1052604 Bijlage 2 Sportonderzoek 2020
Tekst van het document
Inhoud Samenvatting........................................................................................................................................... 4 1. Inleiding ............................................................................................................................................... 7 2. Sportdeelname onderzoek inwoners .................................................................................................. 8 2.1. Inleiding ........................................................................................................................................ 8 2.2. Beweeggedrag .............................................................................................................................. 9 2.3. Sportdeelname en sportfrequentie............................................................................................ 10 2.4. Redenen om te sporten .............................................................................................................. 13 2.5. Sportvoorkeuren ........................................................................................................................ 14 2.6. Organisatievorm ......................................................................................................................... 15 2.7.
Locatie sportbeoefening............................................................................................................. 16 2.8. Sportaccommodaties.................................................................................................................. 18 2.9. Sportvoorzieningen en – mogelijkheden in de openbare ruimte .............................................. 22 2.10. Niet sporten.............................................................................................................................. 22 2.11. Betrokken bij sportvereniging .................................................................................................. 23 3. Sportdeelname onderzoek basisscholen........................................................................................... 26 3.1. Inleiding ...................................................................................................................................... 26 3.2. Bewegen ..................................................................................................................................... 27 3.3. Sporten ....................................................................................................................................... 29 3.4.
Buiten spelen .............................................................................................................................. 33 3.5. Bewegingsonderwijs................................................................................................................... 35 3.6. Sjors Sportief .............................................................................................................................. 37 3.7. Zwemdiploma’s .......................................................................................................................... 38 3.8. Toekomstwensen en communicatie .......................................................................................... 39 4. Verenigingsmonitor ........................................................................................................................... 41 4.1. Algemene kenmerken ................................................................................................................ 41 4.2. Ledenopbouw ............................................................................................................................. 42 4.3. Kader .......................................................................................................................................... 44 4.4.
Knelpunten ................................................................................................................................. 46 4.5. Beleid .......................................................................................................................................... 46 4.6. Toekomst .................................................................................................................................... 47 4.7. Ondersteuningsbehoeften ......................................................................................................... 47 4.8. Accommodatie ........................................................................................................................... 49 4.9. Samenwerking ............................................................................................................................ 49 4.10 Nevenactiviteiten ...................................................................................................................... 50 2
4.11 Regelingen ................................................................................................................................. 51 4.12 Lokaal Sportakkoord .................................................................................................................. 51 5. Conclusie en aanbevelingen .............................................................................................................. 52 5.1. Sportdeelname onderzoek inwoners ......................................................................................... 52 5.2. Sportdeelname onderzoek basisscholen.................................................................................... 54 5.3. Verenigingsmonitor .................................................................................................................... 56 Literatuurlijst ......................................................................................................................................... 59 Bijlage 1. Onderzoeksopzet ................................................................................................................... 60 Bijlage 2. Vragenlijst Sportdeelname onderzoek inwoners .................................................................. 61 Bijlage 3. Vragenlijst Sportdeelname onderzoek basisscholen .............................................................
67 Bijlage 4. Vragenlijst Verenigingsmonitor ............................................................................................. 74
3
Samenvatting Onderstaand zijn de resultaten van de Sportmonitor Zevenaar 2020 puntsgewijs samengevat. De resultaten zijn, waar mogelijk, vergeleken met de resultaten van de Sportmonitor Zevenaar uit 2016 en met landelijke cijfers. Daarbij wordt met symbolen aangegeven of de resultaten hoger, lager of gelijk zijn aan de resultaten uit 2016.
Sportdeelname onderzoek inwoners ↑
1.
↑
2. 3.
4. 5.
↑
6.
↑
7.
↓
8.
↓
9.
↓
10. 11.
↓
12.
↑
13.
De Beweegnorm schrijft voor dat inwoners ten minste vijf dagen per week een half uur matig intensieve lichaamsbeoefening hebben. 35% van de inwoners in de gemeente Zevenaar voldoet aan deze norm. In 2016 was dit 33%. 94% van de inwoners in gemeente Zevenaar geeft aan meer dan 12 keer per jaar aan sport te doen. In 2016 was dit 85%. Het landelijk gemiddelde is 73%. De belangrijkste redenen om te sporten zijn lichaamsbeweging/gezondheid (94%), het opbouwen van conditie, kracht en/of lenigheid (67%), plezier (56%) en lekker buiten zijn (55%) Fitness is de populairste sport is, daarna wandelsport, fietsen, hardlopen en zwemmen. 29% van de sportende inwoners van de gemeente Zevenaar sport het vaakst in georganiseerd verband (als lid van een sportvereniging). In 2016 was dit 26%. 28% van de inwoners sport via een commerciële aanbieder (2016: 25%). 30% van de sportende inwoners van de gemeente Zevenaar geeft aan dit ongeorganiseerd te doen (2016: 42%). 74% van de sportbeoefening vindt plaats binnen de eigen gemeente, 26% vindt elders plaats. In 2016 was dit 70% om 30%. De inwoners van Zevenaar beoordelen de sportvoorzieningen als geheel gemiddeld met een 7,8. In 2016 was dit een 7,5. Ruim driekwart (77%) van de inwoners ervaart de sportaccommodaties altijd als veilig. In 2016 ervaarde 79% van de inwoners de sportaccommodaties als altijd veilig.
35% van de sportende inwoners van de gemeente Zevenaar vindt dat de sportvoorzieningen en -mogelijkheden in de openbare ruimte uitnodigen om te sporten/bewegen. 43% heeft hier geen antwoord op. In 2016 vond 48% van de sportende inwoners dat de voorzieningen in de gemeente uitnodigen om te sporten/bewegen. 55% van de sporters in de gemeente Zevenaar is (zeer) tevreden over de sportvoorzieningen- en mogelijkheden in de openbare ruimte. In 2016 was dit 60%. Lichamelijke problemen of ziekte worden door de meeste niet-sportende inwoners van de gemeente Zevenaar aangegeven als reden om niet te sporten (42%). Een kwart (25%) van de niet-sportende groep vindt sporten te duur. In 2016 vond 43% van de niet-sportende inwoners sporten te duur. 33% van de niet-sportende inwoners geeft aan in de toekomst (weer) zin te hebben om te sporten. In 2016 was dit 43%. 47% van de inwoners van de gemeente Zevenaar is in het afgelopen jaar betrokken geweest bij een sportvereniging als vrijwilliger en/of betaalde kracht. In 2016 was dit 30%. 11% van deze groep inwoners was betrokken in een betaalde functie, 50% vervulde één of meer vrijwillige functies bij een sportvereniging.
4
Sportdeelname onderzoek basisscholen ↑ 14.
↑ 15. = 16. ↑ 17. 18. =
19.
↑ 20.
↑ 21. 22.
↓ 23. ↓ 24. ↑ 25. ↑ 26. ↑ 27.
↓ 28. ↑ 29.
51% van de leerlingen uit de gemeente Zevenaar beweegt tenminste vijf dagen per week minimaal 60 minuten per dag. In 2016 was dit 45% van de leerlingen. 56% van de kinderen/jongeren in Nederland beweegt minimaal vijf dagen per week. Het merendeel van de leerlingen (63%) gaat vijf dagen per week lopend of met de fiets naar school. Dit is meer dan in 2016 (61%) 89% van de leerlingen in de gemeente Zevenaar doet aan sport. Dit is gelijk aan 2016. 94% van de leerlingen in de gemeente Zevenaar sport minimaal 12 keer per jaar. In 2016 was dit 88%. De leerlingen in de gemeente Zevenaar sporten voornamelijk omdat het leuk is (90%) en omdat het gezond is (69%). Voetbal is de populairste sport (26%), gevolgd door dansen (16%), turnen (8%), paardensport (7%) en skeeleren/skaten (6%). Deze cijfers komen grotendeels overeen met de cijfers uit 2016. 82% van de leerlingen doet aan sport bij een sportvereniging. De sportvereniging is daarmee voor deze doelgroep de belangrijkste aanbieder van sport. In vergelijking met het landelijke cijfer (80%) scoort de gemeente Zevenaar hoger. Ongeveer 21% van de leerlingen sport bij een commerciële aanbieder. In 2016 was dit 19%. Dit percentage is lager dan het landelijk gemiddelde van 23%. Ruim een kwart (29%) van niet-sportende leerlingen weten niet waarom ze niet aan sport doen.
