CConstaterende datZevenaar
Koppel je AI →
Document · PDF

993995 Bijlage 10 Archeologisch onderzoek

Raadsvergaderingen 2018-2022 27 januari 2021, gemeente ZevenaarBij agendapunt: HAMERSTUK Z/20/368408 Bestemmingsplan Mariëndaalseweg 17 Angerlo10.394 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Laagland Archeologie Rapport 438

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase

Mariëndaalseweg 17, Angerlo gemeente Zevenaar (GD).

juli 2020 Versie 2 (definitief)

In opdracht van: Retail Bouw Nederland

7 Colofon Laagland Archeologie Rapport 438

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Mariëndaalseweg 17 te Angerlo, gemeente Zevenaar (GD) Auteur: Nick Hendriks en Jeroen Wijnen

In opdracht van: W. Riewald

Foto’s en tekeningen: Laagland Archeologie

Status rapport: v2 definitief

Controle: Hans Oude Rengerink Autorisatie: J. Wijnen

ISSN 2468-4759 Laagland Archeologie BV Virulyweg 21F 7602 RG Almelo

E-mail: info@laaglandarcheologie.nl KvK-Nummer: 60294418

© Laagland Archeologie BV, Almelo, juli 2020 Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Laagland Archeologie BV aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.

V1.1

Samenvatting Laagland Archeologie heeft in maart 2020 een Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase uitgevoerd aan de Mariëndaalseweg 17 te Angerlo. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de geplande bouw van een nieuwe woning. Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd. Op basis van het bureauonderzoek kan worden vastgesteld dat het plangebied vanaf de 14 e eeuw continu is bebouwd en bewoond. Dit verwachtingsmodel is getoetst en aangevuld door middel van verkennend booronderzoek. De bevindingen van het booronderzoek stroken met wat er op en rond een kasteelterrein verwacht kan worden. Ter plaatse van het nieuwbouwvlak zijn in een ophogingsdek puinresten aanwezig die in secundaire positie liggen. Ter plaatse van de te slopen opstallen is er onder de funderingen van de kelders een oud maaiveldniveau aanwezig met een oude cultuurlaag. Ook naast de te slopen opstallen kunnen nog intacte archeologische waarden aanwezig zijn in de vorm van sporen, een bodemprofiel of vondsten, in- of ex-situ.

De ervaring is dat met ondergrondse sloop van opstallen altijd ook ongeroerde grond wordt weggegraven. Omdat het een kasteelterrein betreft wordt dan ook geadviseerd de sloop van de ondergrondse delen van de ligboxenstal archeologisch te begeleiden. Onder de schuur ten oosten van de boerderij is een laag ophogingszand aanwezig en is gefundeerd op poeren. Bij een zorgvuldige verwijdering daarvan zal er weinig aantasting van eventuele dieper liggende archeologische sporen plaatsvinden. Een archeologische begeleiding bij de sloop van deze schuur wordt niet nodig geacht. De implementatie van dit advies is in handen van de bevoegde overheid, de gemeente Zevenaar. De gemeente wordt hierin vertegenwoordigd door haar deskundige, J. Habraken Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.4) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).

Samenvatting ____________________________________________________ 5 1 Inleiding _____________________________________________________ 7 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7

Aanleiding onderzoek________________________________________________ 7 Afbakening plan- en onderzoeksgebied __________________________________ 7 Administratieve gegevens ____________________________________________ 8 Huidige situatie en toekomstig gebruik __________________________________ 9 Geplande verstoring _______________________________________________ 11 Gemeentelijk beleid ________________________________________________ 11 Onderzoeksdoel ___________________________________________________ 12

2 Inventarisatie _________________________________________________ 14 2.1 2.2 2.3

Inleiding_________________________________________________________ 14 Landschappelijke ontwikkeling _______________________________________ 14 Archeologie ______________________________________________________ 17

2.3.1 2.3.2 2.3.3 2.3.4 2.3.5 2.4

Bekende archeologische waarden ___________________________________ 17 Waarnemingen _________________________________________________ 17 AMK-terreinen __________________________________________________ 17 Gemeentelijke verwachtingskaart ___________________________________ 17 Eerder archeologisch onderzoek ____________________________________ 18

Historie _________________________________________________________ 18

2.4.1 2.4.2

Kasteel en havezate (Groot-)Kell ___________________________________ 18 Historische kaarten ______________________________________________ 19

3 Conclusie en verwachtingsmodel __________________________________ 27 3.1 3.2 3.3

Conclusie ________________________________________________________ 27 Verwachtingsmodel ________________________________________________ 30 Advies __________________________________________________________ 30

4 Veldonderzoek ________________________________________________ 31 4.1 4.2 4.3

Beschrijving onderzoeksmethodiek ____________________________________ 31 Resultaten: lithologie, lithogenese en bodemontwikkeling __________________ 32 Resultaten: archeologie _____________________________________________ 35

5 Conclusie en verwachting _______________________________________ 36 6 Selectieadvies ________________________________________________ 39 literatuur ______________________________________________________ 40 BIJLAGE 1 AMZ-cyclus ___________________________________________ 42 BIJLAGE 2 Archeologische perioden_________________________________ 43 BIJLAGE 3 Landeenhedenkaart gemeente Zevenaar ____________________ 44 BIJLAGE 4 Actueel Hoogtebestand Nederland _________________________ 44 BIJLAGE 5 Gemeentelijke archeologische verwachtingskaart _____________ 46 BIJLAGE 6 Bodemkaart __________________________________________ 47 BIJLAGE 7 Waarnemingen, AMK-terreinen en onderzoeksmeldingen _______ 49 BIJLAGE 8 Historische kaart uit 1693 _______________________________ 50 BIJLAGE 9 Boorstaat Dino-loket ___________________________________ 51 BIJLAGE 10 Boorpuntenkaart veldonderzoek _________________________ 52 BIJLAGE 11 Boorstaten veldonderzoek ______________________________ 54

HOOFDSTUK

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Mariëndaalseweg 17 te Angerlo, gemeente Zevenaar, Gelderland

1I

NLEIDING

1.1 AANLEIDING ONDERZOEK

De aanleiding voor het onderzoek vormt de geplande bouw van een nieuwe woning aan de Mariëndaalseweg 17 te Angerlo, gemeente Zevenaar (GD). Hiertoe is een bestemmingsplanwijziging vereist. De gemeente Zevenaar heeft een eigen archeologiebeleid. Op basis van het bestemmingsplan dient archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden om aan te tonen dat eventueel aanwezige archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad door de geplande bouwactiviteiten. De opdrachtgever beoogt met het onderzoek de gemeentelijke paraaf te krijgen voor het onderdeel archeologie. Aanvullende wensen zijn niet kenbaar gemaakt.

1.2 AFBAKENING PLAN- EN ONDERZOEKSGEBIED Het plangebied betreft de Mariëndaalseweg 17 in Angerlo, gemeente Zevenaar (GD), zie onderstaande afbeelding.

Afbeelding 1. Ligging van het plan- en onderzoeksgebied.

7

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Mariëndaalseweg 17 te Angerlo, gemeente Zevenaar, Gelderland

Het plangebied heeft een omvang van circa 2 ha. Voor een beter begrip van de bodemkundige omstandigheden en de archeologie van de planlocatie is een groter gebied bestudeerd. Een zone van 500 m rondom het plangebied wordt voldoende geacht om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen. Deze zone wordt aangeduid als ‘onderzoeksgebied’.

1.3 ADMINISTRATIEVE GEGEVENS ADMINISTRATIEVE GEGEVENS Provincie

Gelderland

Gemeente

Zevenaar

Plaats

Angerlo

Beheerder/eigenaar grond

W. Riewald

Toponiem

Mariëndaalseweg 17

Kadastrale perceelnummer(s)1

AGL00 - K – 257

Laagland Archeologie projectnummer

ANMA201

Datum conceptrapportage

27 maart 2020

Datum definitief rapport

25 juni 2020

XY-coördinaten

205516 / 445189 205632 / 445217 205666 / 445059 205536 / 445034

Kaartblad2

40E

Oppervlakte/lengte Plangebied Datering

Ca. 2 ha

Complextype Onderzoeksmeldingsnr

Kampement, nietopgehoogde nederzetting zonder stedelijk karakter, bewoning (inclusief verdediging) 4798939100

AMK-terrein

4723

Vondstmeldingsnr.

n.v.t.

