Agendabundel
Tekst van het document
De terugkoppeling heeft op de volgende manieren plaatsgevonden: • Schriftelijke terugkoppeling per e-mail aan alle deelnemers die een e-mailadres hebben achtergelaten bij het invullen van de vragenlijst. • Algemene terugkoppeling via de projectpagina op de gemeentelijke website: www.zevenaar.nl/vestersbos. Omwonenden worden via de gebruikelijke gemeentelijke communicatiekanalen, zoals nieuwsbrieven en sociale media, gewezen op deze terugkoppeling. Terugkoppeling aan de buurt tijdens de ontwerpfase Zodra er een conceptontwerp beschikbaar is, volgt een terugkoppeling aan de buurt. Tijdens deze bijeenkomst wordt het ontwerp gepresenteerd en is er gelegenheid voor omwonenden om vragen te stellen en zorgen te bespreken. Op dat moment kan dieper worden ingegaan op de mogelijke gevolgen en impact van de herontwikkeling op de omgeving, zoals verkeersdruk, groenvoorzieningen en ruimtelijke inpassing. Met bovengenoemde aanpak is gestreefd naar een evenwichtige afweging van belangen en een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van de herontwikkeling van Vestersbos 4 in de omgeving. Waarbij grote waarde is gehecht aan een transparant proces waarin participatie, communicatie en zorgvuldigheid centraal staan. 2.4.1.4 Conclusie In het kader van de totstandkoming van het ontwerp-omgevingsplan is vorm gegeven aan de eis tot participatie (artikel 10.2, lid 2 Omgevingsbesluit).
Dit is wel conform het vereiste niveau van de ‘participatietrap’ in de participatieleidraad van de gemeente Zevenaar. Het aspect participatie vormt daarmee geen belemmering voor de haalbaarheid van het project.
Onderbouwing effecten op de fysieke leefomgeving – Herontwikkeling Vestersbos 2 - 4
11
Onderbouwing effecten op de fysieke leefomgeving – Herontwikkeling Vestersbos 2 - 4
3 Huidige situatie 3.1 Ontstaansgeschiedenis
Figuur 4: Plangebied 1960, 1980, 2000 en 2020
In de periode na de tweede Wereldoorlog wijst het provinciebestuur Zevenaar aan om een regionale centrumfunctie te gaan vervullen. Vanaf de jaren ’50 ontstaan grote wijken als Molenwijk (’50 – ’60), Grieth (’50 – ’60) en Schrijvershoek (’60). Deze wijken zijn gebouwd in een traditionele blokverkaveling; een eenvoudig patroon van rechte straten met een symmetrisch straatprofiel, woningen in rijtjes van drie of meer gericht op de straat en een ingetogen materiaal- en kleurgebruik. Met het voltooien van de eerste wederopbouwwijken min of meer rondom het oude centrum worden er eind jaren ’60, begin jaren ’70, tegen de bestaande kern in noordoostelijke richting verdere planmatige uitbreidingen gerealiseerd. Nieuwe uitgestrekte bedrijventerreinen worden vanaf circa 1965 gebouwd langs de snelweg A12. De terreinen strekken zich uit vanaf de Doesburgseweg tot aan het spoor richting Doetinchem/Winterswijk, over zowel de gemeentegrond van Zevenaar als Didam. In de jaren ‘80 en ’90 wordt de kern Zevenaar verder uitgebreid, met ten westen van de ringbaan de wijken De Methen en Heerenmäten en ten noorden van de Ringbaan Oost de wijk De Horst. In de jaren ’90 is ten westen van Stegeslag de wijk Roodwilligen gebouwd. Het plangebied ligt in de wijk Molenwijk. Zoals weergegeven in figuur 4 is te zien dat het plangebied rond 1960 in gebruik werd genomen als schoollocatie.
In de jaren daarna is steeds meer bebouwing rondom het plangebied gerealiseerd.
Onderbouwing effecten op de fysieke leefomgeving – Herontwikkeling Vestersbos 2 - 4
12
Onderbouwing effecten op de fysieke leefomgeving – Herontwikkeling Vestersbos 2 - 4
3.2 Ruimtelijke en functionele structuur Voor het opstellen van de ruimtelijke motivering is het van belang dat de uitgangspunten en de huidige situatie van het plangebied goed in beeld wordt gebracht. Het plangebied is om deze reden geïnventariseerd en geanalyseerd. Het plangebied is gelegen aan de Vestersbos en Stationsstraat aan de zuidkant van de kern Zevenaar. Het plangebied ligt hiermee in de directe omgeving van het centrum en dicht bij het trein- en busstation. Het plangebied is weergegeven op de onderstaande afbeeldingen. Het zuidelijke gedeelte van het plangebied (Vestersbos 4) betreft momenteel verschillende schoolgebouwen van de voormalige technische mbo-school die reeds meerdere jaren niet meer in gebruik zijn. De schoolgebouwen zijn omringd met groen en verharding. Deels van de verharding wordt momenteel gebruikt als parkeerruimte. Op het noordelijke gedeelte van het plangebied (Vestersbos 2) betreft het terrein een voormalige Natuur en Milieu Educatie-centrum. In de huidige situatie is een gebouw aanwezig. Verder bestaat het plangebied uit erfverharding en deels onverharde terreinen.
Figuur 5: Bovenaanzicht plangebied (2023)
Onderbouwing effecten op de fysieke leefomgeving – Herontwikkeling Vestersbos 2 - 4
13
Onderbouwing effecten op de fysieke leefomgeving – Herontwikkeling Vestersbos 2 - 4
Figuur 6: Vestersbos 4
Figuur 7: Vestersbos 2
4 Toekomstige situatie In dit hoofdstuk wordt de beoogde ontwikkeling beschreven en weergegeven met afbeeldingen.
4.1 Functionele ontwikkeling De gemeente Zevenaar is voornemens om de locaties aan de Vestersbos 2 en 4 te (her)ontwikkelen ten behoeve van woningbouw. Om duidelijkheid te geven aan de omgeving en aan de ontwikkelende partijen heeft de gemeente uitgangspunten voor de herontwikkeling opgesteld. Deze uitgangspunten zijn bijgevoegd als bijlage bij deze motivering. Navolgend wordt de beoogde ontwikkeling beschreven. Vestersbos 4 Deze locatie zal worden ontwikkeld ten behoeve van woningbouw. Zowel hergebruik van de aanwezige bebouwing als volledige sloop-nieuwbouw behoren tot de mogelijkheden. In de hoofdopzet wordt het plangebied opgedeeld in twee gebieden. In het noordelijke gedeelte komen vooral grondgebonden woningen (twee bouwlagen). In het zuidelijke gedeelte wordt ingezet op gestapelde woningen. Hier tussen ligt een groene zone (overgangszone) zonder bebouwing, die mogelijkheden biedt voor waterberging, spelen en ontmoeting.
Onderbouwing effecten op de fysieke leefomgeving – Herontwikkeling Vestersbos 2 - 4
14
Onderbouwing effecten op de fysieke leefomgeving – Herontwikkeling Vestersbos 2 - 4
De randen van het plangebied aan de kant van de Stationsstraat en het Vestersbos worden ook onderdeel van het groene raamwerk. In figuur 8 is een impressie van deze uitgangspunten opgenomen. Het woningbouwprogramma binnen de locatie bestaat maximaal 80 woningen. Het programma bestaat vooral uit kleinere betaalbare woningen met een oppervlak van 50 tot 70 m2. Daarnaast worden ook een aantal grotere woningen beoogd. Het programma zal worden onderverdeeld in de onderstaande aantallen en prijsklassen. Prijsklasse woning (prijspeil 2024) Goedkope woning / middeldure huur Betaalbare koopwoning Sociale huurwoning Overige woningen
Minimaal Minimaal Minimaal Maximaal
Percentage 20% 17% 30% 33%
Tabel 1: Onderverdeling woningbouwprogramma
De locatie ligt in de directe omgeving van het centrum en dicht bij het trein- en busstation. De locatie is daarom zeer geschikt voor de doelgroep 1 á 2 persoonshuishoudens en starters. Binnen de woondeal zet de gemeente bij de ontwikkeling van dit soort locaties in op een groot aandeel (minimaal 67 procent) betaalbare woningen, waaronder ook sociale huurwoningen. De locatie is hierdoor ook zeer geschikt voor senioren (doorstromers). Te denken valt hierbij aan appartementen, maar ook bijvoorbeeld aan de bouw van een zogenaamd knarrenhof of dergelijke collectieve woonvorm. Er wordt uit gegaan van een relatief lage gemiddelde parkeernorm, gezien de zeer centrale locatie en de beschreven potentiële doelgroepen. Voor het te aantal realiseren parkeerplekken wordt uitgegaan van de categorieën en kerncijfers van CROW. De parkeerplekken worden gerealiseerd binnen het plan-/projectgebied. Vestersbos 2 De bestaande bebouwing op voormalige NME-locatie zal gesloopt worden. Het plangebied zal in de toekomstige situatie gebruikt worden ten behoeve van groen en parkeren voor bezoekers.
