RV26.004 Bijlage 1 Beleidskader Jeugd (digitaal toegankelijk)
Tekst van het document
De kracht van de basis Beleidskader Jeugd 2026-2030
Voorwoord We willen natuurlijk dat alle kinderen en jongeren in onze gemeente veilig, gezond en kansrijk opgroeien. Dat vraagt om een stevige basis: een omgeving waarin zij zich geliefd en gesteund voelen. Een veilige bedding voor kinderen en jongeren om te leren, spelen, sporten en 'zich te ontwikkelen. Daarom kiezen we er met dit beleidskader voor om de komende jaren de pedagogische basis te versterken. In gezinnen, op de scholen, in de buurten, bij de sportclubs, kortom, op de plekken waar onze jeugd opgroeit.
Dit beleidskader is opgesteld in nauwe samenwerking met partners uit het hele sociaal domein: scholen, sportclubs, de muziekschool, de bibliotheek, jongeren werkers van MeanderOmnium en de buurtsportcoaches. Ook het gedachtegoed van Sharon Stellaard en Bert Wienen heeft ons geïnspireerd: zij benadrukken dat echte verandering begint bij betekenisvolle relaties en het versterken van onze gemeenschappen.
Dit beleidskader is meer dan een beleidsstuk. Het is een uitnodiging aan iedereen in Zeist om mee te doen. We zetten in op normaliseren: niet alles hoeft gelabeld of gemedicaliseerd te worden. We kiezen voor groeps gericht aanbod, voor samen doen in plaats van individueel oplossen. Voorbeelden zoals Vollenhove Vooruit laten zien dat dit werkt: daar bouwen we met de scholen in de wijk, het jongerenwerk, Centrum Jeugd en Gezin en ouders samen aan een gedeeld pedagogisch kader. Ik ben trots op de richting die we met dit beleidskader inslaan. De kracht van de basis zit ‘m in de toegewijde aandacht van ouders en alle betrokken professionals en vrijwilligers. Want ook de sportcoach en muziekdocent zijn onmisbaar voor een sterke pedagogische basis. It takes a village to raise a child, en in Zeist hebben we dat sterke netwerk om een goede, veilige thuisbasis te bieden voor onze kinderen en jongeren. Ik nodig u uit om samen met ons deze beweging te maken. Want de kracht van Zeist ligt in de kracht van de basis.
Angèle Welting Wethouder Jeugd, Onderwijs en Gezondheid Gemeente Zeist
Beleidskader Jeugd 2026-2030
We zien dat steeds meer kinderen en jongeren jeugdhulp ontvangen en dat de kosten blijven stijgen. Tegelijkertijd ervaren gezinnen en professionals het jeugdstelsel als complex en versnipperd. Dat vraagt om een koerswijziging. Hier kiezen we voor de kracht van de pedagogische basis, van verbinding en steun vinden bij elkaar. Pas wanneer de pedagogische basis tekortschiet, komt aanvullende jeugdhulp in beeld. Zo houden we hulp beschikbaar voor wie het echt nodig heeft en voorkomen we overbelasting van het systeem.
Binnen mijn portefeuille werk ik aan een leefomgeving waarin iedereen mee kan doen. We investeren in kansengelijkheid in het onderwijs, in cultuur, sport en bewegen voor alle kinderen, en in duurzame, toegankelijke scholen met een gezond binnenklimaat. We willen dat kinderen vanaf hun geboorte tot aan volwassenheid een gezonde en inspirerende leer- en leefomgeving hebben. Een stevige start met een stevige basis voor ieder kind, jongere en jongvolwassene.
3
Inhoudsopgave Voorwoord 3 Samenvatting 5 Inleiding
8
Maatschappelijke opgave
10
Visie en leidende principes
17
Speerpunten 21 De kracht van de basis
Financiën
29
Monitoren en leren
30
Bijlage A Participatie
32
Bijlage B Samenhang met ander beleid
34
Bijlage C Onderzoeken
36
Bijlage D De pedagogische basis
37
4
Bijlage E Preventie, basisondersteuning en jeugdhulp 38
Samenvatting Beleidskader Jeugd Zeist 2026-2030 De gemeente Zeist wil dat alle kinderen en jongeren veilig, gezond en kansrijk opgroeien. Veel kinderen groeien op in een stabiele omgeving, waarbinnen zij zich geliefd voelen. De meeste vragen rond opvoeden en opgroeien kunnen daarom gelukkig in het dagelijks leven worden beantwoord: binnen gezin, school, sport, cultuur en wijk. Soms is extra ondersteuning nodig voor een kind, een jongere of diens gezin. We zien dat de afgelopen jaren steeds meer kinderen en jongeren jeugdhulp ontvangen, dat trajecten langer duren en dat de kosten harder stijgen dan het gebruik. Gezinnen en professionals ervaren het stelsel bovendien als complex en versnipperd.
Maatschappelijke opgave Landelijk en regionaal staat de jeugdhulp onder druk. Waar in 1990 1 op de 27 kinderen jeugdhulp kreeg, is dat in 2023 al 1 op de 7. De kosten stegen sinds de decentralisatie in 2015 met 80%. De Hervormingsagenda Jeugd (2023-2028) vraagt nadrukkelijk om meer preventie, versterking van de pedagogische basis en minder bureaucratie. Daarnaast heeft het onderwijs de uitdaging om in het kader van Inclusief Onderwijs ruimte te bieden aan verschillen en ondersteuning zoveel mogelijk in de klas en schoolomgeving te organiseren. In Zeist zien we deze druk terug met stijgende kosten, al daalt het aantal jeugdigen met jeughulp licht. De totale kosten stijgen vanwege inflatie/loonontwikkeling en de langere duur van trajecten. In 2024 kreeg 13% van de jeugdigen (0-23 jaar) jeugdhulp, dit ligt al jarenlang hoger dan het landelijk gemiddelde (10,8% in 2023).
De opgave voor Zeist is drieledig:
■ Pedagogische basis versterken in gezin, school, sport, cultuur en wijk.
■ Kansenongelijkheid verkleinen door ongelijk
te investeren waar de stapeling van problematiek het grootst is. ■ Druk op jeugdhulp verlagen door het normale leven te versterken en preventief en collectief te werken.
Visie en leidende principes Het jeugdbeleid bouwt voort op de gemeentelijke visie Sociaal Domein (2025) en de gemeentelijke kernwaarden vertrouwen, nabijheid en kracht. De pedagogische basis van relaties, netwerken en plekken in de leefomgeving vormen een sterk fundament. Jeugdhulp is aanvullend. Acht leidende principes geven richting: 1. Uitdagingen horen bij het leven. Variatie hoort bij opgroeien; niet elk probleem behoeft een diagnose. 2. Altijd contextgericht werken. Niet alleen kijken naar het kind, maar ook naar gezin, school, wijk en de online omgeving. 3. Samen met kinderen, jongeren en ouders. Bij ondersteuning in het gezin staat de stem van het gezin centraal. Wij nemen de ervaringen van kinderen, jongeren en hun ouders actief mee in beleidsvorming, planvorming en evaluatie voor de wijk. 4. De pedagogische basis als fundament. Gezin, school, sport, cultuur en wijk zijn de eerste plekken van steun. 5. Samenhang en samenwerking centraal. In de wijk en rondom gezinnen werken partners integraal als één netwerk, met heldere regie. 6. Ongelijk investeren voor gelijke kansen. Extra inzet waar dit nodig is om gelijke kansen te creëren.
Beleidskader Jeugd 2026-2030
Dit beleidskader brengt richting voor 2026–2030. Het legt de nadruk op een sterke pedagogische basis, het fundament. Opgroeien is soms lastig, maar dit hoort er bij. We willen problemen niet vergroten, juist in het belang van kinderen en jongeren. We zorgen voor een sterke basis waarin kinderen en jongeren goed kunnen opgroeien. Jeugdhulp is aanvullend en wordt alleen ingezet wanneer deze basis onvoldoende steun biedt voor wat een kind of jongere / gezin nodig heeft.
Het gaat vooral om ambulante hulp. De helft van de jongeren van 13-17 jaar ervaart stress en ongeveer een kwart heeft psychische klachten of voelt zich eenzaam.
5
7.
8.
De kracht van de basis
6
Jeugdhulp is aanvullend. Jeugdhulp wordt aanvullend ingezet wanneer de pedagogische basis onvoldoende steun geeft. Veiligheid als ondergrens. Veiligheid staat voorop en is de ondergrens, zowel in het gezin als in de wijk.
en werkt vooral preventief. Onderwijs en jongeren werk krijgen een brugfunctie. Er komt structurele aandacht voor digitale weerbaarheid en een integrale aanpak voor jongeren 16-23 jaar, waarin we wonen, inkomen, zorg en onderwijs verbinden.
