Agendabundel
Tekst van het document
Artikel 9 Voorrang bij urgentie 1. Voor de woonruimten als bedoeld in artikel 2, wordt bij het verlenen van huisvestingsvergunningen voorrang gegeven aan urgent woningzoekenden. 2. De urgent woningzoekenden worden ingedeeld in de volgende urgentiecategorieën: a. Woningzoekenden aan wie een herstructureringsurgentieverklaring is verstrekt, als bedoeld in artikel 10, eerste lid; b. Woningzoekenden die verblijven in een voorziening voor tijdelijke opvang van personen die in verband met problemen van relationele aard of geweld hun woonruimte hebben verlaten, blijkens een daartoe door deze voorziening afgegeven verklaring; c. Woningzoekenden aan wie een mantelzorgurgentieverklaring is verstrekt; d. Woningzoekenden aan wie een noodurgentieverklaring is verstrekt. 3. Woningzoekenden omschreven in artikel 9, tweede lid onder a hebben voorrang op de woningzoekenden omschreven in artikel 9 tweede lid onder b, c en d. 4. Als meerdere woningzoekenden zoals omschreven in artikel 9 tweede lid onder b, c en d, in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning wordt de toewijzing bepaald op basis van de datum waarop de urgentie is afgegeven, waarbij de oudste datum voorgaat op de andere. Wanneer meerdere van deze woningzoekenden met een urgentieverklaring die op dezelfde datum is toegekend reageren op dezelfde woning, dan heeft degene met de langste meettijd voorrang.
Artikel 10 Urgentieverklaringen 1. Een corporatie kan een herstructureringsurgentieverklaring verstrekken aan een woningzoekende die vanwege sloop of ingrijpende renovatie de woonruimte moet verlaten en daar niet terugkeert. Deze woningzoekenden hebben de keuze om zelf te zoeken naar een woonruimte of door een corporatie te worden bemiddeld naar een woonruimte . 2.
Het college van burgemeester en wethouders kan een urgentieverklaring verstrekken aan personen die verblijven in een voorziening voor tijdelijke opvang van personen die in verband met problemen van relationele aard of geweld hun woonruimte hebben verlaten.
3.
Het college van burgemeester en wethouders kan een mantelzorgurgentieverklaring verstrekken aan een woningzoekende die in de gemeente mantelzorg verleent of ontvangt, a. als de verwachting is dat de mantelzorgrelatie minimaal een jaar in stand blijft. b. waarbij sprake is van een ondersteuningsvraag, c. waarbij sprake is van een mantelzorgrelatie waarin de mantelzorger minimaal 10 uur per week besteedt aan het bieden van mantelzorg
6
4.
Het college van burgemeester en wethouders kan een noodurgentieverklaring verstrekken aan een woningzoekende die zich in een persoonlijke noodsituatie bevindt, indien deze noodsituatie: a. niet door betrokkene zelf is veroorzaakt of kon worden voorkomen, en b. niet door betrokkene zelf kan worden opgelost. c. zodanig ernstig is dat het onverantwoord is deze situatie langer dan 4 maanden te laten voortbestaan, geteld vanaf het moment van de aanvraag om een urgentieverklaring.
5.
Voor zover er sprake is van verwijtbare verantwoordelijkheid voor het ontstaan of voortbestaan van de persoonlijke noodsituatie als bedoeld in het vierde lid geldt dit tot een maximum van drie jaar na het ontstaan van de woonnoodsituatie.
6.
Een urgentieverklaring kan worden ingetrokken, indien de woningzoekende weigert een door een corporatie aan hem aangeboden woonruimte te aanvaarden.
7.
De urgentieverklaringen als bedoeld in de leden 1, 2 en 4 zijn geldig voor het verkrijgen van woonruimten in de woningmarktregio.
8.
De urgentieverklaringen als bedoeld in de leden 2 , 3 en 4 hebben een geldigheidsduur van vier maanden. Deze geldigheidsduur kan worden verlengd met drie maanden.
9.
De urgentieverklaringen vervallen door het aanvaarden van een aangeboden woonruimte.
10. Een woningzoekende die in het bezit is van een urgentieverklaring als bedoeld in de leden 2, 3 en 4 reageert zelf op aangeboden woningen, tenzij bij de urgentieverlening anders is bepaald. Artikel 11 Voorwaarden bij noodurgentieverklaring 1. Aan het verstrekken van een noodurgentieverklaring kunnen voorwaarden verbonden worden. Een urgentieverklaring onder voorwaarden kan worden verstrekt aan personen in bijzondere omstandigheden of aan personen met zodanig ernstige psychische en/of psychosociale problemen dat woonbegeleiding geïndiceerd is. 2.
Voorwaarden die opgelegd kunnen worden zijn: a. acceptatie van begeleiding; b. toewijzing van een specifiek geschikte woonruimte.
3.
Het verbinden van voorwaarden aan de urgentieverlening wordt in de urgentieverklaring gemotiveerd.
7
Hoofdstuk 3 Wijzigingen in de woonruimtevoorraad Deel 1 Onttrekking, samenvoeging en omzetting van woonruimte. Dit deel is uitsluitend van toepassing in de gemeente Nijmegen en Arnhem.
8
Hoofdstuk 4 Overige bepalingen Artikel 18 Monitoring en verantwoording 1. De woonruimteverdeling vormt onderwerp van een systeem van monitoring en verantwoording. De informatie wordt geleverd door de corporaties die belast zijn met de uitvoering van de woonruimteverdeling. 2.
De rapportage bevat in ieder geval de gegevens zoals weergegeven in bijlage 4. Het college van burgemeester en wethouders kan aanvullende gegevens verlangen.
3.
De rapportage van de monitoring en verantwoording wordt eenmaal per jaar voorgelegd aan het college van burgemeester en wethouders.
4.
De werking van de verordening zal uiterlijk 3 jaar na inwerkingtreding integraal worden geëvalueerd.
Artikel 19 Bestuurlijke boete 1. Overtreding van de verboden, bedoeld in de artikel 2, eerste lid van deze verordening, kan worden beboet met een bestuurlijke boete. 2.
De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste het bedrag zoals opgenomen in de tabel in bijlage 5 van deze verordening.
Artikel 20 Onvoorziene gevallen In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet beslist het college van burgemeester en wethouders, waarbij het zich uitsluitend zal laten leiden door overwegingen betrekking hebbend op de evenwichtige en rechtvaardige verdeling van schaarse woonruimte. Artikel 21 Overgangsrecht 1. Alle genomen besluiten op grond van de Huisvestingsverordening Zevenaar 2020, worden gelijkgesteld aan besluiten op grond van deze verordening. 2.
Aanvragen om een vergunning die zijn ingediend voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening, worden gelijkgesteld aan aanvragen op grond van deze verordening.
3.
Aanvragen om een vergunning die zijn ingediend voor het tijdstip van inwerkingtreding van een wijziging van deze verordening, worden behandeld conform de gewijzigde verordening tenzij de aanvrager hiermee in een nadeligere positie komt.
Artikel 22 Hardheidsclausule Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd om, in gevallen waarin de toepassing van deze verordening naar haar oordeel tot een bijzondere hardheid leidt, ten gunste van de aanvrager af te wijken van bepalingen in deze verordening. Artikel 23 Inwerkingtreding verordening en citeertitel Deze verordening treedt in werking op 31 december 2023 en vervalt na vier jaar. Deze verordening wordt aangehaald als Huisvestingsverordening Gemeente Zevenaar 2024. De Huisvestingsverordening Gemeente Zevenaar 2020 wordt ingetrokken. Artikel 24 Bijlagen De verordening heeft de volgende bijlagen: 1. Bijlage 1: toelichting. 2. Bijlage 2: richtlijnen voor levensloopgeschikte en rolstoelgeschikte woonruimten (artikel 8, tweede en derde lid) 3. Bijlage 3: limitatieve lijst bemiddeling doelgroepen 4. Bijlage 4: monitorgegevens (artikel 18). 5. Bijlage 5: bestuurlijke boete (artikel 19). 9
Bijlage 1 Artikelsgewijze toelichting Inleiding
Deze toelichting maakt deel uit van de Huisvestingsverordening Zevenaar 2024 waarin de uitvoering van de woonruimteverdeling wordt geregeld. De verordening is gebaseerd op de Huisvestingswet 2014.
Artikel 1. Begripsbepalingen Dit artikel bevat in alfabetische volgorde een aanduiding van de in deze verordening gebruikte definities.
