CConstaterende datZevenaar
Koppel je AI →
Document · PDF

1. 220415 Ingekomen brief inzake gewijzigd vaststellen bestemmingsplan Holtkamp_geredigeerd_.pdf

Raadsvergaderingen 2022-2026 8 juni 2022, gemeente ZevenaarBij agendapunt: Wijze van afdoening van de ingekomen stukken27.352 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Ongewervelden/overige soorten Vaste verblijfplaatsen of exemplaren van Habitatrichtlijnsoorten of van nationaal beschermde soorten zijn niet aangetroffen. Er zijn derhalve geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot deze soortgroepen.

27

Zorgplicht Voor alle soorten geldt een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan deze soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. Conclusie Uit de quick scan natuur is gebleken dat nader onderzoek nodig is naar steenuilen, steenmarters, kleine marterachtigen en vleermuizen. Nader onderzoek 8 Uit nader onderzoek blijkt dat binnen het onderzoeksgebied geen vaste verblijfplaatsen van steenuilen en steenmarters aangetroffen. Wel is een mogelijke dagrustplaats van de bunzing aanwezig. Daarnaast is de tuin van Sleeg 17 onderdeel van het foerageergebied van voorgenoemde soorten. De voorgenomen plannen, zoals het verwijderen van begroeiing in de tuin en de sloop van de bebouwing binnen het plangebied Sleeg 17, zullen een negatief effect hebben op het leefgebied van de steenuilen, steenmarter en bunzing. Om deze reden dienen mitigerende en/of compenserende maatregelen genomen te worden. Binnen het onderzoeksgebied wordt gefoerageerd door de gewone dwergvleermuis.

Het betreft echter geen essentieel foerageergebied, zoals het compensatiegebied en de omliggende tuinen van woningen worden tevens gebruikt als foerageergebied en zullen behouden blijven. Vanuit de ontheffing die is verleend voor aantasting van enkele soorten voor de locatie Sleeg 13 te Zevenaar, betreft één van de maatregelen, de aanleg van een compensatiegebied. Dit gebied is ingericht voor zowel steenuilen, steenmarters en kleine marterachtigen, als ook voor de huismus, gewone grootoorvleermuis en kamsalamander. Daarnaast is dit gebied uitgebreider gerealiseerd om tevens voor de voorgenoemde soorten als compensatiegebied te dienen die voorkomen in het plangebied Sleeg 17. Om te voldoen aan de maatregelen die voor deze soorten gelden, dienen de voorschriften van de ontheffing die is verleend (documentkenmerk: 2019-010253 d.d. 16 april 2020) en de voorschriften uit het “Activiteitenplan Sleeg 13 te Zevenaar” (Faunaconsult, 2019) te worden toegepast. Tevens dient in overeenstemming met het bevoegd gezag worden bepaald of het compensatiegebied voldoende is ter compensatie van de leefgebieden van steenuilen, steenmarter en bunzing van de locatie Sleeg 17.

Hiervoor hebben de Gedeputeerde Staten van Gelderland een ontheffing verleend op grond van de Wet natuurbescherming in het kader van de locatie Sleeg 13, met uitzondering van de kleine marterachtige, die niet was opgenomen in deze ontheffing. Inmiddels is in samenspraak met de provincie besloten dat een wijzigingsverzoek soortenontheffing wordt toegevoegd onder de oude zaak van Sleeg 13 (Ontheffing voor de Stede). 8

Tritium Advies B.V. (2020). Aanvullend onderzoek steenuilen, vleermuizen, kleine marterachtigen en steenmarters. Sleeg 17 te Zevenaar. Projectnummer: 2002/141/LB-01. 3 december 2020. 28

De projecten worden dus samengevoegd en de ontheffing wordt uitgebreid. De wijziging zal wel opnieuw gepubliceerd worden en 6 weken ter inzage komen liggen. Conclusie Rekening houdend met voorgaande vormt het aspect natuur geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.

4.9

Water

4.9.1

Beleid Rijksbeleid – Het Nationaal Waterplan 2016-2021 Het Nationaal Waterplan 2016-2021 is op 10 december 2015 vastgesteld. Het Nationaal Waterplan geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050. Het kabinet speelt proactief in op de verwachte klimaatveranderingen op lange termijn, om overstromingen te voorkomen. In het Nationaal Waterplan 2016-2021 staan de volgende ambities centraal:  Nederland blijft de veiligste delta in de wereld.  Nederlandse wateren zijn schoon en gezond en er is genoeg zoetwater.  Nederland is klimaatbestendig en waterrobuust ingericht.  Nederland is en blijft een gidsland voor watermanagement.  Nederlanders leven waterbewust. Het kabinet zet de veranderingen in het waterveiligheidsbeleid voort en bereidt hiertoe een wetsvoorstel met nieuwe normen voor de primaire keringen voor. Nieuwe normen zijn nodig, omdat de huidige eisen aan primaire keringen grotendeels uit de jaren zestig van de vorige eeuw dateren. Sindsdien is het aantal mensen en de economische waarde achter de dijken toegenomen. Ook is nieuwe kennis beschikbaar gekomen over de werking van de keringen en de gevolgen van overstromingen. De doelen op het gebied van waterveiligheid zijn omgerekend naar normspecificaties voor de keringen.

Deze zijn niet meer gebaseerd op dijkringen, maar op dijktrajecten. Elk dijktraject krijgt een norm-specificatie die past bij de gevolgen in dat specifieke gebied. De normspecificaties zijn ingedeeld in zes klassen, waarbij de overstromingskans varieert van 1/300 per jaar tot 1/100.000 per jaar. Het Rijk onderkent het belang van verbinden van ruimte en water. Bij het aanpakken van wateropgaven en de uitvoering van watermaatregelen vindt daarom afstemming plaats met andere relevante ruimtelijke opgaven en maatregelen in het gebied, zodat scope, programmering en financiering zo veel mogelijk op elkaar aansluiten of, beter nog, elkaar versterken. Het kabinet streeft daarbij ook naar integrale combinaties, waarbij de ruimtelijke inrichting een belangrijke rol speelt bij het oplossen van wateropgaven. Omgekeerd is het van belang om bij ruimtelijke opgaven vroegtijdig rekening te houden met wateropgaven en de veerkracht van watersystemen. De gewenste betere verbinding tussen water en ruimte geldt voor alle opgaven op het gebied van waterveiligheid, zoetwater en waterkwaliteit.

29

Provinciaal beleid - Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Op 19 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. De hoofdzaken van het provinciaal beleid voor water zijn gericht op een veerkrachtig en duurzaam water- en bodemsysteem. Dit systeem bestaat uit bodem en ondergrond, grondwater en oppervlaktewater. En het is duurzaam als het ook in de toekomst kan blijven functioneren en in stand kan worden gehouden tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten. De provincie onderschrijft de ambitie van de Europese Kaderrichtlijn Water dat uiterlijk in 2027 het grond- en oppervlaktewater in Europa schoon en ecologisch gezond moet zijn en dat er voldoende water is voor duurzaam gebruik en voert deze uit. De beschermde gebieden voor grondwater, waterberging, de Kaderrichtlijn Water en Natura 2000 zijn leidend bij de uitwerking van dit beleid in programma’s of in kaders in de verordening. Er worden condities gesteld voor effectief en zuinig gebruik van drinkwater, speciale waterecologie (Hoogst Ecologisch Niveau wateren en Specifiek Ecologische Doelstelling wateren), (grond)waterafhankelijke landnatuur plus de beschermingszones natte landnatuur en grondwateronttrekkingen voor drinkwater en 3 industrie, groter dan 150.000 m /jaar.

