Agendabundel
Tekst van het document
Bundel - Commissie Middelen 2022-2026 van 11 december 2025 Agenda bijlagen Agenda commissie Middelen 11 december 2025 1 Opening 2 Vaststellen agenda De commissie wordt gevraagd de agenda vast te stellen. 3 Vaststellen verslag vorige vergadering De commissie wordt gevraagd het verslag van de vergadering van 20 november 2025 vast te stellen. 1277972 - Verslag commissie Middelen 20 november 2025 (concept) 4 Z/25/502403 Belastingverordeningen 2026 Portefeuillehouder: Arthur Boone Raadsvoorstel en -besluit 1272787 - Belastingverordeningen 2026 251125 Brief college inzake tekstuele aanpassingen belastingverordeningen Bijlage 1. 1273309 - Verordening onroerendezaakbelasting 2026 Bijlage 2. 1273313 - Was-wordt lijst verordening onroerendezaakbelasting 2026 Bijlage 3. 1273367 - Verordening rioolheffing 2026 Bijlage 4. 1273368 - Was-wordt lijst verordening rioolheffing 2026 Bijlage 5. 1273357 - Verordening afvalstoffenheffing 2026 Bijlage 6. 1273360 - Was-wordt lijst verordening afvalstoffenheffing 2026 Bijlage 7. 1273474 - Verordening parkeerbelasting 2026 Bijlage 8. 1273476 - Was-wordt lijst verordening parkeerbelasting 2026 Bijlage 9. 1273523 - Verordening toeristenbelasting 2026 Bijlage 10. 1273524 - Was-wordt lijst verordening toeristenbelasting 2026 Bijlage 11. 1273388 - Verordening precariobelasting 2026 Bijlage 12.
1273389 - Was-wordt lijst Verordening precariobelasting 2026 Bijlage 13. 1273392 - Verordening marktgeld 2026 Bijlage 14. 1273393 - Was-wordt lijst verordening marktgeld 2026 Bijlage 15. 1273386 - Verordening rioolaansluitgeld 2026 Bijlage 16. 1273387 - Was-wordt lijst verordening rioolaansluitgeld 2026 Bijlage 17. 1273480 - Verordening lijkbezorgingsrechten 2026 Bijlage 18. 1273483 - Was-wordt lijst verordening lijkbezorgingsrechten 2026 Bijlage 19. 1273335 - Legesverordening 2026 Bijlage 20. 1273352 - Bijlage 1 bij legesverordening 2026: tarieven Gelders Genootschap 2025-4 Bijlage 21. 1273350 - Bijlage 2 bij legesverordening: stroomschema procedure vaststellen bouwkosten Bijlage 22. 1273340 - Was-wordt lijst legesverordening 2026 5 Agenderingsverzoeken commissie De leden van de commissie kunnen agenderingsverzoeken aan de commissie voorleggen. 6 Mededelingen portefeuillehouders Gelegenheid voor de portefeuillehouders om namens het college korte actuele en urgente mededelingen te doen. 7 Vragen aan het college Gelegenheid voor de leden van de commissie om vragen te stellen aan het college. Door de fractie van het CDA zijn schriftelijke vragen ter mondelinge beantwoording ingediend over "Walstroom Spijk vervolg" en over "Overlast Veldhuizenseweg Babberich". 8 Sluiting
Agenda Commissie Middelen 11 december 2025 Tijd
19:30 uur
Locatie
Raadzaal
Voorzitter
J. Hugen
1
Opening
2
Vaststellen agenda De commissie wordt gevraagd de agenda vast te stellen.
3
Vaststellen verslag vorige vergadering De commissie wordt gevraagd het verslag van de vergadering van 20 november 2025 vast te stellen.
4
Z/25/502403 Belastingverordeningen 2026 Portefeuillehouder: Arthur Boone Voorgesteld besluit: De raad wordt voorgesteld de volgende verordeningen vast te stellen: 1 INT/25/1273309 de Verordening onroerendezaakbelasting 2026 2 INT/25/1273367 de Verordening rioolheffing 2026 3 INT/25/1273357 de Verordening afvalstoffenheffing 2026 4 INT/25/1273474 de Verordening parkeerbelasting 2026 5 INT/25/1273523 de Verordening toeristenbelasting 2026 6 INT/25/1273388 de Verordening precariobelasting 2026 7 INT/25/1273392 de Verordening marktgeld 2026 8 INT/25/1273386 de Verordening rioolaansluitgeld 2026 9 INT/25/1273480 de Verordening lijkbezorgingsrechten 2026 10 INT/25/1273335 de Verordening en tarieventabel leges 2026
5
Agenderingsverzoeken commissie De leden van de commissie kunnen agenderingsverzoeken aan de commissie voorleggen.
6
Mededelingen portefeuillehouders Gelegenheid voor de portefeuillehouders om namens het college korte actuele en urgente mededelingen te doen.
Pagina 1
7
Vragen aan het college Gelegenheid voor de leden van de commissie om vragen te stellen aan het college.
8
Sluiting
Zevenaar, 17 november 2025 Namens de Agendacommissie, Chiel Claassen, commissiegriffier
Pagina 2
Verslag commissie Middelen d.d. 20 november 2025 De beraadslagingen zijn terug te kijken en luisteren op de website van de gemeente Zevenaar op: https://channel.royalcast.com/zevenaar/#!/gemeentezevenaar/20251120_1 Tijd Locatie Voorzitter Commissiegriffier Aanwezigen
College Afwezigen
19:30 - 21:32 uur Raadzaal Jelle Hugen Chiel Claassen Martin Bloemberg (VVD), Koen Godschalk (GroenLinks), Freek Jansen (CDA), Erik Lamers (VVD), Huub Meijer (Sociaal Zevenaar), Claudia Meurs (Lokaal Belang), Marcel Moes (D66), Peter Pollmann (Lokaal Belang), Nanne van Dellen (WijZZ), Willy van Dinther (CDA) en Geert Wieggers (PvdA) Arthur Boone (wethouder) en Lucien van Riswijk (burgemeester) Tjeerd Boekhorst (Lokaal Belang), Edwin Buil (WijZZ), Marcel Lap (PvdA), Nathani Niebuur-Sluiter (PvdA), Lotte van der Velden (Lijst van der Velden) en Martin Witjes (Ons Zevenaar)
1
Opening De voorzitter opent de vergadering om 19:30 uur.
