CConstaterende datZevenaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Beeldvormende vergaderingen 2022-2026 7 september 2022, gemeente Zevenaar15.227 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bundel - Informatieve raadsbijeenkomsten 2022-2026 van 7 september 2022

1

Z/19/342350 Adviesrecht en verplichte participatie onder de Omgevingswet De raad wordt voorgesteld om de notitie ‘Adviesrecht en lijst met verplichte participatie bij afwijkingen van het omgevingsplan’ vast te stellen. Portefeuillehouder: Aad van Orden 1109205 Raadsvoorstel en raadsbesluit Adviesrecht en verplichte participatie onder de Omgevingswet 1109608 Bijlage 1 Adviesrecht en verplichte participatie onder de Omgevingswet

2

Z/19/342350 Delegatiebesluit onder de Omgevingswet De raad wordt voorgesteld om in te stemmen met het Delegatiebesluit gemeente Zevenaar: Besluit bevoegdheden raad bij procedures omgevingsplan. Portefeuillehouder: Aad van Orden 1108890 Raadsvoorstel en raadsbesluit Delegatiebesluit onder de Omgevingswet 1109329 Bijlage 1 Delegatiebesluit gemeente Zevenaar: Besluit bevoegdheden raad bij procedures omgevingsplan

3

Z/19/342350 Participatieleidraad Zevenaar voor een goede omgevingsdialoog De raad wordt voorgesteld om de Participatieleidraad Zevenaar voor een goede omgevingsdialoog vast te stellen. Portefeuillehouder: Aad van Orden 1109651 Raadsvoorstel en raadsbesluit Participatieleidraad Zevenaar voor een goede omgevingsdialoog 1109609 bijlage 1 Participatieleidraad Zevenaar voor een goede omgevingsdialoog

1 Z/19/342350 Adviesrecht en verplichte participatie onder de Omgevingswet 1 1109205 Raadsvoorstel en raadsbesluit Adviesrecht en verplichte participatie onder de Omgevingswet

Raadsvoorstel Onderwerp Zaaknummer Documentnummer Portefeuillehouder Portefeuille Behandelend ambtenaar/afdeling Telefoon E-mail

Adviesrecht en verplichte participatie onder de Omgevingswet Z/19/342350 INT/22/1109205 A. van Orden RO/ Omgevingswet Jacqueline van der Leij 0316 595 513 j.vanderleij@zevenaar.nl

1. Samenvatting Net als onder de huidige wetgeving is het gewenst dat de raad op basis van de Omgevingswet een aantal besluiten neemt over de gewenste rolverdeling tussen raad en college en de in Zevenaar gewenste werkwijze. De Omgevingswet maakt dat de raad een aantal besluiten moet nemen die deze accentverschillen in rolverdeling formeel vastleggen. Het gaat dan om de delegatie van een aantal taken aan het college, onderwerpen waarover de raad bindend advies wenst te geven en over de uitvoering van de participatie. Het is noodzakelijk dat voor de invoering van de Omgevingswet deze besluiten genomen zijn. In de raad van september 2022 worden deze onderdelen in de vorm van drie voorstellen aan uw raad voorgelegd. Met de Omgevingswet komen er veel veranderingen op de gemeente af. Voor de gemeenteraad specifiek betekent de Omgevingswet een verandering in bepaalde taken en bevoegdheden. Onder de nieuwe wet zal de raad meer focussen op visievorming en kaderstelling enerzijds, en controle en verantwoording anderzijds. Deze veranderende rolverdeling ziet in het geval van de raad toe op een actievere rol aan de voor- en aan de achterkant van verschillende processen. Onder de Omgevingswet behoudt de raad enkele mogelijkheden om tijdens verschillende processen actief een rol uit te oefenen. Adviesrecht Eén van die mogelijkheden betreft het verzwaard adviesrecht.

De gemeenteraad kan als adviseur worden aangewezen als het gaat om een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, wanneer die buitenplanse omgevingsplanactiviteit door de gemeenteraad is aangewezen als geval waarbij hij advies wenst te geven. Onder de huidige wetgeving kan het college van burgemeester en wethouders uitsluitend een omgevingsvergunning voor een initiatief of (bouw)plan dat in strijd is met het bestemmingsplan verlenen met instemming van de gemeenteraad. Daarover besluit uw raad met een zogenoemde ‘verklaring van geen bedenkingen’. Onder de Omgevingswet moet uw raad gevallen aanwijzen waarin u bindend advies nodig vindt om af te wijken van het omgevingsplan. Voor de niet-aangewezen gevallen vervalt het adviesrecht. Het gaat hierbij om een verzwaard, bindend adviesrecht voor uw raad over buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een dergelijke activiteit kan het college van burgemeester en wethouders niet zelfstandig afdoen. Als uw raad een negatief advies geeft, dan mag het college de omgevingsvergunning niet verlenen. Verplichte participatie Nieuw onder de Omgevingswet is dat de raad een lijst kan opstellen waarin zij bepaalt dat voor bepaalde typen omgevingsvergunningen participatie voor de initiatiefnemer verplicht is. Participatie is een

belangrijk onderdeel van de Omgevingswet. Als een initiatief past in het omgevingsplan of wordt toegestaan met een binnenplanse afwijking, dan is participatie voor de initiatiefnemer niet verplicht. Bij het opstellen van het omgevingsplan is immers al geparticipeerd. Op het moment dat wij een vergunning verlenen buiten de regels van het omgevingsplan om, dan is participatie ook niet verplicht, tenzij u dit wel verplicht stelt. U kunt daarvoor vooraf categorieën van gevallen aanwijzen. Valt het initiatief in een van deze categorieën, dan moet de initiatiefnemer dus participeren. Omwille van een integrale benadering is er samen met de raadswerkgroep Omgevingswet voor gekozen om beide bevoegdheden gecombineerd vast te stellen. De verwachting is dat u gebruik wilt kunnen maken van uw adviesrecht in die gevallen, welke een redelijke impact hebben op de fysieke leefomgeving. Juist ook bij dit soort initiatieven, streven we ernaar, dat de initiatiefnemer met de omgeving in gesprek gaat om draagvlak te creëren voor zijn plannen. Een gezamenlijke aanwijzingslijst biedt tevens meer duidelijkheid en voorkomt verwarring bij inwoners, ondernemers, bedrijven en instellingen. 2. Raadsvoorstel Wij stellen uw raad voor om: 1. De notitie ‘Adviesrecht en lijst met verplichte participatie bij afwijkingen van het omgevingsplan’ vast te stellen. 2.

Waarom naar de raad • De Omgevingswet biedt de mogelijkheid om gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten aan te wijzen waarbij de raad om advies wordt gevraagd. Met het vaststellen van het adviesrecht is na inwerkingtreding van de Omgevingswet geborgd wanneer het college om advies moet vragen bij de raad in een buitenplanse omgevingsvergunningprocedure. • De Omgevingswet biedt de gemeenteraad de mogelijkheid om bij aanvragen voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit participatie verplicht te stellen. De raad is bevoegd tot het nemen van de gevraagde besluiten op grond van de artikelen 16.15a lid b onder 1 en artikel 6.55 lid 7 van de Omgevingswet. 3. Doelstelling en beoogd resultaat Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet in 2023 moet het proces van vergunningverlening goed zijn georganiseerd. Dat betekent niet alleen dat het sneller moet, zodat inwoners en ondernemers sneller weten waar ze aan toe zijn en hun plannen kunnen uitvoeren, maar ook dat rollen en bevoegdheden goed zijn geregeld. Door het vaststellen van het bindend adviesrecht van de gemeenteraad aan het college van burgemeester en wethouders en het vaststellen van een lijst met gevallen van verplichte participatie bij omgevingsvergunningen voldoen we aan de eisen die de Omgevingswet stelt. 4. Argumenten en alternatieven Argumenten Adviesrecht 1.1.