De provincie stelt via uitvoerend beleid de doelen voor de regionale wateren voor de Kaderrichtlijn Water vast en geeft daarbij ook invulling aan de voorzieningenniveaus. Met de Gelderse waterschappen en de landbouw geeft de provincie invulling aan het vasthouden van water in de bodem, het grondwater en de haarvaten van het watersysteem. Bescherming tegen overstromingen vindt primair plaats op basis van preventie, waar nodig aangevuld met maatregelen in de ruimtelijke ordening en evacuatie. Deze bescherming gebeurt bij voorkeur in combinatie met het ontwikkelen en versterken van karakteristieke riviernatuur in Natura 2000-gebieden. Beleid Waterschap Rijn & IJssel Waterbeheerplan 2016-2021 In november 2015 heeft het Waterschap Rijn & IJssel het waterbeheerplan vastgesteld. Het waterbeheerplan beschrijft op welke wijze de volgende zaken in de periode 2016-2021 gedaan worden:  het zorgen voor een goede bescherming tegen hoog water;  het zorgen voor een goed functionerend regionaal watersysteem;  en het zorgen voor het zuiveren van afvalwater. Het waterbeheerplan zoekt verbinding met het werk van andere overheden: de provincies, gemeenten, Rijkswaterstaat en het Rijk.

Het waterbeheer schept vaak randvoorwaarden voor gebruikers van het water, maar biedt ook mogelijkheden en meerwaarde voor maatschappelijke gebruikers, zoals burgers, agrariërs en terreinbeheerders, ondernemers en (drinkwater)bedrijven, recreanten en de naburige Duitse waterbeheerders. Vanuit de omgevingsverkenning is het beleid voor de planperiode 2016-2021 beschreven voor de primaire taakgebieden van het waterschap.  Bescherming tegen overstromingen en werken aan veiligheid: Veilig water.  Zorgen voor de juiste hoeveelheid water en passende waterpeilen: Voldoende water.

30

 Zorgen voor een goede waterkwaliteit die nodig is voor mens, plant en dier: Schoon water.  Verwerken van afvalwater en het benutten van energie en grondstoffen daaruit: Afvalwater.  Zorgen voor goede randvoorwaarden voor beroepsvaart op de Oude IJssel: Vaarwegbeheer. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in lage gebieden zoekt het waterschap naar compensatie van het verlies aan bergingscapaciteit, om een toename van problemen met wateroverlast te voorkomen. De rekening voor de compensatie is voor de initiatiefnemers van de ruimtelijke ontwikkeling. Watervisie 2030 De Watervisie geeft aan hoe het waterschap aankijkt tegen de gewenste ruimtelijke inrichting van het beheersgebied, om de wateropgaven waarvoor ze staan duurzaam op te lossen. Er moet daartoe een betere afstemming worden gevonden tussen de waterwensen van de verschillende grondgebruiksvormen en het watersysteem zelf. Omdat ruimtelijke oplossingen op langere termijn duurzamer zijn, krijgen deze de voorkeur boven technische oplossingen. Bij het zoeken naar ruimtelijke oplossingen geldt het natuurlijk watersysteem als ideaalbeeld. Een dergelijk watersysteem heeft onder meer de mogelijkheid om (in geval van veel neerslag) voldoende water op te vangen en water (in geval van te zware belasting) voldoende te reinigen. Water moet richtinggevend zijn bij toekomstige stedelijke uitbreiding.

Bij overschot wordt regenwater in de bodem geïnfiltreerd of naar het oppervlaktewater geleid. Het waterschap streeft ernaar regenwater niet meer via de riolering af te voeren. Het rioleringsstelsel wordt aldus minder zwaar belast, waardoor de kans op overstorten van rioolwater op oppervlaktewater kleiner wordt. Keur Waterschap Rijn en IJssel legt de eigen regels vast in de zogeheten Keur. Dat is de traditionele benaming voor de verordening waarmee de veiligheid van dijken, watergangen en kades wordt geregeld. Maar ook het al dan niet toestaan van activiteiten of bouwwerken nabij het water en de dijken, lozingen op het oppervlaktewater en het oppompen van grond- en oppervlaktewater zijn erin geregeld. 4.9.2

De waterparagraaf In artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat het bestuursorgaan dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan daarbij overleg pleegt met onder andere de waterschappen. In artikel 3.1.6 (Bro) is aangegeven dat in de toelichting van een bestemmingsplan is beschreven op welke wijze in het plan rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding. In deze waterparagraaf worden de effecten van de ruimtelijke ontwikkeling per waterthema afgewogen. De relevante waterthema’s worden door middel van de watertoetstabel geselecteerd en vervolgens hieronder beschreven.

31

Beschrijving van het watersysteem in het plangebied De hoogte van het maaiveld ligt omstreeks NAP +11,5 meter. In navolgende afbeelding is een uitsnede van de legger van het waterschap weergegeven, met daarop De Holtkamp weergegeven (het gehele buurtschap). De groene stippellijn in de legger is een administratieve lijn.

De Holtkamp

Uitsnede legger, met globale aanduiding buurtschap De Holtkamp (rood) (Bron: Waterschap Rijn & IJssel). Thema

Toetsvraag

Relevant

Intensiteit

Veiligheid

1. Ligt in of binnen 20 meter vanaf het

Nee

2

Nee

2

Ja

2

Nee

1

Nee

1

Ja

2

plangebied een waterkering? (primaire waterkering, regionale waterkering of kade) 2. Ligt het plangebied in een waterbergingsgebied of winterbed van een rivier? Riolering en afvalwaterketen

1. Is de toename van het afvalwater 3

(DWA) groter dan 1m /uur? 2. Ligt in het plangebied een persleiding van WRIJ? 3. Ligt in of nabij het plangebied een RWZI of rioolgemaal van het waterschap?

Wateroverlast

1. Is er sprake van toename van het

(oppervlaktewater)

verhard oppervlak met meer dan 2

2500m ?

32

2. Is er sprake van toename van het

Ja

1

Nee

1

Nee

1

Nee

1

Nee

1

2. Is in het plangebied sprake van kwel?

Nee

1

3. Beoogt het plan dempen van

Ja

1

4. Beoogt het plan aanleg van drainage?

Ja

1

1. Ligt het plangebied in de

Nee

1

Ja

1

Nee

2

Nee

1

Nee

1

Nee

2

Nee

2

Nee

1

Nee

1

Nee

1

Nee

2

verhard oppervlak met meer dan 2

500m ? 3. Zijn er kansen voor het afkoppelen van bestaand verhard oppervlak? 4. In of nabij het plangebied bevinden zich natte en laag gelegen gebieden, beekdalen, overstromingsvlaktes? Oppervlaktewater-

1. Wordt vanuit het plangebied

kwaliteit

(hemel)water op oppervlaktewater geloosd?

Grondwateroverlast

1. Is in het plangebied sprake van slecht doorlatende lagen in de ondergrond?

perceelsloten of andere wateren? Grondwaterkwaliteit

beschermingszone van een drinkwateronttrekking? Inrichting en beheer

1. Bevinden zich in of nabij het plangebied wateren die in eigendom of beheer zijn bij het waterschap? 2. Heeft het plan herinrichting van watergangen tot doel?

Volksgezondheid

1. In of nabij het plangebied bevinden zich overstorten uit het gemengde stelsel? 2. Bevinden zich, of komen er functies, in of nabij het plangebied die milieuhygiënische of verdrinkingsrisico’s met zich meebrengen (zwemmen, spelen, tuinen aan water)?

Natte natuur

1. Bevindt het plangebied zich in of nabij een natte EVZ? 2. Ligt in of nabij het plangebied een HEN of SED water? 3. Bevindt het plangebied zich in beschermingszones voor natte natuur? 4. Bevindt het plangebied zich in een Natura 2000-gebied?

Verdroging

1. Bevindt het plangebied zich in een TOP-gebied?

Recreatie

1. Bevinden zich in het plangebied watergangen en/of gronden in beheer van het waterschap waar actief recreatief medegebruik mogelijk wordt?