2
Beëdiging nieuwe commissieleden
2.a
Beëdiging commissielid de heer H.J.G. (Erik) Lamers (VVD) De heer Lamers legt in handen van de voorzitter de bij de wet voorgeschreven verklaring en belofte af.
2.b
Beëdiging commissielid mevrouw C.J.C. (Claudia) Meurs (Lokaal Belang) Mevrouw Meurs legt in handen van de voorzitter de bij de wet voorgeschreven eed af.
2.c
Beëdiging commissielid de heer M.F. (Marcel) Moes (D66) De heer Moes legt in handen van de voorzitter de bij de wet voorgeschreven verklaring en belofte af.
3
Vaststellen agenda De commissie besluit de agenda gewijzigd vast te stellen. Toelichting: Op voorstel van de voorzitter vindt de behandeling van het voorstel Z/25/493985 Vaststellen van de Algemene Plaatselijke Verordening 2025 eerste wijziging Gemeente Zevenaar plaats voor de inspraak en de behandeling van het agenderingsverzoek van de fractie van Sociaal Zevenaar over Sportpark Hengelder.
Pagina 1
4
Vaststellen verslag vorige vergadering De commissie besluit het verslag van de vergadering van 23 oktober 2025 ongewijzigd vast te stellen.
5
Z/25/493985 Vaststellen van de Algemene Plaatselijke Verordening 2025 eerste wijziging Gemeente Zevenaar Voorgesteld besluit: De raad wordt voorgesteld de Algemene Plaatselijke Verordening 2025 eerste wijziging gemeente Zevenaar vast te stellen. Advies: De commissie adviseert dit agendapunt als hamerstuk te behandelen in de raadsvergadering van 26 november 2025.
6
Inspraak De heer Roemaat spreekt in namens de organisatie Initiatiefgroep Hengelder over Ontwikkelingen sportpark Hengelder.
7
Behandeling agenderingsverzoek van de fractie van Sociaal Zevenaar over Sportpark Hengelder Op 29 oktober 2025 ontving de gemeenteraad de raadsinformatiebrief (RIB) Update Sportpark Hengelder. De fractie van Sociaal Zevenaar heeft naar aanleiding van deze RIB schriftelijke vragen gesteld aan het college en wenst aanvullend hierop in gesprek te gaan met de andere partijen om (1) te komen tot een gedeeld begrip van wat er in deze raadsinformatiebrief staat, en (2) het verkrijgen van inzicht in hoe de verschillende fracties staan in de inhoud van de brief en de consequenties voor de betrokken verenigingen. Conclusie: Op initiatief van de heer Meijer (Sociaal Zevenaar) hebben verschillende fracties aangegeven na te willen denken over het indienen van een motie vreemd over dit onderwerp.
8
Mededelingen portefeuillehouders Er zijn geen mededelingen door de portefeuillehouders gedaan.
9
Vragen aan het college De heer Jansen (CDA) heeft schriftelijke vragen ter mondelinge beantwoording ingediend over "Autodiefstal en -inbraken Groot Holthuizen en de Tol". Burgemeester Van Riswijk beantwoordt de vragen.
Pagina 2
10
Sluiting De voorzitter sluit de vergadering om 21:32 uur.
Aldus vastgesteld in de vergadering van de commissie Middelen, gehouden op 11 december 2025, de commissiegriffier, Chiel Claassen
de voorzitter, Jelle Hugen
Pagina 3
Raadsvoorstel onderwerp zaaknummer documentnummer portefeuillehouder portefeuille
Belastingverordeningen 2026 Z/25/502403 INT/25/1272787 A.M. Boone Belastingen
1. Samenvatting De belastingverordeningen actualiseren we jaarlijks vanwege gewijzigde wet- en regelgeving, jurisprudentie en de gemeentelijke begroting. De belangrijkste uitgangspunten die gehanteerd zijn bij de belastingverordeningen 2026 zijn: • de meeste tarieven hebben we verhoogd met het inflatiepercentage van 2,8. Wanneer we hiervan afwijken, lichten we dat toe in dit raadsvoorstel; • de opbrengsten zijn conform de begroting 2026; • de tarieven van de afvalstoffenheffing en de rioolheffing zijn op basis van 100% kostendekkendheid; • de door uw raad in het document Financieel Gezonde Toekomst bij de kadernota genomen besluiten zijn verwerkt in de belastingverordeningen. Gevolgen fiscale lokale woonlasten De onroerendezaakbelasting, de rioolheffing en de afvalstoffenheffing bepalen gezamenlijk de totale fiscale lokale woonlasten. De wijzigingen hebben tot gevolg dat deze woonlasten voor een meerpersoonshuishouden gemiddeld stijgen van € 921 in 2025 naar € 943 in 2026 en voor een eenpersoonshuishouden van € 828 naar € 850. Dit is minder dan de inflatie van 2,8%. We lichten dit verderop in dit voorstel toe. 2.
