Agendabundel
Tekst van het document
pagina 3 van 4
burgemeester, college van B&W, wethouders en alle ambtenaren waaronder hoofd bedrijfsvoering ambtenaar , gemeentesecretaris, ambtenaar juridische afdeling etc. Over welke periode wilt u de informatie ontvangen? 1 februari 2022 tot en met heden Hoe wilt u de gegevens ontvangen? Inzien Opmerkingen: opgave kosten vooraf
zaaknummer Z/22/422508
pagina 4 van 4
1 4b. 220616 Bevestiging aanhouden Woo-verzoek_raad
De heer B.J.J. Sweeren Westeinde 70 6904AG ZEVENAAR
datum zaaknummer onderwerp contactpersoon
31 mei 2022 Z/22/422508/UIT/22/1101536 Aanhouden Woo-verzoek I. van Dijk
Beste meneer Sweeren, Op 23 mei 2022 heeft u een Woo-verzoek ingediend. U vraagt in dit Woo-verzoek om openbaarmaking van alle door en afkomstig van SP raadslid Van der Velden ontvangen sms- en appberichten, interne notities, telefoonnotities, gespreksverslagen, e-mailberichten, brieven, social media etc. aan of van de gemeentelijke organisatie over Wob-verzoek Z/22/411499 waaronder vallend griffier, gemeenteraad, burgemeester, college van B&W, wethouders en alle ambtenaren van gemeentelijke organisatie waaronder hoofd bedrijfsvoering, gemeentelijksecretaris en een ambtenaar van de juridische afdeling, etc. Voor zover dit verzoek ziet op documenten die onder de gemeenteraad zouden berusten heeft het college dit verzoek voor besluitvorming doorgezonden naar de raad. Telefonisch contact Vandaag heeft u telefonisch contact gehad met de afdeling Bedrijfsvoering. U heeft in dat telefoongesprek aangegeven dat u uw verzoek graag ‘on hold’ wil zetten tot 15 juni a.s. U geeft daarvoor als reden dat u had gezien dat voor de commissie Middelen aanstaande donderdag het delegatiebesluit van de Woo-verzoeken van de Raad naar het college op de agenda staat en dat u liever wacht totdat het delegatiebesluit erdoor is.
U heeft in dat gesprek ook aangegeven dat in het geval uw verzoek niet ‘on hold’ kan worden gezet dat u dan uw verzoek telefonisch intrekt om het verzoek opnieuw in te dienen nadat het delegatiebesluit is genomen. Omdat het onderdeel van uw Woo-verzoek dat ziet op documenten van en aan de raad, een raadslid en de griffier, al door het college was doorgezonden naar de gemeenteraad heb ik vandaag met u telefonisch contact gehad over uw verzoek. Tijdens dit gesprek heeft u aangegeven dat u wilt dat de behandeling van uw verzoek wordt opgeschort tot 15 juni 2022. U geeft daarvoor als reden dat er op 15 juni a.s. een nieuw college is dat een besluit kan nemen op uw Woo-verzoek en nadat de gemeenteraad een delegatiebesluit heeft genomen. U heeft in ons gesprek ook aangegeven dat u uw verzoek wenst in te trekken als de behandeling van het verzoek niet wordt opgeschort in afwachting van het delegatiebesluit en de komst van een nieuw college. Aanhouden Middels deze brief bevestig ik u dat de gemeenteraad een besluit op uw Woo-verzoek zal aanhouden in afwachting van de besluitvorming over het delegeren van de bevoegdheid om een besluit te nemen op
Woo-verzoeken. Als besloten wordt die bevoegdheid te delegeren dan zal de gemeenteraad uw verzoek terugsturen naar het college. Vanwege uw verzoek en met uw instemming wordt de beslistermijn verlengd tot 5 juli 2022. de griffier, namens de gemeenteraad van Zevenaar
I.M. van Dijk
zaaknummer
pagina 2 van 2
1 5. 220617 Motie gemeente Staphorst - Stikstofaanpak startnotitie Nationaal Programma Landelijk gebied
ChristenUnh ('..nn..t ilü! . I ).
gef]leet,ìte
g
Staphorsf
Staphorsl
P Motie Motie conform artikel 42van het RvO van de raad van de gemeente Staphorst. Nummer: Ml43
Betreft: Motie vreemd aan de orde van de dag Onderwerp: Stikstofaanpak startnotitie Nationaal Programma Landelijk Gebied
De raad van de gemeente Staphorst, in vergadering bijeen op 14 iuni 2022
constaterende dat:
o Het kabinet op vrijdag 10 juni 2022 de startnotitie Nationaal Programma Landelijk gebied .
heeft gepubliceerd. Hierin voor de gemeente Staphorst richtinggevende stikstofreductiedoelstellingen zijn opgenomen van 12, 47,70 en 95 procent voor bepaalde gebieden.
o Deze stikstofreductiedoelstellingen eenzijdig gericht zijn op de landbouw, terwijl een o
integrale aanpak vereist is waarbij alle sectoren, waaronder industrie, verkeer en luchtvaart, betrokken worden. De gemeente Staphorst van onder op de regie voert in een gebiedsproces dat onderdeel uitmaakt van de Gebiedsgerichte Aanpak Noord West Overijssel.
Overwegende dat: o De gepresenteerde startnotitie NPLG de constructieve aanpak in de Gebiedsgerichte Aanpak doorkruist, ondergraaft en het vertrouwen van de betrokken gesprekspartners
. . .
ondermijnt. De richtinggevende doelstellingen grote, nadelige gevolgen hebben voor het platteland in de gemeente Staphorst. De sociaaleconomische gevolgen van deze startnotitie desastreus zijn voor het toekomstperspectief van de agrarische sector in de gemeente Staphorst. Agrariërs essentieel zijn voor een goed agrarisch natuurbeheer in onze gemeente.
Roept het college op: o Richting de provincie Overijssel aan te geven dat: o De doelstellingen uit de startnotit¡e NPLG onaanvaardbare gevolgen betekenen voor de agrarische sector, aanverwante bedrijven, de natuur en het platteland in de gemeente Staphorst. o Het lopende proces met betrekking tot de gebiedsgerichte aanpak en de daarin gedefinieerde doelen het uitgangspunt moeten zijn voor de stikstofaanpak en dit proces niet doorkruist moet worden door het Rijk. o Het daarnaast van groot belang is dat er een integrale aanpak komt waarbij alle sectoren betrokken worden. o Deze motie in te dienen bij PS, GS van de provincie Overijssel en de regiegroep GGA
¡
NWO. Deze motie bij alle gemeenteraden in Nederland kenbaar te maken.
En gaat over tot de orde van de dag
ChristenUnie
SGP
Gemeentebela
CDA
A. Hokse
Schra
Stemverhouding:
Voor
SGP
CU
CDA
GB
6
5
7
a,
Tegen
Deze mot¡e ¡s Aangenomen
K
n n
Verworpen Overgenomen lngetrokken
S.M.H. Voortman
er
J. ten
PvdA
1 6. 220617 Brief Raad van State verzoek informatie termijn verlenging voorlopige voorziening best.plan Holtkamp
1 7. 220617 Brief Raad van State uitspraak beroep best.plan Wegensteunpunt
ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1694
Datum uitspraak
15 juni 2022
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 16 december 2020 heeft de raad van de gemeente Zevenaar het bestemmingsplan ‘’Wegensteunpunt Zevenaar’’ vastgesteld. Het plangebied ligt aan de A12 op de locatie van de voormalige grenspost Bergh in de gemeente Zevenaar. Nadat de grenspostfunctie in 1993 is komen te vervallen, is de locatie gebruikt als verzorgingsplaats zonder voorzieningen voor met name vrachtwagens. Het bestemmingsplan "Wegensteunpunt Zevenaar" voorziet in de realisering van een wegensteunpunt met bijbehorende bebouwing binnen de bestaande bestemming "Verkeer". Dit wegensteunpunt dient ter vervanging van het bestaande wegensteunpunt aan de Nieuwe Steeg in Zevenaar dat door technische verouderingen en een gelimiteerde capaciteit niet langer voldoet. [appellant] is eigenaar van het perceel [locatie A] dat grenst aan het plangebied. De woning van [appellant] op dat perceel ligt 350 m van de snelweg en 150 m van het te realiseren wegensteunpunt. [appellant] vreest voor geluidsoverlast in de nacht.
