Agendabundel
Tekst van het document
Bijlage 1/4 bij VNG ledenbrief, januari 2023
die verbonden zijn aan het organiseren van de interne werkbegeleiding. [2. Het college kan aan de werkgever ambtshalve of op aanvraag een training aanbieden voor een of meer medewerkers om hen in staat te stellen aan personen behorend tot de doelgroep interne werkbegeleiding te bieden.] Paragraaf 3A.4. Specifieke bepalingen overige voorzieningen Artikel 14l. Specifieke voorwaarden toekenning vervoersvoorziening 1. Het college kan een vervoersvoorziening toekennen aan een persoon die door zijn beperking niet zelfstandig naar zijn werkplek, proefplaats of opleidingslocatie kan reizen. Deze vervoersvoorziening kan zowel in natura als in de vorm van een vergoeding in geld worden verstrekt. 2. Het college biedt een vervoersvoorziening aan als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de persoon kan door zijn beperking niet zelfstandig reizen of gebruik maken van het openbaar vervoer; en b. het vervoer is beperkt tot woonwerkverkeer. 3. De hoogte van de vergoeding in geld hangt af van het aantal dagen dat moet worden gewerkt en bedraagt het in de markt reguliere tarief voor een taxi of een andere vorm van vervoer. 4. Het college brengt een eventueel bedrag voor een vervoersvoorziening van de werkgever aan de werknemer in mindering op de te verstrekken vervoersvoorziening. Artikel 14m.
Specifieke voorwaarden noodzakelijke intermediaire activiteit bij visuele of motorische handicap 1. Het college kan een voorziening in de vorm van een intermediaire activiteit toekennen die gericht is op de vervanging of ondersteuning van een door ziekte of gebrek geheel of gedeeltelijk ontbrekende visuele of motorische lichaamsfunctie. [2. Het college kan in beleidsregels nader uitwerken hoe het de omvang van de noodzakelijke intermediaire activiteit bepaalt.] Artikel 14n. Specifieke voorwaarden meeneembare voorzieningen
Bijlage 1/4 bij VNG ledenbrief, januari 2023
1. Het college kan een meeneembare voorziening toekennen, als dit nodig is voor de persoon om te kunnen werken. 2. Er is geen limitatieve lijst van voorzieningen. In principe kan elk product als een meeneembare voorziening worden beschouwd als de noodzaak en meerwaarde in de werksfeer aantoonbaar is. 3. De meeneembare voorziening wordt in principe in bruikleen beschikbaar gesteld. In bijzondere gevallen kan het college besluiten de voorziening in eigendom te verstrekken. [4. Het college kan in beleidsregels nader uitwerken hoe het de noodzaak en meerwaarde in de werksfeer bepaalt.] [Artikel 14o. Specifieke voorwaarden werkplekaanpassingen Het college kan een aanpassing van de werkplek toekennen aan een persoon, als dit noodzakelijk is om zijn werk uit te voeren. In beginsel kan daarbij elk product als een werkplekaanpassing worden beschouwd als de noodzaak en meerwaarde in de werksfeer aantoonbaar zijn.] Artikel 15 (artikel I, onderdeel P) wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 15. Intrekken oude verordening [en overgangsrecht] 1. De [citeertitel ‘oude’ re-integratieverordening] wordt ingetrokken. [2.
Een persoon die gebruik maakt van een toegekende voorziening op grond van de [citeertitel ‘oude’ re-integratieverordening], die moet worden beëindigd op grond van deze verordening, behoudt deze voorziening voor zover wordt voldaan aan de voorwaarden uit de [citeertitel ‘oude’ re-integratieverordening] voor de duur: a. van [periode (bijvoorbeeld 12 maanden)], gerekend vanaf de inwerkingtreding van deze verordening, of b. dat deze is verstrekt, als dat korter is dan de periode als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a. 3. Het college kan na afloop van de in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde periode, besluiten of een voorziening wordt voortgezet. 4. De [citeertitel ‘oude’ reintegratieverordening] blijft van toepassing ten
Bijlage 1/4 bij VNG ledenbrief, januari 2023
Nieuwe tekst Artikel 15. Intrekken oude verordeningen en overgangsrecht 1. De [citeertitel Verordening loonkostensubsidie Participatiewet] wordt ingetrokken. 2. De [citeertitel ‘oude’ reintegratieverordening] wordt ingetrokken. 3. Een persoon die gebruik maakt van een toegekende voorziening op grond van de [citeertitel ‘oude’ re-integratieverordening], die moet worden beëindigd op grond van deze verordening, behoudt deze voorziening voor zover wordt voldaan aan de voorwaarden uit de [citeertitel ‘oude’ re-integratieverordening] voor de duur: a. van [periode (12 maanden)], gerekend vanaf de inwerkingtreding van deze verordening; of b. dat deze is verstrekt, als dat korter is dan de periode, bedoeld in onderdeel a.
4. Het college kan na afloop van de in het derde lid, onderdeel a, bedoelde periode, besluiten of een voorziening in verband met een bijzondere individuele situatie wordt voortgezet. 5. De [citeertitel ‘oude’ reintegratieverordening] blijft van toepassing ten
aanzien van een voortgezette voorziening als bedoeld in het tweede lid.]
aanzien van een voortgezette voorziening als bedoeld in het derde en vierde lid.
Er wordt een bijlage toegevoegd (artikel I, onderdeel Q), luidende: Bestaande tekst
Nieuwe tekst [Bijlage behorende bij artikel 14b, vijfde lid Re-integratieverordening Participatiewet [naam gemeente en eventueel jaartal] […]]
Er wordt een bijlage toegevoegd (artikel I, onderdeel R), luidende: Bestaande tekst
Nieuwe tekst Bijlage behorende bij artikel 14h, eerste lid Re-integratieverordening Participatiewet [naam gemeente en eventueel jaartal] […]
Toelichting Algemeen Op 1 juli 2023 wordt de Wet Uitvoeren Breed offensief, voor zover het de verordeningsplicht betreft, van kracht (Stb. 2022, 500). Daarmee wijzigt de Participatiewet. Het doel is dat meer mensen met een arbeidsbeperking aan het werk komen en blijven. Gemeenten moeten hiervoor bij verordening zaken regelen. De [citeertitel Re-integratieverordening Participatiewet [naam gemeente en eventueel jaartal]] wordt gewijzigd. Artikelsgewijs Artikel I, onderdeel A In dit onderdeel worden nieuwe begrippen toegevoegd. Artikel I, onderdeel B In dit onderdeel wordt het opschrift van hoofdstuk 2 aangepast, zodat het beter de lading dekt. Artikel I, onderdeel C In dit onderdeel wordt het doel van de evaluatie verduidelijkt en wordt vastgelegd welke informatie daarvoor wordt verzameld. Dit zorgt voor meer transparantie. Artikel I, onderdeel D In dit onderdeel worden in verband met het in de Wet Uitvoeren Breed offensief opgenomen expliciete aanvraagrecht afwijzingsgronden opgenomen. Het onderdeel geeft ook invulling aan de met de Wet Uitvoeren Breed offensief geïntroduceerde verplichting om op grond van artikel 8a, tweede lid, Bijlage 1/4 bij VNG ledenbrief, januari 2023
onderdeel g, van de Participatiewet regels te stellen met het oog op het afstemmen van verschillende voorzieningen binnen het sociaal domein. Artikel I, onderdelen [E tot en met J] In deze onderdelen worden technische en redactionele aanpassingen gedaan. Artikel I, onderdeel K In dit onderdeel wordt een aanpassing gedaan in verband met het nieuwe hoofdstuk 3A, waarnaar wordt verwezen. Artikel I, onderdeel L In dit onderdeel wordt bepaald dat een artikel vervalt omdat de voorziening niet langer noodzakelijk is. Met de Verzamelwet SZW 2022 is artikel 10d, twaalfde lid, van de Participatiewet met ingang van 1 januari 2022 komen te vervallen, waardoor de verstrekking van loonkostensubsidie bij ziekte doorloopt. Tevens is met de Verzamelwet SZW 2022 artikel 29e Ziektewet met ingang van 1 januari 2022 toegevoegd, waardoor het UWV de resterende loonsom bij ziekte betaald. Hierdoor is er geen no-risk polis van de gemeente meer nodig. Artikel I, onderdelen M en N In deze onderdelen worden technische en redactionele aanpassingen gedaan. Artikel I, onderdeel O Met dit onderdeel wordt een artikel en een hoofdstuk ingevoegd ter uitvoering van de aangevulde verordeningsverplichtingen die voortvloeien uit de Wet Uitvoeren Breed offensief. Artikel I, onderdeel P tot en met Q In deze onderdelen worden technische en redactionele aanpassingen gedaan.
