RV25.041 Bijlage 1.6 Ecologische Quickscan Omgevingswet Stationsgebied Driebergen Zeist
Tekst van het document
Habitatrichtlijn (artikel 11.46, lid 1 Bal) Voor in het wild levende dieren van soorten, genoemd in de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern of het Verdrag van Bonn, met uitzondering van de soorten, bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn, gelden de volgende verbodsbepalingen: a. opzettelijk doden en vangen; b. opzettelijk verstoren; c. opzettelijk vernielen of rapen eieren; d. opzettelijk beschadigen of vernielen van voortplantings- of rustplaatsen; e. opzettelijk plukken of vernielen van planten. Een omgevingsvergunning voor het overtreden van de verbodsbepalingen van artikel 11.46 Bal kan alleen verleend worden als voldaan wordt aan de criteria van de aanvraag (zie “Omgevingsvergunning, gedragscode of vrijstelling”) en één of meer van de onderstaande wettelijke belangen uit artikel 8.74k Bkl:
6 ECLI:NL: RVS:2012:BY2464
ECLI:NL: RVS:2013:BZ8442 ECLI:NL: RVS: 2017:2087 ECLI:NL: RBOVE: 2017:3089
Juridische verstoring Verstoring is in juridisch opzicht een relatief begrip. Sommige verstorende handelingen zijn per definitie tijdelijk, de hierdoor optredende verstoring is dus hooguit tijdelijk en kortdurend. Niet elke (tijdelijke) verstoring is een verstoring in de zin van de wet. Uit jurisprudentie6 kan worden afgeleid dat een (tijdelijke) verstoring, waarbij dieren zich (tijdelijk) aan een veranderde leefomgeving moeten aanpassen, niet leidt tot een opzettelijke verstoring in het kader van de Omgevingswet. Wanneer verstoring leidt tot vernietiging Wanneer een verstoring van dusdanige duur of intensiteit is kan het voorkomen dat dieren hun nest of verblijfplaats permanent verlaten. In deze gevallen is er juridisch sprake van het vernietigen van een nest of verblijfplaats en worden verbodsbepalingen van de Omgevingswet overtreden.
ECLI:NL: RVS: 2018:12 ECLI:NL: RBNHO: 2018:1811 ECLI:NL: RBNHO: 2018:1810
Ecologisch Adviesbureau Viridis | Ecologische Quickscan Omgevingswet Stationsgebied Driebergen-Zeist 3
Andere soorten (artikel 11.54, lid 1 Bal) Dit verbod geldt voor nationale soorten die zijn vastgelegd in Bijlage IX behorend bij het Besluit activiteiten leefomgeving. Voor deze soorten gelden de volgende verbodsbepalingen: a. Het opzettelijk doden of vangen van in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de Bijlage IX, onderdeel A. b. Het opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantingsplaatsen, rustplaatsen of eieren van dieren bedoeld onder a, en c. Het opzettelijk in hun natuurlijke verspreidingsgebied plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen Voor vaatplanten van vaatplanten van de soorten, genoemd in de Bijlage IX, onderdeel B.
Een omgevingsvergunning voor het overtreden van de verbodsbepalingen van artikel 11.54 Bal kan alleen verleend worden als voldaan wordt aan de criteria van de aanvraag (zie “Omgevingsvergunning, gedragscode of vrijstelling”) en één of meer van de onderstaande wettelijke belangen uit artikel 8.74l, lid b: 1° ter bescherming van de wilde flora of fauna en instandhouding van natuurlijke habitats; 2° ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij, wateren of andere vormen van eigendom; 3° in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; 4° voor onderzoek of onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten of de daartoe benodigde kweek; 5° op selectieve wijze een aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben. 6° in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, inclusief het gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; 7° ter voorkoming van schade of overlast, inclusief schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes of begraafplaatsen; 8° voor het beperken van de omvang van de populatie van in het wild levende dieren, in verband
met veelvuldig veroorzaakte schade of de maximale draagkracht van het gebied; 9° voor het voorkomen of bestrijden van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; 10° in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; 11° in het kader van het bestendig beheer of onderhoud van vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, luchthavens, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; 12° in het kader van het bestendig beheren of onderhouden van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied; of 13° in het algemeen belang. Actieve soortbescherming Naast de passieve soortbescherming zijn provincies wettelijk verplicht om habitats en soorten te beschermen middels Provinciale taken voor de fysieke leefomgeving (artikel 2.18 Ow) en de Actieve soortbescherming (artikel 3.57 Bkl). In het kader van deze actieve bescherming moeten de provincies maatregelen nemen voor het beschermen, instandhouden of herstellen van biotopen en leefgebieden alsmede de in het wild voorkomende plant en diersoorten. In dit kader kunnen zij bijvoorbeeld besluiten de lijst met beschermde soorten uit te breiden en/of gebieden aan te wijzen waarvoor een extra inspanning nodig is om de staat van instandhouding van populaties te behouden of te herstellen.
