CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

RV25.071 Bijlage 4 Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Zeist 2026 (2)

Raad 27 januari 2026, gemeente ZeistBij agendapunt: Wijziging verordening Sociaal Domein Zeist (RV25.071)11.657 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

 Elektrisch of handbewogen;  Wijze van bediening;  Opvouwbaar of niet.

7.3.2

Aanpassingen en accessoires

Als het medisch noodzakelijk is, worden aanpassingen en accessoires aan de rolstoel aangebracht. Bijvoorbeeld zit-, rug- of ondersteuningsdelen. Aanpassingen of accessoires die niet medisch noodzakelijk zijn, maar die de inwoner wel wenst, kunnen eventueel door de inwoner zelf worden aangeschaft. Er wordt rekening gehouden met de belangen van eventuele mantelzorgers. Dat betekent bijvoorbeeld dat er duwondersteuning kan worden verstrekt, als de mantelzorger niet in staat is de rolstoel in alle omstandigheden te duwen. Voor kinderen die niet in een gewone kinderrolstoel kunnen zitten, zijn er diverse soorten aangepaste zitvoorzieningen. Zitvoorzieningen die op school worden gebruikt worden gezien als een onderwijsvoorziening. Hiervoor kan de inwoner terecht bij het UWV.

7.3.3

Onderhoud en reparatie

De kosten van onderhoud en reparatie zijn bij de verstrekking van een rolstoel voor permanent en semipermanent gebruik inbegrepen. De gemeente sluit hiervoor een onderhoudscontract af bij de leverancier of verhoogt het pgb met een bedrag hiervoor. Voor rolstoelen voor incidenteel gebruik sluit de gemeente geen onderhoudscontract af, omdat deze rolstoelen relatief weinig gebruikt worden en eenvoudig van constructie zijn.

7.3.4

Verzekering

De gemeente verzekert gemotoriseerde rolstoelen en andere gemotoriseerde vervoermiddelen die in het kader van de Wmo worden verstrekt via een verzekeringscontract bij de leverancier. Dat is een verzekering tegen het risico van wettelijke aansprakelijkheid. Niet gemotoriseerde rolstoelen en andere niet gemotoriseerde vervoermiddelen vallen onder de particuliere wettelijke aansprakelijkheidsverzekering van de bruiklener. Bij rolstoelen die in de vorm van een pgb worden verstrekt, wordt het afsluiten van een verzekering aan de inwoner overgelaten. In het totale pgb is een bedrag opgenomen voor de kosten van een verzekering.

8

VERVOER EN VERVOERMIDDELEN

8.1

Wat verstaan we hieronder?

Dit hoofdstuk gaat over vervoer, dus het zich verplaatsen per vervoermiddel. Voor het verstrekken van een vervoersvoorziening vanuit de Wmo moet het gaan om vervoer binnen een straal van ongeveer 25 kilometer rondom de eigen woning. Verder moet het vervoer nodig zijn voor het aangaan van sociale contacten, het deelnemen aan recreatieve en maatschappelijke activiteiten of het bezoeken van artsen, het ziekenhuis en dergelijke. Voor vervoer naar school of naar werk wordt geen vergoeding vanuit de Wmo toegekend. Mogelijk kan de inwoner daarvoor een voorziening krijgen via het leerlingenvervoer of het UWV.

8.2

Afwegingskader

8.2.1

Mogelijkheid om met het openbaar vervoer te reizen

Bij een hulpvraag voor vervoer kijkt de gemeente eerst of de inwoner met het openbaar vervoer kan reizen. Redenen waarom iemand dat niet zou kunnen, kunnen zijn: de halte kan niet bereikt worden, het wachten is Gemeente Zeist – Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning (Wmo) – 2026 Pagina 20

een probleem, het in- en uitstappen is een probleem, het reizen met anderen is een probleem, de langere duur van de reis is een probleem, het overstappen is een probleem. Hierbij kijkt de gemeente ook of de inwoner het probleem bij het reizen met openbaar vervoer zelf kan oplossen. Bijvoorbeeld door het gebruik van een OV-begeleiderskaart, waarmee een begeleider gratis meekan. Of door middel van het oefenen van veelgebruikte routes. Ook kan behandeling, bijvoorbeeld bij angstklachten, een optie zijn.

