CConstaterende datZevenaar
Koppel je AI →
Document · PDF

1018359 Bijlage 1 Toelichting

Raadsvergaderingen 2018-2022 26 januari 2022, gemeente ZevenaarBij agendapunt: Z/21/381935 ‎ Bestemmingsplan Hoogeweg 23c Pannerden14.968 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan

Herziening Hoogeweg 23c Pannerden

Maart 2021

Status: Concept

Bestemmingsplan herziening Hoogeweg 23c Pannerden Concept

Bestemmingsplan herziening Hoogeweg 23c Pannerden

Plannaam:

Bestemmingsplan Hoogeweg 23c Pannerden

IMRO-code:

NL.IMRO.0299.BP12HOOGEW23C-ON01

Plantype:

Bestemmingsplan

Datum:

Maart 2021

Status:

Ontwerp

2

Bestemmingsplan herziening Hoogeweg 23c Pannerden Concept

Inhoudsopgave HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 5 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

AANLEIDING ............................................................................................................................................... 5 LIGGING VAN HET PLANGEBIED ....................................................................................................................... 6 DE BIJ HET PLAN BEHORENDE STUKKEN ............................................................................................................. 6 GELDEND PLANOLOGISCH REGIME ................................................................................................................... 6 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 8

HOOFDSTUK 2 HUIDIGE SITUATIE ......................................................................... 9 2.1 2.2

HISTORISCH-GEOGRAFISCHE BESCHRIJVING OMGEVING........................................................................................ 9 HUIDIGE SITUATIE PLANGEBIED ..................................................................................................................... 10

HOOFDSTUK 3 GEWENSTE SITUATIE .................................................................... 12 3.1 3.3

GEWENSTE ONTWIKKELING .......................................................................................................................... 12 VERKEER EN PARKEREN ............................................................................................................................... 13

HOOFDSTUK 4 BELEIDSKADER ........................................................................... 15 4.1 4.2 4.3 4.4

RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 15 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 17 REGIONAAL BELEID ..................................................................................................................................... 19 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 20

HOOFDSTUK 5 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN .................................................. 25 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8

GELUID .................................................................................................................................................... 25 BODEMKWALITEIT ...................................................................................................................................... 26 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 26 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 27 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 30 GEUR ...................................................................................................................................................... 33 ECOLOGIE................................................................................................................................................. 34 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 37

HOOFDSTUK 6 WATERASPECTEN........................................................................ 40 6.1 6.2

VIGEREND BELEID....................................................................................................................................... 40 WATERPARAGRAAF .................................................................................................................................... 41

HOOFDSTUK 7 JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING .............................. 43 7.1 7.2 7.3

INLEIDING................................................................................................................................................. 43 OPZET VAN DE REGELS ................................................................................................................................ 43 VERANTWOORDING VAN DE REGELS............................................................................................................... 44

HOOFDSTUK 8 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .................................................. 46 HOOFDSTUK 9 VOOROVERLEG ........................................................................... 47 9.1 9.2 9.3

VOOROVERLEG .......................................................................................................................................... 47 INSPRAAK ................................................................................................................................................ 47 ZIENSWIJZEN ............................................................................................................................................. 47

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING ............................................................................... 48 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3

ERFINRICHTINGSPLAN ......................................................................................................................... 48 AKOESTISCH ONDERZOEK SCHIETKELDER ................................................................................................. 49 AERIUS-BEREKENING......................................................................................................................... 50 3

Bestemmingsplan herziening Hoogeweg 23c Pannerden Concept BIJLAGE 4 BIJLAGE 5

QUICKSCAN ECOLOGIE ........................................................................................................................ 51 GEWENSTE TOEKOMSTIGE SITUATIE ....................................................................................................... 52

4

Bestemmingsplan herziening Hoogeweg 23c Pannerden Concept

HOOFDSTUK 1 1.1

INLEIDING

Aanleiding

Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op het bedrijfsperceel aan de Hoogeweg 23c te Pannerden in de gemeente Zevenaar. Op het bedrijfsperceel worden een ondergrondse schietkelder en forellenvisvijvers met bijbehorende horecavoorziening (tevens ontvangstruimte) geëxploiteerd. Daarnaast is er op het perceel een bedrijfswoning aanwezig. Gebleken is dat de forellenvisvijvers met horecavoorziening economisch niet langer rendabel is. Het voornemen bestaat dan ook om de forellenvisvijvers bedrijfsmatig te beëindigen en de bijbehorende horecavoorziening te slopen. Ter vervanging mag een woning worden gerealiseerd met bijgebouw, voorwaarde hierbij is dat de horecavoorziening wordt verwijderd en de bedrijfsmatige forellenvisvijvers worden ontmanteld. De ondergrondse schietkelder fungeert als schietcentrum voor meerdere verenigingen en professionele organisaties. Het schietcentrum is een unieke voorziening en zeer goed exploiteerbaar. Samen met de aanwezige ruime parkeervoorziening blijft deze dan ook behouden. Het schietcentrum heeft zich al een ruim aantal jaren bewezen als professionele voorziening waarvan verenigingen en organisaties graag gebruik maken. Het schietcentrum zal zich ook ontwikkelen met verbeteringen en meegaan met de tijd. Een toekomstbestendige voorziening.

Met het wegvallen van de horecavoorziening verdwijnt ook de ontvangstruimte voor de schietkelder op het terrein. Het is daarom gewenst om het bestaande zeer eenvoudige trappenhuis naar de ondergrondse schietkelder te transformeren in een nieuwe ontvangstruimte. In deze ruimte kunnen naast een receptie ook een kantoorruimte, winkel en bergruimte gelieerd aan de schietsport worden ondergebracht. De bestaande bedrijfswoning wordt planologisch omgezet naar een reguliere woning. Dit is mogelijk omdat toezicht op levende dieren komt te vervallen. De ontwikkeling bestaat in hoofdlijnen uit de volgende aspecten: •

verwijderen forellenvisvijvers en bijbehorende horecavoorziening slopen;

•

realiseren nieuwe woning met bijgebouw (ter compensatie);

•

handhaven ondergrondse schietkelder met bijbehorende (parkeer)voorzieningen;

•

realiseren nieuwe ontvangstruimte met kantoorruimte, winkel en opslag voor de schietkelder;

•

planologisch omzetten van de bedrijfswoning naar reguliere woning;

•

landschappelijk inpassen van het nieuwe perceel.

Naast de aanwezige bebouwing is nog een bouwvergunning nr. 97-216 d.d. 14-10-1997 aanwezig voor realisatie van een werktuigenloods met een oppervlakte van 336 m2 (goothoogte 4,3 m1 – nokhoogte 8,4 m. Initiatiefnemer heeft met de gemeente afgesproken dat deze vergunning wordt ingetrokken zodra het voorliggende bestemmingsplan onherroepelijk is. De uitvoering van voorgenomen initiatief is niet in overeenstemming met de geldende gebruiks- en bouwregels van het geldende bestemmingsplan “Buitengebied 2008”. Een herziening van het bestemmingsplan is dan ook noodzakelijk om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in de gewenste juridisch- planologische kaders. In deze toelichting wordt aangetoond dat het voornemen in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening en vanuit ruimtelijk oogpunt verantwoord is.

