7. 230609 Brief Raad van State herzieningsverzoek 230418 betr. gewijzigd bestemmingsplan Holtkamp Zevenaar
Tekst van het document
Raad
Vanstate
i
Pagina l van 2
V
r
r
GEMEENTE ZEVENAAR
19 APR. 2023 INGEKOMEN Raad van de gemeente
Zevenaar
Postbus 10 6900 AA ZEVENAAR
Uw kenmerk
Datum
Ons nummer'
18 april 2023
202302420/1
/R4 Onderwerp
Inlichtingen
202203446
Herzieningsverzoek Procedure
Herziening
Geachte
heer/mevrouw,
Bij de Afdeling
procedure
is bovengenoemde
gestart
Deze procedure gaat over de uitspraak van Afdeling van State van 12 april 2023, 202203446.
door
bestuursrechtspraak
van de Raad
Vervolgcorrespondentie
Deze vindt u Aan deze procedure zijn een zaaknaam en een zaaknummer toegekend. over en "Ons nummer". ln alle Correspondentie hierboven onder de kopjes "Onderwerp" vermeld. nummer en dit deze zaak Worden deze naam steeds dit zaaknummer te vermelden. De Afdeling verzoekt u om in uw Correspondentie Ons Werk
over de Werkwijze lVleer informatie bestuursrechtspraak.
van de Afdeling
vindt u op Www.raadvanstate.nl/
van een zaak, kan de van de Afdeling en de complexiteit Door de werkvoorraad mee dat u in bepaalde fasen rekening u er duren. Houdt tijd de zaak een behandeling van van de procedure even niets van ons hoort.
P?vacy
De Afdeling stuurt de stukken die u stuurt, door aan de andere partijen. Houdt u daar informatie stuurt. Voor meer informatie rekening mee als u stukken met privacygevoelige gaat u naar WWW.raadvanstate.nl/privacyverklaring. Over de verdere
behandeling
u nog bericht.
van deze zaak krijgt
Postbus 20019
2500 EA Den Haag
T 070 426 44 26
Bij correspondentie de datum en het nummer
F 070 365 13 80
van deze brief vermelden
WWW.raadvanstate.nl
Raad
Vanstatô Aangezien
dit bericht
202302420/1/R4 geautomatiseerd
is aangemaakt,
2
2
is dit niet ondertekend.
Hoogachtend, de griffier
De griffie
is op 27 april, 28 april, 5 en 19 mei gesloten.
Postbus 20019
2500 EA Den Haag 070 426 44 26 F 070 365 13 80 Bij correspondentie de datum en het nummer van deze brief vermelden
wwwraadvanstateml
14-04-2023 om 16:26
Ingediend
Eigen kopie, niet Insturen'
Raad van State Digitaal loket van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
loket van de Afdeling Digitaal van de Raad van State bestuursrechtspraak procedure
Soort Soort
procedure
Soort
procedure
beroep
Beroep/Hoger Nadere
g
Nadere stukken
stukken
Zaaknummer
202203446/1/R4
Behandelend
ambtenaar
dit dossier op een of een beroepszaak Heeft
Beroep
betrekking hoger
beroepszaak?
Bestreden
besluit
Beroep Maak uw keuze
Tegen
Bestuursorgaan
College van burgemeester
In welke
is
gemeente
een besluit van een bestuursorgaan en wethouders
Zevenaar
het bestuursorgaan gevestigd?
besluit
van
een bestuursorgaan
is het kenmerk
van
Gewijzigd
Tegen Wat
een
het besluit? Waarover
vastgesteld
Zevenaar gaat
de zaak?
24 woningen,
bestemmingsplan
Gronden Gronden U kunt
bestemmingsplan
Herzieningsverzoek
uw
in
redenen/gronden
onderstaand invullen.
Pagina 1 van 3
vlak
De Holtkamp
bestaat
De mogelijkheid
Ik stuur redenen/gronden
als digitale
ook om de als
redenen/gronden
bijlage
toe te voegen.
Selecteer
daarvoor vinkje.
onderstaand
Indiener Keuzemenu Ik treed op voor mijzelf
indiener
Gegevens
Gegevens
indiener
Voorletter(s) Tussenvoegsel
Achternaam Is het adres
een
Nederlands
adres?
Nederlands
adres
Ja
Ja
Postcode Huisnummer Huisnummertoevoeging Straatnaam
Woonplaats Is bovenstaand ook het
adres
Ja
correspondentieadres?
Adres
ook correspondentieadres
Ja
Telefoonnummer Telefoonnummer2 Faxnummer
Bijlage(n) Bijlage Bijlage
type
redenen/gronden
20230414-raadvanstate-202203446-1-R4herzieningsverzoekpdf
Bijlage
Bijlage Bijlage
type
Bijlage
Pagina 2 van 3
nadere stukken bijlage
bijlage
mee.
Bijlage Bijlage
type
Bijlage
nadere stukken
bijlage
Bijlage Bijlage
type
Bijlage
nadere stukken bijlage
Bijlage Bijlage
type
Bijlage
nadere stukken bijlage
Bijlage Bijlage
type
Bijlage
nadere stukken bijlage
Bijlage Bijlage
type
Bijlage
nadere stukken bijlage
Verzenden Afhandeling Referentienummer
Pagina 3 van 3
3749-5563
Nederland.
Afzender.'
Aan de Raad van State
Postbus 20019 2500 EA Den Haag
Datum 14-04-2023
Betreft: Herzieningsverzoek
tegen de uitspraak van de Raad van State onder ECLI:NL:RVS:2023:1431
Geachte leden van de Raad van State,
Hierbij
dien
ik
een
herzieningsverzoek in zaak
ECL|:NL:RVS:2023:1431,
in
tegen
202203446/1/R4,
de
uitspraak
van
de
Raad
van
State
onder
uitgesproken op 12 april 2023. Ik ben van mening dat
deze uitspraak onjuist is en verzoek u dan ook om herziening hiervan.
Bij uitspraak van 12 april 2023 heeft de Afdeling het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Eerstgenoemde
uitspraak
is aangehecht als (bijlage
Overwegingen
Uit artikel 83119, eerste lid, van de Awb volgt dat de bestuursrechter
op verzoek van een partij een
onherroepelijk geworden uitspraak kan herzien op grond van feiten of omstandigheden die: hebben plaatsgevonden
de uitspraak,
bij de indiener van het verzoekschrift
de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend
konden zijn, en waren zij bij de bestuursrechter eerder bekend geweest,
tot een andere uitspraak zouden hebben
kunnen leiden. De uitspraak, waarvan er nu bij uw Afdeling herziening wordt verzocht, is op 12 april 2023 openbaar gemaakt.
Het herzieningsverzoek
is op 14 april 2023, en daarmee niet meer dan een jaar later, bij de afdeling
ingekomen. Uw Afdeling
wordt verzocht
de uitspraak te herzien,
gelet op het belang van rechtszekerheid en de
rechtseenheid. Op 22 februari 2023 is vonnis gewezen door de Rechtbank Gelderland, afdeling Civiel Recht, zittingsplaats
Arnhem, zaaknummer C/05/402961 /HA ZA 22-176, ECLliNLtRBGEL220231795 (bijlage Op 6 april 2023 is de gemeente Zevenaar gedagvaard in hoger beroep (bijlage Tevens op 6 agril 2023 heeft Appellant, om 12:23 uur, de betekenis van de dagvaarding aan uw Afdeling
kenbaar gemaakt en ingediend als nadere stukken, voor het vonnis van 12 april 2023, met afhandeling referentienummer
9521-4984 (bijlage de uitspraak van uw Afdeling op 12 april 2023 is
Tussen 22 april 2023 en 6 april 2023 en daarmee
diverse malen telefonisch contact gevoerd met de Raad van State om duidelijk te maken dat het hoger beroep van wezenlijk belang is voor de belanghebbendheid
van Appellant.
Op 6 agril 2023 heeft de Raad van State de ingekomen stukken geprint en direct retour gezonden, als
stukken
ingekomen
beschouwing
.werziefz
na sluiting van het onderzoek
en daarmee blijven deze volgens de grif?er buiten
(bijlage
iiiësbraala 21.1)223445/1/'94
oagina.
1 van 3
10. Het vonnis
van
12 april
2023,
uitgesproken
door
uw Afdeling,
is vanwege
het bestaan
de
van
en de mogelijkheid tot hoger beroep, ter zitting op 16 april 2023, beoordeeld als grond om
bodemprocedure
vonnis in 202203446/1/R4
uit te stellen.