Volledige tekst 202100953/1/R4. Datum uitspraak: 15 juni 2022 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: [appellant], wonend te Beek, gemeente Montferland, appellant, en
1
de raad van de gemeente Zevenaar, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 16 december 2020 heeft de raad het bestemmingsplan ‘’Wegensteunpunt Zevenaar’’ vastgesteld. Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld. De raad heeft een verweerschrift ingediend. [appellant] heeft een nader stuk ingediend. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 23 maart 2022, waar [appellant], bijgestaan door mr. H.A. Pasveer, advocaat te ’s-Hertogenbosch, en Rijkswaterstaat, vertegenwoordigd door mr. M.D. van Gils, vergezeld door ing. M. Bakker en ing. M. Andel, zijn verschenen. De raad, vertegenwoordigd door G.J.J. Schut, heeft via een videoverbinding deelgenomen. Overwegingen Inleiding 1. Het plangebied ligt aan de A12 op de locatie van de voormalige grenspost Bergh in de gemeente Zevenaar. Nadat de grenspostfunctie in 1993 is komen te vervallen, is de locatie gebruikt als verzorgingsplaats zonder voorzieningen voor met name vrachtwagens. Het bestemmingsplan "Wegensteunpunt Zevenaar" (hierna: het bestemmingsplan) voorziet in de realisering van een wegensteunpunt met bijbehorende bebouwing binnen de bestaande bestemming "Verkeer". Dit wegensteunpunt dient ter vervanging van het bestaande wegensteunpunt aan de Nieuwe Steeg in Zevenaar dat door technische verouderingen en een gelimiteerde capaciteit niet langer voldoet.
Bij winterse weersomstandigheden worden strooiwagens bij het wegensteunpunt gevuld met strooizout. Deze werkzaamheden vinden ook ‘s nachts plaats. Daarnaast dient het wegensteunpunt als calamiteitensteunpunt. [appellant] is eigenaar van het perceel [locatie A] dat grenst aan het plangebied. De woning van [appellant] op dat perceel ligt 350 m van de snelweg en 150 m van het te realiseren wegensteunpunt. [appellant] vreest voor geluidsoverlast in de nacht als gevolg van werkzaamheden bij het wegensteunpunt. Hij wil daarom dat er een geluidswal wordt geplaatst. Juridisch kader 2. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling oordeelt niet zelf of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het plan onevenredig zijn in verhouding tot de met het plan te dienen doelen. Referentieniveau en goed woon- en leefklimaat 3.
[appellant] betoogt dat de realisering van het wegensteunpunt in strijd is met het geluidbeleid van de gemeente Zevenaar, omdat de geluidbelasting bij zijn woning als gevolg
2
van het wegensteunpunt hoger is dan het referentieniveau. Volgens [appellant] heeft de raad ten onrechte niet zelf het referentieniveau bij zijn woning of in de richting van die woning bepaald. Hij stelt dat uit rapporten die ingenieursbureau AV Consulting B.V. (hierna: AV Consulting) op zijn verzoek heeft opgesteld, blijkt dat de geluidbelasting als gevolg van het wegensteunpunt bij zijn woning ruim 39 dB(A) in de nachtperiode bedraagt, terwijl het referentieniveau maar 35 dB(A) is. 3.1. In paragraaf 8.3.2 van het Gemeentelijk geluidbeleid 2008 Zevenaar (hierna: het geluidbeleid) staat: "Deze nota bevat de ambitiewaarden waarmee bij de vergunningverlening en beoordeling van het geluidsaspect in het kader van de Barim rekening gehouden moet worden. Deze ambitiewaarden gelden in ieder geval voor nieuw te vestigen bedrijven. Bij uitbreidingen of wijzigingen van bestaande bedrijven (met een Wm vergunning) moeten de akoestische gevolgen daarvan in principe ook getoetst worden aan de ambitiewaarden uit de nota. Daarbij moet echter bedacht worden dat er soms sprake is van een moeilijk aanpasbare feitelijke situatie, waardoor de mogelijkheden om de uitbreiding of wijziging akoestisch gezien te optimaliseren, beperkt is.
In dergelijke gevallen zou, na een bestuurlijke afweging, afgeweken kunnen worden van de ambitiewaarde en meer aansluiting kunnen worden gezocht bij de normstelling uit de vigerende vergunning(en). […]" In paragraaf 8.3.3 staat: […] "Daarnaast hanteert de gemeente bij bedrijven in het buitengebied de hier onderstaande uitgangspunten. […] Beleidsuitspraak: voor het buitengebied geldt dat de gemeente aansluiting zoekt bij het referentieniveau van het omgevingsgeluid. Als het wegverkeerslawaai bepalend is voor het omgevingslawaai en minus 10 dB hoger is dan de ambitiewaarde van het gebied, geldt het referentieniveau als bovengrens." 3.2. In de plantoelichting heeft de raad toegelicht dat het plan moet worden getoetst aan het geluidbeleid. Onder verwijzing naar het onderzoek van Witteveen en Bos van 30 april 2020 heeft de raad zich op het standpunt gesteld dat gezien de ligging direct aan de snelweg met heersende geluidniveaus van 62 tot 64 dB(A) ten gevolge van wegverkeer de ambitiewaarde van 35 dB(A) hier niet realistisch is. Volgens de raad wordt wel voldaan aan de bovengrens op basis van het heersende referentieniveau op grond van de heersende geluidproductieplafondwaarden van de A12. Daarbij is de raad ervan uitgegaan dat het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau als gevolg van het wegensteunpunt ter plaatse van de woning van [appellant] 39 dB(A) is in de nachtperiode. 3.3.
In zijn zienswijze heeft [appellant] onder verwijzing naar het rapport van AV Consulting van 10 augustus 2020 betoogd dat het akoestisch onderzoek van Wittenveen en Bos van 30 april 2020 onjuist is. Volgens AV Consulting wordt het heersende omgevingsgeluid ter plaatse van de woning van [appellant] bepaald door het wegverkeer verminderd met 10 dB. Uitgaande van de verkeersgegevens uit het geluidregister-wegen bedraagt de geluidbelasting in de nacht 45 dB(A) ter plaatse van de woning, zodat de toetsingswaarde 35 dB(A) bedraagt. 3.4. In zijn reactie op de zienswijze van [appellant] stelt de raad dat het allerminst zeker is dat het referentieniveau, berekend door het equivalente geluidniveau van het wegverkeer te
3
verminderen met 10 dB(A), hoger zal zijn dan het omgevingsgeluid (hierna: L95). Gezien de afstand tot de A12 van ongeveer 350 m, verwacht de raad dat het verkeerslawaai weinig fluctueert en daardoor een vrij constant karakter heeft. Hierdoor zal het L95 dichtbij de gemiddelde waarde liggen, waardoor deze bepalend is voor het referentieniveau van het omgevingsgeluid. Gezien de Lden van 54 dB vanwege de snelweg is volgens de raad een waarde van 50 dB(A) voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau een goed uitgangspunt om een goed woon- en leefklimaat te garanderen. 3.5. Witteveen en Bos heeft als reactie op de zienswijze van [appellant] en het rapport van AV Consulting van 10 augustus 2020 een nadere notitie van 16 december 2020 opgesteld. Volgens die notitie is er geen rapportage beschikbaar van de metingen van AV Consulting, zodat de uitvoering niet te controleren is. Uit de metingen zou blijken dat het L95 in de nachtperiode een waarde van 35 dB(A) heeft (geluidsklasse 0: redelijk rustig). De A12 leidt tot een gemiddeld niveau van 46 dB(A). Het L95 tijdens de metingen is dus blijkbaar 11 dB(A) lager dan het gemiddelde niveau. Voor een vrij constante geluidsbron als een rijksweg is dit opmerkelijk. Wellicht was tijdens de metingen vanwege COVID-19 de verkeersintensiteit lager dan normaal, omdat EU landen ‘op oranje' staan, aldus de notitie.
