CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

RV25.045 Bijlage 3. Tuinhistorische waardestelling

Raad 11 november 2025, gemeente ZeistBij agendapunt: Principebesluit herontwikkeling Veldheim11.651 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Tuinhistorische waardestelling

Veldheim Utrechtseweg 69 te Zeist

Specialisten in Groen Erfgoed

Tuinhistorische waardestelling

Veldheim Utrechtseweg 69 te Zeist

Opdrachtgever: Mooi Zeist B.V.

Specialisten in Groen Erfgoed

Costerweg 1-P

6702 AA Wageningen

0317 424 167

www.sb4.nl

info@sb4.nl

Colofon © 2019, SB4 Bureau voor Historische Tuinen, Parken en Landschappen te Wageningen. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd of openbaar worden gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij op papier of digitaal, zonder voorafgaande toestemming van de opdrachtgever, in overleg met SB4. In geval van publicatie, geheel of gedeeltelijk, van dit als intern rapport bedoelde document, kan het noodzakelijk zijn om auteursrechten, copyright, publicatierechten en/of andere rechten te regelen met SB4 of andere partijen. De afbeeldingen in dit rapport zijn in 2018 gemaakt door SB4, tenzij de bronvermelding anders aangeeft. De kaarten zijn noordwaarts georiënteerd, tenzij anders aangegeven door een noordpijl. Tekst en opmaak: SB4 Bureau voor Historische Tuinen, Parken en Landschappen ir. E.M.J. Blok bnt en ing. C.M.F. Brouwer Costerweg 1-P 6702 AA Wageningen www.sb4.nl Projectnummer:

10060

Opdrachtgever: Contactpersoon:

Mooi Zeist B.V. dhr. M.F. Kinran

Versie:

eindrapport, 1 maart 2019

Voorblad:

Zicht op de zuidgevel van landhuis Veldheim.

Achterblad:

Entreeplein noordelijk van het landhuis.

Veldheim te Zeist

INHOUD

Inleiding ................................................................................................................................................... 5 1. Huidige situatie .................................................................................................................................... 7 2. Biografie van de plek ......................................................................................................................... 13 2.1. Hofstede (±1780-1849) .............................................................................................................. 13 2.2. Overpark Veldheim (1849-1911) ................................................................................................ 17 2.3. Nieuw Veldheim (1911-1932) .................................................................................................... 23 2.4. Zorginstelling (1932-2018) ......................................................................................................... 25 3. Ruimtelijke ontwikkeling, achtergronden en relicten ......................................................................... 37 3.1. Vóór 1849 ................................................................................................................................... 37 3.2.

Periode 1849-1911 ..................................................................................................................... 39 3.3. Periode 1911-1932 ..................................................................................................................... 41 3.4. Ná 1932 ...................................................................................................................................... 43 4. Waardering ...................................................................................................................................... 44 4.1. Methode ..................................................................................................................................... 45 4.2. Externe waardestelling ............................................................................................................... 47 4.3. Interne waardestelling ................................................................................................................ 49 5. Aanbevelingen ................................................................................................................................... 55 Bronnen ................................................................................................................................................. 57 Bijlage 1.

Monumentenomschrijving ...................................................................................................... 59 Bijlage 2. Gemeentelijke monumentale structuur .................................................................................. 63

3

Afb. 1.1: Situering van de buitenplaats Veldheim aan de Utrechtseweg te Zeist. (Bron: www.topotijdreis.nl.) Afb. 1.2: De buitenplaats Veldheim, met rood omkaderd, is thans eigendom van Mooi Zeist BV. (Bron: https://www.pdok.nl/viewer/; kadastrale kaart, bewerking SB4.) Het onderzoeksgebied in voorliggend rapport betreft de huidige begrenzing van buitenplaats Veldheim en is op deze en hierna volgende kaarten in rood aangeduid.

NB. Het onderzoeksgebied ligt, evenals het huis Veldheim, gedraaid ten opzichte van het geografische noorden. In verband met de leesbaarheid is ervoor gekozen om in terreinbeschrijvingen te spreken van ‘noord’, ‘oost’, ‘zuid’ en ‘west’, waarmee bedoeld wordt: noordoost, zuidoost, zuidwest en noordwest.

4

Veldheim te Zeist

INLEIDING De historie van de buitenplaats Veldheim, gesitueerd ten noorden van de Utrechtseweg in Zeist, gaat terug tot het eind van de 18e eeuw als op de plek van het huidige landhuis een hofstede verschijnt. In 1849 wordt het terrein als ‘overplaats’ toegevoegd aan de in 1842 gebouwde buitenplaats Veldheim, ten zuiden van de Utrechtseweg (tegenwoordig aangeduid als Oud-Veldheim). Een latere eigenaar, burgemeester J.J.C. Clotterbooke Patijn, laat in 1911 op de ‘overplaats’ een nieuw landhuis bouwen: het huidige Veldheim. In 1932 wordt de buitenplaats Veldheim deels verkaveld en verkocht als bouwterrein. Het landhuis met omgeving wordt verkocht aan de Vereeniging voor Heilpaedagogie, een zorginstelling voor kinderen met een geestelijke beperking. In de loop der jaren is het hoofdhuis meerdere malen verbouwd en verrezen er op het terrein speelvoorzieningen en een groot aantal bijgebouwen. Na het faillissement van Stichting Zonnehuizen in 2011 neemt de jeugdzorginstelling Intermetzo de buitenplaatsen Veldheim en Stenia tezamen met het herenhuis Peronnik over. In het najaar van 2018 worden de drie locaties aangekocht door Mooi Zeist B.V. met het oog op herontwikkeling.

Aan SB4 Bureau voor Historische Tuinen, Parken en Landschappen werd in oktober 2018 opdracht verleend voor het opstellen van een tuinhistorische analyse en waardestelling voor de drie voormalige Zonnehuizen-terreinen, elk in een afzonderlijke rapportage, die te gebruiken zijn als handvat bij het maken van een herontwikkelingsplan. Voorliggend rapportage is het deelresultaat van bovenbedoelde opdracht met betrekking tot het terrein van de buitenplaats Veldheim. Het beschrijft allereerst de biografie van de plek. Naast een veldinventarisatie, analyse en beoordeling van onder andere historische kaarten en afbeeldingen, bestaande literatuur, artikelen en krachtenberichten is aanvullend onderzoek gedaan in het Gemeentearchief Zeist. Na een analyse van de ruimtelijke ontwikkeling, een duiding van de achtergronden en het benoemen van relicten, volgt de waardering van het terrein. Deze is uitgevoerd conform de Richtlijnen Tuinhistorisch Onderzoek, waarbij onder meer wordt ingegaan op de samenhang, herkenbaarheid en functionaliteit van deelgebieden en elementen. Tot slot worden een aantal aanbevelingen gedaan voor behoud en versterking van de cultuurhistorische waarden en kwaliteiten. Het rapport is opgesteld door Eric Blok (specialist groen erfgoed, landschapsarchitect bnt en tuinhistoricus) en Caroline Brouwer (tuin- en landschapsinrichter en onderzoeker), beiden werkzaam bij SB4.

Wageningen, 1 maart 2019

5

hoofdingang

4 3 5 plein

11

2 1 6

1. Landhuis Veldheim 2. Keukengebouw 3. Jorisschool 4. Heliashuis 5. Tobiasschool (latere uitbreiding; vroeger locatie Van Bemmelenhuis) 6. Tobiasschool met gymnastiekzaal 7. Loudonhuis 8. Polikliniek 9. Lucashuis 10. Technische Dienst 11. Maartenshuis

10 terras

7

zijingang

8

voorterrein 9

bos

voetgangersingang Afb. 1.3: Huidige situatie met toponiemen van de aanwezige gebouwen. (Bron: https://www.pdok.nl/viewer/; bewerking SB4.)

Afb. 1.4: De noordzijde van het landhuis Veldheim, gesitueerd aan een groot plein met twee oude bruine beuken. Rondom het plein een aaneenschakeling van bijgebouwen en een speeltuin.

6

Veldheim te Zeist

1. HUIDIGE SITUATIE 1.1. Situering, eigendom en gebruik Buitenplaats Veldheim ligt in het westen van Zeist, aan de rand van de Dichtersbuurt en ten noorden van de Utrechtseweg. Aan de west-, noord- en oostzijde grenst het terrein aan de achtertuinen van de bebouwing langs respectievelijk Tesselschadelaan, P.C. Hooftlaan en Professor Sproncklaan. Recent is het terrein met landhuis en bijgebouwen verworven door Mooi Zeist BV. Het landhuis Veldheim is in 1999 aangewezen als Rijksmonument vanwege de ‘cultuurhistorische waarde als bijzonder voorbeeld van een jongere buitenplaats, deel uitmakend van de Stichtse Lustwarande. Het pand is van architectuurhistorisch belang vanwege de bouwstijl en ornamentiek en vanwege de plaats in het oeuvre van de architect Jan Stuivinga.’ Daarnaast wordt in de inleiding gesteld dat ‘de resterende open ruimte voor- en achter het hoofdgebouw’ waardevol zijn. En verder dat de ‘oude bomen, zoals de rode beuken, acacia’s, zomereiken en kastanje, [...] een restant van de originele aanleg en derhalve van belang’ zijn. (Zie bijlage 1 voor de volledige monumentenomschrijving.) De Gemeente Zeist heeft het terrein bij Raadsbesluit in 1987 aangewezen als gemeentelijke monumentale structuur (Raadsbesluit d.d. 7-12-1987 nr. 14.412).1 Dit betreft niet bebouwde ruimten waarvan het oorspronkelijke karakter nog aanwezig of kenbaar is.