5

Bestemmingsplan herziening Hoogeweg 23c Pannerden Concept

1.2

Ligging van het plangebied

Het plangebied ligt aan de Hoogeweg 23c ten noorden van de kern Pannerden in de gemeente Zevenaar. Het plangebied staat kadastraal bekend als gemeente Pannerden, sectie B, nummers 2714, 3234, 3335, 3336, 3397 en 3398. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied ten opzichte van de kern Pannerden (rode ster) en de directe omgeving (rode omlijning) weergegeven.

Afbeelding 1.1: Ligging van het plangebied (Bron: ruimtelijkeplannen.nl)

1.3

De bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan “Bestemmingsplan herziening Hoogeweg 23c Pannerden” bestaat uit de volgende stukken: • •

verbeelding (tek.nr. “NL.IMRO.0299.BP12HOOGEW23C-ON01”) en een renvooi; regels (met bijbehorende bijlagen).

Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

1.4

Geldend planologisch regime

1.4.1

Algemeen

Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplannen “Buitengebied 2008” (vastgesteld op 19 mei 2009),de paraplubestemmingsplannen “Wonen” (vastgesteld op 18 december 2019) en “Parkeren gemeente Zevenaar” (vastgesteld op 30 januari 2019). Afbeeldingen 1.2 bevatten uitsneden van de verbeelding behorend bij het meest relevante bestemmingsplan “Buitengebied 2008”. Het plangebied is middels rode omlijning weergegeven, voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de verbeelding.

6

Bestemmingsplan herziening Hoogeweg 23c Pannerden Concept

Afbeelding 1.2: Uitsnede geldende bestemmingsplan “Buitengebied 2008” (Bron: ruimtelijkeplannen.nl)

1.4.2

Beschrijving bestemmingen

Op basis van het meest relevante geldende bestemmingsplan “Buitengebied 2008” is het plangebied bestemd met de enkelbestemming ‘Niet-agrarisch bedrijf’. Gronden met de bestemming ‘niet agrarische bedrijven’ zijn bestemd voor de uitoefening van een niet-agrarisch bedrijf, zoals opgenomen in bijlage A van het bestemmingsplan “Buitengebied 2008”. In bijlage A van het geldende bestemmingsplan is opgenomen dat de gronden zijn bestemd voor een visvijver, café, restaurant en schietvereniging (1.035 m2) ondergronds. Verder is één bedrijfswoning toegestaan met en maximaal bebouwd oppervlak van 207 m2. Voor het overige zijn de gronden ter plaatse van het plangebied bestemd voor erven, aan-huis-gebonden beroep en detailhandel in eigen vervaardigde en/of voortgebrachte producten. 1.4.3

Strijdigheid

Voorliggende ontwikkeling is in strijd met het geldende bestemmingsplan, vanwege het ontbreken van de benodigde bouw- en gebruiksmogelijkheden. Het gebruik van de gronden voor twee reguliere woningen past niet binnen het geldende bestemmingsplan. Daarom dient de huidige bestemming ‘niet agrarisch bedrijf’ te worden gewijzigd naar de bestemming ‘Wonen’ en ‘Bedrijf’ ter hoogte van de schietkelder en voor het overige gebied ‘Agrarisch’. Dit bestemmingsplan voorziet in de gewenste juridische-planologische kaders op basis waarvan de ontwikkeling mogelijk kan worden gemaakt.

7

Bestemmingsplan herziening Hoogeweg 23c Pannerden Concept

1.5

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie gegeven. In hoofdstuk 3 wordt een beschrijving van de gewenste situatie gegeven. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het rijk, de provincie en de gemeente Zevenaar beschreven. In hoofdstuk 5 passeren de relevante milieu- en omgevingsaspecten de revue. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op het aspect water. In hoofdstuk 7 en 8 wordt ingegaan op de juridische aspecten/ planverwoording en de economische uitvoerbaarheid van het project. Hoofdstuk 9 gaat in op de inspraak en het vooroverleg

8

Bestemmingsplan herziening Hoogeweg 23c Pannerden Concept

HOOFDSTUK 2

HUIDIGE SITUATIE

Het plangebied ligt in de gemeente Zevenaar, ten noorden van de kern Pannerden. Dit hoofdstuk gaat eerst in op de historisch geografische beschrijving van de omgeving van het plangebied en vervolgens op de huidige situatie binnen het plangebied.

2.1

Historisch-geografische beschrijving omgeving

Tot de 18e eeuw heeft de Rijn zijn loop voortdurend verlegd. De omgeving van het plangebied is daarom geologisch gezien nog zeer jong. Door de steeds veranderende rivierloop is een grillig patroon van afzettingen ontstaan. Het is een geomorfologische en aardkundig zeer gevarieerd gebied. Kenmerkend voor het rivierengebied zijn het voorkomen van oeverwallen, stroomruggen en kommen. Met name in het Rijnstrangengebied is goed te zien hoe grote delen van het rivierengebied in Nederland eruitzagen voordat de grote rivieren in de 18de en 19de eeuw genormaliseerd werden. Door het meanderen van de rivier zijn hier boogvormige terreinverheffingen en –laagtes ontstaan. Het rivierengebied bood gunstige omstandigheden voor de vestiging van de mens. De diversiteit van het landschap en de daarmee gepaard gaande gebruiksmogelijkheden zorgden ervoor dat het gebied altijd relatief druk bewoond is geweest. Op de hoger gelegen zandige delen kon worden gewoond en werden gewassen verbouwd. De lagergelegen komgronden waren geschikt voor het weiden van vee. Daarnaast boden de rivieren goede mogelijkheden voor transport en visserij. Pannerden, Aerdt en Herwen hebben hun ontstaan en groei voornamelijk te danken aan de landbouw en de baksteenindustrie. De kernen Lobith en Tolkamer zijn altijd sterk op de rivier gericht geweest.

Spijk heeft zijn ontstaan en groei exclusief te danken aan de baksteenindustrie. De winning van klei, zand en grind ten behoeve van de bouw- en de baksteenindustrie heeft het landschap sinds de 19de eeuw, en in versnelde mate sinds circa 1950, ingrijpend gewijzigd. Op veel plaatsen in het buitengebied is de bovenlaag van de grond afgegraven. Soms is het terrein daarna afgevlakt en heringericht voor de landbouw. Wanneer dieper werd ontkleid resteerde slechts “onland". Deze heeft nu de vorm van plas, rietland of moerasbos. Enkele plassen zijn ten behoeve van de zand- en grondwinning nog dieper en weidser gemaakt. Inmiddels is één derde van het grondgebied van de gemeente Zevenaar op de schop geweest en dus niet meer natuurlijk qua aardvorm en bodemopbouw. In afbeelding 2.1 zijn uitsneden van historische kaarten van de omgeving van het plangebied opgenomen (het plangebied is met de rode ster aangegeven).

