CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

RV26.014 Bijlage 2 Weerbaar of kwetsbaar - Rekenkameronderzoek naar de aanpak van ondermijning in Zeist

Raad 3 maart 2026, gemeente ZeistBij agendapunt: Rekenkamerrapport Ondermijning (RV26.014)17.673 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Ook bij meerdere medewerkers leeft het idee dat de gemeente te weinig capaciteit beschikbaar heeft voor de aanpak van ondermijning om effectief te kunnen zijn. Een van de medewerkers zei hierover: ‘Ik heb het gevoel dat een signaal soms lang blijft liggen, dat er soms niet wordt doorgepakt of dat het lang duurt voordat er uiteindelijk wordt doorgepakt.’ In vergelijking met gemeenten van vergelijkbare omvang is de capaciteit in Zeist beperkt. Uit de recent door Pro Facto en het Expertisecentrum Openbare Orde en Veiligheid uitgevoerde OOV-monitor blijkt dat in 2024 de gemiddelde formatie voor OOV (excl. boa’s) in

20 In een interview voor dit rekenkameronderzoek – waarvan het gespreksverslag is geaccordeerd – heeft de betreffende beleids-

adviseur zelf aangegeven gemiddeld één dag per week (0,2 fte) beschikbaar te hebben voor de aanpak van ondermijning. In ambtelijk wederhoor is echter aangegeven dat de tijdsbesteding van de betreffende medewerker neerkomt op gemiddeld 0,5 fte met als argumentatie: “Veel tijd zit in het afstemmen en doorspreken en overleggen met partners, informeren in- en extern van mensen en besprekingen. Dat heeft soms ook indirect met ondermijning te maken. Zo is de betreffende medewerker bij een vraagstuk in een andere context betrokken bij het centrum en neemt hij het onderdeel ondermijning daar bijna ‘ongemerkt/naadloos’ in mee.”

27

WEERBAAR OF KWETSBAAR?

gemeenten met 50.000 tot 100.000 inwoners 10,8 fte is, waarvan 1,9 fte specifiek voor de aanpak van ondermijning.21 Zeist zit daar ruim onder. Boa-capaciteit De gemeente heeft ongeveer twintig toezichthouders/boa’s in dienst, waarvan ongeveer negen een signalerende rol hebben als het gaat om ondermijning.22 De anderen zijn belast met parkeertoezicht. Eén boa heeft ondermijning als één van de taakaccenten (deze boa is daarnaast ook horecacontroleur, wijkboa en senior) en er is één (tijdelijke) boa die zich specifiek met de aanpak van ondermijning bezighoudt. De overige acht zogenaamde ‘integrale’ boa’s worden betrokken bij ondermijningsacties en moeten letten op signalen van ondermijning. Als een boa een signaal van ondermijning wil melden dan moet dat in principe bij de taakaccenthouder, die bepaalt vervolgens hoe het signaal verder opgepakt moet worden. Door verschillende gesprekspartners is aangegeven dat het wenselijk zou zijn om ten minste één boa te hebben die zich alleen richt op ondermijning. Een van de gesprekspartners verwoordde dit als volgt: ‘Het is een specialisme waar iemand zich volledig mee bezig zou moeten kunnen houden. (…) Bij het inzetten zo’n boa neemt het aantal signalen van ondermijning fors toe. We hebben nu bijvoorbeeld tijdelijk een externe boa ingehuurd die is gespecialiseerd in ondermijning en die zich alleen daarop richt.

We zien nu al direct dat deze boa overtredingen van de Wet wapens en munitie heeft geconstateerd die eerder niet zijn geconstateerd. Een ondermijningsboa weet ook veel beter waarop gelet moet worden en wat signalen zijn.’ Daarnaast benadrukken verschillende gesprekspartners dat het wenselijk is als ‘men meer van elkaar leert’. Het is belangrijk dat boa’s elkaar leren wat signalen van ondermijning zijn, hoe je die kunt herkennen en waar je die neer kunt leggen. Na afloop van de onderzoeksperiode is hieraan aandacht besteed tijdens een training voor de boa’s. 4.2.2

Overlegstructuren Er is binnen de gemeente een structureel en periodiek overleg over ondermijning: het lokaal ondermijningsoverleg. Dit is een signaleringsoverleg waar signalen worden besproken en wordt bepaald welke onderzoeken en acties er – in reactie op de signalen – eventueel nodig zijn. Het is dus een operationeel overleg. Signalen moeten worden ingebracht door een aanwezige van de gemeente en/of de politie. Door het RIEC is tijdens een interview opgemerkt dat de gemeente vaker zelf signalen zou kunnen inbrengen tijdens het lokaal ondermijningsoverleg. Het lokaal ondermijningsoverleg vindt in principe iedere zes weken plaats en wordt voorgezeten door de beleidsadviseur openbare orde en veiligheid. Aan het overleg nemen namens de gemeente daarnaast een strategisch bestuursadviseur van de burgemeester, de accounthouder bedrijven, een wijkmanager, een toezichthouder rechtmatigheid Wmo en Jeugdwet, de Bibob-coördinator en een boa deel. Daarnaast sluiten het RIEC (als adviseur) en de politie aan. Het lokaal ondermijningsoverleg is geen strategisch overleg specifiek voor de gemeente Zeist waar vanuit een meer strategische en beleidsmatige invalshoek wordt gesproken over de on-

21 Zie voor de OOV-monitor: https://pro-facto.nl/images/OOV-monitor_2024.pdf. 22 De ingehuurde ondermijningsboa wordt hier niet in meegerekend omdat de rol van deze boa breder is dan een signalerende

functie en het een tijdelijk ingehuurde boa betreft.

28

WEERBAAR OF KWETSBAAR?

dermijningsaanpak. In andere gemeenten is er vaak wel een dergelijk strategisch ondermijningsoverleg waarin de gemeente en ketenpartners met elkaar vanuit een strategische invalshoek spreken over de aanpak van ondermijning, het ondermijningsbeleid en de benodigde acties/interventies. Tijdens de onderzoeksperiode zijn de onderzoekers bij een lokaal ondermijningsoverleg aanwezig geweest om de interactie tussen de deelnemers te observeren en een beeld te krijgen van het verloop en de inrichting van dit overleg. Daarbij is de structuur en de integraliteit van de bespreking positief opgevallen. Voor het overleg werd gewerkt met een duidelijke agenda die van tevoren met alle aanwezige medewerkers van de gemeente en ketenpartners is gedeeld. Tijdens het overleg is onder andere stilgestaan bij resultaten die eerder zijn behaald met de aanpak van ondermijning en de lopende casuïstiek. Daarbij werd alle deelnemers de ruimte gegeven relevante inzichten en signalen naar voren te brengen. Met name de vertegenwoordiger van handhaving vanuit de gemeente en de politie brachten signalen in. Als een signaal verder moest worden opgepakt, werden duidelijke afspraken gemaakt wie (welke persoon of organisatie) dat doet.

Daarnaast werd met elkaar besproken of er nog bij andere (maatschappelijke) partners – zoals onderwijsinstellingen en zorgorganisaties – informatie moest worden opgehaald om een signaal te verrijken. Door de deelnemers werd op elkaar gereageerd en deelnemers vulden elkaar vanuit hun kennis/expertise aan om een zo compleet mogelijk beeld van een casus te krijgen. Ook werd soms stilgestaan bij de vraag of een signaal/casus wel te maken had met ondermijning en dus bij dit overleg moest worden besproken. Tijdens de interviews is door verschillende gesprekspartners aangegeven dat het goed zou zijn kritisch te kijken naar de aanwezigen bij het lokaal ondermijningsoverleg in het licht van de gegevensdeling die er plaatsvindt. Als voorbeeld is genoemd de aanwezigheid van medewerkers uit het zorgdomein. Zij horen nu ook signalen en casuïstiek die ziet op bijvoorbeeld horeca of evenementen, terwijl dat voor hun werk niet noodzakelijk is. De suggestie is gedaan om het overleg bijvoorbeeld in blokken in te delen waarbij sommige partijen het gehele overleg aanwezig zijn en er per blok relevante partijen/personen aanschuiven. Er wordt in Zeist ad hoc ook gewerkt met een ‘Veldtafel’ als de beleidsadviseur openbare orde en veiligheid behoefte heeft aan overleg en afstemming met ketenpartners. Tijdens de ‘Veldtafel’ worden signalen of problematiek wat langer en verdiepend met elkaar besproken.

