CConstaterende datZevenaar
Koppel je AI →
Document · PDF

36. RIB 2023-004 Regionale Woondeal 2.0 Arnhem Nijmegen

Raadsvergaderingen 2022-2026 1 februari 2023, gemeente ZevenaarBij agendapunt: Wijze van afdoening van de ingekomen stukken22.027 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Conform de principes van het verstedelijkingsconcept streven partijen ernaar deze woningen te realiseren met een goede omgevingskwaliteit, in een balans tussen stad en land, met bijpassende werkgelegenheid voor de nieuwe inwoners en op hoogwaardige, duurzame wijze ontsloten. De gemeente Nijmegen start hiervoor gebiedsontwikkelingen, de voortgang wordt besproken op de Woondeal Tafel.

2.7 Overige thema’s 31.

In Nederland bevinden zich bijna 4.000 vakantieparken, hieronder bevinden zich een grote variëteit, zoals campings, stacaravanparken en bungalowparken. De provincie inventariseert op verzoek van de minister in 2023 in samenwerking met de gemeenten het potentieel van te transformeren vakantieparken in Gelderland en meldt de resultaten daarvan aan de minister. De verantwoordelijkheid voor de daadwerkelijke transformatie van vakantieparken ligt bij de individuele gemeenten en parkeigenaren.

32. Stikstof: Stikstofruimte is een belangrijke randvoorwaarde om de woningbouwambities waar te kunnen maken. Daarbij is en blijft het Stikstofregistratiesysteem (SSRS) het instrument om stikstofruimte die vrijkomt centraal te registreren en gericht toe te wijzen aan woningbouwprojecten. Het Rijk spant zich in voor voldoende stikstofruimte voor woningbouw. Zij stimuleert het gebruik van schoon en emissieloos bouwmaterieel met een bijdrage van een extra €400 miljoen, bovenop de € 500 miljoen die al beschikbaar was. Op de korte termijn (oplevering eerste kwartaal 2023) werkt het Rijk aan de standaardisatie van berekeningen door middel van kengetallen/ vuistregels, met als doel om voor initiatiefnemers de administratieve lasten als gevolg van de extra onderzoeksplicht zoveel mogelijk te beperken. Een volgende stap is om deze standaardisatie te formaliseren in regelgeving. Het Rijk onderzoekt hoe door het breder beschikbaar maken van kennis en kunde capaciteitsproblemen bij gemeenten, provincies en onderzoeksbureaus het hoofd kunnen bieden. Op de langere termijn kan vereenvoudiging van het stelsel van vergunningverlening verhelpen dat kleine woningbouwprojecten vergunningplichtig zijn. Waar in concrete projecten stikstof een knelpunt lijkt voor versnelling, kan dit knelpunt voorgelegd worden aan de regionale en vervolgens landelijke versnellingstafel. 33.

Elektriciteitsnetwerken en aansluitingen: Bij tijdig aanvragen van projecten leidt de beschikbare netcapaciteit op het elektriciteitsnet vooralsnog niet tot vertraging van woningbouwprojecten. Om te zorgen voor voortgang in projecten dragen gemeenten zorg voor tijdige aanvragen voor aansluitingen van (woningbouw)projecten bij de netbeheerder. Het Rijk (EZK en BZK) houdt in samenspraak met medeoverheden en netwerkbeheerders vinger aan de pols waar er knelpunten kunnen ontstaan, en spant zich in om eventuele knelpunten tijdig weg te nemen, zodat de woningbouw en de

bijbehorende voorzieningen in wijken geen vertragingen oplopen. Waar in concrete projecten netcapaciteit een knelpunt lijkt voor versnelling, kan dit knelpunt voorgelegd worden aan de regionale en vervolgens landelijke versnellingstafel. De P-MIEK-tafels zijn het platform om knelpunten ten aanzien van het netwerk en het aansluiten aan de orde te stellen. Regionale en landelijke versnellingstafels leggen hun signalen neer bij deze tafels. Mocht er een te grote netwerkvraag zijn om op te lossen in de P-MIEK-tafels, dan agenderen deze tafels dit bij het landelijke MIEK overleg.

34. Woningcorporaties Gemeenten zien in de corporaties hun eerste partner als het gaat om realisatie van sociale huurwoningen. Zij nodigen de corporaties uit om samen met hen de aanpak vorm te geven om corporaties beter in positie in te brengen bij gebiedsontwikkelingen, en daarbij concreet invulling te geven aan een efficiënte en effectieve samenwerking en procedures. De samenwerking behelst niet alleen de

17

nieuwbouw, maar ook de verbetering van de bestaande voorraad, leefbaarheid en thema’s als bijzondere woonvormen. 35. Water en bodem sturend: Partijen in deze woondeal spannen zich in om het water- en bodemsysteem sturend te laten zijn bij gebiedsontwikkeling en locatiekeuze. Hiertoe worden waterschappen vroegtijdig in het planvormingsproces betrokken. Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat werkt verder richtinggevende uitspraken en randvoorwaarden uit in het programma ‘Water en Bodem Sturend’.

3 Uitvoering en samenwerking 3.1 Monitoring en rapportage 36. De voortgang ten aanzien van de wederkerige bestuurlijke afspraken wordt gemonitord met de interbestuurlijke landelijke monitor voortgang woningbouw. Daarover is bestuurlijk afgesproken dat het doel van de monitor is enerzijds het voorzien van de (semi)overheden in informatie over plancapaciteit (woningbouwplannen), de voortgang van de woningbouw en opgeleverde (gerealiseerde) woningen. Anderzijds draagt de monitor bij aan inzicht in eventuele knelpunten en in informatie in verband met voor de woningbouw noodzakelijke opgaven teneinde deze te kunnen oplossen. Voor de monitoring is het relevant dat er overeenstemming is over de te gebruiken definities en dat (eenduidige en betrouwbare) data beschikbaar zijn voor relevante indicatoren (onder andere gerealiseerde sociale woningen). Het Ministerie van BZK zet zich hiervoor in, in afstemming met provincies en gemeenten. In de Groene Metropoolregio wordt jaarlijks de planvoorraad, de bouwproductie en toevoegingen in de bestaande voorraad gemonitord en besproken met marktpartijen en woningcorporaties. Deze monitor is in beginsel algemeen toegankelijk. Het regionaal monitoringssysteem is een dynamisch systeem dat aanpasbaar is en kwantitatieve en kwalitatieve wijzigingen in de planvoorraad snel op kaart inzichtelijk maakt.

Periodiek wordt de landelijke monitor voortgang woningbouw van VNG, IPO en BZK voorzien van geactualiseerde gegevens uit deze regionale monitor. Het regionale monitoringssysteem gaat over de breedte van de woondeal. Daarmee groeit de monitor mee met de opgaven waarvoor de regio staat. Als voorbeeld: zo moet de monitor inzicht gaan bieden in de duurzaamheidsprestaties van onze woningbouwopgave in lijn met de duurzaamheidsdoelstellingen, zodat we indien nodig kunnen bijsturen. De regionale monitor sluit zoveel mogelijk aan op de uniforme definities van de landelijke monitor voortgang woningbouw. 37. Opgebouwde ervaringen met de woondeal deelt de regio met aan andere delen van Gelderland en het land, zodat leereffecten van de woondeal breed gedeeld worden. Te denken is aan ervaringen met monitoring, flexpools of samenwerking.

3.2 Overlegstructuur 38. Om gezamenlijk zicht te houden op de voortgang van de uitvoering van de voorliggende bestuurlijke afspraken voeren we periodiek overleg over de realisatie van de woningbouwopgave tussen het Ministerie van BZK, provincie Gelderland en de regio. Dit overleg bestaat minimaal uit de volgende onderdelen: a. Een regulier overleg op ambtelijk niveau (kernteam) tussen accounthouders vanuit het Ministerie van BZK, provincie Gelderland, de Groene Metropoolregio, gemeenten Arnhem en Nijmegen vindt maandelijks plaats, of zoveel vaker als nodig is.

18

b.

c.

d.

Een BO Woondeal tussen de directeur Woningbouw en bestuurders van provincie Gelderland, van de stedelijke gemeenten en bestuurlijke vertegenwoordigers van de Groene Metropoolregio vindt periodiek plaats. Afgevaardigden uit de woondealregio’s waar het Ministerie van BZK op ambtelijk niveau aan tafel zit, sluiten aan bij dit provinciale overleg. Via het kernteam, het provinciale versnellingsteam en de taskforce nieuwbouw woningcorporaties en tafels als de landelijke versnellingstafel worden eventuele knelpunten in het BO Woondeal geagendeerd. Het BO Woondeal wordt voorbereid door directeuren / managers van de genoemde partijen. De bestuurlijke afspraken worden jaarlijks herijkt. De prognose voor de woningbouwbehoefte tot 2030 wordt jaarlijks bijgewerkt. De richtinggevende doelstelling voor de woningbouwproductie per jaar tot 2030 wordt bijgewerkt op basis van de gerealiseerde bouwproductie en ontwikkeling van de woningvoorraad. In 2023 wordt de herijking gepland na het beschikbaar komen van de volgende prognose van de woningbouwbehoefte en het provinciaal ruimtelijk arrangement, waarbij in de herijking ook randvoorwaarden zoals water en bodem, stikstof, geluid aan bod kunnen komen. Daarnaast wordt in 2023 eenmalig een tussenbalans opgemaakt ten aanzien van het provinciale aandeel in de nationale opgave na het afsloten van de woondeals.

