1052604 Bijlage 2 Sportonderzoek 2020
Tekst van het document
28
100% 90% 80% 70% 60% 50% 40%
30% 20% 10% 0%
(Bijna) nooit
1-2 dagen per week
3-4 dagen per week
5 dagen per week
Figuur 3.3 Beweegfrequentie in relatie tot basisscholen in de gemeente Zevenaar
De leerlingen is daarnaast de vraag gesteld hoe lang zij onderweg zijn van huis naar school. Het grootste deel van de leerlingen (62%) is minder dan 10 minuten per dag onderweg naar school, gevolgd door 28% van de leerlingen die 10 tot 20 minuten per dag onderweg zijn naar school. Deze resultaten komen in grote lijnen overeen met 2016. Tabel 3.3 geeft inzicht in alle resultaten. Tabel 3.3 Tijd die leerlingen onderweg zijn naar school
Tijd
2020 2016
Minder dan 10 minuten per dag 10 tot 20 minuten per dag 20 tot 30 minuten per dag 30 minuten tot een uur per dag Langer dan een uur per dag
62% 28% 5% 3% 2%
58% 25% 10% 5% 2%
3.3. Sporten 3.3.1.Sportdeelname en sportfrequentie Om de sportdeelname van leerlingen te achterhalen is de vraag gesteld of leerlingen buiten schooltijd aan sport doen. 89% van de leerlingen in de gemeente Zevenaar geeft aan buiten schooltijd aan sport te doen. Dit percentage is gelijk aan het percentage van 2016. In 2012 was dit 93%. De Richtlijn Sportdeelname Onderzoek (RSO) geeft aan dat leerlingen minimaal twaalf keer per jaar moeten sporten om als sporter gezien te worden. 94% van de leerlingen in de gemeente Zevenaar sport voldoet aan deze richtlijn. In 2016 was dit 88%.Landelijk gezien voldoet 92% van de kinderen tussen zes en elf jaar aan deze norm (SCP, 2018). Wanneer de resultaten omtrent sporten buiten schooltijd wordt vergeleken op basis van geslacht blijkt dat er nauwelijks verschil is tussen jongens (95%) en meisjes (93%). Kinderen uit groep 5 voldoen over het algemeen minder vaak aan de norm voor sportdeelname dan andere groepen. 88% van de leerlingen uit groep 5 voldoet aan de sportdeelname tegenover 93% uit groep 7 en 96% uit groep 6 en 8. 29
Leerlingen is daarnaast de vraag gesteld hoe vaak zij per week aan sport doen.79% van de kinderen in Nederland tussen de acht en twaalf jaar sport wekelijks (CBS en RIVM, 2017). 91% van de leerlingen in de gemeente Zevenaar sport wekelijks. Dit is een stijging ten opzichte van 2016 toen 84% van de leerlingen in de gemeente Zevenaar aangaf minimaal wekelijks te sporten. De sportfrequentie van jongens is hoger dan die van meisjes. Waar 60% van de sportende jongens vaker dan twee keer per week sport, geldt dit voor 41% van de meisjes. Kijkend naar de verschillen in groep valt op dat bij leerlingen uit groep 8 de hoogste sportfrequentie aanwezig is. Binnen deze leeftijdscategorie sport 80% van de sportende leerlingen minimaal 2 keer per week. 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30%
20% 10% 0% 2020
2016
Jongens
Meisjes
Groep 5
Groep 6
Groep 7
Groep 8
Meer dan 2 keer per week
2 keer per week
1 keer per week
2 á 3 keer per maand
1 keer per maand
Minder dan 1 keer per maand
Weet ik niet
Figuur 3.4 Sportfrequentie sportende leerlingen in relatie tot geslacht en leeftijd
De resultaten zijn tevens per basisschool vergeleken. Wat opvalt is dat leerlingen van De Tragellijn, St. Franciscus en De Trompetter minder vaak aan de norm voor sportdeelname voldoen dan leerlingen van andere basisscholen. Leerlingen van de St. Martinusschool en Het Scathe doen relatief gezien veel aan sport. De resultaten zijn weergegeven in tabel 3.4. Tabel 3.4 Vergelijking sportdeelname (minimaal 12x per jaar sport) in relatie tot scholen
School
2020
2016
St. Martinusschool Het Scathe Overlaat Lindenhage De Tamboerijn De Bem De Trompetter St. Franciscus Tragellijn
100% 100% 98% 96% 95% 94% 92% 91% 85%
97% 91% -
30
3.3.2. Redenen om te sporten De leerlingen is gevraagd naar de redenen waarom zij aan sport doen. Het merendeel van de leerlingen geeft aan dat zij sporten omdat het leuk (90%) en gezond (69%) is. Daarnaast zijn ook het in conditie blijven (31%), met vrienden samen zijn (30%) en het goed zijn in sport (28%) belangrijke redenen voor leerlingen om te sporten. De volgorde van redenen zijn vrijwel gelijk aan 2016. Tabel 3.5 geeft de meest populaire redenen weer waarom de leerlingen in de gemeente Zevenaar aan sport doen. Tabel 3.5 Redenen voor sportbeoefening onder leerlingen
Reden
2020
2016
Omdat het leuk is Omdat het gezond is Om in conditie / op gewicht te komen/blijven Om met vrienden samen te zijn Omdat ik goed ben in sport Om te ontspannen Om gespierd te worden Om aan anderen te laten zien wat ik kan Om ergens bij te horen Om populair te zijn Weet ik niet Anders
90% 69% 31% 30% 28% 22% 13% 14% 4% 3% 3% 7%
93% 63% 38% 26% 24% 18% 16% 11% 3% 1% 2% 10%
3.3.3. Sportvoorkeuren Leerlingen gaven aan welke sport(en) zij doen. De meeste leerlingen doen aan voetbal (26%), gevolgd door dansen (16%), turnen (8%), paardensport (7%) en skeeleren/skaten (6%). Deze cijfers komen in grote lijnen overeen met de cijfers uit 2016. Voetbal is net als in 2016 de populairste sport. Tabel 3.6 geeft de tien meest beoefende sporten bij de basisscholieren in de gemeente Zevenaar weer. In tabel 3.7 wordt de top vijf sporten van jongens en meisjes in de gemeente Zevenaar weergegeven. Tabel 3.6 Populairste sporten leerlingen
Top 10 Sporten
2020 2016
1. Veldvoetbal 2. Danssport 3. Gymnastiek/turnen 4. Paardensport 5. Skeeleren/skaten 6. Hockey 7. Zaalvoetbal 8. Wandelen 9. Judo 10. Volleybal
26% 16% 8% 7% 6% 5% 5% 5% 4% 4%
29% 14% 6% 8% 5% 6% 2% 1% 6% 4%
Tabel 3.7 Populairste sporten in relatie tot geslacht
Top 5 Jongens
%
Top 5 Meisjes
%
1. Veldvoetbal 2. Zaalvoetbal 3. Judo 4. Wielrennen/mountainbike/fietsen 5. Vecht- en verdedigingssporten
47% 9% 7% 5% 4%
1. Dansen 2. Gymnastiek/turnen 3. Paardensport 4. Veldvoetbal 5. Skeeleren/Skaten
25% 14% 12% 9% 8%
31
3.3.4. Organisatievorm Deze paragraaf geeft antwoord op de vraag waar sportende leerlingen hun sport beoefenen. Dit kan bijvoorbeeld zijn bij een sportvereniging, bij een dansschool, manege, zwembad of sportschool, thuis, speelveld in de buurt en/of op straat. De leerlingen konden meerdere antwoorden invullen, waardoor het percentage boven 100% uitkomt. 82% van de sportende leerlingen doet aan sport bij een sportvereniging. Omgerekend is dit 73% van het totaal aantal leerlingen (inclusief niet-sporters). De sportvereniging blijft daarmee, net zoals in 2016 (72%), voor deze doelgroep veruit de belangrijkste aanbieder van sport. In vergelijking met landelijke cijfers (80%) scoort de gemeente Zevenaar redelijk gelijk. 21% van de sportende leerlingen en 18% van het totaal aantal leerlingen sport bij een commerciële aanbieder. Dit percentage is nagenoeg gelijk aan het landelijk gemiddelde van 23% (SCP, 2018). Als er wordt vergeleken op basis van geslacht valt op dat jongens (85%) vaker actief zijn bij een sportvereniging dan meisjes (80%). Daartegenover staat dat meisjes (29%) hun sport vaker beoefenen bij een dansschool, fitnesscentrum of manege (commerciële aanbieder) dan jongens (8%). Dit beeld is gelijk aan 2016. Tabel 3.8 geeft de relatie tussen de organisatievorm van de betreffende sport in relatie tot geslacht weer. Tabel 3.8 Organisatievorm sporters in relatie tot geslacht
Vorm
2020
2016 Jongens
Meisjes
Sportvereniging Fitnesscentrum, sportschool, dansschool of manege Thuis Op straat Speelveld in de buurt Weet ik niet Anders
82% 20% 25% 15% 18% 4% 17%
72% 22%
80% 29% 21% 11% 14% 5% 18%
22% 3% 13%
85% 8% 31% 19% 24% 4% 17%
