CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

Taalaanpak 2020 - 2024

Overige evenementen 3 oktober 2024, gemeente ZeistBij agendapunt: Stukken10.318 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Taalaanpak Zeist augustus 2020

2020 - 2024

Colofon Uitgave Gemeente Zeist Bij het ontwikkelen van Taalaanpak Zeist is dankbaar gebruik gemaakt van De Taalspiraal, Beleidskader Taal in Rotterdam

Fotografie Willem Jan Ritman foto wethouder Laura Hoogstraten

Illustraties Gemeente Rotterdam (p. 15 en 19)

Inhoud Voorwoord Wethouder Laura Hoogstraten……………………………………………...........................5 1

Inleiding: Taal en Meedoen in Zeist ............................................................................................. 6

2

Zeist en Taal ................................................................................................................................... 7

3

4

2.1

Laaggeletterdheid ----------------------------------------------------------------------------------------------- 7

2.2

…in Zeist ---------------------------------------------------------------------------------------------------------- 8

2.3

De gevolgen ----------------------------------------------------------------------------------------------------- 10

2.4

Over wie hebben we het? ------------------------------------------------------------------------------------ 10

Ambities en doelstellingen. Wat willen we bereiken? ............................................................. 12 3.1

Kwantitatieve doelstelling: hoeveel willen we bereiken? --------------------------------------------- 12

3.2

Kwalitatieve doelstelling: hoe goed moet het zijn? ---------------------------------------------------- 12

3.3

Doelstelling netwerkpartners: met wie gaan we het doen? ------------------------------------------ 13

Visie en aanpak. Taal voor iedereen. ......................................................................................... 14 4.1 Drie hoofdlijnen voor het beleid ---------------------------------------------------------------------------- 14 4.1.1 Hoofdlijn 1. We kiezen voor een levensloopbenadering ...................................................... 14 4.1.2 Hoofdlijn 2. We sluiten aan op de intrinsieke motivatie van mensen ................................... 16 4.1.3 Hoofdlijn 3. We geven ruimte aan nieuwe ideeën ................................................................ 16 4.2 De aanpak. Hoe gaan we het doen? ---------------------------------------------------------------------- 16 4.2.1 We kiezen voor een positieve toon ...................................................................................... 16 4.2.2 We bieden een bereikbaar aanbod met goede kwaliteit ...................................................... 16 4.2.3 We organiseren dichtbij ........................................................................................................ 17 4.2.4 We werken samen met (nieuwe) externe partners .............................................................. 18 4.2.5 We benutten de inzet van taal op andere beleidsterreinen ..................................................

18 4.2.6 We geven als gemeente het goede voorbeeld ..................................................................... 20

5

6

De vier sporen voor taal .............................................................................................................. 21 5.1

Taal en Ontwikkeling ------------------------------------------------------------------------------------------ 21

5.2

Taal en Geld ---------------------------------------------------------------------------------------------------- 23

5.3

Taal en Werk ---------------------------------------------------------------------------------------------------- 24

5.4

Taal en Gezondheid------------------------------------------------------------------------------------------- 25

De volgende stap: taalaanpak in uitvoering ............................................................................. 27

Bronnen. ............................................................................................................................................... 28 Bijlage ................................................................................................................................................... 29

Taalaanpak Zeist augustus 2020

3

Van Turkije naar ’s-Gravensande Ik In Turkije Familie, vrienden en de buurman Ik Samen praten, samen werken, samen lachen, Samen drinken, samen eten, Huilen, kussen, omhelzen In Turkije Ik in ’s-Gravensande Alleen Ik Buurman, kom koffie drinken! Dag! Klein praten, kort praten, echt samen praten moeilijk Verdrietig, heimwee, moeilijk In ’s-Gravensande

Navruz Űnal

Taalaanpak Zeist augustus 2020

4

Voorwoord Taal komt overal terug in onze samenleving. Als je boodschappen doet, als je met het openbaar vervoer reist of als je een abonnement afsluit. We hebben er dagelijks mee te maken. Het is niet voor niets dat we taal- en rekenvaardigheden al op de basisschool leren. Het kennen van de taal is een basisbehoefte. Een voorwaarde om mee te kunnen doen in de samenleving. Hoe beter je de taal beheerst, hoe beter je je omgeving begrijpt. Voor veel mensen is lezen en schrijven niet vanzelfsprekend. Dat levert tal van problemen op. Mensen die laaggeletterd zijn, voelen vaak schaamte. Zij verbergen hun moeite met taal. Vaak hebben zij ook moeite met rekenen en liggen er daardoor nog meer valkuilen op de loer. Denk aan werkloosheid, schulden en armoede. En dat kan weer gezondheidsproblemen en stress veroorzaken. Of beperkingen in de persoonlijke ontwikkeling. Meestal geven mensen niet uit zichzelf aan dat ze hulp nodig hebben. Al met al een negatieve spiraal die we willen doorbreken. Ik weet uit eigen ervaring dat moeite met taal invloed heeft op je welbevinden. Door mijn dyslexie kost taal mij veel energie. Waar het beheersen van de taal voor veel mensen vanzelf gaat, ligt er voor mij een drempel. Dat maakt me onzeker.

Lees ik het nu wel goed? Lukt iets voorlezen me wel zonder haperen? Ben ik nu het middelpunt van grappen en kritiek? Wat de oorzaak ook is van laaggeletterdheid, het is een probleem dat we kunnen aanpakken. Er wordt al veel gedaan aan taaleducatie en taalondersteuning, maar nog onvoldoende efficiënt en effectief. Zo moeten laaggeletterde statushouders een beroep doen op vrijwilligers om Nederlands te leren, terwijl de hoogopgeleiden onder hen les krijgen van professionele leerkrachten. De gemeenteraad en de samenleving voelen de urgentie om samen aan de slag te gaan. Vanuit een visie en werkwijze en samen met de partners in het netwerk. We gaan de komende tijd de Taalaanpak verder uitwerken en meer samenhang aanbrengen in de werkwijze. Hierbij is de gemeente Rotterdam een voorbeeld voor ons. Het beleidskader ‘De Taalspiraal’ heeft vele Rotterdammers geholpen hun Nederlandse taal te verbeteren en mee te kunnen doen in de maatschappij. Veel dank aan wethouder Taal Judith Bokhove voor de kennis en de inspiratie! Wij in Zeist gaan efficiënter en effectiever het aanbod afstemmen op de vraag. Bijvoorbeeld door op logische plekken en momenten in contact te zijn met de mensen die het nodig hebben. Om hen te motiveren de Nederlandse taal onder de knie te krijgen. En hen zo de kans te bieden om mee te doen in Zeist.

Dát is de moeite waard! Laura Hoogstraten Wethouder Wonen, Meedoen, Jeugd en Onderwijs

Taalaanpak Zeist augustus 2020

5

1

Inleiding: Taal en Meedoen in Zeist

Zeist wil dat iedereen kan meedoen in de samenleving. Het college noemt dit al in het Hoofdlijnenakkoord. We horen dit ook nadrukkelijk terug in de Maaltijd van Zeist en vanuit de gemeenteraad. Elke inwoner kan eigen keuzes maken: weinig of veel meedoen, als aardige buurman of als betrokken kleuterjuf. Hoe je meedoet, moet bij je passen en je moet de ruimte krijgen. Maar het belangrijkste is: meedoen moet je ook wel kúnnen. Voor meedoen is taal een basisvoorwaarde en veel inwoners kunnen niet meedoen omdat ze een taalachterstand hebben. Met Taalaanpak Zeist wil de gemeente vaart maken in de bestrijding van taalachterstanden, zodat alle inwoners daadwerkelijk kunnen participeren in de Zeister samenleving. Taalaanpak Zeist raakt vele inwoners en organisaties in de gemeente en bestrijkt meerdere jaren. Dit document dient als beleidskader voor nieuw taalaanbod. We geven onze visie op taal en taalachterstand in hoofdstuk 2. In hoofdstuk 3 komen onze doelstellingen aan bod en in 4 de hoofdlijnen van Taalaanpak. In hoofdstuk 5 komen de voorgaande hoofdstukken samen in een integrale aanpak voor de sporen Ontwikkeling, Geld, Werk en Gezondheid. Tot slot schetsen we in hoofdstuk 6 onze wensen voor cocreatie met onze lokale partners. De Taalaanpak staat nadrukkelijk op de agenda van dit college. Onze plannen voor de komende tijd geven de urgentie aan die wordt gevoeld.

