1173127 Bijlage 2. Toelichting Bestemmingsplan Rhederlaag
Tekst van het document
met behoud van levendigheid; met een verbetering van de kwaliteit van wonen, werken en vrijetijdsbesteding; rekening houdend met grote verschuivingen door schaalvergroting in de land- en tuinbouw, energietransitie en urbanisatie de komende jaren.
De provincie stelt bij initiatieven voor functieverandering dat deze de aanwezige en te ontwikkelen economie en gebiedskwaliteiten moeten versterken. 4.2.1.4 Toetsing van het plan aan de Omgevingsvisie Voorliggend bestemmingsplan voorziet enerzijds in een actuele planologische regeling voor de bestaande recreatieve activiteiten en landschappelijke waarden in het gebied Rhederlaag. Daarnaast voorziet plan in regeling voor het beëindigen van de ontzandingsmogelijkheden in het gebied, de uitbreiding van camping De Veerstal (aanpassing van de oeverlijn) en de inrichting voor het dagrecreatiegebied ten zuiden van de Veerstal en aanpassing van de oeverlijn aan de Kop van Wentink. Deze ontwikkelingen voorzien in een doorontwikkeling van Rhederlaag als recreatiegebied. Dit past goed binnen de provincie ambities om het maximale uit gaar groene kwaliteiten te halen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
21
Bestemmingsplan Rhederlaag Vastgesteld 4.2.2
Omgevingsverordening Gelderland
4.2.2.1 Algemeen Met een ruimtelijke verordening stelt de provincie regels aan ruimtelijke plannen van gemeenten. De provincie richt zich hierbij op onderwerpen die van provinciaal belang zijn, zoals verstedelijking, natuur, nationale landschappen, water en glastuinbouw. Gemeenten krijgen op sommige terreinen meer beleidsvrijheid, terwijl ze op andere gebieden te maken krijgen met strikte provinciale richtlijnen. De regels in de verordening kunnen betrekking hebben op het hele provinciale grondgebied, delen of gebiedsgerichte thema's. Gemeenten moeten binnen een bepaalde termijn hun bestemmingsplan op deze regels afstemmen. 4.2.2.2 Groen ontwikkelingszone Het plangebied ligt volgens de kaart behorende bij de omgevingsverordening in de zogenaamde Groene ontwikkelingszone. Dit betreft gebied met een andere bestemming dan natuur dat ruimtelijk is vervlochten met het Gelders natuurnetwerk, waaronder weidevogelgebieden en rustgebieden voor winterganzen. In de volgende paragraaf wordt nader ingegaan in de provinciale regels voor ontwikkelingen in dit type gebied. 4.2.2.3 Van toepassing zijnde artikelen In voorliggend geval zijn in het kader van dit bestemmingsplan de artikel in relatie dot natuur en landschap van belang. Het betreffen hier de volgende artikelen: • • •
artikel 2.51b (bescherming Ganzenrustgebied) artikel 2.52 (nieuwe ontwikkelingen in bestemmingsplan Groene ontwikkelingszone) artikel 2.53 (uitbreiding bestaande bedrijven of functies in Groene ontwikkelingszone)
Artikel 2.51b (bescherming Ganzenrustgebied) Voor zover een bestemmingsplan betrekking heeft op een Ganzenrustgebied laat het een nieuwe activiteit of ontwikkeling alleen toe als: a.
uit onderzoek blijkt dat deze activiteit of ontwikkeling wordt uitgevoerd op een locatie waar de nadelige gevolgen voor de functie als rustgebied voor overwinterende ganzen zoveel mogelijk worden beperkt; en b. na uitvoering minimaal 500 hectare in het betreffende Ganzenrustgebied overblijft. Artikel 2.52 (nieuwe ontwikkelingen in bestemmingsplan Groene ontwikkelingszone) 1. Een bestemmingsplan voor gronden gelegen binnen de Groene ontwikkelingszone maakt geen nieuwe grootschalige ontwikkeling mogelijk die leidt tot een significante aantasting van de kernkwaliteiten Groene ontwikkelingszone van het betreffende gebied, tenzij: a. er geen reële alternatieven zijn; b. sprake is van redenen van groot openbaar belang; c. de negatieve effecten op de kernkwaliteiten, de oppervlakte en de samenhang zoveel mogelijk worden beperkt; d. de overblijvende negatieve effecten op de kernkwaliteiten, de oppervlakte en de samenhang gelijkwaardig worden gecompenseerd overeenkomstig de artikelen 2.39, derde tot en met zesde lid, en paragraaf 2.6.3. 2. Een bestemmingsplan voor gronden gelegen binnen de Groene ontwikkelingszone kan een nieuwe kleinschalige ontwikkeling mogelijk maken, als: a. in de toelichting bij het bestemmingsplan wordt aangetoond dat de kernkwaliteiten van het betreffende gebied, in hun onderlinge samenhang bezien, per saldo substantieel worden versterkt; b.
deze versterking planologisch is verankerd in hetzelfde of een gelijktijdig vast te stellen bestemmingsplan.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
22
Bestemmingsplan Rhederlaag Vastgesteld Artikel 2.53 (uitbreiding bestaande bedrijven of functies in Groene ontwikkelingszone) 1. Een bestemmingsplan voor gronden gelegen binnen de Groene ontwikkelingszone kan uitbreiding van bestaande functies met meer dan 30 procent mogelijk maken, als: a. in de toelichting bij het bestemmingsplan wordt aangetoond dat de kernkwaliteiten Groene ontwikkelingszone van het betreffende gebied, in hun onderlinge samenhang bezien, per saldo substantieel worden versterkt; b. deze versterking is verankerd in hetzelfde of een gelijktijdig vast te stellen bestemmingsplan. 2. In afwijking van het eerste lid kan een bestemmingsplan de uitbreiding van bestaande grondgebonden landbouwbedrijven en van extensieve openluchtrecreatie met meer dan 30 procent mogelijk maken, als: a. in de toelichting bij het bestemmingsplan wordt aangetoond dat de uitbreiding zodanig wordt ingepast in het betreffende landschapstype dat de kernkwaliteiten, in hun onderlinge samenhang bezien, per saldo niet significant worden aangetast; b. deze inpassing planologisch is verankerd in hetzelfde of in een gelijktijdig vast te stellen bestemmingsplan. 3. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op de uitbreiding van landgoederen in de zin van de Natuurschoonwet, voor zover het daarbij opstallen betreft als bedoeld in het Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928. 4.
Een bestemmingsplan voor gronden gelegen binnen de Groene ontwikkelingszone kan uitbreiding van bestaande functies met ten hoogste 30 procent mogelijk maken, als: a. n de toelichting bij het bestemmingsplan wordt aangetoond dat de uitbreiding zodanig wordt ingepast in het betreffende landschapstype dat de kernkwaliteiten, in hun onderlinge samenhang bezien, per saldo niet significant worden aangetast; b. deze inpassing planologisch is verankerd in hetzelfde of een gelijktijdig vast te stellen bestemmingsplan. 4.2.2.4 Toetsing van het bestemmingsplan aan de Gelderse Omgevingsverordening Artikel 2.51b (bescherming Ganzenrustgebied) In voorliggend geval betreffen de verandering in de ontzandingsactiviteiten en de uitbreiding van camping de Veerstal met 100 standplaatsen een nieuwe ontwikkelingen die deels in het ganzenrustgebied plaatsvinden. Het op termijn vervallen van de ontzandingsactiviteiten zal een positief effect hebben op het ganzenrustgebied. Verder betreft de uitbreiding van camping de Veerstal een relatief kleine aanpassing van de oeverlijn. Dit heeft een beperkt effect en er blijft hierdoor minimaal 500 hectare ganzenrustgebied over. Voor het overige is het bestemmingsplan conserverend van aard.
