Agendabundel
Tekst van het document
€ 34,80
Per kwartaal
€ 139,20
Per jaar
€ 75,00
Per jaar
€ 10,80
Per dag
€ 54,00
Per week
€ 216,00
Per maand
€ 10.80
Per dag
€ 54,00
Per week
€ 216,00
Per maand
€ 10,40
Per gewijzigde vergunning
gratis
Indien de belastingplicht bij een vergunning in de loop van het kwartaal of jaar eindigt, bestaat recht op restitutie voor het aantal volle maanden dat na het einde van de belastingplicht resteert.
Zaaknummer Z/25/502403
pagina 5 van 8
Op de onderstaande kaart is parkeren bij een automaat aangegeven.
Zaaknummer Z/25/502403
pagina 6 van 8
Op de volgende kaart zijn de zones voor het vergunninghouders parkeren aangegeven.
Zaaknummer Z/25/502403
pagina 7 van 8
De voor 2026 geraamde kosten voor het opleggen van de naheffingsaanslag: Vaste informatieverwerkingskosten
€ 4.039
Variabele informatieverwerkingskosten
€ 9.745
Kosten van afschrijving
€ 36.596
Kosten van interest
€ 4.184
Personeelskosten: -
80% van € 183.586 (controleurs)
€ 185.712
60% van € 64.741 (bezwaar)
Overheadkosten (maximaal 50%)
€ 92.856
Totale kosten naheffingsaanslagen
€ 333.132
Het voor 2026 geraamde aantal naheffingsaanslagen is: 2536 De kosten gedeeld door het aantal te verwachte naheffingsaanslagen geeft een bedrag van € 131,36. Het wettelijk maximum te verhalen kosten van de naheffingsaanslag is vastgesteld op € 82,00. In artikel 10 stellen wij voor om voor 2026 de kosten voor de naheffingsaanslag vast te stellen op € 82,00. Behorend bij het raadsbesluit van 17 december 2025. De griffier Lennart Sluis
Zaaknummer Z/25/502403
pagina 8 van 8
Verordening toeristenbelasting 2026
De raad van de gemeente Zevenaar; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 4 november 2025 met nummer Z/25/502403 INT/25/1272787; gelet op artikel 224 van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2026, Artikel 1 Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: a. kampeermiddel: tent, tentwagen, kampeerauto, caravan dan wel enig ander onderkomen of ander voertuig of gewezen voertuig of een gedeelte daarvan, voor zover een uitzondering op de vergunningplicht uit artikel 22.26 van het vigerend Omgevingsplan van de gemeente Zevenaar geldt zoals die is bepaald in onderdeel b van artikel 22.27 van dit Omgevingsplan; een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf; b. kampeerterrein: terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht, en volgens die inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen merendeels ten behoeve van recreatief nachtverblijf; c. vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat deel uitmaakt van een kampeerterrein en dat ter beschikking wordt gesteld voor de plaatsing van hetzelfde kampeermiddel gedurende een seizoen of een jaar. d.
volgtijdige standplaats: een terrein of terreingedeelte dat deel uitmaakt van een kampeerterrein en dat ter beschikking wordt gesteld voor de volgtijdige plaatsing van verschillende kampeermiddelen. e. woning: een huis, een naar aard en inrichting vergelijkbare ander onderkomen of een deel van een huis of een vergelijkbaar onderkomen. f. particulier: een natuurlijk persoon die buiten de uitoefening van een bedrijf of beroep gelegenheid biedt tot verblijf. g. particulier verhuurde woning: een woning die door een particulier ter beschikking wordt gesteld voor het houden van verblijf met overnachting tegen een vergoeding in welke vorm dan ook. Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam 'toeristenbelasting' wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven.
Artikel 3 Belastingplicht 1. Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 1. 2. De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel 1. 3. Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf, is degene belastingplichtig die verblijf houdt als bedoeld in artikel 1. Artikel 4 Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven voor het verblijf: 1. van degene die verblijft in een instelling als bedoeld in artikel 4 van de Wet toetreding zorgaanbieders; 2. van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt als bedoeld in artikel 1 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers; Artikel 5 Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingjaar. Het aantal overnachtingen wordt gesteld op het aantal overnachtende personen vermenigvuldigd met het aantal nachten. Artikel 6 Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing 1.
Voor particulier verhuurde woningen en voor kampeermiddelen op vaste of volgtijdige standplaatsen kan het aantal overnachtingen bedoeld in artikel 5 op een bij de aangifte gedaan verzoek van de belastingplichtige forfaitair worden vastgesteld. 2. Bij de forfaitaire berekening voor particulier verhuurde woningen wordt per woning: a. het aantal overnachtende personen gesteld op het aantal slaapplaatsen. b. het aantal nachten gesteld op 80. 3. Bij de forfaitaire berekening voor kampeermiddelen op vaste standplaatsen of volgtijdige standplaatsen wordt per standplaats: a. het aantal overnachtende personen gesteld op 3 personen b. het aantal nachten gesteld op 55. Artikel 7 Belastingtarief 1. Het tarief bedraagt per persoon per overnachting: € 1,45. 2. In afwijking van het in het eerste lid genoemde tarief bedraagt het tarief per persoon per overnachting bij verblijf in een kampeermiddel: € 1,20. 3. In afwijking van het in het eerste lid genoemde tarief bedraagt het tarief per persoon per overnachting als deze verblijft als deelnemer aan of begeleider van een zogenoemde schoolwerkweek of als deelnemer aan of begeleider van een meerdaagse activiteit van een scoutinggroep of gelijksoortige organisatie: € 1,20. 4.
In afwijking van het in het eerste lid genoemde tarief bedraagt het tarief per persoon per overnachting als deze verblijft als deelnemer aan een meerdaagse activiteit van een sportvereniging of een cultuurvereniging en als deze verblijft als begeleider van voornoemde deelnemers: € 1,20. Artikel 8 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
Zaaknummer Z/25/502403
pagina 2 van 3
Artikel 9 Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 10 Aanslaggrens Belastingaanslagen van minder dan € 10,00 worden niet opgelegd. Artikel 11 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. 2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. Artikel 12 Kwijtschelding Het kwijtscheldingsbeleid is geregeld in de verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen. Artikel 13 Nachtverblijfregister 1. De belastingplichtige is gehouden per belastingjaar bij te houden een vanwege de gemeente kosteloos ter beschikking gesteld nachtverblijfregister of een ander door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar goedgekeurd register. 2. Het nachtverblijfregister bevat met betrekking tot ieder aan wie gelegenheid tot verblijf wordt verschaft, tenminste de gegevens zoals opgenomen in 438 van het Wetboek van Strafrecht en verder: a. het aantal overnachtende personen.