4.2 Ruimtelijke uitstraling en inpassing in de omgeving De tweedeling in het plangebied geeft ruimte om de uitwerking van de twee plandelen verschillend en uniek te maken. Verschillend in bouwvolume en in architectonische uitstraling en uitwerking. Hoe dit wordt gedaan, is aan de ontwikkelende partij. Als de totale ruimtelijke kwaliteit maar overtuigend is en samenhang heeft. Voor beide plandelen wil de gemeente een aantrekkelijke uitstraling (architectuurbeeld) die past bij de woonfunctie en zich goed verhoudt tot de omliggende woningen. De maximale bouwhoogte in het noordelijk gedeelte bedraagt 7 meter. De maximale bouwhoogte in het zuidelijk gedeelte bedraagt gedeeltelijk 7 meter en 12 meter (zie figuur 8). Goede mee-ontworpen erfafscheidingen, groen en/of gebouwd, dragen bij aan de samenhang en de ruimtelijke kwaliteit. Woningen kunnen eventueel direct aan de openbare ruimte worden geplaatst. Het moet helder zijn op welke wijze de relatie tussen de woningen en de buitenruimte wordt gelegd en of er naast de gebruikelijke maat voor het trottoir ruimte is voor bijvoorbeeld groen of een zitgelegenheid voor de woning.
Onderbouwing effecten op de fysieke leefomgeving – Herontwikkeling Vestersbos 2 - 4
15
Onderbouwing effecten op de fysieke leefomgeving – Herontwikkeling Vestersbos 2 - 4
Figuur 8: Uitgangspuntenkaart herontwikkeling Vestersbos 2 -4
Onderbouwing effecten op de fysieke leefomgeving – Herontwikkeling Vestersbos 2 - 4
16
Onderbouwing effecten op de fysieke leefomgeving – Herontwikkeling Vestersbos 2 - 4
5 Beleid en regelgeving 5.1 Algemeen In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het algemene beleid en regelgeving van de drie overheidslagen (Rijk, provincie en gemeente) en het waterschap ten aanzien van de fysieke leefomgeving. Op specifieke onderwerpen wordt in de hoofdstukken 6 (goede omgevingskwaliteit) en 7 (veilige en gezonde leefomgeving) nader ingegaan. In het Besluit kwaliteit leefomgeving zijn in afdeling 5.1 en 5.2 de instructieregels opgenomen die relevant zijn bij de wijziging van het omgevingsplan. Zoals ook opgenomen in paragraaf 2.1, dient bij de wijziging van een omgevingsplan ten minste gevolg te worden gegeven aan de volgende aspecten: • • • • •
de doelen van de Omgevingswet (zie artikel 1.3 en 2.1, lid 1, Omgevingswet) de evenwichtige toedeling van functies aan locaties (zie artikel 4.2, Omgevingswet) de instructieregels over het omgevingsplan uit hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) de instructieregels over het omgevingsplan uit de omgevingsverordening van Provincie Gelderland de instructies (instructiebesluiten) van Rijk en van Provincie Gelderland over het omgevingsplan.
In hoofdstuk 6 en 7 van deze toelichting is nader onderbouwd dat – en op welke wijze - het plan zich verhoudt met deze elementen.
5.2 Rijk Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) speelt het Rijk in op de grote uitdagingen die er voor Nederland liggen. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van circa 1 miljoen nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. De NOVI geeft richting door strategische keuzes te maken. Ook maakt de NOVI ruimte voor maatwerk in de regio en een gebiedsgerichte aanpak. Vier prioriteiten staan centraal: • • • •
Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio’s; Een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Behoud van omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle ontwikkelingen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid plaatsvinden. De NOVI maakt hierbij gebruik van drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal 3. Afwentelen wordt voorkomen.
Onderbouwing effecten op de fysieke leefomgeving – Herontwikkeling Vestersbos 2 - 4
17
Onderbouwing effecten op de fysieke leefomgeving – Herontwikkeling Vestersbos 2 - 4
Daarbij zijn de belangrijkste inhoudelijke keuzes: • Een klimaatbestendige inrichting van Nederland. Daarvoor is nodig dat functies meer in evenwicht met natuurlijke systemen (bodem en water) worden ingepast; • De transitie van de energievoorziening. Bij de inpassing van duurzame energie is er oog voor omgevingskwaliteit; • De transitie naar een circulaire economie met behoud van concurrentiekracht en een aantrekkelijk vestigingsklimaat; • De ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. Hiermee wordt gestuurd op de verstedelijking in samenhang met bereikbaarheid en wordt het potentieel van heel Nederland benut. Woningbouw wordt versneld met oog voor omgevingskwaliteit; • Concentratie van de stedelijke ontwikkeling/logistieke functies en daarmee behoud van openheid van het landschap; • Op termijn herindeling van het landelijk gebied in goed evenwicht met natuur en landschap en werken aan de omslag naar de kringlooplandbouw.
Naast de NOVI zijn er vanuit het Rijk nog themagerichte structuurvisies en programma’s: • Nationaal Water Programma 2022-2027 • Structuurvisie buisleidingen 2012-2035 • Structuurvisie Ondergrond • Structuurvisie buisleidingen 2012-2035 • Programma Noordzee 2022-2027 • Structuurvisie Windenergie op land • Programma Energiehoofdstructuur
Op nationale belangen geeft het Rijk hiermee sturing aan het inrichten van de fysieke leefomgeving. De doorvertaling van deze bovenlokale belangen in de besluiten van provincie en gemeente vinden plaats door de instructieregels in hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Toetsing aan de nationale omgevingsvisie De NOVI laat zich niet specifiek uit over een lokale ontwikkeling als deze. Één van de nationale belangen genoemd in de NOVI is zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften. Provinciaal is dat vertaald in de Provinciale Omgevingsvisie (POVI). De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan het sterker en leefbaarder maken van de stad Zevenaar. De voorgenomen ontwikkeling is daarmee in overeenstemming met de NOVI.
5.2.1
Instructieregels
Een gemeente moet bij het opstellen of wijzigen van het omgevingsplan de regels vanuit het Rijk als beoordelingskader hanteren. De wettelijke grondslag voor deze instructieregels van het Rijk is artikel 2.24 van de Omgevingswet. Naast deze algemene instructieregels kan het Rijk op grond van artikel 2.34 van de Omgevingswet specifieke instructieregels geven als dat nodig is met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In heel bijzondere gevallen kan op grond van afdeling 5.3 van het Besluit kwaliteit Leefomgeving een ontheffing van bepaalde instructieregels worden verleend door het Rijk.
Onderbouwing effecten op de fysieke leefomgeving – Herontwikkeling Vestersbos 2 - 4
18
Onderbouwing effecten op de fysieke leefomgeving – Herontwikkeling Vestersbos 2 - 4
Beoordeling In afdeling 5.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn de instructieregels opgenomen voor het stellen van regels in het omgevingsplan. Hieronder zijn de hoofdonderwerpen opgesomd waarvoor het Bkl instructieregels bevat: • Waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2) • Beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3) • Beschermen van gezondheid en milieu (paragraaf 5.1.4), waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de bodem, geluid, buitenlucht, geur en trillingen. • Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5), waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking; • Het behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6) voor autowegen, buisleidingen, natuuren recreatiegebieden; • Het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7) waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën; • Het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8)
Conclusie In de volgende hoofdstukken wordt aangegeven hoe het plan rekening houdt met de hoofdonderwerpen waarvoor het Bkl instructieregels bevat.
