RV25.071 Bijlage 4 Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Zeist 2026 (2)
Tekst van het document
BELEIDSREGELS MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING ZEIST 2026 INHOUDSOPGAVE BELEIDSREGELS MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING ZEIST 2026...........................................1 INHOUDSOPGAVE.................................................................................................................................... 1 INLEIDING.................................................................................................................................................. 3 1 ONZE UITGANGSPUNTEN.................................................................................................................... 3 1.1 Leeswijzer..................................................................................................................................... 3 1.2 Het Sociaal Team en een vraaggerichte aanpak..........................................................................3 2 ALGEMENE CRITERIA........................................................................................................................... 4 2.1 Hoofdverblijf in de gemeente Zeist................................................................................................ 4 2.3 Algemeen gebruikelijk...................................................................................................................
5 2.4 Langdurig noodzakelijk................................................................................................................. 5 2.5 Op het individu gericht.................................................................................................................. 6 2.6 Kostenbewuste en creatieve oplossingen.....................................................................................6 2.7 Gangbare afschrijvingstermijn....................................................................................................... 6 2.8 Zorgvuldig omgaan met hulpmiddelen.........................................................................................6 3 EEN SCHOON EN LEEFBAAR HUIS..................................................................................................... 6 3.1 Wat verstaan we hieronder?......................................................................................................... 6 3.2 Afwegingskader............................................................................................................................. 7 3.3 Huishoudelijke Ondersteuning...................................................................................................... 7 4 BEGELEIDING......................................................................................................................................
10 4.1 Wat verstaan we hieronder?....................................................................................................... 10 4.2 Afwegingskader........................................................................................................................... 11 4.3 Vormen van begeleiding.............................................................................................................. 11 5 KORTDUREND VERBLIJF................................................................................................................... 13 5.1 Wat verstaan we hieronder?....................................................................................................... 13 5.2 Afwegingskader........................................................................................................................... 14 6 WONEN IN EEN GESCHIKT HUIS....................................................................................................... 14 6.1 Wat verstaan we hieronder?....................................................................................................... 14 6.2 Afwegingskader...........................................................................................................................
14 6.3 Woonvoorzieningen.................................................................................................................... 16 7 ROLSTOELEN...................................................................................................................................... 19 7.1 Wat verstaan we hieronder?....................................................................................................... 19 7.2 Afwegingskader........................................................................................................................... 19 7.3 Type rolstoel................................................................................................................................ 19 8 VERVOER EN VERVOERMIDDELEN.................................................................................................. 20 8.1 Wat verstaan we hieronder?....................................................................................................... 20 8.2 Afwegingskader........................................................................................................................... 20 8.3 Vervoersvoorzieningen...............................................................................................................
21 9 OVERIGE HULP OP MAAT.................................................................................................................. 24 Gemeente Zeist – Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning (Wmo) – 2026 Pagina 1
9.1 Sportvoorzieningen..................................................................................................................... 24 9.2 Beschermd wonen...................................................................................................................... 24 10 WIJZE VAN VERSTREKKEN............................................................................................................. 25 BIJLAGE 1 - RICHTLIJNEN INDICEREN HUISHOUDELIJKE ONDERSTEUNING...............................26 BIJLAGE 2 – TEGEMOETKOMING KOSTEN MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING..................29 1. Wonen........................................................................................................................................... 29 2. Sport............................................................................................................................................. 29 3. Vervoer.......................................................................................................................................... 29
Gemeente Zeist – Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning (Wmo) – 2026 Pagina 2
INLEIDING Een deel van onze inwoners heeft wel eens een helpende hand nodig. Bijvoorbeeld om thuis de boel draaiende te houden. Of om actief aan het dagelijks leven deel te kunnen blijven nemen. De gemeente Zeist biedt die helpende hand, zodat Zeistenaren zo lang mogelijk en zo zelfstandig mogelijk kunnen blijven meedoen in de samenleving. Het streven is dat mensen zélf de regie over hun leven houden. De gemeente biedt waar nodig hulp op maat, passend bij de mogelijkheden van de inwoner en zijn omgeving. Deze gemeentelijke taak is vastgelegd in de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). In de Verordening Sociaal Domein Zeist is beschreven hoe de gemeente deze wet uitvoert. Veel onderwerpen zijn al voldoende beschreven in de verordening. Voor een aantal onderwerpen wordt in deze Beleidsregels een nadere uitwerking gegeven. Beleidsregels zijn regels die aangeven hoe het college van B&W omgaat met haar bevoegdheden rond de uitvoering van de Wmo. De beleidsregels zijn bedoeld voor de afweging van belangen, het vaststellen van feiten of de uitleg van wettelijke voorschriften.Er worden handvatten gegeven voor de afwegingen die gemaakt worden om hulp op maat in te zetten. Het college handelt in principe volgens deze beleidsregels, behalve als dit vanwege bijzondere omstandigheden onredelijk is. Dan kan worden afgeweken van de beleidsregels.
1 ONZE UITGANGSPUNTEN Bij het toepassen van de regels uit de verordening en deze beleidsregels houdt de gemeente rekening met de doelen van de Wmo. De basis voor hoe we deze belangrijke taak willen uitvoeren, ligt vast in de Brede Sociale Visie. 1. 2. 3. 4. 5. 6.
1.1
In Zeist stellen we de eigen kracht van mensen en hun omgeving centraal. In Zeist ligt de regie bij mensen zelf. In Zeist willen we dat mensen naar vermogen deel kunnen nemen aan het maatschappelijk leven. In Zeist hebben we passende hulp voor mensen in kwetsbare situaties. In Zeist hechten we waarde aan maatwerk. In Zeist zorgen we met elkaar.
Leeswijzer
In deze beleidsregels staat beschreven hoe inwoners toegang hebben tot hulp op maat vanuit de Wmo. Daarbij wordt eerst een aantal algemene uitgangspunten beschreven. Daarna wordt van de verschillende soorten hulp op maat beschreven waarvoor de betreffende hulp op maat bedoeld is en welke afwegingen gelden bij de inzet van deze hulp op maat. Omdat in de Verordening Sociaal Domein Zeist al een uitgebreide beschrijving is op genomen van de manier waarop een inwoner en zijn netwerk hulp kan vragen bij de gemeente, is dat proces niet opgenomen in de beleidsregels. Datzelfde geldt voor de regels voor de inzet van een persoonsgebonden budget of het betalen van een eigen bijdrage. In de beleidsregels verwijzen we naar de inwoners met de term ‘hij’. Dat is gedaan om de tekst beter leesbaar te houden. Waar ‘hij’ staat, worden álle inwoners bedoeld.
1.2
Het Sociaal Team en een vraaggerichte aanpak
De Wmo wordt namens de gemeente uitgevoerd door het Sociaal Team. Het Sociaal Team werkt volgens een vraaggerichte aanpak. De inwoner met een hulpvraag en de professional gaan daarbij met elkaar in gesprek over de best passende oplossing. Vraaggericht werken betekent niet 'u vraagt, wij draaien' en ook niet ‘de
Gemeente Zeist – Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning (Wmo) – 2026 Pagina 3
professional, weet wat goed voor u is'. We stellen de behoeften, wensen en individuele situatie van de inwoner centraal. De medewerker van het Sociaal Team en de inwoner onderzoeken samen wat die inwoner zelf kan doen om zijn zelfredzaamheid en deelname in de samenleving stabiel te houden of te verbeteren. Daarbij wordt ook gekeken welke mogelijkheden er zijn binnen het sociaal netwerk van de inwoner (zoals huisgenoten, familie, vrienden of buren). Verder wordt er gekeken naar de mogelijkheden om hierbij vrijwilligers, algemene voorzieningen of algemeen gebruikelijke voorzienigen in te zetten. Niet voor alle hulpvragen is direct professionele hulp nodig. Voor inwoners levert hulp via het eigen netwerk een meer duurzame oplossing op dan kiezen voor hulp door professionals. Betrokkenheid en zorg voor elkaar vanuit de samenleving is dan uiteraard een belangrijke succesfactor. Mensen lossen zelf problemen op, mensen helpen elkaar, en versterken hun netwerk. Alleen als dit niet tot een oplossing leidt voor de hulpvraag van de inwoner kan hulp op maat worden ingezet.
