RIB24.070 U&H strategie Zeist
Tekst van het document
N
N |
Publiekshal « Het Rond 1, Zeist
www.zeist.nl = www.twittter.com/gemeentezeist
Postbus 513, 3700 AM, Zeist
www.facebook.com/gemeentezeist
Telefoon 14 030 = zeist@zeist.nl
Gemeente Zeist
Ontvangen griffie 1 mei 2024 RIB24.070
Aan de gemeenteraad
Datum
1 mei 2024
Ons kenmerk
350315
Burgerservicenummer
Uw kenmerk
Bijlage(n)
Behandeld door
Kristel van de Brug
Portefeuillehouder
Wethouder Van Dijk
Onderwerp
Raadsinformatiebrief vaststellen U&H-strategie gemeente Zeist
Geachte leden van de raad,
Op 12 maart 2024 heeft het college de Uitvoerings- en Handhavingsstrategie gemeente Zeist 2024-2028 vastgesteld. In deze raadsinformatiebrief stellen wij u op de hoogte van de inhoud van deze U&H-strategie en leggen wij uit hoe deze U&H-strategie zich verhoudt tot andere U&H-documenten. Daarna gaan wij in op de prioritering die is gesteld in deze U&H-strategie. Tot slot schetsen we de achtergrond van de aanloop, totstandkoming en doorontwikkeling van deze U&H-strategie. 1.
Aanleiding U&H-strategie
De gemeente is op basis van de Omgevingswet wettelijk verplicht een handhavingsbeleid vast te stellen. De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (verder: Wabo) kende deze verplichting ook. Onder de Wabo werd
dit het VTH-beleid genoemd, onder de Omgevingswet wordt dit aangeduid met de Uitvoerings- en Handhavingsstrategie (U&H-strategie).
Het vorige VTH-beleid dateert uit 2019 en kende een geldigheid tot 2023. Dit VTH-beleid is, mede door de vertraagde inwerkingtreding van de Omgevingswet, met één jaar verlengd tot 1 januari 2024. Door de veranderde wetgeving (Omgevingswet) en de daaruit voortvloeiende meer integrale benadering van (omgevings-)vergunningverlening en handhaving voldeed het vorige VTH-beleid niet meer aan de wettelijke vereisten. Dit betekent dat er voor de komende jaren nieuwe kaders moesten worden vastgelegd waarbinnen de VTH-taken worden uitgevoerd. Deze U&H-strategie is daar de uitwerking van. 2.
Inhoud U&H-strategie
In deze U&H-strategie (bijlage 1) is beschreven op welke wijze er binnen de gemeente Zeist uitvoering wordt
gegeven aan de U&H-taken. Deze taken omvatten vergunningverlening, toezicht en handhaving op het gebied van de Omgevingswet. In hoofdstuk 1 van de U&H-strategie wordt allereerst de reikwijdte van deze U&Hstrategie geschetst, wordt uiteengezet binnen welk wettelijk kader deze U&H-strategie valt en wordt
Austerlitz = Bosch en Duin =» Den Dolder = Huis ter Heide = Zeist
stilgestaan bij de missie, visie, uitgangspunten en doelstellingen, die als algemeen uitgangspunt gelden voor de werkwijze in Zeist. In hoofdstuk 2 staat vergunningverlening centraal. In dit hoofdstuk wordt allereerst uiteengezet wat de
wettelijke basis onder de Omgevingswet is. Vervolgens wordt ingegaan op de uitgangspunten voor vergunningverlening, waarbij met name de mate van diepgang van toetsing centraal staat. Vervolgens worden
de processen voor zowel de reguliere als de uitgebreide procedure uiteengezet. Tot slot wordt er aandacht besteed aan de inhoudelijke behandeling van aanvragen, waarbij wordt ingegaan op met name het vooroverleg en de mogelijkheid tot het intrekken van verleende vergunningen.
In hoofdstuk 3 wordt toezicht en handhaving belicht. Hierbij worden eerst de gehanteerde uitgangspunten bij toezicht en handhaving beschreven en worden vervolgens de prioriteiten toegelicht. Daarna wordt de werkwijze van zowel toezicht als handhaving uiteengezet en wordt de Wkb nader belicht. In hoofdstuk 4 staat vervolgens beschreven welke verschillende naleefstrategieën er binnen de gemeente Zeist worden gehanteerd om naleving zo veel mogelijk te borgen en te bevorderen. Hierbij moet er worden gedacht aan de preventiestrategie (in de vorm van vooroverleg en voorlichting), de toezichtstrategie en de
bijbehorende toets- en toezichtniveaus, de handhavingsstrategie, en de sanctiestrategie, waarbij het met name gaat om op opleggen van een last onder dwangsom of bestuursdwang.
De U&H-strategie wordt afgesloten met hoofdstuk 5, waarin uiteen wordt gezet hoe wij onze U&H-taken
hebben geborgd in de organisatie en de mate waarin wij voldoen aan de kwaliteitscriteria. Deze
kwaliteitscriteria zijn een voortvloeisel van artikel 18.20 en 18.23 van de Omgevingswet en zijn vanaf 2009 (door)ontwikkeld door het Rijk, provincies en gemeenten.
3. Positionering U&H-strategie in relatie tot overige U&H-documenten Deze U&H-strategie maakt onderdeel uit van het zogenoemde ‘Big-8 model’. Dit model representeert de samenhang tussen de procescriteria. Deze procescriteria zijn de eisen die worden gesteld aan de beleidstaken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Deze Big-8 laat zich als volgt afbeelden:
1. Beleids-
ra | vorming 7s, Beleid-
8. Beleids-
rn
ontwikkeling-
cyclus
2. Operationeel
beleidskader
5. Uitvoering
De U&H-strategie vloeit voort uit de beleidsontwikkelingscyclus (bovenste deel van de 8) en vormt daarmee het kader dat de basis vormt voor hetjaarlijkse uitvoeringsprogramma. Deze strategie ziet toe op de ‘thuistaken’, waaronder met name uitvoering en handhaving op het gebied van bouwen en RO vallen. De beleidsontwikkelingscyclus wordt niet alleen gevormd door de U&H-strategie die nu voorligt, maar ook
door de Regionale U&H-strategie 2022 — 2023, welke is verlengd tot en met 2025. Deze strategie ziet toe op
de taken die namens de Omgevingsdienst regio Utrecht voor het college worden uitgevoerd, de zogenoemde
‘pasistaken’. De basistaken zien met name toe op milieu gerelateerde taken en U&H-taken op het gebied van inrichtingen. Deze regionale U&H-strategie wordt, in onderlinge samenwerking tussen de deelnemende
Austerlitz «= Bosch en Duin = Den Dolder « Huis ter Heide « Zeist
gemeenten en de betrokken omgevingsdiensten, voortdurend doorontwikkeld. Deze twee U&H-strategieën werken dus naast elkaar en zijn een aanvulling op elkaar. Het onderste gedeelte van de 8, de uitvoeringscyclus, is de operationele kant en wordt gevormd door datgene dat daadwerkelijk in de praktijk plaatsvindt op het gebied van vergunningen, toezicht en handhaving. Het uitvoeringsprogramma ligt op het snijvlak van de twee beleidscycli. Het uitvoeringsprogramma vormt de concrete vertaling van de strategieën voor het desbetreffende jaar voor wat betreft de uitvoering van de taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Om de kwaliteit te borgen, is het van belang dat er sprake is van monitoring, evaluatie en verantwoording. De Verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht gemeente Zeist 2024 (U&H-verordening) vormt daarom de basis voor de kwaliteitsbevordering van de uitvoering en handhaving. Op basis van deze verordening kan er worden gerapporteerd in hoeverre wij voldoen aan de landelijke kwaliteitscriteria op het gebied van uitvoering en handhaving. Daarnaast wordt er jaarlijks verantwoording afgelegd over de uitgevoerde taken via het jaarverslag. Dit jaarverslag wordt ieder jaar eveneens aan u worden toegezonden. 4.