Met de mogelijkheid van een bindend adviesrecht kan de gemeenteraad gevallen van categorieën aanwijzen, waarin het college niet zomaar van het omgevingsplan kan afwijken door een vergunning te verlenen.

zaaknummer Z/19/342350

pagina 2 van 6

In essentie blijft de rolverdeling tussen de gemeenteraad en het college van B&W voor wat betreft de vergunningverlening na de inwerkingtreding van de Omgevingswet onveranderd. Ook in de nieuwe situatie is het college het bevoegd gezag voor het besluiten over de omgevingsvergunning. De raad heeft onder de Omgevingswet de mogelijkheid om gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten aan te wijzen waarbij de raad als adviseur optreedt en het advies vervolgens in acht moet worden genomen door het college. Dit heet het bindend adviesrecht (ook wel het verzwaard adviesrecht genoemd). 1.2 De huidige lijst met categorieën voor een Verklaring van Geen Bedenkingen (VvGB), dient als uitgangspunt voor de lijst adviesrecht. Voor activiteiten in strijd met het bestemmingsplan kan de gemeenteraad in de huidige situatie beslissen dat er ‘geen bedenkingen’ zijn, een zogenoemde VvGB. In de meeste gevallen wordt bij initiatieven gekozen voor de procedure van herziening van een bestemmingsplan, waarvoor de raad het bevoegd gezag is. Dat blijft onder de Omgevingswet ook zo. Onder de huidige wetgeving is het gemiddeld 1 of 2 keer per jaar voorgekomen dat aan de raad is gevraagd om een VvGB af te geven voor een (buitenplanse) omgevingsvergunning. Onder de Omgevingswet is het precies omgekeerd.

Dan wijst de gemeenteraad gevallen aan waarin wel een bindend advies nodig is van de raad om af te wijken van het omgevingsplan (artikel 16.15a onder b Omgevingswet). Dit betreft alleen de initiatieven die via een omgevingsvergunning worden verleend en waarvoor het college bevoegd gezag is. Voor de niet-aangewezen gevallen vervalt het adviesrecht; dan gaat de raad er niet over. Lijst met gevallen van verplichte participatie 2.1. Participatie is een belangrijke pijler binnen de Omgevingswet en er wordt in Zevenaar veel waarde aan gehecht Participatie is onder de Omgevingswet een aanvraagvereiste. Dat betekent dat iedere initiatiefnemer bij het indienen van een vergunningaanvraag moet aangeven óf hij inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties of bestuursorganen heeft betrokken bij een initiatief. Bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten kunt u als gemeenteraad verder gaan en categorieën aanwijzen, waarbij participatie verplicht is. Het vrijwillige karakter van participatie vervalt dan. Bij de aangewezen activiteiten is de initiatiefnemer dus verplicht om een participatieproces vorm te geven en aan te geven wat met de resultaten is gedaan. De initiatiefnemer mag in principe zelf weten hoe hij het participatieproces aanpakt. Binnen de gemeente Zevenaar is een Participatieleidraad opgesteld.

Deze vormt hierbij voor de gemeente Zevenaar het kader en dient als instrument voor een initiatiefnemer om vorm te geven aan de participatie. 2.2. Er is aansluiting gezocht bij de lijst met gevallen voor het bindend adviesrecht De lijst met activiteiten die opgesteld is voor het adviesrecht van de raad geeft een lijst van activiteiten die een significant effect hebben op de fysieke leefomgeving. Voor het verplicht stellen van het doorlopen van een participatietraject vinden wij ditzelfde criterium van toepassing; een participatietraject is met name van belang bij activiteiten met een significant effect op de fysieke leefomgeving. Alternatieven Adviesrecht Andere optie kan zijn om alle afwijkingen onder bindend adviesrecht van uw raad te brengen. Dat levert uiteraard procedurele vertragingen in tijd op voor verzoekers van initiatieven die geen of geringe impact op de omgeving hebben. Daarnaast levert ook het onnodige werkbelasting op voor de organisatie. Dit zal extra capaciteit in tijd en geld kosten. Verplichte participatie zaaknummer Z/19/342350

pagina 3 van 6

De gemeenteraad moet, vóórdat de Omgevingswet van kracht wordt een besluit nemen over de lijst van categorieën waarbij de raad participatie verplicht stelt. Regelt de gemeenteraad niets, dan hoeft de initiatiefnemer in geen enkel geval verplicht aan participatie te doen. Ook dan zullen we in alle gevallen de initiatiefnemer stimuleren om aan participatie te doen. Hoe gaan we dat bereiken en is evaluatie nodig? Adviesrecht Voor het tijdig uitbrengen van adviezen dienen organisatorische wijzigingen plaats te vinden. Onder de Omgevingswet worden in beginsel alle omgevingsvergunningen met een reguliere procedure verleend. Dit betekent 8 weken. Ook wanneer bindend advies aan de gemeenteraad gevraagd dient te worden, moet verlening van de vergunning binnen deze gestelde termijn plaatsvinden. Uw gemeenteraad moet bij het bepalen van de gevallen waarin advies van de raad vereist is, meewegen dat de Omgevingswet als doel heeft om besluitvorming over initiatieven sneller en overzichtelijker te laten verlopen. Er zijn enkele gevallen waarbij de termijn van 8 weken kan worden verlengd (onder meer op verzoek van aanvrager). Echter het feit dat de raad nog zijn adviesrecht moet uitbrengen binnen de 8 weken en de planning van de raadscyclus dit niet toelaat, is geen reden om de procedure te verlengen.

Het is dan ook goed dat de gemeenteraad vooraf weet dat de planningscyclus van de raad van invloed kan zijn op het niet halen van de termijnen voor vergunningverlening. Verplichte participatie Verplichte participatie vergroot de mogelijkheid tot integrale belangenafweging over de vergunningaanvraag. Wanneer participatie niet verplicht is, kan in een aanvraag worden vermeld dat er niet aan participatie is gedaan en is er dus geen informatie over participatie beschikbaar. Door participatie verplicht te stellen in een aantal gevallen, zal bij vergunningsaanvragen voor die gevallen meer informatie over participatie aanwezig zijn. Op die manier is het beter mogelijk voor het college en (in het geval de raad adviesrecht heeft) ook de gemeenteraad een integrale belangenafweging te maken. De raad is niet bevoegd om voor te schrijven “hoe” geparticipeerd moet worden, alleen “dat” geparticipeerd moet worden. Het verplicht stellen van participatie zal niet automatisch leiden tot betere participatie of groter draagvlak. Het is veelal “de toon die de muziek maakt” en zorgt voor betere uitkomsten. Met het verplicht stellen van participatie kan echter niet gestuurd worden op de wijze of de vorm van de participatie.

De Participatieleidraad, die eveneens aan u ter besluitvorming wordt voorgelegd, wordt bij initiatiefnemers onder de aandacht gebracht om zo te inspireren en te stimuleren om zo goed mogelijk vorm te geven aan participatie. Vaststelling van de lijst van categorieën voor bindend adviesrecht en verplichte participatie is de eerste stap van de beleidscyclus. In de vergunningsprocessen en -verlening moet blijken of de categorieën aansluiten bij de praktijk van initiatieven zoals verwacht en of het resultaat is dat de processen snel en efficiënt verlopen. In de monitoring zal een brede evaluatie van deze lijst plaatsvinden. Daarbij zal juist ook inzicht worden gegeven in de gevallen die niet aan de raad zijn voorgelegd ter advisering en van de ervaringen van participatie voor die gevallen waarvoor participatie niet verplicht is voorgeschreven. Dit mede op verzoek vanuit de raadswerkgroep. 5. Klimaat en duurzaamheid Bij het voorliggende voorstel speelt duurzaamheid in principe geen rol, aangezien het voorstel alleen toeziet op de processen rondom initiatieven en bijbehorende vergunningaanvragen.