Bijlage 1/4 bij VNG ledenbrief, januari 2023
Model Raadsbesluit wijziging Re-integratieverordening Participatiewet (januari 2023) Leeswijzer modelbepalingen - […] of [iets] = door gemeente in te vullen. - [iets] = facultatief. - [iets EN/OF iets] = door gemeente te kiezen. - [(iets)] = een voorbeeld ter illustratie of uitleg voor gemeente. - Combinaties zijn ook mogelijk. - Ook wordt er gewerkt met varianten waaruit gekozen kan worden. Besluit van de raad van de gemeente [naam gemeente] tot wijziging van de Reintegratieverordening Participatiewet [naam gemeente en eventueel jaartal] (Reintegratieverordening Participatiewet [naam gemeente en eventueel jaartal]) en tot intrekking van de Verordening loonkostensubsidie Participatiewet [naam gemeente en eventueel jaartal] (Verordening loonkostensubsidie Participatiewet [naam gemeente en eventueel jaartal]) De raad van de gemeente [naam gemeente]; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van [datum en nummer]; gelet op de artikelen 8a, eerste lid, aanhef en onder a, c, d en e en tweede lid en 10b, [vijfde lid en] zevende lid, van de Participatiewet; gezien het advies van de [naam commissie]; besluit: Artikel I De [citeertitel Re-integratieverordening Participatiewet] wordt als volgt gewijzigd: A Artikel 1 komt te luiden: Artikel 1.
Definities In deze verordening wordt verstaan onder: - doelgroep: personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de wet; - grote afstand tot de arbeidsmarkt: deelname aan de arbeidsmarkt is redelijkerwijs niet mogelijk binnen één jaar; - interne werkbegeleiding: door een collega geboden dagelijkse werkbegeleiding op de werkvloer omdat de werknemer anders niet in staat is zijn werkzaamheden uit te voeren, en waarbij sprake is van meer dan de gebruikelijke begeleiding van een werknemer op een werkplek; - jobcoaching: door een erkende deskundige geboden methodische ondersteuning aan personen met een arbeidsbeperking en aan werkgevers, gericht op het vinden en behouden van werk; - korte afstand tot de arbeidsmarkt: deelname aan de arbeidsmarkt is redelijkerwijs mogelijk binnen één jaar; - overige voorzieningen: voorzieningen als bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onder f, van de wet;
Bijlage 2/4 bij VNG ledenbrief, januari 2023
- persoonlijke ondersteuning bij werk: ondersteuning als bedoeld in artikel 10, eerste en derde lid, van de wet en begeleiding op de werkplek als bedoeld in artikel 10da van de wet; [- praktijkroute: het proces om de persoon, behorend tot de doelgroep, toegang tot het doelgroepenregister te laten verkrijgen op basis van loonwaardevaststelling op de werkplek;] - voorziening: door het college noodzakelijk geachte voorziening, gericht op arbeidsinschakeling waaronder mede wordt begrepen persoonlijke ondersteuning bij het verrichten van opgedragen taken; - werkgever: degene die op basis van een arbeidsovereenkomst de bevoegdheid heeft om de arbeid van een werknemer gedurende een overeengekomen periode aan te wenden in zijn organisatie; - werknemer: persoon die op basis van een arbeidsovereenkomst arbeid verricht bij de werkgever, daaronder begrepen een persoon als bedoeld in artikel 10d eerste of tweede lid van de wet met wie de werkgever een dienstbetrekking is aangegaan, dan wel dit van plan is; - wet: Participatiewet. B Het opschrift van hoofdstuk 2 komt te luiden: Hoofdstuk 2. Beleid en evaluatie C Artikel 2 komt te luiden: Artikel 2. Evenwichtige verdeling en evaluatie 1. Het college kan de voorziening, bedoeld in [artikelen (artikel 6)], aanbieden aan personen die behoren tot de doelgroep met een korte afstand tot de arbeidsmarkt. 2.
Het college kan de voorzieningen, bedoeld in [artikelen (de artikelen 4, 5 en 8)], aanbieden aan personen die behoren tot de doelgroep met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. 3. Het college houdt bij het aanbieden van de in deze verordening opgenomen voorzieningen rekening met de omstandigheden en functionele beperkingen van een persoon. De omstandigheden hebben in ieder geval betrekking op zorgtaken van die persoon en de mogelijkheid dat hij behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie of gebruik maakt van de voorziening beschut werk. Onder zorgtaken wordt in ieder geval verstaan: a. de opvang van ten laste komende kinderen tot vijf jaar; en b. de noodzakelijkheid van het verrichten van mantelzorg. 4. Het college zendt [termijn (tweejaarlijks)] aan de gemeenteraad een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze verordening in de praktijk. Het verslag bevat in ieder geval het oordeel van de cliëntenraad. 5. Het college verzamelt voor het verslag systematisch informatie over: a. […]; b. […]; en c. […]. D Artikel 3 komt te luiden:
Bijlage 2/4 bij VNG ledenbrief, januari 2023
Artikel 3. Algemene bepalingen over voorzieningen 1. Het college kan een voorziening weigeren als: a. de persoon ten behoeve van wie de voorziening zou worden verstrekt niet behoort tot de doelgroep; b. de persoon onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek dat nodig is voor het beoordelen van het recht op de voorziening; c. de persoon een beroep kan doen op een voorziening op basis van een andere wettelijke regeling, waardoor er sprake is van een voorliggende voorziening; d. de voorziening naar het oordeel van het college onvoldoende bijdraagt aan de arbeidsinschakeling; of e. er niet wordt voldaan aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening. 2. Het college kan een voorziening beëindigen als: a. de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn verplichtingen als bedoeld in de artikelen 9 en 17 van de wet, de artikelen 13 en 37 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de artikelen 13 en 37 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen niet nakomt; b. de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep; c.
de persoon die aan de voorziening deelneemt algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een in deze verordening genoemde voorziening, tenzij het betreft een persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, onder 2°, van de wet; d. de voorziening naar het oordeel van het college niet langer voldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling; e. de voorziening naar het oordeel van het college niet meer geschikt is voor de persoon die gebruik maakt van de voorziening; f. de persoon die aan de voorziening deelneemt niet naar behoren gebruik maakt van de aangeboden voorziening; of g. de persoon die aan de voorziening deelneemt niet meer voldoet aan de voorwaarden die in deze verordening worden gesteld om in aanmerking te komen voor die voorziening. 3. Het college biedt de goedkoopst adequate voorziening aan, houdt bij het voorzieningenaanbod rekening met andere voorzieningen die in het kader van het sociaal domein beschikbaar zijn en stemt het aanbod, als dat nodig is, intern af zodat het optimaal bijdraagt aan een integrale ondersteuning van de persoon. Het college houdt bij de afstemming ook rekening met voorzieningen op grond van andere wettelijke regelingen en stemt dit af in het plan van aanpak, bedoeld in artikel 44a van de wet.
