Agendabundel
Tekst van het document
Planspecifiek Voorliggend plangebied wordt niet specifiek benoemd in de NOVI. De maatschappelijke voorzieningen die met dit plan mogelijk gemaakt worden dragen bij aan een waardevolle leefomgeving. De uitbreiding van de woonzorgvoorziening komt voort uit een concrete behoefte waardoor er geen sprake is van afwenteling. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in het ontwikkelen van een toekomstbestendig landelijk gebied en past daarmee binnen de prioriteiten van de NOVI. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Rijk legt met het besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), de nationale ruimtelijke belangen juridisch vast. Enerzijds betreft het de belangen die reeds in de (ontwerp-) AMvB Ruimte uit 2009 waren opgenomen en anderzijds is het Barro aangevuld met onderwerpen uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Het besluit is op 30 december 2011 in werking getreden. Het SVIR Bestemmingsplan ‘Thushoeve’, Zevenaar Toelichting Vaststelling
11 (beleid) is opgegaan in de NOVI. De uitwerking ervan in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) zijn opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (BKL). Het BKL wordt van kracht zodra de Omgevingswet in werking treedt. Het BKL wordt dus uitgewerkt in regelgeving op basis van het beleid dat in de NOVI staat. Planspecifiek Binnen het plangebied komen geen nationale ruimtelijke belangen voor. Het Barro vormt gezien het voorgaande geen belemmering voor de haalbaarheid van dit bestemmingsplan. Ladder voor duurzame verstedelijking (Besluit ruimtelijke ordening) Op 1 juli 2017 is de Nieuwe Ladder voor Duurzame Verstedelijking in werking getreden (artikel 3.1.6 lid 2 Bro). De Laddertoets geldt alleen voor plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken. Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan: ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’.
Toetsing aan de nieuwe Ladder houdt in dat een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de capaciteitsuitbreiding van de Thushoeve van 8 naar 20 zorgwoningen. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Voor wonen geldt dat voor woningbouwlocaties vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die ladderplichtig is. De voorliggende ontwikkeling is dus ladderplichtig. Planspecifiek Onderbouwing behoefte De ontwikkeling voorziet in uitbreiding van de woonvoorziening voor mensen met een verstandelijke beperking van acht naar twintig plaatsen. Anders dan in de oude situatie is de nieuwe woonvoorziening toegesneden op mensen die een meer intensieve zorg behoeven; zorg waarbij 24 uur per dag begeleiding aanwezig is. Naast uitbreiding van de wooncapaciteit van 8 naar 20 plaatsen voorziet de ontwikkeling ook in vernieuwing van de dagbestedingsfaciliteiten.
Het gaat hierbij niet om capaciteitsuitbreiding (de dagbesteding blijft gehandhaafd op circa 30 plaatsen) maar om vernieuwing en kwalitatieve verbetering. Dit is noodzakelijk omdat de bestaande voorzieningen sterk verouderd en versleten zijn. De ontwikkeling is een initiatief van Stichting Zozijn, een instelling die zorg en ondersteuning biedt aan mensen met een verstandelijke beperking, kinderen met ontwikkelings- en/of opvoedvragen en mensen met niet-aangeboren hersenletsel. In de regio, waartoe Zevenaar behoort, is een toenemende vraag naar huisvesting voor mensen met een zodanige verstandelijke beperking dat 24/7 begeleiding aanwezig is. Naast een toename in het aantal benodigde plaatsen is ook een ontwikkeling gaande, waarbij de intensiteit van de zorgvraag toeneemt. Tezamen uit zich dit in groeiende wachtlijsten. Het is ook de reden waarom het zorgkantoor het uitbreidingsinitiatief van Zozijn volledig ondersteunt. De oude woonvoorziening biedt onvoldoende ruimte om in te spelen op de groeiende vraag naar zorgplaatsen, die geschikt zijn voor 24 uurs-zorg. Het woongebouw is te klein, is bouwtechnisch sterk verouderd en voldoet qua indeling niet meer aan de huidige eisen voor goede zorg (qua veiligheid, Bestemmingsplan ‘Thushoeve’, Zevenaar Toelichting Vaststelling
12 afmetingen, privacy, sanitair enz.). Met maximaal acht plaatsen is de voorziening ook te klein om 24 uurs zorg te kunnen waarborgen. Voor een zorgtechnisch en financieel economisch verantwoorde zorgexploitatie is minimaal een omvang van 20 plaatsen vereist. Om de Thushoeve toekomsperspectief te geven is een ingrijpende kwaliteitsslag nodig in de vorm van sloop en nieuwbouw, samen met een uitbreiding van het aantal woonplaatsen om intensievere zorg aan te kunnen. Daarmee geeft het initiatief antwoord op de groeiende vraag naar passende woonruimte voor deze doelgroep. Onderbouwing locatie De Thushoeve is een volwaardige woonzorgboerderij, die organisch gegroeid is op een royaal bemeten perceel. De woonzorgboerderij voorziet al sinds 1996 in een behoefte aan wonen en dagbesteding voor mensen met een verstandelijke beperking en is inmiddels volledig ingebed in de Zevenaarse samenleving. De locatie is uitermate geschikt om ook de noodzakelijke uitbreiding van 8 naar 20 plaatsen wonen te realiseren. De combinatie van wonen en dagbesteding in een rustgevende landschappelijke setting is functioneel gezien ideaal en heeft zich in het verleden ruimschoots bewezen. Er is sprake van een overzichtelijke situatie met veel groen en met voldoende afstand tussen de bebouwing.
De bewoners zijn gebaat bij de rust, de fysieke veiligheid en de sociale veiligheid die deze locatie te bieden heeft. Een omgeving ook waar permanente begeleiding mogelijk is. Het is de juiste soort veilige en beschermde leefomgeving, die voor de doelgroep nodig is om zich te kunnen ontplooien. Een andere, even geschikte locatie in de omgeving is niet beschikbaar. Met het realiseren van de vernieuwde zorgboerderij op deze locatie wordt dus invulling gegeven aan een concrete behoefte op een daarvoor geschikte locatie, die niet elders in binnen bebouwde kom kan worden gevonden. Geconcludeerd wordt dat het bestemmingsplan op passende wijze invulling geeft aan de Ladder van Duurzame Verstedelijking.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1 Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Provinciale Staten hebben op woensdag 19 december 2018 ingestemd met de nieuwe ‘Omgevingsvisie Gaaf Gelderland’. De kern van deze Omgevingsvisie is dat een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland voorop staat. Om dit te behouden en te bereiken wordt in de omgevingsvisie een Duurzaam, Economisch krachtig en een Verbonden Gelderland centraal gesteld. Duurzaam Gelderland beschikt over talrijke initiatieven en kansrijke aanknopingspunten op het terrein van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit. Gelderland maakt ruimte voor forse schaalsprongen ten behoeve van een duurzame omgeving, samenleving en economie. Daarbij wil de provincie het volgende bereiken: • Energietransitie: In 2050 is Gelderland energieneutraal. Dat bereiken we door grootschalig besparen, opwekken uit duurzame energiebronnen en innoveren. Als tussendoel realiseren we 49% CO2 reductie in 2030. • Klimaatadaptatie: In 2050 is Gelderland ingericht op het veranderde klimaat. • Circulaire economie: In 2050 is Gelderland een afvalloze provincie. Met als tussenstap 50% reductie van het gebruik van grondstoffen in 2030. Afval bestaat niet meer; er zijn alleen nog grondstoffen die blijvend hun waarde behouden. • Biodiversiteit: Vanaf 2019 denkt en werkt Gelderland natuur-inclusief. Biodiversiteit gaat verder dan de bekende natuurgebieden.