Aanloop, totstandkoming en doorontwikkeling U&H-strategie
In de periode vanaf 2021 is gewerkt aan het moderniseren van onze organisatie rond ruimtelijke ontwikkeling, vergunningverlening, toezicht en handhaving. Dit is tegelijk opgepakt met de voorbereiding op de Omgevingswet en de Wkb (Wet kwaliteitsborging voor het bouwen) die per 1 januari 2024 in werking zijn getreden. In deze periode is onder meer een nieuw ruimtelijk vooroverleg ingevoerd, zijn achterstallige werkzaamheden ingelopen, zijn diverse processen ingericht, is de ICT-omgeving vernieuwd en zijn het kostenverhaal via leges en anterieure overeenkomsten verbeterd. Doordat we hiermee de ‘Basis op orde’ hebben gebracht, is er ruimte om doorte ontwikkelen en de U&H-strategie op te pakken. Het interbestuurlijk toezicht van de provincie (IBT) toetst in hoeverre de gemeente voldoet aan haar wettelijke
verplichting om een U&H-strategie (voorheen: VTH-beleid) te hebben en hier uitvoering aan te geven. Zeist heeft momenteel als oordeel dat wij deels voldoen. Hierbij zijn door de provincie aanbevelingen gedaan om volledig aan de eisen te voldoen. Deze aanbevelingen zien onder andere toe op hettijdig vaststellen van ons
jaarverslag en uitvoeringsprogramma, het actualiseren van ons beleid, en het formuleren van heldere doelen in ons beleid en uitvoeringsprogramma.
Met het vaststellen van deze U&H-strategie maken we een mooie stap ten opzichte van de aanbevelingen van het IBT.
Hiermee zijn we nog niet gereed. In 2024 werken we aan de doorontwikkeling van onze U&H-strategie. Bij de doorontwikkeling stemmen we af met de provincie en benutten we waar dit meerwaarde heeft de provinciale ervaring met de U&H-strategie van andere gemeenten. 5.
Prioritering
Op het gebied van handhaving kunnen overtredingen op diverse manieren bij ons onder de aandacht worden
gebracht. Dit kan via (anonieme) meldingen, eigen constatering door de toezichthouder of via een verzoek om
handhaving. Een verzoek om handhaving is gekoppeld aan wettelijke beslistermijnen.
Het college heeft een prioritering rond toezicht en handhaving vastgesteld Deze prioritering is opgenomen op
pagina 22 van de U&H-strategie.
De volgende matrix geeft weer welke zaken in een regulier jaar kunnen worden opgepakt.
Prioriteit Hoog
Prioriteit Midden
Prioriteit Laag
Handhavingsverzoek
Pakken we altijd op
Pakken we altijd op
Pakken we altijd op
Meldingen en eigen
Pakken we altijd op
Pakken we op bij
Pakken we in beginsel
beschikbare capaciteit
niet op
constatering
Austerlitz «= Bosch en Duin = Den Dolder « Huis ter Heide = Zeist
Omdat er vanuit de jurisprudentie een beginselplicht om handhaving geldt, worden verzoeken altijd opgepakt. Deze mogen niet worden afgewezen met als motivering dat er sprake is van een gebrek aan beschikbare capaciteit of het feit dat er aan de overtreding een lage prioritering is toegekend. Volledigheidshalve merken wij op dat deze matrix alleen toeziet op juridische handhaving op het gebied van RO en Bouwen. De handhavingstaken op overige rechtsgebieden (APV, bijzondere wetten, openbare orde)
zijn elders geregeld. 6.
Terugblik vorige beleidsperiode
Het vorige beleid op het gebied van VTH dateerde uit 2019 en heeft tot 2024 als vigerend beleid gefungeerd. Dit beleidsdocumentis echter in de tussenliggende periode niet geactualiseerd. Ook maakte dit beleidsstuk het lastig om aan de hand van meetbare doelstellingen iederjaar onze werkzaamheden te monitoren en te
evalueren. Daarnaast ontbrak er ook een sanctietabel richtlijn en dwangsommen. Met het vaststellen van de nieuwe U&H-strategie, alsmede het doorlopend werken aan onze interne werkprocessen, zetten wij de juiste stappen om in de toekomst zo goed als mogelijk te voldoen aan de aanbevelingen van het IBT en de
wettelijke vereisten die worden gesteld aan de beleidscyclus. Wij betrekken het IBT daarnaast ook bij de verdere doorontwikkeling van het U&H-strategie.
We zijn natuurlijk van harte bereid om door middel van een informatieavond u nader te informeren over het U&H-beleid en de daarbij behorende stukken. Mocht daar behoeft aan zijn, dan vernemen wij dat graag. We vertrouwen erop u via deze weg voldoende te hebben geïnformeerd. Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Zeist,
de gemeentesecretaris,
de burgemeester, loco
dr. H.S. Grotens
drs. J. Langenacker
en
Austerlitz « Bosch en Duin » Den Dolder « Huis ter Heide = Zeist
-
Uitvoerings- en handhavingsstrategie Gemeente Zeist 2024-2028
Gemeente Zeist Februari 2024 Versie 1
Inhoudsopgave 1
2
3
Inleiding
4
1.1 1.2 1.3 1.4
Aanleiding Reikwijdte U&H-strategie Leeswijzer Criteria VTH-taken
4 4 4 5
1.4.1 1.4.2
Procescriteria beleidscyclus Kwaliteitscriteria VTH-taken
5 5
1.5
Missie en visie
6
1.5.1 1.5.2
Algemene uitgangspunten Doelen
6 6
Vergunningverlening
8
2.1 2.2
Inleiding Wettelijke basis
8 8
2.2.1 2.2.2
Algemeen Regeling vergunningsvrije omgevingsplanactiviteiten
8 9
2.3
Uitgangspunten vergunningverlening
10
2.3.1 2.3.2
Diepgang toetsing Inhoudelijke kwaliteitsborging
10 12
2.4
Procedures bij vergunningverlening
12
2.4.1 2.4.2 2.4.3
Inleiding De reguliere procedure De uitgebreide procedure
12 13 13
2.5
Inhoudelijke beoordeling van de (concept)aanvraag
14
2.5.1 2.5.2 2.5.3 2.5.4
Vooroverleg Procedure na indiening van de aanvraag Meldingsplichtige activiteiten Intrekken van vergunningen
14 15 18 18
Toezicht en handhaving
20
3.1 3.2
Inleiding Uitgangspunten toezicht en handhaving
20 20
3.2.1 3.2.2
Uitgangspunten toezicht Uitgangspunten handhaving
20 20
3.3
Prioriteiten
21
3.3.1 3.3.2
Inleiding Risicoanalyse en gemeentelijke prioriteiten
21 22
3.4
Werkwijze toezicht
23
3.4.1 3.4.2
Toezicht in relatie tot de wet kwaliteitsborging Gevolgen landelijke ontwikkelingen
23 24
3.5
Werkwijze handhaving
24
3.5.1 3.5.2 3.5.3 3.5.4
Buurtbemiddeling / pre-mediation Aanschrijvingen in handhavingstrajecten Legalisatieonderzoek Gedogen en wraking
24 25 26 26
Uitvoering- en handhavingsstrategie Gemeente Zeist 2024 – 2028
2/41
3.5.5
4
5
Afronding van dossiers
27
Naleefstrategieën
28
4.1 4.2
Inleiding Preventiestrategie – gericht op het voorkomen van overtredingen
28 28
4.2.1 4.2.2
Communicatieplan Middelen
28 29
4.3 4.4
Toezichtstrategie – gericht op het controleren van activiteiten Handhavingsstrategie
30 32
4.4.1 4.4.2
Landelijke Handhavingsstrategie omgevingsrecht Buurtbemiddeling/(Pre-)Mediation
32 33
4.5
Sanctiestrategie
34
4.5.1 4.5.2
Sanctiemiddelen Dwangsombedragen en termijnen
34 35
4.6
Gedoogstrategie
35
Organisatie en kwaliteitsborging
37
5.1 5.2 5.3
Inleiding Organisatie Kwaliteitsborging
37 37 38
5.3.1 5.3.2 5.3.3
Voldoen aan Kwaliteitscriteria 2.3. VTH Kennismanagement Registratie, monitoring en evaluatie
38 39 39
Uitvoering- en handhavingsstrategie Gemeente Zeist 2024 – 2028
3/41
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
Voor u ligt de uitvoering- en handhavingsstrategie 2024-2028 van de gemeente Zeist die beschrijft hoe de gemeente Zeist uitvoering geeft aan haar taken op het gebied van vergunningen, toezicht en handhaving. Met deze U&H-strategie geeft gemeente Zeist uitvoering aan de eisen uit de wet VTH en de kwaliteitscriteria 2.3 ten aanzien van het operationele beleid. De nota vervangt bovendien het ‘Beleid Vergunningen, Toezicht & Handhaving (VTH-Beleid) 2019-2022. Nu de looptijd van dit handhavingsbeleid verstreken is, is het tijd om een nieuwe uitvoering- en handhavingsstrategie vast te stellen.