[E In artikel 4, eerste lid, onder a, wordt ‘,’ vervangen door ‘;’ en in artikel 4, vierde lid, onder a, wordt ‘,’ vervangen door ‘;’.] [F Na artikel 5, tweede lid, wordt een derde lid toegevoegd, luidende:
Bijlage 2/4 bij VNG ledenbrief, januari 2023
3. Het college biedt de activiteiten uitsluitend aan als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en er geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt.] [G In artikel 6, eerste lid, wordt na ‘Het college kan’ ingevoegd ‘door detachering’.] H In artikel 7, tweede lid, onder a, wordt ‘,’ vervangen door ‘;’ [en in artikel 7, derde lid, vervalt de spatiëring na ‘wet’]. I Artikel 9 komt te luiden: Artikel 9. Participatievoorziening beschut werk 1. Het college verstrekt om de in artikel 10b, eerste lid, van de wet, bedoelde werkzaamheden mogelijk te maken de volgende voorzieningen: a. fysieke aanpassingen van de werkplek of de werkomgeving; b. uitsplitsing van taken; of c. aanpassingen in de wijze van werkbegeleiding, werktempo of arbeidsduur. 2. Het college kan aan personen van wie is vastgesteld dat zij uitsluitend in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben, tot het moment van aanvang van de dienstbetrekking, bedoeld in artikel 10b, eerste lid, van de wet, daarnaast de volgende voorzieningen aanbieden: a. arbeidsmatige dagbesteding als bedoeld in artikel […] van de [citeertitel Wmo-verordening]; b. sociale activering als bedoeld in artikel 5; c. scholing als bedoeld in artikel 7; d. persoonlijke ondersteuning als bedoeld in artikel 11; of e.
schuldhulpverlening als bedoeld in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. [3. In aanvulling op het aantal ten minste te realiseren dienstbetrekkingen, bedoeld in artikel 10b, vierde lid, van de wet, [(worden [ten hoogste] [aantal]) OF (wordt een aantal van [ten hoogste] [percentage] aan)] additionele dienstbetrekkingen per jaar gerealiseerd. 4. In de additionele dienstbetrekkingen wordt voorzien in volgorde van vaststelling dat gegadigden uitsluitend in een beschutte omgeving onder aangepaste omstandigheden de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben. Personen die [voorrangsgroep (ten minste […] jaar oud zijn, die algemene bijstand ontvangen, met een loonwaarde van ten minste […], met een verstandelijke of lichamelijke beperking, chronische psychische of psychosociale problemen)] hebben daarbij voorrang.] [J Artikel 10 komt te luiden: Artikel 10. Ondersteuning bij leer-werktraject Bijlage 2/4 bij VNG ledenbrief, januari 2023
Het college kan, overeenkomstig artikel 10f van de wet, ondersteuning aanbieden aan een persoon uit de doelgroep ten aanzien van wie het college van oordeel is dat een leer-werktraject nodig is, voor zover deze ondersteuning nodig is voor het volgen van een leer-werktraject en het personen betreft: a. van zestien of zeventien jaar van wie de leerplicht of de kwalificatieplicht, bedoeld in de Leerplichtwet 1969, nog niet is geëindigd; of b. van achttien tot 27 jaar die nog geen startkwalificatie hebben behaald.] K Artikel 11 komt te luiden: Artikel 11. Persoonlijke ondersteuning bij werk 1. Het college kan persoonlijke ondersteuning bij werk aanbieden aan personen behorend tot de doelgroep. 2. Persoonlijke ondersteuning bij werk als bedoeld in het eerste lid wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 3, verstrekt overeenkomstig de bepalingen van Hoofdstuk 3A. L Artikel 12 vervalt. [M Artikel 13 komt te luiden: Artikel 13. Loonkostensubsidie kwetsbare werknemers 1. Het college kan een loonkostensubsidie, anders dan de loonkostensubsidie bedoeld in hoofdstuk 3A, verstrekken aan werkgevers die met een kwetsbare, of uiterst kwetsbare werknemer een arbeidsovereenkomst sluiten. 2.
De loonkostensubsidie, bedoeld in het eerste lid, bedraagt ten hoogste [percentage (50 procent)] van de loonkosten gedurende maximaal [periode (12 maanden)] respectievelijk [periode (24 maanden)] ten behoeve van de kwetsbare respectievelijk de uiterst kwetsbare werknemer. 3. Onder kwetsbare werknemer wordt verstaan de persoon die: a. voorafgaand aan de indienstneming gedurende [periode (6 maanden)] geen reguliere betaalde betrekking heeft gevonden; b. geen startkwalificatie bezit; c. ouder is dan [leeftijd (50 jaar)]; of d. alleenstaande ouder is. 4. Onder uiterst kwetsbare werknemer wordt verstaan de persoon die onmiddellijk voorafgaand aan de indiensttreding ten minste [periode (24 maanden)] werkloos is geweest. 5. De loonkostensubsidie wordt uitsluitend verstrekt als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt. 6. De loonkostensubsidie wordt niet verstrekt als de werkgever op grond van een andere regeling aanspraak maakt op financiële tegemoetkomingen in verband met de indiensttreding van de werknemer of als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de persoon ook zonder loonkostensubsidie kan worden aangenomen voor dat werk.] Bijlage 2/4 bij VNG ledenbrief, januari 2023
[N Artikel 14 komt te luiden: [Artikel 14. Uitstroompremie 1. Het college kan eenmalig een uitstroompremie van [bedrag] toekennen aan een langdurig werkloze die duurzaam uitstroomt naar algemeen geaccepteerde arbeid en daardoor niet langer recht heeft op een uitkering van het college. 2. Onder een langdurig werkloze wordt verstaan: een persoon die gedurende een aaneengesloten periode van twaalf maanden of langer op een uitkering van het college aangewezen is geweest. 3. Onder duurzame uitstroom wordt verstaan: een periode van uitkeringsonafhankelijkheid van tenminste [periode (6 maanden)]. 4. De premie kan worden aangevraagd vanaf [periode (de zevende maand)] na de indiensttreding en moet binnen [periode (18 maanden)] na de indiensttreding zijn aangevraagd.] O Na artikel 14 wordt een artikel en een hoofdstuk ingevoegd luidende: Artikel 14a. Proefplaats 1. Het college kan, als dit door hem noodzakelijk wordt geacht, een persoon als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder a, van de wet die algemene bijstand ontvangt, toestemming verlenen om op een proefplaats bij een werkgever voor de duur van twee maanden, met de mogelijkheid tot verlenging met maximaal vier maanden, onbeloonde werkzaamheden te verrichten met behoud van uitkering. [2.
Het doel van een proefplaatsing is [(het voor een beperkte duur opdoen van werkervaring in een specifieke functie) OF (de inschakeling van de persoon in arbeid bij een werkgever te bevorderen, waarbij de proefplaats voor een zo beperkt mogelijke duur wordt ingezet)].] 3. Voor een proefplaats wordt uitsluitend toestemming verleend als: a. de persoon, gelet op zijn vaardigheden en capaciteiten, tot de werkzaamheden in staat is; b. het college verwacht dat de plaatsing bijdraagt aan het vergroten van de kans op arbeidsinschakeling; c. als hierdoor de concurrentieverhoudingen niet onverantwoord worden beïnvloed en geen verdringing op de arbeidsmarkt plaatsvindt; d. de werkzaamheden van de persoon niet al eerder onbeloond door hem bij die werkgever, of diens rechtsvoorganger, zijn verricht; en e. de werkgever bij aanvang van de proefplaats schriftelijk de intentie heeft uitgesproken dat hij de persoon, bij gebleken geschiktheid, direct aansluitend aan zijn proefplaatsing, voor minimaal zes maanden, zonder proeftijd, in dienst zal nemen. 4. Het college weigert de toestemming, bedoeld in het eerste lid, als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de persoon ook zonder proefplaatsing kan worden aangenomen voor dat werk [of als direct na de proefplaatsing sprake is van een dienstverband met forfaitaire loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d, vijfde lid, van de wet]. 5.