Voor de actieve soortbescherming is afstemming met andere provincies noodzakelijk zodat nationale doelstellingen kunnen worden bereikt. Vogellijst Alle inheemse vogelsoorten zijn beschermd in het kader van de Vogelrichtlijn (artikel 11.37 Bal). De nesten van vogels zijn beschermd als ze door de vogels in gebruik zijn, zowel in als buiten de gangbare broedperiode (15 maart tot 15 juli). De meeste vogels maken elk jaar een nieuw nest of zijn in staat een nieuw nest te maken. Slechts een beperkt aantal soorten bewoont het nest permanent of keert elk jaar terug naar hetzelfde nest. De nesten van deze vogelsoorten zijn jaarrond beschermd waardoor de verbodsbepalingen van artikel 11.37 Bal het gehele jaar van toepassing zijn (zie Kader 6, Jaarrond beschermde vogelnesten en Tabel 2). De wetgever verstaat onder verblijfplaatsen
Ecologisch Adviesbureau Viridis | Ecologische Quickscan Omgevingswet Stationsgebied Driebergen-Zeist 4
van vogels ook nesten en holtes waar de vogels ook buiten de broedtijd regelmatig verblijven alsmede essentiële rustlocaties.
• • • •
Uitzetten dieren Voor de soorten die vallen onder de beschermingsregimes van artikelen 11.37, 11.46 en 11.54 Bal geldt dat er vergunning kan worden verleend voor het overtreden van de verbodsbepaling “vangen”. Dit kan noodzakelijk zijn wanneer voor een bepaalde ingreep de aanwezige beschermde soorten uit het plangebied verwijderd moeten worden teneinde het doden of verwonden van de soorten te voorkomen. Wanneer de soorten buiten het betreffende aaneengesloten leefgebied uitgezet worden zal mogelijk ook een omgevingsvergunning aangevraagd moeten worden voor artikel 11.61, lid 1 Bal: het verbod om zonder omgevingsvergunning dieren of eieren van dieren uit te zetten. Wanneer er sprake is van een verplaatsing op korte afstand binnen het leefgebied van de betreffende soort dan is het aanvragen van een vergunning niet noodzakelijk.
Beschermde houtopstanden Het onderdeel Houtopstanden is beschreven in Afdeling 11.3 van het Bal. In artikel 11.111 Bal zijn de bepalingen met betrekking tot het vellen van houtopstanden en het herbeplanten van grond na het vellen van houtopstanden opgenomen. Het is verboden houtopstanden geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, zonder dit tenminste vier weken maar niet eerder dan een jaar voor de kap te melden bij het bevoegd gezag. Een houtopstand wordt in de wet gedefinieerd als een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend. De wet schrijft verder voor dat wanneer een houtopstand geheel of gedeeltelijk is geveld, dezelfde grond binnen drie jaar moet worden herbeplant. Wanneer de herbeplanting na 3 jaar niet succesvol is moet de beplanting die niet is aangeslagen vervangen worden. Bovenstaande bescherming geldt niet voor alle houtopstanden. De regels zijn niet van toepassing op • houtopstanden die een totale oppervlakte hebben van minder dan 1000 vierkante meter; • rijbeplantingen die bestaan uit 20 of minder bomen;
• •
• •
•
houtopstanden op erven of in tuinen; fruit, noten of vruchtbomen; windschermen om boomgaarden; naaldbomen bedoeld om te dienen als kerstbomen; kweekgoed; beplantingen van wilgen of populieren langs (water-)wegen of in een enkele rij geplant langs landbouwgronden; het dunnen van een houtopstand ter bevordering van de overblijvende houtopstand; Beplantingen bestaande uit populieren, wilgen, essen of elzen die zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa. op houtopstanden die binnen de bebouwingscontour houtkap vallen.