1.2
Reikwijdte U&H-strategie
De VTH-taken in het kader van het beleid hebben betrekking op de (fysieke) leefomgeving. Het sociaal domein is hiervan uitgesloten. De reikwijdte betreft dus het fysieke/ruimtelijke domein. Binnen de reikwijdte van het fysieke/ruimtelijke domein vallen onder andere de onderdelen Bouwen, Milieu, Ruimtelijke Ordening, Brandveiligheid, maar ook het onderdeel van het toezicht en handhaving in de openbare ruimte door de Buitengewoon Opsporingsambtenaren (Boa’s). Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat de reikwijdte van deze U&H-strategie zich beperkt tot de VTHtaken waarvoor de gemeente Zeist het bevoegd gezag is en waarbij de uitvoering van deze VTH-taken ook bij de gemeente is belegd. Bepaalde VTH-taken zijn belegd bij externe samenwerkingspartners. De uitvoering van de milieutaken is bijvoorbeeld ondergebracht bij de Omgevingsdienst regio Utrecht (OdrU) en de brandveiligheids-taken zijn belegd bij de Veiligheidsregio Utrecht (VRU). De VTH-taken die zij voor de gemeente Zeist uitvoeren vallen niet binnen de reikwijdte van het VTH-beleid. Deze partners hebben hiervoor namelijk zelf (in regionaal verband) beleid en uitvoeringsprogramma’s opgesteld die (mede) door de gemeente Zeist zijn of worden vastgesteld. Deze U&H-strategie ziet uitdrukkelijk niet toe op veiligheid, de alcoholwet en evenementen. Voor deze laatste twee onderdelen wordt een separaat beleidsplan ontwikkeld.
Wettelijk kader Het wettelijk kader van de VTH-taken op het gebied van de (fysieke) leefomgeving betreft taken uit de landelijke wet- en regelgeving, de wet- en regelgeving op provinciaal niveau en op lokaal-/gemeentelijk niveau. De volledige wet- en regelgeving waar dit beleidsplan betrekking op heeft, is terug te vinden in bijlage 1.
1.3
Leeswijzer
In hoofdstuk 1 leest u de criteria voor de VTH-taken en beschrijven wij onze missie, visie en doelen. In hoofdstuk 2 wordt vervolgens ingegaan op de procedures en afwegingskaders bij de aanvraag van omgevingsvergunningen. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de procedures en afwegingskaders van toezicht en handhaving en zetten wij onze prioritering uiteen. Hoofdstuk 4 beschrijft de naleefstrategieën. Tot slot wordt in hoofdstuk 5 de organisatie en kwaliteitsborging uiteengezet.
Uitvoering- en handhavingsstrategie Gemeente Zeist 2024 – 2028
4/41
1.4
Criteria VTH-taken
1.4.1
Procescriteria beleidscyclus
In artikel 13.5 tot en met 13.11 van het Omgevingsbesluit zijn de procescriteria vastgelegd. In deze procescriteria worden eisen gesteld aan de bij de VTH-taken behorende beleidscyclus. Deze criteria bestaan uit twee cycli, een strategische (beleidsvormende) cyclus en een operationele (uitvoerende) cyclus. Op het snijvlak hiervan ligt het uitvoeringsprogramma, waarin de planning en control een plaats krijgt. Dit samenhangende geheel wordt ook wel de BIG-8 cyclus genoemd en maakt de vertaling vanuit het strategisch kader naar het operationeel beleid, samen met de planning- en controlcyclus. De cyclus houdt in dat via een inventarisatie van de handhavingstaken en een risicoanalyse de prioriteiten worden vastgesteld. De prioriteiten worden vertaald in een uitvoeringsprogramma. Na afloop van de periode waarop het uitvoeringsprogramma betrekking heeft, vinden monitoring en evaluatie plaats. De uitkomsten daarvan kunnen leiden tot aanpassing of bijstelling van het beleid, waarna, uiteraard, weer een nieuw uitvoeringsprogramma wordt opgesteld. Deze BIG-8 cyclus is hieronder in afbeelding weergegeven.
Afbeelding 1: BIG-8 cyclus
1.4.2
Kwaliteitscriteria VTH-taken
De Omgevingswet kent als één van de doelstellingen om de dienstverlening van overheden te verbeteren. Hierbij is het van belang dat er sprake is van een goede en uniforme borging van de uitvoeringskwaliteit. Daarom zijn er in afdeling 18.3 van de Omgevingswet regels opgenomen ter bevordering van de kwaliteit van uitvoering en handhaving. Uit artikel 18.20 van de Omgevingswet vloeit vervolgens voor dat ter waarborging van goede kwaliteit van de uitoefening van de uitvoeringsen handhavingstaken, er nadere regels kunnen worden vastgelegd door de gemeenteraad. Gemeente Zeist heeft aan deze mogelijkheid uitvoering gegeven door het vaststellen van de ‘Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Zeist houdende regels omtrent uitvoering en handhaving omgevingsrecht gemeente Zeist 2024’. Deze verordening is van toepassing op de taken die de OdrU Uitvoering- en handhavingsstrategie Gemeente Zeist 2024 – 2028
5/41
voor ons uitvoert, maar ook op de VTH-taken die wij zelf uitvoeren. In het uitvoeringsprogramma zal aandacht worden besteed aan de vraag of wij voldoen aan deze kwaliteitscriteria en welke acties wij ondernemen om aan de criteria te blijven voldoen.
1.5
Missie en visie
Als gemeentelijke organisatie is het onze missie om de beste bijdrage te leveren aan een goed leven in Zeist. Wij doen dit vanuit de visie om samen het goede te doen en te streven naar een mooie, levendige, groene en inclusieve gemeente. Hier werken wij voortdurend aan vanuit de kernwaarden ‘kracht, nabijheid en vertrouwen’. Deze missie en visie vormt de basis voor de wijze waarop wij onze taken uitvoeren op het gebied van vergunningen, toezicht en handhaving.
1.5.1
Algemene uitgangspunten
In deze U&H-strategie worden een aantal algemene uitgangspunten gehanteerd, gebaseerd op onze missie en visie. Deze luiden als volgt: ▪ We passen regels consequent toe en leveren maatwerk waar nodig. ▪ We beoordelen en behandelen gelijke gevallen op gelijke wijze. ▪ We kennen onze omgeving (inwoners, ondernemers, buurten, wijken, gebieden, gebouwen etc.) zo goed mogelijk. ▪ We communiceren open, duidelijk en transparant over ons gevoerde beleid en we zijn duidelijk over de rol van de inwoner/ondernemer. (Wanneer wordt wat verwacht met welk resultaat?). ▪ De mate waarin inwoners/ondernemers zich aan de afspraken/regels houden, is van invloed op de snelheid waarmee aanvragen/verzoeken e.d. worden afgehandeld. ▪ We blijven op een constructieve manier (persoonlijk) in contact met inwoners/ondernemers.
1.5.2
Doelen
Hieronder staan de algemene doelstellingen van deze U&H-strategie uitgewerkt. ▪ De kwaliteit van onze dienstverlening en taakuitvoering blijft op niveau of wordt verbeterd Het uitvoeren van de VTH-taken draagt bij aan een schone, veilige, gezonde en duurzame (fysieke) leefomgeving in de gemeente Zeist. Daarom is het van belang dat wij onze taak ook naar behoren uitvoeren. Dit betekent dat wij onze besluiten goed onderbouwen, wij goed motiveren waarom wij eventueel afwijken van bestemmingsplannen of beleid en controleren wij percelen en bouwprojecten in een dusdanige frequentie die daarbij passend is. Tot slot proberen wij, om onnodige juridische procedures en handhavingstrajecten te voorkomen, zo veel mogelijk in te zetten op bemiddeling en goed overleg tussen de gemeente en de inwoners. ▪ We dragen zorg voor werkwijzen die passend zijn bij de Omgevingswet en WKB en verbeteren deze waar nodig Voor zover onze werkprocessen en standaarden nog niet zijn ingericht op de Omgevingswet en Wkb, zorgen wij dat wij deze zo snel mogelijk op orde hebben. Daarnaast blijven wij doorlopend werken aan betere en efficiëntere werkprocessen die de landelijke ontwikkelingen in wet- en regelgeving volgen.