8.2.2

Voorliggende en gebruikelijke voorzieningen

Voor het oplossen van vervoersproblemen zijn er diverse voorliggende en gebruikelijke oplossingen:  het blijven gebruiken van de eigen auto, als dat gezien de beperkingen en de financiën nog haalbaar is;  de belbus of vervoer door vrijwilligers;  taxivervoer of vervoer via familie en vrienden;  fiets met lage instap en/of hulpmotor;  tandem;  gebruik van loophulpmiddelen, om bijvoorbeeld bij de bushalte te komen;  leerlingenvervoer en vervoer via het UWV (school en werk);  vervoer via de ziektekostenverzekering bij bepaalde behandelingen. Als de inwoner begeleiding nodig heeft bij het vervoer, verwacht de gemeente dat hij dit zoveel mogelijk oplost via zijn eigen netwerk of vrijwilligers.

8.2.3

Niet anti-revaliderend en verkeersveilig

De gemeente verstrekt geen vervoersvoorziening als het gebruik daarvan in strijd is met een behandelplan van de inwoner en/of nadelig is voor de revalidatie. De gemeente stimuleert inwoners om zoveel mogelijk actief en in beweging te blijven. Verder moet de inwoner het vervoermiddel veilig kunnen besturen. Dit kan o.a. worden beoordeeld aan de hand van het verkeersverleden van de inwoner en de huidige beperkingen. Als het niet duidelijk is of de inwoner verkeersveilig is, dan kan de gemeente een aantal observatielessen laten plaatsvinden, onder leiding van een ergotherapeut.

8.2.4

Gericht op vervoer binnen de regio

De vervoersvoorzieningen zijn gericht op het vervoer binnen de regio. Voor buiten de regio zijn er voorzieningen zoals Valys. In uitzonderlijke gevallen kan de gemeente wel een vervoersvoorziening voor bestemmingen buiten de regio verstrekken. Bijvoorbeeld voor het bezoeken van ‘thuis’ door kinderen en jongeren die in een instelling wonen.

8.3

Vervoersvoorzieningen

De gemeente kent de volgende vervoersvoorzieningen:  collectief taxivervoer;  individueel taxivervoer;  vervoerskostenvergoeding;  een aangepast vervoermiddel (bijvoorbeeld aangepaste fiets of scootmobiel).

8.3.1

Collectief en individueel vervoer per regiotaxi

Regiotaxi is een collectief vervoerssysteem voor deur-tot-deurvervoer. Reizen met een regiotaxi lijkt op reizen met een gewone taxi of rolstoeltaxi, met een paar verschillen:  ritten van Regiotaxi kunnen gecombineerd worden, dus het kan zijn dat de inwoner met andere reizigers een taxi deelt en de taxi daarom misschien een stukje omrijdt;

Gemeente Zeist – Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning (Wmo) – 2026 Pagina 21

 de regiotaxi's rijden van 6.00 uur tot 24.00 uur en op vrijdag en zaterdag tot 1.30 uur;  de inwoner moet een rit met een regiotaxi minimaal een uur van te voren reserveren;  De regiotaxi mag in de periode van een kwartier voor tot een kwartier na de ingeplande vertrektijd vertrekken. De regiotaxi is voor iedere inwoner, dus ook voor inwoners zonder beperkingen, beschikbaar. Er kan vanuit de Wmo een vervoerspas worden toegekend als hulp op maat voor vervoer. Met deze pas kunnen inwoners met een beperking tegen een gereduceerd tarief reizen met de Regiotaxi. Voor iedere Wmo-pashouder is een vervoersbudget van maximaal 1500 kilometers per jaar ingesteld. Dit betekent dat iedere Wmo-pashouder maximaal 1500 kilometers voor het gereduceerde tarief kan reizen. Reist iemand meer, dan geldt het OV-tarief van de Regiotaxi. Dit is ook het tarief wat niet-pashouders betalen voor het reizen met de Regiotaxi. De hoogte van het gereduceerde tarief is opgenomen in bijlage 2 en is vergelijkbaar met de kosten die iemand maakt bij gebruik van regulier openbaar vervoer. Hulpmiddelen, zoals rolstoelen, rollators en scootmobielen kunnen mee met de regiotaxi. Ook rolstoelvervoer is mogelijk. Regiotaxi Utrecht biedt de mogelijkheid voor individueel vervoer. Dit houdt in dat inwoners op medische gronden of andere zwaarwegende redenen alleen vervoerd kunnen worden.