In de notitie staat daarnaast dat voor een goed woon- en leefklimaat uitgegaan kan worden van het referentieniveau van het omgevingsgeluid. In het rapport van 30 april 2020 wordt voor de nachtperiode een geluidsniveau (op de betreffende woning) van 39 dB(A) berekend. Dit is eveneens geluidklasse 0: redelijke rustig (voor industrielawaai) conform het geluidbeleid, aldus de notitie. 3.6. Op verzoek van [appellant] heeft AV Consulting een nieuw akoestisch rapport van 6 januari 2021 opgesteld. Volgens AV Consulting blijkt uit het door haar gedane onderzoek dat het gemeten referentieniveau van het omgevingsgeluid hoger ligt dan de berekende geluidbelasting vanwege het wegverkeerslawaai verminderd met 10 dB, zodat voor de normstelling uitgegaan moet worden van het gemeten referentieniveau van het omgevingsgeluid (de L95-niveaus). Het referentieniveau, gebaseerd op L95, is bij de woning van [appellant] in de nachtperiode 36 dB(A) op een beoordelingshoogte van 5,0 m. Op de begane grond is het referentieniveau in de nachtperiode 35 dB(A). Deze waarden dienen volgens AV Consulting als uitgangspunt te worden genomen voor de geluidsvoorschriften ter plaatse van de woning. 3.7. In een notitie van 24 februari 2021 reageert Witteveen en Bos op het nieuwe rapport van AV Consulting.
Volgens Witteveen en Bos zijn de gedane metingen niet representatief voor de situatie ter plaatse, omdat de gevelcorrectie niet goed is uitgevoerd, de meting heeft plaatsgevonden op een onjuiste gevel en de verkeersintensiteiten in de meetperiode van 1 december 2020 tot en met 12 december 2020 25% lager waren dan gemiddeld op het betreffende wegvak. Witteveen en Bos concludeert dat het gepresenteerde referentieniveau door AV Consulting verhoogd moet worden met 3,3 tot 4,3 dB(A), zodat het referentieniveau bij de woning van [appellant] niet gemiddeld 36,2 dB(A) maar ongeveer 40 dB(A) bedraagt. 3.8. In het rapport van AV Consulting van 2 maart 2021 reageert zij op het verweerschrift van de raad en de notitie van Witteveen en Bos van 24 februari 2020. Volgens AV Consulting moet het referentieniveau van het omgevingsgeluid conform de Handreiking Industrielawaai en Vergunningverlening en de Richtlijnen voor karakterisering en meting van het omgevingsgeluid, IL-HR-15-01 bepaald worden daar waar hinder kan worden ondervonden en heeft zij dat met haar metingen gedaan. Zij heeft toegelicht waarom een correctie voor gevelreflectie van 3 dB gerechtvaardigd is. Wat de lagere verkeersintensiteiten betreft heeft AV Consulting erop gewezen dat die waarschijnlijk veroorzaakt worden door de Coronacrisis
4
en dat niet met zekerheid te stellen is dat de verkeerintensiteit zich in de toekomst weer zal herstellen tot 100% (de oorspronkelijke verkeersintensiteit). Het is mogelijk dat de verkeersintensiteit laag zal blijven, omdat ook na de Coronacrisis veel mensen thuis zullen blijven werken. 3.9. Uit de hiervoor genoemde stukken blijkt dat de raad wisselende standpunten ingenomen heeft omtrent de te hanteren berekenwijze van het referentieniveau. In eerste instantie heeft de raad zich op het standpunt gesteld dat moet worden gekeken naar het geluidniveau van het wegverkeer verminderd met 10 dB, maar later heeft de raad zich op het standpunt gesteld dat moet worden gekeken naar het referentieniveau, gebaseerd op L95. De raad heeft echter zelf geen onderzoek uitgevoerd naar het L95 ter hoogte van het perceel van [appellant]. De raad heeft alleen, aan de hand van notities van Witteveen en Bos, gereageerd op het onderzoek van AV Consulting naar het L95. Gelet hierop oordeelt de Afdeling dat het besluit in strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) onvoldoende zorgvuldig is voorbereid. Het betoog slaagt. Conclusie 4. In wat [appellant] heeft aangevoerd ziet de Afdeling aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit is genomen in strijd met artikel 3:2 van de Awb. Het beroep is daarom gegrond en het bestreden besluit moet worden vernietigd.
Gelet op de aard van het gebrek in het bestreden besluit komt de Afdeling niet toe aan een bespreking van de overige beroepsgronden van [appellant]. 4.1. De raad zal alsnog zelf een onderzoek moeten laten doen naar het L95. Daarbij merkt de Afdeling op dat [appellant] het wegensteunpunt niet wil tegenhouden. [appellant] wil dat geluidreducerende maatregelen worden genomen. Aan de hand van het nieuwe geluidonderzoek zal de raad moeten bezien of dergelijke maatregelen, zoals een geluidwal, moeten worden genomen. Proceskosten 5. De raad moet de proceskosten van [appellant] vergoeden. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: I. verklaart het beroep van [appellant] gegrond; II. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Zevenaar van 16 december 2020 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Wegensteunpunt Zevenaar"; III. veroordeelt de raad van de gemeente Zevenaar tot vergoeding van bij [appellant] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1518,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; IV. gelast dat de raad van de gemeente Zevenaar aan [appellant] het door hem voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 181,00 vergoedt. Aldus vastgesteld door mr. H.C.P. Venema, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.A.A.
van Roessel, griffier. w.g. Venema
5
lid van de enkelvoudige kamer w.g. Van Roessel griffier Uitgesproken in het openbaar op 15 juni 2022 457-993
6
1 8. 220621 Herinnering zienswijze april 2022 ontwerpbestemmingsplan Waaijakkers II Aerdt
1 9. 220621 Brief VNG Gelderland aanbieding rapport toekomstbestendige Gelderse Veren 2022
Van: Secretariaat VNG Gelderland <secretariaat@vnggelderland.nl> Verzonden: vrijdag 17 juni 2022 15:28 Onderwerp: Brief aanbieding rapport toekomstbestendige Gelderse Veren 2022
In de bijlage(n) van deze mail zijn potentiele bedreigingen verwijderd. Klik hier als u de originele bijlage(n) toch nodig heeft (een verklaring is vereist).
LS, Hierbij graag het verzoek om de bijgevoegde brief en het rapport toekomstbestendige Gelderse Veren 2022, met uw college en raad te delen. Met vriendelijke groet,
Secretariaat bureau VNG Gelderland 06 42 227 227 secretariaat@vnggelderland.nl
Secretariaat: Postbus 1, 6658 ZG Beneden-Leeuwen 026-669 01 96
VNG Gelderland Postbus 1 6658 ZG Beneden-Leeuwen
VNG Gelderland Vereniging van Gelderse Gemeenten
T 026 - 669 01 96 secretariaat@vnggelderland.nl www.vnggelderland.nl
Aan de colleges van B&W van de Gelderse gemeenten Beneden Leeuwen, 15 juni 2022 Betreft: aanbieding rapport toekomstbestendige Gelderse Veren 2022
Geacht college, VNG Gelderland is mede-eigenaar van het Gelderse Verenfonds. De bodem van dit fonds komt in zicht. Daarnaast heeft de andere eigenaar -provincie Gelderland- besloten uit te treden uit het bestuur van het Verenfonds. VNG Gelderland heeft daarna -met instemming van de Gelderse gemeenten- besloten tot onderzoek naar een toekomstige situatie en de rol van de overheid daarbij. Via VNG Gelderland heeft u daaraan bijgedragen. Ook Regio Rivierenland en Uit®waarde hebben hieraan met inzet van medewerkers en geld bijgedragen. Het rapport is gereed gekomen en wij bieden u dat hierbij aan. Inmiddels is met de oevergemeenten in Gelderland overlegd over een gezamenlijke aanpak vanuit de overheden. In dat overleg onderschreven de aanwezige oevergemeenten die insteek, hen wordt gevraagd dat te bevestigen en in de komende maanden zal dat worden uitgewerkt voor verdere besluitvorming. Ook provincie Gelderland zal in dit traject participeren. Trekker van dit proces is de heer Jan Wijnia, oud-wethouder en oud-gemeentesecretaris. Uiteraard krijgen de exploitanten en hun brancheorganisaties ruimte voor invulling van hun vterantwoordelijkheid hierbij. Met urïëhdelijke groet namens VNG Gelderland,
Perrw5Ms$en< Secretaris; penningmeester
Bijlage: To ïkomstbestendige Gelderse Veren 2022
Onderzoek Toekomstbestendige Gelderse veren 2022
Opdrachtgever: VNG Gelderland Rob Joosten Advies BV mei 2022
1
Inhoudsopgave 1. 2.