9

Bestemmingsplan herziening Hoogeweg 23c Pannerden Concept

Afbeelding: 2.1 Ontwikkeling plangebied op historische kaarten (Bron: topotijdreis.nl)

2.2

Huidige situatie plangebied

Het plangebied ligt aan de Hoogeweg 23c ten noorden van de kern Pannerden. In de directe omgeving liggen voornamelijk agrarische gronden, natuurgronden, woningen en een agrarisch bedrijf. Ten westen van het plangebied stroomt de Rijn. Langs de Groenestraat en Hoogeweg is sprake van lintbebouwing, aan de Ringdam is sprake van los gegroepeerde vrijstaande woningen. Belangrijkste structuurdrager in de omgeving van het plangebied is de reeds vermelde Rijn. Het noordoostelijke deel van het plangebied bestaat uit de voormalige forellenvisvijvers. Aan de noordwest zijde van het perceel zijn de parkeerplaatsen met de horecavoorziening gelegen. Verder is er op het zuidwesten van het perceel een bedrijfswoning aanwezig. Ten westen van de bedrijfswoning is de ondergrondse schietkelder gelegen. Voor het overige zijn de gronden ingericht als tuinen of grasland.

10

Bestemmingsplan herziening Hoogeweg 23c Pannerden Concept

Afbeelding: 2.2 Luchtfoto plangebied (Bron: Google Maps)

11

Bestemmingsplan herziening Hoogeweg 23c Pannerden Concept

HOOFDSTUK 3 3.1

GEWENSTE SITUATIE

Gewenste ontwikkeling

Zoals in de aanleiding is beschreven zijn de forellenvisvijvers niet langer economisch rendabel gebleken en is de initiatiefnemer voornemens deze bedrijfsactiviteiten te staken. De voormalige visvijvers worden gedempt en fysiek verwijderd (betonnen randen etc.) en bijbehorend horecapand wordt gesloopt. De ondergrondse schietkelder is bedrijfseconomisch wel levensvatbaar en blijft inclusief de bestaande parkeervoorziening behouden. Initiatiefnemer is voornemens om het perceel aan de Hoogeweg 23c te Pannerden gedeeltelijk te herontwikkelen. Ter vervanging van de forellenvisvijvers en horecavoorziening mag een nieuwe woning met bijgebouw worden gerealiseerd. Daarnaast wordt de bestaande bedrijfswoning losgekoppeld van het bedrijf en planologisch omgezet naar een reguliere woning. Dit laatste is mogelijk omdat het bedrijf van de forellenvisvijvers wordt beëindigd en hiermee noodzakelijk toezicht op levende dieren is vervallen. De ondergrondse schietkelder en parkeerplaatsen blijven gehandhaafd. Aangezien de horecavoorziening als ontvangstruimte op het terrein gaat verdwijnen is het gewenst om het bestaande zeer eenvoudige trappenhuis naar de ondergrondse schietkelder te voorzien van een nieuwe ontvangstruimte. In deze ruimte wordt ondergebracht receptie, kantoorruimte, winkel (welke gelieerd is aan de schietsport) en een bergruimte.

Voor de realisatie van de ontvangstruimte voor de schietkelder zal zoveel als mogelijk gebruik worden gemaakt van de materialen van de te slopen horecavoorziening. De bestaande bar/kantine in en ten behoeve van schietkelder blijft ongewijzigd gehandhaafd.

12

Bestemmingsplan herziening Hoogeweg 23c Pannerden Concept Afbeelding 3.1: Gewenste situatie Hoogeweg 23c Pannerden (Bron: Ronald Milder)

Tot slot wordt het perceel, ter plaatse van de aanpassingen, landschappelijk ingepast. Ronald Milder heeft hiervoor een erfinrichtingstekening opgesteld. In afbeelding 3.1 is een weergave van de erfinrichtingstekening. De erfinrichtingstekening is opgenomen in bijlage 1 van deze toelichting. Middels voorliggend plan verdwijnt een voor de gemeente ongewenste functie uit het buitengebied. Door de sloop hiervan en een woning hiervoor terug te bouwen wordt leegstand en verpaupering van deze locatie voorkomen. Er ontstaat vanuit stedenbouw een gewenst plaatje.

Afbeelding 3.2: Erfinrichtingstekening Hoogeweg 23c Pannerden (Bron: Ronald Milder)

3.3

Verkeer en parkeren

3.3.1

Algemeen

Bij nieuwe ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de effecten op de verkeersgeneratie en parkeerbehoefte die ontstaat door de nieuwe ontwikkeling. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van de publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren, van parkeerkencijfers naar parkeernomen, publicatie 381 (december 2018)’ van het CROW. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis onder andere op het gebied van verkeer en parkeren. Specifiek voor verkeersgeneratie en parkeren heeft het CROW de publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren, van parkeerkencijfers naar parkeernomen’ opgesteld. Deze kencijfers zijn gebaseerd op literatuuronderzoek en praktijkervaringen van gemeenten. De kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeergeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen.

13

Bestemmingsplan herziening Hoogeweg 23c Pannerden Concept 3.3.2

Uitgangspunten

Voorliggende ontwikkeling voorziet in de realisatie van een nieuwe grondgebonden woning op het perceel aan de Hoogeweg 23c in Pannerden. Tevens wordt middels voorliggend bestemmingsplan de mogelijkheid voor het exploiteren van forelvisvijvers weg bestemd. Voor het overige blijft een bestaande ondergrondse schietkelder met bijbehorende parkeervoorzieningen en woning behouden. Deze worden dan ook niet meegenomen in de berekening voor de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie, aangezien deze reeds planologisch zijn toegestaan. In dit geval is voor wat betreft de voorgenomen ontwikkeling uitgegaan van de volgende uitgangspunten: • • • • • 3.3.3

Functie: koop / huis / vrijstaand; Verstedelijkingsgraad: matig stedelijk / gemeente Zevenaar (bron: CBS Statline); Stedelijke zone: Buitengebied; Parkeerbehoefte: minimaal 2 en maximaal 2,8; Verkeersgeneratie: minimaal 7,8 en maximaal 8,6 per etmaal. Situatie plangebied

Berekening parkeerbehoefte Uitgaande van de uitgangspunten zoals genoemd in paragraaf 3.2.2 is er in de nieuwe situatie sprake van een extra minimale parkeerbehoefte van 2 en maximale parkeerbehoefte van 2,8. Gemiddeld zijn er dus voor de voormalige bedrijfswoning en de nieuw te bouwen woning 2,4 parkeerplaatsen benodigd. In de extra parkeerbehoefte kan worden voorzien op eigen erf, er is voldoende parkeerruimte aanwezig om op eigen terrein in de parkeerbehoefte te kunnen voorzien. De bestaande schietkelder blijft behouden en wordt uitgebreid met een winkelvoorziening. Er zijn geen specifieke parkeernormen in de CROW hiervoor opgenomen. De gemeente Zevenaar verwacht een extra parkeerbehoefte van één parkeerplaats. Hier kan in worden voorzien op de bestaande parkeerplaats van de schietkelder. Opgemerkt wordt dat de voorgenomen ontwikkeling daarnaast per saldo een minder grote stijging van de parkeerbehoefte heeft tot gevolg, aangezien de bestaande parkeerbehoefte van de forelvisvijvers met horecavoorziening komt te vervallen. In de bestaande situatie zijn er namelijk 40 parkeerplaatsen aanwezig, bestemd voor de visvijvers, kantine en schietkelder. Deze parkeerplaatsen blijven beschikbaar echter enkel voor die schietkelder en bijbehorende voorzieningen. Geconcludeerd kan worden dat er ruimschoots wordt voldaan aan de gevraagde parkeerbehoefte.