2
ALGEMENE CRITERIA
Vanaf hier richten deze beleidsregels zich op de aanvragen voor hulp op maat. We gaan ervan uit dat de inwoner samen met de medewerker van het Sociaal Team voorliggende oplossingen heeft besproken en onderzocht. Om in aanmerking te komen voor hulp op maat moet een inwoner (of de betreffende hulp op maat) aan een aantal basisvereisten voldoen.
2.1
Hoofdverblijf in de gemeente Zeist
De gemeente Zeist neemt alleen hulpvragen in behandeling van inwoners van de gemeente Zeist. Daarbij wordt gekeken of de hulpvrager in de Basisregistratie Personen (“BRP”) staat ingeschreven in Zeist. Als dit niet het geval is kan de hulpvraag alleen in behandeling worden genomen als degene die hulp vraagt, feitelijk wel zijn hoofdverblijf in Zeist heeft.
2.2
Gebruikelijke hulp
Gebruikelijke hulp is de hulp die in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten. Bijvoorbeeld: Als een gezinslid bepaalde huishoudelijke taken niet meer kan verrichten, is het gebruikelijk dat de andere gezinsleden deze taken overnemen. Voor welk deel van de hulpvraag de gebruikelijke hulp een oplossing kan zijn, hangt onder andere af van de antwoorden op deze vragen: Welke hulp is er nodig?
Hoeveel hulp is er nodig?
Hoelang is er hulp nodig?
Wat kan de huisgenoot? Wat is de relatie van de huisgenoot tot de hulpvrager? Hoe oud is de huisgenoot? Is de huisgenoot voldoende aanwezig om de hulp te kunnen bieden? Raakt de huisgenoot niet overbelast door het bieden van de hulp?
Gemeente Zeist – Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning (Wmo) – 2026 Pagina 4
Gebruikelijke hulp is niet vrijblijvend. Een inwoner krijgt geen hulp vanuit de Wmo voor zaken die een huisgenoot kan doen. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt op basis van sekse, religie, cultuur, gezinssamenstelling, studie of werk. Zo zijn drukke werkzaamheden, lange werkweken of persoonlijke opvattingen over het bieden van de benodigde ondersteuning (bv. het niet gewend zijn of geen ondersteuning willen verrichten) bijvoorbeeld geen redenen dat een huisgenoot geen gebruikelijke hulp kan verlenen. Wij vinden het normaal dat de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten voor elkaar zorgen en een rol vervullen in het huishouden, zeker als er sprake is van een huisgenoot met een beperking. Alleen bij daadwerkelijke structurele afwezigheid van de huisgenoot voor een aantal dagen en nachten, kunnen de niet-uitstelbare taken overgenomen worden. De huisgenoot krijgt voor de door hem geboden gebruikelijke hulp geen vergoeding van de gemeente.
2.3
Algemeen gebruikelijk
Het begrip algemeen gebruikelijk is een veelgebruikte term binnen de Wmo. Algemeen gebruikelijke voorzieningen worden niet vanuit de Wmo vergoed. Het gaat om hulp of producten die:
niet specifiek bedoeld zijn voor personen met een beperking en in de normale handel te koop zijn; daadwerkelijk beschikbaar zijn; een passende bijdrage leveren aan het realiseren van een situatie waarin de inwoner tot zelfredzaamheid of participatie in staat is en; financieel kunnen worden gedragen met een inkomen op minimumniveau.
Toelichting op het laatste criterium: De gemeente moet toetsen of de voorziening financieel gedragen kan worden door iemand met een minimuminkomen. Daarbij maakt het niet uit of de betreffende inwoner zelf een minimuminkomen heeft. Een minimuminkomen is volgens rechterlijke uitspraken een inkomen op bijstandsniveau. Om te weten of de voorziening financieel gedragen kan worden door iemand met een inkomen op bijstandsniveau, sluiten we aan bij de rekensom uit de uitspraak van de rechtbank Den Haag(ECLI:NL:RBDHA:2021:2084): Als iemand op basis van 5% van de bijstandsnorm die voor de inwoner geldt de voorziening binnen 36 maanden kan terugbetalen, is de voorziening financieel te dragen. Dus: 5% x van toepassing zijnde bijstandsnorm x 36 maanden = het bedrag waarmee we de kosten van de voorziening vergelijken. De gemeente kijkt dus niet óf de inwoner het binnen 36 maanden kan terugbetalen. Ze kijkt alleen naar het bedrag dat uit de rekensom komt. En de gemeente mag ook rekening houden met beschikbare tweedehandsvoorzieningen. Voorbeelden van algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn: een boodschappenservice, een rollator, een verhoogde toiletpot, een één-hendel mengkraan en een inductiekookplaat. Steeds moet worden onderzocht of dit soort algemeen gebruikelijke voorzieningen een oplossing zijn voor de hulpvraag van de inwoner.
2.4
Langdurig noodzakelijk
De gemeente zal, als een maatwerkvoorziening niet langdurig noodzakelijk is, goed kijken naar voorliggende mogelijkheden. Hierbij kan gedacht worden aan het huren van hulpmiddelen. Is er echt geen andere oplossing, dan kan de gemeente alsnog beslissen om een maatwerkvoorziening in te zetten.
Gemeente Zeist – Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning (Wmo) – 2026 Pagina 5
2.5
Op het individu gericht
Binnen de Wmo gaat het in principe om individuele hulpvragen. Individuele oplossingen en eventueel individuele hulp op maat zijn het uitgangspunt. Het is echter wel mogelijk om, als dat praktisch gezien de meest passende oplossing is, een voorziening te treffen waar meerdere mensen gebruik van kunnen maken.
2.6
Kostenbewuste en creatieve oplossingen
De gemeente houdt bij het toekennen van hulp op maat rekening met de kosten. Bij de inzet van de hulp op maat wordt gezocht naar een passende oplossing. Hierbij wordt ook naar de langere termijn gekeken en is er de mogelijkheid om te kiezen voor een creatieve oplossing als de standaardoplossingen niet voldoen. Als er meerdere oplossingen passend zijn, wordt de goedkoopst passende oplossing gekozen. Als een inwoner een duurdere oplossing wil, betaalt hij de extra kosten zelf.
2.7
Gangbare afschrijvingstermijn
Als een inwoner een aanvraag doet voor vervanging van hulp op maat in de vorm van een hulpmiddel, dan zal de gemeente altijd eerst onderzoeken of het oude hulpmiddel afgeschreven is. Gangbare afschrijvingstermijnen zijn: Sportrolstoelen en –hulpmiddelen 3 jaar Vervoersmiddelen 7 jaar Roerende woonvoorzieningen 7 jaar Onroerende woonvoorzieningen 10 jaar Autoaanpassingen 10 jaar Als het hulpmiddel nog niet is afgeschreven, wordt geen nieuw hulpmiddel verstrekt. Als de gemeente een persoonsgebonden budget (pgb) verstrekt, dan verwacht de gemeente van de inwoner dat hij met het pgb een hulpmiddel koopt dat de hele afschrijvingstermijn meegaat of meerdere hulpmiddelen die samen de hele afschrijvingstermijn meegaan.