3.
4.
5.
6.
Woord Vooraf Managementsamenvatting Het onderzoek 1.1 Inleiding 1.2 Onderzoeksopzet en leeswijzer Het belang van de Gelderse veren 2.1 Inleiding 2.2 Het maatschappelijk belang van de veren 2.3 De waarde van de overzettingen 2.4 Vervoerskundig belang: twee voorbeelden 2.5 Samenvattend Het Gelders verenfonds 3.1 Inleiding 3.2 Toetsing subsidieaanvragen 3.3 Analyse uitgaven en inkomsten verenfonds 3.4 Samenvattend Visie ondernemers en gemeenten 4.1 Inleiding 4.2 De gesprekken met de ondernemers 4.3 De gesprekken met de gemeenten 4.4 De gesprekken samengevat Duurzame veervoorzieningen 5.1 Inleiding 5.2 De lessen uit het verenfonds 5.3 Het belang van de veren 5.4 Gesprekken met ondernemers en gemeenten 5.5 Toekomstscenario’s Conclusies en aanbevelingen 6.1 Algemeen 6.2 Conclusies 6.2 Aanbevelingen
Bijlagen: ● Lijst van geraadpleegde ondernemers, organisaties en gemeenten ● Vragenlijsten ondernemers en gemeenten ● Overzicht veren Twijnstra&Gudde (2020) ● Literatuurlijst
Pagina 3 5 11 13 14 16 18 22 23 26 27 33 38 40 42 43 46 47
49
Foto’s ● Voorpagina: bovenaanzicht Gierpont Culemborg 2 (Veerbedrijf Mason) ● pag. 15 Gierpont Culemborg 2 omstreeks 1965 naast de spoorbrug (Veerbedrijf Mason) ● pag. 28 Veerpont Steeds voorwaarts (Jansen Steeds Voorwaarts/Antoinet Roëling) ● pag. 36 Dommerholtsveer (gemeente Lochem) ● pag. 44 Brakel II (gemeente Gorinchem, Annelieke Haubrich)
2
Woord vooraf Voor u ligt de uitkomst van een onderzoek door Rob Joosten Advies BV naar de toekomst van de Gelderse Veren. Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van VNG Gelderland met ondersteuning van Regio Rivierenland en een bijdrage van Uiterwaarde. Gelderland is een provincie met veel diversiteit in het landschap. Naast zandvlaktes en uitgestrekte bossen, zijn er grote gebieden met veeteelt of akkerbouw. Door de provincie stromen grote rivieren als Waal, Rijn, IJssel, Maas en een aantal kleinere rivieren en beken. Dat geeft de provincie een natuurlijke pracht en maakt de provincie aantrekkelijk om er te wonen, te werken of te recreëren. Tegelijk levert dat ook barrières op. Vooral rivieren moeten -letterlijk- overbrugd worden en wanneer de brug te ver is, zijn er veerponten. Tussen veerponten en Gelderland bestaat een oude band. Maar wie betaalt de veerman en kan deze daarmee uit? Er zijn veerponten in soorten en maten. Sommige varen het hele jaar door en kunnen alle reizigers bedienen van (vracht)auto tot fiets en voetganger. Anderen varen een deel van het jaar en zijn vaak gericht op recreatie en toerisme. Een oversteek met een pont is soms noodzaak om van A naar B te komen, maar kan ook een leuk onderdeel zijn van een mooie fietstrip of wandeltocht.
In het begin van de jaren negentig zijn de verantwoordelijkheden van de overheid voor de veren overgeheveld van rijk naar decentrale overheden. Na een langdurig traject werd met de Wet Herverdeling Wegenbeheer (WHW) begin jaren negentig het beheer van de wegen herverdeeld en voor een deel gedecentraliseerd naar provincies en gemeenten. Daarbij ging het om ongeveer een miljard gulden waarvan het rijk 40 miljoen zou krijgen, gezamenlijke provincies 595 miljoen, gemeenten en waterschappen 380 miljoen gulden. In die overheveling gingen veerponten mee als onderdeel van het mobiliteitsnetwerk. Om die verantwoordelijkheid invulling te geven hebben provincie Gelderland en de Gelderse gemeenten (via VNG Gelderland) een Verenfonds in het leven geroepen en daar de uitkering uit de WHW (elk 8 miljoen gulden) in ondergebracht (totaal € 7,3 miljoen). Het doel was het leveren van een bijdrage aan een doelmatige instandhouding van overzetveren in Gelderland. Vanuit de opbrengsten van het fonds zouden tekorten in veerexploitaties aangevuld kunnen worden. Dat ging goed zolang de rente voldoende was om de tekorten te dekken, en in 2006 is er een aanvulling van Rijkszijde geweest. Provincie Gelderland heeft die storting toen verdubbeld tot € 8 miljoen.
Daarmee leek het fonds zo stevig gevuld dat in 2011 de jaarlijkse storting vanuit recreatie en toerisme (€ 160.000) door de provincie werd afgebouwd en verlaagd tot een jaarlijkse bijdrage van € 16.000, die per 2022 beëindigd is. Eind 2018 hebben de Gelderse staten in een motie GS van Gelderland gevraagd om onderzoek: • naar de kosten per reiziger, toekomstig reizigerspotentieel en de verduurzamingsopgave van de veer- en vaarverbindingen in breder perspectief, inclusief nieuwe verbindingen en concepten zoals de watertaxi/bus en • naar veer- en vaarverbindingen en een visie te ontwikkelen op duurzame, betrouwbare, financieel gezonde en innovatieve voorzieningen voor in de toekomst. Die motie heeft geleid tot een rapportage ‘Onderzoek naar veren in Gelderland’ van Twijnstra&Gudde. Op basis daarvan heeft GS vanuit de omgevingsvisie Gaaf Gelderland de raakvlakken van de provincie met veren bezien. In de weging daarvan heeft GS de staten
3
voorgesteld geen beleidsmatige of financiële rol te kiezen richting de veren en de exploitatie te laten bij commerciële partijen en gemeenten. De staten van Gelderland hebben daar in september 2020 steun aan gegeven; de vraag naar maatwerk en enkele opties bleven daarbij ter nadere uitwerking over. Daarmee werd het bestuur van VNG Gelderland na 25 jaar samen optrekken geconfronteerd met een afbouw van de gezamenlijke verantwoordelijkheid van provincie en VNG Gelderland voor het fonds, tegen de achtergrond van een uitputting van het fonds in de voorliggende jaren. Wat te doen? Wat is nodig om te komen tot een visie op een vitaal bestel aan veerponten en welke rol heeft de overheid bij de instandhouding van veren, wanneer de exploitatie tekortschiet. Welke scenario’s zijn dan in beeld voor een gezonde en verantwoorde beoordeling. De Gelderse gemeenten hebben via VNG Gelderland middelen voor het onderzoek beschikbaar gesteld, naast een bijdrage van Regio Rivierenland en van Uiterwaarde. VNG Gelderland vindt draagvlak onder exploitanten en van overheden van belang om tot een keuze te komen. Het traject van totstandkoming van dit rapport toonde dat èn de veranderde rol van de provincie èn de uitputting van het fonds bij veel overheden en exploitanten niet bekend waren. Er is een proces van bezinning op gang gekomen, dat door het bijna lege fonds onder druk tot keuzes moet leiden.