Berekening verkeersgeneratie Op basis van de uitgangspunten genoemd in paragraaf 3.2.2 is er in de nieuwe situatie sprake van een minimale verkeersgeneratie van 7,8 en maximale verkeersgeneratie van 8,6 per etmaal. De Hoogeweg en omliggende wegen zijn van voldoende omvang om deze verkeersgeneratie op te vangen. De voorgenomen ontwikkeling heeft daarnaast per saldo een aanzienlijke vermindering van de verkeersgeneratie tot gevolg, aangezien de bestaande verkeersgeneratie van de forelvisvijvers met horecavoorziening komt te vervallen. 3.3.4

Conclusie

Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat er vanuit verkeerskundig oogpunt geen bezwaren zijn tegen voorliggende ontwikkeling.

14

Bestemmingsplan herziening Hoogeweg 23c Pannerden Concept

HOOFDSTUK 4

BELEIDSKADER

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het beleid vanuit het rijk, de provincie Gelderland en gemeente Zevenaar. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.

4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR)

4.1.1.1 Algemeen De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is op 13 maart 2012 vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de MobiliteitsAanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving. Tevens vervangt het een aantal ruimtelijke doelen en uitspraken in onder andere de Agenda Landschap en de Agenda Vitaal Platteland. Daarmee vormt de SVIR het kader voor thematische of gebiedsgerichte uitwerkingen van rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. In de SVIR heeft het Rijk drie rijksdoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): • • •

Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijkeconomische structuur van Nederland; Het verbeteren, instandhouden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.

Voor de drie rijksdoelen worden de 13 onderwerpen van nationaal belang benoemd. Hiermee geeft het Rijk aan waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. De drie hoofddoelen van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid kennen nationale opgaven die regionaal neerslaan. Opgaven van nationaal belang in Oost-Nederland (de provincies Gelderland en Overijssel) zijn: • •

• •

Het waar nodig verbeteren van de internationale achterlandverbindingen (weg, spoor en vaarwegen) die door Oost Nederland lopen. Dit onder andere ten behoeve van de mainports Rotterdam en Schiphol; Het formuleren van een integrale strategie voor het totale rivierengebied van Maas en Rijntakken (Waal, Nederrijn, Lek en de IJssel, deelprogramma rivieren van het Deltaprogramma) en de IJsselvechtdelta (deelprogramma’s zoetwater en rivieren) voor waterveiligheid in combinatie met bereikbaarheid, ruimtelijke kwaliteit, natuur, economische ontwikkeling en woningbouw; Het tot stand brengen en beschermen van de (herijkte) EHS, inclusief de Natura 2000 gebieden (zoals de Veluwe); Het robuust en compleet maken van het hoofdenergienetwerk (380 kV), onder andere door het aanwijzen van het tracé voor aansluiting op het Duitse hoogspanningsnet.

Het ‘Besluit algemene regels ruimtelijke ordening’ (Barro) is als Algemene maatregel van Bestuur (AmvB) direct gekoppeld aan de SVIR. In het Barro is concreet aangegeven welke nationale belangen geborgd worden in bestemmingsplannen en andere plannen van de overheden. 4.1.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR wordt de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk

15

Bestemmingsplan herziening Hoogeweg 23c Pannerden Concept gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’.

Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 4.1.2

Toetsing aan de uitgangspunten in het rijksbeleid

De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen als opgenomen in de structuurvisie. Wat betreft de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen (3.1.6 Bro). Het begrip ‘stedelijke ontwikkeling’ wordt in Bro 1.1.1. als volgt gedefinieerd: stedelijke ontwikkeling: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Uit Afdelingsjurisprudentie blijkt dat de vraag wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in grote mate casuïstisch wordt beantwoord. Zo heeft de Afdeling uitgemaakt dat de bouw van 11 woningen niet als stedelijke ontwikkeling wordt gezien. De raad is van oordeel dat gelet het aantal woningen dat het plan mogelijk maakt, het plan niet voorziet in een woningbouwlocatie of andere stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1 eerste lid, aanhef en onder i van het Bro. Artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro is dan ook niet van toepassing (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921).

De in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling voorziet in het realiseren van een extra woning, waarnaast ter plaatse van het plangebied planologisch een bedrijfswoning wordt omgezet naar reguliere woning (per saldo geen toename). Verder blijft een ondergrondse schietkelder behouden welke op basis van het geldende bestemmingsplan reeds is toegestaan. Gelet op het vorenstaande is de ladder voor duurzame verstedelijking dan ook niet van toepassing. Wel dient de behoefte te worden aangetoond, hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 4.3.2. Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en de Ladder voor duurzame verstedelijking niet doorlopen hoeft te worden. 4.1.3

Conclusie toetsing aan het rijksbeleid

Geconcludeerd wordt dat het relevante ruimtelijke ordeningsbeleid op rijksniveau de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling niet in de weg staat.

16

Bestemmingsplan herziening Hoogeweg 23c Pannerden Concept

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1

Omgevingsvisie Gelderland

4.2.1.1 Algemeen De provincie Gelderland heeft een integraal provinciaal beleidsplan, de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. De Provinciale Staten van Gelderland heeft de Omgevingsvisie op 19 december 2018 vastgesteld. In de Omgevingsvisie heeft de provincie twee doelen gedefinieerd die de rol en kerntaken van de provincie als middenbestuur benadrukken. De doelen zijn: 1. een duurzame economische structuurversterking; 2. het borgen van de kwaliteit en de veiligheid van onze leefomgeving. Deze doelen versterken elkaar en kunnen niet los van elkaar gezien worden. Economische structuurversterking vraagt om een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Dat is meer dan een goede bereikbaarheid en voldoende vestigingsmogelijkheden. Het betekent ook een aantrekkelijke woon- en leefomgeving met de unieke kwaliteiten van natuur, water en landschap in Gelderland. In deze Omgevingsvisie staat het 'fysieke' in de leefomgeving centraal. Tegelijk zit er een sterke 'sociale' component aan de opgaven voor sterke steden en een vitaal landelijk gebied. 4.2.1.

Wonen en werken in het buitengebied

De provincie en haar partners streven samen naar een vitaal buitengebied: • met behoud van levendigheid; • met een verbetering van de kwaliteit van wonen, werken en vrijetijdsbesteding; • rekening houdend met grote verschuivingen door schaalvergroting in de land- en tuinbouw, energietransitie en urbanisatie de komende jaren. De provincie stelt bij initiatieven voor functieverandering dat deze de aanwezige en te ontwikkelen economie en gebiedskwaliteiten moeten versterken. Dit kunnen initiatieven zijn voor wonen en werken. Bijvoorbeeld bij functieverandering of nieuwe landgoederen. Een kwaliteitsverbetering wil zeggen dat er sprake is van sloop en/of hergebruik van vrijkomende bebouwing (functieverandering) of ontwikkeling van nieuwe natuur. De rood-rood en rood-groenverhoudingen van de nieuwe situatie ten opzichte van de oude situatie bepalen de aanvaardbaarheid. 4.2.1.2 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsvisie Gelderland In voorliggend geval is er geen duurzame vervolgfunctie voor een deel van de bestaande bedrijfsactiviteiten aan de Hoogeweg 23c. De voormalige forellenvisvijvers bleken niet langer economisch rendabel te zij. Om (verdere) verloedering op dit deel van het terrein te voorkomen is het gewenst deze visvijvers te verwijderen, de bijbehorende bebouwing te slopen en dit deel van het terrein te voorzien van een nieuwe duurzame (woon)functie.