Raadsvoorstel De volgende verordeningen vast te stellen: 1 INT/25/1273309 de Verordening onroerendezaakbelasting 2026 2 INT/25/1273367 de Verordening rioolheffing 2026 3 INT/25/1273357 de Verordening afvalstoffenheffing 2026 4 INT/25/1273474 de Verordening parkeerbelasting 2026 5 INT/25/1273523 de Verordening toeristenbelasting 2026 6 INT/25/1273388 de Verordening precariobelasting 2026 7 INT/25/1273392 de Verordening marktgeld 2026 8 INT/25/1273386 de Verordening rioolaansluitgeld 2026 9 INT/25/1273480 de Verordening lijkbezorgingsrechten 2026 10 INT/25/1273335 de Verordening en tarieventabel leges 2026
3. Waarom naar de raad Uw raad is het bevoegde gezag om belastingverordeningen vast te stellen. Pas daarna kan de gemeente daadwerkelijk belastingaanslagen opleggen. 4. Doelstelling en beoogd resultaat Het bieden van lokale fiscaal-juridische regelgeving voor belastingen, heffingen en retributies in 2026. 5. Argumenten en alternatieven Argumenten 1.1 De belastingverordeningen bieden een grondslag voor het heffen en invorderen van de gemeentebelastingen Algemene belastingen De algemene belastingen komen ten goede aan algemene middelen van de gemeente. Dit betekent dat de opbrengsten niet gelabeld zijn, maar voor alle gemeentelijke taken en voorzieningen kunnen worden ingezet. Uw raad bepaalt waarvoor. Onder de algemene belastingen vallen bijvoorbeeld de onroerendezaakbelasting, de parkeerbelasting en de toeristenbelasting. Bestemmingsheffingen Bestemmingsheffingen zijn belastingen waarvan de opbrengsten zijn bestemd voor specifieke taken of voorzieningen met een duidelijk algemeen belang. Voorbeelden hiervan zijn de rioolheffing en de afvalstoffenheffing. Voor deze bestemmingsheffingen geldt dat de gemeente niet meer mag heffen dan de kosten die zij voor de betreffende taak of voorziening maakt. Retributies Retributies (rechten en leges) worden geheven van personen aan wie de gemeente een specifieke dienst verleent, die voor die persoon een individueel voordeel oplevert.
De belangrijkste retributies zijn de leges. Denkt u daarbij aan vergoedingen voor een bij de gemeente aangevraagde dienst als het aanvragen van een paspoort of een vergunning. Net als bij genoemde bestemmingsheffingen mogen de retributies niet meer dan kostendekkend zijn. 1.2 Actualisatie geeft de volgende belangrijkste wijzigingen en effecten per belastingsoort: Onroerendezaakbelasting (OZB) Bij de tariefberekening OZB is in de voorliggende verordening uitgegaan van de meest actuele cijfers met betrekking tot areaalontwikkeling, Landelijke Voorziening WOZ en de herwaardering Wet waardering onroerende zaken. De herwaardering heeft gevolgen voor de uitkering uit het gemeentefonds. Dit is zoals gebruikelijk verdisconteerd in de tarieven. De gemiddelde aanslag OZB voor woningen stijgt conform de begroting met 2,8% van € 445 in 2025 naar € 457 in 2026. Rioolheffing De commissie BBV heeft eind 2024 een uitspraak gedaan dat BTW over investeringen in de rioolheffing mogen worden opgenomen. Op basis van een gemiddelde investering van € 4 miljoen per jaar (komende 20 jaar) kan een bedrag van € 816.000 extra aan BTW in de rioolheffing worden opgenomen. In het document Financieel Gezonde Toekomst bij de kadernota heeft uw raad besloten dit bedrag geleidelijk in 4 jaar tijd met € 204.000 per jaar te verdisconteren in de tarieven. Wij stellen voor in 2026 eenmalig
zaaknummer Z/25/502403
pagina 2 van 7
€ 204.000 te dekken uit de reserve rioolheffing om de tarieven te matigen. De stand van deze reserve is momenteel € 144.000 hoger dan het door uw raad in de nota reserves en voorzieningen gestelde maximumbedrag van € 500.000. De afspraak is dat we bij een overschrijding van het maximumbedrag zorgen voor teruggave via de tarieven rioolheffing. De tarieven rioolheffing in de voorliggende verordening zijn als volgt: • Eenpersoonshuishouden : € 176 per jaar (€ 171 in 2025); • Meerpersoonshuishouden : € 252 per jaar (€ 245 in 2025); • Bedrijven : € 226 per 500 m³ waterverbruik per jaar (€ 219 in 2025). Afvalstoffenheffing • Wij stellen voor het vastrecht tarief te verhogen van € 173,50 in 2025 naar € 178 in 2026 en de tarieven van ondergrondse inworpen en het ter lediging aanbieden van rolcontainers gelijk te laten. • De gemeenten Montferland en Zevenaar hebben een samenwerkingsverband op het gebied van het ophalen van huishoudelijk afval genaamd Reinigingsdienst De Liemers (RDL). De RDL is de uitvoeringsorganisatie die daarvoor is opgericht. Vanaf 2024 is op het aanbiedstation het tarief per kg € 0,14 per kilo. Wij stellen voor dit tarief conform het voorstel van de RDL voor 2026 te verhogen naar € 0,16 per kg. Parkeerbelasting • In de raadsvergadering van 28 februari 2024 heeft uw raad besloten per 2025 de tarieven van de parkeervergunningen te indexeren.
In het document Financieel Gezonde Toekomst bij de kadernota heeft uw raad besloten bepaalde vergunningen extra te verhogen en het tarief van het zogenaamde kortparkeren te verhogen van € 1,00 in 2025 naar € 1,20 per 2026 en € 1,40 per 2028. Dit hebben we verwerkt in de voorliggende verordening parkeerbelasting. Voor de details verwijzen wij u naar het bijgaande was-wordt document. • De gebruikelijke verhoging van de wettelijk gemaximeerde kostenopslag van de naheffingsaanslag hebben we doorgevoerd. Het tarief is verhoogd van € 78,80 in 2025 naar € 82,00 in 2026. • We stellen voor een herstelwerkzaamhedenvergunning in te voeren. Hiermee bieden we bijvoorbeeld aannemers de mogelijkheid om bij werkzaamheden een vergunning aan te vragen zodat ze niet iedere dag een dagkaart hoeven te kopen. Het tarief is € 54 per week en € 216 per maand. Toeristenbelasting • In het document Financieel Gezonde Toekomst bij de kadernota heeft uw raad besloten om een tariefdifferentiatie en een geleidelijke tariefsverhoging in vier jaar tijd door te voeren. In 2026 is het tarief voor een overnachting in bijvoorbeeld hotels en b&b’s € 1,45 en voor een overnachting in de overige accommodaties € 1,20 en per 2029 respectievelijk € 2,50 en € 1,50. Het hoge tarief is van toepassing bij accommodaties waarvoor een bouwvergunning nodig is.