Daarmee wordt een beroep gedaan op exploitanten en hun brancheorganisaties en op de (gemeentelijke) overheden om positie te kiezen. Het is nu ‘alle hens aan dek’, de tijd dringt. In het vervolg op dit onderzoek zullen exploitanten en gemeenten ieder voor zich en samen de schouders moeten zetten onder het vorm geven van een gezond verenbestel, waarbij eventuele bijdragen van de overheid gericht zijn op gezamenlijk afgesproken resultaten binnen een doelmatige bedrijfsvoering. Daarmee vormt dit rapport een basis voor verdere inzet van veerexploitanten en van de overheid. VNG Gelderland
4
Managementsamenvatting Inleiding In Gelderland is door provincie en gemeenten in de afgelopen decennia een uniek Verenfonds ingezet om veren financieel te ondersteunen. Dit omdat veerdiensten, waar een brug ontbreekt of deze ver weg ligt, passagiers en voertuigen over een rivier of kanaal vervoeren. Ze verbinden en verlengen daarmee wegen en fietspaden en spelen zo een belangrijke rol binnen de mobiliteit van Gelderland. Helaas verkeren diverse Gelderse veerdiensten financieel gezien in zwaar weer omdat de inkomsten niet tegen de uitgaven opwegen. Gedurende enkele decennia konden gemeenten een beroep op het Gelders Verenfonds doen voor financiële ondersteuning van niet-renderende veren. Het einde van deze ondersteuning lijkt in zicht, want het Gelders Verenfonds raakt uitgeput rond 2024. Het voortbestaan van dit Verenfonds is allerminst zeker, omdat het provinciaal bestuur in 2021 heeft besloten geen rol voor zich te zien met betrekking tot de veren, behoudens, tot op heden nog niet gedefinieerd, maatwerk. De Provincie Gelderland is van oordeel dat veren slechts lokaal relevant zijn en dat oevergemeenten verantwoordelijk zijn voor de veren. In beginsel zijn de gemeenten over enige jaren dus alleen aan zet, samen met de exploitanten. Het is echter de vraag of zij in staat zijn (en willen/kunnen zijn) om deze (financiële) verantwoordelijkheid voor hun rekening te nemen.
Het belang van de Gelderse veren Om een adequate discussie te voeren over het al dan niet financieel ondersteunen van de veren is gestart met een algemene analyse van de veerdiensten in Gelderland en hun belang. Duidelijk is dat de belangen van de veren bijna alle facetten van ons dagelijks leven raken en veel verder reiken dan op het eerste gezicht door de provincie Gelderland wordt aangenomen. De kwalitatieve waarde van deze belangen voor bijvoorbeeld ons sociale leven, het toerisme, het milieu of onze (cultuur)historie zijn groot maar echter moeilijk te becijferen. Het economisch belang van de veren is als enige belang (beter) kwantificeerbaar en dat geeft een indicatie aan welke waarde omvang we moeten denken bij de Gelderse veren. De waarde van het economisch belang van de overzettingen op utilitaire Gelderse veren bedraagt op basis van een grove doorrekening van kengetallen uit 2016 indicatief € 92 miljoen per jaar. Samen met de waarde van de overzettingen door de betaalde recreatieve
5
Gelderse veren en de bestedingen van recreatieve veergebruikers op bijvoorbeeld horecaterrassen kan een jaarlijkse waarde van € 100 miljoen worden verondersteld.
Het Gelders Verenfonds Het fonds van de Stichting Gelderse Veren voorziet in incidentele en vooral structurele jaarlijkse bijdragen in de exploitatietekorten van ongeveer de helft van alle Gelderse veren. De gemeenten zijn aanvrager van de subsidie. Het zijn met name particuliere veren die, via een oevergemeente, een beroep doen op subsidie van het verenfonds. De autoveren die een beroep doen op het fonds genereren gezamenlijk een exploitatieverlies van circa € 1,0 miljoen jaarlijks. De fiets- voetveren realiseren jaarlijks een exploitatietekort van circa een € 0,5 miljoen, derhalve samen circa € 1,5 miljoen. Hiervan wordt ongeveer een derde deel door de gemeenten gedragen en komt ca. één miljoen uit het fonds. De jaarlijkse tekorten zijn min of meer structureel en lopen bij de autoveren jaarlijks op. Bij de fiets- voetveren stijgt het totaal aan uitkeringen niet echt en slechts een enkel veer springt eruit met een flinke stijging. Tegenover het totaal aan uitkeringen van het verenfonds dat 80% van het exploitatietekort dekt staat 20% aan ongedekt exploitatietekort voor gemeenten. In 2019 pasten de gemeenten voor autoveren in totaal ongeveer € 200.000, -- bij in de tekorten. Bij de voetfietsveren was dit op basis van een 35% bijdrage van het verenfonds ongeveer € 350.000,--, 65% van het exploitatietekort.
In het geval het twee Gelderse oevergemeenten betreft kan het tekort door twee gemeenten gezamenlijk opgevangen worden. Bij interprovinciale veren ontvangt de Gelderse gemeente 50% van de bijdrage. Van de exploitanten wordt geen bijdrage verwacht. In prikkels vanuit het fonds naar gemeenten en exploitanten om de uitputting van het fonds af te remmen of te voorkomen voor zover dit mogelijk is- voorziet het fonds nauwelijks.
6
Visie ondernemers en gemeenten De provincie Gelderland is de provincie in Nederland met de meeste veren binnen haar grenzen: er varen 22 utilitaire veren en 26 toeristische veren (2021). Deze 48 veren worden geëxploiteerd door 27 ondernemers; diverse ondernemers exploiteren meerdere veren. Soms zijn gemeenten zelf exploitant van een veer. Het aantal Gelderse gemeenten dat een veer binnen haar grenzen heeft bedraagt 32. In het kader van het onderzoek zijn in 2021 interviews gehouden met ondernemers en gemeenten. Voorafgaand aan de gesprekken is aan alle partijen een vragenlijst (zie bijlage) toegezonden met het verzoek deze vooraf ingevuld te retourneren. Uit de gesprekken met de ondernemers en de gemeenten blijkt dat over veel onderwerpen hetzelfde wordt gedacht. De belangrijkste zaken staan hieronder. Algemeen • Voor zowel ondernemers als voor gemeenten geldt dat niet iedereen het rapport van Twijnstra & Gudde kent en niet iedereen de ernst van de (financiële) problematiek beseft. • Zowel ondernemers als gemeenten lijken redelijk overvallen door de snelheid waarmee na 30 jaar een abrupte einde van het fonds in zicht komt. • Men is van mening dat het fonds (of op zijn minst een fonds met gewijzigde doelstellingen) zou moeten blijven bestaan maar een betere werking zou moeten kennen. Spoedige actie is nodig, beter laat dan nooit.
Het Gelders verenfonds • Zowel gemeenten als ondernemers zijn voorstander van het structureel of incidenteel ondersteunen van veerexploitaties en willen het fonds niet afschaffen. Het dient dan wel exploitanten meer te prikkelen door een andere werking op basis van overeengekomen en vastgelegde voorwaarden, bijvoorbeeld op basis van een verbeterplan. • Het fonds kan ingezet worden voor maatwerk zoals verduurzaming of andere specifieke belangen. Met andere woorden een verenfonds voor “maatwerk op divers gebied”. De problematiek bij de veren • De ondernemers geven aan dat het vanwege de kosten voor exploitanten steeds moeilijker wordt om zelfstandig het hoofd boven water te houden. • De samenwerking binnen de verenbranche is niet optimaal en de belangenbehartiging is niet professioneel. Duurzaamheid ● Een ondersteunend fonds dient een rol te hebben op het gebied van duurzaamheid; de meeste gemeenten hebben nog niet nagedacht over de verduurzaming van veerponten. Tarieven ● Ondernemers zijn erg voorzichtig met tariefsverhogingen vanwege de concurrentiegevoeligheid en mogelijke gevolgen voor de omzet. De tariefstelling lijkt deels een gevoelskwestie; gezamenlijk optrekken (overleg en onderzoek) daarin is lastig maar wel noodzakelijk.
● Een prijsverhoging voor toeristen en recreanten lijkt voor de meeste gemeenten geen probleem mits de scholieren en inwoners (enigszins) ontzien worden met rittenkaarten en abonnementen. ● Tariefsverhogingen moeten in de ogen van beide partijen gefaseerd en goed gecommuniceerd over het hoe en het waarom ingevoerd worden. Beleid ● Een probleem is dat de veren met verschillende provinciale en gemeentelijke beleidsvelden te maken hebben en vrijwel altijd met ambtenaren die geen expertise
7
●
hebben op verengebied. Veren worden vanuit de overhead niet integraal maar sectoraal bekeken. Veren zijn een varende brug maar vaste bruggen zijn gratis. De OV-status wordt met getemperd enthousiasme bekeken want verplicht aanbesteden is niet goed mogelijk en minder gewenst; maar een vorm van landelijke ondersteuning is welkom.