Waar nodig wordt deze tussenbalans bestuurlijk besproken. Vanuit de taskforce nieuwbouw woningcorporaties en tafels als de landelijke versnellingstafel agenderen partijen waar nodig eventuele knelpunten in ambtelijke en directeuren en bestuurlijke overleggen.

39. Doel is door monitoring en intensief en kort-cyclisch ambtelijk en bestuurlijk overleg goed zicht te krijgen en te houden op de uitvoering. Hierdoor signaleren we vroegtijdig wanneer de voortgang van de woningbouw en de uitvoering van de bestuurlijke afspraken stokt. Wanneer (gezamenlijk) wordt geconstateerd dat de voortgang stokt, stellen we gezamenlijk vast wat de achterliggende oorzaken daarvan zijn (fact finding). Op basis daarvan worden de benodigde en gewenste acties in gang gezet. Hierbij kan ondersteuning worden ingeschakeld van de landelijke versnellingstafel, tafels van andere ministeries of via onder andere de taskforce nieuwbouw woningcorporaties of expertteams. Uitgangspunt is: ‘los het op, of schaal het op’. Hierbij kunnen bestuurlijke of in het uiterste geval juridische interventies nodig zijn. Bestuurlijk overleg blijft het uitgangspunt. Juridische interventie vindt plaats door de naastgelegen overheid in aansluiting bij het huis van Thorbecke. Via de woondeals kunnen alle partijen die in de keten zijn betrokken bij de woningbouw - zoals marktpartijen, corporaties, zorgkantoren - hun knelpunten agenderen. Dit kan ook via andere tafels zoals de taskforce nieuwbouw woningcorporaties en de landelijke versnellingstafel.

3.3 Ondersteuning 40. Realisatie van de woningbouwopgave is complex, met invloed en afhankelijkheid van veel direct en indirect betrokken (bouw)partijen en externe factoren, waaronder prijsontwikkelingen, de rente en de beschikbaarheid van locaties, bouwmaterialen, bouwpersoneel en energie-infrastructuur. Kritische succesfactoren dienen aangepakt te worden om de realisatie van de woningbouwopgave mogelijk te maken. Hiervoor is inzet vanuit het Rijk nodig en vanuit provincie en gemeenten. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen generieke en locatie-specifieke ondersteuning. 41. De generieke ondersteuning voor de Groene Metropoolregio bestaat uit: ▪ Het Rijk ondersteunt in het opstellen en uitvoeren van de regionale woondeal middels procesgeld. Dit geld kan onder meer gebruikt worden voor de inhuur van capaciteit om gemeenten en provincies te ondersteunen bij het opstellen en uitvoeren van de woondeal. Dit procesgeld wordt uitgekeerd

19

▪ ▪

via de provincies. De provincie is verantwoordelijk voor de verdeling van dit geld over de verschillende woondealregio’s. Via het Actieplan Wonen ondersteunt de provincie gemeenten bij het realiseren van de woningbouwopgave. De provincie werkt in het voorjaar 2023 uit hoe zij de noodzakelijke bijdrage voor de continuering en versterking van de uitvoeringsorganisatie van deze woondeal vorm geeft, uitgaande van de geformuleerde ambities.

42. In bijlage 3 wordt locatie-specifiek bij de sleutelprojecten aangegeven op welke wijze Rijk en provincie ondersteunen in de realisatie van de regionale woningbouwopgave.

20

Bijlagen: Bijlage 1: Provinciale woningbouwopgave De woningbouwopgave 2022 zoals vastgesteld in de ‘Provinciale woningbouwafspraken 2022-2030 provincie Gelderland’ op 13 oktober 2022. Het gaat in totaal om 100.000 huizen, waarvan minimaal 60% betaalbaar en inclusief minimaal 28% sociale huurwoningen. Betaalbaarheid Te realiseren

Netto plan-

Sociale

Midden-

Betaalbare

Betaalbaar-

Woningen door

woningen bruto

capaciteit

huur3

huur4

koop5

heid totaal

woningcorporaties

2022

11.100

13.200

3.400

1.300

2.100

6.800

2.200

2023

12.800

15.700

3.700

1.500

2.600

7.800

3.300

2024

12.400

17.300

3.100

1.000

3.100

7.200

2.600

2025

13.500

13.300

3.500

1.400

3.100

8.000

2.700

2026

11.600

11.400

3.200

1.300

2.700

7.200

2.800

2027

10.100

10.600

2.900

1.000

2.400

6.300

2.600

2028

9.500

9.800

2.600

900

2.300

5.800

2.500

2029

9.500

8.500

2.600

900

2.200

5.700

2.400

2030

9.500

4.800

2.500

1.000

2.100

5.600

2.200

Totaal

100.000

104.600

27.500

10.300

22.600

60.400

23.300

100%

105%

28%

10%

23%

60%

23%

Het college van GS heeft in haar bod aan de minister van 29 september 2022 aangegeven dat het voor realisatie van de opgave nodig is dat het Rijk tegemoet komt aan vier randvoorwaarden: A. Investeringen in bereikbaarheid Grootschalige woningbouw vereist verbetering van de bereikbaarheid. Want als er meer mensen in een regio gaan wonen, gaan er meer mensen gebruik maken van de trein, de bus, fietspaden en wegen. Om de woningbouwopgave verantwoord te realiseren, is steun nodig voor diverse bereikbaarheidsknelpunten in Gelderland. B. Financiering van onrendabele toppen Bij woningbouw is er vaak extra geld nodig om daadwerkelijk betaalbare woningen te realiseren. Cofinanciering vanuit de rijksoverheid van deze onrendabele toppen is een randvoorwaarde om betaalbare woningbouw in Gelderland mogelijk te maken. Er is waardering voor de Woningbouwimpuls, maar er is langjarig meer budget nodig en meer zekerheid over waar dit instrument daadwerkelijk gaat bijdragen aan de opgave. C. Voldoende goede ambtelijke capaciteit Voor de woningbouw is het belangrijk dat er structureel financiën beschikbaar komen om de ambtelijke capaciteit van gemeenten te vergroten. Onderzoeken laten zien dat hier een groot en reëel knelpunt ligt. Ook zijn nieuwe HR-instrumenten ten bate van instroom nodig en mensen moeten over voldoende competenties en doorzettingskracht beschikken. D.

Voldoende stikstofruimte Zonder stikstofruimte kan voor veel woningen geen vergunning worden verleend. Omdat Gelderland bijna de helft van alle stikstofgevoelige Natura 2000 binnen haar grenzen heeft, is voldoende 3

Huurwoningen tot de sociale huurgrens van circa 763 euro per maand. Huurwoningen van de sociale huurgrens van circa 763 euro tot maximaal 1.000 euro per maand. 5 Betaalbare koop zijn conform het beleid van de minister woningen tot 355.000 euro, dit is gelijk aan de grens van de Nationale Hypotheek Garantie in 2022. Diverse gemeenten vinden dit niet voldoende betaalbaar en hanteren daarnaast ook een lagere prijsgrens. 4

21

stikstofruimte onmisbaar. Dit speelt vooral rond de Veluwe: bij Arnhem, Ede, Harderwijk en Apeldoorn. Het college van GS roept het kabinet op haar toezegging na te komen om te zorgen voor voldoende stikstofruimte voor de woningbouw. Daarbij is afgesproken dat de minister voor VRO de opgaven coördineert die samenhangen met woningbouw en zich maximaal inzet voor tegemoetkoming aan de randvoorwaarden.

Bijlage 2: Woningbouwopgave per gemeente (130%) Onderverdeling per gemeente van tabel 1 (paragraaf 2.1) op basis van ‘reality-check’ t.b.v. bod provincie oktober 2022. Subtotalen afgerond. In periode 2026 t/m 2030 gemiddelden per jaar genomen.

Arnhem Te realiseren woningen bruto 800

Sloop 40

Te realiseren woningen netto 760

Totale plancapaciteit 1.040

Harde plancapaciteit 1.040

800

X

800

1.040

1.040

2024

900

X

900

1.170

1.170

2025

1.000

X

1.000

1.300

750

2026

1.200

80

1.120

1.560

0

2027

1.200

X

1.200

1.560

0

2028

1.200

X

1.200

1.560

0

2029

1.200

X

1.200

1.560

0

2030

1.200

X

1.200

1.560

0

Totaal

9.500

120

9.380

12.350

4.000

xx%

xx%

xx%

xx%

xx%

2022 2023

Sociale huur totaal 225

Sociale huur corporaties 225

Middenhuur totaal 90

Middenhuur corporaties X

Betaalbare koop 50

Betaalbaar totaal 365

225

225

140

X

50

415

2024

225

225

170

X

50

445

2025

300

300

150

X

100

550

2026

360

360

150

X

220

730

2027

360

360

150

X

220

730

2028

360

360

150

X

220

730

2029

360

360

150

X

220

730

2030

360

360

150

X

220

730

Totaal

2.775

2.775

1.300

X

1.350

5.425

29%

xx%

14%

xx%

14%

57%

2022 2023

22

Berg en Dal

Te realiseren woningen bruto

Sloop

Te realiseren woningen netto

Totale plancapaciteit

Harde plancapaciteit

80 100 105 120 140 150 140 150 150

100 140 140 150 190 190 190 190 190

100

10

2030

80 100 110 120 150 150 150 150 150

Totaal

1.160

25

1.135

1.480

250

xx%

xx%

xx%

xx%

xx%

2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029

5

10

Sociale huur totaal

Sociale huur corporaties

Middenhuur totaal

10 30 40 40 50 50 50 50 50

10 10 10 10 20 20 20 20 20

10

2030

10 30 40 40 50 50 50 50 50

Totaal

370

370

32%

32%

2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029

120 30 0 0 0 0 0 0

Middenhuur corporaties

Betaalbare koop

Betaalbaar totaal

0

10

10 20 20 20 30 30 30 30 30

30 60 70 70 100 100 100 100 100

140

60

220

730

12%

5%

19%

63%

0 5 5 10 10 10

Wat betreft de sloop van corporatiewoningen gaat het over 25 woningen in de periode van 2022 tot en met 2030.