Artikel 14 Overgangsrecht De ‘Verordening toeristenbelasting 2025’ van 18 december 2024 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 15, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 15 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026. Artikel 16 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: 'Verordening toeristenbelasting 2026.' Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 17 december 2025. De griffier Lennart Sluis
zaaknummer Z/25/502403
De burgemeester Lucien van Riswijk
pagina 3 van 3
Verordening precariobelasting 2026 De raad van de gemeente Zevenaar; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 4 november 2025 met nummer Z/25/502403 INT/25/1272787; gelet op artikel 228 van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2026 Artikel 1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: a. jaar: een kalenderjaar; b. maand: een kalendermaand; c. week: een periode van zeven achtereenvolgende dagen; d. dag: een periode van 24 uren, aanvangende te 00.00 uur, of een gedeelte daarvan; e. vergunning: een door het gemeentebestuur verleende en in een gemeentelijke registratie opgenomen toestemming op grond waarvan een persoon een of meer voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond mag hebben. f. horecabedrijf: een horecabedrijf als bedoeld in artikel 2:27, eerste lid, sub a, van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Zevenaar; g. terras: een terras als bedoeld in artikel 2:27, eerste lid, sub b, van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Zevenaar; h. parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats waarvoor parkeerbelasting wordt geheven door middel van parkeerapparatuur. i. horecaconcentratiegebied i.h.k.v.
precariobelasting: Markt en Weverstraat te Zevenaar Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam precariobelasting wordt een directe belasting geheven ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, bedoeld of genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel. Artikel 3 Belastingplicht 1. De precariobelasting wordt geheven van degene die het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft, dan wel van degene ten behoeve van wie dat voorwerp of die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond aanwezig zijn. 2. In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt, indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, degene aan wie de vergunning is verleend of diens rechtsopvolger
aangemerkt als degene bedoeld in het eerste lid, tenzij blijkt dat hij niet het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft. Artikel 4 Vrijstellingen De precariobelasting wordt niet geheven: a. voor het hebben van voorwerpen, welke ingevolge een wettelijk voorschrift moeten worden gedoogd; b. voor voorwerpen, waarvan de gemeente Zevenaar genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is, met uitzondering van voorwerpen die in gebruik zijn bij een derde; c. voor voorwerpen, waarvoor ter zake reeds een privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen; d. voor niet-commerciële particuliere initiatieven, waaronder bijvoorbeeld te verstaan: wijk-, buurten straatfeesten, kindermarkten e.d. Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief 1. De precariobelasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel, met inachtneming van het overigens in deze verordening bepaalde. 2. Voor de berekening van de precariobelasting wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als volle eenheid aangemerkt. Artikel 6 Berekening van de precariobelasting 1. Voor de berekening van de precariobelasting wordt met betrekking tot een in de tarieventabel genoemde lengte- of oppervlaktemaat, een gedeelte daarvan als een volle eenheid aangemerkt. 2.
Indien een tarief per oppervlakte is vastgesteld, wordt de precariobelasting berekend naar de oppervlakte van de horizontale projectie van de voorwerpen, tenzij anders is bepaald. 3. De oppervlakte van andere dan rechthoekige voorwerpen wordt gesteld op het product van de twee aangrenzende zijden van een om het voorwerp geplaatste denkbeeldige rechthoek. 4. Indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, wordt voor de berekening van de precariobelasting aangesloten bij de maatgegevens in die vergunning alsmede bij de geldigheidsduur van die vergunning, tenzij blijkt dat het belastbaar feit zich gedurende een kortere periode heeft voorgedaan. In dat geval bestaat aanspraak op ontheffing. Artikel 7 Belastingtijdvak 1. In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, is het belastingtijdvak de periode waarvoor de vergunning is verleend, met dien verstande dat bij een kalenderjaaroverschrijdende geldigheidsduur van de vergunning het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar. 2.
In andere dan de in het eerste lid bedoelde gevallen, is het belastingtijdvak de in het kalenderjaar gelegen aaneengesloten periode gedurende welke het belastbaar feit zich voordoet of heeft voorgedaan. Artikel 8 Wijze van heffing De precariobelasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. De precariobelasting als bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel is verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
Zaaknummer Z/25/502403
pagina 2 van 4
2. Indien de belastingplicht van de precariobelasting als bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, is de precariobelasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten als er voor dat tijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3. Indien de belastingplicht van de precariobelasting als bedoeld in hoofdstuk 1 van de tarieventabel in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde precariobelasting als er in dat tijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Artikel 10 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald uiterlijk twee maanden na dagtekening van het aanslagbiljet. 2. In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in acht gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3.