Speerpunten
Wat merken we van dit beleidskader?
Op basis van deze leidende principes kiest Zeist voor vier inhoudelijke speerpunten. 1. Sterke pedagogische basis: voorspelbaar, collectief en netwerkgericht. In iedere wijk komt één gezamenlijke pedagogische aanpak. We versterken het Centrum Jeugd en Gezin (CJG) Zeist in het preventief ondersteunen van het gezin. We werken zoveel mogelijk met vaste contactpersonen en warme overdrachten, collectieve programma’s als voorkeursroute, en structurele ouder- en jongerennetwerken. We verbinden formele en informele steun, maken voorzieningen beter zichtbaar en professionals krijgen ruimte voor gezamenlijke duiding en oordeelvertraging. 2. Gebiedsgericht sturen en ongelijk investeren. In de wijk vormen we een pedagogische alliantie met een agenda waarin de belangrijkste thema’s en prioriteiten vastliggen. We maken per wijk een plan, gebaseerd op cijfers én verhalen. In wijken waar problemen zich opstapelen, zetten we extra capaciteit in voor bijvoorbeeld jongerenwerk, sportvoorzieningen en ondersteuning op school. Zo verkleinen we ongelijkheid en sluiten we beter aan bij lokale behoeften. 3. Veiligheid als gezamenlijke verantwoordelijkheid. Veiligheid in het gezin, school, wijk en online is cruciaal. Signalen van onveiligheid pakken we sneller op in gezamenlijke voorkantoverleggen. We werken met duidelijke veiligheidslijnen en investeren in een aanspreekcultuur en rolmodellen.
We combineren preventie en herstel, zodat gezinnen niet alleen problemen voorkomen, maar ook vertrouwen kunnen herstellen. 4. Ontwikkeling en overgangen van 0-23 jaar. Overgangen (opvang-basisschool, PO-VO, VO-mbo/werk, 18-/18+) krijgen expliciet aandacht. We zorgen voor vaste gezichten en warme over drachten. Het CJG is toegankelijk en herkenbaar
Kinderen en jongeren ervaren meer steun in hun dagelijks leven, doordat relaties binnen het gezin, de school en wijk sterker worden.n. Zij groeien op in een omgeving met vertrouwde gezichten en duidelijke afspraken, waar uitdagingen bij het leven mogen horen. Ouders krijgen sneller preventieve ondersteuning dichtbij en vinden steun in hun eigen netwerk. Door samen te werken rond de gewone leefwereld ontstaat meer rust en voorspelbaarheid. Daarvoor is preventieve ondersteuning vaak voldoende. En ook als er (geïndiceerde) jeugdhulp nodig is, dan wordt er geïnvesteerd in eigen kracht en het eigen netwerk of de inzet van vrijwillige ondersteuning. Want de beste preventie en ondersteuning is vaak in het ‘normale’ leven te vinden.
Financiën De afgelopen jaren namen de kosten voor jeugdhulp in gemeente Zeist structureel toe. Het beleidskader heeft de inzet om een ombuiging te realiseren van jeugdhulp naar een preventieve ondersteuning. Concreet ziet dit er als volgt uit: ■ verschuiving van individuele trajecten naar collectieve en preventieve voorzieningen; ■ investeren in oudergroepen, weerbaarheidstrainingen, ontmoetingsplekken en jongerenwerk; ■ ongelijk investeren per wijk; ■ regionale samenwerking voor preventieve voorzieningen en geïndiceerde jeugdhulp. Ambitie conform de regionale inkoopstrategie 'Zuidoost-Utrecht (ZOU)': in 2027 streven we ernaar om 10% van het jeugdbudget in te zetten voor preventief en collectief aanbod, oplopend naar 25% in 2030. Voor uitvoering van dit beleidskader is voor de jaren 2026 en 2027 uitvoeringsbudget aangevraagd en opgenomen in de begroting 2026. Dit is een benodigde voorinvestering, noodzakelijk om deze ombuiging, ‘de beweging naar de voorkant’, op gang te krijgen.
Monitoren en leren
Conclusie
Het jeugdbeleid is lerend beleid. Monitoring is geen controle-instrument, maar een manier om samen te leren en bij te sturen. We werken met de PDCA-cyclus op drie niveaus: wijk, beleid en bestuur.
Met dit beleidskader maakt Zeist de beweging van repareren naar voorkomen en van individuele trajecten naar collectieve en preventieve steun. De pedagogische basis is het fundament, jeugdhulp is aanvullend. Uitdagingen horen bij het leven, contextgericht werken en ongelijk investeren zijn leidende principes. Veiligheid en samenwerking in de pedagogische basis zijn randvoorwaarden.
Onderdelen zijn: bereik, toegankelijkheid, kwaliteit, veiligheid, gelijke kansen en financiële houdbaarheid. Daarbij combineren we cijfers met verhalen van ouders, jongeren en professionals. De concrete indicatoren en streefwaarden werken we uit in het Uitvoeringsplan Jeugd.
De volgende stap is het Uitvoeringsplan Jeugd, waarin we de speerpunten verder uitwerken in concrete acties, een tijdspad', verantwoordelijken en indicatoren.
Beleidskader Jeugd 2026-2030
7
Inleiding Aanleiding De gemeente Zeist is toe aan een nieuw Beleidskader Jeugd. Het vorige beleidskader is uit 2018 en voldoet niet meer. Er zijn nieuwe ontwikkelingen in de samenleving en nieuwe inzichten. De afgelopen jaren zien we dat steeds meer kinderen en jongeren jeugdhulp ontvangen en dat trajecten langer duren. Daarnaast stijgen de kosten onder andere door hogere personeelskosten. Tegelijk ervaren gezinnen en professionals het jeugdstelsel als complex en versnipperd. Met dit beleidskader Jeugd 2026-2030 kiezen we voor het volgende: uitdagingen horen bij opgroeien, we problematiseren niet en we versterken de pedagogische basis als fundament. Jeugdhulp is aanvullend, gericht op wie het nodig heeft. De kracht van de basis
8
Relatie met de gemeentelijke visie Sociaal Domein (2025) Het beleidskader bouwt voort op de gemeentelijke visie Sociaal Domein (2025). De visie richt zich op een beweging naar de voorkant. Daarin staan vijf bouwstenen centraal: 1. Ruimte voor ontmoeten en verbinden 2. De leefomgeving is ondersteunend aan de samenleving 3. Een brede en positieve blik op gezondheid 4. Samen sterk in de wijk 5. Gericht investeren voor gelijke kansen Dit beleidskader is een nadere uitwerking voor jeugd.
Reikwijdte Dit beleidskader geeft richting aan het jeugdbeleid van de gemeente Zeist voor de periode 2026-2030 dat nodig is.
Reikwijdte:
■ Leeftijdsgroep: kinderen en jongeren van 0 tot 23 jaar.
■ Aansluiting: Jeugdwet (0-18 jaar) en de overgang naar volwassenheid (18-23 jaar).
■ Scope: preventie, uitdagingen bij opvoed- en
opgroeivragen zien als iets normaals, versterking van de pedagogische basis en inzet van jeugdhulp. ■ Buiten de reikwijdte: sectorale beleidskaders zoals Wmo 18+, bestaanszekerheid, gezondheid, sport en bewegen en onderwijsbeleid. Wel zorgen we voor inhoudelijke afstemming en verbinding, omdat gezinnen vaak met meerdere domeinen tegelijk te maken hebben. Zo is bijvoorbeeld middelengebruik onder jongeren onderdeel van het beleidskader gezondheid, sport en bewegen en niet van dit beleidskader.
Totstandkoming Voor dit beleidskader doorliepen wij een breed participatieproces. We hielden interviews met interne en externe belanghebbenden, zoals beleidsadviseurs, jeugdconsulenten van ons Centrum Jeugd en Gezin, het jongerenwerk en het onderwijs. Met deze belang hebbenden hielden wij aanvullend verschillende sessies waarin wij evalueerden en samen nieuwe plannen maakten. Ze waren betrokken bij het schrijfproces van dit beleidskader. Naast partners hebben wij ook inwoners betrokken. Ten eerste zijn er meerdere enquêtes uitgezet onder inwoners en jongeren over wat goed gaat en beter kan in de gemeente. Verder zijn focusgroepen gehouden met ouders en jongeren om meer zicht te krijgen op signalen en behoeften. De Jongerenraad en de Adviesraad Sociaal Domein dachten mee en adviseerden ons. Ook is er een informatiebijeenkomst voor de gemeenteraad gehouden. Meer gedetailleerde informatie over het participatieproces is te vinden in Bijlage A.
