CConstaterende datZevenaar
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Raadsvergaderingen 2022-2026 27 maart 2024, gemeente Zevenaar30.025 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

het nemen van besluiten namens het Streekarchivariaat of het bestuur om rechtsgedingen, bezwaarprocedures of een procedure van administratief beroep te voeren of handelingen ter voorbereiding daarvan te verrichten; f. het nemen van alle conservatoire maatregelen zowel in als buiten rechte en het doen van alles wat nodig is ter voorkoming van verjaring van recht of bezit. 2. Voor zover de wet of deze regeling niet anders bepaalt, kunnen de raden geen zienswijze naar voren brengen op voorgenomen besluiten van het bestuur. 3. Ingezetenen van de deelnemende gemeenten en belanghebbenden worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op grond van deze regeling slechts betrokken voor zover dat bij of krachtens de wet is vereist. C. Artikel 9 wordt gewijzigd en luidt als volgt: 1. Het bestuur verstrekt aan de raden en colleges de door hen gevraagde inlichtingen. 2. Het bestuur geeft aan de raden en de colleges ongevraagd alle inlichtingen die nodig zijn voor een juiste beoordeling van het door hem gevoerde en te voeren beleid. Het bestuur informeert de raden schriftelijk en tenminste eenmaal per half jaar over het door het bestuur gevoerde en te voeren beleid. 3.

Een lid van het bestuur geeft het college dat hem heeft aangewezen als lid in het bestuur, gevraagd en ongevraagd inlichtingen over het door hem in het bestuur van de Bedrijfsvoeringsorganisatie gevoerde beleid. 4. Het eerste en tweede lid zijn van toepassing onverminderd het bepaalde in artikel 169 van de Gemeentewet. D. Artikel 18 wordt gewijzigd en luidt als volgt: 1. Het begrotingsjaar loopt van 1 januari tot en met 31 december. 2. Het bestuur stuurt de ontwerpbegroting voor het volgende jaar tenminste twaalf weken vóór vaststelling en uiterlijk 15 april naar de deelnemende gemeenten. 3. De raden kunnen binnen twaalf weken na de datum van toezending zoals bedoeld in het tweede lid, hun zienswijze over de ontwerpbegroting kenbaar maken bij het bestuur. 4. Het bestuur stelt de raden van de deelnemende gemeenten voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze bedoeld in het derde lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.

Gemeenschappelijke Regeling Streekarchivariaat de Liemers en Doesburg

5. Het bestuur stelt de begroting vast en stuurt de vastgestelde begroting binnen twee weken na de vaststelling, maar in ieder geval vóór 15 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde staten. E. Het opschrift van artikel 19 wordt gewijzigd en luidt als volgt: Artikel 19 Kadernota en jaarrekening F. Artikel 19 wordt gewijzigd en luidt als volgt: 1. Het bestuur zendt vóór 30 april de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening over het verstreken jaar aan de raden. 2 De raden kunnen binnen acht weken na de datum van toezending zoals bedoeld in het eerste lid, bij het bestuur een zienswijze over de voorlopige jaarrekening kenbaar maken bij het bestuur. 3 Het bestuur stelt de jaarrekening vast vóór 1 juli. 4 Het bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, en in ieder geval vóór 15 juli aan gedeputeerde staten. G. Het opschrift van artikel 20 wordt gewijzigd en luidt als volgt: Artikel 20 Financieel beleid H. Artikel 20 wordt gewijzigd en luidt als volgt: 1. Op het financieel beleid, het financieel beheer, de inrichting van de financiële organisatie en de controle daarop zijn de artikelen 212 en 213 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. 2. Het bestuur stelt de financiële regels vast die vereist zijn om aan het in het eerste lid bepaalde te kunnen voldoen. 3.

De legesverordening van de faciliterende gemeente is van overeenkomstige toepassing. I. Artikel 24 wordt gewijzigd en luidt als volgt: 1. Een deelnemend college kan uittreden door toezending van een daartoe strekkend besluit van dat college aan het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie. Bij het besluit om uit te treden wordt het raadsbesluit om toestemming te verlenen voor die uittreding overgelegd. 2. Tenzij het bestuur anders bepaalt, kan uittreding niet eerder plaatsvinden dan op 31 december van het jaar volgend op het jaar waarin het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie van het besluit tot uittreding zoals bepaald in het eerste lid in kennis is gesteld. 3. Het financiële nadeel dat de bedrijfsvoeringsorganisatie lijdt als gevolg van de uittreding, wordt als uittreedsom bij het uittredende college in rekening gebracht. 4. Bij het bepalen van het financiële nadeel dat de bedrijfsvoeringsorganisatie lijdt als gevolg van de uittreding worden betrokken: de directe kosten en de reële toekomstige schade voor de regeling en de overige deelnemers als gevolg van het uittreden van een deelnemend college. Tot deze kosten behoren in ieder geval alle wachtgeldverplichtingen, frictiekosten en desintegratiekosten. Voor het vaststellen van toekomstig financieel nadeel geldt een overbruggingsperiode van drie jaar. 5.

Kosten die het uittredende college maakt ter voorbereiding op of als gevolg van de beslissing tot uittreding komen voor rekening van het uittredende college. De kosten die niet direct kunnen worden toegerekend aan het uittredende college, worden naar rato berekend. 6. De uittreedsom wordt verminderd met het aandeel van het deelnemende college in het vermogen per 31 december van het jaar waarop het college uittreedt en op grond van de kostenverdeelsleutel zoals bedoeld in artikel 17 van de gemeenschappelijke regeling. 7. Voor de vaststelling van het financiële nadeel zoals bedoeld in het derde lid, wordt door de bedrijfsvoeringsorganisatie en het uittredende college gezamenlijk advies gevraagd aan een Gemeenschappelijke Regeling Streekarchivariaat de Liemers en Doesburg

onafhankelijke externe deskundige. Het advies van deze deskundige is voor partijen bindend. De kosten voor het inschakelen van de deskundige zijn voor rekening van de uittredende gemeente. J. Het opschrift van Hoofdstuk 9 Overgangs- en slotbepalingen wordt gewijzigd en luidt als volgt: Hoofdstuk 9 Evaluatie, overgangs- en slotbepalingen K. Na artikel 28 wordt een nieuw artikel 28a ingevoegd en dit artikel luidt als volgt: Artikel 28a Evaluatie Het bestuur evalueert deze regeling eenmaal per vier jaar. L. Het opschrift van Artikel 30 Bekendmaking en toezending wordt gewijzigd en luidt als volgt: Artikel 30 Bekendmaking M. Artikel 30 wordt gewijzigd en luidt als volgt: De faciliterende gemeente draagt zorg voor de bekendmaking van de regeling. Artikel II Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag van de maand na bekendmaking van dit besluit in het gemeenteblad van de gemeente Zevenaar.

Gemeenschappelijke Regeling Streekarchivariaat de Liemers en Doesburg

Aldus vastgesteld op Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Doesburg

De burgemeester,

de secretaris,

Aldus vastgesteld op Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Duiven

De burgemeester,

de secretaris,

Aldus vastgesteld op Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Westervoort

De burgemeester,

de secretaris,

Aldus vastgesteld op Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zevenaar

De burgemeester,

de secretaris,

Gemeenschappelijke Regeling Streekarchivariaat de Liemers en Doesburg

Overzicht Was-Wordt-Toelichting 2e wijziging Gemeenschappelijke regeling SALD Was Wordt Artikel 7 Vergaderorde en stemverhouding 1.Op het houden en de orde van de vergaderingen van het bestuur is artikel 22, eerste lid van de wet van toepassing. 2.Het bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter of één of meer andere leden van het bestuur dit nodig oordelen, maar tenminste tweemaal per jaar. 3.De vergaderingen van het bestuur zijn openbaar. 4.De deuren worden gesloten wanneer een van de leden daarom vraagt of de voorzitter dat nodig oordeelt. 5.Het bestuur beslist vervolgens of met gesloten deuren zal worden vergaderd. 6.Ten aanzien van het verhandelde in een besloten vergadering is artikel 23 van de wet van overeenkomstige toepassing. 7.In een besloten vergadering kan niet worden beraadslaagd of worden besloten over: a.de vaststelling en wijziging van de begroting en de vaststelling van de rekening; b.het toetreden tot en het uittreden uit de regeling; c.het wijzigen en beëindigen van de regeling. 8.De leden van het bestuur hebben ieder één stem.