Als de werkzaamheden op de proefplaats wegens ziekte worden onderbroken, dan wordt deze periode voor de toepassing van de maximale periode, bedoeld in het eerste lid, buiten beschouwing gelaten. [6. Het college kan een persoon op een proefplaats persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen toekennen overeenkomstig de bepalingen van Hoofdstuk 3A.] Hoofdstuk 3A. Specifieke bepalingen doelgroep Breed offensief Paragraaf 3A.1 Administratief proces loonkostensubsidie Bijlage 2/4 bij VNG ledenbrief, januari 2023
Artikel 14b. Specifiek aanvraagproces loonkostensubsidie 1. Het college verstrekt overeenkomstig artikel 10d, van de wet, ambtshalve of op aanvraag, loonkostensubsidie aan de werkgever die voornemens is een dienstbetrekking aan te gaan met een persoon die behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie. In geval van een aanvraag zijn het tweede tot en met het vijfde lid van dit artikel van toepassing. 2. Het college bevestigt de ontvangst van de aanvraag schriftelijk aan de werkgever, of als de aanvraag wordt gedaan door de persoon, aan de werkgever en de persoon. 3. Een aanvraag voor loonkostensubsidie wordt, als het een persoon betreft die nog niet behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, ook beschouwd als een aanvraag om vast te stellen of de persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, bedoeld in artikel 10c, eerste lid, onder a, van de wet. [Als deze aanvraag is gedaan na het begin van de dienstbetrekking voor een persoon als bedoeld in artikel 10d, tweede lid, van de wet, wordt de vaststelling of de persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie bepaald door middel van de Praktijkroute.] 4. Het college stelt binnen [aantal] weken na ontvangst van de aanvraag de loonwaarde vast, tenzij in overleg met de werkgever toepassing wordt gegeven aan artikel 10d, vijfde lid, van de wet. 5.
Het college neemt bij het verstrekken van de loonkostensubsidie het [(preferente proces loonkostensubsidie) OF (administratieve proces zoals weergegeven in de Bijlage)] in acht. Paragraaf 3A.2 Procedure persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen Artikel 14c. Voorwaarden toekenning persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen 1. Het college kan persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen verstrekken ten behoeve van een persoon met een arbeidsbeperking. 2. Bij de toekenning van persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen gelden, onverminderd het bepaalde in artikel 3, de volgende voorwaarden: a. de persoon behoort tot de doelgroep en is minimaal achttien jaar oud, tenzij hij VSO/PRO-onderwijs heeft genoten; b. de persoon kan zonder deze vorm van ondersteuning niet aan het arbeidsproces deelnemen; c. de werkgever biedt een dienstbetrekking aan van minimaal [aantal (zes)] maanden, met een minimale arbeidsduur van [aantal] uur per week; d. het betreft geen Arbo-taak waarvoor de werkgever verantwoordelijk is; e. het betreft geen meeneembare voorziening die tot de standaarduitrusting van de werkgever behoort of algemeen gebruikelijk is in een organisatie; f. er is naar het oordeel van het college geen sprake van een werkplekaanpassing die in zijn algemeenheid van de werkgever kan worden verlangd; en g.
de kosten van de voorziening(en) zijn naar het oordeel van het college proportioneel, dat wil zeggen dat de investering in de voorziening moet opwegen tegen de [maatschappelijke] opbrengsten van uitstroom naar werk. Artikel 14d. Aanvraagprocedure persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen 1. Een aanvraag om persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen kan bij het college worden ingediend door de persoon of zijn werkgever. Het college kan hiervoor een aanvraagformulier vaststellen. 2. Het college bevestigt de ontvangst van de aanvraag. [3. Het college onderzoekt, zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen [aantal] weken na de aanvraag, de mogelijkheden en ondersteuningsbehoefte van de persoon.] [4. Het college kan een deskundig oordeel en advies inwinnen, als de beoordeling van een aanvraag dit vereist.] 5. Het college bepaalt na overleg met de persoon, en indien van toepassing met de werkgever, welke ondersteuning of voorziening(en) het beste kunnen bijdragen aan de arbeidsinschakeling. Bijlage 2/4 bij VNG ledenbrief, januari 2023
6. Het college onderzoekt, voor zover nodig en gelet op de omstandigheden van de persoon, in daartoe voorkomende gevallen de mogelijkheden om door samenwerking met andere partijen, onder meer op het gebied van (publieke) gezondheid, jeugdhulp, maatschappelijke ondersteuning, onderwijs, schuldhulpverlening, welzijn en wonen, te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde integrale dienstverlening met het oog op de arbeidsinschakeling, bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onder g, onderdeel 1, of de wijze van voortgezette persoonlijke ondersteuning, bedoeld in artikel 8a, tweede lid, onder g, onderdeel 2, van de wet. [7. Het college maakt binnen [aantal] werkdagen na afronding van het onderzoek, een schriftelijke weergave van de uitkomsten van het onderzoek dat wordt neergelegd in een onderzoeksverslag. 8. Op basis van het onderzoeksverslag neemt het college een besluit en zendt dit aan de persoon of zijn gemachtigde en, indien van toepassing, aan de werkgever.] Artikel 14e. Inhoud beschikking persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen 1. Het college geeft in een beschikking tot toekenning van persoonlijke ondersteuning of een overige voorziening in ieder geval aan: a. welke persoonlijke ondersteuning of overige voorziening wordt verstrekt; b. als subsidie wordt verstrekt, wat de omvang is van het subsidiebedrag; c. de duur en intensiteit van de ondersteuning; d.
de ingangsdatum van de ondersteuning of overige voorziening; e. als de verstrekking afwijkt van wat is aangevraagd, wat de reden is van afwijking; en f. voor zover van toepassing, welke andere ondersteuning of voorziening relevant is, of kan zijn, waaronder de wijze waarop de persoon integraal kan worden ondersteund. [2. Het college geeft in een beschikking tot afwijzing van persoonlijke ondersteuning of een overige voorziening op grond van het feit dat er een voorliggende voorziening bestaat, in ieder geval aan welke voorziening dit betreft.] Paragraaf 3A.3 Specifieke bepalingen persoonlijke ondersteuning bij werk Artikel 14f. Persoonlijke ondersteuning bij werk 1. Het college kan persoonlijke ondersteuning bij werk in de vorm van jobcoaching in natura verstrekken door middel van een jobcoach die werkzaam is in een dienstverband bij of in opdracht van [(de gemeente) OF (een derde, waarbij de gemeente de uitvoering van de jobcoaching heeft ingekocht)]. 2. Het college kan persoonlijke ondersteuning bij werk in de vorm van een subsidie toekennen aan de werkgever voor: a. jobcoaching door een interne of externe jobcoach; of b. interne werkbegeleiding door een interne werkbegeleider. [3.
De in het eerste of tweede lid genoemde ondersteuning kan ook worden aangeboden met het oog op het verrichten van werkzaamheden, anders dan in dienstverband, zoals bij een proefplaats of een leer-werktraject.] Artikel 14g. Specifieke voorwaarden toekenning persoonlijke ondersteuning bij werk 1. De aanvraag voor persoonlijke ondersteuning bij werk moet binnen [aantal] weken na de ingangsdatum van de dienstbetrekking zijn ontvangen, tenzij voorafgaand aan of op het moment van aanvang van het dienstverband de noodzaak voor die ondersteuning redelijkerwijs nog niet bekend kon zijn. 2. Het college besluit op basis van individueel maatwerk, waarbij de aard, omvang, duur en intensiteit van de persoonlijke ondersteuning wordt gewogen. Artikel 14h. Jobcoaching 1. Een jobcoach die de persoonlijke ondersteuning bij werk verzorgt moet voldoen aan [(de kwaliteitseisen zoals opgenomen in de Bijlage) OF (een van de in de Bijlage genoemde keurmerken)]. 2. De in te zetten jobcoaching wordt bepaald op basis van [(de volgende begeleidingsregiems: [regiems en zwaarte met daarbij bij elk van de regiems een percentage aan begeleiding van het aantal gewerkte uren en de maximale duur van de regiems]) OF (een regiem waarbij de verleende jobcoaching in de eerste drie jaar wordt verleend voor een aantal uren dat maximaal Bijlage 2/4 bij VNG ledenbrief, januari 2023
overeenkomt met respectievelijk [percentage van aantal gewerkte uren in het eerste, tweede en derde jaar] van het aantal uren dat de aan de persoon opgedragen taken in beslag nemen) OF (een regiem waarbij de jobcoaching kan worden verleend voor een aantal uren jobcoaching per halfjaar en wel voor het eerste halfjaar maximaal [aantal uren], voor het tweede halfjaar [aantal uren] en vervolgens voor maximaal [aantal uren] per halfjaar voor de duur van [periode])]. 3. Het college kan van de in het tweede lid bedoelde maximale [(percentages) OF (uren)] afwijken voor zover toepassing daarvan, gelet op het belang dat beoogt te worden beschermd, leidt tot onbillijkheid van overwegende aard. 4. Als de gemeente een of meer jobcoaches zelf [(in dienst) OF (gecontracteerd)] heeft, biedt het college deze bij voorrang aan. [5. Voordat het college de jobcoaching beëindigt verricht het college onderzoek. Wanneer de beëindiging plaatsvindt met instemming van de werkgever en de werknemer kan het college van dit onderzoek afzien.] Artikel 14i. Jobcoaching in natura 1. Het college kan ambtshalve, of op aanvraag, jobcoaching in natura aanbieden. 2. Bij aanvragen om jobcoaching in natura en de voorbereiding van een beschikking op de aanvraag is het bepaalde in de artikelen 14c tot en met 14h van overeenkomstige toepassing. Artikel 14j. Subsidie voor het organiseren van jobcoaching 1.