2.8
Zorgvuldig omgaan met hulpmiddelen
De gemeente kan besluiten om de reparatie van een hulpmiddel in rekening bij de inwoner te brengen als er sprake is van onzorgvuldig gebruik of misbruik. Als dat zo is, wordt de inwoner hierover geïnformeerd en krijgt hij de gelegenheid om het eigen verhaal te doen. De gemeente heeft alleen zorgplicht voor voorzieningen binnen Nederland. Voor het meenemen van voorzieningen naar het buitenland is de gebruiker zelf verantwoordelijk.
3
EEN SCHOON EN LEEFBAAR HUIS
3.1
Wat verstaan we hieronder?
De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner zo nodig hulp op maat kan krijgen als hij als gevolg van een beperking zijn woning niet schoon en leefbaar kan houden. De hulp op maat heet huishoudelijke ondersteuning. Bij de inzet van huishoudelijke ondersteuning stimuleert de gemeente dat de inwoner zoveel mogelijk zelf actief en in beweging blijft.
Gemeente Zeist – Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning (Wmo) – 2026 Pagina 6
3.2
Afwegingskader
In hoofdstuk 2 van deze beleidsregels is benoemd dat er in eerste instantie onderzocht wordt of de problemen op eigen kracht kunnen worden opgelost. Hierbij kan gedacht worden aan het herinrichten van de woning zodat de taken gemakkelijker kunnen worden uitgevoerd, het verdelen van de taken over de week zodat dit beter vol te houden is en/ of het bijstellen van de eigen normen. Een ergotherapeut kan inwoners hierover adviseren. Dit valt onder de zorgverzekering van inwoners. Andere hulpmiddelen die door inwoners zelf ingezet kunnen worden, zijn bijvoorbeeld een glazenwasser, een boodschappenservice, een vrijwilliger voor de boodschappen, maaltijdvoorziening, kant-en-klare maaltijden, , aanschaf van een droogtrommel, een tuinman of een hondenuitlaatservice. Ook kan beoordeeld worden of in de situatie van degene die hulp vraagt, een robotstofzuiger algemeen gebruikelijk is. Gebruikelijke hulp, die huisgenoten geacht worden aan elkaar te verlenen, ziet de gemeente als voorliggend. In hoofdstuk 2 is beschreven wat de gemeente hieronder verstaat. Als het gaat om het huishouden dan gaat de gemeente ervan uit dat een leefeenheid samen verantwoordelijk is voor het huishoudelijke werk. Er mag daarbij echter geen sprake zijn van (dreigende) overbelasting van de huisgeno(o)t(en).
Overbelasting of dreigende overbelasting moet objectief worden vastgesteld, bijvoorbeeld door medisch onderzoek. Bij gebruikelijke hulp houdt de gemeente rekening met de leeftijd van de huisgenoot. Van kinderen wordt een andere bijdrage verwacht dan van volwassenen. Uitgangspunt bij gebruikelijke zorg is dat volwassen personen naast een baan een huishouden kunnen runnen. Alleen bij daadwerkelijke structurele afwezigheid van de huisgenoot gedurende een aantal dagen en nachten, kunnen de niet-uitstelbare taken overgenomen worden. Bij de indicatie houdt de gemeente geen rekening met de mogelijkheid dat huisgenoten aangeven dat ze het huishoudelijke werk niet willen doen, of niet gewend zijn om te doen. In situaties dat personen uit de leefeenheid nog nooit huishoudelijk werk hebben gedaan en dit niet kunnen, kan via een tijdelijke indicatie hulp worden geboden bij het aanleren van huishoudelijke taken. In de overweging wordt ook meegenomen of er sprake is van mantelzorg. Mantelzorg is niet afdwingbaar, maar als er taken zijn die door een mantelzorger worden overgenomen, dan hoeven die natuurlijk niet door een hulp worden overgenomen. Als er sprake is van een latrelatie, dan zal de gemeente nagaan of en in hoeverre de partner bij kan dragen aan het huishouden. Voor het verzorgen van de was heeft de gemeente een was-en strijkservice ingericht als algemene voorziening.
Alle inwoners kunnen gebruik maken van de was- en strijkservice tegen het reguliere tarief dat de uitvoerende partij daarvoor rekent. Inwoners die, na beoordeling van het Sociaal Team, ondersteuning nodig hebben bij de wasverzorging, kunnen gebruik maken van de was- en strijkservice tegen een gereduceerd tarief. Inwoners die gebruik maken van de was-en strijkservice tegen een gereduceerd tarief, kunnen maximaal 2 waszakken per week laten wassen. Waar nodig kan het Sociaal Team beoordelen hiervan af te wijken. De gereduceerde kosten voor een waszak zijn lager dan de kosten voor thuis wassen zoals door het Nibud berekend. De kosten voor thuis wassen bestaan onder andere uit kosten voor water, elektra, wasmiddel en afschrijving van de machine. De algemene voorziening was- en strijkservice kan mogelijk niet geschikt zijn voor inwoners die meer was hebben dan gebruikelijk als gevolg van bijvoorbeeld ernstige incontinentie, chemotherapie, besmet wasgoed etc. Het wassen valt dan onder hulp op maat, zoals beschreven in hoofdstuk 3.3.
3.3
Huishoudelijke Ondersteuning
Als al het voorafgaande niet geleid heeft tot een oplossing van het probleem, zal de gemeente hulp op maat inzetten. Deze hulp noemen we Huishoudelijke Ondersteuning.
Gemeente Zeist – Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning (Wmo) – 2026 Pagina 7
Bij het bepalen van de hoeveelheid en duur van de in te zetten ondersteuning gelden de volgende uitgangspunten: Definitie van het resultaat: Een huis is schoon en leefbaar als het normaal bewoond en gebruikt kan worden en voldoet aan basale hygiëne-eisen. Schoon staat voor het borgen van een basishygiëne, waarbij vervuiling van het huis en gezondheidsrisico’s van inwoners worden voorkomen. Een schoon huis wil niet zeggen dat alle vertrekken wekelijks schoongemaakt worden. Het betekent dat het huis niet vervuilt en periodiek schoongemaakt wordt om zo een algemeen aanvaardbaar basisniveau van schoon te realiseren, volgens de moderne normen van hygiëne. Leefbaar staat voor: opgeruimd en functioneel, bijvoorbeeld om vallen te voorkomen. De afbakening van de ruimtes waarop de voorziening betrekking heeft: De inwoner moet gebruik kunnen maken een schone woonkamer, slaapkamer(s), keuken, sanitaire ruimtes en gang/trap. Het gaat om het schoonhouden van de ruimtes die nodig zijn voor het normaal gebruik van de woning. De gemeente houdt in beperkte mate rekening met de inrichting en bewerkelijkheid van de woning, zoals ouderdom van de woning, staat van onderhoud, hoogte van plafonds, tocht en stof. De grootte van het huis is geen aanleiding om meer hulp toe te kennen. Dit geldt ook voor veel meubels of beeldjes/ fotolijstjes of huisdieren, etc.
In basis is dit een eigen keuze van de inwoner. De afbakening van activiteiten die niet onder de voorziening vallen: De huishoudelijke ondersteuning wordt niet ingezet voor de volgende activiteiten: - het schoonmaken van de buitenruimte bij het huis (ramen, tuin, balkon, het opruimen van schuur, wassen van de auto of schoonmaken van de stoep etc.). - Het verzorgen of uitlaten van huisdieren. Als er sprake is van extra vervuiling door de aanwezigheid van huisdieren, dan wordt daar geen extra inzet voor toegekend. Tenzij het huisdier een functie heeft ten aanzien van participatie (bijvoorbeeld een hulphond). boodschappen doen en maaltijden verzorgen. Voor deze activiteiten zijn algemeen gebruikelijke voorzieningen beschikbaar. Daarom zet de gemeente voor deze activiteiten alleen in uitzonderlijke situaties hulp in. - Het verzorgen van de was: hiervoor is een algemene voorziening beschikbaar (zie 3.2). Alleen in specifieke situaties kan tijd worden toegekend voor het verzorgen van de was. Het bepalen van de hoeveelheid ondersteuning: Huishoudelijke Ondersteuning wordt geïndiceerd in minuten en uren. Voor de onderbouwing van de in te zetten hoeveelheid ondersteuning, wordt gebruik gemaakt van het normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2025 dat ontwikkeld is door bureau HHM. Het normenkader is opgenomen in bijlage 1 bij deze beleidsregels.