Artikel 2. Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte Uit de notitie ‘Schaarste sociale huurwoningen op de woningmarkt Arnhem-Nijmegen, volgt dat in de woningmarktregio schaarste bestaat aan goedkope woonruimte. De Huisvestingswet 2014 bepaalt in artikel 7, eerste lid, dat de huisvestingsverordening categorieën goedkopere woonruimte kan aanwijzen die niet voor bewoning in gebruik mogen worden genomen of gegeven indien daarvoor geen huisvestingsvergunning is verleend. Gelet op de schaarste in de woningmarktregio, wordt van deze mogelijkheid gebruik gemaakt. In de Huisvestingsverordening wordt nu bepaald dat deze vergunningsplicht geldt voor zelfstandige woonruimten in eigendom van een corporatie met een huurprijs beneden de huurtoeslaggrens als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag. Het bedrag wordt door het Rijk vastgesteld. De vergunningsplicht geldt niet voor zorgwoningen. Op grond van artikel 18 van de Huisvestingswet 2014 kunnen burgemeester en wethouders een huisvestingsvergunning intrekken indien: a. de houder van de vergunning de in die vergunning vermelde woonruimte niet binnen de door burgemeester en wethouders bij de verlening gestelde termijn in gebruik heeft genomen, of b.
die vergunning is verleend op grond van door de houder van de vergunning verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren.
Artikel 3. Aanvraag en inhoud huisvestingsvergunning
Zodra een woning door een corporatie wordt aangeboden aan een woningzoekende, kan deze bij de betrokken corporatie een aanvraag om een huisvestingsvergunning indienen, volgens een door burgemeester en wethouders vastgesteld formulier (artikel 3). De corporaties zijn gemandateerd om een huisvestingsvergunning te verlenen. De gegevens waarmee een woningzoekende geregistreerd staat worden door de betreffende corporatie gecontroleerd op het moment van toewijzing van een woning. De woningzoekende is verantwoordelijk voor het actueel houden van zijn inschrijfgegevens. In het geval van een duurzaam gemeenschappelijke huishouding moet deze aangetoond worden door middel van: • de huwelijksakte • of het samenlevingscontract • of akte van partnerregistratie • of een uittreksel van de Basisregistratie Personen (BRP) waarin aangetoond wordt dat men minimaal de voorgaande twee jaar met maximaal 2 meerderjarigen heeft samengewoond. Het verbreken van de duurzaam gemeenschappelijke huishouding moet aangetoond worden door middel van: • een schriftelijke verklaring, ondertekend door beide partijen, waaruit blijkt dat de duurzaam gemeenschappelijke huishouding verbroken is • of een echtscheidingsconvenant • of een akte van ontbinding geregistreerd partnerschap • of een officieel document van ontbinding van het samenlevingscontract.
Artikel 4. Registratie van woningzoekenden
De corporaties zorgen voor het aanleggen en bijhouden van een uniform registratiesysteem van woningzoekenden. Voor iedere ingeschreven woningzoekende is de registratiedatum de basis voor de meettijd. Bij de eerste inschrijving wordt bepaald of een woningzoekende starter, doorstromer of herstarter is. Voor een starter wordt de registratiedatum gevormd door het moment dat deze zich inschrijft als woningzoekende. Voor een doorstromer of herstarter wordt de registratiedatum bepaald door de datum waarop de woningzoekende woont in de huidige woning volgens de gegevens van de Basisregistratie Personen (BRP) van de betreffende gemeente.
10
Wanneer sprake is van twee herstarters uit eenzelfde huishouden (bijvoorbeeld echtscheiding waarbij beide ex partners een koopwoning achterlaten en willen verhuizen naar een sociale huurwoning) krijgen zij beide de woonduurdatum die op hen van toepassing is. Voor doorstromers die willen gaan samenwonen en daarbij beiden een afzonderlijke zelfstandige sociale huurwoonruimte in Nederland leeg achterlaten, geldt als meettijd de som van de meettijd van deze twee afzonderlijke doorstromers. Deze optelling geldt eenmalig, in die zin dat bij eventuele volgende verhuizingen deze optelling niet meer plaatsvindt. Woningzoekenden kunnen zich niet beroepen op een inschrijving van voor 1 januari 2013 indien zij geen, of niet tijdig, gebruik hebben gemaakt van de toen geldende overgangsregeling, die gold tot 30 juni 2013.
Artikel 5. Overzicht van woonruimte
Elke woonruimte die verhuurd wordt, zal door de corporatie verantwoord worden via voor het publiek toegankelijke media. Dit gebeurt binnen twee weken na afgifte van de huisvestingsvergunning en het tekenen van het huurcontract. Er wordt minimaal verantwoord: • het adres; • het aantal reacties; • de meettijd c.q. code voor wijze van rangordebepaling c.q. manier van toewijzing.
Artikel 6. Woningtoewijzing
Onderscheid verdeelmodellen Volgens artikel 6 bieden corporaties zelfstandige woonruimte aan volgens het aanbodmodel, dan wel het lotingmodel. In beide gevallen wordt de woning geadverteerd. De andere mogelijkheid is het bemiddelen van een woningzoekende naar een woning. Volgens art 6 , vijfde lid van de verordening dient van het totale vrijkomende woningaanbod jaarlijks tussen de 15% en 30% volgens het lotingmodel te worden aangeboden. De corporatie kan binnen deze verdeling zelf kiezen welke woningen volgens het aanbodmodel worden aangeboden en welke volgens het lotingmodel. In de laatste categorie zal het met name gaan om woningen voor woningzoekenden die snel een woning nodig hebben en niet in aanmerking komen voor een urgentie. Het gaat in het lotingmodel dus niet om het aanbieden van de minst courante woningen, maar om woningen die de beste match hebben met de beoogde categorie woningzoekenden. Uiteraard kunnen de corporaties via monitoring het aanbod via het lotingmodel optimaliseren. De bandbreedte in de percentages (tussen de 15% en 30%) biedt mogelijkheden voor variatie naar gelang de omstandigheden. De bandbreedte in percentages geldt per woningcorporatie en per gemeente.
Jaarlijks wordt per gemeente en per woningcorporatie gemonitord hoeveel woningen (absoluut en percentueel) via het lotingmodel worden aangeboden, wat voor woningen het zijn en aan welke doel groepen ze worden verhuurd. Bemiddelen van woningzoekenden naar een woning Daarnaast mag een corporatie maximaal 15% van de vrijgekomen woningen via bemiddeling toewijzen aan een aantal doelgroepen die limitatief zijn omschreven in bijlage 3, onder kolom 3. Het huisvesten van statushouders en woningruil vindt wel plaats via bemiddeling maar telt niet mee in deze 15%. Ook de toewijzing van standplaatsen valt niet onder deze 15%. Voor het aantal te huisvesten statushouders geldt de wettelijke taakstelling die gemeenten krijgen van het Rijk. Voor het toewijzen van standplaatsen al dan niet met een woonwagen kunnen burgemeester en wethouders nadere regels vaststellen. Mocht verhuring binnen het gekozen systeem niet tot verhuur leiden, dan is de corporatie vrij in het kiezen van de methode om tot verhuring van de woning te komen. Volgorde van aanbieden van de woning De woning wordt aangeboden op volgorde van de kandidatenlijst, zoals die ontstaat na toepassing van de gekozen rangordebepaler (aanbodmodel, lotingmodel), dan wel via bemiddeling van de woningzoekende. Binnen het aanbodmodel wordt zowel voor starters als doorstromers en herstarters de meettijd bepaald door de registratiedatum.
Op dit begrip is al bij artikel 4 ingegaan. Als het gaat om de meettijd van starters, kan de registratiedatum nauwkeurig worden bepaald (niet alleen door de dag, maar ook door het tijdstip). In het geval 11
van doorstromers is het denkbaar dat twee kandidaten voor dezelfde woning een gelijke registratie datum hebben. In dat geval wordt de rangorde bepaald door loting. Als een woningzoekende in aanmerking komt voor meer dan één woning, start in principe voor alle betreffende woonruimten een aanbiedingsproces. Dit is ongeacht het model dat gekozen is. Voorwaarde voor toewijzing is een positieve verhuurdersverklaring en een inkomensverklaring (voor zover van toepassing) en correcte inschrijfgegevens. Een inkomensverklaring kan bij de Belastingdienst worden aangevraagd. De corporatie verstrekt na acceptatie van de woningtoewijzing namens burgemeester en wethouders de huisvestingvergunning aan de nieuwe huurder. Burgemeester en wethouders verstrekken daartoe een formulier aan de corporatie. De woningcorporatie kan besluiten een kandidaat geen huurcontract aan te bieden. Redenen zijn onder andere huurschuld bij de huidige of een vorige verhuurder of het veroorzaken van ernstige overlast. Tevens zal de aanbieding ingetrokken worden indien blijkt dat de relevante gegevens van de woningzoekende in het woningzoekendenregister niet juist zijn of als de woningzoekende weigert medewerking te verlenen aan het controleren van die gegevens.