Artikel 2.52 (nieuwe ontwikkelingen in bestemmingsplan Groene ontwikkelingszone) In voorliggend geval kunnen de verandering in de ontzandingsactiviteiten en de uitbreiding van camping de Veerstal met 100 standplaatsen gezien worden als een nieuwe ontwikkelingen in de Groene ontwikkelingszone. Het betreffen echter uitbreidingen/wijzigingen van bestaande bedrijfsactiviteiten in het gebied. Verwezen wordt daarom naar de toelichting op artikel 2.53 hieronder. Artikel 2.53 (uitbreiding bestaande bedrijven of functies in Groene ontwikkelingszone) In voorliggend geval betreffen de verandering in de ontzandingsactiviteiten en de uitbreiding van camping de Veerstal met 100 standplaatsen een nieuwe ontwikkelingen in de Groene ontwikkelingszone. Door Sweco is daarom een beschouwing GNN gemaakt (zie ook paragraaf 5.6.2.2.). Conclusie hiervan is dat het voorgenomen plan inclusief herbegrenzing van GNN leidt tot een uitbreiding van de begrenzing van GNN en daarmee ook een positief effect heeft op de wezenlijke kenmerken en waarden van het GNN. Er gaat weliswaar zachthoutooibos begrensd als GNN verloren door het gewijzigde ontwerp, maar hiertegenover staat een uitbreiding van de begrenzing van het GNN met de volgende nieuwe en/of bestaande natuurwaarden: • •
Herplant ca. 1,7 ha zachthoutooibos locatie noordzijde Kop van Wentink (met herbegrenzing GNN) Uitbreiding begrenzing GNN met vergroting eiland tot 1,2 ha met daar omheen circa 3 ha aan ondiepe zones en ondiep water;
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
23
Bestemmingsplan Rhederlaag Vastgesteld De nieuwe natuur die als gevolg van het plan wordt gecreëerd en de uitbreiding van de begrenzing van GNN met het eiland in de Valeplas, grenzend naar natuurgebied Vaalwaard en nieuw aan te leggen zachthoutooibos op de noordzijde van de Kop van Wentink leiden er toe dat de oppervlakte aan GNN per saldo toeneemt ten opzichte van de huidige situatie. De wezenlijke kenmerken en waarden van GNN worden daarmee dus versterkt. Indien deze versterking planologisch wordt verankerd in het gelijktijdig vast te stellen bestemmingsplan, wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 2.53 van de Omgevingsverordening Gelderland (2018). 4.2.3
Toetsing van het provinciaal beleid
Geconcludeerd wordt dat het voornemen in overeenstemming is met de Omgevingsvisie Gelderland en Gelderse Omgevingsverordening.
4.3
Gemeentelijk beleid
4.3.1
Intergemeentelijke structuurvisie Rivierklimaatpark IJsselpoort
4.3.1.1 Algemeen De raad van de gemeente Zevenaar heeft op 17 september 2020 de Intergemeentelijke Structuurvisie Rivierklimaatpark IJsselpoort vastgesteld. Het plangebied van de structuurvisie omvat de IJssel en de uiterwaarden tussen Arnhem en Giesbeek. Aanleiding voor de intergemeentelijke structuurvisie is Rivierklimaatpark IJsselpoort. Dit is een samenwerking van gemeenten Arnhem, Duiven, Rheden, Westervoort en Zevenaar, ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, provincie Gelderland, waterschap Rijn en IJssel, Rijkswaterstaat Oost-Nederland en Natuurmonumenten. Samen met inwoners, agrariërs en andere ondernemers is één evenwichtig plan gemaakt om tussen Arnhem en Giesbeek een uniek rivierpark te realiseren. Dit plan zorgt voor toegankelijke uiterwaarden die klimaatextremen kunnen blijven opvangen. Er is ruimte voor rijke natuur, duurzame landbouw, recreatie en bedrijvigheid. Ook wordt de IJssel beter bevaarbaar. Zo bereiden de partijen het gebied de komende tien jaar voor op de toekomst. De intergemeentelijke structuurvisie vormt het toetsingskader voor de toelaatbaarheid van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Daarnaast is de Structuurvisie een uitnodiging om te komen met initiatieven die bijdragen aan doelen van het Rivierklimaatpark. In de structuurvisie is per deelgebied een uitwerking gemaakt. In voorliggend geval deelgebied ‘Rhederlaag’ van belang.
4.3.1.2 Rhederlaag Het Rhederlaag zijn de volgende visie en beleidsambities geformuleerd. Visie Inzet is om het Rhederlaag te versterken als regionaal centrum voor intensieve (water) recreatie en de toegankelijkheid van het gebied te vergroten. Hiervoor is het nodig een kwalitatieve verbeterslag te maken en de herkenbaarheid van het gebied te vergroten. De kwaliteitsslag heeft betrekking op de verblijfsrecreatie, het voorzieningenniveau, de recreatieve zonering, de entrees, de wegen in het gebied, energiemaatregelen, sociale veiligheid en versterking van natuurwaarden. Visie voor de Vaalwaard is een besloten natuurlandschap in de kronkelwaard als schakel tussen Rivierklimaatpark en de Havikerwaard.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
24
Bestemmingsplan Rhederlaag Vastgesteld Beleidsambities De visie zal worden verwezenlijkt door: •
•
•
de Marsweg deels op een brug aan te leggen. Om de doorstroming van de rivier te verbeteren, wordt immers een deel van de kade onder de Marsweg verlaagd. De brug is nodig om het gebied bij hoogwater toch bereikbaar te houden; met terreineigenaren, ondernemers en gebruikers de mogelijkheden van een duurzame economische kwaliteitsimpuls van het Rhederlaag verder uit te werken. Dit biedt kansen voor vernieuwing en verduurzaming van het recreatief-toeristisch product, hetgeen bij de bestaande campings ook de sociale veiligheid ten goede kan komen. Als onderdeel van de kwaliteitsslag wordt ingezet op onder meer: o het verbeteren van de aantrekkelijkheid van en verkeersveiligheid bij de entrees, met name vanaf de Rivierenweg (TOP-locatie) richting de drie recreatieparken; o de ontwikkeling van een doorlopende route voor wandelaars en fietsers, te ontwikkelen in het Rondje Rhederlaag.