De provincie kan maatwerkregels opstellen ten aanzien van de meldingsplicht en de plicht tot herbeplanting. Alle provincies hebben verordeningen vastgesteld waarin is geregeld hoe een kapmelding moet worden ingediend, waaraan herbeplanting moet voldoen en wanneer middels een maatwerkvoorschrift van de herbeplantingsplicht kan worden afgeweken. Sommige provincies hebben ook beleidsregels vastgesteld waarin bijvoorbeeld is aangegeven wanneer een kapverbod wordt opgelegd. De Omgevingswet beschermt geen houtopstanden binnen de bebouwingscontour houtkap. Waar de grens van deze contour ligt wordt door de gemeente vastgelegd in het omgevingsplan. Binnen de bebouwingscontour houtkap geldt meestal een kapverbod op grond van de algemene plaatselijke verordening (APV) of een gemeentelijke bomenverordening. Daarnaast kunnen gemeenten ook regels stellen voor bomen buiten de bebouwde kom, bijvoorbeeld in een bestemmingsplan
Vergunning, gedragscode of vrijstelling Het is mogelijk om een omgevingsvergunning aan te vragen voor een flora- en fauna-activiteit waarbij verbodsartikelen worden overtreden met betrekking tot beschermde soorten. Er kan alleen een vergunning verleend worden als er aan drie criteria is voldaan: • Er is geen alternatieve bevredigende oplossing mogelijk; • Er moet sprake zijn van een wettelijk belang behorend bij het artikel dat overtreden wordt;
Ecologisch Adviesbureau Viridis | Ecologische Quickscan Omgevingswet Stationsgebied Driebergen-Zeist 5
• Er mag geen afbreuk aan de staat van instandhouding van de populatie plaatsvinden. Gedragscode Het is niet altijd nodig om een omgevingsvergunning aan te vragen wanneer er gevolgen voor beschermde planten- en diersoorten optreden. Er zijn verschillende soorten vrijstellingen van de verboden voor beschermde soorten mogelijk onder de Omgevingswet. Er hoeft geen vergunning aangevraagd te worden indien strikt en aantoonbaar gewerkt wordt volgens een door het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit goedgekeurde gedragscode (Artikel 11.45, 11.53 en 11.59 Bal). Een gedragscode geeft aan op welke wijze een initiatiefnemer flora- en fauna-activiteiten of activiteiten met betrekking tot houtopstanden uit kan voeren zonder negatieve effecten op (beschermde) soorten of natuurwaarden. Bij de uitvoer van flora- en fauna-activiteiten waarbij er gebruikt gemaakt wordt van een gedragscode geldt een meldingsplicht bij de provincie waar de werkzaamheden uitgevoerd worden. Op de website van RVO is een overzicht van alle goedgekeurde gedragscodes te vinden. Alle onder de Wet natuurbescherming goedgekeurde gedragscodes blijven geldig onder de Omgevingswet en zullen t.z.t. worden omgezet zodat ze voldoen aan de beleidseisen van de Omgevingswet. Vrijstelling Naast de gedragscode is ook een vrijstelling van de vergunningsplicht mogelijk onder een programma of omgevingsverordening.
Ook in de omgevingsregeling (Or) staan vrijstellingen vermeld. Onder bepaalde voorwaarden hoeft voor de uitvoer van bepaalde activiteiten dan geen omgevingsvergunning aangevraagd te worden.
Een programma wordt vastgesteld door een gemeente, waterschap, provincie of het Rijk, samen met het gezag dat normaliter de omgevingsvergunning voor de betreffende flora en fauna activiteit zou verlenen. Een vrijstelling onder een programma kan betrekking hebben op: • De inrichting, gebruik, beheer en instandhouding van een Natura 2000-gebied. • Het verminderen van de belasting die schadelijke factoren hebben op Natura 2000-gebieden. • Het versterken van populaties, habitats van soorten of het ontwikkelen of beschermen van natuurlijke habitats zowel binnen als buiten Natura 2000 (bijvoorbeeld een soortenmanagementplan). De omgevingsverordening wordt vastgesteld door provincies en bevat alle regels voor de fysieke leefomgeving. Een omgevingsverordening kan bijvoorbeeld een vrijstelling bevatten voor schade of overlast veroorzakende dieren die niet in de omgevingsregeling vermeld staan. De omgevingsregeling bevat de regels voor het bestrijden van een aantal specifieke schadeveroorzakende soorten door grondgebruikers die niet opgenomen zijn in de omgevingsverordening.