23

Beuningen Te realiseren woningen bruto

Sloop

Te realiseren woningen netto

Totale plancapaciteit

Harde plancapaciteit

90 180 100 190 210 210 210 210 210

90

X

2030

70 140 80 150 160 160 160 160 160

X

70 140 80 150 160 160 160 160 160

Totaal

1.240

X

1.240

1.610

240

xx%

xx%

xx%

xx%

xx%

2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029

X X X X X X X

Sociale huur totaal

Sociale huur corporaties 30

2030

30 50 10 20 30 30 30 30 30

Totaal

2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029

120 30 0 0 0 0 0 0

Middenhuur corporaties

Betaalbare koop

Betaalbaar totaal

x

30

0 20 10 10 20 20 20 20 20

x

0 10 20 50 50 50 50 50 50

30 80 40 70 100 100 100 100 100

260

260

140

X

330

720

21%

21%

11%

xx%

27%

59%

50 10 20 30 30 30 30

Middenhuur totaal

x x x x x x x

24

Doesburg Te realiseren woningen bruto

Te realiseren woningen netto

Totale plancapaciteit

Harde plancapaciteit

40 70 25 55 40 40 40 40 40

40

X

30 60 0 0 30 30 30 30 30

390

50

Sloop

2030

30 60 20 40 30 30 30 30 30

Totaal

300

60

240

xx%

xx%

xx%

2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029

X X 20 40 X X X X

Sociale huur totaal

Sociale huur corporaties

Middenhuur totaal

2030

20 10 10 40 0 0 0 0 0

20 10 10 40 0 0 0 0 0

Totaal

80 27%

2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029

10 0 0 0 0 0 0 0 xx%

Middenhuur corporaties

Betaalbare koop

Betaalbaar totaal

0 10 0 0 0 0 0 0 0

x

x

10 10 0 0 20 20 20 20 20

30 30 10 40 20 20 20 20 20

80

10

X

120

210

27%

3%

xx%

40%

70%

x x x x x x x

Wat betreft de sloop van corporatiewoningen gaat het over 60 woningen in de periode van 2022 tot en met 2030.