Onderdeel hiervan is de ontwikkeling van een veilige en aantrekkelijke Marsweg; o de aanleg van struinpaden; o het versterken van de inpassing van recreatieparken; o het verbeteren van de vindbaarheid van de pont naar Rheden en het verruimen van de vaartijden; o het realiseren van uitzichtpunten en toegang naar strandjes herkenbaar en aantrekkelijker te maken; o het verkennen en stimuleren van mogelijkheden voor duurzame energie; o het zoeken naar een passende functie voor de laad- en loswal in het Rhederlaag. op de Bahrse Pol ruimte te bieden voor de ontwikkeling van (verblijfs)recreatie, al dan niet in combinatie met de kleinschalige opwekking van duurzame energie. De ontwikkeling vergt een zorgvuldige landschappelijke inpassing, met bijzondere aandacht voor de specifieke kenmerken en kwaliteiten van deze locatie en haar omgeving.
4.3.1.3 Toetsing van het bestemmingsplan aan de intergemeentelijke structuurvisie Voorliggend bestemmingsplan voorziet enerzijds in een actuele planologische regeling voor de bestaande recreatieve activiteiten en landschappelijke waarden in het gebied. Daarnaast voorziet plan in regeling voor het beëindigen van de ontzandingsmogelijkheden in het gebied, de uitbreiding van camping De Veerstal (aanpassing van de oeverlijn) en de inrichting voor het dagrecreatiegebied ten zuiden van de Veerstal en aanpassing van de oeverlijn aan de Kop van Wentink. Deze ontwikkeling zijn in lijn met de ambities zoals deze in de intergemeentelijke structuurvisie voor het gebied Rhederlaag (versterking dagrecreatie, hoogwaardige recreatieve functies en versterking landschappelijke waarden) zijn beschreven. 4.3.2
Beleidskader Vrijestijdseconomie Zevenaar 2030
4.3.2.1 Algemeen Het recreatiebeleid van de gemeente Zevenaar is vastgelegd in het Beleidskader Vrijetijdseconomie Zevenaar 2030 (vastgesteld 18 april 2019). De vrijetijdseconomie is één van de drie speerpuntsectoren van het economisch beleid van de gemeente Zevenaar, naast de maakindustrie en logistiek. Het is ook als zodanig opgenomen in het collegeprogramma 2018 – 2022. Een sterke(re) vrijetijdseconomie is in velerlei opzichten van belang voor de gemeente Zevenaar. De gemeente wil vragen beantwoorden als: waarin onderscheidt Zevenaar zich als bestemming voor recreanten en toeristen, welk aanbod zetten we in de etalage. Om op die vragen een antwoord te krijgen stelt de gemeente, in samenspraak met de sector en betrokkenheid vanuit de regio, een beleidsplan op om de toeristisch-recreatieve kansen te benutten. De indicatieve horizon van dit plan is 2030. De doelstellingen zijn geformuleerd voor 2023 en 2030. Het beleidsplan richt zich op de gemeente Zevenaar, maar neemt ook het bredere perspectief van de Liemers mee. In dit traject is ervoor gekozen onder de Liemers te verstaan: de gemeenten Zevenaar, Duiven, Westervoort en Montferland.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
25
Bestemmingsplan Rhederlaag Vastgesteld Voor de ontwikkeling van de vrijetijdseconomie van Zevenaar heeft de gemeente kernkwaliteiten bepaalt en gaat ze in op de taakvelden, samenwerking en rollen. Vervolgens zijn ambities en doelstellingen geformuleerd. Hieronder zijn de kernkwaliteiten weergegeven en wordt vervolgens ingegaan op de ambities en doelstellingen met het plangebied Rhederlaag. Kernkwaliteiten Basis voor de ontwikkeling van de vrijetijdseconomie vormen de sterkten uit de SWOT analyse én de toeristisch-recreatieve kernkwaliteiten van Zevenaar en de Liemers, die zijn vastgesteld samen met de stakeholder-en klankbordgroep. De kernkwaliteiten zijn: • •
• •
Water: rivieren, riviernatuur, recreatieplassen, watersport en veel cultuurhistorie, die op één of andere manier is gelinkt aan het water. Landschap en natuur: in de gemeente is veel bijzondere natuur en landschap waardoor prachtig gewandeld en gefietst kan worden, zoals de uiterwaarden en het Rijnstrangengebied (de ecologische kraamkamer van de Delta). Historie: er zijn vele verhalen en sporen te vinden van bijvoorbeeld de Romeinen en de Tachtigjarige Oorlog. Ze zijn echter op dit moment nauwelijks beleefbaar. Winkelen: publiekstrekkers zoals Ikea, Intratuin en Loods 5 trekken bezoekers van heinde en verre. In 2021 opent de Fashion Outlet Zevenaar, waar veel mensen op af gaan komen.
4.3.2.2 Ambities voor Rhederlaag De gemeente heeft de volgende ambities op het gebied van vrijetijdseconomie geformuleerd: •
•
Het aantrekkelijker maken van de gemeente Zevenaar als woon-en vestigingslocatie onder meer doordat bestedingen van recreanten en (zakelijk) toeristen bijdragen aan versterking van het voorzieningenniveau in de kernen. Meer werkgelegenheid in de sector. De vrijetijdseconomie is één van de pijlers van de economie van de gemeente Zevenaar en die willen we versterken.
Recreatiegebied Het Rhederlaag wordt in de ambities niet specifiek benoemd, maar wordt in de sterkte/zwakteanalyse die voor het beleidsplan is gemaakt gezien als een sterk punt, aangezien dit een heel belangrijk gebied is waar meerdere toeristische en recreatieve activiteiten ondernomen kunnen worden. Daarbij trekt Het Rhederlaag veel toeristen en recreanten aan uit de wijde regio. 4.3.2.3 Toetsing van het bestemmingsplan aan het Beleidsplan recreatie en toerisme 2013-2018 Met voorliggend bestemmingsplan voorziet wordt naast actuele planologische regeling voor de bestaande recreatieve activiteiten en landschappelijke waarden in het gebied in een aantal ontwikkelingen op recreatief gebied voorzien. Deze ontwikkelingen zijn in lijn met de ambities en doelstellingen zoals verwoord in het Beleidskader Vrijestijdseconomie Zevenaar 2030. 4.3.3
Evenementenbeleid
4.3.3.1 Algemeen Op 24 februari 2010 is het Evenementenbeleid van de gemeente Zevenaar vastgesteld. Hierin zijn de spelregels rond evenementen in de gemeente neergezet. Naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State van 13 april 2005 betreffende het Diepenheimse Schuttersfeest is gebleken dat voor grote, jaarlijks terugkerende evenementen met een bepaalde impact op de omgeving een planologische regeling getroffen dient te worden. Bij de organisatie van evenementen in de gemeente Zevenaar is in het verleden nooit sprake geweest van conflicten met het ruimtelijk beleid dat is vastgelegd is de bestemmingsplannen. Wanneer een aanvraag voor een ongewenst evenement wordt ingediend, blijken in de praktijk er op grond van de APV voldoende weigeringsmogelijkheden te zijn. Aangezien de rechter heeft bepaald dat evenementenlocaties wel planologisch geregeld dienen te worden, doet de gemeente Zevenaar dit, maar dan wel op een praktische wijze. In alle gemeentelijke bestemmingplannen wordt een algemene regel opgenomen – bij de bestemmingen die het toelaten - dat evenementen ook mogelijk zijn.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
26
Bestemmingsplan Rhederlaag Vastgesteld In de toelichting en regels zullen de nadere uitwerkingen aan de orde komen, zoals beperking in aantal of in grootte als dit een te grote impact heeft op de directe omgeving. 4.3.3.2 Toetsing aan evenementenbeleid In voorliggend bestemmingsplan worden in de bestemmingsomschrijving van de recreatiebestemming incidentele evenementen mogelijk gemaakt. Daarnaast wordt voor het evenemententerrein waar het evenement Dreamfield plaatsvindt in het zuiden van het plangebied een specifieke functieaanduiding ‘Evenemententerrein’ opgenomen met bijbehorende regeling. Voor ieder evenement is verder conform het evenementenbeleid een melding of vergunning noodzakelijk 4.4.5
Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid
De ontwikkeling sluit aan bij het relevante beleid van de gemeente Zevenaar. Overige beleidsdocumenten zijn niet van toepassing op de ontwikkeling.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
27
Bestemmingsplan Rhederlaag Vastgesteld
HOOFDSTUK 5
MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN
Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een ruimtelijke onderbouwing vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie , archeologie & cultuurhistorie en Besluit Milieueffectrapportage.