Leeswijzer De verdere opbouw van dit beleidskader is als volgt: ■ Maatschappelijke opgave Analyse van landelijke, regionale en lokale trends. ■ Visie en leidende principes Ambitie, pedagogische basis en leidende principes. ■ Speerpunten Vier inhoudelijke keuzes voor de komende jaren. ■ Financiën Hoe we de beweging financieren. ■ Monitoring en leren Hoe we samen leren en bijsturen.
Beleidskader
Uitvoeringsplan
Door middel van de evaluatie hebben we bekeken hoe goed het vorige plan heeft gewerkt en of er dingen beter kunnen. Hiervoor hebben we op verschillende manieren data verzameld en deze geanalyseerd. Bij de evaluatie stonden deze vragen centraal:
Dit beleidskader is als een routebeschrijving voor het maken en uitvoeren van regels en plannen en welke keuzes we maken.
Het uitvoeringsplan wordt een gedetailleerd document. Het geeft aan hoe het beleid uitgevoerd gaat worden.
Hoe ziet de uitvoering van het huidige beleid eruit en wat willen we behouden? Wat willen we verbeteren en wat willen we anders doen?
Het vertelt ons waarom we iets doen, wat we willen bereiken en wat we daarvoor nodig hebben.
Het bevat concrete acties, wie gaat wat oppakken en wanneer. Kortom, een uitvoeringsplan helpt ons om een plan in actie om te zetten en zo doelen te bereiken.
Beleidskader Jeugd 2026-2030
Evaluatie oude beleid
9
Maatschappelijke opgave Landelijke context De jeugdhulp in Nederland staat onder druk. Waar in 1990 nog 1 op de 27 kinderen jeugdhulp kreeg, is dat in 2023 al 1 op de 7. De kosten stijgen harder dan het gebruik. Trajecten duren langer, de hulp is intensiever geworden en personeelstekorten vergroten de druk. Gemeenten gaven in 2022 samen ruim € 6,5 miljard uit aan jeugdhulp – 80% meer dan in 2015 (het jaar van de decentralisatie van de jeugdzorg naar de gemeente).
■ meer preventie en normaliseren van uitdagingen
De Hervormingsagenda Jeugd (2023-2028) van de Rijksoverheid heeft als doel knelpunten in de jeugdzorg structureel aan te pakken en het jeugdzorgstelsel financieel houdbaar te maken. Deze agenda geeft richting:
Deze agenda sluit aan bij bredere bewegingen zoals het Integraal Zorgakkoord (IZA), het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) en het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA). Preventie, bestaanszekerheid en gezondheid vormen de basis om druk op zwaardere zorg te verminderen.
die horen bij opgroeien;
■ versterken van de pedagogische basis; ■ minder residentiële jeugdhulp, meer zorg thuis of in gezinsvorm;
■ specialistische hulp regionaal organiseren; ■ minder bureaucratie en meer ruimte voor professionals.
De kracht van de basis
Landelijk Hervormingsagenda Jeugd Integraal Zorgakkoord (IZA) Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA)
10
Regionaal (ZOU) Inkoopkoers 2027 Normaliseren en collectief Doel: 50% minder aanvullende zorg in 2030
De maatschappelijke opgave
Lokaal (Zeist) 13% jeugd krijgt jeugdhulp Wijkverschillen noord en west Voorbeelden: Vollenhove Vooruit
Inzichten uit onderzoeken
Regionale context Zuidoost-Utrecht (ZOU) De regio Zuidoost-Utrecht (ZOU) is een samenwerking van vijf gemeenten (Bunnik, De Bilt, Utrechtse Heuvelrug, Wijk bij Duurstede en Zeist) op het gebied van jeugdhulp en Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning). Sinds 2015 werken we samen aan gezamenlijke inkoop, contractmanagement en beleidsontwikkeling, met als uitgangspunt: zo thuis mogelijk, zo licht mogelijk, zo zwaar als nodig. Nieuwe inkoopkoers 2027 In de aanloop naar 2027 stellen de gemeenteraden een regionale inkoopkoers vast die inzet op: ■ versterking van de sociale basis en meer collectieve voorzieningen; ■ digitale ondersteuning (e-hulp); ■ minder individuele beschikkingen en minder administratieve lasten; ■ betere samenwerking tussen jeugdhulp, onderwijs, zorg en het sociale netwerk van de inwoner.
De koers sluit aan bij de Hervormingsagenda Jeugd en heeft de ambitie om de kosten voor jeugdhulp in 2030 met 20% terug te dringen. Vanuit de regio is onderzocht wat mogelijke maatregelen zijn in het beheersbaar houden van de jeugdhulpkosten. Hier zijn een aantal voorstellen uit ontstaan, zoals het normaliseren van hulpvragen, versterken van preventief en collectief aanbod, datagedreven werken en verkorten van behandelduur. Uit dit onderzoek volgt ook een aantal thema’s waarbinnen preventief aanbod versterkt kan worden. Onder andere de nieuwe inkoopkoers moet helpen om hier handen en voeten aan te geven in de praktijk. Het versterken van de pedagogische infrastructuur is een gedeelde urgentie in de regio.
Lokale situatie gemeente Zeist Signalen Dit beleidskader is mede gebaseerd op input van jongeren, ouders, relevante partners zoals onderwijs en welzijn, de jongerenraad en de adviesraad. Zij hebben op verschillende manieren bijgedragen, bijvoorbeeld via georganiseerde bijeenkomsten en enquêtes. De leidende principes en de speerpunten zijn via dit proces tot stand gekomen. In bijlage A worden de resultaten van deze participatietrajecten samengevat. Enkele highlights: ■ Jongeren hebben een positieve waardering voor het jongerenwerk (specifiek in Zeist-Noord) en de hoeveelheid sportverenigingen in de gemeente, maar missen ontmoetingsplekken (zoals voor hen toegankelijke voetbalvelden en horeca- en uitgaansgelegenheden) en creatieve activiteiten. ■ Ouders vragen om ook hen te zien en niet alleen het kind. Zij wensen ondersteuning van het hele gezin in plaats van alleen het kind, minder medicalisering, meer laagdrempelige (cultuursensitieve) steun en netwerkvorming, en modern inclusief onderwijs. ■ Scholen en het CJG benadrukken de behoefte aan preventief werken, vaste contactpersonen en continuïteit.
Beleidskader Jeugd 2026-2030
Onderzoeken onderstrepen waarom een koerswijziging nodig is: ■ Raad voor Volksgezondheid en Samenleving – Kinderen uit de knel (2023) Problemen van ouders zijn vaak óók problemen van kinderen. Te vaak komen kinderen pas in beeld als situaties escaleren. De Raad pleit voor een kinderrechtentoets, meer steunstructuren rond gezinnen en collectieve vormen van ondersteuning. ■ De Staat van Gezinnen (2025) Gezinnen ervaren hoge druk door prestatiedruk, bestaansonzekerheid en afnemende sociale cohesie. Vooral alleenstaande ouders spreken van “overleven”. De oplossing ligt in collectieve steunstructuren en voorzieningen dicht bij het gewone leven. ■ Sharon Stellaard – Boomerangbeleid (2022) Jeugdhulpbeleid reageert vaak op problemen die eerder beleid veroorzaakte. Daardoor dijt de jeugdhulp uit en wordt het systeem ingewikkelder. Haar analyse: geen extra structuren, maar investeren in betekenisvolle relaties en gemeenschappen en de pedagogische basis.