25

Druten Te realiseren woningen bruto

Sloop

Te realiseren woningen netto

Totale plancapaciteit

Harde plancapaciteit

100 90 170 300 110 110 110 110 110

30

X

2030

80 70 130 230 80 80 80 80 80

X

80 70 130 230 80 80 80 80 80

Totaal

910

X

910

1.210

340

xx%

xx%

xx%

xx%

xx%

2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029

X X X X X X X

Sociale huur totaal

Sociale huur corporaties

Middenhuur totaal

2030

0 10 40 120 20 20 20 20 20

0 10 40 100 70 20 0 0 0

Totaal

270 30%

2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029

150 150 10 0 0 0 0 0

Middenhuur corporaties

Betaalbare koop

Betaalbaar totaal

0 0 0 0 10 10 10 10 10

x

x

60 30 30 30 30 30 30 30 30

60 40 70 150 60 60 60 60 60

240

50

X

300

620

27%

5%

xx%

33%

68%

x x x x x x x

26

Duiven Te realiseren woningen bruto

Sloop

Te realiseren woningen netto

Totale plancapaciteit

Harde plancapaciteit

80 90 50 140 130 130 130 130 130

60

X

2030

60 70 40 110 100 100 100 100 100

X

60 70 40 110 100 100 100 100 100

Totaal

780

X

780

1.000

170

xx%

xx%

xx%

xx%

xx%

2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029

X X X X X X X

Sociale huur totaal

Sociale huur corporaties

2030

20 30 20 40 25 25 25 25 25

Totaal

2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029

70 40 0 0 0 0 0 0

Middenhuur totaal

Middenhuur corporaties

Betaalbare koop

Betaalbaar totaal

20 30 20 40 25 25 25 25 25

10 10 0 0 0 5 5 5 5

x x x x x x x x x

0 10 10 30 40 40 40 40 40

30 50 30 70 65 70 70 70 70

235

235

40

X

250

525

30%

30%

5%

xx%

32%

67%

27

Heumen Te realiseren woningen bruto

Te realiseren woningen netto

Totale plancapaciteit

Harde plancapaciteit

80 70 160 100 160 160 160 160 160

60

X

60 50 60 80 120 120 120 120 120

Sloop

2030

60 50 120 80 120 120 120 120 120

Totaal

910

X

850

1.210

100

xx%

xx%

xx%

xx%

xx%

2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029

X X 60 X X X X X

Sociale huur totaal

Sociale huur corporaties 20

2030

20 20 40 20 30 30 30 30 30

Totaal

2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029

30 10 0 0 0 0 0 0

Middenhuur corporaties

Betaalbare koop

Betaalbaar totaal

x

20

0 20 10 0 20 20 20 20 20

x

20 10 10 10 30 30 30 30 30

30 40 60 20 80 80 80 80 80

250

190

130

X

200

550

27%

xx%

14%

xx%

22%

60%

20 30 20 20 20 20 20

Middenhuur totaal

x x x x x x x

28

Lingewaard Te realiseren woningen bruto

Sloop

Te realiseren woningen netto

Totale plancapaciteit

Harde plancapaciteit

160 270 300 330 160 160 160 160 160

120

20

2030

120 210 230 250 120 120 120 120 120

X

100 210 140 250 120 120 120 120 120

Totaal

1.410

X

1.300

1.860

320

xx%

xx%

xx%

xx%

xx%

2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029

X 90 X X X X X

Sociale huur totaal

Sociale huur corporaties

Middenhuur totaal

2030

20 20 20 130 50 50 50 50 50

20 20 20 130 50 50 50 50 50

Totaal

440 31%

2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029

200 0 0 0 0 0 0 0

Middenhuur corporaties

Betaalbare koop

Betaalbaar totaal

0 20 20 20 10 10 10 10 10

x

x

30 40 50 50 20 20 20 20 20

50 70 90 230 100 100 100 100 100

440

110

X

270

940

31%

8%

xx%

19%

67%

x x x x x x x

29

Montferland

Te realiseren woningen bruto

Sloop

Te realiseren woningen netto

Totale plancapaciteit

Harde plancapaciteit

150

90

200

160

230

50

250

10

220

10

220

10

220

10

220

10

220

10

10

2030

120 150 180 190 170 170 170 170 170

X

120 150 170 190 170 170 170 170 170

Totaal

1.490

X

1.470

1.930

360

xx%

xx%

xx%

xx%

xx%

2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029

X 10 X X X X X

Sociale huur totaal

Sociale huur corporaties

Middenhuur totaal

2030

40 40 60 50 50 50 50 50 50

30 30 50 50 40 40 40 40 40

Totaal

440 30%

2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029

Middenhuur corporaties

Betaalbare koop

Betaalbaar totaal

0 0 20 10 0 0 0 0 0

x

80

x

50 50 70 60 50 50 50 50 50

360

30

X

480

930

24%

2%

xx%

32%

62%

x x x x x x x

80 150 120 100 100 100 100 100

30

Mook en Middelaar

Te realiseren woningen bruto

Sloop

Te realiseren woningen netto

Totale plancapaciteit

Harde plancapaciteit

2022 2023

20

X

20

30

30

40

X

40

50

50

2024

80

X

80

110

2025

80

X

80

100

2026

60

X

60

80

2027

20

X

20

30

2028

20

X

20

30

2029

20

X

20

30

2030

20

X

20

30

Totaal

360

x

360

490

80

xx%

xx%

xx%

xx%

xx%

Sociale huur totaal

Sociale huur corporaties

Middenhuur totaal

Middenhuur corporaties

Betaalbare koop

Betaalbaar totaal 5

2022 2023

5 15

10

15

2024

45

45

45

2025

20

40 10 10 10 10 10

60

2026

5

5

15

2027

5

5

2028

5

5

2029

5

5

2030

5

5

Totaal

90

80

20

X

90

200

25%

22%

6%

xx%

25%

56%

15 15 15 15

31

Nijmegen Te realiseren woningen bruto*

Sloop

Te realiseren woningen netto

Totale plancapaciteit

Harde plancapaciteit

2.900 1.940 970 2.150 1.810 1.810 1.810 1.810 1.810

2.230

180

2030

1.230 1.990 1.250 1.650 1.390 1.390 1.390 1.390 1.390

X

1.050 1.990 1.090 1.650 1.390 1.390 1.390 1.390 1.390

Totaal

13.070

350

12.720

17.010

8.560

xx%

xx%

xx%

xx%

xx%

2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029

X 160 X X X X X

Sociale huur totaa*l

Sociale huur corporaties 700

2030

720 460 130 520 520 520 520 520 520

Totaal

2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029

1490 750 1040 610 610 610 610 610

Middenhuur corporaties

Betaalbare koop

Betaalbaar totaal

x

500

520 200 80 360 310 310 310 310 310

x

130 180 150 250 180 180 180 180 180

1.360 840 370 1.130 1.020 1.020 1.020 1.020 1.020

4.430

4.240

2.710

X

1.610

8.800

34%

xx%

21%

xx%

12%

67%

Middenhuur totaal

440 100 500 500 500 500 500

x x x x x x x

* inclusief 1.000 eenheden voor studenten SSH&

32

Overbetuwe Te realiseren woningen bruto

Sloop

Te realiseren woningen netto

Totale plancapaciteit

Harde plancapaciteit

10

130

X

120 240 270 60 60 60 60 60

180 160 320 345 85 85 85 85 85

140

X

2030

140 120 240 270 60 60 60 60 60

Totaal

1.070

X

1.060

1.425

330

xx%

xx%

xx%

xx%

xx%

2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029

X X X X X X

Sociale huur totaal

Sociale huur corporaties

Middenhuur totaal

2030

20 60 80 80 40 40 40 40 40

20 60 80 80 40 40 40 40 40

Totaal

430 40%

2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029

120 70 0 0 0 0 0 0

Middenhuur corporaties

Betaalbare koop

Betaalbaar totaal

20 20 20 0 0 0 0 0 0

x

x

50 50 20 100 20 20 20 20 20

100 120 110 180 60 60 60 60 60

430

60

X

320

810

40%

6%

xx%

30%

76%

x x x x x x x

33

Renkum Te realiseren woningen bruto

Sloop

Te realiseren woningen netto

Totale plancapaciteit

Harde plancapaciteit

10

10

90

90

150

150

150

150

160

0

160

0

160

0

160

0

160

0

X

2030

10 70 120 120 120 120 120 120 120

X

10 70 120 120 120 120 120 120 120

Totaal

920

X

920

1.200

400

xx%

xx%

xx%

xx%

xx%

2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029

X X X X X X X

Sociale huur totaal

Sociale huur corporaties

Middenhuur totaal

2030

0 10 20 20 40 40 40 40 40

0 10 20 20 40 40 40 40 40

Totaal

250 27%

2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029

Middenhuur corporaties

Betaalbare koop

Betaalbaar totaal

0 10 20 20 10 10 10 10 10

x x

x

0 20 20 20 10 10 10 10 10

0 30 60 60 60 60 60 60 60

250

100

X

110

450

27%

11%

xx%

12%

49%

x x x x x x

34

Rheden Te realiseren woningen bruto

Sloop

Te realiseren woningen netto

Totale plancapaciteit

Harde plancapaciteit

20

70 70

10

-10

X

X

150 100 100 100 100 100

120 90 0 200 130 130 130 130 130

90

X

2030

90 70 0 150 100 100 100 100 100

Totaal

810

X

780

1.060

230

xx%

xx%

xx%

xx%

xx%

2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029

X X X X

Sociale huur totaal

Sociale huur corporaties

Middenhuur totaal

2030

20 20 0 20 10 10 10 10 10

20 20 0 20 10 10 10 10 10

Totaal

110 14%

2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029

60 0 80 0 0 0 0 0

Middenhuur corporaties

Betaalbare koop

Betaalbaar totaal

20 20 0 50 20 20 20 20 20

x

x

20 10 0 70 50 50 50 50 50

50 50 0 140 70 70 70 70 70

110

190

X

350

590

14%

23%

xx%

43%

73%

x x x x x x x

35

Rozendaal Te realiseren woningen bruto

Sloop

Te realiseren woningen netto

Totale plancapaciteit

Harde plancapaciteit

10 0 0 0 0 0 0 0 0

10 0 0 0 0 0 0 0 0

X

2030

10 0 0 0 0 0 0 0 0

X

10 0 0 0 0 0 0 0 0

Totaal

10

X

10

10

10

xx%

xx%

xx%

10

xx%

2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029

X X X X X X X

Sociale huur totaal

Sociale huur corporaties

Middenhuur totaal

2030

0 0 0 0 0 0 0 0 0

0 0 0 0 0 0 0 0 0

Totaal

0 0%

2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029

Middenhuur corporaties

Betaalbare koop

Betaalbaar totaal

0 0 0 0 0 0 0 0 0

x

x

0 0 0 0 0 0 0 0 0

0 0 0 0 0 0 0 0 0

0

0

X

0

0

0%

0%

xx%

0%

0%

x x x x x x x

36

Westervoort Te realiseren woningen bruto

Sloop

Te realiseren woningen netto

Totale plancapaciteit

Harde plancapaciteit

60 80 80 80 75 75 75 75 75

40

10

2030

50 60 60 60 60 60 60 60 60

X

40 60 60 60 60 60 60 60 60

Totaal

530

X

520

670

80

xx%

xx%

xx%

xx%

xx%

2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029

X X X X X X X

Sociale huur totaal

Sociale huur corporaties

0 20 20 20

2030

0 20 20 20 20 20 20 20 20

Totaal

2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029

40 0 0 0 0 0 0 0

Middenhuur corporaties

Betaalbare koop

Betaalbaar totaal

x

10

20 20 20 10 10 10 10 10 10

x

20 10 10 10 10 10 10 10 10

40 40 40 40 30 30 30 30 30

160

110

120

X

100

310

30%

xx%

23%

xx%

19%

58%

10 10 10 10

Middenhuur totaal

x x x x x x x

37

Wijchen Te realiseren woningen bruto

Sloop

Te realiseren woningen netto

Totale plancapaciteit

90 230 350 380 250 350 350 350 350

Harde plancapaciteit

10

2030

70 180 270 290 190 270 270 270 270

X

60 180 270 290 190 270 270 260 270

Totaal

2.080

X

2.060

2.700

750

xx%

xx%

xx%

xx%

xx%

2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029

X X X X X X 10

Sociale huur totaal

Sociale huur corporaties

Middenhuur totaal

2030

50 50 40 60 70 70 70 70 60

50 50 40 50 70 70 70 60 60

Totaal

540 26%

2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029

90 230 300 130 0 0 0 0 0

Middenhuur corporaties

Betaalbare koop

Betaalbaar totaal

0 0 10 20 20 10 20 10 20

x

x

0 50 60 80 50 60 50 60 50

50 100 110 160 140 140 140 140 130

520

110

X

460

1.110

25%

5%

xx%

22%

53%

x x x x x x x

38

Zevenaar Te realiseren woningen bruto

Te realiseren woningen netto

Totale plancapaciteit

X

80 165 270 210 150 150 150 150 150

100 250 350 300 190 190 190 190 190

Sloop

Harde plancapaciteit

2030

80 190 270 230 150 150 150 150 150

Totaal

1.520

45

1.475

1.950

775

xx%

xx%

xx%

xx%

xx%

2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029

X 25 X 20 X X X X

Sociale huur totaal

Sociale huur corporaties

2030

10 90 70 40 50 45 45 45 45

Totaal

2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029

80 220 210 180 50 25 10 0 0

Middenhuur totaal

Middenhuur corporaties

Betaalbare koop

Betaalbaar totaal

10 90 70 40 50 45 45 45 45

0 0 60 0 0 15 15 15 15

x x x x x x x x x

20 50 50 100 75 35 35 35 35

30 140 180 140 125 95 95 95 95

440

440

120

X

435

995

29%

29%

8%

xx%

29%

65%

39

Bijlage 3: Versnellingslocaties en kritische succesfactoren [PM Nader in te vullen in gesprek tussen regio, provincie en rijk. Doel: per sleutelproject zo concreet mogelijk maken wat de knelpunten zijn en daarover - waar mogelijk – concrete afspraken maken over hoe daarmee om te gaan en hoe provincie en Rijk gaan steunen.] Projectkenmerken