Type onderzoek Datum begin veldonderzoek

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek verkennende fase 25 maart

Datum eind veldonderzoek

25 maart

Opdrachtgever

Retail Bouw Nederland

Mesolithicum-Nieuwe tijd

Goedkeuring bevoegde overheid Bevoegde overheid

Gemeente Zevenaar

1

kadastralekaart.com

2

www.imergis.nl/htm/opentopo800.htm 8

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Mariëndaalseweg 17 te Angerlo, gemeente Zevenaar, Gelderland

Adviseur namens bevoegde overheid

Beheer documentatie

Uitvoerder

Projectleider/opsteller onderzoek

J. Habraken Eusebiusbuitensingel 53 Postbus 9200 6800 HA Arnhem 026-377 32 39 Joris.Habraken@arnhem.nl Provinciaal Depot voor Bodemvondsten van Gelderland E-depot voor de Nederlandse archeologie Archief Laagland archeologie BV Laagland Archeologie BV Virulyweg 21F 7602 RG Almelo 06 40 61 85 50 Jeroen Wijnen jeroen.wijnen@laaglandarcheologie.nl

Tabel 1. Objectgegevens.

1.4 HUIDIGE SITUATIE EN TOEKOMSTIG GEBRUIK Het plangebied is momenteel deels bebouwd met een boerderij met bijbehorende stallen. Het andere deel van het plangebied is in gebruik als grasland. De bij de boerderij gelegen ligboxenstal is geheel onderkelderd tot 1,4 à 1,5 m. 3 Het terrein bevat verder voor zover bekend geen andere kelders of andere ondergrondse kunstwerken en er zijn geen historisch waardevolle bouwwerken in het plangebied aanwezig.4 De opdrachtgever is voornemens om ten zuiden van de bestaande boerderij een nieuwe woning te bouwen bestaande uit één woonlaag met een volledige onderkeldering. Ter hoogte van de huidige boerderij worden de opstallen gesloopt. Volgens het Bodemloket is op basis van de informatie uit het Historisch Bodem Bestand op deze locatie in het kader van de bodemsaneringsoperatie geen vervolgonderzoek noodzakelijk. Op deze locaties is pas op termijn, of eerder bij locatieontwikkeling, een vervolgonderzoek noodzakelijk om de aard en ernst van de mogelijke verontreiniging vast te stellen. Afgezien van een bovengrondse brandstoftank zijn er historisch gezien geen verontreinigende activiteiten bekend voor het plangebied.

3

Pers. comm. met Wim Riewald (inschatting van de diepte).

4

bron: gemeentelijke monumentenlijst 9

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Mariëndaalseweg 17 te Angerlo, gemeente Zevenaar, Gelderland

Afbeelding 2. Huidige situatie.

Afbeelding 3. Huidige situatie (luchtfoto). Bron Opentopo.

10

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Mariëndaalseweg 17 te Angerlo, gemeente Zevenaar, Gelderland

Afbeelding 4. Nieuwe situatie.

1.5 GEPLANDE VERSTORING De ingrepen vinden plaats binnen het plangebied. De diepte van de geplande verstoring reikt vermoedelijk tot een maximale diepte van circa 4 m -mv op de locatie van de nieuwe woning. Verder worden er beperkte bodemingrepen bij de sloop en de aanleg van de nieuwe terreinindeling verwacht.

1.6 GEMEENTELIJK BELEID Volgens de archeologische beleidskaart van de gemeente Zevenaar bestaat het grootste deel van de locatie van het plangebied uit een zone met een vastgestelde hoge archeologische verwachting. In het zuidelijk deel van het terrein ligt een smalle strook bestaande uit een hoge archeologische (onbekende) verwachting en een middelmatige archeologische verwachting. Vanwege de grotendeels vastgestelde hoge archeologische verwachting moet archeologisch onderzoek worden uitgevoerd bij ingrepen dieper van 30 cm -mv en met een oppervlak van meer dan 30 m².5

5

Bestemmingsplan “archeologie”, 25. 11

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Mariëndaalseweg 17 te Angerlo, gemeente Zevenaar, Gelderland

1.7 ONDERZOEKSDOEL Het uitgevoerde onderzoek behoort tot de eerste fasen in het huidige archeologische onderzoeksproces (zie bijlage 1). De initiatiefnemer beoogt met het hier uitgevoerde onderzoek te voldoen aan de gemeentelijke regelgeving omtrent archeologisch onderzoek. Het bureauonderzoek heeft tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen aan de hand van bestaande bronnen, en te bepalen of en zo ja welke delen van het plangebied in aanmerking komen voor vervolgonderzoek. Het verwachtingsmodel wordt getoetst en zo nodig aangevuld door middel van een verkennend booronderzoek. Op grond van de resultaten van dit onderzoek kan worden beoordeeld of en zo ja, welke vorm van vervolgonderzoek nodig is om de archeologische waarde van het gebied te kunnen vaststellen. Voor het opstellen van een verwachtingsmodel heeft de regio Arnhem de volgende onderzoeksvragen opgesteld: Wat is de aard (ontstaanswijze en classificatie), diepteligging, genese en gaafheid van natuurlijke bodemhorizonten en natuurlijke afzettingen in het omringende (binnen een afstand tot ca. 200 m van de onderzoekslocatie) gebied?

12

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Mariëndaalseweg 17 te Angerlo, gemeente Zevenaar, Gelderland

1. Wat is de aard (ontstaanswijze), diepteligging, genese, gaafheid, dikte, en omvang van eventueel in het omringende gebied voorkomende afdekkende lagen en de (geschatte) ouderdom daarvan (plaggendek, stuifzandlaag, colluvium, kleidek, afvallaag, ophogingslaag)? 2. Wat is het historisch landgebruik van de onderzoekslocatie en het omringende gebied geweest? 3. Welke gegevens met betrekking tot archeologische complexen (‘waarnemingen’ inclusief uitkomsten historisch kaartonderzoek) zijn reeds binnen het onderzoeksgebied en/of binnen de landschappelijke eenheden rondom de onderzoekslocatie bekend? Vermeld per vondst- en/of spoorcomplex minimaal: a.

bronvermelding (onderzoeksrapportages, ARCHIS-gegevens)

b.

de materiaalcategorie

c.

ouderdom

d.

ruimtelijke (geografische) verspreiding

e.

stratigrafische verspreiding (diepteligging en/of dikte vondstlaag)

f.

fragmentatie

4. Welke natuurlijke formatieprocessen (sedimentatie, erosie, laterale verplaatsing, bodemvorming, degradatie e.d.) hebben een rol gespeeld in het onderzoeksgebied? 5. Met welke culturele formatieprocessen (grondbewerking, bemesting, ophoging, betreding, percelering, [de-]constructie, materiaaltypen, materiaalgebruik en materiaaldepositie e.d.) hebben een rol gespeeld in het onderzoeksgebied? 6. Welke formatieprocessen kunnen een rol hebben gespeeld bij de totstandkoming van eventuele aanwezige vondstspreidingen, de vondstdichtheid, vondst- en spoorniveaus en de fysieke kwaliteit van eventueel aanwezige archeologische resten? 7. Wat is de aard (materiaalsoorten, fragmentatie, dichtheden, ruimtelijke en stratigrafische spreiding, etc.) van (mogelijk) aanwezige vondst- en/of spoorcomplexen? 8. Hoe manifesteren deze zich tijdens prospectieonderzoek? 9. Met de inzet van welke zoekmethoden (detectie- en waarnemingsvorm, monsterbehandeling en zoekstrategie) kunnen vondst- en/of spoorcomplexen systematisch opgespoord worden (zoeksleuven, booronderzoek, veldkartering, geofysisch etc.). Licht beargumenteerd toe met verwijzing naar de verschillende KNAleidraden.

13

HOOFDSTUK

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Mariëndaalseweg 17 te Angerlo, gemeente Zevenaar, Gelderland

2I

NVENTARISATIE

2.1 INLEIDING In dit hoofdstuk worden de relevante landschappelijke ontwikkeling en huidige bodemkundige situatie beschreven. Tevens wordt ingegaan op de bekende archeologische waarden in de omgeving van het plangebied en de historische situatie. Voor wat betreft de in de tekst genoemde archeologische perioden wordt verwezen naar bijlage 2.