11
Aantal jeugdigen onder de 25 jaar 0-4 jaar 684.759
18-25 jaar 1.610.852
18-25 jaar 5.400
0-4 jaar 2.534
In Zeist
In Nederland
12-18 jaar 1.171.826
12-18 jaar 4.800
4-12 jaar 1.436.620
4-12 jaar 6.067
Mentale gezondheid jongeren 13 tot 17 jaar 2023 (in percentages)
Nederland GGD Regio Utrecht
60 De kracht van de basis
Zeist 40
49,8
47,8
50,2
29,4
20
28,7
28,6
27
23,7
25,2
12 0
(Zeer) vaak gestrest
Eenzaam
Kerncijfers ■ Omvang jeugd Begin 2025 telt Zeist 18.800 jeugdigen (0-25 jaar). Dit is zo'n 28% van de bevolking in Zeist, een aandeel dat hoger is dan het landelijk gemiddelde (27%).1,2
■ Mentale gezondheid
Met de meeste kinderen en jongeren gaat het goed, maar steeds meer van hen geven aan problemen te ervaren op het gebied van mentale gezondheid.3
1 Jongeren 2 Jongeren en ouderen per gemeente 3 Andere kijk op groeiend jeugdzorggebruik
Psychische klachten
20,4
18,9
18,6
Suïcidegedachten
Zo gaf in 2023 de helft van de jongeren van 13 tot 17 jaar in zowel Nederland als Zeist aan zich (zeer) vaak gestrest te voelen. Ongeveer een kwart ervaarde eenzaamheid en psychische klachten, waarbij zo'n 1 op de 5 jongeren zelfs suïcidale gedachten heeft. Jongeren noemen prestatiedruk op school en meningen van anderen als belangrijke oorzaken.4 Landelijke onderzoeken benoemen daarnaast de huidige prestatiemaatschappij, hoge geluksnorm en sociale media als belangrijke oorzaken.5
4 Gezondheidsmonitor Jeugd 2023 5 Andere kijk op groeiend jeugdzorggebruik
Kinderen in een uitkeringsgezin % kinderen tot 18 jaar per Wijk (2023)
Den Dolder e.o. 2%
Zeist-Oost 3%
Zeist-Noord 7%
Zeist-Centrum 2% Zeist-West 7%
De Bilt 5% Zeist 5,7% Utrechtse Heuvelrug 2,9% Bunnik Geen gegevens
Beleidskader Jeugd 2026-2030
Kinderen geboren in een gezin met een meervoudig kwetsbare situatie % kinderen tot 18 jaar per gemeente (2023)
13
Wijk bij Duurstede 5,3%
■ Gezinssituatie
1 op de 5 gezinnen met kinderen in Zeist is een eenoudergezin, een cijfer dat iets onder het landelijk niveau ligt (21,89% in Zeist, 23% in Nederland). Dit aandeel is de afgelopen jaren redelijk stabiel.6,7 Daarnaast is 4,2% van de gezinnen in Zeist een uitkeringsgezin, dit betreft vooral gezinnen in Zeist-Noord en Zeist-West.8
6 Huishoudens per gemeente 7 Jeugd en jeugdhulpverlening 8 Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein
Dit cijfer ligt net iets onder het landelijk gemiddelde (5,7%)9. Uit landelijk onderzoek blijkt dat dit type gezinnen relatief vaak gebruikmaken van jeugdhulp.10,11,12 Als laatste werd in 2023 5,7% van de kinderen in Zeist geboren in gezinnen in een meervoudig kwetsbare situatie. Landelijk gaat het om 6,5%.13
9 Jaarrapport Landelijke Jeugdmonitor 2024 10 Jeugdzorggebruik en scheidingssituaties 11 Minder jongeren in gesloten jeugdzorg 12 Gezinsinkomen en verwijzers 13 Monitor eerste 1000 dagen
Jongeren met jeugdzorg 0 tot 23 jaar (in percentages)
Jeugdreclassering 0,1%
16
Jeugdbescherming 0,7%
12
12,2
13,3
12,7
13,1
13,8
13,2
11
10,8
10,6
13,6
10,8
13
Jeugdhulp met verblijf 0,7%
8 4 0 De kracht van de basis
14
Jeugdhulp zonder verblijf 12,5% 2021 Nederland
■ Jeugdhulpgebruik
2022
2023
Regio Zuid-Oost Utrecht
Zoals landelijk te zien is, zien we ook in Zeist stijgende kosten van jeugdhulp. Het goede nieuws is dat het aantal jeugdigen met een vorm van jeugdhulp licht daalt. De totale kosten stijgen echter vanwege inflatie/loonontwikkeling en een langere duur van trajecten. In 2024 kreeg 16,2% van de jeugdigen (0-18 jaar) een vorm van jeugdhulp, landelijk is dit gemiddelde in 2024 14%. Het percentage in Zeist ligt al jarenlang hoger dan het landelijk percentage (hier wordt over gerapporteerd in de factsheets Jeugd en Wmo).14 Het gaat zowel landelijk als in Zeist met name om jeugdigen van 9 tot 17 jaar. Deze leeftijdsgroep ervaart veel mentale klachten en ervaart eerder problemen door veranderingen zoals de overstap naar de middelbare school (er wordt meer van hen verwacht) en de start van de pubertijd (sterke emoties, minder ontwikkeld langetermijndenken).
14 Jeugd en jeugdhulpverlening
2024 Zeist
Het betreffen in Zeist vooral jeugdigen uit ZeistNoord, Zeist-West en Zeist-Centrum. De verschillen tussen wijken passen bij het aantal inwoners en de wijksamenstelling.15,16 Wat betreft de vorm van jeugdhulp gaat het vooral om jeugdhulp zonder verblijf; dit noemen we ambulante hulp.17 Zowel landelijk als in Zeist zien we tevens dat de duur van deze jeugdhulptrajecten toeneemt18,19. Dit komt door een toename van de complexiteit van hulpvragen, toenemende wachtlijsten en het vastlopen van de jeugdbeschermingsketen. Hoewel het aantal jongeren dat jeugdhulp krijgt in Zeist iets afneemt, nemen de kosten door de toename van de duur van trajecten toe.
15 Jongeren met jeugdhulp 16 Intern document Factsheet Jeugd en Wmo, maart 2025 17 Jeugd en jeugdhulpverlening 18 Intern document Factsheet Jeugd en Wmo, maart 2025 19 Jaarrapport Landelijke Jeugdmonitor 2024
Conclusie voor de maatschappelijke opgave De landelijke trends, regionale koers en lokale situatie laten hetzelfde beeld zien: de druk op jeugdhulp neemt toe. Gezinnen en professionals vragen om eenvoud, nabijheid en steunstructuren dichtbij, oftewel om een stevige pedagogische basis. We zien (grote) verschillen per wijk.
Deze opgave vormt de brug naar onze leidende principes in Hoofdstuk 3.
Beleidskader Jeugd 2026-2030
Er is een breed netwerk van scholen, opvang, basisondersteuning vanuit het CJG, jongerenwerk, sport en cultuur. Toch ervaren gezinnen en professionals wisselingen van professionals, missend aanbod op specifieke onderwerpen en te weinig gezamenlijke afstemming. Preventieve en collectieve voorzieningen zijn aanwezig maar nog niet stevig genoeg en verbindingen kunnen nog beter.
De maatschappelijke opgaven voor Zeist 1. Pedagogische basis versterken De kracht van de pedagogische basis hangt af van hoe goed pedagogische relaties op elkaar zijn afgestemd. We faciliteren en stimuleren die relaties en netwerken van, met en door ouders, professionals, vrjiwilligers en andere betrokkenen. 2. Kansenongelijkheid verkleinen Door ongelijk te investeren waar dit het hardst nodig is. 3. Druk op jeugdhulp omlaag Door preventief en collectief te werken en door minder in te zetten op specialistische interventies.
15
Samenhang met ander beleid Het jeugdbeleid sluit aan bij de visie Sociaal Domein (2025) en is verbonden met andere beleidsvelden. De praktijk leert dat als in een gezin de volwassenen problemen hebben en de bestaansvoorwaarden niet op orde zijn, er een reële kans is dat kinderen en jongeren problemen ontwikkelen. Met als gevolg inzet van jeugdhulp. En zo wordt de Jeugdwet een soort vangnet van allerlei problemen die niet worden opgepakt. En omdat de Jeugdwet geen begrenzingen kent, stuwt dit de kosten flink op. Samenhang is op twee niveaus belangrijk:
■ Samenhang op inwonerniveau in de
ondersteuning. Zoals door breed uit te vragen op meerdere levensgebieden en ook integraal te werken. Dus doen wat nodig is. ■ Samenhang in beleid: integraal werken vanuit de gemeentelijke visie Sociaal Domein. Beleid en bestuur, beleidsvorming en uitvoering worden holistisch benaderd. Na het beleidskader zal er gezamenlijk met partners en belanghebbenden een uitvoeringsplan worden opgesteld. Meer informatie over relevante overleggen/netwerken en beleidsvelden is te vinden in Bijlage C.
De kracht van de basis
Verordening Wmo en jeugdhulp
16
Onderwijs Jeugdhulp en zorg
Wijkgericht werken
Welzijn en opvoedondersteuning
Jeugdbeleid voor kind, jeugd en gezin
Opvang vluchtelingen en integratie
Volksgezondheid
Veiligheid
Wonen
Cultuur en vrije tijd Participatie en inclusie
Werk en inkomen
Visie en leidende principes Ambitie
De pedagogische basis staat centraal
De gemeentelijke kernwaarden zijn vertrouwen, nabijheid en kracht. Het jeugdbeleid van Zeist bouwt voort op de gemeentelijke visie Sociaal Domein (2025). We sluiten aan bij de hierin beschreven beweging 'naar de voorkant'. Dit beleid is een nadere uitwerking voor jeugd.
