28. RIB 2021-013 Reactienota provincie Gelderland op zienswijze omgevingsverordening
Tekst van het document
RAADSINFORMATIEBRIEF – Nr. 2021-013 Aan de leden van de gemeenteraad
Datum 9 februari 2021 Zaaknummer Z/20/372944 /ADV/21/1007689 Onderwerp Reactienota provincie Gelderland op zienswijze omgevingsverordening Portefeuillehouder H. Winters Contactpersoon E-mail Telefoon
Ard Schenk A.Schenk@zevenaar.nl 0316-595670
Geachte leden van de gemeenteraad,
Inleiding Naar aanleiding van vragen van de heer Kagei hebben wij u via de raadsinformatiebrief 2020-118 op de hoogte gesteld van onze zienswijze op de provinciale omgevingsverordening. De provincie heeft onze zienswijze samengevat en beoordeeld. Via deze raadsinformatiebrief informeert het college u over de uitkomsten. Kernboodschap De provincie Gelderland heeft onze zienswijze beoordeeld en is voor een groot deel meegegaan in onze reactie. Context X Actueel maatschappelijk onderwerp/probleem ☐ Collegeprogramma ☐ Motie/amendement/toezegging ☐ Anders, namelijk Inhoudelijke boodschap Voor de uitgebreide inhoud verwijzen wij u naar de bijgevoegde zienswijzennota. De reactie van de gemeente Zevenaar is te vinden onder nr 107 op pagina 84. De reactie van de provincie op onze zienswijze leest u hieronder. Hieruit volgt dat de provincie een aanzienlijk deel van onze zienswijze heeft overgenomen.
Reactie provincie De begrenzing in Bijland wordt aangepast in die zin dat de jachthaven met aanliggend gebied en de intensief bebouwde verblijfsrecreatie uit de begrenzing van het ganzenrustgebied wordt gehaald. De jachthaven wordt ook uit de begrenzing van het GO gehaald. Wat betreft de overnachtingshaven Lobith, hier zal de begrenzing als ganzenrustgebied vervallen, maar de begrenzing als GO blijft. Ganzenrustgebieden zijn robuuste en aaneengesloten gebieden waarin plassen, gebouwen maar ook boomgaarden kunnen liggen. Tekstueel exclaveren vinden wij niet nodig, onder andere omdat we tegemoet komen aan uw verzoek om de regels voor de ganzenrustgebieden om te zetten in ja, mits-beschermingsregels. De begrenzingen bij de Spijksedijk worden aangepast conform het bestemmingsplan. Voor Rhederlaag worden de aanpassingen van de begrenzingen van het GNN en GO zoals voorgesteld in het Actualisatieplan weer teruggedraaid en in een volgend Actualisatieplan conform het voorstel aangepast. Wijzigingen De zienswijze geeft aanleiding om begrenzingen GNN, GO en beschermingsregels ganzenrustgebied aan te passen. Communicatie en vervolgproces De volgende stap is besluitvorming door Provinciale Staten (PS). Op 3 februari hiervoor een beeldvormende sessie plaatsgevonden, gevolgd door een oordeelsvormende sessie op 10 februari.
Op 3 maart bespreken GS het actualisatieplan7 met PS voor besluitvorming. Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Zevenaar,
Danielle Jansen secretaris
Lucien van Riswijk burgemeester
Bijlagen 1. INK/21/1007681 Reactienota provincie Gelderland
zaaknummer Z/20/372944
pagina 2 van 2
Reactienota bij Actualisatieplan 7 Omgevingsverordening 2021
Provincie Gelderland Januari 2021
Inhoudsopgave Inleiding ............................................................................................................................... 3 Antwoorden Natuur ............................................................................................................. 4 Zienswijzen ...........................................................................................................................7 Natuur Wageningen-Hoog................................................................................................ 161 Ambtshalve wijzigingen ................................................................................................... 227
2
Inleiding Op 22 september 2020 hebben Gedeputeerde Staten het ontwerp voor de Omgevingsverordening vastgesteld. Dit ontwerp heet actualisatieplan 7. Het lag van 2 oktober tot en met 13 november 2020 ter inzage. Hierop zijn 492 zienswijzen ingediend op verschillende onderwerpen, te weten: • Beoordelingskader • Geitenhouderijen • Wonen • Werklokacties en detailhandel • Natuur • Grondwaterbescherming • Ontgronding • Provinciale wegen Een groot deel van de zienswijzen betreft natuur, waarvan in het bijzonder een gebied in Wageningen-Hoog. Het uitgangspunt is en blijft dat de natuur zorgvuldig beschermd blijft in Gelderland. De wijzigingen die daaruit voortvloeien zijn verwerkt in de regeling, kaarten, bijlagen en toelichtingen. Naast beantwoording van de zienswijzen, die grotendeels zijn verwerkt in de verordening en kaarten, zijn ook een aantal ambtelijke wijzigingen doorgevoerd. Deze vloeien voort uit de ingediende zienswijzen of komen voort uit voortschrijdend inzicht. Leeswijzer Wij hebben veel zienswijzen ontvangen op natuur. In die zienswijzen zitten veel overeenkomsten die leiden tot dezelfde antwoorden. Omwille van de leesbaarheid hebben wij dit bij elkaar gezet. In het volgende hoofdstuk staan vier antwoorden van natuur. In het hoofdstuk, Zienswijzen, volgen alle individuele zienswijzen en onze reactie daarop.
Daarbij wordt steeds: •Eerst de inhoud van de zienswijze samengevat weergegeven; •Daarna volgt onze reactie op de zienswijze; •Tot slot is aangegeven of er naar aanleiding van de zienswijze aanpassingen zijn op de actualisatieplan van de Omgevingsverordening, in de tekst, en of op de kaart. De zienswijzen die te maken hebben met Wageningen-Hoog zijn apart in gelijknamig hoofdstuk gezet. Tot slot worden in dit rapport een aantal ambtshalve wijzigingen weergegeven en toegelicht. Mocht u gebruik maken van de digitale versie van de reactienota dan kunt u in Adobe Reader met behulp van de zoekfunctie zoeken naar de (reactie op) ingediende zienswijze. U typt hiervoor het persoonlijke registratienummer in het zoekveld onder ‘bewerken – zoeken’ in het zoekveld in de werkbalk linksboven op het vindplaatsen. Op een tablet zit de zoekfunctie (na een klik op het beeldscherm) onder het vergrootglas symbool. Bij de zienswijzen die zijn ingediend door particulieren, zijn vanwege privacyregels de namen verwijderd. Indieners die gebruik hebben gemaakt van het webformulier voor indienen van de zienswijze, kunnen vaker voorkomen onder hetzelfde nummer met verschillende onderwerpen.
3
Antwoorden Natuur Wij hebben veel zienswijzen ontvangen over natuur. In die zienswijzen zitten veel overeenkomsten die leiden tot dezelfde antwoorden. Daarom geven wij voor natuur in dit hoofdstuk de antwoorden weer die voor veel van deze zienswijzen gelden. Het gaat hierbij om zienswijzen met een algemene zorg over het beschermingsregime van het Gelders natuurnetwerk, en de begrenzing van het Gelders natuurnetwerk in Wageningen-Hoog. Bij de zienswijzen die daarover gaan zal hier naar verwezen worden. De antwoorden voor weidevogelgebieden en ganzenrustgebieden en begrenzing van Gelders natuurnetwerk algemeen, zijn ook hier samengenomen. Bij die zienswijzen zijn op deze gebieden de antwoorden specifiek gegeven en kunt u terug vinden in de zienswijze zelf.