5.1
Geluid
5.1.1
Algemeen
De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidsnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of in dit geval het volgen van de uitgebreide procedure omgevingsvergunning, indien het plan een geluidgevoelig object maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeursgrenswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen. 5.1.2
Situatie plangebied
In voorliggend geval worden binnen het plangebied van het bestemmingsplan geen nieuwe geluidsgevoelige functies mogelijk gemaakt. Een nadere toetsing aan de aspecten weg- en railverkeerslawaai of industrielawaai is om die reden niet aan de orde. Wel is er ten aanzien van de zandwinning een akoestisch onderzoek verricht naar de geluidseffecten vanuit de inrichting. In paragraaf 5.5 milieuzonering wordt hier nader op ingegaan. 5.1.3
Conclusie
De Wet geluidhinder vormt geen belemmering voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.
5.2
Bodemkwaliteit
5.2.1
Algemeen
Bij een bestemmingsplanherziening dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht. In voorliggend geval is door PJ Milieu BV een oriënterend en nader bodemonderzoek en asbest in grondonderzoek uitgevoerd. Door Sweco is tevens een indicatief waterbodem- en asbest onderzoek uitgevoerd. Hieronder wordt per onderzoek nader op de onderzoeksresultaten ingegaan. De volledige onderzoekrapportages zijn opgenomen in bijlage 1 en 2 van deze toelichting. 5.2.2
Situatie plangebied
Oriënterend en nader bodemonderzoek en asbest in grondonderzoek (december 2017) Door PJ Milieu BV een oriënterend en nader bodemonderzoek en asbest in grondonderzoek uitgevoerd vanwege de voorgenomen ontgronding/zandwinning van de locatie.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
28
Bestemmingsplan Rhederlaag Vastgesteld Resumerend kan worden geconcludeerd dat er ter plaatse van boring 14 veel bijmengingen aanwezig zijn, waaronder puin en afval. Op basis van de informatie van de gebruikers (tot twee generaties terug) heeft de locatie in het verleden altijd een agrarisch gebruik gehad en is nooit bebouwd en/of verhard geweest. Dit verklaart dus niet de aanwezigheid van de bijmengingen. Op basis van het onderzoek wordt ingeschat dat er slechts sprake is van één verontreinigingsspot, waarbij in totaal circa 35 m³ grond verontreinigd met koper, lood en zink (70 m x 0,5 meter diep) boven de interventiewaarde. Het betreft een ernstig, oud geval van bodemverontreiniging. Verder aanvullend (of nader) onderzoek wordt niet zinvol geacht. Bij werkzaamheden aan de grond is er sprake van een ‘saneringssituatie’ omdat gewerkt wordt aan/met sterk verontreinigde grond. Hiervoor dienen de nodige voorzorgsmaatregelen genomen te worden. Werken aan de verontreinigde grond dan wel de afvoer van de grond kan plaatsvinden onder de zogenaamde BUS-regeling (Besluit Uniforme Saneringen). Volstaan kan worden met een melding tot sanering aan het bevoegd gezag. Opstelling van een saneringsplan kan achterwege blijven. Eén en ander dient uitgevoerd te worden conform de BRL SIKB 6000 11/protocol 600112 en de BRL SIKB 700013/protocol 700114.
De sanering wordt geëvalueerd / afgerond door het invullen van de daarvoor bestemde formulieren. De graafwerkzaamheden buiten de verontreinigingscontour kunnen zonder aanvullende veiligheidsmaatregelen worden uitgevoerd. De sanering van de noordoever heeft inmiddels plaatsgevonden en is afgerond. Indicatief waterbodem- en asbest onderzoek (maart 2019) Door Sweco is tevens een indicatief waterbodem- en asbest onderzoek uitgevoerd ter plaatse van de ‘Kop van Wentink’, een schiereiland in het recreatiegebied het Rhederlaag. De locatie is onderzocht ten behoeve van de herontwikkeling van het gebied waarbij een deel van het schiereiland wordt afgegraven ten behoeve van zandwinning. Hierbij wordt de bovenste 5 meter (niet vermarktbare klei) binnen het plangebied hergebruikt ten behoeve van de aanleg van een eiland in het kader van natuurontwikkeling. Ten behoeve van de voorgenomen werkzaamheden is inzicht nodig in de milieuhygiënische kwaliteit van de vrijkomende grond. Uit de resultaten van het indicatieve waterbodem- en asbestonderzoek blijkt dat de bodemlaag 0-5 m -mv overwegend uit klei bestaat met bijmengingen van baksteen(brokken) en/of baksteengruis in percentages tot maximaal 15%-20%. Plaatselijk is ook funderingsmateriaal aangetroffen. Onder de 4 à 5 meter dikke kleilaag bevindt zich zintuiglijk schoon zand.
Uit de analyseresultaten blijkt dat de zintuiglijk verontreinigde klei hoofdzakelijk wordt ingedeeld in de klassen AW. Twee mengmonsters worden ingedeeld in respectievelijk klasse A en klasse B. Zowel zintuiglijk als analytisch is geen asbest aangetroffen. Dit betekent dat de vrijkomende grond in principe herbruikbaar is onder de regels van het Besluit bodemkwaliteit. Om te voorzien in de vereiste milieuhygienische verklaring, dient het uitgevoerde indicatief waterbodemonderzoek te worden aangevuld met extra boringen en analyses om tot het vereiste aantal boringen conform de strategie VED-HE van de NEN5740 te komen. Omdat geen asbest is aangetroffen, wordt een aanvullend asbestonderzoek vooralsnog niet noodzakelijk geacht. Indien tijdens de uitvoering van het vervolgonderzoek toch asbestverdacht materiaal wordt aangetroffen, dient alsnog een asbestonderzoek te worden uitgevoerd. Omdat de uitvoering van het veldwerk conform de BRL2003 (hand- of machinale boringen) vanwege de bijmengingen niet mogelijk is, wordt voorgesteld het onderzoek voort te zetten met het graven van sleuven. In overleg met bevoegd gezag (Rijkswaterstaat Oost-Nederland) dient bepaald te worden of de hier voorgestelde onderzoeksstrategie voldoende is voor een milieuhygienische verklaring in het kader van het Besluit bodemkwaliteit.