Als sprake is van een uitzonderlijke situatie waarmee geen rekening is gehouden in dit normenkader, wordt nader onderzocht welke hulp passend is. Resultaten Het normenkader gaat uit van verschillende te bereiken resulaten. Per resultaat is een module opgenomen waarin uit te voeren taken zijn opgenomen. De basismodule is een schoon en leefbaar huis. Wanneer inwoners als gevolg van hun (medische) beperkingen onvoldoende ondersteund worden door de basismodule, kunnen aanvullende maatwerkmodules ingezet worden. Dit zijn bijvoorbeeld een hoger niveau van hygiëne of schoonhouden realiseren, het klaarzetten van maaltijden en beschikken over schone kleding.
Gemeente Zeist – Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning (Wmo) – 2026 Pagina 8
De inzet op deelresultaten kan van tijdelijke aard zijn. Bijvoorbeeld omdat er mogelijkheden zijn voor de inwoner om de ondersteuning op termijn anders te organiseren waardoor er geen inzet op dit resultaat meer nodig is. Resultaat Wasverzorging Voor de wasverzorging is een algemene voorziening ingericht die voor alle inwoners beschikbaar is. Voor inwoners met een verwijzing vanuit het Sociaal Team geldt een gereduceerd tarief. Alleen als de algemene voorziening voor wassen en strijken niet passend is, kan tijd toegekend worden voor de wasverzorging. Het gaat hierbij om het wassen en drogen van kleding en/ of bed- en linnengoed. Het doel van dit resultaat is dat de persoon beschikt over schone kleding en schoon bedden- en linnengoed. Het gaat hier uitsluitend over normale kleding voor alledag. Verwacht mag worden dat de bewoner beschikt over een wasmachine en zoveel mogelijk strijkvrije kleding. Het voorkomen van extra was kan bijvoorbeeld door incontinentiemateriaal of anti-allergieproducten te gebruiken. Ook de aanschaf van een droger of het kopen van kleding die niet gestreken hoeft te worden kan bijdragen aan het voorkomen van extra waswerkzaamheden. Deze opsomming is niet limitatief. Resultaat Boodschappen Dit wordt alleen in uitzonderlijke situaties ingezet.
Als er ondersteuning wordt ingezet voor het doen van de boodschappen, dan gaat het alleen om boodschappen die nodig zijn voor dagelijkse levensbehoeften. Hieronder vallen levensmiddelen, toiletartikelen en schoonmaakmiddelen, zaken die dagelijks/wekelijks worden gebruikt. Grotere inkopen, zoals kleding en duurzame goederen zoals (huishoudelijke) apparaten, vallen hier niet onder. De Wmo is aanvullend op de eigen mogelijkheden en heeft uitsluitend een taak als boodschappen- en/of maaltijdenservices ontoereikend zijn. Resultaat Regie en organisatie Als een inwoner niet meer zelf (volledig) de regie kan voeren over het huishouden, kan extra tijd ingezet worden. Ook kan tijdelijk ondersteuning worden ingezet om huishoudelijke taken aan te leren. Bijvoorbeeld bij inwoners die leerbaar zijn, zoals mensen met een (recente) lichamelijke beperking of mensen die de activiteiten nooit hebben aangeleerd maar deze moeten gaan uitvoeren door het wegvallen van een partner of gezinslid. Het gaat bij het aanleren van taken om tijdelijke ondersteuning (maximaal 8 weken). Resultaat Maaltijdverzorging Onder maaltijdverzorging wordt verstaan het verzorgen van de broodmaaltijd, koffie en thee zetten, warme maaltijd opwarmen.
Het uitgangspunt voor het te behalen resultaat is dat indien nodig één keer per dag de broodmaaltijd(en) wordt bereid en klaargezet en één keer per dag een warme maaltijd wordt opgewarmd en/of klaargezet. Het gaat niet om het koken van een warme maaltijd en ook niet om het toedienen van het eten aan de inwoner. Resultaat Kindzorg In uitzonderlijke situaties kan tijdelijke kindzorg ingezet worden vanuit de Wmo. Het zorgen voor kinderen is een taak van ouder en/of verzorgers. Dat geldt ook voor ouders die door beperkingen en/of ziekte (tijdelijk) niet in staat zijn hun kinderen te verzorgen. Elke ouder is zelf verantwoordelijk voor de opvang en (het organiseren van de noodzakelijke) verzorging van zijn of haar kinderen. Uitgangspunt is hierbij dat bij uitval van een van de ouders de andere ouder deze zorg of zijn aandeel in de zorg daar waar mogelijk overneemt. De gemeente ondersteunt alleen als ouders door acuut ontstane problemen een oplossing nodig hebben voor kinderen tot en met de leeftijd van vijf jaar. De ondersteuning is dus per definitie tijdelijk, in afwachting van een definitieve oplossing. De ondersteuning heeft alleen betrekking op verzorgende taken zoals het naar school/ opvang brengen, eten geven, wassen en aankleden.
Een indicatie wordt afgegeven met een maximale duur van drie maanden om ouder(s) of verzorger(s) de mogelijkheid te bieden in een oplossing te voorzien. Van ouders mag worden verwacht dat zij
Gemeente Zeist – Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning (Wmo) – 2026 Pagina 9
zich tot het uiterste zullen inspannen om die oplossing zo snel mogelijk te vinden. Daarbij dient ook betrokken te worden of de persoon aanspraak kan maken op ondersteuning via zijn/haar zorgverzekering. Individuele ondersteuning voor structurele opvang van kinderen is niet mogelijk binnen de Wmo. Als problemen in het gezin zijn terug te voeren op de ontwikkeling van het kind, is een voorziening vanuit de Jeugdwet voorliggend. Voortzetten ondersteuning na overlijden partner De hulp op maat Huishoudelijke Ondersteuning wordt altijd toegekend aan een individuele inwoner. Dat betekent dat bij overlijden van de cliënt de ondersteuning zal stoppen. Heeft een inwoner Huishoudelijke Ondersteuning via een zorgaanbieder waar de gemeente een contract mee heeft en is er sprake van een achterblijvende partner na het overlijden van de inwoner, dan mag de ondersteuning nog 6 weken doorlopen. De achterblijvende partner heeft dan de tijd om de ondersteuning anders te organiseren, of om een verzoek in te dienen om de ondersteuning op zijn naam over te laten zetten.
3.3.1 Huishoudelijke Ondersteuning Extra (HO-X) Huishoudelijke Ondersteuning Extra (HO-X) is aan de orde bij huishoudens waar (tijdelijk) meer nodig is dan schoonmaken en eenvoudige regie. Het gaat om schoonmaken in combinatie met ondersteuning in de vorm van praktische inzet rond de structurering van het huishouden en ondersteuning van de cliënt daarbij. Het gaat om zwaar ontregelde huishoudens, inwoners die de grip op hun dagelijks leven kwijt zijn of dreigen te verliezen, inwoners met multi- problematiek op diverse levensdomeinen die gepaard gaat met zwaar verminderde draagkracht en toegenomen draaglast en stress. Voorbeelden: na hoarding-behandeling, bij meldingen van overlast, ggz-problematiek, inwoners met een licht verstandelijke beperking (lvb) die door omstandigheden de regie zijn kwijtgeraakt, inwoners die in ernstig isolement verkeren, leiden aan verslaving etc. HO-X zal in de regel tijdelijk wordt ingezet en zich richten op normalisering en stabilisering van de situatie. Er zal dan dus altijd sprake zijn van een activerende indicatie waarbij de inwoner leert om zelf, of met hulp van zijn netwerk weer de regie te voeren over zijn huishouden. Dat kan wel inhouden dat daarna ‘gewone’ huishoudelijke ondersteuning nog langere tijd nodig is.