Het college kan op aanvraag subsidie voor het organiseren van jobcoaching verlenen aan de werkgever. 2. Subsidie voor het organiseren van jobcoaching kan, met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 14c tot en met 14h, worden verleend als: a. de jobcoaching bestaande uit een individueel trainings- of inwerkprogramma en een systematische begeleiding van de persoon behorend tot de doelgroep, gericht op het kunnen uitvoeren van de aan hem opgedragen taken, wordt geborgd door middel van een coachingsplan; b. de omvang en de kwaliteit van de georganiseerde jobcoaching passend is; c. de continuïteit van de jobcoaching geborgd is; en d. de persoon voor wie de subsidie wordt gevraagd daarvan op de hoogte is en schriftelijk instemt met het organiseren van jobcoaching door de werkgever. 3. Het college kan voor jobcoaching een maximumtarief per uur hanteren dat toereikend is voor de organisatie van jobcoaching, waarbij het college zorgdraagt voor de kenbaarheid van de voor het betreffende jaar van toepassing zijnde tarieven. [4. Het college kan in beleidsregels uitwerken: a. aan welke eisen het coachingsplan moet voldoen; b. welke activiteiten een jobcoach moet kunnen uitvoeren; c. hoe de continuïteit van de jobcoaching geborgd moet zijn; of d. hoe de evaluatie van de jobcoaching plaats vindt.] [5.
Met instemming van de werkgever en de werknemer voor wie de subsidie wordt verleend, kan de jobcoach mede: a. ondersteuning geven gericht op het vinden van werk; of b. integrale ondersteuning geven bij de overgang van werk naar werk en van werk naar onderwijs.] Artikel 14k. Interne werkbegeleiding 1. Als een persoon uit de doelgroep voor het kunnen verrichten van werk is aangewezen op begeleiding die de gebruikelijke begeleiding door de werkgever en andere werknemers aanzienlijk te boven gaat, kan het college een subsidie verlenen aan de werkgever voor de aangetoonde meerkosten die verbonden zijn aan het organiseren van de interne werkbegeleiding. [2. Het college kan aan de werkgever ambtshalve of op aanvraag een training aanbieden voor een of meer medewerkers om hen in staat te stellen aan personen behorend tot de doelgroep interne werkbegeleiding te bieden.] Paragraaf 3A.4. Specifieke bepalingen overige voorzieningen Artikel 14l. Specifieke voorwaarden toekenning vervoersvoorziening Bijlage 2/4 bij VNG ledenbrief, januari 2023
1. Het college kan een vervoersvoorziening toekennen aan een persoon die door zijn beperking niet zelfstandig naar zijn werkplek, proefplaats of opleidingslocatie kan reizen. Deze vervoersvoorziening kan zowel in natura als in de vorm van een vergoeding in geld worden verstrekt. 2. Het college biedt een vervoersvoorziening aan als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de persoon kan door zijn beperking niet zelfstandig reizen of gebruik maken van het openbaar vervoer; en b. het vervoer is beperkt tot woon-werkverkeer. 3. De hoogte van de vergoeding in geld hangt af van het aantal dagen dat moet worden gewerkt en bedraagt het in de markt reguliere tarief voor een taxi of een andere vorm van vervoer. 4. Het college brengt een eventueel bedrag voor een vervoersvoorziening van de werkgever aan de werknemer in mindering op de te verstrekken vervoersvoorziening. Artikel 14m. Specifieke voorwaarden noodzakelijke intermediaire activiteit bij visuele of motorische handicap 1. Het college kan een voorziening in de vorm van een intermediaire activiteit toekennen die gericht is op de vervanging of ondersteuning van een door ziekte of gebrek geheel of gedeeltelijk ontbrekende visuele of motorische lichaamsfunctie. [2. Het college kan in beleidsregels nader uitwerken hoe het de omvang van de noodzakelijke intermediaire activiteit bepaalt.] Artikel 14n.
Specifieke voorwaarden meeneembare voorzieningen 1. Het college kan een meeneembare voorziening toekennen, als dit nodig is voor de persoon om te kunnen werken. 2. Er is geen limitatieve lijst van voorzieningen. In principe kan elk product als een meeneembare voorziening worden beschouwd als de noodzaak en meerwaarde in de werksfeer aantoonbaar is. 3. De meeneembare voorziening wordt in principe in bruikleen beschikbaar gesteld. In bijzondere gevallen kan het college besluiten de voorziening in eigendom te verstrekken. [4. Het college kan in beleidsregels nader uitwerken hoe het de noodzaak en meerwaarde in de werksfeer bepaalt.] [Artikel 14o. Specifieke voorwaarden werkplekaanpassingen Het college kan een aanpassing van de werkplek toekennen aan een persoon, als dit noodzakelijk is om zijn werk uit te voeren. In beginsel kan daarbij elk product als een werkplekaanpassing worden beschouwd als de noodzaak en meerwaarde in de werksfeer aantoonbaar zijn.] P Artikel 15 komt te luiden: Artikel 15. Intrekken oude verordeningen en overgangsrecht 1.De [citeertitel Verordening loonkostensubsidie Participatiewet] wordt ingetrokken. 2.De [citeertitel ‘oude’ re-integratieverordening] wordt ingetrokken. 3.
Een persoon die gebruik maakt van een toegekende voorziening op grond van de [citeertitel ‘oude’ re-integratieverordening], die moet worden beëindigd op grond van deze verordening, behoudt deze voorziening voor zover wordt voldaan aan de voorwaarden uit de [citeertitel ‘oude’ reintegratieverordening] voor de duur: a. van [periode (12 maanden)], gerekend vanaf de inwerkingtreding van deze verordening; of b. dat deze is verstrekt, als dat korter is dan de periode, bedoeld in onderdeel a. 4. Het college kan na afloop van de in het derde lid, onderdeel a, bedoelde periode, besluiten of een voorziening in verband met een bijzondere individuele situatie wordt voortgezet. 5. De [citeertitel ‘oude’ re-integratieverordening] blijft van toepassing ten aanzien van een voortgezette voorziening als bedoeld in het derde en vierde lid. Bijlage 2/4 bij VNG ledenbrief, januari 2023
[Q Er wordt een bijlage toegevoegd, luidende: Bijlage behorende bij artikel 14b, vijfde lid Re-integratieverordening Participatiewet [naam gemeente en eventueel jaartal] […]] R Er wordt een bijlage toegevoegd, luidende: Bijlage behorende bij artikel 14h, eerste lid Re-integratieverordening Participatiewet [naam gemeente en eventueel jaartal] […] Artikel II Dit besluit treedt in werking op 1 juli 2023.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van [datum]. De voorzitter, De griffier,
Bijlage 2/4 bij VNG ledenbrief, januari 2023
1 4. 230208 Managementletter 2022 Zevenaar en reactie controller op managementletter
Memo keuze onderwerp datum deadline zaaknummer van afdeling/ambtenaar aan afdeling/college/raad
Reactie op managementletter 2022 22 december 2022 Z/22/438676/INT/22/1137443 Staf/ Auditcommissie
1. Reactie op managementletter 2022 De accountant heeft in het kader van de jaarrekeningcontrole 2022 een interim controle uitgevoerd. Bij de interim controle vormt de accountant een beeld van de organisatie en toetst hij processen die relevant zijn voor jaarrekening in het kader van getrouwheid en/of rechtmatigheid. In de managementletter doet de accountant verslag van zijn bevindingen. De controlfunctie is aanvullend op de bevindingen van de accountant.