33

Cultuurhistorie

1. Zijn er cultuurhistorische

Nee

1

waterobjecten in het plangebied aanwezig?

Riolering en Afvalwaterketen Het rioolstelsel heeft voldoende capaciteit om de toename in het afvalwater van 3 1,8 m /uur te verwerken (circa 10 liter per persoon per uur x 180 = 1.800 liter = 1,8 3 m /uur). Het hemelwater wordt niet aangesloten op het rioolstelsel en wordt ter plaatse geïnfiltreerd / geborgen. Het functioneren van de riolering wordt niet nadelig beïnvloed en het milieu wordt niet zwaarder belast dan in de huidige situatie. Wateroverlast (oppervlaktewater) Een toename in het verharde oppervlak resulteert in een versnelde afvoer van hemelwater. Als dit hemelwater niet vertraagd wordt afgevoerd wordt het watersysteem zwaarder belast en het waterbezwaar naar benedenstroomse gebieden afgewenteld. Ook is er geen aanvulling van het grondwater. Uitgangspunt is dat (nieuwe) ontwikkelingen minimaal hydrologisch neutraal zijn of een verbetering ten opzichte van de huidige situatie. 2

Binnen het plangebied is in de huidige situatie vrijwel geen m verhard oppervlak aanwezig. In de toekomstige situatie zal circa 40% van het plangebied verhard zijn. Bij de uiteindelijke inrichting van het gebied worden voorzieningen gerealiseerd om het regenwater ter plaatse te infiltreren of bergen. Binnen het plangebied is hiervoor voldoende ruimte. Waterkering Het plangebied grenst gedeeltelijk aan een watergang die in het beheer is van het waterschap. Met dit plan worden geen veranderingen in het watersysteem aangebracht. Procedure Als er op een intensiteit 2 vraag (zie voorgaande tabel) een ‘ja’ is geantwoord is een uitgebreide watertoets noodzakelijk. Gelet op het feit dat het afvalwater met meer dan 3 2 1,0 m /uur toeneemt en het verhard oppervlak met meer dan 2.500 m toeneemt, moet een uitgebreide watertoets worden doorlopen. Dit houdt in dat samen met het waterschap een watertoetsproces wordt doorlopen en in overleg met het waterschap wordt bekeken wat de waterkansen en -knelpunten zijn. Nadere afstemming met het waterschap vindt nog plaats. 4.9.3

Conclusie Deze waterparagraaf is aan het waterschap voorgelegd en akkoord bevonden.

4.10

Archeologie Algemeen Door ondertekening van het verdrag van Valletta (1992) heeft Nederland zich verplicht om bij ruimtelijke planvorming nadrukkelijk rekening te houden met het niet-zichtbare deel van cultuurhistorisch erfgoed, te weten de archeologische waarden. In de 34

Erfgoedwet is geregeld hoe met in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden moet worden omgegaan. Het streven is om deze belangen tijdig bij het project te betrekken. Bij ingrepen waarbij de ondergrond wordt geroerd, moet worden aangetoond dat de eventueel aanwezige archeologische waarden niet worden aangetast. Toetsing Voor de gronden geldt een archeologische dubbelbestemming. De gronden binnen buurtschap De Holtkamp zijn deels aangeduid als 'specifieke vorm van waarde - hoge archeologische verwachting' en deels als ‘specifieke vorm van waarde - lage archeologische verwachting'. Ter plaatse van de genoemde aanduidingen geldt dat het verboden is om een bodemingreep uit te voeren of te laten uitvoeren, zonder of in afwijking van een aanlegvergunning van burgemeester en wethouders:  bij ‘specifieke vorm van waarde - hoge archeologische verwachting' voor bodemingrepen groter dan 200 m² en dieper dan 0,5 meter;  bij ‘specifieke vorm van waarde - lage archeologische verwachting ' voor bodemingrepen groter dan 2.500 m² en dieper dan 0,5 meter. ADC ArcheoProjecten heeft op de plekken die een hoge archeologische 9 verwachtingswaarde kennen een bureau- en inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen uitgevoerd, voor de bouw van woningen in De Holtkamp (het gehele buurtschap). Hierna worden de bevindingen kort omschreven.

Om de opgestelde archeologische verwachtingen (uit het bureauonderzoek) te toetsen en aan te vullen is in het onderzoeksgebied een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Uit het booronderzoek bleek dat de pleistocene ondergrond van het plangebied bestaat uit zandige Kreftenheye-afzettingen. De top hiervan is aangetroffen tussen 55 en 200 cm -mv (9,3 en 10,6 m +NAP). De pleistocene afzettingen worden afgedekt door een pakket holocene komklei dat een dikte heeft van 50 tot 200 cm. In het zuidwestelijk deel van het plangebied worden de komafzettingen afgedekt door een pakket zandige crevasse- of dijkdoorbraakafzettingen, met een vermoedelijk laatmiddeleeuwse ouderdom. De afzettingen hebben een totale dikte van 50 tot 70 cm -mv en reiken tot aan het maaiveld. Het pleistocene oppervlak vertoont enig reliëf. In de zuidelijke helft van het plangebied is mogelijk sprake van een terrasovergang. Uit de boringen blijkt evenwel geen duidelijke gradiëntzone. Verder heeft het booronderzoek geen aanwijzingen opgeleverd voor archeologisch kansrijke lagen (bijvoorbeeld laklagen, bodems of de Laag van Wijchen). Evenmin zijn cultuurlagen of oude akkerniveaus aangetroffen.

Ten aanzien van het grootste deel van het plangebied (te weten de huidige agrarische percelen) is op basis van de onderzoeksresultaten geconcludeerd dat de kans klein is dat de voorgenomen ingrepen (ontwikkeling van de woonwijk) zullen leiden tot aantasting van archeologische resten. Ten aanzien van (het erf van) de boerderij De Holtkamp alsmede de erven aan de Sleeg 15 en 19 geldt dat de kans hier wél groot 9

ADC ArcheoProjecten (2019). Een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek. Groot-Holthuizen te Zevenaar. Rapportnummer: 4984. 28 november 2019. 35

wordt geacht dat bouw-, sloop- en/of graafwerkzaamheden zullen leiden tot aantasting van archeologische resten.

Landweer

Boerderij De Holtkamp

Advieskaart archeologie (Bron: ADC ArcheoProjecten).

ADC ArcheoProjecten adviseert om in de delen van het plangebied met een hoge archeologische verwachting voor (laat)middeleeuwse bewoningssporen (bovengenoemde erven aan de Sleeg 15, 17 en 19) een inventariserend veldonderzoek middels proefsleuven uit te laten voeren (IVO-P). Hierbij is van belang dat het onderzoek zich ook richt op de delen die momenteel nog bebouwd zijn (en waar sloopwerkzaamheden gaan plaatsvinden). Het doel van het proefsleuvenonderzoek is het vaststellen en documenteren van mogelijk aanwezige oudere bebouwingsresten (alsmede erfstructuren) op de erven. De exacte invulling van de werkzaamheden dient te worden vastgelegd in een door de bevoegde overheid goed te keuren Programma van Eisen (PvE). Ten aanzien van de landweer wordt aanbevolen om geen (graaf)werkzaamheden uit te voeren in de (intacte delen van de) landweer, inclusief een (buffer)zone van 5 meter aan weerszijden ervan. Indien dit niet mogelijk is en ingrepen zullen plaatsvinden in de

36

landweer, dan wordt aanbevolen om eveneens een gericht proefsleuvenonderzoek te doen naar de opbouw van de landweer. Ook in dat geval dient hiertoe een PvE te worden opgesteld. Ten aanzien van de overige delen van het plangebied wordt aanbevolen om deze vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Omdat het niet is niet uit te sluiten dat binnen het vrijgegeven gebied toch nog archeologische resten aanwezig kunnen zijn, verdient het aanbeveling om de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht archeologische vondsten te melden bij de bevoegde overheid, zoals aangegeven in artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet. Conclusie Voor de gronden van de boerderij De Holtkamp wordt vervolgonderzoek aanbevolen.