5.2.2 Projectbesluiten Voor de locatie gelden geen projectbesluiten van het Rijk.
Onderbouwing effecten op de fysieke leefomgeving – Herontwikkeling Vestersbos 2 - 4
19
Onderbouwing effecten op de fysieke leefomgeving – Herontwikkeling Vestersbos 2 - 4
5.3 Provincie Op 19 december 2018 is door de Provinciale Staten van de provincie Gelderland de Omgevingsvisie ''Gaaf Gelderland'' vastgesteld. De Omgevingsvisie ''Gaaf Gelderland'' bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving in de komende jaren. De visie geeft daarbij aan op welke manier de provincie met stakeholders wil samenwerken aan de verschillende omgevingsvraagstukken. In het document is verder uitgewerkt hoe de provincie er in 2050 eruit moet komen te zien en welke tussentijdse doelen in 2030 zijn geformuleerd. Met het vastleggen van de visie is het streven om Gelderland gezond, veilig, schoon en welvarend te houden en te maken. De doorvertaling van deze bovenlokale belangen in de besluiten van de gemeente vinden plaats door de instructieregels in de provinciale omgevingsverordening.
5.3.1
Instructieregels omgevingsverordening
In de omgevingsverordening van de provincie Gelderland staan alle regels voor de fysieke leefomgeving. Doel van deze regels in om de provinciale plannen uit de omgevingsvisie waar te maken. Deze regels gelden voor iedereen en voor de hele provincie Gelderland en gaan over biodiversiteit, natuur, landschap, milieu, provinciale wegen, water (met name grond- en zwemwater), cultureel erfgoed, wonen en ruimte. In de omgevingsverordening staan regels die rechtstreeks gelden voor alle inwoners, bedrijven of specifieke doelgroepen. In deze regels staat wat de voorwaarden zijn om bepaalde activiteiten te verrichten. Ook staat in deze regels of bijvoorbeeld eerst een vergunning aangevraagd of een melding gedaan moet worden. Daarnaast zijn er regels die speciaal bedoeld zijn voor gemeenten of waterschappen. Die regels gaan vooral over ruimtelijke plannen, water, bodem en verkeer. Gemeenten moeten deze regels overnemen in hun gemeentelijke omgevingsplannen en waterschappen in hun waterschapsverordening. Van toepassing zijn de artikelen In het kader van voorliggend bestemmingsplan zijn hoofdzakelijk artikelen 5.54, 5.64, 5.85 van toepassing. Hierna wordt op deze artikelen ingegaan. Artikel 5.54 (beschermen windvang molens) Een omgevingsplan laat binnen een molenbiotoop geen nieuwe bebouwing of beplanting toe als daardoor de windvang van de molen wordt beperkt.
Artikel 5.64 (doorwerking regionale woonagenda) 1. Een omgevingsplan laat nieuwe woningen alleen toe als die ontwikkeling past binnen de regionale woonagenda. 2. Als een ontwikkeling niet past binnen de regionale woonagenda, kan een omgevingsplan vooruitlopend op de eerstvolgende actualisatie van de regionale woonagenda die ontwikkeling toch toelaten als: a. de gemeentebesturen in de regio in de gelegenheid zijn gesteld een zienswijze daarover naar voren te brengen; en b. Gedeputeerde Staten met deze ontwikkeling instemmen. Artikel 5.85 (klimaatadaptatie) 3. Voor zover een omgevingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling toelaat, bevat de toelichting op het omgevingsplan een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico's van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. 4. In de beschrijving worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken: a. waterveiligheid; b. wateroverlast; c. droogte; en d. hitte.
Onderbouwing effecten op de fysieke leefomgeving – Herontwikkeling Vestersbos 2 - 4
20
Onderbouwing effecten op de fysieke leefomgeving – Herontwikkeling Vestersbos 2 - 4
5.
De beschrijving wordt opgesteld na overleg met in ieder geval het dagelijks bestuur van het waterschap waar de activiteit wordt verricht of de ontwikkeling plaatsvindt.
Beoordeling Artikel 5.54 Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is door SimStudio een onderzoek uitgevoerd naar de impact van de bebouwing op de door de molen ontvangen wind. De toetsing van artikel 5.54 wordt verder beschreven in paragraaf 7.8. Artikel 5.64 Zoals blijkt uit de toetsing van het voornemen aan de ‘Woonvisie gemeente Zevenaar 2015-2025' en ‘Woondeal 2.0’ (zie paragraaf 5.4.2.1), voorziet de voorgenomen ontwikkeling in kwalitatief en kwantitatief opzicht in woningbouw waar behoefte aan is. Artikel 5.85 Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is zowel het aspect ‘Water’ als het aspect ‘Duurzaamheid en klimaatadaptatie’ geanalyseerd. Deze analyses, respectievelijk toegelicht in paragraaf 7.1 en 7.11, zijn afdoende om te garanderen dat het beoogde plan niet in strijd is met artikel 5.85. Conclusie Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met het provinciale beleid.
5.3.2
Projectbesluiten
Voor de locatie gelden geen projectbesluiten van de provincie.
5.4 Gemeente In deze paragraaf wordt nader ingegaan op de relevante gemeentelijke beleidsdocumenten.
5.4.1
Structuurvisies
Omgevingsvisie gemeente Zevenaar Op 29 januari 2025 heeft de gemeenteraad de ontwerpversie van de Omgevingsvisie vastgesteld. In de omgevingsvisie zet de gemeente - samen met onze partners en inwoners - de koers uit op weg naar 2040 voor de (fysieke) leefomgeving. De omgevingsvisie vervangt na vaststelling de huidige structuurvisie en de Omgevingsvisie Gelders Eiland. De Omgevingsvisie Zevenaar 2040 geeft richting aan de (fysieke) leefomgeving en helpt ons om ruimtelijke keuzes te maken. Er komen namelijk allerlei maatschappelijke trends en ontwikkelingen op de gemeente af die vragen om antwoorden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan grote opgaven als de woonopgave, de milieu- en klimaatproblematiek, de energietransitie en de landbouwtransitie. Het gaat ook om lokale aandachtspunten als het aantrekkelijk houden van de (centra van de) dorpen en het beheren van de openbare ruimte. Kortom, het is belangrijk om voorbereid te zijn op de toekomst. In deze omgevingsvisie wordt gekeken vanuit een hoger abstractieniveau naar de toekomst van Zevenaar. Het gaat om opgaven en ambities die op hoofdlijnen worden beschreven. In de omgevingsvisie komen de verschillende opgaven samen in acht integrale hoofdambities. Met de ambities geven we aan waar we voor staan en waar we in de toekomst naartoe willen. Daarnaast worden deze ambities geplaatst in regionaal perspectief.
Onderbouwing effecten op de fysieke leefomgeving – Herontwikkeling Vestersbos 2 - 4
21
Onderbouwing effecten op de fysieke leefomgeving – Herontwikkeling Vestersbos 2 - 4
De gemeente Zevenaar 2040: 1. is een fijne woongemeente in een dynamische omgeving met een goed woningaanbod (voor jong en oud). 2. kent een onderwijsaanbod en werkgelegenheid passend bij de beroepsbevolking. 3. heeft mooie landschappen en natuur en beleefbare cultuurhistorie, waar het fijn recreëren is. 4. is een gezonde, veilige en schone leefomgeving. 5. is een klimaatneutrale gemeente. 6. heeft een voorzieningenniveau passend bij de regiofunctie. 7. zet in op een goede bereikbaarheid als noodzakelijke basisvoorwaarde voor de leefbaarheid en vitaliteit. 8. staat voor saamhorigheid in de kernen, ruimte voor ontmoeting en initiatieven. Beoordeling Met de voorgenomen ontwikkeling wordt een passende functie gegeven aan een locatie waar leegstaande bebouwing aanwezig is. Dit zorgt voor een kwaliteitsverbetering binnen het plangebied. Met het voorliggend initiatief wordt een kwalitatief goed woongebied gerealiseerd. Het plangebied is gelegen in het bestaand stedelijk gebied van Zevenaar waardoor versnippering van de leefomgeving wordt voorkomen. De nieuw te bouwen woningen zullen voldoen aan de actuele eisen op het gebied van duurzaamheid. In de omgevingsvisie van de gemeente Zevenaar zijn in de stedelijke zone een aantal gebieden aangewezen. Eén van deze gebieden is de ‘spoorzone Zevenaar’.