Kritische succesfactoren

Andere knelpunten

Onrendabele top

Schuytgraaf

Arnhem

1.500

In uitvoering

Centrum-Oost

Arnhem

866

In uitvoering

Vredenburg-Kronenburg

Arnhem

1.844

2023

√

√

√

Nijmeegseweg/Olympuskwartier

Arnhem

430

2025

√

√

√

Spoorknoop-Oost

Arnhem

9.800

2022

√

√

HES-Klingelbeek

Arnhem-Renkum

563

2023

√

Wolfheze Pro Persona

Renkum

500

2025

√

IJsseldistrict

Rheden

800

2024

√

√

√

Driegaarden

Lingewaard

512

2022

√

√

√

De Pas

Overbetuwe

348

2025

Plakseweide

Duiven

300

2025

√

√

√

Ploen-Noord

Duiven

300

2030

√

√

√

Noord

Westervoort

475

2025

√

√

√

Holtkamp-Het Hof

Zevenaar

226

In uitvoering

√

Kanaalzone-Zuid

Nijmegen

4.600

2022

√

√

Stationsgebied

Nijmegen

4.200

In uitvoering

√

√

Waalsprong

Nijmegen

5.600

In uitvoering

Ewijk-Zuid/west

Beuningen

300

2023

√

√

√

√

Winssen-Zuid

Beuningen

345

2023

√

√

√

√

Deest

Druten

253

2023

√

√

Kanaalzone

Heumen

735

2024

√

√

Huurlingsedam

Wijchen

483

2022

Wijchen-West

Wijchen

1.300

2025

’s-Heerenberg/Lengel Oost

Montferland

500

2025

Didam Noordoost

Montferland

350

2025

Start bouw

Stikstofruimte

Gemeente

Bereikbaarheid

Capaciteit en kennis

Naam project

Aantal woningen

√

√ √

√

√

√

√

√

√ √

√

√

√

40

Memo Datum

: 7 december 2022

Betreft

: Verwerking reacties op concept Woondeal

Bespreekpunten op basis van ingebrachte reacties. Vier punten vragen op voorhand een nadere gedachtewisseling: 1. 30% sociale huur en 2/3 deel betaalbaar: vraag is in welke mate dit aansluit bij de behoefte? Uit het regionale woningbehoefteonderzoek blijken deze aantallen in verhouding te staan tot de regionale behoefte. De doorvertaling naar gemeenten kan in februari 2023 een ander beeld laten zien. Bij de interpretatie geldt op dat moment de volgende redeneerlijn. De inzet op 30% sociaal is gebaseerd op het uitgangspunt fair-share. Dus expliciet niet gebaseerd op de behoefte per gemeente (wel regionaal). Elke gemeente neemt haar eerlijke aandeel van deze woningbouwopgave. Zo wordt voor de sociale huur enkel op regioniveau de behoefte gevolgd. De 2/3 deel betaalbaar is door het Rijk meegegeven als kader. Dit sluit nu aan bij de regionale behoefte. Van die 2/3 betaalbaar is 30% ingevuld door het fair-share-gedeelte sociale huur. De overige 35% à 40% wordt wel ingevuld op basis van het woningbehoefteonderzoek per gemeente. Hierop kan iedere gemeente haar eigen beleid aanpassen. Deze ruimte voor lokale invulling biedt de woondeal. 2. Betaalbare koop tot € 250.000 is heel gewenst, maar moeilijk haalbaar. De ene partij zit de extra knip in het betaalbare koopsegment zeer wenselijk, omdat voor veel woningzoekers een woning van € 355.000 echt niet bereikbaar is.

De andere partij ziet bezwaren in de haalbaarheid van dit product. Het is vooral zoeken naar creativiteit om het product toch aan te bieden. Ook al is het aanbod momenteel zeer lastig haalbaar, we willen marktpartijen uitdagen om met oplossingen te komen; in het belang van de woonconsument en zijn behoefte / betaalmogelijkheden. 3. Ambities circulariteit: de genoemde ambities worden door sommigen als (te) ambitieus gezien. Anderen vinden deze ambities waardevol maar missen kennis om die toe te passen. Voorstel is om deze ambities wel te laten staan, omdat dit een belangrijke gezamenlijke basis is voor de gemeenten in de Groene Metropoolregio. Daarmee heeft de regio een koploperrol. Dit is niet altijd makkelijk. Door de inzet van aanjagers wordt de markt verleid om circulair te bouwen. De landelijke normen volgen hier kort op; het rijk kijkt nadrukkelijk mee met de werking in de Groene Metropoolregio. 4. Randvoorwaarden zijn cruciaal: Nagenoeg elke reactie geeft aan dat de ambities en doelen hoog zijn. Deze zijn alleen in te vullen als er voldoende menskracht en middelen zijn. Ook moeten randvoorwaarden rond infrastructuur, netcapaciteit en stikstof zijn ingevuld. Zonder dat deze randvoorwaarden zijn ingevuld is de woondeal een geduldig afsprakenkader.

Essentieel is om in de samenwerking tussen Rijk, provincie en gemeenten gedegen de randvoorwaarden door te nemen en oplossingen te zoeken. Dit is nu nog niet afdoende ingevuld. Tegelijkertijd vraagt de samenleving om deze ambities en zijn de doelen maatschappelijk noodzakelijk. Daarom moet je die vasthouden en de indringende samenwerking met Rijk en provincie continueren. Wel vragen we het rijk expliciet om invulling te geven aan de randvoorwaarden. Het Rijk blijkt namelijk tot op heden de belangrijkste actor om de randvoorwaarden in te vullen, en blijft daarbij in de uitvoering nog achter. Dit is indringend onderwerp van de komende bestuurlijke overleggen.

1

Hierna beschrijven we de belangrijkste inhoudelijke reacties. De meer tekstuele reacties zijn afzonderlijk verwerkt. Reactie Gemeente Radenbijeenkomst • Als niet alle gemeenten meedoen of als de gemeente in haar woonvisie andere kaders meegeeft. Wat betekent dit voor onderhandelingen?

Verwerking •

• •

•

Alle gemeenten zijn gebonden aan inspanningsverplichtingen. Betekent dit dan ook dat uiteindelijk alle gemeenten rechtstreeks enige vorm van bijdrage/tegenprestatie vanuit Rijk dan wel Provincie kunnen verwachten? Zijn investeringen die samenhangen met deze verplichtingen (rioleringen, wegennetten, electriciteitsnet, wateraanvoer, etc.) voor rekening van de gemeenten of is hierin een tegemoetkoming te verwachten van Rijk of Provincie? Vaak stellen projectontwikkelaars dat de afspraken over betaalbare woningen niet haalbaar zijn of al eerder zijn vastgelegd. Hoe kunnen we op basis van de woondeal toch meer betaalbare en sociale woningen bouwen?

•

Bij sociale huur staat de eis van 30%, tenzij….. Is dit dan ook geen harde eis?

•

Bij de definitie van sociale huur is een instandhoudingstermijn opgenomen van 25

De raad is aan zet om kaders mee te geven voor het woonbeleid en vervolgens vertaling hiervan naar ruimtelijke ontwikkelingen. Tegelijkertijd kiest het Rijk voor een steviger regie, met sturing op een betaalbaar en sociaal woningbouwprogramma. Op basis van deze regierol maakt het Rijk afspraken met provincies en vervolgens gemeenten. Door mee te doen aan deze afspraken kunnen provincie en gemeenten mee richting geven aan de inhoud en randvoorwaarden. Doe je niet mee, dan bestaat een reëel risico dat Rijk en vervolgens provincie voor de individuele gemeenten beslissen, zonder invulling van de randvoorwaarden. Bespreekpunt tijdens Regio Overleg(t) Leidt niet tot aanpassing woondeal.

•

In Woondeal nog explicieter randvoorwaardelijkheid van de opgave aangeven en vanuit Rijk en Provincie vragen om een reactie in deze fase op deze randvoorwaarden.

•

Leidt niet tot aanpassing woondeal.

•

In de eerste plaats zorgt de woondeal ervoor dat op alle plekken dezelfde regels gelden voor ontwikkelaars. Dit geeft duidelijkheid naar ontwikkelaars, wat ook zekerheid geeft over hun exploitatie. In de tweede plaats hebben we in de woondeal bewust opgenomen dat vanaf een bepaalde datum (1.7.2023 of 1.1.2024 – bespreekpunt voor Regio Overleg(t)) alle nieuwe anterieure overeenkomsten en bestemmingsplannen / omgevingsplannen moeten voorzien in het programma uit de woondeal. Leidt niet tot aanpassing woondeal. 30% geldt overal en is een harde eis waar de provincie vanuit haar toezichtsrol op toeziet. Een enkele uitzondering is mogelijk in heel specifieke situaties waar een sociaal programma de leefbaarheid (verder) onder druk zet. Dan ligt de bewijslast bij de gemeente. In beginsel geldt dan dezelfde instandhoudingstermijn en liever langer. Echter

• •

•

2

Reactie jaar voor particuliere verhuurders. Wat is deze termijn voor woningcorporaties of zorgwoningen. Enkele technisch inhoudelijke vragen: • Bij de woningbouwbehoefte zijn percentages van respectievelijk 27 en 43% genoemd. Betreft het hierbij percentage behoefte bij de nieuw te bouwen woningen? Of betreft het de behoefte gezien over de gehele woningvoorraad? • De Woondeal mikt op een woningtekort op 2%, waarom wordt er niet op verzadiging van de vraag naar woningen gestuurd?