Dit betreft accommodaties voor recreatieve doeleinden die groter zijn dan 70 m2 en hoger dan 5 m. • Voor degene die tijdelijk in de gemeente verblijft als deelnemer aan of begeleider van een zogenoemde schoolwerkweek of als deelnemer aan of begeleider van een meerdaagse activiteit van een scoutinggroep, sportvereniging, cultuurvereniging of gelijksoortige organisatie geldt het lage tarief.
zaaknummer Z/25/502403
pagina 3 van 7
Marktgeld Deze tarieven hebben we in de voorliggende verordening marktgelden met de inflatiecorrectie verhoogd. Rioolaansluitgeld Evenals voorgaande jaren is er geen tarief opgenomen in de verordening, maar maken we vooraf aan de belastingplichtige het bedrag kenbaar door middel van een begroting. BIZ-bijdrage De verordening Bedrijveninvesteringszone geldt volgens de BIZ-wet voor 5 jaar en wordt niet aangepast omdat deze verordening onderdeel was van een verplichte draagvlakmeting. Lijkbezorgingsrechten • In het document Financieel Gezonde Toekomst bij de kadernota heeft uw raad besloten om de tarieven naast de inflatiecorrectie met 10% extra te verhogen. Dit is verwerkt in de voorliggende verordening. • Wij stellen voor tarieven op te nemen voor een grafrecht voor een enkel particulier graf (20 en 30 jaar) en het verlengen ervan (5 en 10 jaar). Er is vraag naar en we willen onze inwoners deze mogelijkheden graag bieden. De hoogte van de tarieven is 50% van het tarief voor een dubbel graf. • In uw vergadering van 21 mei 2025 heeft u besloten een vrijstelling in te voeren voor KNILmilitairen. Dit is verwerkt in de voorliggende verordening. • Wij hebben in de commissievergadering van 12 december 2024 toegezegd voor belastingjaar 2026 te onderzoeken of de tarieventabel van de lijkbezorgingsrechten vereenvoudigd kan worden (toezegging 352).
Wij stellen voor de huidige tarieventabel intact te houden. Er is vraag naar de dienstverlening en rechten die in de tarieventabel genoemd staan. Wij willen onze inwoners graag deze verschillende mogelijkheden blijven bieden. Leges • We hebben de legestarieven, voor zover geen maximumtarief van toepassing is, verhoogd met 2,8%. In het document Financieel Gezonde Toekomst bij de kadernota heeft uw raad besloten om bepaalde tarieven extra te verhogen. Dit is verwerkt in de tarieventabel. Voor de details verwijzen wij naar genoemd document en de bijgevoegde was-wordt lijst. • Wij hebben de teruggaveconstructie bij de gehandicaptenparkeerkaart verwijderd uit de tabel. Deze bleek in de praktijk niet uitvoerbaar en onnodig. Precariobelasting terrassen etc. Deze tarieven zijn met de inflatiecorrectie verhoogd. 1.3Tekstuele wijzigingen hebben geen gevolgen voor de hoogte van de tarieven. Alle verordeningen zijn tekstueel geactualiseerd. Dit heeft geen gevolgen voor de tarieven. Alternatieven De hoogte van de tarieven van de algemene belastingen is door uw raad vrij te bepalen. Bij de bestemmingsheffingen en rechten is uw raad, binnen het kader van kostendekkendheid, vrij de hoogte van de tarieven te bepalen, mits niet wettelijk gemaximeerd. Op die manier kan uw raad (beleidsmatig) sturen. Kruissubsidiëring is beperkt toegestaan en komt voor bij de legesverordening.
Dat zaaknummer Z/25/502403
pagina 4 van 7
wil zeggen dat een bepaald tarief meer dan 100% kostendekkend mag zijn, zolang de opbrengst van alle in de tarieventabel opgenomen tarieven gezamenlijk de grens van 100% kostendekkend niet overschrijden. 6. Hoe gaan we dat bereiken en is evaluatie nodig? De belastingverordeningen worden jaarlijks herijkt en door uw raad vastgesteld. 7. Klimaat en duurzaamheid N.v.t. 8. Communicatie Na vaststelling van de verordeningen maken we deze op de reguliere wijze bekend op www.overheid.nl en publiceren we ze op de gemeentepagina in de Zevenaar Post. De tarieven op de website www.zevenaar.nl actualiseren we voor aanvang van het nieuwe jaar. 9. Kosten, baten en dekking Aanpassing van de belastingverordeningen heeft de volgende effecten op de meerjarenbegroting 2026 t/m 2029: Onroerendezaakbelastingen We passen de tarieven aan op basis van de meest actuele cijfers en de herwaardering. Dit resulteert in de volgende financiële effecten ten opzichte van de eerdere ramingen: • Korting uitkering gemeentefonds door herwaardering : € 333.309 • Meer OZB woningen door verdiscontering korting in tarief : € 140.896 • Meer OZB niet-woningen door verdiscontering korting in tarieven : € 192.413 • Effect op saldo begroting : € 0 De geraamde effecten op de uitkering zal het Rijk bij de meicirculaire presenteren. 10. Bijlagen De volgende bijlagen horen bij dit voorstel: Volgorde
Documentnummer
Naam
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15
INT/25/1273309 INT/25/1273313 INT/25/1273367 INT/25/1273368 INT/25/1273357 INT/25/1273360 INT/25/1273474 INT/25/1273480 INT/25/1273523 INT/25/1273524 INT/25/1273388 INT/25/1273389 INT/25/1273392 INT/25/1273393 INT/25/1273386
Verordening onroerendezaakbelasting 2026 Was-wordt lijst Verordening onroerendezaakbelasting 2026 Verordening rioolheffing 2026 Was-wordt lijst Verordening rioolheffing 2026 Verordening afvalstoffenheffing 2026 Was-wordt lijst Verordening afvalstoffenheffing 2026 Verordening parkeerbelasting 2026 Was-wordt lijst Verordening parkeerbelasting 2026 Verordening toeristenbelasting 2026 Was-wordt lijst Verordening toeristenbelasting 2026 Verordening precariobelasting 2026 Was-wordt lijst Verordening precariobelasting 2026 Verordening marktgeld 2026 Was-wordt lijst Verordening marktgeld 2026 Verordening rioolaansluitgeld 2026
zaaknummer Z/25/502403
pagina 5 van 7
16 17 18 19 20 21
INT/25/1273387 INT/25/1273480 INT/25/1273483 INT/25/1273335 INT/25/1273352 INT/25/1273350
22
INT/25/1273340
Was-wordt lijst Verordening rioolaansluitgeld 2026 Verordening lijkbezorgingsrechten 2026 Was-wordt lijst Verordening lijkbezorgingsrechten 2026 Legesverordening 2026 Bijlage 1 Tarieventabel leges 2026: Tarieven Gelders Genootschap Bijlage 2 Tarieventabel leges 2026: Stroomschema procedure vaststellen bouwkosten Was-wordt lijst Legesverordening 2026
Burgemeester en wethouders van Zevenaar De secretaris Danielle Jansen
zaaknummer Z/25/502403
De burgemeester Lucien van Riswijk
pagina 6 van 7
Raadsbesluit onderwerp zaaknummer documentnummer
Belastingverordeningen 2026 Z/25/502403 INT/25/1272787