In het gemeentelijke Groenstructuurplan Zeist 2011-2020 is het restant van de buitenplaats aangeduid als behorend tot het ‘groene cultuurhistorische raamwerk’ (categorie S2) met als beleidsdoel: ‘het koesteren zichtbaar houden en versterken van de groene samenhang binnen het cul-tuurhistorisch raamwerk als geheel, incl. laanpatronen en lopen van oude waterwegen’.2 (Zie bijlage 2.) 1.2. Beschrijving huidige situatie Het landhuis staat centraal in het terrein, met de hoofdentree aan een ruim plein dat is ontsloten vanaf de P.C. Hooftlaan in het noorden. Op het plein staat twee monumentale bruine beuken. Langs de buitenzijden van het plein vormen grasperken, speelplekken en vakbeplanting de overgang naar de omringende bebouwing. Aan het plein en verspreid langs de oost-, noord- en westzijde van het terrein staat een diversiteit en veelheid aan bijgebouwen. Gekoppeld aan de bebouwing liggen met hekwerken afgeschermde tuinen en speelplekken. Tussen de bebouwing ligt een strak en hoekig vormgegeven tuin met heesterperken en verharde paden. Tegen de zuidgevel van het landhuis is een groot rechthoekig, verhoogd terras met aan drie zijden een brede trap. De inrichting bestaat uit een met klinkers verhard padenkruis, aansluitend op de trappen en het bordes, met daartussen grasperken. Bovenlangs de keermuren staan buxushagen.

Op de zuidwesthoek staat bovenop het terras een oude robinia en onderlangs de westzijde enkele oude taxusbomen. Ten zuiden van het huis ligt verder een grote open ruimte. De zichtas naar de Utrechtseweg is geaccentueerd middels twee gebogen bomenrijen met in het centrum een groot kunstwerk. De weide is gedeeltelijk voorzien van verharde paden, die het terras bij het landhuis verbinden met de diverse bijgebouwen en speelvelden op het oostelijke deel van de weide. De bijgebouwen die aan de open ruimte zijn gesitueerd zijn allen voorzien van een eigen, met laag hekwerk, afgesloten buitenruimte. De bebouwing wordt deels aan het oog onttrokken door een half transparante beplanting, gedeeltelijk bestaand uit oude bomen. De zuidhoek van het terrein heeft een bosachtig karakter. Een grazige open ruimte waar diverse verharde paden op uitkomen, markeert de plek van een voormalige bijgebouw. Thans is het terrein alleen ontsloten via de hoofdpoort aan de P.C. Hooftlaan, waar tevens een parkeerplaats is gesitueerd. De ingang vanaf de Utrechtseweg, die onder meer toegang verschaft aan de parkeerplaats naast het Loudonhuis, is afgesloten. Ook een voetgangersingang vanaf de Utrechtseweg, in de zuidhoek van het terrein, is momenteel niet opengesteld. 1

Bron: www.zeist.nl, Gemeentelijke monumentale structuren in de gemeente Zeist. Bron: www.zeist.nl, Groen (voor) Zeist, definitief mei 2011, Groenstructuurplan voor binnenstedelijk groen: Zeist, Austerlitz, Den Dolder, Bosch en Duin, Huis ter Heide. 2

7

Afb. 1.5: Het huis vanaf de ingang met parkeerplaats aan de P.C. Hooftlaan.

Afb. 1.6: Zicht vanaf de hoofdingang richting P.C. Hooftlaan.

Afb. 1.7: Zicht op het plein aan de noordzijde van het landhuis. Links de speelplek voor het Heliashuis.

Afb. 1.8: Pad langs de westzijde van het perceel, met links de achtergevel van de Tobiasschool. (Met poortjes naar de achtertuinen van de bebouwing langs Tesselschadelaan.)

Afb. 1.9: Parkeerruimte in de zuidwesthoek van het terrein, gezien vanaf de poort bij de zijingang aan de Utrechtseweg. Links het pad langs de westelijke perceelsgrens; rechts het pad langs de zuidzijde van het terrein.

8

Veldheim te Zeist

Afb. 1.10: Parkeerruimte in de westhoek van het terrein, met op de achtergrond het Loudonhuis.

Afb. 1.11: Zicht over het pad parallel aan de Utrechtseweg. Links de hoge en wintergroene laurierhaag langs de Utrechtseweg, rechts de buxushaag ter begrenzing van het voorterrein.

Afb. 1.12: Zicht over het voorterrein richting het landhuis. Midden in de zichtas, met aan weerszijden gebogen bomenrijen, staat een modern kunstwerk.

Afb. 1.13: Ten oosten van de zichtas over het voorterrein, liggen (de restanten van) enkele speelvelden, (overgroeide) paden en parkmeubilair.

Afb. 1.14: Open plek in het bos (in de zuid-hoek van het perceel) waar tot 2007 een bijgebouw van het Zonnehuis heeft gestaan.

Afb. 1.15: Begroeide grondwal langs de Utrechtseweg ter hoogte van het bos in de zuidhoek van het perceel.

9

Afb. 1.16: Trappartij naar het verhoogde terras, met bovenlangs buxushagen.

Afb. 1.17: Het terras en bordes aan de zuidzijde van het landhuis. De klinkerpaden zijn thans overgroeid met gras en ruigte.

Afb. 1.18: Zichtas vanaf het huis over het terras in de richting van de Utrechtseweg.

Afb. 1.19: Trap aan de westzijde van het terras. Aan deze zijde van het terras staan enkele uitgegroeide oude taxussen, vermoedelijk restanten van oorspronkelijke hagen langs het terras.

Afb. 1.20: Trap aan de oostzijde van het terras. Op de achtergrond de uitgegroeide taxussen.

Afb. 1.21: Zicht vanaf het terras richting de polikliniek.

10

Veldheim te Zeist

Afb. 1.22: Zicht over het voorterrein richting de Tobiasschool met op de achtergrond oude parkbomen.

Afb. 1.23: Het Lucashuis met buitenterrein, gezien vanaf het voorterrein.

Afb. 1.24: Picknicktafel en zitkuil in het bos ten westen van het Lucashuis.

Afb. 1.25: Oostgevel van het Lucashuis met rechts het ontsluitingspad langs de oostzijde van het terrein.

Afb. 1.26: Het ontsluitingspad langs de oostzijde van het terrein met rechts het Lucashuis en links een fietsenstalling.

Afb. 1.27: Pad met tuinstroken ten oosten van het plein. Links de polikliniek en rechts het Maartenshuis.

11

Afb. 2.1: Uitsnede van de ‘Carte du camp d’Utrecht’, vervaardigd door Gilles Johannes Le Fèvre de Montigny in 1804. (Bron: UU, coll.nr. Moll 662a (Dk44-5).)

Oude Arnhemsche (of Hooge) Weg

NB. Op deze en hierna volgende kaarten is in rood of oranje de huidige begrenzing van de buitenplaats Veldheim aangeduid. naamloze hofstede

Utrechtseweg

Scharweijde

Afb. 2.2: Uitsnede van de Veldminuut voor de Topografisch Militaire Kaart, blad 34C Zeist, verkend omstreeks 1847. (Bron: NA.)

huize Ma Retraite boomgaard bouwland bos

huize Oud-Veldheim

Kerk en pastorie Nieuweroord

12

Veldheim te Zeist

2. BIOGRAFIE VAN DE PLEK De buitenplaats Veldheim, laatstelijk gebruikt als zorginstelling, is in 1907 ontstaan op de overplaats van Oud-Veldheim dat aan de zuidzijde van de Utrechtseweg lag. Het terrein was tot midden 19e eeuw in gebruik als boerenhofstede.

2.1. Hofstede (±1780-1849) In het laatste kwart van de 18e eeuw werd tussen de Utrechtse en de Oude Arnhemsche (of Hooge) Weg, min of meer ter plekke van het huidige landhuis Veldheim, een hofstede gesticht. Vandaaruit werden de omliggende woeste gronden tot bouwland ontgonnen, zoals voor het eerst zichtbaar op de ‘Carte du camp d’Utrecht’ uit 1804. (Afb. 2.1.) Begin 19e eeuw kwam de naamloze hofstede in handen van Frans Nicolaas van Bern (1786-1851), burgemeester van Zeist.3 Tot zijn grootgrondbezit behoorde ook de buitenplaats Scharweijde ten westen van de hofstede en een groot bosgebied ten noorden van de Oude Arnhemscheweg. Van Bern verwierf in de loop der jaren in Zeist talloze hofstedes en buitenplaatsen met bijbehorende landerijen en bossen, die hij veelal verhuurde of in erfpacht uitgaf. Zelf bewoonde Van Bern het buitenverblijf Weltevreden, iets oostelijker gelegen aan de Utrechtse Straatweg. Het Kadastraal Minuutplan uit 1832 laat zien dat op het erf van de hofstede, ter plekke van het huidige landhuis Veldheim, op dat moment een hoofdhuis met twee kleinere woningen en enkele bijgebouwen stonden. (Afb. 2.3.) Tussen de Utrechtse Straatweg en het erf lagen twee percelen ‘bosch’. Vanaf de weg voerde een korte laan (‘weg als bosch’) recht naar het hoofdhuis.