▪ We voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen voor de uitvoering van de VTH-taken Wij geven invulling aan de kwaliteitseisen die zijn opgenomen zijn in de ‘Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Zeist houdende regels omtrent uitvoering en handhaving omgevingsrecht gemeente Zeist 2024’. De kwaliteitseisen uit deze verordening zijn de landelijke ‘Kwaliteitscriteria VTH 2.3’. Door deze kwaliteitscriteria na te streven komen we tot een betere uitvoering van de VTH-taken en een professionelere uitvoeringsorganisatie voor de uitvoering van de VTH-taken. Voor zover we niet aan de kwaliteitseisen voldoen, leggen we hierover verantwoording af aan de raad. Dit gaan wij doen door de VTH-taken uit te voeren zoals ze in het beleid en het bijbehorend uitvoeringsprogramma zijn opgenomen, door te werken via de Big-8 cyclus. Uitvoering- en handhavingsstrategie Gemeente Zeist 2024 – 2028
6/41
In ons jaarlijkse uitvoeringsprogramma worden nadere en meer concrete doelen gesteld op basis van de concrete activiteiten die we uitvoeren. Dit biedt ons een handvat om dit jaarlijks te monitoren, te evalueren en zo nodig bij te sturen.
Uitvoering- en handhavingsstrategie Gemeente Zeist 2024 – 2028
7/41
2
Vergunningverlening
2.1
Inleiding
In dit hoofdstuk schetsen wij allereerst het wettelijk kader waarbinnen het verlenen van omgevingsvergunningen plaatsvindt. Vervolgens gaan wij in op de uitgangspunten van vergunningverlening en beschrijven wij de verschillende procedures en de wijze waarop daar binnen de gemeente Zeist invulling aan wordt gegeven.
2.2
Wettelijke basis
2.2.1
Algemeen
Hoofdstuk 5 van de Omgevingswet geeft de ver- en geboden voor de omgevingsvergunning. Zo is het op grond van artikel 5.1 verboden om zonder een vergunning voor een omgevingsplanactiviteit een bouwwerk te bouwen, een werk uit te voeren, gronden of bouwwerken te gebruiken op een manier die in strijd is met een omgevingsplan, het slopen of op een andere manier wijzigen van een beschermd monument, het slopen van bouwwerken (al dan niet binnen een beschermd stadsgezicht) en het verrichten van een andere activiteit die van invloed kan zijn op de fysieke leefomgeving. In hoofdstuk 5 staat ook welk bestuursorgaan het bevoegde gezag is voor de af te geven omgevingsvergunning. Dit is in beginsel het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar het betrokken project in hoofdzaak zal worden of wordt uitgevoerd, tenzij in de wet anders is bepaald. De Omgevingswet kent twee typen voorbereidingsprocedures voor de totstandkoming van de beschikking op de aanvraag om een omgevingsvergunning: ▪ de reguliere voorbereidingsprocedure; ▪ de uitgebreide voorbereidingsprocedure. Zowel de reguliere als de uitgebreide procedure zijn een uitwerking van de procedureregels in de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Voor de reguliere procedure geldt hoofdstuk 4 van de Awb (Bijzondere bepalingen over besluiten).
Voor de uitgebreide procedure geldt afdeling 3.4 van de Awb (Uniforme openbare voorbereidingsprocedure). Omgevingsplanactiviteiten zijn vergunningplichtig. Het Rijk heeft een beperkt aantal activiteiten vrijgesteld van de vergunningplicht. Die staan in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Wet Kwaliteitsborging voor het Bouwen Met inwerkingtreding van de Wet kwaliteitsborging, verandert de rol van de gemeente indien er sprake is van een bouwwerk dat valt onder gevolgklasse 1. Voor dergelijke bouwwerken (waaronder grondgebonden woningen, bedrijfspanden van maximaal 2 bouwlagen en kleine fiets- en voetgangersbruggen), vervalt met inwerkingtreding van de Wkb de vergunningsplicht voor de technische bouwactiviteit. Deze vergunningsplicht wordt vervangen door de melding technische bouwactiviteit. Ook komt hierbij de toets aan het Bbl (Bouwbesluit) door het bevoegd gezag te vervallen. Dit betekent dat de rol van de plantoetser in het proces van vergunningverlening ook zal veranderen. De inhoudelijke toetsing zal gedaan gaan worden door private kwaliteitsborgers en niet langer door het bevoegd gezag. De gemeente Zeist kiest ervoor om een procesmatige benadering te hanteren.
De melding technische bouwactiviteit wordt daarom alleen gecontroleerd op volledigheid (zitten alle vereiste stukken erbij) en er wordt gecheckt of gekozen is voor het juiste instrument en een gekwalificeerde kwaliteitsborger. Op het moment dat alle documenten, zoals het borgingsplan en de risicobeoordeling aanwezig zijn en de melding tijdig voor de geplande datum start bouw is ingediend, wordt de ingediende melding in beginsel geaccepteerd. De indiener ontvangt daarop bericht dat de melding compleet is. In principe mogen de bouwwerkzaamheden op grond van artikel 2.18 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) vier weken later dan van start gaan.
Uitvoering- en handhavingsstrategie Gemeente Zeist 2024 – 2028
8/41
2.2.2
Regeling vergunningsvrije omgevingsplanactiviteiten
De gevallen waarbij geen vergunning nodig is voor een omgevingsplanactiviteit zijn te vinden in artikel 2.29 van het Besluit bouwwerken leefomgeving. Dit zijn allemaal omgevingsplanactiviteiten die bestaan uit bouwen. Voorwaarde is dat de activiteit niet in ernstige mate in strijd is met de regels over het in stand houden van een bouwwerk die betrekking hebben op de ernstige ontsiering van het uiterlijk van dat bouwwerk wanneer deze in het omgevingsplan zijn opgenomen. Deze bepaling over welstandstoezicht uit artikel 12 van de Woningwet komt via de bruidsschat uit het Invoeringsbesluit in het omgevingsplan, in artikel 22.27. Deze bepaling kan de gemeente laten vervallen of aanpassen. Alle andere activiteiten waarvoor een vergunningplicht in het omgevingsplan is opgenomen, of die niet voldoen aan de regels van het omgevingsplan zijn vergunningplichtig. Het aantal vergunningplichten is lager dan in het huidige stelsel. De vergunningsprocedure voor het technisch realiseren van een bouwwerk en het ruimtelijk realiseren van een bouwwerk zijn met de komst van de Omgevingswet ‘geknipt’. De omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit wordt door de Omgevingswet benoemd als technische bouwactiviteit terwijl het ruimtelijk deel valt onder het omgevingsplan die de omgevingsplanactiviteit bouwen aanwijst.
De omgevingsplanactiviteit die bestaat uit het bouwen is een verbijzondering van de algemene omgevingsplanactiviteit. Dit gaat over het ruimtelijk bouwen, in stand houden en gebruiken van een bouwwerk. Voorbeelden zijn de bouwhoogte en het bebouwingspercentage. Maar ook regels over welstand en de functietoedeling in het omgevingsplan. Of er vergunning nodig is voor een omgevingsplanactiviteit is dan ook afhankelijk van de regels in het omgevingsplan. Als de gemeente nog geen definitief omgevingsplan heeft, maken daar ook nog de bruidsschatregels deel van uit. De bouwactiviteit kan vallen onder gevolgklasse 1. Dit is aangewezen in het Besluit bouwwerk leefomgeving. Wanneer een bouwactiviteit valt in gevolgklasse 1, valt deze onder de Wet kwaliteitsborging bouwen en wordt deze overgenomen door een kwaliteitsborger. De kwaliteitsborger is verplicht te melden wanneer de bouw van de start begint en wanneer het bouwwerk gereed is. Bouwactiviteiten die in gevolgklasse 2 of 3 vallen worden nog wel door de gemeente Zeist behandeld. Daarnaast worden de verbouwactiviteiten die in gevolgklasse 1 vallen, tot 1 januari 2025 ook door de gemeente Zeist behandeld. Het Omgevingsbesluit richt zich tot alle partijen die in de fysieke leefomgeving actief zijn: burgers, bedrijven en de overheid.