De ritten van deze Wmopashouders met een indicatie “individueel vervoer” mogen niet gecombineerd worden met andere ritten.

8.3.2

Vervoerskostenvergoeding

Aan inwoners voor wie zowel het openbaar vervoer als het collectief of individueel vervoer via de regiotaxi geen passende oplossing is voor hun vervoersprobleem, kan de gemeente een vergoeding voor individueel taxivervoer of vergoeding voor vervoer met de eigen auto toe kennen als dit de meest geschikte en goedkoopste oplossing is. De hoogte van de vergoeding per kilometer is opgenomen in bijlage 2. De gemeente onderzoekt de vervoersbehoefte van de inwoner en bepaalt aan de hand daarvan voor hoeveel kilometer per jaar vergoeding nodig is. Daarbij geldt een maximum van 2000 kilometer per jaar.

8.3.3

Vervoermiddelen

De meeste vervoermiddelen worden in bruikleen verstrekt. Dat betekent dat ze in eigendom blijven van de leverancier. De gemeente heeft afspraken geamaakt met de leveranciers van vervoermiddelen over onderhoud, reparatie en verzekering van de vervoermiddelen. 8.3.3.1 Scootmobiel Een scootmobiel kan een goede oplossing zijn voor een inwoner die vanwege loopbeperkingen of een beperkt uithoudingsvermogen problemen heeft met vervoer. Een scootmobiel is alleen geschikt als de gebruiker zelfstandig op en van de scootmobiel stappen en veilig aan het verkeer kan deelnemen. De mogelijkheid bestaat om lessen voor de scootmobiel toe te kennen. Er zijn twee soorten lessen:  observatielessen om te bekijken of een scootmobiel geschikt is voor de gebruiker. Deze lessen vinden plaats voordat de scootmobiel is toegekend;  gewenningslessen om te leren omgaan en oefenen met de scootmobiel. Deze lessen vinden plaats nadat de scootmobiel is toegekend en voornamelijk in de eigen omgeving.

Gemeente Zeist – Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning (Wmo) – 2026 Pagina 22

Essentieel verschil met de observatielessen is dat bij de gewenningslessen al een scootmobiel is toegekend en de inwoner met die scootmobiel gaat oefenen. Bij observatielessen is er twijfel over toekenning en worden de lessen gebruikt om daar een advies over te geven. Ook nadat een scootmobiel is toegekend, kan tussentijds getoetst worden of de gebruiker nog veilig aan het verkeer kan deelnemen. Belangrijk is dat er een brandveilige stallingmogelijkheid voor de scootmobiel is met een elektriciteitspunt voor het opladen van de accu’s. Als dit niet het geval is, komen ook de kosten voor de aanleg van een stalling of elektriciteitspunt voor vergoeding in aanmerking. Als deze kosten erg hoog zijn, kunnen andere vervoersvoorzieningen worden overwogen. Als de stalling niet te realiseren is, kan aan de inwoner eventueel een verhuisadvies worden gegeven. 8.3.3.2 Aangepaste fiets Een aangepaste fiets is speciaal ontworpen en bestemd voor mensen met een beperking, zoals een duofiets of een driewielfiets. Dit kan ingezet worden als blijkt dat een standaardfiets in de situatie van de inwoner niet volstaat en dat de inwoner in staat is om de aangepaste fiets veilig te gebruiken. Een standaardfiets kan als algemeen gebruikelijk worden beschouwd. Dit geldt ook voor de bromfiets, de fiets met hulpmotor en de tandem.

In zeer specifieke situaties kan het voorkomen dat een elektrische fiets een passende oplossing is. Voor het toekennen van een vergoeding voor de aanschaf wordt uitgegaan van het bedrag dat het Nibud hanteert. Daarnaast wordt een vergoeding toegekend voor onderhoud en verzekering. 8.3.3.3 Handbike Een handbike is een soort aankoppelfiets aan de rolstoel, waarmee iemand met behulp van armkracht de rolstoel kan voortbewegen. Een handbike kan gebruikt worden voor afstanden die normaal met de fiets afgelegd zouden worden. 8.3.3.4 Autoaanpassingen, bruikleenauto en Canta Iemand komt voor een autoaanpassing in aanmerking als blijkt dat hij geen gebruik kan maken van het openbaar vervoer en de verstrekking van de autoaanpassing de goedkoopste of enige oplossing is om het vervoersprobleem op te lossen. Algemeen gebruikelijke aanpassingen, zoals airco, een automaat en stuurbekrachtiging komen niet voor vergoeding via de Wmo in aanmerking. Het verstrekken van een bruikleenauto of een Canta in bruikleen is een dure oplossing. De gemeente verstrekt een dergelijke voorziening alleen als andere oplossingen niet passend zijn.