Toelichting

Vanuit de deelnemers is voorgesteld om de Artikel 7 Vergaderorde en stemverhouding huidige stemverhouding aan te passen en te Lid 1 t/m 7 ongewijzigd. komen tot een gewogen stemverhouding. Lid 8 t/m 10 worden gewijzigd Aan artikel 17 worden lid 11 en lid 12 toegevoegd. De Wet gemeenschappelijke regelingen zegt niets over de stemverhoudingen in het bestuur. 8. Ieder lid van het bestuur heeft een aantal Dat is aan de deelnemers om te regelen (art. 14a stemmen afhankelijk van het aantal inwoners juncto artikel 13, lid 5 Wgr). Hoofdregel is dat ieder lid één stem heeft, maar het is mogelijk van de gemeente welke het meervoudig stemrecht toe te kennen. Dat kan vertegenwoordigt. gebaseerd worden op bijvoorbeeld het 9. Als inwonertal geldt het door het Centraal inwonertal, financiële bijdrage enz. Derhalve Bureau voor de Statistiek vastgestelde aantal bestaat dus keuzevrijheid. inwoners op 1 januari van het voorafgaande kalenderjaar. Om te komen tot een gewogen stemverhouding 10. De stemverhouding als bedoeld in het achtste wordt voorgesteld de stemverhouding te baseren op het inwoneraantal van de lid is als volgt: deelnemende gemeente. 1 t/m 20.000 inwoners 1 stem 20.001 t/m 40.000 inwoners 2 stemmen > 40.000 inwoners 3 stemmen 11. Het bestuur neemt besluiten met een meerderheid van stemmen tenzij in de regeling anders is bepaald.

In afwijking van de regel dat besluiten met meerderheid van stemmen worden genomen, wordt het vereiste van besluitvorming bij unanimiteit voorgesteld met betrekking tot de besluitvorming over de begroting en begrotingswijzigingen, over de jaarrekening, de verdeling van de kosten, de voorwaarden voor toe- en uittreding en over het wijzigen en beëindigen van de regeling.

Overzicht Was-Wordt-Toelichting 2e wijziging Gemeenschappelijke regeling SALD Was Wordt 9.De secretaris van het bestuur heeft geen stem 10.Het bestuur beslist bij unanimiteit.

12. In afwijking van het bepaalde in het elfde lid geldt dat unanimiteit is vereist voor besluitvorming over de begroting en begrotingswijzigingen, over de jaarrekening, over het wijzigen van de verdeling van de kosten zoals bedoeld in artikel 17 van de regeling, over de voorwaarden voor toe- en uittreding zoals bedoeld in artikel 23 en artikel 24 van de regeling en over het wijzigen en beëindigen van de regeling.

Toelichting

Overzicht Was-Wordt-Toelichting 2e wijziging Gemeenschappelijke regeling SALD Was Wordt Artikel 8 Bevoegdheden Naast de uitoefening van taken en bevoegdheden op grond van het elders in deze regeling bepaalde, is het bestuur in elk geval belast met en bevoegd tot: a. het voeren van het dagelijks bestuur van het Streekarchivariaat; b. het vaststellen van regels over de ambtelijke organisatie met inachtneming van het bepaalde in artikel 14 van deze regeling. c. het nemen van besluiten tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van het Streekarchivariaat d. het nemen van besluiten tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen overeenkomstig het bepaalde in artikel 31a van de wet; e. het nemen van besluiten namens het Streekarchivariaat of het bestuur om rechtsgedingen, bezwaarprocedures of een procedure van administratief beroep te voeren of handelingen ter voorbereiding daarvan te verrichten; f. het nemen van alle conservatoire maatregelen zowel in als buiten rechte en het doen van alles wat nodig is ter voorkoming van verjaring van recht of bezit;

Artikel 8 Bevoegdheden Artikel 8 wordt verdeeld in drie leden. De tekst van het huidige artikel 8 wordt opgenomen in het eerste lid. Het nieuwe tweede lid van artikel 8 komt als volgt te luiden: 2. Voor zover de wet of deze regeling niet anders bepaalt, kunnen de raden geen zienswijze naar voren brengen op voorgenomen besluiten van het bestuur. Het nieuwe derde lid van artikel 8 komt als volgt te luiden: 3. Ingezetenen van de deelnemende gemeenten en belanghebbenden worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op grond van deze regeling slechts betrokken voor zover dat bij of krachtens de wet is vereist.

Toelichting Volgens artikel 10, lid 5 van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) houdt de regeling bepalingen in omtrent de besluiten van de bedrijfsvoeringsorganisatie, waarover de raden van de deelnemende gemeenten een zienswijze naar voren kunnen brengen voorafgaand aan het nemen van het besluit. Volgens dit wetsartikel mag ook geregeld worden dat de raad in geen enkel geval een zienswijze kan indienen over voorgenomen besluiten van het bestuur. Het SALD is een uitvoeringsorganisatie en de gemeenschappelijke regeling is een beleidsarme regeling. Om die reden ligt de behoefte aan het uitbrengen van zienswijzen over voorgenomen besluiten minder voor de hand. De mogelijkheid om een zienswijze uit te brengen over de ontwerpbegroting en in het geval van een wijziging van de regeling bij bijvoorbeeld toetreding of uittreding van deelnemers staat reeds in de wet. Voorgesteld wordt om een tweede lid op te nemen waarin wordt bepaald dat de raden geen zienswijze naar voren kunnen brengen over voorgenomen besluiten van het bestuur voor zover de wet of deze regeling niet anders bepaalt.

Overzicht Was-Wordt-Toelichting 2e wijziging Gemeenschappelijke regeling SALD Was Wordt

Toelichting Volgens artikel 10, lid 7 van de Wgr moet een gemeenschappelijke regeling bepalingen inhouden over de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op grond van deze regeling worden betrokken. Volgens dit wetsartikel mag ook geregeld worden dat ingezetenen en belanghebbenden niet worden betrokken. Burgerparticipatie ligt meer voor de hand bij het bepalen van het beleid. De beleidskeuzes liggen bij de deelnemende gemeenten. Daarom wordt voorgesteld in de regeling op te nemen dat geen participatie van ingezetenen/belanghebbenden plaatsvindt met betrekking tot de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid volgens deze regeling tenzij die participatie bij of krachtens wet is vereist. Voorgesteld wordt om een derde lid aan dit artikel toe te voegen waarin wordt bepaald dat ingezetenen van de deelnemende gemeenten en belanghebbenden niet worden betrokken bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op grond van deze regeling.

Overzicht Was-Wordt-Toelichting 2e wijziging Gemeenschappelijke regeling SALD Was Wordt Artikel 9 Inlichtingenplicht 1. Het bestuur verstrekt aan de raden en colleges de door hen gevraagde inlichtingen. 2. Het bestuur geeft aan de raden en de colleges ongevraagd alle inlichtingen die nodig zijn voor een juiste beoordeling van het door hem gevoerde en te voeren beleid. 3. Een lid van het bestuur geeft het college dat hem heeft aangewezen als lid in het bestuur, gevraagd en ongevraagd inlichtingen over het door hem in het bestuur van de Bedrijfsvoeringsorganisatie gevoerde beleid. 4. Het eerste en tweede lid zijn van toepassing onverminderd het bepaalde in artikel 169 van de Gemeentewet.

Artikel 9 Inlichtingenplicht 1. (Ongewijzigd) Lid 2 wordt aangevuld en komt te luiden als volgt: 2. Het bestuur geeft aan de raden en de colleges ongevraagd alle inlichtingen die nodig zijn voor een juiste beoordeling van het door hem gevoerde en te voeren beleid. Het bestuur informeert de raden schriftelijk en tenminste eenmaal per half jaar over het door het bestuur gevoerde en te voeren beleid. 3. (Ongewijzigd) 4.(Ongewijzigd)

Toelichting In artikel 17 van de Wgr staat een algemene informatieverplichting voor het bestuur van de GR: het moet de raden van de deelnemende gemeenten ongevraagd alle inlichtingen verstrekken die zij nodig hebben voor de uitoefening van hun taken. In de GR moet worden vastgelegd op welke wijze de inlichtingen worden verstrekt. Het huidige artikel 9 bevat een inlichtingenplicht, maar daarin wordt niet bepaald op welke wijze de inlichtingen worden verstrekt. In de voorgestelde wijziging van artikel 9 wordt in lid 2 opgenomen dat de informatieverstrekking schriftelijk en tenminste eenmaal per half jaar plaatsvindt.