Aan de overige zijden werd het erf, met twee percelen ‘tuin’, omgeven door bouwland, met langs de buitenzijden smalle stroken ‘bosch’. Ten noorden hiervan lagen een groot perceel ‘bouwland’ en ‘dennenbosch’. Burgemeester Van Bern verkocht een deel van zijn landerijen, inclusief de hofstede aan Cornelis Maria van Hengst (1771-1848)4, die in 1832 de naastgelegen hofstede ‘Ma Retraite’ had verworven als zomerverblijf. Met de aankoop van de gronden verdubbelde Van Hengst de omvang van zijn buitenplaats. Voor de verfraaiing van de parkaanleg vroeg Van Hengst de bekende landschapsarchitect Jan David Zocher jr. (1791-1870). Van Hengst liet in 1838 de hofstede amoveren en vormde het terrein om tot ‘bouwland’.5 (Afb. 2.4.) Enkele jaren daarvoor was het noordelijker gelegen perceel ‘bouwland’ gewijzigd in ‘boomgaard’. De hierboven beschreven situatie is zichtbaar op de gedetailleerde Veldminuut van de Topografisch Militaire Kaart verkend omstreeks 1847. (Afb. 2.2.) Op de Veldminuut is het centraal gelegen bouwland, evenals de boomgaard, duidelijk te zien. In de bosvakken daaromheen is een fijnmazig patroon van slingerpaden weergegeven als onderdeel van de parkaanleg van buitenplaats Ma Retraite. In het terrein staat reeds de naam ‘Vildheim’ genoteerd. Deze naam verwijst naar de buitenplaats Veldheim ten zuiden van de Utrechtseweg.

3

Gemeente Zeist, artikel 11, eigenaar: Frans Nicolaas van Bern, Burgemeester te Zeist. (Bron: KA.) F.N. van Bern was schout, gadermeester en secretaris van het gerecht Kattenbroek van 1806-1811, adjunct en medeschout en gadermeester van het gerecht Zeist van 1806-1811, adjuct-maire van de gerechten Zeist en Stoetwegen in 1811, maire van Zeist van 1811-1814, burgemeester van Zeist van 1814-1850, schout van Rijsenburg van 1806-1812 en secretaris van Rijsenburg, burgemeester en secretaris van Driebergen van 1806-1847, burgemeester en secretaris van Sterkenburg van 1818-1849 en lid van de Provinciale Staten van Utrecht van 1847-1849. (Bron: Rhoen (2008), p. 32.) 4 C.M. van Hengst, schepen van Utrecht (vanaf 1803), lid Vergadering van Notabelen (1814), hoogheemraad Grootwaterschap van Woerden (vanaf 1795), rechter-plaatsvervanger te Utrecht (tot 1822). (Bron: www.parlement.com.) 5 Gemeente Zeist, artikel 78, eigenaar: Cornelis Maria van Hengst, landeigenaar, woonachtig te Utrecht. (Bron: KA.)

13

buitenplaats Ma Retraite

155 ‘huis en erf’

159 ‘bosch’

158 ‘bosch’ 160 ‘bouwland’

153 en 154 ‘tuin’

156 ‘bouwland’

148 ‘bosch’

157 ‘bosch’ 149 ‘weg als bosch’

151 ‘huis en erf’

150 ‘bosch’

152 ‘huis en erf’

buitenplaats Schaerweijde

Afb. 2.3: Uitsnede van het Kadastraal Minuutplan, Gemeente Zeist. Noordelijk van de Utrechtseweg: Sectie B genaamd Zeist, derde blad. Zuidelijk van de Utrechtseweg: Sectie G genaamd Cattenbroek, tweede blad. Beide bladen opgemeten door A. Slits, landmeter van de Eerste klasse. Van kracht gegaan in 1832. (Bron: RCE.)

14

Veldheim te Zeist

Afb. 2.4: Uitsnede van kadastrale hulpkaart 16, dienstjaar 1838, Gemeente Zeist, Sectie B 3e blad, opgemaakt en deugdelijk verklaard te Utrecht, Augustus 1838. (Bron: KA.) In dj 1838 werden de gronden aangekocht door dhr. Hengst, eigenaar van Ma Retraite. Opgemaakt in verband met de afbraak van 151, 152 en 155, allen ‘huis en erf’ en samenvoeging met 153 en 154 ‘tuin’ en 156 ‘bouwland’ tot het grote perceel 653 ‘bouwland’.

Afb. 2.5: ‘Huize “Veldheim,” – De Bilt.’ Prentbriefkaart van Oud-Veldheim, uit circa 1900-1905. (Bron: UA, cat.nr. 15963.)

15

Afb. 2.6: ‘Veldheim, – Zeist.’ Prentbriefkaart van OudVeldheim, uit circa 1900. (Bron: www.marktplaats.nl.)

Afb. 2.7: ‘Veldheim bij Zeist.’ Tekening van OudVeldheim, door A. Wouters, welke onderdeel uitmaakt van de losbladige verzameling Buitenplaatsen, hoofdgebouwen, voornaamste gezigten tusschen Utrecht en de Grebbe, uitgegeven in 1858. (Bron: UA, cat.nr. 202054.)

Afb. 2.8: ‘Veldheim.’ Prent van het huis Oud-Veldheim ten zuiden van de Utrechtse Straatweg, vervaardigd door P.J. Lutgers, afb. 20 in het boek Gezigten in de omstreken van Utrecht, uitgegeven in 1869. (Bron: UA, cat.nr. 15963.)

Afb. 2.9: Uitsnede van de ‘Kaart van de Gemeente Zeist. Vervaardigd onder toezigt van het Gemeente bestuur. Zamengesteld en geteekend door J.H. van Giessen, Utrecht 1861.’ (Bron: ZHG.)

overplaats

Oud-Veldheim

16

Veldheim te Zeist

2.2. Overpark Veldheim (1849-1911) Het huis Veldheim was gesitueerd ten zuiden van de Utrechtse Straatweg, oorspronkelijk ‘Bijgeval’ geheten en tegenwoordig bekend als ‘Oud-Veldheim’. (Afb. 2.5 t/m 2.8.) Het herenhuis werd in 1842 gebouwd door Cornelis Hoogeveen (fabrikant), Johannes Hendrikus Kraamwinkel (koopman) en dr. Agnites Vrolik (1810-1894)6. Hoogeveen en Kraamwinkel waren lokale ondernemers die in de periode 1841-1843 de naast elkaar gelegen buitens Nieuweroord, Buitenzorg (later de pastorie) en Bijgeval stichtten.7 De drie heren, allen uit Utrecht afkomstig, hadden een jaar eerder gezamenlijk een stuk grond voor 10 jaar in erfpacht ontvangen van burgemeester en grootgrondbezitter Frans Nicolaas van Bern. In 1848 werd Vrolik eigenaar door de grond te kopen van de erfpachtgever.8 Vrolik breidde zijn bezit in 1849 uit door op een openbare veiling een strook grond aan de overzijde van de Utrechtse Straatweg te verwerven, gelijk aan de breedte van zijn buitenplaats. De aankoop werd mogelijk na het overlijden van zijn overbuurman C.M. van Hengst in 1848, waarna diens erfgenamen de buitenplaats Ma Retraite in delen lieten veilen.

De percelen ‘bosch’, ‘boomgaard’ en ‘bouwland’ die Vrolik wist te kopen - hierna de ‘overplaats’ genoemd - werden vervolgens door het kadaster geregistreerd als ‘terrein van vermaak’.9 Op de kadastrale hulpkaart die bij de aankoop werd opgemaakt, staan geen details ingetekend, zoals bijvoorbeeld een padenloop. Wél werd - met een dubbele stippellijn - de oude ‘weg als bosch’ ingetekend, die oorspronkelijk vanaf de Utrechtse Straatweg recht op het hoofdhuis van de vroegere hofstede was gericht. (Afb. 2.10.) Blijkbaar was deze nog aanwezig of herkenbaar. De overplaats van Veldheim liep door tot aan de Oude Arnhemseweg, zoals te zien op de ‘Kaart van de Gemeente Zeist’, in 1861 vervaardigd door J.H. van Giessen. (Afb. 2.9.) Terwijl het zuidelijke deel in het zicht van huize Veldheim - was ingericht als ‘terrein van vermaak’, zal het noordelijke deel bestemd zijn voor nutsgebruik. Het op de kaart afgebeelde L-vormige gebouw, vermoedelijk een tuinmanswoning, lag aan een laan tussen boomgaard en moestuin. Vrolik liet het huis Veldheim omstreeks 1854 vergroten. Vermoedelijk liet hij in samenhang daarmee ook wijzigingen aanbrengen aan de tuin- en parkaanleg. Twee rekeningen tonen aan dat in die tijd betalingen werden gedaan aan ‘J. Copijn’.