Het onderzoek heeft zich gericht op het voormalige steenfabriekterrein (deellocatie A). De overige verdachte deellocaties (B en C) die binnen de onderzoekslocatie voorkomen, (puinverhardingen en oeververdediging) dienen nog onderzocht te worden. 5.2.3
Conclusie
Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkelingen in het gebied, mits de geconstateerde verontreiniging plaatsvind conform de BUS-regeling. Daarnaast dient het waterbodemonderzoek te worden aangevuld met extra boringen en analyses om tot het vereiste aantal boringen conform de strategie VED-HE van de NEN5740 te komen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
29
Bestemmingsplan Rhederlaag Vastgesteld
5.3
Luchtkwaliteit
5.3.1
Algemeen
Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. In de Wet milieubeheer staan ondermeer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet milieubeheer zijn de volgende Besluiten en Regelingen: • •
Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen);.
5.3.1.1 Besluit en de Regeling niet in betekenende mate Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip “niet in betekenende mate” is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet milieubeheer vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: • • •
woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.
Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor NO2 en PM10. 5.3.1.2 Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet milieubeheer nodig. 5.3.2
Situatie plangebied
Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in het overgrote deel in een conservering van de bestaande toestand in het plangebied. Hiernaast regelt het plan de verandering en uiteindelijke beëindiging van de commerciële zandwinning binnen afzienbare termijn van naar verwachting 5 jaar, de uitbreiding van camping De Veerstal (aanpassing van de oeverlijn) en de inrichting voor het dagrecreatiegebied ten zuiden van de Veerstal en aanpassing van de oeverlijn aan de Kop van Wentink. In verhouding tot de categorieën zoals hiervoor zijn beschreven in paragraaf 5.3.1.1, kan worden gesteld dat voorliggend plan ‘niet in betekende mate bijdraagt’ aan de luchtverontreiniging. Ten aanzien van de zandwinning is wel onderzoek gedaan naar de luchtkwaliteit. Het betreft de effecten vanuit de inrichting zelf (de zandwinning en de activiteiten op de loskade) op de luchtkwaliteit in de omgeving gedurende de uitvoering van de zandwinningsperiode (naar verwachting 5 jaar). Dit onderzoek, gericht op het berekenen en toetsen van de luchtverontreinigende stoffen afkomstig van de inrichting, zal worden beoordeeld in het kader van de ontzandingsvergunning. Echter gelet op de ruimtelijke effecten is ervoor
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
30
Bestemmingsplan Rhederlaag Vastgesteld gekozen dit onderzoek ook hier te vermelden ook al ziet de zandwinning op een beperkte periode binnen de reguliere duur van het bestemmingsplan.
Conclusie van het onderzoek is dat voldaan wordt aan de grenswaarden uit de Wet Milieubeheer. Het aspect luchtkwaliteit vormt daarom geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. Het volledige luchtkwaliteitsonderzoek is opgenomen in bijlage 3 van deze toelichting. Tot slot wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling niet in aanmerking komt als een gevoelige bestemming in het kader van het Besluit gevoelige bestemmingen. 5.3.3
Conclusie
Het aspect ‘luchtkwaliteit’ vormt geen beletsel voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
5.4
Externe veiligheid
5.4.1
Algemeen
Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: • • • • •
het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit.
Voor vervoer van gevaarlijke stoffen geldt de ‘Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen’ (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in: • • •
het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); de Regeling basisnet; de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied).
Het transporteren van stoffen per buisleiding is geregeld in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. 5.4.2
Situatie plangebied
5.4.2.1 Risicokaart Aan de hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. In afbeelding 5.1 is een uitsnede van de Risicokaart weergegeven.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
31
Bestemmingsplan Rhederlaag Vastgesteld
Afbeelding 5.1
Uitsnede risicokaart (Bron: Risicokaart)
5.4.2.2 Situatie plangebied Inrichtingen Binnen het gebied liggen geen bedrijven waar gewerkt wordt met gevaarlijke stoffen. Op de risicokaart zijn alleen de reeds bestaande gastanks met bijbehorende inrichtingsgrenzen te zien op de campings en bij bedrijven of woningen die niet zijn aangesloten op het regulier gasnetwerk. Vaarweg Over de rivier de IJssel vindt transport van gevaarlijke stoffen plaats. De IJssel maakt deel uit van een vervoersnetwerk voor gevaarlijke stoffen over water, beschreven in het Basisnet water. Voor het Basisnet water zijn risicoberekeningen opgesteld. Daaruit blijkt dat voor de binnenvaart tot 2030 met alle denkbare ontwikkelingen er geen PR 10-6 contour op de oever terecht komt en dat nergens de oriënterende waarde van het groepsrisico wordt overschreden. Buisleiding Ten zuiden van het plangebied is een gasbuisleiding van de Gasunie gelegen. Deze leiding heeft een uitwendige diameter van 114 millimeter en een werkdruk van 40 bar. De 1% letaliteitsgrens ligt op 50 meter aan weerszijden van de leiding. Voor een klein gedeelte ligt deze zone over het plangebied (bij de westrand van de kern Giesbeek). Binnen deze zone worden ten opzichte van de huidige situatie geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt die van invloed zijn op de hoogte van een groepsrisico. Een nadere verantwoording is daarom niet noodzakelijk. 5.4.3
Conclusie
Een en ander brengt met zich mee dat het bestemmingsplan in overeenstemming is met wet- en regelgeving inzake externe veiligheid.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
32
Bestemmingsplan Rhederlaag Vastgesteld
5.5
Milieuzonering
5.5.1
Algemeen
Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven.
Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan/wijzigingsplan mogelijk is. Hoewel deze richtafstanden indicatief zijn, volgt uit jurisprudentie dat deze afstanden als harde eis gezien worden door de Raad van State bij de beoordeling of woningen op een passende afstand van bedrijven worden gesitueerd. 5.5.2
Gebiedstypen
In de VNG-uitgave ‘Bedrijven en Milieuzonering’ is een tweetal gebiedstypen te onderscheiden; 'rustige woonwijk' en 'gemengd gebied'. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor. Langs de randen is weinig verstoring van verkeer. Op basis van de VNG-uitgave wordt het buitengebied gerekend tot een met het omgevingstype ‘rustige woonwijk’ vergelijkbaar omgevingstype. Het omgevingstype ‘gemengd gebied’ wordt in de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ als volgt omschreven: ‘Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend.’ Het plangebied is gelegen in het buitengebied van de gemeente Zevenaar, waarbij geen sprake is van matige of sterke functiemenging. Er wordt in dit geval dan ook van het omgevingstype ‘rustige woonwijk’ uitgegaan.
Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6
Richtafstanden tot omgevingstype rustige woonwijk 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m
Richtafstanden tot omgevingstype gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
33
Bestemmingsplan Rhederlaag Vastgesteld 5.5.3
Situatie plangebied
5.5.3.1 Algemeen Aan de hand van vorenstaande regeling is onderzoek verricht naar de feitelijke situatie. De VNG-uitgave "Bedrijven en Milieuzonering" geeft een eerste inzicht in de milieuhinder van inrichtingen. Zoals al hiervoor genoemd dient bij het realiseren van nieuwe functies gekeken te worden naar de omgeving waarin de nieuwe functies gerealiseerd worden. Hierbij spelen twee vragen een rol: 1. past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); 2. laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking). 5.5.3.2 Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ontwikkeling. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden wordt aangetast. Hieronder is voor de bedrijfsmatige ontwikkelingen met betrekking tot de ontzanding en uitbreiding van De Veerstal een beoordeling gemaakt. De overige ontwikkelingen betreffen ingrepen met betrekking tot de inrichting van het gebied (oevers en natuur). Verandering en beëindiging commerciële zandwinning Inzet vanuit de betrokken partijen is een eindige commerciële ontzanding met concrete afspraken over hoeveelheden, wijze van zandwinning en de periode van zandwinning.
Een en ander conform de nota van uitgangspunten van het IGOR, vastgesteld door de raad op 25 oktober 2017. Deze voorwaarden zijn als volgt: • • • •
Van de resterende 2,2 miljoen m3 zand mag er nog 60% vermarktbaar zand gewonnen en afgevoerd worden; De zandwinning mag slecht plaatsvinden op 2 locaties: bij de Veerstal/noordoever en bij Kop van Wentink op meer dan 500 meter afstand van de woonwijk Riverparc; De zandwinning vindt plaats buiten het toeristisch hoogseizoen; De zandwinning dient binnen 5 jaar na de dag van het onherroepelijk worden van dit bestemmingsplan geheel te zijn uitgevoerd.
Door dGmR is een akoestisch onderzoek en trillingenonderzoek uitgevoerd ten behoeve van de veranderingsvergunning voor de zandwinning in Rhederlaag. De gemaakte keuzes voor zandwinlocaties passen noiet geheel binnen de geldende vergunning en daarnaast wordt de activiteit ‘droge winning’ aangevraagd. Hieronder wordt op de onderzoeksresultaten van beide onderzoeken ingegaan. De volledige onderzoeksrapportage zijn bijgevoegd in bijlage 4 en 5 van deze toelichting. Akoestisch onderzoek Uit het onderzoek blijkt dat het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau op alle beoordelingspunten, voldoet aan de reeds vergunde waarden op vergelijkbare punten en/of aan de richtwaarden voor het desbetreffende gebied. Het maximale geluidsniveau op de beoordelingspunten bedraagt ten hoogste 60 dB(A) in de dagperiode. Hiermee wordt voldaan aan de gestelde norm. De geluidsbelasting veroorzaakt door de incidentele bedrijfssituatie waarbij gedurende het gehele etmaal werkzaamheden plaatsvinden veroorzaakt over het gehele etmaal een constant langtijdsgemiddeld geluidsniveau die gelijk is aan het langtijdsgemiddeld geluidsniveau in de representatieve bedrijfssituatie gedurende de dagperiode. Door de beoordelingssystematiek vindt een toename van de geluidsbelasting gedurende de avond- en nachtperiode ten opzichte van de geluidbelasting in het toetsingskader plaats.
Dit kan door het incidentele karakter als acceptabel beschouwd worden. Voor wat betreft indirecte hinder bedraagt het equivalente geluidsniveau op de referentiepunte ten hoogste 50 dB(A) in de dagperiode. Hiermee wordt voldaan aan het gestelde toetsingskader. Met de aanwezige en geplande installaties, het huidige en toekomstig materieel en de werkwijze geeft het zandwinningbedrijf K3Delta invulling aan Beste Beschikbare Technieken. Hiermee wordt een hoog niveau van bescherming van het milieu gerealiseerd, zoals bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
34
Bestemmingsplan Rhederlaag Vastgesteld Uit het onderzoek blijkt dat vrijwel alle onderzochte geluidsaspecten ten gevolge van de gevraagde activiteiten van K3Delta vergunbaar zijn. Trillingen onderzoek Uit het trillingenonderzoek blijkt dat trillingsschade conform de SBR-publicatie Trillingen deel A ‘Schade aan gebouwen’ te verwaarlozen is. Verder blijkt dat op het aspect trillingshinder voldoende marge is tot de streefwaarden conform de SBR-publicatie Trillingen deel B ‘Hinder voor personen’. Het aspect trillingen is dan ook geen belemmering voor de veranderingsvergunning. Conclusie verandering en beëindiging ontzanding Voor de verandering en beëindiging ontzanding geldt dat uit de onderzoek is gebleken dat de activiteiten qua geluidshinder vergunbaar zijn en het aspect trillingshinder geen belemmering vormt. Verder moet de ontzanding binnen afzienbare termijn van naar verwachting 5 jaar na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan zijn uitgevoerd en beëindigd. Geconcludeerd wordt dat de ontzandingsactiviteiten ten opzichte van de huidige situatie niet meer milieuhinder gaan geven voor de omgeving en na circa 5 jaar zal de hinder volledig komen te vervallen. Op termijn zal woon- en leefklimaat verbeteren. Herontwikkeling Noordoever bestaande uit de uitbreiding van Recreatiepark en Jachthaven de Veerstal en aanpassen van het dagrecreatief gebied.
Het programma voor De Veerstal bestaat uit: • • • • • •
circa 100 standplaatsen die gevarieerd kunnen worden ingevuld; een verbeterde entree voor beide delen samen, oud en nieuw; een voorzieningengebouw een strook ooibos als dekking/buffer ten opzichte van dagrecreatieterrein en voor recreatief gebruik; de buitenoever naar de grote plas inrichten als aanlegoever; het aanbrengen van beplantingen.
Van bovenstaande programma is de uitbreiding van de camping met circa 100 standplaatsen en het bijbehorende seizoensgebonden voorzieningencentrum (horeca en opslag voor materieel voor waterrecreatie, beheer en sanitaire voorzieningen) van belang voor het woon- leefklimaat van functies in de omgeving. Een camping wordt op basis van de VNG handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ beoordeeld als een categorie 3.1 bedrijfsvoering met een grootste richtafstand van 50 meter voor geluid. Binnen een zone van 50 meter van de geplande uitbreiding bevinden zich echter geen geluidsgevoelige functies waarvan het woon- en leefklimaat kan worden aangetast. 5.5.3.3 Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of de nieuwe functies binnen het plangebied hinder ondervindt van bestaande functies in de omgeving. De ontwikkelingen met betrekking tot de ontzanding en uitbreiding van recreatiebedrijf de Veerstal voorzien niet in het toevoegen van hindergevoelige functies welke hinder kunnen ondervinden van bestaande functies in de omgeving. Omgekeerd belemmeren de ontwikkelingen omliggende bedrijven niet in hun bedrijfsvoering. 5.5.4
Conclusie
Het aspect milieuzonering vormt geen belemmering voor de bestemmingsplan besloten ontwikkelingen.
5.6
Ecologie
5.6.1
Algemeen
Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met de Wet natuurbescherming (Wnb) en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten. Sinds 1
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
35
Bestemmingsplan Rhederlaag Vastgesteld januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet natuurbescherming. 5.6.2
Gebiedsbescherming
5.6.2.1 Natura 2000-gebieden Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Deze gebieden worden in Nederland op grond van de Wet natuurbescherming beschermd. In afbeelding 5.2 is de ligging van het gebied (rode contour) ten opzichte van de Natura 2000 weergegeven.