Overzicht Was-Wordt-Toelichting 2e wijziging Gemeenschappelijke regeling SALD Was Wordt Artikel 18 Begroting 1. Het begrotingsjaar loopt van 1 januari tot en met 31 december. 2. Het bestuur stuurt de ontwerpbegroting voor het volgende jaar tenminste acht weken vóór de vaststelling en uiterlijk 15 april naar de deelnemende gemeenten. 3. De raden kunnen binnen acht weken na de datum van toezending zoals bedoeld in het tweede lid, hun zienswijze over de ontwerpbegroting kenbaar maken bij het bestuur. 4. Het bestuur stelt de begroting vast vóór 15 juli en stuurt de vastgestelde begroting binnen twee weken na de vaststelling, en in ieder geval vóór 1 augustus van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde staten.

Artikel 18 Begroting 1. (Ongewijzigd) 2. Het bestuur stuurt de ontwerpbegroting voor het volgende jaar tenminste twaalf weken vóór vaststelling en uiterlijk 15 april naar de deelnemende gemeenten. 3. De raden kunnen binnen twaalf weken na de datum van toezending zoals bedoeld in het tweede lid, hun zienswijze over de ontwerpbegroting kenbaar maken bij het bestuur. 4. Het bestuur stelt de raden van de deelnemende gemeenten voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze bedoeld in het derde lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. 5. Het bestuur stelt de begroting vast en stuurt de vastgestelde begroting binnen twee weken na de vaststelling, maar in ieder geval vóór 15 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde staten.

Toelichting De gewijzigde Wgr voorziet in een verandering van de planning- en control-cyclus, met name de begrotingscyclus. Het gaat hier om een bindende regeling. Artikel 18 is in overeenstemming gebracht met de regeling in de Wgr.

Overzicht Was-Wordt-Toelichting 2e wijziging Gemeenschappelijke regeling SALD Was Wordt

Toelichting

Artikel 19 Jaarrekening 1. Het bestuur zendt vóór 15 april de voorlopige jaarrekening over het verstreken jaar aan de raden. 2. De raden kunnen binnen acht weken na de datum van toezending zoals bedoeld in het eerste lid, bij het bestuur een zienswijze over de voorlopige jaarrekening kenbaar maken bij het bestuur. 3. Het bestuur stelt de jaarrekening vast vóór 1 juli. 4. Het bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, en in ieder geval vóór 15 juli aan gedeputeerde staten.

Artikel 19 Kadernota en jaarrekening 1. Het bestuur zendt vóór 30 april de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening over het verstreken jaar aan de raden. 2. De raden kunnen binnen acht weken na de datum van toezending zoals bedoeld in het eerste lid, bij het bestuur een zienswijze over de voorlopige jaarrekening kenbaar maken bij het bestuur. 3. Het bestuur stelt de jaarrekening vast vóór 1 juli. 4. Het bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, en in ieder geval vóór 15 juli aan gedeputeerde staten.

Artikel 19 is in overeenstemming gebracht met artikel 34b van de Wgr. Volgens dat artikel stuurt het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening vóór 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, naar de raden van deelnemende gemeenten.

Artikel 20 Verordeningen financieel beleid 1. Met betrekking tot de onderwerpen, zoals bepaald in de artikelen 212 en 213 Gemeentewet zijn de betreffende verordeningen van de faciliterende gemeente van overeenkomstige toepassing. 2. De legesverordening van de faciliterende gemeente is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 20 Financieel beleid 1. Op het financieel beleid, het financieel beheer, de inrichting van de financiële organisatie en de controle daarop zijn de artikelen 212 en 213 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. 2. Het bestuur stelt de financiële regels vast die vereist zijn om aan het in het eerste lid bepaalde te kunnen voldoen. 3. De legesverordening van de faciliterende gemeente is van overeenkomstige toepassing.

De inhoud van de financiële verordeningen van de faciliterende gemeente blijken niet toepasbaar op deze gemeenschappelijke regeling. Daarom wordt artikel 20 gewijzigd en wordt daarin geregeld dat het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie de financiële regels vaststelt om te voldoen aan het bepaalde in artikel 212 en 213 van de Gemeentewet. Lid 1 en 2 van dit artikel worden gewijzigd. Het huidige lid 2 wordt vernummerd naar lid 3.

In de huidige regeling wordt niet gerept over de kadernota. Dat een kadernota naar de raad wordt gestuurd vloeit rechtstreeks voort uit de wet. Dat geldt ook de jaarrekening en de begroting. Voor de leesbaarheid wordt de wettelijke regeling met betrekking tot de planning- en control-cyclus in zijn geheel overgenomen in de regeling.

Overzicht Was-Wordt-Toelichting 2e wijziging Gemeenschappelijke regeling SALD Was Wordt Artikel 24 Uittreding 1. Een deelnemend college kan uittreden door toezending van een daartoe strekkend besluit van dat college aan het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie. Bij het besluit om uit te treden wordt het raadsbesluit om toestemming te verlenen voor die uittreding overgelegd. 2. Tenzij het bestuur anders bepaalt, kan uittreding niet eerder plaatsvinden dan op 31 december van het jaar volgend op het jaar waarin het bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie van het besluit tot uittreding zoals bepaald in het eerste lid in kennis is gesteld. 3. Het financiële nadeel dat de bedrijfsvoeringsorganisatie lijdt als gevolg van de uittreding, wordt inclusief de hierdoor eventueel ontstane wachtgeldverplichtingen, als uittreedsom bij de uittredende gemeente in rekening gebracht. 4. Voor de vaststelling van het financiële nadeel zoals bedoeld in het derde lid, wordt door de bedrijfsvoeringsorganisatie en het uittredende college gezamenlijk advies gevraagd aan een onafhankelijke externe deskundige. Het advies van deze deskundige is voor partijen bindend. De kosten voor het inschakelen van de deskundige zijn voor rekening van de uittredende gemeente.

Artikel 24 Uittreding 1. (Ongewijzigd) 2. (Ongewijzigd) 3. Het financiële nadeel dat de bedrijfsvoeringsorganisatie lijdt als gevolg van de uittreding, wordt als uittreedsom bij het uittredende college in rekening gebracht. 4. Bij het bepalen van het financiële nadeel dat de bedrijfsvoeringsorganisatie lijdt als gevolg van de uittreding worden betrokken: de directe kosten en de reële toekomstige schade voor de regeling en de overige deelnemers als gevolg van het uittreden van een deelnemend college. Tot deze kosten behoren in ieder geval alle wachtgeldverplichtingen, frictiekosten en desintegratiekosten. Voor het vaststellen van toekomstig financieel nadeel geldt een overbruggingsperiode van drie jaar. 5. Kosten die het uittredende college maakt ter voorbereiding op of als gevolg van de beslissing tot uittreding komen voor rekening van het uittredende college. De kosten die niet direct kunnen worden toegerekend aan het uittredende college, worden naar rato berekend.

Toelichting Volgens de Wgr houdt de regeling bepalingen in over de voorwaarden waaronder kan worden uitgetreden en de gevolgen van uittreding waaronder bepalingen over de gevolgen voor het vermogen van de rechtspersoon en de deelnemende gemeenten. Dit betekent dat in de regeling wordt vastgelegd welke afspraken moeten worden gemaakt over de gevolgen van de uittreding. Met de voorgestelde tekst wordt op hoofdlijnen bepaald hoe wordt gekomen tot het bedrag van de uittreedsom en hoe wordt omgegaan met het vermogen van de bedrijfsvoeringsorganisatie bij uittreding.