Aangenomen wordt dat dit de bekende boomkweker en tuinarchitect Jan Copijn (1812-1885) betreft.10 Het is niet bekend of Copijn ook ontwerpen maakte voor de overplaats van Veldheim. Ondanks de investeringen verbleef Vrolik - om gezondheidsredenen - hoofdzakelijk in zijn stadshuis te Utrecht en werd Veldheim verhuurd.11 Na een periode van vier jaar besloot Vrolik zijn buitenplaats in 1858 te verkopen.12 De beschrijving in de verkoopadvertentie luidde: ‘In den aanvang van de maand October, op nader te bepalen dag, zal, te Utrecht achter St. Pieter, worden geveild: de Buitenplaats Veldheim, alleraangenaamst gelegen te Zeist nabij het Dorp, aan den straatweg, bestaande in onlangs nieuw gebouwd Heerenhuis met Stal, Tuinmanswoning, Bloemenkassen en sierlijk aangelegden en beplanten grond, aan weerszijde van den straatweg. Inmiddels uit de hand te Koop en te bevragen bij de Notarissen De Balbian van Doorn te Utrecht en Schadee te Zeist’13 6

A. Vrolik was een Nederlandse wis- en scheikundige die carrière maakte bij de Koninklijke Nederlandse Munt; minister van Financiën in het kabinet-Van Hall-Donker Curtius en het kabinet-Van der Brugghen; van 1863 tot 1868 president-directeur van de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen. 7 Volkers (2011), p. 96. 8 Bron: www.buitenplaatseninnederland.nl (Oorspronkelijke bron: Rhoen, R.P.M., De buitenplaats Oud-Veldheim in Zeist. In: Oud-Utrecht 1999-1.) 9 Vermoedelijk heeft A. Vrolik niet rechtstreeks gekocht van de erfgenamen van C.M. van Hengst, maar via burgemeester F.N. van Bern; gezien diens naam bovenaan het artikel staat vermeld: Gemeente Zeist, artikel 420, eigenaar: Frans Nicolaas van Bern, Burgemeester te Zeist [later doorgehaald], Doctor Agnites Vrolik, Inspecteur Essayeur-Generaal der [Rijks]Munt te Utrecht. (Bron: KA.) 10 Rhoen (1999), p. 17. 11 Rhoen (1999). 12 Bron: www.buitenplaatseninnederland.nl (Oorspronkelijke bron: Rhoen, R.P.M., De buitenplaats Oud-Veldheim in Zeist. In: Oud-Utrecht 1999-1.) 13 14-7-1858 Utrechtsche Provinciale- en Stadscourant. (Bron: delpher.)

17

934 ‘bosch’ 940 ‘bosch’ 942 ‘laan’

937 ‘tuin’

935 ‘laan’ 946 ‘terrein van vermaak’

Afb. 2.10: Uitsnede van kadastrale hulpkaart 64, dienstjaar 1850, Gemeente Zeist, Sectie B 3e blad, opgemaakt en deugdelijk verklaard te Amersfoort, 5 Augustus 1850. (Bron: KA.) In dj 1849 werden de gronden aangeduid met het blauwe kader aangekocht door dhr. Vrolik, eigenaar van (oud) Veldheim, dat gesitueerd was ten zuiden van de Utrechtseweg.

948 ‘terrein van vermaak’

Afb. 2.11: Uitsnede van de Chromo-Topografische Kaart, blad 446 Zeist, uitgave 1873. (De weergave van het onderzoeksgebied is op de kaartuitgaven uit 1882 en 1890 ongewijzigd.) (Bron: www.watwaswaar.nl.)

Afb. 2.12: Uitsnede van de Chromo-Topografische Kaart, blad 446 Zeist, uitgave 1910. (De weergave van het onderzoeksgebied is op de kaartuitgaven uit 1913 en 1920 ongewijzigd.) (Bron: www.watwaswaar.nl.)

18

Veldheim te Zeist

Johannes Cornelis Clotterbooke Patijn (1832-1876) werd de nieuwe eigenaar van Veldheim, inclusief de overplaats.14 Evenals zijn voorganger bestemde hij Veldheim tot zomerverblijf. In 1865 liet Clotterbooke Patijn zowel zijn stadshuis in Utrecht als zijn buitenhuis te Zeist verbouwen. Voor zijn huis te Utrecht schakelde hij architect Samuel Adrianus van Lunteren (1813-1877) in, die ook werkzaam was als tuinarchitect. Het is mogelijk dat deze ook werkzaam is geweest op Veldheim.15 Clotterbooke Patijn breidde zijn bezittingen in Zeist in de loop der jaren uit van ruim 5 ha tot meer dan 61 ha. Zo vergrootte hij onder andere de overplaats van Veldheim, door de overplaats van het naastgelegen Nieuweroord te verwerven en toe te voegen.16 In de aankondiging van de veiling in 1870 van het ‘vrolijk en aangenaam gelegen’ Nieuweroord, wordt de ‘Overplaats aan de andere zijde van den Straatweg’ beschreven als: ‘terrein van vermaak met Koepel, Tuinhuis, Moestuin, Sparrenbosschen, opgaand Geboomte, Eiken Hakhout, Weide en Bouwland’.17 Vergelijking en bestudering van de Chromo-Topografische Kaarten uitgegeven in 1873 en 1910 doen vermoeden dat er na aankoop geen grootschalige wijziging in de parkaanleg volgde. (Afb. 2.11 en 2.12.) Het lijkt dat de bestaande rondwandelingen op eenvoudige wijze met elkaar werden verbonden door een enkel pad toe te voegen. Na het overlijden van J.C.

Clotterbooke Patijn in 1876 erfde zijn destijds 17-jarige zoon Johan Jacob de buitenplaats. Diens moeder kreeg het vruchtgebruik en bleef tot haar dood in 1893 op Veldheim wonen.18 Johan Jacob Clotterbooke Patijn (1859-1922) promoveerde in 1888 aan de Universiteit Utrecht en werd per 1 januari 1893 benoemd tot burgemeester van Zeist. Een jaar later huwde hij jkvr. Marie Isabelle Anne Josine Charlotte Huydecoper (1860-1949). In 1896 verscheen de Gids voor Zeist. Daarin staat Veldheim beschreven: ‘[...] Waar Ma Retraite eindigt, begint Veldheim d.w.z. de fraaie overplaats met prachtig geboomte, die tot deze plaats behoort. Het Buiten zelf, ligt aan de tegenovergestelde zijde van den weg en spreidt als alle plaatsen in dit bloemendorp, een schat van planten en bloemen ten toon. [...]’19 Tussen 1897 en 1903 werden het herenhuis en het naast gelegen stalgebouw cq. koetshuis verbouwd. Jan Kraal beschreef in 1907 Veldheim en de overtuin in zijn Gids van Zeist: ‘[...] ’t Witte Nieuweroord [...] kijkt in vriendelijken tooi op den straatweg en op den hier dicht begroeiden overtuin van Veldheim, dat wat verder, naast ’t mooie R.K. Kerkje, op een kleine glooiing gelegen is.

Hoe gastvrij en gezellig ligt Veldheim, ’t verblijf van den Burgemeester van Zeist, aan den weg! Prachtig zijn er de linden bij ’t koetshuis, zonder ons evenwel ’t mooie uitzicht op de weide er naast te ontnemen.[...]’20

14

Gemeente Zeist, artikel 5461, eigenaar: Mr. Johan Jacob Clotterbooke Patijn van Kloetinge, Zeist. (Bron: KA.) Hij verkreeg in 1843 als minderjarige de heerlijkheid Kloetinge in Zeeland, als geschenk van zijn grootvader. (Bron: Leupen, P., Geschiedenis De ambachtsheerlijkheid Kloetinge, vroeger en nu. Op: www.stichtingvcak.nl.) Patijn was gemeenteraadslid te Utrecht en in 1857 gehuwd met jkvr. Anna Calkoen (1834-1893). 15 Rhoen (1999), p. 15. 16 De eigenaar van Nieuweroord had deze gronden in 1849, evenals Vrolik destijds, weten te verwerven toen de buitenplaats Ma Retraite in delen werd verkocht. 17 29-1-1870 Weekbode. (Bron: www.geheugenvanzeist.nl, oude kranten collectie.) 18 Gemeente Zeist, artikel 724, eigenaar: Johannes Cornelis Clotterbooke Patijn van Kloetinge, Zeist. (Bron: KA.) Na een gemeentelijke hernummering kreeg hij een nieuw artikel: 5461, eigenaar: Mr. Johan Jacob Clotterbooke Patijn van Kloetinge, Zeist. (Bron: KA.) 19 Rhoen (1999), p. 16. 20 Kraal (1907) p.80.

19

Afb. 2.14: ‘Landhuis “Veldheim” Utrechtseweg 69, Zeist.’ Foto uit 1910-1915. (Bron: GAZ, fotocollectie, Utrechtseweg, map 4, nr. 1720. Origineel: NAI, collectie Stuivinga.)