Gemeente Doesburg • Hierbij laat ik jou weten dat het college van B&W van Doesburg tevreden is over het feit dat het voorstel van haar wethouder om “genuanceerder naar de 30% -norm voor sociale huur te kijken” is overgenomen. De ruimte die wordt geboden, zoals verwoord in afspraak 11, doet recht aan de situatie in Doesburg waar het aandeel sociale huur van oudsher hoog ligt. • Met betrekking tot het aantal toe te voegen woningen in onze gemeente constateer ik dat deze conform onze laatste prognoses is aangepast. Gemeente Zevenaar • Afspraak 6 over sneller, slimmer en efficiënter inrichten van de processen en procedures is geen afspraak maar een constatering. • Hoe kun je in particuliere huur toewijzen aan de doelgroep voor sociale huurwoningen en aan aandachtsgroepen als uitstromers, urgenten en statushouders. Hoe moet dat in de

Verwerking bij corporaties is dit reeds onderdeel van hun statuten en maatschappelijke opgave. Daarom is het niet nodig om dit nader te specificeren. •

Hier gaat het om de gewenste netto toevoeging aan de woningvoorraad (en dus niet het aandeel woningen binnen de totale woningvoorraad)

•

Het sturen op een zeker woningtekort is Rijksbeleid. Achtergronden hierbij zijn dat hiermee leegstand wordt voorkomen en daarmee een suboptimaal gebruik van de schaarse ruimte. Bovendien zorgt deze schaarste voor waardevastheid van het bezit.

•

Voor kennisgeving aannemen

•

Voor kennisgeving aannemen

•

Dit komt uit het landelijke format. Rijk hecht aan deze constatering (onderdeel programma woningbouw). Dit leidt niet tot aanpassing van de tekst. Wel tot de noodzaak om regionaal kennis uit te wisselen over te maken afspraken met particuliere investeerders in sociale huurwoningen, en de verantwoording door hen van de toewijzing.

•

praktijk worden uitgevoerd, wie gaat de toewijzing doen en controleren?

Gemeente Heumen • Op pagina 8 (paragraaf 2.2) is aangegeven dat ook voor kleine, over de regio verspreide plannen financiële ondersteuning voor het afdekken van de onrendabele toppen als gevolg van het grotere aandeel betaalbare woningen noodzakelijk is. Wij merken daarover op dat wat de gemeente Heumen betreft deze financiele ondersteuning voorwaardelijk is om het grotere aandeel betaalbare woningen daadwerkelijk waar te kunnen maken. Komt deze financiële ondersteuning er niet, dan

•

Voorstel is dit sterker aan te zetten in de woondeal en ook expliciet reactie hierop te vragen van provincie en Rijk.

3

•

kunnen wij wel aan de kwantitatieve opgave voldoen maar hoogstwaarschijnlijk niet aan de differentiatieopgave; een hoger aandeel duur dan gewenst, zal dan vrijwel zeker onvermijdelijk zijn. Wij twijfelen sterk aan het realiteitsgehalte van de op pagina 10 (paragraaf 2.2) benoemde inzet op de realisatie van “écht” goedkope koopwoningen met een maximale prijs van € 250.000. Onzes inziens is het in de huidige marktomstandigheden vrijwel onmogelijk voor deze prijs een woning te realiseren met een behoorlijk kwaliteitsniveau en toekomstbestendigheid. Maar we laten ons met concrete voorbeelden graag overtuigen van het tegendeel

Gemeente Overbetuwe De Woondeal kent nu een nieuw voorgestelde norm van 66,67% betaalbaar. Dit op gespannen voet met invulling van (alle) segmenten op basis van behoefte. Suggesties daartoe: •

•

•

•

•

Gebruik het woonbehoefteonderzoek zoals dat begin 2023 verschijnt als richtsnoer voor het percentage betaalbaar. Dat betekent dus dat wij nu nog een voorbehoud maken bij de 2/3 betaalbaar als streven of afspraak (paragraaf 2.2, afspraak 8 en 9). Neem het woonbehoefteonderzoek vervolgens ook als richtsnoer voor de onderverdeling van (betaalbare) prijssegmenten. Daarmee is het voorbehoud ook van toepassing op het streven in paragraaf 2 en afspraak 8. Kies vooruitlopend op dit woonbehoefteonderzoek nog geen prioritering van betaalbare prijssegmenten, waarbij het belang van middenhuur tot € 1.026 gelijkgesteld wordt aan goedkope koop tot € 250.000. De volgorde in afspraak 9 herkennen wij namelijk niet bij voorbaat. Wij zien ruimte voor een substantieel aantal flexwoningen. Dergelijke flexibele woonconcepten vinden we belangrijk voor woningzoekenden die snel een (betaalbare) woning nodig hebben. Op basis van onderzoek van Platform31 gaan we ervan uit dat circa 10% van de woonbehoefte voor spoedzoekers is. We vragen de getallen in afspraak 4 niet als minimum maar als richtsnoer te formuleren, omdat het toepassen van dit percentage afhankelijk is van termijn (tot 2025, 2030 of 2040) en doelgroep (aandachtsgroepen met zorgbehoefte en/of andere bijzondere doelgroepen). Tenslotte constateren we dat de focus in afspraak 3 op grote ontwikkelingen (vanaf 250

•

Herkenning op de complexiteit. De opgave zal lokaal verder ingevuld moeten worden en met concrete voorbeelden worden aangevuld. Dit zal een punt moeten zijn in de verdere uitwerking van de woondeal.

•

Leidt niet tot aanpassing woondeal.

•

Bespreekpunt met bestuurders Er is ruimte om binnen 2/3 betaalbaar te differentiëren op basis van het onderzoek. Het onderzoek biedt op regionaal niveau wel een onderbouwing. Gelet op de lijn die het rijk en de provincie inzetten en de besprekingen tot op heden, is er geen aanleiding de tekst nu aan te passen.

•

We onderkennen dit risico. Tegelijkertijd zien we dat versnippering van aandacht schaarse 4

of 500 woningen) ook risico’s kent. In het vorige decennium is gebleken dat in een afkoelende markt juist hier als eerste vertraging optreedt terwijl kleinere ontwikkelingen toen merendeels nog doorgingen. Daarom het pleidooi om de ondergrens van 100 woningen uit de Woondeal 1.0 niet te wijzigen én meer aandacht te besteden aan generieke maatregelen

•

•

•

•

Het is onduidelijk waarom voor de periode na 2030 met de Novex-woningbouwlocaties (met name in Arnhem) nu al een voorzet wordt gedaan voor een onderverdeling in de regio. Immers, onzeker is of de integrale randvoorwaarden daarvoor aanwezig zijn. Denk bijvoorbeeld ook aan het mobiliteitsnetwerk waar we in de Gebiedsaanpak AN325 nu eerst trachten de druk op de noord-zuid routes proberen te verminderen, met maatregelen voor alle modaliteiten, ook in relatie tot de aansluitende oost-west verbindingen. Daarom vraagt Overbetuwe: • De aantallen voor na 2030 vooruitlopende op het woonbehoefteonderzoek - nu in afspraak 27 als indicatief weer te geven. • Te verduidelijken hoe de Novexwoningbouwlocaties in bijlage 1 zijn inbegrepen in de cijfers tot 2030 in de bijlage. Onderbelicht blijft dat de nationale woningmarktaanpak bestaat uit zes sporen. Hiervan worden alleen 'Een thuis voor iedereen' en 'Leefbaarheid en veiligheid' concreet benoemd. Dit ervaren wij als te smal. Vraag is om hier in de woondeal meer in de breedte aandacht aan te besteden, ook met verwijzing naar de nationale prestatieafspraken. In onze Routekaart Duurzaam Overbetuwe staan de effecten benoemd die we nastreven bij circulariteit.

De manier waarop nu in afspraak 16 voorgesteld wordt dit concreet en meetbaar te maken, past niet in een bestuursovereenkomst op hoofdlijnen én kan op gespannen voet staan de wijze waarop we andere duurzaamheidsthema’s concreet en meetbaar toepassen in projecten. Daarom verzoeken we dit in (met name het 1e lid van) afspraak 16 te abstraheren. Sneller, slimmer en efficiënter inrichten van processen graag in afspraak 6 niet beperken tot de bezwaarprocedure. Het belang van

•

ambtelijke capaciteit vraagt. De woondeal kende een groot aantal versnellingslocaties. Die waren rijp en groen. Maar het leidde wel tot de beruchte versnippering. Dit zien we ook op lokaal niveau gebeuren. Marktpartijen noemen ook dit risico. Daarom is deze focus in de woondeal opgenomen. Dit neemt niet weg dat ook kleinere locaties kunnen rekenen op inzet. Daar is binnen de woondeal volop ruimte voor via generieke maatregelen. Geen aanpassing van de woondeal nodig. De NOVEX-opgave is essentieel om de woningbehoefte in de regio te accommoderen. Dat een deel van de grootschalige woningbouwlocaties buiten de tijdshorizon van 2030 ligt, doet hier niets aan af. De aantallen zijn de afronding te kenmerken als indicatief. In de bijlage zijn de cijfers inclusief NOVEX opgenomen, al worden die nog aangescherpt op basis van de nieuwste inzichten. Geen aanpassing van de woondeal nodig.

•

Vanuit het rijk ligt het zwaartepunt bij de nu genoemde thema’s. In de regio is er breed behoefte aan meer integraliteit in de aanpak. Tegelijkertijd geldt ook hier dat er behoefte is aan focus. Daarom houden we vast aan de huidige (beperktere) focus.