Het belang van bovenstaand model (controlepiramide) neemt toe met de komst van de rechtmatigheidsverantwoording. De rol van “interne controle” wordt groter met name op het gebied van rechtmatigheid en de verantwoording daarover. In de managementletter zijn verschillende opmerkingen opgenomen die betrekking hebben op verschillende onderdelen van bovenstaande (controle)piramide. Dit model is ook onderdeel bij de verbeteringen die wij doorvoeren in de organisatie. 2. Algemeen In navolging van de afgelopen jaren is 2022 een bijzonder jaar geweest. Naast (de laatste fase van) corona, de problematiek als gevolg van de inval van Rusland in Oekraïense was eer ook sprake van een nieuwe raad en college. De lente en zomer hebben in het teken gestaan van het opstellen en verwerken van het coalitieakkoord en collegeprogramma in de begroting. De onzekerheid en onduidelijkheid van het rijk hebben niet geholpen, zeker nu de ontwikkelingen nog zo onzeker blijven. Naast deze ontwikkelingen zijn we in 2022 ook bezig geweest met de voorbereiding op de organisatieontwikkeling die in 2023 vorm gaat krijgen. In 2022 zijn wij verder gegaan met het verbeteren van belangrijke processen, zoals het inkoopproces en het programma sociaal domein. Dit ook ter voorbereiding op de rechtmatigheidsverantwoording die per 1-1-2023 van kracht is. In de eerste
helft van 2023 actualiseren wij diverse verordeningen (212, 213, 213a) en nota’s (M&O, risicomanagement, garantiebeleid) om de rechtmatigheidsverantwoording en relevante beheersingsinstrumenten te formaliseren. 3. Kernpunten Op pagina 5 van de managementletter. Fraude en continuïteit Een belangrijk nieuw punt voor de controle van de accountant is fraude en continuïteit. Zij hebben een gerichte screening uitgevoerd. Aanvullend hebben wij als organisatie in 2022 ook specifiek stil gestaan bij dit onderwerp. Vanuit de fraudedriehoek zijn meerdere gesprekken in het MT geweest over de frauderisico’s in deze onzekere tijd.
https://www.ethicly.nl/blog/waarom-goede-werknemers-slechte-dingen-doen-de-fraudedriehoek/ Procesrisico’s De belangrijkste procesrisico’s die de accountant bij ons heeft geïdentificeerd hebben betrekking op het inkoopproces. De eerste heeft betrekking op de Europese aanbestedingen, de tweede op de prestatielevering. Wij hebben afgelopen jaren al verbeteringen doorgevoerd in het inkoopproces en hebben in 2022 nog een tweetal acties uitgezet. Dit zijn externe onderzoeken naar de rol van RIDinkoop en verbetermogelijkheden van het gehele inkoopproces. Beide rapporten worden naar verwachting in januari 2023 opgeleverd, waarna acties moeten worden bepaald. Deze twee risico’s bestaan bij bijna alle gemeenten en deze risico’s zullen waarschijnlijk ook niet verdwijnen. De aanbestedingen zijn dusdanig complex in proces en inhoud dat de kans op fouten altijd aanwezig is. Deze kunnen achteraf niet worden hersteld. De prestatielevering is ook een risicogebied. Dit is uit verschillende fraudecasussen de afgelopen jaren gebleken en het is niet mogelijk om deze helemaal sluitend te beheersen. https://www.binnenlandsbestuur.nl/financien/accountant-tikt-40gemeenten-op-vingers 4. Aandachtspunten raad Op verzoek van de auditcommissie zijn een drietal specifieke onderwerpen onderzocht door de accountant.
Daarbij hebben zij enkele adviespunten opgenomen die wij zullen betrekken waar mogelijk of nodig.
zaaknummer Z/22/438676
pagina 2 van 5
5. Algemene beheersing Beeld en ontwikkelingen organisatie Gedurende 2022 zijn er meerdere ad hoc regelingen vanuit het rijk naar de gemeente gekomen. Het beleid en de uitvoering zijn daarbij gescheiden tussen de gemeente en de RSD. Het formaliseren en goed organiseren van deze taken heeft onze aandacht en de adviespunten nemen wij over. Informatiebeveiliging De bevindingen van de accountant komen overeen met de bevindingen die wij zelf hebben in het kader van de BIO (Baseline Informatiebeveiliging Overheid) en ENSIA (Eenduidige Normatiek Single Information Audit). Vanuit die bevindingen zijn acties uitgezet. Bij de organisatieontwikkeling nemen wij het advies over rolvermenging mee. Fraude en integriteit Enkele adviespunten zijn al benoemd bij de kernpunten. Het integriteitsbeleid geven wij 2023 verder vorm. Bij enkele afdelingen is het gesprek over integriteit al opgestart. Weerstandsvermogen Een geactualiseerde notitie met uitgangspunten voor het bepalen van het weerstandsvermogen leggen wij in 2023 aan de raad voor. De aandacht voor risico’s is steeds meer onderwerp van gesprek in het MT. Het expliciet maken van risico’s, deze analyseren en maatregelen bepalen moet in 2023 verder worden vormgegeven. Bij de kadernota in 2023 zullen we daar de eerste acties op ondernemen.
Mandatering Zoals ook opgenomen bij ontwikkelingen in de organisatie is met name de afspraken met de RSD een aandachtspunt. Omdat er is gekozen voor een constructie op basis van mandatering vraagt die extra inspanningen om verantwoordelijkheden goed in te regelen. Wij zullen dit punt betrekken bij een actualisatie van specifiek deze verbonden partij en de mandaatregeling. Rechtmatigheidsverantwoording Wij nemen de adviezen die zijn opgenomen onder de adviezen voor 2023 over. Wij organiseren een informatieavond om u mee te nemen in de wijziging. De verordeningen zijn daar onderdeel van. De afgelopen jaren is gewerkt aan het verstevigen van de controlfunctie en het instrumentarium ter ondersteuning van control. De ontwikkeling en inbedding maken wij onderdeel van de organisatieontwikkeling.
zaaknummer Z/22/438676
pagina 3 van 5
6. Overige risico’s In onderstaande tabel is een reactie opgenomen ten aanzien van de follow-up voor zover deze niet zijn afgerond. -
Uit voorgaande jaren stonden 17 opmerkingen open. Hier zijn er 5 van afgerond in 2022. Er zijn 2 nieuwe opmerkingen gemaakt. 6 van 12 openstaande adviezen zijn onderhanden Op de andere 6 van de 12 openstaande adviezen is nog geen actie ondernomen.