In de indicatie worden concreet de beoogde resultaten benoemd waaraan de zorgaanbieder samen met de inwoner gaat werken, binnen een periode van maximaal een jaar.
4
BEGELEIDING
4.1
Wat verstaan we hieronder?
Een inwoner kan op één of meerdere leefgebieden problemen ervaren door het ontbreken van regie en structuur in het dagelijks leven. Dit kan hem belemmeren in zijn zelfredzaamheid, het kunnen participeren in de maatschappij en het zelfstandig kunnen (blijven) wonen. Om de inwoner hierbij te ondersteunen kan er een vorm begeleiding worden ingezet. Het kan daarbij gaan om individuele begeleiding, begeleiding in groepsverband (dagbesteding) en bemoeizorg. De begeleiding is bedoeld voor inwoners met een: verstandelijke of cognitieve beperking; psychiatrische aandoening; lichamelijke aandoening of beperking; zintuigelijke beperking; psychogeriatrische aandoening; psychosociaal probleem.
Gemeente Zeist – Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning (Wmo) – 2026 Pagina 10
Niet de aandoening is leidend (van welk ziektebeeld/ welke grondslag sprake is) maar de mogelijkheden en de beperkingen van de inwoner. Het Sociaal Team brengt in kaart wat het effect is van de aandoening of beperking op de zelfredzaamheid of maatschappelijke participatie van de inwoner en wat vervolgens de doelen van de in te zetten ondersteuning zijn. Begeleiding richt zich op: Het aanbrengen of behouden van regie en structuur (coachen en stimuleren); Het aanleren of behouden van vaardigheden in het dagelijks leven (meehelpen); Het ondersteunen van de mantelzorger (overnemen); Het stabiliseren van een ernstig ontregelde thuissituatie (regisseren en samen aan de slag).
4.2
Afwegingskader
Onderzocht wordt of de problematiek met een voorliggende oplossing of voorziening opgelost of verminderd kan worden. Naast hulp vanuit het eigen netwerk of vrijwilligers kan er bijvoorbeeld ook gedacht worden aan: de Jeugdwet voor kinderen en jongeren onder de 18; reclassering voor inwoners die met justitie in aanmerking zijn geweest; behandeling en training (vanuit de Zorgverzekeringswet), bijvoorbeeld door een psychiater, ergotherapeut, vaktherapeut, gedragswetenschapper. Als de zelfredzaamheid met behandeling verbeterd kan worden, gaat dat voor op de inzet van Wmo begeleiding. Behandeling is echter niet afdwingbaar. Bij hoge uitzondering kan tijdelijk Wmo begeleiding worden ingezet, namelijk in de tijd tot de start van de behandeling, mits dat binnen redelijke tijd het geval is. Ook kan begeleiding worden ingezet tijdens de behandeling. ondersteuning bij werk en school via de Wajong en de Wia; hulp via de (aanvullende) Ziektekostenverzekeringr; huishoudelijke ondersteuning gezelligheidsbezigheden en activiteiten die georganiseerd worden door maatschappelijke organisaties alarmering.
4.3
Vormen van begeleiding
4.3.1
Keuze individuele begeleiding of groepsbegeleiding/ dagbesteding
Met betrekking tot de begeleiding maakt de gemeente onderscheid tussen individuele begeleiding en begeleiding in een groep. Of de inwoner is aangewezen op individuele begeleiding of begeleiding in groepsverband, wordt bepaald door de afweging wat het best past. Begeleiding in groepsverband gaat voor op individuele begeleiding als daarmee hetzelfde doel kan worden bereikt. Groepsbegeleiding of dagbesteding Groepsbegeleiding kan de volgende doelen hebben: Het bieden van een dagprogramma met als doel al dan niet aangepaste vormen van werk (ook vrijwilligerswerk) of school te vervangen; Het bieden van activiteiten met als doel een andere vorm van dagstructurering dan werk of school (denk aan 65-plussers) en ook het zoveel mogelijk handhaven van zelfredzaamheid, cognitieve capaciteiten en vaardigheden of het reguleren van gedragsproblemen. Het ontlasten van de mantelzorger. Bij groepsbegeleiding kan als dat nodig is, vervoer geïndiceerd worden naar de locatie waar de begeleiding plaatsvindt. Vervoer wordt alleen toegekend als: a. Er groepsbegeleiding is geïndiceerd;
Gemeente Zeist – Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning (Wmo) – 2026 Pagina 11
b. De inwoner niet in staat is om de locatie waar de begeleiding plaatsvindt zelfstandig of met behulp van personen uit zijn/haar sociale netwerk te bereiken. Er kan vanuit de Wmo geen toezicht tijdens het vervoer worden geïndiceerd. Ook niet naar begeleiding in groepsverband. Het vervoer moet afgestemd zijn op de doelgroep die wordt vervoerd. Het gaat hier niet om vervoer met de Regiotaxi maar om vervoer dat geregeld wordt door de zorgaanbieder van de dagbesteding. Individuele begeleiding Individuele begeleiding heeft als doel het verbeteren van de zelfredzaamheid en/of maatschappelijke participatie van de inwoner, zodat hij zelfstandig kan blijven wonen. Individuele begeleiding kan bijvoorbeeld bestaan uit het helpen bij het plannen van activiteiten, het regelen van dagelijkse zaken, het nemen van besluiten en het structureren van de dag. De begeleiding kan activerend of stabiliserend zijn. Onder activerend verstaan we ‘activiteiten gericht op het bevorderen van de zelfredzaamheid en participatie van de inwoner, zoals vaardigheden aanleren of inwoners stimuleren om maatschappelijk actief te worden’. Onder stabiliserend verstaan wij ‘activiteiten gericht op trainen of onderhouden van de vaardigheden van een inwoner, zodat de inwoner zo lang mogelijk zelfstandig thuis kan blijven wonen en maatschappelijk actief kan blijven.
4.3.2
Onderscheid reguliere en gespecialiseerde begeleiding
Alleen voor individuele begeleiding wordt onderscheid gemaakt tussen gespecialiseerde begeleiding en reguliere begeleiding. Voor de meeste begeleidingsvragen, kan reguliere begeleiding worden ingezet. Dat is het uitgangspunt. Voor de begeleiding van sommige inwoners is een bepaald specialisme nodig. Bijvoorbeeld omdat er sprake is van een zeer specifiek of zwaar ziektebeeld. Gespecialiseerde begeleiding is bedoeld voor: Inwoners die niet zelfredzaam zijn en waarbij sprake is van ernstig tekortschietende zelfregie, sociaalemotionele problematiek, integratie en participatie. Er is sprake is van complexe en/of meervoudige problematiek wat vraagt om intensieve begeleiding. De gespecialiseerde begeleiding richt zich op: tekortschietende zelfregie en/of inzicht in de problematiek; ernstige problemen t.a.v. het psychisch en/of cognitief functioneren; oriëntatiestoornissen; gedragsproblematiek, ook gedragsproblemen waardoor er risico bestaat voor de veiligheid van de inwoner en/of anderen; of plotselinge veranderingen waardoor bovenstaand beeld optreedt.
Bijkomende problematiek die veelal zorgt voor een ernstige ontregeling of risico in disfunctioneren zoals: crimineel gedrag, reclassering; verslavingsproblematiek; crisissituaties; ernstige verwaarlozing.