Het grootste gedeelte van de leerlingen die aangeeft te sporten bij een sportvereniging is DCS Zevenaar, TTV Zevenaar, S.V. OBW, SDZZ, T.H.O.R. Zwaluwen of NLG. Leerlingen die geen lid zijn van een sportvereniging weten vaak niet waarom zij hier geen lid van zijn (49%). 27% sport liever op een andere manier en 2% van de leerlingen geeft aan dat sporten te duur is. Het aantal leerlingen dat aangeeft dat sporten te duur is, is ten opzichte van 2016 gedaald. Opvallend is dat het aantal leerlingen dat aangeeft de sport die ze leuk vinden niet in de buurt is stijgt. Tabel 3.9 laat alle redenen zien waarom de leerlingen geen lid zijn van een vereniging. Tabel 3.9 Redenen waarom leerlingen geen lid zijn van een sportvereniging
Reden
2020
2016
Ik sport liever op een andere manier Het is te duur De sport die ik leuk vind kan ik niet in mijn buurt doen Weet ik niet Anders
27% 2% 10% 49% 15%
27% 7% 4% 58% 13%
3.3.5. Niet sporten In deze paragraaf wordt ingegaan op de motieven waarom leerlingen niet aan sport doen. 11% van de leerlingen gaf aan niet aan sport te doen. De niet-sporters kregen vervolgens de vraag wat de belangrijkste reden was waarom zij niet aan sport doen. De meeste leerlingen (29%) geven aan niet te weten waarom zij niet aan sport doen of er geen tijd voor te hebben (15%). Het argument geen 32
tijd was in 2016 hoger dan in 2020 (26%). Daarnaast geeft 8% van de leerlingen aan niet te sporten omdat het te duur is. Bij het antwoordmogelijkheid ‘anders’ wordt regelmatig aangegeven dat leerlingen binnenkort (weer) een sport gaan doen of nog sporten uitproberen. Tabel 3.10 geeft alle resultaten op de vraag weer. Tabel 3.10 Redenen waarom leerlingen niet (meer) aan sport doen
Reden
2020
2016
Ik heb er geen tijd voor Het is te duur Ik vind sporten niet leuk Ik ben er niet goed in Ik weet niet wat er te doen is Weet ik niet Anders
15% 8% 14% 8% 12% 29% 34%
26% 15% 9% 3% 3% 26% 47%
Ongeveer twee-derde (68%) van de niet-sportende leerlingen geeft aan in de toekomst wel (weer) te willen gaan sporten. De andere leerlingen (32%) geven aan dit niet te willen. De redenen die de nietsporters hebben om toch (weer) te gaan sporten worden in tabel 3.11 weergegeven. 84% van de leerlingen geeft hierbij aan dat ze sport leuk vinden en 70% zou (weer) gaan sporten omdat het gezond is. Verschillende leerlingen (36%) zouden tevens weer gaan sporten omdat zij zo in conditie blijven en/of op gewicht komen. Opvallend is dat 23% van de leerlingen aangeeft weer te willen sporten om met vrienden samen te zijn. In 2016 was dit 3%. Bij deze vragen was het mogelijk meerdere antwoorden in te vullen. Tabel 3.11 Redenen om (weer) te gaan sporten
Reden
2020
2016
Omdat het leuk is Omdat het gezond is Om in conditie / op gewicht te komen/blijven Om gespierd te worden Omdat ik goed ben in sport Om te ontspannen Om met vrienden samen te zijn Om aan anderen te laten zien wat ik kan Weet ik niet Anders
84% 70% 36% 11% 15% 7% 23% 2% 0% 7%
83% 60% 40% 13% 13% 10% 3% 3% 3% 0%
3.4.Buiten spelen Deze paragraaf heeft betrekking op het gedrag van leerlingen uit de gemeente Zevenaar op het gebied van buiten spelen. Aan de leerlingen is gevraagd in welke mate zij gemiddeld per week buiten spelen. Uit het onderzoek blijkt dat 97% van de leerlingen weleens buiten speelt. Dit percentage is iets gedaald ten opzichte van 2016 (99%). 48% van de leerlingen geeft aan vaker dan 4 keer per week buiten te spelen (2016: 45%). 23% van de leerlingen geeft aan 3 tot 4 keer per week buiten te spelen (2016: 26%), 14% van de leerlingen speelt 1 tot 2 keer per week buiten (2016: 13%) en 3% van de leerlingen speelt nooit buiten (2016: 1%). 12% van de leerlingen geeft aan niet te weten hoe vaak hij/zij buiten speelt (2016: 15%). Kijkend naar het geslacht wordt zichtbaar dat er nagenoeg geen significant verschil is in de mate van buitenspelen. Het enige significante verschil is zichtbaar tussen jongens en meisjes die nooit 33
buitenspelen waarbij er significant meer jongens (5%) dan meisjes (2%) zijn die nooit buiten spelen. Verder zijn er ook weinig verschillen zichtbaar op basis van groep. Aan leerlingen is gevraagd waar zij buitenspelen. De populairste plaatsen zijn het schoolplein (65%), de speeltuin (63%) en op straat (51%). In 2016 was het schoolplein ook de populairste plaats om te spelen (55%). Het trapveldje wordt (wederom) aanzienlijk minder als speelplaats genoemd ten opzichte van 2016 en 2012. De resultaten worden weergegeven in tabel 3.12. Tabel 3.12 Soort speelplaats
Speelplaats
2020
2016
2012
Schoolplein Speeltuin Straat Trapveldje Skatebaan Anders
65% 63% 51% 18% 13% 34%
55% 52% 50% 32% 7% 6%
60% 56% 66% 50% 11% /
59% van de leerlingen ervaart de speelplaatsen in de buurt/wijk als (heel erg) leuk. In 2016 was dit 48%. 9% van de leerlingen geeft aan de speelplaatsen (helemaal) niet leuk te vinden. De speelplaatsen worden door meisjes iets positiever ervaren dan door jongens. Tabel 3.13 geeft de relatie tussen de tevredenheid over de speelplaatsen in de buurt/wijk en het geslacht weer. Tabel 3.13 Tevredenheid speelplaatsen in de buurt/wijk in relatie tot geslacht
Tevredenheid
2020
2016
Jongens
Meisjes
Heel erg leuk Leuk Normaal Niet leuk Helemaal niet leuk Weet ik niet
29% 30% 25% 5% 4% 7%
17% 31% 32% 7% 7% 6%
30% 26% 26% 6% 4% 7%
27% 34% 23% 4% 3% 8%
Als de tevredenheid wordt vergeleken op basis van leeftijd valt op dat hoe ouder leerlingen worden, hoe minder leuk de speelplaatsen worden beoordeeld. Leerlingen uit groep 6 zijn het meest positief, 71% van deze leerlingen ervaart de speelplaatsen als (heel erg) leuk. Groep 8 is het minst positief, aangezien de speelplaatsen door 45% van hen als (helemaal niet) leuk wordt ervaren. Dit komt overeen met de resultaten van 2016. Tabel 3.14 geeft de relatie weer tussen de groepen en de tevredenheid over de speelplaatsen in de buurt/wijk. Tabel 3.14 Tevredenheid speelplaatsen in de buurt/wijk in relatie tot leeftijd
Tevredenheid
Groep 5
Groep 6
Groep 7
Groep 8
Heel erg leuk
36%
39%
30%
18%
Leuk
28%
32%
35%
27%
Normaal
20%
16%
20%
35%
Niet leuk
4%
3%
5%
7%
Helemaal niet leuk
4%
3%
2%
5%
Weet ik niet
8%
6%
8%
8%
34
Als de tevredenheid per school wordt vergeleken valt op dat leerlingen van basisscholen De Trompetter, St. Franciscus en Overlaat het meest positief zijn, aangezien de speelplaatsen door respectievelijk 82%, 69% en 62% van de leerlingen (heel erg) leuk wordt ervaren. Figuur 3.5 geeft de relatie weer tussen de basisscholen en de tevredenheid over de speelplaatsen in de buurt/wijk. 100% 90% 80% 70%
60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%
Heel erg leuk
Leuk
Normaal
Niet leuk
Helemaal niet leuk
Weet ik niet
Figuur 3.5 Tevredenheid over de speelplaatsen in de buurt/wijk in relatie tot basisschool
3.5. Bewegingsonderwijs Aan de leerlingen is gevraagd in welke mate zij tevreden zijn over de gymlessen die zij op school krijgen. De gymlessen zijn geëvalueerd op basis van tevredenheid en verbetermogelijkheden. Over het algemeen zijn de leerlingen uit de gemeente Zevenaar (heel erg) tevreden over de gymlessen. 89% van de leerlingen vindt de gymlessen (heel erg) leuk. Dit resultaat is gestegen ten opzichte van 2016. Destijds beoordeelde 84% van de leerlingen de gymlessen als (heel erg) leuk. In tabel 3.15 worden de resultaten weergegeven. Tabel 3.15 Tevredenheid gymlessen
Tevredenheid
2020
2016
2012
Heel erg leuk Leuk Normaal Niet leuk Helemaal niet leuk Weet ik niet
60% 29% 9% 0% 1% 1%
43% 41% 14% 1% 0% 0%
28% 49% 20% 1% 1% 1%
De gymlessen worden door zowel jongens als meisjes als heel positief ervaren, aangezien 91% van de jongens de lessen als (heel erg) leuk ervaart en 88% van de meisjes. In 2016 vonden jongens de gymlessen over het algemeen leuker dan meisjes. Tabel 3.16 geeft inzicht in de resultaten in relatie tot geslacht.