In afwijking in zoverre van het eerste en tweede lid geldt, dat de verschuldigde bedragen automatisch geïncasseerd worden in twee gelijke termijnen indien het totaalbedrag van het aanslagbiljet minder dan € 50,00 of tussen de € 10.000,00 en € 30.000,00 bedraagt. 4. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 11 Kwijtschelding Het kwijtscheldingsbeleid is geregeld in de verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen. Artikel 12 Overgangsrecht De “verordening precariobelasting 2025” vastgesteld bij raadsbesluit van 18 december 2024 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op belastbare feiten die zich voor deze datum hebben voorgedaan. Artikel 13 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026. Artikel 14 Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening precariobelasting 2026”. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 17 december 2025 De griffier Lennart Sluis
zaaknummer Z/25/502403
De burgemeester Lucien van Riswijk
pagina 3 van 4
Tarieventabel behorende bij de “Verordening precariobelasting 2026” Hoofdstuk 1 Terras 1.1 Voor een terras behorende bij een horecabedrijf met een vergunning tot het open mogen houden van het terras tot een tijdstip gelegen na 22:00 uur, gelegen in het horecaconcentratiegebied, wordt een tarief per m², per jaar in rekening gebracht van € 33,80 1.2 Voor een terras, niet bedoeld in artikel 1.1 van deze tarieventabel, wordt een tarief per m2, per jaar in rekening gebracht van € 22,80 Hoofdstuk 2 Braderie Voor het houden van een braderie, blijkens een hiervoor afgegeven vergunning ingevolge de Algemene Plaatselijke Verordening, wordt per m2 een tarief berekend van € 0,46. Het aantal m2 wordt, tenzij anders blijkt, vastgesteld op de ingevolge de vergunning beschikbaar gestelde oppervlakte. Hoofdstuk 3 Roerende zaken op parkeerapparatuurplaatsen Voor het plaatsen van roerende zaken, niet zijnde motorvoertuigen, op een parkeerapparatuurplaats wordt een tarief berekend van € 3,60 per parkeerapparatuurplaats per dag. Behorend bij het raadsbesluit van 17 december 2025. De griffier Lennart Sluis
Zaaknummer Z/25/502403
pagina 4 van 4
Verordening marktgelden 2026 De raad van de gemeente Zevenaar; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 4 november 2025 met nummer Z/25/502403 INT/25/1272787; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet en de vigerende Verordening Fysieke Leefomgeving; besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en de invordering van marktgelden 2026 Artikel 1 Belastbaar feit Onder de naam 'marktgeld' wordt een recht geheven voor het hebben van een standplaats voor de verkoop van waren op het daartoe aangewezen terrein voor de warenmarkt, alsmede voor het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten verband houdende met de markt. Artikel 2 Belastingplicht Het marktgeld wordt geheven van degene aan wie de standplaats is toegewezen. Artikel 3 Maatstaf van heffing 1. Het marktgeld wordt bepaald aan de hand van de ingenomen ruimte. 2. Onder ingenomen ruimte wordt mede begrepen de ruimte, welke wordt ingenomen door voertuigen waarmede koopwaren worden aan- c.q. afgevoerd, alsmede de ruimte welke wordt ingenomen voor opslag van een reservevoorraad van koopwaren, al dan niet op of in voertuigen, tafels, e.d. geplaatst. 3. Het aantal strekkende meters wordt berekend over de grootste lengte van de ingenomen ruimte. Artikel 4 Belastingtarieven 1.
Het marktgeld bedraagt voor een dagstandplaats, als bedoeld in de Verordening fysieke leefomgeving gemeente Zevenaar, per dag: a. € 3,85 per strekkende meter of gedeelte daarvan bij een maximale diepte van de ingenomen ruimte van 2½ meter, met dien verstande dat het minimum marktgeld € 15,40 per standplaats bedraagt; b. indien de diepte van de ingenomen ruimte op enig punt meer bedraagt dan 2½ meter wordt het tweevoud van het onder a genoemde marktgeld geheven. 2. Het marktgeld voor een vaste standplaats, als bedoeld in de Verordening fysieke leefomgeving gemeente Zevenaar, bedraagt per kalenderkwartaal: a. € 35,60 per strekkende meter of gedeelte daarvan bij een maximale diepte van de ingenomen ruimte van 2½ meter, met dien verstande dat het minimum marktgeld € 142,55 per standplaats bedraagt; b. indien de diepte van de ingenomen ruimte op enig punt meer bedraagt dan 2½ meter wordt het tweevoud van het onder a genoemde marktgeld geheven.
Artikel 5 Belastingtijdvak Voor zover het marktgeld per dag wordt geheven, is het belastingtijdvak gelijk aan een dag. Ingeval het marktgeld per kalenderkwartaal wordt geheven, is het belastingtijdvak gelijk aan een kalenderkwartaal. Artikel 6 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang voor de per kwartaal verschuldigde rechten 1. De rechten bedoeld in artikel 4, tweede lid, zijn verschuldigd bij het begin van het belastingkwartaal of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingkwartaal aanvangt zijn de rechten bedoeld in artikel 4, tweede lid, verschuldigd voor zoveel dertiende gedeelten van de voor dat kwartaal verschuldigde rechten als er in dat kwartaal, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalenderweken overblijven. 3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingkwartaal eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel dertiende gedeelten van de voor dat kwartaal verschuldigde rechten bedoeld in artikel 4, tweede lid, als er in dat kwartaal, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalenderweken overblijven. Artikel 7 Ontstaan van de belastingschuld voor de overige rechten De rechten bedoeld in artikel 4, eerste lid, zijn verschuldigd bij de aanvang van het in gebruik nemen van de ruimte.
Artikel 8 Wijze van heffing Het marktgeld wordt geheven door middel van een schriftelijke gedagtekende kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel 9 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 dient het marktgeld, bedoeld in artikel 4, eerste lid, te worden voldaan op het tijdstip van het doen of uitreiken van de kennisgeving. 2. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 dient het marktgeld, bedoeld in artikel 4, tweede lid, te worden voldaan binnen 30 dagen na dagtekening van de kennisgeving. 3. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 10 Kwijtschelding Het kwijtscheldingsbeleid is geregeld in de verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen. Artikel 11 Overgangsrecht De ‘Verordening marktgeld’ 2025 van 18 december 2024 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Zaaknummer Z/25/502403
pagina 2 van 3
Artikel 12. Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026. Artikel 13. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: 'Verordening marktgeld 2026.' Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 17 december 2025. De griffier Lennart Sluis
Zaaknummer Z/25/502403
De burgemeester Lucien van Riswijk
pagina 3 van 3
Verordening rioolaansluitgeld 2026 De raad van de gemeente Zevenaar; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 4 november 2025 met nummer Z/25/502403 INT/25/1272787; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a onder b, van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en invordering van rioolaansluitgeld 2026 Artikel 1 Aard van de belasting 1. Voor het aansluiten van een eigendom op de door of vanwege de gemeente aangelegde openbare riolering, wordt onder de naam "rioolaansluitgeld" een recht geheven. 2. Onder het aansluiten van een eigendom, wordt in deze verordening verstaan het maken van een aansluiting op het hoofdriool en het leggen van één of meer buisleiding om ten behoeve van één of meer eigendommen lozing op het hoofdriool mogelijk te maken. Het aansluiten wordt gerealiseerd door het leggen van één of meer leidingen tot de te plaatsen controleput(ten), het maken van deze put(ten), alsmede het aansluiten van de rioolleiding(en) van het eigendom op deze put(ten). Artikel 2 Belastingplicht Het recht wordt geheven van degene die een aanvraag heeft ingediend, dan wel ten behoeve van wie een aanvraag is gedaan om een eigendom aan te sluiten op het gemeenteriool. Artikel 3 Tarief 1.