6. Communicatie zaaknummer Z/19/342350

pagina 4 van 6

Dit beleid treedt na vaststelling door de raad gelijktijdig in werking met de Omgevingswet. Na vaststelling wordt het beleid bekendgemaakt op gebruikelijke wijze. Het gaat hier om besluitvorming die ook een externe werking heeft. We bekijken op welke wijze we inwoners, bedrijven en adviseurs het beste kunnen informeren over het bindend adviesrecht en de verplichte participatie bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten rondom inwerkingtreding van de Omgevingswet. 7. Kosten, baten en dekking Het voorliggende voorstel heeft naar verwachting minimale financiële consequenties. Momenteel wordt door de raad een verklaring van geen bedenkingen afgegeven waar dat nodig is. Verscheidene (werk)processen zijn hier op ingesteld. Met het adviesrecht wordt beoogd de huidige mate waarin advies wordt afgegeven door de raad voort te zetten. Dat wil zeggen dat naar verwachting dezelfde capaciteit gevraagd wordt van de gemeente als dat nu het geval is. Logischerwijs dient deze beoordeling een plek te krijgen in de processen die toezien op het toetsen van aanvragen voor een omgevingsvergunning. Verwacht wordt echter dat dit geen significante impact heeft op deze werkzaamheden. De verplichte participatie ligt voornamelijk bij de initiatiefnemer. Echter, voor de gemeente brengt dit wel extra werk met zich mee in de vorm van het beoordelen van de doorlopen participatieprocessen.

Of dit van significante invloed is, is nu nog onvoldoende te beoordelen. Insteek is niet dat wij als gemeente de participatie gaan overnemen. 8. Bijlagen De volgende bijlagen horen bij dit voorstel: Volgorde 1.

Documentnummer Z/19/342350 INT/22/1109608

Naam Adviesrecht en lijst met verplichte participatie bij afwijkingen van het omgevingsplan INT/22/1109608 INT/22/1109608

Burgemeester en wethouders van Zevenaar De secretaris Danielle Jansen

zaaknummer Z/19/342350

De burgemeester Lucien van Riswijk

pagina 5 van 6

Raadsbesluit Onderwerp Zaaknummer Documentnummer

Adviesrecht en verplichte participatie onder de Omgevingswet Z/19/342350 INT/22/1109205

De raad van de gemeente Zevenaar; overwegende dat het vaststellen van voorliggen besluit een voorwaarde is voor invoering van de Omgevingswet; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Zevenaar: Gelet op de artikelen 16.15a lid b onder 1 en artikel 6.55 lid 7 van de Omgevingswet. besluit: 1. De notitie ‘Adviesrecht en lijst met verplichte participatie bij afwijkingen van het omgevingsplan’ vast te stellen. Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Zevenaar, gehouden op 21 september 2022.

De griffier I.M. van Dijk

zaaknummer Z/19/342350

De burgemeester L.J.E.M. van Riswijk

pagina 6 van 6

1 1109608 Bijlage 1 Adviesrecht en verplichte participatie onder de Omgevingswet

ADVIESRECHT EN LIJST MET GEVALLEN VAN VERPLICHTE PARTICIPATIE BIJ AFWIJKINGEN VAN HET OMGEVINGSPLAN Een lijst met categorieën van gevallen waarin de gemeenteraad haar adviesrol wil nemen en een lijst met gevallen waarvan de raad bepaald dat participatie verplicht is voor bepaalde buitenplanse omgevingsactiviteiten.

Vaststelling raad : 21 september 2022

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1:

Het adviesrecht van de gemeenteraad

3

Hoofdstuk 2:

Verplichte participatie bij buitenplanse omgevingsplan activiteiten

5

Hoofdstuk 3:

Categorieën van gevallen adviesrecht en participatie

8

Hoofdstuk 4:

Inwerkingtreding en wijziging

11

2

Hoofdstuk 1 – Het adviesrecht van de gemeenteraad De Omgevingswet: rolverdeling gemeenteraad en college van B&W In essentie blijft de rolverdeling tussen de gemeenteraad en het college van B&W na de inwerkingtreding van de Omgevingswet onveranderd. De gemeenteraad stelt kaders vast, en het college geeft uitvoering aan deze kaders (en toetst of initiatieven passen binnen de door de gemeenteraad vastgestelde kaders). Daarnaast houdt de gemeenteraad gedurende het beleids- en besluitvormingsproces vinger aan de pols en stuurt op de gewenste doelen. Dat is met de komst van de Omgevingswet niet anders. Ook in de nieuwe situatie is het college van B&W het bevoegd gezag voor de omgevingsvergunning. Het college krijgt wel meer bevoegdheden bij de uitvoering van het beleid en de gemeenteraad is nadrukkelijker belast met de hoofdlijnen en het monitoren van de resultaten.

De huidige situatie: ‘Verklaring van geen bedenkingen (VvGB)’ Het kan zijn dat een bouwplan niet past in het bestemmingsplan en het niet mogelijk is om via een binnenplanse afwijking of via bij AMvB aangewezen gevallen (kruimellijst) medewerking te verlenen. In dat geval kan onder de huidige wetgeving het college van B&W uitsluitend een projectomgevingsvergunning voor een initiatief of (bouw)plan dat in strijd is met het bestemmingsplan verlenen met instemming van de gemeenteraad. Voor activiteiten in strijd met het bestemmingsplan kan de gemeenteraad in de huidige situatie beslissen dat er ‘geen bedenkingen’ zijn, een zogenoemde VvGB. Om het werkbaar te houden wijst de raad gevallen aan waarin een VvGB niet nodig is. De huidige lijst is op 21 februari 2018 vastgesteld door de raad en is te vinden via de volgende link: https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR608560 . Komt een project niet voor op deze lijst, dan is deze verklaring dus wel nodig.

Het adviesrecht vervangt de VvGB Onder de Omgevingswet is het precies omgekeerd. Dan wijst de gemeenteraad gevallen aan waarin juist een bindend advies nodig is van de raad om af te wijken van het omgevingsplan (artikel 16.15a onder b Omgevingswet). Voor de niet-aangewezen gevallen vervalt het adviesrecht; dan gaat het college erover. Met het adviesrecht wordt dus de bovengrens bepaald voor projecten in de fysieke leefomgeving waarover het college zelfstandig mag beslissen.

De status van het raadsadvies Als de gemeenteraad een negatief advies geeft, dan mag het college de omgevingsvergunning niet verlenen. Dit advies moet nadrukkelijk door de raad gemotiveerd worden. Dit adviesrecht van de gemeenteraad is een zogenaamd verzwaard, bindend advies. Het college van B&W mag daar niet van afwijken.

Raadsbesluit nodig over adviesrecht De gemeenteraad moet - vóórdat de Omgevingswet in 2023 van kracht wordt - een besluit nemen over de gevallen waarin hij advies wil geven. Het huidige raadsbesluit ‘aanwijzingslijst gevallen waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen nodig is’ van 21 februari 2018 vervalt namelijk automatisch bij inwerkingtreding van de Omgevingswet. Regelt de gemeenteraad niets, dan hoeft het college nooit naar de gemeenteraad voor activiteiten die in strijd zijn met het omgevingsplan.

Eenvoudigere en snellere procedures De gemeenteraad moet bij het bepalen van het aantal gevallen waarover hij advies wil geven, meewegen dat de Omgevingswet als doel heeft om besluitvorming over initiatieven sneller en overzichtelijker te laten verlopen. Ook bij afwijkingen van het omgevingsplan is de reguliere procedure van toepassing (een beslistermijn van 8 weken, eenmalig met 6 weken verlengen).

3

In enkele gevallen kan de termijn nog verder worden verlengd (onder meer op verzoek van aanvrager of als bevoegd gezag dat beslist). De planning van de raadscyclus is echter geen reden om de procedure te verlengen. Het is dan ook zinvol dat de gemeenteraad vooraf bepaalt waar hij wel en geen rol voor zich ziet. Zie hoofdstuk 3 voor de lijst van gevallen waarvoor geadviseerd wordt te besluiten dat er advies van de raad nodig is.

4

Hoofdstuk 2 - Verplichte participatie bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten Participatie is een belangrijke pijler onder de Omgevingswet. Met participatie wordt in de Omgevingswet het volgende bedoeld: het in een vroegtijdig stadium betrekken van belanghebbenden (burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere overheden) bij het proces van de besluitvorming over een project of activiteit om tijdig belangen, meningen en creativiteit op tafel te krijgen.