11. Het verzoek tot herziening is tevens een verzoek tot verkrijgen van een proces-verbaal
van de mondelinge
behandeling van 16 januari 2023, ter bevestiging van het belang van appellant. 12. Tijdens de mondelinge behandeling van 16 januari 2023 zijn partijen gehoord door Mr
de zaak inhoudelijk behandeld. Ter zitting is de gelijktijdigheid Gelderland,
de beroepsprocedure
rechtswege
openstaande
Minderhoud en is
van de bodemprocedure
bij de Rechtbank
bij de Raad van State, het belang van de bodemprocedure van
mogelijkheden
tot hoger beroep
Appellant
en de van
in de bodemprocedure,
als
bevestiging van de belanghebbendheid van Appellant bevestigd. 13. Bij de mondelinge behandeling van de voorlopige voorziening, zaaknr 202203446/2/R4, op 4 augustus 2022,
is ter zitting uitgesproken dat het belang wél evident was. Zelfs de gemeente heeft dit ter zitting niet ontkend.
Appellant werd ter zitting zelfs aangeboden de zaak af te doen, zoals bemiddeld door Staatsraad Mr.
Venema, akkoord te gaan met een lagere bouwhoogte, zoals geopperd door gemeente. dit immers alleen aangeboden,
omdat Appellant kennelijk belanghebbende
De gemeente heeft
was. Had Appellant hiermee
dus kennelijk wel aangemerkt als belanghebbende.
ingestemd was
14. Dit herzieningsverzoek
betreft tevens een verzoek tot verkrijging van een proces-verbaal
van de mondelinge
behandeling op 4 augustus 2022. 2022 heeft uw Afdeling, voorzieningenrechter
15. Op 17 augustus
voorlopige voorziening 202203446/2/R4
(bijlage
Mr.
Onder punt
Venema uitspraak gedaan in de 4.1 en 4.2 is het belang van appellant
tevens bevestigd.
16. ln lid 2.3 van het vonnis voor herziening, komt uw Afdeling voorbarig dan wel onvoldoende gemotiveerd tot de
dat hoewel niet kan worden uitgesloten
beoordeling, stopgezet,
een voorkeursrecht
dat [appellant], als de uitgifteprocedure
niet was
had gehad, is dit te onzeker om zijn situatie gelijk te kunnen stellen met de
situatie waarin iemand daadwerkelijk een voorkeursrecht heeft.
in het vonnis van uw Afdeling van 12 april 2023 is geoordeeld dat er geen grond is voor het
17. Onder lid
oordeel dat de zienswijze
verschoonbaar
te laat is ingediend
en dat dit dus in beroep kan worden
aan Appellant en;
tegengeworpen
in het vonnis van uw Afdeling van 12 april 2023 staat; het beroep van [appellant] moet, nu
18. Onder lid
geen belanghebbende
is bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan,
niet-ontvankelijk worden
verklaard. Dit betekent dat de Afdeling niet toekomt aan een inhoudelijke behandeling van dat beroep. 19.Aan
de beoordeling van de Afdeling staan, volgens Appellant, in de weg de uitspraak van de voorlopige
voorziening, de bodemprocedure in eerste aanleg, het vonnis in eerste aanleg en tevens het hoger beroep bij
de Rechtbank uitgifteprocedure.
en
Gelderland.
De vorderingen
voor recht
Dan wel een tweede uitgifteprocedure
vragen
namelijk om voortzetting
van de 1e
met eerbiediging van de verworven positie van
in de 1e, en volledig doorlopen uitgifteprocedure.
Het belang en de belanghebbendheid
van
Appellant is hiermee evident voor de beroepsprocedure en de beoordeling daarvan door de Afdeling. ln het vonnis van de Rechtbank Gelderland van 22 februari 2023 (bijlage spelregels',
is geoordeeld dat de voorwaarden
uit de eerste uitgifteprocedure niet in strijd zijn met de criteria uit het Didam-arrest. Dit is dan ook
het feit waartegen niet wordt gegriefd in hoger beroep. 20. Appellant stelt dat er nieuwe feiten aan het licht zijn gekomen in de lopende bodemprocedure die het belang van Appellant aantonen, en
wel rechtstreeks betrokken is bij het bestemmingsplan
waarop de uitspraak
van de Raad van State betrekking heeft.
werf.
20223446/ ixiïsprc~zaš<
I/RL'L
pagina
2 van 3
in de lopende
De beslissing
belanghebbende
dan wel het hoger
bodemprocedure
bij het betreffende
bestemmingsplan
beroep merkt Appellant
aan als
en dat deze beslissing niet is meegenomen
in de
uitspraak van de Raad van State. 22. De uitspraak van de Raad van State berust op een juridische fout, omdat deze geen rekening houdt met het lopende hoger beroep in de bodemprocedure waaruit het belang van Appellant blijkt 23. De uitspraak van de Raad van State is onvoldoende
gemotiveerd,
omdat deze geen oordeel geeft over de
beslissing dan wel de lopende bodemprocedure en daarmee voorbij gaat aan het belang van Appellant.
Het novum voor het herzieningsverzoek
24. betreft het in hoger beroep komen van Appellant en consorten, zijnde hoger beroep, tevens houdende een
verzoek tot een provisionele voorziening
bij Rechtbank Gelderland. Appellant en
tegen het vonnis van 22 februari 2023, gewezen
zittingsplaats
Arnhem, zaaknummer
0/05/402961
Het betreft dus nieuwe feiten en omstandigheden
komen in hoger beroep
door de Rechtbank Gelderland,
afdeling Civiel Recht,
HA ZA 22-176, ECLI:NL:RBGEL:2023:795 die bekend worden die zijn gebeurd
(Bijlage
de uitspraak, niet
bekend waren en zouden tot een andere uitspraak leiden als zij wel eerder bekend waren.
Conclusie De kern van het probleem betreft de door uw Afdeling onjuiste beoordeling en miskenning van het belang van
Appellant, zijnde het novum, en het niet inhoudelijk behandelen van het beroep, de gronden en producties sinds hieruit evident blijkt dat op de vraag of de zienswijze van appellant verschoonbaar is, deze dat wel degelijk is, sinds veroorzaakt door de Gemeente. De juridische fout, omdat geen rekening is gehouden met
het lopende
hoger
motiveringsgebrek
het hoger beroep.
beroep
in de bodemprocedure
waaruit
het belang
van Appellant
blijkt en het
omdat inhoudelijk geen oordeel wordt gegegeven over de lopende bodemprocedure, Het vertrouwensbeginsel
en de algemene
beginselen van behoorlijk
bestuur staan
eveneens in de weg van de uitspraak van uw Afdeling. Het was voor de hand liggend dat uw Afdeling het vonnis
van 12 april 2023 zou uitstellen, of het belang van Appellant
had erkend en tot inhoudelijke
behandeling van het beroep was overgegaan.
Gebaseerd op het in dit verzoekschrift gestelde en rekening houdende met het gegeven dat toewijzing van
een herziening enkel mogelijk is op grond van feiten of omstandigheden
als bedoeld in artikel 8:119, eerste
lid, van de Awb, wordt uw afdeling verzocht het verzoek tot herziening te honoreren en de uitspraak te herzien op grond van de feiten en omstandigheden belangen van Appellant, het vertrouwensbeginsel
met eerbiediging
van de zwaarwegende
Hoogachtend,
:Ht'spraak 20223443.' Ir'f'fl?i `'Het.Zieiiifiuji.a-.irfer/i'25:14
en directe
en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
pagina
3 Van 3
Raad
VanStatc ECLI
ECLl:NL:RVS:2023:1431
Datum uitspraak
12 april 2023
lnhoudsindicatie
Bij besluit van 20 april 2022 heeft de raad Zevenaar het
van de gemeente
bestemmingsplan "De Holtkamp" vastgesteld. Het plangebied ligt in het oosten van Zevenaar, in de Wijk Groot Holthuizen. Deze wijk bestaat uit verschillende buurtschappen. Het plan heeft betrekking op een gedeelte van buurtschap De Holtkamp. Op de gronden waarop het plan betrekking heeft, staat een boerderij. Het plan maakt in plaats van de bestaande boerderij de bouw van 24 woningen mogelijk. Voor het gebied rondom en direct grenzend aan het plangebied heeft het college van burgemeester en wethouders van Zevenaar eerder, bij besluit van 27 juli 2021, het uitwerkings- en wijzigingsplan "De Holtkamp" vastgesteld. Dat uitwerkings- en wijzigingsplan voorziet in 160 woningen. [appellant] woont in [locatie], maar wil een perceel voor een woning kopen in het gebied waarop het voornoemde uitwerkingsen wijzigingsplan betrekking heeft. is het er niet mee eens dat het voorliggende plan voorziet in 24 woningen in de buurt van percelen waarin interesse heeft en heeft daarom beroep ingesteld.