Afb. 2.13: Het eerste (niet uitgevoerde) ontwerp voor het nieuwe landhuis Veldheim. Potloodtekening in 1907 vervaardigd door architect J. Stuivinga. (Bron: Blijdenstein (1984), p. 197.)

koepel

7290 ‘huis en terrein van vermaak’

Afb. 2.15: Uitsnede van kadastrale hulpkaart 1053, dienstjaar 1911, Gemeente Zeist, Sectie B 3e blad, opgemaakt en deugdelijk verklaard te Utrecht, September 1910. (Bron: KA.) Opgemaakt in verband met de stichting van het nieuwe landhuis Veldheim.

20

Veldheim te Zeist

Afb. 2.16: Het nieuwe landhuis Veldheim met tuin. Foto gedateerd op 1910-1915. (Bron: UA, catalogusnr. 15964.)

Afb. 2.17: ‘Zeist, - Huize Veldheim. Burgemeesterswoning.’ Prentbriefkaart, circa 1913. (Bron: Hoogenhuyze (1969), p. 148.)

21

Afb. 2.18: ‘Zeist. Veldheim.’ Ingekleurde prentbriefkaart, 1910-1915. (Bron: GAZ, fotocollectie, Utrechtseweg, map 7, ongenummerd.)

Afb. 2.19: Vogelvluchtopname uit 1923, gezien vanuit het zuidwesten. Links op de foto de Oude Arnhemseweg; rechts de Utrechtseweg. (Bron: GAZ, fotocollectie, Utrechtseweg, map 4, ongenummerd.)

22

Veldheim te Zeist

2.3. Nieuw Veldheim (1911-1932) Burgemeester Clotterbooke Patijn wenste, na ruim 40 jaar op de buitenplaats Oud-Veldheim gewoond te hebben, voor zichzelf en zijn gezin een meer moderne woning. Hij gaf de Zeister architect Jan Stuivinga in 1907 opdracht een nieuw landhuis te ontwerpen. Kort daarvoor had Stuivinga het nieuwe raadhuis van Zeist voltooid. De architect schetste in eerste instantie een landhuis in neo-Hollandse renaissancestijl met trapgevels. (Afb. 2.13.) Het uiteindelijke ontwerp betreft een veel statiger huis in neobarokke stijl met een groot bordes en een markante hoekige toren in het midden van de voorgevel. Evenals bij het huis Oud-Veldheim, werd de entree van het nieuwe Veldheim aan de achterzijde gesitueerd. Het landhuis verrees min of meer recht tegenover Oud-Veldheim, op de overplaats aan het einde van de oude beukenlaan. (Afb. 2.14 en 2.15.) De eerste steen vermeldt de tekst: ‘Deze steen is gelegd door E.A. Clotterbooke Patijn den 22en Augustus 1908’.21 Na de voltooiing van het nieuwe Veldheim werd het oude huis in 1911 afgebroken.22 Tuin en park bleven behouden als ‘de overplaats’ van het nieuwe Veldheim. Foto’s en prentbriefkaarten uit de periode 1910-1920 tonen het nieuwe huis Veldheim met verhoogde terrastuin. Een vogelvluchtopname uit 1923 geeft een prachtig beeld van het omliggende park in gemengde stijl. (Afb.

2.14 t/m 2.19.) De oude, hoog opgaande beplantingen vormden een fraaie achtergrond voor het landhuis. De inrichting van het westelijke deel van het terrein (voorheen de overplaats van Oud-Veldheim) met daarop het nieuwe landhuis was - met behoud van de oude bomen - geheel gemoderniseerd. Aan de zuidzijde van het huis was een geometrische padenaanleg gekomen met centraal de oude rechte beukenlaan, waarop de toren in het midden van zuidgevel was afgestemd. Het verhoogde terras tegen het huis was aan drie zijden bereikbaar middels een brede trappartij. De keermuren van het terras waren aan de buitenzijde voorzien van een talud, begroeid met gras of bodembedekker. Bovenop het terras was een geometrische parterretuin met vijf bloemperken en een kruisvormig pad. Buitenlangs stond een wintergroene taxushaag. Op de volgelvluchtopname is ten noorden van het huis de oude boomgaard zichtbaar, waarin een -waarschijnlijk nieuw aangelegdgebogen padenpatroon. Daarachter stond de nieuwe tuinmanswoning (thans Jan Luyken-laantje 1, eveneens ontworpen door architect Jan Stuivinga23), met ten noorden daarvan de moestuin. Vergelijking van de Chromo-Topografische Kaart uit 1910 en de vogelvluchtopname uit 1923 doen vermoeden dat de landschappelijke parkaanleg op het noordoostelijke deel van het terrein (voorheen overplaats Nieuweroord) ongewijzigd bleef.

Rechtsboven op de luchtfoto is, in de bosrand aan een open weide, het oude koepeltje van Nieuweroord zichtbaar. Op het zuidelijke deel kwam de nieuwe toegangsweg naar het huis, die vanaf de Utrechtseweg met een royale boog naar een plein aan de achterzijde van het landhuis voerde. Vandaar boog de weg verder, langs de boomgaard, om vervolgens in het noorden aan te sluiten op de rechte laan waaraan de tuinmanswoning en het koetshuis c.q. garage stonden. Na overlijden van Johan Jacob Clotterbooke Patijn in 1922 verliet zijn weduwe het landhuis.24 De buitenplaats werd in 1924 verkocht aan de Bussumse familie Povel.25 De overplaats ten zuiden van de Utrechtseweg (het terrein van Oud-Veldheim) werd een jaar later door de familie Clotterbooke Patijn geveild als bouwterreinen.26 21

IJsselstijn (2012), p. 472. Elisabeth Anna Clotterbooke Patijn (1895-1989) was de oudste dochter. 8-4-1911 Weekbode. (Bron: www.geheugenvanzeist.nl, oude kranten collectie.) 23 IJsselstijn (2012), p. 472. 24 Bron: KA. Gemeente Zeist: - in dienstjaar 1924 via scheiding naar artikel 5560, eigenaar: Jkrvr. Marie Isabelle Anne Josine Charlotte Huydecoper, wed. Mr. Johan Jacob Clotterbooke Patijn van Kloetinge, eerst te Zeist daarna te Maarn; Elisabeth Anna Clotterbooke Patijn [echtgenote van] Heer Jhr. Daniel Rademacher Schorer te Rijssenburg; Irmgard Margguerite Clotterbooke Patijn van Kloetinge, te Zeist; Marcelle Catharine Clotterbooke Patijn, te Zeist; ieder voor ¼ deel. - in dienstjaar 1925 verkoop aan artikel 5850, eigenaar: Theresia Maria Antonia Josepha Schade (1880-1968) [echtgenote van] jhr. Alphonse Marie François Louis Povel (1881-?). NB. Veldheim stond dus op naam van de echtgenote. 25 - ‘Buitenplaats Veldheim. Naar wij vernemen is het buitengoed Veldheim door verkoop in andere handen overgegaan. Het is aangekocht door een familie uit Bussum, die het met ingang van 1 Juni a.s. denkt te betrekken.’ 26-4-1924 De Zeister Courant. (Bron: www.geheugenvanzeist.nl, oude kranten collectie.) - ‘Mevr. A. Povel, Huize Veldheim te Zeist, vraagt met 1 Febr. eene bekwame, degelijke R.K. Keukenmeid bekend met den inmaak.

Opgave van leeftijd, verlangd salaris en laatste betrekking gewenscht.’ 29-11-1924 De Maasbode. (Bron: delpher.) 26 14-2-1925 De Zeister Courant. (Bron: www.geheugenvanzeist.nl, oude kranten collectie.) 22

23

Afb. 2.20: Uitsnede van de Chromo-Topografische Kaart, blad 446 Zeist, uitgave 1932. [Afgebeeld is nog de situatie overeenkomend met de periode 1911-1925; de periode ná de bouw van het nieuwe landhuis en vóór de verkaveling van de buitenplaats.] (Bron: www.watwaswaar.nl.)

Afb. 2.22: Zicht vanuit de tuin op de zuidgevel van het landhuis. Ongedateerde foto [vermoedelijk begin jaren 30]. (Bron: GAZ, fotocollectie, Utrechtseweg, map 7, ongenummerd.)

Afb. 2.21: Zicht vanuit de tuin op de zuidgevel van het landhuis. Ongedateerde foto [vermoedelijk begin jaren 30]. (Bron: GAZ, fotocollectie, Utrechtseweg, map 7, ongenummerd.)

Afb. 2.23: Zicht door de oude beukenlaan op de zuidgevel van het landhuis. Kort daarna werden de laanbomen gekapt, met uitzondering van de twee zuidelijkste bomen. Foto uit 1933. (Bron: GAZ, archiefstuk 1100-2029, Copijn (1995).)