•

•

Dit vraagt een nadrukkelijke taak van de regio. De aanjagers conceptueel en circulair voorzien hierin. Regio wil dit graag. Maar niet iedereen staat heeft hierin dezelfde doelen. De woondeal geeft hier de richting voor aan. De tekst is geabstraheerd. Bespreekpunt bestuurlijk

•

We verruimen de tekst.

5

daadwerkelijke oplevering van gebouwde woningen maakt dat wij hier vragen de processen tot en met realisatie te beschouwen. Daar blijken immers ook procesverbeteringen mogelijk. BZK • In de woondeal staat de woningbouwopgave

•

•

centraal. Uiteraard is de samenhang met verstedelijkingsstrategie ook belangrijk om te noemen, maar niet als eerste. Volgorde: Aantallen, betaalbaarheid, versnelling, overige.. Afspraak 1 herformuleren naar: “In deze regionale woondeal wordt een doorvertaling naar gemeenten gemaakt van de afspraken tussen Rijk en provincie Gelderland. De gemeenten zetten zich, in samenwerking met corporaties en marktpartijen, in voor de realisatie van de opgave in tabel 1. Het gaat in de regio Arnhem-Nijmegen om de realisatie van 33.000 huizen in de periode tot en met 2030 als bijdrage aan de provinciale en nationale opgave, waarvan XX% betaalbaar en inclusief XX% sociale huurwoningen. In bijlage X zijn uitsplitsingen per jaar en per gemeente te vinden. “ Écht goedkope koopwoningen neerzetten als: betaalbare koopwoning voor de lagere inkomens’

•

Vanuit de regio is de verstedelijkingsstrategie het ruimtelijk kader. Daarom staat deze bovenaan. Voorstel is om het zo te laten staan.

•

Materieel is deze afspraak niet anders dan de huidige formulering, met uitzondering van de suggestie dat de gemeenten hiermee uitvoering geven aan het rijks- en provinciale beleid, terwijl gemeenten hierin net als Rijk en provincie hun gelijkwaardige verantwoordelijkheid hebben. Hiermee zouden gemeenten uitvoeringsorganisaties worden van Rijk en provincie. Dit is strijdig met het Huis van Thorbecke. Voorstel is om dit niet te wijzigen.

•

Zie eerder punt over betaalbare koop.

•

Wel laten staan, wens van de regio.

•

Voorstel is om dit percentage om te zetten naar 35% tot 40%.

•

Niet eens. De benadering versterkt verschillen binnen de regio, ipv fair-share. Huidige formulering heeft draagvlak bij gemeenten en provincie.

Daarnaast kun je je afvragen of deze extra toevoeging noodzakelijk is. Welk product bieden we hiermee aan en kan de ‘markt’ dit ook realiseren.

•

•

•

Wellicht meer procesafspraak van maken dat gekeken wordt hoe dit regionaal neerslaat. Vanuit Rijkszijde hebben we hier in ieder geval geen aparte middelen voor beschikbaar. Bij sociale huur is een kwaliteitsdefinitie opgenomen. We zouden ons dus kunnen voorstellen om deze extra eis niet op te nemen. Misschien zou, indien de kwaliteitseis blijft staan, om onduidelijkheid te voorkomen dan nog extra uitleg kunnen worden toegevoegd over dat deze eis regionaal maatwerk is en waarom hiervoor is gekozen.

35% middenhuur en betaalbare koop omzetten naar 40%, in aansluiting op landelijk beleid. Dit zou ten koste gaan van sociale huur. Afspraak 11, wil het rijk omzetten naar landelijk format waarbij gemeenten met minder dan 30% sociale huur bij toevoegingen een groter aandeel dan het huidige aandeel realiseren. Dat zou voldoende borging moeten zijn.

6

•

•

Toevoegen extra afspraak: Specifieke aandacht is nodig voor de ondersteuning van de woonbehoeften van ouderen. Door de vergrijzing zijn er over twintig jaar naar schatting in heel Nederland 1,6 miljoen 80+ers. Dat is twee keer zoveel als op dit moment. Er is een toenemende behoefte aan woningen die aansluiten bij de wensen van ouderen. In het beleidsprogramma ‘wonen en zorg’ is aangekondigd dat er nationaal behoefte is aan 290.000 woningen geschikt voor ouderen. Het betreft 170.000 nultredenwoningen en 80.000 geclusterde woonvormen die ook geschikt zijn voor ouderen. Ook is er een landelijke opgave voor ca. 40.000 woningen met verpleegzorg op basis van scheiden wonen en zorg (VPT). Deze opgave worden regionaal en lokaal verder uitgewerkt in de woonzorgvisies. Toevoegen randvoorwaarden Stikstof en Netcapaciteit:

•

Overnemen.

•

Teksten zijn conform verwerkt

Stikstof: Stikstofruimte is een belangrijke randvoorwaarde om de woningbouwambities waar te kunnen maken. Daarbij is en blijft het Stikstofregistratiesysteem (SSRS) het instrument om stikstofruimte die vrijkomt centraal te registreren en gericht toe te wijzen aan woningbouwprojecten. Het Rijk spant zich in voor voldoende stikstofruimte voor woningbouw. Zij stimuleert het gebruik van schoon en emissieloos bouwmaterieel met een bijdrage van een extra €400 miljoen, bovenop de € 500 miljoen die al beschikbaar was. Op de korte termijn (oplevering eerste kwartaal 2023) werkt het Rijk aan de standaardisatie van berekeningen door middel van kengetallen/ vuistregels, met als doel om voor initiatiefnemers de administratieve lasten als gevolg van de extra onderzoeksplicht zoveel mogelijk te beperken. Een volgende stap is om deze standaardisatie te formaliseren in regelgeving. Het Rijk onderzoekt hoe door het breder beschikbaar maken van kennis en kunde capaciteitsproblemen bij gemeenten, provincies en onderzoeksbureaus het hoofd kunnen bieden. Op de langere termijn kan vereenvoudiging van het stelsel van vergunningverlening verhelpen dat kleine woningbouwprojecten vergunningplichtig zijn. Waar in concrete projecten stikstof een knelpunt lijkt voor versnelling, kan dit knelpunt voorgelegd worden aan de regionale en vervolgens landelijke versnellingstafel.

Elektriciteitsnetwerken en aansluitingen: Bij tijdig aanvragen van projecten leidt de beschikbare netcapaciteit op het elektriciteitsnet vooralsnog niet tot vertraging van woningbouwprojecten. Om te zorgen voor voortgang in projecten dragen gemeenten

7

zorg voor tijdige aanvragen voor aansluitingen van (woningbouw)projecten bij de netbeheerder. Het Rijk (EZK en BZK) houdt in samenspraak met medeoverheden en netwerkbeheerders vinger aan de pols waar er knelpunten kunnen ontstaan, en spant zich in om eventuele knelpunten tijdig weg te nemen, zodat de woningbouw en de bijbehorende voorzieningen in wijken geen vertragingen oplopen. Waar in concrete projecten netcapaciteit een knelpunt lijkt voor versnelling, kan dit knelpunt voorgelegd worden aan de regionale en vervolgens landelijke versnellingstafel. De P-MIEK-tafels zijn het platform om knelpunten ten aanzien van het netwerk en het aansluiten aan de orde te stellen. Regionale en landelijke versnellingstafels leggen hun signalen neer bij deze tafels. Mocht er een te grote netwerkvraag zijn om op te lossen in de P-MIEK-tafels, dan agenderen deze tafels dit bij het landelijke MIEK overleg.

Gemeente Renkum • Hoe realiseren we woningen met een max van 250.000,--? Dat gaat ons niet lukken, zeker als we een kwalitatief goede woning willen. • Wij zijn benieuwd wat er uit het behoefteonderzoek komt en wat de consequenties zijn van dit onderzoek op de inhoud van de woondeal. • Bouwen voor senioren moet een prominente rol krijgen, aangezien we een golf van vergrijzing over ons heen krijgen. Dus niet alleen voor het doorstromen hebben we het nodig, ook ten aanzien van voldoende passende woningen voor alle 80-jarige straks. • We hebben gezamenlijk een woondeal, maar denk ook dat we gezamenlijk naar oplossingen moeten zoeken. Denk aan flexwoningen midden huur. Dit is echt rendabel als je een investering doet van 300 woningen. Dit kan je als kleine gemeente niet alleen. Dus samen optrekken met andere gemeenten en de voorraad woningen verdelen over verschillende projecten grens overstijgend. • herplaatsingsladder: wat houdt dit in? •

Sneller, slimmer en efficiënter inrichten van de processen en procedures: denk dat ook aan het integraal werken van ministeries en binnen de provincie. Vraag die niet alleen aan de gemeente. Denk bijvoorbeeld aan stikstofruimte opkopen (lees boerderijen in onze Provincie) om een snelweg te verbreden, echter waarom heeft dit voorrang versus de woningbouw? Denk aan stikstofaanpak van

•

Zie eerder punt over betaalbare koop.

•

Toelichten in de inleiding van de woondeal welke ruimte er is na vaststelling van de woondeal voor lokale verdieping obv het behoefteonderzoek Artikel toegevoegd obv landelijk format.

•

•

Geen aanpassing woondeal. Wel punt voor nadere uitwerking, samenwerking en kennisdeling

•

Geen aanpassing woondeal Toelichting rijk gewenst. Tekst aanpassen en verruimen.