Overzicht Was-Wordt-Toelichting 2e wijziging Gemeenschappelijke regeling SALD Was Wordt 6. De uittreedsom wordt verminderd met het aandeel van het deelnemende college in het vermogen per 31 december van het jaar waarop het college uittreedt en op grond van de kostenverdeelsleutel zoals bedoeld in artikel 17 van de gemeenschappelijke regeling. 7. Voor de vaststelling van het financiële nadeel zoals bedoeld in het derde lid, wordt door de bedrijfsvoeringsorganisatie en het uittredende college gezamenlijk advies gevraagd aan een onafhankelijke externe deskundige. Het advies van deze deskundige is voor partijen bindend. De kosten voor het inschakelen van de deskundige zijn voor rekening van de uittredende gemeente.

Toelichting

Overzicht Was-Wordt-Toelichting 2e wijziging Gemeenschappelijke regeling SALD Was Wordt Hoofdstuk 9 Evaluatie, overgangs- en slotbepalingen Artikel 28a Evaluatie Het bestuur evalueert deze regeling eenmaal per vier jaar.

Artikel 30 Bekendmaking en toezending De faciliterende gemeente draagt zorg voor toezending van de regeling aan Gedeputeerde Staten en de bekendmaking van de regeling.

Artikel 30 Bekendmaking De faciliterende gemeente draagt zorg voor de bekendmaking van de regeling.

Toelichting

Volgens artikel 11a van de Wgr houdt de regeling bepalingen in over de evaluatie van de regeling. Dat kan ook een bepaling zijn dat er niet geëvalueerd wordt. Een beperkte evaluatie ligt voor de hand. Met name om stil te staan bij het functioneren van de regeling. Daarom wordt voorgesteld artikel 28a op te nemen. Volgens artikel 26 van de Wgr maakt de gemeente die daartoe bij de regeling is aangewezen de gemeenschappelijke regeling bekend in het eigen gemeenteblad. Voorheen kende de Wgr het voorschrift om de gemeenschappelijke regeling toe te zenden aan Gedeputeerde Staten en de gemeenschappelijke regeling bekend te maken in de Staatscourant. Artikel 30 van de regeling is aangepast aan artikel 26 van de Wgr.

*Z0822DC70F5*

Raadsvoorstel onderwerp zaaknummer documentnummer portefeuillehouder portefeuille behandelend ambtenaar/afdeling telefoon email

Verbeterplan doelgroepenvervoer 2024-2025 Z/24/463406 INT/24/1197111 S. Bijl H. Dolleman/afdeling Maatschappelijke Ontwikkeling 0316 – 595 561 h.dolleman@zevenaar.nl

1. Samenvatting Er op uit kunnen is een voorwaarde om mee te doen in de samenleving. Dit kan bijvoorbeeld met eigen vervoer of met het openbaar vervoer. Maar zelfstandig van A naar B reizen is niet voor iedere inwoner vanzelfsprekend. Daarvoor heeft de gemeente wettelijke taken. Deze zijn met het (gemeentelijke) doelgroepenvervoer ingevuld en ondergebracht in de BVO DRAN. Het coalitieakkoord stelt dat we stappen nemen om de kosten van het doelgroepenvervoer te verlagen. In het collegeprogramma is daarom opgenomen dat we daarvoor een verbeterplan opstellen. Door in 2023 in de praktijk verbeteringen door te voeren, zijn al besparingen gerealiseerd. Verdere verlaging van de kosten is wenselijk. Dit maakt het verbeterplan mogelijk. Dit plan vraagt om investeringen waarvoor de dekking het al behaalde financiële voordeel is. 2. Raadsvoorstel 1. Voor de uitvoering van het verbeterplan de volgende budgetten beschikbaar te stellen: - een incidenteel budget van € 100.000,- voor het inhuren van een meewerkend projectleider; - een budget van € 40.000,- voor het in 2024 aanstellen van een Wmo-vervoersconsulent; - vanaf 2025 een structureel budget van € 60.000,- voor een Wmo-vervoersconsulent; - een budget van € 35.000,- voor het in 2024 inzetten van maatregelen; - vanaf 2025 een structureel budget van € 65.000,- voor het inzetten van maatregelen. 3.

Waarom naar de raad De gemeenteraad gaat over de financiën van de gemeente. 4. Doelstelling en beoogd resultaat In het collegeprogramma is onder paragraaf 6.2.5 opgenomen: ‘Wij stellen een verbeterplan doelgroepenvervoer op’. Dit is een uitwerking van het coalitieakkoord 2022-2026 waarin is opgenomen dat we stappen nemen om de kosten van het doelgroepenvervoer te verlagen: ‘goed doelgroepenvervoer met regels die voor iedereen gelijk zijn’. Het doelgroepenvervoer zijn hier de wettelijke taken (Jeugdwet, Wmo 2015 en onderwijswetgeving) van de gemeente die namens haar uitgevoerd worden door de BVO DRAN en de door haar gecontracteerde vervoerders. Het verbeterplan doelgroepenvervoer is gericht op onze werkwijze en op instroombeheersing. Met de gevraagde investeringen wordt beoogd het verbeterplan uit te voeren met als resultaat (verdere) vermindering van de kosten van het doelgroepenvervoer. Dit zonder de belangrijke taak ervan voor

grote groepen inwoners uit het oog te verliezen. Kortom, goed doelgroepenvervoer via de BVO DRAN dat minder kost. 5. Argumenten en alternatieven Argumenten 1.1 Het verbeterplan is uitwerking van coalitieakkoord 2022-2026 In 6.2.5 van het collegeprogramma is het opstellen van een verbeterplan doelgroepenvervoer opgenomen. Dit plan (bijlage 1) omvat verbeteringen/stappen die de kosten van het doelgroepenvervoer bij de BVO DRAN moeten verlagen. Specifiek richten de verbeteringen zich op onze werkwijze en op instroombeheersing. 1.2 Het verbeterplan doelgroepenvervoer vraagt om investeringen Om te bereiken dat de kosten van het doelgroepenvervoer verder worden verlaagd, zijn investeringen nodig. Er is dekking voor de gevraagde financiële inzet. Dit is te lezen onder het kopje Kosten, baten en dekking. Voorgesteld wordt budget beschikbaar te stellen voor de volgende onderdelen: - Inhuren meewerkend projectleider (incidenteel) Het verbeteren van onze dienstverlening (werkwijze) in het doelgroepenvervoer willen we projectmatig aanpakken. Veel verbeteringen moeten op de afdeling Maatschappelijke Dienstverlening doorgevoerd worden. Daarom wordt geadviseerd een meewerkend projectleider op deze afdeling in te huren. De kosten van inhuur voor een periode van 1 jaar zijn € 100.000,-.

- Aanstellen Wmo-consulent voor team doelgroepenvervoer (structureel) Het verbeteren van onze dienstverlening (werkwijze) in het doelgroepenvervoer willen we onder andere invullen door het instellen van een team doelgroepenvervoer van 2 fte. Omdat het Wmo-vervoer een groot deel van het doelgroepenvervoer uitmaakt, is een specifieke vervoersconsulent Wmo in het team gewenst. Om dit team, maar ook de Wmo-uitvoering met haar wachttijden, een boost te geven, wordt u voorgesteld budget beschikbaar te stellen voor het aanstellen van een specifieke vervoersconsulent Wmo. De kosten voor deze consulent zijn per jaar € 60.000,-. Omdat een (eventuele) aanstelling in 2024 eerst vanaf 1 mei mogelijk zal zijn, betekent dit voor 2024 een investering van € 40.000,-. - Budget voor maatregelen (structureel) Een deel van de inwoners die nu gebruik maakt van het doelgroepenvervoer is (opnieuw) aan te leren hoe ze (meer) gebruik kunnen maken van het openbaar vervoer. Hiervoor zijn maatregelen in te zetten als ovambassadeurs, Go OV app, MEE op weg en de Reiskoffer. De structurele verlaging van de begroting van de BVO DRAN maakt het mogelijk om structureel een bedrag van € 65.000,- per jaar te reserveren voor het inzetten van deze maatregelen. In 2024 verwachten we deze maatregelen eerst vanaf juni in te kunnen zetten en is een bedrag van € 35.000,- voldoende.