Het Omgevingsbesluit regelt in aanvulling op de wet onder meer welk bestuursorgaan het bevoegd gezag is om een omgevingsvergunning te verlenen en welke procedures gelden. Ook regelt dit besluit wat de betrokkenheid is van andere bestuursorganen, adviesorganen en adviseurs bij de besluitvorming en een aantal op zichzelf staande onderwerpen, zoals de milieueffectrapportage. Het Omgevingsbesluit is één van de vier AMvB’s die invulling geven aan de Omgevingswet. Het Besluit kwaliteit leefomgeving bevat de inhoudelijke regels voor overheidsorganen die aangeven hoe zij hun taken en bevoegdheden moeten uitoefenen op het terrein van de fysieke leefomgeving. Het Besluit activiteiten leefomgeving en het Besluit bouwwerken leefomgeving geven weer aan welke regels burgers en bedrijven zich moeten houden bij bepaalde activiteiten in de fysieke leefomgeving. De Omgevingsregeling die tegelijk met de Omgevingswet inwerking treedt, bevat de nadere indieningsvereisten voor aanvragen. Voor een aanvraag om een vergunning voor een bouwactiviteit gaat het dan tenminste om gegevens en bescheiden ten behoeve van toetsing aan de voorschriften van het Besluit bouwwerken leefomgeving. Gegevens en bescheiden voor omgevingsplanactiviteiten ten behoeve van de toetsing aan het omgevingsplan staan in het tijdelijk deel van het omgevingsplan.
Ook indieningsvereisten vanwege activiteiten met betrekking tot een beschermd monument zijn in het omgevingsplan opgenomen.
Uitvoering- en handhavingsstrategie Gemeente Zeist 2024 – 2028
9/41
De gemeente Zeist handelt de aanvragen voor een omgevingsvergunning ingevolge de Omgevingswet af, voor zover ze betrekking hebben op de volgende omgevingsplanactiviteiten: ▪ bouwen, verbouwingen of renovaties; ▪ sloopwerkzaamheden (alleen in samenhang met een andere activiteit waarvoor een omgevingsvergunning noodzakelijk is, anders sloopmelding); ▪ gebruik in strijd met het omgevingsplan; ▪ aanleg inrit of uitrit; ▪ kappen van houtopstanden; ▪ werkzaamheden aan monumenten; ▪ aanleg op grond van het omgevingsplan (vergraven van gronden); De gemeente Zeist handelt de aanvragen voor een omgevingsvergunning ingevolge de Omgevingswet af, voor zover ze betrekking hebben op de bouwactiviteiten in gevolgklasse 2 en 3, voor zolang deze nog niet onder het stelsel van de Wkb vallen. Daarnaast worden meldingen afgehandeld die betrekking hebben op: ▪ sloop; ▪ gebruiksmelding; ▪ gevolgklasse 1 Wet kwaliteitsborging.
2.3
Uitgangspunten vergunningverlening
Wij hanteren bij het verlenen van omgevingsvergunningen een aantal uitgangspunten. Deze zijn als volgt geformuleerd: ▪ Ja, mits…: We hebben een positieve grondhouding ten opzichte van initiatieven. Initiatieven worden beoordeeld op mogelijkheden. De beoordeling gaat dan ook uit van ‘Ja, mits….’ in plaats van ‘Nee, tenzij…’. Dit is conform de gedachte van de Omgevingswet. ▪ Snelheid: Wij streven ernaar om alle aanvragen en meldingen binnen de wettelijke beslistermijn te behandelen. Indien nodig maken wij gebruik van de wettelijke mogelijkheid om de beslistermijn te verlengen. Dit kan aan de orde zijn wanneer er sprake is van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (Bopa) of een anderszins complexe of omvangrijke aanvraag. ▪ Diepgang: De diepgang van de beoordeling van aanvragen is risico-gestuurd. Afhankelijk van het ‘risico’ van de gevraagde activiteit(en) wordt de diepgang van de toetsing bepaald.
2.3.1
Diepgang toetsing
Technische voorschriften Besluit bouwwerken leefomgeving Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet, treedt ook de Wet kwaliteitsborging in werking. De Wet kwaliteitsborging (Wkb) voor het bouwen heeft als doel de bouwkwaliteit en het bouwtoezicht te verbeteren door inschakeling van private kwaliteitsborgers. Daarnaast wordt de aansprakelijkheid van aannemers ten opzichte van particuliere en professionele opdrachtgevers uitgebreid. De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) gaat op 1 januari 2024 in voor nieuwe bouwwerken in gevolgklasse 1. Dat is de laagste risicoklasse, waar bijvoorbeeld eengezinswoningen en kleinere bedrijfspanden onder vallen. Een jaar later volgt de categorie verbouw. De gevolgklassen zijn bepaald op basis van de mogelijke gevolgen voor gebruikers, bijvoorbeeld als gevolg van brand of het instorten van een (deel van een) gebouw en wordt in artikel 2:17 Bbl als volgt gedefinieerd:
Uitvoering- en handhavingsstrategie Gemeente Zeist 2024 – 2028
10/41
Gevolgklasse 1: de persoonlijke gevolgen als niet aan de bouwtechnische voorschriften wordt voldaan zijn beperkt. Het mag duidelijk zijn dat deze bouwwerken in gevolgklasse 1 geen vergunning meer nodig hebben. De bouwwerken in gevolgklasse 1 worden door de kwaliteitsborger gemeld aan de gemeente. Het is overigens verboden zonder start- of gereedmelding te beginnen met bouwen of het bouwwerk in gebruik te nemen. Gevolgklasse 2/3 komen niet eerder dan 5 jaar na inwerkingtreding onder kwaliteitsborging. Hiermee is de 3 jaar verlengd met 2 jaar en zal de gemeente de technische toetsing en het toezicht op gevolgklasse 2 in ieder geval tot en met 2028 blijven uitvoeren. Bij de behandeling van vergunningaanvragen in gevolgklasse 2 en 3 worden keuzes gemaakt ten aanzien van diepgang van de toetsing. De overheid kan immers niet alles altijd toetsen en behoort dat ook niet te doen, omdat de verantwoordelijkheid primair bij de aanvrager zelf ligt. Uitvoerders van activiteiten hebben de plicht zich aan de regels te houden. De casemanager van de gemeente Zeist kan zich daarom beperken tot het toetsen van die zaken die het meest risicovol zijn. Dit kan gaan om branches of activiteiten waarbij de kans op overtreding van de wet groter is (zoals asbestsaneringen), en/of om onderwerpen die tot grote negatieve effecten kunnen leiden (constructieve veiligheid en brandveiligheid).
Uitgangspunt hierbij zijn de aan de verschillende gebouwcategorieën toegekende toetsniveau’s van de Landelijke Toetsmatrix Bouwbesluit welke zijn vertaald naar het Besluit bouwwerken leefomgeving. Zo wordt de kans dat risicovolle activiteiten worden gemist, verkleind en wordt eveneens voorkomen dat veel tijd en energie gestoken wordt in activiteiten of uitvoerders die niet of nauwelijks tot risico’s leiden. De diepgang van de toetsing van aanvragen is afhankelijk van de risico’s van de gevraagde activiteit. Dit noemen wij risicogericht toetsen. Hierin onderscheiden we 4 toets niveaus, waarbij elk toetsniveau een aanvulling is op het vorige toetsniveau.
Toetsniveau 0 Geen toetsing (aanvragen worden ontvangen, maar niet getoetst). Ingediende bescheiden worden gearchiveerd. Toetsniveau 1 Toetsen op Uitgangspunten (toetsen op de aanwezigheid en compleetheid van de technische informatie). Gecontroleerd wordt of de globale uitgangspunten op de aangeleverde stukken in voldoende mate en in samenhang zijn weergegeven. De vergunningverlener bepaalt op basis van ervaring het oordeel over de betreffende aspecten. Toetsniveau 2 Toetsen op Basisniveau (toetsen of de uitgangspunten van de betreffende aspecten conform de daarvoor gestelde normen zijn aangevraagd). Gecontroleerd wordt of de uitgangpunten op de aangeleverde stukken voor het betreffende aspect de juiste vorm hebben en of de uitkomsten plausibel zijn. Van deze aspecten worden de uitgangspunten gecontroleerd. Toetsniveau 3 Toetsen op Basisniveau+ (toetsen of alle informatie klopt en eventuele berekeningen correct zijn uitgevoerd). Gecontroleerd wordt of de uitgangspunten de juiste vorm hebben en of de uitkomsten plausibel zijn. Tevens worden de belangrijkste berekeningen gecontroleerd, dan wel nagerekend. De na te rekenen aspecten worden geselecteerd op basis van de visuele toets. De Uitvoering- en handhavingsstrategie Gemeente Zeist 2024 – 2028
11/41
vergunningverlener bepaalt op basis van zijn ervaring welk aspecten inhoudelijk volledig worden getoetst, bijvoorbeeld door een schaduwberekening uit te voeren of het geheel doorlopen van ingediende berekening(en). Toetsniveau 4 Grondig toetsen (volledige toetsing op alle onderdelen). Alle aspecten van de aanvraag worden volledig getoetst en beoordeeld.