Antwoord beschermingsregime Gelders natuurnetwerk In Actualisatieplan 7 stellen wij voor om het beschermingsregime van het Gelders natuurnetwerk (GNN) aan te passen. Dit doen wij om de volgende redenen. Ten eerste willen wij initiatieven kunnen beoordelen op hun gevolgen voor de kwaliteit, oppervlakte en samenhang van het GNN. Met het huidige beschermingsregime, dat bepaalt dat geen andere bestemming dan natuur is toegestaan in het GNN, is dat niet mogelijk. Binnen het nieuwe beschermingsregime geldt dat als sprake is van nadelige gevolgen, de activiteiten slechts bij hoge uitzondering kunnen worden gerealiseerd. Voorwaarde is dan dat er een grote maatschappelijke reden is, dat er geen alternatieven zijn en dat de natuur zoveel mogelijk wordt gecompenseerd. Ten tweede willen wij maatwerk mogelijk maken voor activiteiten die geen nadelige gevolgen kunnen hebben voor de oppervlakte, kwaliteit en samenhang van het GNN. In de praktijk zullen activiteiten of ontwikkelingen in het GNN al snel gevolgen hebben voor de oppervlakte, kwaliteit en samenhang, want ook potentiële natuurwaarden worden beschermd. Initiatiefnemers zullen daarom goed moeten onderbouwen waarom een activiteit geen nadelige gevolgen kan hebben. De gemeenten en provincie zullen daarop toezien.
Het uitgangspunt bij de voorgestelde wijzigingen is en blijft dat de natuur zorgvuldig wordt beschermd in Gelderland en hiermee voldoet aan het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Belangrijk is ook dat de GNN-regels aanvullend zijn ten opzichte van de Wet natuurbescherming. Activiteiten in of rondom Natura 2000-gebieden moeten daarom altijd voldoen aan de regels met betrekking tot soorten- en gebiedsbescherming. Wij kennen, anders dan de Wet natuurbescherming, geen externe werking toe aan het GNN. Onze regels zijn alleen van toepassing in het GNN. In de praktijk functioneert de Groene ontwikkelingszone al als een buffer rondom het GNN. Concluderend leidt deze wijziging volgens ons niet tot een verzwakking van het beschermingsregime van het GNN. Wij verwachten dat wij de met het Rijk afgesproken doelen in 2025 ten aanzien van de oppervlakte en inrichting van het GNN in 2025 halen. Wij doen dit door het GNN te beschermen via de omgevingsverordening en door grondeigenaren middels subsidie te stimuleren gronden om te vormen en in te richten waarna deze gronden aan het GNN worden toegevoegd.
4
Antwoord weidevogels- en ganzenrustgebieden Steeds zijn we opzoek naar welke stappen we moeten zetten om de natuur te verbeteren. Dat leidt tot de volgende wijziging. Ganzenrustgebieden en weidevogelgebieden maakten tot voor kort deel uit van de Groene ontwikkelingszone. In de Groene ontwikkelingszone ligt de nadruk op het versterken dan wel het ontwikkelen van natuurwaarden door nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen toe te laten. In ganzenrustgebieden en weidevogelgebieden ligt de nadruk niet op versterking en ontwikkeling, maar op (natuur)behoud. Daarom is besloten deze gebieden uit de Groene ontwikkelingszone te halen en een eigen beschermingsregime te geven. Bij weidevogelgebieden dienen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen getoetst te worden aan de functie als broedgebied voor weidevogels, bij ganzenrustgebied aan de functie om overwinterende ganzen rust te bieden. Het gaat hier om gebieden die geheel of grotendeels als landbouwgrond in gebruik zijn en dat ook blijven. Deze gebieden worden dus niet aan het GNN toegevoegd, zoals een aantal indieners vreest. Weidevogelgebieden zijn relatief klein en kwetsbaar waardoor ze als broedgebied al gauw in het gedrang komen bij ruimtelijke ontwikkelingen. Windturbines en zonnevelden plaatsen in weidevogelgebieden is zelfs helemaal niet toegestaan.
Ganzenrustgebieden zijn groot en bevatten ook delen die maar beperkt of niet door ganzen worden gebruikt. Dat komt omdat de begrenzing in eerste instantie was bedoeld om duidelijk te maken waar schadebestrijding in de landbouw door middel van afschot was toegestaan en waar niet. Pas later is hier een licht beschermingsregime in het kader van de ruimtelijke ordening aan toegevoegd. In de ganzenrustgebieden is dus meer mogelijk: een ja-mits beleid. Anders dan in weidevogelgebieden zijn in ganzenrustgebieden windmolens en zonnevelden niet expliciet uitgesloten. Maatwerk is mogelijk. Wel is ons uit de ingediende zienswijzen duidelijk geworden dat wat wij voor de ganzenrustgebieden willen bereiken niet helder is opgeschreven. De tekst van de Omgevingsverordening zal daarom worden aangepast. Er wordt een regel opgenomen dat bij nieuwe ruimtelijke ontwikkeling gekeken moet worden naar de locaties die het minste effect hebben op het functioneren als rustgebied een minimale oppervlakte van 500 ha voor het betreffende ganzenrustgebied. Deze minimumomvang berust op een gezamenlijke afspraak van alle provincies om ganzenrustgebieden te begrenzen.
Antwoord aanpassing Gelders natuurnetwerk (GNN) Het GNN bestaat uit natuur of bos en zoekgebied voor nieuwe natuur. Dit zoekgebied bestaat voornamelijk uit landbouwgrond, die we volgens ons natuurbeheerplan voor een deel willen omvormen naar natuur. De landbouwgronden waarvoor dit níet geldt, wilden we met de actualisatie uit het GNN halen en onderdeel maken van de Groene ontwikkelingszone. Gebleken is dat in het GNN ook gronden liggen die al vele jaren landbouwkundig in gebruik zijn, die niet zijn opgenomen in ons natuurbeheerplan, maar die toch een bestemming "bos" of "natuur" hebben in het bestemmingsplan. Deze percelen zijn ten onrechte uit het GNN gehaald. Percelen met een bestemming “natuur” of “bos” dienen behouden te blijven in het GNN.
5
Dit betekent dat alle percelen die een bestemming “bos” of “natuur” hebben en waarvan is voorgesteld deze uit het GNN te halen, toch onderdeel blijven van het GNN. We zullen de GNNkaart hierop aanpassen. Ook onverharde wegen, bermen, bomenrijen en dergelijke horen in het GNN. In ons streven om de GNN-kaart zoveel mogelijk te laten aansluiten op de kaart van het natuurbeheerplan, zijn ten onrechte elementen breder dan zes meter uit het GNN gehaald. Dit is uiteraard niet onze bedoeling en zal worden gecorrigeerd op de GNNkaart. Wat we handhaven in deze actualisatieronde is het verwijderen van verharde oppervlakten uit het GNN, zoals de grotere gebouwen, verharde parkeerterreinen en bredere asfaltwegen. Daarnaast zijn er nog vele kleine correcties waarbij de begrenzing wordt aangepast aan de kadastrale gegevens van het betreffende perceel.
Antwoord Wageningen Hoog We hebben veel zienswijzen tegen het verwijderen van een aantal agrarische percelen ten zuidoosten van Wageningen-Hoog uit het Gelders natuurnetwerk (GNN). We behouden de agrarische percelen ten zuidoosten van Wageningen-Hoog in het GNN. Deze zijn ten onrechte uit het GNN gehaald. Het GNN bestaat uit gronden met bestemming natuur of bos en zoekgebied voor nieuwe natuur. Dit zoekgebied bestaat voornamelijk uit landbouwgrond, welke we volgens ons natuurbeheerplan deels willen omvormen naar natuur. De landbouwgronden waarvoor dit níet geldt, wilden we met de actualisatie uit het GNN halen en onderdeel maken van de Groene ontwikkelingszone. Om die redenen vielen de percelen ten zuidoosten van Wageningen Hoog buiten het GNN. We willen ze toch behouden in het GNN om twee redenen. - De percelen hebben in het bestemmingsplan de bestemming “bos”, en kunnen blijkens het bestemmingsplan wel als agrarische grond in gebruik zijn.
- We willen dat de Veluwe een robuust, aaneengesloten en kwalitatief hoogwaardig natuurnetwerk blijft. Het behouden van deze percelen in het GNN draagt daar aan bij.
6
Zienswijzen Zienswijze 1 Overig Indiener:
Gemeente Ede
Samenvatting Indiener verzoekt om een toelichting op te nemen bij artikel 2.4 van de ‘Omgevingsverordening Gelderland’ en daarin aan te geven hoe dit artikel geïnterpreteerd moet worden. Antwoord Een wijziging van artikel 2.4 maakt geen deel uit van Actualisatieplan 7. Uw zienswijze wordt daarom voor kennisgeving aangenomen. Bij de volgende actualisatieplan in 2021 wordt gecheckt bij welke artikelen een toelichting ontbreekt en of aanvulling en/of wijziging van de toelichting wenselijk is. Wijzigingen Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen in de tekst of de kaarten van de Omgevingsverordening.