2.2 LANDSCHAPPELIJKE ONTWIKKELING Tijdens het Weichselien (ca 120.000 – 11.700 jaar geleden) heeft smeltwater voor sedimenttransport gezorgd dat in de riviervlakte van de Maas en de Rijn terechtkwam. Beide rivieren vormden een vlechtend systeem. Tegen het einde van deze ijstijd vielen de rivierbeddingen droog. Sterke winden zorgden voor het verstuiven van zand uit deze beddingen. Het zand werd vervolgens op het laagterras gestoven, waardoor in Angerlo een rivierduinencomplex ontstond (Esh). Dit rivierduinencomplex loopt parallel aan de IJssel. De afzettingen van de Laat-Glaciale rivierduinen zijn lithostratigrafisch ingedeeld bij het Laagpakket van Delwijnen, Formatie van Boxtel. Dit gebeurde direct op de zandige en zeer stugge klei, die in het voorgaande warmere Allerød Interstadiaal door hoge waterstanden was afgezet. Deze klei- en latere vroegHolocene, overeenkomende klei wordt tot het Laagpakket van Wijchen, Formatie van Kreftenheye gerekend. In het begin van het Holoceen (ca. 11.700 jaar geleden) kregen de rivieren opnieuw een meanderend verloop. Door wisselende stroomsnelheden zorgde deze niet alleen voor sedimentatie maar ook voor erosie en zijn er verschillende meandergordels ontstaan. In de stroomgeulen is fijn tot grof zand en grind afgezet, op de oevers fijn zand, zavel en lichte klei. In de lagere komgebieden is lichte tot zware klei afgezet.

Het geheel van Holocene afzettingen wordt tot de Formatie van Echteld gerekend. Omdat de omgeving rondom het plangebied naast het rivierduinencomplex voornamelijk uit hoog gelegen Pleistoceen rivierterras bestaat is dit afgedekt door klei (Khr) en/of komklei (Kh). Op de landschappelijke eenhedenkaart van de gemeente Zevenaar ligt het plangebied deels op een pleistoceen rivierduin (Esh), waarop een opgehoogde woonof vluchtplaats (AT) is gebouwd. Verder bestaat het plangebied uit een dalvormige laagte opgevuld met (zwak siltige) klei en/of veen en/of zand (ROgd), waarin een laat-glaciale of vroeg-holocene geul opgevuld met klei en/of veen en/of zand (Rgv)

14

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Mariëndaalseweg 17 te Angerlo, gemeente Zevenaar, Gelderland

ligt.6 Deze voornamelijk in het westelijke deel van het plangebied gelegen duindoorbraakgeul is gedurende het holoceen opgevuld met sterk siltige klei.7 Het is onbekend wanneer de duindoorbraakgeul is ontstaan, maar is waarschijnlijk in het Laat-Glaciaal/Vroeg-Holoceen (Hochflutlehm/Laagpakket van Wijchen, Formatie van Kreftenheye) of na de Late Middeleeuwen bij zeer hoge waterstanden moeten zijn ontstaan.8 Vanaf het Vroeg-Holoceen had de Rijn het dal van de Oude IJssel verlaten en de huidige IJssel ontstaan rond 600 na Chr. Op ca. 1 km ten noorden van het plangebied ligt de IJssel. Het IJsseldal ter hoogte van Angerlo was daarvoor een riviervlakte en/of het beekdal die zijn oorsprong heeft in het stroomgebied van de Oude IJssel. Tot die tijd stroomde er een grote beek door het IJsseldal dat grotendeels dichtgegroeid was met veen. Deze grote beek vormde tot die tijd een aftakking van de Oude IJssel. Daarna stroomde er weer Rijnwater door de geul tussen Westervoort en Doesburg, waardoor de IJssel ontstond. Door de voortschrijdende zeespiegelstijging tijdens het Holoceen verschoof de terraskruising geleidelijk stroomopwaarts. Dit stroomopwaarts schuiven leidde tot vernatting van het landschap door een stijgende grondwaterspiegel – die vooraf gaat aan de verschuiving zelf – en tot sedimentatie in de komgronden bij hoog water.

Door laatmiddeleeuwse bedijking van grote rivieren stegen de waterpeilen nog extra tot in de huidige tijd. Om die reden is de sterk siltige klei in de duindoorbraakgeul waarschijnlijk na de Late Middeleeuwen afgezet. In de duindoorbraakgeul is de waarschijnlijk in de Late Middeleeuwen omgrachting van het kasteel Groot Kell aangelegd. Mogelijk dateert de opgehoogde woonplaats van het kasteel Groot Kell eveneens van na de Late Middeleeuwen, toen klaarblijkelijk het overstromingsrisico toenam. Als representatieve bodemopbouw voor een rivierduin gelegen op het Laagpakket van Wijchen, Formatie van Kreftenheye op Pleistocene beddingafzettingen van de Formatie van Kreftenheye is boring B40E0891 van het DINO-loket geraadpleegd (Bijlage 9), net ten westen van het plangebied. De Pleistocene beddingafzettingen bestaan van 3,2 tot 4,0 m –mv uit matig grof zand en van 1,5 tot 3,2 m –mv uit matig fijn zand. Van 1,4 tot 1,5 m is sterk zandige klei en van 1,1 tot 1,4 zwak siltige klei van het Wijchen Laagpakket aanwezig. Deze afzettingen zijn van 0 tot 1,1 m –mv afgedekt met matig grove zanden (rivierduinzanden) van het Laagpakket van Delwijnen, Formatie van Boxtel. De bovenste 60 cm van de rivierduinzanden zijn uiterst siltig, mogelijk onder invloed van overstromingen of door vermenging met rivierklei door grondbewerking.

In het laat-Pleistoceen of het vroege-Holoceen is deze rivierduin doorbroken door een riviergeul. Deze riviergeul is gedurende het holoceen opgevuld met sterk siltige klei. Deze rivierduinafzettingen zijn door de IJssel gedurende het Holoceen een dunne laag klei afgezet. 9 Op het AHN (Actueel Hoogtebestand Nederland), zie bijlage 4 zijn de rivierduin en de duindoorbraakgeul duidelijk zichtbaar. De rivierduin heeft een oost-west oriëntatie en vormt een hoger gelegen deel in het landschap. De bebouwde kom van Angerlo is eveneens gelegen op deze rivierduin. Ten noorden van Angerlo gelegen is een riviergeul gelegen. Vanuit deze riviergeul doorsnijdt een vertakking de rivierduin (riviergeul/duindoorbraakgeul) in het westelijke deel van het plangebied. Verder is te zien dat de bebouwing gelegen is op een verhoging. Ten westen van de bebouwing is de gedempte gracht van kasteel Kell nog duidelijk zichtbaar. Ten zuiden van de

6

7

DINO-loket boring B40E0892.

8

Miedema, 2009.

9

DINOloket boring B40E0892 15

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Mariëndaalseweg 17 te Angerlo, gemeente Zevenaar, Gelderland

bebouwing is een op de AHN-hoogtekaart hieronder een rechthoekig verhoogd en scherp begrensd terreindeel aanwezig dat onderdeel uit lijkt te maken van het erf.

Afbeelding 5. Detailopname van het plangebied op het AHN.

Bodemkundig (bijlage 6) ligt het gebied in een zone met vorstvaaggronden die wordt omgeven door poldervaaggronden. Vorstvaaggronden staan binnen de bodemkunde ook wel bekend als bruine bodems of gronden met een kleuren B (bruine Bwhorizont door ijzerhuidjes) en vormen de eerste fase in de bodemontwikkeling.10 Vorstvaaggronden komen voor in relatief droge gronden. Dit wordt bevestigd door de huidige grondwatertrap. In België wordt dit bodemtype een “zandbodem met een onduidelijke ijzer B-horizont” genoemd. Momenteel heeft de locatie van het plangebied grondwatertrap VII.11 Dit betekent dat bij de gemiddelde hoogste grondwaterstand, het grondwater zich op circa 80 cm -mv bevindt. Dit maakt rivierduinen uitermate geschikt om op te wonen. Op deze locatie hebben ook oude ontginningen plaatsgevonden.12 Ook in poldervaaggronden heeft weinig bodemvorming plaatsgevonden, maar deze bodems komen voor op relatief natte locaties.

10

Bakker en Schelling, 1989; Baeyens en Sanders, 1984.