Volledige tekst
202203446/1/R4. Datum uitspraak: 12 april 2023 AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: [appellant], wonend te [woonplaats], appellant, en
de raad van de gemeente
Zevenaar,
verweerder. Procesverloop
Bij besluit van 20 april 2022 heeft de raad het bestemmingsplan
"De Holtkamp" vastgesteld.
Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld.
De raad heeft een verweerschrift
ingediend.
[appellant] en de raad hebben nadere stukken ingediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 16 januari 2023, Waar [appellant], en de raad, vertegenwoordigd door MR. Prins en zijn verschenen. Verder is RED Concepts, vertegenwoordigd door [gemachtigde Bl, als partij gehoord.
vergezeld door [gemachtigde
Overwegingen Inleiding
Het plangebied ligt in het oosten van Zevenaar, in de wijk Groot Holthuizen. Deze wijk bestaat uit verschillende buurtschappen. Het plan heeft betrekking op een gedeelte van buurtschap De Holtkamp. Op de gronden waarop het plan betrekking heeft, staat een boerderij. Het plan maakt in plaats van de bestaande boerderij de bouw van 24 woningen mogelijk.
Voor het gebied rondom en direct grenzend aan het plangebied heeft het college van burgemeester en wethouders van Zevenaar eerder, bij besluit van 27 juli 2021, het uitwerkings- en wijzigingsplan "De Holtkamp" vastgesteld. Dat uitwerkings- en wijzigingsplan voorziet in 160 woningen. [appellant] woont
in [locatie]
maar wil een perceel voor een woning kopen in het gebied
waarop het voornoemde uitwerkings- en wijzigingsplan betrekking heeft.
is het er niet
mee eens dat het voorliggende plan voorziet in 24 woningen in de buurt van percelen waarin
interesse heeft en heeft daarom beroep ingesteld. Ontvankelijkheid
De raad stelt zich op het standpunt dat het beroep van [appellant] niet-ontvankelijk is. ln de eerste plaats voert de raad aan dat [appellant] niet als belanghebbende in de zin van artikel eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) kan worden aangemerkt, omdat [appellant] op ongeveer 6 km afstand van het plangebied woont, geen gronden in of in de omgeving van het plangebied in eigendom heeft en ook geen voorkeursrecht in
combinatie met andere bijkomende relevante omstandigheden in de omgeving van het plangebied.
heeft op een van de percelen
ln de tweede plaats wijst de raad erop dat [appellant] te laat een zienswijze tegen het heeft ingediend. Dit is volgens de raad niet verschoonbaar.
ontwerpbesluit
beroep wel ontvankelijk is. Volgens [appellant] stelt zich op het standpunt dat wel belanghebbende bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan. [appellant] is
Hoewel
geen eigenaar is van gronden in of in de omgeving van het plangebied, gaat
[appellant] ervan uit dat
een voorkeursrecht op een van de percelen gelegen rondom het
plangebied zal krijgen.
wijst er daarbij op dat bij de gemeente
uitgifte van kavels rondom het plangebied liep, Waarbij
een procedure voor de
op plaats twee stond om een kavel
te kiezen. Dat de gemeente
die uitgifteprocedure daarna heeft afgebroken, is volgens ln dat kader wijst op het vonnis van de rechtbank Gelderland van 22 juni 2022, ECLl:NL:RBGEL:2022:3065, waarin voorlopig is geoordeeld dat de gemeente de uitgifteprocedure niet mocht afbreken en dat de gemeente met het afbreken onrechtmatig heeft gehandeld. Het is door dit onrechtmatige handelen van de gemeente dat de mogelijkheid om een voorkeursrecht te vestigen, is ontnomen en het ontbreken van daarom in deze beroepsprocedure over het besluit tot een voorkeursrecht zou vaststelling van het bestemmingsplan niet moeten worden tegengeworpen, aldus [appellant] Verder is de zienswijze die op 14 april 2022 heeft ingediend volgens [appellant] verschoonbaar te laat. Daarover voert aan dat in strijd met artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: in samenhang gelezen met artikel 3:12 van de Awb, de kennisgeving van de terinzagelegging van het ontwerpbesluit niet is gepubliceerd in een huisaan-huisblad. Bovendien ontvangt , omdat in [locatie] woont, geen Zevenaarse (huis)bladen, zodat sowieso niet op de hoogte had kunnen zijn van het ontwerpbesluit. Daarnaast mocht door uitingen van de raad ervan uitgaan dat voor het plangebied en het gebied daaromheen, waarop het uitwerkings- en wijzigingsplan betrekking heeft, plan zou worden vastgesteld, zodat niet hoefde te rekenen op het (ontwerp van het) voorliggende plan.
[appellant] onrechtmatig.
eerste lid, van de Awb wordt onder belanghebbende verstaan degene ln artikel wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. ln artikel 8:1 van de Awb is bepaald dat een belanghebbende tegen een besluit beroep kan instellen bij de bestuursrechter.
Alleen wie een voldoende objectief en actueel, eigen en persoonlijk belang heeft dat rechtstreeks betrokken is bij het bestreden besluit, is belanghebbende als bedoeld in artikel eerste lid, van de Awb. De huidige woning van [appellant] in [locatie] ligt op een zodanig grote afstand van het belang in zoverre in ieder geval niet rechtstreeks bij het besluit tot
plangebied dat
vaststelling van het bestemmingsplan
is betrokken. Vaststaat verder dat [appellant] geen eigenaar is van gronden in of in de omgeving van het plangebied. [appellant] kan dus geen belang ontlenen aan een eigendomsrecht of ander zakelijk recht op gronden in of in de nabijheid van het plangebied. Hoewel de Afdeling eerder heeft overwogen dat een in combinatie met voldoende bijkomende omstandigheden, kan maken dat
voorkeursrecht,
iemand belanghebbende is bij een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 29 januari 2020, ECL|1NL1RV8220201300), is van een voorkeursrecht van [appellant] op gronden in of in de nabijheid van het plangebied geen sprake. De uitgifteprocedure die had kunnen leiden tot vestiging van een voorkeursrecht is immers stopgezet. Hoewel niet kan worden uitgesloten dat [appellant] als de uitgifteprocedure niet was stopgezet, een voorkeursrecht had gehad, is dit te onzeker om situatie gelijk te kunnen stellen met de situatie waarin iemand daadwerkelijk een voorkeursrecht heeft, nog daargelaten dat voor het aannemen van belanghebbendheid
voldoende bijkomende omstandigheden nodig zijn. Dat het stopzetten
van de
mogelijk onrechtmatig is geweest, maakt dit niet meer anders. Daarbij wijst de Afdeling erop dat, zoals zij eerder heeft overwogen in onder de hoedanigheid van haar uitspraak van 19 april 2017, ECL|:NL:RVS:2017:1093, belanghebbende in beginsel uiterlijk kan worden verkregen op de dag waarop de uitgifteprocedure
door de gemeente
beroepstermijn eindigt. Dit betekent dat, ook als de afgebroken uitgifteprocedure alsnog zou worden voortgezet, al dan niet naar aanleiding van een vonnis van de civiele rechter, en dit
alsnog tot een voorkeursrecht voor [appellant] zou leiden, dit
niet alsnog belanghebbende zou kunnen maken bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan. De Afdeling is daarom van oordeel dat [appellant] geen rechtstreeks bij het besluit betrokken
belang heeft, zodat niet als belanghebbende in de zin van artikel eerste lid, van de Awb kan Worden aangemerkt. Zoals de Afdeling heeft overwogen in de uitspraak van 4 mei 2021, ECL|2NL:RVS:2021
van artikel
zal aan degene die bij een besluit geen belanghebbende is in de zin eerste
lid, van de Awb, maar die tegen het ontwerpbesluit
in het nationale omgevingsrecht gegeven
op basis van de
mogelijkheid wel (verschoonbaar
zienswijze heeft ingediend, in beroep niet worden tegengeworpen
dat
te laat) een
geen
belanghebbende is.