Een belangrijke doelstelling oor de toekomst blijft het streven naar binnenstedelijk ontwikkelen vanuit de gedachte van duurzaam ruimtegebruik nabij voorzieningen. Door te verdichten in de spoorzone, kan de groene ruimte buiten deze zones opengelaten worden en door verdichting nabij het spoor ontstaan meer kansen voor hoogwaardig openbaar vervoer. Het plangebied van onderhavige ontwikkeling ligt in deze spoorzone. Een woningbouwontwikkeling binnen deze zone sluit goed aan op de ambities zoals benoemd in de omgevingsvisie. Conclusie Het project is niet in strijd met de structuurvisie en de omgevingsvisie van de gemeente Zevenaar.
5.4.2 Overig beleid 5.4.2.1
Wonen
Woonzorgvisie Zevenaar 2024 – 2028 De woonzorgvisie van de gemeente Zevenaar is compact en biedt inzicht in de opgave, de visie en doelstellingen van de gemeente, evenals de wijze waarop deze doelstellingen worden nagestreefd. Hierbij is gebruikgemaakt van inbreng vanuit het maatschappelijk veld en professionals op het gebied van wonen en zorg. In de woonzorgvisie zijn beleidskeuzes geformuleerd voor de komende jaren, waarmee gezamenlijk wordt gewerkt aan een visie op volkshuisvesting in zowel de gemeente Zevenaar als de regio. Waar in eerdere woonvisies vooral werd ingegaan op de gewenste ontwikkeling van het (fysieke) woningaanbod, richt de Woonzorgvisie Zevenaar 2024-2028 zich meer op de ondersteunings- en zorgvraag en het versterken van de sociale samenhang in de gemeenschap. Hiermee legt de gemeente de nadruk op de sociale component van huisvesting en zet zij in op het bevorderen van zelfstandig en langer thuis wonen. De gemeente streeft naar het realiseren van passende woningen, met daarbij behorende ondersteuning, zorg en een geschikte woonomgeving. Daarnaast wordt geanticipeerd op de toenemende vraag naar woningen voor verschillende aandachtsgroepen. Bij toekomstige woningbouwprojecten wil de gemeente op een goede manier inspelen op deze behoeften.
Onderbouwing effecten op de fysieke leefomgeving – Herontwikkeling Vestersbos 2 - 4
22
Onderbouwing effecten op de fysieke leefomgeving – Herontwikkeling Vestersbos 2 - 4
Bij het formuleren van beleid wordt niet alleen gekeken naar de gewenste woningtypen, maar vooral naar de randvoorwaarden waaraan woningen moeten voldoen om zelfstandig wonen mogelijk te maken. Een woonomgeving omvat immers meer dan alleen de fysieke kenmerken van een woning; het gaat ook om bredere welzijnsaspecten. De groeiende zorgvraag en het verwachte tekort aan zorgpersoneel onderstrepen de noodzaak om zorg breder te benaderen. Dit vraagt om oplossingen die verder gaan dan formele zorg, waarbij ook wordt ingezet op het versterken van sociale samenhang in de gemeenschap. Een heldere visie op deze aspecten vormt de basis voor afspraken met samenwerkingspartners, waarmee de gemeente gezamenlijk werkt aan oplossingen voor uitdagingen zoals vergrijzing en tekorten op de arbeidsmarkt. De woonzorgvisie richt zich op zes belangrijke thema’s: 1.
2.
3.
4. 5.
6.
Leefbare wijken en buurten De gemeente draagt bij aan prettige en veilige buurten waarin iedereen zich thuis voelt. Vanaf 2025 worden samen met inwoners concrete verbeteringen doorgevoerd. Wonen met welzijn en zorg voor ouderen De gemeente streeft ernaar dat ouderen ook in de toekomst prettig kunnen wonen met de juiste ondersteuning. Proefprojecten in Spijk, Tolkamer, Lobith en omgeving Subenhara moeten inzicht geven in hoe inwoners ook in de toekomst de nodige zorg kunnen ontvangen. Een thuis voor iedereen De gemeente werkt actief aan het huisvesten van doelgroepen met een extra zorg- en/of begeleidingsbehoefte, zoals daklozen, bewoners van beschermd wonen en statushouders. Voldoende woningen bouwen Voor de komende jaren maakt de gemeente plannen om het woningtekort verder aan te pakken. Passende woningen en doorstroming De gemeente zorgt ervoor dat bestaande woningen beter aansluiten bij de vraag. In 2025 worden meer mogelijkheden voor woningdelen gecreëerd en wordt een verhuiscoach ingezet om (oudere) inwoners sneller aan een passende woning te helpen. Duurzame wijken In 2025 worden 441 woningen door woningcorporaties verduurzaamd. Daarnaast werkt de gemeente samen met partners aan klimaatbestendige buurten en worden inwoners geïnformeerd over oplossingen voor hitte en wateroverlast.
Woondeal 2.0 (Regio Arnhem-Nijmegen) In maart 2023 is de Woondeal aangepast en daarmee de Woondeal 2.0 vastgesteld. Daarin zijn de afspraken uit de eerste Woondeal herijkt, aangepast en aangescherpt. Daarmee wil provincie, en daaruit volgend ook gemeente Zevenaar, het volgende bereiken: • Realisatie van de woningbouwopgave als bouwsteen en binnen de kaders van de gezamenlijke Verstedelijkingsstrategie Arnhem-Nijmegen/Foodvalley. • Een gezonde woningmarkt met een woningtekort van 2% in 2030. Daarom zetten we conform de provinciaal bestuurlijke afspraak in op de bouw van 33.000 woningen tot en met 2030. En richting 2040 zo'n 50.000 woningen. Circa 20.000 van deze woningen worden gerealiseerd in 3 grootschalige NOVEXwoningbouwlocaties: Nijmegen Stationsgebied, Nijmegen Kanaalzone en de Spoorzone Arnhem Oost en 17.000 woningen in de 17 andere focusgebieden. • Ophoging van de woningproductie van 3.300 naar 3.700 woningen per jaar; onder andere door inzet op flexwoningen en ruimte voor alternatieve woonvormen. • Gezamenlijk inzet voor het huisvesten van jong talent om zo bij te dragen aan de kenniseconomie. Door realisatie van voldoende studentenhuisvesting en inzet op voldoende aanbod voor jonge starters. Het Landelijk Actieplan Studentenhuisvesting (LAS) wordt hierbij als uitgangspunt gehanteerd.
Onderbouwing effecten op de fysieke leefomgeving – Herontwikkeling Vestersbos 2 - 4
23
Onderbouwing effecten op de fysieke leefomgeving – Herontwikkeling Vestersbos 2 - 4
•
•
•
•
Beter benutten van de bestaande voorraad als (onderbelichte) kans voor het verminderen van de woningnood en het optimaal benutten van de gebouwde omgeving bij de groei van het aantal kleinere huishoudens, als kans voor het vergroten van leefkwaliteit in bestaande wijken, én voor het realiseren van de ambities van de verstedelijkingsstrategie 'meer landschap meer stad'. In lijn met de nationale doelstelling naar 2/3e betaalbaar een vergroting van de beschikbaarheid van woningen voor mensen met lage en middeninkomens, waaronder veel starters We zorgen voor voldoende betaalbare woningen voor aandachtsgroepen en een evenwichtige spreiding daarvan over de gemeenten. Op dit moment is 31% van de woningen in de regio een corporatiewoning. Iedere gemeente zorgt vanaf 2025 binnen de nieuwbouw voor minimaal 30% sociale huur en minimaal 35% middenhuur en betaalbare koop (tot € 355.000). Op basis van de uitkomsten van het woningbehoefteonderzoek zet de regio zich ervoor in dat een op basis van het woonbehoefteonderzoek per gemeente te bepalen deel in het middensegment bestaat uit betaalbare koopwoningen voor de lagere inkomens met een prijs van € 255.000 of middenhuur. Verduurzamen en toekomstbestendig maken van de bouwsector en vermindering van bouwkosten, doordat circulair en conceptueel bouwen de norm is bij woningbouw.