24

Veldheim te Zeist

2.4. Zorginstelling (1932-2018) In 1932 werd het nieuwe Veldheim andermaal verkocht. Via een tussenpersoon werd een groot deel verkaveld en doorverkocht als bouwterrein.27 In de jaren 30-40 werd hier woonwijk ‘Patijnpark’ (tegenwoordig Dichtersbuurt genoemd) ontwikkeld, vernoemd naar de oud-burgemeester. De kern van de buitenplaats Veldheim met het landhuis bleef gespaard en kwam in handen van de vereniging Heilpaedegogie: ‘Het fraaie landgoed “Veldheim” aan den Utrechtscheweg, naast “Ma Retraite” gebouwd naar onderwerp van den architect Jan Stuyvinga voor den vorigen burgemeester Mr. Clotterbooke Patijn van Kloetinge, en dat de laatste jaren bewoond is geweest door de familie Povel is thans in bezit gekomen van de vereeniging voor Heilpaedegogie. Het ligt in de bedoelding van de koopster in dit buiten onder te brengen het heilpaedagoaische instituut “Zonnehuis” thans te Bosch en Duin onder leiding van Dr. B.C.J. Lievegoed. Naar wij vernemen, zal het achterterrein grenzende aan het verlengde van den Oud. Arnh.

weg dat niet door de vereeniging werd aangekocht als bouwterrein worden geëxploiteerd.’28 De antroposofische zorginstelling 'Het Zonnehuis' voor kinderen met een geestelijke beperking was in 1931 in Bosch en Duin opgericht door Bernard Cornelis Johannes Lievegoed (1905-1992) en zijn echtgenote Petronella (Nel) Schatborn (1909-2011).29 In januari 1933 verhuisden zij naar Zeist en opende ‘Heilpedagogisch Instituut Zonnehuis Veldheim’ haar deuren.30 In 1934 werd het landhuis vergroot met een blokvormige aanbouw tegen de oostgevel. (Afb. 2.26.) Om geld te genereren voor deze en andere noodzakelijke aanpassingen, werden twee delen van het terrein verkocht aan vrienden van het echtpaar Lievegoed, de heren Loudon en D.J. van Bemmelen.31 Zij bouwden er in 1936 een woonhuis en een opleidingsinstituut voor vrijeschool-leraren. (Afb. 2.28.) Na de oorlog werden beide panden met terrein toegevoegd aan het Zonnehuis-complex. De gebouwen werden vernoemd naar hun oorspronkelijke eigenaren, het Loudonhuis en het Van Bemmelenhuis. Nadat het Van Bemmelenhuis medio jaren 80 bij een brand verloren ging, verrees hier een nieuw schoolgebouw. Verschillende foto’s en luchtfoto’s geven een duidelijk overzicht van het Zonnehuis Veldheim en illustreren de ontwikkeling van het terrein en de omliggende woonwijk in de jaren 30 en 40 van de 20e eeuw. (Afb.

2.21 t/m 2.33.) Uit het beeldmateriaal volgt dat in of kort na 1933 de inrichting van het terrein ten zuiden van landhuis Veldheim werd gewijzigd, mede voor nutsgebruik. De beukenlaan (nog zichtbaar op een foto uit 1933) werd met uitzondering van de twee voorste bomen gekapt. Ten oosten van het gehandhaafde pad was enkele jaren een moestuin, zoals te zien is op de loodrechte luchtfoto uit circa 1936. (Afb. 2.29.) Deze werd later omgevormd naar een meer versierde aanleg, waarbij de paden een slingerend verloop kregen, zoals op de loodrechte luchtfoto uit 1937 en een vogelvluchtopname uit circa 1938 te zien is. (Afb. 2.30 en 2.31.) Dan lijkt er ten westen van de vroegere beukenlaan sprake te zijn van een moestuin, die op de luchtfoto uit 1940 weer verdwenen lijkt. (Afb. 2.32.) Uiteindelijk kreeg de moestuin na de oorlog een definitieve plek terzijde van het Loudonhuis. Op een vogelvluchtopname uit 1989 is die situatie nog te zien. (Afb. 2.32.) In de jaren 90 kwam hier een parkeerplaats. De inrichting van het verhoogde terras bij het huis werd vereenvoudigd. Door paden te laten vervallen werden de oorspronkelijke vijf perken teruggebracht tot drie, die een invulling kregen als gazon. (Afb. 2.27.) De oorspronkelijk lage taxusranden bovenlangs de keermuren, groeiden uit tot brede en halfhoge hagen die voor beschutting zorgden. 27

Bron: KA. Gemeente Zeist: - in dienstjaar 1933 verkoop aan artikel 6871, eigenaar: Agatha Hildegardis Storm (1892-1985) [en haar echtgenoot ] Marinus France (1887-1953), koopman en rijwielhandelaar te Zeist. Zij verkavelen de buitenplaats Veldheim. De kern gaat - in dienstjaar 1934 via verkoop naar artikel 8267: Vereeniging voor Heilpedagogie te Zeist. 28 2-12-1932 De Banier, Staatkundig Gereformeerd Dagblad. (Bron: delpher.) 29 B.C.J. Lievegoed was een Nederlands psychiater, pedagoog, hoogleraar, organisatiedeskundige en antroposoof, die nauw betrokken was bij de ontwikkeling van de antroposofische beweging in Nederland. (Bron: wikipedia) 30 Indien niet anders staat aangegeven is de informatie over het Zonnehuis afkomstig uit: Stichting Lievegoed Archief (2013). 31 Daniël Johan (Daan) van Bemmelen (Batavia, 1899 - Den Haag, 1982) was een Nederlands antroposoof en richtte samen met zijn echtgenote Emmy Smit de eerste vrijeschool in Nederland op. Hij werkte in de jaren 1933-1945 samen met het echtpaar Lievegoed op Veldheim. (Bron: wikipedia en www.antroposofieindepers.)

25

Afb. 2.24: Veldheim vanaf de Utrechtse Straatweg. Foto uit 1933. (Bron: GAZ, archiefstuk 1100-2029, Copijn (1995).)

Afb. 2.25: De oostelijke zijgevel (voor de verbouwing) en de achtergevel. Foto uit 1933. (Bron: GAZ, archiefstuk 1100-2029, Copijn (1995).)

opleidingsinstituut, later ‘Van Bemmelenhuis’ genoemd

Afb. 2.26: Het huis met rechts de zogenaamde ‘nieuwbouw’ aan de oostgevel uit 1934. Foto 1935-1940. (Bron: Stichting Lievegoed Archief (2013), p.14.)

landhuis, sinds 1932 Zonnehuis Veldheim woonhuis, later ‘Loudonhuis’ genoemd

Afb. 2.28: Combinatie van twee hulpkaarten, die over elkaar zijn geprojecteerd. Uitsnedes van kadastrale hulpkaart 264, dienstjaar 1935 en hulpkaart 322, dienstjaar 1937, Gemeente Zeist, Sectie B 3e blad. (Bron: KA; montage SB4.) Opgemaakt in verband met verkoop van twee kleinere percelen in dj 1935, waarop in dj 1937 een woning en opleidingsinstituut werden gebouwd.

Afb. 2.27: Het verhoogde terras werd onder meer gebruikt om buiten te eten. Foto 1935-1940. (Bron: Stichting Lievegoed Archief (2013), p.15.)

26

Veldheim te Zeist Afb. 2.29: Uitsnede van loodrechte luchtfoto, circa 1936. (Bron: ZHG.)

Van Bemmelenhuis Loudonhuis

de laatste 2 bomen van de vroegere beukenlaan

Roemer Visscherlaan voormalige tuinmanswoning en tuinmuur van Veldheim (Jan Luijkenlaantje 1) Tesselschadelaan vroegere boomgaard

P.C. Hooftlaan

Professor Sproncklaan

Afb. 2.30: Uitsnede van loodrechte luchtfoto, 1937. (Bron: Kadaster, nr. MIN446-613-1937.)

27

Afb. 2.31: Uitsnede van een vogelvluchtopname, gezien vanuit het noordwesten, circa 1938. Links op de foto de Oude Arnhemseweg; rechts de Utrechtseweg. (Bron: NIMH, obj.nr. 2011-0669.)

Afb. 2.32: Uitsnede van loodrechte luchtfoto, 1940. (Bron: Kadaster, nr. 32-33491940.)

28

Veldheim te Zeist

De serie luchtfoto’s geeft ook goed inzicht hoe langs de noord- en oostzijde van de buitenplaats de woonwijk Patijnpark tot ontwikkeling kwam. De luchtfoto uit 1945 laat zien dat deze dan voltooid is. (Afb. 2.33.) Na de aanleg van de P.C. Hooftlaan kwam de ontsluiting van Veldheim aan die zijde. Het adres Utrechtseweg 69 bleef gehandhaafd. De voormalige tuinmanswoning van Veldheim werd opgenomen in de nieuwe wijk, evenals de oude laan ten zuiden ervan. Deze laan, een restant van de buitenplaatsaanleg van Ma Retraite, werd in 1937 omgedoopt tot Jan Luijkenlaantje.32 Na de Tweede Wereldoorlog was er een enorme vraag naar opnames in het Zonnehuis. Veldheim werd al snel te klein, waarna in 1947 de buitenplaats Stenia werd verworven. Veldheim kreeg vanaf dat moment vooral de functie van behandelinstituut en kostschool. Vanaf de jaren 50 verrezen aan weerszijden van het hoofdgebouw vele bijgebouwen ten behoeve van onderwijs, therapie, wonen, kantoor en technische dienst. De gebouwen werden zoveel mogelijk langs de buitenzijde van het terrein opgesteld en vormen samen een U-vorm, met het landhuis als middelpunt. In de loop der jaren kreeg Veldheim een meer amorfe terreininrichting. Enerzijds was er sprake van een natuurlijk karakter met kleine glooiingen, zoals te zien is op diverse foto’s uit de jaren 80 en 90 van de 20e eeuw. (Afb. 2.36 t/m 2.38).