Krachtens artikel 16.55 lid 7 van de Omgevingswet heeft de gemeenteraad de bevoegdheid om gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten aan te wijzen waarbij participatie van en overleg met derden verplicht is, alvorens een aanvraag om een omgevingsvergunning kan worden ingediend. Het aanwijzen van dergelijke gevallen waarbij participatie verplicht wordt gesteld, dient door de gemeenteraad besloten te worden. Hierin geeft de wet niet meer vorm of richting. Het is geheel door de gemeente vrij in te vullen. Wel kan richting worden gezocht in de beleids- en maatschappelijke doelen welke de Omgevingswet nastreeft. De ‘geest van de wet’ vormt zo het enige duidelijke handvat waarmee aan de slag kan worden gegaan. Wel geeft dit handvat duidelijk aan dat er onderscheid en keuzes moeten worden gemaakt. De mogelijkheid om dergelijke gevallen aan te wijzen is immers niet voor niets opgenomen in de wet.

Welke keuzes en gevolgen hangen samen met het vraagstuk van verplichte participatie? Ten eerste is het goed om duidelijk te hebben wat de vereisten zijn rondom participatie bij het indienen van vergunningaanvragen. Welke keuzes heeft een initiatiefnemer daarbij? Vervolgens is het goed om inzicht te krijgen in het type vergunning dat de gemeente verleent en hoe participatie daarbij wel of niet is meegenomen. Daarna kan bepaald worden in welke specifieke gevallen de raad wil dat een initiatiefnemer voorafgaand aan een vergunningaanvraag de omgeving heeft meegenomen in de voorbereiding rondom de vergunningaanvraag. Hieronder worden deze drie onderdelen nader omschreven.

Participatie als indieningsvereiste In de Omgevingsregeling wordt geregeld dat een initiatiefnemer bij een omgevingsvergunningaanvraag aan dient te geven of en zo ja, met welke resultaten burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van de aanvraag zijn betrokken. Deze juridische vereiste vorm van participatie heeft betrekking op de indieningsvereisten bij een omgevingsvergunning.

5

Het artikel verplicht de initiatiefnemer niet om participatie uit te voeren. Men dient slechts aan te geven of men derden heeft betrokken in voorbereiding van de omgevingsvergunningaanvraag. Dit heeft als gevolg dat dit artikel drie mogelijke uitwerkingen in de praktijk zal kennen. 1.

Ten eerste kan de initiatiefnemer bij het indienen van de omgevingsvergunning aangeven niet aan participatie te hebben gedaan. Hiermee wordt voldaan aan hetgeen in artikel 7.4 van de Omgevingsregeling wordt gesteld. Het niet hebben uitgevoerd van participatie mag geen reden zijn voor de gemeente om de vergunningaanvraag niet te behandelen of te weigeren.

2.

Ten tweede kan de initiatiefnemer bij het indienen van de omgevingsvergunning aangeven wel aan participatie te hebben gedaan. In dit geval dient men tevens bij het indienen van de omgevingsvergunning aan te geven hoe deze participatie heeft plaatsgevonden en wat hiervan de resultaten zijn. Dit is geheel vormvrij. De wet schrijft geen vormen van participatie voor. Evenmin geeft de wet voorbeelden over het verwerken van de resultaten van de participatie. De gemeente kan hierin slechts een begeleidende en adviserende rol spelen. De gemeente kan de initiatiefnemer in dit geval niet verplichten een bepaalde mate of vorm van participatie uit te laten voeren. Met de Participatieleidraad voor een goede Zevenaarse omgevingsdialoog hebben we als Zevenaar wel een duidelijke handreiking opgesteld; een stappenplan voor een goed participatieproces.

3.

Tot slot kan de situatie zich voordoen dat de initiatiefnemer bij het indienen van de omgevingsvergunning niet heeft aangegeven of er participatie heeft plaatsgevonden. In dit geval voldoet de initiatiefnemer niet aan de indieningsvereisten voor een omgevingsvergunning. Met andere woorden, de aanvraag is onvolledig en wordt derhalve niet in behandeling genomen door de gemeente.

Type vergunning: toets Omgevingsplan De gemeente toets bij een aanvraag omgevingsvergunning of het initiatief past in het omgevingsplan. Daarbij zijn er drie situaties mogelijk: 1. Het initiatief past binnen de regels. 2. Het initiatief past met een binnenplanse afwijking. Zo’n afwijking kennen we nu ook in onze bestemmingsplannen. Dit heet onder de Omgevingswet een binnenplanse omgevingsplanactiviteit (de zogeheten binnenplanse opa). 3. Het initiatief past niet. Als de gemeente wil meewerken aan het initiatief, moet ze een vergunning gaan verlenen in afwijking van het omgevingsplan. Zo’n initiatief is dan een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (de zogeheten buitenplanse opa). Bij de situaties 1 en 2 gaat het om activiteiten die binnen de kaders van het omgevingsplan vallen. Bij het vaststellen van het omgevingsplan zelf heeft al participatie plaatsgevonden, dus het is niet voor de hand liggend om voor deze situaties participatie verplicht te stellen voor een initiatiefnemer. Wel wordt richting initiatiefnemers verwezen naar de Participatieleidraad Zevenaar voor een goede omgevingsdialoog. Verplichte participatie is wel voorstelbaar als iemand een vergunning voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (mogelijkheid 3) aanvraagt. Dat zijn activiteiten die niet in het omgevingsplan passen. Hierover heeft namelijk nog niet eerder participatie plaatsgevonden.

Bij een dergelijke buitenplanse omgevingsactiviteit moet de aanvrager aangeven of en hoe derden (burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen) zijn betrokken bij de voorbereiding van de aanvraag. Indien in de aanvraag is aangegeven dat er participatie heeft plaatsgevonden, moet aangegeven worden wat hiervan de resultaten zijn. Het bevoegd gezag betrekt deze informatie bij de integrale belangenafweging. De participatieleidraad dient hierbij mede als afwegingskader. Primair is het voor de gemeente van belang dat participatie de verschillende belangen, standpunten en waarden inzichtelijk maakt. Wanneer dit lukt is de participatie in principe succesvol. Participatie blijft echter ook maatwerk.

6

Verplichte participatie De gemeenteraad kan vervolgens bepalen in welke gevallen binnen de buitenplanse omgevingsplanactiviteiten participatie ook verplicht moet zijn. Het is niet mogelijk om een algemeen besluit te nemen dat ‘in alle gevallen’ van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten participatie verplicht is. Er dient namelijk expliciet gemaakt te worden in welke gevallen de verplichte participatie dus wel geldt. Daarbij kan gekozen worden om heel bewust te kijken naar initiatieven die het meest impact hebben. We streven naar een zo goed mogelijke en brede inzet van participatie en bieden hiervoor met de Participatieleidraad voor een goede Zevenaarse omgevingsdialoog ook handvatten. Maar we willen voor de verplichte participatie categorieën aanwijzen zodat er geen discussies kunnen ontstaan. Hierbij hebben wij aansluiting gezocht bij het adviesrecht. Dit zijn de gevallen waarin de raad betrokken wordt bij de vergunningverlening en bindend advies kan uitbrengen. De omgevingsvergunning met minder grote impact voor de omgeving worden onder bevoegdheid van het college afgedaan en in die gevallen zullen wij zoals gezegd streven naar participatie, maar gaan we dit niet verplichten.

In welke gevallen schrijft de gemeenteraad van Zevenaar verplicht participatie voor? In hoofdstuk 3 geven wij de gevallen aan waarin wij bij de indiening van een aanvraag omgevingsvergunning participatie verplicht stellen en daarbij van initiatiefnemers vragen om het stappenplan zoals voorgeschreven in de participatieleidraad geheel te doorlopen. Daarbij zijn de volgende aspecten meegenomen: buurtoverstijgend belang en verwachte tegenstellingen in belangen, omvang van project of activiteit en impact op de omgeving en de complexiteit van de procedure, context en ligging. In hoofdstuk 3 wordt het adviesrecht geplaatst naast de verplichte participatie. Daarbij ligt de ‘drempel’ voor verplichte participatie lager dan bij het adviesrecht. Op deze manier wordt zo veel als mogelijk participatie verplicht gesteld, terwijl toch de koppeling met het adviesrecht overeind blijft.

