CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB23.104 Concept Parkeerbeleidsnotga en concept reactienota participatie

Vragenuur Lijst ingekomen stukken 26 september 2023, gemeente ZeistBij agendapunt: C-Raadsinformatiebrieven36.323 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Parkeerbeleidsnota Zeist deel B

17/47

5.1.2

Mobiliteitscorrectie 2: Inzet van deelmobiliteit

Deelmobiliteit is belangrijk om Zeist leefbaar en bereikbaar te houden, zeker gezien de groei van onze gemeente. Als bewoners auto’s delen, zijn minder parkeerplaatsen nodig. Dat geeft ruimte om bij bouwontwikkelingen een correctiefactor toe te passen op de parkeereis wanneer deelmobiliteit wordt ingezet. De correctie geldt standaard alleen voor woonfuncties en wordt berekend over het bewonersdeel van de parkeereis. De inzet van deelmobiliteit heeft geen effect op de parkeervraag van bezoekers van bewoners. Omgevingsfactoren bepalen de kans op succes van deelmobiliteit Deelmobiliteit is vooral een goed alternatief voor incidentele verplaatsingen. Het bezit van een eigen auto is dan geen voorwaarde. Wanneer de auto nodig is voor de dagelijkse verplaatsingen (zoals woon-werkverkeer), ligt een deelauto minder voor de hand. Als de dagelijkse verplaatsingen ook zonder auto te maken zijn, is de deelauto wél een goede optie. Korte dagelijkse verplaatsingen zijn vaak op de fiets of zelfs lopend te doen. Voor langere verplaatsingen is het openbaar vervoer het enige concurrerende alternatief. Daarom houden we bij de mobiliteitscorrectie voor deelmobiliteit rekening met de nabijheid van OV-knooppunten. Ook betaald parkeren vergroot de kans op succes van deelmobiliteit. Wanneer het duurder wordt voor bewoners om de auto te parkeren, zal de belangstelling voor deelmobiliteit toenemen.

Tegelijkertijd is de omgeving beschermd tegen parkeeroverlast. Ook dit wegen we mee bij het bepalen van de hoogte van de mobilteitscorrectie bij de inzet van deelmobiliteit.

Correctiefactoren deelmobiliteit Het effect van deelmobiliteit op de parkeervraag is afhankelijk van een aantal omgevingsfactoren. Deze hebben invloed op het aantal eigen auto’s dat (potentieel) gecompenseerd wordt door de inzet van deelmobiliteit. De aanwezigheid van voldoende alternatieven voor het maken van dagelijkse verplaatsingen (autoafhankelijkheid) én de aanwezigheid van betaald parkeren rondom de bouwontwikkeling zijn bepalend voor hoe hoog de correctiefactoren voor deelmobiliteit zijn op verschillende locaties in Zeist. Hierbij maken we onderscheid in drie categorieën, met elk een eigen correctiefactor van de parkeereis bij de inzet van deelmobiliteit. Het opstellen van een deelmobiliteitsplan is een voorwaarde voor het toepassen van deze correctiefactor. Parkeergebieden

Maximale korting op parkeervraag bewoners (alleen eigen gebruik) bij inzet van deelmobiliteit

Bouwontwikkelingen in gebied met betaald parkeren

20%

Bouwontwikkelingen binnen 400 meter loopafstand van Station Den Dolder en Driebergen-Zeist

20%

Bouwontwikkelingen in de rest van Zeist

10%

Tabel 4. Maximale correctiefactoren voor inzet van deelmobiliteit

Parkeerbeleidsnota Zeist deel B

18/47

Deelmobiliteitsplan als voorwaarde voor ‘mobiliteitskorting’ deelmobiliteit Naast de omgevingsfactoren is de manier waarop deelmobiliteit wordt aangeboden bepalend voor het succes. Het aanbod van deelmobiliteit moet aantrekkelijk zijn voor zoveel mogelijk nieuwe bewoners, zodat zij ook echt besluiten geen eigen auto te hebben. Een voorwaarde voor het toepassen van een mobiliteitscorrectie bij de inzet van deelmobiliteit is het opstellen van een deelmobiliteitsplan door de initiatiefnemer. Dit plan geeft aan op welke manier deelmobiliteit wordt ingericht bij de bouwontwikkeling. Het deelmobiliteitsplan bestaat minimaal uit de volgende elementen:  

 

 