Het recht voor het aansluiten van een eigendom op een door of vanwege de gemeente aangelegde openbare riolering bestaat uit de werkelijke kosten van het realiseren van de aansluiting. Het bedrag van de te maken kosten wordt voorafgaand aan de aanleg aan belastingplichtige medegedeeld, met een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. Indien een begroting is uitgebracht, wordt de aanleg op zijn vroegst uitgevoerd de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de belastingplichtige ter kennis is gebracht, tenzij belastingplichtige de begroting aanvecht. 2. Het recht wordt niet geheven voor het aansluiten van: a. onroerende zaken voor zover die bestemd zijn te worden gebruikt voor de publieke dienst van de gemeente, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die bestemd zijn te worden gebruikt voor het geven van onderwijs; b. onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning. 3.
Eigendommen, welke in verband met de uitoefening van een beroep, bedrijf of anderszins als een eenheid kunnen worden beschouwd, worden voor de toepassing van deze verordening als één eigendom aangemerkt, tenzij wordt verzocht om voor elk van de eigendommen afzonderlijke aansluitingen op het hoofdriool tot stand te brengen.
Artikel 4 Wijze van heffing Het rioolaansluitgeld wordt geheven door middel van een schriftelijke gedagtekende kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel 5 Tijdstip van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 dient het rioolaansluitgeld te worden betaald binnen één maand na de dagtekening van de kennisgeving. 2. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het voorgaande lid gestelde termijn. Artikel 6 Kwijtschelding Het kwijtscheldingsbeleid is geregeld in de verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen. Artikel 7 Overgangsrecht De ‘Verordening rioolaansluitrecht 2025’ van 18 december 2024 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 8, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 8 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026. Artikel 9 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: 'Verordening rioolaansluitgeld 2026.' Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 17 december 2025.
De griffier Lennart Sluis
zaaknummer Z/25/502403
De burgemeester Lucien van Riswijk
pagina 2 van 2
Verordening lijkbezorgingsrechten 2026
De raad van de gemeente Zevenaar; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 4 november 2025 met nummer Z/25/502403 INT/25/1272787, gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en de invordering van lijkbezorgingsrechten 2026 Artikel 1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: a. begraafplaatsen: de algemene begraafplaatsen - Rosorum te Zevenaar; - te Angerlo; - de Hove te Lobith; - te Pannerden b. particulier graf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: - het doen begraven en begraven houden van lijken; - het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; - het doen verstrooien van as; c. algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van lijken; d. particulier een particulier graf bestemd voor een persoon jonger dan 12 jaar; kindergraf: e. algemeen een algemeen graf bestemd voor een persoon jonger dan 12 jaar; kindergraf: f. particulier een graf, waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend urnengraf: recht is verleend tot: - het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen - het doen verstrooien van as; g.
algemeen een graf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot het urnengraf: doen bijzetten van asbussen met of zonder urnen; h. particuliere een nis waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend urnennis recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; i. asbus: een bus ter berging van as van een overledene; j. urn: een voorwerp ter berging van een of meer asbussen; k. verstrooiingsveld: een permanent daartoe bestemd terrein waarop as wordt verstrooid, dan wel een plaats waarvoor voor bepaalde of onbepaalde tijd het recht is verleend om as te doen verstrooien; l. herdenkingszuil: een zuil bij het verstrooiingsveld, waarop een gedenkteken kan worden
m.
gedenkteken:
n. o.
graf: grafkelder:
p.
particuliere gedenkplaats:
aangebracht met de naam van de overledene waarvan de as op het verstrooiingsveld of elders is uitgestrooid; een op een graf, urnennis of herdenkingszuil te plaatsen staand of liggend gedenkteken; een zandgraf of een keldergraf; een betonnen of gemetselde constructie waarin een of meerdere lijken worden begraven of asbussen worden bijgezet; grafkelders kunnen onderdeel zijn van een bovengrondse muur of wand; een plaats waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend om overledenen te gedenken.
Artikel 2 Belastbaar feit Op basis van deze verordening worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaatsen en voor het door of vanwege de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaatsen. Artikel 3 Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt. Artikel 4 Vrijstellingen 1. Geen rechten worden geheven ten aanzien van uitgifte en verlenging van het uitsluitend recht op graven die zijn aangemerkt als graf waarin een KNIL-veteraan, al dan niet gezamenlijk met zijn partner, wordt of ligt begraven. 2. De vrijstelling als bedoeld in lid 1 geldt gedurende de periode 1 januari 2026 tot 1 januari 2060. Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief 1. De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2. Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel 6 Wijze van heffing De rechten worden geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld.
Het gevorderde bedrag wordt door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt Artikel 7 Ontstaan van de belastingschuld De rechten zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen. Artikel 8 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de rechten worden betaald binnen 30 dagen na de dagtekening van de schriftelijke kennisgeving. 2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn. Artikel 9 Kwijtschelding Het kwijtscheldingsbeleid is geregeld in de verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen. Artikel 10 Overgangsrecht Zaaknummer Z/25/502403
pagina 2 van 7
1. De ‘Verordening lijkbezorgingsrechten 2025’ van 18 december 2024 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 11, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in artikel 11, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, blijft de in het eerste lid genoemde verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover de heffing van de rechten hiervoor in die periode plaatsvindt. Artikel 11 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026. Artikel 12 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als; “Verordening lijkbezorgingsrechten 2026”. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 17 december 2025 De griffier Lennart Sluis
Zaaknummer Z/25/502403
De burgemeester Lucien van Riswijk
pagina 3 van 7
Tarieventabel behorende bij de Verordening lijkbezorgingsrechten 2026
Tarief 2026
Hoofdstuk 1 Verlenen van rechten 1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
8.