Ook daarbuiten, in woonwijken, op werklocaties en bij infrastructuur wordt van biodiversiteit een kernkwaliteit gemaakt. Bestemmingsplan ‘Thushoeve’, Zevenaar Toelichting Vaststelling
13 Een krachtige economie De ‘oude’ economie van ongelimiteerde groei verandert in een economie die in balans is met haar sociale, ecologische en ruimtelijke omgeving. Nieuwe verdienmodellen en nieuwe technologieën doen hun intrede. De maakindustrie beleeft in Nederland een her- en opwaardering. Vestigingsklimaat, arbeidsmarkt, vakmanschap en kennisinfrastructuur worden steeds belangrijker. De woningmarkt in Nederland kampt enerzijds met schaarste en anderzijds met krimp. Daarnaast is er een grote opgave om bestaande bouw te verduurzamen. Gelderland heeft sterke troeven voor een internationaal onderscheidende en uiterst potentiële positie – clustering van economische activiteit, maakindustrie, logistieke kracht, sociaal ondernemen, natuur, kennis en onderwijs, ruimte, cultuur en sport en een strategische ligging. Op woongebied heeft Gelderland eveneens een uitzonderlijke positie. Door zowel te investeren in een bruisende en levendige stad en in een vitaal platteland ontstaat een symbiose waarbij beide elkaar versterken. Hierdoor gaat van Gelderland aantrekkingskracht uit. De Gelderse economie is krachtig. Deze situatie is niet vanzelfsprekend. Duurzame werkgelegenheid en bedrijvigheid zijn cruciaal voor de economische kracht van de Gelderse regio’s. Daarnaast vraagt een goed vestigingsklimaat om hoogwaardige culturele voorzieningen.
Daarbij wil de provincie het volgende bereiken: • Het uitnutten van de strategische ligging van Gelderland. De Gelderse economie kan zich verder ontwikkelen binnen de natuur- en landschapswaarden en deze dragen duurzaam bij. • Het positioneren Gelderland als hét vestigingsgebied voor de nieuwe generatie ondernemers. Ondernemers die duurzaam ondernemen in balans met de sociale, ecologische en ruimtelijke omgeving hoog in het vaandel hebben; • Een sociaal evenwichtig vestigingsklimaat in Gelderland. Het versterken van de positie van Gelderland op het gebied van food, health en energy en andere topsectoren en stimuleren kleinschalig ondernemerschap en innovatie, ook met oog voor ontwikkeling van lokale arbeidsmarkten. • Het verduurzamen van de bestaande gebouwde woonomgeving. Dit is noodzakelijk om steden toekomstbestendig en economisch aantrekkelijk te maken. En we zoeken actief naar interessante transformaties, zoals bijvoorbeeld de functiemenging op bedrijventerreinen en het omzetten van kantoren in woningen. Blijvend verbonden Het is van belang dat mensen andere mensen kunnen ontmoeten. Dat geldt voor mensen in steden, wijken en voor het platteland. Of het nu gaat om werk of sociale contacten, de samenleving moet voor flexibele netwerken zorgen die voor iedereen open staan en beschikbaar zijn.
Naast traditionele voorzieningen als auto en OV doen nieuwe spelers en technologieën op het gebied van verbindingen en netwerken hun intrede, zoals smart mobility, zelfrijdende auto’s en deelauto’s. Ook het belang van snelle en betrouwbare data-uitwisseling neemt toe en is hier onderdeel van. De ontwikkelingen volgen elkaar snel op en zijn soms onstuimig. Het is van belang dat de relatief goede bereikbaarheid een toekomstvaste waarde voor Gelderland is. Systemen moeten meebewegen met nieuwe ontwikkelingen en deze ook faciliteren. Mobiliteit moet verder verduurzaamd worden. Daarbij wil de provincie het volgende bereiken: • Een optimale bereikbaarheid van Gelderland door onderlinge aansluiting van vervoersmogelijkheden en verplaatsingen te faciliteren. In 2050 dient de mobiliteit in Gelderland volledig duurzaam te zijn in termen van energie, klimaat, circulair en biodiversiteit. • Het creëren van slimme en duurzame oplossingen voor het verbinden van mensen, goederen en data. Daaronder wordt ook begrepen het beter benutten van bestaande infrastructuur en gedragsverandering. De opties tussen weg, rail en water worden zorgvuldig en duurzaam afgewogen. • Het stimuleren en faciliteren van nieuwe vormen van vervoer en verplaatsing. Dit kan bijvoorbeeld door autonoom rijden. Bestemmingsplan ‘Thushoeve’, Zevenaar Toelichting Vaststelling
14 Planspecifiek De beoogde ontwikkeling voorziet in de capaciteitsuitbreiding van een bestaande woonzorgvoorziening, waardoor de continuïteit van de zorg voor nu en voor de toekomst wordt gewaarborgd. De omgevingsvisie doet geen specifieke uitspraken met betrekking tot de voorliggende ontwikkeling. Vanuit de ruimtelijke, landschappelijke en groene kwaliteiten van de omgeving is voorzien in een passend ontwerp, waarmee recht wordt gedaan aan de locatie. De nieuwbouw wordt daarnaast gasloos gerealiseerd. Zonnepanelen en warmtepompen voorzien in een energieneutrale ontwikkeling. Zodoende wordt bijgedragen aan de creatie van een duurzame en toekomstbestendige omgeving. 3.2.2 Omgevingsverordening Gelderland De regels in de Omgevingsverordening (geconsolideerd 1 februari 2022) vormen het sluitstuk op de Omgevingsvisie. De provincie zet de Omgevingsverordening als juridisch instrument in om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen op die onderdelen waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen te waarborgen of om te voldoen aan wettelijke verplichtingen. De regels uit de verordening zijn kaderstellend voor gemeenten bij het opstellen van bestemmingsplannen. Daarnaast worden de gebieden waarbinnen bepaalde regels gelden in de Omgevingsverordening concreet begrensd.
De verordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Ten aanzien van voorliggend bestemmingsplan zijn de regels ten aanzien van het onderwerpen 'wonen' en ‘klimaatadaptatie’ relevant. Wonen In de verordening wordt aangegeven dat nieuwe woonlocaties en de daar te bouwen woningen slechts zijn toegestaan wanneer dit past in het vigerende door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. De regionale woonagenda draagt bij aan een passende en goede woningvoorraad in de provincie. De gemeente Zevenaar maakt onderdeel uit van de Liemers. Hiervoor is in juli 2020 de Liemerse Woonagenda opgesteld. Wat betreft wonen en zorg is in de Liemerse Woonagenda opgenomen dat de vraagontwikkeling van zorgpartijen omtrent begeleid en beschermd wonen in beeld worden gebracht en hoe hun aanbod zich ontwikkelt. De betrokken gemeenten zien een hiervan een toenemende behoefte. Meer in zijn algemeenheid is in de Woonagenda ook opgenomen dat er vooral wordt gekeken naar inbreiding, en enkel waar nodig ook gezocht wordt naar uitleglocaties, het verduurzamen en vernieuwen van de woningvoorraad, sturen op ‘groene’ kwaliteit van nieuwbouw, maatwerk per kern, betaalbare woningbouw en een versnelling van de woningbouw. Voorliggende plan voorziet in een concrete behoefte van een zorgpartij in de regio Liemers.