Dit overleg is aanvullend op het lokaal ondermijningsoverleg. 4.2.3

Interne samenwerking en melden van signalen Op basis van de interviews ontstaat een wisselend beeld over de interne samenwerking binnen de gemeente. Aan de ene kant merken vrijwel alle gesprekspartners op dat de lijnen kort zijn, dat men elkaar indien nodig weet te vinden en dat het uitwisselen van informatie onderling goed verloopt. Daarnaast wordt door iedereen benadrukt dat ondermijning een thema is dat leeft onder medewerkers van de gemeente. Aan de andere kant zien medewerkers knelpunten, zoals het beperkte zicht dat de gemeente heeft op ondermijningsfenomenen die voorkomen en de prioritering en inzet. Uit de interviews en het groepsgesprek met medewerkers komt naar voren dat het intern melden en oppakken van signalen onvoldoende geborgd is. Er is binnen de gemeente een veilige omgeving om signalen van criminele beïnvloeding te melden, maar het is tegelijkertijd volgens medewerkers voor hen niet altijd duidelijk waar en bij wie signalen precies moeten worden gemeld. Er is bijvoorbeeld niet op papier vastgelegd hoe het meldingsproces verloopt en wie

29

WEERBAAR OF KWETSBAAR?

het aanspreekpunt binnen de gemeente is om signalen bij neer te leggen. Dat is een knelpunt in de aanpak van ondermijning. Voor een goede aanpak van ondermijning is het noodzakelijk dat medewerkers signalen herkennen en deze melden zodat de signalen indien nodig doorgezet kunnen worden. Dat signalen onvoldoende bij elkaar worden gebracht en niet worden doorgezet heeft volgens gesprekspartners te maken met bewustzijn, prioritering en de beschikbare capaciteit. Verschillende gesprekspartners – zowel vanuit de gemeente als vanuit ketenpartners – geven daarnaast aan dat signalen en informatie over ondermijning regelmatig onvoldoende bij elkaar worden gebracht. Tijdens het casusoverleg worden wel signalen besproken en wordt gekeken welke ketenpartners kunnen worden betrokken en welke informatie daar is. Dat leidt echter vaak niet tot dusdanige signalen dat het doorgezet kan worden naar RIEC. Dit terwijl diverse gesprekspartners van de gemeente wel aangaven dat er genoeg speelt in Zeist dat naar het RIEC doorgezet zou kunnen worden.

4.3

Inzet van het bestuurlijk instrumentarium en integrale controles

4.3.1

Inzet van het bestuurlijk instrumentarium Een onderdeel van de aanpak van ondermijning is de inzet van het zogenoemde ‘bestuurlijk instrumentarium’ door de burgemeester. Met deze instrumenten kan – aanvullend op de inzet van strafrechtelijke instrumenten – bestuursrechtelijk worden gehandhaafd als dat met het oog op de aanpak van ondermijning nodig is. Voorbeelden van bestuurlijke instrumenten zijn het opleggen van een last onder dwangsom bij drugsdelicten of het op basis van artikel 13b Opiumwet sluiten van woningen waar drugs worden verkocht, afgeleverd, verstrekt of daartoe aanwezig zijn. In Zeist wordt beperkt gebruik gemaakt van de bestuurlijke instrumenten. Tabel 4.1 geeft een overzicht van de inzet van bestuurlijke instrumenten in 2023, 2024 en de eerste helft van 2025. TABEL 4.1: INZET BESTUURLIJK INSTRUMENTARIUM 2023-EERSTE HELFT 2025

Instrument Opleggen van een last onder dwangsom n.a.v. een bestuurlijke rapportage Geven van een formele waarschuwing Sluitingen van woningen en/of andere gebouwen Bibob-onderzoeken

2023 0 keer

2 keer

2024

Eerste helft 2025 0 keer

0 keer 2 keer

4 keer 4 keer

1 keer 1 keer

13 keer

20 keer

9 keer

Door een ketenpartner is tijdens een interview aangegeven dat de gemeente Zeist terughoudender is in het uitvoeren van bestuurlijke interventies dan andere gemeenten binnen het district, bijvoorbeeld Soest en Veenendaal. Bibob-onderzoeken Tijdens de uitvoering van het onderzoek is door het college nieuw Bibob-beleid vastgesteld. Het oude beleid richtte zich alleen op horeca, het nieuwe beleid is breder. Het uitvoeren van Bibob-onderzoeken is een belangrijk preventief middel om ondermijning aan te pakken. Uit de interviews komt naar voren dat er ten aanzien van de toepassing van de Wet Bibob positieve ontwikkelingen zijn geweest in de afgelopen periode. Zo is het Bibob-beleid herzien en geüpdatet. Ook is er een Bibob-coördinator aangesteld en krijgt de Wet Bibob en het doen

30

WEERBAAR OF KWETSBAAR?

van een Bibob-toets meer aandacht binnen de organisatie. In het verleden werd ten aanzien van horecazaken alleen in een bepaalde straat een Bibob-toets uitgevoerd. Later is die werkwijze veranderd en sindsdien is bepaald dat ten aanzien van alle horecaondernemingen een Bibob-onderzoek moet worden uitgevoerd. Het uitvoeren van Bibob-onderzoeken kan een afschrikwekkend effect hebben en draagt bij aan het tegengaan van ondermijning door gebruik van gemeentelijke dienstverlening. Hier moeten volgens verschillende gesprekspartners nog stappen worden gezet door de gemeentelijke organisatie. Een van de gesprekspartners stelde daarover: ‘Er is nog het nodige zendingswerk te doen binnen de organisatie als het gaat om de Wet Bibob. Nog niet iedereen weet wat het is en wat je ermee kunt. Bij veel afdelingen is de mogelijkheid van het doen van Bibob-onderzoeken onbekend. Bibob-toetsen worden vaak gezien als extra werk. Als eenmaal blijkt dat het een hulpmiddel is om ondermijning aan te pakken, wordt het ook als een kans gezien.’ 4.3.2

Integrale controles Tijdens de interviews is aangegeven dat er in Zeist in principe twee integrale controles per jaar plaatsvinden. In 2023 en 2024 is deze doelstelling behaald, in de eerste helft van dit jaar heeft er nog geen controle plaatsgevonden en er staat op het moment van schrijven van dit rapport nog geen controle gepland. Daarmee is de vraag of de doelstelling van twee controles voor 2025 gaat worden behaald. Tijdens de interviews is aangegeven dat per integrale controle – op basis van de locaties/ondernemingen die worden bezocht – zou moeten worden bekeken welke samenwerkingspartners bij de controle worden betrokken. De gemeente (team handhaving), de politie, het RIEC en bouw- en woningtoezicht zijn vaste deelnemers. Het aantal van twee integrale controles per jaar is onder andere ingegeven door de beschikbaarheid van de politie. De politie heeft ervoor gekozen om met ingang van 2025 voor de vier regionaal samenwerkende gemeenten (Zeist, Leusden, Woudenberg en Bunnik) voor in totaal acht controles (twee per gemeente) beschikbaar te zijn. Tijdens de interviews is door verschillende gesprekspartners aangegeven dat deze manier van werken als knelpunt wordt ervaren. Als de controle is gepland, moet er volgens hen toevallig net casuïstiek zijn die vraagt om een controle. Dat is volgens verschillende gesprekspartners enkele maanden vooruit echter lastig te voorspellen.