35
Tabel 3.16 Tevredenheid gymlessen in relatie tot geslacht
Tevredenheid
Jongens
Meisjes
Heel erg leuk Leuk Normaal Niet leuk Helemaal niet leuk Weet ik niet
59% 32% 8% 0% 1% 0%
61% 27% 10% 0% 0% 2%
Wanneer de gymlessen per basisschool worden vergeleken valt op dat er weinig verschillen zichtbaar zijn. De gymlessen op basisschool De Trompetter worden het meest positief beoordeeld. 97% van de leerlingen ervaren de gymlessen als (heel erg) leuk. De school waarbij de tevredenheid over de gymlessen relatief het minst hoog is, is basisschool Lindenhage. Daar ervaart 82% van de leerlingen de gymlessen als (heel erg) leuk. Wanneer er gekeken wordt naar een beoordeling van (helemaal niet) leuk, zijn er nagenoeg geen verschillen te zien tussen de scholen in de gemeente Zevenaar. Tabel 3.17 laat de tevredenheid over de gymlessen in relatie tot de basisscholen in gemeente Zevenaar zien. Tabel 3.17 Tevredenheid gymlessen in relatie tot basisscholen
School
Heel erg leuk
Leuk
Normaal Niet leuk
Helemaal niet leuk
Weet ik niet
De Tamboerijn De Trompetter Lindenhage St. Franciscus St. Martinusschool De Bem Het Scathe Overlaat Tragellijn
54% 89% 43% 59% 58%
33% 8% 38% 29% 37%
10% 3% 15% 12% 5%
0% 0% 1% 1% 0%
0% 0% 1% 0% 0%
3% 0% 2% 0% 0%
67% 50% 70% 63%
28% 36% 23% 28%
5% 14% 4% 9%
0% 0% 0% 0%
0% 0% 2% 0%
0% 0% 1% 0%
De leerlingen werd gevraagd wat zij zouden willen veranderen aan de gymlessen. Zij hadden daarbij de mogelijkheid meerdere antwoorden aan te kruisen. 64% van de leerlingen gaf aan vaker gymles per week te willen hebben. Ook in 2016 was dit het meest genoemde antwoord. Destijds wilde 61% van de leerlingen vaker gymles per week. Daarnaast wil 31% van de leerlingen meer diversiteit zien in het aanbod en 19% wil minder vaak stilstaan en wachten. In tabel 3.18 wordt aangegeven wat leerlingen het liefst veranderd zouden willen zien. Tabel 3.18 Veranderingen gymlessen
Veranderingen aan gymlessen
2020 2016
Niets, het is prima zo Vaker gymles per week Verschillende sporten en spelen Minder vaak stilstaan en wachten Meer buiten gymen Les krijgen van sportverenigingen (kennismaking) Minder vaak gymles per week Weet ik niet Anders
15% 64% 31% 19% 17% 9% 2% 5% 8%
36
12% 61% 35% 31% 27% 16% 1% 2% 10%
3.6. Sjors Sportief Deze paragraaf staat in het teken van Sjors Sportief. Aan de hand van Sjors Sportief kunnen leerlingen van de basisscholen in de gemeente Zevenaar op een laagdrempelige manier kennismaken met een grote verscheidenheid aan sporten en creatieve activiteiten, zonder lid te worden van een club of vereniging. Alle activiteiten vinden na school plaats. Uit het onderzoek bleek dat 33% van de leerlingen deelnam aan activiteiten van Sjors Sportief (kennismakingslessen). Dit is een stijging ten opzichte van 2016, toen 17% van de leerlingen had deelgenomen aan Sjors Sportief. Meisjes nemen iets vaker deel aan activiteiten van Sjors Sportief dan jongens, respectievelijk 34% en 32%. Bij de vergelijking op basis van leeftijd valt op dat leerlingen uit groep 7 vaker deelnamen (41%) dan de andere groepen. Figuur 3.6 geeft de relatie weer tussen de deelname aan Sjors Sportief in verhouding tot leeftijd en geslacht. 45% 41% 40% 36% 35%
34%
33%
32% 29%
30%
27%
25% 20%
17%
15% 10% 5% 0% 2020
2016
Jongens
Meisjes
Groep 5
Groep 6
Groep 7
Groep 8
Figuur 3.6 Deelname aan Sjors Sportief in relatie tot geslacht en leeftijd
In totaal is 72% van de leerlingen (heel erg) tevreden over de activiteiten van Sjors Sportief. Dit komt overeen met de resultaten uit 2016 (71%). In tabel 3.19 zijn de resultaten met betrekking tot de tevredenheid over Sjors Sportief weergegeven. Tabel 3.19 Tevredenheid over Sjors Sportief
Mate van tevredenheid
2020 2016
Heel erg leuk Leuk Normaal Niet leuk Helemaal niet leuk Weet ik niet
37% 35% 22% 2% 0% 4%
37
29% 52% 13% 2% 4% 0%
Jongens en meisjes zijn even positief over Sjors Sportief. 72% van de jongens vindt Sjors Sportief (heel erg) leuk tegenover 71% van de meisjes. Vergeleken op basis van groep is te zien dat leerlingen uit groep 8 Sjors Sportief minder leuk vinden. In groep 8 vindt 63% van de leerlingen Sjors Sportief (heel erg) leuk, terwijl dit in de andere groepen 74-76% is. Figuur 3.7 geeft de tevredenheid in relatie tot geslacht en leeftijd weer. 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% Totaal
Jongens
Meisjes
Groep 5
Leuk
Normaal
Niet leuk
Heel erg leuk
Groep 6
Groep 7
Helemaal niet leuk
Groep 8
Weet ik niet
Figuur 3.7 Tevredenheid over Sjors Sportief in relatie tot geslacht en leeftijd
35% van de leerlingen geeft aan dat zij door Sjors Sportief lid zijn geworden van een vereniging (2016: 15%). 21% van de leerlingen geeft aan misschien door Sjors Sportief lid te zijn geworden van een vereniging (2016: 8%). 44% van de leerlingen geeft aan niet lid te zijn geworden van een vereniging door deelname aan Sjors Sportief (2016: 77%).
3.7. Zwemdiploma’s In het sportdeelname onderzoek is aan leerlingen gevraagd over hoeveel zwemdiploma’s zij beschikken. In totaal beschikt 95% van de leerlingen in de gemeente Zevenaar over een zwemdiploma. Landelijk beschikt ook 95% over een zwemdiploma (Floor & Tiessen-Raaphorst, 2018). 89% van de leerlingen heeft vervolgens ook zijn/haar zwemdiploma B gehaald. Dit percentage is hoger dan het landelijk gemiddelde (84%). 38% van de leerlingen in Zevenaar beschikt over zwemdiploma C. Dit percentage is gelijk aan het landelijk gemiddelde dat over zwemdiploma C beschikt. In 2016 beschikte meer leerlingen over zwemdiploma A, maar hebben minder leerlingen vervolgdiploma’s behaald. In tabel 3.20 zijn de resultaten zichtbaar, ook worden hier de resultaten voor jongens en meisjes weergegeven. Meisjes blijken vaker over een zwemdiploma te beschikken dan jongens. Tabel 3.20 Mate van zwemdiploma’s in relatie tot geslacht
Zwemdiploma’s
2020
2016
Jongens
Meisjes
Ik heb geen zwemdiploma’s A B C Zwemvaardigheid 1 Zwemvaardigheid 2 Zwemvaardigheid 3 Weet ik niet
2% 95% 89% 38% 7% 4% 3% 2%
2% 97% 87% 30% 3% 1% 1% 1%
4% 91% 88% 36% 7% 4% 2% 2%
2% 95% 87% 35% 3% 3% 1% 2%
38
Op basis van leeftijd/groep zijn de verschillen niet groot zijn. Leerlingen uit groep 8 beschikken het vaakst over een zwemdiploma. 96% van de leerlingen uit groep 8 heeft zwemdiploma A behaald. Leerlingen uit groep 8 beschikken echter minder vaak dan andere groepen over het volledig ZwemABC. In tabel 3.21 worden resultaten per groep weergegeven. Tabel 3.21 Mate van zwemdiploma’s in relatie tot groep
Zwemdiploma’s
Groep 5
Groep 6
Groep 7
Groep 8
Ik heb geen zwemdiploma’s A B C Zwemvaardigheid 1 Zwemvaardigheid 2 Zwemvaardigheid 3 Weet ik niet
9% 84% 83% 29% 7% 5% 3% 5%
2% 93% 87% 44% 5% 2% 1% 3%
2% 95% 91% 43% 6% 2% 3% 1%
0% 96% 91% 35% 8% 5% 4% 0%
Als wordt gekeken naar basisscholen in de gemeente Zevenaar zijn er nauwelijks verschillen zichtbaar. Leerlingen van basisschool De Tragellijn beschikken relatief gezien het minst vaak over zwemdiploma A (88%). Leerlingen van basisschool Het Scathe beschikken relatief gezien het minst vaak over het volledige Zwem-ABC (14%). Evenals de landelijke cijfers aantonen, beschikken leerlingen die in Nederland zijn geboren uit de gemeente Zevenaar (97%) vaker over minimaal één zwemdiploma dan leerlingen die niet in Nederland zijn geboren (83%).