Daarnaast wordt ingezet op een groene en duurzame bedrijfsvoering, die in de huidige bebouwing onmogelijk is. Gezien de aard van de ontwikkeling is het niet mogelijk deze in de kern van Zevenaar te vestigen, maar wordt deels op het al bestaande terrein, en deels op het aangrenzende terrein uitgebreid. Hiermee ligt voorliggend plan in lijn met de Liemerse Woonagenda. Klimaatadaptatie In de verordening wordt aangegeven dat voor zover een bestemmingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt, de toelichting bij het bestemmingsplan een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico’s van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt moet bevatten. In paragraaf 4.8 Water en paragraaf 4.11 Duurzaamheid wordt uitgebreid stilgestaan bij de maatregelen ten behoeve van klimaatadaptatie in het plan. Bestemmingsplan ‘Thushoeve’, Zevenaar Toelichting Vaststelling
15
3.3
Gemeentelijk beleid
Structuurvisie Zevenaar 2030 Op 20 juni 2013 is de structuurvisie Zevenaar voor 2030 vastgesteld. De Structuurvisie Zevenaar is het ontwikkelingskader van de gemeente Zevenaar tot 2030. De visie geeft een samenhangend beeld van de gewenste ontwikkelingen met een ruimtelijke component voor de periode tot 2030. Het noordelijke deel van het buitengebied van de gemeente Zevenaar kent verschillende functies die naast elkaar kunnen bestaan. De identiteit van de verschillende deelgebieden van Zevenaar biedt ruimte voor gebiedskenmerkende ontwikkelingen. In de Structuurvisie wordt in het landschap van de IJssel ingezet op toerisme recreatie bij het Rhederlaag. Daarnaast wordt gewerkt aan landschapsversterking, met name bij de Ecologische Verbindingszone in het noorden van het plangebied. Ook ten zuiden van de Betuwespoorlijn wordt landschapsversterking beoogd. Hier, in het landschap van de Rijn, staat kleinschaligheid en afwisseling van functies centraal. De grote stedelijke ontwikkelingen vinden plaats in het urbane landschap van Zevenaar. In het tussenliggende gebied, Het Broek, is agrarische bedrijvigheid de hoofdfunctie en is ruimte voor het behouden van de open landschappelijke structuur. De kernopgaven genoemd in de structuurvisie zijn verbinden, diversiteit en kwaliteit. Verbinden heeft daarbij betrekking zowel op fysiek-ruimtelijke als sociale connecties.
Sociaal kunnen onder andere de gevoelsmatige verbinding tussen noord en zuid Zevenaar verbeterd worden en liggen er kansen om partijen die bijdragen aan de leefbaarheid van de gemeente met elkaar te verbinden. Fysiek-ruimtelijk draait het om het verbinden van deelgebieden en het bereikbaar houden van voorzieningen, maar ook zijn verbindingen nuttig om versnippering tegen te gaan en gebiedskwaliteiten te aggregeren. Hieronder vallen dan ook het versterken van voor de natuur belangrijke gebieden (bijvoorbeeld ecologische verbindingszones) en de fysieke aaneenschakeling van gebieden om de recreatiefunctie te ondersteunen. De volgende kernopgave in Zevenaar is het inzetten op diversiteit in leefmilieus, voorzieningen en landschappen en het behouden daarvan. Tenslotte wordt er gestreefd naar een kwalitatief hoogwaardige leefomgeving, waarbij zorgvuldig wordt omgegaan met de lokale ‘parels’ en bij elke ruimtelijke ontwikkeling wordt gelet op duurzaamheid, belevingswaarde, veiligheid, gezondheid en bereikbaarheid. Woonvisie Zevenaar In de Woonvisie Zevenaar is de koers ten aanzien van wonen tot 2025 bepaald. Naast het visiedeel is er een uitvoeringsprogramma waarin is vastgelegd hoe deze koers vormgegeven gaat worden in de komende vier jaar. Het uitvoeringsprogramma wordt iedere 4 jaar bekeken en indien nodig bijgesteld.
De gemeente blijft zich inzetten om een jonge populatie en hogere inkomensgroepen aan zich te binden. Dat is goed voor de lokale economie en noodzakelijk om voldoende draagvlak te behouden voor de voorzieningen. Deze voorzieningen zijn belangrijk voor een prettige woonomgeving en om de leefbaarheid op peil te houden. In de Woonvisie wordt de focus onder andere gelegd op het verbeteren van de positie van doelgroepen met een kwetsbare positie, en het bewaken dat de woningbouw aansluit bij de behoefte: om de potentiële groei maximaal op te vangen én tegelijkertijd het voorkomen van overaanbod. Bij de invulling van deze opgaven komt ook het beleid en ambitie rondom duurzaamheid, wonen en zorg, leefbaarheid en het ruimtelijk beleid aan bod. Zevenaar blijft de centrumgemeente in de Liemers en biedt met het woningbouwprogramma ruimte om te groeien. Naast voldoende woningaanbod is een transparante woningmarkt, een goede bereikbaarheid, een aantrekkelijk voorzieningenaanbod en voldoende werkgelegenheid cruciaal om deze ambitie waar te kunnen maken. Wonen in het buitengebied Bestemmingsplan ‘Thushoeve’, Zevenaar Toelichting Vaststelling
16 De verwachting is dat voorlopig een beperkte uitbreidingsbehoefte blijft bestaan voor woningen in het buitengebied. Om verstening te beperken en verpaupering van het buitengebied te voorkomen is nieuwvestiging van woning(en) slechts mogelijk door middel van functieverandering en woningsplitsing. Ruimtelijke kwaliteit In de Nota Ruimtelijke kwaliteit (vastgesteld 24 oktober 2012) is het welstandsbeleid voor de gemeente Zevenaar vastgelegd. Het grootste gedeelte van het plangebied heeft een regulier welstandsniveau. Hier dient de basiskwaliteit gehandhaafd te worden. Doorwerking plangebied Bij het ontwerp wordt rekening gehouden met de aanwezige bebouwing en het landschap in de omgeving. De woonzorggebouwen krijgen een boerderij-achtige uitstraling en krijgen een maat en schaal die aansluit bij de omgeving. De te vernieuwen gebouwen voor dagbesteding worden vormgegeven als kapschuur. De vernieuwde Thushoeve zal onderdak bieden aan een speciale doelgroep die belang heeft bij dit type woonvorm in de gemeente Zevenaar en de directe omgeving. Conclusie Zoals uit het voorgaande blijkt, past de ontwikkeling in het plangebied goed binnen het rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid.
Bestemmingsplan ‘Thushoeve’, Zevenaar Toelichting Vaststelling
17
4
Omgevingsaspecten
4.1
Algemeen
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de diverse milieuaspecten die relevant zijn voor het plan. Per milieuaspect wordt het geldende wettelijk en/of het beleidskader beschreven. Daarnaast wordt het uitgevoerde onderzoek belicht waarbij de resultaten kort worden weergegeven. Ten slotte wordt op basis van het kader en het onderzoek de conclusie weergegeven.
4.2
Milieueffectrapportage
4.1.1 Kader Het inwerkingtredingsbesluit wijziging Besluit m.e.r. is op 7 juli 2017 in werking getreden. In dit gewijzigde Besluit m.e.r. is de nieuwe procedure omtrent de vormvrije m.e.r.-beoordeling opgenomen. Het besluit is aangepast omdat de Europese rechter heeft geoordeeld dat de drempelwaarden voor m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten onvoldoende recht deden aan de vraag of er sprake is van "aanzienlijke gevolgen voor het milieu". Het besluit is aangepast en de drempelwaarden zijn nu indicatief. Dat betekent dat als een project (ruim) onder de drempelwaarden blijft er wel een toetsing moet worden gedaan. Het bevoegd gezag moet zich er van vergewissen dat er daadwerkelijk geen aanzienlijke gevolgen voor het milieu zijn. Bij de aanleg, wijziging of uitbreiding van woningbouw kan sprake zijn van een stedelijk ontwikkelingsproject, zoals aangegeven in D 11.2, kolom 1, in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer; 2°. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat; of 3°. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. De drempelwaarden in het Besluit m.e.r. (kolom 2-'gevallen' in de D-lijst) zijn gebaseerd op algemene kenmerken van een activiteit en een globale aanname dat bij gevallen onder de drempelwaarde geen belangrijke nadelige milieugevolgen zullen optreden.