We delen graag hoe we op het gebied van taalachterstand gaan zorgen voor een positieve trendbreuk in Zeist.

Taalaanpak Zeist augustus 2020

6

2

Zeist en Taal

2.1

Laaggeletterdheid

Raar woord eigenlijk, ‘laaggeletterdheid’. Wat bedoelen we er precies mee? We noemen iemand laaggeletterd als hij of zij moeite heeft met lezen, schrijven, rekenen en/of digitale vaardigheden. En daardoor tegen allerlei grote of kleine problemen aanloopt in onze samenleving. Iemand kan bijvoorbeeld de bijsluiter van een recept niet goed ontcijferen. Of niet lezen wat er op de borden staat op het Centraal Station. Of wat er precies gevraagd wordt in een vacaturetekst. In Nederland is bijna 12 procent van de mensen tussen de 16 en 65 jaar laaggeletterd1. Het niveau van de basisvaardigheden waar ze over beschikken ligt onder ‘2F’, het niveau dat je normaal gesproken hebt aan het einde van het vmbo of mbo 1, 2 of 3. Er kunnen allerlei redenen zijn waarom mensen laaggeletterd zijn. Soms heeft het met aanleg te maken. Soms juist met aanbód. Bijvoorbeeld omdat ouders ook laaggeletterd zijn. Of omdat mensen uit een ander land komen en de Nederlandse taal nog moeten leren. Die achterstand in taalbeheersing wordt vaak weer doorgegeven aan de kinderen. Je zou kunnen zeggen dat laaggeletterdheid in zekere zin erfelijk is. Hoe dan ook, als iemand laaggeletterd is, heeft dat vaak grote gevolgen. Mensen ervaren problemen met hun werk, met hun financiën en vaak ook met hun gezondheid, doordat ze allerlei tips en aanwijzingen niet goed begrijpen.

De maatschappelijke kosten van laaggeletterdheid bedragen in Nederland ruim 1 miljard euro per jaar2. Uit onderzoek blijkt dat inkomen en laaggeletterdheid met elkaar te maken hebben. De kans op een lager inkomen en zelfs op armoede is groter als men laaggeletterd is. Laaggeletterden zijn vaker arm dan niet-laaggeletterden en bijna drie keer zo vaak afhankelijk van een uitkering als niet-laaggeletterden. 37 % van de laaggeletterden behoort tot de laagste inkomensgroep. Armoede kan ook tot laaggeletterdheid leiden. Als kinderen in armoede opgroeien, is er minder geld voor opvoeding en onderwijs, zoals (les)boeken, bijlessen en sociale activiteiten zoals sport. En als er armoede is, kunnen ouders vaak minder aandacht aan hun kinderen geven, zoals dagelijks voorlezen of helpen met schoolwerk. Hierdoor ontstaat gemakkelijk een vicieuze cirkel: armoede leidt tot laaggeletterdheid en dit leidt tot grotere armoede. Het is belangrijk deze vicieuze cirkel te doorbreken. Veel laaggeletterden zijn laag opgeleid en hebben geen startkwalificatie. In de gemeente Zeist zijn 2640 niet-werkende werkzoekenden van 15 tot 65 jaar bij het UWV geregistreerd3. Van de WW-gerechtigden binnen deze groep is 22 % laag opgeleid, zonder startkwalificatie. Onder de bijstandsgerechtigden heeft 70% geen startkwalificatie. Taal en gezondheid hebben veel met elkaar te maken.

Laaggeletterden zijn in veel opzichten minder gezond dan mensen die goed kunnen lezen en schrijven. Het begrijpen van informatie over gezondheid, ziekte en zorg is vaak moeilijk voor laaggeletterden. De gevolgen hiervan voor hun gezondheid zijn groot. 1

Algemene Rekenkamer (2016) PwC, Maatschappelijke kosten laaggeletterdheid (2018) 3 UWV Rapportenportaal, cijfers 2019, raadpleging 2020 2

Taalaanpak Zeist augustus 2020

7

Laaggeletterdheid gerelateerd aan gezondheidszorg brengt landelijk jaarlijks zo’n 127 miljoen aan kosten met zich mee door meer bezoeken aan huisarts en ziekenhuis4. Taalverbetering heeft invloed op de gezondheid en gezondheidsvaardigheden van laaggeletterden. Gerichte taalcursussen leveren gezondheidswinst op voor deelnemers en lagere zorgkosten voor de samenleving5.

2.2

…in Zeist

In Zeist is 9 procent van de bevolking laaggeletterd6. Dat is lager dan het landelijk gemiddelde, maar hoger dan gemiddeld in regio Midden Utrecht (5 – 8 %). We hebben het dan over 4300 mensen. De oorzaken van laaggeletterdheid zijn divers. Voor een deel komt het doordat ouders niet konden doorleren en bijvoorbeeld al jong gingen werken. Dat heeft vaak ook invloed op het opleidingsniveau en de arbeidsmarktpositie van hun kinderen. Maar het heeft ook te maken met de herkomst van een deel van de Zeistenaren. Onze gemeente telt aardig wat verschillende nationaliteiten. Voor veel inwoners van Zeist is het Nederlands dus een tweede taal die ze onder de knie moeten krijgen. Laaggeletterdheid is niet gelijk verdeeld over de wijken en buurten in Zeist. Exacte aantallen laaggeletterden op buurtniveau zijn voor Zeist niet beschikbaar. Wel kunnen we op grond van andere gegevens een geschraagde schatting doen.

4

Laaggeletterdheid en gezondheid: stand van zaken, Nivel (2015) Factsheet Taal maakt gezonder, stichting Lezen en Schrijven (2017) 6 8 – 11 %, uit: Regionale spreiding van laaggeletterdheid in Nederland, Stichting Lezen en Schrijven / ROA (2016) 5

Taalaanpak Zeist augustus 2020

8

Het kaartje op de vorige bladzij geeft de verdeling van laag opleidingsniveau in de gemeente7. In de donkerblauwe buurten hebben meer bewoners een laag8 opleidingsniveau dan in de buurten met lichtere kleuren. Een paar buurten springen eruit met het relatieve aantal laag opgeleiden. Beukbergen (81 %), De Clomp (52 %) en Staatsliedenkwartier (37 %) wijken het sterkst af van het gemeentelijk gemiddelde (25 %). Een laag opleidingsniveau betekent niet dat men ook laaggeletterd is. Wel is het waarschijnlijk dat in buurten met veel laag opgeleiden ook relatief veel laaggeletterden wonen. Ook laag inkomen hangt samen met laaggeletterdheid. Als gezegd, laaggeletterden zijn vaker arm dan niet-laaggeletterden en bijna drie keer zo vaak afhankelijk van een uitkering als niet-laaggeletterden. In het kaartje hieronder is de verdeling9 van laag inkomen in Zeist te zien.

7

Gegevens van https://www.cbs.nl/nl-nl/maatwerk/2020/17/opleidingsniveau-naar-gemeenten-wijken-en-buurten, geraadpleegd mei 2020 8 Laag opleidingsniveau = opleiding onder het niveau van een startkwalificatie. 9 www.cbs.nl/nl-nl/maatwerk/2018/30/kerncijfers-wijken-en-buurten-2018, raadpleging mei 2020 Taalaanpak Zeist augustus 2020

9

Met een slag om de arm omdat nader onderzoek nodig is, zijn Beukbergen, De Clomp en Vollenhove10 de buurten waarin veel laaggeletterden lijken te wonen.

2.3

De gevolgen

We zeiden het hierboven al: als mensen laaggeletterd zijn, dan ervaren ze op allerlei gebieden problemen. Ze komen niet of heel moeilijk aan werk, hebben vaak problemen met het bijhouden van hun administratie, kunnen brieven niet lezen, kunnen ook aanwijzingen van de dokter of het ziekenhuis niet goed volgen en ga zo maar door. Het is dan ook geen toeval dat de wijken waar het percentage het hoogst is, ook het meest te kampen hebben met armoede. Hetzelfde geldt voor de levensverwachting. Laaggeletterden leven flink wat jaren korter dan niet-laaggeletterden11. De maatschappelijke kosten voor Zeist zijn dan ook hoog. Denk daarbij aan uitkeringen maar ook aan hogere kosten voor armoedebestrijding en maatschappelijke ondersteuning.

2.4

Over wie hebben we het?