Voor het verlenen van het uitsluitend recht tot het in een particulier graf doen begraven en begraven houden van lijken of het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen, wordt geheven: a. voor een periode van 30 jaar:
€ 4.124,00
b. voor een periode van 20 jaar:
€ 2.980,00
Voor het verlengen van het in lid 1 genoemde uitsluitend recht wordt geheven: a. voor elke periode van 10 jaar:
€ 1.339,00
b. voor elke periode van 5 jaar:
€ 668,00
Voor het verlenen van het uitsluitend recht tot het in een enkel particulier graf doen begraven en begraven houden van lijken of het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen, wordt geheven: a. voor een periode van 30 jaar:
€ 2.062,00
b. voor een periode van 20 jaar:
€ 1.490,00
Voor het verlengen van het in lid 3 genoemde uitsluitend recht wordt geheven: a. voor elke periode van 10 jaar:
€ 670,00
b. voor elke periode van 5 jaar:
€ 334,00
Voor het verlenen van het uitsluitend recht tot het in een particulier kindergraf doen begraven en begraven houden van lijken of het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen, wordt geheven a. voor een periode van 30 jaar:
€ 668,00
b. voor een periode van 20 jaar:
€ 447,00
Voor het verlengen van het in lid 5 genoemde uitsluitend recht wordt geheven: a. voor elke periode van 10 jaar:
€ 292,00
b. voor elke periode van 5 jaar:
€ 147,00
Voor het verlenen van het uitsluitend recht tot het in een particulier urnengraf doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen wordt geheven: a. voor een periode van 30 jaar:
€ 3.209,00
b. voor een periode van 20 jaar:
€ 2.325,00
Voor het verlengen van het in lid 7 genoemde uitsluitend recht wordt geheven: a. voor elke periode van 10 jaar:
€ 764,00
b. voor elke periode van 5 jaar:
€ 382,00
Zaaknummer Z/25/502403
pagina 4 van 7
9.
Voor het verlenen van het uitsluitend recht tot het in een particuliere urnennis bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen wordt geheven a. voor een periode van 30 jaar:
€ 2.827,00
b. voor een periode van 20 jaar:
€ 2.052,00
10.
Voor het verlengen van het in lid 9 genoemde uitsluitend recht wordt geheven: a. voor elke periode van 10 jaar:
€ 975,00
b. voor elke periode van 5 jaar:
€ 484,00
11. 12. 13.
Voor het omzetten van een algemeen graf naar een particulier graf wordt geheven Voor het omzetten van een algemeen kindergraf naar een particulier kindergraf wordt geheven Indien overeenkomstig artikel 24 van de Wet op de Lijkbezorging tot gehele of gedeeltelijke geslotenverklaring van de begraafplaats wordt overgegaan, bestaat - voor zover nog geen tweede begraving in een graf of tweede bijzetting van een asbus in een particulier urnengraf of particuliere urnennis heeft plaatsgevonden aanspraak op restitutie van van het geheven recht
€ 2.405,00 € 1.407,00 50%
Hoofdstuk 2 Begraven 1.
Voor het begraven van een lijk van een persoon van 12 jaar of ouder in een algemeen graf wordt geheven:
€ 2.605,00
2.
voor het begraven van een lijk van een kind jonger dan 12 jaar of van een doodgeboren kind en/of onvoldragen vrucht in een algemeen graf wordt geheven voor het begraven van een lijk van een persoon van 12 jaar of ouder in een particulier graf wordt geheven
€ 891,00
3. 4.
5.
€ 1.272,00
voor het begraven van een lijk van een kind jonger dan 12 jaar of van een doodgeboren kind en/of onvoldragen vrucht in een particulier kindergraf wordt geheven De in het eerste tot en met vierde lid genoemde rechten worden verhoogd:
€ 714,00
a. indien het begraven geschiedt op zondagen, algemeen erkende christelijke en nationale feestdagen, nieuwjaarsdag, alsmede op zaterdagen vóór 8.30 uur of na 16.00 uur, met: b. indien het begraven geschiedt op maandag tot en met vrijdag vóór 8.30 uur of na 16.00 uur, met:
100%
50%
Hoofdstuk 3 Bijzetten van asbussen en verstrooiing 1.
Voor het bijzetten van een asbus in een algemeen graf wordt geheven: a. voor een asbus, bevattende de as van een overleden persoon van 12 jaar of ouder
Zaaknummer Z/25/502403
€ 2.458,00
pagina 5 van 7
b. voor een asbus, bevattende de as van een overleden kind jonger dan 12 jaar of van een doodgeboren kind en/of onvoldragen vrucht: 2.
Voor het bijzetten van een asbus in een algemeen urnengraf wordt geheven: a. voor een asbus, bevattende de as van een overleden persoon van 12 jaar of ouder b. voor een asbus, bevattende de as van een overleden kind jonger dan 12 jaar of van een doodgeboren kind en/of onvoldragen vrucht
€ 1.231,00
€ 2.057,00 € 1.025,00
3.
Voor het bijzetten van een asbus in een particulier urnengraf of in een urnennis wordt geheven
€ 478,00
4.
Voor het bijzetten van een asbus in een particulier graf wordt geheven
€ 478,00
5.
Voor het verstrooien van de as van een overledene op het verstrooiingsveld wordt geheven: a. zonder aanwezigheid van belangstellenden
€ 156,00
b. in aanwezigheid van een of meerdere belangstellenden
€ 262,00
6.
De in het eerste tot en met vijfde lid genoemde rechten worden verhoogd: a. indien het bijzetten of verstrooien geschiedt op zondagen, algemeen erkende christelijke en nationale feestdagen, nieuwjaarsdag, alsmede op zaterdagen vóór 8.30 uur of na 16.00 uur, met:
100%
b. indien het bijzetten of verstrooien geschiedt op maandag tot en met vrijdag vóór 8.30 uur of na 16.00 uur, met:
50%
Hoofdstuk 4 Plaatsen gedenkteken en verlengen algemeen (urnen) graf 1.
Voor een vergunning voor het plaatsen van een gedenkteken op een graf, een urnengraf, een urnennis of een herdenkingszuil wordt geheven:
€ 210,00
2.
Voor het verlengen van het in stand houden van een gedenkteken op een herdenkingszuil wordt per periode van 5 jaar geheven:
€ 108,00
3.
Voor het verlengen van het in stand houden van een algemeen graf of een algemeen kindergraf wordt per periode van 5 jaar geheven:
€ 695,00
4.
Voor het verlengen van het in stand houden van een algemeen urnengraf wordt per periode van 5 jaar geheven:
€ 496,00
Hoofdstuk 5 Lichten van een lijk of asbus 1.
Voor het lichten van een lijk wordt, behalve wanneer dit op rechterlijk bevel geschiedt, geheven:
2.
Voor het na lichting weer begraven in een ander graf wordt - naast het hiervoor onder lid 1 vermelde bedrag - een recht geheven, als bedoeld in hoofdstuk 2, eerste tot en met vierde lid.
3.
Voor het lichten van een urn uit een graf of een nis wordt, behalve wanneer dit op rechterlijk bevel geschiedt, geheven:
4.