Dat hoeft echter niet altijd het geval te zijn: in bepaalde gevallen kan een activiteit met een kleinere omvang wel degelijk belangrijke nadelige milieugevolgen hebben. De consequentie van de nieuwe regeling is dat in elk besluit of plan, dat betrekking heeft op activiteiten, die voorkomen op de D-lijst aandacht moet worden besteed aan m.e.r. Er zal een toets moeten worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets, die dus een nieuw element is in de m.e.r.-regelgeving, wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: • belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk; • belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor een m.e.r. De vormvrije m.e.r.-beoordeling is dus altijd nodig als een besluit of plan wordt voorbereid over activiteiten die voorkomen op de D-lijst. Voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling bestaan geen vereisten voor de vorm, maar wel voor de inhoud. 4.1.2 Beoordeling en conclusie De beoogde ontwikkeling kan aangemerkt worden als een stedelijk ontwikkelingsproject en komt voor in de eerste kolom van de D-lijst horende bij het Besluit mer (categorie 11.2).
Hoewel de drempelwaarde (kolom 2) (bij lange na) niet wordt overschreden, dient wel een vormvrije m.e.r.-beoordeling plaats te vinden.
Bestemmingsplan ‘Thushoeve’, Zevenaar Toelichting Vaststelling
18 In het kader van de voorliggende ontwikkeling is een aanmeldnotitie opgesteld waarin de verschillende milieuaspecten afgewogen zijn. Deze is opgenomen als bijlage 6. In deze aanmeldnotitie wordt aan de hand van de drie criteria uit bijlage III van de Europese m.e.r.-richtlijn(2011/92/EU), inzicht gegeven in de mogelijke milieueffecten van dit plan. Uit de aanmeldnotitie blijkt dat er geen belangrijk negatieve gevolgen voor het milieu zijn te verwachten. Er hoeft geen milieueffectrapport te worden gemaakt.
4.3
Luchtkwaliteit
4.3.1 Kader Het onderzoek naar luchtkwaliteit wordt uitgevoerd op grond van hoofdstuk 5, titel 5.2 'Luchtkwaliteitseisen' van de Wet milieubeheer. De titel 5.2 'Luchtkwaliteitseisen' is beter bekend als de Wet luchtkwaliteit. Een belangrijk onderdeel van de Wet luchtkwaliteit is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Het NSL is een bundeling maatregelen op regionaal, nationaal en internationaal niveau die de luchtkwaliteit verbeteren. Daarnaast zijn daarin alle ruimtelijke ontwikkelingen opgenomen die de luchtkwaliteit verslechteren. Het doel van de NSL is om overal in Nederland te voldoen aan de Europese normen voor de luchtverontreinigende stoffen. Voor wegverkeer zijn stikstofdioxide (NO 2), fijnstof (PM10) en ultra fijnstof (PM2,5) de belangrijkste stoffen. De in de Wet luchtkwaliteit gestelde norm voor NO 2 en PM10 jaargemiddelde grenswaarde is voor beide stoffen 40 µg/m 3, terwijl voor PM2,5 de jaargemiddelde grenswaarde 25 µg/m3 bedraagt. Daarnaast mag de PM10 24 uurgemiddelde grenswaarde van 50 µg/m3 maximaal 35 keer per jaar worden overschreden. Naast de introductie van het NSL is het begrip 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen een belangrijk onderdeel van de Wet luchtkwaliteit. Een project draagt NIBM bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit als de NO2 en PM10 jaargemiddelde concentraties niet meer toenemen dan 1,2 µg/m 3.
In dat geval is de ontwikkeling als NIBM te beschouwen. Een ruimtelijke ontwikkeling kan volgens de Wet luchtkwaliteit doorgang vinden als: • de ontwikkeling is opgenomen in het NSL; • de ontwikkeling aangemerkt wordt als een NIBM-ontwikkeling; • de gestelde grenswaarden in bijlage 2 van de Wet luchtkwaliteit niet worden overschreden; • projectsaldering wordt toegepast. Als de ruimtelijke ontwikkeling is opgenomen in het NSL of de ontwikkeling kan worden aangemerkt als NIBM-project is toetsing aan de normen van de Wet luchtkwaliteit niet nodig. 4.3.2 Onderzoek Beoordeling luchtkwaliteit In de Regeling NIBM is aangegeven dat woningbouwlocaties met maximaal 1.500 woningen (en kantoorlocaties van 100.000 m2 bvo) aan één ontsluitingsweg zijn aan te merken als een ontwikkeling die ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Met dit bestemmingsplan wordt de realisatie van een woonzorgvoorziening met 20 onzelfstandige woningen gerealiseerd. De ontwikkeling blijft daarmee ruimschoots onder de criteria voor woningbouwlocaties uit de Regeling NIBM. De ontwikkeling kan dus als ‘NIBM’ worden aangemerkt. Onderzoek en toetsing aan de grenswaarden uit de Wet luchtkwaliteit is daarom niet benodigd.
Besluit gevoelige bestemmingen Sinds 2009 beperkt het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) de vestiging van ‘gevoelige bestemmingen' in de nabijheid van provinciale en rijkswegen. Het besluit richt zich op bescherming van mensen die verhoogd gevoelig zijn voor fijnstof (PM10) en stikstofdioxide (NO2). Dit zijn vooral kinderen, ouderen en zieken. Daarom stelt het besluit onderzoekszones in. Binnen die Bestemmingsplan ‘Thushoeve’, Zevenaar Toelichting Vaststelling
19 onderzoekszones is luchtkwaliteitsonderzoek nodig. U meet de zones vanaf de rand van de weg. Ze zijn aan weerszijde 300 meter breed bij rijkswegen en 50 meter bij provinciale wegen. Voorliggende ontwikkeling bevindt zich op meer dan 1 kilometer van de provinciale weg N810. Het Besluit gevoelige bestemmingen is dus niet van toepassing. Goede ruimtelijke ordening In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 in de omgeving van het plangebied inzichtelijk gemaakt. In de volgende afbeelding zijn de concentraties NO2, PM10 en PM2,5 voor het peiljaar 2023 weergegeven. Deze concentraties zijn afkomstig uit de CMILK-monitoringstool. Het dichtstbijzijnde meetpunt ligt op ongeveer 700 meter. De jaargemiddelde grenswaarden voor NO2, PM10 (beide 40 µg/m3) en PM2,5 (25 µg/m3) worden niet overschreden. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24-uurgemiddelde concentratie PM10 is maximaal 6, waardoor het maximum van 35 dagen niet wordt overschreden.
Afbeelding 4.1: Overzicht concentraties NO2, PM10, PM2,5 en het jaarlijks aantal overschrijdingsdagen PM10. (CMILK, 2023)
4.3.3 Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor dit bestemmingsplan. Bestemmingsplan ‘Thushoeve’, Zevenaar Toelichting Vaststelling
20
4.4
Geluid
4.4.1 Kader De Wet geluidhinder (Wgh) vormt het juridische kader voor het Nederlandse geluidsbeleid. De Wgh bevat een uitgebreid stelsel van bepalingen ter voorkoming en bestrijding van geluidshinder door wegverkeer, industriële activiteit en railverkeer. Het stelsel is gericht op het voorkomen van nieuwe geluidhinder. Op grond van artikel 74 Wgh bevindt zich aan weerszijden van een weg een zone waarbinnen akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd. Voordat nieuwe woningen binnen deze zone kunnen worden geprojecteerd dient te worden onderzocht of aan de normen van de Wgh wordt voldaan. De zonebreedte is afhankelijk van het aantal rijstroken en van de aard van de omgeving (stedelijk of buitenstedelijk gebied). In het geval er nieuwe woningen worden gerealiseerd binnen de zone van een weg, mag de geluidsbelasting niet meer bedragen dan de voorkeurswaarde. Indien de geluidsbelasting hoger is dan de voorkeurswaarde moeten er maatregelen worden getroffen om hieraan alsnog te kunnen voldoen. Blijkt dat niet mogelijk of op zwaarwegende bezwaren te stuiten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard dan is het college van burgemeester en wethouders van de gemeente bevoegd tot het vaststellen van hogere waarden. 4.4.2 Onderzoek Door KuiperCompagnons is op 14 augustus 2023 een akoestisch onderzoek uitgevoerd (zie bijlage 1).