7

Hoofdstuk 3 - Lijst van gevallen adviesrecht en participatie Naast het vastleggen van beleid en kaders in visies, waaronder de omgevingsvisie en het omgevingsplan (nu bestemmingsplannen) bestaat de mogelijkheid dus voor de raad om het college te verplichten eerst advies te vragen aan de raad voordat een vergunning wordt verleend om af te wijken van het omgevingsplan, de buitenplanse omgevingsplanactiviteit genoemd (ook wel bopa). De gemeenteraad geeft aan in de volgende gevallen gebruik te maken van zijn adviesbevoegdheid. Daarnaast legt de gemeenteraad in dit hoofdstuk vast om welke gevallen participatie verplicht wordt gesteld bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Participatie voorafgaand aan de indiening van omgevingsvergunningen is per definitie wenselijk. In onderstaande lijst legt de gemeenteraad van Zevenaar vast in welke gevallen de raad vindt dat alle stappen van het stappenplan uit de Participatieleidraad moeten zijn doorlopen alvorens de definitieve aanvraag voor een buitenplanse omgevingsactiviteit wordt ingediend. Aangezien er overlap is tussen de lijst van buitenplanse activiteiten waar de gemeenteraad over wil adviseren en buitenplanse activiteiten met verplichte participatie, wordt deze gezamenlijk ter besluitvorming voorgelegd. Het gaat om gecombineerde besluitvorming, maar het zijn strikt genomen twee aparte lijsten. 1. Woningen

Adviesrecht (16.15a onder b Ow) Verplichte participatie (16.55 lid 7 Ow) 1.1 Het toevoegen van 31 of meer woningen 1.5 Het toevoegen van 1 of meer woningen binnen de bebouwde kom van de stad Zevenaar; binnen de bebouwde kom van alle kernen 1.2 Het toevoegen van 11 of meer woningen van de gemeente Zevenaar; binnen de bebouwde kom van de kernen van Aerdt, Angerlo, Babberich, Giesbeek, Herwen, 1.6 Het toevoegen of bouwen van 1 of meer Lathum, Lobith, Pannerden, Spijk en Tolkamer; woningen buiten de bebouwde kom, ook 1.3 Het toevoegen of bouwen van 2 of meer als sprake is van functieveranderingsbeleid. woningen buiten de bebouwde kom, niet passend binnen de VAB regeling (vrijkomende agrarische bebouwing) zoals opgenomen in bestemmingsplan Buitengebied Zevenaar Noord 2018 en voorontwerpbestemmingsplan Buitengebied Gelders Eiland. 1.4 Het toevoegen of bouwen van recreatiewoningen buiten de bebouwde kom.

Toelichting: Bebouwde kom: uitgaande van de begrenzing van de bebouwde kom op basis van de Wegenverkeerswet. Ad 1.1 en 1.2: Het gaat hier om projecten respectievelijk planologisch gebruik en bouwactiviteiten ten behoeve van woningen/woongebouwen/woongebied al dan niet met bijbehorende wegen, verblijfsgebieden, groenvoorzieningen, water, mits niet gesitueerd op een bedrijventerrein of in de bestemming Groen. Ad 1.3: Hieronder vallen dus ook uitleglocaties. Ad 1.4: Ook recreatiewoningen vallen hieronder vanaf 5 verblijfseenheden al dan niet gelegen in 1 gebouw.

2. Bedrijvigheid

Adviesrecht (16.15a onder b Ow) 2.1 Het oprichten, veranderen of uitbreiden van bedrijvigheid in een zwaardere categorie dan het omgevingsplan toestaat, zowel in de bebouwde kom en op bedrijventerreinen; 2.2 Het oprichten, veranderen of uitbreiden van niet-agrarische bedrijvigheid buiten de bebouwde kom, zwaarder dan categorie 2.

Verplichte participatie (16.55 lid 7Ow) 2.3 Het oprichten, veranderen of uitbreiden van bedrijvigheid in een andere categorie dan het (tijdelijk) omgevingsplan toestaat, zowel in de bebouwde kom en op bedrijventerreinen. 2.4 Het uitbreiden van bedrijvigheid in dezelfde categorie, zowel binnen de bebouwde kom als op een bedrijventerrein waarbij de impact op de omgeving aanzienlijk is. 2.5 Het oprichten, veranderen of uitbreiden van niet-agrarische bedrijvigheid buiten de bebouwde kom.

8

Toelichting: Bebouwde kom: uitgaande van de begrenzing van de bebouwde kom op basis van de Wegenverkeerswet. Ad 2.1: Het gaat hier om projecten respectievelijk planologisch gebruik en bouwactiviteiten binnen de bebouwde kom ten behoeve van een bedrijf, bedrijven of bedrijventerrein waar sprake is van een gewenste milieucategorie die zwaarder is dan in het bestemmingsplan is toegestaan. Ad 2.2: Het gaat hier om niet agrarische bedrijvigheid in de categorie vanaf 3, want vanaf categorie 3 hebben de te vestigen/ uit te breiden bedrijven een grotere impact op de omgeving. Ad 2.3: Hieronder wordt niet verstaan een beroep of bedrijf aan huis.

3. Antenneinstallatie

Adviesrecht (16.15a onder b Ow) Het oprichten of veranderen van een antenneinstallatie hoger dan 40 m.

Verplichte participatie (a6.55 lid 7 Ow) Het oprichten of veranderen van een antenneinstallatie, hoger dan 15 meter, niet passend binnen het (tijdelijk) omgevingsplan.

Toelichting: Antenne-installatie: installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een of meer techniekkasten opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie.

4. Intensieve recreatie

Adviesrecht (16.15a onder b Ow) Het toevoegen van grootschalige projecten ten behoeve van intensieve recreatie, inclusief de daarbij behorende voorzieningen (zoals paden, ontsluiting en groen) buiten de bebouwde kom.

Verplichte participatie (16.55 lid 7 OW) Het toevoegen van projecten ten behoeve van intensieve recreatie, inclusief de daarbij behorende voorzieningen (zoals paden, ontsluiting en groen).

Toelichting: Bebouwde kom: uitgaande van de begrenzing van de bebouwde kom op basis van de Wegenverkeerswet. Met grootschalig wordt bedoeld groter dan 1 hectare. In Zevenaar hanteren we de volgende definitie van extensieve recreatie: niet-gemotoriseerde recreatieve activiteiten, zoals wandelen, fietsen, skaten, paardrijden, vissen, natuurzwemmen en natuurobservatie van een beperkte omvang, waarbij overnachting niet is toegestaan. Alles wat daar niet onder valt, wordt aangemerkt als intensieve recreatie, zoals in ieder geval alle gemotoriseerde recreatieve activiteiten en nachtverblijf.

5. Projecten m.b.t. energie opwekking

Adviesrecht (16.15a onder b Ow) 5.1 Het realiseren van 1 of meer windturbine(s) hoger dan 20 meter (ashoogte); 5.2 Het realiseren van zonneparken groter dan 2 hectare buiten de bebouwde kom; 5.3 Het opwekken en/of opslag van andere vormen van energie (zoals biomassa-installatie en waterstof), anders dan voor eigen gebruik.

Verplichte participatie (16.55 lid 7Ow) 5.4. Het realiseren van minimaal één windturbine, ongeacht de hoogte; 5.5. Het realiseren van een zonnepark, ongeacht de grootte; 5.6. Het opwekken en/of opslag van andere vormen van energie (zoals buurtbatterij, biomassa-installatie en waterstof).

Toelichting: Windturbine: een bouwwerk ter opwekking van energie door benutting van windkracht. Ashoogte: de afstand tussen de grond en de as waar de rotorbladen omheen draaien. Hieronder wordt dit in een afbeelding aangegeven uit het Toets- en afwegingskader grootschalige duurzame energieopwekking (zon en wind).

9

Ad 5.2: Kleinschalige individuele energieopwekking (< 2 hectare) valt buiten het adviesrecht van de gemeenteraad. Onder grootschalige energievoorzieningen worden zonneparken vanaf 2 hectare bedoeld op grond van het vastgestelde beleid (Toets- en afwegingskader grootschalige duurzame energieopwekking (zon en wind)). Zonnepark: Een ruimtelijk samenhangende, grondgebonden of drijvende installatie of bouwwerk met daarop zonnepanelen voor het opwekken van energie. Ad 5.3: het gaat hier om ook andere vormen van energieopwekking, niet zijnde een windturbine of zonnepark, waarbij er geen sprake is van opwekking voor eigen gebruik.