Landweer

Boerderij De Holtkamp

4.11

Cultuurhistorie Algemeen Op grond van artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moeten naast de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten ook cultuurhistorische waarden worden meegewogen bij de realisatie van ruimtelijke ontwikkelingen. 37

Toetsing Het plangebied of de directe omgeving daarvan herbergt geen cultuurhistorische waarden waar in dit bestemmingsplan rekening mee gehouden moet worden. Ten behoeve van landschapswaarden is een landschapsplan opgesteld, zoals besproken in paragraaf 2.2. Conclusie Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.

4.12

Verkeer en parkeren Verkeer In het kader van het aspect verkeer is voor de ontwikkeling van Groot Holthuizen door 10 Antea Group een verkeersonderzoek uitgevoerd. Het plangebied wordt voor autoverkeer via de Landeweerdijk in oostelijke en westelijke richting ontsloten, zoals navolgend inzichtelijk gemaakt. Uit verkeerskundig onderzoek volgt dat dit leidt tot een goede verkeersafwikkeling. De volledige rapportage is opgenomen als bijlage bij deze toelichting.

De Holtkamp

Toekomstige verkeersstructuur (Bron: Antea Group).

10

Antea Group (2017). Verkeersonderzoek uitbreiding Groot Holthuizen (deel 2). Projectnummer: 0412259.00. 1 juni 2017. 38

Parkeren Voor wat betreft parkeren geldt dat in de planregels is bepaald, dat er dient te worden voldaan aan de gemiddelde parkeernormen zoals opgenomen in de CROW-publicatie nummer 317 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie'. Dit is onderdeel van de toets van de omgevingsvergunning, waardoor geborgd is, dat er voldoende parkeervoorzieningen worden aangelegd. Conclusie Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.

39

5

Wijze van bestemmen

5.1

Algemeen

5.1.1

Wat is een bestemmingsplan? Het gemeentelijke bestemmingsplan is een middel waarmee functies aan gronden worden toegekend. Het gaat dus om het toekennen van gebruiksmogelijkheden. Vanuit de Wet ruimtelijke ordening volgt een belangrijk principe: het gaat om toelatingsplanologie. Het wordt de grondgebruiker (eigenaar, huurder etc.) toegestaan om de functie die het bestemmingsplan geeft, uit te oefenen. Dit houdt in dat:  de grondgebruiker niet kan worden verplicht om een in het bestemmingsplan aangewezen bestemming ook daadwerkelijk te realiseren, en  de grondgebruiker geen andere functie mag uitoefenen in strijd met de gegeven bestemming (de overgangsbepalingen zijn hierbij mede van belang). Een afgeleide van de gebruiksregels in het bestemmingsplan zijn regels voor bebouwing (omgevingsvergunning voor het bouwen) en regels voor het verrichten van ‘werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden’ (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden ). Een bestemmingsplan regelt derhalve:  het toegestane gebruik van gronden (en de bouwwerken en gebouwen); en een bestemmingsplan kan daarbij regels geven voor:  het bebouwen van de gronden;  het verrichten van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden.

Het bestemmingsplan is een belangrijk instrument voor het voeren van ruimtelijk beleid, maar het is zeker niet het enige instrument. Andere ruimtelijke wetten en regels zoals bijvoorbeeld de Woningwet, de Erfgoedwet, de Algemene Plaatselijke Verordening, de Wet milieubeheer en het Bouwbesluit zijn ook erg belangrijk voor het uitoefenen van ruimtelijk beleid.

5.1.2

Over bestemmen, dubbelbestemmen en aanduiden Op de verbeelding wordt aangegeven welke bestemming gronden hebben. Dit gebeurt via een bestemmingsvlak. Voor het op de verbeelding aangegeven bestemmingsvlak gelden de gebruiksmogelijkheden zoals die in de bijbehorende regels worden gegeven. Die toegekende gebruiksmogelijkheden kunnen op twee manieren nader worden ingevuld: 1 Via een dubbelbestemming. Een dubbelbestemming is, zoals de naam al zegt, een bestemming die óók aan de gronden wordt toegekend. Voor gronden kunnen dus meerdere bestemmingen gelden. Er geldt altijd één ‘enkel’ bestemming (dat is dé bestemming) en soms geldt er een dubbelbestemming (soms zelfs meerdere). In de regels van de dubbelbestemming wordt omschreven wat er voor de onderliggende gronden geldt aan extra bepalingen in aanvulling, of ter beperking, van de mogelijkheden van de onderliggende bestemmingen.

40

2 Via een aanduiding. Een aanduiding is een teken op de verbeelding. Dat teken kan bestaan uit een lijn, een figuur, of een lettercode etc. Via een aanduiding wordt in de regels ‘iets’ geregeld. Dat ‘iets’ kan betrekking hebben op extra mogelijkheden of extra beperkingen voor het gebruik en/of de bebouwing en/of het aanleggen van werken. Aanduidingen kunnen voorkomen in een bestemmingsregel, in meerdere bestemmingsregels en kunnen ook een eigen regel hebben. 5.1.3

Hoofdstukindeling van de regels De regels zijn verdeeld over 4 hoofdstukken: 1 Inleidende regels. In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de regels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de regels te waarborgen. Ook is bepaald de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels (artikel 2). 2 Bestemmingsregels. In dit tweede hoofdstuk zijn de regels van de bestemmingen opgenomen. Dit gebeurt in alfabetische volgorde. Per bestemming is het toegestane gebruik geregeld en zijn bouwregels en, eventueel, ook bepalingen met betrekking tot het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden opgenomen. Als er dubbelbestemmingen zijn worden die ook in dit hoofdstuk opgenomen. Die komen, ook in alfabetische volgorde, achter de bestemmingsregels. Ieder artikel kent een vaste opzet. Eerst wordt het toegestane gebruik geformuleerd in de bestemmingsomschrijving. Vervolgens zijn bouwregels opgenomen. Aansluitend volgen afwijkingsregels met betrekking tot bouw- en/of gebruiksregels. Ten slotte zijn eventueel bepalingen met betrekking tot het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden en/of wijzigingsbevoegdheden opgenomen. Belangrijk om te vermelden is dat naast de bestemmingsregels ook in andere artikelen relevante informatie staat die mede gelezen en geïnterpreteerd moet worden.

Alleen zo ontstaat een volledig beeld van hetgeen is geregeld. 3 Algemene regels. In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen met een algemeen karakter. Ze gelden dus voor het hele plan. Het zijn achtereenvolgens een antidubbeltelregel, algemene bouwregels, algemene gebruiksregels, algemene afwijkingsregels, algemene wijzigingsregels en overige regels. 4 Overgangs- en slotregels. In het laatste hoofdstuk is het overgangsrecht en een slotregel opgenomen. Hoewel het hier in wezen ook algemene regels betreft, zijn deze vanwege hun meer bijzondere karakter in een apart hoofdstuk opgenomen.

5.2

Dit bestemmingsplan Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en de regels vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen moeten in onderlinge samenhang worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels over het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de 41

beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. 5.2.1

Bijzonderheden in dit bestemmingsplan De regels in dit bestemmingsplan zijn opgezet aan de hand van wat hiervoor is beschreven. Er is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij het bestemmingsplan ‘Groot Holthuizen en Hengelder II’. Dit bestemmingsplan kent uitsluitend de enkelbestemming ‘Wonen’. Deze bestemmingen wordt hierna kort toegelicht. Wonen Aan het plangebied is de bestemming ‘Wonen’ toegekend. Hiervoor geldt dat hoofdgebouwen binnen het aangegeven bouwvlak gerealiseerd moeten worden. Binnen dit vlak zijn maximaal 24 woningen toegestaan. Binnen deze bestemming zijn bij recht ook aan huis verbonden beroepen toegestaan, echter beperkt tot een oppervlakte van ten hoogste 30% per woning tot een maximum 2 van 75 m .