Wat verstaan we onder de pedagogische basis? De pedagogische basis is onderdeel van de sociale basis. De pedagogische basis is het geheel van relaties, netwerken en plekken waar kinderen en jongeren opgroeien. Deze basis kent drie lagen: 1. Persoonlijk – Gezin, familie, buren, vrienden. 2. Gemeenschappelijk – speeltuinen, sportclubs, culturele verenigingen, oudergroepen, buurthuizen. 3. Institutioneel – scholen, kinderopvang, jongerenwerk, jeugdgezondheidszorg, bibliotheek, basisondersteuning vanuit sociaal team/CJG. De gemeente is onderdeel van de institutionele basis.
Beleidskader Jeugd 2026-2030
Onze ambitie: ■ Gezonde en veilige ontwikkeling – Ieder kind groeit op in een veilige, stabiele en stimulerende omgeving. ■ Kansen om mee te doen – Jongeren ontdekken hun talenten en nemen deel aan onderwijs, sport, cultuur en samenleving. ■ Stevige pedagogische basis – Er is passende, laagdrempelige hulp dichtbij. Gezinnen voelen zich gezien, erkend en ondersteund. We bouwen aan een samenleving waarin het gewone leven versterken het uitgangspunt is. Jeugdhulp is aanvullend, niet leidend.
17
De pedagogische basis Institutionele pedagogische basis
andere professionals
Gemeenschappelijke pedagogische basis
Persoonlijke pedagogische basis
bewonersinitiatieven
gemeenschappen
steunpunt informele zorg en vrijwilligers
online ontmoetingsverenigingen plekken speeltuinen cultuur
vrijwilligers sport jeugdgezondheidszorg
welzijns- en jongerenwerk school
Gedachtegoed Bert Wienen over de pedagogische basis Jeugdbeleid is de afgelopen decennia vaak ingericht vanuit systeemlogica: risico’s beheersen, vroegsignaleren, interventies organiseren en afwijkend gedrag corrigeren. Dat leidt tot bureaucratie en
stapeling van hulpstructuren. Volgens pedagoog Bert Wienen raakt daarmee de kernvraag uit beeld: wat hebben kinderen en opvoeders nodig om goed samen te leven en zich gezond te ontwikkelen? Hij geeft aan dat we de pedagogische basis niet van bovenaf kunnen versterken: het is al aanwezig in dagelijkse relaties. De mate van kracht van die basis hangt af van hoe goed pedagogische relaties (tussen álle betrokkenen) op elkaar zijn afgestemd. Volgens Bert Wienen ligt het antwoord niet in méér regels en modellen, maar in betekenisvolle menselijke relaties. Wat kunnen wij (de betrokkenen) hier en nu betekenen? Want kinderen ontwikkelen zich in relatie tot ouders, leraren, vrienden en buurtgenoten. Ouders hebben steun van andere volwassenen nodig om op terug te vallen. Juist die relaties zijn de bouwstenen van een stevige pedagogische basis. Dit sluit aan bij het transformatiemodel: de beweging van repareren naar voorkomen, van individueel naar collectief, en van systeemlogica naar relationele logica. Het model maakt zichtbaar dat transformatie niet gaat om méér zorgstructuren, maar om het versterken van het gewone leven en de sociale verbanden waar kinderen en gezinnen deel van uitmaken.
Transformatiemodel
ma kk eli jke re r
ar na te ou
Beke nde en
De kracht van de basis
18
Voorbeelden uit Zeist ■ Vollenhove Vooruit – Onderdeel van Samen opgroeien: samenwerking tussen school, jongerenwerk, CJG en ouders met een gedeeld pedagogisch kader. ■ Ouderkamers in scholen – Plekken waar ouders elkaar ontmoeten en ervaringen delen. ■ Centering Pregnancy – Groepsgerichte verloskundige zorg waarin zwangere vrouwen begeleiding ontvangen en elkaar steunen (onderdeel van Kansrijke Start). ■ Moeder- en vadergroepen – Hierbij zijn er moeder- en vadergroepen om elkaar te ondersteunen (onderdeel van Kansrijke Start). ■ Sport- en cultuurverenigingen – Dragen bij aan ontmoeting, expressie en identiteitsvorming. ■ Speeltuinen en buurthuizen – Ontmoetingsplekken voor kinderen én ouders.
n ssinge oplo nde e k be
Nieuwe initiatieven
Oud denken
Volharden bestaande context
Reconstructie bestaande context
Volharden bestaande context
Visie en ambitie
Oud doen
Vieren en borgen
Verhalen en kwesties
Nieuw doen
N ie u
we
Actief experimenteren
m te rou et
Innovatie bestaande context
m
Nieuw denken
ee ri
n
ve s
te r
in g
na
ar b
ete
re o p
l os si n g
e n o p d e l a n g e te r
Ontwikkelen nieuwe context
m ij n
Oude oplossingen
Onderwijs als kernpartner Onderwijs is méér dan een ‘vindplaats’. Scholen zijn mededragers van de pedagogische basis. Leraren, intern begeleiders en mentoren bouwen mee aan een klimaat van veiligheid en vertrouwen. Samen met CJG, jongerenwerk en andere partners zorgen zij dat nietproblematiseren en preventie voorop staan.
Leidende principes jeugdbeleid Zeist
Citaten ouders: "Met andere vaders praten biedt herkenning en steun. Je zou elkaar kunnen helpen in het begin.” “Het is anders als je het hoort van een andere mama in plaats van het consultatiebureau.” Samen met kinderen, jongeren en ouders Bij ondersteuning in het gezin staat de stem van het gezin centraal. Daarnaast nemen wij de ervaringen van kinderen, jongeren en hun ouders actief mee in beleidsvorming, planvorming en evaluatie voor de wijk. Zo maken we beleid mét kinderen, jongeren en ouders in plaats van over kinderen, jongeren en ouders.
4.
De pedagogische basis als fundament Kinderen en jongeren groeien in de eerste plaats op binnen hun gezin, school, sport, cultuur en buurt. Daar ligt de kern van preventie en lichte ondersteuning. We investeren in die basis door ontmoeting, groepsgericht werken en gemeen schapsvorming te stimuleren. Dat betekent: oudergroepen, sport- en cultuurverenigingen, speeltuinen, scholen, wijkvoorzieningen, informele ondersteuning et cetera. De pedagogische basis is daar waar het gezin of de jeugdige zich bevindt. Zo zijn basisscholen vaker onderdeel van de pedagogische basis in de wijk. Maar voortgezet onderwijs is vaak regionaal en dan past een gebiedsgerichte benadering niet. Pas wanneer die omgeving onvoldoende kan bieden, zetten we aanvullende jeugdhulp in. Hulp dient aanvullend en ondersteunend te zijn aan de pedagogische basis.
Onze leidende principes geven richting aan de manier waarop we onze ambitie realiseren. Ze beschrijven de waarden en principes van waaruit we werken. We baseren deze op de maatschappelijke opgave en wat we bij de vorming van dit beleidskader ophaalden. 1.
2.
Uitdagingen horen bij het leven Variatie in ontwikkeling hoort bij opgroeien. Niet elk kind dat ergens moeite mee heeft of problemen ervaart, heeft direct professionele hulp, onderzoek of diagnose nodig. We diagnosticeren alleen waar dat echt helpt. Zo voorkomen we onnodige labels, houden we ruimte voor eigenheid en geven we kinderen en gezinnen vertrouwen in hun eigen kracht. Dit vermindert druk op kinderen, ouders en professionals en houdt jeugdhulp beschikbaar voor wie het nodig heeft. Want er blijven jeugdigen die jeugdhulp nodig hebben. We nemen de ervaringen van jongeren en ouders mee in de ontwikkeling van de pedagogische basis, preventief aanbod en de basisondersteuning vanuit het CJG. Altijd contextgericht werken Het gedrag en de ontwikkeling van kinderen staan nooit los van hun omgeving. Contextgericht werken betekent dat we altijd eerst kijken naar de relaties en netwerken rondom een kind en deze actief versterken. Zo benutten we steunbronnen dichtbij – gezin, school, buurt en jongerenwerk – voordat er een individueel traject nodig is. Door de context te betrekken, bouwen we aan duurzame oplossingen en versterken we relaties die nodig zijn voor gezond opgroeien. Zo kan het passend zijn om eerst de opvoeder te helpen bij diens eigen problemen in plaats van enkel te focussen op het kind.
5.