Zo dragen we bij aan de reductie van 55% tot 60% CO2-uitsoot (Paris-proof), 50% primaire grondstoffen en 50% uitstoot van stikstof in 2030. Met klimaatadaptief bouwen en beheren beperken we de overlast van de gevolgen van klimaatverandering. Dit gaat hand in hand met natuurinclusief bouwen.
Beoordeling De beoogde ontwikkeling voldoet zowel aan de woonzorgvisie als aan de woondeal 2.0. De beoogde ontwikkeling voorziet in de realisatie van kleinere woningen, waaronder sociale huur, goedkope koop en woningen in het middensegment. De woningen zullen geschikt zijn voor starters, doorstromers en ouderen. Hiermee is het beoogde plan in overeenstemming met de doelen zoals vermeld in de woonzorgvisie en de woondeal 2.0. Daarnaast is het plan voornemens om een aantrekkelijk uitstraling te realiseren die past bij de woonfunctie. Hiermee zal de aantrekkelijkheid van de bestaande woningen onveranderd blijven wat evenals als doel is vastgesteld in het gemeentelijk beleid ten opzichte van wonen. Conclusie Het project is niet in strijd met het beleid voor Wonen.
5.4.3
Programma’s
Het programma is een flexibel instrument dat de overheid kan inzetten voor uitwerking, doorwerking of uitvoering van beleid. Er zijn verplichte en niet verplichte programma's. Voor specifieke onderwerpen verplicht de Omgevingswet de gemeente om een programma op te stellen: Actieplan geluid Saneringsprogramma wegen onder beheer van de gemeente Programma bij (dreigende) overschrijding omgevingswaarde Voor de gemeente Zevenaar zijn op dit moment geen verplichte programma’s van toepassing, ook heeft de gemeente nog geen vrijwillige programma’s vastgesteld. Wel dient uiterlijk op 18 juli 2039 een programma te worden vastgesteld, gericht op het reduceren van geluid van wegen in beheer bij de gemeente en van lokale spoorwegen (voor zover deze niet zijn aangewezen op grond van artikel 2.13a, eerste lid, aanhef en onder b van de Omgevingswet).
5.4.4 Voorbeschermingsregel in het omgevingsplan Met een voorbereidingsbesluit voorkomt de overheid activiteiten die in strijd zijn met nieuwe regels die in voorbereiding zijn. Dit heet voorbereidingsbescherming. Een voorbereidingsbesluit bevat voorbeschermingsregels.
Onderbouwing effecten op de fysieke leefomgeving – Herontwikkeling Vestersbos 2 - 4
24
Onderbouwing effecten op de fysieke leefomgeving – Herontwikkeling Vestersbos 2 - 4
Beoordeling Voor de locatie gelden geen voorbeschermingsregels in het omgevingsplan (opvolger van het voorbereidingsbesluit). Conclusie Het project is niet in strijd met het voorbeschermingsregels van de gemeente.
5.5 Waterschap De gemeente Zevenaar ligt in het werkgebied van waterschap Rijn en IJssel. Waterschap Rijn en IJssel beschrijft in het Waterbeheerplan 2022-2027 het beleid voor alle taakgebieden van het waterschap. Het plan geeft aan welke doelen het waterschap nastreeft en met welke aanpak het waterschap deze doelen wil bereiken. Als gevolg van het veranderende klimaat heeft het waterschap de uitgangspunten voor de weging van het waterbelang geactualiseerd. De uitgangspunten in de uitgangspuntennotitie 'Water in ruimtelijke plannen' vormen het vertrekpunt voor het overleg tussen waterschap en initiatiefnemer en/of gemeente over de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en hun effect op het watersysteem, de waterketen en waterveiligheid. Hoofdpunten van verandering van de uitgangspunten zijn: de eisen ten aanzien van het tegengaan van wateroverlast; in de 'Uitgangspunten voor waterneutraal bouwen' worden de klimaatstatistieken van het KNMI als basis genomen voor de berekening van de bergingsopgave; uitbreiding van het beleid om meer water vast te houden tegen droogte en hitte.
5.5.1
Waterschapsverordening
De belangen van het waterschap in de fysieke leefomgeving worden gewaarborgd via regels in een waterschapsverordening. De kern van de waterschapsverordening bestaat uit regels over activiteiten van burgers, bedrijven en mede-overheden die van invloed zijn op het watersysteem, de waterveiligheid en de zuiveringtechnische werken (rioolwaterzuiveringsinstallaties, RWZI). Het waterschap kan via de waterschapsverordening bepalen dat een initiatiefnemer voor een activiteit een omgevingsvergunning moet aanvragen of een melding moet doen. Beoordeling De beoordeling van het waterbelang wordt in deze motivatie uitgevoerd in paragraaf 7.1. Conclusie Het project is niet in strijd met de waterschapsverordening.
Onderbouwing effecten op de fysieke leefomgeving – Herontwikkeling Vestersbos 2 - 4
25
Onderbouwing effecten op de fysieke leefomgeving – Herontwikkeling Vestersbos 2 - 4
6 Goede omgevingskwaliteit 6.1 Ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking (vaak kortweg aangeduid als Ladder) is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen wordt beoordeeld of er echt behoefte aan is en of de ontwikkeling binnen het stedelijk gebied kan. In het Besluit kwaliteit leefomgeving (artikel 5.129g Bkl) is bepaald dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling de toepassing van de ladder is vereist. Als een initiatief (onder meer) bestaat uit de ontwikkeling/uitbreiding van een bedrijventerrein, zeehaventerrein, woningbouwlocatie, een detailhandelsvoorziening, van kantoren of een andere stedelijke ontwikkeling dan moet de behoefte aan de ontwikkeling aangetoond worden. Dit om te komen tot zorgvuldig ruimtegebruik en leegstand tegen te gaan. Daarbij moet ingegaan worden op: a. De behoefte aan het voornemen. b. Als een stedelijke ontwikkeling buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk gebied groen aan de rand van de bebouwing van het stedelijk gebied voorzien is: de mogelijkheden om binnen dat gebied in die behoefte te voorzien. c.
Bij de vestiging van een dienst zoals bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet moet aangetoond worden dat de vestiging van de dienst in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
6.1.1
Beoordeling
Op basis van uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt dat bij woningbouw er vanaf 12 woningen sprake van een stedelijke ontwikkeling die ladderplichtig is. Het plan ziet op de realisatie van 70 tot 80 woningen en is daarmee ladderplichtig. Is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling? De eerste vraag die in het kader van de Ladder voor duurzame verstedelijking beantwoordt dient te worden is de vraag of er behoefte is aan de ontwikkeling, zowel in kwantitatieve als kwalitatieve zin. De gemeente Zevenaar is onderdeel van de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen en is in die hoedanigheid ook betrokken bij de Woondeal voor deze regio. In deze woondeal zijn afspraken gemaakt tussen de verschillende gemeenten en vastgelegd waar, wanneer en hoeveel woningen per gemeente worden toegevoegd. Voor de gemeente Zevenaar zijn de afspraken uit deze woondeal vastgelegd in de Liemerse Woonagenda, welke in oktober 2020 is vastgesteld. Waar in de voorgaande woonagenda (2016-2020) nog werd uitgegaan van stagnatie in woningbehoefte, blijkt uit de laatste woningmarktonderzoeken dat ook in de Liemers (in overeenstemming met de landelijke trend) sprake blijft van een toenemende vraag aan nieuwe woningen. Met name in de vijf jaar waarvoor deze woonagenda is opgesteld zal de vraag naar woningen nog groot zijn.