Iets wat nu actueel is en wordt besproken tijdens het lokaal ondermijningsoverleg, kan dat over een paar maanden niet meer zijn en dan geen reden meer zijn voor een controle. Als er zich een acute situatie voordoet die vraagt om een extra controle moet op dat moment worden bekeken of de politie ad hoc beschikbaar is. Dat is in de praktijk niet altijd het geval. Daar staat tegenover dat uit de interviews ook naar voren komt dat er binnen de organisatie te weinig urgentie wordt gevoeld om controles te plannen en er te veel geleund wordt op de beschikbaarheid van de politie. Er wordt bijvoorbeeld niet voor gekozen om op meer structurele basis risicogebieden en branches op eigen initiatief te bezoeken. In andere gemeenten wordt dit wel gedaan. Er worden dan controles ingepland om periodiek verschillende risicobranches en/of gebieden te controleren, ook als er geen concrete signalen zijn. Verschillende gesprekspartners gaven daarnaast dat aan dat tijdens besprekingen van de casustafel veelal niet wordt besloten dat besproken signalen vragen om een integrale controle en daar dan afspraken over te maken.

31

WEERBAAR OF KWETSBAAR?

4.4

Uitgevoerde acties en activiteiten In paragraaf 3.4 is besproken dat in het Uitvoeringsplan Integrale Veiligheid 2024-2025 een aantal gezamenlijke activiteiten en acties zijn benoemd voor de ondermijningsaanpak. Aan de gemeente is gevraagd in hoeverre deze acties zijn uitgevoerd. In tabel 4.2 wordt hier een overzicht van gegeven. TABEL 4.2 UITGEVOERDE ACTIES EN ACTIVITEITEN – ALGEMEEN

Actie/activiteit Er dient in samenwerking met het RIEC in 2024 een bewustwordingssessie te worden georganiseerd voor ambtenaren in de vorm van een inloopspreekuur. Er dient een weerbaarheidsscan te worden uitgevoerd door het RIEC Er dient een ondermijningsartikel voor in de APV te worden opgesteld. Door het Districtelijk Team Ondermijning (DTO) wordt een ‘experttafel jonge aanwas’ ingericht. Er dient eenmaal in de acht weken een overleg voor het thema jonge aanwas plaats te vinden (ZBLW-basisteam overleg). Er moet een trainerspool worden opgericht voor het geven van voorlichting op scholen. De beleidsregels met betrekking tot de Wet Bibob moeten worden aangepast en er moet worden gekeken hoe binnen de ZBLW-gemeenten de (toepassing van de) wet Bibob op één lijn kan worden gebracht om meer actief gebruik te maken van de wet Bibob. Er dient Damoclesbeleid te worden geschreven.

Er moet meer zicht komen in de verschillende verschijningsvormen van criminele geldstromen. Er dient een bewustwording- of verdiepingstraining georganiseerd voor professionals die werkzaam zijn in kwetsbare branches en locaties (boa’s van private landgoederen, Staatsbosbeheer, RUD, toezichthouder, boa’s van de gemeente, plattelandscoaches etc.). Er moeten integrale controles worden uitgevoerd op basis van de risico- en gelegenheidskaart.

Er dient door de ZBLW-gemeenten een beleidsplan mensenhandel te worden ontwikkeld. Er dient een proces “van signaal tot interventie” voor signalen van (mogelijke) mensenhandel te worden ontwikkeld.

Status – Uitgevoerd/niet uitgevoerd/in ontwikkeling Uitgevoerd. Zeist en Bunnik hebben een bijeenkomst over mensenhandel georganiseerd (oktober 2024) In ontwikkeling. De weerbaarheidsscan is gewijzigd in een weerbaarheidsgesprek met de Districtelijk programmamanager van het RIEC. Uitgevoerd. Artikel 2:80 APV In ontwikkeling. RIEC Straatwaarden neemt initiatief om dit verder te verkennen. In ontwikkeling. Op korte termijn start een nieuwe adviseur Jeugd & Veiligheid bij de gemeente Zeist. Die is trekker van dit onderwerp. Hier is door de gemeente geen status van benoemd. Uitgevoerd. In juli 2025 is het Bibob beleid vernieuwd.

In uitvoering. Met de andere basisteamgemeenten is een model tot stand gekomen. Vaststelling hiervan wordt in Q4 van 2025 verwacht. Hier is door de gemeente geen status van benoemd. In uitvoering. Toezichthouders, wijkmanagers hebben een eerste bewustwordingssessie gevolgd. Is een blijvend aandachtspunt.

Niet uitgevoerd. Deze manier van data verzamelen is gewijzigd naar een andere wijze. Via Remote Sensing wordt een pilot gedraaid voor het buitengebied. Zeist neemt hier niet aan deel, omdat er slechts een klein buitengebied is. In uitvoering. Met de andere basisteamgemeenten is een model tot stand gekomen. Vaststelling hiervan wordt in Q4 van 2025 verwacht. In uitvoering. Dit volgt op vaststelling van het beleidsplan mensenhandel.

32

WEERBAAR OF KWETSBAAR?

Ook met betrekking tot digitale veiligheid en cybercriminaliteit zijn in het uitvoeringsplan een aantal gezamenlijke activiteiten en acties vastgelegd. In tabel 4.3 wordt een overzicht gegeven van de status van deze acties en activiteiten. TABEL 4.3 UITGEVOERDE ACTIES EN ACTIVITEITEN – DIGITALE VEILIGHEID EN CYBERCRIMINALITEIT

Actie/activiteit HackShield dient (verder) onder de aandacht te worden gebracht van basisscholen binnen het basisteam.

Er dient in samenspraak met het Programma Digitale Veiligheid & Cybercrime van Bureau RVS te worden bepaald welke tool wordt ingezet voor bewustwording van jeugd van 12-18 jaar.

Er dienen doorlopend interactieve workshops te worden georganiseerd om senioren cyberweerbaar te maken. In de Week van de Veiligheid 2025 moeten er in samenwerking met het Platform Veilig Ondernemen Midden-Nederland cybercrime-trainingen voor ondernemers worden gegeven. Er moet een risicoanalyse worden gemaakt ten aanzien van verstoring van digitale processen.

Status – Uitgevoerd/niet uitgevoerd/in ontwikkeling Uitgevoerd. Zeist heeft een contract met Hackshield. Primair onderwijs kan gebruik maken van deze interventie. Interventie is opgenomen in het aanbod projecten en programma’s schooljaar 2025-2026 Gemeente Zeist In ontwikkeling. Voor de doelgroep 12-25 jaar wordt eind november 2025 door Bureau RVS ism politie en gemeenten (in district Oost) een Rebootcamp georganiseerd. De jongeren worden uitgedaagd met challenges die ze online tegen kunnen komen en krijgen handvatten hoe daar mee om te gaan Uitgevoerd. Op wijkniveau worden periodiek workshops voor senioren aangeboden Uitgevoerd. Het Platform Veilig Ondernemen Midden-Nederland biedt via ondernemersverenigingen en bedrijfskringen trainingen aan In ontwikkeling. De analyse maakt onderdeel uit van het project ‘business continuïteit’

Uit de tabellen kan worden afgeleid dat de meeste voorgenomen acties en activiteiten inmiddels zijn uitgevoerd dan wel, in de woorden van de gemeente, ‘in ontwikkeling’ zijn. Dat laatste geldt met name voor de voorgenomen ontwikkeling van beleidsdocumenten en het inrichten van een interventieproces. Ook het beter zicht krijgen op geldstromen en het vergroten van bewustwording is nog ‘in ontwikkeling’.