De nieuwe zorgeenheden zijn gelegen binnen de onderzoekszone van de Groessenseweg, de route Methen/Pannerdenseweg, de Ringbaan-Zuid en de spoorlijn ter hoogte van Zevenaar en de Betuweroute. Dit betekent dat op grond van de Wgh akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd en moet worden getoetst aan de normen uit deze wet. Omdat het plangebied niet is gelegen in de zone van een industrieterrein speelt dit geluidsaspect geen rol en is dit daarom verder buiten beschouwing gelaten. De gemeente Zevenaar heeft geluidbeleid. In het akoestisch onderzoek (bijlage 1) is dit beleid samengevat en wordt eveneens getoetst aan dit beleid. Hierna zijn de resultaten kort beschreven. Wegverkeerslawaai Het verkeer op alle in het onderzoek beschouwde wegen veroorzaakt ter plaatse van het bouwvlak waarbinnen de nieuwe zorgeenheden worden gebouwd is een geluidsbelasting die niet hoger is dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. De hoogst berekende geluidsbelasting bedraagt 45 dB door het verkeer van de route Methen/Pannerdenseweg. Het aspect wegverkeerslawaai veroorzaakt daarom geen belemmeringen en een hogere waarde procedure is daarom niet aan de orde. Railverkeerslawaai Het railverkeer op de spoorlijn ter hoogte van Zevenaar en de Betuweroute samen veroorzaakt een geluidsbelasting die hoger is dan de voorkeursgrenswaarde van 55 dB.
De geluidsbelasting bedraagt maximaal 57 dB op een deel van de noordzijde van het bouwvlak op de eerste verdieping. Op de begane grond is de geluidsbelasting beperkt tot maximaal 56 dB. Op de zijgevels vanuit het spoor gezien wordt de voorkeursgrenswaarde niet overschreden. Uit een nadere analyse van de resultaten blijkt dat de hogere geluidsbelasting vooral wordt veroorzaakt door het personenvervoer op de spoorlijn ter hoogte van Zevenaar en in veel mindere mate door het Bestemmingsplan ‘Thushoeve’, Zevenaar Toelichting Vaststelling
21 goederenverkeer over de Betuweroute. Alhoewel de Betuweroute het dichtst bij de nieuwbouw is gelegen, blijft door de diepere ligging en de bestaande schermen langs dit spoor de geluidsbelasting door deze spoorbaan beperkt. Cumulatieve geluidsbelasting Omdat alleen een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde aan de orde is voor het spoorverkeer is geen sprake van cumulatie. Maatregelenafweging Op grond van de Wgh moet bij een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde(n) een afweging worden gemaakt van de in aanmerking komende geluidsreducerende maatregelen. Omdat de beide spoorwegen deel uitmaken van het landelijke hoofdspoorweggennet is de bronmaatregel waarbij een verlaging van de treinintensiteit of een verlaging van de rijsnelheid wordt toegepast niet mogelijk. Uit een aanvullende berekening blijkt dat een scherm met een hoogte van 0,6 m en een lengte van 530 m ten zuiden van de spoorlijn ter hoogte van Zevenaar noodzakelijk is om ter plaatse van de nieuwbouw te kunnen voldoen aan de voorkeursgrenswaarde. Gezien de relatief beperkte schaal van het project en de beperkte overschrijding van de voorkeursgrenswaarde ten opzichte van de benodigde schermoppervlakte is een dergelijk scherm financieel niet doelmatig. Omdat de geluidsbelasting door het verkeer op de spoorlijnen hoger is dan de voorkeursgrenswaarde moet een hogere waarde worden vastgesteld.
In de hierna opgenomen tabel zijn de hogere waarden gepresenteerd. Bij de hoogte van de hogere waarde is er van uitgegaan dat geen geluidsreducerende maatregelen aan de bron of in het overdrachtsgebied worden getroffen zoals hierboven beschreven. Geluidsbron
Aantal zorgeenheden
Spoorlijnen ter hoogte van Zevenaar 10 Tabel 4.1 : Vast te stellen hogere waarde bestemmingsplan “Thushoeve”
Hogere waarde [dB] 57
Het aantal zorgeenheden is naar boven afgerond omdat een wijziging van het bouwplan kan resulteren in een toename van het aantal zorgeenheden waarvoor een hogere waarde noodzakelijk is. 4.4.3 Conclusie Uit het onderzoek blijkt dat alleen het railverkeerslawaai een geluidsbelasting veroorzaakt die hoger is dan de voorkeursgrenswaarde. De voorkeursgrenswaarde wordt alleen op een deel van de noordgevel overschreden en bedraagt maximaal 57 dB. De maximale hogere waarde wordt daarom niet overschreden. Uit het onderzoek volgt verder dat geluidsreducerende maatregelen in de vorm van bron of overdrachtsmaatregelen niet gewenst of niet doelmatig is. Voor de zorgeenheden waarvoor een geluidsbelasting aan de orde is die hoger is dan de voorkeursgrenswaarde is een hogere waarde procedure in het kader van de Wgh doorlopen. Onderzoek naar bron- en overdrachtsmaatregelen wijst uit dat deze niet voldoende soelaas bieden, financieel niet doelmatig zijn of tegen bezwaren stuiten van landschappelijke aard. Er dienen derhalve maatregelen aan de ontvanger zijde te worden getroffen. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat overschrijding van de voorkeursgrenswaarde uitsluitend aan de noordzijde van de zorgeenheden plaatsvindt. Hiermee is aangetoond dat alle zorgeenheden een geluidluwe zijde bezitten en dat in de buitenruimte wordt voldaan aan de ambitiewaarde voor het gebiedstype ‘Buitengebied’.
Bestemmingsplan ‘Thushoeve’, Zevenaar Toelichting Vaststelling
22 Door het treffen van maatregelen bij de ontvanger (in de zorgeenheden) zal de binnenwaarde van 33 dB worden gewaarborgd. Dit dient in een nader bouwakoestisch onderzoek bij de bouwaanvraag aangetoond te worden. Op basis van bovenstaande overwegingen kan worden gesteld dat is voldaan aan de criteria uit de Wet Geluidhinder en het gemeentelijke beleid voor het vaststellen van de gevraagde hogere grenswaarden (57 dB). Het college heeft besloten om in te stemmen met het ontwerpbesluit om een hogere grenswaarde (wegverkeerslawaai) vast te stellen. Het besluit daartoe is bijgevoegd in bijlage 11.
4.5
Bodemkwaliteit
4.5.1 Kader Als sprake is van ernstige bodemverontreiniging dan is de Wet bodembescherming (Wbb) van kracht. Het doel van de Wbb is in de eerste plaats het beschermen van de (land- of water-) bodem zodat deze kan worden benut door mens, dier en plant, nu en in de toekomst. Ontwikkelingen kunnen pas plaatsvinden als de bodem, waarop deze ontwikkelingen gaan plaatsvinden, geschikt is of geschikt is gemaakt voor het beoogde doel. Bij nieuwbouwactiviteiten dient de bodemkwaliteit door middel van onderzoek in beeld te zijn gebracht. In het algemeen geldt dat nieuwe bestemmingen bij voorkeur op een schone bodem dienen te worden gerealiseerd. 4.5.2 Onderzoek Door ABO-Mileuconsult is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is bijgevoegd als bijlage 2. Uit de resultaten blijkt dat het licht verhoogde gehalte aan kwik, DDD, PCB en minerale olie in de bovengrond, kwik in de ondergrond en de licht verhoogde concentraties barium in het grondwater dermate gering zijn dat de resultaten hiervan geen aanleiding geven tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek. Het plaatselijk aangetroffen matig verhoogde gehalte aan PAK heeft vermoedelijk te maken met de bijmenging met puin in de grond. De vastgestelde bodemkwaliteit vormt mogelijk een belemmering voor de aanvraag van de omgevingsvergunning (activiteit bouwen).