Om te voorzien in voldoende locaties voor woningbouw is in de Woondeal afgesproken dat het planaanbod moet worden verhoogd tot 130%. Hierbij gaan inbreidings- en transformatielocaties op binnenstedelijke locaties vóór uitbreidingslocaties. Kwantitatief gezien bedraagt de huishoudensgroei in de Liemers voor 2020-2025 circa 500 woningen per jaar. Hierna zal de groei naar verwachting afvlakken naar 300 woningen per jaar vanaf 2025 en 50 woningen per jaar vanaf 2030. In kwalitatieve zin wijst het meest recente woningbehoefte onderzoek uit dat bijna de helft van het woningbouwprogramma moet bestaan uit betaalbare koopwoningen. Ook woningen voor specifieke doelgroepen, waaronder starters en senioren, vormen prioriteit bij woningbouwontwikkeling.
Onderbouwing effecten op de fysieke leefomgeving – Herontwikkeling Vestersbos 2 - 4
26
Onderbouwing effecten op de fysieke leefomgeving – Herontwikkeling Vestersbos 2 - 4
Op de locatie staan verschillende schoolgebouwen die meerdere jaren niet meer in gebruik zijn. Het plan voorziet in een nieuwe invulling van het plangebied ten behoeve van woningbouw. Binnen het plan worden woningen gerealiseerd die voorzien in de behoefte van diverse doelgroepen. Daarmee wordt aangesloten op het beleid conform de woonagenda. Ligt het plangebied binnen bestaand stedelijk gebied? Naast een onderbouwing voor de behoefte aan de te realiseren nieuwe stedelijke ontwikkeling, dient ook nagegaan te worden of er sprake is van een ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied (BSG). Wanneer een ontwikkeling voorziet in toevoeging van stedelijke functies buiten BSG, zal eerst moeten worden nagegaan of er binnen BSG geen ruimte beschikbaar is om in dit plan te voorzien. Het planvoornemen aan de Vestersbos 2 4 is gelegen op een binnenstedelijke locatie. De omgeving wordt gekenmerkt door stedelijke functies, waaronder voornamelijk 'Wonen'. Derhalve wordt ook voldaan aan dit onderdeel uit de Ladder voor duurzame verstedelijking.
6.1.2 Conclusie Het aspect ladder voor duurzame verstedelijking vormt geen belemmering voor de haalbaarheid van het project.
6.2 Welstand Bij nieuwbouw of verbouw beoordeelt de gemeente met een welstandstoets of het bouwwerk past in de omgeving. Dit doet de gemeente op basis van de aanvraag voor een omgevingsvergunning. Vanuit welstand wordt voor nieuwe gebouwen gekeken naar de gedetailleerde onderdelen (dakkappellen e.d.), gevelindelingen, kleuren en materiaalgebruik. De regels voor een welstandstoets zijn opgenomen in artikel 22.7 en 22.29 van de bruidsschat. Daarmee maken deze regels deel uit van het tijdelijk deel van het omgevingsplan. Daarnaast geldt specifiek voor de welstandsnota overgangsrecht. Dit staat in artikel 4.114, lid 1 van de Invoeringswet Omgevingswet. Nadat de Omgevingswet in werking is getreden, is de welstandsnota een beleidsregel, als bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet. Dit artikel regelt dat als regels over het uiterlijk van bouwwerken uitleg behoeven, de gemeenteraad beleidsregels vaststelt. Dit betekent niet dat bij inwerkingtreding van de Omgevingswet de beleidsregels over de plaatsing van het bouwwerk in de welstandsnota vervallen. Ook deze onderdelen van de welstandsnota worden meegenomen bij de behandeling van de bouwaanvraag (artikel 22.29 van de bruidsschat). Naast de welstandsnota kan ook een beeldkwaliteitsplan worden opgesteld. Dit toetsingskader is vormvrij en kan betrekking hebben op een specifiek gebied.
Het beeldkwaliteitsplan beschrijft de gewenste beeldkwaliteit van de bebouwing en de buitenruimte en bevat toetsbare criteria. Het is een verbindend element tussen landschap, architectuur en stedenbouw. Het plan geeft aanbevelingen en richtlijnen voor de vormgeving van bebouwing en de inrichting van de ruimte. Indien het beeldkwaliteitsplan gebruikt gaat worden voor de formele toetsing van de uiteindelijke bouw- en inrichtingsplannen, dient naar het beeldkwaliteitsplan te worden verwezen in de planregels. Daarnaast zal de welstandsnota (beleidsregel) moeten worden aangevuld als het ook als toetsingskader voor de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit moet dienen. Het beeldkwaliteitsplan kan dan het kader vormen voor die aanvulling.
6.2.1
Beoordeling
Een omgevingsplan is erg belangrijk voor het bouwrecht. Omgevingsvergunningen voor het bouwen worden immers getoetst aan de regels uit het omgevingsplan. Naast de omgevingsplanbepalingen en de bouwtechniek is het uiterlijk van een bouwwerk belangrijk. Hiertoe heeft de gemeente welstandsbeleid opgesteld, welke is vastgelegd in de Nota Ruimtelijke Kwaliteit.
Onderbouwing effecten op de fysieke leefomgeving – Herontwikkeling Vestersbos 2 - 4
27
Onderbouwing effecten op de fysieke leefomgeving – Herontwikkeling Vestersbos 2 - 4
In de nota zijn onder meer gebiedsgerichte criteria opgenomen voor enkele afzonderlijk beschreven deelgebieden binnen de gemeente, om er voor te zorgen dat een bouwactiviteit zo goed mogelijk wordt afgestemd op het karakter van de bestaande gebouwde omgeving. Conform de Nota Ruimtelijke Kwaliteit ligt het plangebied in deelgebied ‘Molenwijk’. Molenwijk is een beheersgebied waar in de komende jaren weinig ontwikkelingen plaats zullen vinden. Behoud van de verkavelingsopzet met dorpse bebouwing is gewenst. Het deelgebied Molenwijk wordt deels begrensd door de Arnhemseweg. Het lint van deze weg is aangemerkt als bijzonder welstandsgebied omdat het lint één van de belangrijkste verkeersstructuren is in de kern Zevenaar, met name ook voor het langzaam verkeer. Het lint is daarmee van grote betekenis voor het totaalbeeld van Zevenaar. Bovendien heeft het lint een cultuurhistorische betekenis. De wijk wordt doorkruist door belangrijke buurtontsluitingswegen, te weten de Molenstraat en de Schilderspoort - Rembrandtplein - J.Boschstraat. De Molenstraat is bovenal een historisch lint en radiaal. Aan deze weg is een bijzonder welstandsniveau toegekend. De rest van het gebied heeft geen waarden die bijzondere bescherming behoeven. Bij een dergelijk beheersgebied past een regulier welstandsniveau.
Het plangebied heeft geen waarden die bijzondere bescherming behoeven, gezien het niet is gelegen aan een historisch lint. De uitgangspunten voor de vormgeving zijn vastgelegd in de Nota Ruimtelijke Kwaliteit en moeten als uitgangspunt worden genomen bij het opstellen van het stedenbouwkundig ontwerp. Daarmee zal de Nota Ruimtelijke Kwaliteit in lijn zijn met het plan. De gemeente Zevenaar heeft daarnaast een selectieleidraad opgesteld voor het selecteren van een ontwikkelaar van het plangebied. In dit document heeft de gemeente ook diverse uitgangspunten voor de vormgeving van het plan opgenomen. De uitwerking van het plan zal overeen moeten komen met de uitgangspunten uit de selectieleidraad. De tweedeling in het plangebied geeft ruimte om de uitwerking van de twee plandelen verschillend en uniek te maken. Verschillend in bouwvolume en in architectonische uitstraling en uitwerking. Hoe dit wordt gedaan, is aan de ontwikkelende partij. Als de totale ruimtelijke kwaliteit maar overtuigend is en samenhang heeft. Voor beide plandelen willen we een aantrekkelijke uitstraling (architectuurbeeld) die past bij de woonfunctie en zich goed verhoudt tot de omliggende woningen en eventueel te handhaven bouwdelen. De keuze voor materialen wordt vrij gelaten. Het gebruik van metselwerk, hout en veel gebruik van glas worden zeker als goede basiselementen gezien.