3.8. Toekomstwensen en communicatie De leerlingen kregen de mogelijkheid aan te geven wat zij nog zouden willen doen met sport, dat zij op dit moment nog niet doen. Hierbij waren meerdere antwoorden mogelijk. Ongeveer een kwart van de leerlingen (25%) geven aan niets anders te willen doen. Daarnaast geeft 37% van de leerlingen aan niet te weten wat ze nog zouden willen doen met sport. 11% van de leerlingen zou graag bij een vereniging willen sporten. Deze resultaten komen redelijk overeen met 2016. In tabel 3.22 zijn de resultaten van deze vraag weergegeven. Tabel 3.22 Toekomstwensen leerlingen
Wensen
2020 2016
Niets Sporten bij een vereniging Meedoen aan een sportevenement Sporten in de buurt/op straat Sporten via naschoolse sportactiviteiten Weet ik niet Anders
25% 11% 9% 10% 6% 37% 12%
29% 13% 9% 9% 6% 30% 12%
De leerlingen zijn tevens gevraagd welke sporten zij missen in de buurt. Hierbij gaven de meeste leerlingen aan het huidige aanbod voldoende te vinden of niet te weten welke sport ontbreekt. Daarnaast werd een aantal keer voetbal/trapveldje, handbal, tennis en basketbal genoemd.
39
Kijkend naar hoe de doelgroep bereikt wil worden wanneer er sportieve activiteiten worden georganiseerd, blijkt dat e-mail (30%) en Instagram (26%) het populairst zijn. Ten opzichte van 2016 valt op dat er een verschuiving is in sociale media die gebruikt worden. Tegenwoordig wordt ook Instagram, Snapchat, Whatsapp en TikTok genoemd. In tabel 3.23 worden de resultaten weergegeven en vergeleken met 2016. Tabel 3.23 Communicatie sportieve activiteiten.
Communicatiemiddelen
2020
2016
E-mail Facebook Website School(krant) Twitter Snapchat Instagram Anders
30% 22% 19% 24% 5% 19% 26% 24%
36% 26% 21% 19% 5% / / 23%
Bij ‘Anders’ werd door leerlingen onder andere ingevuld dat ze via TikTok, Whatsapp en via school benaderd willen worden.
40
4. Verenigingsmonitor 4.1. Algemene kenmerken Voor dit onderzoek zijn ongeveer 50 sportverenigingen uit de gemeente Zevenaar aangeschreven. 36 sportverenigingen en -aanbieders namen deel aan dit onderzoek. Tabel 4.1. laat zien welke sportverenigingen hebben deelgenomen aan het onderzoek. Daarnaast wordt weergegeven wat de functie is van de persoon die de vragenlijst heeft ingevuld. De vragenlijst is voornamelijk ingevuld door voorzitters, secretarissen en/of penningmeesters van de betreffende sportverenigingen. Enkele sportverenigingen hebben de vragenlijst meerdere keren ingevuld. De meest onvolledige reactie(s) is verwijderd. Tabel 4.1 Deelnemende sportaanbieders
Aanbieders
Functie
Hoofdsport
Atletiekvereniging de Liemers* Badmintonclub Zevenaar* Basketiers’71* B.C. Giesbeek Biljartvereniging de Buitenmolen Biljartvereniging ’t Anker Duikteam Sub Aqua Libera GSV’38* Gymnastiekvereniging T.H.O.R. – Zwaluwen* Handbalvereniging OBW* Handboogvereniging St-Anna* HSV De Breuly* HSV De Rietvoorn HSV Ons genoegen Judokwai Giesbeek e.o.* Omnivereniging Pajodos
Bestuurslid Voorzitter Penningsmeester Penningsmeester Secretaris Secretaris Penningsmeester Secretaris Penningsmeester
Atletiek Badminton Basketbal Badminton Carambole biljart Biljarten Duiken en snorkelen Voetbal Turnen en gymnastiek
Voorzitter Voorzitter Penningmeester Penningmeester Voorzitter Voorzitter Voorzitter
PSV De Boleemruiters* RKPSC ROHDA SDZZ Schutterij St. Andreas ’t Grieth Zevenaar Scouting Abel Tasman Sportclub Rijnland Stichting Sportaccommodatie Pannerden SV Babberich* SV DSC Zevenaar* SV Gelderseiland Tennisvereniging De Does Tennisvereniging Pannerden Tennisvereniging de Rackets Tennisvereniging Zevenaar* TTV Zevenaar*
Voorzitter Secretaris Bestuurslid Voorzitter Secretaris
Handbal Handboogsport Hengelsport Naar stek lopen (Wedstrijd)vissen Judo Tennis, badminton, volleybal, gymnastiek Paarden- en ponysport Voetbal Volleybal Voetbal Handboogschieten
Penningmeester Penningmeester Coördinator fitness afdeling
Zeilen en roeien Voetbal Fitness
Voorzitter Voorzitter Secretaris Penningmeester Voorzitter Voorzitter Penningmeester Bestuurslid
Voetbal Voetbal Tennis, voetbal Tennis Tennis Tennis Tennis Tafeltennissen
41
Volleybalvereniging Labyellov Secretaris VV Angerlo Vooruit* Voorzitter Watersportvereniging Giesbeek* Secretaris ZRC de Duuvels* Voorzitter * Ook deelgenomen in 2016 (17 verenigingen)
Volleybal Voetbal Watersport Rugby
4.2. Ledenopbouw Het gemiddelde ledenaantal van sportverenigingen in de gemeente Zevenaar is 259 leden. Vier jaar geleden was het gemiddelde ledenaantal 224. Dit betekent dat de sportverenigingen overal het algemeen meer leden hebben gekregen. De kleinste sportvereniging telt 17 leden, en de grootste sportvereniging 1236 leden. De leeftijdscategorie die het best vertegenwoordigd is bij de sportverenigingen zijn mensen van 18 t/m 44 jaar (33%). De groep 65-plussers zijn het minst vertegenwoordigd binnen de sportverenigingen (16%). Ongeveer 15% van de sportverenigingen heeft geen jeugdleden (0 t/m 17 jaar) en ongeveer 24% van de sportaanbieders heeft geen ouderen (65-plussers) in zijn ledenbestand. Vier jaar geleden was de groep jeugdleden (0 t/m 17 jaar) nog het best vertegenwoordigd in het ledenbestand van de sportverenigingen (36%). 70% 64% 62%61% 60% 50% 38%39% 36%
40%
36% 34%
33% 30%
30%
25%
23%
27% 28% 25%
17% 14%
20%
8%
10% 0% Heren
Dames
0-17 jaar
18-44 jaar
45-64 jaar
65+
Figuur 4.1 Ledenopbouw aanbieders
In tabel 4.2 wordt de ledenopbouw per sportvereniging weergegeven. Ongeveer 38% van de sportverenigingen heeft minder dan 100 leden bij hun vereniging. 27% van de verenigingen heeft tussen de 100 en 250 leden en 35% heeft meer dan 250 leden. Tabel 4.2 Ledenopbouw per aanbieder per leeftijdscategorie
Aanbieders
0-17
18-44
45-64
65+
Totaal
Atletiekvereniging de Liemers* Badmintonclub Zevenaar* Basketiers’71* B.C. Giesbeek Biljartvereniging de Buitenmolen Biljartvereniging ’t Anker
109 24 69 0 0 0
74 19 44 10 11 2
109 40 24 14 22 10
15 7 3 1 20 5
307 90 140 25 53 17
42
Duikteam Sub Aqua Libera GSV’38* Gymnastiekvereniging T.H.O.R. – Zwaluwen* Handbalvereniging OBW* Handboogvereniging St-Anna* HSV De Breuly*
12 85 262
23 113 38
26 25 18
6 0 72
67 223 390
75 4 \
50 10 \
10 6 \
0 5 \
135 25 \
HSV De Rietvoorn HSV Ons genoegen Judokwai Giesbeek e.o.* Omnivereniging Pajodos PSV De Boleemruiters* RKPSC ROHDA SDZZ Schutterij St. Andreas ’t Grieth Zevenaar Scouting Abel Tasman Sportclub Rijnland Stichting Sportaccommodatie Pannerden SV Babberich* SV DSC Zevenaar* SV Gelderseiland Tennisvereniging De Does Tennisvereniging Pannerden Tennisvereniging de Rackets Tennisvereniging Zevenaar* TTV Zevenaar* Volleybalvereniging Labyellov VV Angerlo Vooruit* Watersportvereniging Giesbeek* ZRC de Duuvels* Totaal
40 40 40 63 23 127 17 \ 11
400 400 1 37 32 166 20 \ 77
200 360 0 36 18 20 16 \ 122
138 200 0 21 20 0 3 \ 64
778 1000 41 157 93 313 56 \ 274
56 172 5
18 144 35
4 1 55
0 0 5
78 317 100
0 385 25 12 2 0 12 18 65 187 78 29 2047
59 400 145 12 11 0 33 13 48 173 216 29 2860
51 0 140 43 36 7 71 38 35 90 671 32 2350
38 0 21 33 22 140 226 20 40 55 271 0 1451
148 785 331 100 71 147 342 89 188 505 1236 90 8708
Het overgrote deel (97%) van de sportverenigingen geeft aan leden te hebben met een Westerse afkomst, 61% van de verenigingen heeft ook leden van een niet-Westerse afkomst. Verder heeft bijna de helft (47%) van de sportaanbieders leden met een handicap of chronische aandoening, 39% niet betalende leden of leden van wie de contributie betaald wordt door derden en 6% van de verengingen heeft vluchtelingen of asielzoekers in hun ledenbestand. De resultaten worden weergegeven in tabel 4.3.