De raad van de gemeente Zevenaar; overwegende dat; de aanpassingen conform de meerjarenbegroting 2026-2029 zijn; de redactie zoveel mogelijk overeenkomstig de modellen van de VNG is; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Zevenaar; Gelet op de artikelen 156, 220, 224, 225, 226, 227, 228a, 229 en 255 van de Gemeentewet, artikelen 2 en 7 van de Paspoortwet, artikel 13.1a van de Omgevingswet, artikel 15.33 van de Wet Milieubeheer en artikel 26 van de Invorderingswet 1990; besluit: de volgende verordeningen vast te stellen: 1 INT/25/1273309 de Verordening onroerendezaakbelasting 2026 2 INT/25/1273367 de Verordening rioolheffing 2026 3 INT/25/1273357 de Verordening afvalstoffenheffing 2026 4 INT/25/1273474 de Verordening parkeerbelasting 2026 5 INT/25/1273523 de Verordening toeristenbelasting 2026 6 INT/25/1273388 de Verordening precariobelasting 2026 7 INT/25/1273392 de Verordening marktgeld 2026 8 INT/25/1273386 de Verordening rioolaansluitgeld 2026 9 INT/25/1273480 de Verordening lijkbezorgingsrechten 2026 10 INT/25/1273335 de Verordening en tarieventabel leges 2026 Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Zevenaar, gehouden op 17 december 2025. De griffier Lennart Sluis
De burgemeester Lucien van Riswijk
{{ZTA:Type(certificate):Signatory(0):Size(140:45)}}
{{ZTA:Type(certificate):Signatory(1):Size(140:45)}}
zaaknummer Z/25/502403
pagina 7 van 7
Verordening onroerendezaakbelastingen 2026
De raad van de gemeente Zevenaar; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 4 november 2025 met nummer Z/25/502403 INT/25/1272787; gelet op de artikelen 220 tot en met 220h van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en de invordering van onroerendezaakbelastingen 2026 Artikel 1. Belastbaar feit en belastingplicht 1. Onder de naam 'onroerendezaakbelastingen' worden voor binnen de gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen geheven: a. een belasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht, gebruikt, verder te noemen: gebruikersbelasting; b. een belasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, verder te noemen: eigenarenbelasting. 2. Bij de gebruikersbelasting wordt: a. gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in gebruik is gegeven (verder: de gebruiker), aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven (verder: de gebruikgever); de gebruikgever is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op de gebruiker; b.
het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die zaak ter beschikking is gesteld. 3. Voor de eigenarenbelasting wordt als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het kalenderjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. Artikel 2. Voorwerp van de belasting 1. Voorwerp van de belasting is een onroerende zaak. 2. Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken. 3. Een onroerende zaak dient in hoofdzaak tot woning indien de waarde die op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld voor die onroerende zaak in hoofdzaak kan worden toegerekend aan delen van die onroerende zaak die dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden. Artikel 3. Maatstaf van heffing
1. De heffingsmaatstaf is de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde voor het kalenderjaar, bedoeld in artikel 1. 2. Als voor een onroerende zaak geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken. Artikel 4. Vrijstellingen 1. In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet al is gebeurd bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, de waarde van: a. voor de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te gebruiken; b. glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek of teelt van gewassen, voor zover de ondergrond daarvan bestaat uit de in onderdeel a bedoelde grond; c.
onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; d. één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 8 van het Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928, met uitzondering van de daarop voorkomende gebouwde eigendommen; e. natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid welke zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van natuurschoon ten doel stellen, beheerd worden; f. openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken; g. waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning; h.
werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning; i. werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt toegebracht en die niet op zichzelf als gebouwde eigendommen zijn aan te merken. j. onroerende zaken voor zover die bestemd zijn te worden gebruikt voor de publieke dienst van de gemeente, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die bestemd zijn te worden gebruikt voor het geven van onderwijs; k. straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde eigendommen - niet zijnde gebouwen - welke zijn geplaatst voor het belang van het publiek, ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri's, hekken en palen; l. plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in beheer zijn of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; zaaknummer Z/25/502403
pagina 2 van 4
m. begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning. 2. De vrijstelling voor de in onderdeel j van het eerste lid bedoelde onroerende zaken voor de eigenarenbelasting geldt niet voor zover de gemeente van die zaken niet het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht. 3. In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf voor de gebruikersbelasting buiten aanmerking gelaten de waarde van gedeelten van de onroerende zaak die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden. Artikel 5. Belastingtarieven 1. Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor: a. de gebruikersbelasting 0,2455%; b. de eigenarenbelasting 1. voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen 0,1193%; 2. voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen 0,2903%. 2. Als de heffingsmaatstaf beneden € 2.500 blijft, wordt geen belasting geheven. 3. Voor belastingbedragen tot € 10 vindt geen invordering plaats. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op een aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen onroerendezaakbelastingen of andere heffingen aangemerkt als één belastingbedrag. Artikel 6.
Wijze van heffing De belastingen worden bij wege van aanslag geheven. Artikel 7. Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald uiterlijk twee maanden na dagtekening van het aanslagbiljet. 2. In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in acht gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3. In afwijking in zoverre van het eerste en tweede lid geldt, dat de verschuldigde bedragen automatisch geïncasseerd worden in twee gelijke termijnen indien het totaalbedrag van het aanslagbiljet minder dan € 50,00 of tussen de € 10.000,00 en € 30.000,00 bedraagt. 4. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 8. Kwijtschelding Het kwijtscheldingsbeleid is geregeld in de verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen. Artikel 9.