Routestructuren e.d. ● De veren zijn onderdeel van het toeristische knooppunten netwerk voor fietsers en wandelaars en erg belangrijk voor de rivierbeleving. Zonder uitzondering benoemen niet alleen de ondernemers maar ook alle gemeenten met nadruk de grote belangen voor het toerisme en de recreatie. Zij op de lokale, bovenlokale en regionale gevolgen van het eventueel stoppen van exploitaties. Samenvattend is het standpunt van partijen: het verenfonds in Gelderland niet afschaffen maar anders inrichten, gericht op een betere werking: het dient veerondernemers en gemeenten veel meer dan nu te prikkelen om een renderende exploitatie te realiseren. Voorts zou een inzet van het fonds voor het verduurzamen van de schepen of voor andere specifieke belangen door “maatwerk op divers gebied” mogelijk moeten zijn. Duurzame veervoorzieningen Zonder verdere maatregelen staan verliesgevende veren en de gemeenten, waar deze veren varen, er vanaf 2024 alleen voor. Het is op voorhand niet aan te geven wat er precies gaat gebeuren en met welke veren. De veren die gebruik maken van het Verenfonds kampen met een gebrek aan evenwicht tussen inkomsten en uitgaven waar blijkbaar meerdere oorzaken aan ten grondslag liggen.
Met het verenfonds achter de hand was dit voor deze ondernemers tot op heden slechts een “relatief klein probleem”; sterker nog, het is in veel gevallen een marginaal onderwerp van discussie. Het fonds is er immers niet op gericht exploitatietekorten en/of subsidies te verkleinen met als doel een lagere onttrekking uit het fonds. Er was toch geld genoeg tot 2012. Vanaf dat moment stopten de aanvullende stortingen door de provincie Gelderland; er zette een periode van rentedaling in. Hoewel de uitputting van het fonds voor zover bekend en in de loop der tijd in diverse gremia aan de orde is geweest, heeft dit nimmer geleid tot werkelijke actie en/of verbeterende maatregelen. Bijvoorbeeld door het aanpassen van de voorwaarden van het Gelders verenfonds, een betere controle of het realiseren van extra stortingen in het fonds. Met het fondseinde in zicht realiseren alle partijen zich nu dat er huiswerk op dit gebied te doen valt. Maar de resterende tijd is beperkt. Op basis van het voorgaande zijn twee scenario’s te benoemen die de ondersteuning van de exploitaties van veren als uitgangspunt hebben. Scenario 1. Het verenfonds houdt op te bestaan, de provincie voorziet in (nog niet gedefinieerd) beperkt maatwerk Het verenfonds eindigt in de loop van 2024, mogelijk gevolgd door maatwerk subsidies vanuit de Provincie Gelderland.
Het fonds kan in 2024 de laatste uitkering verrichten over het boekjaar 2023, waarna het fonds uitgeput is. De gevolgen voor de exploitaties van veren en de bereidheid van gemeenten voor ondersteuning zijn niet exact te voorspellen. Zonder hogere bijdragen van de gemeenten zullen enkele gemeentelijke of particuliere veren stoppen of failliet gaan. De maximaal benodigde aanvullende bijdrage, naast de € 500.000,-- die de gemeenten nu betalen (autoveren 20%, fiets- voetveren 65 %), bedraagt bij een ongewijzigde structuur van het fonds ca. € 1.000.000,--, gelijk aan de huidige jaarlijkse ondersteuning.
8
Scenario 2. Het gezamenlijk ontwikkelen van een adequaat arrangement (instrument) ter ondersteuning van veren Om in de toekomst een gezonde en stabiele verenbranche in Gelderland te realiseren is het noodzakelijk in een gefaseerde gezamenlijke aanpak binnen enkele jaren adequate oplossingen te creëren voor de huidige problematiek. Bij een keuze voor dit scenario is het noodzakelijk de ondersteuning vanuit het Verenfonds met enkele jaren te verlengen na 2023, maar aangepast en gericht op een adequate en lagere onttrekking. Gezamenlijk met de Provincie Gelderland zal gezocht moeten worden naar mogelijkheden het fonds voor die overgangsperiode financieel aan te vullen. Voor het einde van de overgangsperiode moet een gezamenlijk instrument voor en door de gemeenten zijn ontwikkeld voor de structurele ondersteuning van veren die zonder steun niet overleven. Bij dit scenario is het noodzaak dat exploitanten, gemeenten, provincie(s), belangenorganisaties en eventueel de centrale overheid participeren in de route naar een gezonde en stabiele veerbranche. Conclusies 1. Het maatschappelijk en economisch belang van de veren, in het algemeen en voor de provincie Gelderland, is groot en alle betrokken partijen dienen dit te onderkennen; een grove becijfering geeft aan dat de waarde van de overzettingen in Gelderland jaarlijks de € 100 miljoen beloopt.
Een tijdelijke (of naar later wellicht blijkt een structurele) ondersteuning voor de veren, die momenteel niet goed op eigen benen kunnen staan, is noodzakelijk. 2. Het Gelders Verenfonds is over de afgelopen decennia een uniek instrument gebleken om exploitaties van veerponten te ondersteunen. Door het gemak en de vanzelfsprekendheid waarmee aanvragen werden gehonoreerd is echter niet zuinig met het fonds omgesprongen. Dit heeft ertoe geleid, in combinatie met een gebrek aan vulling, dat sneller dan nodig uitputting heeft plaatsgevonden. Met een strakkere sturing op voorwaarden en uitgaven was het fonds veel langer in stand gebleven. Het is echter nog niet te laat om het tij te keren. 3. Ondernemers en gemeenten onderkennen gezamenlijk dat een adequate ondersteuning van de veren belangrijk is en zijn bereid de handen ineen te steken gericht op het verkleinen van exploitatietekorten en het vergroten van inkomsten. Het is daarbij wenselijk dat dit gebeurt in een door alle betrokken partijen onderkende verantwoordelijkheid (ondernemers, gemeenten, provincie en eventueel het Rijk). Het uiteindelijke doel is een financieel gezonde en duurzame instandhouding van veerexploitaties in Gelderland te bereiken, maar daar waar nodig financieel te ondersteunen. 4.
Om in de toekomst een gezonde en stabiele veerbranche in Gelderland te realiseren is het noodzakelijk in een gefaseerde gezamenlijke aanpak hier binnen enkele jaren naar toe te werken. Gezamenlijk onderschrijven exploitanten en gemeenten het (voorkeur) scenario waarbij gezamenlijk een adequaat arrangement (instrument) ter ondersteuning van veren wordt ontwikkeld. Het is daarbij nodig om het Verenfonds met enkele jaren te verlengen na 2023, maar aangepast en gericht op een adequate en lagere onttrekking. Gezamenlijk met de Provincie Gelderland zal gezocht moeten worden naar mogelijkheden het fonds voor die overgangsperiode financieel aan te vullen. 5. Voor het einde van de overgangsperiode moet een gezamenlijk instrument voor en door de gemeenten zijn ontwikkeld voor de structurele ondersteuning van veren die zonder steun niet overleven.
9
Aanbevelingen Er zijn, zoals hiervoor beschreven, twee scenario’s denkbaar voor de toekomst van de Gelderse veren. Ten eerste: de ondersteuning vanuit het fonds stopt in 2024 waarna, behoudens maatwerk vanuit provincie, de gemeenten zelf volledig aan zet zijn voor de ondersteuning van de veren; Ten tweede: het gezamenlijk ontwikkelen van een adequaat arrangement (instrument) ter ondersteuning van veren. Bij een keuze voor dit scenario is het noodzakelijk de ondersteuning vanuit het Verenfonds met enkele jaren te verlengen na 2023, maar aangepast en gericht op een adequate en lagere onttrekking. Ondernemers en gemeenten kunnen exploitaties en veren in deze periode gezamenlijk saneren. Door een combinatie van een lager exploitatietekort en -bijdrage en meer andere inkomsten en bijdragen ontstaat zo een betere basis voor een nieuw ondersteuningsinstrument. Op basis van dit onderzoek heeft het tweede scenario de voorkeur en worden de volgende aanbevelingen gedaan: 1. Gemeenten gaan spoedig met de veerexploitanten in overleg om gezamenlijk te inventariseren welke korte- en lange termijn exploitatieverbeteringen mogelijk zijn; op basis van de rekening 2021 wordt in 2022 een verbeterplan opgesteld, gericht op een uiteindelijk sluitende exploitatie. 2.