1.3 Het verbeterplan sluit aan bij de nieuwe visie sociaal domein Bij de uitwerking van de verbeteringen in het plan sluiten we zoveel mogelijk aan bij de informatie die nu beschikbaar is vanuit het traject om te komen tot een nieuwe visie en integrale beleidsnota sociaal domein. Ook is rekening gehouden met actuele ontwikkelingen binnen het sociaal domein en in de samenleving. Alternatieven Het verbeterplan in zijn geheel uit laten voeren door huidige medewerkers.

zaaknummer Z/24/463406

pagina 2 van 5

Dit betekent wel dat de uitvoering van dit plan ‘er bij’ komt of, als prioriteit aan het verbeterplan wordt gegeven, dat andere werkzaamheden van deze medewerkers ‘langer blijven liggen’. 6. Hoe gaan we dat bereiken en is evaluatie nodig? Na een positief besluit van u worden in 2024 alle verbeteringen projectmatig opgepakt. In het 2e kwartaal 2025 wordt de gewijzigde werkwijze geëvalueerd. In het 4e kwartaal 2025 evalueren we of de verbeteringen hebben geleid tot instroombeheersing en (verdere) kostenbesparing. Wij informeren u over de evaluaties. 7. Klimaat en duurzaamheid N.v.t. 8. Communicatie Voor het communicatieve aspect voor de uitvoering van het verbeterplan wordt een apart communicatieplan opgesteld. Een belangrijk onderdeel hiervan is (meer) bekendheid te creëren op de voorliggende vervoersvoorzieningen (zoals openbaar vervoer) voor inwoners en maatschappelijke partners. De infographic uit het verbeterplan ondersteunt hierbij. De participatieraad Zevenaar wordt het verbeterplan toegezonden en in één van hun vergaderingen toegelicht. Voor stakeholders wordt een publieksvriendelijke versie gemaakt van het verbeterplan. 9. Kosten, baten en dekking Het doel van het verbeterplan is het (verder) verlagen van de kosten voor de BVO DRAN. Om dit doel te bereiken wordt u om een aantal investeringen gevraagd. De financiële inzet is te dekken uit (in 2023) behaald voordeel.

Dit voordeel is gerealiseerd door in de praktijk al verbeteringen toe te passen. Op grond van dit structurele financiële voordeel is inmiddels duidelijk dat de meerjarenbegroting van de BVO DRAN in 2024 gewijzigd vastgesteld kan worden en voor Zevenaar de komende jaren verlaagd kan worden met: 2024: € 264.694,2025: € 295.838,2026: € 307.473,2027: € 325.471,In het 2e kwartaal 2024 wordt u nader geïnformeerd en een zienswijze gevraagd over de gewijzigde meerjarenbegroting van de BVO DRAN. Dekking voor de investeringen biedt de te wijzigen meerjarenbegroting doelgroepenvervoer met de hierboven genoemde bedragen. Het verbeterplan vraagt om de volgende investeringen: 1. Inhuren meewerkend projectleider (incidenteel). Veel verbeteringen moeten op de afdeling Maatschappelijke Dienstverlening doorgevoerd worden. Daarom wordt geadviseerd een meewerkend projectleider op deze afdeling in te huren. De kosten van inhuur voor een periode van 1 jaar zijn € 100.000,-. 2. Aanstellen vervoersconsulent Wmo (structureel). Het verbeteren van onze dienstverlening (werkwijze) in het doelgroepenvervoer willen we onder andere invullen door het instellen van een team doelgroepenvervoer van 2 fte. Omdat het Wmo-vervoer een groot deel van het doelgroepenvervoer uitmaakt, is een nieuw te werven vervoersconsulent Wmo in het team gewenst. De kosten voor deze consulent zijn per jaar € 60.000,-.

Bij een aanstelling vanaf 1 mei 2024 betekent dit voor 2024 een investering van € 40.000,3. Budget voor maatregelen (structureel).

zaaknummer Z/24/463406

pagina 3 van 5

De structurele verlaging van de begroting van de BVO DRAN maakt het mogelijk om structureel een bedrag van € 65.000,- per jaar te reserveren voor het inzetten van maatregelen (ov-ambassadeurs, Go OV app, MEE op weg en de Reiskoffer). In 2024 verwachten we deze maatregelen eerst vanaf juni in te kunnen zetten en is een bedrag van € 35.000,- voldoende. In de evaluatie in het 4e kwartaal 2025 nemen we deze maatregelen mee om te zien of en hoeveel effect ze hebben. De incidentele kosten voor uitvoering van het verbeterplan en de wijziging van de begroting 2024 van de BVO DRAN worden verwerkt in de 1e voortgangsrapportage 2024. De structurele gevolgen van het verbeterplan en de meerjarenbegroting van de BVO DRAN worden verwerkt in de kadernota 2025. 10. Bijlagen De volgende bijlagen horen bij dit voorstel: Volgorde 1. 2.

Documentnummer Z/24/463406/1195902 Z/24/463406/1197111

Naam Verbeterplan doelgroepenvervoer 2024-2025 Raadsbesluit Verbeterplan doelgroepenvervoer 2024-2025

Burgemeester en wethouders van Zevenaar De secretaris Danielle Jansen

zaaknummer Z/24/463406

De burgemeester Lucien van Riswijk

pagina 4 van 5

Raadsbesluit onderwerp zaaknummer documentnummer

Verbeterplan doelgroepenvervoer 2024-2025 Z/24/463406 INT/24/1197111

De raad van de gemeente Zevenaar; overwegende dat: de raad kennis heeft genomen van het verbeterplan doelgroepenvervoer 2024-2025; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Zevenaar; gelet op artikelen 147 lid 2 en 189 van de Gemeentewet; besluit: voor de uitvoering van het verbeterplan doelgroepenvervoer 2024-2025 de volgende budgetten beschikbaar te stellen: - een incidenteel budget van € 100.000,- voor het inhuren van een projectleider; - een budget van € 40.000,- voor het in 2024 aanstellen van een Wmo-vervoersconsulent; - vanaf 2025 een structureel budget van € 60.000,- voor een Wmo-vervoersconsulent; - een budget van € 35.000,- voor het in 2024 inzetten van maatregelen; - vanaf 2025 een structureel budget van € 65.000,- voor het inzetten van maatregelen. Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Zevenaar, gehouden op 27 maart 2024.

De griffier I.M. van Dijk

zaaknummer Z/24/463406

De burgemeester drs. L.J.E.M. van Riswijk

pagina 5 van 5

Verbeterplan doelgroepenvervoer 2024 – 2025 hoe blijft iedereen van A naar B reizen..?

1

Inhoudsopgave Samenvatting ................................................................................................................................. 2 Aanleiding en achtergrond …..…………………………………………………………………………………………… 2 Inleiding .......................................................................................................................................... 2 Opdracht ……………………………………………………………………………………………………………………….. 7 Visie …………………........................................................................................................................... 8 Ambities ….................................................................................................................................... 11 Verbeteringen ............................................................................................................................... 12 Evaluatie ....................................................................................................................................... 26 Investeringen ................................................................................................................................ 26 Bijlagen ……………………………………………………………………………………………………………………….. 28

Samenvatting Er op uit kunnen is een voorwaarde om mee te doen in de samenleving. Dit kan met eigen vervoer, met openbaar vervoer of met aanvullend openbaar vervoer. Zelfstandig van A naar B reizen is echter niet voor iedere inwoner vanzelfsprekend. Daarom is het doelgroepenvervoer ingericht zodat ook kwetsbare inwoners in staat zijn te reizen. Het doelgroepenvervoer doet er dan ook toe. Maar is het niet een te groot succes geworden? Oftewel waarom reizen niet meer inwoners gewoon (weer) zelfstandig? Het is toch normaal dat een ieder een eigen verantwoordelijkheid heeft voor vervoer? Vervoer is ook in veel gevallen zelf te realiseren. Het openbaar vervoer is daarvoor bedoeld. Dit plan komt met verbeteringen om de druk op het doelgroepenvervoer te verlagen, maar ook om toch voorop te stellen dat vervoer voor een ieder een eigen in te vullen verantwoordelijkheid is.