8.3.4

Verplaatsen voor kinderen

Kinderen met een lichte beperking worden vaak vervoerd in een aangepaste buggy. De gemeente kan een aangepaste buggy verstrekken vanuit de Wmo. Aangepaste buggy’s zijn breder en groter dan de buggy’s voor niet-gehandicapte kinderen. Ze bieden meer ondersteuning voor kinderen met bijvoorbeeld een minder goede zitfunctie. Voor kinderen met een zwaardere beperking zijn er diverse soorten duwwandelwagens die in meer of mindere mate ondersteuning bieden. Kinderrolstoelen en driewielfietsen voor wat grotere kinderen wijken in essentie niet af van rolstoelen en driewielfietsen voor volwassenen. Alleen de maatvoering is anders. Bij het beoordelen van de noodzaak voor een vervoersvoorziening van kinderen gaat de gemeente uit uitvan de zelfstandige vervoersbehoefte van het kind. Bij jongere kinderen zal de zelfstandige vervoersbehoefte kleiner zijn dan bij oudere kinderen.

Gemeente Zeist – Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning (Wmo) – 2026 Pagina 23

De Wmo biedt geen voorziening voor het vervoer naar en van school. Hier is een voorliggende voorziening voor, het leerlingenvervoer. Ook vervoer naar en van de jeugdinstelling is geen onderdeel van de Wmo, daarvoor wordt vanuit de Jeugdwet vervoer ingezet. Voor vervoer van kinderen is een apart auto- of fietszitje nodig. Voor kinderen met een beperking kan de gemeente een aangepast auto- of fietszitje verstrekken, voor zover deze voorzieningen niet algemeen gebruikelijk zijn. Aan wat oudere kinderen kan de gemeente ook aangepaste fietsen, scootmobielen en andere vervoersmiddelen toegkennen als een gewone (elektrische) fiets of bromfiets niet geschikt is.

9 OVERIGE HULP OP MAAT In dit hoofdstuk staat een aantal mogelijke vormen van hulp op maat beschreven die niet in de voorgaande hoofdstukken staan beschreven.

9.1

Sportvoorzieningen

Ook personen met een beperking moeten de gelegenheid hebben om aan sport deel te nemen. Als iemand bijvoorbeeld een rolstoel nodig heeft om te kunnen sporten, dan kan de gemeente hem een sportrolstoel toekennen. De gemeente kan ook andere sporthulpmiddelen verstrekken, als dat voor de inwoner nodig is om te kunnen sporten. Veel sportverenigingen lenen sportrolstoelen en/of andere hulpmiddelen uit aan personen met een beperking die de sport wil beoefenen of wil uitproberen. Die mogelijkheid is voorliggend en de gemeente kent dan geen voorziening toe. Sportrolstoelen en andere sporthulpmiddelen worden niet in natura verstrekt. De gemeente biedt een budget aan voor de aanschaf. De inwoner krijgt dit budget alleen wanneer hij kan aantonen dat hij:  de sport beoefent waarvoor de voorziening is aangevraagd;  zonder de sportrolstoel of het sporthulpmiddel niet kan sporten door zijn of haar beperkingen. Het budget voor een sportrolstoel of -hulpmiddel is bedoeld voor de aanschaf, het onderhoud, de benodigde aanpassingen en andere kosten die samenhangen met het gebruik van de sportrolstoel of -hulpmiddel. Voor een sportrolstoel of -hulpmiddel houdt de gemeente een afschrijvingstermijn van drie jaar aan. De hoogte van het budget is opgenomen in bijlage 2.