De brancheorganisaties LVP en VEEON worden door de VNG Gelderland benaderd om mee te denken en gezamenlijk branche brede oplossingen voor de geschetste problematiek aan te dragen, en (zo mogelijk vanuit een verbeterde en meer professionele branche vertegenwoordiging) overleg met provincie(s) en Rijk aan te gaan over de ondersteuning van de veren; 3. VNG Gelderland gaat met de oevergemeenten en met de Provincie Gelderland in overleg over de haalbaarheid van een tijdelijke financiële ondersteuning ten behoeve van de voortzetting van het Verenfonds tot tenminste 2028. Dit als voorloper van een zelf te ontwikkelen gemeentelijk ondersteuningsinstrument voor veren; 4. VNG Gelderland en oevergemeenten gaan met het bestuur van het Gelders Verenfonds in overleg om de doelstellingen en voorwaarden voor het Verenfonds voor de komende (interim) jaren aan te scherpen; 5. VNG Gelderland verzoekt de Provincie Gelderland met voorstellen te komen voor maatwerk en een instrumentarium voor de ondersteuning van utilitaire en recreatieve veren voor (utilitaire en recreatieve) fietsers; 6. VNG Gelderland en de oevergemeenten starten op korte termijn een politieke lobby gericht op Provinciale staten en de Tweede Kamerfracties om het probleem van de afbouw van de exploitatieondersteuning van veren in Gelderland onder de aandacht te brengen.
Naast de problematiek in de provincie Gelderland kan een opschaling naar een landelijk niveau worden voorgestaan.
Sturingsinstrumenten: • • • • • •
Verbeterplannen 2022 Inzet branche verenigingen Overleg VNG-Provincie-RIJK Fondsvoorwaarden aanscherpen Utilitaire en recreatieve fietsers Start politieke lobby PS en 2e Kamer
10
1.Het onderzoek 1.1 Inleiding In Gelderland is door provincie en gemeenten in de afgelopen decennia een uniek Verenfonds ingezet om veren financieel te ondersteunen. Dit omdat veerdiensten, waar een brug ontbreekt of deze ver weg ligt, passagiers en voertuigen over een rivier of kanaal vervoeren. Ze verbinden en verlengen daarmee wegen en fietspaden en spelen zo een belangrijke rol binnen de mobiliteit van Gelderland. Helaas verkeren Gelderse veerdiensten financieel gezien in zwaar weer omdat de inkomsten niet tegen de uitgaven opwegen. Gedurende enkele decennia konden gemeenten een beroep op het Gelders Verenfonds doen voor financiële ondersteuning van niet-renderende veren. Helaas lijkt het einde van deze ondersteuning in zicht, want het Gelders Verenfonds raakt uitgeput rond 2024. Het voortbestaan van dit Verenfonds is allerminst zeker, omdat het provinciaal bestuur in 2021 heeft besloten geen rol voor zich te zien met betrekking tot de veren, behoudens maatwerk. De Provincie Gelderland is van oordeel dat veren lokaal relevant zijn en dat oevergemeenten verantwoordelijk zijn voor de veren. In beginsel zijn de gemeenten over enige jaren dus alleen aan zet, samen met de exploitanten. Het is echter de vraag of zij in staat zijn (en willen/kunnen zijn) om deze (financiële) verantwoordelijkheid voor hun rekening te nemen.
Indien dit niet het geval is heeft dat hoogstwaarschijnlijk vrij snel tot gevolg dat een aantal veren in de financiële problemen komt. Ook de Coronapandemie sinds maart 2020 leidde onverwacht tot minder reisbewegingen en lagere omzetten bij diverse veerexploitanten. Het staken van veerexploitaties is daardoor denkbeeldig en dat brengt consequenties met zich mee. De bereikbaarheid van bepaalde gebieden en onderwijs- of medische instellingen kunnen hiervan nadelige gevolgen ondervinden. Dat geldt evenzeer voor veerdiensten die deel uit maken van een fietsknooppuntennetwerk of onderdeel zijn van wandelroutes. Dit onderzoek probeert een antwoord te geven op de vraag hoe partijen kunnen voorsorteren op het naderende einde van het Verenfonds. Belangrijk daarbij is de visie van ondernemers en gemeenten voor het antwoord op de vraag hoe in Gelderland toch een toekomstbestendig netwerk van veren in stand kan blijven en wat zij als mogelijke oplossing zien.
1.2 Onderzoeksopzet en leeswijzer De door de opdrachtgever aangegeven deelvragen als doelstelling voor het onderzoek luidden als volgt: • • • •
wat is het belang van de veren in Gelderland?; analyseer de huidige overheidsondersteuning via het Gelders verenfonds; welke mogelijke scenario’s zijn denkbaar voor (overheids)ondersteuning in Gelderland?; formuleer een voorstel op hoofdlijnen met ingrediënten, uit te werken door opdrachtgever/overheid/ondernemers.
Om een adequate discussie te voeren over het al dan niet financieel ondersteunen van de veren is gestart met een algemene analyse van de veerdiensten in Gelderland. Het onderzoek heeft zo goed als mogelijk de omvang van het belang van de Gelderse utilitaire en recreatieve veren in beeld gebracht in hoofdstuk 2. Het Gelders Verenfonds bestaat ongeveer 25 jaar en heeft een groot aantal jaarlijkse uitkeringen aan gemeenten verricht. De wijze van ondersteuning door het Verenfonds wordt 11
in hoofdstuk 3 geanalyseerd. Dit op basis van beschikbare gegevens van het verenfonds over welke veren (veer/type/gemeente/particulier/bedrag) vanaf 2010 is uitgekeerd. Bekeken is of de voorschriften vanuit het fonds in de loop der jaren zijn gewijzigd en hoe het is gegaan met de inkomsten van het fonds. Verder is de wijze van beoordelen van de subsidieaanvragen bezien en zijn algemene conclusies getrokken. In hoofdstuk 4 wordt verslag gedaan van de gesprekken met ondernemers, belangengroepen en gemeenten. Daartoe heeft een gespreksronde plaatsgevonden onder de helft van de betrokken ondernemers en gemeenten. Voorafgaand aan de gesprekken is een vragenlijst toegezonden met het verzoek deze ingevuld te retourneren. Met deze informatie in de hand zijn de gesprekken gevoerd. Er zijn geen gebruikers van veren bevraagd en er worden geen uitspraken over individuele veren gedaan. Op basis van literatuurstudie, de gesprekken en een analyse van de geïnventariseerde gegevens zijn eerst bevindingen en daarna oplossingsrichtingen geformuleerd. Deze oplossingsrichtingen zijn vervolgens getoetst. Dit door een presentatie en discussie in twee bijeenkomsten: een bijeenkomst voor ondernemers en gemeenten (ambtelijk) en een bijeenkomst voor bestuurders van gemeenten.
In hoofdstuk 5 wordt het resultaat van het onderzoek gepresenteerd hoe te komen tot een duurzame veervoorziening, gedragen door ondernemers en gemeenten. Hoofdstuk 6 sluit samenvattend af met conclusies en aanbevelingen.
12
2. Het belang van de Gelderse veren 2.1 Inleiding Veerdiensten hebben het transporteren van passagiers en voertuigen als doel en spelen daarmee een belangrijke rol binnen de mobiliteit van onze waterrijke maatschappij. Die rol is breder dan transport alleen. Het ontsluiten van gebieden en de beleving van recreatie en toerisme bijvoorbeeld zou er anders uitzien zonder veerdiensten. En wat te denken van een deel van de schoolgaande jeugd dat bij gebrek aan een veer dagelijks tientallen kilometers zou moeten omfietsen. De rol die veerdiensten daarmee in ons waterrijke land en in ons leven spelen is aanzienlijk, maar de omvang van die rol is nauwelijks bekend. Duidelijk is dat veren zowel een immateriële als een materiële opbrengst hebben. De becijfering van deze opbrengsten is niet eenvoudig. In het verleden zijn in Nederland diverse onderzoeken verricht naar de rol en het belang van veerdiensten. Uit een onderzoek van M.A. Oostinjen (Hoe ver is de overkant, M.A. Oostinjen, 2004) bleek dat de veerdiensten in Nederland zowel vanuit maatschappelijk als economisch oogpunt een onmisbare rol vervullen. In opdracht van het Landelijk Veren Platform (LVP) is in 2010 een studie naar deze rol uitgevoerd als update op het onderzoek van Oostinjen (De verdiensten van veerdiensten, H.F.A. den Hartogh, 2010).