Bij gespecialiseerde individuele begeleiding kan er ook aandacht zijn voor activerende elementen zoals het regelen van dagelijkse bezigheden, het nemen van besluiten, het plannen en uitvoeren van taken en/of met extra aandacht voor ontwikkeltrajecten op het vlak van wonen, werk, sociaal netwerk. Afschalen van deze vorm van begeleiding naar reguliere begeleiding is mogelijk.
Gemeente Zeist – Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning (Wmo) – 2026 Pagina 12
Na afloop van de periode van begeleiding kan waakvlamzorg worden ingezet. De begeleiding is dan niet wekelijks nodig voor een aaneengesloten periode, maar slechts op incidentele momenten en op afroep, om terugval te voorkomen. De maximale omvang daarvan bedraagt 10 uur binnen een looptijd van maximaal een jaar. Bemoeizorg is een intensieve vorm van ondersteuning voor mensen die maatschappelijk in de problemen komen. Het gaat om de ongevraagde bemoeienis met mensen met ernstige, vaak geestelijke problematiek, die hulp niet willen accepteren of daar niet om vragen. Bemoeizorg heeft niet als belangrijkste doel om specifieke problemen te verminderen, maar richt zich op het toeleiden naar zorg waarbij het sociale netwerk van het hele huishouden wordt betrokken. De ondersteuning kan er ook op gericht zijn om overlast voor de omgeving te voorkomen of te beperken. Het bestaat onder meer uit het bereiken van zorgmijders, het contact leggen met deze doelgroep, zorgcoördinatie en praktische ondersteuning. Een taak van de gemeente is onder meer zorgen voor een goede afstemming tussen de verschillende instanties.
4.3.3
Afspraken met landelijke aanbieders voor specifieke groepen
Voor sommige vormen van dagbesteding en begeleiding geldt dat deze landelijk worden ingekocht. Het betreft dagbesteding en begeleiding voor mensen met een zintuigelijke beperking (visueel of auditief). De toegang tot deze begeleiding gaat hetzelfde als die tot alle andere vormen van begeleiding.
4.3.4
Omvang van begeleiding
Het aantal uren individuele begeleiding wordt toegekend op basis van onder meer: De doelen die bereikt moeten worden op basis van de (medische) situatie van de inwoner; De concrete taken die de begeleider met de inwoner gaat oppakken; De aard van de begeleiding: regulier of gespecialiseerd; Het aantal keer per week dat de begeleider moet komen; Kans op terugval van de inwoner. Het aantal dagdelen groepsbegeleiding wordt toegekend op basis van onder meer: De doelen die bereikt moeten worden op basis van de (medische) situatie van de inwoner; De behoefte van de inwoner; De aard van de begeleiding; De behoefte van de eventuele mantelzorger;
5
KORTDUREND VERBLIJF
5.1
Wat verstaan we hieronder?
Bij kortdurend verblijf gaat de inwoner logeren bij een professionele zorgaanbieder van kortdurend verblijf, bijvoorbeeld in een instelling of logeerhuis, waar in een huiselijke, veilige omgeving 24 uurs toezicht geboden kan worden. Het doel hiervan is het overnemen van de gebruikelijke hulp of de zorg van de mantelzorger om overbelasting van de mantelzorger te voorkomen of te verminderen. Onderdeel van logeeropvang zijn dagactiviteiten en begeleiding op maat. Aanvullend op deze logeeropvang kan ook overige noodzakelijke zorg en ondersteuning geboden worden. Het gaat dan bijvoorbeeld om persoonlijke zorg en verpleging vanuit de Zvw en de ambulante ondersteuning of dagbesteding vanuit de Wmo. De inzet van deze voorzieningen tijdens het logeren verschilt per inwoner en de mogelijkheden van het logeeradres. In overleg met het Sociaal Team worden hier afspraken over gemaakt.
Gemeente Zeist – Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning (Wmo) – 2026 Pagina 13
Logeeropvang kan een aaneengesloten periode of terugkerend enkele dagen zijn. Aaneengesloten logeeropvang is bijvoorbeeld ten behoeve van vakantie van de mantelzorger. Bij terugkerende logeeropvang geldt een maximum van drie etmalen per week. Crisisopname maakt geen onderdeel uit van kortdurend verblijf. Crisisopname is namelijk plotseling nodig, terwijl kortdurend verblijf vooraf ingepland kan worden. Crisisopname is onderdeel van de ziektekostenverzekeringswet (Zvw).
5.2
Afwegingskader
Om in aanmerking te komen voor Kortdurend Verblijf moet worden voldaan aan alle hieronder genoemde voorwaarden: De inwoner is gezien de zorgbehoefte aangewezen op zorg met permanent toezicht (toezicht op regelmatige en onregelmatige momenten op basis van actieve observatie); Ontlasting van de persoon die gebruikelijke zorg of mantelzorg levert, is noodzakelijk. Voordat hulp om maat in de vorm van Kortdurend verblijf wordt ingezet zal ook worden gekeken of er andere oplossingen mogelijk zijn om degene die gebruikelijke hulp of mantelzorg verleent te ontlasten. Daarbij kan onder ander gedacht worden aan: mogelijkheden vanuit de aanvullende ziektekostenverzekering; alarmering; vrijwilligers; logeren bij familie/vrienden; mantelzorgondersteuning.
6
WONEN IN EEN GESCHIKT HUIS
6.1
Wat verstaan we hieronder?
Dit hoofdstuk gaat over het wonen in een geschikt huis. Als het normale gebruik van de woning voor een inwoner vanwege een beperking niet mogelijk is, kan een inwoner hulp op maat krijgen. Met het normale gebruik van een woning wordt bedoeld: - dat de woning toegankelijk is; - dat een deel van de buitenruimte (tuin of balkon) door de inwoner te bereiken is; - dat de inwoner het toilet, de badkamer, keuken, woonkamer, slaapkamer en eventueel slaapkamer(s) van jonge kinderen kan bereiken en gebruiken. Een belangrijke voorwaarde voor het verstrekken van een woonvoorziening is dat er een woning is. De inwoner moet zelf zorgen voor een woning.
6.2
Afwegingskader
6.2.1
De woning
De gemeente kijkt bij de beoordeling of een woonvoorziening kan worden verstrekt naar de woonsituatie van de inwoner. Uitgangspunt is dat de gemeente alleen voorzieningen verstrekt voor de woning die het hoofdverblijf van de inwoner is. In uitzonderlijke gevallen kan er sprake zijn van twee hoofdverblijven. Bijvoorbeeld bij een kind van gescheiden ouders dat op twee adressen woont. Belangrijk is verder dat de inwoner voor langere tijd in de woning kan blijven wonen. Een pension, gehuurde kamer of anti-kraakwoning zal niet zo snel in aanmerking komen voor grote aanpassingen.
Gemeente Zeist – Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning (Wmo) – 2026 Pagina 14
Bij specifiek op gehandicapten en/of ouderen gerichte woongebouwen verwacht de gemeente het één en ander aan aanpassingen van de woningeigenaar. Vooral wat betreft de algemene ruimtes. Van de eigenaar van het gebouw mag immers verwacht worden dat als hij een gebouw aanduidt als geschikt voor gehandicapten of ouderen, hij daar ook de voorzieningen voor heeft getroffen. Voor een zorgwoning waarbij de functie “verblijf” van toepassing is, zal de gemeente in principe geen woningaanpassingen verstrekken. De gemeente gaat ervan uit dat dit type woning geschikt is voor inwoners met beperkingen.