Aanbevolen wordt nader onderzoek naar PAK in de grond uit te voeren. Dit om na te gaan of sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging. Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging indien meer dan 25 m 3 grond gemiddeld boven de interventiewaarde is verontreinigd. Dit nader onderzoek is door ABO-Milieuconsult uitgevoerd en bijgevoegd als bijlage 8. Geconcludeerd wordt dat een matige verontreiniging met PAK in de grond is aangetoond vanaf 0,08 tot een diepte van 0,40 m-mv. Geen van de gehalten overschrijdt de interventiewaarde. Derhalve is geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Op de locatie is zeer plaatselijk een bijmenging met puin aangetroffen, het bodemmateriaal is geanalyseerd op asbest. Op en/of in de bodem is analytisch geen asbesthoudend materiaal aangetroffen. Het uitvoeren van asbestonderzoek wordt derhalve niet noodzakelijk geacht. 4.5.3 Conclusie Het aspect bodemkwaliteit vormt voor voorliggende ontwikkeling geen belemmering.
Bestemmingsplan ‘Thushoeve’, Zevenaar Toelichting Vaststelling
23
4.6
Externe veiligheid
4.6.1 Kader Externe veiligheid richt zich op het beheersen van activiteiten die een risico voor de omgeving kunnen opleveren. Bij de (her)inrichting van een gebied bepaalt de externe veiligheidssituatie mede de ruimtelijke (on)mogelijkheden. In het kader van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gelezen in samenhang met de regels omtrent externe veiligheid moet worden onderzocht of er sprake is van aanwezigheid van risicobronnen in de nabijheid van de locatie waarop het Wro besluit betrekking heeft en dienen het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR), en de eventuele toename hiervan, beoordeeld te worden. Het PR is de kans per jaar dat een persoon op een bepaalde plaats overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen, indien hij onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting of langs een vervoersas. De normstelling heeft de status van een grenswaarde die niet overschreden mag worden. Voor kwetsbare objecten wordt in zowel bestaande als nieuwe situaties het niveau van 10-6 per jaar als grenswaarde gehanteerd. Nieuwe beperkt kwetsbare objecten zijn alleen toegestaan onder een gewichtige motivering. Bestaande beperkt kwetsbare objecten zijn toegestaan binnen de PR 10-6 contour.
Het GR kan worden beschouwd als de maat van maatschappelijke ontwrichting in geval van een calamiteit (en drukt dus de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal 10 personen overlijdt als rechtstreeks gevolg van een calamiteit). De normstelling heeft de status van een oriënterende waarde. Deze waarde is geen vastgestelde wettelijke norm. Voor het bevoegd gezag geldt met betrekking tot het GR wel een verantwoordingsverplichting. Gemeentelijk beleid De gemeente Zevenaar heeft in de beleidsvisie externe veiligheid (vastgesteld 23 mei 2012) aangegeven welke externe veiligheidsrisico’s aanwezig zijn en hoe met toekomstige risico’s dient te worden omgegaan in relatie tot ruimtelijke ontwikkeling. De beleidsvisie externe veiligheid vertaalt het rijksbeleid en provinciale beleid in beleidsregels die gelden voor Zevenaar. Voor het buitengebied gelden de volgende uitgangspunten: • Woningen worden als kwetsbaar object beschouwd, ook indien er sprake is van een dichtheid van minder dan 2 woningen per ha. • Binnen een PR 10-6 contour zijn nieuwe beperkt kwetsbare objecten toegestaan, mits goed gemotiveerd. • Nieuwvestiging van Bevi-inrichtingen is in principe niet toegestaan. Alleen gebiedseigen, functiegerelateerde Bevi-inrichtingen kunnen zich vestigen in het landelijk gebied, mits dit goed wordt gemotiveerd.
• Uitbreiding van Bevi-inrichtingen, die hun invloedsgebieden over woongebieden hebben, is toegestaan, mits het invloedsgebied niet toeneemt (standstill-principe). • Toename van het groepsrisico, waarbij eventueel de oriëntatiewaarde wordt overschreden, kan gemotiveerd worden toegestaan. Ruimtelijke ontwikkelingen, waardoor het groepsrisico de oriëntatiewaarde overschrijdt, kunnen doorgang vinden mits een goede verantwoording plaatsvindt en de normen voor het plaatsgebonden risico niet worden overschreden. Binnen een bepaalde zone rondom risicobronnen wordt getoetst of een functie wel of niet zelfredzaam is. Indien deze niet-zelfredzaam is, wordt VGGM om advies gevraagd over de mate van zelfredzaamheid en de bestrijdbaarheid ingeval van een calamiteit. Voor het plangebied betekent het externe veiligheidsbeleid dat (in principe) geen nieuwe Bevi-inrichtingen zijn toegestaan. Uitbreiding van bestaande Bevi-inrichtingen is mogelijk mits het invloedsgebied over Bestemmingsplan ‘Thushoeve’, Zevenaar Toelichting Vaststelling
24 het woongebied niet toeneemt. Bij afwijkingen of wijzigingen kan een toename van het groepsrisico worden toegestaan, mits goed gemotiveerd. Daarnaast worden veiligheidszones specifiek bestemd. Het aspect externe veiligheid heeft geen gevolgen voor het bestemmingsplan. 4.6.2 Onderzoek Op basis van de risicokaart bevinden zich meerdere risicobronnen in de omgeving van het plangebied. - Het plangebied ligt naast de Betuweroute. Hierover vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. Het invloedsgebied bedraagt 4.000 meter en is gelegen over het plangebied. - Het plangebied ligt op ca. 2.400 meter ten zuiden van de snelweg A12 en ca. 1.000 meter van de toekomstige snelweg A15. Over beide risicobronnen vindt of gaat vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvinden. Het invloedsgebied van beide bedraagt 4.000 meter en is gelegen over het plangebied. Om bovenstaande redenen is uitgebreider onderzoek nodig. Langs vervoersassen van gevaarlijke stoffen is een verantwoordingsgebied aanwezig van 200 meter. Het invloedsgebied van toxische stoffen is voor spoorwegen 4.000 meter. Het plangebied bevindt zich vrijwel geheel binnen het verantwoordingsgebied van toxische stoffen voor het spoor van de Betuwelijn. Daarom is door Aviv een onderzoek naar externe veiligheid uitgevoerd, dat als bijlage 3 bij deze toelichting is gevoegd. In deze paragraaf zijn de belangrijkste conclusies opgenomen.
Plaatsgebonden risico Voor het traject ter hoogte van de beoogde ontwikkeling is de PR 10-6 waarde maximaal 30. Dit betekent dat het plaatsgebonden risico vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen op 30 m vanaf het midden van de spoorbundel niet meer mag bedragen dan 10-6 per jaar. Het plangebied ligt minstens 40 m van de spoorlijn. Het plaatsgebonden risico vormt daarmee geen belemmering voor het plangebied. Groepsrisico Het groepsrisico is in zowel de huidige als toekomstige kleiner dan de oriëntatiewaarde. Door het planvoornemen neemt het groepsrisico met minder dan 10% toe ten opzichte van de huidige situatie. Door de Omgevingsdienst regio Arnhem is een verantwoording van het groepsrisico opgesteld. Deze verantwoording is opgenomen als bijlage 9 bij deze toelichting. Op basis van de beperkte verantwoording groepsrisico kan worden geconcludeerd dat het ruimtelijke initiatief geen significant effect heeft op de hoogte van het groepsrisico. Ten aanzien van de aspecten bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid hiervoor worden een aantal aanvullende maatregelen getroffen. Dit zit hem in het ontwerp van het plan, bouwkundig en organisatorisch. Desondanks blijft er de mogelijkheid bestaan dat er zich een calamiteit voordoet vanwege de aanwezige risicobronnen, dit restrisico wordt geaccepteerd.