Deelgebied Noord Het grondgebonden deel van het programma is door de nabijgelegen Buitenmolen en de hieruit voortkomende molenbiotoop beperkt tot bouwmassa’s van 2 lagen met een maximale hoogte van 7 meter. De keuze voor dakvormen wordt vrijgelaten. Echter door de gewenste eenheid binnen dit plandeel, is verwantschap tussen de bouwblokken, alsmede een logische clustering vereist. Door dit goed te doen kan de hoeveelheid beleefbare achterkanten en noodzakelijke achterpaden beperkt blijven, waardoor er voornamelijk een beeld van voorkanten/representatieve zijdes ontstaat. Ook de bestaande achterkantsituatie van de woningen aan de Heldringsstraat kan zo op goede wijze worden ingepast waarbij een nieuw achterpad ook voor die woningen als secundaire toegang kan worden gebruikt. Deelgebied Zuid Het gestapelde woningprogramma kan in de basis als 3 lagen worden uitgevoerd. Dit is ook in de oude situatie het geval. Binnen de maximale bouwhoogte zijn 4 bouwlagen mogelijk. Vooral de hoek VestersbosStationsstraat verdient extra aandacht op het gebied van stedenbouw en architectuur.
Onderbouwing effecten op de fysieke leefomgeving – Herontwikkeling Vestersbos 2 - 4
28
Onderbouwing effecten op de fysieke leefomgeving – Herontwikkeling Vestersbos 2 - 4
6.2.2 Beeldkwaliteitsplan Voor het voorliggende plan is niet gekozen voor het opstellen van een beeldkwaliteitsplan. De stedenbouwkundige uitwerking en het beeldkwaliteitsplan zal nader worden uitgewerkt door de ontwikkelende partij. De selectieleidraad die opgesteld is door de gemeente Zevenaar beschrijft diverse uitgangspunten over de beeldkwaliteit van het plan. Hier moet de ontwikkelende partij rekening mee houden. Hieronder wordt beknopt ingegaan op deze uitgangspunten. Hoofdopzet In de hoofdopzet voor de planuitwerking (Vestersbos 4) wordt gedacht aan twee verschillende soorten gebieden. In het zuidelijke deel zetten we in op gestapelde woningen. In het noordelijke deel komen vooral grondgebonden woningen (2 bouwlagen). Tussen beide delen ligt een groene zone (overgangszone) zonder bebouwing, die mogelijkheden biedt voor waterberging, spelen en ontmoeting. De randen van het plangebied aan de kant van de Stationsstraat en het Vestersbos worden ook onderdeel van het groene raamwerk. De waardevolle bomen in dit deel krijgen hier een plek. Aan de kant van de Stationsstraat loopt de groene ruimte door tot aan de gevel. Bij hergebruik van de aanwezige bebouwing is de bestaande zuidgevel de bouwgrens. Bij sloop-nieuwbouw wordt de grens teruggelegd om de bomen meer ruimte te bieden en een conflict tussen bomen en woningen te voorkomen.
Het nieuwe plan wordt onderdeel van de grotere woonwijk waarbij de groen- en voetpadstructuur logisch aansluit op de omgeving. De centrale ruimte tussen de twee plandelen kan daarbij een meerwaarde krijgen in de looproutes van de wijk door aan de westzijde een verbinding te maken naar de Pelgromstraat en aan de oostzijde aan te sluiten bij de daar aanwezige padenstructuur. De mogelijkheden voor de westelijke verbinding zullen nader verkend en onderzocht moeten worden met de betrokken omwonenden. Voor de toegang met de auto wordt er een belangrijke ingang aan de Stationsstraat gemaakt. Van daaruit wordt er een logische route door het gebied gepland. Deze sluit aan op de weg Vestersbos. We willen ervoor zorgen dat dit geen problemen geeft voor de bewoners aan de overkant, zoals te veel lichthinder. Aan de ontsluitingsstructuur worden efficiënt ingedeelde parkeervoorzieningen gekoppeld die primair zijn gelegen binnen de voor wonen aangemerkte deelgebieden noord en zuid. Ook parkeren onder de gebouwen is hierbij mogelijk. Het plan moet een sluitende parkeerbalans hebben, die voldoet aan de parkeernormen. Voor het parkeren van bezoekers kan eventueel het plangebied Vestersbos 2 (NME locatie) bij het plan worden betrokken.
Hergebruik Cultuurhistorisch waardevolle elementen/bouwdelen Hoewel het huidige blok aan de zijde Stationsstraat (deel A, pagina 10) geen monumentenstatus heeft, zijn er door de erfgoedcommissie wel waardevolle elementen/bouwdelen beschreven. In een poging de kansen voor (gedeeltelijk) behoud te vergroten, en daarmee een stukje historie te bewaren, dagen we ontwikkelende partijen uit om in hun planuitwerking oog te hebben voor de mogelijkheden van inpassing/hergebruik. Het niet hebben van een monumentale status geeft juist meer vrijheid om creatief om te gaan met het (gedeeltelijk) hergebruik/behoud. Te denken valt bijvoorbeeld aan de trappartij, de gevel van de huidige entree met de verbijzonderingen in het metselwerk, maar ook delen van het gebouw/casco. Overgang privé-openbaar Goede mee-ontworpen erfafscheidingen, groen en/of gebouwd, dragen bij aan de samenhang en de ruimtelijke kwaliteit. Woningen kunnen eventueel direct aan de openbare ruimte worden geplaatst. Het moet helder zijn op welke wijze de relatie tussen de woningen en de buitenruimte wordt gelegd en of er naast de gebruikelijke maat voor het trottoir ruimte is voor bijvoorbeeld groen of een zitgelegenheid voor de woning.
Onderbouwing effecten op de fysieke leefomgeving – Herontwikkeling Vestersbos 2 - 4
29
Onderbouwing effecten op de fysieke leefomgeving – Herontwikkeling Vestersbos 2 - 4
Aandachtspunten verdere uitwerking/ontwerp Voor de verdere uitwerking van de beschreven uitgangspunten zijn de onderstaande aandachtspunten van groot belang: • de aanwezigheid van beleefbaar, robuust en kwalitatief openbaar groen; • de overgangen naar de bestaande woningen; • aanwezige molenbiotoop van nabijgelegen Buitenmolen (ten westen van plangebied). • geen formele monumentenstatus van het pand aan de Stationsstraat, dit geeft meer vrijheid om creatief om te gaan met (gedeeltelijk) hergebruik/behoud van waardevolle en karakteristieke elementen/bouwdelen; • mogelijkheid tot het betrekken van de locatie NME (Vestersbos 2) voor het deels oplossen of verbeteren van de parkeer- en groenopgave eventueel in combinatie met een ontmoetingsfunctie voor de wijk (binnen en/of buiten); • hoe om te gaan met het geluid en trilling van het spoor (Uitgangspunt is geen schermen te plaatsen, maar te werken met dove gevels).
6.2.3 Conclusie Volgend op de wijziging van het omgevingsplan volgt de vergunningsprocedure, waarbij het plan verder zal worden uitgewerkt. In deze fase wordt het plan beoordeeld aan de hand van de welstandsnota en de selectieleidraad, waarbij het plan uiteraard moet voldoen aan het beoordelingskader.