43
Tabel 4.3 Doelgroepen bij sportaanbieders Leden van Westerse afkomst Leden van niet-Westerse afkomst Leden met een handicap en /of chronische aandoening Niet betalende leden of leden van wie de contributie door derden betaald wordt Vluchtelingen / asielzoekers
% 97% 61% 47% 39% 6%
Een derde (33%) van de sportverenigingen geeft aan een (sterke) stijging in ledenaantallen te hebben doorgemaakt in de afgelopen twee jaar. Daarnaast is in 36% van de gevallen het ledenaantal ongeveer gelijk gebleven en bij 31% van de sportaanbieders is het ledenaantal (sterk) gedaald. Over het geheel gezien zijn de sportverenigingen in ledenaantallen gestegen ten opzichte van vier jaar geleden. Desondanks ervaart iets meer dan de helft van de verenigingen (53%) het huidige ledenbestand als ‘te weinig’. De andere helft van de sportaanbieders (47%) ervaart het huidige ledenbestand als ‘voldoende’ en géén van de sportverenigingen (0%) ervaart het ledenbestand als ‘te veel’. Ongeveer driekwart van de sportverenigingen (75%) heeft de ambitie om het ledenbestand te laten ‘groeien’, 22% wil graag dat het ledenbestand stabiliseert en voor 3% van de sportverenigingen is het onduidelijk wat hun ambitie is op het gebied van het ledenbestand. De ambities om te groeien zijn over het algemeen flink gestegen ten opzichte van vier jaar geleden. Toen gaf 58% van de sportverenigingen aan de ambitie te hebben om het ledenbestand verder uit te breiden. Bijna alle sportverenigingen hanteren geen ledenstop of wachtlijst voor hun vereniging (97%), een enkele vereniging geeft aan niet te weten of er een ledenstop of wachtlijst gehanteerd wordt voor hun vereniging (3%).
In 2016 hanteerden 6% van de sportverenigingen nog een wachtlijst of ledenstop, dit jaar hanteert géén enkele vereniging een wachtlijst. 78% van de sportverenigingen omschrijft zichzelf als een recreantenvereniging en ongeveer een vijfde van de verenigingen (19%) ziet zichzelf zowel als recreanten – als een topsportvereniging. In 2016 gaf 47% van de sportverenigingen aan zich te zien als recreanten – en als topsportvereniging.
4.3. Kader De sportverenigingen hebben een aantal vragen beantwoord over vrijwilligers en betaalde krachten. Het merendeel van de sportverenigingen geeft aan problemen te ervaren om voldoende vrijwilligers te werven (62%). Ongeveer een derde van de sportverenigingen geeft namelijk aan over te weinig vrijwilligers te beschikken (33%). Vier jaar geleden gaf nog bijna de helft (49%) van de sportverenigingen aan over te weinig vrijwilligers te beschikken. Bijna twee derde van de sportverenigingen geeft aan over voldoende vrijwilligers te beschikken (64%) en op een klein deel van de verenigingen (3%) is deze vraag niet van toepassing. De sportverenigingen in de gemeente tellen gemiddeld 47 vrijwilligers per vereniging. Vier jaar geleden waren dit gemiddeld 71 vrijwilligers per vereniging. Het aantal vrijwilligers per aanbieder loopt uiteen. Er is geen één vereniging die aangeeft geen vrijwilliger(s) te hebben binnen hun vereniging. Ten opzichte van vier jaar geleden is te zien dat het aantal vrijwilligers bij Atletiekvereniging de Liemers, S.V. Babberich, S.V. DCS Zevenaar en v.v. Angerlo Vooruit relatief sterk gedaald is. Een sterke stijging in het aantal vrijwilligers vond plaats bij PSV De Boleemruiters en Watersportvereniging Giesbeek. Tabel 4.4 geeft de resultaten met betrekking tot het aantal vrijwilligers per sportvereniging weer.
44
Tabel 4.4 Vrijwilligers per aanbieder
Aanbieders
2020
2016
Atletiekvereniging de Liemers* Badminton Club Zevenaar* Basketiers '71* B.C. Giesbeek Biljartvereniging de Buitenmolen Biljartvereniging 't Anker Duikteam Sub Aqua Libera GSV '38* Gymnastiekvereniging T.H.O.R. – Zwaluwen* Handbalvereniging OBW* Handboog vereniging St-Anna* HSV De Breuly* HSV DE Rietvoorn H.S.V. Ons Genoegen Judokwai Giesbeek e.o.* Omnivereniging Pajodos PSV De Boleemruiters* RKPSC ROHDA SDZZ Schutterij St. Andreas 't Grieth Zevenaar Scouting Abel Tasman Sportclub Rijnland Stichting Sportaccommodatie Pannerden SV Babberich* S.V. DCS Zevenaar* SV Gelderseiland Tennisvereniging De Does Tennisvereniging Pannerden Tennisvereniging De Rackets Tennisvereniging Zevenaar* TTV Zevenaar* Volleybalvereniging Labyellov v.v. Angerlo Vooruit* Watersportvereniging Giesbeek* ZRC de Duuvels* Totaal
40 12 27 3 5 4 25 130 40 30 3 30 6 10 10 20 120 80 15 35 50 20 85 12 30 125 50 20 8 25 15 40 50 207 300 20 1702
90 4 20 Niet deelgenomen Niet deelgenomen Niet deelgenomen Niet deelgenomen 120 30 47 Niet deelgenomen Niet deelgenomen Niet deelgenomen Niet deelgenomen 3 Niet deelgenomen 70 Niet deelgenomen Niet deelgenomen Niet deelgenomen Niet deelgenomen Niet deelgenomen Niet deelgenomen Niet deelgenomen 75 400 Niet deelgenomen Niet deelgenomen Niet deelgenomen Niet deelgenomen 15 30 Niet deelgenomen 300 125 25
Ongeveer 39% van de sportverenigingen heeft betaalde krachten in dienst. Deze betaalde krachten zijn gemiddeld 16 uur per week in dienst van de sportvereniging. In 2016 waren deze betaalde krachten gemiddeld 28 uur per week in dienst van de sportvereniging. De sportverenigingen met de grootste inzet van betaalde medewerkers zijn Watersportvereniging Giesbeek (82 uur per week) en V.V. Angerlo Vooruit (50 uur per week). Hoe meer leden een sportvereniging heeft, hoe groter de inzet van betaalde medewerkers. Grote sportaanbieders (meer dan 250 leden) zetten gemiddeld 12,3 uur per week betaalde krachten in. Middelgrote sportaanbieders (100 t/m 250 leden) zetten gemiddeld 7 uur per week betaalde krachten in en kleine sportaanbieders (tot 100 leden) gemiddeld 1,4 uur per week. De betaalde 45
medewerkers bij sportverenigingen zijn gemiddeld gezien minder uren per week ingezet bij de sportvereniging, dan in 2016.