6. Maatschappelijke voorzieningen en sportvoorziening

Adviesrecht (16.15a onder b Ow) 6.1 Het realiseren van een grootschalige en/of maatschappelijk gevoelige voorzieningen. Hieronder vallen in ieder geval ook een asielzoekerscentrum, drugsopvang en justitiële inrichting. 6.2 Het realiseren van sportinfrastructuur, waaronder sportparken en sporthallen.

Verplichte participatie (16.55 lid 7 Ow) 6.3. Het realiseren van maatschappelijke voorzieningen;

6.4 Het realiseren van sportinfrastructuur, waaronder sportparken en sporthallen.

Toelichting: Ad 6.1: Met ‘grootschalig’ wordt hier bedoeld die maatschappelijke voorzieningen, die normaal gesproken niet zonder meer overal in de woonomgeving passen, gelet op specifieke eisen ten aanzien van het gebruik, situering en bereikbaarheid. In veel gevallen gaat het hier om intensieve functies/ voorzieningen, onder andere voorzieningen die tot 7 dagen in de week / 24 u per dag toegankelijk zijn. Ad 6.3: Het gaat hier om nieuw te realiseren sportinfrastructuur, niet om uitbreiding van bestaande parken.

7. Infrastructurele projecten

Adviesrecht (16.15a onder b Ow) Het aanleggen/ bouwen van grootschalige infrastructurele (kunst)werken;

Verplichte participatie (16.55 lid 7 Ow) Het aanleggen/ bouwen van infrastructurele (kunst)werken.

Toelichting: Met ‘grootschalig’ wordt bedoeld o.a. de nieuwe aanleg van rondwegen, spoortunnels en viaducten.

8.

Adviesrecht (16.15a onder b Ow)

Verplichte participatie (16.55 lid 7 Ow)

Gevoelige maatschappelijke of politieke onderwerpen

Er zullen zich gevallen voordoen, die op voorhand niet in te schatten zijn, maar waarbij het college toch graag het advies van de gemeenteraad inwint. In die gevallen kan het college naar eigen inzichten onderwerpen voorleggen aan de raad. Hier dient zorgvuldig mee te worden omgegaan gelet op de consequenties van het hanteren van het adviesrecht.

Indien - naar mening van het college - sprake is van maatschappelijke onrust of anderszins gevoelige initiatieven, waarbij participatie gewenst en noodzakelijk wordt geacht.

Toelichting: De onderwerpen 1 t/m 7 van deze lijst zijn niet uitputtend. Er zullen zich gevallen voordoen, welke op moment va vaststelling van dit document niet in te schatten waren, maar waarbij het college toch graag het advies van de gemeenteraad inwint. Omdat niet scherp te maken is om welke gevallen het concreet zal gaan, kan niet bij voorbaat participatie verplicht worden gesteld.

10

Hoofdstuk 4 – Inwerkingtreding en wijziging Datum inwerkingtreding Omgevingswet De inwerkingtreding van de in hoofdstuk 3 opgenomen ‘lijst met gevallen waarvoor advies van de gemeenteraad nodig is en verplichte participatie wordt voorgeschreven voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, als bedoeld in artikel 16.15a onder b en 16.55 lid 7 van de Omgevingswet’ is gelijk aan de datum inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Actualiseren/ wijzigen van de lijst met gevallen Met het vaststellen van het definitieve omgevingsplan zal de noodzaak ontstaan om deze ‘lijst met gevallen’ te actualiseren. Maar ook nieuwe inzichten kunnen ertoe leiden dat aanpassingen nodig zijn. Ook dit actualisatiebesluit is aan de gemeenteraad. Jaarlijkse monitoring zal plaatsvinden. In de monitoring is een brede evaluatie van deze lijst gewenst.

11

2 Z/19/342350 Delegatiebesluit onder de Omgevingswet 1 1108890 Raadsvoorstel en raadsbesluit Delegatiebesluit onder de Omgevingswet

Raadsvoorstel Onderwerp Zaaknummer Documentnummer Portefeuillehouder Portefeuille Behandelend ambtenaar/afdeling Telefoon E-mail

Delegatiebesluit onder de Omgevingswet Z/19/342350 INT/22/1108890 A. van Orden RO/ Omgevingswet Jacqueline van der Leij 0316 595 513 j.vanderleij@zevenaar.nl

1. Samenvatting Net als onder de huidige wetgeving is het gewenst dat de raad op basis van de Omgevingswet een aantal besluiten neemt over de gewenste rolverdeling tussen raad en college en de in Zevenaar gewenste werkwijze. De Omgevingswet maakt dat de raad een aantal besluiten moet nemen die deze accentverschillen in rolverdeling formeel vastleggen. Het gaat dan om de delegatie van een aantal taken aan het college, onderwerpen waarover de raad bindend advies wenst te geven en over de uitvoering van de participatie. Het is noodzakelijk dat voor de invoering van de Omgevingswet deze besluiten genomen zijn. In de raad van september 2022 worden deze onderdelen in de vorm van drie voorstellen aan uw raad voorgelegd. Met de Omgevingswet komen er veel veranderingen op de gemeente af. Voor de gemeenteraad specifiek betekent de Omgevingswet een verandering in bepaalde taken en bevoegdheden. Onder de nieuwe wet zal de raad zich meer focussen op visievorming en kaderstelling enerzijds, en controle en verantwoording anderzijds. Deze veranderende rolverdeling ziet in het geval van de raad toe op een actievere rol aan de voor- en aan de achterkant van verschillende processen. Het vaststellen van omgevingsplannen is een taak van de gemeenteraad. Vergelijkbaar met de huidige bestemmingsplannenmethodiek.

Onder de Omgevingswet bestaat de mogelijkheid de vaststelling van delen van het omgevingsplan te delegeren aan het college. Dit biedt kansen om te voldoen aan een van de belangrijkste doelstellingen van de Omgevingswet: snellere procedures. Met deze delegatiebevoegdheid krijgt de gemeenteraad een veel grotere mogelijkheid om globaal de visie voor een bepaald gebied vast te stellen, waarbij het college gedetailleerder maatwerk mogelijk kan maken. 2. Raadsvoorstel Wij stellen uw raad voor om: 1. in te stemmen met het Delegatiebesluit gemeente Zevenaar: Besluit bevoegdheden raad bij procedures omgevingsplan. 3. Waarom naar de raad Het nemen van een delegatiebesluit is na inwerkingtreding van de Omgevingswet een bevoegdheid van de raad. Met het vaststellen van dit delegatiebesluit is na de inwerkingtreding van de Omgevingswet geborgd wanneer het college bevoegd is om (delen van) het omgevingsplan te wijzigen. De raad is bevoegd tot het nemen van het gevraagde besluit op grond van de artikelen 2.8 en 4.14 lid 5 van de Omgevingswet.

4. Doelstelling en beoogd resultaat Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet (nu voorzien op 1 januari 2023) moet het proces van vergunningverlening goed zijn georganiseerd. Dat betekent niet alleen dat het sneller moet, zodat inwoners en ondernemers sneller weten waar ze aan toe zijn en hun plannen kunnen uitvoeren, maar ook dat rollen en bevoegdheden goed zijn geregeld. Door delegatie van het wijzigen van een omgevingsplan aan het college van burgemeester en wethouders voldoen we aan de eisen die de Omgevingswet stelt. 5. Argumenten en alternatieven Argumenten 1.1 Het is een keuze van de gemeenteraad De raad kan ervoor kiezen om taken te delegeren naar het college. Dit betekent dat het college deze taken mag uitvoeren zonder besluit in de raad. De raad blijft uiteraard de kaderstellende en controlerende taak behouden. Als het gaat om de Omgevingswet zijn er praktische redenen om enkele onderwerpen te delegeren. Met praktisch wordt bedoeld dat aanvragen sneller afgehandeld kunnen worden of dat voorkomen wordt dat zaken dubbel worden gedaan. Dit past ook bij één van de doelen van de Omgevingswet, namelijk een snellere dienstverlening. In het delegatiebesluit zijn de volgende gevallen benoemd: 1. Delegatie voor het inpassen van omgevingsvergunningen die al dan niet in afwijking van het omgevingsplan zijn verleend; 2.