Er wordt minstens één deelauto aangeboden per 25 woningen. Het aanbod moet daarbij minimaal uit twee deelauto’s bestaan. Aangetoond moet worden dat er een mate van beschikbaarheidsgarantie voor de bewoners is. Met andere woorden: als alle deelauto’s zijn afgenomen of vooraf gereserveerd, moeten er extra deelauto’s kunnen worden aangeboden om tijdens piekmomenten ook in de behoefte te voorzien. Er worden bij voorkeur (geen verplichting) diverse soorten deelmobiliteit aangeboden. Een aanbod van andere vormen van deelmobiliteit, zoals e-scooters, e-bakfietsen, speedpedelecs, etc, is in overleg met (toekomstige) bewoners te bepalen. Bij voorkeur (geen verplichting) hebben bewoners ook de mogelijkheid om een busje of ander type auto te kunnen afnemen, bijvoorbeeld voor het vervoeren van grotere/zwaardere spullen en het meenemen van meerdere personen. Met een financiële paragraaf wordt aangetoond hoe de kosten voor de deelmobiliteit worden doorberekend aan bewoners. Een investeringsbedrag van de initiatiefnemer of het verweven van bepaalde vaste kosten in de VVE-bijdrage, zorgen voor lagere gebruikskosten, wat het gebruiken van deelmobiliteit aantrekkelijker maakt. Het mobiliteitsplan bevat ook een communicatie-/marketingparagraaf. Hierin staat tenminste beschreven hoe nieuwe bewoners worden geïnformeerd over het aanbod van deelmobiliteit.

De bewoners worden bij voorkeur ook vooraf ondervraagd over hun behoefte aan deelmobiliteit. Daarnaast vindt jaarlijkse een evaluatie plaats onder de bewoners. Als gevolg van deze evaluatie kan het aanbod van deelmobiliteit worden bijgesteld. Daarbij wordt het aanbod deelmobiliteit in het kader van de stimulering de eerste 3 jaar niet gereduceerd. De evaluatie wordt als rapportage samen met de gebruikscijfers ook jaarlijkse gedeeld met de gemeente Zeist. Het deelmobiliteitsconcept moet beschikbaar zijn vanaf het moment dat de eerste woningen binnen de bouwontwikkeling worden opgeleverd.

Het is aan de gemeente Zeist om het deelmobiliteitsplan te toetsen en hierop akkoord te geven. Mobiliteitscorrectie voor niet-woonfuncties is maatwerk Door het bieden en stimuleren van alternatieve mobiliteit kunnen ook niet-woonfuncties, zoals bedrijven, scholen of instellingen, de parkeervraag van medewerkers beïnvloeden. Hier is een mobiliteitscorrectie mogelijk op de parkeervraag van vaste gebruikers op basis van een objectieve onderbouwing. Zo’n onderbouwing bestaat minimaal uit cijfers met betrekking tot het autobezit en/of gebruik van de beoogde gebruikersgroepen van een functie en uit resultaten uit referentieprojecten waarin vergelijkbare maatregelen zijn genomen. Het is aan de gemeente Zeist om te bepalen of een mobiliteitscorrectie voor niet-woonfuncties wordt toegestaan.

Parkeerbeleidsnota Zeist deel B

19/47

Parkeerplaatsen voor deelmobiliteit bij toepassing mobiliteitskorting Om te voorkomen dat er te weinig parkeerplaatsen worden gereserveerd voor deelmobiliteit is het uitgangspunt dat voor alle aangeboden deelauto’s (en eventueel aanvullende deeltweewielers) ook een parkeerplaats wordt gereserveerd op eigen terrein. Deze parkeerplaatsen voor deelmobiliteit tellen we op bij de parkeereis. Parkeerplaatsen voor deelauto’s worden niet meegeteld in het dubbelgebruik van parkeerplaatsen. Resultaat: Op de (resterende) normatieve parkeervraag van de bouwontwikkeling zijn optioneel één of meerdere mobiliteitscorrectie(s) toegepast.

Parkeerbeleidsnota Zeist deel B

20/47

6

Het invullen van de parkeervraag

Op basis van de vorige hoofdstukken is de parkeervraag van de bouwontwikkeling bepaald, waarbij de parkeervraag voor auto’s mogelijk is gereduceerd door het toepassen van een mobiliteitscorrectie. De parkeervraag vertalen we via een aantal stappen naar de parkeereis: het aantal auto- en fietsparkeerplaatsen dat fysiek beschikbaar moet zijn. Het uitgangspunt daarbij is dat de parkeereis volledig op eigen terrein gerealiseerd wordt. Figuur 3. Invullen van de parkeervraag: hoe en waar zijn parkeerplaatsen beschikbaar?