14% vindt sporten niet leuk, 13% weet niet wat er te doen is en 8% van de leerlingen geven aan niet te sporten omdat het te duur is. Twee-derde (66%) van de niet-sportende leerlingen geeft aan in de toekomst wel (weer) te willen gaan sporten. In 2016 was dit 88%. 97% van de leerlingen speelt weleens buiten. In 2016 was dit 99%. Meer dan de helft (59%) van de leerlingen ervaart de speelplaatsen in de buurt/wijk als (heel erg) leuk. In 2016 was dit 48%. 89% van de leerlingen vindt de gymlessen (heel erg) leuk. Dit is meer dan in 2016, toen 84% van de leerlingen de gymlessen als (heel erg) leuk beoordeelde. Ongeveer een-derde (32%) van de leerlingen nam deel aan de activiteiten van Sjors Sportief. Dit is meer dan in 2016, toen 17% van de leerlingen deelnamen aan Sjors Sportief. Van de deelnemers aan Sjors Sportief vond bijna driekwart dit (heel erg) leuk (72%). Slechts 2% vond het niet leuk om aan Sjors Sportief mee te doen. Ongeveer eenderde (33%) van de deelnemers is door Sjors Sportief lid geworden van een vereniging. 96% van de leerlingen in de gemeente Zevenaar beschikt over een zwemdiploma. In 2016 was dit 97%. Landelijk beschikt gemiddeld 95% over een zwemdiploma. 38% van de leerlingen beschikt over het volledige Zwem-ABC.
Dit percentage komt overeen met het landelijk gemiddelde van 38%, en is een stijging ten opzichte van 2016 toen 30% van de leerlingen in de gemeente Zevenaar over het volledige Zwem-ABC beschikte.
5
Verenigingsmonitor ↑
30.
↑
31.
↑
32.
↓
33.
↑
34.
=
35.
↑
36.
=
37.
↓
38.
↓
39.
↓
40.
=
41.
↓
42.
=
43.
↓
44.
45. 46.
Het gemiddelde ledenaantal van sportverenigingen in de gemeente Zevenaar is 259 leden. In 2016 hadden sportverenigingen gemiddeld 224 leden. Bijna de helft (47%) van de sportverenigingen geeft aan over voldoende leden te beschikken. Vier jaar geleden gaf 44% van de sportverenigingen aan over voldoende leden te beschikken. Ongeveer driekwart (75%) van de sportverenigingen zou graag zien dat het ledenbestand van hun vereniging wordt uitgebreid. In 2016 gaf 58% van de sportverenigingen aan hun ledenbestand graag te willen zien groeien. De sportverenigingen in de gemeente Zevenaar beschikken gemiddeld over 47 vrijwilligers per vereniging. Vier jaar geleden waren dit gemiddeld 71 vrijwilligers per vereniging. 64% van de sportverenigingen geeft aan over voldoende vrijwilligers te beschikken. In 2016 was dit 40%. Ongeveer 39% van de sportverenigingen heeft betaalde krachten in dienst van de vereniging. Vier jaar geleden had 48% van de sportverenigingen betaalde krachten in dienst. Deze betaalde medewerkers zijn gemiddeld 15 uur in dienst van de vereniging. Vier jaar geleden waren deze medewerkers gemiddeld 28 uur per week actief binnen de vereniging. Het overgrote deel van de sportverenigingen (86%) geeft aan knelpunten te ervaren. In 2016 was het aantal sportverenigingen dat knelpunten ervaarde 83%.
De grootste knelpunten voor sportverenigingen zijn het behouden en vinden van vrijwilligers (61%) en het werven van leden (56%). Ook in 2016 waren dit de grootste knelpunten voor sportverenigingen in de gemeente Zevenaar (resp. 57% en 49%). 42% van de sportverenigingen beschikt over een beleidsplan. Vier jaar geleden had 49% van de sportverenigingen een beleidsplan. Iets meer dan de helft (52%) van de sportverenigingen is (heel erg) positief over haar eigen toekomst. Vier jaar geleden was 60% van de sportverenigingen (heel erg) positief over de toekomst. Bijna een derde (31%) van de sportverenigingen geeft aan in enige vorm ondersteuning te kunnen gebruiken. In 2016 was dit 34% van de sportverenigingen. De sportverenigingen geven aan met name ondersteuning te kunnen gebruiken op het gebied van ledenwerving (43%), vrijwilligerswerving (43%), de toekomst van de vereniging (34%) en PR en communicatie (29%). Dit komt in grote lijnen overeen met 2016. 41% van de sportverenigingen geeft aan graag ondersteuning te krijgen met de inzet van een buurtsportcoach/combinatiefunctionaris. Vier jaar geleden gaf nog 55% van de sportverenigingen aan op deze manier ondersteuning te willen ontvangen. De meeste sportverenigingen (81%) werkten in het afgelopen jaar (seizoen) met minimaal één andere organisatie samen.
In 2016 gaf 77% van de sportverenigingen aan met minimaal één andere organisaties te hebben samengewerkt. Landelijk werkt 80% van de sportverenigingen samen met andere organisaties. Ruim de helft (58%) van de sportverenigingen geeft aan andere activiteiten te hebben georganiseerd voor haar leden (en niet-leden) naast het reguliere sportaanbod. In 2016 gaf 76% van de sportverenigingen aan dit te hebben gedaan. 33% van de verenigingen is niet bekend met het Jeugdsportfonds of de Gelrepas. 72% van de verenigingen is bekend met het Lokaal Sportakkoord Zevenaar.
6
1. Inleiding De gemeente Zevenaar schrijft een nieuwe beleidsvisie voor sport en bewegen. De beleidsvisie biedt kaders voor wat de gemeente Zevenaar doet voor haar inwoners op het gebied van sport en bewegen. Voorafgaand aan de ontwikkeling van de nieuwe beleidsvisie is dit sportonderzoek uitgevoerd. Om de resultaten en voortgang van het sport- en beweegbeleid te monitoren voerde de gemeente Zevenaar in 2012 en in 2016 eenzelfde sportonderzoek uit. Door het onderzoek in 2020 te herhalen worden trends en ontwikkelingen inzichtelijk en ontstaat er input voor de nieuwe beleidsvisie voor sport en bewegen. In 2024 volgt er een volgende meting. Het onderzoek is gericht op drie doelgroepen: volwassenen, jeugd en sportverenigingen. Voor deze doelgroepen is elk een afzonderlijk onderzoek uitgevoerd. In totaal namen 440 volwassenen, 564 kinderen en 33 sportverenigingen deel aan de onderzoeken. Na deze inleiding volgen in hoofdstuk twee de resultaten van het sportdeelname onderzoek onder inwoners van 12 t/m 80 jaar. De resultaten van de het sportdeelname onderzoek voor basisschoolleerlingen van groep 5 t/m groep 8 worden gepresenteerd in hoofdstuk drie en in hoofdstuk vier staat de verenigingsmonitor centraal. De belangrijkste conclusies komen aan bod in hoofdstuk vijf. Op basis hiervan zijn aanbevelingen geformuleerd voor de gemeente Zevenaar.
7
2. Sportdeelname onderzoek inwoners 2.1. Inleiding De sport- en beweegmonitor is gehouden onder inwoners van de gemeente Zevenaar in de leeftijd van 12 t/m 80 jaar. Er hebben uiteindelijk 440 inwoners deelgenomen aan het onderzoek. Meer informatie over de onderzoeksopzet wordt beschreven in hoofdstuk 1 van de bijlagen. Om een gedetailleerd beeld te krijgen van het profiel van de sporters en niet-sporters in de gemeente Zevenaar is een aantal achtergrondvariabelen in kaart gebracht. Ten opzichte van de bevolkingssamenstelling in de gemeente Zevenaar is een kleine ondervertegenwoordiging in het aantal inwoners van 12 t/m 21 jaar en 21 t/m 30 jaar. Deze verschillen zijn echter minimaal.