De weigering gebeurt schriftelijk aan de betreffende kandidaat met opgaaf van reden(en) en met verwijzing naar de mogelijkheid daartegen een klacht in te dienen. Woningruil Woningruil valt volgens bijlage 3 onder bemiddeling, maar telt niet mee als vrijkomend huuraanbod. Het betreft wel een mutatie en moet daarom door de corporaties meegenomen worden in de verantwoording aan burgemeester en wethouders.
Artikel 7. Weigering en acceptatie van woonruimte In dit artikel zijn de situaties en sancties omschreven bij no show van woningzoekenden die zijn uitgenodigd voor een bezichtiging van een woning waarop ze hebben gereageerd. Deze sancties zijn nodig omdat no show het aanbiedingsproces vertraagt, en serieuze woningzoekenden langer moeten wachten. Dit is ongewenst in een zeer krappe woningmarkt. Lid 3 van dit artikel bevat de regel dat bij acceptatie van een woning de opgebouwde meettijd behouden blijft. Dit helpt een snellere acceptatie van een aangeboden woning, en zodoende ook de doorstroming.
Artikel 8. Voorrang bij toewijzing van woonruimte
Dit artikel regelt aan welke doelgroepen, en op welke wijze deze doelgroepen met voorrang kunnen worden gehuisvest. In de eerste plaats kunnen corporaties jaarlijks de helft van alle opgeleverde sociale nieuwbouwwoningen in een gemeente met voorrang toewijzen aan inwoners van die gemeente. Deze regel is bedoeld om de leefbaarheid op peil te houden, en/of om gerichte doorstroming op gang te brengen. Daarnaast kunnen vrijkomende woningen worden gelabeld voor een aantal doelgroepen die zo met voorrang kunnen worden gehuisvest. Deze staan opgesomd in lid 3 van artikel 8, waarbij tevens wordt verwezen naar bijlage 3 bij deze verordening. Het gaat om woningzoekenden in een bepaalde leeftijdscategorie, grote huishoudens, doorstromers in het kader van het project van groot naar beter, en woningzoekenden voor een bijzonder project of in het kader van leefbaarheid. Hieronder vallen ook de verhuisindicaties voor een levensloopgeschikte woning of een rolstoelgeschikte woning. De afgifte hiervan vindt op lokaal niveau plaats binnen de regels van artikel 8 lid 3 sub e en f en lid 4. De verhuisindicatie wordt in de hele woningmarktregio geaccepteerd. Dat geldt ook voor indicaties die buiten de woningmarktregio zijn afgegeven. Het verlenen van een verhuisindicatie is een besluit waartegen op grond van de Algemene wet bestuursrecht bezwaar en beroep kan worden aangetekend.
Het college van burgemeester en wethouders dat de verhuisindicatie afgeeft neemt zelf de bezwaar- en beroepschriften in behandeling. De verhuisindicatie is niet gekoppeld aan een financiële vergoeding op basis van de Wet maatschappelijke ondersteuning. Voor de richtlijnen waaraan de betreffende woningen moeten voldoen, wordt verwezen naar bijlage 2. Op lokaal niveau kunnen burgemeester en wethouders en de in de gemeente werkzame corporaties afspraken maken over de toewijzing van deze woningen. In artikel 8 lid 4 is door rekening te houden met eigen mogelijkheden van de woningzoekende, meer aansluiting gezocht bij de opdracht die voortvloeit uit de Wmo 2015. Soms zijn mensen in staat om met eigen mogelijkheden en/of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk het woonprobleem te verminderen of te verhelpen. 12
Rolstoelgeschikte woningen die via het aanbodmodel worden geadverteerd, worden in eerste instantie uitsluitend aangeboden aan woningzoekenden met een verhuisindicatie voor een levensloopgeschikte c.q. rolstoelgeschikte woning. Indien deze woningen de eerste keer vruchteloos worden aangeboden, wordt de tweede keer bij voorrang geadverteerd voor woningzoekenden met de betreffende indicatiestelling. Indien er dan weer geen kandidaten zijn voor deze woning, dan wordt de woning bij de tweede keer adverteren op basis van de normale volgordebepaling aan een andere woningzoekende toegewezen.
Artikel 9, 10 en 11 Voorrang bij urgentie Algemeen De deelnemende gemeenten en corporaties in de woningmarktregio hanteren hetzelfde urgentiebeleid. Er wordt overal met dezelfde urgentiecriteria gewerkt. Daartoe is er in de woningmarktregio één regionale urgentiecommissie werkzaam. De urgentiecommissie woonruimteverdeling is namens burgemeester en wethouders van de contactgemeente Arnhem belast met het behandelen van alle aanvragen om noodurgentie. Daarnaast handelt de regionale urgentiecommissie ook de aanvragen om een mantelzorgurgentie af. De benoeming van de leden van deze commissie valt onder verantwoordelijkheid van het college van de contactgemeente. De werkzaamheden van de commissie zijn vastgelegd in het Reglement aanvragen noodurgentie en mantelzorgurgentie woonruimteverdeling, dat deel uitmaakt van de bestuursovereenkomst die gemeenten in de woningmarktregio hebben gesloten. Rangordebepaling Een urgent woningzoekende gaat voor een regulier woningzoekende, tenzij voor de betreffende woning de voorrang voor urgent woningzoekenden is uitgesloten. Dit laatste is in de presentatie van de woning (bijvoorbeeld in de advertentie) duidelijk kenbaar gemaakt.
Er zijn vier categorieën urgent woningzoekenden: herstructureringsurgenten, urgent woningzoekenden vanwege verblijf in een tijdelijke opvang in verband met problemen van relationele aard en/of geweld, mantelzorgurgenties en noodurgenties. Binnen deze vier categorieën gaan woningzoekenden met een herstructureringsurgentie voor op de andere woningzoekenden, om zo de noodzakelijke vernieuwing van de woningvoorraad te faciliteren door herhuisvesting van mensen die vanwege sloop of ingrijpende verbouwing hun huis uit moeten. Binnen de overige drie categorieën wordt de rangorde van de urgent woningzoekenden bepaald op de wijze zoals bepaald in artikel 9 lid 4. Voorziening voor tijdelijke opvang Woningzoekenden die verblijven in een voorziening voor tijdelijke opvang van personen die in verband met problemen van relationele aard of geweld hun woonruimte hebben verlaten zijn op grond van de Wet reeds urgent woningzoekend. Deze woningzoekenden moeten dat aantonen met een daartoe door deze voorziening afgegeven verklaring. Deze verklaring moet afkomstig zijn van een voorziening die zich professioneel richt op het bieden van tijdelijke opvang en hulp, zoals een blijf-van-mijn-lijfhuis. Mantelzorgurgentie Ontvangers of verleners van mantelzorg zijn ook op grond van de Wet urgent woningzoekende.
Zij moeten voldoen aan de volgende voorwaarden om voor urgentie via een mantelzorgurgentie als bedoeld in artikel 10 lid 3 in aanmerking te komen: • er is sprake van een ondersteuningsvraag • er is sprake van een mantelzorgrelatie • de mantelzorger besteedt minimaal 10 uur per week aan mantelzorg • er is sprake van een langdurige ondersteuning waarbij de verwachting bestaat dat de mantelzorgrelatie minimaal een jaar in stand blijft. Burgemeester en wethouders kunnen beleidsregels vaststellen met betrekking tot het verlenen van mantelzorgurgenties. Zo kan daarin worden opgenomen op welke wijze de afstand of reistijd tussen de ontvanger en verlener van mantelzorg, of andere relevante factoren bij de beoordeling van een aanvraag om mantelzorgurgentie worden betrokken.