1. Aanleiding en achtergrond In het coalitieakkoord 2022-2026 is de volgende tekst opgenomen: ‘We nemen stappen om de kosten van het doelgroepenvervoer te verlagen. Goed doelgroepenvervoer met regels die voor iedereen gelijk zijn’. In het collegeprogramma 2022-2026 is naar aanleiding van bovenstaande tekst het volgende opgenomen: 6.2.5 Wij stellen een verbeterplan doelgroepenvervoer op Wanneer: 2023-2025 Ons doelgroepenvervoer willen we verbeteren. Dit betreft niet zozeer de huidige functie, het wagenpark of de dienstverlening van de BVO DRAN, maar onze werkwijze en instroombeheersing. We stellen een verbeterplan op en werken in de periode 2023-2025 onder meer aan alternatieven om de instroom te beperken of om te buigen door inzet van voorliggende voorzieningen.

2. Inleiding Om mee te doen aan de maatschappij – te werken, leren, ontmoeten, recreëren en contacten onderhouden – moeten inwoners zich kunnen verplaatsen. Inwoners kiezen hiervoor normaal gesproken om een eigen vervoermiddel of het openbaar vervoer (ov) te gebruiken. Wanneer inwoners als gevolg van het ontbreken van passend openbaar vervoer niet in staat zijn gebruik 2

hiervan te maken is er aanvullend openbaar vervoer (aov). Het aanbieden van dit vervoer valt onder de verantwoordelijkheid van de provincie. Wanneer inwoners als gevolg van een beperking niet in staat zijn gebruik te maken van het openbaar- of aanvullend openbaar vervoer of eigen vervoer, dan zijn er gemeentelijke vervoersvoorzieningen die het hen mogelijk maken toch de gewenste reizen te maken. Het grootste deel van die voorzieningen, het collectieve deeltaxivervoer, vormen het doelgroepenvervoer. Het aanbieden van het doelgroepenvervoer valt onder de verantwoordelijkheid van de gemeente met als doel: ondersteuning bij mobiliteit! Naast de gemeente zijn er ook andere opdrachtgevers voor doelgroepenvervoer. Dit zijn de zorgverzekeraars, het UWV en het ministerie van VWS. Zij maken vervoer naar zorginstellingen, dagopvang, werk, opleiding of bovenregionaal doelgroepenvervoer (Valys) mogelijk. In bijlage 1 is een overzicht “afbakening vervoer” opgenomen die het hele doelgroepenvervoer omvat.

2.1 Doelgroepenvervoer in Zevenaar? 2.1.1 Definitie Het doelgroepenvervoer dat als wettelijke taak aan de gemeente is toegewezen en dat namens haar uitgevoerd wordt door de BVO DRAN en de door haar gecontracteerde vervoerders. 2.1.2 Wettelijke kaders Dit doelgroepenvervoer is er om speciale groepen, zoals leerlingen, 75-plussers en inwoners met een beperking deel te laten nemen aan het maatschappelijke leven en te vervoeren naar vrijwilligerswerk, school of opleiding of om bezoek aan vrienden, familie, musea, theater, winkels, of (medische) instellingen mogelijk te maken. Dit vervoer voor groepen inwoners wordt geregeld onder drie verschillende wettelijke kaders: a. de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo): alledaags lokaal vervoer van inwoners met beperkingen in de mobiliteit “het Wmo-vervoer”; b. de Jeugdwet: vervoer van een jeugdige van en naar de locatie waar jeugdhulp wordt geboden “het jeugdwetvervoer”; c. drie onderwijswetten (WPO, WVO en WEC): vervoer tussen woning en school en/of stage “het leerlingenvervoer”. In bijlage 2 wordt bovengenoemd vervoer nader toegelicht. 2.1.3 BVO DRAN Bovengenoemd doelgroepenvervoer is dus belegd bij de BVO DRAN. De BVO DRAN is een gemeenschappelijke regeling en verantwoordelijk voor de uitvoering van het doelgroepenvervoer in 18 regiogemeenten, waaronder Zevenaar.

Dit vervoer wordt uitgevoerd onder de naam Aanvullend vervoer Arnhem Nijmegen (Avan). Hier is sprake van geïndiceerd doelgroepenvervoer. Dit is onder verdeeld in twee typen: - Het routevervoer, dat brengt inwoners (meestal in groepen) met een vast patroon naar een bestemming zoals een school of zorgaanbieder; - Het vraagafhankelijk vervoer, dat geeft inwoners de mogelijkheid om zelf een alledaagse lokale rit (15 tot 20 km) van A naar B te plannen en te bestellen. 3

2.1.4 Doelgroepenvervoer in beeld Het doelgroepenvervoer bij de BVO DRAN (Avan) is met ingang van 1 augustus 2020 onderverdeeld in percelen. Zevenaar zit voor het vraagafhankelijk vervoer in perceel 4 samen met de gemeenten Duiven, Montferland en Westervoort. Het routevervoer van Zevenaar zit in perceel F samen met de gemeenten Duiven en Westervoort. Voor alle percelen zijn door de BVO DRAN vervoerders gecontracteerd die samen het doelgroepenvervoer in het gebied Arnhem Nijmegen uitvoeren.

4

2.2 Trends en achtergronden

Doelgroepenvervoer en met name het routevervoer is een afgeleide van onderwijs, maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp. Ontwikkelingen in deze sectoren hebben allemaal hun weerslag op het vervoer. En daarmee op de instroom hierin en op de uitgaven van de gemeente daarvoor. Daarnaast zijn de vervoerwereld en de taximarkt zelf ook volop in beweging. De volgende trends beïnvloeden de toekomst van het doelgroepenvervoer. 2.2.1 Vergrijzing leidt tot meer vraag Het gebruik van vervoervoorzieningen onder de Wmo neemt toe omdat de doelgroep groeit als gevolg van de vergrijzing. In 2020 bereikte de eerste jaargang van de babyboomers (geboren in 1945) de leeftijd van 75 jaar. Aan mensen van 75 en ouder wordt vaker het Wmo-vervoer toegekend dan in de leeftijden 65 tot 75 jaar. Door de coronapandemie in de jaren 2020 en 2021 is de vraag gestagneerd, maar de verwachting is dat de vergrijzing in de komende jaren (alsnog) tot een gestage toename in de vraag naar Wmo-vervoer leidt. 2.2.2 Meer vraag en toekenning jeugdhulp Jeugdhulp is sinds 2015 een taakveld van de gemeente. Wanneer een jeugdige niet in staat is om zelf naar jeugdhulp te reizen en de ouders ook geen vervoer kunnen regelen, kent de gemeente de voorziening toe inclusief jeugdwetvervoer. Wanneer jeugdhulp door een arts of zorgverlener wordt geïndiceerd inclusief vervoer, heeft de gemeente dat simpelweg te leveren.

Door allerlei oorzaken wordt jeugdhulp vaker toegekend en stijgen de kosten hiervoor. Desondanks dalen de uitgaven voor vervoer naar jeugdhulp via Avan, zie bijlage 3. Dit is voornamelijk te verklaren door de volgende trend. 2.2.3 Meer maatwerk in zorg en speciaal onderwijs Opvallend is dat er meer en meer maatwerk geregeld moet worden m.b.t. de tijden waarop jeugdhulp geboden kan worden en waarop dus jeugdige cliënten vervoerd moeten worden. Verder zorgen specifieke beperkingen er vaak voor dat individueel vervoer nodig is. Hierdoor kunnen minder ritten gecombineerd worden en neemt het jeugdwetvervoer via Avan af. Maar meer maatwerk betekent niet dat de vervoerskosten per jeugdige afnemen. Het steeds vaker voorkomende duurdere individuele vervoer naar jeugdhulp wordt dan namelijk bekostigd. Bij Wmo groepsbegeleiding (dagbesteding) is bij de inkoop in 2020 meer ingestoken op maatwerk en is er sprake van een vergoeding per uur. Voorheen was dat in dagdelen. Groepsbegeleiding per uur zou kunnen leiden tot meer maatwerk in start- en eindtijden, waardoor ritten minder goed gecombineerd kunnen worden. Dit risico is bij de inkoop in 2020 voorzien en daarbij zijn specifieke regels ingesteld om versnippering in rijtijden tegen te gaan. Door de coronapandemie komt eerst nu naar voren dat een en ander toch niet fijn loopt in de praktijk.