Proces Verhuur panden Subsidieverstrekkingen
WMO en jeugd - (formele rechtmatigheid) - Volledigheid dossiers WMO en jeugd (identiteit)
WMO en jeugd (tarieven) WMO en jeugd (beschikkingen)
WMO en jeugd (PGB) WMO en jeugd (leerlingenvervoer) Personeel (rekenplichtige ambtenaren) Personeel (uitdiensttreding)
zaaknummer Z/22/438676
Toelichting follow up Na vaststelling van het beleid worden de prijzen aangepast. Zoals opgenomen in de toelichting, is in de begroting opgenomen dat in 2023 de procesbeheersing zal worden verbeterd. Een applicatie om dit te faciliteren schaffen wij dan aan. In 2022 zijn verschillende acties uitgevoerd in het kader van het programma SD. Processen zijn verder beschreven, gedurende de zomermaanden is een 100% controle uitgevoerd op de kwaliteit van de dossiers en beschikkingen op de minimale eisen. Verbetering van verantwoordings -en stuurinformatie is verder vorm gegeven. Sinds eind 2021 zijn de vereisten aan de identificatieplicht en met name het vast kunnen stellen van de uitgevoerde toets scherper geworden. Inachtneming van de privacywetgeving moet in een dossier zichtbaar zijn dat de identiteit van een inwoner is gecontroleerd. Eind 2022 is een proces en instructie vastgesteld om dit uniformer, eenduidiger en beter verifieerbaar vast te leggen in de dossiers. Daarmee is het advies direct opgepakt. In 2023 nemen wij dit in de interne controle op. In 2022 zijn hier al wel verschillende inventarisaties (100%) op uitgevoerd. Ook processen zijn in het kader van het programma verder verbeterd. De omvang van geconstateerde fouten is beperkt, maar wordt in 2023 mede door gerichte aansturing in controle nog verder op orde gebracht.
Voor 2023 brengen wij het proces van PGB’s onder in het controleplan gericht op het SD. Hiermee moet het beheersingsstelsel rondom de PGB’s worden verbeterd. Voor de jaarrekening 2022 lossen wij dit punt op. In 2023 ronden wij dit af en zullen wij toezicht houden op de naleving. De adviespunten pakken wij in 2023 op. Ten aanzien van de controle wordt dit uitgevoerd na uitdiensttreding, maar er zijn verbeteringen mogelijk die wij gaan implementeren.
pagina 4 van 5
7. Aandachtspunten jaarrekening Wij zorgen ervoor dat de aandachtspunten voor aanvang van de controle op de jaarstukken 2022 zijn afgerond. 8. Wijziging wet -en regelgeving Rekenkamerfunctie De gemeente Zevenaar kent een rekenkamer waarin raadsleden zitting hebben. De raad is geïnformeerd over deze wijziging door het ministerie van BZK middels een brief. Deze is opgenomen bij de ingekomen stukken op de raadsagenda van 21 december 2022. Bouwbesluit kantoorpanden De panden van de gemeente voldoen aan de wettelijke vereisten.
zaaknummer Z/22/438676
pagina 5 van 5
Managementletter 2022 Gemeente Zevenaar
Definitief 22 december 2022
Aan het College van B&W van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Zevenaar
Bedankt voor uw vertrouwen
Doetinchem, 22 december 2022 496401/HdF/NK Geacht College van B&W, Tot slot willen wij onze dank uitspreken voor de medewerking die ons gedurende de uitvoering van onze werkzaamheden is verleend en de prettige wijze van samenwerking.
Als onderdeel van de controle van de jaarrekening over het kalenderjaar 2022 van uw gemeente hebben wij een interimcontrole uitgevoerd. Naar aanleiding van deze controle ontvangt u onze bevindingen en aanbevelingen. Deze zijn bedoeld als constructieve input voor de directie en het College van B&W als onderdeel van het continue proces van het veranderen en verbeteren van de beheersing van uw organisatie. Met een hebben we aangegeven dat de opvolging van deze aanbeveling noodzakelijk is vanuit onze accountantscontrole.
Met vriendelijke groet,
Wij hebben de interimcontrole verricht in overeenstemming met het Nederlands recht, waaronder de Nederlandse controlestandaarden. Dit vereist dat wij voldoen aan de voor ons geldende ethische voorschriften. Nederlands recht vereist onder andere dat wij onafhankelijk zijn ten opzichte van onze controlecliënten. Wij merken op dat onze controle niet specifiek is ingericht op het ontdekken van fraude. De primaire verantwoordelijkheid voor het voorkomen en ontdekken van fraude berust bij het College van B&W. De accountant is niet verantwoordelijk en aansprakelijk voor de preventie van fraude. Vanaf 2022 zal de accountant een nadere toelichting in de controleverklaring geven over de frauderisico’s die in de planning en uitvoering van zijn controleopdracht zijn meegenomen.
2
Stolwijk Kelderman {{esl:Signer1:capture:size(200,65)}}
{{esl:Signer2:capture:size(200,65)}}
w.g. dhr. R.H. Gosselink-Wolbrink RA
w.g. mevr. H.G.J. de Feiter RA
Inhoudsopgave
Waar bent u naar op zoek?
1. Kernpunten
2. Aandachtspunten Raad
3. Algemene beheersing
4. Beheersing processen
5. Aandachtspunten jaarrekening
6. Ontwikkelingen wetgeving
7. Afsluiting
3
Kernpunten
Samenvatting Onze kernpunten
Belangrijkste procesrisico’s
Strategie
De belangrijkste risico’s worden door de inrichting van de processen ondervangen. Wij hebben adviezen opgenomen om de processen te versterken.
In het coalitieakkoord ‘het moet anders en het gaat anders, samen!’ staat tempo, duidelijkheid en daadkracht voorop. Er wordt de komende jaren gewerkt aan een goede verhouding tussen het College van B&W en de gemeenteraad.
De belangrijkste risico’s die wij onderkennen zijn: 1. Het naleven van de Europese aanbestedingsregels
Fraude en continuïteit in controleverklaring Vanaf 2022 rapporteren wij in de controleverklaring over fraude en continuïteit. We gaan met u in gesprek over de relevante risico’s en beheersing hiervan.
Uw organisatie is het proces van aanbesteden aan het verbeteren. Ondanks de ingevoerde maatregelen is er nog een kans op het niet naleven van de Europese aanbestedingsregels.
Mandatering
2. Het goed kunnen onderbouwen van de prestaties
De mandaatregeling is actueel. De onderliggende budgethoudersregeling geeft voldoende kaders aan.
Er is geen scheiding tussen het goedkeuren van de factuur en de onderliggende prestatie. Ook worden onderliggende prestatieverklaringen niet altijd bewaard. Dit brengt het risico met zich mee dat middelen de organisatie verlaten zonder dat hier prestaties tegenover staan.
Klaar voor de rechtmatigheidsverantwoording in 2023 De interne controles zijn ingericht. Er is een intern controleplan en controles worden periodiek uitgevoerd. De rapportagestructuur vraagt nog aandacht. In deze managementletter doen we aantal aanbevelingen die belangrijk zijn richting de rechtmatigheidsverantwoording.
5
Aandachtspunten Raad
Van de Raad hebben wij 3 aandachtspunten meegekregen.
Aandachtspunten Raad
Aandachtspunten en bevindingen 1. Risico’s grondexploitaties Met welke risico’s moet je rekening houden als je een grondexploitatie opent?
Bevindingen Bij actief grondbeleid verwerft de gemeente de gronden zelf. Hierbij heeft de gemeente meer sturingsmogelijkheden en zeggenschap dan bij faciliterend grondbeleid of publiek-private samenwerking. Daar staat tegenover dat de gemeente ook meer risico loopt. Vooral doordat grondaankopen vaak grote investeringen betreffen. Bij faciliterend grondbeleid of passief grondbeleid stelt de gemeente de kaders in de vorm van een bestemmingsplan voor de ontwikkeling vast, maar zijn derden zoals ontwikkelaars of woningcorporaties verantwoordelijk en (meer) risicodragend voor de realisatie. Achtereenvolgens gaan wij hier in op de kansen en de risico’s van actief grondbeleid en vervolgens op de kansen en risico’s van passief grondbeleid. • Kansen actief grondbeleid Bij het actief grondbeleid is de regiefunctie van de gemeente gewaarborgd. De gemeente kan optimaal haar doelstellingen bereiken en wordt daarbij niet gehinderd door belangen van een derde partij (ontwikkelaar) die toevallig eigenaar is van de grond. Een reden om te kiezen voor actief grondbeleid kan ook zijn om hold-outs te voorkomen. Een private eigenaar kan ervoor kiezen een kavel bewust niet te ontwikkelen, wat een slechte invloed heeft op de kwaliteit van het omliggende gebied en waardoor de gewenste doelen van de gemeente niet worden behaald, zoals bijvoorbeeld meer woningen.