Samenhang en samenwerking centraal Gezinnen hebben vaak met meerdere organisaties tegelijk te maken. Onderwijs, opvang, jeugdhulp, jeugdgezondheidszorg, welzijn en gemeente moeten hun handelen op elkaar afstemmen. Wij zetten daarom in op één gezamenlijke aanpak in de wijk rond kinderen en gezinnen, met heldere afspraken en duidelijke regie. Dat voorkomt versnippering in de wijk en overlappende trajecten
Beleidskader Jeugd 2026-2030
3.
19
inzet van professionele ondersteuning. We nemen de tijd om eerst goed te begrijpen wat er speelt in het gezin en de omgeving en welke oplossingen zij zien, voordat we beslissen over zwaardere hulp. Dat geeft rust voor ouders en jongeren en voorkomt onnodige doorverwijzingen. Toegangsstructuren ondersteunen professionals bij gezamenlijke afwegingen. Zo blijft jeugdhulp beschikbaar voor de kinderen die het echt nodig hebben.
en zorgt dat aanbod aansluit en werkt. Ook sport, cultuur en andere partijen uit de wijk worden waar nodig betrokken. 6.
De kracht van de basis
20
7.
Ongelijk investeren voor gelijke kansen Niet elk kind groeit op met dezelfde kansen. In sommige buurten, gezinnen of scholen stapelen problemen zich op. Daar investeren we meer tijd, geld en aandacht in. Zo verkleinen we ongelijkheid en streven we ernaar dat ieder kind kansrijk en veilig opgroeit. Dit geldt voor alle kinderen en jongeren, ongeacht of zij een beperking, migratieachtergrond of een kwetsbare sociaaleconomische situatie hebben. Zij moeten zoveel mogelijk kunnen opgroeien binnen de vertrouwde pedagogische basis, in een sociale omgeving die uitnodigt tot meedoen en talentontwikkeling. Jeugdhulp is aanvullend Jeugdhulp is bedoeld voor kinderen en gezinnen die vastlopen en waarvoor de pedagogische basis niet genoeg steun kan bieden. Om jeugdhulp beschikbaar en betaalbaar te houden, maken we bewuste keuzes. We zetten geen jeugdhulp in als het anders kan. Daarnaast gaat ondersteuning vanuit het eigen netwerk of door vrijwilligers voor
8.
Veiligheid als ondergrens Veiligheid staat altijd voorop, zowel in gezinnen als in de wijk en andere plekken. Iedere professional en vrijwilliger weet wat nodig is om veilig op te kunnen groeien, wat de ondergrens is en wanneer opschalen noodzakelijk is. Preventieve steun, duidelijke afspraken en zichtbare rolmodellen dragen bij aan een veilig pedagogisch klimaat in de wijk en in gezinnen. Hierin hebben niet alleen ouders en scholen, maar ook verenigingen, sportclubs een belangrijke verantwoordelijkheid. Als deze veiligheid onvoldoende is of ontbreekt, hebben wij de verantwoordelijkheid om in te schatten wat nodig is. Naast veiligheid in gezinnen hebben we aandacht voor veiligheid in de wijk, zoals overlast en onveilige plekken.
Speerpunten Op basis van onze visie en leidende principes kiezen we voor de periode 2026-2030 vier speerpunten. Deze speerpunten geven richting aan ons handelen in de komende jaren. Ze zijn strategisch en kaderstellend. De uitwerking van deze speerpunten in concretere acties komt in het uitvoeringsplan. De stem van ouders en jongeren is belangrijk: hun wensen en ervaringen komen terug in de speerpunten. De vier speerpunten: 1. Sterke pedagogische basis: voorspelbaar, collectief en netwerkgericht; 2. Gebiedsgericht sturen en ongelijk investeren; 3. Veiligheid als gezamenlijke verantwoordelijkheid; 4. Bevorderen van ontwikkeling en soepele overgangen van 0-23 jaar
De afgelopen jaren zetten we in Zeist stevig in op de versterking van de pedagogische basis in wijken en buurten. Onderwijs, jeugdhulp en welzijn werken steeds nauwer samen, met gezamenlijke aandacht voor preventie en voor het besef dat uitdagingen bij het leven horen en niet alles hoeft te worden 'opgelost'. Partners lieten zien bereid te zijn om te leren en ontwikkelen via overlegstructuren zoals de Agenda Jeugd en Onderwijs (AJO), het preventief jeugdoverleg en diverse leerwerktafels. Deze vormen van samenwerking zorgen voor meer samenhang en voorspelbaarheid in de ondersteuning van gezinnen. Laagdrempelige voorzieningen als jongerenwerk, sport en cultuur krijgen brede waardering en maken inmiddels een herkenbaar onderdeel uit van de pedagogische infrastructuur. Programma’s en structuren als Sociaal in Balans, Zorg4Zeist, het Onderwijsachterstandenbeleid (OAB), Kansrijke Start en de buurtaanpak Vollenhove Vooruit versterkten de basis en verdiepten de verbinding tussen beleid en praktijk. Via deze programma’s deden we ervaring op met ongelijk investeren, vroegsignalering en het versterken van de samenwerking tussen formele en informele steunstructuren.
De speerpunten maken zichtbaar verschil in het dagelijks leven doordat de relaties in en rond gezinnen sterker worden. Er zal meer groepsgewijs aanbod komen om die netwerken te versterken en de kracht van peer-to-peer te benutten. Ouders worden gezien in hun verantwoordelijkheid en hierop aangesproken. Ouders ervaren meer steun bij elkaar en voelen zich minder alleen in de opvoeding. Professionals werken nauwer samen en sluiten beter aan bij gezinnen. Samen ontstaat een steviger netwerk dat steun geeft en dat beter weet wie wanneer in actie moet komen. Voor kinderen en jongeren betekent dit dat zij opgroeien in een omgeving waarin gezin, school, sport, cultuur en wijk meer met elkaar verbonden zijn. Zij krijgen kansen om zich te ontwikkelen in een veilige en stimulerende omgeving, met minder nadruk op diagnoses of jeugdhulp: niet alles hoeft altijd goed te gaan en uitdagingen mogen bij het leven horen. Om de beweging naar voren te maken, kiezen we er ook bewust voor om bepaalde dingen niet meer te doen. Bij kinderen en jongeren betekent dit dat we hen niet langer onnodig diagnosticeren of medicaliseren bij gewone uitdagingen. We trekken hen niet uit hun dagelijkse leefwereld met losse trajecten, maar organiseren steun zoveel mogelijk in gezin, school, sport of cultuur. Ook zetten we geen interventies meer in die geen verbinding hebben met hun eigen netwerk.
Voor ouders en gezinnen geldt dat we niet automatisch met het kind beginnen, maar eerst kijken wat ouders en hun netwerk nodig hebben. We voorkomen parallelle trajecten door één aanspreekpunt en duidelijke regie te organiseren. Ook zetten we jeugdhulp niet langer in voor problemen die thuishoren in de volwassenenzorg of in bestaanszekerheid, zoals schulden of armoede.
Beleidskader Jeugd 2026-2030
Waar bouwen we op voort?
Wat merken kinderen, jongeren en gezinnen
21
Speerpunt 1 Sterke pedagogische basis: voorspelbaar, collectief en netwerkgericht Wat is de uitdaging Uit de input van jongeren en volwassenen kwam naar voren dat ze soms versnippering ervaren: zij worden soms van het kastje naar de muur gestuurd en ervaren onduidelijke afstemming tussen professionals. Jongeren geven aan dat ze het wenselijk vinden om vaste gezichten op school en in de wijk te hebben.
De kracht van de basis
22
Positief is dat ouders behoefte hebben aan laagdrempelige steun. Dus steun zonder dat er direct zware zorg wordt ingezet en meer aandacht voor preventieve ondersteuning. De input wijst daarnaast op meer collectieve en netwerkgerichte steun en betere afstemming tussen professionals, wat aansluit bij de wensen van ouders. Jongeren geven daarnaast aan dat ze in Zeist te weinig plekken hebben om elkaar te ontmoeten en dat het cultuuraanbod beperkt is. Zij streven naar meer variatie en laagdrempelige voorzieningen waar zij samen kunnen leren, sporten, ontspannen en zich ontwikkelen. De uitdaging is om in iedere wijk een voorspelbaar en samenhangend netwerk te realiseren. Een netwerk waarin gezinnen vaste gezichten kennen, collectieve programma’s vanzelfsprekend beschikbaar zijn en ouder- en jongerennetwerken een belangrijke rol spelen. Dit vraagt om investeren in de pedagogische basis als beleidsmatige vertaling van de wensen van ouders en jongeren.