Plasbrandaandachtsgebied Het plasbrandaandachtsgebied (PAG) is het gebied tot 30 m van het spoor waarin, bij de realisering van (kwetsbare) objecten, rekening dient te worden gehouden met de effecten van een plasbrand. De 30 m voor het PAG wordt gemeten vanaf de buitenste spoorstaaf van het buitenste doorgaande spoor. Het plangebied ligt minstens 40 m van de buitenste spoorstaaf. Het PAG vormt hierdoor geen belemmering voor het planvoornemen. 4.6.3 Conclusie Deze paragraaf is voor advies voorgelegd aan de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland Midden. Daarnaast is er in het stedenbouwkundig plan rekening gehouden met de eventuele externe veiligheidsgevolgen. In de toekomstige situatie zijn de slaapverblijven verder van de Betuwelijn af gesitueerd dan in de huidige situatie, met een eigen toegang vanaf de Hoevestraat. In de nieuwe opzet ligt nabij de Betuwelijn alleen nog een gebouw voor dagbesteding. Dit is geborgd in de regels in dit bestemmingsplan. In de huidige situatie ligt op ongeveer dezelfde plek ook al bebouwing voor dagbesteding. Het bouwvlak voor dit dagbestedingsgebouw ligt ter hoogte van de tunnelmond; op de plek dus waar de Betuwelijn het diepst is. De nieuwbouw wordt daarnaast aanzienlijk robuuster en Bestemmingsplan ‘Thushoeve’, Zevenaar Toelichting Vaststelling
25 degelijker dan de oudbouw en geeft waar nodig mogelijkheden voor extra preventiemaatregelen, die ook geborgd zijn in de regels van dit bestemmingsplan. Het aspect externe veiligheid vormt voor voorliggende ontwikkeling geen belemmering.
4.7
Bedrijven en milieuzonering
4.7.1 Kader Voor het behoud en de verbetering van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving is een juiste afstemming tussen de verschillende voorkomende functies noodzakelijk. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van een milieuzonering die uitgaat van richtinggevende afstanden tussen hinderlijke functies (in de vorm van gevaar, geluid, geur, stof) en gevoelige functies. In de handreiking “Bedrijven en Milieuzonering” van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) (versie 2009) zijn deze richtafstanden opgenomen. Van deze richtafstanden kan gemotiveerd worden afgeweken. In de VNG-publicatie worden twee omgevingstypen gehanteerd, namelijk het omgevingstype ‘rustige woonwijk en rustig buitengebied’ en het omgevingstype ‘gemengd gebied’. In het geval van het omgevingstype ‘gemengd gebied’ kunnen de richtafstanden met één afstandsstap verlaagd worden.
Tabel 4.2: Richtafstanden VNG-handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’.
4.7.2 Onderzoek Vanwege de verschillende bestemmingen rondom het plangebied (wonen, maatschappelijk, agrarisch en bedrijf) kan het gebied worden aangeduid als gemengd gebied. Op het kavel naast de huidige Thushoeve is een groen- en gronddepot van de gemeente Zevenaar gevestigd. In de feitelijke situatie is het een onbemand gronddepot. Activiteiten vinden naar verwachting slechts enkele keren per jaar plaats. Wanneer voor de categorie "Gemeentewerven (afvalinzameldepots)" echter worst-case wordt gekeken naar de richtafstand in gemengd gebied is deze 30 meter voor het aspect geluid en 10 meter voor de aspecten stof, gevaar en geur. De afstand van de gevels van de nieuw te bouwen woonzorgvoorziening tot de grens van de bedrijfsbestemming bedraagt circa 12 meter, waarmee voor de aspecten stof, gevaar en geur voldaan wordt aan de richtafstand en nader onderzoek niet noodzakelijk is. Wanneer naar de feitelijke situatie wordt gekeken, dan blijkt dat aan de westzijde van het perceel sprake is van een bosstrook / groenstrook met een breedte van circa 18 meter, waarbinnen geen activiteiten plaatsvinden. Op de grens van deze groenstrook met het overige terreindeel is een keerwand aanwezig die bestaande uit gestapelde betonblokken. Tegen deze keerwand is materiaal gestort dat op het depot verblijft.
Hiermee vinden de feitelijke activiteiten binnen het depot op meer dan 30 meter plaats, waarmee de richtafstand gerespecteerd wordt. De groenstrook en de keerwanden zorgen voor voldoende afscherming richting de woonzorgvoorziening. Deze strook leent zich niet voor bedrijfsmatige activiteiten, de aanwezige bomen zijn kapvergunningplichtig. Daarnaast betreft het gemeentegrond en
Bestemmingsplan ‘Thushoeve’, Zevenaar Toelichting Vaststelling
26 is de gemeente niet voornemens om de gronden anders te gaan gebruiken. Bij eventuele verkoop in de toekomst zullen er voorwaarden worden gesteld aan het gebruik van de gronden. Derhalve wordt geconcludeerd dat ter plaatse van de woonzorgvoorziening sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Ten zuiden van het plangebied blijft een gedeelte agrarische bestemming bestaan. Een deel van deze agrarische bestemming is in gebruik als paardenweide door de bewoners van de woning aan de Methen 12. Het gaat hier om het hobbymatig houden van paarden. Daarnaast wordt er voldaan aan de richtafstand (buiten de bebouwde kom) van 50 meter tot de mestplaats en de stallen. De overige naastgelegen agrarische percelen bestaan voornamelijk uit grasland. Enkel op het perceel aan de overzijde van de Hoevestraat worden gewassen geteeld (aardappelen). Bij gewassenteelt worden eventuele bestrijdingsmiddelen horizontaal gespoten. Hierbij is de kans op drift minimaal. De omschakeling naar een andere vorm van teelt is gezien de historische teelt niet te verwachten. De afstand van het bouwvlak tot aan dit perceel bedraagt circa 36 meter. Daarnaast zal het zorgerf in de toekomst worden omsloten door een groene haag. Hiermee zorgt ook het gebruik van eventuele gewasbeschermingsmiddelen niet voor belemmeringen.
4.7.3 Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt voor voorliggende ontwikkeling geen belemmering.
4.8
Water
4.8.1 Kader Er is een groot aantal beleidsstukken dat betrekking heeft op de waterhuishouding. Hieronder wordt een en ander uiteengezet. Rijks- en provinciaal beleid Het nationale en provinciale waterbeleid is beschreven in het Nationaal Waterplan en in het Provinciaal Waterplan 2016-2021. Nationaal Waterplan Dit plan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2016 - 2021 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, voldoende en schoon water en diverse vormen van gebruik van water. Provinciaal Waterplan 2016-2021 De hoofdzaken van het provinciaal beleid voor water zijn gericht op een veerkrachtig en duurzaam water- en bodemsysteem. Dit systeem bestaat uit bodem en ondergrond, grondwater en oppervlaktewater en is duurzaam als het ook in de toekomst kan blijven functioneren en in stand kan worden gehouden tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten. De provincie onderschrijft de ambitie van de Europese Kaderrichtlijn Water dat uiterlijk in 2027 het grond- en oppervlaktewater in Europa schoon en ecologisch gezond moet zijn en dat er voldoende water is voor duurzaam gebruik en voert deze uit. De beschermde gebieden voor grondwater, waterberging, de Kaderrichtlijn Water en Natura 2000 zijn leidend bij de uitwerking van dit beleid in programma’s of in kaders in de verordening.