11

Grondwatertrappenkaart provincie Gelderland

12

Cultuurhistorische kaart provincie Gelderland 16

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Mariëndaalseweg 17 te Angerlo, gemeente Zevenaar, Gelderland

2.3 ARCHEOLOGIE 2.3.1 BEKENDE ARCHEOLOGISCHE WAARDEN Bijlage 7 toont de locaties van de bekende archeologische waarden en de uitgevoerde archeologische onderzoeken in de omgeving van het plangebied.

2.3.2 WAARNEMINGEN Binnen het plangebied zijn twee waarnemingsnummers geregistreerd.13 Het betreft een booronderzoek in 1976 en een opgraving in 1980. Beide onderzoeken zijn uitgevoerd door de AWN. Tijdens het booronderzoek is een houtskoollaag aangetroffen en is regelmatig op vast gesteente getroffen. Vermoedelijk betreft dit resten van kasteel Kell. In 1980 is een proefsleuvenonderzoek gedaan door de AWN op de locatie van het resterende muurtje. Hierbij zijn geen in verband liggende muurresten aangetroffen, maar is wel blauwgrijs aardewerk uit de 13 e en 14e eeuw aangetroffen, alsmede diverse fragmenten bouwmateriaal. Vermoedelijk is dit materiaal afkomstig van kasteel Kell.14

2.3.3 AMK-TERREINEN AMK-terreinen ( = Archeologische Monumentenkaart) zijn terreinen waarvan bekend is dat zich archeologische resten in de grond bevinden. Het archeologisch belang daarvan is bovendien gewaardeerd. Zo zijn er AMK-terreinen van archeologisch belang, hoog, zeer hoog archeologisch belang en wettelijk beschermde AMKterreinen van zeer hoog archeologisch belang). Binnen het plangebied bevindt zich één AMK terrein met hoge archeologische waarde.15 Dit betreft het voormalige middeleeuwse kasteel Kell. De geschiedenis van kasteel Kell wordt beschreven in paragraaf 2.4. Overige AMK-terreinen zijn in het onderzoeksgebied niet aanwezig.

2.3.4 GEMEENTELIJKE VERWACHTINGSKAART Op de gemeentelijke verwachtingskaart (bijlage 5) zijn in de omgeving drie verschillende zones te onderscheiden. Het grootste deel van het plangebied ligt in een zone met een vastgestelde hoge archeologische verwachting. De rivierduin ten oosten en westen van het plangebied heeft een hoge (onbekende) verwachting en de zones om de rivierduin heen hebben een middelmatige archeologische verwachting. Op een klein zuidelijk deel van het plangebied na ligt het plangebied in een zone met vastgestelde hoge verwachting.

13

Zaakidentificatienummers 2788031100 & 2703620100

14

AWN afdeling 17, veldwerkverslag nr 2.

15

AMK-nummer 4723 17

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Mariëndaalseweg 17 te Angerlo, gemeente Zevenaar, Gelderland

2.3.5 EERDER ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK In de omgeving van het plangebied hebben eerder archeologische onderzoeken plaatsgevonden. De onderzochte locaties zijn afgebeeld in bijlage 7. In het onderzoeksgebied bevinden zich twee archeologische onderzoeksmeldingen. Op circa 270 meter ten noorden van het plangebied is door transect een bureauonderzoek gedaan voor een de stroomlijn van de Gelderse IJssel en op 460 meter ten oosten van het plangebied is een booronderzoek uitgevoerd door Oranjewoud. Van beide onderzoeken zijn de resultaten niet bekend, omdat de rapportages niet openbaar beschikbaar zijn gesteld.

2.4 HISTORIE 2.4.1 KASTEEL EN HAVEZATE (GROOT-)KELL Het kasteel Kell is voor het eerst genoemd in 1390, waarna het eigendom van OudKell en Kell in 1399 is gesplitst.16 Kell werd eigendom van Johan Momm van Kell.17 In de 15e eeuw lag het kasteel op de grens van de hertogdommen Gelre en Kleef. Hoewel eerst de zijde van Kleef werd gekozen, werd uiteindelijk tijdens een oorlog tussen Gelre en Kleef gekozen voor de Gelderse kant. De hertog van Kleef wist in 1473, met steun van de hertog van Bourgondië, het kasteel van Kell aan zijn zijde te krijgen. Tijdens de oorlog die later ontstond, werd in 1495 het kasteel door graaf Jan van Egmond verwoest, waarna deze weer is herbouwd. In de 16e eeuw werd het door verschillende families vererfd en in de late 16e eeuw woonde een pachter in Kell. Ook latere eigenaren waren niet meer woonachtig op Kell. In de 17e eeuw sprak men van de Adelyke Avezate van Kel. Bezittingen van het leenschap van Kell zijn in 1693 afgebeeld op een kaart (Bijlage 8).18 Zichtbaar is dat een groot deel van het land rondom de havezate in gebruik was als bouwland en weidegrond voor runderen die tot de leen van Kell behoorden. Toen later Oud-Kell en Kell weer dezelfde eigenaar kregen, Willem baron van Heeckeren tot Kell, werd Kell hernoemd naar Groot-Kell. Het is waarschijnlijk dat Kell toen al lange tijd als boerderij in gebruik was.

Rond 1800 is een tekening gemaakt van kasteel Kell omstreeks 1595, door Jacobus Stellingwerff, maar over de betrouwbaarheid van deze tekening bestaan twijfels. Op de tekening staat een rechthoekige voorburcht met twee torens, één veelhoekige en één ronde toren. Achter deze voorburcht is de topgevel van een huis zichtbaar. De huidige bebouwing op de locatie van het voormalige kasteel en havezate is een boerderij die volgens de gevelsteen dateert uit 1873.

16

www.liemersverleden.nl

17

www.mijngelderland.nl

18

www.archieven.nl 18

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Mariëndaalseweg 17 te Angerlo, gemeente Zevenaar, Gelderland

Afbeelding 6. Tekening van een interpretatie van kasteel Kell in 1595 door Jacobus Stellingwerff.

2.4.2 HISTORISCHE KAARTEN Op de vroegste kaart van 1693 is op de locatie van het plangebied havezathe Kell afgebeeld. Deze havezathe is omgeven door een gracht en een deel van het perceel is bebost. Bebouwing die op de kaart aanwezig is bestaat uit een huis en een bijgebouw, vermoedelijk in de vorm van een spieker. Grote delen van de rivierduin waren in gebruik als akker. De lagergelegen gebieden waren hoofdzakelijk in gebruik als weidegrond. In de omgeving bevond de bebouwing zich grotendeels op het rivierduin. Dit betreft voornamelijk boerderijen die op terpen waren gelegen. Direct ten westen van het plangebied bevond zich een boerderij die als Oud-Kell is omschreven. Ten noorden van het plangebied bevond zich de Mariëndaalseweg, en ook de Didamseweg was al aanwezig. De Didamseweg was ook op de kaart van 1693 al aanwezig en werd toen de Helstrate genoemd . Op de Hottingerkaart uit 1790 is de locatie van het plangebied afgebeeld. Op deze kaart staat de havezathe en zijn directe omgeving zo schematisch aangegeven. De Hottingerkaart is een serie gedetailleerde terreinkaarten, die bedoeld waren voor grote legereenheden te velden.19 De kaart is zodanig gegeneraliseerd dat het terrein erg schematisch staat aangegeven. Er staan weinig details aangegeven, (onverharde) wegen zijn komen te vervallen en de aangegeven wegen kloppen niet

19

Versfeld 2003. 19

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Mariëndaalseweg 17 te Angerlo, gemeente Zevenaar, Gelderland

geheel met de eerdere en latere, veel gedetailleerdere kaarten. Omdat het omgrachte terrein op een verder behoorlijk gegeneraliseerde kaart staat aangegeven moet het ook in 1790 nog een aanzienlijk huis geweest zijn. Op de historische kaart van 1807 is de bebouwing binnen het plangebied aangeduid met Groot-Kell. Het is duidelijk dat deze havezathe is omgracht. Binnen het perceel zijn in 1807 drie gebouwen aanwezig. Het meest noordelijke gebouw, met ten zuiden hiervan een bijgebouw, bestond reeds in 1693. Het gebouw ten zuiden van dit bijgebouw lijkt gebouwd te zijn tussen 1693 en 1807.