Daarnaast is in deze regeling een vrijstelling (artikel 4.31 Or) opgenomen om zonder omgevingsvergunning werkzaamheden uit te voeren in het kader van: • bestendig beheer of onderhoud van vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; • bestendig beheer of onderhoud in de landbouw en de bosbouw; • bestendig gebruik; of • ruimtelijke ontwikkeling of inrichting van gebieden inclusief het gebruik van dit gebied. Deze vrijstelling geldt enkel voor een beperkt aantal soorten van artikel 11.54 Bal. Zie Tabel 3 voor een overzicht voor de vrijgestelde soorten per provincie. Wanneer er gewerkt wordt onder bovengenoemde vrijstelling(en) geldt nog altijd dat de zorgplicht onverminderd van kracht blijft.
Ecologisch Adviesbureau Viridis | Ecologische Quickscan Omgevingswet Stationsgebied Driebergen-Zeist 6
Natuurnetwerk Nederland (NNN) De grondslag van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is vastgelegd in artikel 7.6, 7.7 en 7.8 van het Bkl. De beleidsuitwerking van deze artikelen vindt plaats in de omgevingsverordening die opgesteld wordt door de provincie. Provincies zijn verplicht beleid te maken voor de aanwijzing en begrenzing van het NNN, het vaststellen van de wezenlijke kenmerken en waarden en het opstellen van regels teneinde de NNN-gebieden te beschermen. Het NNN vormt een robuust netwerk van natuurgebieden en tussenliggende verbindingszones. Dit netwerk bestaat uit bestaande natuurgebieden, nieuw aan te leggen natuur en verbindingszones tussen deze gebieden. Ook de beheergebieden voor agrarisch natuurbeheer behoren tot het NNN. De planologische verankering van het NNN vindt plaats in (gemeentelijke) bestemmingsplannen. Wanneer ruimtelijke ontwikkelingen geheel of gedeeltelijk binnen de begrenzing van het NNN plaatsvinden en een bestemmingsplan wijziging moet worden doorgevoerd en/of negatieve effecten op de wezenlijke waarden en kenmerken van het netwerk optreden dient altijd een ‘Nee, tenzij’-toets te worden uitgevoerd. Hierin wordt beoordeeld of er als gevolg van de voorgenomen maatregelen significante effecten op de wezenlijke waarden en kenmerken van het netwerk optreden.
Afhankelijk van de betreffende provincie dient in de toetsing rekening te worden gehouden met externe werking (zie Tabel 1). Het gaat daarbij om ontwikkelingen op locaties gelegen buiten het NNN die een verstorende invloed hebben op de beschermde gebieden.
Tabel 1 | Overzicht externe werking per provincie. Provincie Externe werking? Drenthe Nee Flevoland
Ja
Friesland Gelderland
Enkel bij ontwikkelingen op het gebied van woning- en recreatie Nee
Groningen
Nee
Limburg
niet vastgelegd
Noord-Brabant
Ja
Noord-Holland
Nee
Overijssel
Nee
Utrecht
Nee
Zeeland
ja (tot 100 m)
Zuid-Holland
Nee
Ecologisch Adviesbureau Viridis | Ecologische Quickscan Omgevingswet Stationsgebied Driebergen-Zeist 7
Kader 6 | Jaarrond beschermde vogelnesten
De meeste vogels gebruiken hun nest slechts eenmalig voor de voortplanting. Elk jaar bouwen de dieren een nieuw nest op meestal een andere locatie. Nesten van deze vogels zijn slechts gedurende het broedseizoen beschermd. Er zijn echter ook vogelsoorten waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn en waarop de verbodsbepalingen van artikel 11.37 Bal van de Omgevingswet het gehele jaar van toepassing zijn. Er worden 5 categorieën onderscheiden (zie Tabel 2 voor de soorten per provincie): 1. 2.