Er is meer behoefte aan flexibiliteit of te wel toch ook (meer) maatwerk in dit vervoer. Voor leerlingen met ernstige ziektes of stoornissen wordt steeds vaker een combinatie van zorg en onderwijs geregeld. Zulke onderwijs-zorg-combinaties kennen vaak afwijkende en veranderende start- en eindtijden. Er wordt nog nauwelijks gestuurd op het effect dat deze versnippering kan hebben op de kosten van het vervoer.

5

2.2.4 Taxibranche volop in beweging De tarieven in de taxibranche zijn sterk cyclisch: na een lange periode van hoge werkloosheid zijn ze laag, na een lange periode van lage werkloosheid zijn ze hoog. De huidige arbeidsmarkt voor taxichauffeurs is erg grillig en krap. En dit lijkt eerder slechter dan beter te worden. Vooral het leerlingenvervoer lijdt hier onder. Verder zijn de tarieven onderhevig aan een jaarlijkse prijsindexatie (NEA index). Door de explosief gestegen brandstofprijzen, de hoge inflatie en de loonindexatie is de NEA indexatie per 1 januari 2023 incidenteel zelfs op 13,7% bepaald. Door het structurele effect van de loonindexatie wordt in de huidige meerjarenbegroting van de BVO DRAN voor 2024 rekening gehouden met een NEA indexatie van 4,3%. Door een weer verwachte stijging van de brandstofprijzen per 1 januari 2024 kan dit % nog wel eens hoger uitvallen. Voor de jaren 2025 e.v. wordt gerekend met een NEA indexatie van 3%. Het vervoer van Avan is enige jaren geleden aanbesteed en de huidige markt is dusdanig veranderd dat de vervoerder die in perceel Oost (4) het vraagafhankelijk Wmo vervoer voor onder andere onze inwoners verzorgd, zijn contract heeft beëindigd. Eind 2023 staat de gunning voor een nieuwe vervoerder gepland. De nieuwe vervoerder moet op 1 augustus 2024 starten.

De verwachting is dat deze nieuwe aanbesteding leidt tot een verhoging van het tarief voor het vraagafhankelijke Wmovervoer. 2.2.5 Openbaar vervoer sneller en strakker Provincie Gelderland en de OV-bedrijven maken busverbindingen ‘sneller’. Dit om grotere groepen reizigers aan te spreken en daarmee de bezettingsgraad te verhogen. Dit houdt vaak in dat routes door wijken en buitengebieden worden geschrapt, waardoor geleidelijk steeds meer inwoners ver(der) weg komen te wonen van de dichtstbijzijnde bushalte. Inwoners, met name ouderen, die niet ver kunnen lopen zijn hierdoor sneller aangewezen op het Wmo-vervoer. 2.2.6 Provinciale subsidie loopt af De provincie Gelderland heeft de afgelopen jaren een forse financiële bijdrage geleverd in de kosten van het Wmo-vervoer. Deze vrijwillige bijdrage van de provincie dekte in 2020 nog circa 18% van kosten voor de gemeente. Vanaf 2024 is de bijdrage van de provincie 0% wat betekent dat de kosten voor het Wmo-vervoer bij ongewijzigd beleid en ongewijzigde vraag dus stijgen. 2.2.7 Vrijwilligers zijn wél te vinden Het professionele Avan doelgroepenvervoer vindt steeds moeilijker personeel. Plusbus De Liemers daarentegen weet met succes vrijwilligers te werven die een dagdeel in de week of vaker op de Plusbus willen rijden om oudere en gehandicapte inwoners naar dagbesteding of naar een bestemming van keuze in de omgeving te rijden.

Meer inzetten op deze voorliggende vervoersvoorziening is dan ook erg kansrijk omdat de jonge helft van de babyboomers (leeftijden 65-75 jaar) nog vitaal en hulpvaardig zijn. Uiteraard zijn er wel punten waar we op dienen te letten. Zo wordt deze generatie vrijwilligers ouder en dan grotendeels zelf cliënt/passagier, wat het mogelijk lastiger maakt om over een aantal jaren nog voldoende vrijwilligers te vinden. Daarnaast rijdt ook de Buurtbus, verderop in dit plan daarover meer, met vrijwilligers. Beide organisaties ‘vissen in dezelfde vijver naar vrijwilligers’. Iets om goed te beseffen en, zo veel als mogelijk, te ondersteunen en te begeleiden om geen onnodige concurrentiestrijd te krijgen.

6

2.2.8 Van bezit naar gebruik, van aanbod naar vraag Een langer lopende maatschappelijke trend is dat mensen, geholpen door digitale platforms, bepaalde zaken makkelijker lenen, delen, huren en verhuren, waardoor het bezit van bijvoorbeeld een auto voor velen niet meer noodzakelijk is. Mensen installeren een app, bestellen en boeken wat ze nodig hebben en betalen alleen voor het feitelijk gebruik. Slimme apps analyseren de voorkeur van de gebruiker en adviseren proactief andere mogelijkheden die goed bij de klant zouden kunnen passen.

3. Opdracht

De opdracht… Kosten van het doelgroepenvervoer verlagen. Goed doelgroepenvervoer met regels die voor iedereen gelijk zijn. Hiervoor gaan we ons doelgroepenvervoer via de BVO DRAN verbeteren. Dit betreft onze werkwijze en instroombeheersing. De druk op het doelgroepenvervoer moet verminderen, maar zonder de belangrijke taak er van voor grote groepen inwoners uit het oog te verliezen. Dat betekent het volgende:

3.1 Werkwijze (transformatie) Vermindering van uitgaven is belangrijk, maar transformatie in het denken over vervoer en specifiek over het doelgroepenvervoer is zo mogelijk nog belangrijker. Transformatie bij zowel inwoners als bij ons (lees: gemeente). Het concept positieve gezondheid hanteren we binnen het sociaal domein als basis. Inwoners staan vanuit eigen regie zoveel mogelijk aan het roer van hun eigen leven. Dit betekent dat we niet focussen op de klachten en gezondheidsproblemen en hoe we die op kunnen lossen. We focussen op de mensen zelf, op hun veerkracht en wat hun leven betekenisvol maakt. Positieve gezondheid is een andere manier van kijken. Wij kijken samen met inwoners naar hoe het goede in hun leven versterkt kan worden en we springen bij als blijkt dat er compensatie nodig is. Concreet voor het doelgroepenvervoer betekent dit dat inwoners voor vervoer nog meer moeten uitgaan van eigen verantwoordelijkheid, eigen kracht en hun sociale netwerk en algemene vervoersmogelijkheden beter benutten. Inwoners zijn in eerste instantie zelf verantwoordelijk voor hun vervoer en zij die hun vervoer kunnen regelen zijn onafhankelijker en participeren makkelijker.

De rol van de gemeente moet daarbij ook nog meer transformeren: van het toekennen van taxivervoer naar het samen met de inwoner doornemen van de specifieke vervoerbehoefte, de eigen mogelijkheden en de mogelijkheden om die behoefte anders op te lossen dan via het Avan doelgroepenvervoer, omdat we dat nadrukkelijk alleen als vangnet willen inzetten. Om verder te transformeren zijn organisatorische verbeteringen nodig. Dit zijn verbeteringen in onze werkwijze gebaseerd op geactualiseerd beleid.

3.2 Instroombeheersing (financiële uitgangspunten)

7

Gemeente Zevenaar maakt aanzienlijke kosten voor het doelgroepenvervoer via de BVO DRAN. Als er geen verbeterende maatregelen of alternatieven worden getroffen, is de verwachting dat de kosten van het doelgroepenvervoer de komende jaren sterk stijgen. Dit vooral als gevolg van de vergrijzing. Als er wel verbeteringen en/of alternatieven worden getroffen, kan die stijging worden gedempt of mogelijk omgebogen naar een daling van de kosten van het doelgroepenvervoer. Alle trends in paragraaf 2.2 hebben een effect op de instroom in en dus ook op de kosten van het doelgroepenvervoer. Niet voor alle trends is dit goed inzichtelijk te maken. Trends die meetbaar en uit te rekenen zijn: 1. Toename van de vraag door vergrijzing; 2. Stoppen van de provinciale Wmo-subsidie; 3. Stijgende tarieven taxibranche (aanbesteding). De eerste twee trends zijn verwerkt in de meerjarenprogrammabegroting 2024-2027 van de BVO DRAN. De derde trend kan eerst begin 2024, nadat er in de lopende aanbesteding voor het vraagafhankelijke Wmo vervoer is gegund, in de begroting inzichtelijk gemaakt worden. De BVO DRAN is verantwoordelijk voor de uitvoering van het doelgroepenvervoer. De deelnemende gemeenten nemen zelf beleidsbeslissingen en zijn verantwoordelijk voor het stellen van de beleidsmatige kaders. Daarbij is de BVO DRAN beleidsondersteunend.