Delegatie van het vertalen van beleidsregels van raad en college in het omgevingsplan; 3. Delegatie bij nieuwe ontwikkelingen in lijn met toekomstig adviesrecht (nu de gevallen zoals beschreven in de Verklaring van Geen Bedenkingen (VvGB); 4. Delegatie bij het corrigeren van verschrijvingen, verkeerde verwijzingen en inventarisatiefoutjes in het omgevingsplan; 5. Delegatie bij instructieregels provincie en of rijk voor zover hier geen beleidsvrijheid meer is toegekend; 6. Delegatie bij het toevoegen en of wijzigen van begripsbepalingen voor zover deze geen wezenlijke wijzigingen voor de fysieke leefomgeving tot gevolg hebben; 7. Delegatie voor het aanpassen van het omgevingsplan voor zover dat onder de Wet ruimtelijke ordening als wijzigingsbevoegdheid in een bestemmingsplan opgenomen was. 1.2 Er worden alleen onderdelen gedelegeerd die niet veel impact hebben op de fysieke leefomgeving en die geen zwaarwegende benadeling van inwoners/initiatiefnemers tot gevolg hebben. Het gaat om onderdelen die weinig (directe) impact hebben op de fysieke leefomgeving en geen zwaarwegende benadeling van inwoners/initiatiefnemers tot gevolg hebben.

U kunt hierbij denken aan het toevoegen en/of wijzigen van begripsbepalingen voor zover deze geen wezenlijke wijzigingen voor de fysieke leefomgeving tot gevolg hebben, het toevoegen van die onderdelen uit de gemeentelijke verordeningen die beleidsneutraal overgeheveld gaan worden naar het omgevingsplan of wijzigingen die noodzakelijk zijn vanwege gewijzigde hogere wet- of regelgeving. 1.3 Waar nodig kan het delegatiebesluit worden aangevuld of gewijzigd. Het delegatiebesluit biedt aan de gemeenteraad nog steeds de kans om haar kaderstellende taak op zich te nemen door bijvoorbeeld globaal een visie voor een bepaald gebied vast te stellen, waarna het college vervolgens gedetailleerder maatwerk mogelijk kan maken. Bij iedere besluitvorming over kaders (visies e.d.) kan de raad een besluit nemen over het delegeren van de bevoegdheid tot vaststelling van een omgevingsplan of nadere voorwaarden stellen waarbinnen dit kan. zaaknummer Z/19/342350

pagina 2 van 4

Alternatieven Als alternatief zou de gemeenteraad ervoor kunnen kiezen om geen of minder gevallen te delegeren aan het college, maar in dat geval zouden die situaties dus allemaal aan de gemeenteraad ter besluitvorming worden voorgelegd. Dat leidt tot een langere proceduretijd voor initiatiefnemers en geeft een extra druk op de agenda van de gemeenteraad. Hoe gaan we dat bereiken en is evaluatie nodig? De mogelijkheid om delen van het omgevingsplan via delegatie in- of aan te vullen of te wijzigen biedt ruimte voor toedeling van bevoegdheden op maat. Met delegatie kan het college zorgdragen voor de uitvoering van het beleid, ook als dat een aanpassing van het omgevingsplan betreft. Dit zorgt ervoor dat de raad zich bezig kan houden met inhoudelijke kaders. In het delegatiebesluit is verder bepaald dat het college de raad eenmaal per jaar op de hoogte stelt in hoeverre van de delegatiemogelijkheden gebruik is gemaakt. Aan de raad wordt een lijst voorgelegd met die onderdelen van het omgevingsplan waar het college een besluit heeft genomen tot vaststelling van het omgevingsplan. Op deze manier kan goed gemonitord worden hoe het gaat. 6. Klimaat en duurzaamheid Bij het voorliggende voorstel speelt duurzaamheid in principe geen rol. 7. Communicatie Dit beleid treedt na vaststelling door de raad gelijktijdig in werking met de Omgevingswet.

Na vaststelling wordt het beleid bekendgemaakt op de gebruikelijke wijze. 8. Kosten, baten en dekking Het voorliggende voorstel heeft naar verwachting minimale financiële consequenties. Het delegatiebesluit levert weliswaar ambtelijk een urenbesparing op, maar dat is niet substantieel. 9. Bijlagen De volgende bijlagen horen bij dit voorstel: Volgorde 1.

Documentnummer INT/22/1109329:

Naam Delegatiebesluit gemeente Zevenaar: Besluit bevoegdheden raad bij procedures omgevingsplan

Burgemeester en wethouders van Zevenaar De secretaris Danielle Jansen

zaaknummer Z/19/342350

De burgemeester Lucien van Riswijk

pagina 3 van 4

Raadsbesluit Onderwerp Zaaknummer Documentnummer

Delegatiebesluit onder de Omgevingswet Z/19/342350 INT/22/1108890

De raad van de gemeente Zevenaar; overwegende dat het vaststellen van voorliggend besluit een voorwaarde is voor invoering van de Omgevingswet; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Zevenaar: Gelet op de artikelen 2.8 en 4.14 lid 5 van de Omgevingswet; besluit: 1. in te stemmen met het Delegatiebesluit gemeente Zevenaar: Besluit bevoegdheden raad bij procedures omgevingsplan. Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Zevenaar, gehouden op 21 september 2022.

De griffier I.M. van Dijk

zaaknummer Z/19/342350

De burgemeester L.J.E.M. van Riswijk

pagina 4 van 4

1 1109329 Bijlage 1 Delegatiebesluit gemeente Zevenaar: Besluit bevoegdheden raad bij procedures omgevingsplan

DELEGATIEBESLUIT GEMEENTERAAD ZEVENAAR Besluit bevoegdheden raad bij procedures omgevingsplan

Vaststelling raad:

21 september 2022

Inhoudsopgave Inleiding

3

Hoofdstuk 1 – Overzicht met delegatiebevoegdheden

4

Hoofdstuk 2 – Inwerkingtreding

6

2

Inleiding Vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet legt het college een voorstel aan de gemeenteraad voor om daarmee tijdig een standpunt in te nemen over de mogelijkheden die de Omgevingswet biedt voor een vlotte afhandeling van verzoeken die afwijken van het omgevingsplan. Concreet wordt met dit voorstel invulling gegeven aan de mogelijkheid die de wet biedt aan de raad om de vaststelling van bepaalde delen van het omgevingsplan aan het college te delegeren. Het vaststellen van het Omgevingsplan is een bevoegdheid van de gemeenteraad, maar de raad kan dit (deels) delegeren aan het college. De grondslag hiervoor ligt in artikel 2.8 Omgevingswet. Ook onder de huidige wetgeving heeft de gemeenteraad bevoegdheden gedelegeerd. Denk hierbij aan wijzigingsplannen en uitwerkingsplannen. Deze lijn wordt doorgezet. Daarmee wordt voorkomen dat de gemeenteraad met elke wijziging belast wordt door daar een besluit over te moeten nemen. De gemeenteraad kan de bevoegdheid tot het vaststellen van delen van het omgevingsplan delegeren aan het college van burgemeester en wethouders. Het delegatiebesluit vormt een afzonderlijk besluit, dat geen deel uitmaakt van het omgevingsplan of de verordening. Het delegatiebesluit geeft de reikwijdte van de bevoegdheid aan.

Het bepaalt binnen welke grenzen en onder welke voorwaarden de bevoegdheid kan of moet worden uitgeoefend en, voor zover nodig, binnen welke termijn. Het delegerende orgaan (de gemeenteraad) kan bij het delegatiebesluit bepalen op welke wijze het college van burgemeester en wethouders uitvoering moet geven aan de gedelegeerde bevoegdheid. Daarnaast beschikt het delegerende orgaan (de gemeenteraad) over de bevoegdheid om beleidsregels vast te stellen over de gedelegeerde bevoegdheid. Met de invoering van de Omgevingswet vervalt een aantal eerder genomen besluiten op het gebied van bevoegdheidsverdeling tussen de gemeenteraad en het college. Deze bevoegdheidsverdeling wijzigt in de Omgevingswet, waardoor het noodzakelijk is nieuwe besluiten te nemen over deze bevoegdheidsverdeling. De voorstellen zijn zo ingestoken dat zoveel als mogelijk wordt aangesloten bij de huidige manier van werken. Met het nemen van dit besluit kunnen de gemeenteraad en het college na invoering van de Omgevingswet (voorzien op 1 januari 2023) werken met de verschillende bevoegdheden van de Omgevingswet. Praktisch gezien maakt dit het mogelijk om te kunnen blijven werken zoals we dat nu ook al doen. Hiermee leren we eerst de verschillende bevoegdheden goed kennen voordat er inhoudelijke veranderingen doorgevoerd worden.