4.4. Knelpunten De sportverenigingen zijn meer knelpunten gaan ervaren dan vier jaar geleden. In 2016 gaf 17% van de sportverenigingen aan geen knelpunten te ervaren, nu geeft nog 14% van de sportaanbieders aan geen knelpunten te ervaren. De sportverenigingen die momenteel geen knelpunten ervaren zijn Sportvereniging GSV '38, Tennisvereniging Pannerden, Biljartvereniging de Buitenmolen, Handboog vereniging St-Anna en Biljartvereniging ’t Anker. De grootste knelpunten voor sportverenigingen zijn het vinden en behouden van vrijwilligers (61%) en leden (56%). De knelpunten rondom het vinden en behouden van vrijwilligers en leden zijn in beide gevallen licht gestegen ten opzichte van 2016. Daarnaast ervaren sportaanbieders knelpunten rondom hun accommodatie (28%) en PR en communicatie (28%). Tabel 4.5 laat zien wat de meeste voorkomende knelpunten zijn voor de sportverenigingen in de gemeente. Tabel 4.5 Knelpunten sportverenigingen
Knelpunten
2020
2016
2012
Vrijwilligerswerving Ledenwerving Financiële positie Accommodatie PR en communicatie Wet- en regelgeving Beleidsmatig werken
61% 56% 19% 28% 28% 14% 8%
57% 49% 29% 29% 23% 11% 6%
30% 27% 17% 20% 23% 3% 7%
4.5. Beleid 42% van de sportaanbieders in de gemeente beschikt over een beleidsplan. In 2016 beschikte 49% van de sportverenigingen een beleidsplan. Grote sportaanbieders (58%) beschikken vaker over een beleidsplan dan kleine (11%) en middelgrote (46%) sportaanbieders. Vier jaar geleden beschikten middelgrote aanbieders (69%) nog vaker over een beleidsplan dan kleine en grote sportaanbieders. De besturen van sportverenigingen geven aan zich de komende jaren met name in te gaan zetten voor het behouden en werven van leden (89%), het behouden en werven van vrijwilligers (50%) en het samenwerken met andere verenigingen (36%). Het samenwerken met andere verenigingen is gestegen ten opzichte van vier jaar geleden, toen gaf nog maar 11% van de besturen van sportverenigingen aan zich in te gaan zetten voor samenwerking met andere verenigingen. Tabel 4.6 Onderwerpen bestuur
Onderwerpen
2020
2016
2012
Behoud en/of werving leden Behoud en/of werving vrijwilligers Sfeer en cultuur van de vereniging Financiën Ontwikkelen van nieuw sportaanbod Beheer en onderhoud van de accommodatie Publiciteit en reclame Behoud en/of werving van kader
89% 50% 25% 22% 19%
74% 49% 34% 20% 20%
70% 50% 40% 23% 10%
28%
17%
30%
11% 3%
14% 14%
23% /
46
Samenwerking met andere vereniging(en) Opzetten van aanvullende diensten Realiseren van (top)sportambities Anders
36%
11%
7%
3% 3% 0%
3% 3% 6%
3% 3% 10%
64% van de sportverenigingen had de afgelopen twee jaar nieuwe voornemens, doelstellingen of plannen op papier gezet met betrekking tot het functioneren van de vereniging. Vier jaar geleden had 49% van de sportaanbieders voornemens, doelstellingen of plannen op papier staan. Middelgrote (78%) en kleine (62%) sportaanbieders hebben vaker hun voornemens op papier gezet dan grote sportverenigingen (58%). Vier jaar geleden waren het ook de middelgrote aanbieders (54%) die hun voornemen vaker op papier hadden gezet. Met name de kleine sportaanbieders zijn hun voornemens vaker op papier gaan zetten. De sportverenigingen in de gemeente Zevenaar met nieuwe voornemens, doelstellingen of plannen is de vraag gesteld waar het bestuur zich het komende jaar met name voor in gaat zetten. Iets meer dan de helft (58%) van de sportverenigingen gaat zich met name richten op het behoud en/of werving vrijwilligers. 56% van de sportaanbieders gaat daarnaast aan de slag met het behoud en/of werving van leden en 36% met jeugd.
4.6. Toekomst De sportverenigingen zijn gevraagd naar hun toekomstperspectief. 52% van de sportaanbieders is (heel erg) positief over haar eigen toekomst. In 2016 was 60% van de sportaanbieders (heel erg) positief over de toekomst van haar eigen vereniging. In 2012 was dit 70%. De verenigingen kijken dus steeds negatiever naar het toekomstperspectief. Kanttekening voor 2020 is de coronacrisis. Tabel 4.7 Toekomstperspectief sportverenigingen
Mate van toekomstperspectief
2020
2016
2012
Heel erg positief Positief Neutraal Negatief Heel erg negatief
8% 44% 33% 11% 2%
3% 57% 29% 11% 0%
11% 59% 22% 8% 0%
De kleine sportaanbieders (62%) zijn het vaakst (heel erg) positief gestemd over de toekomst van hun vereniging. 44% van de middelgrote sportaanbieders en 42% van de grote sportaanbieders is (heel erg) positief over de toekomst van de vereniging. V.V. Angerlo Vooruit en Handboogschutterij St. Anna zijn de enige sportverenigingen die hun toekomst heel erg positief in zien. Een aanbieder die haar toekomst heel erg negatief in ziet is Stichting Sportaccommodatie Pannerden.
4.7. Ondersteuningsbehoeften De sportverenigingen zijn gevraagd of zij behoefte hebben aan verenigingsondersteuning. Ongeveer een derde van de sportaanbieders (31%) geeft aan behoefte te hebben aan ondersteuning. Bijna de helft van de sportverenigingen (47%) weet niet of dat zij behoefte hebben aan ondersteuning. In tabel 4.8 worden de resultaten weergegeven.
47
Tabel 4.8 Ondersteuningsbehoeften
Ja Nee Weet ik niet
2020
2016
2012
31% 22% 47%
34% 31% 34%
30% 37% 33%
Grote sportaanbieders (58%) hebben vaker behoefte aan verenigingsondersteuning dan kleine (8%) en middelgrote (22%) sportaanbieders. Verder blijkt dat met name de kleine (69%) en middelgrote (56%) sportaanbieders niet weten of dat zij behoefte hebben aan verenigingsondersteuning. In tabel 4.9 is te zien aan welke vorm van ondersteuning sportverenigingen behoefte hebben. 41% van de sportverenigingen geeft aan de ondersteuning te willen ontvangen in de vorm van de inzet van een combinatiefunctionaris die beschikbaar is voor advies en ondersteuning. Daarnaast geeft 35% van de sportaanbieders aan ondersteuning te willen ontvangen in de vorm van een digitale portal met uitwisselingsmogelijkheid van goede voorbeelden, documenten en ruimte voor vragen. Tabel 4.9 Behoefte ondersteuningsvormen
Onderwerpen
2020 2016
Inzet van de combinatiefunctionaris die beschikbaar is voor advies en ondersteuning Thema-avonden met gastsprekers over bovengenoemde (of andere) onderwerpen Mailadres waar vragen gesteld kunnen worden Digitale portal met uitwisselingsmogelijkheid van goede voorbeelden, documenten en ruimte voor vragen Anders
41% 21% 26% 35%
55% 22% 17% 48%
26%
-
Tabel 4.10 laat zien op welke vlakken ondersteuning door de verenigingsondersteuner gewenst is. De sportaanbieders wensen met name ondersteuning te krijgen op het gebied van ledenwerving (43%) en vrijwilligerswerving (43%). Ook bij de toekomst van de vereniging (34%) en op het gebied van PR en communicatie (29%) kunnen de verenigingen ondersteuning gebruiken. Ten opzichte van 2016 is de behoefte aan ondersteuning op alle onderwerpen kleiner geworden. Tabel 4.10 ondersteuning gebruiken bij
Onderwerpen
2020
2016
2012
Vrijwilligerswerving Ledenwerving De toekomst van de vereniging Financiën en sponsoring P.R. en communicatie Beleidsmatig werken Kennis van regels en wetten
43% 43% 34% 26% 29% 14% 17%
74% 61% 57% 52% 39% 30% 22%
50% 68% 38% 38% 38% 25% 25%
De verenigingen zijn gevraagd of dat zij een rol voor een combinatiefunctionaris of buurtsportcoach binnen hun vereniging zien weggelegd. Een derde van de verenigingen (31%) geeft aan geen rol te zien weggelegd voor een buurtsportcoach binnen hun vereniging. 34% van de verenigingen denkt dat een buurtsportcoach kan helpen bij het promoten van activiteiten of de vereniging. Daarnaast denkt 20% van de sportaanbieders dat de buurtsportcoach van waarde kan zijn bij het opleiden van trainers en vrijwilligers en 17% gelooft dat een buurtsportcoach kan helpen bij beleidsmatige ondersteuning van het kader.
48
4.8. Accommodatie De helft van de sportaanbieders in de gemeente geeft aan over een eigen sportaccommodatie ofcomplex te beschikken. De term ‘eigen’ is ruim geïnterpreteerd. Ook wanneer de voorzieningen waarvan de aanbieder gebruik maakt niet in eigendom zijn van de aanbieder, maar zij wel verantwoordelijk is voor het dagelijkse beheer en onderhoud ervan, is er sprake van een eigen sportaccommodatie of -complex. Het zijn met name de grote sportverenigingen (58%) en de middelgrote sportverenigingen (56%) die beschikken over een eigen sportaccommodatie met kantine. 31% van de kleine sportaanbieders beschikt over een eigen sportaccommodatie. Verder blijkt dat bij 61% van de sportaanbieders de accommodatie of het complex ook wordt gebruikt door andere aanbieders of organisaties. Tabel 4.11 Accommodatie delen
Ja, door andere verenigingen/organisaties die dezelfde sport aanbieden Ja, door andere verenigingen/organisaties die een andere sport aanbieden Ja, door organisaties met een meer maatschappelijke karakter Nee
2020
2016
14% 42% 28% 39%
41% 35% 41% 29%
Het overgrote deel van de sportverenigingen geeft aan open te staan voor het delen van de accommodatie en/of het complex met andere organisaties en/of aanbieders.