5.2.2

Algemene regels Naast de bestemmingen bevat het plan een aantal algemene regels over bijvoorbeeld begrippen, de wijze van meten, algemene afwijkingen en overgangsrecht. Deze min of meer standaardregels in bestemmingsplannen worden hier verder niet toegelicht.

42

6

Economische uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 eerste lid, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. Voor de gemeente Zevenaar zijn er naast het opstellen van dit bestemmingsplan en de procedurekosten, geen verdere kosten verbonden. De gronden zijn in eigendom van de gemeente. Het plan zal worden ontwikkeld door ontwikkelaars. Met de ontwikkelaars wordt een anterieure overeenkomst afgesloten. De ontwikkelaars beschikken over voldoende middelen om de voorgestane ontwikkeling te kunnen realiseren. De kosten voor het bestemmingsplan en de procedure worden gedekt via de grondprijs bij de uitgifte van de bouwkavels. De financieel-economische haalbaarheid is hiermee in voldoende mate aangetoond.

43

7

Maatschappelijke uitvoerbaarheid De procedure voor vaststelling van een bestemmingsplan is geregeld in de Wet ruimtelijke ordening. Aangegeven is dat tussen de gemeente en verschillende instanties waar nodig overleg over het plan moet worden gevoerd, voordat een ontwerpbestemmingsplan ter visie kan worden gelegd. Bovendien is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing (zienswijzenprocedure).

7.1

Vooroverleg Volgens artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening moet het bestemmingsplan worden voorgelegd aan het waterschap en aan die diensten van provincie en rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn.

7.2

Ontwerp Op de procedure van het bestemmingsplan is afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht van toepassing. In navolging hiervan moet het ontwerpbestemmingsplan voor zes weken ter inzage worden gelegd. Een ieder kan in die periode zienswijzen indienen.

44

Kerkstraat 27 ♦ 6901 AA Zevenaar ♦ 0316 595 111 ♦ www.zevenaar.nl

Bestemmingsplan | Toelichting

De Holtkamp

Gemeente Zevenaar

Datum: 24 ferbruari 2022 Projectnummer: 200419 ID: NL.IMRO.0299.BP01DEHOLTKAMP-VA01

INHOUD TOELICHTING

1

Inleiding

3

1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding Begrenzing plangebied Geldend bestemmingsplan Leeswijzer

3 4 5 6

2

Beschrijving bestaande situatie en planbeschrijving

7

2.1 2.2

Beschrijving van het plangebied Planbeschrijving

7 7

3

Beleidskader

9

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid Conclusie

9 10 12 14 15

4

Onderzoek en uitvoerbaarheidsaspecten

16

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12

Milieueffectrapportage Bedrijven en milieuzonering Geur Bodem Geluid Externe veiligheid Luchtkwaliteit Natuur Water Archeologie Cultuurhistorie Verkeer en parkeren

16 17 18 19 21 23 24 25 29 34 37 38

5

Wijze van bestemmen

40

5.1 5.2

Algemeen Dit bestemmingsplan

40 41

6

Economische uitvoerbaarheid

43

7

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

44

7.1 7.2

Vooroverleg Ontwerp

44 44

Separate bijlagen − − − − − − − − − −

Bijlage 1: Geuronderzoek (Wgv) Bijlage 2: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 3: Akoestisch onderzoek spoor- en wegverkeerslawaai Bijlage 4: Quick scan externe veiligheid Bijlage 5: Quick scan natuur Bijlage 6: Aanvullend soortgericht onderzoek Bijlage 7: Onderzoek stikstofdepositie Bijlage 8: Archeologisch onderzoek Bijlage 9: Verkeersonderzoek Bijlage 10: Collegebesluit

1

Inleiding

1.1

Aanleiding In de gemeente Zevenaar ligt de woonwijk Groot Holthuizen. De woonwijk Groot Holthuizen is ingedeeld in vier buurtschappen met elk een eigen karakter: De Tol, De Bem, De Stede en De Holtkamp. De Holtkamp dient nog ontwikkeld te worden. Het voornemen bestaat om hier een nieuw buurtschap te realiseren. In de inrichtingsschets voor het buurtschap zijn circa 180 woningen beoogd. Navolgende afbeelding maakt de bestaande juridischplanologische situatie van De Holtkamp inzichtelijk.

Overzicht deelgebieden buurtschap De Holtkamp (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl).

Op de gronden ligt het bestemmingsplan ‘Groot Holthuizen en Hengelder II’. Voorliggend plan maakt onderdeel uit van de ontwikkeling van het buurtschap De Holtkamp. Dit plan betreft een bestemmingsplan voor de rood omlijnde gronden. Hier zijn rug aan rug woningen met in totaal maximaal 24 wooneenheden voorzien. Deze passen niet binnen het gelde bestemmingsplan ‘Groot Holthuizen en Hengelder II’ (zie ook paragraaf 1.3). Om de woningen alsnog mogelijk te maken, moet de gemeenteraad van Zevenaar een nieuw bestemmingsplan vaststellen. Voorliggend document voorziet in een toelichting op het bestemmingsplan. Voor de overige gronden (de blauw en paars omlijnde gronden) binnen buurtschap De Holtkamp wordt met een separaat plan een regeling opgesteld om te voorzien in woningbouw.

3

1.2

Begrenzing plangebied Het buurtschap De Holtkamp ligt in de woonwijk Groot Holthuizen in de gemeente Zevenaar. De Holtkamp is gelegen aan de oostzijde van Zevenaar en wordt in het noorden begrensd door de Landeweerdijk, in het oosten door agrarische gronden, in het zuiden door de Sleeg en in het westen door nieuwbouw van de woonwijk Groot Holthuizen. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 6.500 m2. Op de navolgende luchtfoto’s is de ligging van het plangebied aangegeven. Voor de exacte ligging en begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding van dit bestemmingsplan.

Didam Zevenaar

Babberich

Globale ligging van het plangebied in Zevenaar (rode stip) (Bron: PDOK Viewer).

Globale begrenzing van het plangebied (rood) (Bron: PDOK Viewer).

4

1.3

Geldend bestemmingsplan Bestemmingsplan ‘Groot Holthuizen en Hengelder II’ In het plangebied geldt het bestemmingsplan ‘Groot Holthuizen en Hengelder II’. Dit bestemmingsplan is op 1 juni 2007 door de gemeenteraad van Zevenaar vastgesteld. In dit bestemmingsplan zijn de gronden voorzien van de enkelbestemming ‘Wonen’ met een wijzigingsbevoegdheid. Binnen deze bestemming mag per bestemmingsvlak het aantal woonhuizen niet meer bedragen dan het ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan bestaande aantal. Dit is één woning. Voor het gebied is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen. Met deze wijzigingsbevoegdheid kunnen er 3 woningen gerealiseerd worden. De beoogde ontwikkeling voorziet in meer dan 3 woningen. De beoogde ontwikkeling past daarom niet binnen de huidige bestemming en er kan geen gebruik gemaakt worden van de wijzigingsbevoegdheid.

Uitsnede geldende bestemmingsplan ‘‘Groot Holthuizen en Hengelder II’ met daarop het plangebied globaal omlijnd (rood) (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl).

Bestemmingsplan ‘Archeologie’ Voor de gronden gelden de archeologische dubbelbestemmingen 'specifieke vorm van waarde - hoge archeologische verwachting' (ter plaatse van de boerderij De Holtkamp en bijbehorend erf) en ‘specifieke vorm van waarde - lage archeologische verwachting' (het gebied buiten het erf van de boerderij).

5

Uitsnede geldende bestemmingsplan ‘Archeologie’ (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl).