4.5

De gemeentelijke regierol Bij de aanpak van ondermijning is de gemeente verantwoordelijk voor de regie. Dat wil zeggen dat zij een coördinerende rol heeft bij het ervoor zorgen dat er een integrale (gezamenlijke) aanpak van ondermijning met de partners is. Om dat te bereiken moet ten eerste de afstemming met partners prioriteit hebben in het beleid. Ten tweede moet er lokaal een structuur zijn waarin wordt gewerkt, waarbinnen adequaat wordt samengewerkt met partners en maatregelen worden vastgelegd en uitgevoerd in afstemming met die partners. Ten derde wordt de samenwerking bij integrale activiteiten door de gemeente in goede banen geleid. Uit de interviews komt het beeld naar voren dat de mate waarin de gemeente Zeist haar regierol pakt wisselend is. Intern lijkt de regierol op orde te zijn. De beleidsadviseur openbare orde en veiligheid coördineert de aanpak, houdt contact met medewerkers van verschillende afdelingen die betrokken zijn bij de ondermijningsaanpak en brengt hen waar nodig in verbinding met elkaar. Tijdens de interviews geven medewerkers aan goed met de beleidsadviseur samen te kunnen werken en als dat nodig is signalen bij hem neer te leggen. In de praktijk

33

WEERBAAR OF KWETSBAAR?

gebeurt dat echter sporadisch. Als verbeterpunt noemen vrijwel alle medewerkers het geven van terugkoppeling aan medewerkers over opgepakte signalen. Medewerkers ervaren dat als zij een signaal melden er geen terugkoppeling wordt gegeven wat er met het signaal is gedaan en of het ook ergens toe heeft geleid. Extern lijkt de regierol van de gemeente minder goed uit de verf te komen. Hoewel er met het lokaal ondermijningsoverleg structureel overleg plaats met de ketenpartners en de lijnen als kort worden ervaren, zijn er verbeterpunten. Zo is door ketenpartners de wens uitgesproken dat de gemeente Zeist meer regie neemt bij het organiseren van de controles, bijvoorbeeld door het maken van duidelijke draaiboeken en een heldere taakverdeling en deze proactief met de betrokken ketenpartners te delen.23

4.6

Samenwerking met ketenpartners De samenwerking met ketenpartners wordt over het algemeen door zowel de gemeente als door ketenpartners als goed ervaren. De lijnen zijn kort en partners weten elkaar en de gemeente te vinden als dat nodig is. Daarnaast wordt er een gedeelde verantwoordelijkheid gevoeld voor de ondermijningsaanpak in Zeist. Wel is door meerdere gesprekspartners benoemd dat er bij casussen vaak veel ketenpartners betrokken zijn, maar dat niemand zich eindverantwoordelijk voelt voor het oppakken van acties die nodig zijn. Een gesprekspartner kwam op dit punt met een aanbeveling: ‘Door één persoon eindverantwoordelijk te maken, kan worden voorkomen dat zaken blijven liggen of doodbloeden terwijl de illegale activiteiten wel doorgaan.’ Door zowel gemeentelijke gesprekspartners als ketenpartners is de samenwerking met de politie genoemd als aandachtspunt. Met name in de afgelopen jaren bleek dat de politie onvoldoende capaciteit beschikbaar had om bijvoorbeeld bij overleggen aanwezig te zijn. Ook het maken van afspraken met de politie werd als lastig ervaren. Omdat de politie – zeker aan tafel bij het lokaal ondermijningsoverleg – een belangrijke partner is, werd dit uitdrukkelijk als knelpunt benoemd. De politie geeft aan dat er inderdaad capaciteitsproblemen zijn geweest, maar dat hierin de laatste maanden stappen gezet zijn.

Een deel van de gesprekspartners ervaart dit inderdaad zo. Een ander deel van de gesprekspartners geeft echter aan nog geen verbeteringen te zien. Een ander knelpunt ten aanzien van de samenwerking dat door ketenpartners in de gesprekken is genoemd, is gegevensdeling. Volgens verschillende gesprekspartners is dit niet goed georganiseerd. Het is – ondanks de WPG, convenanten en de Wiv24 – volgens hen niet altijd duidelijk wat er met elkaar mag worden gedeeld en er bestaat terughoudendheid uit angst om te veel met elkaar te delen. Enkele gesprekspartners hebben het idee dat de AVG en wetgeving rondom privacy soms te strikt worden geïnterpreteerd en dat niet altijd duidelijk is dat je vanuit een bepaalde bevoegdheid soms wel gegevens mag delen. Dit belemmert soms de uitvoering van de ondermijningsaanpak.

23 In ambtelijk wederhoor is aangegeven dat er draaiboeken met een taakverdeling zijn, die op verzoek aan de ketenpartners

kunnen worden toegestuurd. 24 De WPG (Wet politiegegevens) en de Wiv (Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten) zijn wetten die gaan over het kunnen delen van gegevens voor onder meer het aanpakken van (ondermijnende) criminaliteit.

34

WEERBAAR OF KWETSBAAR?

Bij de aanpak van ondermijning heeft het onderwijs ten aanzien van jongeren een signalerende rol en scholen zijn een belangrijke samenwerkingspartner. Dat is ook in Zeist het geval. Zo wordt samengewerkt in het Veiligheidsoverleg VO. Dit is een co-creatie tussen de gemeente Zeist en het onderwijs, waarbij geldt dat de regie ligt bij de scholen. Van alle scholen die voortgezet onderwijs geven in Zeist sluit een afgevaardigde van de schoolleiding aan bij het overleg. Vanuit de gemeente zijn twee medewerkers aanwezig en soms is de adviseur veiligheid betrokken. Bij het Veiligheidsoverleg VO kunnen ook andere medewerkers en/of organisaties aansluiten. Afhankelijk van het te bespreken thema of onderwerp wordt gekeken of bijvoorbeeld een boa, de wethouder, de streekvervoerder en/of een medewerker van GGZ bij het Veiligheidsoverleg VO dient aan te sluiten. Scholen kunnen via het overleg signalen met elkaar bespreken en ook de gemeente kan op die manier haar informatiepositie verreiken. Het Veiligheidsoverleg VO vindt drie keer per jaar plaats en dan met name voorafgaand aan risicovolle momenten in het schooljaar (de kerstvakantie en bijvoorbeeld het voorjaar).

4.7

Signalen van de inwoners en ondernemers Uit de interviews en groepsgesprekken komt het beeld naar voren dat inwoners en ondernemers in beperkte mate signalen van ondermijning melden. Als er signalen worden gemeld, dan gebeurt dat vaak via Meld Misdaad Anoniem of bij de politie. Als signalen bij de gemeente worden gemeld, gebeurt dat vaak tijdens de inloopspreekuren van de wijkteams. De reden dat de meldingsbereidheid van inwoners en ondernemers beperkt is, heeft volgens gesprekspartners meerdere redenen. De meest genoemde reden is de drempel die wordt ervaren om signalen van (mogelijke) ondermijning te melden. Vaak hebben inwoners en ondernemers het idee dat het doen van een melding voor hen negatieve consequenties kan hebben als er bekend wordt dat zij de melding hebben gedaan. Het kunnen doen van een anonieme melding is daarom belangrijk. Ook is het voor inwoners en ondernemers lastig om signalen van ondermijning te herkennen. Niet alle inwoners en ondernemers weten precies wat ondermijning is en welke signalen hierop kunnen duiden.

Door een aantal gesprekspartners is in dat licht de suggestie gedaan dat wijkteams van de gemeente – in samenwerking met de politie en de huurdersverenigingen – inloop avonden organiseert over het thema “Veiligheid in uw buurt” waarbij dan ook aandacht is voor ondermijning en de vraag hoe je als inwoner en ondernemer signalen kunt herkennen en waar je ze kwijt kunt. Ten slotte is door verschillende gesprekspartners aangegeven dat het feit dat er geen terugkoppeling wordt gegeven aan een melder ontmoedigend werkt. Als inwoners of ondernemers een signaal melden, dan krijgen ze geen reactie van de gemeente wat daarmee is gedaan. Daar lijkt op basis van de interviews wel behoefte aan te zijn. Gesprekspartners zijn zich ervan bewust dat er niet over specifieke casuïstiek kan worden gecommuniceerd, maar er is wel behoefte aan een meer algemene terugkoppeling. Dat zou bijvoorbeeld kunnen door aan te geven dat een signaal is besproken tijdens het casusoverleg, dat een signaal is doorgezet of dat er nader onderzoek wordt gedaan. Daarmee wordt volgens veel gesprekspartners richting inwoners en ondernemers uitgestraald dat het melden van signalen de moeite waard is en dat signalen serieus worden genomen.

35

WEERBAAR OF KWETSBAAR?