4.9. Samenwerking De meeste sportaanbieders in de gemeente (81%) hebben in het afgelopen jaar (seizoen) met minimaal één andere organisatie samengewerkt. Het vaakst wordt er samengewerkt met de gemeente (42%), de school (36%), een andere sportaanbieder (31%) en de sportbond (31%). Dit komt overeen met de monitor van 2016. Tabel 4.12 Partijen waarmee wordt samengewerkt
Samenwerking met
2020
2016
Geen Gemeente School Sportbond Combinatiefunctionaris Andere sportaanbieder Huisarts / fysiotherapie Bedrijven Naschoolse- en buitenschoolse opvang Revalidatie- en/of zorginstelling Anders
19% 42% 36% 31% 14% 31% 11% 11% 14% 3% 8%
23% 43% 34% 31% 23% 14% 14% 14% 11% 6% 9%
De sportverenigingen die het afgelopen jaar met andere organisaties hebben samengewerkt, is de vraag gesteld welke overwegingen hierbij een rol speelden. De redenen die door verenigingen worden aangehaald om samen te gaan werken, zijn met name het werven van nieuwe leden (58%), ze zien het als maatschappelijke taak van de vereniging (53%), het levert inkomsten op die de vereniging goed kan gebruiken (42%) en de goede PR die het oplevert voor de vereniging (42%). Wat opvalt ten opzichte van 2016 is dat een samenwerking meer als belangrijkere overweging wordt gezien om samen te werken en dat een goede PR een minder belangrijkere overweging is geworden. Tabel 4.13 geeft inzicht in de resultaten. 49
Tabel 4.13 Overwegingen om samen te werken
Zien we als een maatschappelijke taak van de vereniging Levert nieuwe leden op Is in het algemeen goede PR voor de vereniging Levert inkomsten op die de vereniging goed kan gebruiken Verhoogt de kwaliteit/deskundigheid van de vereniging Belangrijke aanvulling op het aanbod Is onderdeel van subsidieafspraken met de gemeente Anders
2020
2016
53% 58% 42% 42% 22% 31% 14% 11%
67% 59% 56% 41% 22% 14% 14% 11%
Daarnaast is aan de sportverenigingen gevraagd op welke manier er is samengewerkt met andere verenigingen. 56% van de sportaanbieders geeft aan af en toe overleg te hebben of ideeën uit te wisselen met voorzitters en andere leden van het bestuur. Ook wordt er vaker samengewerkt door middel van samenwerkingsverbanden op het gebied van training geven en competitie (22%) en door het delen van een multifunctionele accommodatie met andere verenigingen (22%). Tabel 4.14 Samenwerking tussen verenigingen
2020
2016
17% 56%
11% 56%
22%
30%
22% 8%
19% 4%
6% 19%
4% 19%
We hebben op geen enkele manier samengewerkt met andere sportverenigingen We hebben af en toe overleg en wisselen ervaringen uit (voorzitters en soms andere leden van het bestuur). We hebben echte samenwerkingsverbanden met andere vereniging(en) op het gebied van training geven en competitie. We delen een multifunctionele accommodatie met andere vereniging(en). We hebben echte samenwerkingsverbanden met andere vereniging(en) op het gebied van gezamenlijke inkoop, gezamenlijke administratie, samen opzetten van een scheidsrechtercursus, etc. We hebben een gezamenlijk bestuur met andere vereniging(en) Anders
4.10 Nevenactiviteiten Naast het reguliere sportaanbod organiseren veel sportaanbieders ook andere activiteiten voor hun leden en activiteiten voor niet-leden. De aanbieders is de vraag gesteld of zij het afgelopen jaar naast het reguliere sportaanbod (trainingen, wedstrijden, competitie, lessen e.d.) ook andere activiteiten organiseerden. 58% van de sportverenigingen geeft aan andere activiteiten te hebben georganiseerd voor haar leden (en niet-leden). In 2016 gaf nog 75% van de sportaanbieders aan andere activiteiten te hebben georganiseerd. De meeste sportaanbieders (58%) hebben deze activiteiten zelf georganiseerd. Tabel 4.15 Nevenactiviteiten
Geen Geheel door de sportaanbieder zelf In samenwerking met andere organisaties georganiseerd Vanuit de gemeente georganiseerd (bijv. sportstimuleringsprojecten) In samenwerking met de bond georganiseerd
50
2020
2016
31% 58% 6% 3% 3%
24% 65% 26% 24% 12%
4.11 Regelingen Er zijn binnen de gemeente Zevenaar een aantal financiële regelingen beschikbaar voor gezinnen met een laag sociaaleconomische status, o.a. het Jeugdsportfonds en de Gelrepas. Er is de deelnemers gevraagd in hoeverre zij bekend zijn met het bestaan van deze financiële regelingen. 28% van de sportaanbieders in de gemeente geeft aan bekend te zijn met zowel de Gelrepas als het Jeugdsportfonds. 6% van de sportverenigingen is alleen bekend met het Jeugdsportfonds en 33% alleen met de Gelrepas. Verder is 33% van de sportaanbieders niet bekend met beide regelingen. De resultaten worden weergegeven in tabel 4.16. Tabel 4.16 Bekendheid met financiële regelingen
Beiden Alleen Jeugdsportfonds Alleen Gelrepas Geen van beiden
% 28% 6% 33% 33%
4.12 Lokaal Sportakkoord De gemeente Zevenaar werkte dit jaar aan een Lokaal Sportakkoord. Deze is ondertekend door betrokken organisaties. Het Lokaal Sportakkoord is gemaakt door en voor inwoners van de gemeente Zevenaar. Bijna drie kwart (72%) van sportaanbieders in de gemeente is bekend met het Lokale Sportakkoord Zevenaar.
51
5. Conclusie en aanbevelingen In dit hoofdstuk zijn de conclusies en aanbevelingen van de sportonderzoeken gepresenteerd. De aanbevelingen zijn een vervolg op de eerder beschreven conclusie(s). De aanbevelingen zijn cursief weergegeven en omringd door een kader.
5.1. Sportdeelname onderzoek inwoners Inwoners in de gemeente Zevenaar sporten vaker dan het landelijk gemiddelde De Beweegnorm geeft aan welk deel van de bevolking dagelijks voldoende beweegt. In de gemeente Zevenaar voldoet 35% van haar inwoners aan deze Beweegnorm. De leeftijdsgroep 21-30 jaar (19%), 31-40 jaar (22%) en 41-50 jaar (32%) voldoen het minst vaak aan de beweegnorm. “Besteed aandacht aan sport- en beweegstimulering onder (jong)volwassenen (21-50 jaar). Stimuleer bijvoorbeeld sportaanbieders/verenigingen om aanbod te creëren voor ouders van (jonge) kinderen. Er liggen kansen om deze doelgroep (meer) in beweging te krijgen op tijden dat hun kinderen ook aan het sporten zijn, bijvoorbeeld tijdens de zwemles van kinderen.” 94% van de inwoners van 12 tot 80 jaar in de gemeente Zevenaar sport meer dan 12 keer per jaar en voldoet daarmee aan de Richtlijn Sport Onderzoek (RSO). De sportdeelname onder inwoners in de gemeente Zevenaar ligt boven de gemiddelde sportdeelname in Nederland (73%). Ten opzichte van 2016 is de sportdeelname gestegen. Destijds voldeed 85% aan de RSO norm. Fitness is de populairste sport onder inwoners uit de gemeente Zevenaar, gevolgd door wandel- en wielersport. Mannen doen iets vaker aan sport per jaar dan vrouwen in de gemeente Zevenaar.
De leeftijdsgroep 21 tot en met 30 jaar en de leeftijdsgroep 70 jaar en ouder voldoen het vaakst aan de norm voor sportdeelname. De leeftijdsgroep jonger dan 21 jaar omvat de grootste groep deelnemers die niet voldoet aan de norm voor sportdeelname. Daartegenover staat dat de leeftijdsgroep wel de groep is die het vaakst 3 of meer keer per week sport. Op basis van huishoudenssituatie zijn er verschillen zichtbaar. Eenoudergezinnen met thuiswonende kinderen nemen het minst vaak deel aan sport. Er is geen verschil in sportdeelname op basis van opleidingsniveau en tussen mensen met en mensen zonder een beperking in de gemeente Zevenaar. “Blijf inzetten op het begeleiden van mensen met een beperking naar sport- en beweegaanbod. Dit vraagt om extra inzet, betrokkenheid en kennis vanuit sport- en beweegaanbieders, zorg, welzijn en andere organisaties. Steun en adviseer sportaanbieders die zich hierin willen ontwikkelen. Werk hierin regionaal samen met Uniek Sporten.” Lichaamsbeweging en gezondheid is de voornaamste reden waarom de sportende inwoners van de gemeente Zevenaar een sport beoefenen. Daarnaast blijken het opbouwen van conditie, kracht en/of lenigheid, lekker buiten zijn en plezier de belangrijkste drijfveren om te sporten. “Stimuleer een gezonde leefstijl onder de inwoners van de gemeente Zevenaar.
Benadruk dat sport, beweging en gezonde voeding hieraan bijdraagt door bijvoorbeeld voorlichting te geven over een gezonde leefstijl. Houdt daarbij rekening met dat veel inwoners door de coronacrisis minder aan sport en bewegen doen.”