In de Kaderbrief 2024 van de BVO DRAN is inzicht gegeven in de te verwachten ontwikkelingen en algemene financiële kaders aangaande de uitvoering van het doelgroepenvervoer. Voor de jaarlijks verwachte toename van het vervoer worden door de BVO DRAN de volgende algemene uitgangspunten gehanteerd: - vervoer in het kader van jeugdwet (+15%); - vervoer Wmo dagbesteding (+5%); - leerlingenvervoer (+5%); en - vraagafhankelijk Wmo vervoer (+10%). Voor de kosten callcenter wordt, door de directe afhankelijkheid met het vraagafhankelijk vervoer, ook +10% als uitgangspunt voor het opstellen van de nieuwe meerjarige begroting gebruikt. Op het punt van de vraagtoename heeft gemeente Zevenaar de BVO DRAN verzocht om van een andere berekening bij het opstellen van de meerjarenbegroting 2024-2027 uit te gaan, bij het: - vraagafhankelijk Wmo vervoer +5% i.p.v. 10%; - leerlingenvervoer +3% i.p.v. +5%. Deze percentage zijn bijgesteld omdat niet alleen vraagtoename in de afgelopen jaren relevant is, maar ook inhoudelijke inzichten in de doelgroepen.

4. Visie Het doelgroepenvervoer in dit verbeterplan is er voor inwoners die als gevolg van een beperking niet in staat zijn gebruik te maken van het openbaar- of aanvullend openbaar vervoer of eigen vervoer. Het doel is ondersteuning bij mobiliteit. Om verbeteringen in het doelgroepenvervoer door te voeren is het goed om te weten waarom we dat (willen) doen en vooral waarop we dat baseren. Met andere woorden op welke visie op het doelgroepenvervoer baseren we dit verbeterplan?

8

4.1 Voorwaarde om te participeren Het vervoer binnen het sociaal domein is gericht op en ingericht om te zorgen dat mensen met beperkingen, zelfstandig of zo zelfstandig mogelijk, kunnen blijven participeren oftewel meedoen. Dat zij deel uit kunnen blijven maken van onze maatschappij. Er op uit kunnen is een voorwaarde om te participeren. Zelf op pad kunnen, je eigen regie houden en kunnen bepalen waar je heen gaat, wanneer en hoe lang je ergens blijft. Je verbinden met je omgeving, daarvan deel uitmaken. Via onder andere vervoer.

4.2 Beleidsvisie sociaal domein Gelet op de wettelijke vervoerstaken voor bepaalde doelgroepen binnen het sociaal domein proberen we aan te sluiten bij de informatie die nu beschikbaar is vanuit het traject om te komen tot een nieuwe visie en integrale beleidsnota sociaal domein. Op dit moment (januari 2024) wordt nog gewerkt aan deze nota met daarin een vernieuwde visie. Besluitvorming is nu voorzien in juni 2024. 4.2.1 De contouren van de visie en de integrale aanpak In de gemeente Zevenaar staan gezondheid, leefbaarheid en het sociale netwerk centraal. We werken met energie aan de mogelijkheden voor iedereen om een eigen, zelfstandig en betekenisvol leven te leiden, vanuit een stabiele financiële basis. In een prettig en gezonde leefomgeving, met en voor elkaar. Zo maken we Zevenaar een fijne plek om te wonen, werken en leven. Om deze visie te realiseren gaan we vanuit een nieuwe grondhouding werken die integraal, participatief en responsief is. We willen als gemeente nog meer meedoen, participeren en aanwezig zijn in de samenleving. De belangrijkste vraagstukken waar we aan willen werken zijn: 1. Sociale basis als randvoorwaarde; 2. Bestaanszekerheid vergroten; 3. Leefbaarheid vergroten; 4. Kansrijk en veilig opgroeien; 5. Veilig en weerbaar ouder worden; 6. Gezondere leefstijl stimuleren.

Voor de visie op het doelgroepenvervoer gaan we in de paragrafen 4.2.2 t/m 4.2.4 nader in op ontwikkelingen binnen het sociaal domein die relevant zijn om de gevraagde verbeteringen in het doelgroepenvervoer te realiseren. 4.2.2 Zelfregie / eigen kracht / zelfredzaamheid / eigen verantwoordelijkheid In het sociaal domein zijn zelfregie, eigen kracht, zelfredzaamheid en eigen verantwoordelijkheid belangrijke termen die veel gebruikt worden. In onderstaand schema een samenvatting van de meest gangbare definities. Begrip Kern Kernvraag Zelfregie Zelf bepalen Wat wil ik? Eigen kracht Zelf kunnen Wat kan ik? Zelfredzaamheid Zelfstandig mee kunnen doen Is compensatie nodig? Eigen verantwoordelijkheid Zelf moeten of mogen Wat moet of mag ik zelf doen? In bijlage 3 worden deze termen nader uiteengezet. 9

4.2.3 Normaliseren Als we op internet naar de betekenis van normaliseren zoeken, vinden we: het in de gewone situatie (terug)brengen of terugkeren. Normaliseren kan ook betekenen: geruststellen. Door bijvoorbeeld het netwerk van gezinnen te versterken en hen te verbinden aan voorzieningen in de wijk. Normaliseren in de zorg zorgt voor minder uitsluiting en stigmatisering en bevordert de kansengelijkheid. Het realiseren van een inclusieve samenleving waarin iedereen mee kan doen. Als maatschappelijk vraagstuk is normaliseren ook uit te leggen als het ‘weer kunnen lijden’. Het leven zit namelijk niet altijd mee. We zijn min of meer ontwend dat er ongemak is, iets wat we niet willen, omdat we denken dat het niet bij het leven hoort. We zijn gewend om ons leven in te richten naar onze wensen. We lijken te zijn vergeten dat lijden ook bij het leven hoort. Om een inclusieve samenleving te bevorderen moeten we lijden weer gaan zien als iets dat gewoon is, net als ouder worden dat is en dat dat soms met gebreken komt. Normaliseren staat voor mensen helpen zichzelf te helpen, niet te snel etiketten opplakken, maar juist in het gewone leven weer ruimte creëren voor wie we zijn, met alle leuke, gekke en soms minder fijne dingen die daar bij horen.

Voor wat vervoer betreft moet (weer) normaal gevonden worden dat het gewoon is hier zelf verantwoordelijk voor te zijn en dat te kunnen (regelen). Via eigen vervoer, via vervoer met sociaal netwerk of via het ov. En ook dat het normaal is dat aan vervoerssystemen ongemakken en grenzen kleven. Zo ook aan het doelgroepenvervoer. Normaliseren betekent voor het doelgroepenvervoer dat deze door inwoners weer in de gewone situatie gezien moet worden en door ons (terug)gebracht moet worden. Dus echt als ‘vangnet’ voor mensen die geen andere vervoersoplossing kunnen gebruiken. Hierdoor kan de inzet van geïndiceerd vervoer verminderd en de kosten beheerst worden. 4.2.4 Samenredzaamheid Als alternatief voor het begrip zelfredzaamheid wordt ook wel ‘samenredzaamheid’ of collectieve zelfredzaamheid gebruikt. Hierbij wordt benadrukt dat iemand als individu verminderd zelfredzaam kan zijn, maar met hulp van zijn eigen sociale netwerk, lotgenoten, en andere vormen van informele hulp toch zonder ondersteuning van de overheid mee kan doen in de samenleving. Sociale basis De sociale basis betekent vrij toegankelijke activiteiten en voorzieningen gericht op het elkaar ontmoeten en ondersteunen, ontplooien en ontspannen die zorgen dat inwoners kunnen samenleven en meedoen. Het versterken van de sociale basis gaat over het omzien naar elkaar in de wijken, buurten en dorpen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zevenaar&id=d0dc9e98-48df-4233-99d4-2b502721b3aa