4.8

Wijkaanpak Zeist kent geen ondermijningsaanpak die zich specifiek richt op bepaalde wijken binnen de gemeente. De maatregelen die worden genomen en de interventies die plaatsvinden richten zich op de aanpak van ondermijning in de gehele gemeente. Wel zijn er voor de verschillende wijken specifieke doelen geformuleerd (zie paragraaf 3.3). Daarnaast is er binnen de gemeente Zeist een “Strategie wijkgericht werken”, de wijkteams krijgen trainingen en vangen signalen op. De wijkmanagers en wijkteams spelen een belangrijke rol bij de aanpak van ondermijning. In de gemeente is een wijkmanager een medewerker die als schakel tussen inwoners en gemeente fungeert en zich richt op de leefbaarheid en kwaliteit van de woonomgeving in een wijk. Door de wijkteams – waarin medewerkers van verschillende afdelingen van de gemeente samenwerken met de sociale teams en het Centrum voor Jeugd en Gezin – worden in de verschillende wijken regelmatig inloopspreekuren gehouden waar inwoners laagdrempelig met het wijkteam, wijkagenten en de wijk-boa in gesprek kunnen. Deze inloopspreekuren zijn breed van opzet en zien niet specifiek op veiligheidsvraagstukken of de aanpak van ondermijning. Wel komen deze thema’s met enige regelmaat voorbij tijdens de spreekuren. Verschillende gesprekspartners geven aan dat inwoners die een signaal of zorg kwijt willen, dit inbrengen tijdens een inloopspreekuur.

Naast het wekelijkse spreekuur, vinden er in Zeist-West ook buurtbezoeken en buurtspreekuren plaats. Tijdens de buurtbezoeken wordt door onder andere het wijkteam, de wijkagent en de wijk-boa een schouw door de buurt gelopen. Aansluitend is er een buurtspreekuur waarvoor buurtbewoners worden uitgenodigd. Buurtbewoners krijgen op die manier de kans om met de wijkmanager, de wijkagent en de wijk-boa in gesprek te gaan. Tijdens de interviews is aangegeven dat tijdens de buurtspreekuren merkbaar makkelijker signalen van ondermijning bij inwoners worden opgehaald. Buurtbewoners waarderen het om op die manier laagdrempelig met onder andere de gemeente in gesprek te gaan. Volgens een van de gesprekspartners heeft het buurtbezoek ook positieve invloed op de zichtbaarheid van de gemeente.

4.9

Zorgfraude In paragraaf 2.2.2 is benoemd dat zorgfraude een verschijningsvorm van ondermijning is die in Zeist voorkomt. Tijdens de interviews is stilgestaan bij de aanpak van zorgfraude. Het beeld dat naar voren komt is dat zorgfraude en de aanpak daarvan aandacht heeft binnen de gemeente. Wel merken meerdere gesprekspartners op dat het in de praktijk vaak lastig is om een vermoedelijke link met zorgfraude hard te maken. In overleggen met de politie is zorgfraude teruggekomen en toegelicht. Om meer inzicht te krijgen in zorgfraude en deze vorm van ondermijning aan te pakken heeft de gemeente twee toezichthouders rechtmatigheid Wmo en Jeugdwet aangesteld. Deze toezichthouders zijn onder andere langs de teams gegaan om uit te leggen wat de toezichthouder rechtmatigheid Wmo en Jeugdwet precies doet, waar een consulent op moet letten en op welke manier een consulent er grip op kan hebben. Ook is er gewerkt aan bewustwording van medewerkers ten aanzien van zorgfraude.

36

WEERBAAR OF KWETSBAAR?

Uit de interviews komt naar voren dat de gemeente in de nieuwe regionale inkoopronde voor aanbieders van WMO-voorzieningen en jeugdzorg expliciet aandacht wil hebben voor zorgfraude en tegengaan daarvan. Zo wordt bekeken of het uitvoeren van een Bibobtoets in het contract kan worden opgenomen. Ook wordt gekeken naar het maken van afspraken om eenvoudiger gegevens met elkaar te delen. Door verschillende gesprekspartners is aangeven dat de gemeente probeert ook preventief aan de voorkant te laten zien dat Zeist optreedt tegen zorgfraude. Zo wil de gemeente selectiever zijn aan de voorkant en via de aanbestedingsprocedure zorgaanbieders die een link hebben met zorgfraude ontmoedigen om zich in te schrijven. Ook wordt er gewerkt aan een inkoopstrategie waarin aandacht is voor zorgfraude.

37

WEERBAAR OF KWETSBAAR?

5 Weerbaarheid

5.1

Inleiding Een gemeente kan zelf ook doelwit zijn van de georganiseerde criminaliteit. De gemeentelijke producten en diensten zijn interessant en soms onmisbaar voor criminelen. Denk daarbij aan identiteitsdocumenten, vergunningen of vertrouwelijke informatie over bijvoorbeeld vastgoed of ruimtelijke plannen. Het risico bestaat daarmee dat criminelen ambtenaren of bestuurders proberen te beïnvloeden door middel van bedreiging, intimidatie, verleiding of omkoping. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het bewustzijn en de weerbaarheid van de ambtelijke organisatie. Ook wordt aandacht besteed aan hoe de gemeente Zeist ervoor zorgt dat de kans op ondermijning zo klein mogelijk is. De volgende deelvragen worden daarbij beantwoord. Deelvragen: — In hoeverre zijn ambtenaren weerbaar tegen ondermijning? — Hoe zorgt de gemeente er in de praktijk voor dat de kans zo klein mogelijk is dat de organisatie zelf doelwit wordt van ondermijning?

De bevindingen in dit hoofdstuk zijn primair gebaseerd op de interviews en het groepsgesprek met medewerkers.

5.2

Bewustzijn en weerbaarheid ambtelijke organisatie Uit het groepsgesprek met medewerkers blijkt dat de meeste deelnemers van mening zijn dat ondermijning ook in Zeist voorkomt en voet aan de grond heeft. Dat is ook het beeld dat uit de interviews naar voren komt. Verschillende medewerkers die aanwezig waren bij het groepsgesprek legden de link van ondermijning met georganiseerde criminaliteit en een verwevenheid tussen de onder- en bovenwereld. Gesprekspartners kunnen diverse vormen van ondermijnende criminaliteit noemen die zich voordoen in Zeist. De organisatie is echter nog groeiende op dit punt, het bewustzijn kan nog worden verbeterd. Tijdens het groepsgesprek en de interviews kwam het beeld naar voren dat het voor medewerkers niet altijd zichtbaar en tastbaar is wat ondermijnende criminaliteit precies is en welke risico’s zich in hun eigen werk voor (kunnen) doen. Ook op het gebied van zorgfraude laten de gesprekken zien dat het bewustzijn bij medewerkers die werkzaam zijn in het sociaal domein nog beter kan.

38

WEERBAAR OF KWETSBAAR?

Sociaal domein Om het bewustzijn van medewerkers te vergroten zijn de toezichthouders rechtmatigheid Wmo en Jeugdwet vorig jaar langs de teams gegaan die werken op het gebied van het sociaal domein. Daarbij is door de toezichthouders uitgelegd op wat voor signalen een consulent kan letten. Ook is vorig jaar een workshop gegeven waarbij een fictieve PGB-casus is behandeld. Aan de hand van die fictieve casus is een gesprek gevoerd over het herkennen van signalen. Uit het groepsgesprek komt een wisselend beeld naar voren over de vraag of medewerkers zelf interessant kunnen zijn voor en dus doelwit kunnen zijn van criminelen. Een deel van de medewerkers is zich er duidelijk van bewust dat zijzelf als medewerker aantrekkelijk kunnen zijn voor criminelen. Als voorbeelden zijn genoemd de toegang die een medewerker burgerzaken of een vergunningverlener bij grote projecten hebben tot bepaalde informatie en het feit dat de gemeente bijvoorbeeld identiteitsdocumenten afgeeft. Een ander deel van de medewerkers is zich er echter niet zodanig van bewust dat hun afdeling/team of zijzelf interessant kunnen zijn voor criminelen.