Afbeelding 7. Uitsnede van de eerste historische kaart van 1693 (Bron: Gelders Archief). Plangebied bij benadering.

20

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Mariëndaalseweg 17 te Angerlo, gemeente Zevenaar, Gelderland

Afbeelding 8. Uitsnede van de Hottingerkaart van 1790 (Bron: Gelders Archief). Plangebied bij benadering.

Afbeelding 9. Uitsnede van de historische kaart van 1807 (Bron: Gelders Archief). Plangebied bij benadering

21

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Mariëndaalseweg 17 te Angerlo, gemeente Zevenaar, Gelderland

Afbeelding 10. Uitsnede uit de eerste kadastrale kaart, circa 1832. De locatie van het plangebied is rood omlijnd. Lichtgroen: hooiland, bruin: bouwland, lichtgroen: weideland, groen: boomgaard; donkergroen: bos/opgaand hout, paars: heide, geel: onverharde weg. Flets groen: tuin; rood met grijs: bebouwing met erf. Bron: hisgis.nl. Op de eerste kadastrale kaart (circa 1832)20 is het plangebied bebouwd. Dit betreft de havezate Groot-Kell. Deze havezate is omgeven door een gracht en noorden van het erf bevond zich een boomgaard. Ten westen van het erf, omgeven door de gracht bevond zich een bebost terrein.

20

bron: hisgis.nl 22

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Mariëndaalseweg 17 te Angerlo, gemeente Zevenaar, Gelderland

Op de topografische kaart van 1908 (zie afbeelding 11) is te zien dat de gracht grotendeels gedempt of verland is en bebouwing grotendeels is verdwenen. Slechts één groter gebouw is aanwezig op deze kaart met twee kleine schuurtjes aan de zuidzijde. Dit gebouw is de huidige boerderij, die volgens de gevelsteen dateert uit 1873. Ten noorden van het gebouw is de grond nog steeds in gebruik als boomgaard en ook het beboste terrein is nog aanwezig. Het grondgebruik is in de omgeving nog grotendeels ongewijzigd. Op de kaart van 1931 is de bebouwing in het plangebied uitgebreid, waarbij de vorm van de huidige boerderij in het oude gedeelte is ontstaan. Ten zuiden van de bebouwing is nog een restant van de gracht aanwezig. De rest van het erf is begrenst doormiddel van bomen en het erf is grotendeels in gebruik als boomgaard. Het wegennet zoals aanwezig in het begin van de 19e eeuw is nog ongewijzigd, de huidige Didamsestraat heette in 1931 de Hellestraat. Op de kaart van 1978 is te zien dat de beide opstallen zijn gebouwd. De gracht is nu volledig gedempt en het beboste terrein dat het erf begrensde is verdwenen. Het overige deel van het plangebied is in gebruik als grasland. In de omgeving van het plangebied is de bewoning van Angerlo uitgebreid en het grootste deel van de agrarische gronden in gebruik als weidegrond.

Duidelijk is te zien dat het plangebied op een hoogte is gelegen (dit was op zich ook al te zien op het oudere kaartmateriaal, maar daar kan deze nog verward worden met grachtkanten van een dieper gelegen gracht). Vanaf de topografische kaart van 1997 is een rechthoekige, strook zichtbaar, die onderdeel maakt van het erf. Deze strook is op de AHN-kaart zichtbaar als een scherp begrenst, opgehoogd terrein dat aansluit aan het oude, op een hoogte gelegen erf (van voor 1997).

Afbeelding 11. Uitsnede uit de topografische kaart van 1908. Bron: topotijdreis.nl.

23

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Mariëndaalseweg 17 te Angerlo, gemeente Zevenaar, Gelderland

Afbeelding 12. Uitsnede uit de topografische kaart van 1931. Bron: topotijdreis.nl.

Afbeelding 13. Uitsnede uit de topografische kaart van 1978. Bron: topotijdreis.nl.

24

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Mariëndaalseweg 17 te Angerlo, gemeente Zevenaar, Gelderland

Op de hoogtekaart van het AHN in hillshade is de ophoging van de havezathe duidelijk zichtbaar. Hoewel de gracht grotendeels is gedempt, is ten westen van het plangebied nog een restant van de gracht aanwezig. Ten noorden van de huidige bebouwing is een laagte zichtbaar, die afkomstig is van het meest noordelijke gebouw binnen het havezateperceel. Dit gebouw stond al sinds 1693 op de kaart en betreft vermoedelijk de originele havezathe.

Afbeelding 14. Detailopname van het plangebied op het AHN in Hillshade. Op moderne luchtfoto’s (Afbeelding 3) is ten westen van de huidige bebouwing nog het laatste deel van de gracht zichtbaar. Overige sporen van de Havezathe zijn vanuit de lucht niet zichtbaar.

25

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Mariëndaalseweg 17 te Angerlo, gemeente Zevenaar, Gelderland

Tweede Wereldoorlog Toen de geallieerden in maart 1945 erin geslaagd waren om het Rijnland westelijk van de Rijn te veroveren en Emmerich en Elten (D.) hadden ingenomen, overschreden Canadese troepen in de Achterhoek de Duits-Nederlandse grens.21 De meeste steden en dorpen in Oost-Gelderland werden snel ingenomen. Vanaf 1 april 1945 werd het centrum van Doesburg aan de overzijde van de IJssel fel verdedigd. Vanuit Doesburg werd lange tijd weerstand geboden door de Duitsers. In de nacht van 3 op 4 april werd Doesburg beschoten door de Canadezen, maar ook daarna bestookten ze Doesburg vaak ongenadig. In de middag van 11 april 1945 ondernamen de geallieerden een directe aanval vanuit Angerlo op Doesburg. Met een enorme schade tot gevolg. Pas op 16 april 1945 kwam voor Doesburg de bevrijding.

21

Besten, 2015. 26

HOOFDSTUK

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Mariëndaalseweg 17 te Angerlo, gemeente Zevenaar, Gelderland

3C

ONCLUSIE EN

VERWACHTINGSMODEL 3.1 CONCLUSIE 1. Wat is de aard (ontstaanswijze en classificatie), diepteligging, genese en gaafheid van natuurlijke bodemhorizonten en natuurlijke afzettingen in het omringende (binnen een afstand tot ca. 200 m van de onderzoekslocatie) gebied? Het plangebied is gelegen op een locatie waar de rivierduin wordt doorsneden door een oude stroomgeul (duindoorbraakgeul) van een voorloper van de IJssel. Vervolgens is deze riviergeul dichtgeslibt, waarna klei is afgezet, zowel in de stroomgeul als erbuiten, waardoor de rivierduin en de stroomgeul zijn afgedekt door een dunne laag klei. De gaafheid van de bodem is niet te bepalen, omdat de locatie van het plangebied een lange bewoningsgeschiedenis heeft. Er zijn nog geen boringen gezet in het plangebied, waardoor de gevolgen van deze bewoning nog onduidelijk zijn. 2. Wat is de aard (ontstaanswijze), diepteligging, genese, gaafheid, dikte, en omvang van eventueel in het omringende gebied voorkomende afdekkende lagen en de (geschatte) ouderdom daarvan (plaggendek, stuifzandlaag, colluvium, kleidek, afvallaag, ophogingslaag)? De rivierduin en de stroomgeul (duindoorbraakgeul) zijn afgedekt door een dun kleidek dat waarschijnlijk afgezet bij het buiten de oevers treden van de huidige IJssel.

Gezien de ouderdom van de Gelderse IJssel, is het waarschijnlijk dat dit kleidek niet ouder is dan de Vroege-Middeleeuwen,22 mogelijk zelfs van na de Late Middeleeuwen.23 3. Wat is het historisch landgebruik van de onderzoekslocatie en het omringende gebied geweest? Op de eerste bekende historische kaart van 1693 is al bewoning te zien in het plangebied. Deze bewoning is met zekerheid terug te brengen tot het einde van de 14e eeuw. Op deze locatie heeft in de 14e en 15e eeuw kasteel Kell gestaan. Nadat dit is verwoest, is havezate Kell op deze locatie gebouwd en na verval van deze havezate is in de 19e eeuw een boerderij gebouwd op dezelfde locatie. Percelen rondom het plangebied zijn hoofdzakelijk in gebruik geweest als weidegrond en bouwgrond.

22

Makaske et al. 2008.