Geslacht
%
Huishoudenssituatie
%
Man Vrouw
51% 49%
Twee volwassenen, geen thuiswonende kinderen Twee volwassenen met thuiswonend(e) kind(eren) Alleenstaand Eenouder met thuiswonend(e) kind(eren) Anders
40% 34% 21% 3% 2%
Leeftijd
%
12-21 jaar 21-30 jaar 31-40 jaar 41-50 jaar 51-60 jaar 61-70 jaar 70 jaar en ouder
5% 7% 13% 16% 17% 22% 20%
Beperking of chronische aandoening*
%
Geen Chronische aandoening (cara, diabetes, reuma, etc.) Lichamelijke beperking Auditieve beperking (doof, slechthorend) Visuele beperking (blind, slechtziend)
70% 24%
Opleidingsniveau % Lager onderwijs LBO, VBO, VMBO HAVO, VWO MBO HBO WO, Universiteit Anders
1% 9% 7% 31% 40% 8% 4%
Afkomst
%
Nederland Elders
97% 3%
Postcode
%
6904 6901 6903 6905 6987 6909 6915 6902 6986 6988 6916 6913 6911 6914 6917
18% 16% 15% 8% 7% 6% 6% 5% 4% 4% 3% 3% 2% 1% 1%
*Meerdere antwoorden mogelijk
8
9% 3% 1%
2.2. Beweeggedrag Om het beweeggedrag van de inwoners in de gemeente Zevenaar in kaart te brengen is gebruik gemaakt van de Beweegnorm. Deze norm schrijft voor dat inwoners tenminste vijf dagen per week een half uur matig intensieve lichaamsbeweging hebben die ten minste even inspannend is als stevig doorlopen of fietsen. In de gemeente Zevenaar voldoet 35% van haar inwoners aan de Beweegnorm. Dit is een lichte stijging ten opzicht van 2016, toen 33% voldeed aan deze norm. De resultaten van 2020 en 2016 worden weergegeven in figuur 2.1. 40%
38%
38%
35% 35%
33%
30% 25% 25%
22% 2020
20%
2016 15% 10% 5% 5%
4%
0% 5-7 dagen per week
3-4 dagen per week
1-2 dagen per week
Geen
Figuur 2.1. Beweegnorm
Vrouwen en mannen voldoen even vaak aan de beweegnorm in de gemeente Zevenaar. Zowel 35% van de vrouwen, als 35% van de mannen beweegt namelijk minimaal vijf dagen per week één half uur matig intensief. In 2016 voldeden vrouwen (37%) vaker aan de beweegnorm dan mannen (31%). De resultaten op basis van het geslacht zijn weergegeven in tabel 2.1. Tabel 2.1 Beweegnorm in relatie tot geslacht
Aantal dagen
2020
2016
Geen 1-2 dagen per week 3-4 dagen per week 5-7 dagen per week
Totaal 5% 22% 38% 35%
Totaal 4% 25% 38% 33%
Man 6% 24% 35% 35%
Vrouw 5% 19% 41% 35%
De leeftijdsgroepen 21 tot en met 30 jaar (19%) en 31 tot en met 40 jaar (22%) voldoen het minst vaak aan de beweegnorm. In 2016 was de leeftijdsgroep 21 tot en met 30 jaar (44%) een leeftijdsgroep die het vaakst aan de beweegnorm voldeed. De leeftijdsgroepen jonger dan 21 jaar (45%) en 61 tot en met 70 jaar (44%) voldoen het vaakst aan de beweegnorm. Dit is opvallend aangezien in 2016 de leeftijdsgroep jonger dan 21 jaar het vaakst aan de beweegnorm voldeed (50%).
9
Tabel 2.2 Beweegnorm in relatie tot leeftijdsgroep
Aantal dagen
Geen
1-2 dagen p/w
3-4 dagen p/w
5-7 dagen p/w
Jonger dan 21 jaar 21-30 jaar 31-40 jaar 41-50 jaar 51-60 jaar 61-70 jaar 71 jaar en ouder
9% 0% 3% 7% 6% 4% 7%
9% 23% 29% 22% 24% 20% 19%
36% 58% 45% 39% 28% 31% 41%
45% 19% 22% 32% 42% 41% 33%
2.3. Sportdeelname en sportfrequentie De inwoners is gevraagd of ze de afgelopen twaalf maanden een sport hebben beoefend. Volgens de Richtlijn Sportdeelname Onderzoek (RSO) worden inwoners tot sporter gerekend als zij minimaal twaalf keer per jaar sporten. 94% van de inwoners van de gemeente Zevenaar voldoet aan deze norm. De sportdeelname onder inwoners in de gemeente Zevenaar ligt boven de gemiddelde sportdeelname in Nederland, aangezien 73% van de Nederlandse bevolking aan sport doet (SCP, 2018). Ten opzichte van 2012 en 2016 is de sportdeelname gestegen. De gemiddelde sportdeelname in 2016 was 85% en in 2012 84%. 6% van de inwoners die een sport beoefenen doen dit minder dan één keer per maand en voldoen daardoor niet aan de norm voor sportdeelname. 27% van de sporters sport één tot vier keer per maand (12 tot 59 keer per jaar) en 34% van de inwoners sport 2 à 3 keer per week (60 tot 119 keer per jaar). Ongeveer een derde (33%) van de inwoners sport gemiddeld drie of meer keer per week (vaker dan 119 keer per jaar). Tabel 2.3 Aantal keer sporten per jaar
Frequentie
%
Minder dan 1 keer per maand Gemiddeld 1 tot 4 keer per maand Gemiddeld 2 tot 3 keer per week Gemiddeld 3 of meer keer per week
6% 27% 34% 33%
53% van de Nederlanders in de leeftijd van 12 jaar en ouder sport wekelijks (CBS, 2019). In de gemeente Zevenaar gaat het om 67% van de respondenten van 12 jaar en ouder, die 60 keer per jaar of vaker (wekelijks) aan sport doet.
2.3.1. Sportdeelname en sportfrequentie in relatie tot geslacht Mannen doen iets vaker aan sport per jaar dan vrouwen in de gemeente Zevenaar. 95% van de mannen voldoet aan de norm voor sportdeelname, tegenover 91% van de vrouwen. In 2016 lag dit anders. Toen voldeed 88% van de vrouwen en 83% van de mannen aan de norm voor sportdeelname. De verschillen in sportfrequentie tussen mannen en vrouwen zijn ongeveer gelijk. In tabel 2.4 wordt de sportfrequentie in verhouding tot het geslacht weergegeven. Tabel 2.4 Sportfrequentie in relatie tot het geslacht
Frequentie
2020
Minder dan 1 keer per maand Gemiddeld 1 tot 4 keer per maand Gemiddeld 2 tot 3 keer per week Gemiddeld 3 of meer keer per week
Man 5% 27% 33% 35%
2016 Vrouw 9% 28% 34% 29% 10
Man 3% 18% 47% 33%
Vrouw 6% 20% 49% 25%
2.3.2. Sportdeelname in relatie tot leeftijd De leeftijdsgroep 21 tot en met 30 jaar (97%) en de leeftijdsgroep 70 jaar en ouder (95%) voldoen het vaakst aan de norm voor sportdeelname. De leeftijdsgroep jonger dan 21 jaar omvat de grootste groep deelnemers die niet voldoet aan de norm voor sportdeelname (9%). Daartegenover staat dat deze leeftijdsgroep wel de groep is die het vaakst 3 of meer keer per week sport (45%). In tabel 2.5 is de sportdeelname inzichtelijk gemaakt op basis van leeftijd. Ten opzichte van 2016 zijn met name de oudere leeftijdsgroepen meer gaan sporten. Waar in 2016 75% van de inwoners van 71 jaar en ouder voldeed aan de norm voor sportdeelname, is dit in 2020 95%. Tabel 2.5 Voldoen aan norm sportdeelname in relatie tot leeftijdsgroep
Leeftijdsgroep
2020
2016
Jonger dan 21 jaar 21-30 jaar 31-40 jaar 41-50 jaar 51-60 jaar 61-70 jaar 71 jaar en ouder
91% 97% 94% 93% 92% 92% 95%
90% 87% 89% 83% 89% 86% 75%
2.3.3. Sportdeelname in relatie tot opleidingsniveau Het opleidingsniveau heeft een belangrijke invloed op de sportdeelname. Uit onderzoek blijkt dat hoger opgeleiden vaker sporten dan mensen die lager opgeleid zijn. De laatste jaren zijn de verschillen qua sportdeelname tussen hoger en lager opgeleiden groter geworden (CBS, 2019). In de gemeente Zevenaar is dit niet (meer) aan de orde. Waar in 2016 minder lager opgeleide inwoners voldoen aan de norm voor sportdeelname is dit in 2020 gelijk. De resultaten zijn weergeven in tabel 2.6. Tabel 2.6 Sportdeelname in relatie tot opleidingsniveau
Opleidingsniveau
2020
2016
Laag (basisschool, lbo, vmbo, mavo) Midden (havo, vwo, mbo) Hoog (hbo, universiteit)
94% 93% 93%
67% 86% 89%
2.3.4. Sportdeelname in relatie tot gezinssituatie Alleenstaanden (95%) voldoen het vaakste aan de norm voor sportdeelname. Dit is opvallend aangezien de alleenstaanden in 2016 de groep was die het minst voldeed aan de norm voor sportdeelname (75%). Eenouder gezinnen (78%) met thuiswonend(e) kind(eren) voldoen het minst vaak aan de norm voor sportdeelname. Alleenstaanden (38%) en twee volwassen, zonder thuiswonende kinderen (37%) sporten het vaakst 3 of meer keer per week in de gemeente Zevenaar. Tabel 2.7 geeft de relatie tussen sportdeelname en de gezinssituatie weer. Tabel 2.7 Sportdeelname in relatie tot gezinssituatie
Gezinssituatie
2020
2016
Twee volwassenen met thuiswonend(e) kind(eren) Twee volwassenen, geen thuiswonende kinderen Eenouder gezin met thuiswonend(e) kind(eren) Alleenstaanden
94% 93% 78% 95%
91% 86% 86% 75%
11
2.3.5. Sportdeelname in relatie tot gezondheid Er is geen verschil in de sportdeelname van mensen met of zonder een beperking. Zowel 93% van de inwoners met als zonder een beperking voldoen aan de norm voor sportdeelname. Inwoners met een beperking is gevraagd of zij de afgelopen twaalf maanden een sport hebben beoefend. Inwoners met een chronische aandoening (94%) voldoen het vaakst aan de norm voor sportdeelname in de gemeente Zevenaar. Inwoners met een auditieve beperking voldoen het minst vaak aan de norm voor sportdeelname (87%). Vier jaar geleden behoorden de inwoners met een auditieve beperking tot de groep die het vaakst aan de norm voor sportdeelname voldeed (83%). Verder hebben er onvoldoende inwoners met een visuele of verstandelijke beperking deelgenomen aan het onderzoek om de sportdeelname te kunnen berekenen. In tabel 2.8 wordt de sportdeelname in relatie tot beperking weergegeven. Tabel 2.8 Sportdeelname in relatie tot beperking
Beperking of chronische aandoening
2020 2016
Chronische aandoening Lichamelijke beperking Auditieve beperking Visuele beperking Verstandelijke beperking
94% 92% 87% -
83% 76% 75% -
2.3.6. Sportdeelname in relatie tot afkomst Deze paragraaf laat de onderzoeksresultaten in relatie tot de afkomst van de inwoners zien. In totaal is 92% van de inwoners geboren in Nederland. 96% van de deelnemers die aangeven niet in Nederland te zijn geboren voldoet aan de norm voor sportdeelname, tegenover 93% van de deelnemers die aangeeft in Nederland te zijn geboren. In 2016 voldeed de groep deelnemers die aangaf in Nederland te zijn geboren het vaakst aan de norm voor sportdeelname (86%). Van de groep deelnemers die niet in Nederland geboren is voldeed in 2016 77% aan de norm.