Afbeelding 5.2: Ligging van het plangebied ten opzichte van de Natura 2000 (Bron: Provincie Gelderland)
Binnen het plangebied ligt Natura 2000-gebied. Het gehele winterbed van de IJssel is aangewezen als Vogelrichtlijn gebied. De beschermingszone IJssel is aangewezen voor: kleine zwaan, kolgans, smient, slobeend, meerkoet, grutto, wilde zwaan en reuzenstern die het gebied benutten als overwinteringsgebied en/of rustplaats. Tevens aangewezen voor kwartelkoning en ijsvogel als broedgebied. In het verleden is er in de uiterwaarden veel zand en klei gewonnen. In het deelgebied Rhederlaag mag nog steeds zand worden gewonnen. Binnen het plangebied is geen sprake van een Habitatrichtlijngebied. Wel bevindt zich op een afstand van minder dan 1 kilometer ten noorden van het plangebied het Habitatrichtlijngebied Veluwe. Gelet op deze afstand kunnen eventueel negatieve gevolgen van de projecten voor de instandhoudingsdoelstellingen van dit gebied redelijkerwijs worden uitgesloten. Voor het plangebied geldt als uitgangspunt dat het gehele winterbed van de IJssel is aangewezen in het kader van de Vogelrichtlijn en dat dus nieuwe activiteiten moeten worden getoetst op effecten op de instandhoudingsdoelstellingen. Deze toetsing heeft plaats gevonden in de geactualiseerde natuurtoets van Sweco en vervolgens een stikstofdepositieonderzoek door dGmR en Berekening AERIUS Calculator – Camping BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
36
Bestemmingsplan Rhederlaag Vastgesteld Rhederlaag door Sweco Hieronder worden de onderzoeksresultaten hiervan beknopt toegelicht. De volledige rapportages zij opgenomen in bijlage 6, 7 en 8 bij deze toelichting. Actualisatie Verkennend natuuronderzoek (februari 2021) De voorgenomen ontgrondingsactiviteit is een aanpassing van een reeds eerder op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 vergunde ontgrondingswerkzaamheden. De gewijzigde ontgrondingsplannen houden (per saldo) een inperking in van de ontgrondingsactiviteit zoals in 2014 is vergund. Dat betekent dat geen sprake is van in het kader van de Wet natuurbescherming nog extra te toetsen ontgrondingsactiviteiten, aangezien de reeds op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 vergunde ontgrondingsactiviteiten de referentiesituatie vormen. De voorgenomen uitbreiding van camping de Veerstal is nog niet vergund op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 vergunning uit 2014. Deze activiteit leidt niet tot een aantasting van (potentieel) broedgebied van kwalificerende broedvogelsoorten van het Natura 2000-gebied Rijntakken. Ook verstoring van kwalificerende broedvogelsoorten is op voorhand uitgesloten aangezien (potentiele) broedgebieden van kwalificerende broedvogelsoorten buiten de verstoringsafstand van de voorgenomen activiteiten liggen.
Significante verstoring van kwalificerende niet-broedvogelsoorten is eveneens op voorhand uitgesloten, omdat kwalificerende niet-broedvogels zich momenteel reeds buiten de door campinggasten en andere recreanten verstoorde Landtong noordoever ophouden, verstoring overwegend plaatsvindt in de periode dat nietbroedvogels niet in het gebied aanwezig zijn en er in het recreatiegebied Rhederlaag voldoende leefgebied voor kwalificerende niet-broedvogels aanwezig blijft. Stikstofonderzoek Door dGmR is in opdracht van K3Delta en Leisurelands voor de activiteiten een stikstofdepositieonderzoek uitgevoerd in juni 2021. In januari is de berekening met dezelfde uitgangspunten opnieuw gemaakt met de vernieuwde AERIUS-calculator. De uitkomsten zijn niet gewijzigd, waardoor het oorspronkelijke rapport (bijlage 7) in stand is gelaten en de nieuwe berekening als extra bijlage (bijlage 8) is toegevoegd. K3Delta en Leisurelands zijn actief in het winnen van zand op het Rhederlaag. K3Delta beschikt over een milieuvergunning (kenmerk 2009-018783/MPM18654 van 14 maart 2011, oprichtingsvergunning d.d. 29 juli 1966, gereviseerd in 11 februari 1997). Leisurelands beschikt over een natuurvergunning (kenmerk 2013010234 van 20 januari 2014). Deze vergunningen staan onder meer de jaarlijkse winning van twee miljoen ton zand en grind per jaar toe. De zandwinning is sinds de jaren ’60 actief in het gebied.
In 2014 is de zandwinning iets gewijzigd en is gestart met de uitvoering van deze werkzaamheden. Nadien is, op verzoek van de provincie Gelderland en gemeente Zevenaar naar aanleiding van vragen en verzoeken van omwonenden, bezien of de zandwinning aangepast kon worden om tegemoet te komen aan deze verzoeken. Dit traject is door K3Delta en Leisurelands gestart in samenspraak met de betrokken overheden en de omwonenden. Na intensief overleg is er in de afgelopen jaren een aangepast en breed gedragen inrichtingsplan tot stand gekomen. Voor het aangepaste plan wordt een veranderingsvergunning aangevraagd. Voor de uitvoering en de realisatie van dit gewijzigde plan wordt er alleen nog op twee locaties tijdelijk zand gewonnen in het Rhederlaag. Het betreft de Kop van Wenting en een deel van de noordoever ten zuiden van camping De Veerstal. Hierbij is sprake van de afvoer van maximaal 1.100.000 m3 zand gedurende een periode van vijf jaar. De bedrijfsactiviteiten zijn daarmee kleiner dan nu vergund en waarmee al is gestart. Voor deze aangepaste activiteiten worden veranderingsvergunningen aangevraagd en geldt dat het als wijziging wordt meegenomen in voorliggend nieuw bestemmingsplan voor het gebied Rhederlaag en Koppenwaard dat in procedure wordt gebracht.
Met voorliggend bestemmingsplan wordt eveneens een evenemententerrein planologisch geborgd waar een jaarlijks terugkerend muziekevenement plaatsvindt en wordt de uitbreiding van het kampeerterrein bij camping De Veerstal mogelijk gemaakt. Het uitgevoerde onderzoek gaat in op het aspect stikstofdepositie. Het doel van het onderzoek is het berekenen en toetsen van de stikstofdepositie op stikstofgevoelige Natura 2000gebieden. Hieronder worden de resultaten weergeven. Onderzoeksresultaten Uit de onderzoeksresultaten naar de gewijzigde zandwinactiviteiten van K3Delta, de uitbreiding van camping De Veerstal en het organiseren van een jaarlijks evenement blijkt dat de depositie, als gevolg van deze wijzigingen/ontwikkelingen binnen het plangebied, afnemen ten opzichte van de relevante referentiesituatie.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
37
Bestemmingsplan Rhederlaag Vastgesteld Hierbij wordt voor deze zandwinactiviteiten een veranderingsvergunning aangevraagd. Voor de andere ontwikkelingen is geen vergunning Wet natuurbescherming nodig. 5.6.2.2 Gelders natuurnetwerk Het Nederlands Natuurnetwerk (NNN) is de kern van het Nederlandse natuurbeleid (NNN). Het NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In voorliggend geval het Gelders Natuurnetwerk (GNN). In of in de directe nabijheid van het NNN/GNN geldt het ‘nee, tenzij’-principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. In afbeelding 5.3 is de ligging van het plangebied (rode contour) ten opzichte van het NNN/GNN weergegeven.