52
Lichamelijke problemen of ziekte is de belangrijkste reden om niet te sporten. Andere redenen zijn het te duur vinden van sport (dit geldt voor een kwart van de niet-sporters) en het hebben van een beperkte motivatie. “Maak inwoners met een laag inkomen bekend met de GelrePas. De GelrePas is een kaart die korting geeft bij activiteiten als een dagje uit, het volgen van cursussen of het lidmaatschap van een vereniging. De GelrePas is bedoeld voor inwoners met een inkomen tot maximaal 120% van de bijstandsnorm.” Een-derde van de inwoners die aangeven niet aan sport te doen, geven aan zin te hebben om (weer) te gaan sporten. Betaalbaarheid, begeleiding, motivatie en meer laagdrempelige mogelijkheden worden genoemd als factoren die belangrijk zijn om (weer) te gaan sporten. “Breng het sport- en beweegaanbod in kaart, zodat inwoners weten welke mogelijkheden er zijn om te sporten en bewegen. Breidt bijvoorbeeld de systematiek van Sjors Sportief uit naar andere doelgroepen. Ook de beweegcoach senioren kan worden ingezet om inwoners te motiveren en te begeleiden bij het vinden van een geschikt sport- en beweegaanbod. Door middel van een fitheidsscan kan meer inzicht worden verkregen in de mogelijkheden van de inwoner.
Laat mensen daarnaast op een laagdrempelige manier instappen in verschillende sporten zodat ze eerder geneigd zijn om deze stap (weer) te zetten.” Ongeorganiseerd sporten is de populairste vorm van sportbeoefening 36% van de sportende inwoners sport in ongeorganiseerd verband. 29% van de inwoners van de gemeente Zevenaar sport het vaakst in georganiseerd verband (als lid van een sportvereniging) en ook 29% van de inwoners sport in een anders georganiseerd verband, zoals bij commerciële aanbieders of via welzijnswerk. Ongeveer een-derde vindt de openbare ruimte uitnodigen om te gaan sporten 35% van de sportende inwoners vindt dat de openbare voorzieningen in de gemeente Zevenaar uitnodigen om te gaan sporten. Dit is een daling t.o.v. 2016. 22% van de inwoners vindt dat ze niet uitnodigen om te sporten. 43% geeft aan het niet te weten. 55% van de inwoners in de gemeente Zevenaar is (zeer) tevreden over de sportvoorzieningen in de openbare ruimte. In 2016 was dit 60%. “Ongeorganiseerd sporten is de populairste vorm van sportbeoefening. Daarom is het belangrijk om aandacht te besteden aan een beweegvriendelijke omgeving en openbare ruimte.
Inwoners geven aan dat ze voorzieningen als beweegmogelijkheden voor ouderen, een openbare (outdoor) fitnessaccommodatie en hardloop- en wandeloutes nog missen in de gemeente.” Inwoners beoordelen de sportaccommodaties in de gemeente Zevenaar met een 7,8 Inwoners zijn het meest tevreden over de bereikbaarheid, toegankelijkheid en openingstijden van de accommodaties. Het meest ontevreden zijn inwoners over de sanitaire voorzieningen (douche/toilet). Inwoners beoordelen de sportaccommodaties in het algemeen met een 7,8. In 2016 werd gemiddeld een 7,5 gegeven. “Zet in op een veilig sportklimaat. Voorkom ongewenst gedrag en bestraf dit. Stimuleer dat sporten beweegaanbieders gedragsregels opstellen en deze ook naleven. Onderzoek daarnaast ook de mogelijkheid voor het inzetten van een vertrouwenscontactpersoon voor (sport)verenigingen” 53
77% van de inwoners voelt zich veilig bij en rondom de sportaccommodaties Het gevoel van veiligheid bij sportaccommodaties is gedaald ten opzichte van 2016 (75%). Vrouwen in de gemeente Zevenaar voelen zich minder vaak altijd veilig dan mannen. 72% van de vrouwen geeft aan zich altijd veilig te voelen tegenover 82% van de mannen. Vooral inwoners uit Zevenaar, Angerlo en Giesbeek voelen zich minder veilig. Een kwart van de inwoners is als vrijwilliger betrokken bij een sportvereniging Bijna de helft van de inwoners in de gemeente Zevenaar geeft aan het afgelopen jaar betrokken te zijn geweest als vrijwilliger en/of betaalde kracht. 24% van de inwoners in de gemeente Zevenaar heeft het afgelopen jaar vrijwilligerswerk verricht. In 2018 heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) berekend dat 9% van de Nederlanders als vrijwilliger actief is in de sport. Relatief gezien telt de gemeente Zevenaar veel vrijwilligers in de sport. “De inzet van vrijwilligers moet gekoesterd en beloond worden. Dat vraagt een stuk waardering die verder gaat dan een vrijwilligersprijs. Het vraagt ook om actieve betrokkenheid en het op waarde schatten van wat vrijwilligers doen en dat overheid en professionals hen ook die ruimte en waardering bieden. Denk hierbij ook aan andere vormen van beloning van vrijwilligerswerk, bijvoorbeeld het investeren in deskundigheidsbevordering.”
5.2. Sportdeelname onderzoek basisscholen Leerlingen in de gemeente Zevenaar bewegen minder vaak dan het landelijk gemiddelde 51% van de leerlingen beweegt tenminste vijf dagen per week minimaal 60 minuten per dag. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS, 2019) beweegt 56% van de kinderen/jongeren in Nederland minimaal vijf dagen per week. Eén van de activiteiten die onder de beweegnorm valt, is het lopen of fietsen naar school. Het merendeel van de leerlingen (63%) gaat vijf dagen per week lopend of met de fiets naar school. Als op basis van de beweegnorm onderscheid wordt gemaakt tussen de basisscholen in de gemeente Zevenaar valt op dat leerlingen van basisscholen De Trompetter, De Tamboerijn, en de St. Martinusschool het vaakst vijf tot zeven dagen in de week minimaal één uur bewegen en leerlingen van basisscholen St. Franciscus en Overlaat het minst vaak. “Besteed op scholen aandacht aan het belang van bewegen, gezonde leefstijl en gezonde voeding. Betrek hier ook de ouders bij. De ouders moeten bewust worden gemaakt van het belang van een gezonde leefstijl. Dit kan bijvoorbeeld door het delen van beweegtips of het starten van voedingsprojecten. De JOGG-coach vervult hierin een belangrijke rol.” 94% van de leerlingen in de gemeente Zevenaar sport minimaal twaalf keer per jaar.
Landelijk gezien voldoet 92% van de kinderen tussen zes en elf jaar aan de norm van minimaal 12 keer per jaar sporten. In 2016 voldeed 88% van de leerlingen aan deze norm. Het percentage leerlingen dat aan sport doet in de gemeente Zevenaar is de afgelopen jaren gelijk gebleven. De belangrijkste reden voor leerlingen om te sporten is voornamelijk omdat zij het leuk vinden. Ook gezondheid is voor hen een belangrijke reden.
54
Niet sportende leerlingen willen in de toekomst wel (weer) sporten 11% van de leerlingen doet niet aan sport. De meeste leerlingen geven aan niet te weten waarom zij niet aan sport doen of er geen tijd voor te hebben. 8% van de leerlingen geeft aan niet te sporten omdat het te duur is. Ongeveer twee-derde van de niet-sportende leerlingen geeft echter aan in de toekomst wel (weer) te willen gaan sporten. “Maak de mogelijkheden voor minima inzichtelijk zodat de kinderen waarvoor het te duur is ook kunnen gaan sporten.’’ De sportvereniging is de belangrijkste aanbieder van sport 73% van de leerlingen is lid van een sportvereniging. In vergelijking met landelijke cijfers (80%) scoort de gemeente Zevenaar onder het gemiddelde. 18% van het totaal aantal leerlingen sport bij een commerciële aanbieder. Dit percentage is lager dan het landelijk gemiddelde (23%). Jongens zijn vaker actief zijn bij een sportvereniging dan meisjes. Daarentegen beoefenen meisjes hun sport vaker bij een dansschool, fitnesscentrum of manege. De populairste sport is voetbal, gevolgd door dansen, gymnastiek/turnen, paardensport en skeeleren/skaten. Minder dan helft van de leerlingen is tevreden over de speelplaatsen 48% van de leerlingen in de gemeente Zevenaar speelt vaker dan vier keer per week buiten. Iets meer dan de helft van de leerlingen (59%) ervaart de speelplaatsen als (heel erg) leuk.
Dit is een stijging ten opzichte van 2016 (48%). De speelplaatsen worden door meisjes positiever ervaren dan door jongens. Als de tevredenheid wordt vergeleken op basis van leeftijd valt op dat hoe ouder leerlingen worden, hoe minder leuk de speelplaatsen worden beoordeeld. Leerlingen van basisschool De Trompetter zijn het meest positief over de speelplaats, 82% van de leerlingen ervaart de speelplaats als (heel erg) leuk. “Betrek inwoners bij de (her)inrichting van speelplaatsen en laat hen zelf plannen maken. Geef daarbij vooral de leerlingen een stem. Kies bij voorkeur voor centrale aantrekkelijke speelplaatsen en laat de buurtsportcoach hier regelmatig activiteiten organiseren.” Leerlingen zijn over het algemeen tevreden over de gymlessen De gymlessen op basisscholen worden door 89% van de leerlingen als (heel erg) leuk ervaren. In 2016 was dit percentage 84%. De beoordeling van leerlingen wordt bevestigd door het resultaat dat 64% van de leerlingen graag zou zien dat het aantal gymlessen per week verhoogd zou worden. Daarnaast wil 31% van de leerlingen meer diversiteit zien in het tijdens de gymlessen. “Breng de beweegvaardigheid van de leerlingen met een monitoringsinstrument in beeld en pas het beweegaanbod aan op het niveau van de leerling.