Voor het na lichting weer plaatsen van een asbus wordt - naast het hiervoor onder lid 3 vermelde bedrag - een recht geheven als bedoeld in hoofdstuk 3,
Zaaknummer Z/25/502403
€ 2.605,00
€ 496,00
pagina 6 van 7
eerste lid.
Hoofdstuk 6 Lijkschouwing 1.
Voor het ingevolge de Wet op de Lijkbezorging doen schouwen van een lijk door een gemeentelijke lijkschouwer wordt geheven
2.
Het in het eerste lid genoemde bedrag wordt met 50% verhoogd, indien de betreffende werkzaamheden moeten worden verricht op werkdagen tussen 19.00 uur en 07.00 uur, dan wel op zaterdag of zondag.
€ 132,00
Behorend bij raadsbesluit van 17 december 2025. De griffier Lennart Sluis
Zaaknummer Z/25/502403
pagina 7 van 7
*Z07D2AE84BC*
Legesverordening 2026
De raad van de gemeente Zevenaar; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 4 november 2025, nummer Z/25/502403 INT/25/1272787; gelet op de artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h en 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Gemeentewet, de artikelen 2, tweede lid en 7 van de Paspoortwet en artikel 13.1a van de Omgevingswet; besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en de invordering van leges 2026, inclusief bijbehorende tarieventabel leges 2026 (Legesverordening 2026) Artikel 1. Definities In deze verordening wordt verstaan onder: a. dag: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt; b. week: een aaneengesloten periode van zeven dagen; c. maand: het tijdvak dat loopt van de ne dag in een kalendermaand tot en met de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand, met dien verstande dat als de ne dag in een kalendermaand 30 of 31 januari is, de (n-1) e dag in de volgende kalendermaand altijd de laatste dag van de maand februari is; d. jaar: het tijdvak dat loopt van de ne dag in een kalenderjaar tot en met de (n-1)e dag in het volgende kalenderjaar; e. kalenderjaar: de periode van 1 januari tot en met 31 december. Artikel 2. Belastbaar feit Onder de naam 'leges' worden rechten geheven voor: a.
het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een dienst of het nemen van een besluit; b. het verlenen van een dienst op aanvraag; of c. het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een document; een en ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel. Artikel 3. Belastingplicht Belastingplichtig is de aanvrager van de dienst. Artikel 4. Vrijstellingen Leges worden niet geheven voor: a. diensten waarvan de kosten krachtens afdeling 13.6 van de Omgevingswet zijn of worden verhaald; b. diensten die ingevolge een wettelijk voorschrift zijn vrijgesteld van rechtenheffing of kosteloos moeten worden verleend.
Artikel 5. Maatstaven van heffing en tarieven 1. De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2. Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel 6. Wijze van heffing De leges worden geheven door middel van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving of een kennisgeving langs elektronische weg. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving of langs elektronische weg aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel 7. Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9 , eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de leges worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld in artikel 6: a. mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; b. schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen 30 dagen na de dagtekening van de kennisgeving c. langs elektronische weg na indiening van de aanvraag wordt gedaan, binnen 30 dagen na dagtekening van kennisgeving. 2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. Artikel 8.
Vermindering of teruggaaf Gehele of gedeeltelijke vermindering of teruggaaf van leges voor een in de bij deze verordening behorende tarieventabel omschreven dienst wordt verleend overeenkomstig een met betrekking tot die dienst in die tarieventabel opgenomen bepaling. Artikel 9. Overdracht van bevoegdheden Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening, indien de wijzigingen: a. van zuiver redactionele aard zijn; b. een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde rijksregelgeving die in werking treedt binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van de inwerkingtreding ervan in het Staatsblad of Staatscourant en het de volgende hoofdstukken of onderdelen van hoofdstuk 1 van de tarieventabel betreft: 1. paragraaf 1.2. (reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart); 2. paragraaf 1.3 (rijbewijzen); 3. artikel 1.17 (schriftelijke verstrekking uit de basisregistratie personen); 4. artikel 1.25, onder a (verklaring omtrent het gedrag); 5. artikel 1.31 (Wet op de kansspelen); een en ander voor zover met deze wijzigingen niet reeds bij het vaststellen of latere wijziging van deze verordening bij raadsbesluit rekening is gehouden. Artikel 10. Kwijtschelding Het kwijtscheldingsbeleid is geregeld in de verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen. Artikel 11. Overgangsrecht en inwerkingtreding zaaknummer Z/25/502403
pagina 2 van 36
1. De ”Legesverordening 2025” en de daarbij behorende tarieventabel 2025, vastgesteld bij raadsbesluit van 18 december 2024, inclusief latere wijzigingen daarvan, worden ingetrokken met ingang van de in het vierde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. De meest recente versie van het in artikel 2.1 van de tarieventabel genoemde onderzoeksrapport Basisbedragen Gebouwen alsmede de hierin genoemde NEN-normen worden bekendgemaakt door terinzagelegging. 3. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 4. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026. Artikel 12. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als “Legesverordening 2026”. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 17 december 2025. De griffier Lennart Sluis
zaaknummer Z/25/502403
De burgemeester Lucien van Riswijk
pagina 3 van 36
Tarieventabel, behorende bij de Legesverordening 2026 Zevenaar Hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening Paragraaf 1.1 Burgerlijke stand Paragraaf 1.2 Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart Paragraaf 1.3 Rijbewijzen Paragraaf 1.4 Verstrekkingen in het kader van de basisregistratie persoonsgegevens Paragraaf 1.5 Bestuursstukken Paragraaf 1.6 Vastgoedinformatie Paragraaf 1.7 Overige publiekszaken Paragraaf 1.8 Gemeentearchief Paragraaf 1.9 Bijzondere wetten Paragraaf 1.10 Diversen Hoofdstuk 2 Dienstverlening in het kader van de omgevingswet Paragraaf 2.1 Algemene bepalingen Paragraaf 2.2 Voorfase Paragraaf 2.3 Activiteiten met betrekking tot bouwwerken Paragraaf 2.4 Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed Paragraaf 2.5 Milieubelastende activiteiten Paragraaf 2.6 Lozingsactiviteiten Paragraaf 2.7 Aanlegactiviteiten Paragraaf 2.8 Overige activiteiten Paragraaf 2.9 Maatwerkvoorschriften Paragraaf 2.10 Gelijkwaardigheid Paragraaf 2.11 Overige tarieven Paragraaf 2.12 Modaliteiten Paragraaf 2.13 Gereserveerd Paragraaf 2.14 Teruggaaf Hoofdstuk 3 Dienstverlening vallend onder de dienstenrichtlijn en niet vallend onder hoofdstuk 2 Paragraaf 3.1 Horeca Paragraaf 3.2 Seksbedrijven Paragraaf 3.4 Organiseren evenement of markt Paragraaf 3.5 Standplaatsen Paragraaf 3.6 Huisvestingswet 2014 [en Wet goed verhuurderschap] Paragraaf 3.7 In dit hoofdstuk niet benoemd
besluit
zaaknummer Z/25/502403
pagina 4 van 36
Tarieventabel 2026 Hoofdstuk 1
Algemene dienstverlening
Paragraaf 1.1
Burgerlijke stand
Artikel 1.1
Huwelijksvoltrekking of registratie partnerschap
Tarief 2026
Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk of registratie van een partnerschap op: a.