Op grond van deze archeologische dubbelbestemmingen is het verboden een bodemingreep uit te voeren of te laten uitvoeren, zonder of in afwijking van een aanlegvergunning van burgemeester en wethouders: − bij ‘specifieke vorm van waarde - hoge archeologische verwachting' voor bodemingrepen groter dan 200 m² en dieper dan 0,5 meter; − bij ‘specifieke vorm van waarde - lage archeologische verwachting ' voor bodemingrepen groter dan 2.500 m² en dieper dan 0,5 meter.

1.4

Leeswijzer Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De toelichting is opgebouwd uit zeven hoofdstukken. Het volgende hoofdstuk (hoofdstuk 2) beschrijft de bestaande en toekomstige situatie. Hoofdstuk 3 geeft een overzicht van het ruimtelijk beleidskader van de verschillende overheden waaraan het plan wordt getoetst. Hoofdstuk 4 bevat de milieu- en de omgevingsaspecten van het plan. De toelichting besluit met hoofdstukken over de opbouw, verantwoording en uitleg van de planregels (hoofdstuk 5), de economische uitvoerbaarheid (hoofdstuk 6) en de resultaten van de gevolgde procedure (hoofdstuk 7).

6

2 2.1

Beschrijving bestaande situatie en planbeschrijving Beschrijving van het plangebied Goot Holthuizen Groot Holthuizen is een woonwijk in het oosten van Zevenaar. In 2008 werd begonnen met de bouw van 1.500 woningen voor circa 4.000 inwoners. Door de financiële crisis is de ontwikkeling van de woningen stil komen te liggen en is de helft van deze 1.500 woningen gerealiseerd. De ontwikkeling van woningen van Groot Holthuizen is nu weer ter hand genomen. Het plangebied Het plangebied bevindt zich aan de oostzijde van Groot Holthuizen. In de huidige situatie bestaat het plangebied uit een boerderij met omliggend groen waaronder bomen. Op het erf van de boerderij is een aantal bijgebouwen aanwezig. Op onderstaande afbeeldingen is de huidige situatie van het plangebied te zien.

Huidige situatie plangebied (Bron: Tritium Advies B.V.).

2.2

Planbeschrijving De wens bestaat om buurtschap De Holtkamp te ontwikkelen ten behoeve van woningbouw. Met het initiatief zal de (verouderde) boerderij met bijgebouwen worden gesloopt en zullen er maximaal 24 wooneenheden gerealiseerd worden. Het woningbouwprogramma bestaat uit betaalbare woningen die geschikt zijn voor kleine huishoudens. Op navolgende afbeelding is de inrichtingsschets weergegevenmet daarop de mogelijke verdeling van de woningen.

7

Inrichtingsplan met daarop de bouwgrens voor de woningen (Bron: gemeente Zevenaar)).

Aansluiten op het bestaande groen Het plan voorziet in het behoud en het versterken van de bestaande boomstructuren .. Het plangebied wordt omringd door bomen en groen. Op deze wijze gaat de bebouwing op in het groen. In het plangebied is een collectieve buitenruimte beoogd, waardoor de verblijfswaarde hoog is. Door het plangebied is een doorgang voor voetgangers beoogd.

8

3

Beleidskader

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) bepaalt welke kaderstellende uitspraken van het kabinet bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Het gaat onder meer om nationale belangen als Rijksvaarwegen, Defensie, Ecologische Hoofdstructuur (thans: Natuurnetwerk Nederland), Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, Hoofdwegen en hoofdspoorwegen, Elektriciteitsvoorziening, Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen en Primaire waterkeringen. Slechts daar waar een directe doorwerking niet mogelijk is, bij de Ecologische Hoofdstructuur (thans: Natuurnetwerk Nederland) en bij de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, is gekozen voor indirecte doorwerking via provinciaal medebewind. Ten aanzien van de begrenzing van de EHS (thans: NNN) is bepaald dat niet het rijk, maar de provincies die grenzen (nader) bepalen. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte.

Toetsing Het plan raakt geen van de nationale belangen en is niet in strijd met het gestelde in de SVIR en het Barro.

3.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking Vanuit het rijk wordt een zorgvuldig gebruik van de schaarse ruimte bevorderd. Hiervoor is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd en als procesvereiste opgenomen in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het doel dat hiermee wordt beoogd is het stimuleren van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en het bewerkstelligen van een goede ruimtelijke ordening. Onder meer door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden, het bevorderen van vraaggerichte programmering en het voorkomen van overprogrammering. Met de ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke besluiten nagestreefd. Een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet daarom altijd worden afgewogen en gemotiveerd. Daarbij moet een beschrijving worden gegeven van de behoefte aan de betreffende ontwikkeling. Als de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied mogelijk wordt gemaakt, moet worden gemotiveerd waarom de ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied wordt voorzien.

9

Toetsing Uit jurisprudentie blijkt dat een woningbouwplan dat voorziet in de ontwikkeling van 12 woningen of meer wordt aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling 1. Op de gronden waar de woningen zijn geprojecteerd geldt reeds een woonbestemming. De Ladder van duurzame verstedelijking is van toepassing als een planologisch besluit voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Indien een nieuw bestemmingsplan ten opzichte van het vorige niet in meer bouwmogelijkheden voorziet dan het vorige plan, ook al waren die oude mogelijkheden niet benut, dan voorziet het nieuwe plan niet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Voorliggend plan voorziet niet in een wijziging van functies. Met dit bestemmingsplan worden welliswaar meer woningen mogelijk gemaakt binnen het plangebied van dit bestemmingsplan maar in het totaal worden en niet meer woningen mogelijk gemaakt dan in het voorheen geldende bestemmingsplan mogelijk was. In het bestemmingsplan ‘Groot Holthuizen en Hengelder II’ is namelijk vastgelegd dat er tot 1.500 woningen mogen worden gerealiseerd in de wijk Groot Holthuizen, zoals vastgelegd in de bestemming ‘Wonen – uit te werken’. Met de ontwikkelingen in de wijk Groot Holthuizen zullen in totaal niet meer dan 1.500 woningen worden gerealiseerd. Op dit moment zijn er 1.200 woningen gerealiseerd.

Met de ontwikkeling van De Holtkamp (het gehele buurtschap) worden nog eens circa 180 woningen toegevoegd, waarmee het totale aantal woningen 1.380 bedraagt. Aangezien De Holtkamp het laatste te realiseren buurtschap in Groot Holthuizen vormt, wordt de grens van 1.500 woningen niet overschreden. Conform jurisprudentie geldt dan ook dat dit bestemmingsplan geen nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maakt in de zin van artikel 3.1.6, tweede lid van het Bro, zodat reeds daarom die bepaling niet van toepassing is. Op basis hiervan hoeft het plan niet te worden getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Dit laat echter onverlet dat in het kader van een goede ruimtelijke ordening bij de vaststelling van het bestemmingsplan beoordeeld dient te worden of de toegekende bestemming uitvoerbaar is. In dat kader wordt getoetst aan het woonbeleid / woningbouwprogramma, zoals opgenomen in paragraaf 3.3 en 3.4. Conclusie Dit plan is niet in strijd met de Ladder voor duurzame verstedelijking en het rijksbeleid.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie en -verordening Gelderland Op 19 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. Sinds 1 maart 2019 is deze Omgevingsvisie van kracht. De provincie heeft in de Omgevingsvisie een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal gesteld. − Gezond en veilig. Dat is een gezonde leefomgeving, schone en frisse lucht, een schoon milieu, een niet vervuilde bodem, voldoende schoon en veilig (drink)water, 1

Zie hiervoor de uitspraak van de ABRvS d.d. 25 maart 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:953). 10

bescherming van onze flora en fauna. Dat is voorbereid zijn op klimaatverandering, zoals hitte, droogte, bosbranden en overstromingen. En, dat is aandacht hebben voor verkeersveiligheid en veilige bedrijvigheid. − Schoon en welvarend. Dat is een dynamisch, duurzaam en aantrekkelijk woon-, werk- en ondernemersklimaat, goed bereikbaar en met een goed functionerende arbeidsmarkt en dito kennis- en onderwijsinstellingen. Maar dat is ook: het tegengaan van schadelijke uitstoot, afval en uitputting van grondstoffen. En: het investeren in nieuwe, alternatieve vormen van energie. Onderdeel van de Omgevingsvisie zijn diverse thematische visieschetsen met de volgende thema’s: − Energietransitie: van fossiel naar duurzaam. − Klimaatadaptie: omgaan met veranderend weer. − Circulaire economie: sluiten van kringlopen. − Biodiversiteit: werken met de natuur. − Bereikbaarheid: duurzaam verbonden. − Vestigingsklimaat: een krachtige, duurzame topregio. − Woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam. De Omgevingsvisie bevat de strategische ambities voor de lange termijn. De Omgevingsverordening wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal.