Overgangsrecht De ‘Verordening onroerendezaakbelastingen 2025’ van 18 december 2024 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 10, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 10. Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. zaaknummer Z/25/502403
pagina 3 van 4
2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026. Artikel 11. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: 'Verordening onroerendezaakbelastingen 2026 Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 17 december 2025. De griffier Lennart Sluis
zaaknummer Z/25/502403
De burgemeester Lucien van Riswijk
pagina 4 van 4
Verordening rioolheffing 2026 De raad van de gemeente Zevenaar; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 4 november 2025 met nummer Z/25/502403; gelet op artikel 228a van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2026 Artikel 1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: 1. gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente; 2. verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het waterbedrijf betrekking heeft; 3. water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater, grondwater of oppervlaktewater. Artikel 2 Aard van de belasting Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: a. de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en b. de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken.
Artikel 3 Belastbaar feit en belastingplicht 1. De belasting wordt geheven van de gebruiker van een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd. 2. Met betrekking tot de belasting wordt als gebruiker aangemerkt: a. Bij gebruik van een perceel door meerdere leden in een huishouden, degene die door de in artikel 231,tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar is aangewezen; b. ingeval een gedeelte van een perceel voor gebruik is afgestaan: degene die dat gedeelte voor gebruik heeft afgestaan; c. bij het ter beschikking stellen van een perceel voor volgtijdig gebruik, degene die dat perceel ter beschikking heeft gesteld. Artikel 4 Voorwerp van de belasting 1. Voorwerp van de belasting is een perceel. Zaaknummer Z/25/502403
pagina 1 van 3
2. Voor de toepassing van deze verordening wordt als één perceel aangemerkt: a. de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken; b. de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats is gebonden; c. een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt; d. een samenstel van twee of meer in onderdeel b of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde persoon in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren. e. het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel. Artikel 5 Maatstaf van heffing 1. De heffing als bedoeld in artikel 2 van de verordening wordt voor percelen die zijn bestemd en worden gebruikt voor woondoeleinden, geheven per perceel. 2. De heffing als bedoeld in artikel 2 van de verordening wordt voor de overige percelen geheven naar het aantal kubieke meters afvalwater dat vanuit een perceel wordt afgevoerd. 3. Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke meters water dat in de laatste aan het begin van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel is toegevoerd of is opgepompt.
Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand gerekend. 4. Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn voorzien van een: a. watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of b. bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen. De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke bepaling. 5. De op de voet van het derde lid berekende hoeveelheid toegevoerd of opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet is afgevoerd. Artikel 6 Belastingtarieven 1. De heffing als bedoeld in artikel 2 van de verordening bedraagt per perceel dat is bestemd en wordt gebruikt voor woondoeleinden, € 252,00 per kalenderjaar 2. Indien een perceel als bedoeld in het eerste lid op 1 januari van het belastingjaar of bij aanvang van de belastingplicht door één persoon wordt gebruikt bedraagt de heffing € 176,00 per kalenderjaar. 3.
De heffing als bedoeld in artikel 2 van de verordening bedraagt voor de overige percelen per kalenderjaar € 226,00 per 500 m3 of gedeelte daarvan 4. Onverminderd het bepaalde in het eerste, tweede en derde lid, bedraagt de belasting € 0,- voor bebouwde en onbebouwde percelen waarbij geen sprake is van een voorziening met betrekking tot het toevoeren van water. Artikel 7 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 8 Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang Zaaknummer Z/25/502403
pagina 2 van 3
1. De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor de belasting in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3. Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor de belasting in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 4,00. 4. Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt. 5. Belastingbedragen van minder dan € 10,00 worden niet geheven. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op één aanslagbiljet verenigde belastingaanslagen aangemerkt als één belastingaanslag. Artikel 10 Termijnen van betaling 1.
In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald uiterlijk twee maanden na dagtekening van het aanslagbiljet. 2. In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in acht gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3. In afwijking in zoverre van het eerste en tweede lid geldt, dat de verschuldigde bedragen automatisch geïncasseerd worden in twee gelijke termijnen indien het totaalbedrag van het aanslagbiljet minder dan € 50,00 of tussen de € 10.000,00 en € 30.000,00 bedraagt. 4. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 11 Kwijtschelding Het kwijtscheldingsbeleid is geregeld in de verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen. Artikel 12 Overgangsrecht De ‘Verordening rioolheffing 2025” van 18 december 2024 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Artikel 13 Inwerkingtreding • Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. • De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026. Artikel 14 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: 'Verordening rioolheffing 2026.' Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 17 december 2025 De griffier Lennart Sluis Zaaknummer Z/25/502403
De burgemeester Lucien van Riswijk pagina 3 van 3
Verordening afvalstoffenheffing 2026 De raad van de gemeente Zevenaar; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 4 november 2025 met nummer Z/25/502403 INT/25/1272787; gelet op artikel 15.33 van de Wet Milieubeheer; gelet op de vigerende Afvalstoffenverordening en de vigerende Verordening Fysieke Leefomgeving; besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2026 Artikel 1 Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder “gebruik maken”: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer. Artikel 2 Aard van de belasting en belastbaar feit 1. Onder de naam 'afvalstoffenheffing' wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer. 2. De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik van een perceel ten aanzien waarvan krachtens artikel 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. 3. De belasting voor het achterlaten van afvalstoffen als bedoeld in artikel 10.21 of 10.22 van de Wet Milieubeheer bij het aanbiedstation wordt geheven van degene die deze afvalstoffen achterlaat. Artikel 3 Voorwerp van de belasting 1.