9.2

Beschermd wonen

Een beschermde woonvorm biedt mensen met langdurige psychiatrische of verslavingsproblemen een combinatie van begeleiding en wonen. De bewoners krijgen ondersteuning om de draad van het gewone leven weer op tepakken. Centrumgemeente verantwoordelijk Voor inwoners met langdurige psychiatrische, psychosociale of verslavingsproblemen is de centrumgemeente verantwoordelijk voor beschermd wonen. Utrecht is centrumgemeente voor de gemeente Zeist. Voor beschermd wonen gelden de verordening en beleidsregels van Utrecht. Gemeente Zeist verantwoordelijk

Gemeente Zeist – Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning (Wmo) – 2026 Pagina 24

De gemeente Zeist is verantwoordelijk voor beschermd wonen voor volwassen inwoners met een licht verstandelijke beperking. Toegang Beschermd wonen is landelijk toegankelijk. Dat betekent dat inwoners zich in principe bij iedere gemeente kunnen melden voor beschermd wonen. Als tijdens het gesprek met de gemeente blijkt dat de inwoner met langdurige psychiatrische, psychosociale of verslavingsproblemen, beschermd wonen nodig heeft, dan wordt de aanvraag voor het beschermd wonen doorgezet naar centrumgemeente Utrecht. Beschermd wonen is een tijdelijke voorziening. Als een inwoner in aanmerking komt voor beschermd wonen, dan wordt ook besproken op welke termijn de inwoner weer zelfstandig kan gaan wonen. Beschermd wonen kent 2 varianten: 1. Beschermd thuis is bedoeld voor mensen die zelfstandig wonen in een eigen woning of instellingswoning, waarbij er scheiding is tussen wonen en zorg. De inwoner betaalt zelf de woonlasten. 2. Beschermd verblijf is bedoeld voor mensen die (nog) niet in staat zijn om zelfstandig te wonen. Betrokkene woont op een locatie van een instelling met 24-uurszorg, waarbij er geen sprake is van het scheiden van wonen en zorg. De inwoner betaalt zelf geen woonlasten.

10

WIJZE VAN VERSTREKKEN

Er zijn vier vormen waarin de gemeente hulp op maat kan verstrekken:  in natura: de gemeente levert hulp of een hulpmiddel. In de meeste gevallen verstrekt de gemeente een hulpmiddel in bruikleen, het hulpmiddel blijft dan in eigendom van de gemeente of van de leverancier;  als persoonsgebonden budget (pgb): de gemeente verstrekt een geldbedrag, zodat de inwoner zelf hulp of een hulpmiddel kan inkopen;  als financiële tegemoetkoming: de gemeente geeft een geldbedrag als bijdrage in de kosten. Het bedrag is niet kostendekkend;  als collectieve voorziening: de inwoner krijgt het recht om van een collectieve voorziening gebruik te maken. Bij de meeste voorzieningen kan er gekozen worden tussen natura of pgb. Dat geldt onder andere voor: huishoudelijke hulp, begeleiding, kortdurend verblijf, rolstoelen, woningaanpassingen vervoersmiddelen en beschermd wonen. Verhuiskosten en vervoerskostenvergoeding worden in de vorm van een financiële tegemoetkoming verstrekt. Sporthulpmiddelen worden alleen in pgb-vorm verstrekt. Regiotaxivervoer is een collectieve voorziening. Als er een keuzemogelijkheid is, wordt de inwoner geïnformeerd over de voor- en nadelen van de keuze. Tot aan het moment van beschikken heeft de inwoner de mogelijkheid om zijn keuze bij te stellen.

De voorwaarden en regels voor het persoonsgebonden budget zijn uitgewerkt in hoofdstuk 6 van de Verordening Sociaal Domein Zeist.

Gemeente Zeist – Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning (Wmo) – 2026 Pagina 25

BIJLAGE 1 - RICHTLIJNEN INDICEREN HUISHOUDELIJKE ONDERSTEUNING Huishoudelijke Ondersteuning wordt geïndiceerd in minuten en uren. Voor de onderbouwing van de in te zetten hoeveelheid ondersteuning, wordt gebruik gemaakt van het normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2025 van bureau HHM. In deze bijlage is niet het volledige normenkader van bureau HHM overgenomen, maar slechts een schematisch overzicht van de manier waarop de in te zetten minuten en uren worden berekend. Het volledige normenkader is op te vragen bij de gemeente.