6.2.2
Oorzaak van het probleem
Van inwoners mag goed woninggebruik worden verwacht. En van een verhuurder mag verwacht worden dat er gebruik gemaakt wordt van deugdelijke materialen. Als een woonprobleem is ontstaan door het woongedrag van de inwoner of door de gebruikte materialen in de woning, dan zal de oplossing in eerste instantie in aanpassing van het gedrag of gebruik van andere materialen worden gezocht. Er zijn situaties waarbij de inwoner verhuist van een aangepaste en/of geschikte woning naar een woning die minder of helemaal niet is aangepast/geschikt is. Dit is een verhuizing van een geschikte naar een niet geschikte woning. De gemeente verstrekt alleen woonvoorzieningen als voor deze verhuizing een belangrijke reden bestaat. Een belangrijke reden kan bijvoorbeeld zijn dat de inwoner een baan heeft gekregen op grote afstand van zijn woning, waardoor verhuizen noodzakelijk is. Maar ook een echtscheiding kan een reden zijn dat de inwoner moet verhuizen. In al dit soort gevallen verwacht de gemeente wel dat de inwoner van tevoren contact opneemt, zodat de gemeente kan meedenken over de goedkoopst passende oplossing. Ook gaat de gemeente ervan uit dat de inwoner actief op zoek gaat naar een geschikte woning. Als deze niet binnen een redelijke termijn beschikbaar is, kan besloten worden om toch een woonvoorziening toe te kennen.
Als iemand met (dreigende) beperkingen verhuist vanuit een voor hem of haar ongeschikt huis, verwacht de gemeente dat hij of zij deze gelegenheid aangrijpt om naar een geschikte woning te verhuizen. Hierbij verwacht de gemeente van de inwoner dat hij of zij hierbij ook rekening houdt met de toekomst. Natuurlijk staat het iedereen vrij om zijn eigen nieuwe woning uit te kiezen. De gemeente zal bij de aanvraag van woonvoorzieningen via de Wmo echter altijd overwegen in hoeverre de inwoner met de ontstane problemen rekening had kunnen houden op het moment dat hij naar de huidige woning is verhuisd. Dus in welke mate waren de nu ontstane problemen toen voorzienbaar. Had de inwoner op dat moment bijvoorbeeld al kunnen weten dat de trap over enkele jaren een onneembaar obstakel zou zijn? In dat geval zal de gemeente geen woonvoorziening toekennen. De inwoner heeft zelf immers het risico genomen dat zijn woning (in de toekomst) niet geschikt zou zijn.
6.2.3
Eigen oplossingen
De gemeente onderzoekt in hoeverre de inwoner het woonprobleem zelf kan oplossen. Hierbij kijkt de gemeente ook of het woonprobleem kan worden opgelost met voorzieningen die algemeen gebruikelijk zijn. In hoofdstuk 2 is het begrip algemeen gebruikelijk beschreven. De volgende woonvoorzieningen zijn voorbeelden van voorzieningen die in veel situaties algemeen gebruikelijk zijn:
Het aanbrengen van beugels en handgrepen; Het laten aanleggen van een (tweede) toilet, verhoogd toilet of het aanschaffen van een toiletverhoger. Het installeren van een toiletpot met föhn- en spoel/wasinrichting Het plaatsen van een reguliere inductiekookplaat
Gemeente Zeist – Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning (Wmo) – 2026 Pagina 15
Het plaatsen van hendelmengkranen en thermostatische kranen Een badkamervloer voorzien van anti-slip behandeling of anti-slip bad- of douchematten Het plaatsen van eenvoudige drempelhulpen Klussendiensten kunnen eventueel hulp bieden bij het aanleggen van voorzieningen. Het anders inrichten van de woning kan ook een eigen oplossing zijn. Bijvoorbeeld het verplaatsen van een wasmachine van een bovenverdieping naar een benedenverdieping. Voor een kortdurende behoefte aan een oplossing zijn losse woonvoorzieningen (zoals een douchestoel) te leen via de Zorgverzekeringswet.
6.2.4
Verhuizen
De gemeente kijkt ook in hoeverre verhuizen een oplossing kan bieden voor het woonprobleem. Als de woning niet of alleen tegen zeer hoge kosten aangepast kan worden, verwacht de gemeente dat de inwoner verhuist naar een meer geschikte woning. De gemeente geeft dan een verhuisadvies af. Hierbij zullen onder andere de volgende punten worden meegenomen: Financiële consequenties van de verhuizing; De termijn waarop een meer geschikte woning kan worden gevonden (in verband met de medische verantwoorde termijn); De sociale situatie van de inwoner, bijvoorbeeld de aanwezigheid van mantelzorgers in de omgeving van de woning; De aanwezigheid van voor de inwoner noodzakelijke voorzieningen in de omgeving van de woning. De gemeente zal alle argumenten zeer zorgvuldig afwegen voordat zij een verhuisadvies afgeeft.
6.3
Woonvoorzieningen
6.3.1
Roerende woonvoorzieningen
Roerende woonvoorzieningen zijn voorzieningen die verplaatsbaar zijn en niet nagelvast zitten. Bijvoorbeeld douchestoelen, toiletstoelen, douchebrancards, verrijdbare tilliften en losse of eenvoudig verwijderbare drempelhulpen. Roerende woonvoorzieningen gaan voor op onroerende woonvoorzieningen. Een losse douchestoel gaat bijvoorbeeeld voor op een douchezitje aan de muur, als deze een passende oplossing biedt. Een losse (roerende) voorziening heeft als voordeel dat deze snel kan worden ingezet, herbruikbaar is en voor meerdere doeleinden kan worden ingezet. Zo kan een douchestoel bijvoorbeeld ook gebruikt worden om aan de wastafel te zitten of om op te zitten bij het aankleden.
6.3.2 Onroerende woonvoorzieningen Onroerende woonvoorzieningen zijn nagelvaste woonvoorzieningen die verwijderd kunnen worden (bijvoorbeeld een traplift) en nagelvaste woonvoorzieningen die nietof niet eenvoudig verwijderd kunnen worden, zoals een aanbouw aan een woning. We noemen dat ook wel een bouwkundige aanpassing of woontechnische ingreep. Een bouwkundige aanpassing of woontechnische ingreep aan een woonruimte kent de gemeente toe aan de inwoner. Als het een huurwoning betreft, zorgt de eigenaar van de woning echter voor de betreffende aanpassingen. De gemeente kan er in dat geval voor kiezen om de kosten voor de voorziening direct aan de eigenaar uit te betalen. De gemeente stuurt de beschikking toe aan de inwoner, met een afschrift aan de eigenaar. 6.3.2.1 Eenvoudige woningaanpassingen Eenvoudige woningaanpassingen zijn bijvoorbeeld: Gemeente Zeist – Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning (Wmo) – 2026 Pagina 16
Het plaatsen van een onderrijdbare wastafel; Het plaatsen van een opklapbaar douchezitje; Het plaatsen van een opklapbare beugel; Het aanleggen van een stroomvoorziening voor een scootmobiel of traplift.
6.3.2.2 Complexe woningaanpassingen Bij grotere bouwkundige aanpassingen aan de woning werkt de gemeente met een programma van eisen, waarmee zo nodig meerdere offertes opgevraagd kunnen worden. Van de offertes wordt de goedkooopst passende oplossing gekozen. Als voor de woningaanpassing een omgevingsvergunning noodzakelijk is, dan wordt de woningaanpassing pas toegekend als vaststaat dat die wordt verleend. Bij de toekenning van voorzieningen, is het niveau van sociale woningbouw het uitgangspunt. Dit is vastgelegd in het meest actuele “Bouwbesluit”. De gemeente gaat ervan uit dat de eigenaar van de woning zo nodig zelf zorgt voor de aanpassing van de opstalverzekering. Als een bouwkundige nagelvaste woonvoorziening in eigendom aan de woningeigenaar wordt verstrekt is de woningeigenaar verantwoordelijk voor onderhoud en reparatie van de voorziening. Een woningaanpassing, met uitzondering van een traplift, moet uiterlijk binnen drie maanden na het verlenen van de voorziening gereed zijn. Als dat niet lukt, kan de gemeente besluiten om de eerder verleende voorziening in te trekken. Daarbij wordt rekening gehouden met factoren als beschikbaarheid van materialen en aannemers. Als de voorziening gereed is, moet door de inwoner aan de gemeente een schriftelijke gereedmelding worden overlegd.