2.3.2
Inhoudelijke kwaliteitsborging
Het is belangrijk dat de inhoudelijke kwaliteit van de beoordeling is geborgd en dat de wijze waarop wordt getoetst uniform is. Dit voorkomt rechtsongelijkheid in de behandeling van aanvragen en zorgt er ook voor dat besluiten bij mogelijke juridische procedures inhoudelijk in stand blijven. Om de inhoudelijke kwaliteit te borgen zijn de hieronder beschreven maatregelen genomen. Standaard procedures Elke aanvraag wordt getoetst aan de hand van standaarden voor de procedures. Hiermee worden alle vergunningenprocedures op eenzelfde manier doorlopen en worden er geen stappen overgeslagen. Standaard brieven en besluiten In Centric Leefomgeving (CLO) zijn standaardbrieven en -besluiten opgenomen die, conform de werkinstructies, door de medewerkers worden gebruikt. Hiermee wordt geborgd dat de uitgaande correspondentie uniform verloopt en dat duidelijk is met welke organisatie contact opgenomen kan worden. Ook wordt hiermee voorkomen dat in besluiten toetsingskaders of onderwerpen ontbreken. Standaard adviesaanvraag Voor het aanvragen van adviezen intern in de gemeente Zeist is een standaard format ontwikkeld, welke is geïmplementeerd in het CLO. Collegiale toets In beginsel wordt elke omgevingsvergunning wordt vóór verzending en verlening collegiaal getoetst middels een vierogen principe.
In wat meer complexere gevallen kan het ook voorkomen dat een jurist meeleest met de conceptbeschikking. Lerende organisatie Als tijdens juridische procedures of tijdens het toezicht op de bouw blijkt dat bepaalde onderdelen van vergunningen extra aandacht behoeven, wordt dit teruggekoppeld aan de casemanagers. Op- en aanmerkingen kunnen verwerkt worden door aanpassing van de standaardbrieven, procedures en/of checklists. Daarnaast zijn de procesbeheerders verantwoordelijk voor het evalueren en monitoren van de bestaande processen, om op deze wijze continu de kwaliteit en efficiënte te borgen. Dit doen wij door voor elk proces een procesbeheerder en een proceseigenaar aan te wijzen. Wanneer de procesbeheerder constateert dat het proces niet loopt zoals verwacht, schakelt hij op naar de proceseigenaar.
2.4
Procedures bij vergunningverlening
2.4.1
Inleiding
De hoofdregel is dat op het aanvragen of wijzigen van een omgevingsvergunning de reguliere (korte) procedure van toepassing is. Als de omgevingsvergunning wordt aangevraagd voor activiteiten waarvan verwacht kan worden dat ze een groot effect op de omgeving zullen hebben, is de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing. Welke activiteiten dit zijn, staat in artikel 10.24 van het Omgevingsbesluit. Voor de gemeente Zeist betreft dit een rijksmonumentactiviteit waar een advies van het ministerie Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en een Natura-2000 activiteit als deze gelijktijdig met een omgevingsplanactiviteit wordt aangevraagd. De aanvraag voor een omgevingsvergunning hoeft maar één procedure te doorlopen. Wanneer voor één van de aangevraagde activiteiten de uitgebreide procedure is aangewezen, wordt dus voor de volledige omgevingsvergunning de uitgebreide procedure gevolgd.
Uitvoering- en handhavingsstrategie Gemeente Zeist 2024 – 2028
12/41
2.4.2
De reguliere procedure
De reguliere voorbereidingsprocedure neemt (maximaal) 8 weken in beslag. Het bevoegd gezag kan deze termijn eenmaal met ten hoogste zes weken verlengen. In de Omgevingswet is deze termijn niet meer fataal. Wel is het mogelijk voor de aanvrager de gemeente Zeist in gebreke te stellen op basis van de Algemene wet bestuursrecht. Dit kan tot gevolg hebben dat de aanvrager de gemeente een dwangsom kan afdwingen en via de rechter dit besluit kan forceren. De gemeente Zeist heeft zichzelf tot doel gesteld om, waar mogelijk, de besluitvorming over vergunningaanvragen binnen 8 weken afgerond te hebben. Voor de reguliere procedure gelden de volgende stappen: ▪ De medewerker van team Bedrijfsondersteuning (Be-on) stuurt de aanvrager onverwijld een ontvangstbewijs; ▪ De casemanager stuurt de aanvrager zo snel mogelijk een bericht over de procedure en rechtsmiddelen. Waar mogelijk wordt deze informatie gecombineerd met het ontvangstbewijs; ▪ Het bevoegd gezag geeft kennis van de aanvraag op de wijze die wettelijk voorgeschreven is, zoals middels publicatie op de website en in het Gemeenteblad. ▪ De casemanager beoordeelt de aanvraag op volledigheid en zet deze uit naar de ketenpartners voor advies en een volledigheidscheck. Indien de aanvraag niet volledig is, wordt de aanvrager eenmalig in de gelegenheid gesteld om aanvullende gegevens te leveren binnen een bepaalde termijn.
▪ Het college beslist binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag. Deze termijn kan een keer met ten hoogste zes weken worden verlengd; ▪ Na besluitvorming wordt zo spoedig mogelijk na de bekendmaking van het besluit mededeling van de beschikking gedaan.
2.4.3
De uitgebreide procedure
De uitgebreide procedure kent een beslistermijn van 26 weken. Indien de aanvraag een zeer ingewikkeld of omstreden onderwerp betreft, kan het bevoegd gezag binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag deze termijn met een redelijke termijn verlengen. Volgens artikel 10.24 van het Omgevingsbesluit wordt de uitgebreide procedure gevolgd in (onder meer) de volgende gevallen: ▪ een rijksmonumentenactiviteit als het gaat om een rijksmonumentenactiviteit waarbij Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap adviseur is; ▪ een Natura-2000 activiteit wanneer deze meervoudig wordt aangevraagd met een omgevingsplanactiviteit; Naast deze aanwijzingen stelt de Omgevingswet ook dat met instemming van de aanvrager of met besluit van het college van B&W de reguliere procedure omgezet kan worden naar de uitgebreide procedure. Wanneer dit besluit door het college wordt genomen moet eerst de aanvrager worden gehoord. Dit besluit, vatbaar voor rechtsbescherming, moet dus apart worden genomen. Dit besluit mag ook alleen worden genomen wanneer er aanzienlijke gevolgen voor de leefomgeving worden verwacht en verschillende belanghebbende bedenkingen zullen hebben. Hierbij kan worden gedacht aan gevallen waarvoor adviesrecht van de raad nodig is of wanneer er in onvoldoende mate aan participatie is gedaan.
Voor de uitgebreide procedure gelden vervolgens de volgende stappen: ▪ De medewerker van team Bedrijfsondersteuning (Be-on) stuurt de aanvrager onverwijld een ontvangstbewijs; ▪ De casemanager stuurt de aanvrager zo snel mogelijk een bericht over de procedure en rechtsmiddelen. Waar mogelijk wordt deze informatie gecombineerd met het ontvangstbewijs; ▪ De casemanager beoordeelt de aanvraag op volledigheid en zet deze uit naar de ketenpartners voor advies en een volledigheidscheck. Indien de aanvraag niet volledig is, wordt de aanvrager eenmalig in de gelegenheid gesteld om aanvullende gegevens te leveren binnen een bepaalde termijn. Uitvoering- en handhavingsstrategie Gemeente Zeist 2024 – 2028
13/41
▪ De gemeente Zeist stelt het ontwerpbesluit op en betrekt daarbij de ontvangen adviezen of verklaringen; ▪ De gemeente Zeist geeft kennis van het ontwerpbesluit op de wijze die wettelijk voorgeschreven is, zoals middels publicatie in het gemeenteblad en via de website en legt het ontwerpbesluit ter inzage; ▪ Indien er geen zienswijzen zijn ingediend, wordt zo snel mogelijk na het aflopen van de inzagetermijn het definitieve besluit genomen. In het besluit en in de kennisgeving wordt vermeld dat er geen zienswijzen zijn ingediend; ▪ Indien er wel zienswijzen zijn ingediend, worden de zienswijzen beoordeeld en betrokken bij de besluitvorming; ▪ De gemeente Zeist geeft kennis van het definitieve besluit op de wijze die wettelijk voorgeschreven is, zoals middels publicatie in het Gemeenteblad en via de website, en legt het besluit ter inzage; ▪ Tegen het besluit is beroep mogelijk door belanghebbenden; ▪ De gemeente Zeist mag de beslistermijn van zes maanden eenmaal verlengen met ten hoogste zes weken (art. 3.12 lid 8 Wabo). Wanneer een aanvraag overgaat van de reguliere procedure naar de uitgebreide procedure, gelden de volgende stappen: ▪ De medewerker van team Bedrijfsondersteuning (Be-on) stuurt de aanvrager onverwijld een ontvangstbewijs.