De ondergrondse schietkelder ter plaatse is nog wel rendabel en een bestaande voorziening is in het buitengebied van Zevenaar. De schietkelder wordt door regionale schietverenigingen en landelijke politie veelvuldig gebruikt. Deze blijft dan ook behouden. De voormalige bedrijfswoning zal losgekoppeld worden van het bedrijf en worden omgezet naar een reguliere woning. Met de gewenste functieverandering blijft de levendigheid ter plaatse behouden, wordt bijgedragen aan het versterken van de kwaliteit van wonen, werken en vrijetijdsbesteding in de omgeving en wordt bijgedragen aan een duurzame economische structuurversterking. Tot slot wordt het geheel landschappelijk ingepast, waardoor tevens bijgedragen wordt aan het borgen van de ruimtelijke kwaliteit en het versterken van de gebiedskwaliteiten. Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling in overeenstemming is met de Omgevingsvisie Gelderland.

17

Bestemmingsplan herziening Hoogeweg 23c Pannerden Concept

4.2.2

Omgevingsverordening Gelderland

4.2.2.1 Algemeen Met een ruimtelijke verordening stelt de provincie regels aan ruimtelijke plannen van gemeenten. De provincie richt zich hierbij op onderwerpen die van provinciaal belang zijn, zoals verstedelijking, natuur, nationale landschappen, water en glastuinbouw. Gemeenten krijgen op sommige terreinen meer beleidsvrijheid, terwijl ze op andere gebieden te maken krijgen met strikte provinciale richtlijnen. De regels in de verordening kunnen betrekking hebben op het hele provinciale grondgebied, delen of gebiedsgerichte thema's. Gemeenten moeten binnen een bepaalde termijn hun bestemmingsplan op deze regels afstemmen. 4.2.2.2 Van toepassing zijnde artikelen In voorliggend geval is in het kader van deze onderbouwing uitsluitend artikel 2.2.1.1 en artikel 2.7.2.1 van belang. Artikel 2.2.1.1 Nieuwe woonlocaties In een bestemmingsplan worden nieuwe woonlocaties en de daar te bouwen woningen slechts toegestaan wanneer dit past in het vigerende door Gedeputeerde Staten vastgestelde Kwalitatief Woonprogramma successievelijk de door Gedeputeerde Staten vastgestelde kwantitatieve opgave wonen voor de betreffende regio. Artikel 2.7.2.1 lid 2 Beschermingsregime Groene ontwikkelingszone (GO) In een bestemmingsplan dat betrekking heeft op gronden gelegen binnen de GO kunnen nieuwe kleinschalige ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt, mits: a.

in de toelichting bij het bestemmingsplan wordt aangetoond dat de kernkwaliteiten van het betreffende gebied, in hun onderlinge samenhang bezien, per saldo substantieel worden versterkt; en

b. deze versterking planologisch is verankerd in hetzelfde dan wel een ander, gelijktijdig vast te stellen bestemmingsplan. 4.2.2.3 Toetsing van het initiatief aan de Gelderse Omgevingsverordening Artikel 2.2.1.1 Nieuwe woonlocaties In voorliggend geval is het initiatief passend binnen het kwalitatieve en kwantitatieve woonbeleid van de regio en de gemeente en daarmee van de provincie. Voor een verdere toetsing ten aanzien van het regionale woonbeleid wordt verwezen naar paragraaf 4.3.1. In paragraaf 4.4.3 wordt het initiatief getoetst aan het gemeentelijke woonbeleid. Artikel 2.7.2.1 lid 2 Beschermingsregime GO Het plangebied ligt nabij de Groene ontwikkelingszone. De Groene ontwikkelingszone heeft een dubbeldoelstelling. Er is ruimte voor economische ontwikkeling in combinatie met versterking van de ecologische samenhang tussen inliggende en aangrenzende natuurgebieden. In voorliggend geval wordt er een nieuwe woning gerealiseerd ter vervanging van voormalige bedrijvigheid en de hierbij behorende bebouwing en voorzieningen. De locatie ligt op korte afstand van de GO. Milieutechnisch en ecologisch zal er een verbetering optreden door het wegvallen van de bedrijfsactiviteiten, hetgeen een positief effect heeft op de GO. Het nieuwe erf wordt landschappelijk ingepast conform de geldende gebiedskenmerken (zie hiervoor paragraaf 3.1).

Daarnaast wordt opgemerkt dat de bestaande ondergrondse schietkelder blijft behouden. De gewenste ontwikkeling is dan ook in overeenstemming met artikel 2.7.2.1 lid 2 van de omgevingsverordening van de provincie Gelderland.

18

Bestemmingsplan herziening Hoogeweg 23c Pannerden Concept

4.2.3

Toetsing van het provinciaal beleid

Geconcludeerd wordt dat het voornemen in overeenstemming is met de Omgevingsvisie Gelderland en Gelderse Omgevingsverordening.

4.3

Regionaal beleid

4.3.1

Regionale Woonagenda 2025

4.3.1.1 Regio Liemers De regio Liemers is gelegen tussen de twee rivieren en kent een breed palet aan woonkernen en woningaanbod. Zo bestaat de regio onder meer uit historische stadjes als Doesburg, Zevenaar met een breed voorzieningenaanbod en veel landelijk gelegen kleine kernen. Een belangrijke trend in de regio is de toename van alleenstaande huishoudens. Het aantal gezinnen met kinderen zal verder afnemen. Tot 2025 zal het zwaartepunt in nieuwbouwopgave in de koopsector en in grondgebonden woningen liggen. Vooral middel dure en dure woningen vormen een kansrijk segment. Er is vooral behoefte aan nieuwbouw in het klein-stedelijke en het centrum dorpse milieu. Op het niveau van de subregio is er eveneens behoefte aan nieuwbouw in het landelijke woonmilieu, zij het in mindere mate. De Liemerse woonagenda kent zeven uitgangspunten: • • • • • • •

meer nadruk op transformatie; prioriteit bij inbreiding; verduurzaming en verjongen van de woningvoorraad; inzetten op flexibiliteit en kleinschalige invulling; maatwerk per kern bij aanvullend woningaanbod; inspelen op verandering met een flexibel en tijdelijk woningaanbod; ruimte bieden aan goede woningbouwplannen.