Artikel
eerste
bestemmingsplan
Artikel
lid, aanhef, van de Wro bepaalt dat op de voorbereiding van een
afdeling 3.4 van de Awb van toepassing is.
lid, van de Awb, zoals dat luidde ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerpbesluit, bepaalt dat het bestuursorgaan, voorafgaand aan de terinzagelegging, in een of meer nieuws-, of huis-aan-huisbladen of op een andere geschikte wijze kennis geeft van het ontwerp. eerste
Het ontwerpbestemmingsplan
heeft met ingang van 20 mei 2021 tot en met 30 juni
2021 ter inzage gelegen. Tussen partijen is niet in geschil dat [appellant] in die periode geen
zienswijze naar voren heeft gebracht. [appellant] heeft op 14 april 2022 alsnog een zienswijze
het ontwerpbesluit naar voor gebracht. De Afdeling ziet zich, gelet op het voorgaande, gesteld voor de vraag of [appellant] verschoonbaar te laat een zienswijze heeft ingediend.
tegen
Uit de dossierstukken blijkt dat de kennisgeving van de terinzagelegging
ontwerpbestemmingsplan
is in overeenstemming terinzagelegging
van het
is gepubliceerd in de "Zevenaar Post". Anders dan [appellant] stelt, eerste lid, van de Awb de kennisgeving van de
met artikel
van het ontwerpbesluit
inwoner van de gemeente
dus gepubliceerd in een huis-aan-huisblad. Dat
als
Duiven de "Zevenaar Post" niet ontvangt,
rechtvaardigt niet de te late indiening van de zienswijze. Het had namelijk op de weg van [appellant] gelegen om, als geïnteresseerde in een kavel in de omgeving van het plangebied, de ontwikkelingen gebied in de gaten te houden. [appellant] heeft verder niet geconcretiseerd
in dat
op grond van
ervan mocht uitgaan dat voor het buurtschap De Holtkamp welke uitingen van de raad plan zou worden vastgesteld. Bovendien hebben de ontwerpbesluiten voor het voorliggende plan en voor het uitwerkings- en wijzigingsplan tegelijkertijd ter inzage gelegen, zodat [appellant] op de hoogte had kunnen zijn van het feit dat voor het buurtschap verschillende
plannen zouden worden vastgesteld.
Gelet op het voorgaande ziet de Afdeling in de door [appellant] aangevoerde redenen geen kan dus in grond voor het oordeel dat de zienswijze verschoonbaar te laat is ingediend. beroep worden tegengeworpen
dat
geen belanghebbende
is.
geen belanghebbende is bij het besluit tot niet-ontvankelijk worden verklaard. Dit betekent dat de Afdeling niet toekomt aan een inhoudelijke beoordeling van dat beroep.
Het beroep van [appellant] moet, nu
vaststelling van het bestemmingsplan,
Conclusie
Het beroep is niet-ontvankelijk. De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling
bestuursrechtspraak
van de Raad van State:
verklaart het beroep niet~ontvanke|ijk. Aldus vastgesteld door
tegenwoordigheid
van
Minderhoud, lid van de enkelvoudige van Grinsven, griffier.
Minderhoud lid van de enkelvoudige kamer Van Grinsven griffier
Uitgesproken in het openbaar op 12 april 2023 462-971
kamer, in
Vonnis RECHTBANK
GELDERLAND
Civiel recht
Zittingsplaats Arnhem HA ZA 22476
Zaaknummer: CMS/40296]
Vonnis van 22 februari 2023
in de zaak van l
woonachtig te
,
woonachtig te
,
woonachtig te
,
woonachtig te woonachtig te woonachtig te
woonachtig te
V
woonachtig te woonachtig te
, 10. woonachtig te , eisers, hierna samen te noemen: ` advocaten: Nuijen en tegen
de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE ZEVENAAR, te Zevenaar, gedaagde, hierna te noemen: “de gemeente", Lam te Nijmegen. advocaat:
van Hoof te Nijmegen,
/HA ZA 22-176 2023 februari 22 (VOS/402961
De procedure Het verloop van de procedure blijkt uit: het tussenvonnis van 31 augustus 2022; het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 19 december 2022. Ten slotte is vonnis bepaald. Kern van de zaak
De gemeente heeft een selectieprocedureingetrokken die zij had ingesteld voor de uitgifte van kavels, omdat zij van mening is dat de selectieprocedure in strijd is met het Zouden op basis van die selectieprocedureopties krijgen op Didam-arrest.l beschikbare kavels. De gemeente heeft een nieuwe selectieprocedure ingesteld en op basis kavels van de selectiemethode van die procedureis het allenninst zeker dat kunnen bemachtigen. hebben daarom de rechtbank gevraagd om zich uit te laten over de (on)rechtmatigheid van de sclectieprocedurcsen om hen alsnog in de positie te brengen dat zij een (optie op een) kavel kunnen krijgen. De feiten De gemeente is eigenaar van 23 kavels in de wijk Groot Holthuizen in Zevenaar. De gemeente is voornemens deze kavels te verkopen en heeft hiervoor in 2021 een hebben zich uitgi?eprocedure ingesteld (hierna: cde 1e uitgifteprocedure'). ingeschreven voor de 1euitgifteprocedure.
De
uitgi?eprocedure De relevante voorwaarden van de 1cuitgifteprocedure luiden als volgt:
Algemeen Zevenaar kiest ervoor om de verkoop te verrichten via een ínschrijfprocedure. In eerdere uitgifterondes is aan geïnteresseerde kopers medegedeelddat de gemeente bij een volgende uitgifte van grond, wederom werkt met een lijst van inschrijvingen, waarbij' de gemeente eerst in gesprek gaat met de inschrijverI die zich als eerste als geïnteresseerde koper bij de gemeente heeftgemeld. Sommige geïnteresseerdekopers wachten al sinds 2019 op een kavel en staan daardoor al lange tijd op de lijst Op deze wijze komen zij als eerste aan bod. Spelregels De rangvolgorde wordt vastgesteldaan de hand van het moment van inschrijving.
Geïnteresseerdendie zich eerder hebben gemeld, houden hun inschrijfdatum als zij voor de sluitingsdatu/n hun interesse bekrachtigen
l
HR 26 november 2021, ECLI:NL:HR:202 1 1778.
C/05/40296l 22 februari 2023
7A 22-176
Uit een e-mail van de gemeente van 26 oktober 2021 aan eisers l en 2 blijkt dat geïnteresseerde kopers door de gemeente werden bijgehouden op een lijst (hierna: de “lijst met belangstellendenl):
Als geinteresseerde voor een bouwkavel staat u ingeschreven op de lijst van belangstellenden voor de bouw van een twee/rapper op de nieuwe Vrije'kaveIs in Groot Holthuizen (buurtschap De Halt/camp). Voor de uitgifte van deze kavels is door het college van bijlage.
W een procedure vastgesteld Zie
Bij deze uitgifte is de keuzegemaakt om de geïnteresseerden te benaderen op basis van de getoonde interesse. Belangstellenden die zich in het verleden als eerste hebbengemeld, zullen als eerste worden benaderd. u nog steeds geinteresseerdzijn in de aankoop van een kavel, dan dient u 15 november 2021, 09.00 uur uw interesse te bekrachtigen.Dit doet u door deze e~mail te beantwoorden. Indien u niet (tijdig) heeftgereageerd, gaat de gemeente ervan uit dat u niet langer geïnteresseerd bent in de uitgifte van deze vrije kavels.
ll/[ocht
De le uitgifteprocedure heeft geresulteerd in een rangschikking van geïnteresseerde zijn op 20 december 2021 op de hoogte gesteld van deze rangschikking. Op basis van hun positie op de lijst met belangstellenden zouden alleeisers in beginsel een optie krijgen op een van de beschikbare kavels.
kopers.
De gemeente heelt middels twee raadsinformatiebrieven op 22 februari 2022 en 8 maart 2022 bekend gemaakt dat zij de le uitgifteprocedure zou staken en een nieuwe uitgifteprocedure zou vaststellen, omdat volgens haar de le uitgifteprocedure niet voldoet aan de voorwaarden uit het Didam-arrest van de Hoge Raad van 26 november 2021. De 2e uitgi?eprocedure
In de nieuwe uitgifteprocedure, die de gemeente in februari 2022 heeft opgestart (hiema: ide 2e uitgifteprocedure`), Wordt geen rekening meer gehouden met een eerdere inschrijfdatum van geïnteresseerdenen wordt de rangvolgorde ook nietmeer bepaald door de volgorde van inschrijving. De gemeente heeft ervoor gekozen om in de 2'euitgifteprocedure de rangvolgorde vast te stellen aan de hand van een loting onder alle Daarover staat in de beschrijving van de geïnteresseerden (hierna: de 2euitgifteprocedure het volgende vermeld:
Algemeen Gemeente Zevenaar is voornemens om 23 kavels uit te geven in de wijk Groot Holthuizen. Het gaat om 11 kavels voor w-ijstaande woningen en 4 kavels voor 8 twee-onder-een kapwoningen in buurtschap De Hol tkamp en 4 kavels voor vrijstaande woningen in buurtschap De Stede. Naar verwachting zijn er meer gegadigden dan beschikbarekavels. Dit betekent waarschijnlijk dat de gemeente enkele gegadigden moet teleurstellen. Hieronder wordt beschrevenhoe de gemeente Zevenaar het proces omtrent de uitgifte van de kavels wil invullen. Dit zijn tevens de spelregels waar de gemeente en de gegadigdenaan zijn gebonden.