Zienswijze 2 Geitenhouderijen Indiener:
ForFarmers FarmConsult namens t Vreebroek
Samenvatting De indiener dient namens een geitenhouder een zienwijze in tegen de wijziging van het vestigings- en uitbreidingverbod voor geitenhouderijen. In artikel 2.34 is een vrijstelling opgenomen voor jonge bokjes en geitjes tot 60 dagen oud. De indiener stelt dat de formulering van deze vrijstelling onduidelijk is en verzoekt om duidelijk over de ‘tijdelijkheid’ van de voorgestelde vrijstelling. Ook is de indiener van mening dat geitenhouders moeilijk gebruik kunnen maken van deze vrijstelling, in verband met complexiteit rond de vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming. Dit zorg voor een verzwaring van administratieve lasten voor geitenhouders. Antwoord De wijziging van het vestigings- en uitbreidingsverbod voor geitenhouderijen is ingegeven vanuit dierenwelzijn. De vrijstelling voor jonge bokjes en geitjes tot 60 dagen oud moet ertoe leiden dat deze dieren langer op het moederbedrijf verzorgd kunnen worden. Deze dieren hoeven daardoor niet (meer) direct na geboorte afgevoerd te worden naar een andere plek. De vrijstelling geldt niet voor een bepaald lammerseizoen, omdat de aflammerperiode per bedrijf kan verschillen. De vrijstelling geldt voor alle bokjes en geitjes tot 60 dagen oud. De onduidelijkheid is kennelijk veroorzaakt door de zinsnede ‘en onmiddellijk na het lammerseizoen’ in de toelichting.
Om deze onduidelijkheid weg te nemen, is de toelichting duidelijker geformuleerd. Als een geitenhouder omwille van dierenwelzijn gebruik wenst te maken van de vrijstelling voor het houden van bokjes en geitjes tot 60 dagen oud, kan dit betekenen dat eerst een wijziging van de omgevingsvergunning in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) moet worden aangevraagd. 7
Het hangt van de specifieke bedrijfssituatie af of zo’n wijziging moet worden aangevraagd en of uitbreiding van de Wnb-vergunning op dit moment mogelijk is. Het is aan de geitenhouder zelf om een juiste bedrijfsafweging te maken, inclusief de daarbij behorende administratieve lasten, en ervoor te zorgen dat hij de mogelijkheid van het houden van bokjes en geitjes tot 60 dagen oud organiseert binnen de hem toegekende ruimte wat betreft het maximaal aantal te houden dieren. Wijzigingen De zienswijze geeft aanleiding om de toelichting op artikel 2.34 tweede lid aan te wijzigen als volgt: In het nieuwe tweede lid wordt het mogelijk gemaakt dat een geitenhouderij vanuit het oogpunt van dierenwelzijn een uitbreiding heeft met jongvee. Het gaat hierbij om pasgeboren lammeren, zowel opfokgeitjes als bokjes, tot 60 dagen oud die op eigen bedrijf geboren zijn. Op deze wijze wordt voorkomen dat jonge dieren tot en met een leeftijd van 60 dagen vervoerd moeten worden.
Zienswijze 3 Geitenhouderijen Indiener:
ForFarmers FarmConsult namens De Lingehof Agro B.V.
Samenvatting De indiener dient namens een geitenhouder een zienwijze in tegen het wijziging van het vestigings- en uitbreidingverbod voor geitenhouderijen. In artikel 2.34 is een vrijstelling opgenomen voor jonge bokjes en geitjes tot 60 dagen oud. De indiener stelt dat de formulering van deze vrijstelling onduidelijk is en verzoekt om duidelijk over de ‘tijdelijkheid’ van de voorgestelde vrijstelling. Ook is de indiener van mening dat geitenhouders moeilijk gebruik kunnen maken van deze vrijstelling, in verband met complexiteit rond de vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming. Dit zorg voor een verzwaring van administratieve lasten voor geitenhouders. Antwoord Zie voor het antwoord zienswijze 2. Wijzigingen Zie voor wijzigingen zienswijze 2.
Zienswijze 4 Natuur Indiener:
Swanenberg IJzer Groep
Samenvatting Indiener heeft op 20 en 22 oktober zienswijze ingediend. Deze zijn onder dit nummer samen genomen. In 2016 zijn, na gesprekken met de provincie en gemeente, twee bestemmingsplannen aangepast die betrekking hebben op het Bedrijfsterrein Spijksedijk in de gemeente Zevenaar. Het eerste bestemmingsplan gaat over de herbestemming van een deel van de Loosjespolder tot opslagterrein. Een tweede bestemmingsplan gaat over de herbestemming van een deel van de bestaande bedrijvenbestemming naar natuur.
8
Indiener is van mening dat de bestemmingsplannen niet correct zijn verwerkt in de Omgevingsverordening. Het deel van de Loosjespolder dat is herbestemd tot opslagterrein staat nog steeds aangeduid als Groene ontwikkelzone. De herbestemming van het bestaande bedrijventerrein naar een natuurbestemming is wel overgenomen. Daarbij is verzuimd aan te geven dat deze natuurbestemming op 1 locatie wordt doorkruist door een doorgang, die het opslagterrein in de Loosjespolder verbindt met het bestaande bedrijfsterrein. In een aanvullende zienswijze wordt vermeld dat bij de wijziging van de bestemmingsplannen het uitgangspunt is gehanteerd dat de oppervlakte aan natuur en bedrijventerrein gelijk blijft. De oppervlakte van het bedrijventerrein neemt niet toe ten opzichte van de oppervlakte natuur. De daartoe opgestelde voorstellen/uitwerkingen zijn door de provincie geaccordeerd. Indiener verzoekt om in de Omgevingsverordening beide punten te corrigeren en in overeenstemming met de geldende bestemmingsplannen vast te stellen. Antwoord Met indiener zijn wij van mening dat de begrenzing in overeenstemming moet zijn met het bestemmingsplan. Dit is gecorrigeerd. Wijzigingen De zienswijze geeft aanleiding om begrenzing Groene Ontwikkelzone en Gelders Natuurnetwerk aan te passen.
Zienswijze 5 Geitenhouderijen Indiener:
ForFarmers FarmConsult namens Maatschap Snijders
Samenvatting De indiener dient namens een geitenhouder een zienwijze in tegen het wijziging van het vestigings- en uitbreidingverbod voor geitenhouderijen. In artikel 2.34 is een vrijstelling opgenomen voor jonge bokjes en geitjes tot 60 dagen oud. De indiener stelt dat de formulering van deze vrijstelling onduidelijk is en verzoekt om duidelijk over de ‘tijdelijkheid’ van de voorgestelde vrijstelling. Ook is de indiener van mening dat geitenhouders moeilijk gebruik kunnen maken van deze vrijstelling, in verband met complexiteit rond de vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming. Dit zorg voor een verzwaring van administratieve lasten voor geitenhouders. Antwoord Zie voor het antwoord zienswijze 2. Wijzigingen Zie voor wijzigingen zienswijze 2.
9
Zienswijze 6 Geitenhouderijen Indiener:
ForFarmers FarmConsult namens D.W. Hasselo
Samenvatting De indiener dient namens een geitenhouder een zienwijze in tegen de wijziging van het vestigings- en uitbreidingverbod voor geitenhouderijen. In artikel 2.34 is een vrijstelling opgenomen voor jonge bokjes en geitjes tot 60 dagen oud. De indiener stelt dat de formulering van deze vrijstelling onduidelijk is en verzoekt om duidelijk over de ‘tijdelijkheid’ van de voorgestelde vrijstelling. Ook is de indiener van mening dat geitenhouders moeilijk gebruik kunnen maken van deze vrijstelling, in verband met complexiteit rond de vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming. Dit zorg voor een verzwaring van administratieve lasten voor geitenhouders. Antwoord Zie voor het antwoord zienswijze 2. Wijzigingen Zie voor wijzigingen zienswijze 2.