3.
4. 5.
Vogels waarvan de nesten ook buiten het broedseizoen als rust- en voortplantingsplaats gebruikt worden (voorbeeld: steenuil). Koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk zijn van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: gierzwaluw en huismus). Vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: ooievaar en kerkuil). Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen. (voorbeeld: ransuil). Vogels die weliswaar terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of in de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. De nesten van deze soorten zijn buiten het broedseizoen niet beschermd, tenzij zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen.
Alleen de Provincie Flevoland hanteert bij categorie 5 een onderverdeling in a en b, waarbij: a. Nesten die vallen onder 5a zijn in beginsel wel jaarrond beschermd, tenzij uit een ecologische beoordeling blijkt dat aantasting niet van invloed is op de lokale staat van instandhouding van de soort, bijvoorbeeld omdat er voldoende geschikte uitwijkmogelijkheden zijn. b. Nesten die vallen onder 5b zijn in beginsel niet jaarrond beschermd, tenzij door aantasting de lokale staat van instandhouding van de soort in het geding komt, bijvoorbeeld omdat er geen of onvoldoende geschikte uitwijkmogelijkheden zijn. In de provincie Limburg is zijn categorieën 2 & 3 samengevoegd, waardoor de categorieën doorschuiven: 1. Jaarrond gebruikte nesten (4 soorten). Deze soorten maken ook buiten het broedseizoen gebruik van de nestplaats (voorbeeld: steenuil en roek). 3.
Zeer plaatstrouwe broedvogels of soorten die afhankelijk zijn van bebouwing (kolonievogels en niet-kolonievogels). Deze soorten broeden elk broedseizoen op dezelfde plaats en zijn daarin zeer conservatief. De fysieke voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: gierzwaluw, huismus).
1.
Plaatstrouwe vogels die ieder jaar terugkeren naar specifiek nest omdat ze niet of nauwelijks in staat zijn om zelf een nest te bouwen. Deze soorten zijn niet in staat een geheel eigen nest te bouwen en maken gebruik van oude kraaiennesten of nesten waar zij eerder gebroed hebben (voorbeeld: ransuil, boomvalk). Of ze bouwen een nieuw nest op het oude nest van het voorgaande jaar (havik) en zijn extra kwetsbaar voor verstoring. Hier vallen ook roofvogels onder die zich sinds kort aan het vestigen zijn in de provincie waarvan de staat van instandhouding nog verre van gunstig van is.
2.
Zijn de nesten van plaatstrouwe vogels die over voldoende flexibiliteit beschikken om zich elders te vestigen indien de nestplaats verloren gaat (voorbeeld buizerd, blauwe reiger). Deze lijst bevat ook soorten die zeldzaam zijn in Limburg (het aantal broedparen is kleiner dan 75) en/of op de Rode Lijst staan. Deze zijn dusdanig kwetsbaar dat de functionaliteit van de nestplaats niet in geding mag komen. Indien de omgeving van de bekende nestplaats vernietigd wordt komt de functionaliteit eveneens in het geding. Deze soorten stellen hoge eisen aan de nestplaats en de omgeving daarvan (voorbeeld wulp, kwartelkoning). Soorten die incidenteel in Limburg broeden (zoals tureluur en zilvermeeuw) of verdwenen zijn (grauwe gors en tapuit) zijn verwijderd van de lijst jaarrond beschermde nesten.