23

Miedema, 2009. 27

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Mariëndaalseweg 17 te Angerlo, gemeente Zevenaar, Gelderland

4. Welke gegevens met betrekking tot archeologische complexen (‘waarnemingen’ inclusief uitkomsten historisch kaartonderzoek) zijn reeds binnen het onderzoeksgebied en/of binnen de landschappelijke eenheden rondom de onderzoekslocatie bekend? Vermeld per vondst- en/of spoorcomplex minimaal: De archeologische gegevens binnen het onderzoeksgebied zijn vrij beperkt. Binnen het plangebied bevindt zich één AMK-terrein, dit betreft de locatie van het voormalige kasteel en havezate (groot-)Kell.24 Binnen het plangebied heeft in 1976 een booronderzoek plaatsgevonden met als doel het vinden van de locatie van de havezate.25 Deze vindplaats komt dus overeen met het huidige AMK terrein. Deze vindplaats ligt vermoedelijk op relatief geringe diepte, op de top van het kleidek. 5. Welke natuurlijke formatieprocessen (sedimentatie, erosie, laterale verplaatsing, bodemvorming, degradatie e.d.) hebben een rol gespeeld in het onderzoeksgebied? De aanwezigheid van vorstvaaggronden wijst uit dat er mogelijk verbruining van het profiel heeft plaatsgevonden. Het betreft een relatief droge grond, waardoor organische resten vermoedelijk niet zijn geconserveerd. In het overige deel met poldervaaggronden heeft weinig tot geen bodemvorming en degradatie van eventuele vindplaatsen plaatsgevonden. 6.

Met welke culturele formatieprocessen (grondbewerking, bemesting, ophoging, betreding, percelering, [de-]constructie, materiaaltypen, materiaalgebruik en materiaaldepositie e.d.) hebben een rol gespeeld in het onderzoeksgebied? Met zekerheid kan worden gesteld dat et plangebied al sinds de 14e eeuw continu is bewoond. Hierbij zijn verschillende delen bebouwd geweest en is er een gracht aangelegd. Dit zou mogelijk oudere sporen hebben geschaad. De gracht is in de 20 e eeuw gedempt en diverse bebouwingen zijn vernietigd en gesloopt. Recente bodemverstorende activiteiten zijn niet bekend.26 7. Welke formatieprocessen kunnen een rol hebben gespeeld bij de totstandkoming van eventuele aanwezige vondstspreidingen, de vondstdichtheid, vondst- en spoorniveaus en de fysieke kwaliteit van eventueel aanwezige archeologische resten? De constructie en sloop van de diverse gebouwen die in het plangebied hebben gestaan hebben bijgedragen aan de vondstspreiding binnen het plangebied. De constructie en sloop van gebouwen zorgt voor een verspreiding van baksteenfragmenten. De bewoning van deze bebouwing zorgt voor vondstspreiding in de vorm van gebruiksafval. 8.

Wat is de aard (materiaalsoorten, fragmentatie, dichtheden, ruimtelijke en stratigrafische spreiding, etc.) van (mogelijk) aanwezige vondst- en/of spoorcomplexen? Met zekerheid is vastgesteld dat in de 14e eeuw een kasteel was gebouwd in het huidige plangebied. Door oorlog is dit kasteel vernietigd, waarna een havezate is gebouwd op dezelfde locatie. Deze oorlogsactiviteiten en latere bouw- en sloopactiviteiten hebben zeer waarschijnlijk resten achtergelaten. Resten van oudere perioden zijn niet te verwachten in het plangebied.

24

AMK-nummer 4732

25

Zaakidentificatienummer 2703620100

26

www.bodemloket.nl 28

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Mariëndaalseweg 17 te Angerlo, gemeente Zevenaar, Gelderland

9. Hoe manifesteren deze zich tijdens prospectieonderzoek? Tijdens booronderzoek kunnen baksteen- en houtskoolfragmenten worden aangetroffen die te maken hebben gehad met de bouw- en sloopt van de historische bebouwing. Ook kunnen resten van bewoningsactiviteiten, zoals aardewerkfragmenten, worden aangetroffen. Ook kunnen antropogene sporen, zoals een gracht, worden aangetroffen tijdens booronderzoek. Deze kan worden herkend door een humeuze grachtbodem. 10. Met de inzet van welke zoekmethoden (detectie- en waarnemingsvorm, monsterbehandeling en zoekstrategie) kunnen vondst- en/of spoorcomplexen systematisch opgespoord worden (zoeksleuven, booronderzoek, veldkartering, geofysisch etc.). Licht beargumenteerd toe met verwijzing naar de verschillende KNAleidraden. De aanwezigheid van een vindplaats is bekend, echter is het niet duidelijk hoe goed de vindplaats is geconserveerd. De eerste vervolgstap is een verkennend booronderzoek, om te bepalen wat de mate van intactheid van de bodem is.

29

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Mariëndaalseweg 17 te Angerlo, gemeente Zevenaar, Gelderland

3.2 VERWACHTINGSMODEL Resten uit het Laat-Paleolithicum tot en met de Romeins tijd bevinden zich op de top van de rivierduinafzettingen. Resten uit de Middeleeuwen en Nieuwe tijd bevinden zich in de kleiafzettingen op de rivierduin en in de duindoorbraakgeul. Eventuele resten bestaan uit vuursteenstrooiingen (voornamelijk neolithicum, in mindere mate bronstijd en ijzertijd). Daarnaast kan (gefragmenteerd) aardewerk worden verwacht, evenals houtskool, verbrande huttenleem en natuursteen. Vanaf ongeveer de 13e eeuw is ook baksteen te verwachten. Deze vondstcategorieën bevinden zich aan of in het de kleiafzettingen direct onder een bouwvoor. Daarnaast kunnen grondsporen worden verwacht. Het gaat daarbij overwegend om paalkuilen, greppels en afvalkuilen en dergelijke. Onderstaande tabel geeft in het kort de archeologische verwachting weer:

PERIODE

COMPLEXTYPE

DIEPTELIGGING

KENMERKEN

nieuwe tijd

moestuin

circa 20-50 cm –mv

greppels, kuilen, later ook verkavelingssloten

late middeleeuwen

nederzetting

20-50 cm –mv -mv

resten van bewoning, baksteen, paalkuilen, aardewerk, verbrande leem

vroege middeleeuwen - neolithicum

nederzetting

50-100 cm –mv

(paal)kuilen, sporen van erfinrichting, aardewerk, bewerkt steen, verbrande leem e.d..

laatpaleolithicum – vroegneolithicum

extractiekamp

50-100 cm –mv.

vuursteen- en houtskoolconcentraties, ondiepe haardkuilen

Tabel 2. Gespecificeerde archeologische verwachting. Rood: hoge verwachting; oranje: matige verwachting; geel: lage verwachting.

3.3 ADVIES Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek worden archeologische resten verwacht. De geplande bodemingrepen zullen deze resten zeer waarschijnlijk aantasten. We adviseren daarom vervolgonderzoek aan in de vorm van een verkennend booronderzoek. Hierbij worden verspreid over de toegankelijke delen van het plangebied in totaal dertien grondboringen gezet. De boringen hebben tot doel de intactheid van de bodem te onderzoeken. Aangezien het niet bekend is in hoeverre de bodem is verstoord is een verkennend booronderzoek de beste methode. De hoge archeologische verwachting is sterk afhankelijk van de intactheid van de bodem, om de mate van intactheid van de bekende archeologische resten te bepalen.

30

HOOFDSTUK

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Mariëndaalseweg 17 te Angerlo, gemeente Zevenaar, Gelderland

4V

ELDONDERZOEK

4.1 BESCHRIJVING ONDERZOEKSMETHODIEK

Het veldonderzoek heeft tot doel om meer inzicht te verkrijgen in de fysische situatie in het plangebied. Het dient de in het plangebied aanwezige bodems, de mate van verstoring en de aanwezigheid van potentiële archeologische niveaus in kaart te brengen. Aan de hand daarvan kan er voor het plangebied een gespecificeerd verwachtingsmodel worden opgesteld dat gedetailleerder en nauwkeuriger is dan een verwachtingsmodel dat louter gebaseerd is op bronnen en globalere bodem- en geomorfologische kaarten. Aanvullend dienen hiervoor de verplichte onderzoeksvragen voor het verkennend veldonderzoek te worden beantwoord: 11. Wat is de aard (ontstaanswijze, textuur, kleur), diepteligging en ouderdom van de relevante natuurlijke afzettingen in de ondergrond ter plaatse van het onderzoeksgebied? 12. Wat is de aard (kleur, textuur, samenstelling), diepteligging, genese en gaafheid van natuurlijke en eventueel antropogene bodemhorizonten (akkerlagen en overige ‘verstoringslagen’, bemestingslagen e.d.), ter plaatse van het onderzoeksgebied? 13. Wat is de aard, dikte en omvang van eventueel ter plaatse van het onderzoeksgebied voorkomende afdekkende lagen en de (geschatte) ouderdom daarvan (plaggendek, stuifzandlaag, kleidek, afvallaag, ophogingslaag)? 14.