Wat willen we bereiken 1. Ouder- en jongerennetwerken versterken We ondersteunen initiatieven van ouders en jongeren zelf – zoals ouderkamers, jongeren groepen en buurtinitiatieven – en zorgen dat zij een structurele plek hebben in het geheel. Deze netwerken bieden herkenning, vertrouwen en praktische steun die professionals niet altijd kunnen bieden. 2. Formele en informele steun verbinden We verbinden vrijwilligers, ervaringsdeskundigen en maatjesprojecten aan professionele onder steuning. Gezinnen ervaren zo sneller hulp en voelen zich gesteund door mensen die dicht bij hen staan. Het maakt de pedagogische basis warmer en toegankelijker. 3. Voorzieningen zichtbaar en toegankelijk maken We brengen het aanbod in kaart en zorgen voor duidelijke informatie – online én fysiek in de wijk. Taal(gebruik), gekozen medium, plek en tijdstip zijn belangrijke aandachtspunten. Ouders en jongeren moeten zonder moeite kunnen vinden welke ondersteuning er beschikbaar is. Dit vergroot de toegankelijkheid en verlaagt de drempel om hulp te vragen. Een goed voorbeeld zijn de wijkspreekuren van het wijkteam. 4. Vaste contactpersonen en warme overdrachten We zorgen dat jongeren en ouders in iedere fase zoveel mogelijk vaste gezichten hebben - bij de overgang van kinderopvang naar primair onderwijs (basisschool), van primair onderwijs naar voortgezet onderwijs en bij de stap naar volwassenheid.
Warme overdrachten tussen professionals maken continuïteit mogelijk, zodat gezinnen zich niet steeds opnieuw hoeven uit te leggen en zich gezien voelen. Zie speerpunt 4.
Een moeder in Zeist over voorzieningen zichtbaar en toegankelijk maken:
“Het gaat niet om meer, er is genoeg. Maar hoe weet je dat? Een folder met alle informatie zou handig zijn waar alles op één bladzijde staat, met meerdere talen. Met dit probleem kun je daar naartoe."
5.
6.
8.
Ouders in Zeist over georganiseerde ouderontmoetingen:
“Het is anders als je het hoort van een andere mama in plaats van het consultatiebureau. Wat een andere moeder zegt, geloof ik meer.” (moeder)
“Met andere vaders praten biedt herkenning en steun, je zou elkaar kunnen helpen in het begin.” (vader)
Beleidskader Jeugd 2026-2030
7.
Gezamenlijk leren en oordeelvertraging toepassen We hanteren hierbij het principe van bewust even wachten: eerst goed begrijpen, dan beslissen. Dit geeft ruimte voor reflectie en voorkomt onnodige problematisering. Ouders en jongeren waarderen deze benadering omdat ze zich serieus genomen voelen. Dit geldt alleen wanneer de veiligheid niet in het geding is. Bij acute zorgen over veiligheid handelen we direct. Collectieve programma’s en e-hulp als voorkeursroute Veelvoorkomende vragen, zoals omgaan met stress, opvoedondersteuning of weerbaarheid, pakken we zoveel mogelijk in groepsverband op. Ouders en jongeren leren zo van elkaar, ervaren steun uit hun netwerk en voelen zich minder alleen. Dit helpt om niet te problematiseren en voorkomt onnodige medicalisering. E-hulp kan een onderdeel zijn in de ondersteuning. Hierbij is samenwerking in de regio nodig om ook aanbod te realiseren waarvoor lokaal te weinig vraag is. Eén gezamenlijke pedagogische visie per wijk In elke wijk werken partners zoals scholen, opvang, CJG, Jeugdgezondheidszorg, jongeren werk, sport en welzijn, buurtsportcoaches en wijkmanagers samen vanuit één pedagogische visie. Daarmee bevorderen we samenwerking en hopen we dat gezinnen ervaren dat er één team om hen heen staat. Dit vergroot de voorspelbaarheid en maakt duidelijk waar men terecht kan met vragen.
Een aandachtspunt is om per wijk goed te kijken welke partners relevant zijn. Contextgericht werken als norm We kijken altijd eerst naar wat gezin, school en buurt zelf kunnen bieden. Pas daarna schakelen we (geïndiceerde) jeugdhulp in. Dit voorkomt dat kinderen en ouders te snel in een individueel traject belanden en versterkt het gewone leven als basis.
23
9.
Doorontwikkeling CJG We versterken de basisondersteuning in het CJG, multidisciplinaire weging van hulpvragen in het aanmeldoverleg, e-hulp, groepswerk, procesregie en betere afstemming met onderwijs en welzijn. Zo staat preventie voorop en blijft jeugdhulp voorspelbaar en toegankelijk. 10. Heldere afspraken over regie en rollen We spreken duidelijk af wie de regie voert en hoe verantwoordelijkheden verdeeld zijn. Ouders en jongeren weten daardoor wie hun aanspreekpunt is en wie de coördinatie heeft. Dit versterkt vertrouwen en voorkomt dat gezinnen verdwalen in het systeem.
11. Kinderrechten zijn de norm Gemeenten spelen een belangrijke rol bij het waarborgen van kinderrechten en de naleving van het Kinderrechtenverdrag. Ze hebben taken die de rechten van kinderen direct raken, zoals op het gebied van jeugdhulp, mensenhandel, migratie, onderwijs en het milieu. Daarom zijn kinderrechten en jeugdparticipatie van essentieel belang bij het vormen en uitvoeren van gemeentebeleid.
De kracht van de basis
Doorontwikkeling Sociaal Domein
Specialistisch maatwerk
24 Specialistisch maatwerk
Basisondersteuning
Basisondersteuning Ondersteuning Sociale Basis
Ondersteuning Sociale Basis
Speerpunt 2 Gebiedsgericht sturen en ongelijk investeren Wat is de uitdaging? De wijken en buurten in Zeist verschillen van elkaar. Uit verhalen van ouders blijkt dat bestaanszekerheid, werk, inkomen en huisvesting een grote invloed hebben op het opvoeden. Jongeren geven aan dat zij zich niet altijd welkom voelen op bepaalde sportvelden of in de publieke ruimte en soms als overlastgevend worden bestempeld.
Wat willen we bereiken? Pedagogische alliantie per wijk In de wijk maken we een pedagogische alliantie met een agenda waarin de belangrijkste thema’s en prioriteiten vastliggen. Zo wordt zichtbaar welke inzet nodig is, welke partners daaraan bijdragen en hoe we samenhang organiseren. Dit vergroot voorspelbaarheid en geeft gezinnen en professionals duidelijkheid over de koers in hun eigen wijk. Wat betreft inzet zullen we het afwegingskader 'wijk- en buurtgericht werken' (in ontwikkeling) volgen. 1.
Cijfers en signalen verbinden We combineren indien beschikbaar statistische gegevens met verhalen en ervaringen uit de praktijk. We ontwikkelen door om relevante data op wijkniveau beschikbaar te hebben. Hierdoor ontstaat een rijker beeld dat laat zien wat er speelt, en waarom dit voor gezinnen en jongeren van betekenis is. Dit voorkomt dat cijfers los komen te staan van de dagelijkse werkelijkheid. Dit versterkt samenwerking en betere plannen voor de wijk.
3.
4.
5.
Gezamenlijke duidingssessies op wijkniveau organiseren In iedere wijk brengen we relevante betrokkenen bij elkaar om samen cijfers en signalen te duiden. Deze bijeenkomsten zorgen voor een gedeeld inzicht en helpen om keuzes te maken die passen bij de wijken. Ongelijk investeren waar dat nodig is In wijken waar problemen zich opstapelen, zetten we extra capaciteit in. Dat kan gaan om jongere nwerk, sportvoorzieningen of meer ondersteuning op school. Door ongelijk te investeren, verkleinen we ongelijkheid en vergroten we juist daar de kansen waar ze nu het meest onder druk staan. Afstemmen met regionale samenwerking We kunnen niet alles lokaal organiseren. Voor sommige vragen die preventief en/of in groepsverband opgepakt kunnen worden, is de schaalgrootte van de gemeente Zeist te klein. Dit stemmen we af binnen de regio Zuidoost-Utrecht. We sluiten daarbij aan op de inkoopkoers 2027 en maken samen keuzes over welke zorg en onder steuning we lokaal en welke regionaal organiseren. Doorontwikkeling financiering De focus op de pedagogische basis kan aanleiding zijn om de bestaande financiering en subsidies verder te ontwikkelen. Financiering is een voor waarde voor het verstevigen van de pedagogische basis en dient daarbij voorspelbaarheid, eenvoud en het experimenteren in de pedagogische basis te stimuleren.