Zienswijze 7 Geitenhouderijen Indiener:
ForFarmers FarmConsult namens De Juliushof
Samenvatting De indiener dient namens een geitenhouder een zienwijze in tegen het wijziging van het vestigings- en uitbreidingverbod voor geitenhouderijen. In artikel 2.34 is een vrijstelling opgenomen voor jonge bokjes en geitjes tot 60 dagen oud. De indiener stelt dat de formulering van deze vrijstelling onduidelijk is en verzoekt om duidelijk over de ‘tijdelijkheid’ van de voorgestelde vrijstelling. Ook is de indiener van mening dat geitenhouders moeilijk gebruik kunnen maken van deze vrijstelling, in verband met complexiteit rond de vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming. Dit zorg voor een verzwaring van administratieve lasten voor geitenhouders. Antwoord Zie voor het antwoord zienswijze 2. Wijzigingen Zie voor wijzigingen zienswijze 2.
Zienswijze 8 Geitenhouderijen Indiener:
ForFarmers FarmConsult namens Het Trichtse Veld BV
Samenvatting De indiener dient namens een geitenhouder een zienwijze in tegen de wijziging van het vestigings- en uitbreidingverbod voor geitenhouderijen. In artikel 2.34 is een vrijstelling opgenomen voor jonge bokjes en geitjes tot 60 dagen oud. De indiener stelt dat de formulering van deze vrijstelling onduidelijk is en verzoekt om duidelijk over de ‘tijdelijkheid’ van de voorgestelde vrijstelling.
10
Ook is de indiener van mening dat geitenhouders moeilijk gebruik kunnen maken van deze vrijstelling, in verband met complexiteit rond de vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming. Dit zorg voor een verzwaring van administratieve lasten voor geitenhouders. Antwoord Zie voor het antwoord zienswijze 2. Wijzigingen Zie voor wijzigingen zienswijze 2.
Zienswijze 9 Geitenhouderijen Indiener:
ForFarmers FarmConsult namens Van der Wal VOF
Samenvatting De indiener dient namens een geitenhouder een zienwijze in tegen het wijziging van het vestigings- en uitbreidingverbod voor geitenhouderijen. In artikel 2.34 is een vrijstelling opgenomen voor jonge bokjes en geitjes tot 60 dagen oud. De indiener stelt dat de formulering van deze vrijstelling onduidelijk is en verzoekt om duidelijk over de ‘tijdelijkheid’ van de voorgestelde vrijstelling. Ook is de indiener van mening dat geitenhouders moeilijk gebruik kunnen maken van deze vrijstelling, in verband met complexiteit rond de vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming. Dit zorg voor een verzwaring van administratieve lasten voor geitenhouders. Antwoord Zie voor het antwoord zienswijze 2. Wijzigingen Zie voor wijzigingen zienswijze 2.
Zienswijze 10 Geitenhouderijen Indiener:
Wielhoeve B.V.
Samenvatting De indiener dient een zienwijze in tegen het wijziging van het vestigings- en uitbreidingverbod voor geitenhouderijen. In artikel 2.34 is een vrijstelling opgenomen voor jonge bokjes en geitjes tot 60 dagen oud. De indiener stelt dat de formulering van de toelichting op deze vrijstelling onduidelijk is en verzoekt om verduidelijking. Ook is de indiener van mening dat geitenhouders moeilijk gebruik kunnen maken van deze vrijstelling, in verband met complexiteit rond de vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming Antwoord Zie voor het antwoord zienswijze 2. Wijzigingen Zie voor wijzigingen zienswijze 2.
11
Zienswijze 11 Geitenhouderijen Indiener:
ForFarmers FarmConsult namens maatschap Melis
Samenvatting De indiener dient namens een geitenhouder een zienwijze in tegen het wijziging van het vestigings- en uitbreidingverbod voor geitenhouderijen. In artikel 2.34 is een vrijstelling opgenomen voor jonge bokjes en geitjes tot 60 dagen oud. De indiener stelt dat de formulering van deze vrijstelling onduidelijk is en verzoekt om duidelijk over de ‘tijdelijkheid’ van de voorgestelde vrijstelling. Ook is de indiener van mening dat geitenhouders moeilijk gebruik kunnen maken van deze vrijstelling, in verband met complexiteit rond de vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming. Dit zorg voor een verzwaring van administratieve lasten voor geitenhouders. Antwoord Zie voor het antwoord zienswijze 2. Wijzigingen Zie voor wijzigingen zienswijze 2.
Zienswijze 12 Natuur Indiener:
N.N.
Samenvatting De bosjes langs het fietspad en de voetbalvelden bij de Konijnenbergerweg te Hattem vallen tot nog toe onder het Gelders Natuurnetwerk (GNN). In Actualisatieplan 7 wordt de GNN-status van deze bosjes opgeheven. Indiener heeft dankzij deze status de gemeenteraad ervan kunnen weerhouden deze bosjes te laten kappen om er te kunnen parkeren. Er is een grote druk vanuit de voetbalverenigingen om parkeerruimte te creëren ten koste van het groen, terwijl er prima alternatieven zijn. Deze bosjes vormen een essentiële verbinding van de Veluwe naar de uiterwaarden (Hattemer Poort) en sluiten aan op de tuinen (o.a. van indiener), die ook deels een GNN status hebben. Indiener vraagt of de bosjes langs de Konijnenbergerweg en langs het fietspad de GNNstatus kunnen behouden. Antwoord De bosjes waar indiener naar verwijst blijven onderdeel van het GNN. We zien wel dat langs de Konijnenbergerweg en omgeving, vlakjes "Verkenningsgebied voorwaarden natuurbegraven Gelders Natuurnetwerk" zijn verwijderd. De reden dat deze vlakjes zijn verwijderd is omdat de oppervlakte te klein is om gebruikt te kunnen worden als natuurbegraafplaats. Wijzigingen Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen in de tekst of kaarten in de Omgevingsverordening.
12
Zienswijze 13 Natuur Indiener:
HOWA zand en grond te Zuilichem
Samenvatting Indiener beschikt over een haven, waar zand en grind wordt aangevoerd en overgeslagen. De haven is in toenemende mate aan het verzanden. Inmiddels is door Rijkswaterstaat een vergunning afgegeven voor het uitdiepen van de haven. Naast de oever/kade/krib, is ook het verzande deel aangemerkt als natuur. De oeverlijn van de haven ligt vast, het verzande deel is permanent aan verandering onderhevig. Indiener verzoekt de begrenzing van de aanduiding natuur langs de oever, kade, krib te situeren zoals aangegeven op de bijlage die bijgevoegd is bij de zienswijze. Antwoord Wij zijn het eens met de indiener dat de voorgestelde grens logischer is. Begrenzing GNN wordt conform het voorstel in de zienswijze aangepast. Wijzigingen Deze zienswijze geeft aanleiding om de begrenzing GNN conform de zienswijze aan te passen.
Zienswijze 14 Geitenhouderijen Indiener:
Forfarmers FarmConsult namens Blondine hoeve
Samenvatting De indiener dient namens een geitenhouder een zienwijze in tegen het wijziging van het vestigings- en uitbreidingverbod voor geitenhouderijen. In artikel 2.34 is een vrijstelling opgenomen voor jonge bokjes en geitjes tot 60 dagen oud. De indiener stelt dat de formulering van deze vrijstelling onduidelijk is en verzoekt om duidelijk over de ‘tijdelijkheid’ van de voorgestelde vrijstelling. Ook is de indiener van mening dat geitenhouders moeilijk gebruik kunnen maken van deze vrijstelling, in verband met complexiteit rond de vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming. Dit zorg voor een verzwaring van administratieve lasten voor geitenhouders. Antwoord Zie voor het antwoord zienswijze 2. Wijzigingen Zie voor wijzigingen zienswijze 2.
Zienswijze 15 Geitenhouderijen Indiener:
ForFarmers FarmConsult namens client N.N. te Boven-Leeuwen
Samenvatting De indiener dient namens een geitenhouder een zienwijze in tegen het wijziging van het vestigings- en uitbreidingverbod voor geitenhouderijen. In artikel 2.34 is een vrijstelling opgenomen voor jonge bokjes en geitjes tot 60 dagen oud. De indiener stelt dat de formulering van deze vrijstelling onduidelijk is en verzoekt om duidelijk over de ‘tijdelijkheid’ van de voorgestelde vrijstelling. 13
Ook is de indiener van mening dat geitenhouders moeilijk gebruik kunnen maken van deze vrijstelling, in verband met complexiteit rond de vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming. Dit zorg voor een verzwaring van administratieve lasten voor geitenhouders. Antwoord Zie voor het antwoord zienswijze 2. Wijzigingen Zie voor wijzigingen zienswijze 2.