C/05/402961 /HA 22 februari 2023
ZA 22-176
Deze ttitgi?fecriteria horen bij de uitgz?eprocednre die infebrnari2022 is opgestart. Zevenaar kiest ervoor om de verkoop te verrichten via een algemene loting. Iedereen die voldoet aan de spelregels kan deelnemen atm de loting. De loting wordt voltrok/cen door een notaris.
Spelregels 0 De rangvolgorde wordt vastgesteld aan de hand van een loting. 0 De loting wordt voltrokken door een door de gemeente aan te wijzen notaris. 0 De prijs van de kavels wordt vastgesteld op basis van de grondprnzenbrief2022. Deze briefis in januari 2022 vastgesteld; Loting De loting vindt plaats op een nog nader bekend te maken tijdstip en locatie. o De loting is mogelijk toegankelijk voor de inschrijvers. Door middel van loting wordt bepaald in welke volgorde de o optiegesprekkenplaatsvinden. De notaris wijst door loting aan elke inschrijver een rangnwnmer toe en stelt de rangordelijst op. o krijgt als eerste de Degene met het hoogste rangnummer, rangnummer uitnodiging voor een optiegesprek (stap
Uitstel van de loting Eisers 1 en 2 hebbeneen advocaat in de ann genomen die op l6 maart 2022 per de gemeente heeft aangekondigd een procedure aanhangig te zullen maken als de brief gemeente niet alsnog op basis van de voorwaarden van de lE uitgifteprocedure de kavels aan hen zouverkopen. De gemeente heeft per brief van haar advocaat op 25 maart 2022 laten weten dat zij niet bereid is de 1euitgifteprooedure gestand te doen.
in deze zaak een In het incidenteel vonnis van 22 juni 2022 heeft de rechtbank voorlopige voorziening getroffen en de gemeente verboden om de 2'auitgitteprocedure te starten en/of de loting te houden totdat einduitspraak is gedaan in de bodemprocedure.2 Het geschil
vorderen dat de rechtbank, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, een drietal verklaringen voor recht uitspreekt: een verklaring voor recht dat de 1euitgifteprocedure tot het moment van beëindigen hiervan door de gemeente op rechtmatige wijze, althans niet op onrechtmatige wijze, is uitgevoerd, althans een in goedejustitie te bepalen verklaring voor recht, es. op dit punt; die beantwoordt aan de belangen van een verklaring voor recht dat het beëindigenvan de le uitgifteprocedure door de gemeente onrechtmatig is, althans een in goedejustitie te bepalen verklaring voor op dit punt; recht, die beantwoordt aan de belangen van een verklaring voor recht dat de 2e uitgilteprocedure onrechtmatig is, althans een in goedejustítie te bepalen verklaring voor recht, die beantwoordt aan de belangen van op dit punt. 2
Rb. Gelderland 22 juni 2022, ECleNLzRBGEL2202213065.
C/05/4029ól /HA ZA 22-176 22 februari 2023
Naast de verklaringen voor recht vorderen dat de rechtbank, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, de gemeente veroordeelt tot: primair: beëindiging van de uitgifteprocedure en het gelijktijdig voortzetten van de 1euitgifteprocedure in de stand Waarin deze zich bevond op het moment van afbreken daarvan; subsidiair: voortzetting van de Ze uitgifteprocedure met inachtneming en honorering van de posities van in de le uitgifteprocedure: meer subsidiair: beëindiging van de 2c uitgifteprocedure, zodat de gemeente de kavels niet kan uitgeven door middel van loting; betaling van de'proceskosten,te vermeerderen met wettelijke rente. Ter onderbouwing van hun vorderingen voeren het volgende aan. De kenmerken van de le uitgifteprocedure Voldoen aan de door de Hoge Raad in het Didam~ arrest geformuleerde vereisten. Rekening houden met inschrijftijd van geïnteresseerdenuit eerdere uitgifteprocedures is volgens een objectief, toetsbaar en redelijk criterium. Ook heeft de gemeente volgens hen een passendemate van openbaarheid in acht genomen door onder meer de selectieprocedure en de selectiecriteria tijdig bekend te maken en op een zodanige wijze dat potentiële gegadigden daarvan kennis konden nemen.
Daardoor heeft de gemeente met het instellen van de uitgifteprocedure niet in strijd en handelt zij juist gehandeldmet artikel 3:14 van het Burgerlijk Wetboek onrechtmatig door de le uitgifteprocedure te staken. De gemeente voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van . met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van in de kosten van deze procedure.
Op de stellingen van partijen wordt hiema, voor zover nodig, nader ingegaan. De beoordeling
De vorderingen van zijn gebaseerdop het standpuntdat de gemeente onrechtmatig heeft gehandeld door de le uitgi?eprocedure te staken, omdat zij ten onrechte heeft geoordeeld dat die procedure in strijd was met de voorwaarden die de Hoge Raad heeft geformuleerd in het Didam-arrest. Gelet daarop zal de rechtbank eerst beoordelen of de 1cuitgifteprocedure voldeed aan de criteria uit het Didam-arrest. Waren de voorwaarden uit de
zlítgg'?eprocedurein strijd met het Didam-arrest?
14 BW mag een bevoegdheid die krachtens het burgerlijk Op grond van artikel de recht aan gemeente toekomt, niet worden uitgeoefend in strijd met geschrevenof ongeschreven regels van publiekrecht. Tot de regels van publiekrecht behoren de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Dit betekent dat de gemeente bij het aangaan en uitvoeren van privaatrechtelijke overeenkomsten de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en daarmee het gelijkheidsbeginsel in acht moet nemen.3Dit geldt dus ook voor de beslissing met Wie en onder welke voorwaarden zij een overeenkomst sluit tot verkoop van aan haar toebehorende onroerende zaken (in dit geval kavels).
l
HR 24 april Vgl. HR 27 maart 1987. ECleNL1HR:1987:AG556S, rov. rov. ECLl:NL:HR:202l;l778, 3.3 en HR 26 november
rOv.
ECLI:NL:HR:1992:ZC0582,
/HA ZA 22-176 22 februari 2023 (VOS/402961
Uit het Didam-arrest vloeit in deze zaak voort dat toen de gemeente het voornemen 5 kreeg de 23 kavels in de wijk Groot Holthuizen in Zevenaar te verkopen, zij op grond van het gelijkheidsbeginsel ruimte moest bieden aan (potentiële) gegadigden om mee te dingen naar deze kavels. Omdat redelijkerwijs kon worden verwacht dat er meer gegadigden zouden zijn dan kavels, moest de gemeente met inachtneming van de haar toekomende beleidsruimte criteria opstellen aan de hand waarvan de kopers werden geselecteerd.Die criteria moesten objectief, toetsbaar en redelijk zijn. Het gelijkheidsbeginsel brengt ook mee dat de gemeente in deze zaak, om gelijke kansen te realiseren, een passendemate van openbaarheidmoest verzekeren met betrekking tot: de beschikbaarheidvan de kavels; de selectieprocedure; het tijdschema en de toe te passen selectiecriteria.
Ook moest de gemeente tijdig voorafgaand aan de selectieprocedureduidelijkheid scheppen door informatie over de hiervoor opgesomde aspecten bekend te maken op zodanige wijze dat (potentiële) gegadigden daarvan kennis konden nemen.II De rechtbank stelt voorop dat de regel uit de uitgifteprocedure op grond waarvan bij het vaststellen van de rangorde rekening wordt gehouden met een inschrij?ijd op basis van eerdere uitgifterondes (hierna: de “spelrege1”) objectief en toetsbaar is en eveneens voldoet aan het transparantiebeginsel.De lijst met belangstellenden kan immers worden getoetst aan de hand van gegevens uit eerdere uitgifteprocedures. Naar het oordeel van de rechtbank is een keuze voor een dergelijke spelregel ook redelijk, omdat op die manier tegemoet kan worden gekomen aan de wensen en belangen van geïnteresseerdendie al lang geleden kenbaar hadden gemaakt dat zij interesse hadden in een kavel en dat nog steeds hebben. Zowel de gemeente als die geïnteresseerdenhebben daarbij belang gelet op de vermoedelijk langdurige binding met de gemeente en de regio.
Naar het oordeel van de rechtbank voldoet de spelregel zoals die is geformuleerd in de 1cuitgifteprocedure aan het gelijkheidsbeginsel. De tekst van de uitgifteprocedure gaat immers ervan uit dat bij eerdere uitgifterondes aan toentertijd geïnteresseerdekopers is medegedeelddat bij een volgende uitgiíterondewedcrom zou worden gewerkt met een lijst van belangstellenden. Via de eerdere uitgi?eprocedures zouden (potentiële) gegadigden dus al kennis hebben kunnennemen van de mogelijkheid om op de lijst van belangstellenden te komen voor een volgende uitgifteprocedure. Met een dergelijke werkwijze neemt de gemeente een passendemate van openbaarheidin acht en hebben potentiële gegadigden een gelijke kans om te kunnen wedijveren om het schaarsepublieke recht.5
Op grond het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de voorwaarden van de 1euitgi?eprocedure niet in strijd zijn met de criteria uit het Didam-arrest. De gemeente stelt zich echter op het standpunt dat zij desondanksde 1euitgifteprocedure moest staken, omdat zij zich niet heeft gehoudenaan haar eigen voorwaarden.