2.3.7. Sportdeelname in relatie tot postcode Deze paragraaf laat de relatie zien tussen de sportdeelname en de postcode van inwoners uit de gemeente Zevenaar. De sportdeelname in de kern Pannerden (postcode 6911) is het hoogst (100%). De sportdeelname is relatief gezien het laagst in Lathum (postcode 6988). 86% van de inwoners wonend op deze postcode voldoet aan de norm voor sportdeelname. De sportdeelname van 2020 per postcode laat gelijke trends met 2016 zien, zie tabel 2.9. Postcodes waar de respons te laag was, zijn in de berekening gemiddelde sportdeelname niet meegeteld. Tabel 2.9 Sportdeelname in relatie tot postcode
Postcode
2020
2016
6901 (Zevenaar) 6902 (Zevenaar) 6903 (Zevenaar) 6904 (Zevenaar) 6905 (Zevenaar) 6909 (Babberich) 6911 (Pannerden) 6913 (Aerdt) 6915 (Lobith) 6916 (Tolkamer) 6986 (Angerlo) 6987 (Giesbeek) 6988 (Lathum)
93% 90% 98% 93% 93% 96% 100% 90% 95% 90% 93% 91% 86%
84% 90% 83% 81% 87% 82% 93% -
12
2.4. Redenen om te sporten Aan de sportende inwoners van de gemeente Zevenaar is gevraagd wat hun belangrijkste redenen zijn om te sporten. Voor vrijwel alle sportende inwoners (94%) is lichaamsbeweging/gezondheid een belangrijke reden. Daarnaast blijken het opbouwen van conditie, kracht en/of lenigheid (66%), lekker buiten zijn (55%) en plezier (56%) de belangrijkste drijfveren om te sporten. Dit waren in 2016 ook de belangrijkste redenen om te sporten. Alle redenen om te sporten zijn weergegeven in tabel 2.10. Tabel 2.10 Redenen om te gaan sporten
Reden
2020
2016
Lichaamsbeweging/ gezondheid Opbouw van conditie, kracht en/of lenigheid Lekker buiten zijn Leuke activiteit/ plezier Gezelligheid/ sociale contacten Uitlaatklep voor dagelijks leven/ ontspanning Afslanken/ uiterlijk Prestatie, jezelf verbeteren Competitie, meten met anderen Advies opvolgen van arts/ fysiotherapeut Niet duur Leren nieuwe vaardigheden
94% 66% 55% 56% 47% 50% 30% 20% 12% 9% 7% 8%
92% 56% 51% 50% 46% 45% 33% 19% 11% 9% 6% 5%
De belangrijkste redenen voor mannen om te sporten zijn lichaamsbeweging/ gezondheid, opbouw van conditie, kracht en lenigheid en voor het plezier. Voor vrouwen zijn lichaamsbeweging/ gezondheid, opbouw van conditie, kracht en lenigheid en lekker buiten zijn de belangrijkste redenen om te sporten. Vrouwen sporten vaker dan mannen met de reden om af te slanken, vanwege het uiterlijk en vanwege het opvolgen van het advies van een arts of fysiotherapeut. Tabel 2.11 Redenen om te gaan sporten in relatie tot geslacht
Reden
2020
Lichaamsbeweging/ gezondheid Opbouw van conditie, kracht en/of lenigheid Lekker buiten zijn Leuke activiteit/ plezier Gezelligheid/ sociale contacten Uitlaatklep voor dagelijks leven/ ontspanning Afslanken/ uiterlijk Prestatie, jezelf verbeteren Competitie, meten met anderen Advies opvolgen van arts/ fysiotherapeut Niet duur Leren nieuwe vaardigheden
Man 92% 66% 56% 62% 47% 48% 22% 24% 18% 7% 4% 6%
2016 Vrouw 96% 66% 55% 51% 46% 52% 39% 16% 5% 10% 10% 8%
Man 90% 55% 51% 51% 47% 50% 28% 23% 16% 5% 5% 3%
Vrouw 95% 60% 53% 48% 49% 42% 43% 18% 6% 11% 9% 7%
Gekeken naar leeftijd valt een aantal resultaten op. Naarmate inwoners ouder worden blijft de reden lichaamsbeweging en gezondheid belangrijkste reden om te sporten en bewegen. Enkele redenen die minder van belang worden naarmate de inwoners ouder worden zijn redenen als afslanken, prestatie, jezelf verbeteren en competitie steeds minder belangrijkere redenen om te sporten. Andersom geldt dit voor het opbouwen van conditie, kracht en/of lenigheid, prestatie en competitie. 13
Deze redenen vinden inwoners van jonger dan 21 jaar tot en met 40 jaar belangrijkere redenen om te sporten dan oudere inwoners. Tabel 2.12 Redenen om te gaan sporten in relatie tot leeftijd
Reden
< 21 jaar
21-30 jaar
31-40 jaar
41-50 jaar
51-60 jaar
61-70 jaar
> 70 jaar
Lichaamsbeweging/ gezondheid Opbouw van conditie, kracht en/of lenigheid Lekker buiten zijn Leuke activiteit/ plezier Gezelligheid/ sociale contacten Uitlaatklep voor dagelijks leven/ ontspanning Afslanken/ uiterlijk Prestatie, jezelf verbeteren Competitie, meten met anderen Advies opvolgen van arts/ fysiotherapeut Niet duur Leren nieuwe vaardigheden
95%
90%
96%
92%
97%
95%
91%
77%
73%
77%
72%
69%
66%
42%
27% 77% 59%
60% 67% 37%
57% 54% 50%
57% 61% 49%
56% 63% 48%
61% 55% 45%
54% 45% 40%
59%
80%
64%
62%
61%
34%
19%
41% 45% 32%
60% 23% 17%
41% 21% 13%
39% 26% 8%
38% 22% 9%
19% 18% 9%
4% 3% 7%
5%
3%
9%
10%
8%
10%
6%
0% 27%
7% 10%
2% 13%
8% 8%
9% 3%
10% 4%
6% 1%
2.5. Sportvoorkeuren Inwoners is gevraagd welke sporten ze in de laatste twaalf maanden hebben beoefend. Uit de resultaten blijkt dat fitness (34%) het meest wordt beoefend in de gemeente Zevenaar. Fitness wordt gevolgd door wandelsport (32%) en wielersport (19%). De populairste sport in de gemeente Zevenaar is de afgelopen jaren veranderd, in 2016 was dit namelijk wandelen terwijl in 2012 hardlopen de populairste vorm van sportbeoefening was in de gemeente Zevenaar. In tabel 2.13 wordt de top 10 van sporten voor de gemeente Zevenaar weergegeven. De onderzoeksresultaten laten zien dat er verschillen zijn met betrekking tot geslacht. Mannen doen vaker aan wielrennen, hardlopen, tennis, golf, skiën en veldvoetbal dan vrouwen. De vrouwen in de gemeente Zevenaar beoefenen daarentegen vaker de wandelsport, zwemsport, fitness en aerobics. Tabel 2.13 Top 10 sporten in de gemeente Zevenaar
Sport
2020
2016
Man
Vrouw
Fitness (cardio/kracht) Wandelsport Wielrennen/ Mountainbiken/ Toerfietsen Hardlopen/ Joggen/ Trimmen Zwemsport (excl. waterpolo) Tennis Aerobics/ Steps/ Spinning Veldvoetbal Golf Skiën/ Langlaufen/ Snowboarden
34% 32% 19% 17% 15% 9% 7% 5% 5% 5%
29% 30% 21% 24% 17% 11% 11% 10% 4% 8%
32% 26% 27% 18% 12% 13% 5% 8% 7% 5%
36% 39% 11% 16% 18% 5% 11% 2% 2% 4%
14