3

Hoofdstuk 2 Voorstel voor delegatie De mogelijkheid om delen van het omgevingsplan te delegeren, biedt ruimte voor toedeling van bevoegdheden op maat. Vooruitlopend op het werken met het omgevingsplan zijn bepaalde mogelijkheden voor delegatie denkbaar en deze staan hieronder beschreven. Welke gevallen komen, na inwerkingtreding van de Omgevingswet, in aanmerking voor delegatie? 1.

Toelichting

2. Toelichting

3. Toelichting

4. Toelichting

Delegatie voor het inpassen van omgevingsvergunningen die al dan niet in afwijking van het omgevingsplan zijn verleend De Omgevingswet bepaalt dat vergunningen voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten binnen vijf jaar moeten worden verwerkt in het omgevingsplan. Het college heeft bij het afwegen van de vergunning in afwijking van het omgevingsplan al rekening gehouden met het door de gemeenteraad vastgesteld beleid en de bedoeling van het omgevingsplan. Het gaat hier dus om een administratieve handeling. Datzelfde geldt voor het verwerken van omgevingsvergunningen die niet strijdig zijn met het Omgevingsplan. Delegatie van het vertalen van beleidsregels van raad en college in het omgevingsplan Wanneer de raad of het college beleidsregels hebben vastgesteld die doorvertaling in het omgevingsplan behoeven, kan dit door het college worden gedaan. Het gaat immers om het vertalen van beleid waar al sprake is geweest van een inhoudelijke afweging. Een dergelijke aanpassing van delen van het omgevingsplan is aan te merken als uitvoering en daarmee ligt delegatie aan het college voor de hand.

Delegatie bij nieuwe ontwikkelingen in lijn met toekomstig adviesrecht (nu de gevallen zoals beschreven in de Verklaring van Geen Bedenkingen (VvGB) Binnen het adviesrecht wijst de gemeenteraad gevallen aan waarin juist een bindend advies nodig is van de raad om af te wijken van het omgevingsplan (artikel 16.15a onder b Omgevingswet). Voor de niet-aangewezen gevallen vervalt het adviesrecht; dan gaat het college erover. Met het adviesrecht wordt dus de bovengrens bepaald voor projecten in de fysieke leefomgeving waarover het college zelfstandig mag beslissen. Ontwikkelingen die niet passen binnen een omgevingsplan en wel passen binnen deze lijst van gevallen, worden doordoor onder bevoegdheid van het college afgehandeld. Delegatie bij het corrigeren van verschrijvingen, verkeerde verwijzingen en inventarisatiefoutjes in het omgevingsplan Het gaat hier om technische aanpassingen waarbij inhoudelijke besluitvorming niet is vereist. Delegatie van dit onderdeel aan het college ligt hiermee voor de hand.

4

5. Toelichting

6.

Toelichting

7.

Toelichting

Delegatie bij instructieregels provincie en of rijk voor zover hier geen beleidsvrijheid meer is toegekend Wet- en regelgeving wijzigt regelmatig. Dit door andere inzichten, wijzigingen in normstellingen, meetmethoden, naamgeving, vervallen van wetgeving, etc. Dit kan er toe leiden dat normen, meetmethoden, referenties en verwijzingen (naar wetgeving) die in het omgevingsplan zijn opgenomen aangepast moet worden. Het betreft hier onder andere gewijzigde wet- en regelgeving van hogerhand, waar we feitelijk niets over te zeggen hebben en waar geen beleidsvrijheid meer is toegekend. Om de procedure voor het aanpassen van het omgevingsplan in deze situaties sneller te laten verlopen wordt het delegeren van de vaststelling van het omgevingsplan op dit punt als wenselijk gezien. Delegatie bij het toevoegen en of wijzigen van begripsbepalingen voor zover deze geen wezenlijke wijzigingen voor de fysieke leefomgeving tot gevolg hebben Het gemeentelijk omgevingsplan wordt via het DSO (Digitaal Stelsel Omgevingswet) voor iedereen digitaal raadpleegbaar. In al deze plannen en verordeningen worden begripsbepalingen opgenomen. Hierbij dient een uniform begrippenapparaat gewaarborgd te worden. Dit kan er toe leiden dat een begripsbepaling aangepast of toegevoegd wordt aan het omgevingsplan.

Indien begripsbepalingen zijn opgenomen die de harmonisatie ten goede komen, kunnen deze ook overgenomen worden in het omgevingsplan. Daarnaast is het mogelijk dat er begripsbepalingen in het omgevingsplan worden toegevoegd of aangepast om de ‘leesbaarheid’ te verbeteren. In voornoemde gevallen gaat het niet om het aanpassen of toevoegen van begripsbepalingen die nadelige effecten (kunnen) hebben op de fysieke leefomgeving dan welnadelige/ beperkende effecten tot gevolg hebben voor inwoners en initiatiefnemers of inhoudelijk besproken moet worden. Delegatie voor het aanpassen van het omgevingsplan voor zover dat onder de Wet ruimtelijke ordening als wijzigings- of uitwerkingsbevoegdheid in een bestemmingsplan opgenomen was Het aanpassen van het omgevingsplan voor zover dat onder de Wet ruimtelijke ordening als wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht in een bestemmingsplan opgenomen was. Onder de huidige Wet ruimtelijke ordening (Wro) kan het college een bestemmingsplan wijzigen of uitwerken om een nieuwe ontwikkeling mogelijk te maken, als er een wijzigingsbevoegdheid in het bestemmingsplan staat of een uitwerkingsplicht. De Omgevingswet kent deze wijzigings- en uitwerkingsbevoegdheid niet. Het college van B&W kan na inwerkingtreding van de omgevingswet dus geen wijzigingsplan of uitwerkingsplan meer vaststellen, tenzij de raad deze bevoegdheid delegeert.

De raad heeft deze wijzigings- en uitwerkingsbevoegdheden al vastgesteld in de bestemmingsplannen en dit betreft een continuering van de bestaande lijn. Om de procedure voor het aanpassen van het omgevingsplan in deze situaties sneller te laten verlopen wordt het delegeren van de vaststelling van het omgevingsplan op dit punt als wenselijk gezien.

5

Alternatief Als alternatief zou de gemeenteraad ervoor kunnen kiezen om geen of minder gevallen te delegeren aan het college, maar in dat geval zouden die situaties dus allemaal aan de gemeenteraad ter besluitvorming worden voorgelegd. Dat leidt tot een langere proceduretijd voor initiatiefnemers en geeft een extra druk op de agenda van de gemeenteraad.

Hoofdstuk 3 – Inwerkingtreding en monitoring Datum inwerkingtreding Omgevingswet De inwerkingtreding van de in hoofdstuk 2 opgenomen voorstellen voor delegatie is gelijk aan de datum inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Actualiseren/ monitoring voorstellen Het college stelt de raad jaarlijks op de hoogte in hoeverre van de delegatiemogelijkheden gebruik is gemaakt. Aan de raad wordt een lijst voorgelegd met die onderdelen van het omgevingsplan waar het college een besluit heeft genomen tot vaststelling van het omgevingsplan. Op deze manier kan vanuit de raad goed gemonitord worden hoe uitvoering is gegeven aan dit delegatiebesluit.

6

3 Z/19/342350 Participatieleidraad Zevenaar voor een goede omgevingsdialoog 1 1109651 Raadsvoorstel en raadsbesluit Participatieleidraad Zevenaar voor een goede omgevingsdialoog

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zevenaar&id=ffe69024-56f6-401e-a4e2-4fcf504ec943