▪ De casemanager beoordeelt of er aanzienlijke gevolgen zijn voor de fysieke leefomgeving; ▪ De casemanager beoordeelt of er verschillende belanghebbende bedenkingen zullen hebben; ▪ De gemeente Zeist vraagt de initiatiefnemer om zienswijze; ▪ De gemeente Zeist stelt het besluit op om de procedure te wijzigen naar de uitgebreide procedure; ▪ Indien er geen zienswijzen zijn ingediend, wordt er zo snel mogelijk na het indienen van de aanvraag besloten de uitgebreide procedure te doorlopen. In het besluit en in de kennisgeving wordt vermeld dat er geen zienswijzen zijn ingediend; ▪ Indien er zienswijzen zijn ingediend, worden de zienswijzen beoordeeld en betrokken bij de besluitvorming; ▪ De gemeente Zeist geeft kennis van het definitieve besluit op de wijze die wettelijk voorgeschreven is, zoals middels publicatie in het Gemeenteblad en via de website.
2.5
Inhoudelijke beoordeling van de (concept)aanvraag
2.5.1
Vooroverleg
In het vooroverleg wordt inzicht gegeven in de (on)mogelijkheden van een voorgenomen project of omgevingsplanactiviteit. Dit kan plaatsvinden aan de hand van een ruimtelijke verkenning of een conceptaanvraag. Ruimtelijke verkenning In een ruimtelijke verkenning wordt er door minimaal twee disciplines advies gegeven, waarvan in elk geval een casemanager vergunningen. De aanvrager kan ervoor kiezen dit uit te breiden met aanvullende disciplines, indien deze relevant zijn voor de beoordeling van het voorgenomen initiatief. Hierbij kan gedacht worden aan de discipline erfgoed, indien het initiatief betrekking heeft op een monumentaal pand, of parkeren wanneer en sprake is van een voorgenomen woningsplitsing. Hierbij wordt een eerste globale beoordeling gemaakt en de haalbaarheid ingeschat door de relevante disciplines over het voorgenomen initiatief. Uit deze beoordeling volgt een ambtelijk advies. Dit advies wordt verwoord in een brief met de uitkomst van de ruimtelijke verkenning. De doorlooptijd van een ruimtelijke verkenning is ongeveer 8 weken. Conceptaanvraag Een conceptaanvraag is bedoeld voor een uitgebreider (bouw)plan of ruimtelijk initiatief dat al voor een groot deel is uitgewerkt, met bijvoorbeeld een ruimtelijke onderbouwing of een toelichting met onderzoeken.
Uitvoering- en handhavingsstrategie Gemeente Zeist 2024 – 2028
14/41
Een conceptaanvraag is eigenlijk altijd in strijd met de regels van het omgevingsplan, waarbij een volledige toetsing op alle relevante disciplines/beleidsthema’s noodzakelijk is. Met de uitkomst van een conceptaanvraag is het mogelijk om een aanvraag omgevingsvergunning in te dienen. Bij een conceptaanvraag wordt het (bouw)plan of ruimtelijk initiatief zo volledig mogelijk getoetst. Voor de beoordeling is het bepalend in hoeverre de conceptaanvraag compleet is ingediend en voorzien is van juiste onderzoeken om te beoordelen. Er wordt vooraf geadviseerd over de in te dienen stukken. Een conceptaanvraag wordt door alle relevante disciplines beoordeeld. De uitkomst van deze beoordeling is een principebesluit. Dit besluit kan in mandaat worden genomen door de manager van team Ruimtelijke Ontwikkeling of door het college van B&W. Dit is afhankelijk van de complexiteit, gevoeligheid en concreetheid van het (bouw)plan of ruimtelijk initiatief. Het is mogelijk voor de afhandeling van een conceptaanvraag een intentieovereenkomst met de gemeente te sluiten, waarbij de initiatiefnemer en de gemeente afspraken maken over de samenwerking om te komen tot een voldragen plan. De doorlooptijd van de conceptaanvraag is circa 26 weken.
2.5.2
Procedure na indiening van de aanvraag
Het proces van vergunningverlening bestaat uit een aantal vaste stappen die hierna worden beschreven. Ontvankelijkheid Bij een aanvraag om vergunning wordt na ontvangst eerst gekeken of alle gegevens aanwezig zijn die nodig zijn om de aanvraag te kunnen beoordelen. Dit is de zogeheten ontvankelijkheidstoets. De minimaal bij een aanvraag in te dienen stukken zijn beschreven in onder andere de Omgevingsregeling. Bij de ontvankelijkheidstoets hoort ook dat wordt gekeken welke activiteiten er mogelijk nog meer nodig zijn om de gewenste plannen te realiseren. In deze fase wordt de aanvrager zo volledig mogelijk geïnformeerd over deze aspecten. Per activiteit wordt vervolgens beoordeeld of alle gegevens die nodig zijn om de aanvraag inhoudelijk te kunnen beoordelen ook daadwerkelijk aanwezig zijn. Als dat niet zo is wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld om de aanvullende gegevens alsnog in te dienen. De standaard termijn die hiervoor gehanteerd wordt is vier weken, maar in voorkomende gevallen kan ook een andere (redelijke) termijn worden afgesproken. Als voor de realisatie van een bouwplan of project moet worden afgeweken van het omgevingsplan, kan sprake zijn van nadeelcompensatie voor derden.
Bij de vergunningenprocedures wordt in beginsel een schadevergoedingsovereenkomst zoals beschreven in artikel 13.3c van de Omgevingswet afgesloten tussen de gemeente Zeist en de aanvrager. Buiten behandeling laten Uitgangspunt bij een aanvraag is dat de onderzoekverplichting ligt bij de aanvrager. Indien nodig levert de aanvrager de benodigde rapporten aan en voert onderzoek uit om aan te tonen dat voldaan kan worden aan de eisen en normen ten aanzien van de verschillende aspecten. Als een aanvraag niet compleet is, wordt de aanvrager eenmaal in de gelegenheid gesteld om de aanvraag aan te vullen. Als de aanvrager geen gebruik maakt van deze gelegenheid, of als de aanvullingen niet voldoende zijn, dan wordt de aanvraag buiten behandeling gelaten. Wel proberen wij ons, afhankelijk van de aard en omvang van de aanvullingen, dienstverlenend op te stellen in de ruimte die wij aanvragers geven om deze aan te leveren. Tegen het besluit om de aanvraag buiten behandeling te laten staat bezwaar en beroep open. Toetsing bouwactiviteit Met de Omgevingswet wordt het bouwen van een bouwwerk gescheiden in een technisch en ruimtelijk deel. Dat levert 2 activiteiten op: de bouwactiviteit en de omgevingsplanactiviteit bouwen. Deze scheiding noemen we 'de knip'. Uitvoering- en handhavingsstrategie Gemeente Zeist 2024 – 2028
15/41
De (technische) bouwactiviteit gaat over de toets van een aanvraag aan de regels voor de technische bouwkwaliteit uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), bijvoorbeeld de constructieve veiligheid van een bouwwerk. Door de knip wordt de aanwijzing van vergunningsvrije bouwwerken voor de technische bouwactiviteiten vervangen door het Besluit bouwwerken leefomgeving. Onder de Omgevingswet wijst het Rijk vergunningplichtige en meldingplichtige technische bouwactiviteiten aan in dit besluit. De toets van het bouwen van een bouwwerk voor het ruimtelijk bouwen, in stand houden en gebruiken van een bouwwerk aan het omgevingsplan noemen we een omgevingsplanactiviteit bouwen. Voorbeelden zijn de bouwhoogte en het bebouwingspercentage. Maar ook regels over het uiterlijk van een bouwwerk (welstand) en de functietoedeling in het omgevingsplan. Met deze knip zal ‘het bouwen van een bouwwerk’ dus moeten worden getoetst aan twee verschillende soorten regels. Enerzijds aan de bouwtechnische regels, gesteld in de hoofdstukken 4 en 5 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, en anderzijds aan de regels die de gemeente heeft opgenomen in het omgevingsplan. In artikel 5.1 lid 2 onder a van de Omgevingswet vinden we de activiteit bouwen. In dit lid 2 staat dat voor de bouwactiviteit een omgevingsvergunning nodig is voor zover het gaat om een bij AMvB aangewezen geval.