4.3.1.2 Toetsing aan de Regionale Woonagenda Per saldo wordt binnen het voornemen één grondgebonden koopwoning toegevoegd, passend bij de nieuwbouwopgave voor de komende jaren. Het betreft een vrijstaande woning, waarmee tevens aangesloten wordt op middel dure en dure woningen in het kansrijke segment. Ook wordt aangesloten op nieuwbouw in het landelijke woonmilieu. Tevens is sprake van een transformatie/inbreiding, aangezien de woning op een bestaand bebouwd perceel en ter vervanging van bedrijfsvoorzieningen en -bebouwing wordt gerealiseerd. Tot slot sluit de nieuwe duurzame woning aan bij het uitgangspunt ‘verduurzaming en verjongen van de woningvoorraad’. Geconcludeerd wordt dat de gewenste ontwikkeling in overeenstemming is met de Regionale Woonagenda 2025.

19

Bestemmingsplan herziening Hoogeweg 23c Pannerden Concept

4.4

Gemeentelijk beleid

4.4.1

Omgevingsvisie Gelders Eiland 2030

4.4.1.1 Algemeen De Omgevingsvisie Gelders Eiland 2030 is op 25 april 2017 vastgesteld door de gemeenteraad van de voormalige gemeente Rijnwaarden. De visie geeft geen eindbeeld maar een omschrijving van de kernwaarden en kansen voor het gebied. Initiatieven worden getoetst of ze passen binnen de kernwaarden, of deze versterken. De visie voor het Gelders Eiland moet structuur en samenhang brengen en is gericht op samenwerking. De visie heeft de status van een gemeentelijke structuurvisie. Het is een visie die is opgesteld in geest van de aanstaande Omgevingswet en daarom het label 'Omgevingsvisie' heeft. Bij de uitvoering is de gemeente een belangrijke participant. De gemeente zal haar instrumenten en middelen inzetten teneinde de doelen uit de visie te bereiken. De Omgevingsvisie is een integrale visie met als hoofdthema's duurzaam, leefbaar, mooi en toeristisch. Voor deze thema's zijn in de visie een aantal doelen beschreven waarvan enkele relevante doelen hierna per thema zijn beschreven. De visie voor 2030 Levendigheid vind je in de dorpen, op de dijken en rond de recreatieplassen. Het behoud van leefbaarheid is de grootste prioriteit. De leefbaarheid wordt bepaald door de (fiets)bereikbaarheid van voorzieningen en de gemeenschapszin. Maar ook in de creativiteit van het zelfvoorzienend zijn. Iets dat past bij een eiland.

Bouwen voor de eigen behoefte, op plekken en manieren met maatschappelijke meerwaarde, en ook voorzien in de eigen (duurzame) energiebehoefte horen daar bij. Ruimtelijke kwaliteit is belangrijk op plekken waar veel bezoekers komen. Op andere plekken mag het ook gewoon functioneel zijn. Zo moeten de boeren in de primaire landbouwgebieden hun werk optimaal kunnen uitvoeren, zonder onnodige hinder van recreanten of natuurontwikkeling. Een duurzaam Gelders Eiland Gesteld wordt dat de gemeente achter loopt op het gebied van duurzaamheid en deze achterstand snel wil inhalen. Er wordt bijvoorbeeld gestuurd op particuliere initiatieven op het gebied van klimaatadaptatie zoals minder verhardingen, maar meer groen op particulier terrein. Een leefbaar Gelders Eiland Inwoners van het Gelders Eiland maken zich zorgen over de leefbaarheid van hun dorpen. Het wegtrekken van mensen brengt leegstand en een onvermijdelijke vermindering van het voorzieningenaanbod met zich mee. Dat betekent een toenemende druk op de leefomgeving en een uitdaging om het Gelders Eiland aantrekkelijk, vitaal en levendig te houden. Voor de dorpen, maar ook voor het buitengebied. De kracht van het Gelders Eiland ligt in de saamhorigheid en de sociale cohesie in de dorpen. Actieve dorpsraden, verenigingen en lokale ondernemers zijn de belangrijkste motoren van een vitaal Gelders Eiland.

In het buitengebied vormt de landbouwsector een belangrijke economische drager. Ook in die sector zijn grote veranderingen gaande. Door een goede positionering en inzet van dorpsraden, verenigingen en ondernemers is het mogelijk om samen de levendigheid in stand te houden of zelfs te vergroten. Dit vergt van de gemeente dat zij open staat voor maatschappelijke initiatief. Duidelijke en heldere communicatie is hierbij van groot belang. Initiatiefnemers krijgen de kans om het Gelders Eiland mooier te maken dan ze al is. De samenleving is hierin leidend. Door marketing zetten samenleving en gemeente het aantrekkelijke wonen en recreëren verder op de kaart. Bereikbaarheid is voor leefbaarheid van het groots belang, zowel per fiets, auto, openbaar vervoer als digitaal. Vanuit Nederland en Duitsland zijn goede verbindingen naar de steden in de regio, zoals Nijmegen, Arnhem en Emmerich. Dit is voor zowel toerisme als voorzieningen belangrijk. Een mooi Gelders Eiland Het Gelders Eiland is een mooi gevarieerd gebied met een lange geschiedenis. Onderhoud en ontwikkeling van de ruimtelijke omgeving staan in het teken van het versterken en tonen van deze kwaliteiten. De realiteit is echter dat door economische en demografische ontwikkelingen steeds meer plekken leeg (komen) te staan.

20

Bestemmingsplan herziening Hoogeweg 23c Pannerden Concept Dit zet de ruimtelijke kwaliteit van de dorpen en het landschap onder druk. Het resterende programma op het vlak van wonen, bedrijvigheid, recreatie en toerisme, moet worden ingezet op locaties waar dit bijdraagt aan een duurzaam, leefbaar of mooi Gelders Eiland. Tot 2025 wordt gerekend op een groei van het aantal huishoudens en daarmee een behoefte aan nieuwe woningen. De gemeente voert regie op de locatiekeuze en -invulling, zowel ruimtelijk als volkshuisvestelijk. Er zijn echter teveel nieuwbouwwoningen gepland. Op basis van regionale afspraken worden daarom grote bouwplannen, zoals Uuleveld en Ficoterrein, heroverwogen. De doelstelling is om hoofdzakelijk te bouwen in de dorpen waarbij de lokale woonbehoefte centraal staat. Om leegstand van maatschappelijk vastgoed zoals kerken, monumentale panden of fabrieken tegen te gaan wordt gezocht naar mogelijkheden om deze te vormen naar nieuwe woonvormen. Leegstand en verpaupering kan met een nieuw bouwprogramma worden aangepakt. Een toeristisch Gelders Eiland Recreatie en toerisme is voor het Gelders Eiland van groeiend economisch belang. Het gebied heeft veel te bieden. Om de moderne consument te bereiken moeten echter stappen worden gezet. Veel voorzieningen zijn gedateerd.

Er wordt met name gestuurd op het bieden van ruimte aan en het verbeteren van de bereikbaarheid van de toeristische voorzieningen. Fietsers, lange afstandswandelaars en ruiters krijgen bijvoorbeeld meer ruimte. Verder verdienen de verbinding met het stedelijk gebied en interessante recreatiegebieden in de omgeving verbetering. Gesteld wordt dat een toeristisch Gelders Eiland vooral een kwestie van (digitaal) communiceren is over wat het gebied nu en in de toekomst te bieden heeft.