Na het noemen van een aantal voorbeelden van criminele beïnvloeding in andere gemeenten (waaronder paspoortfraude door een stagiair) en het hypothetische voorbeeld dat een medewerker van de gemeente een envelop met geld aanneemt om een vergunning af te geven, bleek tijdens het groepsgesprek dat de aanwezige medewerkers in staat zijn om pogingen tot criminele beïnvloeding te ‘neutraliseren’ (persoonlijke weerbaarheid). Zij geven duidelijk aan dat zij geen envelop met geld zouden aannemen en dit ook zouden melden of bespreken binnen hun team en/of de teamleider. Wel blijkt niet altijd duidelijk te zijn waar de grens ligt wat betreft het aannemen van giften. Het onderzoek laat zien dat bij het cluster Burgerzaken veel aandacht is besteed aan het bewustzijn van de risico's van ondermijnende criminaliteit en het herkennen van signalen. Cluster Burgerzaken De afdeling Burgerzaken is verantwoordelijk voor het bijhouden van de Basisregistratie Personen (BRP), het uitvoeren van adresonderzoeken en het verwerken van mutaties zoals verhuizingen, huwelijken en geboorten. Ook organiseert het cluster Burgerzaken de gemeentelijke verkiezingen. Kijkend naar de werkzaamheden die medewerkers van het cluster Burgerzaken verrichten, dan kunnen het cluster en de medewerkers die daar werkzaam zeer interessant zijn voor criminelen.

De gemeente is zich daarvan bewust en in dat kader zijn diverse organisatorische maatregelen getroffen. Zo zijn medewerkers van Burgerzaken getraind; er is een bijeenkomst met het RIEC georganiseerd en medewerkers hebben een cursus over identiteitsfraude gevolgd. Ook is afgesproken om de functie van medewerkers op LinkedIn in plaats van medewerker burgerzaken aan te duidelijk als ‘vakspecialist’. Ook is het Woonfraudeoverleg in het leven geroepen om inhoudelijk met elkaar te spreken over zaken waarin (mogelijk) sprake is van woonfraude. Bij de aanvraag van identiteits- en reisdocumenten geldt ook een vier-ogen-principe en wordt gewerkt volgens de strenge wetten en regels die voor die processen gelden. Documenten mogen bijvoorbeeld nooit worden verstrekt door dezelfde medewerker als die de aanvraag in behandeling heeft genomen. Het onderzoek laat verder zien dat er binnen de gemeente een veilige omgeving is om signalen van criminele beïnvloeding te melden, maar dat niet altijd duidelijk is waar signalen precies moeten worden gemeld. Voor een deel van de deelnemers aan het groepsgesprek was onduidelijk wat zij precies moesten doen om een signaal verder te brengen. Een andere deel van de medewerkers was ervan op de hoogte dat signalen altijd met de adviseur Veiligheid kunnen

39

WEERBAAR OF KWETSBAAR?

worden gedeeld en dat er een casustafel bestaat waarin signalen worden besproken. Gesprekspartners geven unaniem aan dat er geen behoefte bestaat aan een procesbeschrijving wat te doen bij een signaal. Uit het groepsgesprek en de interviews blijkt ook dat het per afdeling/team verschilt in welke mate medewerkers in staat zijn om (pogingen tot) criminele beïnvloeding (bedreiging, omkoping, intimidatie, verleiding) te herkennen. Een meerderheid van de gesprekspartners gaf aan dat zij zelf geen trainingen hebben gehad en dat zij en hun collega’s niet altijd alle signalen zien. Bij hen bestaat behoefte aan een training over wat ondermijning precies inhoudt en op welke signalen zij moeten letten. Er zijn wel trainingen gegeven aan medewerkers met bepaalde functies binnen de gemeente, zoals de boa’s, toezichthouders en medewerkers publiekszaken. Tijdens het groepsgesprek is aan medewerkers gevraagd of hun eigen weerbaarheid (alert zijn op en in staat zijn om nee te zeggen tegen criminelen of verdachte verleidingen) en de weerbaarheid van de organisatie een terugkerend gespreksthema is. Dit is, behalve bij het cluster Burgerzaken, niet het geval. De bij het groepsgesprek aanwezige medewerkers geven aan dat zij nog niet eerder in een gezamenlijke groepssessie over ondermijning en weerbaarheid hebben gesproken.

Voor veel medewerkers was het groepsgesprek in het kader van dit onderzoek de eerste keer dat er over weerbaarheid is gesproken. Dit werd als waardevol ervaren en zou men dan ook graag vaker willen doen. Gesprekspartners zijn zich ervan bewust dat weerbaarheid een continu proces is. Het in breder verband op een laagdrempelige manier aandacht besteden aan ondermijning kan bijdragen aan het vergroten van bewustzijn onder medewerkers en daarmee aan een weerbare gemeentelijke organisatie. Weerbaarheid begint immers met voldoende bewustzijn.

5.3

Organisatorische waarborgen Een manier om als gemeentelijke organisatie weerbaar te zijn tegen ondermijning is het hebben van gedragscodes en het treffen van organisatorische waarborgen zoals het vier-ogenprincipe (meekijken door collega’s of leidinggevenden). Binnen de gemeente is een aantal organisatorische waarborgen getroffen die er in de praktijk voor moeten zorgen dat de kans zo klein mogelijk is dat de organisatie zelf doelwit wordt van ondermijning. Vier-ogen-principe Tijdens het groepsgesprek met medewerkers bleek dat niet alle afdelingen met een vier-ogenprincipe werken bij het afgeven van beschikkingen. Een van de medewerkers stelde expliciet dat ‘de gemeente Zeist de eerste overheidsorganisatie is waarbij ik werkzaam ben waar niet bij alle beschikkingen een vier-ogen-principe geldt’. Het niet werken met een dergelijk principe maakt het afgeven van beschikkingen kwetsbaar en vergroot de risico’s op misbruik en ondermijning. On boarding – introductie nieuwe medewerkers Bij de introductie van nieuwe medewerkers (‘on boarding’) wordt sinds dit jaar aandacht besteed aan weerbaarheid tegen ondermijning en het herkennen van signalen ervan. Het gaat erom bewustwording te creëren. Ook de Wet Bibob wordt bij het on boarding programma genoemd. Integriteit is voor nieuwe medewerkers ook een vast onderdeel.

40

WEERBAAR OF KWETSBAAR?

Trainingen aan medewerkers en bijeenkomsten Om de weerbaarheid te vergroten heeft het RIEC een aantal trainingen verzorgd. Het betreft trainingen voor het wijkteam, toezichthouders, het team Veiligheid, het cluster Burgerzaken en het bestuurssecretariaat. Tijdens een heidag binnen het sociaal domein is er een workshop georganiseerd over beïnvloeding en wat de achterliggende bedoeling daarvan is. Bij Burgerzaken en het sociaal domein wordt duidelijk gewerkt aan het bewustzijn en de weerbaarheid. De gemeente wil medewerkers die veerkrachtig zijn; dat wil zeggen medewerkers die niet alleen melden, maar er ook over nadenken. Om het bewustzijn en de weerbaarheid van medewerkers te vergroten verzorgt de gemeente daarom zelf (jaarlijks) trainingen aan medewerkers van de gemeente. Zo zijn er trainingen verzorgd voor boa’s en medewerkers publiekszaken. Vanuit de afdeling veiligheid en de teammanagers wordt aangegeven dat er een training is en worden medewerkers gevraagd om daaraan deel te nemen. Het geven van die trainingen is een continu proces, maar de trainingen kennen geen verplicht karakter. Wel blijkt uit de gesprekken met medewerkers dat doorgaans de lijn is dat wanneer voor een bepaalde groep medewerkers een training wordt aangeboden, medewerkers daarvan gebruik maken en daaraan deelnemen.