Voor aanpassingen aan gemeenschappelijke ruimten van een wooncomplex wordt altijd eerst een beroep gedaan op de woningeigenaar (bijvoorbeeld woningeigenaar of VvE), omdat er door meerdere bewoners gebruik zal worden gemaakt van de voorziening (bijvoorbeeld een automatische deuropener). De woningeigenaar heeft de verantwoordelijkheid om gemeenschappelijke ruimten voor alle bewoners in het dagelijks gebruik geschikt te maken en te houden. Dit geldt in het bijzonder voor wooncomplexen die bedoeld zijn voor ouderen of mensen met een beperking. Bij aanpassingen aan gemeenschappelijke ruimten zal de gemeente ook beoordelen of het verantwoord is voorzieningen (zoals trapliften) op een voor een ieder bereikbare plaats te zetten. Ook kijkt de gemeente naar zaken als (brand)veiligheid en slijtage door weer en wind.
6.3.3
Vervangen vloerbedekking in verband met longklachten
Inwoners met allergie of astma kunnen in aanmerking komen voor een bijdrage in de kosten voor het vervangen van de vloerbedekking als dat noodzakelijk is. Dit is alleen mogelijk wanneer een arts een duidelijke diagnose heeft gesteld en door middel van een medisch advies de ernst en noodzaak is vastgesteld. De inwoner kan alleen een vergoeding krijgen als: a.hij bij de aanschaf van de oude materialen niet had kunnen weten dat hij longklachten zou krijgen of dat deze erger zouden worden; b.de vervanging van het artikel medisch gezien op zeer korte termijn noodzakelijk is; c.de vervanging niet kan worden gezien als algemeen gebruikelijk in de zin van artikel 2.3. In principe gaat het bij woningsanering om het vervangen van de vloerbedekking in de slaapkamer en in de woonkamer. Voor het vervangen van gordijnen of behang in de slaap- of woonkamer worden geen saneringskosten verstrekt. Gemeente Zeist – Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning (Wmo) – 2026 Pagina 17
Voor de kosten wordt door de gemeente onderzoek gedaan naar de op dat moment goedkoopst passende oplossing. Bij verhuizing na het onstaan van de klachten komt de inwoner niet in aanmerking voor een vergoeding. Bij een verhuizing is het immers gebruikelijk dat iemand zijn woning opnieuw inricht en stoffeert. Hierbij kan de inwoner alvast rekening houden met zijn klachten. In bijlage 2 is de hoogte van de vergoeding opgenomen.
6.3.4
Verhuiskostenvergoeding
Iemand die vanwege zijn beperkingen niet meer in zijn eigen woning kan wonen en daarom moet verhuizen, kan in aanmerking komen voor een financiële tegemoetkoming: de verhuiskostenvergoeding. Te denken valt vooral aan de volgende drie situaties: De inwoner gaat naar een nieuwe geschikte woning, omdat hij in zijn oude woning niet meer op een normale manier kan functioneren; De inwoner vraagt om een woningaanpassing, maar na onderzoek blijkt dat een verhuizing een geschikte en de goedkoopste oplossing is voor zijn probleem. Het kan ook zijn dat de huidige woning van de inwoner zich niet leent voor een aanpassing. Ook dan is verhuizing de meest voor de hand liggende oplossing; Iemand zonder beperkingen die in een aangepaste woning woont, maakt deze op verzoek van de gemeente vrij. Een verhuiskostenvergoeding is een alternatief voor een woningaanpassing als dit een geschikte en de goedkoopste oplossing is voor het woonprobleem van de inwoner. De gemeente kent geen verhuiskostenvergoeding toe in onder andere de volgende gevallen: Algemeen gebruikelijke verhuizingen, bijvoorbeeld jongeren die op zichzelf gaan wonen, gezinnen die groter gaan wonen of ouderen die kleiner gaan wonen; Geen onverwacht optredende noodzaak; Verhuizing naar een zorginstelling, de kamers worden meestal gestoffeerd opgeleverd. De hoogte van de vergoeding is opgenomen in bijlage 2.
6.3.5
Bezoekbaar maken woning
Als de inwoner zijn hoofdverblijf heeft in een Wlz-instelling of bij scheiding bij één ouder verblijft en de tweede ouder regelmatig bezoekt, kan voor de tweede woonruimte een voorziening worden getroffen om deze ruimte bezoekbaar te maken. Daarbij gaat het alleen om de volgende zaken: Het kunnen bereiken van de woning; Het kunnen bereiken en gebruiken van de woonkamer; Het kunnen bereiken en gebruiken van het toilet. Hierbij gaat het dus in eerste instantie alleen om op bezoek gaan en niet over logeren. De hoogte van de vergoeding is opgenomen in bijlage 2.
6.3.6
Verwijderen van voorzieningen
Woonvoorzieningen die in bruikleen zijn verstrekt, zoals een traplift, blijven eigendom van de gemeente. De kosten voor het verwijderen dan wel innemen, komen dan ook voor rekening van de gemeente.
Gemeente Zeist – Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning (Wmo) – 2026 Pagina 18
Voor andere woningaanpassingen geldt dat deze niet verwijderd hoeven te worden als de inwoner niet langer gebruikt maakt van de woning. Als de verhuurder of eigenaar van de woning het nodig vindt de woningaanpassing te verwijderen, zijn de kosten daarvan voor hem.
7
ROLSTOELEN
7.1
Wat verstaan we hieronder?
Als een inwoner problemen ervaart bij het zich dagelijks verplaatsen in en om de woning, kan als hulp op maat een rolstoel worden verstrekt.
7.2
Afwegingskader
Voordat de gemeente een rolstoel verstrekt, onderzoekt de gemeente eerst of er andere hulpmiddelen ingezet kunnen worden om het probleem op te lossen. Bijvoorbeeld een wandelstok of een rollator. Deze hulpmiddelen zijn algemeen gebruikelijk. Dit geldt ook voor een reguliere buggy voor kinderen tot 4 jaar. Als een rolstoel maar een korte periode nodig is (maximaal 6 maanden), dan kan deze geleend worden bij de tijdelijke uitleen van de thuiszorgwinkel vanuit de Zorgverzekeringswet. Ook is het mogelijk om daar af en toe een rolstoel te lenen voor het maken van een uitstapje. Woont een inwoner in een verpleeghuis op grond van de Wlz, dan is de instelling verantwoordelijk voor het beschikbaar stellen van een rolstoel. Een rolstoel wordt alleen verstrekt als het dagelijks zittend verplaatsen in en rond de woning noodzakelijk is. De gemeente verstrekt geen rolstoel als het gebruik van een rolstoel in strijd is met een behandelplan van de inwoner en nadelig is voor de revalidatie (oftewel: de voorziening mag niet anti-revaliderend werken).
7.3
Type rolstoel
7.3.1
Programma van eisen
Er zijn verschillende soorten rolstoelen beschikbaar. Bij de selectie van het type rolstoel wordt onder andere gekeken naar: Hoe vaak en voor welk doel de rolstoel wordt gebruikt Wat de fysieke mogelijkheden zijn van de inwoner om de rolstoel zelf voort te bewegen Of de inwoner de rolstoel zelf moet kunnen voortbewegen of dat het volstaat als iemand anders de rolstoel voortbeweegt Of de inwoner in staat is om de rolstoel veilig zelf te besturen, als het gaat om een elektrische rolstoel. Als er noodzaak bestaat voor een rolstoel, kan via een medisch en/of ergotherapeutisch advies door de gemeente een programma van eisen worden opgesteld. In het programma van eisen kan informatie worden opgenomen over: Lichaamsmaten; Benodigd zitkussen; Gemeente Zeist – Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning (Wmo) – 2026 Pagina 19