De vergelijking op basis van leeftijd laat zien dat wandelsport populairder wordt naarmate inwoners ouder worden. Fitness en hardlopen worden juist minder populair naarmate inwoners ouder worden. Wielrennen en zwemsport blijven even populair naarmate inwoners ouders worden. Tabel 2.14 Top 5 sporten in de gemeente Zevenaar in relatie tot leeftijd
Sport
< 21 jaar
21-30 jaar
31-40 jaar
41-50 jaar
51-60 jaar
61-70 jaar
> 70 jaar
Fitness (cardio/kracht) Wandelsport Wielrennen/ Mountainbiken/ Toerfietsen Hardlopen/ Joggen/ Trimmen Zwemsport (excl. waterpolo)
45% 14% 14%
22% 31% 25%
61% 16% 13%
43% 33% 14%
36% 32% 17%
27% 42% 20%
32% 35% 20%
36% 14%
2% 11%
32% 26%
22% 22%
30% 13%
5% 13%
21% 14%
2.6. Organisatievorm Aan inwoners is gevraagd in welk verband ze het afgelopen jaar het vaakst hebben gesport. 29% van de inwoners van de gemeente Zevenaar sport het vaakst in georganiseerd verband. 29% van de inwoners sport het vaakst in een anders georganiseerd verband, zoals bij commerciële aanbieders of via welzijnswerk en 36% van de inwoners sport het vaakst ongeorganiseerd (bijv. wandelsport, hardlopen, wielrennen) Ongeorganiseerd sporten is hiermee de populairste vorm van sportbeoefening in de gemeente Zevenaar. Dit komt overeen met de landelijke cijfers. De overige inwoners (7%) geven aan op andere manieren te sporten. Tabel 2.15 Organisatievorm in relatie tot geslacht
Organisatievorm
2020 2016 Man
Vrouw
Georganiseerd (sportvereniging) Anders georganiseerd (commerciële aanbieders, evenement, sociaal cultureel werk, beweegcoaches etc.) Ongeorganiseerd In ander verband
29% 29%
26% 25%
36% 23%
21% 34%
36% 7%
42% 7%
37% 4%
36% 10%
Op basis van geslacht zijn enkele verschillen zichtbaar. Zo sporten mannen vaker bij een vereniging (36%) dan vrouwen (21%). Vrouwen (32%) sporten daarentegen vaker bij commerciële aanbieders dan mannen (22%). Dit komt overeen met het beeld van 2016.
15
Naarmate de inwoners ouder worden sporten ze minder vaak bij een sportvereniging en vaker alleen of in ongeorganiseerd verband. De leeftijdsgroep jonger dan 21 jaar (77%) sport het vaakst bij de sportvereniging en de leeftijdsgroep 31 tot en met 40 jaar is het vaakst terug te vinden bij de sportschool of commerciële aanbieder (39%). Figuur 2.2 geeft inzicht in de resultaten op basis van leeftijd. 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10%
0% Georganiseerd Jonger dan 21 jaar
Anders georganiseerd 21-30 jaar
31-40 jaar
Ongeorganiseerd
41-50 jaar
51-60 jaar
61-70 jaar
Anders 71 jaar en ouder
Figuur 2.2 Organisatievorm in relatie tot leeftijd
2.7. Locatie sportbeoefening Aan inwoners is gevraagd waar zij het vaakst sporten. De helft van de inwoners in de gemeente Zevenaar beoefent de sport bij sportaccommodaties in de eigen gemeente, zoals een voetbalveld, tennisbaan, sporthal, fitnesscentrum, of zwembad. 17% van de inwoners maakt gebruik van sportvoorzieningen in de openbare ruimte in de eigen gemeente, zoals een park, bos, basketbalpleintje, skatebaan en trapveldjes (in 2016 was dit 22%). 18% van de inwoners sport bij sportaccommodaties buiten de gemeente Zevenaar. De sportvoorzieningen buiten de gemeente Zevenaar worden door 9% van de inwoners gebruikt voor sportbeoefening. Samengevat vindt ongeveer 74% van de sportbeoefening plaats binnen de eigen gemeente. 26% van de sportbeoefening wordt elders (in een andere gemeente) verricht. Dit betekent een lichte stijging in het sporten binnen de eigen gemeente, in 2016 was het namelijk 70% om 30%. Vrouwen (53%) sporten vaker dan mannen (47%) in een sportaccommodatie in de eigen gemeente. Daarnaast sporten vrouwen (11%) ook vaker dan mannen (6%) in de openbare ruimte in de eigen gemeente. Mannen sporten vaker dan vrouwen in een sportaccommodatie of in de openbare ruimte buiten de eigen gemeente. Naarmate inwoners ouder worden sporten ze minder vaak in een sportaccommodatie in de eigen gemeente.
Met name de leeftijdsgroep jonger dan 21 jaar (91%) en 21 tot en met 30 jaar (63%) sport vaak in een sportaccommodatie in de eigen gemeente. Inwoners ouder dan 70 jaar (52%) sporten ook redelijk vaak in een sportaccommodatie binnen de eigen gemeente. Sporten in de openbare ruimte wordt veel door volwassenen gedaan. Alle resultaten zijn weergegeven in figuur 2.3.
16
100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% Totaal
Man
Vrouw
Jonger 21-30 jaar 31-40 jaar 41-50 jaar 51-60 jaar 61-70 jaar 71 jaar en dan 21 ouder jaar
Sportaccommodatie eigen gemeente
Sportaccommodatie andere gemeente
Openbare ruimte eigen gemeente
Openbare ruimte andere gemeente
Anders
Figuur 2.3 Locatie sportbeoefening in relatie tot geslacht en leeftijd
Op basis van postcode valt op dat inwoners wonend in Aerdt (6913), Tolkamer (6916) en Zevenaar (postcodes 6903 en 6904) relatief gezien veel bij sportaccommodaties binnen de eigen gemeente sporten. Inwoners uit Angerlo (6986) en Lathum (6988) sporten relatief gezien veel bij sportaccommodaties buiten de eigen gemeente. Tevens valt op dat inwoners uit Babberich (6909) relatief gezien veel in de openbare ruimte binnen de eigen gemeente sporten. Inwoners uit Angerlo (postcode 6986) sporten vaker dan andere inwoners in de openbare ruimte buiten de eigen gemeente. De resultaten zijn weergegeven in figuur 2.4. 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20%
10% 0% 6901
6902
6903
6904
6905
6909
6911
6913
6915
6916
6986
Sportvoorziening in eigen gemeente Sportvoorziening buiten eigen gemeente Sportvoorziening in de openbare ruimte in eigen gemeente
Sportvoorziening in de openbare ruimte buiten eigen gemeente Anders
Figuur 2.4 Locatie sportbeoefening in relatie tot postcode
17
6987
6988
2.8. Sportaccommodaties Aan sportende inwoners van de gemeente Zevenaar is gevraagd van welke sportaccommodatie zij het meest gebruik maken. Bent Sports en het Fitnesscentrum Zevenaar worden vaak genoemd. Hieronder vindt u een overzicht van de meest genoemde antwoorden. De grootte van de letters geeft aan in welke mate de accommodatie genoemd is.