Heeftde gemeente zich gehouden aan de voorwaarden uit de 1c uitgi?eprocedure? Vgl. HR 26 november 2021. ECL11NL2HR1202121778.rov.3.1.4-3.l.5. rov. 12 en CBb 21 april 20117 Vgl. ABRvS 2 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2927, ECLI:NL,:CBB:2011:BQ3751, rov.
l
5
CIOS/402961 /HA ZA 22-176 22 februari 2023
hebben gesteld dat de gemeente bij eerdere uitgi?eprocedures ook de dat geïnteresseerdendie zich voor die uitgifteprocedures hadden heeft gehanteerd regel niet voor een kavel in aanmerking waren gekomen, hun daarbij aangemeld, maar inschrij ftijd mochten meenemen naar toekomstige uitgifteprocedures.
Volgens de gemeente is De gemeente betwist de voorgaande stelling van de 1Euitgifteprocedure de eerste en enige uitgi?eprocedure geweest waarin de gemeente in het kader van de rangschikking en gunning van de kavels geinteresseerdenvoorrang gatcaan de hand van een lijst met belangstellenden. Hoewel de tekst van de le uitgifteprocedure zijn er volgens de gemeente dus geen eerdere anders doet vermoeden (zie randnummer uitgifteprocedures geweest waarin gewerkt is met een lijst van belangstellendenen waarbij de regel is gehanteerddat geïnteresseerdenhun inschrijftijd mochten meenemen naar toekomstige uitgifteprocedures. De gemeente voert aan dat de lijst met belangstellenden niet is samengestelduit kandidaten van eerdere uitgifteprocedures, maar uit geïnteresseerdendie zich op informele wijze (telefonisch) rechtstreeks tot de gemeente hebbengewend en door een medewerker van de gemeente op een sinds 2019 handmatig bijgehouden lijst van belangstellenden zijn geplaatst. De praktijk week volgens de gemeente dus af van de
voorwaarden van de lc uitgifteprocedure. Tijdens de mondelinge behandeling is desgevraagddoor de aanwezige eisers bevestigd dat geen van hen door een inschrijving voor een eerdere uitgifteprocedure op de hebben hun stelling ook niet lijst met belangstellendenterecht is gekomen. waaruit blijkt dat zij zich daarvoor onderbouwd met stukken uit eerdere uitgifterondes hebben ingeschreven en er zijn ook geen stukken in het geding gebracht waaruit blijkt dat er eerdere uitgifteprocedures zijn geweest met de spelregel die de gemeente heeft opgenomen in de le uitgifteprocedure. Ten slotte is ter zitting uit cen rondvraag onder de aanwezige eisers gebleken dat zij allen op de lijst van belangstellenden zijn gezet doordatzij een medewerker van de gemeente hadden gebeld met de mededeling dat zij interessehadden in een kavel. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat er anders dan in de tekst geen eerdere uitgifteprocedures zijn geweest waarin de dat geinteresseerdendie zich voor die uitgifteprocedures gehanteerd de heeft regel gemeente mochten meenemen naar toekomstige inschrijftijd hadden aangemeld, hun simpelweg een plek op de lijst gekregen doordat zij hebben uitgi?eprocedures.
los van een eerdere uitgifteprocedure contact hebben opgenomen met de gemeente met het verzoek om op de lijst van belangstellenden te worden geplaatst.Naar het oordeel van de in de rechtbankbetekent dit dat de lijst van belangstellendenop grond waarvan de kavels, een van nemen op uitgifteprocedure zijn geselecteerdom een optie te kunnen niet is samengesteldaan de hand van objectieve en toetsbare criteria. Ook is de wijze waarop (potentiële) gegadigden op de lijst van belangstellenden konden komen niet in de periode voordat de le uitgifteprocedurewerd gestart op zodanige wijze bekend gemaakt dat Hoewel de uitgifteprocedure op (potentiële) gegadigdendaarvan kennis konden nemen. de gemeente in de praktijk daarvan week Didam-arrest, uit het de criteria aan voldeed papier af en was de uiteindelijk toegepaste selectiemethodenaar het oordeel van de rechtbank wel
van de le uitgiftcprocedure staat-
f
degelijk in strijd met de criteria uit het Didam-arrest.
C/05/402961 /HA ZA 22-176 22 februari 2023
De rechtbank is van oordeel dat de gemeente met de hiervoor genoemde handelwijzen in strijd heeft gehandeld met artikel 3:14 BW en dat zij de le uitgifteprocedure niet op rechtmatige wijze heeft uitgevoerd. Omdat de gemeente juist onrechtmatig zou handelen als zij de 1enitgifteprocedure voort zou zetten en de kavels aan zou gunnen zonder daarbij de criteria uit het Didam-arrest in acht te nemen, mocht de gemeente de 1e uitgifteprocedure afbreken. Gelet op het voorgaande worden de eerste twee verklaringen voor recht die zijn weergegeven in randnummer 4.1 afgewezen en treft de primaire vordering onder randnummer 4.2 hetzelfde lot. De rechtbank zal- onder meer voor de derde verklaring voor recht -nog wel moeten beoordelen of de Zeuitgifteprocedure onrechtmatig is.
Zijn de voorwaarden van de 28 uitgi?eprocedure in strijd met het Didam-arrest? ln de Ze uitgi?eprocedure is bepaald dat de rangvolgorde zal worden vastgesteld aan de hand van een loting onder geïnteresseerden. voeren aan dat die selectiemethode niet voldoet aan de criteria van het Didam-arrest, althans dat de gemeente met een dergelijke methode in strijd zou handelen met artikel 14 BW. omdat zij het verbod van willekeur` en/of het zorgvuldigheidsbeginsel zou schenden door willekeurig te contracteren.
De gemeente heeft aangevoerd dat zij er in alle redelijkheid voor heeft kunnen kiezen om bij de 2e uitgifteprocedure te selecteren door middel van loting. Volgens de gemeente is in het leerstuk van de schaarse publiekrechtelijke vergunningen (waarbij de van de in Hoge Raad in het Didam-arrest aansluiting heeft gezocht), lotingjuist aanmerking komende verdelingsprocedures.
hebben niet betwist dat de gemeente vanaf De gemeente heeft gesteld en 2008 bouwkavels in Groot Holthuizen heeft uitgegevenen dat in die uitgifteprocedures werd geselecteerd op basis van loting. Diezelfde methode heeft de gemeente nu weer gekozen. De rechtbank is van oordeel dat die selectiemethode niet in strijd is met de criteria 3:14 BW. van het Didam-arrest of dat de gemeente daarmee in strijd handelt met artikel Daarvoor is het volgende redengevend. Uit de voorwaarden van de 2e nitgifteprocedure blijkt dat de loting toegankelijk is voor geïnteresseerdenen dat een notaris de loting voltrekt, de inschrijvers rangnummers toekent en de rangordelijst opstelt. De methode is naar het oordeel van de rechtbank dan ook voldoende objectief en toetsbaar en elke geïnteresseerdeheeft evenveel kans 0m te worden hebben aangevoerd ingeloot, waardoor aan het gelijkheidsbeginsel is voldaan. dat bij loting sprake is van een overtreding van het verbod op willekeur, maar daarmee miskennen zij dat een loting weliswaar een willekeurige uitkomst heeft, maar dat de gemeente daarmee niet willekeurig van haar bevoegdhedengebruik maakt.
Ook is naar het oordeel van de rechtbank niet gebleken dat de gemeente in strijd heeft gehandeldmet het zorgvuldigheidsbeginsel.Voordat de keuze is gemaakt om de le uitgifteprocedure te staken en een nieuwe Ze uitgifteprocedure te starten met een andere selectiemethode, heeft de gemeente naar het oordeel van de rechtbankjuist zorgvuldig alle nodige kennis vergaard omtrent de relevante feiten en af te wegen belangen en heeft zij pas daarna een besluit genomen.