Je kunt mensen die laaggeletterd zijn onmogelijk over één kam scheren. Ze zijn in ieder geval lang niet altijd analfabeet. Veel laaggeletterden kunnen wel lezen en schrijven, maar niet op een niveau om volwaardig mee te kunnen doen. Ze hebben bijvoorbeeld problemen met: • formulieren invullen. Denk aan huur- en zorgtoeslag, belastingaangiften, etc.; • het lezen van straatnaamborden en aanwijzingen in het verkeer en het OV; • voorlezen aan (klein)kinderen; • pinnen en online bankieren; • werken met de computer; • solliciteren; • het begrijpen van informatie over gezondheid en de zorg. Grofweg kun je vier groepen onderscheiden: Nederlanders die hier geboren zijn Landelijk gezien is twee derde van alle laaggeletterden in Nederland geboren. Omdat ze met spreken geen moeite hebben, blijft hun laaggeletterdheid vaak lang onopgemerkt, wat voor extra problemen kan zorgen. “Als ik iemand een ‘beauty’ wil noemen, schrijf ik ‘bjoetie’, dat snapt toch iedereen?” “Vrijgezellige Piet”, vader van drie kinderen

12

10

Inclusief Staatsliedenkwartier en Mooi Zeist Laaggeletterdheid en beperkte gezondheidsvaardigheden vragen om een antwoord in de zorg, Twickler, Th.B. e.a. (2009) ntvg.nl\artikelen 12 De citaten in deze paragraaf zijn overgenomen uit De Taalspiraal, Beleidskader Taal van de gemeente Rotterdam. 11

Taalaanpak Zeist augustus 2020

10

Nieuwkomers De groep mensen die vanuit het buitenland hiernaartoe is gekomen, is heel divers qua afkomst, duur van het verblijf, niveau van taalbeheersing (ook van de eigen taal) en behoefte aan bijscholing in taal. Op grond van de Wet Inburgering zijn deze mensen inburgeringsplichtig. “ Bedankt Bedankt dat je de boom bent die de storm tegenhoudt Bedankt dat je de stem bent die het beest bang maakt Bedankt voor het maken van mijn uitzicht kleurrijk Bedankt om mijn beste vriend te zijn” – Ishmail Kamara, vluchteling

Oudkomers en andere niet-inburgeringsplichtigen Met oudkomers bedoelen we mensen die vanuit het buitenland hiernaartoe zijn gekomen en hier al langere tijd wonen. Ook al hebben ze hun inburgerings-examen gehaald (niveau A213), dan nog zijn ze vaak laaggeletterd. Ook is er een groep met een migratieachtergrond die geen inburgeringsplicht heeft en laaggeletterd is. “Zonder taal kan iemand zich niet redden. Je moet het land begrijpen waar je woont.” – Zinajda, moeder met een tweede moedertaal

Jongeren Jongeren die zonder een startkwalificatie het onderwijs verlaten, zijn vrijwel allemaal laaggeletterd. Door hun beperkte beheersing van de taal zijn hun kansen op de arbeidsmarkt heel klein. Vaak hebben ze te maken met een opeenstapeling van problemen. “Als je iemand ziet, is het meestal ‘fa’ka’ (alles goed), of ‘ik ga loesoe’ (ik ga weg). Straattaal heeft wel z’n momenten. Je moet wel weten met wie je het wel en niet kan spreken. We gebruiken bijvoorbeeld geen straattaal bij volwassenen, op ons werk, stage en met mensen die het zelf ook niet spreken.” – Kayleigh en Latoya

13

Zie bijlage, pagina 8 e.v.

Taalaanpak Zeist augustus 2020

11

3

Ambities en doelstellingen. Wat willen we bereiken?

Dit college wil dat iedereen kan meedoen in Zeist. Het beheersen van de Nederlandse taal is daarvoor een cruciale voorwaarde. Om laaggeletterden en anderstaligen dezelfde kansen te bieden als andere inwoners, is een radicale én integrale aanpak nodig. Als gezegd is de doelgroep heel divers en zijn er dus ook grote verschillen qua behoefte: •

• •

kwalificatie: heeft iemand behoefte aan een taaltraject dat gericht is op het behalen van een diploma of kwalificatie? Of juist aan een traject, waarbij de taalvaardigheid wel wordt vergroot, maar niet tot een diploma leidt ? leergebieden: gaat het om een combinatie van taal, rekenen en/of digitale vaardigheden? Of wil iemand zich op één leergebied ontwikkelen? doelstelling: wat wil iemand met taalverbetering bereiken?

We willen elke inwoner met een taalachterstand een passend taaltraject bieden. We bedoelen daarmee een traject dat vraaggericht is en aansluit bij de individuele behoefte van de deelnemer. Door aan te sluiten bij de eigen motieven van mensen, gaan deelnemers snel resultaat zien en wordt het leereffect groter.

3.1

Kwantitatieve doelstelling: hoeveel willen we bereiken?

Voor 2024 willen we 1000 inwoners een geslaagd taaltraject laten doen. Dat is een forse inspanning als we kijken naar het aantal mensen dat voorheen in Zeist een taaltraject volgde. De belangrijkste verschillen zijn: • • •

voor de laaggeletterden in Zeist is weinig aanbod beschikbaar geweest. Recent is al gestart met kort themagericht aanbod en langer durende trajecten; anderstalige inwoners die niet (meer) inburgeringsplichtig zijn, waren veelal aangewezen op taalactiviteiten van 1 à 2 uur per week; inburgeraars vallen vanaf medio 2021 weer onder de verantwoordelijkheid van de gemeente en zijn daarmee ook doelgroep van de Taalaanpak.

We gaan de komende drie jaar dus veel meer taaltrajecten aanbieden. Daarmee willen we deuren openen voor Zeistenaren die door hun taalachterstand belemmeringen ondervinden.

3.2

Kwalitatieve doelstelling: hoe goed moet het zijn?

Kwantiteit is niet alles, we willen ook dat de deelnemers hun taaltrajecten succesvol afronden en er tevreden over zijn. We streven ernaar dat minimaal 80% van de deelnemers het taaltraject succesvol afrondt en dat 80% het ook een positieve waardering geeft. Om de kans op succes te vergroten, willen we kwalitatief goed aanbod realiseren.

Taalaanpak Zeist augustus 2020

12

Voor kwaliteit en effectiviteit hanteren we de volgende vuistregels14: 1. Laat de taaltrajecten uitvoeren door geschoolde professionals. 2. Bied maatwerk op leerpotentie: de ene deelnemer heeft meer ondersteuning van een docent nodig dan de andere. Voor laaggeletterden is zelfstandig werken aan leertaken een lastige klus. Ze kunnen het echter wel leren. 3. Bied maatwerk op doelstelling: zorg dat deelnemers vaardigheden leren die ze direct in hun dagelijks leven kunnen gebruiken. En laat ze dit ook bewust ervaren. 4. Bied maatwerk op niveau: laat deelnemers die dat kunnen en willen, afronden op het hoogst haalbare niveau of diploma. Voor anderen is juist ruimte nodig om zich praktisch te ontwikkelen, zonder kwalificerend einddoel. 5. Kies voor lokaal aanbod waar het moet en regionaal aanbod waar het kan. Nabijheid van taaltrajecten is het streven, maar in Zeist is dat niet voor iedereen te realiseren. Voor laaggeletterden en laag opgeleiden is nabij aanbod voorwaardelijk voor succesvolle afronding. Goed opgeleide nieuwkomers zijn beter in staat om naar de centrumgemeente te reizen. 6. Bied ondersteuning door geschoolde taalvrijwilligers: zij kunnen een belangrijke rol spelen bij het oefenen in de praktijk van werk, winkel en school.

3.3

Doelstelling netwerkpartners: met wie gaan we het doen?

De gemeente kan en wil het niet alleen doen. Onze netwerkpartners - variërend van taalaanbieders tot maatschappelijke organisaties en bedrijven - zetten zich in voor het verbeteren van het taalniveau in onze gemeente, of het nu gaat om het eigen personeel of hun cliënten of patiënten. Wij willen het netwerk in de gemeente versterken. Een van de doelen daarbij is dat laaggeletterden makkelijker en sneller zullen worden verwezen naar een passend taaltraject. Het belang is groot: het succes van kwalitatief goed aanbod valt en staat met het bereiken van de mensen voor wie het is bedoeld. Daarvoor hebben wij als gemeente de partners hard nodig. Ook gaan wij met onze partners in gesprek om actie te ondernemen in de bestrijding van laaggeletterdheid. Wij gaan ze nadrukkelijk uitnodigen om de taalbeheersing van laaggeletterden in hun eigen organisatie te verbeteren.