13
De mantelzorgurgentieverklaring is alleen geldig in de gemeente waarvoor deze verklaring is afgegeven. Dit is de gemeente waar de mantelzorg wordt verleend of ontvangen. Woningzoekenden die mantelzorg verlenen of ontvangen worden niet bemiddeld naar een woning, maar zoeken zelf een woonruimte. Noodsituatie Het begrip noodsituatie staat centraal bij de aanvraag voor een noodurgentie. Dit begrip wordt als volgt toegelicht: • Er is sprake van een persoonlijke noodsituatie. • Een (andere) woning in de woningmarktregio moet een oplossing zijn voor de huidige noodsituatie. • De huidige woning is niet geschikt (te maken) om het probleem, waarin het huishouden verkeert, te verhelpen. • De noodsituatie moet zodanig ernstig zijn dat het onverantwoord is deze langer dan vier maanden te laten voortbestaan, geteld vanaf het moment van behandeling van de aanvraag door de urgentiecommissie. • De noodsituatie moet buiten de schuld (of nalatigheid) van betrokkene zijn ontstaan. • Betrokkene is niet verwijtbaar verantwoordelijk te stellen voor het ontstaan of voortbestaan van de problemen. Voor zover er sprake is van verwijtbare verantwoordelijkheid voor ontstaan of voortbestaan van het probleem geldt dit tot een maximum van 3 jaar na het ontstaan van de woonnoodsituatie.
• De noodsituatie was voor betrokkene niet te voorzien, ofwel betrokkene was niet in staat tijdig maatregelen te nemen om de (huidige of aanstaande) woonnoodsituatie te voorkomen. • Verder was betrokkene niet in staat daarop te anticiperen door middel van tijdig reageren c.q. inschrijven als woningzoekende in de woningmarktregio. • Van betrokkene wordt verwacht eerst zelf aantoonbaar naar een oplossing van het probleem gezocht te hebben, voordat een noodurgentieverklaring wordt aangevraagd. Voor het aanvragen van een aanvragen van een noodurgentieverklaring zijn leges verschuldigd. Dit wordt regionaal uniform geregeld in de leges- c.q. belastingverordeningen van de gemeenten in de woningmarktregio. Het verstrekken van een noodurgentieverklaring of een mantelzorgurgentieverklaring is een besluit waartegen op grond van de Algemene wet bestuursrecht bezwaar en beroep kan worden aangetekend. Begeleiding en bemiddeling Aan het verstrekken van een noodurgentieverklaring kunnen voorwaarden worden verbonden (artikel 11 verordening). De voorwaarden kunnen gelden voor personen in bijzondere omstandigheden of voor personen met zodanig ernstige psychische en/of psychosociale problemen dat woonbegeleiding geïndiceerd is. De voorwaarden die opgelegd kunnen worden, zijn: • acceptatie van begeleiding; • toewijzing van een specifiek geschikte woning.
Aan woningzoekenden waarbij begeleiding als voorwaarde is gesteld, kan de woningcorporatie bij woningtoewijzing de eis stellen dat zij deze begeleiding daadwerkelijk accepteren. Weigering van begeleiding kan er toe leiden dat de woningzoekende niet in aanmerking komt voor de woning. Bij de toewijzing van een specifiek geschikte woning wordt de urgente bemiddeld en gaat dus niet zelf op zoek naar een woning.
Artikel 18. Monitoring en verantwoording
Deze verordening is gericht op het rechtvaardig verdelen van schaarse woonruimte en het bestrijden van ongewenste en onevenwichtige effecten van die schaarste. Het is om die reden van belang om de effecten goed te volgen. Daarom is de woonruimteverdeling onderwerp van een systeem van monitoring en verantwoording. In artikel 18 is opgenomen welke regels daarvoor gelden. De corporaties die belast zijn met de uitvoering van de woonruimteverdeling, leveren de informatie aan het college van burgemeester en wethouders. Daarnaast is opgenomen dat de verordening 1 jaar voor het einde van de wettelijke termijjn van 4 jaar geldigheidsduur, integraal wordt geëvalueerd.
14
Artikel 19. Bestuurlijke boete
In artikel 2 is bepaald dat zelfstandige woonruimten in eigendom van een corporatie met een huurprijs beneden de huurtoeslaggrens als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag niet voor bewoning in gebruik mogen worden genomen of gegeven als daarvoor geen huisvestingsvergunning is verleend. Het handelen zonder huisvestingsvergunning is een overtreding waartegen een bestuurlijke boete kan worden opgelegd. In de tabel in bijlage 4 is de hoogte van de boetes, gespecificeerd per overtreding, aangegeven.
15
Bijlage 2
Richtlijnen voor levensloopgeschikte woonruimten en rolstoelgeschikte
woonruimten (artikel 8)
Levensloopgeschikte woonruimten 1. Goed bereikbare entree a. De entree van de woonruimte dient goed bereikbaar te zijn, dat wil zeggen dat een bewoner/ bezoeker die gebruik maakt van loophulpmiddelen de woning goed moet kunnen gebruiken: b. De toegangsroute naar een woning dient verhard en voldoende stroef te zijn c. Breedte van de toegangsroute dient groter dan 900 mm te zijn d. Hoogteverschil dient kleiner dan 250 mm te zijn, te overbruggen met helling niet steiler dan 1:12 e. De toegangsroute naar een woongebouw dient verhard en voldoende stroef te zijn f. Breedte van de toegangsroute groter dan 1200 mm g. Hoogteverschil tussen 250 en 500 mm, te overbruggen met een helling niet steiler dan 1:12 h. Hoogteverschil vanaf openbare weg mag niet meer zijn dan 500 mm i. Bij appartementen dient een lift aanwezig te zijn voor woonruimten die niet op de begane grond liggen. j. Aan de buitenzijde van de voordeur dient een vrije ruimte van minimaal 1200 x 1200 mm te zijn, op waterpas niveau. Aan de binnenzijde minimaal 1200 m breed en 1500 mm diep met ruimte voor een garderobe. 2. Indeling Alle primaire ruimten (woonkamer, keuken, toilet, hoofdslaapkamer en badkamer) dienen op één bouwlaag te liggen. Als er verblijfsruimten op meer dan één bouwlaag liggen, zijn ze onderling verbonden door een veilige trap.
Als de primaire ruimten (woonkamer, keuken, toilet, hoofdslaapkamer en badkamer) op meer dan één bouwlaag liggen, moet tevens de mogelijkheid aanwezig zijn om een traplift aan te brengen. 3.
Drempels en draaicirkels a. In de woonruimte zijn lage (max. 20 mm) of geen drempels. Dat geldt ook voor de toegangsdeuren tot de woonruimte of het woongebouw (in het geval van appartementen e.d.). b. Als dat laatste niet mogelijk is, dienen hogere drempels door een hellingbaan te worden overbrugd. c. De afmetingen van de keuken, hoofdslaapkamer en badkamer dienen zodanig te zijn dat een draaicirkel van 1200 mm mogelijk is. d. In het geval van een afzonderlijk toilet dient de toegangsdeur bij voorkeur haaks op de lengterichting van de toiletpot te staan.
4.
De vertrekken a. Voor alle vertrekken geldt dat alle deurposten minimaal 750 mm breed zijn. b. Een woonruimte van minimaal 19 m2 en een breedte van minimaal 3,30 m, ruimte voor zitten en eten, voldoende vrij uitzicht. c. Een privé buitenruimte (balkon, terras) van minimaal 2000 x 1200 mm, met de bereikbaarheid conform punt 1c. d. Een open of gesloten keuken met een aanrechtlengte van bij voorkeur 2400 mm en een vrije ruimte achter het aanrecht van minimaal 1200 mm diep. e. Een hoofdslaapruimte van minimaal 10 m2, een breedte van minimaal 2700 mm, een vrije bewegingsruimte aan minimaal één lange zijde van een tweepersoonsbed en naar een garderobe kast van minimaal 800 mm. f. Een badruimte met een bij voorkeur drempelloze douche, wastafel en toilet, en antislipvloer. 16
5.
Indien sprake is van een woongebouw (zoals bij appartementen) dienen de volgende voorzieningen te worden getroffen: a. De aanwezigheid van een intercom/videofoon. b. Een goede verlichting in de hal, trappenhuizen, bergingen, enz. c. Een goed voor rollatorgebruikers bereikbare entree. d. Een goed voor rollatorgebruikers bereikbare berging. e. Bij de entree van het woongebouw een vrije ruimte aan de buitenzijde van minimaal 1500 mm x 1500 mm, op waterpas niveau. f. In de entreehal een vrije ruimte van 1500 mm x 1500 mm excl. een vaste zitplaats voor 2 personen g. Een lift met een binnenbreedte van minimaal 900 mm breed en 1300 mm diep, met schuifdeur of automatische deur . h. Verkeersruimten (gangen, galerijen e.d.) van minimaal 1200 mm breed. i. Licht of elektrisch bedienbare deuren van minimaal 800 mm breed en drempelloos dan wel met een lage drempel. j. Een stalling en oplaadpunt voor een scootmobiel.