Zienswijze 16 Overig Indiener:
Gemeente Lingewaard
Samenvatting De gemeente Lingewaard heeft een verzoek ingediend om een deel van het glastuinbouwintensiveringsgebied in hun gemeente om te zetten naar de aanduiding glastuinbouwextensiveringsgebied. Het aangegeven gebied is zeven hectare groot en bestaat uit verouderde kleinschalige glasopstanden. Het gebied ligt aan de Welvaartstraat/Bergendensestraat. Op dit moment zijn de bestaande glastuinbouwbedrijven in dit gebied gestopt of gaan op korte termijn stoppen en de eigenaren hebben een verzoek ingediend tot functieverandering. Antwoord Een wijziging van de (begrenzing van) glastuinbouwintensiveringsgebieden maakt geen deel uit van Actualisatieplan 7. U zienswijze wordt in deze reactienota daarom voor kennisgeving aangenomen. Voor de volgende actualisatie in 2021 staat een aantal kaartcorrecties gepland die te maken hebben met intensiveringsgebieden. Het verzoek van indiener wordt bij de volgende actualisatie in behandeling genomen. Wijzigingen Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen in de tekst of de kaarten van de Omgevingsverordening.
Zienswijze 17 Natuur Indiener:
N.N.
Samenvatting Volgens indiener ligt de gebiedsaanduiding "Gelders natuurnetwerk" (GNN) gedeeltelijk over zijn landbouwgrond en dat is volgens indiener niet juist aangegeven. Antwoord Bij de begrenzing van het GNN volgen wij zoveel mogelijk het bestemmingsplan. We hebben de GNN begrenzing rondom het agrarisch perceel dat ten zuiden van de zuiveringsinstallatie ligt aangepast aan de begrenzing van de natuur zoals deze is aangegeven in het bestemmingsplan. Dit betekent dat er aan de noordkant een strook GNN erbij komt en aan de oostkant een strook GNN eraf gaat. 14
De landbouwgrond overlapt hierdoor voor een zeer klein deel met het GNN, maar de begrenzing komt wel overeen met de bestemming natuur in het bestemmingsplan. Wijzigingen Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen in de tekst of de kaarten in de verordening.
Zienswijze 18 Natuur Indiener:
Natuur en Milieu Federatie Gelderland
Samenvatting Indiener vindt de ontwikkeling van zonneparken in het Gelders natuurnetwerk (GNN) en Natura 2000-gebieden niet passen binnen de doelen voor deze gebieden en daarom juridisch aanvechtbaar. Daarover heeft indiener een aantal algemene vragen. Daarnaast worden drie specifieke locaties genoemd waar zonneparken niet wenselijke zijn: twee voormalige zandwinplassen in de gemeente Zevenaar, een voormalige stortplaats in de gemeente Hattem en een landgoed met agrarische percelen in de gemeente Renkum. a. Indiener erkent dat de energieopgave (transitie naar duurzame energie) van groot belang is, maar is van mening dat er ruimtelijke alternatieven zijn voor het ‘beknabbelen’ aan natuurgebieden. Dat beknabbelen is strijdig met de doelstellingen om het GNN te realiseren, het Europees recht en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en bovendien geen goed idee in verband met de biodiversiteitscrisis. b. Het ten behoeve van de energietransitie knabbelen aan natuurgebieden is geen goed idee in verband met de biodiversiteitscrisis en de doelstellingen om het GNN te realiseren. Ook is dit strijdig met het Europees recht en het Barro. c. Ontwikkelingen binnen GNN of N2000 schaden de natuur al snel en versterking via inrichtings- of compensatiemaatregelen valt in de praktijk tegen. Zonneparken schaden de natuur ook.
Tijdelijkheid van een zonnepark is geen oplossing omdat deze tot ver na 2025 (realisatie GNN) zal bestaan en sprake is van bekabeling. Zonneparken kunnen wel bijdragen aan landschapsontwikkeling buiten GNN. d. Zonnevelden moeten uitgesloten blijven in natuurgebieden. De provincie moet aan gemeenten een toetsingskader duurzame energieopwekking voorschrijven, inclusief zonneladder. Ook wordt verzocht om natuurinclusief ondernemen op te nemen als voorwaarde voor vergunbare initiatieven. e. De kernkwaliteiten zijn abstract geformuleerd zodat gemeenten veel kunnen toelaten in het GNN. Indiener twijfelt aan de kwaliteit van de benodigde onderzoeken wanneer een initiatiefnemer daarvoor een opdracht geeft. Indiener vraagt zich af hoe de provincie waarborgt dat een initiatief in het GNN een uitzondering blijft. Antwoord a. De energieopgave is door het Rijk regionaal belegd bij de regio (Regionale energiestrategieën), waarin wij participeren. Bij de keuze voor mogelijke locaties voor energietransitie wordt rekening gehouden met de bescherming van GNN en ligt de focus op alternatieve locaties. De regionale zoektocht naar locaties zal worden onderbouwd met een milieueffectrapportage. Het GNN is dus geen voor de hand liggende locatie waar (grootschalige) opwek van energie mogelijk is. Op de bescherming van het GNN zal door ons op toe worden gezien.
We zien daar ook een verantwoordelijkheid voor gemeenten. 15
De bescherming van GNN wordt in overeenstemming met het Barro gebracht en is (daarmee) niet strijdig met de relevante EU-richtlijnen. Wij verwachten dat wij de met het Rijk afgesproken doelen ten aanzien van de oppervlakte en inrichting van het GNN in 2025 te halen en streven ook naar de eveneens met het Rijk afgesproken doelen ten aanzien van de energietransitie in 2030 te halen. b. Als uit onderzoek blijkt dat een zonnepark nadelige gevolgen kan hebben op de kwaliteit, oppervlakte of samenhang van het GNN, kan het initiatief onder de voorgestelde regels in beginsel niet doorgaan. Dit betekent dat een zonnepark slechts in bijzondere situaties en voorwaarden in GNN afweegbaar is. c. Soms is in de praktijk maatwerk nodig. Daarom kiezen wij er niet voor om zonneparken altijd en overal op voorhand uit te sluiten in het GNN. Wij vinden het wel belangrijk dat locatiekeuze en de ruimtelijke impact van zonne-energie zorgvuldig wordt afgewogen. Gemeenten zijn daar in eerste instantie voor verantwoordelijk. We hebben alle gemeenten op 1 december 2020 een brief gestuurd om dit onder de aandacht te brengen. We zullen in de loop van 2021 bezien of er nog nadere aanvullingen of aanpassingen nodig zijn. Bovendien ondersteunen wij, zoals indiener aangeeft, natuurinclusief ondernemen van harte. Wij stimuleren dit onder andere via ons Actieplan Natuurinclusieve Landbouw en andere initiatieven.
De gemeente is als eerste aan zet voor het stellen van regels. Dit laat onverlet dat wij deze ontwikkeling graag te stimuleren en doen dit via subsidies d. Wij verwachten dat gemeenten aan de hand van de geformuleerde kernkwaliteiten kunnen beoordelen of een activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de kwaliteit, oppervlakte of samenhang van het GNN. Een aantal kernkwaliteiten geldt op elke locatie (algemene kernkwaliteiten) en daarbovenop zijn op gebiedsniveau specifieke kernkwaliteiten geformuleerd. Uit onderzoek van initiatiefnemer (artikel 2.45) volgt welke kernkwaliteiten ter plekke voorkomen en welke gevolgen het initiatief heeft op de kernkwaliteiten en ecologische samenhang. Gemeenten en provincie zullen erop toezien dat deze onderzoeken inhoudelijk ecologisch voldoende zijn. e. De regels in onze Omgevingsverordening waarborgen in onze optiek voldoende dat een initiatief met nadelige gevolgen in het GNN een uitzondering blijft. De gemeente zal namelijk beoordelen of een initiatief nadelige gevolgen kan hebben voor de kwaliteit, oppervlakte of samenhang van het GNN. Hierbij merken wij op dat ook potentiële natuurwaarden worden beschermd. Als dit het geval is kan een initiatief alleen doorgaan als er een groot openbaar belang is, geen alternatieven zijn en voldoende gecompenseerd wordt. Wij verwachten dat dit voldoende waarborgen bevat en monitoren dit nauwgezet.