14

Zie bijlage Taal voor iedereen

Taalaanpak Zeist augustus 2020

13

4

Visie en aanpak. Taal voor iedereen.

4.1

Drie hoofdlijnen voor het beleid

De uitdaging waar we in Zeist voor staan, vraagt om een integrale aanpak. We zullen moeten werken aan het voorkómen van laaggeletterdheid, het vroegtijdig signaleren ervan en aan het effectief bereiken van veel meer inwoners en professionals die er mee te maken hebben. En we zullen dat moeten doen op een manier die verbonden is met alle belangrijke aspecten van hun dagelijks leven: hun persoonlijke ontwikkeling van geboorte tot ouderdom, hun werk, hun gezondheid en hun financiële reilen en zeilen. Dit leidt tot drie relatief nieuwe uitgangspunten voor de aanpak van laaggeletterdheid in onze gemeente. Het zijn de hoofdlijnen van het beleid voor de komende jaren. 1. De levensloopbenadering. We richten ons op alle leeftijden. 2. We willen aansluiten bij wat mensen zelf willen bereiken, op allerlei gebieden. Hun eigen, intrinsieke motivatie vormt het startpunt. 3. We bieden ruimte aan nieuwe ideeën, producten en inzichten. En dus ook aan nieuwe partijen die ons willen helpen om de trendbreuk tot stand te brengen.

4.1.1 Hoofdlijn 1. We kiezen voor een levensloopbenadering Veel taaltrajecten richten zich exclusief op de mensen waarbij een probleem is vastgesteld. Dat is ook hard nodig, maar het gaat voorbij aan iets dat op de lange termijn veel effectiever en goedkoper zal blijken te zijn: preventie en vroegsignalering. Daarom kiezen we in Zeist voor een aanpak waarin de allerjongsten samen met hun opvoeders veel meer aandacht krijgen. Omdat taalontwikkeling meteen na de geboorte begint, is het van belang dat we als gemeente en deelnemende partijen zo snel mogelijk met kinderen en hun opvoeders met taal aan de slag gaan. We laten niet langer kostbare tijd verloren gaan in deze taalgevoelige periode van het leven. Zo gaan we het ‘overerven’ van laaggeletterdheid en de instroom van een nieuwe groep laaggeletterde volwassenen in de toekomst tegen. In alle levensfasen spelen verschillende professionals een belangrijke rol. Voor hele jonge kinderen zijn dat bijvoorbeeld het consultatiebureau en de Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE). Naarmate kinderen ouder worden, komen hier steeds meer natuurlijke partijen en organisaties bij; denk aan scholen en bibliotheek, en weer later het bedrijf waar men gaat werken. Al deze partijen en professionals zullen we (extra) gaan ondersteunen. Zie daarvoor hoofdstuk 5. In Rotterdam wordt al met de levensloopbenadering gewerkt.

Het gemeentelijk beleidskader De Taalspiraal bevat een overzichtelijk schema voor de levensloopbenadering. Omdat dit ook voor Zeist uitstekend bruikbaar is, nemen wij het Rotterdamse schema graag over voor Taalaanpak Zeist. Zie hieronder.

Taalaanpak Zeist augustus 2020

14

Taalaanpak Zeist augustus 2020

15

4.1.2 Hoofdlijn 2. We sluiten aan op de intrinsieke motivatie van mensen Er kunnen allerlei redenen zijn waarom mensen aan de slag willen met hun vaardigheid in de Nederlandse taal. Het krijgen van een baan is een veelgehoorde. Maar goed kunnen communiceren met de school van je kinderen kan er ook een zijn. Net als het kunnen begrijpen van de informatie van allerlei instellingen, van het ziekenhuis tot de Belastingdienst. We willen met onze aanpak inspelen en aansluiten op dit soort motieven, om zo het starten en volhouden van de verschillende taaltrajecten succesvoller te maken. Wat mensen zélf willen bereiken, moet leidend zijn als het gaat om taalleren en taaltrajecten. Dat vraagt wel wat van de trajecten die we aanbieden. Het aanbod moet aansluiten op deze motieven en het moet maatwerk bieden. 4.1.3 Hoofdlijn 3. We geven ruimte aan nieuwe ideeën Laaggeletterdheid is een hardnekkig probleem, ook in Zeist. Een succesvolle aanpak vraagt een open houding. Zeist moet kritisch zijn op bestaande aanpakken en alert zijn op nieuwe inzichten en oplossingen. In het nieuwe beleid bieden we hiervoor ruimte, onder andere door bewezen praktijken van andere gemeentes over te nemen. We zoeken samenwerking met verschillende organisaties in en buiten de gemeente. Lokale partijen die zich hebben bewezen, blijven we uitnodigen om met slimme oplossingen te komen.

Daarnaast gaan we actief op zoek naar partijen die op andere plaatsen al effectieve aanpakken bieden. Dit betekent niet dat alles anders moet: dienstverlening in Zeist die op dit moment goed bevalt, houden we in ere. Het betekent wel dat we meer gaan kijken naar initiatieven elders. We gaan daarom actief op zoek naar goede praktijken die passen bij onze gemeente.

4.2

De aanpak. Hoe gaan we het doen?

Naast deze hoofdlijnen zijn er belangrijke uitgangspunten geformuleerd voor de aanpak in deze komende periode. 4.2.1 We kiezen voor een positieve toon Laaggeletterdheid zit in de taboesfeer. Veel mensen durven er niet voor uit te komen dat ze moeite hebben met lezen en schrijven. Vooral degenen die in Nederland zijn geboren, hebben allerlei manieren ontwikkeld om hun probleem te verbergen. Daardoor is het moeilijk om ze te bereiken. Onderzoek wijst uit dat het problematiseren van het onderwerp niet helpt. Een positieve toonzetting en benadering, gericht op kansen en perspectief, doen dat wel. We erkennen daarmee ook dat laaggeletterden wel degelijk potentie voor ontwikkeling hebben. 4.2.2 We bieden een bereikbaar aanbod met goede kwaliteit De kwaliteit van het aanbod wordt bepaald door de mensen erachter. Bij de taaltrajecten wordt gewerkt met gekwalificeerde docenten en taalvrijwilligers. Gekwalificeerde docenten zijn essentieel voor de kwaliteit die we willen bieden, maar ook voor de intensiteit en de continuïteit die nodig is. De taalvrijwilligers spelen hierbij een ondersteunende (geen vervangende) rol. We maken gebruik van goed getrainde vrijwilligers. Zij zijn van onschatbare waarde bij het verbinden van het in de klas geleerde met de praktijk.

Taalaanpak Zeist augustus 2020

16

Alle taaltrajecten zijn goed bereikbaar; de mensen waarvoor ze worden georganiseerd kunnen er gemakkelijk en betaalbaar naar toe. Goede kwaliteit betekent ook dat het aanbod vraaggericht is: passend en gericht op de (leer)potentie en wensen van de deelnemers. Het levert bovendien concrete, meetbare resultaten op, zowel op het gebied van de taalverbetering als op het behalen van de persoonlijke leerdoelen van de deelnemers. Om maatwerk te bieden naar de behoefte van de cursisten is het taalaanbod divers in opzet, duur en inhoud.

4.2.3 We organiseren dichtbij We organiseren de taaltrajecten en taalactiviteiten in de gemeente zoveel mogelijk dichtbij de mensen: in de buurt en toegankelijk. Samen met de bestaande netwerken en partners -zoals de bibliotheek en welzijnspartijen- gaan we dit realiseren. Signalen vanuit de praktijk kunnen ons helpen de toegankelijkheid en bereikbaarheid nog verder te verbeteren. Het is van belang dat taalcursussen en het andere taalaanbod in de gemeente goed vindbaar en toegankelijk zijn voor laaggeletterden. Het meest actuele taalaanbod gaan we publiceren op relevante websites en via folders en raambiljetten. We gaan dit doen in begrijpelijk Nederlands en in de belangrijkste andere talen in Zeist. Naast informatie op de websites van de gemeente en de bibliotheek, zorgen we ervoor dat mensen de taaltrajecten ook via het taalnetwerk en via natuurlijke en potentiële doorverwijzers kunnen vinden. Deze doorverwijzers gaan we trainen, zodat verwijzingen effectief verlopen. Denk hierbij aan medewerkers bij inloopspreekuren, buurtteams en welzijnsorganisaties. Zij zijn de trekkers van het taalnetwerk en gaan ook monitoren hoeveel mensen zijn doorverwezen naar een ontwikkelend taalaanbod. Niet elk taaltraject kan dichtbij worden aangeboden. Vanaf 2021 zal ook de inburgering weer een taak van de gemeente zijn.

