken land binnen de grenzen van de EHS komen te liggen en andere stukken zullen uit de EHS genomen moeten worden. Er wordt 2,55 hectare aan de EHS toegevoegd en 7,33 hectare EHS komt binnen de nieuwe grenzen van het bestemmingsplangebied (en vervalt dan als EHS) te liggen. 2,33 hectare ligt volgens de huidige EHS-kaart in de EHS, maar is in werkelijkheid reeds sinds jaar en dag onderdeel van de productielocatie van de steenfabriek. Dit wordt beschouwd als een fout op de kaart en niet meegenomen in de effectbeoordeling van de gevolgen op de EHS. Het gedeelte van het plangebied dat in de huidige situatie (zie bijlage 3, deelgebied 9A) binnen de grenzen van de EHS ligt, is deel van het label ‘grote natuurlijke eenheden’. ‘Grote natuurlijke eenheden’ zijn grote, deels nog te ontwikkelen, bos- en natuurgebieden die vanwege hun omvang goede mogelijkheden bieden voor een grootschalige en zo natuurlijk mogelijke ontwikkeling. Binnen grote natuurlijke eenheden vindt menselijke sturing zo veel mogelijk op landschapsschaal, en niet op perceelsniveau, plaats. Kernkwaliteiten van de grote natuurlijke eenheden zijn: Areaal van de grote natuurlijke eenheid (aaneengeslotenheid). Ongestoord verloop van natuurlijke processen in de grote eenheid.
Beheertypen uit het Natuurbeheerplan Gelderland 2012. De beheertypen binnen het terrein van de productielocaties Kijfwaard zijn benoemd als N.00.01: Nog om te vormen naar natuur (in roze).
De percelen hebben vanwege het agrarisch gebruik van de gronden geen actuele natuurwaarden en worden daarom aangeduid met het beheertype ‘nog om te vormen naar natuur’. Er zijn voor dit type geen kernkwaliteiten geformuleerd. In bijlage 3 is een kaart met de grenzen van de EHS in de huidige en nieuwe situatie opgenomen.
NATUURTOETS BESTEMMINGSPLAN KIJFWAARD
4
11
Effectanalyse
Voor het kunnen wijzigen van het bestemmingsplan moet op voorhand duidelijk zijn dat de wet- en regelgeving op het gebied van natuur de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet in de weg staat. De bestemming van enkele perceelsdelen, die binnen de nieuwe bestemmingsplangrens vallen, wijzigt van agrarisch in industrie. De terreindelen zullen worden opgehoogd en bij de huidige productielocatie gevoegd worden. De nieuwe delen zullen worden gebruikt voor de opslag van grondstoffen en eindproducten. Hieronder wordt besproken of er als gevolg van de functiewijziging een conflict met de wet- en regelgeving aan de orde is. Tevens wordt ingegaan op de mogelijkheden om de conflicten te vermijden of te mitigeren.