Afbeelding 5.3: Ligging van het plangebied ten opzichte van de NNN/GNN (Bron: Provincie Gelderland)
Het plangebied is onderdeel van de Groene ontwikkelzone van het GNN. Door Sweco is een beschouwing GNN gemaakt voor de te wijzigen ontgrondingsactiviteiten en uitbreiding van camping de Veerstal. Hieronder worden de conclusies van deze beschouwing beknopt weergegeven. De volledige beschouwing is opgenomen in bijlage 9 bij deze toelichting. Beschouwing GNN (Juni 2019) Geconcludeerd wordt dat het voorgenomen plan inclusief herbegrenzing van GNN leidt tot een uitbreiding van de begrenzing van GNN en daarmee per saldo ook een positief effect heeft op de wezenlijke kenmerken en waarden van het GNN. Er gaat weliswaar zachthoutooibos begrensd als GNN verloren door de uitbreiding van camping de Veerstal, maar hiertegenover staat een uitbreiding van de begrenzing van het GNN met de volgende nieuwe en/of bestaande natuurwaarden: • •
Aanplant ca. 1,7 ha zachthoutooibos op de Kop van Wentink; Creëren vogeleiland van ca. 1,2 ha en ca. 3 ha aan ondiepe zones en ondiep water daar omheen. Op het vogeleiland kan ca. 0,6 ha aan zachthoutooibos ontwikkelen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
38
Bestemmingsplan Rhederlaag Vastgesteld In totaal zal hierdoor ca. 5,9 ha aan nieuwe GNN worden gecreëerd met zowel nieuw zacht-houtooibos (ca. 2,3 ha) als leefgebied voor water- en moerasvogels (ca. 4,2 ha). De wezenlijke kenmerken en waarden van GNN worden daarmee per saldo dus versterkt. Indien deze versterking planologisch wordt verankerd in het gelijktijdig vast te stellen bestemmingsplan, wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 2.7.1.2 van de vigerende Omgevingsverordening van de provincie Gelderland. Tevens kan worden voldaan aan de bepalingen uit artikel 2.7.1.1 van de vigerende Omgevings-verordening van de provincie Gelderland. Hier wordt onderstaand op in gegaan.
Redenen van groot openbaar belang en alternatieven Het Rhederlaag ligt in het uiterwaardengebied van de IJssel aan de zuidflank van de Veluwe. De basis voor de ontwikkeling van het gebied is ‘Het Recreatieplan Rhederlaag’ uit eind jaren ’60-begin ’70. De rivierverlegging en ontzandingen maakten een geheel nieuwe bestemming mogelijk; watersportrecreatie. Een belangrijk doel van de creatie van het intensieve recreatiegebied was en is nog steeds om de nabij gelegen natuur recreatief te ontlasten door de recreatie hier optimaal te faciliteren. Het Rhederlaag is uitgegroeid tot een gebied van grote maatschappelijke en economische betekenis voor de regio met een groot aanbod van dag- en verblijfsrecreatie. De rest van het uiterwaardengebied is slechts op een aantal plekken toegankelijk voor recreatief (mede)gebruik. In een regio waar de leefbaarheid als gevolg van demografische ontwikkelingen onder druk staat, is een florerende vrijetijdseconomie van groot maatschappelijk belang. De komst van recreanten van buiten de regio, en de werkgelegenheid met name aan de onderkant van de arbeidsmarkt, zijn essentieel voor de leefbaarheid en meer specifiek de instandhouding van voorzieningen voor de lokale gemeenschap. Daarnaast voorziet het recreatiegebied, met haar openbaar toegankelijke dagrecreatieterreinen, in belangrijke mate in het woongenot van omliggende woongebieden.
Instandhouding van het recreatiegebied/de recreatiefunctie en daarmee het maatschappelijk belang, vergt continue investeringen in het aanbod. Vernieuwing is noodzaak in de vrijetijdseconomie, om aantrekkelijk te blijven voor de consument. Met name in de verblijfsrecreatie dreigt verloedering, uitponding en criminaliteit op de parken, wanneer de recreant onvoldoende verleid kan worden. Ook binnen het initiatief voor het Rivierklimaatpark IJsselpoort, wordt ten aanzien van de Rhederlaag bijvoorbeeld ingezet op versterking van het gebied als recreatief zwaartepunt, waarbij (verblijfs) recreatieterreinen en het recreatieve netwerk kunnen worden uitgebreid. Dit wordt door alle betrokken partijen binnen het Integraal Gebiedsoverleg het Rhederlaag (IGOR) onderkent alsmede door de gemeente Zevenaar. Inmiddels is door het IGOR een Notitie van Uitgangspunten opgesteld. Dit document is het resultaat van het gebiedstraject dat is doorlopen en het wordt gedragen door alle deelnemers van het IGOR, bestaande uit omwonenden (kernen Giesbeek en Lathum), verenigingen (hengelsport, scouting, watersport, etc), ondernemers (vakantieparken, schippers, jachthavens, etc), Natuurmonumenten en door K3Delta en Leisurelands. De notitie is op 25 oktober 2017 vastgesteld door de gemeenteraad van Zevenaar. Daarmee is de basis gelegd voor een nieuw bestemmingsplan.
Bij het IGOR leeft in de eerste plaats de wens om het huidige aanbod aan verblijfsrecreatie kwalitatief te verbeteren. In de toekomstvisie van het Rhederlaag wil men ruimte bieden aan geconcentreerde ontwikkeling van verblijfsrecreatie bijvoorbeeld op de Bahrse Pol. Bovendien wil men eerdere ambities ten aanzien van een mogelijke boulevard nogmaals tegen het licht houden. Men hoopt tegelijkertijd dat nieuwe ontwikkelingen op het Rhederlaag onder meer in de verblijfsrecreatie huidige ondernemers zullen stimuleren om hun eigen locatie een kwalitatieve impuls te geven. De grootste beperking vanuit recreatief perspectief ligt in het eenzijdige / beperkte aanbod aan recreatieve voorzieningen (Notitie van uitgangspunten ‘Het Rhederlaag’, IGOR 2017). De grootste bedreiging is het uitblijven van investeringen in de kwaliteit van de verblijfsrecreatie om aantrekkelijk te blijven voor de recreant en de overgang naar uitponding. Camping de Veerstal speelt een belangrijke rol in het aanbieden van kwalitatief hoogwaardige verblijfsrecreatie op het Rhederlaag. Het huidige campingterrein is ca. 16 ha groot en ligt omsloten door hoogwaardige natuur (Natura 2000 en Gelders Natuurnetwerk) in de Vaalwaard. Uitbreiding in oostelijke richting is daarom geen reëel alternatief. Aan de noordzijde van het campingterrein ligt de IJssel en aan de zuidzijde water.