Hoger opgeleide nieuwkomers zullen vaak naar centrumgemeente Utrecht moeten voor een cursus die het beste past. Voor deze mensen overwegen we de mogelijkheid van een reiskostenvergoeding. We willen het bereik van laaggeletterden op verschillende manieren vergroten door actief aandacht te vragen voor taal tijdens lokale evenementen en campagnes. Denk aan de Meet & Greet voor werkzoekenden en werkgevers en de Week van de Alfabetisering. Met Cultuur en Sport gaan we samenwerken om taal ook aandacht te geven bij andere activiteiten. In Beukbergen, Vollenhove en De Clomp zijn de problemen het grootst. In deze wijken wonen relatief veel mensen die door laaggeletterdheid onvoldoende in de samenleving kunnen meedoen. Wij gaan in gesprek met de medewerkers van de buurtteams en de taalinloop over trainingen in het herkennen van laaggeletterdheid en het toeleiden van mensen naar geschikte taaltrajecten. Voor Vollenhove willen we aansluiten bij het programma Vollenhove Vooruit!. Vooruitlopend op de renovatie van de hoogbouw, zullen de wijkteams alle huishoudens bezoeken en ondersteuningsvragen inventariseren. We willen daarin nadrukkelijk de behoefte aan taalscholing meenemen.

Taalaanpak Zeist augustus 2020

17

4.2.4 We werken samen met (nieuwe) externe partners Om zoveel mogelijk mensen te bereiken, zetten we in op een stevig netwerk van lokale partijen. Naast het vergroten van ons bereik, levert deze samenwerking meer voordelen op voor de verschillende partners en de gemeente: • we ontwikkelen op deze manier meer kennis en kunde op het gebied van laaggeletterdheid in de gemeente; • het levert professionals op allerlei terreinen winst op wanneer er sprake is van betere communicatie met laaggeletterden; • we komen tot betere en gerichtere doorverwijzingen; • het levert inspiratie en innovatie op; • het heeft een grotere impact op de gemeente als geheel en de inwoner als individu. Voor een deel van onze partners is taalontwikkeling de kernactiviteit. Dit zijn bijvoorbeeld scholen, logopedisten en taalaanbieders. Ook zijn er instellingen die van nature te maken hebben met taalontwikkeling, zoals de bibliotheek en welzijnsinstelling Meander Omnium. Daarnaast willen we partijen betrekken die pas de laatste jaren actief zijn geworden op dit terrein. Bijvoorbeeld zorgverleners en bedrijven. Het belang van deze partners is heel divers als het gaat om de omgang met laaggeletterdheid. Het kan variëren van het verhogen van de veiligheid van de werknemers tot het verbeteren van het klantcontact, dan wel een betere communicatie met patiënten. Het is zaak om blijvend te investeren in ons netwerk.

Een onderdeel daarvan is dat we streven naar uitbreiding van het netwerk, bijvoorbeeld met het CJG en met verloskundigen en wijkverpleegkundigen, om zo aan de gewenste preventie en vroegsignalering te kunnen werken.

4.2.5 We benutten de inzet van taal op andere beleidsterreinen Als gezegd, laaggeletterdheid hangt samen met tal van andere problemen. Het raakt daarmee ook andere beleidsterreinen. We kiezen voor een integrale aanpak, waarin laaggeletterdheid niet als een geïsoleerd probleem wordt benaderd. In het coalitieakkoord zijn meerdere ambities geformuleerd waarbij het vergroten van de taalvaardigheid van onze inwoners een rol speelt. De integrale aanpak bij taal kan daardoor bijdragen aan het waarmaken van doelstellingen op vele beleidsterreinen. Denk aan: • • • • • •

het vergroten van de kans op een baan; het vergroten van de uitstroom uit de bijstand; het verminderen van het aantal inwoners met problematische schulden en het aantal huishoudens dat langdurig in armoede leeft; het bevorderen van gelijke kansen; het vergroten van de digitale vaardigheden van Zeistenaren, waaronder ouderen; het verbeteren van de gezondheid en het welzijn in onze gemeente; het bevorderen van de integratie en een meer ontspannen manier van samenleven in de stad.

In onderstaand schema (overgenomen uit De Taalspiraal en aangepast voor Zeist) wordt de relatie tussen taalbeleid en de andere beleidsterreinen in kaart gebracht.

Taalaanpak Zeist augustus 2020

18

Taalaanpak Zeist augustus 2020

19

4.2.6 We geven als gemeente het goede voorbeeld We willen als gemeente het goede voorbeeld geven door altijd begrijpelijk te communiceren met onze inwoners. Dat betreft het schriftelijke taalgebruik op formulieren, website en in brieven, maar zeker ook het taalgebruik in gesprekken met inwoners. Voor de toetsing van onze schriftelijke communicatie gaan we Taalambassadeurs inzetten.

Aan zee staan (fragment) Ik ken talen waarin ik liever zwijg, ik heb hier minder woorden maar ik praat zoals ik leerde fietsen: vallen, opstaan, verdergaan. Zo rijd ik elke dag tussen de mensen.

Ingmar Heytze, gebaseerd op de herinneringen van Lorena

Taalaanpak Zeist augustus 2020

20

5

De vier sporen voor taal

Hoe gaan we onze ambities realiseren? De keuze voor een integrale aanpak, gebaseerd op de levensloop van mensen en aansluitend op hun eigen, intrinsieke motivatie, leidt tot vier verschillende sporen waarlangs we gaan werken: • • • •

Taal en Ontwikkeling Taal en Geld Taal en Werk Taal en Gezondheid

In de volgende paragrafen beschrijven we voor elk spoor de achtergronden, de partners waarmee we binnen dat spoor gaan samenwerken en de acties op hoofdlijnen. Deze acties worden ieder jaar aangevuld, in nauwe samenwerking met de partners uit het netwerk of naar aanleiding van nieuwe initiatieven. Op elk spoor worden, naar de behoefte van de deelnemers, taaltrajecten georganiseerd.

5.1

Taal en Ontwikkeling

Waarom? Omdat laaggeletterdheid vaak van ouders op kind wordt doorgegeven, moeten we de taalontwikkeling van kinderen en hun ouders gezamenlijk aanpakken. De meeste ouders zijn ook gemotiveerd om de ontwikkeling van hun kinderen te stimuleren. Voorkomen is in alle gevallen beter dan ‘genezen’. Door zo vroeg mogelijk te signaleren of ouders moeite hebben met taal, kunnen we voorkomen dat jonge kinderen een achterstand oplopen. Zo kunnen we de opvoeders ondersteunen en het schoolsucces van de kinderen vergroten. Op langere termijn voorkomen we hiermee de instroom van een nieuwe generatie laaggeletterden. Met wie? In Zeist zijn veel professionals bezig met de taalontwikkeling bij kinderen en volwassenen. Vaak zijn het echter gescheiden werelden. Het is belangrijk deze werksoorten bij elkaar te brengen: met meer afstemming en samenwerking kan de opbrengst worden verhoogd. De natuurlijke ‘vindplaatsen’ en partners als het gaat om taalontwikkeling bij kinderen en hun ouders zijn het consultatiebureau, het CJG, de voorscholen van Meander Omnium en de scholen. We streven ook naar een nauwere samenwerking met de bibliotheek, die al verschillende programma’s heeft lopen op de scholen. Wat? We zetten in op de opbouw van een stevig lokaal netwerk van de verschillende werksoorten voor ouder en kind. We gaan partijen faciliteren met kennis, methodieken en ruimte voor innovatie.

De toeleiding naar de voorscholen door het consultatiebureau is recent sterk verbeterd; screening van taalachterstand en taalontwikkelingsproblemen is een vast onderdeel van de standaardprocedure. Intussen blijven we monitoren of we alle doelkinderen bereiken en nemen we maatregelen als dat in de toekomst anders uitpakt.