Het terras kende een zeer sobere invulling met gras en enkele verspreid staande bomen, ogenschijnlijk spontaan opgekomen. Anderzijds werden in het terrein ‘moderne, stedelijke’ elementen toegevoegd zoals tegelpaden, zitmeubilair, hekwerken, speelvelden en -toestellen. In de zuidoosthoek van het terras was op enig moment een buitenzwembad. Vermoedelijk is gelijkertijd aan de zuidzijde van het terras een betonplaat aangelegd, onder andere bedoeld als rolschaatsbaan. Langs de Utrechtseweg werd een grondwal opgeworpen om de verkeersdrukte af te schermen. In verband met nieuw- en verbouw werd in 1995 door Copijn Groenadviseurs B.V. uit Utrecht het Groeninrichtingsplan, parkeerplan en beheervisie ten behoeve van het terrein van Zonnehuis Veldheim opgesteld.33 (Afb. 2.41.) Hierin werd onder meer het weer beleefbaar maken van de oorspronkelijke zichtlijn tussen huis en Utrechtseweg nagestreefd en herstel van een representatieve parkaanleg. In de jaren daarna werd het terrein geëgaliseerd, de bomen op het terras verwijderd en betonplaat en zwembad opgeruimd. Op het terras en in het voorterrein kwamen rechte klinkerpaden als verbinding naar nieuwe speelvelden terzijde van de zichtas. Bovenlangs het terras, evenals langs de nieuwe parkeerplaats bij het Loudonhuis (voorheen moestuin) werden buxushagen geplant.

Op het voorterrein kwamen twee gebogen bomenrijen als benadrukking van de zichtas. De twee laatste beuken van de oude laan werden daarbij gekapt. Langs de Utrechtseweg kwam een hoge wintergroene haag, zodat van de weg wél het hoger gelegen huis zichtbaar bleef, maar activiteiten op het omliggende terrein afgeschermd. Het resultaat van de terreinherinrichting is goed zichtbaar op een luchtopname uit 2005. (Afb. 2.46.) De verouderde panden (deels noodgebouwen) en het toenemende ruimtegebrek bleven een aanhoudende zorg. In 2004 werd door architectenburo Ruijssenaars-Cretier het Structuurplan “Veldheim” opgesteld met een huisvestingsplan voor de komende 15 jaar.34 In 2007 werden twee gebouwen, gesitueerd langs de oostzijde van het terrein en in de zuidoosthoek, afgebroken. Andere panden die volgens het plan plaats zouden maken voor nieuwbouw, bleven staan. De verdere reorganisatie van het Zonnehuis Veldheim vond geen doorgang. Na het faillissement van Stichting Zonnehuizen in 2011 neemt de jeugdzorginstelling Intermetzo de buitenplaatsen Veldheim en Stenia over, tezamen met het herenhuis Peronnik, die sinds 1981 ook eigendom was van Zonnehuizen. In 2018 zijn de drie locaties verkocht aan een projectontwikkelaar.35

Jan (ook Joan of Johannes) Luyken (1649 – 1712), Nederlands dichter en etser. (Bron: www.geheugenvanzeist.nl/articles/straatnamen-l/#janluykenlaantje.) 33 GAZ, 1100-2029, Groeninrichtingsplan Copijn 1995. 34 Ruijssenaars-Cretier (2004) 35 Locaties Veldheim en Stenia worden afgestoten. In: Motief, antroposofie in Nederland, 16-6-2016. (Bron: www.motief.online.) 32

29

Afb. 2.33: Uitsnede van loodrechte luchtfoto van de RAF, 13 april 1945. (Bron: WUR, flight081, run14, photo 4128.)

Afb. 2.35: Uitsnede van de Topografische Kaart, blad 32C Zeist, uitgave 1973. (Bron: www.watwaswaar.nl.)

Afb. 2.34: Uitsnede van de Topografische Kaart, blad 32C Zeist, uitgave 1953. (Bron: www.watwaswaar.nl.)

30

Veldheim te Zeist

Afb. 2.36: Uitsnede van een vogelvluchtopname uit het zuidwesten, vervaardigd door Delta-Phot Luchtfotografie, 1989. (Bron: UA, cat.nr. 50982.)

Afb. 2.37: Zicht door de parkaanleg op de zuidgevel van het landhuis. Prentbriefkaart, jaren 1980-1990. (Bron: www.geheugenvanzeist.nl.)

Afb. 2.38: Het verhoogde terras bij het huis ingevuld als gazon met verspreid staande bomen. Foto uit de jaren 1980-1990. (Bron: GAZ, fotocollectie, Utrechtseweg, map 4, nr. 1703.)

31

Afb. 2.40: De laatste twee beuken van de vroegere laan, gezien vanaf de Utrechtseweg. Foto, 1995. (Bron: GAZ, archiefstuk 1100-2029, Copijn (1995).)

Afb. 2.39: Terrein aan de voorzijde van het landhuis. Foto, 1995. (Bron: GAZ, archiefstuk 1100-2029, Copijn (1995).)

Afb. 2.41: ‘Groeninrichtingsplan, parkeerplan en beheervisie ten behoeve van het terrein van Zonnehuis Veldheim.‘ In 1995 vervaardigd door Copijn Groenadviseurs B.V. te Utrecht. (Bron: GAZ, archiefstuk 1100-2029, Copijn (1995).)

Afb. 2.42: Het landhuis gezien vanuit het zuiden, met in de zuidoosthoek van het terras een zwembad. Foto van A.J. van der Wal, 1998. (Bron: RCE, obj.nr. 351.758.)

Afb. 2.43: Het landhuis gezien vanuit het noorden. Foto van A.J. van der Wal, 1998. (Bron: RCE, obj.nr. 351.759.)

32

Veldheim te Zeist

Afb. 2.44: Uitsnede van de Topografische Kaart, blad 32C Zeist, uitgave 2001. (Bron: www.watwaswaar.nl.)

Afb. 2.45: ‘Situatie tijdelijke huisvesting Zonnehuis Veldheim’, gedateerd 2001. (Bron: GAZ, archief BWT.)

33

Afb. 2.46: Uitsnede van de Topografische Kaart, blad 32C Zeist, uitgave 2007. (Bron: www.topotijdreis.nl.)

Afb. 2.47: Situatie na uitvoering van het plan van Copijn Groenadviseurs. Foto uit 2005. (Bron: Googleearth.)

34

Veldheim te Zeist

Afb. 2.48: Uitsnede van de Topografische Kaart, blad 32C Zeist, uitgave 2016. (Bron: www.topotijdreis.nl.)

Afb. 2.49: Situatie omstreeks 2016, op de voorgrond de Utrechtseweg. (Bron: Google Earth.)

35

Afb. 3.1: Schematische weergave van de aanleg omstreeks 1800. Zelfstandige hofstede.

Afb. 3.2: Schematische weergave van de aanleg omstreeks 1840. Onderdeel van de buitenplaats Ma Retraite.

bebouwing paden, erf bos, plantsoen, bomen gras, gazon bloemperken, vakbeplanting moestuin boomgaard bouwland

36

Veldheim te Zeist

3. RUIMTELIJKE ONTWIKKELING, ACHTERGRONDEN EN RELICTEN De huidige verschijningsvorm van de buitenplaats Veldheim is voornamelijk ontstaan in de tweede helft van de twintigste eeuw, hoewel er ook relicten zijn uit de voorafgaande tijd.

3.1. Vóór 1849 Het terrein rondom de eind 18e eeuwse hofstede had tot in het begin van de 19e eeuw een functionele inrichting als erf, bouwland en bos. Een korte laan vormde de rechte ontsluiting vanaf de Utrechtseweg. Nadat het terrein omstreeks 1838 aan de naastgelegen buitenplaats Ma Retraite was toegevoegd werden de gebouwen afgebroken en het erf omgevormd tot bouwland. Als onderdeel van de parkaanleg bij Ma Retraite kwamen er, passend bij de tuinstijl van die tijd, slingerpaden in de bospercelen. De oude oprijlaan bleef gehandhaafd. Thans nog resterend uit deze periode: - geen specifieke elementen

37

Afb. 3.3: Schematische weergave van de aanleg omstreeks 1850. Het gebied als overplaats van OudVeldheim.

Afb. 3.4: Schematische weergave van de aanleg omstreeks 1880. Overplaats van Oud-Veldheim en uitgebreid met een deel van de buitenplaats Nieuweroord.

38

Veldheim te Zeist

3.2. Periode 1849-1911 Het huidige terrein van Veldheim hoorde vanaf 1849 (deels vanaf 1870) bij de overplaats van de -zuidelijk van de Utrechtseweg gelegen- buitenplaats ‘Oud-Veldheim’. Deze overplaats was ontstaat uit afgesplitste delen van de naastgelegen buitenplaatsen Ma Retraite en Nieuweroord. Het gebied was, zoals gebruikelijk bij buitenplaatsen in die tijd, ingericht als een afwisselend wandelpark in landschapsstijl. In het noorden lag nog een boomgaard en een moestuin met tuinmanswoning. Een betaling aan boomkweker en tuinarchitect Jan Copijn in 1854 en de relatie omstreeks 1865 van de eigenaar van Oud-Veldheim met architect en tuinarchitect S.A. van Lunteren maken hun bemoeienis met de terreinaanleg of beplanting aannemelijk, vooralsnog zijn er echter geen concrete aanwijzingen gevonden.