Afbeelding 4.1: Uitsnede omgevingsvisiekaart Gelders Eiland 2030

Op basis van de omgevingsvisiekaart is het plangebied gelegen binnen ‘aandachtszone ruimtelijke kwaliteit’ en binnen de gebiedsindeling ‘Dorpenlint en agrarisch landschap’. 4.4.1.2 Toetsing van het initiatief aan de ‘Omgevingsvisie Gelders Eiland 2030’ Voorliggend initiatief sluit aan bij de Omgevingsvisie Gelders Eiland 2030 aangezien het bijdraagt aan de leefbaarheid van het Gelders Eiland. In voorliggend geval is er geen duurzame vervolgfunctie voor een deel van de bestaande bedrijfsactiviteiten aan de Hoogeweg 23c. De voormalige forellenvisvijvers bleken niet langer economisch rendabel te zij. Om (verdere) verloedering op dit deel van het terrein te voorkomen is het gewenst deze visvijvers te verwijderen, de bijbehorende bebouwing te slopen en dit deel van het terrein te voorzien van een nieuwe duurzame (woon)functie. De nieuw te bouwen woning zal voldoen aan de actuele eisen op het gebied van duurzaamheid. De ondergrondse schietkelder is rendabel en een gewilde voorziening. De locatie in het buitengebied van Zevenaar is geschikt en deze blijft ook behouden. De bedrijfswoning zal losgekoppeld worden van het

21

Bestemmingsplan herziening Hoogeweg 23c Pannerden Concept voormalige bedrijf en worden omgezet naar een reguliere woning. Met de gewenste functieverandering blijft de levendigheid ter plaatse behouden, wordt bijgedragen aan het versterken van de kwaliteit van wonen, werken en vrijetijdsbesteding in de omgeving en wordt bijgedragen aan een duurzame economische structuurversterking. Tevens wordt leegstand en verpaupering van de omgeving voorkomen. Gesteld wordt dat het beleid uit de omgevingsvisie Gelders Eiland het initiatief niet in de weg staat. 4.4.2

Woonvisie Gemeente Zevenaar 2015-2025

4.4.3.1 Inleiding Het doel van de gemeentelijke woonvisie is het bepalen van de koers tot 2025. Door een veranderende wereld is het nodig een nieuwe visie op te stellen. Belangrijke ontwikkelingen hierbij zijn onder andere een steeds grotere nadruk op duurzaamheid, de crisis op de woningmarkt in 2008, stagnatie van de groei van het aantal inwoners en huishoudens in landelijk gebied en vergrijzing. 4.4.3.2 Visie In de visie wordt nog altijd ingezet op het binden van een jonge populatie en hogere inkomensgroepen, aangezien dat belangrijk is voor de lokale economie en het voorzieningenniveau. Er moet echter al wel rekening gehouden worden met toekomstige krimp. In tegenstelling tot eerdere jaren komt de focus meer te liggen op bestaande woningen. De woningvoorraad zal de komende decennia nog maar met enkele procenten toenemen door nieuwbouw. In de woonvisie wordt de focus op drie opgaven gelegd: • • •

het aantrekkelijk houden van de bestaande woningvoorraad; het verbeteren van de doelgroepen met een kwetsbare positie; bewaken dat de woningbouw aansluit bij de behoefte.

Bij deze drie opgaven komt het beleid en de ambitie rondom duurzaamheid, wonen en zorg, leefbaarheid en ruimtelijk beleid aan bod. 4.4.3.3 Woningbehoefte In het koopsegment is er vooral behoefte aan woningen tot €200.000 en woningen boven de €300.000. Op basis van onderzoek naar de woningbehoefte is er tot 2025 behoefte aan tussen de 250 en 400 vrijstaande woningen. 4.4.3.4 Uitgangspunten voor woningbouwlocaties In deze woonvisie worden de uitgangspunten van het woningbouwprogrammering herbevestigd. Op basis van het huidige programma aanbod is er geen ruimte voor het toevoegen van nieuwe woningbouwlocaties. Dit kan echter een gemiste kans zijn op inbreidingslocaties en herinvullingslocaties die een bijdrage kunnen leveren aan de kwaliteit van woongebieden. Een van de strategieën die gebruikt gaat worden wordt is het inzetten op kleinschalige ontwikkelingen en minder op vaste, lange termijn afspraken. In de nota wonen is aangegeven dat wij hebben gekozen voor “Groeien in een veranderd perspectief”. Daarbij leggen we de focus op drie belangrijke opgaven: •

Het aantrekkelijk houden van de bestaande woningvoorraad.

•

Het verbeteren van de positie van doelgroepen met een kwetsbare positie;

• Bewaken dat de woningbouw aansluit bij de behoefte: om de potentiële groei maximaal op te vangen én tegelijkertijd het voorkomen van overaanbod;

Pannerden is een van de grootste kernen van voormalig Rijnwaarden kern met ca. 990 woningen. Het grootste deel (89%) bestaat uit eengezinswoningen. Ongeveer 66% bestaat uit koopwoningen met een gemiddelde woningwaarde van € 190.000, -. (Bron CBS, Statline, Kerncijfers wijken en Buurten 2019).

22

Bestemmingsplan herziening Hoogeweg 23c Pannerden Concept Toetsingskader uit de richtlijnen notitie. Richtlijnen voor woningbouw

Inbreiding (B)

Uitbreiding (A)

Stap 2A: Ruimtelijke prioriteit: mooie en diverse kernen 1. 2. 3.

4.

Benutten transformatielocatie (andere invulling van een bebouwde locatie door herbenutting of sloop/nieuwbouw) Instandhouden van waardevol vastgoed Leidt het voorgestelde programma tot meer variatie in het aanbod woningen in de betreffende wijk of buurt waar de woningen worden gerealiseerd? Bij plannen in Zevenaar van minimaal 20 woningen, en in de overige kernen van minimaal 10 woningen is differentiatie binnen het plan vereist. Bij kleinere plannen differentiatie binnen de wijk / kern. Kan ontwikkelaar door contracten / overeenkomsten aantonen dat de bouw kan starten binnen de gestelde termijn van 3 jaar.

Ja

→ +2

Ja

→ +1

Ja

→ +2

Ja

→ +2

Ja

→ +2

Ja

→ +2

Indien een plan voldoende ruimtelijke prioriteit heeft (2 punten of meer), wegen we dit plan direct kwalitatief. Zo niet, dan houden we het plan aan en wordt dit geprioriteerd in de jaarlijkse afwegingsronde. Stap 2B: Passend kwalitatief programma 5.

6.

Voorziet een plan van minimaal 20 woningen in minimaal 25% sociale huur, waarvan aantoonbaar is te maken dat de exploitatie door een toegelaten instelling wordt gedaan, of die minimaal 10 jaar als sociale huur in verhuur blijft? Voorziet het plan in middenhuur voor minimaal 10%

7.

Voorziet het plan in woningen specifiek voor starters of ouderen

8.