Ook worden wij door gemeenten in een vroegtijdig stadium betrokken bij initiatieven in het GNN. Wat betreft de opmerkingen bij de drie locaties. De wijziging van deze Omgevingsverordening (Actualisatieplan 7) gaan niet over deze concrete casus en locaties, maar op de instructieregels voor het GNN. Wij gaan in de beantwoording daarom ook niet in op deze specifieke casuïstiek. Wijzigingen Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van de tekst of kaarten in de verordening.
16
Zienswijze 19 Overig Indiener:
Omgevingsdienst Achterhoek
Samenvatting Volgens indiener is de instructieregel voor ammoniakbuffergebied niet in lijn met de Wet ammoniak en veehouderij (Wav) omdat op grond van de instructieregel bepaalde bedrijven meer uitbreidingsmogelijkheden hebben dan andere bedrijven. De instructieregel reguleert vooral niet-grondgebonden veehouderijen, terwijl grondgebonden veehouderijen ook een forse emissie kunnen hebben. Ook vraagt indiener zich af of de ammoniakbuffergebieden dezelfde gebieden zijn als bedoeld in de Wav. Indiener verzoekt de instructieregel te verbreden tot alle activiteiten die onder de Wav vallen. Antwoord Met de ammoniakbuffergebieden worden niet dezelfde gebieden bedoeld als de zonering die voortkomt uit de Wav. De ammoniakbuffergebieden komen voort uit de Reconstructiewet en hebben alleen betrekking op de niet-grondgebonden veehouderij. De instructieregel voor ammoniakbuffergebied maakt geen onderdeel uit van Actualisatieplan 7. Met het oog op ons toekomstige stikstofbeleid zullen we in de volgende wijziging van de omgevingsverordening, actualisatie 8, de regels met betrekking tot de ammoniakbuffergebieden aanpassen. De regels van de Wav vervallen in ieder geval met de inwerkingtreding van de Omgevingswet, maar dat heeft geen directe werking in de omgevingsverordening. Wijzigingen Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen in de tekst of de kaarten van de Omgevingsverordening.
Zienswijze 20 Natuur Indiener:
N.N.
Samenvatting Indiener is van mening dat de overheid haar burgers moet dienen en hun omgeving beheren, niet vernietigen. Nederland heeft naar verhouding veel te weinig natuur voor zijn bevolking(sdichtheid); alleen de Veluwe en het Groene Hart bieden enige verlichting. Daarom moet de provincie niet kortzichtig haar eigenbelang of commerciële partijen voorop stellen. Antwoord Zie antwoord hoofdstuk Antwoorden Natuur paragraaf Antwoord beschermingsregime Gelders natuurnetwerk. De Omgevingsverordening en de wijziging daarvan zijn erop gericht om natuur zoveel mogelijk te beschermen, juist ook omdat de natuur onder druk staat in een dichtbevolkt Gelderland. Als natuur moet wijken voor een zwaarder wegend maatschappelijk (en dus geen commercieel) belang, dan voorzien de regels in compensatie. Wijzigingen Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen in de tekst of de kaarten van de Omgevingsverordening. 17
Zienswijze 21 Natuur Indiener:
N.N
Samenvatting Indiener vindt het een destructief plan om de regels voor het Gelders natuurnetwerk te verzwakken. Dit is om de volgende redenen: nieuwe activiteiten en ontwikkelingen leiden tot meer verstoring, het staat haaks op de provinciale, nationale en internationale ambities om natuur beter te beschermen; Het voorstel verzwakt het publiek belang van het beschermen van natuur en biodiversiteit ten gunste van de individuele belangen gekoppeld aan nieuwe ontwikkelingen; Het afzwakken van de regelgeving creëert een juridisch onduidelijke grens tussen wat wel en niet is toegestaan en daarmee tot een toename van het aantal rechtszaken en een polarisatie tussen natuurbescherming en economische ontwikkeling; Het staat haaks op alle investeringen die in de afgelopen decennia zijn gedaan om de oppervlakte natuur uit te breiden en natuur in die natuurgebieden weer rust en ruimte te geven. Antwoord Zie antwoord hoofdstuk Antwoorden Natuur paragraaf Antwoord beschermingsregime Gelders natuurnetwerk. Wijzigingen Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen in de tekst of de kaarten van de Omgevingsverordening.
Zienswijze 22 Natuur Indiener:
N.N.
Samenvatting Volgens indiener leiden nieuwe activiteiten en ontwikkelingen in beschermd natuurgebied tot meer verstoring van flora en fauna; Het staat haaks op de provinciale, nationale en internationale ambities om natuur beter te beschermen; Het voorstel verzwakt het publiek belang van het beschermen van natuur en biodiversiteit ten gunste van de individuele belangen; Het afzwakken van de regelgeving creëert een juridisch onduidelijke grens tussen wat wel en niet is toegestaan en daarmee leidt het ongetwijfeld tot een toename van het aantal rechtszaken en een polarisatie tussen natuurbescherming en economische ontwikkeling; Het staat haaks op alle investeringen die in de afgelopen decennia zijn gedaan om de oppervlakte natuur uit te breiden en natuur in die natuurgebieden weer rust en ruimte te geven. Antwoord Zie antwoord hoofdstuk Antwoorden Natuur paragraaf Antwoord beschermingsregime Gelders natuurnetwerk. Wijzigingen Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen in de tekst of de kaarten van de Omgevingsverordening.
18
Zienswijze 23 Natuur Indiener:
N.N.
Samenvatting Indiener vindt het een ongepast voorstel om niet natuur-gerelateerde activiteiten of ontwikkelingen in het Gelders natuurnetwerk te realiseren. Er behoort geen afbreuk gedaan te worden aan investeringen in natuur, hieraan behoort geen afbreuk gedaan te worden ten bate van enkele individuen of bedrijven. Indiener ziet een sterk verband tussen natuur en de gezondheid van de burgers en moet daarom een speerpunt zijn van de Gelderse leefomgeving. Indiener is verder van mening dat gemeentes zelf laten besluiten wanneer kernkwaliteiten, oppervlaktes en samenhang in het geding zijn expertise vereist, die niet altijd gegarandeerd kan worden, maar zeker ook niet aan de orde zou moeten zijn als het niet gaat om het dienen van groot openbaar belang. Er bestaan volgens indiener geen activiteiten die belangrijk genoeg zijn om afbreuk te doen aan het GNN in verband met de (mentale) gezondheid van de burger. Antwoord Zie antwoord hoofdstuk Antwoorden Natuur paragraaf Antwoord beschermingsregime Gelders natuurnetwerk. Wijzigingen Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen in de tekst of de kaarten van de Omgevingsverordening.
Zienswijze 24 Natuur Indiener:
Stichting Landschap Ooijpolder-Groesbeek
Samenvatting Indiener vermoedt dat de kaarten waarop Gelders natuurnetwerk (GNN) begrenzing is aangepast bedoeld zijn om de begrenzing nauwkeuriger in te tekenen. Indiener is van mening dat dit op een aantal van de eigen natuurpercelen niet nauwkeurig genoeg is gebeurd, waardoor strookjes van de natuurpercelen van indiener nu ten onrechte buiten het Gelders Natuur Netwerk dreigen te vallen. Indiener heeft kaarten bijgevoegd en verzoekt dit te controleren en de begrenzing van het GNN precies op onze kadastrale percelen te leggen. Antwoord Wij hebben de wijzigingen gecontroleerd en komen tot de volgende conclusies: Schildbroek: Het driehoekig perceel (O417) heeft geen bestemming natuur en is in gebruik als landbouwgrond. Om die reden is dit perceel uit de begrenzing van het GNN gehaald. De watergang zal, voor zover deze binnen de kadastrale eigendommen van de stichting ligt, onderdeel blijven van het GNN. Slumke en Kaalbroek: de begrenzing komt overeen met een topografisch herkenbare situatie in het veld. Ecologische verbindingszone Ubbergen-Groenlanden (Ooij): De GNN-begrenzing komt precies overeen met de kadastrale percelen Ooij Sectie E 563 en 564 d.