b.
c.
de in het "Reglement burgerlijke stand" voor maandag tot en met zondag vastgestelde uren , behalve de aangewezen dagen en tijden voor kosteloze huwelijksvoltrekking, registratie van een partnerschap of omzetting van een geregistreerd partnerschap of van een huwelijk en de hierna onder b en c genoemde dagen 1. Maandag tot en met vrijdag tussen 8.30 en 16.30 uur in het gemeentehuis in het gemeentehuis overeenkomstig artikel 6, lid 1 a derde gedachtestreepje van 2. het reglement burgerlijke stand (tussenhuwelijk) van maandag tot en met donderdag tussen 8.30 en 17.00 uur
€ 186,35
3. alle overige aangewezen trouwlocaties de in het "Reglement burgerlijke stand" voor zaterdag vastgestelde uren
€ 366,05
1. Zaterdag tussen 10.30 en 18.00 uur in het gemeentehuis
€ 701,95
2. alle overige aangewezen trouwlocaties
€ 499,25
de in het "Reglement burgerlijke stand" voor zondag vastgestelde uren 1. Overige aangewezen trouwlocaties
Artikel 1.2
€ 433,00
€ 665,65
Omzetten geregistreerd partnerschap in huwelijk Gereserveerd
Artikel 1.3
Huwelijksvoltrekking of registratie partnerschap in bijzonder huis Voor de voltrekking van een huwelijk of de registratie van een partnerschap in een bijzonder huis op grond van artikel 64, Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gelden dezelfde tarieven als genoemd onder artikel 1.1, onderdeel a, sub 2 en 3 en onderdeel b, sub 1.
Artikel 1.4
Omzetten geregistreerd partnerschap in huwelijk in bijzonder huis Gereserveerd
zaaknummer Z/25/502403
pagina 5 van 36
Artikel 1.5
Aanwijzing buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand voor één dag Het tarief voor een verzoek tot benoeming van een reeds beëdigde buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand voor een eenmalige voltrekking van een huwelijk of partnerregistratie bedraagt
Artikel 1.6
€ 59,90
Beschikbaar stellen getuige door gemeente Gereserveerd
Artikel 1.7 a.
b.
Annuleren of wijzigen datum Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een gereserveerde datum voor de huwelijksvoltrekking, registratie van het partnerschap of omzetting van het geregistreerd partnerschap in een huwelijk te annuleren 1. binnen een periode van 1 maand voorafgaand aan die gereserveerde datum: 2. binnen een periode van 1 tot 3 maanden voorafgaand aan die gereserveerde datum: Indien de aanvraag bedoeld in artikel 1.5, lid a een tussenhuwelijk/tussenpartnerregistratie betreft, bedraagt het tarief bij annulering 1. binnen een periode van 1 maand voorafgaand aan die gereserveerde datum: 2.
c.
d.
Artikel 1.8
binnen een periode van 1 tot 3 maanden voorafgaand aan die gereserveerde datum: Indien de aanvraag bedoeld in artikel 1.5, lid a een gratis geregistreerd partnerschap of huwelijksvoltrekking betreft na inlevering van de melding voorgenomen huwelijk/partnerregistratie, bedraagt het tarief Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een gereserveerde datum voor de huwelijksvoltrekking, registratie van het partnerschap of omzetting van het geregistreerd partnerschap in een huwelijk te wijzigen na inlevering van de melding voorgenomen huwelijk/partnerregistratie
€ 137,35 € 45,80
€ 91,50 € 45,80 € 45,80
€ 45,80
Trouwboekje of partnerschapsboekje Het tarief bedraagt voor het verstrekken van:
a.
een trouwboekje of partnerschapsboekje in een normale uitvoering
€ 26,90
b.
een duplicaat trouwboekje of partnerschapsboekje
€ 26,90
c.
een gekalligrafeerd trouwboekje of partnerschapsboekje
€ 49,65
d.
Het tarief voor het bijschrijven van een kind in een gekalligrafeerd trouwboekje of partnerschapsboekje bedraagt per kind
€ 8,95
Paragraaf 1.2
Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart
zaaknummer Z/25/502403
pagina 6 van 36
Artikel 1.9
Paspoorten en andere reisdocumenten
a.
Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van: een nationaal paspoort: 1. voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is geldt het tarief (afgerond naar beneden op vijf cent) zoals dat het laatst is opgenomen in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden; 2. voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt geldt het tarief (afgerond naar beneden op vijf cent) zoals dat het laatst is opgenomen in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden;
b.
een nationaal paspoort, een groter aantal bladzijden bevattende dan een nationaal paspoort als bedoeld in onderdeel a (zakenpaspoort): 1. voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is geldt het te heffen tarief (afgerond naar beneden op vijf cent) zoals dat het laatst is opgenomen in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden;
c.
voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog 2. niet heeft bereikt geldt het te heffen tarief (afgerond naar beneden op vijf cent) zoals dat het laatst is opgenomen in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden; van een reisdocument ten behoeve van een persoon die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers als Nederlander wordt behandeld (faciliteitenpaspoort): voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is geldt het 1. te heffen tarief (afgerond naar beneden op vijf cent) zoals dat het laatst is opgenomen in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden; 2. voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt geldt het tarief (afgerond naar beneden op vijf cent) zoals dat het laatst is opgenomen in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden
d.
van een reisdocument voor vluchtelingen of een reisdocument voor vreemdelingen geldt het te heffen tarief (afgerond naar beneden op vijf cent) zoals dat het laatst is opgenomen in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden.