Taalaanpak Zeist augustus 2020

21

In de activiteiten voor taalontwikkeling van kinderen zijn al grote stappen gemaakt. We gaan nu vooral aan de slag met taal voor ouders: meer ouders betrekken, meer taalcursussen voor ouders en meer maatwerk in die taalcursussen. We starten het project ‘lerende ouders’15: taaltrajecten voor laagtaalvaardige ouders van kinderen van 0 – 6 jaar. We zetten in op nauwere samenwerking tussen consultatiebureau, Meander Omnium en bibliotheek bij activiteiten als Boekstart en Boekenpret. Daarnaast versterken we de ‘bibliotheek op school’ waar dat nodig is. We stellen een programmaleider Taal in, gericht op zowel taalontwikkeling van kinderen als van ouders. De goede ervaringen met opvoedondersteuning, zoals Meander Omnium die levert, en projecten als Samen Oplopen en Steunouder, zetten we voort. Op termijn gaan we medewerkers van het jeugd- en jongerenwerk trainen op het inzetten van taal als instrument.

Fatma’s lied (fragment) Ik moet nog naar de woordenwinkel. Gaan jullie met me mee? Ik wil zo graag vertellen over vroeger, over alles wat ik in een andere taal heb meegemaakt. In een ander land met lekker weer. Er was de dorpspomp, die hier helaas ontbreekt waardoor je soms te weinig mensen spreekt. Door de woorden weet ik alles weer. Ik moet nog naar de woordenwinkel. Kom mijn dochters, kom van de bank. Ik weet het, jullie kennen alle woorden al. Maar je hebt ze nog niet van mij gehoord. Ik voel me hier al bijna thuis, elke dag een beetje meer. Maar soms ook niet. Dan haal ik een cadeautje in de winkel. Ieder woord geeft me een nieuwe vriend.

Vrouwkje Tuinman, gebaseerd op de herinneringen van Fatma

15

We lenen deze naam van gelijksoortig aanbod in Utrecht en Rotterdam

Taalaanpak Zeist augustus 2020

22

5.2

Taal en Geld

Waarom? Taalvaardigheid speelt een rol bij geldproblemen en schulden. Bij mensen met schulden zien we vaak een stapeling van problemen. Ze zijn vaak laaggeletterd, ze hebben een digitale achterstand, ze zijn beperkt zelfredzaam en vaak schamen ze zich. Het risico bestaat dat ze deze problemen doorgeven aan de volgende generatie. Daarom willen we schuldhulp combineren met het bestrijden van laaggeletterdheid. Het omgekeerde is ook waar: rust over je geld is een basisvoorwaarde voor ontwikkeling en groei. Een hoofd vol geldzorgen heeft negatieve gevolgen voor alle domeinen van het leven en zeker voor het leren van nieuwe vaardigheden. Daarom kiezen we in het plan ‘Grip op je knip’ voor een samenhangende aanpak: preventie, schulphulp en cursussen taal, rekenen en digitale vaardigheid. Met wie? De Sociale teams zijn de partners bij uitstek voor signalering van geldproblemen en verwijzing naar schuldhulp en cursussen. Ook Formulierenbrigade en Wegwijscafé kunnen een rol in verwijzing spelen, als voorposten met gemakkelijke toegang. Daarnaast zijn er vindplaatsen als de digi-cursussen van het Taalhuis en ander vrijwilligersaanbod. De Regionale Sociale dienst (verder RSD) verleent de schuldhulp in Zeist. Bij enkelvoudige schulden kunnen inwoners daarnaast terecht bij Sociaal Raadslieden Zeist. Zij verwijzen bij meer of langdurige schulden naar de RSD.

Sociaal Raadslieden helpt verder met alle vragen over uitkeringen, aanvullingen op het inkomen en belastingen. Ook ondersteunt Sociaal Raadslieden juridisch, bij voorbeeld bij incassoprocedures of beslaglegging. Vanuit het gemeentelijk armoedebeleid gaan wij onderzoeken of onze schuldhulp voldoende bereik heeft. In Zeist zijn daarnaast getrainde vrijwilligers inzetbaar voor budgethulp of stabilisatie zoals Schuldhulpmaatje en Humanitas Thuisadministratie. Wat? We willen een stevige inzet op preventie. Eerder signaleren en eerder hulp bieden, zodat schuld of grotere schuld voorkomen wordt. We willen een breder palet aan hulp. Naast het oplossen van urgente problemen, gaan we inzetten op financiële redzaamheid. We blijven hulp bieden bij het aanvragen van financiële tegemoetkomingen, maar we willen ook dat mensen leren dat zelf te doen. Daartoe gaan we stimuleren dat er cursussen taal, digi-vaardigheden en budgetteren worden aangeboden. Eerder signaleren betekent ook dat we actiever geldproblemen gaan ophalen. We gaan breder en toegankelijker informeren over de hulp die we bieden: • Eén loket voor alle minimaregelingen, met een fysieke inloop en een website; • Posters en folders in begrijpelijke taal; • De informatie gaan we ordenen naar leefvorm (zoals schoolgaande kinderen, ouderen).

Taalaanpak Zeist augustus 2020

23

Om samenwerking en afstemming tussen partijen te bevorderen, gaan we het netwerk versterken. Dit kan helpen het aanbod te versterken en zal ook verwijzingen vergemakkelijken. De RSD als schuldhulpverlener en verwijzer heeft hierin een centrale rol, ook omdat inkomen uit arbeid een belangrijke factor is in het bestrijden van armoede. Daarnaast is Sociaal Raadslieden een belangrijke partij: als schuldhulpverlener, juridisch ondersteuner en als verwijzer. De medewerkers van de vindplaatsen gaan we trainen in het herkennen van laaggeletterden en het signaleren van geldproblemen. We gaan de goede praktijkervaringen van andere gemeentes bestuderen zodat we het nieuwe aanbod effectief en efficiënt kunnen organiseren.

5.3

Taal en Werk

Waarom? Het verband tussen taal en werk is onomstreden. Mensen met een taalachterstand hebben meer moeite om een baan te vinden en lopen een grotere kans om hem te verliezen. De snelle ontwikkeling van de technologie heeft bovendien grote impact op ons werk en maakt het voor mensen die laaggeletterd zijn alleen maar lastiger om mee te blijven doen. Laaggeletterde werkzoekenden ondervinden problemen met solliciteren (een vacature lezen, een sollicitatieformulier invullen) en het aanvragen van een uitkering. Laaggeletterde werkenden lopen door hun taalachterstand een grotere kans om hun baan kwijt te raken. Zij hebben daarom baat bij aandacht op de werkvloer voor hun probleem. Ook de bedrijven en organisaties in Zeist hebben belang bij taalscholing van werkzoekenden. Met name in de zorg en de horeca bestaan personeelstekorten, waarvoor taalontwikkeling van werkzoekenden een oplossing kan zijn.

Met wie? Uit onderzoek blijkt dat meer dan de helft van de laaggeletterden een baan heeft. Dat betekent dat naast de laaggeletterden zelf - werkend of werkzoekend - ook organisaties en bedrijven een groot belang hebben. Hier valt veel winst te halen in de vorm van bewustzijn en concrete acties. Naast het feit dat zij deze mensen in dienst hebben, zorgt ook de huidige krapte op de arbeidsmarkt ervoor dat werkgevers gebaat zijn bij het aanpakken van laaggeletterdheid. Ook het onderwijs speelt een belangrijke rol als het gaat om de taalvaardigheid van mensen en hun kansen op de arbeidsmarkt. De arbeidsmarktkansen van veel werkzoekenden kunnen vergroten door taalactiviteiten aan te bieden. Die mogelijkheid willen wij beter gaan benutten. Naast de RSD, zijn het UWV en het Jongerenloket hierbij belangrijke samenwerkingspartners.

Taalaanpak Zeist augustus 2020

24

Wat? Aan opleiders vragen we taaltrajecten te bieden die zo snel en zo veel mogelijk richten op branche en beroep. Daarmee wordt snellere uitstroom mogelijk en wordt de werkzoekende al in zekere mate toegerust voor het toekomstige beroep. We gaan door met de leerwerktrajecten bij organisaties als Kringloopwinkel en BIGA. Daarnaast gaan we nadrukkelijk de aandacht vragen voor het belang van maatwerk. We willen dat er op termijn een dekkend aanbod van maatwerk-trajecten beschikbaar is. Voor laaggeletterde werkzoekenden is het noodzakelijk dat ze begeleiding en ondersteuning krijgen bij de route naar bestendige arbeid. Ook hierin is maatwerk in zaken als taalstage, werknemerschap, ‘leren leren’, communicatie op de werkvloer, cruciaal. Zo lang of zo kort als nodig is, afgestemd op de individuele werkzoekende en gericht op een duurzame arbeidsplek. RSD en UWV zijn bij uitstek de partijen om zowel de taaltrajecten als de ondersteuning te organiseren. RSD ontwikkelt, als uitvoerder van de nieuwe Wet Inburgering (juli 2021), momenteel een begeleidingsstructuur voor nieuwkomers. Dat is een samenhangend aanbod, voorziet in maatwerk en richt zich op het effectief toerusten van laag-taalvaardige werkzoekenden. De vorm die dit aanbod gaat krijgen past uitstekend bij onze ambities voor de ondersteuning van niet-inburgeringsplichtige werkzoekenden met lage taalvaardigheid.