Actief grondbeleid kan meerwaarde hebben om de nodige uitvoeringskracht te bereiken voor het realiseren van de veranderopgaven. Er zijn maximale mogelijkheden om maatschappelijke doelen te realiseren. Actief grondbeleid biedt de mogelijkheid om lange termijnafwegingen te maken zowel op locatie niveau als tussenlocaties. Marktpartijen zullen veelal gericht zijn op het meest gunstige resultaat op de korte termijn dan voor de eigen locatie(s). Daarnaast kan de gemeente met actief grondbeleid extra hoge baten bereiken die ontstaan door bestemmingswijzigingen. Deze baten komen ten gunste van het Algemene Reserve van de gemeente Zevenaar. De gedachte is dat grondwaardestijgingen die door de gemeenschap mogelijk worden gemaakt ook toebehoren aan die gemeenschap. 7
Van de Raad hebben wij 3 aandachtspunten meegekregen.
Aandachtspunten Raad
Aandachtspunten en bevindingen 1. Risico’s grondexploitaties Met welke risico’s moet je rekening houden als je een grondexploitatie opent?
Bevindingen Bij actief grondbeleid zijn er geen problemen met de overdracht van wegen, rioleringen en andere voorzieningen. Indien een ontwikkelaar zelf deze voorzieningen aanlegt ontstaan er frictiepunten. Bij actief grondbeleid, waarbij het innemen van posities door ontwikkelaars wordt ontmoedigd en tegengegaan, wordt voorkomen dat marktpartijen tegen elkaar opbieden om het grondeigendom over te kunnen nemen van een particuliere eigenaar. Dit leidt tot prijsopdrijving en een situatie waarin de oorspronkelijke eigenaar profiteert en er als gevolg daarvan minder financiële ruimte overblijft om kwaliteit te realiseren. • Risico’s actief grondbeleid In 2008 hebben we landelijk gezien dat actief grondbeleid grote financiële risico’s met zich mee kan brengen omdat de gronden alsnog niet uitgegeven kunnen worden door bijvoorbeeld beperkte bouwcapaciteit of stijging van de rente, waardoor leningen minder snel verstrekt worden. Om succesvol een actief grondbeleid te kunnen voeren is een proactieve verwerving van de gronden noodzakelijk. Verwerving dient dus in een vroeg stadium plaats te vinden en dat betekent dat er, afhankelijk van de ambities, al in een vroeg stadium stevig geïnvesteerd moet worden, wat een financieel risico met zich meebrengt. Bedrijfsmatig handelen vraagt om snelle, consequente besluitvorming en slagvaardig handelen.
Een bestuurlijk besluitvormingsproces is daar niet altijd even geschikt. • Kansen passief grondbeleid Bij passief grondbeleid hoeft vooraf niet in grondposities geïnvesteerd te worden en hierover wordt dan ook geen financieel risico gelopen. Daarnaast kan een gemeente bij passief grondbeleid zich laten leiden door initiatieven vanuit de markt. Dit kan gunstig zijn bij beperkte ambities. De gemeente heeft in het ruimtelijk beleid geen rechtstreeks belang om een zo winstgevend mogelijke grondexploitatie te openen. In theorie zou ze hierdoor op een zuiverdere manier met ruimtelijke ordening om kunnen gaan. 8
Van de Raad hebben wij 3 aandachtspunten meegekregen.
Aandachtspunten Raad
Aandachtspunten en bevindingen 1. Risico’s grondexploitaties Met welke risico’s moet je rekening houden als je een grondexploitatie opent?
Bevindingen • Risico’s passief grondbeleid De gemeente heeft minder zeggenschap over de ontwikkeling en is voor de uitvoering afhankelijk van derden, wiens belangen niet noodzakelijkerwijs parallel hoeven te lopen met die van de gemeente. De mogelijkheid om maatschappelijke doelen te realiseren wordt beperkt, doordat rekening gehouden moet worden met de belangen van de verschillende eigenaren. Marktpartijen zullen alleen de winstgevende (delen van) locaties oppakken. De locaties met een financieel tekort zullen niet opgepakt worden. Marktpartijen kunnen de gemeente onder druk zetten door problemen te creëren (bijvoorbeeld verwaarlozing) om op die manier hun zin te krijgen. Indien de ontwikkelaar gemeenschapsvoorzieningen als wegen en riolering aanlegt, moeten deze voldoen aan de door de gemeente te stellen eisen. Bij overdracht, zeker bij grotere meerjarige ontwikkelingen, bestaat het risico dat hierover verschillen van inzicht blijken, waardoor extra kosten gemaakt moeten worden. Indien er concurrentie om de grond plaatsvindt wordt de prijs van ruwe bouwgrond omhoog gedreven, waardoor exploitaties van marktpartijen onder druk komen te staan en er minder ruimte is om kwaliteit te leveren en/of alle gemeentelijke kosten te betalen. De partij die het meest voor de grond kan betalen en eigenaar wordt, is niet per se de meest geschikte partij om de ontwikkeling te realiseren.
Op het moment dat overeenkomsten zijn gesloten is de gemeente hieraan gebonden en kan zij niet eenzijdig besluiten om bijvoorbeeld als gevolg van marktontwikkelingen het aanbod te verminderen door plannen te schrappen of te herzien. Dit beperkt dus de flexibiliteit.
9
Van de Raad hebben wij 3 aandachtspunten meegekregen.
Aandachtspunten Raad
Aandachtspunten en bevindingen 1. Risico’s grondexploitaties Met welke risico’s moet je rekening houden als je een grondexploitatie opent?
Bevindingen • Gemeente Zevenaar De raad van de gemeente Zevenaar heeft in 2021 de nieuwe nota Grondbeleid vastgesteld. Daarin is gekozen voor een situationeel grondbeleid. De rol van de gemeente Zevenaar wordt per project of locatie op basis van een afwegingskader bepaalt. Hierbij wordt gekozen tussen een faciliterende of actieve houding. Aan de hand van de thema's in de nota wordt beoordeeld in hoeverre de gemeente een initiatief belangrijk vindt en welke rol zij daarin als gemeente wil spelen. Ten tijde van deze managementletter is de voorbereiding van 7Poort II aan de orde. Daarin wordt mogelijk grond gekocht waar nu een voorkeursrecht op gevestigd is. De gemeente Zevenaar gaat over tot actief grondbeleid. In het raadsvoorstel voor het voorbereidingskrediet wordt niet nader ingegaan op mogelijke risico’s die de gemeente loopt in het kader van de mogelijke ontwikkeling van het bedrijventerrein, ook niet op het reeds gevestigde voorkeursrecht. Wij adviseren u bij elk college- en raadsvoorstel inzake een voorbereidingskrediet/grondexploitatie de risico’s nader toe te lichten, expliciet te maken en daarbij ook met name de financiële omvang hiervan aan te geven. De onzekerheden in de economische ontwikkeling voor de komende jaren zijn groot. Tevens is er een periode van stijgende prijzen voor materialen en personeel.
Bij het inschatten van de te maken lasten en te realiseren baten heeft u te maken met grote onzekerheden in de ramingen voor de grondexploitaties. De onzekerheden hebben ook tot gevolg dat de risico’s als onderdeel van de berekening van het benodigde weerstandsvermogen groter zullen zijn, alsmede het beslag daarop. Wij adviseren u voor de ramingen voorzichtige uitgangspunten te gebruiken en scenarioanalyses te maken om de financiële positie van uw organisatie in de komende jaren goed te kunnen beheersen. Vanwege deze onzekerheden zullen wij bij onze controle een grondexploitatiespecialist inschakelen, welke de toekomstige lasten en baten en daarmee de betrouwbaarheid van de ramingen mede helpt beoordelen. 10