Ecologisch Adviesbureau Viridis | Ecologische Quickscan Omgevingswet Stationsgebied Driebergen-Zeist 8
Ecologisch Adviesbureau Viridis | Ecologische Quickscan Omgevingswet Stationsgebied Driebergen-Zeist 9
LNV
ZH
ZL
UT
OV
NH
NB
LI
GR
GE
FR
FL
DR
Tabel 2a | Overzicht beschermingsstatus van nesten van Nederlandse broedvogels. * zijn koloniebroedende vogels. Afwijkingen t.o.v. landelijk beleid weergegeven per provincie. In Limburg zijn 4 categorieën ingedeeld. Nederlandse naam Wetenschappelijke Aanwezig in Provincie naam bebouwde omgeving Bijeneter* Merops apiaster nee 4 Blauwe reiger* Ardea cinerea ja 5b 4 Boerenzwaluw* Hirundo rustica ja 3 2 3 0 Bonte vliegenvanger Ficedula hypoleuca ja 0 Boomklever Sitta europaea ja 0 0 Boomkruiper Certhia brachydactyla ja 0 0 Boomleeuwerik Lullula arborea nee Boomvalk Falco subbuteo nee 5a 3 Bosuil Strix aluco nee 4 2 3 Brilduiker Bucephala clangula nee 0 0 0 Buizerd Buteo buteo nee 5a 4 Draaihals Jynx torquilla nee 5b 4 Eider Somateria mollissima nee 0 0 0 Ekster Pica pica ja 0 0 0 Gekraagde roodstaart Phoenicurus phoenicurus ja 0 0 Gierzwaluw* Apus apus ja 4 Glanskop Poecile palustris ja 0 0 Graspieper Anthus pratensis nee Grauwe klauwier Lanius collurio nee 4 Grauwe vliegenvanger Muscicapa striata ja 0 0 Groene specht Picus viridis nee 5b 0 Grote bonte specht Dendrocopos major nee 5b 0 Grote gele kwikstaart Motacilla cinerea nee 4 2 Grutto Limosa limosa nee 4 5 Havik Accipiter gentilis nee 5a 3 Hop Upupa epops nee 0 0 0 Huismus* Passer domesticus ja 4 Huiszwaluw Delichon urbicum ja 5b 2 2 IJsvogel Alcedo atthis nee 5b 4 Kerkuil Tyto alba ja 1 4 1 Kleine bonte specht Dendrocopos
minor nee 5b 0 Kleine vliegenvanger Ficedula parva nee 0 0 0 Kneu Linaria cannabina nee Koekoek Cuculus canorus nee Koolmees Parus major ja 0 0 0 Kortsnavelboomkruiper Certhia familiaris macrodactyla ja 0 0 Kramsvogel Turdus pilaris nee 4 Kwartelkoning Crex crex nee 4 Matkop Poecile montanus nee Middelste bonte specht Dendrocoptes medius nee 5b 5 Nachtegaal Luscinia megarhynchos nee Nachtzwaluw Caprimulgus europaeus nee Oehoe Bubo bubo nee 5a 4 1 Oeverloper Actitis hypoleucos nee Oeverzwaluw* Riparia riparia ja 5b 4 Ooievaar Ciconia ciconia ja 5a 4 2 Paapje Saxicola rubetra nee 4 Patrijs Perdix perdix nee Pijlstaart Anas acuta nee Pimpelmees Parus caeruleus Ja 0 0 0 Porseleinhoen Porzana porzana nee Raaf Corvus corax nee 5a 3 4 Ransuil Asio otus nee 3 Ringmus Passer montanus ja 4 5 Roek* Corvus frugilegus ja 4 1
0 5 5 5 5 5 0 4 5 5 4 5 5 5 5 2 5 0 0 5 5 5 3 0 4 5 2 5 5 3 5 5 0 0 5 5 0 0 0 0 0 0 3 0 5 3 0 0 0 5 0 5 4 0 2
0
2
4 4 0 1 0 3
4 5 5
4 5a
5a 0 0 0 5b 5a
3
4 0 4 0 0 0 4 3
5 4 5 0
3 4
Ecologisch Adviesbureau Viridis | Ecologische Quickscan Omgevingswet Stationsgebied Driebergen-Zeist 10
LNV
ZH
ZL
4
UT
5b
OV
5a
NH
4
NB
3 4 0
0
5b 3
LI
5a
GR
nee nee nee ja ja nee nee nee nee ja ja nee ja nee nee nee nee nee nee nee nee nee nee ja ja ja ja nee nee
GE
Milvus milvus Botaurus stellaris Aegolius funereus Haematopus ostralegus Falco peregrinus Spatula clypeata Locustella luscinioides Accipiter nisus Hippolais icterina Sturnus vulgaris Athene vidalii Oenanthe oenanthe Falco tinnunculus Tringa totanus Alauda arvensis Asio flammeus Sterna hirundo Gallinago gallinago Pernis apivorus Oriolus oriolus Anas crecca Numenius arquata Haliaeetus albicilla Streptopelia turtur Corvus corone Periparus ater Phoenicurus ochruros Dryocopus martius Milvus migrans