Heeft de woning een goede toekomstkwaliteit, door de juiste verkaveling, maatvoering in en om de woning

Ja

→ +2

Ja

→ +2

Ja

→ +1

Ja

→ +1

Ja

→ +1

Ja

→ +1

Ja

→ +1

Ja

→ +1

Levensloopgeschikt wonen (eventueel gecombineerd met zorg) 9.

Voorziet het plan in de realisatie van woonvormen voor bijzondere doelgroepen via bijvoorbeeld skaeve huse, studio’s tbv uitstroom uit GGZ, magic mix, beschut wonen?

OF 10. Ligt de locatie nabij (binnen 500 meter) een voorziening voor ontmoeting, zorg en / of dagelijkse boodschappen? En wordt ingezet op toegankelijk wonen (basisvoorzieningen zonder traplopen bereikbaar en / of levensloopgeschikt conform Woonkeur) of specifieke vormen van wonen met zorg? Dit criterium nader uit te werken op basis van een nadere analyse van dit vraagstuk.

Ja → +1

Ja → +1

OF 11. Voorziet het plan in de realisatie van vormen van flexwonen, arbeidsmigranten? Duurzaamheid in een plan vindt de gemeente ook belangrijk en toetst zij conform eisen uit energiebeleid bij het voorlopige ontwerp. Deze eisen neemt zij op in de anterieure overeenkomst. Dit staat naast het kwalitatieve richtlijnen voor woningbouw

4.4.3.5 Toetsing aan de woonvisie Binnen het voornemen wordt onder meer een nieuwe vrijstaande woning toegevoegd, op een bestaande bebouwde locatie. Hiermee wordt voorzien in de behoefte van de aankomende jaren aan vrijstaande woningen en van hogere inkomensgroepen, waardoor wordt bijgedragen aan de lokale economie, het voorzieningenniveau en de kwaliteit van woongebieden.

23

Bestemmingsplan herziening Hoogeweg 23c Pannerden Concept Daarnaast wordt een bedrijfswoning omgezet naar een reguliere woning. Hierdoor is deze bestaande woning niet meer uitsluitend geschikt ten behoeve van bewoning ten dienste van het bedrijf, maar kan deze ook regulier worden bewoond. De vrijstaande woning wordt hierdoor aantrekkelijker voor een grotere groep personen en sluit eveneens aan bij de behoefte. Met voorliggend initiatief wordt een vrijstaande woning in het buitengebied van Zevenaar mogelijk gemaakt. Aan dergelijke woningen is een kwalitatieve behoefte. De ontwikkeling kan bijdragen aan de doorstroming, zodat woningen in het goedkopere segment beschikbaar komen voor starters. Er wordt daarom geconcludeerd dat de in dit bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkeling in overeenstemming met de gemeentelijke woonvisie is. Daarnaast is het voornemen getoetst aan de hand van het toetsingskader uit de richtlijnen notitie. Voorgenomen ontwikkeling is in lijn met het toetstingskader. 4.4.3

Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid

De ontwikkeling sluit aan bij het relevante beleid van de gemeente Zevenaar. Overige beleidsdocumenten zijn niet van toepassing op de ontwikkeling.

24

Bestemmingsplan herziening Hoogeweg 23c Pannerden Concept

HOOFDSTUK 5

MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een ruimtelijke onderbouwing vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie en archeologie & cultuurhistorie.

5.1

Geluid

5.1.1

Algemeen

De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidsnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of in dit geval het volgen van de uitgebreide procedure omgevingsvergunning, indien het plan een geluidgevoelig object maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeursgrenswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen. 5.1.2

Situatie plangebied

In voorliggend geval wordt één nieuwe geluidsgevoelige functie (nieuw te realiseren woning) mogelijk gemaakt. Met het omzetten van de bedrijfswoning naar een reguliere woonfunctie van de bestaande woning aan de Hoogeweg 23c wordt geen nieuw geluidsgevoelig object mogelijk gemaakt, aangezien de woning reeds is toegestaan. In artikel 76 van de Wgh is bepaald dat de geluidsbelasting van een aanwezige weg op bestaande woningen niet getoetst hoeft te worden aan de grenswaarden. Hieronder valt het omzetten van een bedrijfswoning naar een reguliere burgerwoning. 5.1.2.1 Wegverkeerslawaai In de omgeving van het plangebied komen verschillende wegen voor. De Hoogeweg en Deukerdijk betreffen 60 km/uur wegen. De overige wegen rondom het plangebied betreffen eigen wegen of woonerven. De nieuw te realiseren woning ligt binnen de geluidszone van de Hoogeweg. De afstand van de nieuw te realiseren woning en de Hoogeweg betreft meer dan 200 meter en naar de ontvangstruime circa 240 meter. Tussen het plangebied en de betreffende wegen is sprake van afscherming door middel van bestaande bebouwing. Er kan dan ook redelijkerwijs worden verwacht dat er aan de voorkeurswaarde zal worden voldaan. Daarom wordt gesteld dat ter plaatse van deze locatie sprake zal zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat wat betreft het aspect verkeerslawaai. Een nader akoestisch onderzoek is niet noodzakelijk.

5.1.2.2 Industrie- en railverkeerslawaai Het plangebied ligt niet binnen de zone van een gezoneerd bedrijventerrein, het aspect industrielawaai kan dan ook buiten beschouwing worden gelaten. In paragraaf 5.5 wordt nader ingegaan op de relevante (individuele) bedrijvigheid. Het plangebied ligt eveneens niet binnen de zone van een spoorlijn, het aspect railverkeerslawaai kan dan ook eveneens buiten beschouwing worden gelaten. 5.1.3

Conclusie

De Wet geluidhinder vormt geen belemmering voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.

25

Bestemmingsplan herziening Hoogeweg 23c Pannerden Concept

5.2

Bodemkwaliteit

5.2.1

Algemeen

Bij een bestemmingsplanherziening dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht. 5.2.2

Situatie plangebied

Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een functiewijziging voor de bestaande bedrijfswoning en toevoeging van één nieuw te bouwen woning. Daarnaast zal een nieuwe ontvangstruimte worden gerealiseerd voor de ondergrondse schietkelder. In voorliggend initiatief wordt de nieuw te bouwen woning gebouwd op de locatie waar nu een forelvisvijver is gelegen. Deze zal, voor de bouw van de nieuwe woning, worden gedempt met aangevoerde gronden. Er vanuit gaande dat de grond is voldoet aan de huidige wet- en regelgeving wordt geconcludeerd dat de gronden hierdoor geschikt zijn voor ‘Wonen’. Voor wat betreft de functiewijziging van de bestaande bedrijfswoning naar een reguliere woning wordt geconcludeerd dat bewoning van de woning reeds is toegestaan. Het uitvoeren van een onderzoek naar de bodemkwaliteit is daarom niet noodzakelijk. De bouw van de nieuwe ontvangstruimte vindt plaats boven de ondergrondse schietkelder. Verwacht wordt dat ook hier geen bodemonderzoek benodigd is, aangezien de gronden ter plaatse reeds geroerd zijn door het ingraven van een schietkelder. 5.2.3

Conclusie

Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

5.3

Luchtkwaliteit

5.3.1

Algemeen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zevenaar&id=0b801868-d9fa-4a76-9d7a-6d4e5719d803