Mark Hoekstra heeft met zijn rapportage uit 2017 (Wel-varend, Mark Hoekstra, 2017) andermaal een update van beide eerdergenoemde onderzoeken uitgebracht, ditmaal ook met betrokkenheid van de Vereniging van Eigenaren en Exploitanten van Overzetveren in Nederland (VEEON). In de literatuur is verder weinig of geen (recent) onderzoek te vinden dat landelijk of per provincie concreet het economisch belang van veerdiensten duidt. Het onderzoek van Hoekstra is niet opgesplitst in provincies, maar gaat over de veren in heel Nederland. Veerdiensten zijn qua aantal niet gelijk verspreid over Nederland, er zijn concentratiegebieden. De provincie Gelderland heeft de meeste veren binnen haar grenzen varen waarvan 23 stuks interprovinciaal varen. Volgens het meest recente Onderzoek naar veren in Gelderland in opdracht van de Provincie Gelderland (Onderzoek naar veren in Gelderland, Twijnstra Gudde, 2020) zijn dat een kleine vijftig veren. Dat is maar liefst een zesde deel van de circa 300 (zoetwater) veren die volgens Hoekstra in heel Nederland varen. In dit hoofdstuk wordt beknopt beschreven wat het belang van de veerdiensten in Gelderland is.
Dit maatschappelijk belang van veerdiensten strekt zich uit over meerdere beleidsvelden: - sociale aspecten; - verkeerskundige aspecten; - milieueffecten; - recreatie en toerisme; - cultuurhistorie- en educatie; - landschap en ecologie; - economie De meeste belangen zijn kwalitatief van aard en kunnen lastig in kwantitatieve waarden uitgedrukt worden. Hoekstra heeft zich in zijn onderzoek met name op het economisch belang van veerdiensten gericht en heeft met een bepaalde methodiek een kwantitatieve waarde van het belang van alle Nederlandse veren berekend. Het valt buiten de reikwijdte
13
van dit onderzoek om met eenzelfde methodiek het economisch belang van de veerdiensten in Gelderland in beeld te brengen. Daarom is op basis van zijn uitkomsten een beperkte doorrekening naar Gelderland gemaakt op basis van het aantal veren. Hoewel dit een grove methode is, dient het theoretische rekenvoorbeeld alleen om gevoel te krijgen van de omvang van de toegevoegde waarde van de Gelderse veren. Het op deze wijze in beeld brengen van het belang van de veren is dan ook geen doel op zich. Het dient als achtergrondinformatie voor de partijen die bij de besluitvorming over de toekomstige ontwikkelingen met betrekking tot de veerdiensten in Gelderland betrokken zijn.
2.2 Het maatschappelijk belang van de veren Het maatschappelijk belang van veerdiensten kan worden benaderd vanuit diverse invalshoeken. Hieronder volgt een korte opsomming van deze invalshoeken op kwalitatieve basis, die overigens vaak onderling samenhangen. Sociaal Het sociale aspect van een veerverbinding is heel divers, maar in een waterrijk land als Nederland van groot belang. Met name de gebied ontsluitende functie van veren moet niet worden onderschat. Elk individu in Nederland is voor allerlei activiteiten en intermenselijke contacten in meer of mindere mate afhankelijk van laagdrempelig en betrouwbaar vervoer. De toegang tot vervoer bepaalt mede het gevoel van welzijn van mensen en is een belangrijke levensbehoefte. Voor bepaalde regio’s in het Gelders rivierengebied zijn veren en veerdiensten noodzakelijk voor de leefbaarheid en om een sociaal isolement van een streek te voorkomen. Dit is met name aan de orde als meerdere rivieren, in feite geografische barrières, in een gebied aanwezig zijn. Het sociaal belang van vervoer over water neemt sterk toe als de (omrijd)afstand tot een alternatief (brug) groter wordt. Welke alternatieven zijn er dan voor het bereiken van aanpalende gebieden en welke inspanningen (grote afstanden) moeten daarvoor gedaan worden.
Uit de literatuur blijkt dat de mate van bereikbaarheid van familie/vrienden, medische en culturele faciliteiten, scholen en overige publieke voorzieningen van grote invloed is op het welzijn van individuen. Verkeerskundig Veerdiensten zijn een openbare schakel in de bereikbaarheid van dorpen en regio’s, maar vallen niet onder het openbaar vervoer hoewel ze hetzelfde doen. Veren zijn (netwerk)verbindingen tussen 2 of meer oevergemeenten daar waar vaste oeververbindingen zoals bruggen ontbreken of op verre afstand liggen. De meeste veerponten varen op de grote rivieren die onderdeel van de rijkswateren zijn. Veren zijn van belang voor de bereikbaarheid van regio’s en in veel gevallen een belangrijk onderdeel van de lokale en regionale infrastructuur. Afgezien daarvan zijn veerdiensten verkeerskundig van belang bij het eerdergenoemde sociale aspect (bereikbaarheid, gebiedsontsluiting, etc.) en bij verkeersveiligheid (minder kilometers, minder benodigde ruimte voor wegen). De elektrische fiets is in de laatste jaren een stevige opmars begonnen en vormt een toenemend alternatief voor auto, motor en bromfiets. Milieu De milieueffecten van veerdiensten bestaan uit directe en indirecte effecten. Directe milieueffecten zijn emissiebeperking en het reduceren van geluidhinder bij het verminderen c.q. voorkomen van vervoersbewegingen (omrijdkilometers).
Bij indirecte milieueffecten spreken we over duurzaamheid (energieverbruik), verminderen van het broeikaseffect en gezondheidsaspecten (minder gezondheidsklachten door minder wegverkeer). Steeds meer veren maken denken na over de mogelijkheden van emissieloze
14
voortstuwing door te werken met zonnepanelen en/of accu’s. Veerdiensten dragen in algemene zin dus bij aan duurzame mobiliteit. Recreatie en toerisme Het recreatieve belang van veerdiensten staat buiten elke discussie. In een maatschappij met toenemende mobiliteit, een ruimere vrije tijdbesteding en alsmaar groeiend toerisme, zijn veren een belangrijke factor. Veerdiensten zijn een onmisbare schakel in toeristische netwerken (auto-, fiets- en wandelroutes) en worden in gebieden met rivieren door gebruikers hoog gewaardeerd. Voor velen zijn veren een “attractie” op zich ook omdat ze de mogelijkheid tot rivierbeleving bieden. De Provincie Gelderland streeft er naar dat 35% van de verplaatsingen in 2030 per fiets plaatsvindt. In 2016 was het aandeel fietsverplaatsingen nog 27%. De ontwikkeling van fietsen in plaats van reizen met de auto heeft een positief effect op de omgeving en de reiziger zelf. Denk hierbij aan de bereikbaarheid en de leefbaarheid en het klimaat in/van de omgeving, terwijl fietsen een positieve invloed heeft op de gezondheid en vitaliteit van de reiziger. De provincie stimuleert het fietsen -met name over afstanden tot 15km- door te investeren in een kwalitatief goed fietsnetwerk, met brede en veilige fietspaden. Daarbij zoekt Gelderland de samenwerking op met gemeenten die wegbeheerder zijn van een traject in het hoofdfietsnetwerk.
Door het realiseren van een kwalitatief goede fietsroutes naar scholen, werklocaties en HUB’s moeten mensen ‘verleid’ worden om vaker met de fiets te reizen. Veren zijn hier onlosmakelijk aan verbonden. Cultuurhistorie en educatie Vanuit de historie zijn veren onlosmakelijk verbonden met de Nederlandse waterrijke cultuur. Al op vroege schilderijen werden rivieren met veerbootjes afgebeeld. In woordenboeken wordt de betekenis van het latijnse ponto omschreven als Gallisch transportvaartuig, drijvende brug, ponton. De rivieroverzettingen waren, toen er nog geen gemotoriseerd verkeer aanwezig was en weinig bruggen aanwezig waren, van veel groter belang dan tegenwoordig. Er kunnen niet overal bruggen worden gebouwd of onbeperkt wegen worden aangelegd in de schaarse ruimte van ons land. Het mobiliteitsvraagstuk in Nederland is dan ook het onderwerp van studie in vele opleidingen en cursussen op Nederlandse onderwijsinstellingen. Mogelijke bereikbaarheidsvraagstukken zijn een veelvoorkomend onderwerp in zowel sociale als technische wetenschappen. Het (personen)vervoer over water is daarbij altijd een apart, vaak ondergewaardeerd onderwerp.