De sportaccommodaties liggen over het algemeen het vaakst op 0 tot 3 kilometer afstand van de inwoners in de gemeente Zevenaar. Dit is bij 60% van de inwoners uit de gemeente Zevenaar het geval. Opvallend is dat de afstand die inwoners reizen naar sportaccommodaties met de jaren groter wordt. In tabel 2.16 worden deze resultaten weergegeven. Tabel 2.16 Afstand tot sportaccommodaties
Afstand
2020
2016
2012
0 tot 3 kilometer 4 tot 6 kilometer 7 tot 9 kilometer 10 kilometer of meer
60% 19% 10% 12%
65% 19% 8% 9%
67% 18% 5% 10%
Daarnaast zijn inwoners gevraagd op welke wijze zij naar de sportaccommodatie toe gaan. De meeste inwoners uit de gemeente Zevenaar (49%) gaan met de auto of motor, gevolgd door de (brom) fiets (40%). Er is één wezenlijk verschil merkbaar bij deze resultaten, vergeleken met 2016/2012. Tegenwoordig is het meest voorkomende vervoersmiddel de auto of motor, terwijl dit in de voorgaande jaren de (brom)fiets was. Mogelijk komt dit doordat de afstand naar de sportaccommodaties met de jaren toeneemt. In tabel 2.17 worden de resultaten weergegeven. Tabel 2.17 Vervoersmiddel naar sportaccommodaties
Vervoersmiddel
2020
2016
2012
Te voet Met de (brom)fiets Met de auto of motor Met het openbaar vervoer
11% 40% 49% 0%
9% 50% 41% 0%
58% 41% 1%
Inwoners die te voet naar een sportaccommodatie gaan, doen dit alleen wanneer de sportaccommodatie zich op 0 tot 3 kilometer bevindt. Dit geldt ook voor de meeste inwoners die met de (brom)fiets gaan (85%). 9% van de inwoners die op de (brom)fiets gaat, legt 4 tot 6 kilometer af. Als de accommodatie verder weg ligt, gaat vrijwel iedereen met de auto of motor. Daarnaast valt op dat 31% van de inwoners die met de auto of motor gaat 0 tot 3 kilometer hoeft af te leggen. 18
2.8.1. Tevredenheid sportaccommodaties Aan de inwoners die aangaven dat ze een sport beoefenen, is de vraag gesteld in welke mate ze tevreden zijn over de huidige sportaccommodaties in de gemeente Zevenaar. Inwoners zijn het meest tevreden over de bereikbaarheid en toegankelijkheid en openingstijden van de accommodaties. Het meest ontevreden zijn inwoners over de sanitaire voorzieningen (douche/toilet). Tabel 2.18 Tevredenheid sportaccommodaties
Factor
N.v.t.
Zeer Ontevreden Neutraal Tevreden Zeer ontevreden tevreden
Openingstijden Bereikbaarheid en toegankelijkheid Kwaliteit Vloer/veld/bassin Hoeveelheid aangeboden materialen Kwaliteit materialen Kleedruimten Sanitair Horeca
9% 7%
5% 3%
4% 2%
7% 6%
37% 39%
38% 43%
10%
5%
5%
10%
39%
31%
18%
3%
2%
8%
39%
29%
18% 19% 16% 32%
3% 4% 3% 2%
2% 6% 8% 3%
9% 15% 15% 12%
37% 35% 36% 29%
31% 22% 21% 22%
Ook is aan sportende inwoners gevraagd om een cijfer te geven over de sportaccommodatie waarvan gebruikt gemaakt wordt. De meeste inwoners (42%) geven de sportaccommodatie een 8. Het gemiddelde cijfer is een 7,8. De (algemene) tevredenheid over de sportaccommodaties is gestegen ten opzichte van vorige jaren. In 2016 werd gemiddeld een 7,5 gegeven, in 2012 gemiddeld een 7,6. Wanneer wordt vergeleken op basis van geslacht, valt op dat meer vrouwen dan mannen een onvoldoende geven voor de kwaliteit van de sportaccommodaties. In tabel 2.19 zijn de resultaten weergegeven. Tabel 2.19 Tevredenheid sportaccommodaties in relatie tot geslacht
Cijfer
2020
2016
Man
Vrouw
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10
1% 0% 1% 1% 2% 6% 22% 42% 20% 5%
0% 0% 1% 2% 3% 12% 26% 43% 15% 1%
2% 0% 0% 1% 1% 7% 23% 37% 25% 4%
0% 1% 0% 1% 4% 5% 21% 47% 16% 5%
Kijkend naar de verschillen in leeftijd blijkt dat inwoners tot en met 30 jaar het meest tevreden zijn over de sportaccommodaties in de gemeente Zevenaar. Zij beoordelen de sportaccommodaties gemiddeld met een 8. Naarmate inwoners ouder worden neemt de tevredenheid af. Inwoners vanaf 61 jaar en ouder zijn weer positiever over de kwaliteit van de sportaccommodaties. De resultaten zijn weergegeven in tabel 2.20.
19
Tabel 2.20 Tevredenheid sportaccommodaties in relatie tot leeftijd
Cijfer
< 21 jaar
21-30 jaar
31-40 jaar
41-50 jaar
51-60 jaar
61-70 jaar
> 70 jaar
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10
0% 0% 0% 0% 5% 5% 48% 33% 5% 5%
0% 0% 0% 0% 0% 12% 24% 44% 16% 4%
0% 0% 0% 3% 8% 5% 10% 49% 18% 8%
3% 0% 0% 0% 0% 3% 23% 43% 25% 5%
2% 2% 0% 2% 0% 8% 24% 42% 18% 2%
2% 0% 0% 2% 4% 5% 21% 37% 26% 4%
0% 0% 0% 0% 0% 6% 19% 46% 25% 4%
De tevredenheid over de accommodaties gesplitst op basis van postcode laat zien dat er over het algemeen weinig verschillen zijn. Inwoners uit Zevenaar, wonend op postcode 6902, beoordelen de sportaccommodaties het best met een 8,1. Inwoners wonend in Tolkamer (6916) en Zevenaar (6905) beoordelen de sportaccommodaties over het algemeen als minst goed. Ten opzichte van 2016 beoordelen de inwoners uit de verschillende kernen de sportaccommodaties allemaal beter, behalve in Zevenaar (6905), zie tabel 2.21. Tabel 2.21 Tevredenheid sportaccommodaties in relatie tot postcode (gemiddeld cijfer)
Postcode
2020
2016
6901 (Zevenaar) 6902 (Zevenaar) 6903 (Zevenaar) 6904 (Zevenaar) 6905 (Zevenaar) 6909 (Babberich) 6911 (Pannerden) 6913 (Aerdt) 6915 (Lobith) 6916 (Tolkamer) 6986 (Angerlo) 6987 (Giesbeek) 6988 (Lathum)
7,8 8,1 7,8 7,9 7,3 7,9 7,8 7,4 7,9 7,3 7,8 7,4 7,6
7,8 7,4 7,7 7,5 7,6 7,3 6,9 -
20
2.8.2. Veiligheid sportaccommodaties Deze paragraaf laat zien in welke mate de inwoners zich veilig voelen bij en rondom de sportaccommodaties in de gemeente Zevenaar. 77% van de inwoners ervaart deze altijd als veilig. In 2016 ervaarde 79% van de inwoners de sportaccommodaties als altijd veilig. Het veiligheidsgevoel van inwoners rondom sportaccommodaties is daarmee licht gedaald ten opzichte van 2016. Vrouwen in de gemeente Zevenaar voelen zich minder vaak altijd veilig dan mannen. 72% van de vrouwen geeft aan zich altijd veilig te voelen tegenover 82% van de mannen. Figuur 2.5 laat alle resultaten van de inwoners zien met betrekking tot veiligheid van de sportaccommodaties in de gemeente Zevenaar. 90% 80%
70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% Altijd
Meestal wel
Soms wel, soms niet
Totaal
Man
Meestal niet
Nooit
Vrouw
Figuur 2.5 Veiligheid rondom sportaccommodaties in de gemeente Zevenaar
Gekeken naar verschillen op basis van leeftijd valt op dat inwoners tussen 41 en 50 jaar zich het minst veilig voelen. Op basis van postcodes valt op dat inwoners uit Zevenaar, vooral wonend op postcode 6901, zich relatief gezien minder veilig voelen. Over het algemeen verschillen de postcodes weinig en is het gevoel van veiligheid groot. In tabel 2.23 worden de resultaten weergegeven. Tabel 2.23 Veiligheid rondom sportaccommodaties in relatie tot postcode
Postcode
Altijd
Meestal wel Soms wel, soms niet
Meestal niet
Nooit
6901 (Zevenaar) 6902 (Zevenaar) 6903 (Zevenaar) 6904 (Zevenaar) 6905 (Zevenaar) 6909 (Babberich) 6911 (Pannerden) 6913 (Aerdt) 6915 (Lobith) 6916 (Tolkamer) 6986 (Angerlo) 6987 (Giesbeek) 6988 (Lathum)
77% 88% 81% 79% 72% 67% 75% 88% 56% 63% 90% 75% 91%
15% 12% 19% 21% 24% 33% 25% 12% 44% 37% 0% 19% 9%
0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0%
3% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0%
5% 0% 0% 0% 4% 0% 0% 0% 0% 0% 10% 6% 0% 21
2.9. Sportvoorzieningen en – mogelijkheden in de openbare ruimte In deze paragraaf wordt ingegaan op de beoordeling van de sportvoorzieningen en –mogelijkheden in de openbare ruimte. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om (de aanwezigheid van) wandel- en fietspaden, natuurgebieden, basketbalpleintjes, skatebanen, trapveldjes etc. Uit de resultaten blijkt dat 35% van de sportende inwoners vindt dat de openbare voorzieningen in de gemeente Zevenaar uitnodigen om te gaan sporten. Dit is een daling t.o.v. 2016, toen nog 48% vond dat de openbare voorzieningen uitnodigden om te sporten. 22% van de inwoners vindt dat ze niet uitnodigen om te sporten (dit was 18% in 2016) en 43% geeft aan het antwoord niet te weten. 55% van de inwoners in de gemeente Zevenaar is (zeer) tevreden over de sportvoorzieningen- en mogelijkheden in de openbare ruimte. In 2016 was dit 60%. In tabel 2.24 zijn de resultaten weergegeven. Tabel 2.24 Tevredenheid sportvoorzieningen- en mogelijkheden in de openbare ruimte
Mate van tevredenheid
2020
2016
Zeer tevreden Tevreden Niet tevreden, niet ontevreden Ontevreden Zeer ontevreden Geen mening
5% 50% 24% 5% 3% 13%
5% 55% 21% 4% 2% 13%
Op de vraag welke voorziening er ontbreekt in de openbare ruimte in de gemeente Zevenaar, worden antwoorden als ‘beweegmogelijkheden voor ouderen’, ‘baan in de buitenlucht voor outdoor activiteiten’, openbare fitnessaccommodatie’, ‘fitnesscentrum in Giesbeek’, ‘trimbaan’, ‘hardloop- en wandelroutes’ vaak genoemd.