Benutten Oplossen van pp in van Toepasse gemeentel Benutten parkeren n ijke of van pp in op eigen maatwerk 6.1 Randvoorwaarden voor het invullen openbare van de parkeervraag particulier terrein als waar het e voor het invullen vanruimte Hierna volgt een aantal randvoorwaarden de parkeervraag voor automoet en fiets. uitgangsp voorzienin unt gen

6.1.1

Maximaal acceptabele loopafstanden

Voorwaarde is dat de parkeerplaatsen die worden ingezet voor een bouwontwikkeling op acceptabele loopafstand liggen. Hierbij gelden de maximale loopafstanden zoals opgenomen in bijlage 4.

6.1.2

Dubbelgebruik van parkeerplaatsen

Soms worden in een bouwontwikkeling verschillende functies gecombineerd. Niet alle functies hebben op hetzelfde moment van de dag of week hun maximale parkeervraag. Dat betekent dat parkeerplaatsen door verschillende gebruikersgroepen dubbel te gebruiken zijn. Vaak kan de parkeereis daardoor naar beneden worden bijgesteld. Om de mogelijkheden voor dubbelgebruik te bepalen worden de aanwezigheidspercentages gebruikt, zoals opgenomen in bijlage 5. Dubbelgebruik is van toepassing op zowel fiets- als autoparkeren. Voor alle parkeerplaatsen die onderdeel zijn van de parkeeroplossing moet in beeld worden gebracht welke gebruikersgroepen daar zullen parkeren en of dubbelgebruik van deze parkeerplaatsen mogelijk is. Het dagdeel waarop alle functies die gebruik maken van dezelfde parkeerplaatsen samen de hoogste parkeervraag hebben (het maatgevende moment), is bepalend voor het vaststellen van de parkeereis. Dubbelgebruik is alleen mogelijk als de parkeerplaatsen toegankelijk zijn voor de verschillende gebruikersgroepen. Parkeerplaatsen die exclusief voor één gebruikersgroep zijn gereserveerd (zoals vaste parkeerplaatsen voor bewoners, gehandicaptenparkeerplaatsen, artsenparkeerplaatsen, etc.) horen hier dus niet bij..

6.1.3

Voldoen aan minimale kwaliteitseisen voor parkeerplaatsen

De parkeerplaatsen die onderdeel zijn van de parkeeroplossing moeten voldoen aan een aantal minimale kwaliteitseisen. Dat gaat onder andere over de toegankelijkheid, beschikbaarheid en afmeting van parkeerplaatsen. In hoofdstuk 7 beschrijven we wat onze minimale kwaliteitseisen zijn voor auto- en fietsparkeerplaatsen.

Parkeerbeleidsnota Zeist deel B

21/47

6.2

Parkeren op eigen terrein als uitgangspunt

Bij elke bouwontwikkeling in Zeist moeten voldoende parkeerplaatsen voor auto's en fietsen gerealiseerd worden volgens de parkeernormen uit deze Nota Parkeernormen. Het uitgangspunt is dat deze parkeerplaatsen op eigen terrein moeten liggen. Dit geldt zowel voor de parkeerplaatsen voor vaste gebruikers (bewoners, medewerkers, etc.) als voor bezoekers. Als er door de bouwontwikkeling parkeerplaatsen verdwijnen op eigen terrein of in de openbare ruimte, dan moet het ‘verlies’ aan parkeerplaatsen worden gecompenseerd. Het aantal parkeerplaatsen dat verdwijnt door de bouwontwikkeling, wordt dan opgeteld bij de parkeereis.

Wat is parkeren op eigen terrein? Het parkeren moet worden opgelost op het terrein waarop de bouwontwikkeling wordt gerealiseerd. Ook parkeerplaatsen die binnen loopafstand extra worden aangelegd en volledig worden betaald door de initiatiefnemer, worden gelijkgesteld aan parkeerplaatsen op eigen terrein. Vooral in gebiedsontwikkelingen worden vaak nieuwe parkeerplaatsen gemaakt die, nadat de ontwikkeling is voltooid, tot de openbare parkeercapaciteit behoren. Binnen dit stappenplan worden ook deze parkeerplaatsen als parkeerplaatsen op eigen terrein gezien.