Artikel 1.10
Nederlandse identiteitskaart
a.
Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van: een Nederlandse identiteitskaart: 1. voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is geldt het te heffen tarief (afgerond naar beneden op vijf cent) zoals dat het laatst is opgenomen in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden; 2. voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt geldt het te heffen tarief (afgerond naar beneden op vijf cent) zoals dat het laatst is opgenomen in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden;
zaaknummer Z/25/502403
pagina 7 van 36
b.
van een vervangende Nederlandse identiteitskaart voor een persoon met een uitreisverbod, ongeacht de leeftijd van de betrokken persoon geldt het te heffen tarief (afgerond naar beneden op vijf cent) zoals dat het laatst is opgenomen in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden.
Artikel 1.11
Modaliteiten
a.
Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag: voor de versnelde uitreiking van een in de artikelen 1.9 en 1.10, genoemd document geldt een toeslag (afgerond naar beneden op vijf cent) zoals die het laatst is opgenomen in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden;
b.
voor het bezorgen van een in de artikelen 1.9 en 1.10 genoemd document, geldt een toeslag (afgerond naar beneden op vijf cent) zoals die het laatst is opgenomen in artikel 6 van het Besluit paspoortgelden, op de in de artikelen 1.9 en 1.10 en onder a genoemde bedragen.
Paragraaf 1.3
Rijbewijzen
Artikel 1.12
Rijbewijzen Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het afgeven, vernieuwen of omwisselen van een rijbewijs bedraagt het tarief zoals dat het laatst is opgenomen in het Reglement rijbewijzen artikel 104b vermeerderd met de rijkskostencomponent (het bedrag dat de gemeenten moeten afdragen aan de Dienst Wegverkeer als vergoeding van de productiekosten van het rijbewijs), afgerond naar beneden op vijf cent.
Artikel 1.13
Modaliteiten Het tarief genoemd in artikel 1.12 wordt bij een spoedlevering vermeerderd met het tarief zoals dat het laatst is opgenomen in het Reglement rijbewijzen artikel 104b vermeerderd met de rijkskostencomponent (het bedrag dat de gemeenten moeten afdragen aan de Dienst Wegverkeer als vergoeding van de productiekosten van het rijbewijs), afgerond naar beneden op vijf cent.
Paragraaf 1.4
Verstrekkingen in het kader van de basisregistratie persoonsgegevens
Artikel 1.14
Definities
1.
Voor de toepassing van artikel 1.15 wordt onder één verstrekking verstaan verstrekking van een of meer gegevens over één persoon waarvoor de basisregistratie personen moet worden geraadpleegd.
2.
Voor de toepassing van artikel 1.16 wordt onder één verstrekking verstaan verstrekking van een of meer gegevens over één persoon die niet zijn opgenomen in de basisregistratie personen.
zaaknummer Z/25/502403
pagina 8 van 36
Artikel 1.15
Verstrekking van gegevens uit de basisregistratie personen Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:
a.
tot het verstrekken van gegevens, per verstrekking
b.
tot het verstrekken van gegevens waarbij de betaling via internet geschiedt, per verstrekking tot het verstrekken van een volledig overzicht (persoonslijst) van alle in de basisregistratie personen opgenomen gegevens van één persoon (inzagerecht)
c. d.
Artikel 1.16
€ 5,35 € 4,70 € 12,00
tot het verstrekken van een meertalig modelformulier woon- en/of verblijfplaats als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van verordening (EU) nr. 2016/1191 van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 2016 betreffende de bevordering van het vrije verkeer van burgers door vereenvoudigde overlegging van bepaalde openbare documenten in de Europese Unie en tot wijziging van Verordening nr. 1024/2012 (PbEU 2016, L 200)
€ 5,35
Verstrekking van aangehaakte gegevens Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van gegevens: per verstrekking
Artikel 1.17
Schriftelijke verstrekking In afwijking van de artikelen 1.15 en 1.16 bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het schriftelijk verstrekken van gegevens bedoeld in artikel 17, tweede lid, van het Besluit basisregistratie personen: per verstrekking het tarief zoals dat het laatst is opgenomen in artikel 10, lid 2 van de Regeling basisregistratie personen.
Artikel 1.18
Op aanvraag doornemen basisregistratie personen
1.
Het tarief bedraagt voor het op aanvraag doornemen van de basisregistratie personen, voor ieder daaraan te besteden kwartier:
2.
Het op grond van het eerste lid verschuldigde bedrag wordt voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeeld. De aanvraag wordt dan in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop het verschuldigde bedrag aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.
Paragraaf 1.5
Bestuursstukken
Artikel 1.19
Afschriften van bestuursstukken
€ 7,65
€ 16,15
Gereserveerd Artikel 1.20
Abonnement op bestuursstukken Gereserveerd
zaaknummer Z/25/502403
pagina 9 van 36
Paragraaf 1.6
Vastgoedinformatie
Artikel 1.21
Plan- of kaartinformatie
a.
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een kopie van een ruimtelijk plan of deel daarvan, zoals omgevingsvisie, omgevingsplan, wegenkaart behorende bij de legger bedoeld in artikel 1.22, onderdeel b: in formaat A4 of kleiner, per bladzijde
€ 2,45
b.
in formaat A3, per bladzijde
€ 4,70
c.
in formaat A2, per bladzijde
€ 7,15
d.
in formaat A1, per bladzijde
€ 11,70
e.
in formaat A0, per bladzijde
€ 23,50
f.
in een ander formaat, per 1000 cm²
€ 2,45
Artikel 1.22
Informatie uit registers het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een afschrift van of uittreksel uit:
a.
b.
het gemeentelijke beperkingenregister of de gemeentelijke beperkingenregistratie, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen, dan wel tot het verstrekken van een aan die registratie ontleende verklaring, als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder c, van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen de legger bedoeld in artikel 27 van de wegenwet:
c.
in formaat A4 of kleiner, per bladzijde
€ 2,45
d.
in formaat A3, per bladzijde
€ 4,70
e.
in formaat A2, per bladzijde
€ 7,15
f.
in formaat A1, per bladzijde
€ 11,70
g.
in formaat A0, per bladzijde
€ 23,50
h.
in een ander formaat, per 1000 cm²
€ 2,45
i.
de gemeentelijke basisadministratie adressen of de gemeentelijke basisadministratie gebouwen, bedoeld in artikel 2 van de Wet basisregistraties adressen en gebouwen