C/05/40296l /HA ZA 22-176 22 februari 2023
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de 2e uitgifteprocedure voldoet aan de criteria van het Didam-arrest en dat deze niet onrechtmatig is, althans dat de gemeente niet onrechtmatig handelt als zij deze voortzet. De derde verklaring voor recht wijst de rechtbank daarom af en datzelfde geldt voor de meer subsidiaire vordering in randnummer M'oet de gemeente de rangorde uizLde 1Czlitgg'fleprocedure alsnog honoreren? De rechtbank begrijpt de subsidiaire vordering in randnummer 4.2 aldus dat in de 28 uitgifteprocedure een zodanige positie op de daarmee wordt beoogd dat dat een zij alsnog optie kunnen krijgen op een van de kavels. Ter rangordelijst krijgen aan dat de 1cuitgi?eprocedure al zodanig ver was onderbouwing daarvan voeren gevorderd dat zij er zeker van waren dat zij een kavel konden bemachtigen en dat hun belangen daardoor onevenredig zwaar worden geschonden als de 1euitgifteprocedure wordt dat zij er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat de beëindigd. Ook stellen gemeente de volgorde uit de rangordelijst van de uitgi?eprocedure zou (blijven) honoreren. Zij doen daarmee een beroep op het evenredigheidsbeginsel en het
vertrouwensbeginsel. Gelet op wat hiervoor in onder meer randnummer 5.8 tot en met 5.10 is overwogen, wisten of behoorden te weten dat zij op de lijst is de rechtbank van oordeel dat van belangstellenden zijn gekomen op een wijze die niet overeenkomt met de voorwaarden van de le uitgifteprocedure. Zij konden er dus niet gerechtvaardigd op vertrouwen dat de gemeente de 1c uitgiftcprocedure zou voortzetten of dat de gemeente de rangorde zou honoreren die zij aan de hand van de lijst van belangstellenden in eerste instantie aan op het evenredigheidsbeginselen het haddentoegekend. Het beroep van daarom al niet kan alleen slagen. Het voorgaande is voor de rechtbank vertrouwensbeginsel een extra reden om de eerste twee verklaringen voor recht af te wijzen en is ook de onderbouwing voor de afwijzing van de subsidiaire vordering in randnummer
In goedejustitie te bepalen verklaringen voor recht
De verklaringen voor recht waarover de rechtbank nog niet heeft geoordeeld zijn de hebben gevorderd als de door henzelf alternatieve verklaringen voor recht die vorderen immers bij elk van de geformuleerde verklaringen niet toewijsbaar zijn. drie gevorderdeverklaringen voor recht ook “een in goedejustitie te bepalen verklaring voor recht die beantwoordt aan de belangen van Deze alternatieve verklaringen voor recht zijn naar het oordeel van de rechtbank te onbepaald,te algemeen en te vrijblijvend. Een verwijzing naar een verklaring voor recht is zo weinig specifiek dat de gemeente “die beantwoordtaan de belangen van de taak van de rechtbank om een dergelijk zich niet naar behoren kan verweren en het is niet fundamenteel gebrek in een vordering te herstellen of aan te vullen.6Gelet daarop zal de gevorderde alternatieve verklaringen voor recht eveneens rechtbank de door zal Worden toegewezen. afwijzen, waardoor' geen van de vorderingen van
Vgl. HR ZOjanuari 1989.ECL1:NL:HR:1989;AD0584. ECLl:NL:HR:2001 :213693, rov. 3.3
6
rov. 3.4 en HR 21 december 2001,
CMS/402961 /HA ZA 22-176 22 februari 2023
Proceskosten es. zijn de partijen die ongelijk krijgen en zij zullen daarom in de proceskostenworden veroordeeld. Tot aan dit vonnis worden de proceskostenaan de zijde van gemeente als volgt vastgesteld: E 676,00 griffierecht E salaris advocaat 1.196,00_(2,00punten X E 598,00) l `872,00 E Totaal
De veroordeling wordt hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere (een deel) veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen. De beslissing De rechtbank
wijst de vorderingen van
veroordeelt tot dit vonnis vastgesteldop
es. af,
hoofdelijk in de proceskosten,aan de zijde van de gemeente 1.872,00,
uitvoerbaar bij voorraad. verklaart de proceskostenveroordeling Dit vonnis is gewezen door op 22 februari 2023.
van der Boon en in het openbaar uitgesproken
AFSCHRIFT Voor eensluidend afschrift. De
rif?er van de rechtbank.
Datum: 22 februari 2023
Nuíjen en de heer Deze zaak is onder dossiernummer 0101585 In behandeling bij: de heer IJzer Advocaten te Nijmegen, bezoek- en postadres: Molenveldlaan 43 te (6523 RJ) Nijmegen, stef@i)`zeradvocaten.nl
van Hoof, beiden advocaat bij 30 30 365, e-mail: telefoon: O24
en bart@i|'zeradvocaten.nL
DAGVAARDING IN HOGER BEROEP TEVENS HOUDENDE EEN VERZOEK TOT EEN PROV|S|ONELE
HEDEN,
617)/qu
de
Heb ik,
al
VOORZIENING
tweeduizenddrieëntwm?g
(2023)
gereßt?a` cegevoegu "Wario s Laurentla
OP VERZOEK VAN:
beiden wonende aan de
beiden wonende aan de
wonende aan beiden wonende
beiden wonende aan
aan de
te
wonende aan wonende aan beiden wonende
en aan
`wonende aan allen in deze kwestie woonplaats kiezende op het kantooradres van IJzer Advocaten, aan de Molenveldlaan 43 te (6523
Nuijen en de heer
van Hoof, beiden advocaat, deze kwestie
behandelen en als zodanig zijn gesteld, met het recht van substitutie,
en als zodanig voor hen in na te melden geding
RJ) Nijmegen, van welk kantoor de heer
zullen optreden; Pagina l van 37
GEDAGVAARD IN HOGER BEROEP:
te Zevenaar,
kantoorhoudende
aan de
Kerkstraat 27 te (6901 AA) Zevenaar. aldaar op voormeld kantooradres mijn exploot doende en afschrift
hiervan,
GEMEENTE
rechtspersoon
de publiekrechtelijke
ZEVENAAR,
gevestigd
alsmede van na te melden stukken, latende aan:
,CX/(dgclj/ wer.
waaro april tweeduizenddrieëntwintiq
in de voormiddag om 10:00 uur, niet in persoon, maar
door een advocaat, te verschijnen
op de zitting van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie
op dinsdag, achttien
vertegenwoordigd
Www;
aan de Walburgstraat 2-4 te (6811 CD) Arnhem;
Arnhem, in het Gerechtsgebouw (Paleis van Justitie)
MET AANZEGGI NG DAT:
appellanten
in hoger beroep komen van 'net vonnis van 22 februari
afdeling Civiel recht, zittingsplaats
appellanten als eisers en geïntimeerde
indien geintimeerde
2023, gewezen door de rechtbank Gelderland,
Arnhem, onder zaaknummer C/05/402961
HA ZA 22-176, als gewezen tussen
als gedaagde (productie
niet op de aangegeven wijze ter zitting verschijnt, het Gerechtshof
voor de dagvaarding voorgeschreven
formaliteiten
en termijnen
verstek zal verlenen, tenzij de
niet in acht zijn genomen;
indien gei'ntimeerdo in hoger beroep advocaat stelt, maar het hierna te noemen griffierecht
voorgeschreven
termijnen
en formaliteiten
in acht zijn genomen,
niet tijdig betaalt, en de
het Gerechtshof verstek tegen ge'intimeerde
verleent, diens in hoger beroep gevoerd verweer buiten beschouwing laat en geen gelegenheid zal geven tot het instellen van incidenteel hoger beroep;
bij verschijning
in het geding van geïntimeerde
een griffierecht
zal worden geheven, te voldoen binnen vier weken te
rekenen vanaf het tijdstip van verschijning; de hoogte van de griffierechten
is vermeld in de meest recente bijlage behorend bij de Wet griffierechten
zaken, zoals te raadplegen op onder meer de internetpagina:
burgerlijke
https://www.kbvg.nl/griffierechtentabel;
van een persoon die onvermogend is, een bij of krachtens de wet vastgesteld griffierecht voor onvermogenden geheven, indien
op het tijdstip waarop het griffierecht
wordt
wordt geheven heeft overlegd:
een afschrift van het besluit tot toevoeging, bedoeld in artikel 29 van de Wet op de rechtsbijstand, of indien dit niet mogelijk is ten gevolge van omstandigheden
aanvraag, bedoeld in artikel 24 lid een verklaring
die redelijkerwijs
niet aan hem zijn toe te rekenen, een afschrift van de
van de Wet op de rechtsbijstand, dan wel
van het bestuur van de raad voor rechtsbijstand, bedoeld in artikel
derde lid, onderdeel
Wet op de rechtsbijstand waaruit blijkt dat zijn inkomen niet meer bedraagt dan de inkomens algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 35, tweede lid, van die wet;
Pagina 2 van 37
van de
bedoeld in de
TENEINDE:
alsdan, op de navolgend te vermelden gronden, te horen eisen en concluderen dat:
INLEIDING Kern van het geschil
ln 2019 heeft de gemeente Zevenaar,
'Gemeente'.het voornemen opgevat tot de uitgifte
hierna ook:
van
23 kavels in de buurtschappen De Holtkamp
en De Stede. Voor deze uitgifte heeft de Gemeente met ingang
van 20 oktober 2021 een uitgifteprocedure
georganiseerd.