Daarom gaan we, na de pilotperiode, de infrastructuur ook benutten voor deze doelgroep.

5.4

Taal en Gezondheid

Waarom? Er is een direct verband tussen taalvaardigheid en gezondheid. Mensen die het Nederlands niet goed kunnen spreken of lezen beschikken vaak over minder ‘gezondheidsvaardigheden’. Ze hebben moeite om informatie over gezondheid te verkrijgen, te begrijpen en toe te passen en hebben een grotere ziektelast bij chronische ziektes als astma, diabetes, hart- en vaatziekten en bij psychische problemen. Ze bezoeken veel vaker de huisarts, een specialist of de spoedeisende hulp. Preventieve zorg bereikt hen niet of slaat niet aan. Andersom: wanneer we erin slagen hun taalachterstand te verkleinen, zal hun toegang tot kennis over gezondheid en gezondheidsrisico’s vergroten, kunnen zij een gezondere levensstijl hanteren en zullen ze een minder groot beroep op de zorg hoeven doen. Met name gaat het hierbij om het voeren van gesprekken met zorgverleners: het kunnen stellen van vragen, het begrijpen van uitleg en adviezen. De zorgverleners in de gemeente -denk aan huisartsen, apothekers en fysiotherapeutenkunnen hier een belangrijke ‘dubbelrol’ spelen. Enerzijds door in hun communicatie rekening te houden met laaggeletterdheid (en zo gezondheidsrisico’s te verminderen), anderzijds door mensen door te verwijzen naar taaltrajecten. Taalverbetering is daarmee een belangrijke factor in het verkleinen van de gezondheidsverschillen tussen laaggeletterden en niet-laaggeletterden.

Taalaanpak Zeist augustus 2020

25

Met wie? We betrekken alle zorgverleners in de eerste lijn bij onze inspanningen, naast de laaggeletterde cliënt zelf. We gaan de zorgverleners ondersteunen bij herkenning van laaggeletterdheid en bij het begrijpelijk communiceren over aandoeningen en effectief gedrag in relatie tot de aandoening. Naast begrijpelijkheid is in de gesprekken van belang dat cliënten de ruimte ervaren om vragen te stellen. Ook kan de zorgverlener motiveren voor het deelnemen aan een taaltraject. De GGD is de centrale partij bij Taal en Gezondheid. Ook bij de jeugd is gezondheid randvoorwaardelijk: zonder goede gezondheid ontbreekt de basis voor ontwikkeling op andere terreinen. Het consultatiebureau, onderdeel van de GGD, heeft toegang tot alle jonge kinderen en hun ouders en heeft daarmee een essentiële rol in gezondheidsbevordering voor deze groep. Zeist kent al een aantal succesvolle initiatieven. Denk aan: de GGD die in zijn preventieprogramma meertalige folders uitbrengt en laagdrempelige voorlichting geeft en Unicum, de regionale koepel van huisartsen, die de primaire zorg ondersteunt op communicatie met migranten en laaggeletterden. Ons Gezondheidsbeleid kent een belangrijke rol toe aan preventie. Omdat taalvaardigheid een voorwaarde is voor effectieve preventie, maakt taal ook deel uit van deze beleidsagenda.

Wat? Wij gaan de zorgverleners voorlichten over laaggeletterdheid en attenderen op trainingsmogelijkheden voor het herkennen en doorverwijzen van laaggeletterden. We starten de campagne Gezonde Praat: attendering op laaggeletterdheid en op activiteiten als Herkennen van Laaggeletterdheid en Begrijpelijk Communiceren. We gaan zorgverleners en zorgorganisaties nadrukkelijker wijzen op de taaltrajecten en hun mogelijke rol bij de verwijzing van laaggeletterde cliënten. Ook gaan we instrumenten voor de gespreksvoering met laaggeletterden verspreiden. Bij Unicum en andere organisaties gaan we aanbod voor laaggeletterden met chronische ziekte promoten. Te denken valt aan workshops die zich richten kennisvergroting en zelfmanagement. Met de GGD gaan we een module ‘Gezond groter worden’ opnemen in het aanbod Taal en Ontwikkeling. Het programma Kansrijke Start (CJG) werpt vruchten af en zetten we voort. Op termijn willen we beschikken over vergelijkbare programmatische aanpakken voor peuters, kleuters en schoolkinderen: een vloeiende, doorgaande lijn jeugdgezondheidszorg.

Taalaanpak Zeist augustus 2020

26

6

De volgende stap: taalaanpak in uitvoering

In de vorige hoofdstukken hebben we onze visie en ambities uiteengezet. Ook formuleren we concrete doelstellingen voor de Taalaanpak. Dat betekent niet dat de gemeente nu pasklare plannen heeft voor het educatieve aanbod. We schetsen in Taalaanpak Zeist wel de oplossingsrichtingen voor meer en slimmer aanbod. Voor het invullen van die oplossingen hebben we de aanbevelingen16 van de Kwartiermaker Educatie benut. De kern van dit beleidskader is de boodschap dat we taal niet op zichzelf moeten bekijken, maar op de levensgebieden waarvoor een inwoner de taal nodig heeft. De volgende stap is het ontwerpen van concreet taalaanbod: de taalondersteuning en taaltrajecten die nodig zijn. De gemeente beschouwt laaggeletterdheid en taalachterstand als urgente problemen. We willen daarom al in het najaar starten met nieuw aanbod. Alleen door co-creatie kunnen we in het tempo dat we wensen ook de goede kwaliteit neerzetten die onze inwoners nodig hebben. De gemeente wil daarom, met dit document onder de arm, in gesprek met haar maatschappelijke partners. Dat zijn de taalaanbieders, maar ook de organisaties die onze inwoners ondersteunen bij opvoeding, bij het vinden van werk, bij positieve gezondheid enzovoorts. De organisaties die op dit moment een rol spelen bij de taaltrajecten in Zeist, doen al veel goed werk.

Wij denken dat ze nog meer kunnen en zijn benieuwd naar hun ideeën en voorstellen. Met een aantal partijen zijn we die gesprekken al gestart. In lijn met dit beleidskader bouwen we met hen al voort op de goede ervaringen toe nu toe. De gemeente wil die gespreksvoering graag verbreden. We zien er naar uit om Taalaanpak Zeist uit te werken met onze lokale partners!

16

Zie bijlage Taal voor iedereen

Taalaanpak Zeist augustus 2020

27

Bronnen: De Taalspiraal, Beleidskader Taal in Rotterdam, Gemeente Rotterdam, 2019 Rapport Aanpak Laaggeletterdheid, Algemene Rekenkamer, 2016 PwC-Rapport Maatschappelijke kosten laaggeletterdheid, PwC, 2018 Regionale spreiding van laaggeletterdheid in Nederland, Stichting Lezen en Schrijven / ROA, 2016 Factsheet Taal maakt gezonder, Stichting Lezen en Schrijven, 2017 Van Turkije naar ’s-Gravensande, Navruz Űnal (pagina 4) in Poëzie in de nieuwe taal, gedichten van nieuwkomers, Cinop, 2001 Aan zee staan, Ingmar Heytze (pagina 20) in Lokale Liefde, De taalcursist als bron, Stichting Lezen en Schrijven, 2014 Fatma’s Lied, Vrouwkje Tuinman (pagina 22) in Lokale Liefde, De taalcursist als bron, Stichting Lezen en Schrijven, 2014

Taalaanpak Zeist augustus 2020

28

Bijlage bij Taalaanpak Zeist Taal voor iedereen 17

(samenvatting Rapportage Kwartiermaker Educatie Zeist 2019) In mei 2019 is de Kwartiermaker Educatie aangesteld, met als opdracht: onderzoek het momentane aanbod educatie in Zeist en ontwerp aanbod dat ontbreekt. Kader voor deze opdracht is de ambitie ‘Taal voor iedereen’. In beknopte vorm hieronder haar bevindingen en de voorstellen voor een nieuwe inrichting van educatie in Zeist.