Indien er afdekkende lagen voorkomen; wat is de aard (ontstaanswijze, kleur, textuur, samenstelling), gaafheid en dikte van het onderliggende afgedekte bodemprofiel (natuurlijke en antropogene bodemhorizonten zoals oude akkerlagen) en/of afzettingen? 15. Wat is de diepte tot waarop artefacten van recente ouderdom (‘modern’ afvalmateriaal) in het bodemprofiel voorkomen 16. Tot welke diepte in het bodemprofiel is sprake van een ‘recente’ bodemverstoring en wat is de ouderdom van deze verstoring? Het hele plangebied was toegankelijk voor archeologisch booronderzoek. Voor de te slopen stallen waren betonboringen voorzien om door de vloeren te kunnen boren. In de tussentijd werd medegedeeld dat de ligboxenstal volledig onderkelderd zou zijn met mestkelders. Op locatie werd duidelijk dat er desondanks een strook aanwezig was tussen de roosters van deze kelders, waar mogelijk nog grond onder aanwezig is. In het veld is de inschatting gemaakt dat bij het graven van de kelders, mogelijk het gehele grondplan is afgegraven en dat de grond in de strook tussen de roosters toen opnieuw is aangebracht. Het leek verstandig om eerst een boring te zetten in de strook tussen de roosters en vervolgens, mocht blijken dat daaronder ook kelders aanwezig zijn, een boring net buiten voor de ingang te zetten. Om die reden zijn van 31

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Mariëndaalseweg 17 te Angerlo, gemeente Zevenaar, Gelderland

te voren drie betonboringen uitgevoerd. Later bleek dat er ophoogzand was opgebracht, maar dat er in boring 2 op 140 cm –mv het voormalige maaiveld aanwezig was. Omdat boring 3 op 70 cm –mv gestuit is, is ook nog de boring buiten bij de ingang (boring 13) uitgevoerd. Verder waren er betonboringen voorzien in de vrijstaande schuur aan de oostzijde van plangebied, maar bestaat de vloer uit een puinverharding met sintels en een klein deel bestaat uit losse stoeptegels. Om die reden kon de verharding met een schop worden verwijderd. Het veldonderzoek bestond uit het zetten van dertien verkennende boringen. Verkennend booronderzoek is een snelle en kostenefficiënte onderzoeksmethode om de archeologische potentie van een plangebied in kaart te brengen. Aangezien de specifieke bodemopbouw in het plangebied niet bekend is, is verkennend onderzoek in dit stadium de meest geschikte onderzoeksmethode. De boringen zijn uitgevoerd met een Edelmanboor met een diameter van 7 cm en deels met een guts van 3 cm doorsnede onder het grondwaterniveau. De boorkernen zijn visueel geïnspecteerd op het voorkomen van archeologische indicatoren. De boringen zijn gemeten met GPS met een nauwkeurigheid van 3 m. Het bodemprofiel is beschreven volgens de norm NEN 5104 en ASB. De NAPmaaiveldhoogtes van de boringen zijn bepaald aan de hand van het AHN. De profielbeschrijvingen zijn opgenomen in bijlage 11.

De boorpuntenkaart met de posities van de boringen is opgenomen in bijlage 9.

4.2 RESULTATEN: LITHOLOGIE, LITHOGENESE EN BODEMONTWIKKELING

De bodemopbouw binnen het plangebied is vrij complex vanwege de sterk antropogene invloed. Het plangebied kan ook nog onderverdeeld worden in twee delen op basis van de natuurlijke bodemopbouw. Om die reden wordt eerst de voor veel complexiteit zorgende, antropogeen beïnvloede bodemopbouw besproken en daarna de natuurlijke bodemopbouw van het plangebied. Omdat het plangebied zo sterk antropogeen beïnvloed is, kon de natuurlijke bodemopbouw slechts fragmentarisch worden onderzocht. Dat komt doordat een heel aantal boringen is gestuit (mogelijke fundering in boring 7, boring 11 en 13), ondoordringbare verhardingen (boring 4 en 5), door het grondwater (boring 2) en deels door de aanwezigheid van diepe vullingen/opgebrachte grondlagen (boring 1, 6 en 11). Antropogeen beïnvloede bodemopbouw Zoals boven beschreven is een aantal boringen gezet onder een betonvloer en onder een puinverharding. In boring 2 in de ligboxenstal werd op 140 cm –mv het voormalige maaiveld aangetroffen onder een pakket ophoogzand. Omdat de grondwaterstand op het moment van uitvoering dusdanig hoog was, bleek het onmogelijk om tot onder voormalige bouwvoor te geraken, omdat het ophoogzand in het boorgat vloeide. Verder is boring 3 gestuit op een niet nader te bepalen obstakel op ca. 70 cm diepte. Boring 13 buiten bij de ingang is eveneens gestuit, maar dan op 60 cm –mv.

Onder een 12 cm dikke betonvloer lag ophoogzand tot 30 cm –mv. Daaronder lag matig humeuze, sterk zandige klei met wat baksteenresten en een beetje mortel. In de vrijstaande schuur aan de oostzijde is de aanwezige puinverharding met een schop verwijderd om boring 4 en 5 te kunnen uitvoeren. Direct daaronder is zwak humeus, zwak siltig, matig fijn, gecompacteerd zand met wat baksteen- en puinfragmenten aanwezig. Deze laag heeft waarschijnlijk voordat de puinverharding werd opgebracht, als vloer gediend van de schuur of een van zijn voorgangers, of als terreinverharding voor het erf voordat de schuur gebouwd werd. Boring 4 is op 30 32

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Mariëndaalseweg 17 te Angerlo, gemeente Zevenaar, Gelderland

cm op gestuit en boring 5 is op 20 cm op een baksteen gestuit. Verder is boring 7 op gegeven moment op ca. 1 m –mv gestuit op een fundering of grotere brok puin waarin geen beweging was te krijgen.

Afbeelding 15. Uitsnede uit de eerste kadastrale kaart, circa 1832 met daarop geplot de boorpunten. De locatie van het plangebied is rood omlijnd. Lichtgroen: hooiland, bruin: bouwland, lichtgroen: weideland, groen: boomgaard; donkergroen: bos/opgaand hout, paars: heide, geel: onverharde weg. fletsgroen: tuin; rood met grijs: bebouwing met erf. Bron: hisgis.nl. Afgaande op de eerste kadastrale kaart waar boring 1 in bos/opgaand hout is geplot en de daar aanwezige profielopbouw, was daar een laagte aanwezig. Zoals boven beschreven geldt hetzelfde voor boring 2 en 3. In boring 1 is mogelijk een gedempte gracht aanwezig. Op 220 cm is licht blauwgrijze, zwak zandige, naar onderen zandig wordende klei aanwezig, die wat weg heeft van het Laagpakket van Wijchen. Direct daarop is zwak humeuze, zwak zandige klei met wat baksteenfragmenten en een flintertje bot aangetroffen op 200 cm –mv. Deze afzetting representeert mogelijk een gracht- of slootbodem. Deze is vanaf 50 cm –mv afgedekt met lagen bestaande uit zwak zandige tot sterk zandige, matig roestige klei en zwak siltig, matig grof zand, die niet te onderscheiden zijn van natuurlijke oever- en beddingafzettingen bij het boren, maar opgebracht moeten zijn. Daar bovenop ligt tot 30 cm –mv matig zandige klei met een enkele baksteenspikkel en wat houtskool. Qua opbouw heeft boring 11 veel overeenkomsten met boring 1.