Gegadigden zijn tot en met 15 november 2021 in
de gelegenheid hun belangstelling voor de kavels kenbaar te maken. Na sluiting
daarop
van de aanmeldingstermijn,
vermeld
de personen
op 20 december 2021, heeft de Gemeente een lijst gepubliceerd,
die zich voor
om in de gelegenheid te worden gesteld een optie op vervolgens
van de Gemeente
De lijst
voorziet
met
in een
gegadigde het eerste door de Gemeente zou worden benaderd
waarbij de hoogst-geplaatste
rangschikking,
een kavel hebben aangemeld.
aan te kunnen
van de kavels te kunnen nemen, en om dit kavel
kopen. Vervolgens zou de op-een-na van de overgebleven
gegadigde worden benaderd voor een optie op
hoogste geplaatste
kavels, en zo voort. totdat alle kavels
vergeven zouden zijn. Appellanten.
hebben zich conform de bekendgemaakte
hierna ook: '
uitgifteprocedure
termijn aangemeld voor de kavels. Op 20 december 2021 hebben ook
afgezet tegen het aantal beschikbare kavels, allen een
ontvangen. Uit de lijst volgt dat
uitgiftelijst
binnen de
de hiervoor omschreven
zouden dus zeker door de Gemeente worden benaderd
optie op een kavel hebben verkregen.
om
van de 23 kavels aan te kopen. op 26 november 2021, heeft de Hoge Raad arrest gewezen
de publicatie van de uitgiftelijst,
Een maand
en een aantal vastgoedontwikkelaars.1
in een geschil tussen de gemeente Montferland
ln dit arrest, hierna
ook: 'Didam-arrest', heeft de Hoge Raad bevestigd dat een overheidslichaam bij het aangaan en uitvoeren van
privaatrechtelijke
overeenkomsten de algemene beginselen van behoorlijk bestuur in acht dient te nemen.2 bestuur is het gelijkheidsbeginsel.
Eén van deze algemene beginselen van behoorlijk
Dit beginsel staat ook
centraal in het Didam-arrest. gezien de uitgifteprocedure
De Gemeente heeft in het Didam-arrest aanleiding
na de publicatie
van de
op 20 december 2021 alsnog te beëindigen,
omdat zij van oordeel is dat deze niet voldoet aan de
door de Hoge Raad in het Didam~arrest geformuleerde
criteria. De Gemeente heeft direct ook besloten een
uitgiftelijst
nieuwe
op te starten,
uitgifteprocedure
koopovereenkomst uitgifteprocedure
waarbij
op basis van loting
wordt bepaald met wie zij een
voor de 23 kavels aan zal gaan, en waarbij ook personen die zich niet voor de afgebroken
hebben aangemeld, mogen meedingen. Gevolg van deze handelswijze is dat
verlies aan rechtspositie
een
allen een zekere optie op een kavel hebben verkregen, en
hebben, nu
deze optie als gevolg van de handelswijze van de Gemeente verliezen. kunnen zich met deze handelswijze
van de Gemeente niet verenigen. Na de Gemeente tevergeefs
te hebben verzocht niet verder te gaan op de door haar ingeslagen weg, hebben
l
HR 26 november 2021. ECLl:NL:HR:2021-.1778.
2
lbid.. no. Pagina 3 van 37
bij de rechtbank
Gelderland een gerechtelijke
procedure
tegen de Gemeente opgestart. Deze procedure heeft geresulteerd
in
het vonnis van 22 februari 2023 waarvan hoger beroep, hierna ook: 'het Vonnis'. niet in strijd zijn met de
De rechtbank oordeelt in het Vonnis dat de voorwaarden van de uitgifteprocedure
delen dit oordeel van de rechtbank.
criteria uit het Didam-arrest.3
echter ook dat de Gemeente in de praktische uitvoering van de uitgifteprocedure
De rechtbank oordeelt afgeweken
van de voorwaarden van de uitgifteprocedure,
zodat de uiteindelijk
is
toegepaste selectiemethode
wel in strijd is met de criteria uit het Didam~arrest4
delen dit oordeel van de rechtbank uitvoering
stellen vast dat de Gemeente bijde praktische
Et.
heeft gehandeld conform de voorwaarden die zij daaraan eerder gesteld
van de uitgifteprocedure
heeft. en dat ook de uitvoering derhalve conform de criteria uit het Didam-arrest heeft plaatsgevonden. grieven tegen dit oordeel van de rechtbank opwerpen. zullen in deze hoger~beroepsdagvaardinq De rechtbank
oordeelt
besproken uitgiftelijst,
voorts
dat
een onjuist
evenredigheidsbeginsel,
op het
van
en het
vertrouwensbeginsel
zoals deze volgt uit de hiervoor
daarom niet hoeft te honoreren.5
Ook dit oordeel van de rechtbank rechtbank
het beroep
niet slaagt, en dat de Gemeente de rangschikking,
evenredigheidsbeginsel
stellen vast dat de
Let gedeeld.
wordt door
aan
het
ten
en dat
wél een beroep op deze algemene beginselen
grondslag
legt
en het
vertrouwensbeginsel
beoordelingskader
van behoorlijk
zullen ook tegen dit oordeel van de rechtbank grieven naar voren brengen.
bestuurtoekomt. Procesverloop
Een chronologisch
overzicht
van het procesverloop
in eerste aanleg:
datnn'tV
proceshandeling
25 aprii 2022
dagvaarding inclusief verzoek provisionele voorziening (productie
V
l
V
M
18 mei
r
2022
22juni 2022
vonnis in incident (productie
2 augustus 2022
conclusie van antwoord
31 augustus 2022
tussenvonnis (productie
19 december 2022
mondelinge behandeling (productie
22 februari 2022
eindvonnis (productie1)
De hiervoor genoemde processtukken
in deze documenten
3
4
5
en documenten
wordt verwezen.
5.2 tot en met Productie lbid.` 5.7 tot en met
lhid.`
l
W
I
l
H
i
i
(productie conclusie van antwoord in incident
5.17 en
Pagina 4 van 37
(productie
worden overgelegd
inclusief de bijlagen waarnaar
aanleg
in eerste
hebben
rechtspositie
vorderingen
die ertoe
geformuleerd
strekken
hun bestaande
te zien, te weten het behoud van de zekerheid van een optie op een kavel
gehandhaafd
(productie
Aangezien de Gemeente destijds aan
aangegeven heeft uitvoering
Deze vordering
Bij vonnis in incident
22 juni
van
kwam neer op een verbod voor de Gemeente om in
zou hebben gewezen, de nieuwe uitgifteprocedure
ieder geval totdat de rechtbank eindvonnis te starten.
voor de duur van
voorts verzocht een provisionele voorziening
bij inleidende dagvaarding de rechtbank het geding in eerste aanleg te treffen.
te zullen gaan geven aan de
de rechtbank eindvonnis zou hebben gewezen, hebben
(de loting) vóórdat
nieuwe uitgifteprocedure
2022
heeft de rechtbank
deze
(de loting) op
provisionele
vordering
toegewezen (productie
1.10
Bij eindvonnis van 22 februari 2023 heeft de rechtbank
van
echter afgewezen
zoals door de Gemeente op 20 oktober 2021 bekendgemaakt
Hoewel de uitgifteprocedure
(productie
de vorderingen
naar
het oordeel van de rechtbank voldoet aan de criteria van het Didam-arrest, is de wijze waarop de Gemeente uitvoering heeft gegeven naar het oordeel van de rechtbank onrechtmatig.
aan deze uitgifteprocedure
De rechtbank overweegt hiertoe dat
een plek op de uitgiftelijst
hebben verkregen, doordat
zij, los
hebben opgenomen met de Gemeente met het verzoek om op
contact
van een eerdere uitgifteprocedure, deze uitgiftelijst
te worden geplaatst. Naar het oordeel van de rechtbank betekent dit dat de uitgiftelijst
is samengesteld
aan de hand van objectieve
wijze waarop (potentiële) uitgifteprocedure
gegadigden
niet
en toetsbare criteria. Ook is de rechtbank van oordeel dat de
op de uitgiftelijst
konden
komen, niet in de periode voordat
werd gestart, op zodanige wijze bekend gemaakt is dat (potentiële)