19
Wijzigingen Deze zienswijze geeft aanleiding om de grond rondom de watergang in Schildbroek, voor zover in kadastrale eigendom van de stichting, onderdeel te laten blijven van het GNN.
Zienswijze 25 Natuur Indiener:
N.N.
Samenvatting Indiener constateert dat met de wijziging van de Omgevingsverordening de provincie niet-natuur-gerelateerde activiteiten in het natuurnetwerk mogelijk wil maken en diverse gebieden uit het Gelders natuurnetwerk wil schrappen. Hiermee verzwakt de provincie de bescherming van natuur in Gelderland. Indiener verzoekt om natuur te blijven beschermen en de voorgenomen afzwakking van de regels niet uit te voeren. Argumenten hiervoor zijn dat nieuwe activiteiten en ontwikkelingen in beschermd natuurgebied leiden tot meer verstoring, het staat haaks op de provinciale, nationale en internationale ambities om natuur beter te beschermen, het verzwakt het publieke belang van het beschermen van natuur en biodiversiteit ten gunste van de individuele belangen gekoppeld aan nieuwe ontwikkelingen, het creëert een juridische onduidelijke grens tussen wat wel en niet is toegestaan en daarmee tot een toename van het aantal rechtszaken en een polarisatie tussen natuurbescherming en economische ontwikkeling en staat haaks op alle investeringen die in de afgelopen decennia zijn gedaan om de oppervlakte natuur uit te breiden.
Aanvullend verzoekt indiener om in navolging van andere provincies ook regels op te nemen om natuurgebieden te beschermen tegen negatieve externe effecten en het natuurnetwerk niet te verkleinen en het voorgenomen schrappen van veel percelen uit het natuurnetwerk niet uit te voeren, of op zijn minst te zorgen voor voldoende kwantitatieve en kwalitatieve compensatie. Antwoord Zie antwoord hoofdstuk Antwoorden Natuur paragraaf Antwoord beschermingsregime Gelders natuurnetwerk. Wijzigingen Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen in de tekst of de kaarten van de Omgevingsverordening.
Zienswijze 26 Natuur Indiener:
N.N.
Samenvatting Indiener is van mening dat in een tijd van klimaatverandering en Covid-19 de natuur extra beschermd moet worden. Vanwege Covid-19 is het op dit moment druk in de natuurgebieden. Dat geeft naast genieten een nog grotere druk op de weinige natuur in Nederland. Indiener vraagt de provincie Gelderland de natuur te beschermen door het natuurnetwerk te behouden of - nog beter - te vergroten, maar zeker niet te verkleinen.
20
Antwoord We zijn het met indiener eens dat Covid-19 meer drukte veroorzaakt in natuurgebieden. We beschermen de natuur onder andere door het Gelders natuurnetwerk in de omgevingsverordening ruimtelijk te beschermen. De oppervlakte natuur in die in het GNN wordt beschermd groeit jaarlijks. Door middel van onze Subsidieregeling Natuur, wordt agrarische grond omgezet in natuur en vervolgens onderdeel van het GNN. Zie ook antwoord hoofdstuk Antwoorden Natuur paragraaf Antwoord beschermingsregime Gelders natuurnetwerk. Wijzigingen Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen in de tekst of de kaarten van de Omgevingsverordening.
Zienswijze 27 Natuur Indiener:
N.N.
Samenvatting Indiener is van mening dat de natuur het zwaar heeft binnen Europa en dat deze steeds verder afneemt terwijl de druk op de natuur steeds verder toeneemt. Indiener vraagt aan de provincie Gelderland de natuur te beschermen door het natuurnetwerk te behouden of te vergroten, maar zeker niet te verkleinen. Antwoord Zie antwoord hoofdstuk Antwoorden Natuur paragraaf Antwoord beschermingsregime Gelders natuurnetwerk. Wijzigingen Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen in de tekst of de kaarten van de Omgevingsverordening.
Zienswijze 28 Natuur Indiener:
N.N
Samenvatting Indiener vraagt de provincie om in de Omgevingsverordening regels op te nemen om natuurgebieden te beschermen tegen negatieve externe effecten en verzoekt om het natuurnetwerk niet te verkleinen en het voorgenomen schrappen van veel percelen uit het natuurnetwerk niet uit te voeren. En anders op zijn minst te zorgen voor voldoende kwantitatieve en kwalitatieve compensatie. Antwoord Zie antwoord hoofdstuk Antwoorden Natuur paragraaf Antwoord beschermingsregime Gelders natuurnetwerk. Wijzigingen Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen in de tekst of de kaarten van de Omgevingsverordening.
21
Zienswijze 29 Geitenhouderijen Indiener:
For Framers FarmConsult namens van den Toorn Elst v.o.f.
Samenvatting De indiener dient namens een geitenhouder een zienwijze in tegen het wijziging van het vestigings- en uitbreidingverbod voor geitenhouderijen. In artikel 2.34 is een vrijstelling opgenomen voor jonge bokjes en geitjes tot 60 dagen oud. De indiener stelt dat de formulering van deze vrijstelling onduidelijk is. Ook is de indiener van mening dat geitenhouders moeilijk gebruik kunnen maken van deze vrijstelling, in verband met complexiteit rond de vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming. Dit zorg voor een verzwaring van administratieve lasten voor geitenhouders. Antwoord Zie voor het antwoord zienswijze 2. Wijzigingen Zie voor wijzigingen zienswijze 2.
Zienswijze 30 Natuur Indiener:
N.N
Samenvatting Indiener is van mening dat het Gelders natuurnetwerk cruciaal is voor de bescherming van biodiversiteit. Nieuwe regels zijn onduidelijk en plaatsen bescherming van natuur op een hellend vlak. Bescherming van natuur moet topprioriteit zijn in het natuurnetwerk. Bescherm GNN tegen externe effecten. Behoud en vergroting van natuur oppervlakte. Antwoord Zie antwoord hoofdstuk Antwoorden Natuur paragraaf Antwoord beschermingsregime Gelders natuurnetwerk. Wijzigingen Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen in de tekst of de kaarten van de Omgevingsverordening.
Zienswijze 31 Natuur Indiener:
N.N
Samenvatting Indiener deelt de bezwaren van Mooi Wageningen. Zie voor de samenvatting zienswijze 50 Antwoord Zie voor het antwoord zienswijze 50 Wijzigingen Zie voor wijzigingen zienswijze 50
22
Zienswijze 32 Natuur
Indiener:
N.N
Samenvatting Indiener is van mening dat de natuurgebieden beschermd moeten worden tegen negatieve externe effecten, het Gelders natuurnetwerk is cruciaal voor de biodiversiteit. Antwoord Zie antwoord hoofdstuk Antwoorden Natuur paragraaf Antwoord beschermingsregime Gelders natuurnetwerk. Wijzigingen Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen in de tekst of de kaarten van de Omgevingsverordening.
Zienswijze 33 Meerdere onderwerpen Indiener:
Het Nationale Park De Hoge Veluwe
Samenvatting Indiener heeft, puntsgewijs, de volgende zienswijze ingediend:
a. Indiener stelt dat het natuurbeheer een primaire verantwoordelijkheid van de grondeigenaar is.
b. Hoofdstuk 1a (Beoordelingskader): indiener onderschrijft de wens meer maatwerk en flexibiliteit bij het toepassen van de regels te introduceren van harte. c. Afdeling 2.3 (Glastuinbouw): indiener stelt voor bij de actualisering van het regionaal programma werklocaties de glastuinbouwgebieden te betrekken en ten aanzien van glastuinbouwbedrijven gelegen in 'Overige gebied glastuinbouw' dezelfde clustering voor te schrijven als bij logistieke bedrijven (volgens de principes 'het juiste bedrijf op de juiste plek' en zoveel mogelijk geclusterd). d. Afdeling 2.6 (Natuur en Landschap): indiener merkt op dat uit de kaarten niet goed opgemerkt kan worden wat de uiteindelijke stand van zaken is na inwerkingtreding van de verordening. Indiener vraagt om de kaarten duidelijk en gedetailleerd aan haar toe te sturen en haar de mogelijkheid te bieden haar zienswijze aan te vullen. e. Artikel 2.39 (bescherming kwaliteit Gelders natuurnetwerk) en 2.40 (afweegruimte bij groot openbaar belang): indiener geeft aan het doel van de beoogde wijzigingen, uitbreiden van ontwikkelingsmogelijkheden, te onderschrijven. Wel wordt opgemerkt dat het begrip "nieuwe activiteit of ontwikkeling" niet is gedefinieerd en dat dit, ter voorkoming van verwarring of misverstand, beter verduidelijkt kan worden. Ook kan duidelijker aangegeven worden wanneer artikel 2.40 van toepassing is. f.