Dit houdt in dat een bouwactiviteit pas vergunningplichtig is als deze specifiek is genoemd in deze AMvB, namelijk het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). In het Bbl staan de vergunningplichtige gevallen bouwactiviteit. Een voorbeeld hiervan is artikel 2.25 Bbl, waar is bepaald dat een bouwwerk met een dak vergunningplichtig is als het aan één van de volgende voorwaarden voldoet; ▪ niet op de grond staat; ▪ hoger is dan 5 meter; ▪ bij meer dan één bouwlaag is voorzien van een verblijfsgebied op die tweede bouwlaag of hoger; ▪ is voorzien van een dakterras balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte of ▪ als gevolg van de bouwactiviteit dit bouwwerk een hoofdgebouw wordt. Wat hier direct opvalt is dat hier niet meer wordt gekeken naar de plaats van het bouwwerk. Dit speelde onder de Wabo wel een rol: een erker aan de voorkant is onder de Wabo (ook voor de technische aspecten) vergunningplichtig, terwijl een grote uitbouw van 4 meter diep dat niet is. En hiermee komen wij ook direct bij de belangrijkste reden voor de knip. Voor de bouwactiviteit wordt onder de Omgevingswet uitsluitend gekeken naar de bouwtechnische risico’s van de bouwactiviteit, en niet meer naar de plaats van de bouwactiviteit.
Voldoet het initiatief aan de voorschriften uit het Bbl om zonder vergunning voor de activiteit bouwen te mogen worden gerealiseerd, dan maakt het voor die bouwtechnische kant van de knip niet uit of het aan voor- of achterkant van een gebouw, in een weiland of zelfs in de openbare ruimte wordt gebouwd. Of het initiatief wel of niet op die plek mag worden gebouwd, wordt bepaald aan de andere kant van de knip, namelijk op basis van de omgevingsplanactiviteit. Zo worden met de invoering van de knip direct veel meer bouwwerken bouwtechnisch vergunningvrij dan nu het geval is. Of een bouwactiviteit met of zonder vergunning voor de activiteit bouwen kan worden gerealiseerd, staat in het Bbl. Indien een aanvraag voor een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit in gevolgklasse 2/3, toetsen wij de aanvraag aan het Besluit bouwwerken leefomgeving. De bouwmelding Naast de categorie bouwwerken die op grond van het Bbl vergunningvrij worden, wordt bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de voorgestelde gelijktijdige inwerkingtreding van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (onderdeel van de Omgevingswet) ook een categorie bouwwerken meldingplichtig. Dit geldt uitsluitend voor de bouwtechnische kant van de knip: bouwwerken in de zogeheten gevolgklasse 1 die zijn beschreven in artikel 2:17 Bbl. Het gaat hier bijvoorbeeld om
Uitvoering- en handhavingsstrategie Gemeente Zeist 2024 – 2028
16/41
grondgebonden woningen, agrarische bebouwing, industriegebouwen of bouwwerken geen gebouw zijnde tot 20 meter hoog. Deze categorie bouwactiviteiten worden meldingplichtig, en deze melding moet worden gedaan minimaal vier weken voordat de initiatiefnemer wil starten met de bouw. Als indieningsvereisten voor deze melding gelden onder andere het aangeven wie de kwaliteitsborger is en met welk instrument de kwaliteitsborging wordt uitgevoerd. Maar ook een risicobeoordeling en een borgingsplan moeten bij deze melding worden ingediend. De omgevingsplanactiviteit Aan de andere kant van de knip gaat het niet over het bouwtechnische risico, maar over de impact van het initiatief op zijn omgeving. We spreken dan over de omgevingsplanactiviteit, waarbij het om de volgende activiteiten gaat: ▪ Omgevingsplanactiviteit bouwen: Een omgevingsplanactiviteit bouwen wordt getoetst aan het omgevingsplan. Hierin wordt verplicht om het bouwplan te beoordelen aan het omgevingsplan, welstand en bodemonderzoek. ▪ Omgevingsplan activiteit maken of veranderen van een uitweg: Een aanvraag voor een omgevingsplanactiviteit voor de aanleg van een in- of uitrit wordt op grond van het omgevingsplan getoetst aan de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). De APV is nog niet overgenomen in het omgevingsplan.
Op basis van artikel 22.8 Omgevingswet wordt overgangsrecht gegeven om de beoordelingsregels in de APV te gebruiken voor de vergunningsplichtige activiteiten. ▪ Omgevingsplanactiviteit vellen van houtopstand: Een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor de activiteit kappen wordt op grond van de Wabo getoetst aan de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Op basis van artikel 22.8 Omgevingswet wordt overgangsrecht gegeven om de beoordelingsregels in de APV te gebruiken voor de vergunningsplichtige activiteiten. ▪ Omgevingsplanactiviteit werk en/of werkzaamheden uitvoeren geen gebouw zijnde: Een aanvraag om een omgevingsvergunning voor aanlegwerkzaamheden zoals graven, slopen, bestraten, aanleggen van verhardingen, rioleringen/drainagesystemen wordt getoetst aan de regels uit het omgevingsplan Op basis van artikel 22.1 Omgevingswet wordt overgangsrecht gegeven om de beoordelingsregels in het omgevingsplan (bestemmingsplan) te gebruiken voor de vergunningsplichtige activiteiten. ▪ Omgevingsplanactiviteit gemeentelijk monument: Een aanvraag om omgevingsvergunning voor werkzaamheden aan monumenten wordt op grond van de Omgevingswet getoetst aan de Erfgoedverordening. Bouwactiviteiten aan een monument is ook van toepassing en wordt getoetst aan het Besluit bouwwerken leefomgeving.
Een belangrijk uitgangspunt bij monumenten is dat technische eisen geen afbreuk mogen doen aan het monumentale karakter. In geval van monumenten kan van de eisen van het Besluit bouwwerken leefomgeving afgeweken worden, behalve als het gaat om de eisen op het gebied van brandveiligheid of constructieve veiligheid. De vergunningplicht voor restauraties en renovaties is opgenomen in de Omgevingswet. De gemeente Zeist heeft de plicht voor een omgevingsvergunning middels een erfgoedverordening ook van toepassing verklaard op de aangewezen monumenten. ▪ Omgevingsplan activiteit binnenplans afwijken van het tijdelijk deel van het omgevingsplan: Het bestemmingsplan van voor de Omgevingswet valt onder het overgangsrecht van de Omgevingswet. Deze worden dus omgevingsplannen, tijdelijk tot ze zijn verwerkt in het omgevingsplan. In de ‘bestemmingsplannen’ zijn binnenplanse afwijkingen mogelijk gemaakt. Deze binnenplanse afwijkingen worden in het tijdelijke omgevingsplan van het rijk (bruidschat) aangewezen als omgevingsplanactiviteit. ▪ Buitenplanse omgevingsplanactriviteit (bopa): Een bopa moet bestaan uit een concrete activiteit en wordt beoordeeld aan de hand van een evenwichtige toedeling van locaties aan functies en de instructieregels als gesteld in hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving.
Bij activiteiten die in strijd zijn met het tijdelijk deel van het omgevingsplan, dient een beoordeling ten aanzien van dit binnenplans afwijken uitgevoerd te worden. Indien een aanvraag niet past binnen de
Uitvoering- en handhavingsstrategie Gemeente Zeist 2024 – 2028
17/41
regels van een omgevingsplan, wordt de aanvraag aangemerkt als buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Weigering In artikel 5.20 en 5.21 van de Omgevingswet wordt aangegeven in welke situaties een aangevraagde omgevingsplanactiviteit bouwen of een bouwactiviteit geweigerd wordt. Dit geldt onder meer als de activiteit in strijd is met het tijdelijk deel van het omgevingsplan of in strijd is met het Besluit bouwwerken leefomgeving. Ook het ontbreken van een schadevergoedingsovereenkomst (artikel 13.3c, Omgevingswet) of een negatief welstandsadvies kunnen redenen zijn om een vergunning te weigeren. Voor zover de aanvraag betrekking heeft op meer dan één activiteit, wordt op grond waarvan voor een deel van die activiteiten de omgevingsvergunning moet worden geweigerd, wordt de vergunning alleen geweigerd voor die activiteiten en voor de overige activiteiten verleend. In afwijking hiervan wordt de omgevingsvergunning in haar geheel geweigerd op verzoek of met instemming van de aanvrager.