•

8

•

Parenco versus de woningbouwmogelijkheden binnen de gemeente/dorp Renkum? In het programma wonen en zorg zouden ook arbeidsmigranten meegenomen worden, omdat dit een ‘aandachtsgroep’ is. Dit was in het verleden niet echt het geval: hun huisvesting werd veelal aan de markt overgelaten.

Gemeente Nijmegen • Belangrijkste punt is dat de randvoorwaardelijkheden die nodig zijn om de afspraken uit de Woondeal na te komen nadrukkelijk(er) benoemd worden. Zonder invulling hiervan kunnen de afspraken niet worden nagekomen. Hier dient ook in de besluitvorming in colleges en raden aandacht voor te zijn. • Lees de woondeal naar de geest van de tekst en niet naar de letter. •

•

•

•

We sluiten in deze woondeal aan bij landelijke ontwikkelingen rond circulariteit, duurzaamheid en kwaliteit van de woningen en gaan er daarmee vanuit dat de andere woondeals in Nederland vergelijkbare voorwaarden hebben op dit punt. Advies is om, in lijn met de voorlopige uitkomsten van het woningbehoefteonderzoek en tegen de achtergrond dat de plancapaciteit in de regio waarschijnlijk verder toeneemt, het totaal aantal woningen op te hogen naar 35.000 woningen Definitie sociale huur: termijn aanpassen in minimaal 20 tot 25 jaar en referentiekwaliteit woonstandaard is niet reëel. Corporaties hanteren zelf vaak 20 jaar en geven aan dat woonstandaard niet haalbaar is. Pleiten voor behoud van het huidig budget. De opgaven worden groter, procesgeld dient dus minimaal gelijk te blijven. In 2020 in € 1 miljoen gereserveerd. Dit is na 3 jaar vrijwel besteed. Inzet: jaarlijks € 3 ton procesgeld.

Gemeente Arnhem De ambities op aantallen en betaalbaar zijn (terecht) hoog, waarbij nog niet duidelijk is hoe deze randvoorwaardelijk worden ingevuld. De grote hoeveelheid ambities lijkt niet aan te sluiten bij de organisatiecapaciteit bij gemeenten die flink onder druk staat en bij de omgevingsfactoren die momenteel de voortgang van woningbouw flink bemoeilijken. Dit spanningsveld wordt wel beschreven, maar er ontbreekt perspectief hoe dit

•

Dit is conform het Rijksprogramma Thuis voor iedereen. Daarom laten we het staan. Terminologie trekken we gelijk

•

Zie eerdere opmerkingen. Bespreekpunt met bestuurders

•

De woondeal is meer dan de ‘geest van de tekst’. We willen hiermee daadwerkelijk de beweging tot stand brengen. Dit is nu niet het geval. De woondeal loopt rond het thema circulair voor op andere regio’s in Nederland. Daarmee heeft de Groene Metropoolregio als continuering van de bestaande woondeal een koplopersrol. Tekst is iets geabstraheerd. Dit lijkt haalbaar op basis van de actuele planningslijsten. Voorstel is vast te houden aan 33.000 maar met als richting waar mogelijk meer te bouwen.

•

•

•

Woondeal niet aanpassen, zie eerdere reactie bij Rijk

•

Punt is herkenbaar. In de Dit krijgt geen plek in de woondeal, wel in het gesprek met de contractpartijen.

• •

Zie eerdere constateringen. Bespreekpunt met bestuurders

9

concreet ingevuld wordt. Op welke wijze gaan provincie en Rijk zich verbinden aan de afspraken? We hebben echt commitment van Rijk en provincie nodig om dit te kunnen realiseren. Vanuit provincie en Rijk zou hierop meer concrete toezeggingen gedaan moeten worden. Ook afspraken over de inzet van corporaties ontbreken. Hoe helpt de Woondeal de corporaties bij hun uitvoeringskracht? Die staat, net als bij de gemeenten, flink onder druk. De monitoring door gemeenten van deze afspraken vraagt om sturing. Op dit moment (huidige Woondeal) ziet daar niemand op toe en is er niemand die gemeenten actief aanspreekt om de data op orde te hebben. Via de systematiek van de huidige regionale woningmarktmonitor worden überhaupt veel zaken die in de nieuwe Woondeal staan niet gemeten. Gelet op hoeveel tijd het vergt om gemeenten al de basisdata voor die monitor te laten aanleveren, vraagt dit onderdeel commitment/afspraken van partijen. We kunnen ons vinden in de focus op locaties met substantiele omvang. Echter, de minimale omvang van 500 woningen kan voor Arnhem in een aantal gevallen net te hoog zijn. Voorstel is om de eis van 500 minder ‘hard’ te formuleren. Dus “bij voorkeur 500 woningen of meer in Arnhem en Nijmegen, en bij voorkeur 250 woningen of meer buiten deze twee steden”.

Met de huidige bouwkosten en stijgende financieringskosten verwachten we dat ontwikkelaars geneigd zullen zijn om bestaande projecten te temporiseren, bijvoorbeeld door het uitsmeren van de bouw over meerder jaren. We zouden graag met het Rijk in gesprek gaan over (juridisch) instrumentarium om dit soort zaken zoveel mogelijk te voorkomen. Dus bijvoorbeeld in nieuwe projecten een bouwplicht op te nemen, etc. De voorliggende tekst van de woondeal richt zich op capaciteit, en kennisdeling, maar in het verkennen van overige (juridische) intstrumenten. Dit zouden we graag toegevoegd zien bij afspraak 5 of 6. We hechten zeer aan de fair share benadering voor het realiseren van voldoende sociale huurwoningen in iedere gemeente, om zodoende een meer evenwichtige verdeling over de regio te bewerkstellingen. Als gemeente met een flink aantal kwetsbare wijken vinden wij dat het mogelijk moet zijn om in wijken waar de leefbaarheid onder druk staat minder dan 30% sociale huur toe te voegen. Echter, om te voorkomen dat we in de regio als geheel onvoldoende sociale huur realiseren, stellen wij voor om in artikel 11 toe te voegen dat in eerste instantie wordt gekeken naar compensatie elders binnen de eigen gemeente. Dus

•

Aandachtspunt bij uitvoering, geen aanpassing van de woondeal.

•

Aanpassen in de woondeal.

•

Toevoegen in de woondeal

•

De huidige benadering legt wel de eerste verantwoordelijkheid op lokaal niveau (pas toe of leg uit). Dit vullen we iets verder aan. Aanscherping in de toezichtsrol van de provincie moet een te makkelijke escape voorkomen.

10

daar waar in de gemeente minder sprake is van leefbaarheidsgevolgen, meer dan 30% realiseren. Voorstel is om artikel 23 en 24 te vervangen voor: “De afspraken over de Arnhem-Oost aanpak lopen via het nationaal programma Arnhem-Oost. Via dit programma kunnen afspraken gemaakt worden over regionale samenwerking op dit gebied, bijvoorbeeld voor het uitwisselen van kennis en ervaring voor wijken met gelijksoortige opgaven in andere regiogemeenten, of voor pilots naar knellende en/of ontbrekende wet- en regelgeving met betrekking tot de leefbaarheid" De concepttekst bevat geen aandacht voor groen, landschap, natuurinclusiviteit en klimaatadaptiviteit (afspraak 24, 27, 28 in de huidige woondeal) en de energietransitie in bestaande wijken (afspraak 25 en 26 in de huidige woondeal). Dit zijn voor Arnhem hele belangrijke thema’s. Voorstel is om de afspraken 24 tot en met 28 in de geactualiseerde woondeal te handhaven.

Gemeente Rheden Bij afspraak 10 wekt het kaartje onhaalbare verwachtingen voor Rheden, zeker ten aanzien van aantal sociale huurwoningen. Daarom voorstel kaartje weg te laten. Bij aanpak leefbaarheid wordt verwijzing naar situatie in Velp gemist. Dit geldt voor de ‘kern van de woondeal’ en bij afspraak 24- Arnhem Oost aanpak. Daar staat nu: “Gemeente Rheden zal waar nodig deelnemen aan de samenwerkingstafel.” Dit moet gewijzigd worden in: “Gemeente Rheden zal deelnemen aan de samenwerkingstafel” Bij 2.4 De eisen voor circulair bouwen moeten nu per gemeente worden ingevoerd. Afdwingen van deze eisen is alleen mogelijk bij eigen grond of eventueel in prestatieafspraken. In veel gevallen kunnen we als gemeente dus alleen ambities meegeven. De ambitie is hoog, maar ambtelijk is er meestal weinig kennis over dit onderwerp en voor ontwikkelaars is het een nieuwe eis erbij. We hebben nog geen zicht op de uitkomsten van het nieuwe woningbehoefteonderzoek. Stel dat er voor Rheden geen toevoeging van nieuwe sociale huurwoningen nodig is, dan hebben we al ingestemd met de Woondeal waarin staat dat we wél akkoord gaan met 30% sociale huur in de nieuwbouw.

•

In de huidige woondeal is verwezen naar delen van Nijmegen en Velp. Deze verwijzing blijft gewenst. Teksten worden aangepast.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zevenaar&id=e97c548b-7210-418d-af91-eeb789cf9a47