Artikel 2.42 (afwijkruimte bij windturbines): indiener merkt op dat de toelichting op de wijzigingen (pagina 25) niet strookt met het nieuw voorgestelde artikel 2.42, tweede lid. g. Artikel 2.43 (afwijkruimte bij uitbreiding bestaande activiteit): indiener merkt op dat de toelichting op de wijzigingen niet strookt met het nieuw voorgestelde artikel. Indiener verzoekt de planologische verankering alsnog te schrappen uit de regels. Daarnaast merkt indiener op dat het huidige artikel 2.40, derde lid, niet terugkomt in het nieuwe artikel 2.43. In de plaats daarvan is een voorwaarde opgenomen. Hierdoor is maatwerk op dit punt niet mogelijk.
23
h. Artikel 2.45 (onderzoek kernkwaliteiten Gelders natuurnetwerk): indiener merkt op dat het begrip "voorgenomen activiteit" verduidelijkt kan worden en dat er een zogenaamde tweetrapsstap in lid 3 wordt geïntroduceerd. i. Artikel 2.46 (afwijkruimte bij natuurbegraafplaats) en 2.47 (afwijkruimte bij natuurbegraafplaats bijzondere voorwaarden): indiener merkt opnieuw op dat de kaarten niet goed leesbaar zijn. Indiener verzoekt in de bijlage door haar aangeduide gebieden aan te wijzen als "Verkenningsgebied voorwaarden natuurbegraven Gelders natuurnetwerk". Bovendien betreft het geen beleidsneutrale omzetting, nu is bepaald dat de grafrust "eeuwigdurend" moet worden gerespecteerd. j. Artikel 2.48 (compensatieplan bij fysieke natuurcompensatie) en 2.49 (termijn uitvoering fysieke natuurcompensatie): indiener merkt op dat de termijn voor het uitvoeren van het compensatieplan is verkort van 5 naar 3 jaar. Indiener wenst de mogelijkheid te houden hier flexibel mee om te gaan / maatwerk toe te kunnen passen. k. Artikel 2.50 (fysieke natuurcompensatie): indiener geeft aan graag te willen zien dat ook op andere wijze gecompenseerd kan worden in plaats van door de oppervlaktetoeslag. Bijvoorbeeld door te investeren in bepaalde diersoorten of natuursoorten. Indiener gaat er vanuit dat sub a van het eerste lid is toegevoegd ter verduidelijking en geen inhoudelijke wijziging betreft.
De voorwaarde dat de compensatie wordt uitgevoerd in overeenstemming met bijlage "gelijkwaardige natuurbeheertypen" ziet indiener liever vervallen, omwille van de flexibiliteit. Daarnaast wijst indiener op een volgens haar tegenstrijdigheid tussen de toelichting op de wijzigingen en de regels over het planologisch verankeren van de compensatie. l. Artikel 2.51 (gebruik compensatiepool in plaats van fysieke compensatie): indiener geeft aan dat eigenaren /beheerders zelf een plan zouden moeten kunnen opstellen, waarbij zij naar eigen inzicht een afweging kunnen maken tussen de verschillende natuurdoelen. m. Artikel 2.51a (beschermen weidevogelgebieden) en 2.51b (beschermen ganzenrustgebieden): indiener ziet graag dat de opgenomen regels alleen gelden voor de aangewezen gebieden. Dat volgt nu niet uit de regels. n. Artikel 3.23 (schadelijke stoffen): indiener zou graag verduidelijkt zien hoe mobiele tanks worden gedefinieerd, zodat andere (vaste) tanks niet per abuis onder de reikwijdte van dit artikel vallen. 0. Artikel 3.10 (regels voor activiteiten buiten inrichtingen) en 3.22 (IBC-bouwstoffen, verontreinigde grond en baggerspecie): indiener verlangt meer flexibiliteit voor het verwerken van grond binnen het Nationaal Park De Hoge Veluwe. p.
Artikel 3.48 (vrijstelling vergunningplicht) en 3.49 (meldingsplicht ontgrondingen): indiener onderschrijft het maatschappelijk belang van de vrijstelling, maar vraagt zich af of ontgrondingen ten behoeve van natuurbeheer -zoals plaggen - ook onder de uitzondering vallen. Indien dat niet het geval is, verzoekt indiener dat alsnog mogelijk te maken. q. Artikel 3.71a (vrijstelling soorten voor asbestsanering): indiener geeft aan dat er naast asbestsanering ook andere maatschappelijke belangen zijn (bijvoorbeeld ten behoeve van natuurbeheer) op grond waarvan het nodig kan zijn om opzettelijk nesten of rustplaatsen van vogels te vernietigen of de eieren weg te nemen. Indiener gaat hierover graag met de provincie in overleg.
24
Antwoord
a. Verantwoordelijkheid natuurbeheer Wij zijn het met indiener eens dat de primaire verantwoordelijkheid voor natuurbeheer bij de eigenaar ligt. De eigenaar beheert het terrein naar eigen inzichten. Het beheer wordt gereguleerd door eventuele subsidievoorwaarden. Daarnaast zijn de regels uit de Wet natuurbescherming (Wnb) en de regels over de bescherming van het Gelders natuurnetwerk (GNN) van toepassing. b. Hoofdstuk 1a Beoordelingskader Wij zijn content te lezen dat indiener meer maatwerk en flexibiliteit in de regels, zoals opgenomen in hoofdstuk 1a, ondersteunt. c. Afdeling 2.3 Glastuinbouw Wij hanteren al een concentratiebeleid ten aanzien van glastuinbouw. Dit zorgt ervoor dat nieuwe glastuinbouwlocaties en grootschalige uitbreiding van glastuinbouw alleen nog ontwikkeld mogen worden in de glastuinbouwontwikkelingsgebieden, zoals die zijn aangemerkt in de verordening. Dit is in grote lijnen overeenkomstig met de systematiek van het regionale programma bedrijventerreinen. In het door de indiener aangehaalde 'Overige gebied glastuinbouw' is nieuwvestiging niet toegestaan en is uitbreiding van bestaande bedrijven alleen eenmalig en onder voorwaarden mogelijk. d.
Afdeling 2.6 Natuur en landschap opmerkingen vooraf over kaarten We vinden het jammer dat het indiener niet gelukt is om goed zicht te krijgen op de veranderingen in de begrenzingen na vaststelling van de verordening. We hoopten dit door de internettoepassing "wijziging in Kaart Regels Natuur" op onze website voor eenieder toegankelijk te maken. Mochten er buiten de technische wijzigingen nog onterechte veranderingen hebben plaatsgevonden dan kunnen we deze bij een volgende actualisatie herstellen. e. Artikel 2.39 en 2.40 Met het begrip 'nieuwe activiteit of ontwikkeling' wordt bedoeld een activiteit die niet past binnen het geldende bestemmingsplan. De reikwijdte van het begrip bestemmingsplan staat in artikel 1.3 van de Omgevingsverordening. Voor wat betreft artikel 2.40 zijn wij van mening dat voldoende duidelijk is wanneer dit artikel van toepassing is. Het is een aanvulling op artikel 2.39. Als een activiteit of ontwikkeling al is toegestaan op grond van artikel 2.39, kom je niet aan artikel 2.40 toe. Als een activiteit of ontwikkeling niet is toegestaan op grond van artikel 2.39, kan artikel 2.40 er wellicht toch toe leiden dat de activiteit of ontwikkeling is toegestaan. Dit volgt ook uit het schema in de toelichting bij paragraaf 2.6.1. f. Artikel 2.42 Het nieuw voorgestelde artikel 2.42 is een beleidsneutrale voortzetting van het huidige artikel 2.51.