6.
In de woonruimte dient voldoende comfort (binnenklimaat) te zijn. Indien sprake is van een woongebouw dient dit gebouw voldoende veiligheid (sociale veiligheid, valveiligheid) binnen en buiten de woonruimte te bieden.
7.
Corporaties kunnen overeenkomstig certificaat A (rollatorgeschikt) van het Handboek WoonKeur Bestaande Bouw aanvullende eisen stellen.
Rolstoelgeschikte woonruimten Naast de hierboven voorschriften voor levensloopgeschikte woningen gelden voor rolstoelgeschikte woonruimten de volgende aanvullende voorschriften: 1.
Goed bereikbare entree a. De bezoekbaarheid van de woning dient goed te zijn, dat wil zeggen dat een bewoner/bezoeker die gebruik maakt van een rolstoel de woning goed moet kunnen gebruiken. b. Aan de buitenzijde van de voordeur dient een vrije ruimte van minimaal 1500 mm x 1500 mm te zijn, op waterpas niveau. Aan de binnenzijde eveneens minimaal 1500 mm x 1500 mm diep met ruimte voor een garderobe.
2.
De vertrekken a. Een privé buitenruimte (balkon, terras) van minimaal 2000 mm x 1500 m. b. Een hoofdslaapruimte van minimaal 12 m2, een breedte van minimaal 3000 mm, een vrije bewegingsruimte aan minimaal één lange zijde van een tweepersoonsbed en naar een garderobekast van minimaal 900 mm; c. De afmetingen van de keuken, hoofdslaapkamer en badkamer dienen zodanig te zijn dat een draaicirkel van 1500 mm mogelijk is. d. Het aanrecht dient onderrijdbaar en nastelbaar te zijn voor iemand in een rolstoel. e. Een badruimte met extra ruimte in voor de grotere draaicirkel van een rolstoel en extra parkeerruimte naast closet en douchezitje. f. Wanneer sprake is van drie of meer slaapkamers een apart tweede toilet van minimaal 1100 mm x 850 mm.
17
3.
In het geval van een woongebouw (zoals bij appartementen) dienen alle deuropeningen minimaal 850 mm breed en drempelloos te zijn. Indien dit niet anders kan, dient een drempel maximaal 20 mm hoog te zijn.
4.
Indien sprake is van een woongebouw (zoals bij appartementen) dienen de volgende voorzieningen te worden getroffen: a. Een goed voor rolstoelgebruikers bereikbare berging met een bergingsgang van minimaal 1100 mm breed. b. Verkeersruimten (gangen, galerijen e.d.) van minimaal 1500 mm breed. c. Bij voorkeur licht of elektrisch bedienbare deuren van minimaal 850 mm breed en drempelloos.
18
Bijlage 3. Doelgroepen situaties voor bemiddeling Bemiddeling of adverteren met voorrang
Reden Alternatief aanbod na fout c orporatie
Bijzonder projec t/Leefbaarheid
Omschrijving De c orporatie heeft een fout gemaakt. Dit kan bijvoorbeeld een syseemfout of een fout van een medewerker zijn. De woningzoekende krijgt een aanbieding van een andere woning Bijv. Voorrang voor middeninkomens, houden van intakegesprekken over het leveren van een bijdrage aan de leefomgeving, leefstijl, c ommunitybuilding
Eisen aan leeftijd: * 55+ * 60+ * 65+ * tot 21 (tot 2024: 23 Jaar) * t/m 27 jaar
Zoveel mogelijk uniformiteit in leeftijden. Geen andere grenzen gebruiken. In advertentietekst: i.c .m. geen kinderen.
Voorrang voor huishoudgrootte: * minimaal 3 personen * minimaal 8 personen
Uniformiteit in huishoudgrootte. Voorrang voor grotere huishoudens van minimaal 3 personen kan inc identeel toegepast worden bij grote woningen met 4 of meer (slaap)kamers, minimaal 8 personen bij woningen met 6 of meer (slaap)kamers.
Calamiteit
Een c alamiteit is bijv brand of lekkage in een woning waardoor er tijdelijk en/of vervangende woonruimte wordt geboden.
Kolom 3 Aanbieden via bemiddeling
Kolom4 Adverteren met voorrang
Ja
Nee
Ja
Ja
Nee
Ja (uitsluitend adverteren voor spec ifieke doelgroep)
Nee
Ja
Ja
Nee
Nee
Ja
Ja
Nee
Nee
Ja
Ja
Ja
Doorstroombevordering vanuit soc iale huur voor 55-plussers
Aansluiten bij nieuwe regeling 'Van groot naar beter wonen'.
Individuele herhuisvesting
Onhoudbare situaties zoals bijv. ernstige overlast of woonprobleem
indic atie Levensloopgesc hikte woning
Toewijziging van een woning die gesc hikt is voor een woningzoekende die een levensloopgesc hikte woning nodig heeft
indic atie Rolstoelgesc hikte woning
Toewijzing van een woning die gesc hikt is voor een woningzoekende die afhankelijk is van een rolstoel
Omklappen woning
Registreren van een woning nadat de huurovereekomt is overgezet van hulpverleningsinstantie naar de bewoner/huurder
Ja
Nee
Woongroep
Toewijzing via c oöptatie in verband met een woongroep.
Ja
Nee
Zorg- Werkgroep Bijzondere Bemiddeling
Toewijzing van woningen via de werkgroep bijzondere bemiddeling in de regio Nijmegen
Ja
Nee
Zorg- Doorstroomtafel: toewijzing doorstroom c liënten instellingen
Toewijzingen van woningen via doorstroomtafel Arnhem
Ja Toewijzing van een woning aan een hulpverleningsinstantie (of c liënt van een hulpverleningsinstantie) buiten doorstroomtafel of WBB om Ja
Nee
Hulpverleningsinstantie
Onderstaande telt niet mee bij 15% afspraak bij bemiddeling: Reden
Omschrijving
Aanbieden via directe Bemiddeling
Nee
Adverteren met voorrang
Urgentie Urgent uit tijdelijke noodopvang
Toewijzing aan een urgent uit de tijdelijke opvang (die staat op de lijst van erkende instellingen).
Nee Ja, indien dit Toewijzing aan een woningzoekende met een op de Mantelzorgurgentie mantelzorgurgentie. verklaring is aangegeven Ja, indien dit Toewijzing aan een urgent woningzoekende die vanwege soc iale, op de soc iaal/medisc he urgentie via urgentiec ommissie medisc he of financ iele problematiek een urgentie heeft gekregen. verklaring is aangegeven Herstruc tureringsurgentie
Toewijzing van een woning aan een stadsvernieuwingsurgent.
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Toewijzing van een woning aan een statushouder
Ja
Nee
Toewijzing van een vrije sec tor woning i.v.m. middenhuur tot € 1026 die vanaf 2024 wordt gereguleerd
Ja
Nee
Woning herhaaldelijk geadverteerd
Toewijzing van een woning die meerdere keren is geadverteerd zonder een passende kandidaat
Ja
Nee
Woningruil
Toewijzing van een woning voor woningruil
Overige Statushouder Vrije sec tor
Zorgwoningen
Nee * woonc onc epten in samenwerking met zorgpartijen bijv. Bij Ja, maar valt Woonzorg buiten de * Toewijzing van een fokuswoning aan deze spec ifieke doelgroep huisvestingsver (woningzoekenden met een fysieke beperking of handic ap) ordening Nee
19
Ja
Bijlage 4
Monitorgegevens (artikel 18)
De inhoud van de monitorrapportage bevat in ieder geval: 1. Een overzicht van de actief woningzoekenden • Totalen per jaar • En naar de volgende onderscheiden doelgroepen: o Starters o Doorstromers o Inkomensgroepen o Leeftijdsgroepen o Herkomst o Urgent woningzoekenden 2. Een overzicht van de verhuurde woningen • Totalen per jaar • Percentage sociale nieuwbouw naar eigen inwoners • En naar de volgende onderscheiden doelgroepen: o Starters o Doorstromers o Inkomensgroepen o Leeftijdsgroepen o Herkomst o Urgent woningzoekenden 3. Slaagkansen en zoektijd en meettijd • Totalen • En naar de volgende onderscheiden doelgroepen: • Starters • Doorstromers • Inkomensgroepen • Leeftijdsgroepen • Zoektijd voor staters en doorstromers • Meettijd voor starters en doorstromers 4. Toewijzing naar verdeler (aanbodmodel., loting, bemiddeling, direct te huur) 5. Verhuisbewegingen • Weergave verhuisbewegingen (>20) binnen en tussen gemeenten in de woningmarktregio. 6. Weergave kerngegevens voor de woningmarktregio en per gemeente Een en ander bij voorkeur volgens het vanaf 2018 door Entree gehanteerde model.