Het verschilt per afdeling op welke manier en in welke mate aan medewerkers van een afdeling training wordt gegeven. Verschillende gesprekspartners en deelnemers aan het groepsgesprek hebben aangegeven dat een meer verplichtend karakter van deze bijeenkomsten overwogen zou kunnen worden. Tijdens de gesprekken is door diverse gesprekspartners opgemerkt dat het nuttig zou zijn om ook aan medewerkers die al langer bij de gemeente werkzaam zijn, een algemene training te geven over wat ondermijning precies is en waarop die medewerkers alert moeten zijn. Dit omdat het herkennen van signalen nog niet breed is verankerd in de organisatie dan wel die medewerker zelf behoefte heeft aan een dergelijke training. Ook is door één van de ketenpartners opgemerkt dat het meeste criminele geld omgaat in vastgoed, maar dat medewerkers van Ruimtelijke Ontwikkeling niet worden getraind op weerbaarheid en het herkennen van signalen. Overige zaken Naast het geven van trainingen en organiseren van bijeenkomsten heeft de gemeente nog meer zaken gedaan om de kans zo klein mogelijk te maken dat de organisatie zelf doelwit wordt van ondermijning. Zo investeert de gemeente in het directie- en managementteam, zodat de drempel om signalen te delen en situaties aan te kaarten laag wordt gehouden. Ook binnen de driehoek gemeentesecretaris - burgemeester - griffier wordt gekeken naar signalen.

Er is een manifest getekend en wat betreft de gemeenteraad, het college, de burgemeester en ambtenaren is gekeken wat een weerbaar bestuur betekent. Verder geldt dat gebruik wordt gemaakt van social media om informatie te delen over uitgevoerde integrale controles en van woningsluitingen. Op die manier wordt gedeeld dat een integrale controle bijvoorbeeld succes heeft opgeleverd en het delen van die successen draagt weer bij aan de bewustwording en meer meldingsbereidheid. De gemeente beschikt niet over specifieke gedragscodes, maar in hoofdstuk 2 van het personeelshandboek dat van toepassing is op iedereen die werkzaamheden verricht voor de gemeente Zeist, zijn wel integriteitsregels opgenomen.

41

WEERBAAR OF KWETSBAAR?

6 De rol van de gemeenteraad

6.1

Inleiding In dit hoofdstuk staat de rol van de gemeenteraad van Zeist bij de ondermijningsaanpak centraal. Er zal worden ingegaan op de kaderstellende en controlerende rol die de raad speelt bij de ondermijningsaanpak, de informatievoorziening aan de raad en de weerbaarheid van raadsleden. De volgende deelvragen worden in dit hoofdstuk beantwoord. Deelvragen: — Hoe is de gemeenteraad betrokken bij het beleid en in welke mate is zij op de hoogte (gebracht) van ondermijnende activiteiten? — Hoe zorgt de gemeente er in de praktijk voor dat de kans zo klein mogelijk is dat raadsleden doelwit worden van ondermijning?

De bevindingen in dit hoofdstuk zijn primair gebaseerd op het groepsgesprek met raadsleden en de interviews.

6.2

De kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraad De gemeenteraad heeft ook als het gaat om de aanpak van ondermijning een kaderstellende en controlerende rol. Kaders kunnen worden gesteld in het beleid en in lokale regelgeving (de Algemene Plaatselijke Verordening (de APV)). De controlerende rol bestaat eruit dat de raad de uitvoering van het beleid controleert: gebeurt het volgens plan, zijn er bijzonderheden in de uitvoering en worden de doelen en gewenste effecten gerealiseerd? De gemeenteraad heeft kaders gesteld voor de ondermijningsaanpak door op 3 oktober 2023 het Integraal Veiligheidsplan 2024-207 vast te stellen. Hierin zijn kaders voor de ondermijningsaanpak opgenomen. In de op 14 januari 2025 door de raad vastgestelde APV zijn weigeringsgronden opgenomen gericht op de aanpak van ondermijning. Zo bepaalt artikel 2:80 lid 5 APV dat een exploitatievergunning kan worden geweigerd als de exploitant of beheerder ‘in enig opzicht van slecht levensgedrag is’. Ook dit is een voorbeeld van een door de gemeenteraad gesteld kader voor de aanpak van ondermijning. De aangepaste APV is op 30 januari 2025 in werking getreden.

42

WEERBAAR OF KWETSBAAR?

Vanuit de controlerende rol moet de gemeenteraad controleren hoe er uitvoering wordt gegeven aan de ondermijningsaanpak en of eventueel daarvoor ter beschikking gestelde budgetten goed worden besteed. Om dat te kunnen doen is een goede informatiepositie essentieel. Tijdens het groepsgesprek met raadsleden bleek er verschil te bestaan tussen de aanwezige raadsleden over de reikwijdte van de controlerende taak van de raad. Enkele raadsleden gaven aan de controlerende taak breed te zien en bijvoorbeeld ook te willen weten hoe de integrale controles plaatsgevonden hebben, wat er is aangetroffen en welke vervolgacties eventueel in gang gezet zijn. Andere raadsleden gaven aan hun controlerende taak vooral op hoofdlijnen te zien.

6.3

De informatievoorziening aan de gemeenteraad Uit de interviews en het groepsgesprek met raadsleden blijkt dat de raad op verschillende manieren wordt geïnformeerd over de aanpak van ondermijning en de uitvoering daarvan. Zo wordt de raad onder andere geïnformeerd via de gebruikelijke P&C-cyclus waarin aandacht is voor de inzet van financiële middelen voor de uitvoering van het IVP. Daarnaast vindt er eens in de vier à vijf weken een informele raadsbijeenkomst plaats waarin aandacht is voor het thema veiligheid in brede zin. Ondermijning en de aanpak daarvan is hier een onderdeel van en komt tijdens de informele raadsbijeenkomst daarom ongeveer eens per jaar aan de orde. Ook vinden er een aantal keer per jaar veiligheidspitches plaats in de raad waarbij een onderwerp uit het veiligheidsdomein – waaronder soms ondermijning – met de raad wordt besproken. Daarnaast wordt de gemeenteraad als er een integrale controle heeft plaatsgevonden. Verschillende raadsleden gaven in het groepsgesprek aan dat er vanuit de gemeenteraad vrijwel nooit vragen worden gesteld over het onderwerp ondermijning. Dat is ook het beeld dat uit de interviews naar voren komt. De mate waarin de gemeenteraad behoefte heeft aan informatie over de aanpak van ondermijning bleek tijdens het groepsgesprek wisselend te zijn.

Meerdere raadsleden zouden graag meer cijfers willen krijgen van de burgemeester over de verschillende verschijningsvormen van ondermijnende criminaliteit die zich in Zeist voordoen en de ontwikkeling die daarin eventueel te zien is. Een enkel raadslid gaf aan ‘alle details te willen weten van wat er voorkomt en wat we eraan doen’. Door een van de raadsleden werd nadrukkelijk de vraag aan de orde gesteld of het ook nuttig is om als raadslid meer informatie te krijgen. Het raadslid verwoordde dit als volgt. ‘Als we adequater en meer gedetailleerd worden geïnformeerd, is dat dan nuttig? Dat hangt sterk af van de rol die je als raad wil innemen. Als je een stevige rol wil innemen dan heb je meer informatie nodig, maar als je als raad wat meer op afstand wil staan heb je minder informatie nodig. Voordat we vragen om meer informatie zouden we eerst helder moeten hebben welke rol we voor onszelf weggelegd zien. In welke detail willen we bijvoorbeeld met inwoners over ondermijning kunnen praten?’ De bij het groepsgesprek aanwezige raadsleden waren het er vrijwel allemaal mee eens dat de gemeenteraad op dit moment onvoldoende zicht heeft op de omvang van ondermijnende criminaliteit in Zeist. Daarbij werd nadrukkelijk aangegeven dat het voor raadsleden niet altijd duidelijk is wat er wordt verstaan onder het begrip ondermijning en hoe signalen herkend kunnen worden.

Daar zouden de raadsleden graag meer inzicht in en handvatten voor willen krijgen.

43

WEERBAAR OF KWETSBAAR?

Breed gedeeld wordt de wens om duidelijker inzicht te krijgen in de effectiviteit van de ondermijningsaanpak. Daarbij werden genoemd informatie over de mate waarin in het beleid gestelde doelen worden bereikt en inzicht in de effecten die de aanpak heeft op de veiligheid in de Zeister samenleving. Tijdens het groepsgesprek gaven verschillende raadsleden aan voor zichzelf ook een ‘signalerende rol’ te zien bij de aanpak van ondermijning, mede ingegeven door hun volksvertegenwoordigende rol. Hiermee werd bedoeld dat raadsleden signalen en vragen die zij krijgen van inwoners bespreekbaar willen kunnen maken in bijeenkomsten van de gemeenteraad of deze vragen door te spelen aan de burgemeester of de ambtenaren. Daar zit voor sommige raadsleden een dilemma. Hoever kun je gaan met het stellen van vragen? Wat mag je als raadslid allemaal weten en wat is beter dat je niet weet om zo niet kwetsbaar te worden? Deze dilemma’s en vragen zouden de raadsleden graag eens met elkaar over door willen spreken.