FR
Rode wouw Roerdomp Ruigpootuil Scholekster Slechtvalk Slobeend Snor Sperwer Spotvogel Spreeuw Steenuil Tapuit Torenvalk Tureluur Veldleeuwerik Velduil Visdief Watersnip Wespendief Wielewaal Wintertaling Wulp Zeearend Zomertortel Zwarte kraai Zwarte mees Zwarte roodstaart Zwarte specht Zwarte wouw
FL
DR
Tabel 2b | Overzicht beschermingsstatus van nesten van Nederlandse broedvogels. * zijn kolonie broedende vogels. Afwijkingen t.o.v. landelijk beleid weergegeven per provincie. In Limburg zijn 4 categorieën ingedeeld. Nederlandse naam Wetenschappelijke Aanwezig in Provincie naam bebouwde omgeving
0 0 5 0 3 0 0 4 0 5 1 5 5 0 0 0 0 0 4 0 0 0 5 0 5 5 5 5 0
Tabel 3 | Overzicht vrijgestelde soorten per provincie, V = vrijgesteld. Soortgroep
Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
Drenthe
Flevoland
Friesland
Gelderland
Groningen
Limburg
N-Brabant
N-Holland
Overijssel
Utrecht
Zeeland
Z-Holland
LNV*
Provincie
Zoogdieren
Aardmuis
Microtus agrestis
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
Zoogdieren
Bosmuis
Apodemus sylvaticus
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
Zoogdieren
Bunzing
Mustela putorius
V
V
Zoogdieren
Dwergmuis
Micromys minutus
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
Zoogdieren
Dwergspitsmuis
Sorex minutus
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
Zoogdieren
Egel
Erinaceus europaeus
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V5
V
V
V
V
V
V5
V
Zoogdieren
Eekhoorn
Sciurus vulgaris
V
Zoogdieren
Gewone bosspitsmuis
Sorex areneus
V
V
V
V
Zoogdieren
Haas
Lepus europaeus
V
V
V
V
Zoogdieren
Hermelijn
Mustela erminea
Zoogdieren
Huisspitsmuis
Crocidura russula
V
1
V5
V V V
V V
V V
V V
V
Zoogdieren
Konijn
Oryctolagus cuniculus
V
Zoogdieren
Molmuis
Arvicola scherman
Zoogdieren
Ondergrondse woelmuis
Pitymys subterraneus
V
V
Zoogdieren
Ree
Capreolus capreolus
V
V
Zoogdieren
Rosse woelmuis
Clethrionomys glareolus
V
V
Zoogdieren
Steenmarter
Martes foina
Zoogdieren
Tweekleurige bosspitsmuis Sorex coronatus
V
V
V
V
V
Zoogdieren
Veldmuis
Microtus arvalis
V
V
V
V
Zoogdieren
Vos
Vulpes vulpes
V
V
V
V
V V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V5
V
V
V
V
V
V V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V2
V
Zoogdieren
Wezel
Mustela nivalis
V
Zoogdieren
Wild zwijn
Sus scrofa
Zoogdieren
Woelrat
Arvicola amphibius
Reptielen
Hazelworm
Anguis fragilis
V3
Reptielen
Levendbarende hagedis
Zootoca vivipara
V4
Amfibieën
Bruine kikker
Rana temporaria
V
V
V
V
V
Amfibieën
Gewone pad
Bufo bufo
V
V
V
V
Amfibieën
Kleine watersalamander
Lissotriton vulgaris
V
V
V
Amfibieën
Meerkikker
Pelophylax ridibundus
V
V
Amfibieën
Bastaardkikker
Pelophylax kl. esculentus
V
V
V5
V
V
V V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
V
* artikel 4.31 Or en Bijlage VIIc Or 1 alleen vrijgesteld in de periode tussen maart t/m april en juli t/m november 2 alleen vrijgesteld in de periode tussen 15 augustus t/m februari 3 alleen vrijgesteld in de periodes juli, augustus en september 4 alleen vrijgesteld in de periode tussen 15 augustus t/m 15 oktober 5 tot 1 september 2024
Ecologisch Adviesbureau Viridis | Ecologische Quickscan Omgevingswet Stationsgebied Driebergen-Zeist 11