20
Bijlage 5
Bestuurlijke boetes (artikel 19)
Tabel 1 Bestuurlijke boete bij overtreding van de artikelen 2, eerste lid van deze verordening. Overtreding Grondslag Eerste Recidive Huisvestingswet 2014 Eerste Tweede Derde
In gebruik nemen van woonruimte zonder huisvestingsvergunning (artikel 2, eerste lid van deze verordening)
Artikel 8, eerste en tweede lid
21
overtreding
overtreding
overtreding
Vierde en volgende overtredingen
€ 435
€ 435
€ 435
€ 435
Memo onderwerp
Evaluatie Huisvestingsverordening 2020 - definitief
van
Projectgroep HVV 2024
datum
18 oktober 2022
Inleiding De evaluatie van de huisvestingsverordening (HVV) bestaat uit diverse onderdelen. 1. -
Onderzoek woningzoekenden, corporatiemedewerkers en urgentiecommissie Vragenlijsten actieve en geholpen woningzoekenden Vragenlijst corporatiemedewerkers (en urgentiefunctionarissen) Schriftelijke reactie en gesprek urgentiecommissie
2. Data - Analyse data woningzoekenden en verhuringen 2018-2021
Evaluatie Huisvestingverordening 2020
pagina 1/19
1 Onderzoek woningzoekenden, corporatiemedewerkers en urgentiecommissie Enserve heeft in augustus/september een onderzoek uitgevoerd onder woningzoekenden en corporatiemedewerkers. Dit is uitgevoerd door middel van vragenlijsten via een webapplicatie. De urgentiefunctionarissen en de urgentiecommissie zijn apart benaderd. Hieronder een samenvatting van de belangrijkste resultaten en conclusies.
1.1
Algemeen Woningzoekenden 2500 woningzoekenden die actief op zoek zijn naar een woning zijn uitgenodigd voor het invullen van een vragenlijst. Dit zijn woningzoekenden die dit jaar minimaal 1 keer hebben gereageerd op een woningadvertentie op Entree. Daarnaast hebben ook de 2700 woningzoekenden, die in 2022 een huis hebben gevonden via de website van Entree, een uitnodiging ontvangen. 35,5% van de actieve woningzoekenden (887) en 22,8% geholpen woningzoekenden (616) hebben de vragenlijsten ingevuld. Dit is een hoge respons en hiermee is het een betrouwbare steekproef. We hebben ook nog een vergelijking gemaakt tussen de groep respondenten en de totale populatie actieve woningzoekenden ten aanzien van leeftijd en soort woningzoekende. Hieruit blijkt ook dat de resultaten representatief zijn voor de gehele populatie. Als we de groepen woningzoekenden met elkaar vergelijken naar leeftijd en soort woningzoekende dan valt het op dat er verschillen zijn. Bij de actieve woningzoekenden is de grootste groep, namelijk 79%, tussen de 23 – 54 jaar, terwijl dit bij de geholpen woningzoekenden 41% is. Bij de geholpen woningzoekenden is juist de groep 55 jaar en ouder het grootst met 55%. Bij de actieven zijn de groepen starters en doorstromers ongeveer gelijk, respectievelijk 43% en 36%. Bij de geholpen woningzoekenden is de groep doorstromers 46% en starters 17%.
De woningzoekenden met urgentie en indicatie zijn beide 10%. Veel actieve woningzoekenden reageren wekelijks op het woningaanbod (82%). Er wordt ongeveer evenveel op lotingwoningen als op woningen via meettijd gereageerd. De meeste actieven hebben een meettijd onder de 15 jaar (0-5 jaar 34%, 5-10 jaar 27%, 10 – 15 jaar 24%). 15% een woonduur langer dan 15 jaar.
Corporatiemedewerkers 521 medewerkers van woningcorporaties zijn uitgenodigd om een vragenlijst in te vullen. Dit waren corporatiemedewerkers van de corporaties in de woningmarktregio Arnhem Nijmegen. Dit is inclusief leden van de gebruikersgroep, adviesgroep en directeuren van de Entree corporaties. 26% van het panel heeft de vragenlijst geheel of gedeeltelijk ingevuld. Dit zijn 136 personen. Daarvan hebben 120 personen de vragenlijst volledig beantwoord.
Evaluatie Huisvestingverordening 2020
pagina 2/19
Van alle corporaties hebben 1 of meerdere medewerkers de vragenlijst ingevuld (m.u.v. Huis en Hof). Vivare heeft de hoogste respons (26%). Vanuit de gebruikersgroep en adviesgroep hebben elk 13 leden de vragenlijst ingevuld. Vanuit de stuurgroep 3 leden. Waar mogelijk worden de resultaten vergeleken met eerdere onderzoeken uit 2013, 2014 en 2018.
Urgentiefunctionarissen en Urgentiecommissie De urgentiefunctionarissen en urgentiecommissie zijn (ook) apart bevraagd over hun ervaringen met de regels van de huisvestingsverordening.
1.2
Behoud meettijd Woningzoekenden zijn positief over het behoud van hun meettijd bij verhuizing. 60% van de actieven vindt dit een (zeer) goede regeling. De actieven die niet positief zijn (13%), geven aan dat ze hierdoor niet kunnen verhuizen, starters of mensen met een korte meettijd geen woning kunnen vinden en het niet altijd eerlijk is. 17% van de geholpen woningzoekenden zou de aangeboden woning niet hebben geaccepteerd als ze hun meettijd waren verloren. Deze woningzoekenden geven aan dat ze eigenlijk op zoek zijn naar een andere woning, maar anders te lang moeten wachten. Het is door de regeling makkelijker om te wisselen als de woning niet bevalt. Corporatiemedewerkers Bijna de helft van de corporatiemedewerkers die hebben gereageerd zien niet dat behoud van meettijd bijdraagt aan de doorstroming. Een kwart ziet dit wel. Ze zien dat de woningzoekenden minder terughoudend zijn bij het accepteren van een woning. In 2013, 2014 en 2018 is de vraag gesteld: ‘Woningzoekenden mogen hun meettijd behouden bij een verhuizing. Wat vind je hiervan’? In 2020 is een soortgelijke vraag gesteld ‘vind je dat behoud meettijd moet blijven bestaan?’ 2013
2014
2018
2022
Slecht (nee)
7%
6%
12%
26%
Neutraal (weet ik niet)
18%
20%
18%
22%
Goed (ja)
74%
74%
70%
53%
Uit bovenstaande blijkt dat corporatiemedewerkers in de loop van de jaren mogelijk minder positief zijn over het behoud van meettijd, maar meer dan de helft van de corporatiemedewerkers vindt nu ook dat het wel moet blijven bestaan. Redenen om het niet te behouden zijn: te weinig kansen voor starters, mensen met een lange meettijd kunnen snel verhuizen, ongelijkheid of oneerlijke verdeling en uitschrijven is beter. Redenen om het juist wel te behouden zijn: verhuizen is gemakkelijker, op den duur meer doorstroming en verandering van regelgeving is niet wenselijk. 25% van de corporatiemedewerkers heeft bij beide vragen in dit onderzoek ingevuld dat ze het niet weten. Het lijken hiermee lastige vragen te zijn om te beantwoorden.
Evaluatie Huisvestingverordening 2020
pagina 3/19
1.3
Loting 75% van de actieven vindt het (zeer) goed dat woningen worden verloot. 9% is minder positief. De belangrijkste reden is dat ze het niet eerlijk vinden en dat woningen alleen via meettijd moeten worden verdeeld. Corporatiemedewerkers De corporatiemedewerkers is gevraagd of het percentage loting van 15% moet veranderen. Deze vraag is in 2014 en 2018 ook gesteld. Hieronder worden de antwoorden vergeleken. 2014
2018
2022
15% is te weinig (meer woningen verloten)
34%
24%
42%
Neutraal (gelijk blijven)
58%
70%
44%
15% is te veel (minder woningen verloten)
9%
6%
4%
Weet ik niet
11%
Hieruit blijkt dat corporatiemedewerkers in 2022 meer woningen willen verloten. Uit de toelichting blijkt dat dit vooral heeft te maken met meer kansen creëren voor starters, jongeren en mensen met een korte meettijd.