De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, mobiliteit en bodem. De verwachting is dat de Omgevingsverordening op termijn alle regels zal gaan bevatten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Toetsing In een bestemmingsplan worden nieuwe woonlocaties en de daar te bouwen woningen slechts toegestaan wanneer dit past in de regionale woonagenda. In paragraaf 3.3.1 is aangegeven dat het plan in overeenstemming is met de regionale woonagenda. Verder geldt dat het plan bijdraagt aan de doelstellingen voor de ruimtelijke kwaliteit en een goede woon- en leefkwaliteit en aan het verbeteren van het draagvlak van voorzieningen in de kernen. Daarnaast wordt ingespeeld op de woningkwaliteiten die actueel zijn.

Voor De Holtkamp (het gehele buurtschap) is een inrichtingsplan gemaakt met een gedifferentieerd woningaanbod, met kansen voor betaalbare en levensloopbestendige woningen. Dit betekent huisvestigingsmogelijkheden voor

11

starters, gezinnen en senioren. Door het te realiseren groen wordt een goede overgang gecreëerd naar het buitengebied die tevens goed aansluit op de naastgelegen bebouwing. Ook is sprake van een ontwikkeling die past binnen de uitgangspunten van de verordening.. De locatie binnen woonwijk Groot Holthuizen vormt al geruime tijd een beoogde woningbouwlocatie. Door de realisatie van het buurtschap De Holtkamp bestaat de mogelijkheid om de wijk en daarmee de stad Zevenaar af te ronden. Conclusie Dit plan is niet in strijd met het provinciaal beleid.

3.3

Regionaal beleid

3.3.1

Regionale Woonagenda 2017-2027 en Liemerse Woonagenda 2020 - 2025 De Liemerse gemeenten Duiven, Doesburg, Montferland, Rijnwaarden, Westervoort en Zevenaar hebben samen met de provincie gewerkt aan een nieuwe, kwalitatieve woonagenda. Het resultaat is een woonagenda met als titel ‘Het recept van de Liemerse Woonagenda 2017 – 2027’. Op 14 november 2017 hebben Gedeputeerde Staten (GS) de Liemerse Woonagenda vastgesteld. Kwaliteit als vertrekpunt Via zeven uitgangspunten geven de Liemerse gemeenten richting aan de ontwikkeling van de woningmarkt in de regio. Zo is er speciale aandacht voor transformatie van bestaande gebouwen en locaties tot woningen. Nieuwbouw vindt bij voorkeur plaats binnen de bestaande woonkernen. Kleinschalige plannen vormen daarbij het uitgangspunt. Ook wordt ruimte geboden voor maatwerk in de verschillende dorpskernen. De gemeenten willen dat oude woningbouwplannen, die niet van de grond komen, goede nieuwe woningbouwplannen niet in de weg zitten. Bovendien zal extra aandacht worden geschonken aan verduurzaming en vernieuwing van de bestaande woningvoorraad. Programmeren vanuit regionale behoefte De regionale woningbouwafspraken zijn tot stand gekomen op basis van uitgevoerd onderzoek naar de toekomstige woonbehoeftes in de Liemers (Primos). De gemeenten kiezen er voor om behoedzaam te programmeren en flexibiliteit bij planvorming in te bouwen.

Hierdoor is er ruimte gecreëerd om - onder regionale voorwaarden - goede plannen voor de regio te realiseren. De prognosecijfers laten voor de Liemers een groei zien van 2.800 huishoudens voor de periode 2017-2027. De regionale afspraken, in deze Woonvisie, zijn gemaakt op basis van een behoefteonderzoek naar woningen in de Stadsregio. Het college van B&W van gemeente Zevenaar heeft deze prognose afgezet tegen de harde plancapaciteit in de gemeente. Daarbij is tevens gekeken naar het huidige woningaanbod in de gemeente én de noodzaak tot aanpassing van dit aanbod op basis van woonwensen in de gemeente. De gemeente Zevenaar heeft twee grote uitbreidingslocaties: Groot Holthuizen en het BAT-terrein.

12

Stoplichtmodel De lijst met zogenaamde Groene plannen voldoet aan de ladder voor duurzame verstedelijking en een goede ruimtelijke ordening en is daar door de provincie op getoetst. De groene plannen, zijn in overeenstemming met de Primos prognose. Als deze plannen nog niet juridisch hard zijn kan bij de onderbouwing van de plannen verwezen worden naar deze afspraak. Oranje plannen zijn projecten op locaties die gemeenten niet direct in ontwikkeling willen of kunnen nemen, maar waar wel de wens is om daar op korte of langere termijn woningbouw te realiseren. Indien dit juridisch harde plannen betreft, spant de gemeente zich maximaal in om te voorkomen dat deze plannen ontwikkeld worden, tenzij een gemeente besluit deze projecten van Oranje naar Groen te verschuiven. Gemeenten die juridisch harde plannen op Rood zetten spannen zich maximaal in om de ontwikkeling van deze plannen te voorkomen en uiteindelijk de planologische ruimte voor deze plannen weg te nemen. De Duiven, Doesburg, Montferland, Rijnwaarden, Westervoort en Zevenaar hebben samen met de provincie gewerkt aan een nieuwe, kwalitatieve woonagenda. Het resultaat is een woonagenda met als titel ‘Het recept van de Liemerse Woonagenda 2017 – 2027’. Op 14 november 2017 hebben Gedeputeerde Staten (GS) de Liemerse Woonagenda vastgesteld.

In oktober 2020 hebben de Wethouders Wonen van de Liemerse gemeenten een aangepaste koers vastgesteld, de ‘Liemerse Woonagenda 2020 - 2025’. De uitgangspunten uit de Liemerse Woonagenda zijn hierbij nog steeds relevant, al is er sprake van een accentverschuiving. Zo wordt nu sterker ingezet op bouwen naar behoefte (zowel kwalitatief als kwantitatief) en is besloten om af te stappen van harde afspraken over het aantal te bouwen woningen. Bovendien is een beter inzicht verkregen in de vraag en aanbod in de Liemers. Dat alles is verwerkt in de aangepaste koers. Toetsing In de woonagenda wordt specifiek ingegaan op de locatie Groot Holthuizen. In de woonagenda uit 2017 zijn twee deelgebieden van Groot Holthuizen (ongeveer 300 woningen) uit het woningbouwprogramma gehaald (op ‘rood ’gezet), omdat men overaanbod wilde voorkomen. In de Woonagenda 2020 - 2025 is vastgelegd dat De Holtkamp (circa 160 woningen) alsnog op korte termijn ontwikkeld wordt en dat daarnaast wordt gestart met het deelgebied Het Hof. Daarmee past voorliggende ontwikkeling binnen de uitgangspunten zoals gesteld in de regionale woonagenda. Conclusie Dit plan is niet in strijd met het regionaal beleid.