Bevindingen Educatie Zeist 18

1. De veldanalyse door de kwartiermaker levert een breed palet op van vrijwilligersactiviteiten (het zogenaamde non-formele aanbod) en een bescheiden professioneel aanbod (formeel aanbod). De belangrijkste conclusies zijn: • Nederlandstalige laaggeletterden (NT1’ers) zijn nauwelijks in beeld en krijgen geen aanbod • Voor snelle, goed opgeleide deelnemers is formeel aanbod beschikbaar; voor de laag opgeleide, kwetsbare groep vooral nonformeel aanbod

Context en aanbevelingen 2. Er zijn forse veranderingen op handen in wet- en regelgeving. De belangrijkste is de nieuwe Wet Inburgering die de verantwoordelijkheid voor inburgering bij de gemeenten legt. 3. De gemeentelijke ambitie ‘Taal voor iedereen’ leidt tot de volgende actiepunten: • Creëer effectief aanbod voor de NT1’ers. • Leg de prioriteit bij de kwetsbare, laag opgeleide burger • Leg de lat hoog: mik als uitstroomdoel op het maximaal haalbare

17

De volledige versie van ‘Taal voor iedereen’ is verkrijgbaar bij gemeente Zeist, afdeling Sociaal Domein Wij hanteren non-formeel in de betekenis ‘vrijwillig en onbetaald’ en formeel als ‘beroepsmatig en betaald’, zoals dat ook gebruikelijk is in het veld van de volwasseneneducatie. We wijken hiermee af van de definities in de WEB waarin non-formeel = ‘niet diplomagericht’ en formeel = ‘diplomagericht’, maar beide uitgevoerd door beroepskrachten. 18

Bijlage bij Taalaanpak Zeist

Bijlage, p. 1

De concrete vertaling voor Zeist is daarmee: • Zorg voor cursussen en praktische modules voor de NT1-groep, en laat die uitvoeren door professionele docenten. • De snelle, goed opgeleide burger heeft een goede cursus nodig, maar kan ook veel zelf. De langzame, laag opgeleide burger heeft maatwerk nodig en intensieve begeleiding van een professionele docent. Dat geldt voor zowel nieuwkomers (Wet Inburgering) als voor oudkomers en NT1’ers (Wet Educatie en Beroepsonderwijs) • Kijk eerst naar de educatieve vraag bij (groepen) burgers en pas daarna naar beleidsterrein / regelgeving. Vergelijkbare educatieve vragen kunnen worden bekostigd uit verschillende budgetten. • Hoe lager het opleidingsniveau, hoe groter de behoefte aan maatwerk en nabijheid. En omgekeerd. Kies daarom voor lokaal aanbod waar het moet en regionaal aanbod waar het kan. • Wees creatief en empathisch. Biedt deelnemers die dat kunnen en willen de mogelijkheid 19 om op zo hoog mogelijk niveau af te ronden, maar geef zwakke leerders de ruimte om zich praktisch of in de breedte te ontwikkelen, eventueel zonder diploma.

Het formele aanbod educatie VE en Inburgering integreren en alle doelgroepen taal bedienen We hebben de keuze gemaakt eerst de educatieve vraag te inventariseren en vervolgens te zien onder welke regeling en budget ze kunnen of moeten vallen. Voor een aantal soorten aanbod (‘trajecten’) is combinatie van budgetten mogelijk. In onderstaand schema is alleen onderscheid in VE (volwasseneneducatie) en inburgering gemaakt, waarbij VE (deels) vanuit de WEB en Inburgering (voornamelijk) uit de nieuwe Wet Inburgering wordt bekostigd.

19

Zie Aanhangsel Niveaus en diploma’s, pagina 8 e.v. van deze bijlage.

Bijlage bij Taalaanpak Zeist

Bijlage, p. 2

Trajecten taal en educatie voor verschillende doelgroepen

NT1

VOLWASSENENEDUCATIE NT2

I Ned. laaggeletterden ↓ Cursus lezen &schrijven + rekenen + diva of Thema-modules met geïntegreerde basisvaardigheden

INBURGERING NT2 langzaam

II

III

gezinsherenigers ↓ Betaalbaar aanbod differentiërend naar opleiding, maatschappelijke rol. Zie IV, V, VI. en

ex-inburgeraars ↓

Keuzehulp (een gemeentelijke PIP / portfolio)

Thema-modules met geïntegreerde basisvaardigheden

met Begeleiding (aangepaste ‘PIP’); Spreekuren; brievendokter; hulpketen en De ‘weg weten’, een aangepaste versie voor laaggeletterden

Bijlage bij Taalaanpak Zeist

Geïntegreerde cursus taal en praktijk tot B1 of

met Begeleiding (aangepaste ‘PIP’); Spreekuren; brievendokter; hulpketen

IV inburgeraar laaggeletterd ↓ Geïntegreerde cursus taal en praktijk (ouderschap, werk, opleiding) met lezen & schrijven waarbij Combinatie en integratie met school van het kind, werkstageplek, of door naar (geïntegreerde) beroepsopleiding met Begeleiding PIP (en herijking); maatschappelijke ondersteuning; spreekuren; hulpketen en De ‘weg weten’, een aangepaste versie voor laaggeletterde anderstaligen

NT2 snel V inburgeraar laag opgeleid ↓

VI inburgeraar midden en hoog opgeleid ↓

Geïntegreerde cursus taal en praktijk (ouderschap, werk, opleiding) waarbij Combinatie en integratie met school van het kind, werkstageplek, of door naar (geïntegreerde) beroepsopleiding

Snelle taalcursus met KNS

met Begeleiding PIP (en herijking); portfolio arbeidsmarkt;

met

en

Begeleiding PIP (en herijking); spreekuren; hulpketen

De ‘weg weten’; (uitgebreide) integratieroute

en De ‘weg weten’, een aangepaste versie voor laagopgeleide anderstaligen

en Oefenmogelijkheden in de praktijk (taalstage, taalmaatje, maatschappelijke activiteit)

Bijlage, p. 3

Uitgangspunt voor de bekostiging is het slim combineren van budgetten (o.a. participatiewet (werkdeel bijstand), VVE (ouders), WEB en inburgering). 20 Als voorbeeld nemen we traject V, de laag opgeleide inburgeraar . Het cursusdeel van dit traject behelst ‘Geïntegreerde cursus taal en praktijk (ouderschap, werk, opleiding), waarbij de directe bruikbaarheid van alle activiteiten voor het ‘echte leven’ centraal staat . Deelnemers gaan dus niet ‘oefenen’ voor een eventuele situatie in de toekomst, maar leren in en aan de praktijk (als ouder, werknemer / stagiaire, in een beroepsopleiding). We geven de 3 mogelijke uitwerkingen. A

Traject taal en praktijk ouderschap 1. (Ultrakorte) basismodule taal, voor zover nodig na de voorinburgering. Voldoende luistervaardigheid om de docent / trainer te begrijpen en een pakketje ‘sociale taal’(zoals groeten, vragen stellen). 2. Taal en thema opvoeding / school / ontwikkeling van het kind. Een informatief, ondersteunend aanbod voor de opvoeder van een schoolgaand (of peuterzaal) kind, inhoudelijk overeenkomend met een stevig, kwalitatief goed VVE ouderprogramma. Met activiteiten om thuis te doen, met groepsactiviteiten over opvoedverschillen en tips voor ontwikkelingsgericht opvoeden enz. Nadrukkelijk als optie meenemend: een tweetalige trainer of een duo waarbij opvoedinformatie en –training in de eigen talen kan plaatsvinden en de talige activiteiten (praten met de leidster / juf, de ouderbrief) in het Nederlands. Zo lang als nodig en geleidelijk steeds meer in het Nederlands. 3. Uitvoeringslocatie een school / kindcentrum, bij voorkeur die waar ook het kind verblijft, zodat de gang van zaken op school, de lessen, de materialen etc. ook kunnen worden bekeken of ervaren en deelnemers begrip en taal tegelijkertijd kunnen verwerven. 4. Elk VVE ouderprogramma bevat ook onderdelen als voorlezen aan je kind, gebruik van moderne media, gezondheid, taalontwikkeling enz.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://zeist.raadsinformatie.nl/document/9129472/1/01-20RV036%2BBijlage%2B1%2BTaalaanpak%2BZeist%2B2020-2024%2B%28gew%29