1.4
Sancties niet reageren uitnodiging bezichtiging woning 61% van de actieven vindt het (zeer) goed dat deze sanctie bestaat, maar 20% is ook neutraal en 16% vindt het (zeer) slecht. Zij zijn van mening dat het niet reageren ook kan komen door persoonlijke omstandigheden of dat het wordt vergeten. Ook worden andere straffen geopperd, zoals 3 weken of een maand, en dat je moet kunnen weigeren als je dat wilt. Een woningzoekende reageert als volgt ‘Omdat het eigenlijk ook geen grote moeite is om door te gaan naar de volgende bij geen reactie. Daarnaast misschien heeft diegene die dan 2 maanden niet mag reageren wel dringend een huisje nodig’. Corporatiemedewerkers Corporatiemedewerkers zijn positief over deze regeling. 62% vindt dat dit op deze manier moet blijven werken. 23% vindt dat het nog strenger mag, vooral om de woningzoekende bewust te maken dat het reageren op woningen niet vrijblijvend is en dat corporatiemedewerkers niet onnodig naar een bezichtiging komen. Slechts 11% vindt dat het minder streng mag worden gemaakt, met name omdat niet altijd de e-mail wordt ontvangen door de woningzoekende en er ook onvoorziene omstandigheden zijn waardoor de woningzoekende niet kan reageren.
1.5
Maatwerk Voor meer dan de helft van de corporatiemedewerkers is het helder wat er onder maatwerk valt. 39% vindt dit soms lastig. Dit zijn dus 4 van de 10 medewerkers. De corporatiemedewerkers is gevraagd of het percentage maatwerk van 20% moet veranderen. In 2018 is deze ook gesteld (De huisvestingsverordening biedt mogelijkheden tot 20% maatwerk als het gaat om bijzondere toewijzingen. Is deze 20% toereikend?).
Evaluatie Huisvestingverordening 2020
pagina 4/19
2018
2022
15%
18%
Neutraal (gelijk blijven)
68%
46%
20% is te veel (minder maatwerk)
17%
9%
20% is te weinig (meer maatwerk)
Weet ik niet
26%
Het percentage van 20% maatwerk moet volgens bijna de helft van de medewerkers gelijk blijven. De percentages met 2018 zijn lastig te vergelijken, omdat er in 2018 geen aparte mogelijkheid was voor ‘weet ik niet’, dus waarschijnlijk hebben die mensen toen ‘neutraal’ gekozen. In 2018 en in 2022 lijkt wel de roep om meer maatwerk ongeveer hetzelfde te zijn. In 2022 wordt o.a. aangegeven dat meer maatwerk wenselijk is om lokale problemen te verhelpen en om passender toe te wijzen.
1.6
Indicaties Gemiddeld is 1/3 van de corporatiemedewerkers positief over de werking van de indicaties. Alleen de uitgifte door de gemeente scoort met 20% slechter. Het labelen van woningen scoort met 49% het best. Wat vind je van de Wat vind je van de Wat vind je van het werking van de uitgifte van de labelen van woningen? indicaties? indicaties door de gemeente(n)? Zeer slecht 2% 2% 0% Slecht 13% 18% 10% Neutraal 34% 32% 26% Goed 28% 26% 40% Zeer goed 4% 1% 9% Weet ik niet 19% 21% 15% Verbeterpunten rondom indicaties zijn meer eenduidig en duidelijk beleid van de gemeenten, de eisen waar indicatiewoningen aan moeten voldoen verruimen, in de indicatie vermelden waar de woning aan moet voldoen en een einddatum vastleggen bij de indicatie.
1.7
Urgenties De corporatiemedewerkers geven veelal neutraal als antwoord op de vragen rondom urgenties (gemiddeld 29%). Ook is een groot gedeelte niet bekend met de diverse urgenties (gemiddeld 32%). Met name urgentie tijdelijke opvang scoort hierop hoog met 45%. De urgentieregeling uitgevoerd door de urgentiecommissie wordt het meest positief beoordeeld (46%). De mantelzorgurgentie scoort het slechtst met respectievelijk 23% en 27% (zeer) slecht.
Zeer slecht Slecht Neutraal
Wat vind je van de regels / werkwijze rondom mantelzorgurgentie? 3% 20% 28%
Evaluatie Huisvestingverordening 2020
Wat vind je van de uitgifte van mantelzorgurgenties door de gemeente(n)? 7% 20% 29%
pagina 5/19
Goed Zeer goed Weet ik niet
21% 0% 28%
11% 0% 33%
Verbeterpunten vanuit de corporaties worden vooral gegeven op de werkwijze rondom mantelzorgurgentie, zoals betere toetsing door de gemeente, meer consistentie in hun besluiten en de regels duidelijker. Wat vind je van de regels/ werkwijze rondom urgentie tijdelijke opvang? Zeer slecht Slecht Neutraal Goed Zeer goed Weet ik niet
0% 5% 32% 15% 3% 45%
Wat vind je van de urgentieregeling uitgevoerd door de urgentiecommissie? 0% 2% 32% 43% 3% 21%
De volgende onderwerpen zijn door de urgentiecommissie en de urgentiefunctionarissen aangegeven voor de evaluatie van het urgentiebeleid: - Urgentie aanvragen in relatie tot het Internationale Verdrag voor de Rechten van het Kind (IVRK). De urgentiecommissie wil bij de besluitvorming de belangen van het kind/ kinderen voldoende zorgvuldig meewegen en wil dit graag op laten nemen in de huisvestingsverordening; - De urgentiecommissie en de urgentiefunctionarissen willen graag ter overweging meegeven om een zelfredzaamheidsgrens voor eigen vermogen toe te voegen, naast de grenzen voor meettijd en inkomen; - De urgentiecommissie wil graag ook een evaluatie van de werking van de bezwarenprocedure door de gemeente Arnhem; - De urgentiefunctionarissen hebben diverse aandachtspunten benoemd: duidelijkheid rondom het begrip relationele aard (ook in het kader van een urgentie tijdelijke opvang), hoe om te gaan met een verhuurdersverklaring bij hennep i.c.m. een urgentieaanvraag, een urgentie met beperking (i.h.k.v. passend wonen) gaan hanteren en het bedrag van 55 euro opnemen in de verordening. - De urgentiecommissie wil ook graag een evaluatie van de procedure woningweigering en verlenging bij mantelzorgurgentie (mz) en urgentie tijdelijke opvang (uto).
- De urgentiefunctionarissen hebben verschillende vragen en verbeterpunten rondom het beleid voor de uitgifte van mantelzorgurgenties. Verder toelichting op deze punten wordt gedeeld met de projectgroep.
1.8
Groepen voorrang Bijna de helft van de actieven woningzoekenden (49%) geeft de groep ‘mensen met een verbroken relatie die kinderen hebben’ aan. Ook de andere groepen scoren hoog met percentages tussen de 30% en 38%. Vluchtelingen met een status en mensen die mantelzorg krijgen of geven scoren het laagst met respectievelijk 15% en 22%. Een andere groepen die volgens de actieven voorrang mogen krijgen zijn starters, jongeren en net afgestudeerden.
Evaluatie Huisvestingverordening 2020
pagina 6/19
Corporatiemedewerkers Bij corporatiemedewerkers is dit beeld net wat anders. Het hoogst scoort de groep ‘senioren die een huurwoning van een corporatie in de regio’ achterlaten (58%). Het laagst scoren de groepen dak- en thuislozen en mensen die mantelzorg krijgen of geven met respectievelijk 26% en 27%. Corporatiemedewerkers geven aan dat de groepen starters, jongeren en woningzoekenden met een korte meettijd meer aandacht zouden moeten krijgen.