2.10. Niet sporten Ongeveer 15% van de inwoners in de gemeente Zevenaar voldoet niet aan de sportdeelname. De inwoners die aangeven niet aan sport te doen is gevraagd wat de reden is dat ze niet aan sport doen. Uit de resultaten blijkt dat lichamelijke problemen of ziekte de belangrijkste reden is (42%) om niet te sporten. Hierbij is er een verschuiving zichtbaar waarbij in 2016 het te duur vinden van sport nog de voornaamste reden was om niet te sporten (43% t.o.v. 25% in 2020). Andere redenen zijn het te duur vinden van sport (25%) en het hebben van een beperkte motivatie (23%). Zowel mannen als vrouwen ervaren lichamelijke problemen of ziekte als belangrijkste reden om niet te sporten. In 2016 was de belangrijkste reden om niet te sporten dat het te duur was om te sporten. Mannen ervaren vaker dan vrouwen tijdsgebrek en de angst voor blessures om niet te sporten. Vrouwen ervaren vaker dan mannen een beperkte motivatie als belangrijkste reden. Tabel 2.25 Reden om niet (meer) te sporten
Reden
2020
2016
Man
Vrouw
Sporten is te duur 25% Lichamelijke problemen/ziekte 42% Tijdgebrek 12% Beperkte motivatie/niet leuk om te doen 23% Houd het niet zo lang vol 13% Angst voor blessures 4% Het weer, de duisternis 4% Gevoel niet mee te kunnen komen 13% Geen mensen om samen te sporten en bewegen 10% Anders 23% 22
43% 29% 29% 25% 14% 11% 7% 7% 7% 7%
22% 44% 13% 19% 19% 6% 3% 16% 13% 28%
30% 40% 10% 30% 5% 0% 5% 10% 5% 15%
Inwoners die aangaven niet aan sport te doen, gaven in 33% van de gevallen aan zin te hebben om (weer) te gaan sporten. 37% heeft hier geen zin in en 31% geeft aan misschien (weer) te willen sporten. Van de inwoners die aangeven (weer) te willen gaan sporten, blijkt dat 76% dit zou doen vanwege zijn/haar gezondheid en lichaamsbeweging. Ook het opbouwen van conditie, kracht en/of lenigheid (64%) en afslanken (33%) wordt door veel inwoners genoemd. Figuur 2.7 laat de redenen zien waarom inwoners (weer) zouden gaan sporten. 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%
Figuur 2.7 Redenen om weer te gaan sporten
Ook is gevraagd wat er moet gebeuren om weer te gaan sporten (open vraag). Veel inwoners geven aan dat sport beter betaalbaar moet worden of dat de financiële situatie moet verbeteren. Daarnaast wordt ook begeleiding, motivatie en meer laagdrempelige mogelijkheden om te sporten genoemd.
2.11. Betrokken bij sportvereniging Bijna de helft van de inwoners in de gemeente Zevenaar (47%) geeft aan in het afgelopen jaar betrokken te zijn geweest bij een sportvereniging als vrijwilliger en/of betaalde kracht. Figuur 2.8 laat de verschillen op basis van geslacht en leeftijd zien. 55% van de mannen is betrokken bij een sportvereniging tegenvoer 38% van de vrouwen. Kijkend naar leeftijd zijn inwoners jonger dan 21 jaar (82%) het vaakst betrokken bij een sportvereniging. Inwoners van 61 tot en met 70 jaar (37%) zijn het minst vaak betrokken. 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0% Totaal
Man
Vrouw Jonger dan 21 jaar
21-30 jaar
31-40 jaar
41-50 jaar
51-60 jaar
61-70 jaar
Reeks 1
Figuur 2.8 Betrokkenheid bij sportvereniging in relatie tot geslacht en leeftijd
23
71 jaar en ouder
2.11.1. Betaalde werkzaamheden 11% van de inwoners in de gemeente Zevenaar die betrokken is bij een sportvereniging verricht betaalde werkzaamheden voor een sportvereniging. Afgezet tegen het totaal aantal inwoners betekent dit dat 5% van de inwoners in de gemeente Zevenaar betaalde werkzaamheden in de sport verricht. Ten opzichte van 2016 is het aantal inwoners dat betaalde werkzaamheden verricht in de gemeente Zevenaar gelijk gebleven. Van de inwoners die aangeven betaalde werkzaamheden te verrichten geeft 7% aan dit als trainer, coach of leider te doen. 2% van de inwoners is scheidsrechter, grensrechter, lijnrechter en/of jurylid. In tabel 2.27 worden de resultaten weergegeven. Tabel 2.27 Betaalde werkzaamheden
Soort werkzaamheden
2020 2016
Nee Trainer, coach, leider Scheidsrechter, grensrechter, lijnrechter, jurylid Bestuursfunctie Bar- of kantinediensten Organisatie van wedstrijden of toernooien Beheer, onderhoud, schoonmaak Anders
89% 7% 2% 2% 2% 2% 2% 3%
82% 8% 7% 4% 4% 3% 3% 4%
Inwoners die betaalde werkzaamheden verrichten is gevraagd hoe vaak zij dit doen. 59% van deze inwoners verricht enkele keren per jaar deze werkzaamheden. 35% van de inwoners doet wekelijks betaalde werkzaamheden bij een sportvereniging en 6% van de inwoners doet dit dagelijks. Inwoners die betaalde werkzaamheden verrichten doen dit voornamelijk omdat zij iets willen betekenen voor hun sportvereniging (39%). Daarnaast vinden inwoners het leuk om deze werkzaamheden te verrichten (19%). Voor 10% voelde het als een verplichting om te doen. Dit is een verschil ten opzichte van 2016 toen 0% zich verplicht voelde. Bij ‘anders’ werd een aantal keer aangegeven dat inwoners deze werkzaamheden verrichten, omdat het hun werk is. In tabel 2.28 zijn de resultaten weergegeven. Tabel 2.28 Redenen om betaalde werkzaamheden uit te voeren
Reden
2020
2016
2012
Iets voor mijn sport(vereniging) wil betekenen Leuk Persoonlijke ontwikkeling Wil betrokken blijven bij de sport, aangezien ik niet meer kan sporten Familielid/bekende van mij doet het ook Acht mezelf daartoe in staat Voel me verplicht Het werd me aangeraden Anders
39% 19% 13% 3% 3% 13% 10% 0% 58%
47% 27% 7% 7% 7% 0% 0% 0% 40%
26% 37% 11% 9% 0% 11% 6% 0% 0%
24
2.11.2. Vrijwillige werkzaamheden 50% van de inwoners die betrokken is bij een sportvereniging verricht vrijwilligerswerk voor een sportvereniging. Afgezet tegen het totaal aantal inwoners betekent dit dat ongeveer 23% van de inwoners in de gemeente Zevenaar vrijwilligerswerk verricht in de sport. Het minste vrijwilligerswerk wordt verricht door inwoners in de leeftijdsgroepen 61 tot en met 70 jaar (71%) en 21 tot en met 30 jaar (63%). Inwoners van 41 tot en met 50 jaar verrichten relatief gezien het vaakst vrijwilligerswerk. Van de inwoners die aangeven vrijwilligerswerk bij een sportvereniging te verrichten geeft 16% aan dit als trainer, coach of leider te doen, daarnaast geeft ook 16% aan een bestuursfunctie te vervullen. 14% van de inwoners organiseert wedstrijden, toernooien of activiteiten, doet beheer, onderhoud of schoonmaak of draait bar- of kantinediensten. 7% is actief als scheidsrechter, grensrechter, lijnrechter en/of jurylid. In tabel 2.29 worden de resultaten weergegeven. Tabel 2.29 Soort vrijwillige werkzaamheden
Soort vrijwilligerswerk
2020 2016
Nee Trainer, coach, leider Organisatie van wedstrijden of toernooien Scheidsrechter, grensrechter, lijnrechter of jurylid Bestuursfunctie Bar- of kantinediensten Beheer, onderhoud, schoonmaak Anders
50% 16% 14% 7%
11% 35% 33% 23%
16% 14% 14% 7%
21% 18% 12% 20%
Inwoners die vrijwilligerswerk bij een sportvereniging verrichten is gevraagd hoe vaak zij dit doen. 4% van deze inwoners geeft aan dit dagelijks te doen. 48% van deze inwoners verricht wekelijks vrijwillige werkzaamheden. 18% van de inwoners doet dit maandelijks en 31% doet dit enkele keren per jaar. Inwoners die vrijwillige werkzaamheden verrichten doen dit voornamelijk omdat zij iets willen betekenen voor hun sportvereniging (77%). Daarnaast vinden inwoners het leuk om deze werkzaamheden te verrichten (47%). In tabel 2.30 worden de resultaten weergegeven. Tabel 2.30 Redenen voor vrijwillige werkzaamheden uit te voeren
Reden
2020 2016
Iets voor mijn sport(vereniging) wil betekenen Leuk Acht mezelf daartoe in staat Persoonlijke ontwikkeling Voel me verplicht Het werd me aangeraden Wil betrokken blijven bij de sport, aangezien ik niet meer kan sporten Familielid/bekende van mij doet het ook Anders
77% 47% 22% 19% 18% 4% 3% 3% 13%
25
68% 53% 25% 19% 14% 5% 3% 3% 10%
3. Sportdeelname onderzoek basisscholen 3.1. Inleiding In totaal hebben 564 leerlingen uit de groepen 5 t/m 8 van de basisscholen in de gemeente Zevenaar deelgenomen aan de sportdeelname onderzoek onder basisscholen. Meer informatie over de onderzoeksopzet is beschreven in hoofdstuk 1 van de bijlagen. Aan de leerlingen is gevraagd een aantal algemene kenmerken in te vullen. Er is gevraagd naar: geslacht, leeftijd, school, groep en afkomst. Het maken van een vergelijking op basis van de scholen tussen 2016 en 2020 is vrijwel niet mogelijk. Er zijn slechts twee scholen die de vragenlijst in zowel 2016 als 2020 hebben ingevuld, namelijk De Tamboerijn en St. Franciscus. In onderstaande tabellen worden de algemene kenmerken van de leerlingen weergegeven.