Voorwerp van de belasting is een perceel. 2. Als perceel wordt aangemerkt: a. de onroerende zaak, bedoeld in artikel 16, onder a, c, d en f, van de Wet waardering onroerende zaken; b. de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats gebonden is; c. een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt; d. een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren. e. het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel.
zaaknummer Z/25/502403
pagina 1 van 5
Artikel 4 Belastingplicht De belasting wordt geheven van degene die al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel. Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel 6 Belastingjaar Met betrekking tot de belasting die per jaar wordt geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 7 Wijze van heffing 1. De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel wordt geheven bij wege van aanslag. 2. De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.2 van de tarieventabel wordt geheven door middel van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1 De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
2 Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting bedoeld in onderdeel 1.1.1 en 1.1.4 van hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3 Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing van de belasting bedoeld in onderdeel 1.1.1 en 1.1.4 van hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 4,00. 4 Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruik maakt. 5 De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.2 van de tarieventabel is verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening. 6 Bij aanslag geheven belastingbedragen genoemd in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel van minder dan € 10,00 worden niet geheven. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op één aanslagbiljet verenigde belastingaanslagen aangemerkt als één belastingaanslag. Artikel 9 Termijnen van betaling 1.
In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990, moet de op grond van in artikel 6, eerste lid, bedoelde belasting worden betaald uiterlijk twee maanden na dagtekening van het aanslagbiljet. 2. In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in acht gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. Zaaknummer Z/25/502403
pagina 2 van 5
3. In afwijking in zoverre van het eerste en tweede lid geldt, dat de verschuldigde bedragen automatisch geïncasseerd worden in twee gelijke termijnen indien het totaalbedrag van het aanslagbiljet minder dan € 50,00 of tussen de € 10.000,00 en € 30.000,00 bedraagt. 4. De belasting moet worden betaald ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 7, tweede lid: a. mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; b. schriftelijk wordt gedaan, op het moment van het uitreiken van de kennisgeving, dan wel ingeval van toezending daarvan, binnen 30 dagen na dagtekening van de kennisgeving. 5. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 10 Kwijtschelding Het kwijtscheldingsbeleid is geregeld in de verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen. Artikel 11 Overgangsrecht De ‘Verordening afvalstoffenheffing 2025’ van 18 december 2024 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 12 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026.
Artikel 13 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: 'Verordening afvalstoffenheffing 2026.' Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 17 december 2025. De griffier Lennart Sluis
zaaknummer Z/25/502403
De burgemeester Lucien van Riswijk
pagina 3 van 5
Tarieventabel behorende bij de 'Verordening afvalstoffenheffing 2026’. Algemeen De bedragen genoemd in deze tabel zijn inclusief omzetbelasting indien deze verschuldigd is. Hoofdstuk 1.1 Maatstaven en jaarlijkse tarieven afvalstoffenheffing 1.1.1 De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar € 178,00 1.1.1.a In afwijking van onderdeel 1.1.1 bedraagt de belasting voor een perceel waar de mogelijkheid geboden wordt tot het afvoeren van huishoudelijke afvalstoffen via een verzamelcontainer: 1.1.1.a.1 voor een meerpersoonshuishouden € 239,00 1.1.1.a.2 voor een eenpersoonshuishouden € 214,00 1.1.2 1.1.2.1 1.1.2.2 1.1.2.3 1.1.2.4 1.1.2.5 1.1.2.6 1.1.3 1.1.4
Onverminderd het bepaalde in onderdeel 1.1.1 bedraagt de belasting per lediging van: een 140 liter container, bestemd voor overige huishoudelijke afvalstoffen een 180 liter container, bestemd voor overige huishoudelijke afvalstoffen een 240 liter container, bestemd voor overige huishoudelijke afvalstoffen een voormalige duobak, bestemd voor overige huishoudelijke Afvalstoffen een stadsemmer een 140 liter container, bestemd voor groente-, fruit- en tuinafval Onverminderd het bepaalde in onderdeel 1.1.1 bedraagt de belasting per aanbieding van huishoudelijk afval in een ondergrondse of bovengrondse verzamelcontainer indien een extra container of stadsemmer om medische redenen wordt gebruikt – blijkend uit een overlegde doktersverklaring – wordt het totaal van de heffing als bedoeld in dit hoofdstuk vastgesteld op
€ 5,60 € 7,20 € 9,60 € 9,60 € 1,60 € 0,00 € 1,90 € 239,00
Hoofdstuk 1.2 Maatstaven en overige tarieven afvalstoffenheffing 2.1. Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 1 bedraagt de belasting voor 2.1.1 het op aanvraag 2.1.1.1 inzamelen van grove huishoudelijke afvalstoffen, per aanvraag Zaaknummer Z/25/502403
pagina 4 van 5
met een maximum van 1 kubieke meter 2.1.1.2 inzamelen van grof tuinafval per aanvraag met een maximum van 1 kubieke meter 2.1.1.3 vervangen van een afvalpas
€ 45,00 € 30,00 € 10,00
Bedrijventerrein 7Poort 2.1.2 het achterlaten van huishoudelijk afvalstoffen op het aanbiedstation 7Poort per kg € 0,16 De navolgende afvalsoorten kunnen gratis gebracht worden naar het aanbiedstation: Papier, Plastic verpakkingsafval, Metalen en Drankenkartons (PMD), Flessenglas, Vlak glas, Wit en Bruingoed, Textiel, Luiers, Piepschuim (EPS), Oud ijzer, Harde Plastics, Klein Chemisch Afval, Lampen, Frituurvet, Tuinafval, Boomstobben, Olie en Accu’s. Behorend bij raadsbesluit van 17 december 2025 De griffier Lennart Sluis
zaaknummer Z/25/502403
pagina 5 van 5
Verordening parkeerbelasting 2026
De raad van de gemeente Zevenaar; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 4 november 2025 met nummer Z/25/502403 INT/25/1272787; gelet op de artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h, en 225 van de Gemeentewet en de vigerende Verordening Fysieke Leefomgeving; besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2026. Artikel 1 Definities Voor de toepassing van deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden; b. motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 van het RVV 1990; c. houder: degene op wiens naam het motorrijtuig ten tijde van het parkeren in het kentekenregister, bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994, was ingeschreven; d.
parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip van verzamelparkeermeters, centrale computer en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan; e. centrale computer: computer van het bedrijf waarmee de gemeente Zevenaar een overeenkomst heeft gesloten, bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen in het kader van het verlenen van diensten op het gebied van betaald parkeren met gebruik van een telefoon of een ander communicatiemiddel; f. autodate: het herhaald en opeenvolgend gezamenlijk gebruik van motorvoertuigen op grond van een overeenkomst tussen natuurlijke personen en een aanbieder of tussen natuurlijke personen uit meer dan een huishouden.
Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam 'parkeerbelastingen' worden de volgende belastingen geheven: a. een belasting ter zake van het parkeren van een motorvoertuig op een bij, dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen door het college van burgemeester en wethouders te bepalen plaats, tijdstip en wijze; b. een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren van een motorvoertuig op de in die vergunning aangegeven plaats en wijze.
Artikel 3 Belastingplicht 1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven van de degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd. 2. Als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt mede aangemerkt: a. degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of heeft gegeven de belasting te willen voldoen; b. zolang geen voldoening van de belasting genoemd in artikel 2, onderdeel a, heeft plaatsgevonden: 1e. de houder van het motorvoertuig, met dien verstande dat als een voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereenkomst wordt overgelegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren ingevolge deze overeenkomst de huurder van het motorvoertuig was, niet de houder maar de huurder wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd; 2e. als blijkt dat een ander in het kentekenregister had moeten staan ingeschreven, die ander wordt aangemerkt als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd. 3. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven van degene die op de voet van het tweede lid, onderdeel b, als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, als deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het motorvoertuig heeft gebruik gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen. 4.
De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven van degene die de vergunning heeft aangevraagd. Artikel 4 Vrijstelling De belasting wordt niet geheven ter zake van een motorvoertuig op een parkeerapparatuurplaats welke is voorzien van een geldige Europese gehandicaptenparkeerkaart, mits die parkeerkaart op een van buitenaf duidelijk leesbare plaats achter de voorruit van het motorvoertuig is aangebracht. Artikel 5 Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel.
Artikel 6 Wijze van heffing 1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte. Als voldoening op aangifte wordt aangemerkt het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college van burgemeester en wethouders gestelde voorschriften. 2. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte. Artikel 7 Ontstaan van de belastingschuld 1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren. tenzij het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een mobiele telefoon of ander communicatiemiddel inloggen op de centrale computer. 2. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend. Zaaknummer Z/25/502403
pagina 2 van 8
Artikel 8 Termijnen van betaling 1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald bij de aanvang van het parkeren. 2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald na het einde van het parkeren, indien het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een mobile telefoon of ander communicatiemiddel inloggen op de centrale computer. 3. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend. 4. Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald. Artikel 9 Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen betaling van de belasting bedoeld in artikel 2 mag worden geparkeerd geschiedt in alle gevallen door het college van burgemeester en wethouders bij openbaar te maken besluit. Artikel 10 Kosten De kosten van de naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bedragen € 82,00. Artikel 11 Kwijtschelding Het kwijtscheldingsbeleid is geregeld in de verordening kwijtschelding gemeentelijke belastingen.
Artikel 12 Overgangsrecht De ‘verordening parkeerbelastingen 2025’, vastgesteld bij raadsbesluit van 18 december 2024, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel 13 Inwerkingtreding 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026. Artikel 14 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening parkeerbelasting 2026. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 17 december 2025. De griffier Lennart Sluis
Zaaknummer Z/25/502403
De burgemeester Lucien van Riswijk
pagina 3 van 8
Tarieventabel behorende bij de verordening parkeerbelastingen 2026.
1.
Het tarief voor het parkeren bij parkeerapparatuur als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bedraagt: Straatparkeren tijdvak Tarief per 60 Maximum (dag) tarief minuten Tariefcode 1 Maandag t/m donderdag 09:00– 19:00 uur Vrijdag 9:00 – 21.00 uur € 1,20 n.v.t. Extra koopavonden 19.00 – 21.00 uur Zaterdag 9.00 – 18.00 uur Tariefcode 2 Maandag t/m donderdag 09:00– Maximum tarief 19:00 uur voor de eerste 5 Vrijdag 9:00 – 21.00 uur uur: Extra koopavonden 19.00 – 21.00 uur € 2,30. € 1,20 Zaterdag 9.00 – 18.00 uur Maximum dagtarief: € 4,30. 2.
Het tarief van een parkeervergunning als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, bedraagt
Locatie Bewoners A A B tot en met G B tot en met G Garagevergunning Masiusplein Garagevergunning Masiusplein A tot en met G A en E
Naam parkeervergunning
Tarief
Eenheid
1e Bewonersvergunning centrum 2e Bewonersvergunning centrum 1e Bewonersvergunning schil 2e Bewonersvergunning schil 1e Bewonersvergunning
€ 30,00 € 75,00 € 30,00 € 75,00
Per jaar Per jaar Per jaar Per jaar
€ 75,00
Per jaar
€ 150,00
Per jaar
€ 15,35 € 75,00
Per jaar
€ 12,00
Per 10 kraskaarten
€ 75,00
Per jaar
€ 12,00
Per 10 kraskaarten
€ 88,50 € 354,00
Per kwartaal Per jaar
2e Bewonersvergunning
Mantelzorgvergunning Bezoekersvergunning Bezoekerskaart voor maximaal 1 A en E uur parkeren Digitale bezoekersvergunning, B tot en met G voor maximaal 100 uur per maand Bezoekerskaart voor maximaal 1 B tot en met G uur parkeren Bedrijven / werknemers A tot en met G Bedrijfsvergunning A tot en met G Bedrijfsvergunning
Zaaknummer Z/25/502403
pagina 4 van 8
Karel van Werknemersvergunning Gelrestraat, Oude Doesburgseweg (noordelijk gedeelte), Parkeergarage Masiusplein Laag -2 Karel van Werknemersvergunning Gelrestraat, Oude Doesburgseweg (noordelijk gedeelte); Parkeergarage Masiusplein Laag -2 A tot en met G Vergunning spoedeisende hulp Herstelwerkzaamheden A Herstelwerkzaamhedenvergunning centrum A Herstelwerkzaamhedenvergunning centrum Herstelwerkzaamhedenvergunning centrum A Herstelwerkzaamhedenvergunning centrum B tot en met G Herstelwerkzaamhedenvergunning schil B tot en met G Herstelwerkzaamhedenvergunning schil B tot en met G Herstelwerkzaamhedenvergunning schil Wijziging vergunning Verstrekken van een gewijzigde schriftelijke vergunning Verstrekken van een gewijzigde digitale vergunning