6.4

Bewustzijn en weerbaarheid van de raad De raadsleden die aan het groepsgesprek deelnamen gaven in meerderheid aan dat zij verwachten dat ondermijning volgens hen ook in Zeist voet aan de grond heeft. Een aantal raadsleden is van mening dat dat niet het geval is. Ze stelden dat er geen cijfers bekend zijn bij de gemeenteraad over de mate waarin ondermijning voorkomt in Zeist en zolang dat zo is kan er volgens deze raadsleden vanuit worden gegaan dat ondermijning in Zeist geen voet aan de grond heeft. Tijdens het groepsgesprek bleken de raadsleden verschillend te kijken naar de vraag of zij vanuit hun functie interessant zijn voor criminelen. Enkele raadsleden konden zich niet voorstellen dat ze interessant zijn voor criminelen. Andere raadsleden konden zich dat – gelet op de toegang tot informatie en de invloed op besluitvorming – juist heel goed voorstellen. Alle aanwezige raadsleden waren het erover eens dat een raadslid nooit volledig weerbaar kan zijn tegen ondermijning, maar dat het wel belangrijk is om je bewust te zijn van risico’s. Daarom is het belangrijk om afspraken te hebben over bijvoorbeeld het aannemen van giften en het ingaan op uitnodigingen. Dergelijke afspraken over integriteit zijn er voor de gemeenteraad van Zeist. Ook voor de raadsleden geldt dat weerbaarheid begint met voldoende bewustwording.

Aan het begin van de nieuwe raadsperiode is er met de verkozen raadsleden gesproken over integriteit en weerbaarheid en is aangegeven waar raadsleden met vragen en zorgen terecht kunnen. Sommige aanwezige raadsleden merkten op dat ze het goed zouden vinden als een dergelijke training gedurende de raadsperiode wordt herhaald. De verantwoordelijkheid voor screening van (kandidaat)raadsleden ligt in principe bij politieke partijen, omdat raadsleden democratisch gekozen zijn. Een manier om te screenen is bijvoorbeeld het opvragen van een VOG voor kandidaat raadsleden. De burgemeester is voornemens over dit onderwerp met de besturen van alle in de raad vertegenwoordigde partijen te praten in aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2026.

44

WEERBAAR OF KWETSBAAR?

Bijlage 1: Deelvragen

Onderzoeksthema I: Aard en omvang van ondermijning — Wat zijn de belangrijkste fenomenen, werkwijzen en markten op het gebied van ondermijning in Zeist? — Hoe is de informatiepositie van de gemeente Zeist? Onderzoeksthema II: Beleid — Welk beleid heeft de gemeente Zeist vastgesteld om georganiseerde (ondermijnende) criminaliteit aan te pakken en welke doelen en activiteiten vloeien voort uit dit beleid? Onderzoeksthema III: Uitvoering en inzet instrumenten — Zijn de organisatorische randvoorwaarden aanwezig die noodzakelijk zijn voor een adequate aanpak van ondermijning? — In welke mate is er gebruik gemaakt van het bestuurlijke instrumentarium en welke andere acties en maatregelen zijn uitgevoerd? — Welke resultaten zijn behaald en wordt daarmee voldaan aan de doelstellingen van het beleid? — Welke problemen, knelpunten en kansen zien bewoners, ondernemers en professionals in Zeist als het gaat om de aanpak van ondermijning? Onderzoeksthema IV: Samenwerking — Hoe verloopt de samenwerking tussen gemeente en haar samenwerkingspartners? — Hoe vult de gemeente haar regierol in? Onderzoeksthema V: Weerbaarheid — In hoeverre zijn ambtenaren weerbaar tegen ondermijning? — Hoe zorgt de gemeente er in de praktijk voor dat de kans zo klein mogelijk is dat de organisatie zelf doelwit wordt van ondermijning? Onderzoeksthema VI: De rol van de raad — Hoe is de gemeenteraad betrokken bij

het beleid en in welke mate is zij op de hoogte (gebracht) van ondermijnende activiteiten? — Hoe zorgt de gemeente er in de praktijk voor dat de kans zo klein mogelijk is dat raadsleden doelwit wordt van ondermijning?

45

WEERBAAR OF KWETSBAAR?

Bijlage 2: Bestudeerde documenten

— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — —

Begroting 2025 Begroting 2024 Integraal Veiligheidsplan Zeist-Bunnik-Leusden-Woudenberg 2024-2027 Uitvoeringsplan Integrale Veiligheid 2024-2025 Zeist Uitvoeringsplan District Oost-Utrecht2025-2026 Jaarplan Veiligheid 2025 Jaarplan Veiligheid 2024 Jaarplan Veiligheid 2023 Jaarplan 2025 - Toezicht en handhaving Wmo en Jeugdwet gemeente Zeist Notitie m.b.t. de Wet Bibob in het sociaal domein Beleidslijn voor de toepassing van de wet Bibob in Zeist Beleidsregel voor de Wet Bibob gemeente Zeist, vastgesteld in 2025 Algemeen controleplan Jeugdwet gemeente Zeist Beleidsplan toezicht en handhaving sociaal domein (Wmo/Jeugdwet) Gemeente Zeist Afwegingskader Toezicht en handhaving Wmo/Jeugdwet Rapportage bestuurlijke weerbaarheidsscan Gemeente Zeist Ondermijningsbeeld 2018 RIEC Personeelshandboek-Gemeente Zeist Vragenlijst Burgerpeiling veiligheid en leefomgeving 2025 Folder Weerbaar Bestuur Motie inzet veiligheidsmonitor (23RV027) en aanverwante raadsinformatie Raadsvoorstel Integraal Veiligheidsplan 2024-2027 Raadsinformatiebrief Jaarplan Veiligheid 2024 Raadsinformatiebrief 23 januari 2024 over het doel, de ambities van het UVP en de relatie met het Jaarplan Veiligheid Zeist 2024

46

WEERBAAR OF KWETSBAAR?

Bijlage 3: Overzicht van gesprekspartners Gesprekspartners individuele gesprekken Medewerkers/bestuurders — Burgemeester van Zeist — Gemeentesecretaris — Loco-gemeentesecretaris — Wethouder financiën, economische zaken, horeca, toezicht, handhaving, APV en coördinerend portefeuillehouder Sociaal in Balans — Beleidsadviseur Openbare Orde en Veiligheid — Beleidsadviseur jeugd — Beleidsadviseur zorg/sociaal domein — Adviseur Horeca en evenementen — Buitengewoon Opsporingsambtenaar — Wijkmanager met portefeuille Veiligheid stedelijk niveau — Bibob-coördinator — Wijkmanager West Ketenpartners — Openbaar Ministerie Midden-Nederland – Beleidsmedewerker ondermijning — Openbaar Ministerie Midden-Nederland – Interventiespecialist — Politie – Operationeel expert en wijkagent — RIEC Midden-Nederland – Operationeel coördinator — RIEC Midden-Nederland – Districtelijk programmamanager Oost-Utrecht Overige organisaties/personen — MeanderOmnium – Teamleider — Woningcorporatie – Manager Wonen Zeist — Regionale Sociale Dienst Kromme Rijn Heuvelrug — Directeur scholengroep — Huurders Platform Seyst Deelnemers groepsgesprek medewerkers — Adviseur ruimtelijke ontwikkeling — Teamleider sociaal domein — Procescoördinator kwaliteit en implementatie — Inkoopadviseur — Vakspecialist team burgerzaken — Juridisch medewerker team vastgoed — Juridisch medewerker team ruimtelijke ontwikkeling — Adviseur

economie — Senior casemanager vergunningen

47

WEERBAAR OF KWETSBAAR?

48

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16593553/1