Gemeente Zeist – Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning (Wmo) – 2026 Pagina 26

Gemeente Zeist – Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning (Wmo) – 2026 Pagina 27

Gemeente Zeist – Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning (Wmo) – 2026 Pagina 28

BIJLAGE 2 – TEGEMOETKOMING KOSTEN MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING Voor een aantal vormen van hulp op maat die in deze beleidsregels zijn beschreven, geldt een tegemoetkoming voor de kosten.

1. Wonen 1.1 Woningsanering (vervanging vloerbedekking) De inwoner komt alleen in aanmerking voor een vergoeding voor het vervangen van de vloerbedekking als de te vervangen stoffering nog niet is afgeschreven. Als het artikel ouder dan acht jaar is, dan krijgt de inwoner geen vergoeding. Binnen de acht jaar worden de volgende afschrijvingen gehanteerd:  0% als het te vervangen artikel nieuwer is dan twee jaar;  25% als het te vervangen artikel tussen de twee en vier jaar oud is;  50% als het te vervangen artikel tussen de vier en zes jaar oud is;  75% als het te vervangen artikel tussen de zes en acht jaar oud is. De financiële tegemoetkoming voor zeil of linoleum is € 56,- per meter, uitgaande van een gemiddelde breedte van 4 meter en inclusief legkosten en egalisatie (prijspeil 2026 conform prijzengids Nibud).

1.2 Verhuiskosten Het standaardbedrag voor de verhuiskostenvergoeding bedraagt € 3.725,- (prijspeil 2026). Dit bedrag is gebaseerd op de gemiddelde kosten voor een verhuizing en de kosten voor stoffering van de woning volgens het Nibud. Per situatie wordt onderzocht of hiervan naar boven of naar beneden moet worden afgeweken.

1.3 Bezoekbaar maken woning De hoogte van de financiële vergoeding om een woning bezoekbaar te maken bedraagt maximaal € 3.000,(prijspeil 2026). Per situatie wordt onderzocht of hiervan naar boven of naar beneden moet worden afgeweken.

2. Sport Het standaardbedrag voor de aanschaf van een sportrolstoel of sporthulpmiddel bedraagt € 3.000,- (prijspeil 2026). Dit is bedoeld als tegemoetkoming in de kosten van aanschaf, onderhoud en verzekering voor een periode van drie jaar. Per situatie wordt onderzocht of dit voldoende is.

3. Vervoer De gemeente onderzoekt de vervoersbehoefte van de inwoner en bepaalt aan de hand daarvan voor hoeveel kilometer per jaar vergoeding nodig is. Daarbij geldt een maximum van 2000 kilometer per jaar.

3.1 Taxikosten Voor taxivervoer wordt uitgegaan van de volgende kilometerprijzen, gebaseeerd op de Regeling maximumtarief en bekendmaking tarieven taxivervoer: i. Taxivervoer: € 3,05 per kilometer ii. Rolstoeltaxivervoer: € 3,85 per kilometer Uitbetaling vindt plaats op declaratiebasis.

3.2 Eigen auto Voor compensatie van vervoer met de eigen auto, wordt uitgegaan van de auto die de inwoner bezit of Gemeente Zeist – Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning (Wmo) – 2026 Pagina 29

voor zijn vervoer gebruikt. Via de ANWB autokostentabel (www.anwb.nl/auto/autokosten) wordt via het kenteken de prijs per kilometer (vaste en variabele kosten) voor die specifieke auto berekend. De cliënt moet hiervoor de volgende gegevens overleggen: i. kenteken ii. type uitvoering en opties iii. aankoopdatum iv. aankooprijs v. kilometerstand vi. verwachte bezitsduur vii. verwacht aantal kilometers per jaar. De kosten voor een autoaanpassing worden bepaald door het (medisch) noodzakelijke programma van eisen en goedkoopst compenserende oplossing in relatie tot de maatwerkvoorziening.

3.3 Regiotaxi Voor iedere Wmo-pashouder is een vervoersbudget van maximaal 1500 kilometer per jaar ingesteld. Dit betekent dat iedere Wmo-pashouder maximaal 1500 kilometer voor het Wmo tarief van € 0,32 per kilometer (prijspeil 2026) kan reizen. Reist iemand meer, dan geldt het OV-vangnettarief van de Regiotaxi van € 0,85 per kilometer. Dit is ook het tarief wat niet-pashouders betalen voor het reizen met de Regiotaxi.

Gemeente Zeist – Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning (Wmo) – 2026 Pagina 30

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16337849/2