6.3 Mobiliteit en parkeren In de Omgevingswet is geen regelgeving opgenomen met betrekking tot mobiliteit en parkeren. De verkeersveiligheid is primair geborgd in de weg- en verkeerswetgeving, waaronder de Wegenverkeerswet. Daarnaast zijn richtlijnen opgenomen in het ASVV (Aanbevelingen voor Verkeersvoorzieningen Binnen de Bebouwde Kom). Wel is een veilige en gezonde fysieke leefomgeving één van de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet (artikel 1.3 Ow). De gemeente Zevenaar neemt hierdoor ook verkeersveiligheid mee in haar afwegingen. Zo zal verkeersveiligheid, een goede afhandeling van verkeerstromen en het voorkomen van (voorzienbare) parkeerhinder voor de gemeente een rol spelen bij het evenwichtig toedelen van functies aan locaties (artikel 2.4 en 4.2 Ow) in het omgevingsplan. De inrichting en inpassing van infrastructuur in de omgeving heeft invloed op de veiligheid. Zo is voor een veilige indeling van een weg een bepaald ruimtebeslag noodzakelijk. Maar ook bebouwing of een bouwwerk naast de weg kan effect hebben op de verkeersveiligheid. Verkeersveiligheid is dan ook een onderdeel van de afweging om ruimte te verdelen en gebieden aan te wijzen voor een bepaalde functie. Van belang is dat bij een nieuwe ontwikkeling wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid en een goede verkeersafwikkeling.
Bij de afweging tot het toedelen van functies aan locaties wordt tevens de verkeersaantrekkende werking van de betreffende activiteit betrokken. De gemeentelijke uitgangspunten voor parkeren zijn vastgelegd in het omgevingsplan in het onderdeel ‘Paraplubestemmingsplan parkeren gemeente Zevenaar’.
6.3.1
Beoordeling
Verkeer Als gevolg van de beoogde woningbouw binnen het plangebied zal er sprake zijn van een verandering van het aantal verkeersbewegingen. Het planologische gebruik in de bestaande situatie (maatschappelijk) en de nieuwe situatie (woningen) kennen een verschil in verkeersaantrekkende werking. In de toekomstige situatie wordt op deze locatie een woongebied voorzien van 70 tot 80 woningen. In de huidige planologische situatie is het
Onderbouwing effecten op de fysieke leefomgeving – Herontwikkeling Vestersbos 2 - 4
30
Onderbouwing effecten op de fysieke leefomgeving – Herontwikkeling Vestersbos 2 - 4
plangebied in gebruik als onderwijsfunctie. De exacte woningtypologieën wordt door de ontwikkelende partij bepaald. Een verkeersberekening kan daarom nog niet uitgevoerd worden. Gezien de huidige functie en de beoogde invulling van het plangebied wordt echter geen grote toename van verkeersbewegingen verwacht. Voor de ontsluiting van het plangebied wordt een weg aangelegd vanaf de Stationsstraat (zie figuur 8). Deze sluit aan op de weg Vestersbos. Vanuit verkeerskundige aspecten bestaan er dan ook geen belemmeringen voor de voorgenomen herontwikkeling van deze locatie. Parkeren Gezien de zeer centrale locatie, de beschreven potentiële doelgroepen en het woningbouwprogramma gaan we uit van een relatief lage gemiddelde parkeernorm. Deze sluit aan bij het gewenste meer stedelijke woon- en leefmilieu, de bijbehorende woningen en de behoefte van de toekomstige bewoners. We kiezen voor het toepassen van de naastliggende categorieën en kencijfers van CROW. De ontwikkelaar is altijd vrij om meer parkeerplaatsen te realiseren als dit aansluit bij de ontwikkeling en de gewenste doelgroep. Deze parkeernormen sluiten aan op de vigerende parkeernormen in het centrum van Zevenaar (zie onderstaande tabel).
Tabel 2: Parkeernormen Vestersbos
De benodigde parkeerplaatsen worden aangelegd binnen het plan-/projectgebied. De nog te selecteren projectontwikkelaar stelt hiervoor een definitief parkeerplan op. De ontwikkelaar heeft de verantwoordelijkheid zorg te dragen voor de organisatie en communicatie van de voorgestelde parkeeroplossing en moet deze ook (contractueel) borgen. Aan de basis van dit plan staan een aantal gemeentelijke uitgangspunten /randvoorwaarden. Deze uitgangspunten zijn beschreven in het uitgangspunten document voor deze ontwikkeling van de gemeente Zevenaar. Dit document is opgenomen als bijlage 1 van deze ruimtelijke motivatie. Als deze uitgangspunten gehanteerd worden wordt er geen belemmering verwacht voor het aspect ‘parkeren’.
6.3.2 Conclusie Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de haalbaarheid van het project.
Onderbouwing effecten op de fysieke leefomgeving – Herontwikkeling Vestersbos 2 - 4
31
Onderbouwing effecten op de fysieke leefomgeving – Herontwikkeling Vestersbos 2 - 4
6.4 Openbare ruimte Bij nieuwe ontwikkelingen is aandacht voor het behouden en versterken van de (kwaliteit) van de (inrichting van de) openbare ruimte alsmede de mogelijke effecten op de openbare ruimte een belangrijk issue. Het robuust en klimaatbestendig inrichten wordt nadrukkelijk in de afweging betrokken. In paragraaf 5.1.8 van het Besluit kwaliteit leefomgeving zijn regels opgenomen over het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen. De instructieregel voor toegankelijkheid van de openbare buitenruimte heeft tot doel om het gebruik gemakkelijker te maken voor personen met een functiebeperking. Bij nieuwe ontwikkelingen moet de gemeente met dit belang rekening houden. Ook moet de gemeente die afweging maken bij bijvoorbeeld het stellen van regels over de bruikbaarheid van de openbare weg, zoals winkeluitstallingen en het plaatsen van hekken en fietsen.
6.4.1 Beoordeling Het uitgangspunt voor de ontwikkeling is dat de gemeente Zevenaar zorgdraagt voor het maken van een definitief inrichtingsplan van de openbare ruimte. De gemeente Zevenaar is ook verantwoordelijk voor het toekomstig beheer van de openbare ruimte. De openbare ruimte wordt aan de hand van het ‘Handboek inrichting openbare ruimte Zevenaar’ (HIOR) ontworpen. Dit is opgebouwd uit ontwerpaspecten, eisen ten aanzien van de kwaliteit en afmetingen van constructies en materialen, aan te leveren documenten vooraf en na realisatie. Tevens komt in het handboek het proces aan de orde om van plan tot en met uitvoering te komen.
6.4.2 Conclusie Het aspect openbare ruimte vormt geen belemmering voor de haalbaarheid van het project.
6.5 Cultureel erfgoed Bij erfgoed zijn twee beleidsbenaderingen van belang die maken dat archeologie en cultuurhistorie als belangrijke versterkers en aanjagers kunnen fungeren van de plaatselijke identiteit. Erfgoedbeleid richt zich allereerst op het inzichtelijk maken van cultuurhistorische waarden en het gericht beschermen en in stand houden daarvan (behoud in situ). Daarnaast biedt erfgoed echter ook inspiratie en aanknopingspunten voor ontwikkelingen in de toekomst. Uitgangspunt daarbij is hoe erfgoed een ruimtelijke inrichting kan versterken. Om deze reden is bepaald dat gemeenten in hun omgevingsplan rekening moeten houden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed. Volgens de definitie in de Omgevingswet behoren tot dat erfgoed: 1. Monumenten (zijnde beschermde of voorbeschermde rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten en karakteristieke panden), 2. Archeologische monumenten (zijnde bekende en te verwachten archeologische waarden), 3. Stads- en Dorpsgezichten en/of Cultuurlandschappen, en 4. Ander cultureel erfgoed als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet, voor zover dat voorwerp is of kan zijn van een evenwichtige toedeling van functies.
Uit Europees beleid volgt dat voorafgaand aan de uitvoering van plannen onderzoek moet worden gedaan naar de aanwezigheid van cultuurhistorische waarden en daar in de ontwikkeling van plannen zoveel mogelijk rekening mee te houden. De essentie van deze wetgeving is zowel gericht op bescherming en behoud van waardevol erfgoed, als op het benutten van kansen van erfgoed als inspiratiebron voor nieuwe ontwikkelingen. Daarnaast verplicht de implementatie van Europees beleid (Verdrag van Granada) in de Omgevingswet gemeenten er voortaan toe dat ook een aantasting van de omgeving van de op grond van het omgevingsplan beschermde monumenten wordt voorkomen, voor zover die monumenten door die aantasting worden ontsierd of beschadigd.