Thans nog resterend uit deze periode: - gezien hun omvang dateren de twee bruine beuken op het entreeplein mogelijk uit deze periode.

39

Afb. 3.5: Schematische weergave van de aanleg omstreeks 1930. Buitenplaats (nieuw) Veldheim

40

Veldheim te Zeist

3.3. Periode 1911-1932 Met de bouw van een nieuw landhuis in 1911 ontstond de zelfstandige buitenplaats Veldheim. Het nieuwe gebouw werd iets verhoogd geplaatst in de as van de oude laan en omgeven door tuin en park volgens de begin 20e eeuw gangbare gemengde stijl. De rechtlijnige en symmetrische vormgeving van paden en gazons nabij het huis ging op afstand over in de losse lijnvoering van de landschapsstijl. Het verhoogde bordes met symmetrische indeling en een centrale trappartij vormde een intermediair tussen huis en park. Een deel van de bomen van de oude rechte oprijlaan, eertijds naar de hofstede, werd in de nieuwe aanleg geïncorporeerd, evenals ook andere oude bomen werden gehandhaafd. Passend bij de landschapsstijl werd vanaf de Utrechtseweg een gebogen toegangsweg aangelegd, die naar de entree aan de noordgevel van het landhuis voerde. De oude boomgaard werd voorzien van enkele slingerpaden. Vanwege de functie van de eigenaar als burgemeester van Zeist en de werkzaamheden van tuinarchitect H. Copijn voor de herinrichting van het kort daarvoor aan de gemeente Zeist geschonken Walkartpark is een betrokkenheid van H. Copijn bij de nieuwe tuinaanleg op Veldheim denkbaar. Concrete aanwijzingen hiervoor zijn vooralsnog niet gevonden. Stilistisch zijn er onmiskenbaar overeenkomst met andere werken van H. Copijn uit die tijd.

Thans nog resterend uit deze periode: - landhuis met verhoogd terras - gedeelte van het oude bomenbestand - de tuinmanswoning (buiten huidige onderzoeksgebied).

Afb. 3.6: Hoog Oorsprong te Oosterbeek, ‘Groenekan 15 Augst. 13, H. Copijn & Zn.’ Architect landhuis: K.P.C. de Bazel, circa 1915. (Bron: Het Nieuwe Instituut, obj.nr. BAZE577.)

Afb. 3.7: Hoog Oorsprong te Oosterbeek, omstreeks 1929. (Bron: www.heemkunderenkum.nl.)

41

Afb. 3.8: Schematische weergave van de aanleg omstreeks 1945. Verkaveling van het terrein.

Afb. 3.9: Schematische weergave van de aanleg omstreeks 2018. Invulling met bijgebouwen.

42

Veldheim te Zeist

3.4. Ná 1932 Bij de verkoop van Veldheim in 1932 wordt aan de buitenranden een fors deel afgekaveld als bouwterrein waarmee de huidige omvang van het terrein ontstond. Het gevarieerde park werd zodoende verkleind en de voormalige nutsgronden met de oude tuinmanswoning raakten vervreemd van de buitenplaats, waarmee het oorspronkelijke buitenplaatskarakter (als zijnde hoofdhuis met tuin en park en bijgebouwen) in belangrijke mate verloren ging. Passend bij het gebruik als instellingsterrein werd de invulling vereenvoudigd en verdween een aanzienlijk deel van de sierperken. Delen van het centrale gazon werden tijdelijk als moestuin gebruikt. Het rechte hoofdpad (ter plekke van de midden 19e eeuwse toegangslaan) bleef vooralsnog gehandhaafd, hoewel de laanbomen, afgezien van de voorste twee, werden gekapt. Bij de vele nieuwbouw aan de randen van de tuin, vanaf de jaren 50, werd het middenterrein weliswaar ontzien, maar het geheel werd wel aangepast aan de functionele gebruikswensen van de instelling. Ter aankleding werden nabij de nieuwbouw enkele tuinstroken aangelegd. Als belangrijkste resultaat van de integrale visie met inrichtingsplan uit 1995 van Copijn Groenadviseurs werd de zichtlijn tussen huis en Utrechtseweg op nieuwe wijze geaccentueerd middels twee gebogen rijen rode beuken.

Afgelopen jaren is veel van de verdere sieraanleg door wijzigingen in terrein en gebouwen of door verwaarlozing vrijwel verdwenen. Thans nog resterend uit deze periode: - een deel van de padenloop - vak- en haagbeplanting rondom de gebouwen en op het terras - diverse restanten van speelplekken - twee gebogen bomenrijen.

43

Afb. 4.1: Zicht op de hoofdingang van het landhuis.

Afb. 4.2: Het plein voor de hoofdingang van het landhuis.

44

Veldheim te Zeist

4. WAARDERING 4.1. Methode De hieronder gevolgde waarderingsmethode is ontleend aan de Richtlijnen Tuinhistorisch Onderzoek.36 Hierin wordt onder meer nadruk gelegd op het belang van goede doorgronding van de ontwikkelingsgeschiedenis van een plek en een heldere en verifieerbare methode om te komen tot een duidelijke representatie van de waarden in beschrijvingen en tekeningen. In voorliggend geval is zowel sprake van een externe als van een interne waardestelling. Bij de externe waardestelling wordt de tuinaanleg als geheel (periode van aanleg, tuinstijl) gerelateerd aan de nationale betekenis en de positie ten opzichte van vergelijkbare tuinen in Nederland. De aanwijzing van het huis als Rijksmonument en de buitenplaats als geheel als gemeentelijke monumentale structuur zijn een eerste indicatie van deze contextuele waardestelling. Vanwege de verdiepingsslag in voorliggend onderzoek, kan deze waardering nader worden gespecificeerd. De interne waardestelling vindt plaats op deelgebied- en elementsniveau, waarmee wordt bedoeld dat de waarden van deelgebieden en elementen op het terrein in relatie tot de tuin als geheel worden afgewogen, en dus in principe niet gerelateerd worden aan vergelijkbare elementen in andere tuinen.

Een nadere waardering op deelgebied- of elementsniveau geeft inzicht in de specifiek aan een plek of element toe te kennen betekenis, waarbij oudere, meer gave en meer in samenhang verkerende zaken in principe een hogere waardering kennen. Welke elementen zijn in de loop der tijd ongewijzigd en behoren tot de kern van de aanleg? Of welke elementen zijn later ingevoegd, maar op zorgvuldige wijze waarbij een nieuwe samenhang met de oudere situatie is ontstaan? Zo ontstaat ook een onderscheid tussen hoofdstructuren, bijzonderheden en bijzaken: wat kan zonder impact worden verwijderd en wat draagt bij tot de essentie van deze tuinaanleg. In de afweging zijn de volgende aspecten in ogenschouw genomen: • ouderdom: de ouderdom is op zich niet bepalend voor de waarde, maar wel een belangrijke graadmeter voor de beleving, bijzonderheid (zeldzaamheid) en continuïteit in vorm en functie (gaafheid). Te meer omdat groen erfgoed een grotere vergankelijkheid kent (ten opzichte van ‘rode elementen’), zijn oudere elementen in de regel ook zeldzamer. • gaafheid ten opzichte van de primaire vorm: in de loop der tijd kunnen vorm en functie gewijzigd zijn, waarbij de primaire vorm is aangetast in fysieke staat en/of herkenbaarheid.

Soms heeft een functiewijziging grote impact op de vormgeving; soms is de functie wel gewijzigd maar qua vorm of uitvoering aangepast aan of ingepast in de historische situatie. • zeldzaamheid of bijzonderheid: de bijzonderheid of zeldzaamheid is aangeduid als de betekenis of relevantie voor de tuin, waarbij verschil kan worden gemaakt in wezenlijke elementen (systeemdelen of basisopzet) en minder cruciale elementen voor het onderscheidende vermogen van de tuin. • context of samenhang: een element kan onderdeel zijn van een structuur of patroon, dat fysiek of in betekenis met elkaar in verbinding staat. Een dergelijke relatie kan bijvoorbeeld bestaan uit een logisch en als geheel gerealiseerd ontwerp of een functionele samenhang tussen hoofdhuis, bijgebouwen en utilitaire terreinen. De waardering is uitgedrukt in de volgende kwalificaties: ▪ hoog (blauw): essentieel en onlosmakelijk onderdeel in de cultuurhistorische waarde van de tuin; ▪ positief (groen): belangrijk onderdeel in de cultuurhistorische waarde van de tuin, bijvoorbeeld vanwege de instandhouding en afleesbaarheid van de ontwikkelingsgeschiedenis; ▪ indifferent (geel): geen wezenlijk onderdeel van de cultuurhistorische waarde van de tuin; ▪ negatief (rood): onderdeel dat storend is of afbreuk doet aan de cultuurhistorische waarde van de tuin.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15826834/1