1.9
Waarden De actieve woningzoekenden zijn gevraagd om de volgende waarden te scoren: ‘Een woningzoekende moet zelf kunnen kiezen in welke plaats of gemeente hij/zij wil wonen’ scoort gemiddeld een 8,8. ‘Een woningzoekende moet zelf kunnen kiezen in wat voor soort woning hij/zij wil wonen’ scoort gemiddeld een 7,8. De reacties bij de toelichting zijn divers, maar over onderwerpen als vrije keuze en passendheid van de woning wordt verschillend gedacht (een alleenstaande wel of niet in een eengezinswoning en een jongere woningzoekende wel of niet in een seniorenwoning mag). Corporatiemedewerkers De corporatiemedewerkers is gevraagd om de volgende waarden te scoren: ‘Elke woningzoekende moet zelf kunnen kiezen waar hij/zij wil wonen’ scoort gemiddeld een 7,1. ‘De regels in de regio zijn rechtvaardig’ scoort gemiddeld een 6,4. ‘De regels in de regio zijn transparant voor woningzoekenden’ scoort gemiddeld een 6,3.
1.10 Bekendheid met de regels woningzoekenden De woningzoekenden zijn hierover verdeeld. 47% van de actieven en 58% van de geholpen woningzoekenden geeft aan de regels goed te kennen. Echter geeft ook ongeveer 1/3 van de woningzoekenden neutraal aan (33% actief en 29% geholpen). Slechts 13% van de actieven en 8% van de geholpen woningzoekenden heeft slecht aangegeven. Hieruit kunnen we concluderen dat de meeste woningzoekenden van mening zijn dat de ze regels kennen.
1.11 Ingewikkeldheid regelgeving woningzoekenden Ook hier is verdeeldheid onder de woningzoekenden. 38% van de actieven en 48% van de geholpen woningzoekenden vindt de regels gemakkelijk. Echter geeft ook ongeveer 1/3 van de woningzoekenden neutraal aan (36% actief en 31% geholpen). Hieruit kunnen we concluderen dat de regels voor de meeste woningzoekenden niet erg ingewikkeld zijn.
1.12 Uitvoering regels door corporaties De corporatiemedewerkers hebben ook vragen beantwoord of ze de regels goed kunnen uitvoeren, of ze de regels goed kunnen uitleggen en of ze veel vragen krijgen van woningzoekenden en huurders over de regels. In 2018 is een soortgelijke vraag gesteld die deze drie vragen omvat. Hieronder de vergelijking. Vragen woningzoekenden
Evaluatie Huisvestingverordening 2020
2018
2022
pagina 7/19
Ik krijg veel vragen van woningzoekenden over de uitvoering of uitleg van de regels (ja) Geen, het is allemaal helder (nee)
53%
55%
24%
38%
Geen mening / niet van toepassing (weet ik niet)
15%
8%
Uitvoering of uitleg regels
2018
2022
Ik heb geen problemen in de uitvoering of uitleg van de regels. Ik heb problemen met de uitvoering of de uitleg van de regels Weet ik niet
9% 15%
63% (uitvoering) 62% (uitleg) 13% (uitvoering) 26% (uitleg) 24% (uitvoering) 11% (uitleg)
Ruim de helft van de corporatiemedewerkers vindt dat er veel vragen van woningzoekenden zijn over de regels. Meer dan 60% van de corporatiemedewerkers vindt de regels goed uit te voeren en goed uit te leggen. Eventuele problemen hiermee hebben vooral te maken met de complexiteit van de regels, waaronder het huidige systeem van meettijd (en de overgangsregeling uit het verleden). De corporatiemedewerkers geven aan dat de vragen van woningzoekenden vooral gaan over het systeem van meettijd, urgentie en wachttijden.
1.13 Tevredenheid verdeling woningen De actieven geven een gemiddelde score van een 5,2 en de geholpen woningzoekenden een 6,8. Eerdere onderzoeken onderschrijven dit verschil van ongeveer 1,5 punt. De actieven hebben nog geen woning gevonden en zijn daardoor vaak ook minder positief over de verdeling van woningen.
1.14 Tips verbeteren regelgeving Hieronder een overzicht van de onderwerpen die de actieve woningzoekenden hebben genoemd bij de tips:
Van de 822 respondenten die deze vraag is gesteld hebben 34 respondenten aangegeven dat ze voorstellen hebben voor andere manieren van toewijzing. Denk aan reacties als bijvoorbeeld invoeren van gewogen loting, betere verdeling van de voorrang en mensen die vaak reageren belonen.
Evaluatie Huisvestingverordening 2020
pagina 8/19
En van de geholpen woningzoekenden:
Van de 580 respondenten die deze vraag is gesteld hebben 112 respondenten een reactie gegeven. De antwoorden zijn heel divers. Corporatiemedewerkers Hieronder een overzicht van de tips (op onderwerp) van de corporatiemedewerkers die hebben gereageerd. Er zijn weinig tips gegeven. Hieruit kan de conclusie worden getrokken dat corporatiemedewerkers over het algemeen tevreden zijn en/of op andere vragen al hun aandachtspunten hebben gegeven.
Evaluatie Huisvestingverordening 2020
pagina 9/19
2 Data In dit hoofdstuk worden data gepresenteerd die zicht geven op de resultaten van de huisvestingsverordening over de periode 2018 – 2021. De jaren 2018 en 2019 vielen onder de voorgaande verordening, 2020 en 2021 onder de huidige verordening. Omdat deze verordeningen vrijwel geheel met elkaar overeenkomen zijn alleen waar dat van belang is opmerkingen toegevoegd.
2.1
Reacties 2018
2019
2020
2021
2021 t.o.v. 2018
Actief woningzoekenden
47.843
51.880
56.112
60.882
127%
reacties Totaal
957.594
1.117.317
1.281.561
1.470.192
154%
Het aantal actief woningzoekenden is in deze periode van vier jaar met 27% gestegen. Het totale aantal reacties is in deze vier jaar met ruim 50% toegenomen. Een actief woningzoekende is iemand die in de desbetreffende periode ten minste een keer op een woningadvertentie heeft gereageerd.
2.1.1
Reacties naar klantsoort 2018
2019
2020
2021
2021 t.o.v. 2018
1. Doorstromer
405.737
462.894
519.438
571.320
141%
2. Starter
472.472
562.363
660.769
789.056
167%
3. Herstarter
75.248
87.577
95.912
104.332
139%
4. Soc./med. urgentie
1.384
1.507
2.645
2.703
195%
5. Levensloopgeschikt
1.749
1.594
1.692
1.575
90%
Een grote toename doet zich voor bij de groep starters, die ook verreweg het grootste is. Opvallend is ook dat de reacties van woningzoekenden met een sociale of medische urgentie hebben bijna verdubbeld is. Het aantal reacties op levensloop geschikte woningen neemt iets af.
2.1.2
Reacties naar inkomen* 2018
2019
2020
2021
2021 t.o.v. 2018
1. tot minimum inkomen
538.311
601.630
682.984
765.187
142%
2. minimum - grens doelgroep
217.894
243.023
286.421
339.476
156%
3. grens doelgroep - Europagrens
186.224
255.714
293.474
334.079
179%
4. Europagrens en meer
15.165
16.950
18.682
31.450
207%
Evaluatie Huisvestingverordening 2020
pagina 10/19
Alle inkomensgroepen reageren vaker op een woning. Opvallend is dat de groepen met een inkomen boven de huurtoeslaggrens (3 en 4) het sterkst gestegen zijn. De algemene regel is: Hoe hoger het inkomen hoe sterker de stijging van het aantal reacties. Deze ontwikkeling wordt ongetwijfeld veroorzaakt door het feit dat deze groepen steeds minder mogelijkheden hebben een koopwoningen of een huurwoning in de vrije sector te verkrijgen door de sterk gestegen prijzen.
2.1.3
Reacties naar leeftijd 2018
2019
2020
2021
2021 t.o.v. 2018
1. t/m 22 jaar
91.030
108.050
133.361
154.314
170%
2. 23 t/m 27 jaar
281.393
303.960
341.604
391.164
139%
3. 28 t/m 54 jaar
511.166
615.501
703.367
810.502
159%
4. 55 t/m 74 jaar
67.711
82.363
95.227
105.261
155%
5. 75 jaar en ouder
6.294
7.443
8.002
8.951
142%
De toename van het aantal reacties naar leeftijd laat een beperkte spreiding rond het gemiddelde zien. Alleen de groep t/m 22 jaar laat een sterke toename zien. Dit zullen vooral starters zijn. Ruim de helft van de reacties komt uit de leeftijdscategorie 28 t/m 54 jaar.
2.1.4
Reacties naar huishoudgrootte 2018
2019
2020
2021
2021 t.o.v. 2018
1 persoon
631.800
727.579
849.872
995.272
158%
2 personen
186.499