Een professional uit de praktijk tijdens het preventief jeugdoverleg:
“We moeten stoppen met one size fits all. Niet elke wijk heeft hetzelfde nodig. We moeten ongelijk investeren en beginnen met differentiëren.” Een andere professional voegt tijdens dit overleg toe:
“We moeten echt kijken naar de wijken zelf en wie wat het hardste nodig heeft.”
Beleidskader Jeugd 2026-2030
Professionals signaleren dat beleid en praktijk soms onvoldoende op elkaar aansluiten. In wijken met de grootste druk is de ondersteuning niet altijd sterker of zichtbaarder aanwezig. Daardoor ervaren gezinnen ongelijkheid in kansen en toegang tot steun. De uitdaging is om per wijk gericht te sturen en ongelijk te investeren, zodat kinderen en jongeren, ongeacht waar zij wonen, dezelfde ontwikkelkansen krijgen. Hierbij gebruiken we zowel cijfers als signalen en verhalen uit de wijken om een zo compleet mogelijk beeld te krijgen.
2.
25
Speerpunt 3 Veiligheid als gezamenlijke verantwoordelijkheid Wat is de uitdaging? Veiligheid is een basisvoorwaarde om gezond en kansrijk op te groeien. Veiligheid betreft hier zowel de veiligheid in de wijk (overlast, jeugdcriminaliteit) als de veiligheid in het gezin (huiselijk geweld, kindermishandeling, femicide). Landelijk ervaren jongeren stress door groepsdruk, pesterijen en de voortdurende druk van sociale media. Ouders maken zich zorgen over drugsgebruik, straatgroepen en online risico’s.
De kracht van de basis
26
Het is belangrijk dat we signalen van onveiligheid op tijd oppakken, om zo escalatie te voorkomen. Daarbij is het helpend als duidelijk is wie wanneer verantwoordelijkheid heeft. Bij vroegtijdig ingrijpen is er meer kans op herstel. Vooral plekken waar kinderen en jongeren zich ophouden hebben hierin een grote verantwoordelijkheid, zoals scholen en kinderopvang. De uitdaging is om veiligheid als gezamenlijke verantwoordelijkheid stevig te borgen – zowel offline als online. Dat vraagt om vroeg signaleren, duidelijke veiligheidslijnen en het versterken van een aanspreek cultuur, zodat jongeren en ouders ervaren dat hun zorgen tijdig en serieus worden meegenomen. Veiligheid is dus een maatschappelijke verantwoorde lijkheid, waarin zowel inwoners, scholen en meer allemaal hun verantwoordelijkheid hebben. Deze verantwoordelijkheid vraagt om moedige inwoners en tactvolle en daadkrachtige professionals.
Een professional betrokken bij veiligheid:
“Je wilt met elkaar, vanuit allerlei hoeken, zo vroeg mogelijk signalen opvangen om samen goed te kunnen handelen.”
Wat willen we bereiken? 1. Werken aan aanspreekcultuur en rolmodellen We investeren in professionals en vrijwilligers die jongeren kennen en voor hen een vertrouwd gezicht zijn. Zichtbare rolmodellen op school en in de wijk dragen bij aan een klimaat waarin jongeren zich veilig voelen en elkaar durven aanspreken. De professionals en rolmodellen zijn daarnaast in staat jongeren die mogelijk het verkeerde pad op gaan hierop aan te spreken. 2. Preventie en herstel combineren We richten ons niet alleen op het voorkomen van problemen en criminaliteit, maar ook op het herstellen van relaties en vertrouwen als er iets misgaat. Daarmee geven we jongeren en gezinnen de zekerheid dat er altijd ruimte is om opnieuw te beginnen. 3. Vroegtijdig signaleren en duiden in voorkantoverleggen We zorgen dat we signalen van onveiligheid of (beginnende) criminaliteit sneller oppakken en gezamenlijk bespreken. Dit doen we in zogenoemde voorkantoverleggen van het wijkteam. In voorkantoverleggen bespreken veiligheidscollega’s, jongerenwerk, de wijkmanager, BOA’s, CJG, de wijkagent en andere partners vroegtijdig signalen. Samen duiden zij situaties en spreken zij af wie welke verantwoordelijkheid neemt. Zo voorkomen we dat we problemen te laat herkennen en krijgen jongeren en gezinnen sneller de steun die nodig is. 4.
Heldere afspraken over veiligheidslijnen We leggen duidelijk vast wie welke stap zet bij zorgen over veiligheid en criminaliteit. Partners blijven afstemmen met elkaar wanneer opschaling nodig is. 5. Passend aanbod voor onveiligheid Investeren in voldoende expertise en capaciteit in ons veiligheidsteam, specifiek op jeugd gericht, is van belang. Er is stevig jongerenwerk met specifieke expertise voor de doelgroep waarbij onveiligheids-of criminaliteitsproblematiek heerst. Hiernaast investeren we in passend preventief aanbod voor deze doelgroep.
Speerpunt 4 Bevorderen van ontwikkeling en soepele overgangen van 0-23 jaar Wat is de uitdaging? Overgangen in de levensloop (van kinderopvang naar basisschool, naar voortgezet onderwijs, naar beroeps onderwijs of werk, en de stap naar volwassenheid) kunnen momenten zijn van spanning en onzekerheid. Alhoewel veel overgangsmomenten goed gaan, kunnen dit kwetsbare momenten zijn in het leven van kinderen en jongeren. Jongeren ervaren prestatiedruk en stress juist op deze momenten extra sterk. Ouders maken zich zorgen over de continuïteit van steun, vooral rond de overgang van 18- naar 18+.
De uitdaging is om voor jongeren die het nodig hebben in de fasen van 0-23 jaar voorspelbare begeleiding te bieden. Dit vraagt om vaste gezichten, warme over drachten en een stevige brugfunctie van onderwijs, CJG en jongerenwerk. Digitale weerbaarheid en het versterken van de sociale omgeving horen hierbij, zodat jongeren zich in zowel de fysieke als digitale wereld ondersteund voelen.
Beleidskader Jeugd 2026-2030
Professionals die betrokken zijn bij jongeren en gezinnen, zien dat zij soms tussen wal en schip vallen wanneer verantwoordelijkheden verschuiven tussen instellingen of wetten. Vooral bij de overgang naar volwassenheid spelen bestaanszekerheid en perspectief op wonen en inkomen een grote rol. Ouders benoemen dat zij in deze fase vaak zelf steun missen, terwijl hun kind meer zelfstandigheid moet ontwikkelen.
Wat willen we bereiken? 1. Signalering en doorverwijzing in onderwijs, jongerenwerk, sport en cultuur versterken Leerkrachten, jongerenwerkers, sportcoaches en muziek-/kunstdocenten zijn vaak de eersten die zien dat kinderen of jongeren vastlopen. Door te investeren in samenwerkingen en in het beter zichtbaar maken van vrij toegankelijk aanbod (zie ook speerpunt 1), versterken we hun signalerende rol en handelingsmogelijkheden om kinderen en jongeren verder te helpen. 2. Structureel werken aan digitale weerbaarheid Het leven van kinderen en jongeren speelt zich steeds meer online af. Samen met scholen en jongerenwerk investeren we in programma’s die jongeren helpen balans te vinden in hun online leven. Dit draagt bij aan hun mentale gezondheid en maakt hen beter bestand tegen online risico’s en sociale druk. 3. Jongerenwerk (online en offline) versterken en verbinden Jongerenwerk is voor veel jongeren een eerste aanspreekpunt. We versterken het fysieke en online jongerenwerk en zorgen voor een betere verbinding met buurtsportcoaches, scholen en cultuurvoorzieningen. Zo ontstaat een breed netwerk waarin jongeren zich kunnen ontwikkelen en ondersteuning dichtbij beschikbaar is. 4. Warme overdrachten bij overgangen Bij jongeren die hulp nodig hebben, zorgen we bij belangrijke overgangsmomenten voor continuïteit door vaste gezichten en warme overdrachten.
Hierdoor ervaren jongeren en ouders meer rust en voorspelbaarheid in spannende fases, zoals de stap naar een nieuwe school of de overgang naar volwassenheid. 5. CJG als regisseur positioneren Als kinderen, jongeren of ouders meervoudige ondersteuning nodig hebben en meerdere partijen betrokken zijn, dan is het CJG de plek die regelt dat hulp op elkaar is afgestemd in één gezamenlijk plan. Het CJG houdt dan in de gaten of er wordt gedaan wat afgesproken en nodig is. Zo is er overzicht, voorspelbaarheid en regie, zodat gezinnen niet telkens opnieuw hoeven te beginnen.