Geslacht
%
Leeftijd %
Jongen Meisjes
44% 56%
8 jaar 9 jaar 10 jaar 11 jaar 12 jaar 13 jaar
School
%
De Tamboerijn De Trompetter Tragellijn Lindenhage St. Franciscus St. Martinusschool De Bem Het Scathe Overlaat De Wissel
12% 7% 14% 20% 12% 3% 10% 2% 18% 1%
12% 25% 25% 30% 7% 1%
Groep
%
Groep 5 Groep 6 Groep 7 Groep 8
13% 26% 23% 38%
Geboorteland Respondent
Vader
Moeder
Nederland Ander land Weet ik niet
81% 9% 10%
81% 12% 7%
92% 6% 2%
26
3.2. Bewegen 3.2.1. Beweeggedrag In deze paragraaf wordt aandacht besteed aan de mate waarin de leerlingen voldoen aan de Beweegnorm. De Beweegnorm schrijft voor dat kinderen dagelijks minimaal 60 minuten per dag matig intensief moeten bewegen ter bevordering van de gezondheid. Tot matig intensief bewegen behoort niet alleen sporten, maar ook (stevig) wandelen, fietsen en buiten spelen. Ruim de helft (51%) van de leerlingen beweegt tenminste vijf dagen per week minimaal 60 minuten per dag. In 2016 was dit 45%. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS, 2019) beweegt 56% van de kinderen/jongeren in Nederland minimaal vijf dagen per week. Jongens (56%) in de gemeente Zevenaar voldoen vaker aan de beweegnorm dan meisjes (47%). Hoe ouder de leerlingen, des te vaker voldoen ze aan de beweegnorm. Leerlingen uit groep 8 voldoen het vaakst aan de beweegnorm (58%) en leerlingen uit groep 5 minst vaak (36%). 100% 80% 60% 40% 20% 0% 2020 (Bijna) nooit
2016
Jongens
Meisjes
1-2 dagen per week
Groep 5
Groep 6
3-4 dagen per week
Groep 7
Groep 8
5-7 dagen per week
Figuur 3.1 Beweegfrequentie in relatie tot geslacht en leeftijd
Als op basis van de beweegnorm onderscheid wordt gemaakt tussen de basisscholen in de gemeente Zevenaar valt op dat leerlingen van basisscholen De Trompetter, De Tamboerijn, en de St. Martinusschool het vaakst vijf tot zeven dagen in de week minimaal één uur bewegen. Op basisschool de Trompetter is dit percentage 62%, op basisschool De Tamboerijn 59% en op de St. Martinusschool 58%. Kanttekening hierbij is dat alleen de groep 8 van de St. Martinusschool heeft deelgenomen en het resultaat daardoor enigszins vertekend kan zijn. Leerlingen van basisscholen St. Franciscus (44%) en Overlaat (47%) bewegen het minst vaak vijf dagen per week minimaal één uur per dag. Figuur 3.2 geeft de relatie weer tussen de beweegfrequentie en de basisscholen. 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%
(Bijna) Nooit
1-2 dagen per week
3-4 dagen per week
5-7 dagen per week
Figuur 3.2 Beweegfrequentie in relatie tot basisscholen in de gemeente Zevenaar
27
Als wordt vergeleken op basis van afkomst valt op dat de leerlingen die niet in Nederland zijn geboren (51%) bijna even vaak voldoen aan de beweegnorm als kinderen die in een ander land zijn geboren (50%). In 2016 was dit verschil groter toen 45% van de kinderen die in Nederland geboren is voldeed aan de beweegnorm ten opzichte van 33% van de kinderen die in een ander land zijn geboren. Opvallend is dat 33% van de kinderen die in Nederland geboren is 3-4 dagen per week een uur matig intensief beweegt waar 16% van de kinderen die in een ander land geboren zijn dit doen. Tabel 3.1 geeft de relatie weer tussen de beweegfrequentie en de afkomst van de leerlingen. Tabel 3.1 Beweeggedrag in relatie tot afkomst
Frequentie
In Nederland geboren
In een ander land geboren
(Bijna) Nooit
3%
16%
1 - 2 dagen per week
14%
18%
3 - 4 dagen per week
33%
16%
5 - 7 dagen per week
51%
50%
3.2.2. Vervoer naar school De leerlingen is gevraagd hoe vaak zij lopend of met de fiets naar school gaan. Het merendeel van de leerlingen (63%) gaat vijf dagen per week lopend of met de fiets naar school. In 2016 was dit 61%. 16% van de leerlingen doet dit drie tot vier dagen per week en 12% doet dit één tot twee dagen per week. 13% van de leerlingen gaat (bijna) nooit lopend of met de fiets naar school. Wanneer op basis van groep wordt vergeleken in welke mate leerlingen lopend of met de fiets naar school gaan, valt op dat leerlingen naarmate ze ouder worden steeds vaker lopend of fietsend naar school gaan. Dit was in 2016 ook het geval. 73% van de leerlingen uit groep 8 gaat iedere dag fietsend of lopend naar school tegenover 37%% van de leerlingen uit groep 5, 57% van de leerlingen uit groep 6 en 67% van de leerlingen uit groep 7. Tabel 3.2 Fietsend en lopend naar school in relatie tot groep
Frequentie
2020
2016
Groep 5
Groep 6
Groep 7
Groep 8
(Bijna) Nooit 1-2 dagen per week
13% 8%
11% 12%
27% 15%
16% 9%
9% 7%
8% 6%
3-4 dagen per week
16%
17%
21%
18%
16%
13%
5 dagen per week
63%
61%
37%
57%
67%
73%
Tevens zijn er verschillen in vervoer zichtbaar tussen de basisscholen in de gemeente Zevenaar. De resultaten zijn zichtbaar in figuur 3.3. Leerlingen van basisscholen Het Scathe, St. Martinusschool, De Tamboerijn en Lindenhage gaan relatief gezien het vaakst alle dagen per week lopend of fietsend naar school. Kanttekening hierbij is dat alleen de groep 8 van de St. Martinusschool en Het Scathe hebben deelgenomen en het resultaat daardoor enigszins vertekend kan zijn. Leerlingen van basisschool St. Franciscus gaan het minst vaak alle dagen per week lopend of fietsend naar school (46%).