13

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Structuurvisie Zevenaar Op 20 februari 2013 heeft de gemeenteraad de structuurvisie ‘Samen kijken naar de toekomst 2012-2030’ vastgesteld. In de structuurvisie wordt ingezet op een vijftal hoofdopgaven: − versterken van de identiteit van Zevenaar met aandacht voor de diversiteit in landschappen, kernen en functies; − voldoende plek voor stedelijke ontwikkelingen tot 2030; − behoud van kwalitatief goede woon- en werkgebieden en goede voorzieningen; − tegengaan van versnippering van de leefomgeving incl. het leefbaar houden van de kernen; − nadrukkelijker inzetten op een duurzame ontwikkeling. De opgaven worden benaderd vanuit de drie kernwaarden: 'verbinden', 'diversiteit' en 'kwaliteit'. Deze kernwaarden vormen de rode draad van waaruit de gemeente Zevenaar de komende jaren werkt. Toetsing

Uitsnede structuurvisiekaart met daarop het plangebied globaal rood omlijnd (Bron: gemeente Zevenaar).

Binnen de structuurvisie is buurtschap De Holtkamp grotendeels gelegen binnen 'nieuw wonen kernen' en is hierbij aangeduid als woningbouwlocatie 2010-2030. Voor wonen streeft de gemeente ernaar om een aantrekkelijke woongemeente voor verschillende doelgroepen/leefstijlen en leeftijdsgroepen te zijn. Dit betekent dat er sprake is van een divers en onderscheidend aanbod aan woonmilieus en een kwalitatief goede woningvoorraad, met voldoende aanbod om in de behoefte te

14

voorzien. De samenstelling van de woningvoorraad draagt bij aan de sociale binding van de mensen aan de 'gemeenschap' in de wijken, buurten en dorpen. Met betrekking tot het aspect wonen zijn de volgende hoofddoelen geformuleerd voor Groot Holthuizen (waartoe De Holtkamp behoort): − voldoende passende woonruimte, aansluitend op de bevolkingsontwikkeling en inzetten op het vergroten van het aandeel vestigers ter ondersteuning van het behoud van de streekfunctie van het voorzieningenapparaat; − Het behouden en realiseren van goed bereikbare woongebieden; − Het behouden en waar noodzakelijk versterken van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving; − Het bieden van de juiste condities voor levensloopbestendige wijken en dorpen; − Inspelen op veranderende vragen; − Aansluiten bij de vraag naar diverse woonmilieus. Deze hoofddoelen sluiten aan bij hetgeen geformuleerd in de gemeentelijke structuurvisie. 3.4.2

Woonvisie Gemeente Zevenaar 2015-2025 Het woonbeleid van de gemeente is vastgelegd in de Woonvisie Gemeente Zevenaar 2015-2025 “samen werken aan een aantrekkelijke toekomst". In de Woonvisie ligt de focus op de drie belangrijkste opgaven: − het aantrekkelijk houden van de bestaande woningvoorraad; − het verbeteren van de positie van doelgroepen met een kwetsbare positie − bewaken dat de woningbouw aansluit bij de behoefte: om de potentiële groei maximaal op te vangen én tegelijkertijd het voorkomen van overaanbod. De gemeente laat in principe de markt aan zet bij het bepalen van de gewenste woningtypen. In paragraaf 3.3 is reeds aangetoond dat de beoogde ontwikkeling in lijn is met de Regionale Woonagenda. Conclusie Dit plan is niet in strijd met het gemeentelijk beleid.

3.5

Conclusie De gewenste ontwikkeling, zoals beschreven in deze toelichting, past in het beleid op zowel landelijk-, provinciaal-, regionaal als gemeentelijk niveau.

15

4

Onderzoek en uitvoerbaarheidsaspecten Bij het opstellen van een bestemmingsplan is het verplicht om te bekijken in hoeverre de voorgenomen ontwikkeling gevolgen kan hebben op de aspecten: milieu, ecologie, water, archeologie en cultuurhistorie. In dit hoofdstuk is beschreven wat de gevolgen van dit plan kunnen zijn op die aspecten en is een planologische verantwoording gegeven. Ook is er een watertoets opgenomen. Voor (een deel van) de onderzoeken is de totale ontwikkeling van 180 woningen in De Holtkamp onderzocht.

4.1

Milieueffectrapportage Algemeen In het Besluit m.e.r. staat wanneer een m.e.r. of (vormvrije) m.e.r.-beoordeling aan de orde is. De activiteit die het project mogelijk maakt en het besluit over de activiteit zijn daarbij bepalend. In de onderdelen C en D in de bijlage bij het Besluit m.e.r. (hierna: C- en D-lijst) staat of sprake is van m.e.r.-plicht of een (vormvrije) m.e.r.beoordelingsplicht. Per categorie van activiteiten is een drempelwaarde voor de omvang van de activiteit gegeven.

Schema m.e.r.-plicht vanwege Besluit m.e.r. (Bron: www.Infomil.nl)

Bovenstaande afbeelding laat zien dat wanneer een besluit over een activiteit die boven de C-drempel blijft voor dat besluit een m.e.r.-plicht geldt. Tussen de C- en Ddrempel geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht. Als een activiteit onder de drempelwaarden blijft uit onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r., betekent dit echter niet dat er geen beoordeling meer nodig is. De drempelwaarden zijn namelijk indicatieve waarden (zie artikel 2, lid 5, onder b van het Besluit m.e.r.). Dit betekent concreet dat wanneer de omvang van de activiteit onder de drempelwaarden blijft, het bevoegd gezag zich ervan moet vergewissen of de activiteit daadwerkelijk geen belangrijke nadelige milieugevolgen kan hebben. Hierbij moet in het bijzonder worden nagegaan of sprake is van de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de Europese Richtlijn betreffende de milieueffectbeoordeling. Onder de D-drempel moet het bevoegd gezag dus via een vormvrije beoordeling nagaan of een formele m.e.r.-beoordeling nodig is. Dit ziet op de besluiten op grond waarvan de activiteit direct kan worden uitgevoerd. − In een m.e.r.-beoordeling bekijkt het bevoegd gezag of een project mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. Als dat zo is, moet een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Het bevoegd gezag mag de m.e.r.-beoordelingsprocedures ook overslaan en direct de m.e.r.-procedure volgen. 16

− Ook in de vormvrije m.e.r.-beoordeling bekijkt het bevoegd gezag of een project mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. Deze beoordeling is vormvrij: de wet schrijft geen procedure voor. Als belangrijke nadelige gevolgen niet zijn uit te sluiten, dan moet de formele m.e.r.-procedure worden doorlopen. Uiteraard kan ook direct voor een m.e.r. gekozen worden. Voor plannen, die een kader vormen voor een activiteit waarvoor op grond van de bijlage bij het Besluit m.e.r. een m.e.r. moet worden doorlopen dan wel een formele m.e.r.-beoordeling moet worden opgesteld, moet een planMER worden opgesteld. Toetsing In buurtschap De Holtkamp (het gehele buurtschap) zijn in totaal circa 180 woningen beoogd. Gelet op de relatief geringe omvang van het plan, ruim onder de drempelwaarden (< 2.000 woningen), en de ligging van het plan worden geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu verwacht. Het plan betreft geen stedelijk ontwikkelingsproject. Het milieubelang wordt in dit bestemmingsplan in de navolgende paragrafen afgewogen. Gelet op het kleinschalige karakter is uit te sluiten dat er significante gevolgen als gevolg van dit plan plaatsvinden. Een passende beoordeling op basis van de Wet natuurbescherming is niet nodig waardoor het plan om die reden geen m.e.r-plicht heeft. Ook een nadere beoordeling in een m.e.r-beoordeling of planm.e.r. is niet noodzakelijk.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Zevenaar&id=964e5cd0-a82e-4468-a872-8aeed647a908