Boring 11 is volgens de eerste kadastrale kaart midden in een gracht is gezet. Er is een 150 cm dik pakket aanwezig bestaande uit sterk siltige klei (niet van natuurlijke oeverafzettingen te onderscheiden in de boring), zwak humeuze, zwak zandige klei met een enkele baksteenspikkel tot 60 cm –mv en tenslotte tot 10 cm-mv zwak humeuze, opgebrachte zandlaag. Onder dit pakket is sterk humeuze, matig zandige klei met veel houtresten aanwezig vanaf 150 cm –mv en tenslotte zwak siltig, grof zand met wat baksteenresten. Deze boring is op 160 cm gestuit in waarschijnlijk een dempingslaag met puin.

33

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Mariëndaalseweg 17 te Angerlo, gemeente Zevenaar, Gelderland

Boring 6 t/m 8 zijn in het nieuwbouwvak gezet en bleken in meerdere of mindere mate te zijn opgehoogd. Om die reden is boring 9 verzet tot net buiten het bouwvlak en onderaan een kleine steilrand, om zo beter idee te krijgen van de bodemopbouw zonder ophogingen. Het terrein ter hoogte van boring 6 t/m 8 ligt wat hoger. Afgaande op het historische kaartmateriaal is dat deel van het terrein ergens in de jaren ‘80/’90 van de vorige eeuw opgehoogd. In afbeelding 11 staan de uitgevoerde boringen geprojecteerd op de kadastrale minuut van circa 1832. Daarop is te zien dat boring 6 t/m 8 deel uitmaken van een (waarschijnlijk) lager gelegen weidegebied. Verder is in boring 6 en 8 onder opgebracht zand op respectievelijk 30 en 70 cm – mv, een afgedekte A-horizont aangetroffen. Deze bestaat uit zwak humeuze zwak zandige tot sterk zandige klei met baksteen in beide boringen en een enkele houtskoolspikkel in boring 8. In boring 6 ligt hieronder tot 190 cm -mv een vulling bestaande uit zwak humeuze, sterk zandige klei met wat baksteenfragmentjes en een enkele houtskoolspikkel. Verder is in boring 8 van 80 tot 140 cm –mv een Ahorizont aanwezig bestaande uit zwak humeuze, sterk zandige klei met wat houtskool en een enkele baksteenspikkel. Deze dikke A-horizont representeert mogelijk eveneens een vulling.

Het terreindeel ter hoogte van boring 6 t/m 8 ligt op de eerste kadastrale kaart in een weide en is vanaf die tijd onbebouwd gebleven. In boring 7 is onder een 60 cm dik pakket ophoogzand met een dunne bouwvoor, een horizont aangetroffen bestaande uit zwak humeuze, sterk zandige klei met wat kleine baksteenfragmenten. Deze boring is op 100 cm –mv gestuit op mogelijk een brok vast puin. Mogelijk is er in het nieuwbouwvlak, ter plaatse van de boringen 6-8 een dik ophogingspakket aanwezig waarin afbraakpuin van oudere gebouwen van het kasteel of de havezate is terecht gekomen. Natuurlijke bodemopbouw (ondergrond) Vanwege de boven beschreven, vrij complexe situatie zou men bijna vergeten dat het plangebied nog een natuurlijke ondergrond heeft. Daarin moet echter ook een onderscheid worden gemaakt omdat deze binnen het plangebied verschilt. Door een sterk antropogene beïnvloeding kon de natuurlijke ondergrond slechts fragmentarisch worden onderzocht. Op het overgrote deel van het plangebied (boring 8, 9 en 12) is de volgende opbouw van de natuurlijke ondergrond aangetroffen: Op 160 à 200 cm –mv (7,49 à 7,53 m +NAP) is zwak siltig, matig fijn zand aangetroffen, dat de Formatie van Kreftenheye representeert.

Vervolgens is grijs (licht humeus) of lichtgrijs, sterk zandige klei met plantenresten, al dan niet met houtresten en roestvlekken, aangetroffen op 150 à 190 cm –mv (7,69 à 7,83 m +NAP). Deze afzettingen behoren tot het Laagpakket van Wijchen, Formatie van Kreftenheye. Op 100 à 150 cm –mv (8,19 à 9,28 m +NAP is zwak siltig, matig fijn, goed gesorteerd zand aanwezig van het Laagpakket van Delwijnen, Formatie van Boxtel. In boring 12 zijn de bovenste 20 cm van deze rivierduinzanden kleiig, waarschijnlijk vanwege de afdekkende kleilaag van de Formatie van Echteld. Op 50 à 140 cm –mv (8,33 à 8,69 m +NAP) is matig tot sterk zandige klei, al dan niet met roestvlekken aanwezig. Deze bovenste afzettingen representeren oeverafzettingen van de Formatie van Echteld. In boring 10, die in een duindoorbraakgeul zou moeten liggen is de volgende opbouw van de natuurlijke ondergrond aangetroffen: Op 100 cm –mv is zwak siltig, zeer fijn zand aanwezig, dat naar onderen toe matig vanaf ca. 130 cm –mv (7,96 m +NAP) matig grof wordt. Deze afzettingen representeren beddingafzettingen van de Formatie van Echteld. Vanaf 30 cm –mv (8,96 m +NAP) sterk zandige, matig roesthoudende klei aangetroffen

34

Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Mariëndaalseweg 17 te Angerlo, gemeente Zevenaar, Gelderland

(oeverafzettingen van de Formatie van Echteld). Deze ondergrond is afgedekt met een ca. 30 cm dikke bouwvoor bestaande uit zwak humeuze, matig zandige klei met daarin een enkele baksteenspikkel.

4.3 RESULTATEN: ARCHEOLOGIE Het plangebied is sterk antropogeen beïnvloed. Op verschillende plekken zijn vullingen aangetroffen (boring 1, 6, 11) die aan grachten kunnen worden toegeschreven of waarvan de functie niet kon worden bepaald. Archeologische indicatoren in de vorm van houtskool en/of baksteen zijn in veel boringen aangetroffen, zoals in de vulling van boring 1, 6 en 11, in de gestuite boring 13 op het huidige erf onder een betonvloer waar de grond opvallend matig humeus is. In boring 1 in een mogelijke grachtbodem is een flintertje bot aangetroffen. In de gestuite boringen 4 en 5 was er een laag gecompacteerde, zwak humeuze grond met baksteenpuin, onder een puin- en sintelverharding. Die verharding zal voorheen als erfverharding hebben gediend voordat de huidige schuur gebouwd is. Deze kan ook voorheen als verharding in de schuur of een voorganger daarvan hebben gediend. Het is niet duidelijk of deze verharding recent is of niet. Verder is in de gestuite boring 7 onder een laag ophoogzand wat baksteen aangetroffen in de A-horizont. Deze boring is gestuit op een groter puinfragment. Afgaande op het historisch kaartmateriaal kan het niet gaan om een fundering. Op geen van de historische kaarten is hier bebouwing te zien en gezien de ligging buiten of net in de gracht is dit ook zeer onwaarschijnlijk.

Waarschijnlijk betreft het slooppuin dat bij de demping in de gracht is geraakt. Deze vindplaats ter hoogte van boring 6 t/m 8 dateert waarschijnlijk uit de Nieuwe tijd tot Late Middeleeuwen. Opvallend genoeg zijn in geen van de boringen aardewerkfragmenten of andere te dateren archeologische indicatoren aangetroffen. Dit kan echter verband houden met de relatief geringe boordiameter. Afgezien de zone waarbinnen de nieuwbouw is voorzien (boring 6 t/m 8), geeft de eerste kadastrale kaart een goed beeld van de historische indeling van het terrein, die ook te herleiden is aan hand van de bodemopbouw (lager gelegen terreinen en grachten, die in een later stadium zijn opgehoogd (boring 2 en 3) of opgevuld (boring 1 en 11)). Ter plaatse van boring 2, onder de ligboxenstal, is een oude cultuurlaag aanwezig die mogelijk een oude bouwvoor vormt. In theorie kunnen daaronder nog grondsporen aanwezig zijn die uit de late middeleeuwen kunnen dateren en te relateren zijn aan laatmiddeleeuwse bewoning. Al hoewel voor de locatie van boring 1 niet een op een herleidt kan worden dat het lager gelegen was en mogelijk onderdeel uitmaakte van de voormalige omgrachting.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zevenaar&id=b51f3650-5f7a-4f22-ac8d-88f60981d3d6