Er worden condities gesteld voor effectief en zuinig gebruik van drinkwater, speciale waterecologie (Hoogst Ecologisch Niveau wateren en Specifiek Ecologische Doelstelling wateren), (grond)waterafhankelijke landnatuur plus de beschermingszones natte landnatuur en grondwateronttrekkingen voor drinkwater en industrie, groter dan 150.000 m3/jaar. De provincie stelt via uitvoerend beleid de doelen voor de regionale wateren voor de Kaderrichtlijn Water vast en geeft daarbij ook invulling aan de voorzieningenniveaus. Met de Gelderse waterschappen en de landbouw geeft de provincie invulling aan het vasthouden van water in de bodem, het grondwater en de haarvaten van het watersysteem. Bestemmingsplan ‘Thushoeve’, Zevenaar Toelichting Vaststelling
27 Bescherming tegen overstromingen vindt primair plaats op basis van preventie, waar nodig aangevuld met maatregelen in de ruimtelijke ordening en evacuatie. Deze bescherming gebeurt bij voorkeur in combinatie met het ontwikkelen en versterken van karakteristieke riviernatuur in Natura 2000-gebieden. Regionaal Waterprogramma Gelderland De provincie is vanuit diverse invalshoeken betrokken bij het thema water: vanuit de provinciale rol op het gebied van water en ondergrond, drinkwater, waterveiligheid en wateroverlast, natuur, waterkwaliteit en diverse gebruiksfuncties. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland, is in de geest van de nieuwe Omgevingswet ingevuld. In het verlengde daarvan wordt deze visie op hoofdlijnen aangevuld met een detaillering van het beleid in dit waterprogramma. De visie en het waterprogramma vormen samen ‘het beleid’. De ambitie is de komende jaren toe te werken naar een programma, dat vanuit raakvlakken in het provinciale beleid, bijvoorbeeld vanuit urgenties op gebiedsniveau, is ingevuld. Naar analogie van wat gezegd wordt in de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland: het gaat om het vinden van synergie, samenhang en uitruilmogelijkheden, om Gelderland ook in de toekomst gaaf te houden.
Raakvlakken worden in elk geval voorzien tussen water en de beleidsterreinen van bodembeheer, natuur-/ soortenbescherming, Natura 2000, klimaatadaptatie en met de programma’s van gebiedsontwikkeling Waar en hoe, wordt de komende jaren onderzocht, met de ambitie dit concreet te maken in programma(‘s) onder de nieuwe Omgevingswet. Zo staat Gelderland gesteld voor de toekomst. Dit waterprogramma is daarvoor een begin. Het bevat geen nieuw beleid, maar is een voortzetting van het bestaande waterbeleid. Beleid waterbeheerder Waterbeheerplan waterschap Rijn en IJssel In het Waterbeheerprogramma 2022-2027 van Waterschap Rijn en IJssel staat beschreven wat de doelen zijn voor de komende zes jaar in de Achterhoek en Liemers en hoe het waterschap deze wil halen. Naast het uitvoeren van kerntaken zijn het aanpassen van de leefomgeving aan de gevolgen van klimaatverandering en waterveiligheid de grootste prioriteiten. Ook een schone leefomgeving en de circulaire economie en energietransitie staan hoog op de agenda. Voor het Waterbeheerprogramma zijn de werkzaamheden van het waterschap weergegeven in vier thema's. Klimaatrobuust gebied De ambitie is om richting 2050 wendbaar invulling te geven aan het beheer, het onderhoud en de inrichting van het regionaal watersysteem.
Dit wordt gedaan in combinatie met aanpassingen in gebruik en inrichting van de omgeving, zodat jaarrond een optimale balans tussen te nat en te droog wordt bereikt en tegelijkertijd inwoners, bedrijven en medeoverheden voldoende weerbaar zijn tegen de onvermijdelijke gevolgen van extreem weer. Veilig gebied De bescherming tegen hoog water is een randvoorwaarde om veilig te kunnen wonen en werken in ons gebied. Het waterschap zorgt voor veilige dijken, nu en in de toekomst. Dat wordt gedaan door dagelijks beheer van de keringen en door continu inzicht in de keringen. Het beheer wordt op een duurzame wijze uitgevoerd en er wordt gewerkt aan behoud en verhoging van de biodiversiteit van de dijken. De ambitie is dat de keringen van het waterschap in 2050 voldoen aan de nieuwe normen voor waterveiligheid, en dat daarbij wendbaar ingespeeld wordt op ontwikkelingen.
Bestemmingsplan ‘Thushoeve’, Zevenaar Toelichting Vaststelling
28 Circulaire Economie en Energietransitie Het waterschap wil bij het uitvoeren van haar primaire taak zoveel mogelijk bijdragen aan het beperken van klimaatverandering. Daarbij wil zij in 2050 onderdeel zijn van een 100% circulaire economie waarin de taken klimaatneutraal worden uitgevoerd. Gezonde leefomgeving Het waterschap zorgt voor een schoon en gezond watersysteem voor de mensen en de natuur in het gebied. Het waterschap streeft ernaar dat het water in de leefomgeving geschikt is voor verschillende maatschappelijke functies en dat het geen risico's oplevert voor de volksgezondheid. Het doel is een oppervlaktewatersysteem te bereiken dat optimaal is voor ecologisch functioneren en biodiversiteit en natuurwaarden daarbinnen en -buiten bevordert. De herontwikkeling beschreven in deze watertoets betreft een inbreiding van verhard naar verhard oppervlak in het buitengebied. In het kort zijn de uitgangspunten: • Kwalitatief: vuilvracht uit de riolering (HWA + DWA) mag niet groter zijn dan de vuilvracht uit een verbeterd gescheiden referentiestelsel waarbij gemeente / projectontwikkelaar aantoont dat het voorgestelde stelsel hieraan voldoet. • Kwantitatief: bij extreme hemelwatergebeurtenissen mag bui T100+10 % tot aan maaiveld geborgen worden en mag er geen waterschade, door inundatie vanuit het watersysteem, ontstaan.
Gemeentelijk beleid Gemeente Zevenaar is samen de gemeenten Westervoort en Duiven verenigd in de waterorganisatie De Liemers. Gezamenlijk hebben zij in 2022 het Watertakenplan De Liemers 2022-2026 opgesteld. Visie op afvalwater De gemeenten dragen bij aan een gezonde leefomgeving door in te zetten op een goed functionerend en robuust rioolstelsel dat kan meebewegen met de ontwikkelingen van de toekomst. De Liemers beschouwt de afvalwaterketen als één systeem. De gemeenten streven er samen met het waterschap naar om het afvalwater op een doelmatige wijze in te zamelen, te transporteren en te zuiveren voordat het geloosd wordt op het oppervlaktewater. Daar waar mogelijk worden stromen van vuil en schoon water gescheiden (gehouden) en worden water en grondstoffen hergebruikt. Samen met het waterschap streven de gemeenten naar het verminderen van de hoeveelheid te zuiveren afvalwater en het optimaal gebruik van afvalwater vanuit het perspectief van circulariteit: hergebruik van water, nutriënten en warmte. Visie op hemelwater De gemeenten en het waterschap werken aan een veilige en klimaatbestendige leefomgeving door op een zorgvuldige manier om te gaan met het hemelwater dat valt op de verhardingen. Waar mogelijk worden verharde oppervlakken ontsteend en vergroend.
Afstromend schoon regenwater van verhardingen wordt zoveel mogelijk direct of anders via voorzieningen naar de bodem geleid, zodat het vertraagd kan afstromen en in perioden van droogte een buffer vormt. In z’n algemeenheid wordt nagestreefd om het hemelwater zoveel mogelijk vast te houden, daar waar het valt. Burgers, ondernemers en overige belanghebbenden worden gestimuleerd om waterbewust te handelen en hemelwater zoveel mogelijk op het eigen terrein vast te houden. Visie op grondwater De Liemers heeft een uitdagend grondwatersysteem. In een groot deel van De Liemers is het (grond)waterpeil sterk gerelateerd aan het waterpeil in de Rijn en de IJssel. Bij extreme (lage of hoge) waterstanden in de Rijn en de IJssel heeft dit tot gevolg dat in De Liemers sprake is van verdroging bij lage waterstanden of wateroverlast door kweldruk bij hoge waterstanden. De gemeenten en het waterschap streven, ook bij een veranderend klimaat, naar het voorkomen van structureel negatieve Bestemmingsplan ‘Thushoeve’, Zevenaar Toelichting Vaststelling