6.2.1. Vrijstelling oplossen bezoekersparkeren op eigen terrein in zone A In en rondom het centrum van Zeist (zone A) is een ruim aanbod van openbare parkeergarages en parkeerterreinen. De bestaande parkeercapaciteit in de parkeergarages en terreinen zetten we ook in voor het opvangen van de parkeervraag van bouwontwikkelingen in het centrum van Zeist. Bouwontwikkelingen in zone A zijn vrijgesteld van de parkeereis om het bezoekersparkeren van auto’s zelf te regelen. Het is hier dus niet verplicht om parkeerplaatsen voor bezoekers op eigen terrein te maken of ergens anders te kopen of huren. Bezoekers betalen voor het parkeren in de parkeergarages en op de parkeerterreinen het reguliere parkeertarief. Deze vrijstelling is van toepassing zolang blijkt dat de parkeerdruk in de gemeentelijke parkeervoorzieningen op een acceptabel niveau blijft (ter bepaling door het college van burgemeester en wethouders).

6.2.2. Omrekenfactor gebruik autoparkeerplaatsen op eigen terrein bij woningen In de praktijk blijkt dat bij woningen een deel van de parkeerplaatsen op eigen terrein niet wordt gebruikt. Dit kan ervoor zorgen dat auto’s van bewoners toch in de openbare ruimte worden geparkeerd en niet op eigen terrein. Dat zorgt onnodig voor een hogere parkeerdruk in de openbare ruimte. Voor de bepaling van de mate waarin parkeren op eigen terrein voor de functie wonen meetelt in het parkeeraanbod wordt de tabel uit bijlage 6 gebruikt. In de gebieden met betaald parkeren kunnen we ‘afdwingen’ dat niet wordt uitgeweken naar de openbare ruimte. Hier zijn deze omrekenfactoren daarom niet van toepassing en telt elke parkeerplaats volwaardig mee. Resultaat: het aantal parkeerplaatsen voor auto dat op eigen terrein beschikbaar wordt gesteld voor de bouwontwikkeling is bepaald.

Parkeerbeleidsnota Zeist deel B

22/47

6.3

Alternatieve parkeeroplossing

In sommige gevallen is het fysiek onmogelijk of onwenselijk om voldoende auto- of fietsparkeerplaatsen op eigen terrein te maken. In bepaalde situaties willen wij toestaan dat kan worden afgeweken van het uitgangspunt om op eigen terrein te moeten parkeren. Deze afwijkingsmogelijkheden zijn hieronder beschreven onder 6.3.1 en 6.3.2. Daarbij wordt eerst gekeken naar de optie om bestaande parkeerplaatsen in particuliere of gemeentelijke parkeervoorzieningen te benutten. Als dat geen reële mogelijkheid is, dan kan eventuele restcapaciteit van openbare parkeerplaatsen worden ingezet als onderdeel van de parkeeroplossing. Het college van burgemeester en wethouders van Zeist bepaalt of zo’n alternatieve oplossing mogelijk is. Is dat niet zo, dan moet de volledige parkeereis voor auto en fiets op eigen terrein worden ingevuld.

6.3.1. Gebruik van particuliere of gemeentelijke parkeervoorzieningen De eerste optie voor het vinden van een alternatieve parkeeroplossing buiten eigen terrein is het huren of kopen van bestaande autoparkeerplaatsen in gemeentelijke of particuliere parkeervoorzieningen. Voor het fietsparkeren is het gebruiken van particuliere parkeervoorzieningen geen optie. Gemeentelijke parkeervoorzieningen De autoparkeervraag kan worden opgelost door gebruik te maken van openbare parkeervoorzieningen (parkeergarages) van de gemeente Zeist. De optie om het parkeren van auto’s hier (gedeeltelijk) op te lossen, geldt zolang de bezetting van deze parkeerplaatsen (op maatgevende momenten) op een acceptabel niveau blijft. Dit is ter beoordeling aan de gemeente Zeist. Bij het gebruik van gemeentelijke parkeervoorzieningen worden abonnementen afgenomen bij de gemeente Zeist tegen het dan geldende tarief. Particuliere parkeervoorzieningen Wanneer autoparkeerplaatsen bij een andere partij dan de gemeente Zeist worden afgenomen, moet een koop- of huurcontract worden overlegd voor een periode van minimaal 10 jaar. Daarnaast moet de initiatiefnemer aantonen dat deze parkeerplaatsen ook daadwerkelijk beschikbaar zijn op maatgevende momenten met een rapportage over de bezetting van de parkeervoorziening (met dataanalyse of een parkeeronderzoek).

Het uitgangspunt is dat de bezetting van de particuliere parkeerplaatsen, inclusief de extra parkeervraag van de bouwontwikkeling, niet groter wordt dan 95%. Om te voorkomen dat dezelfde autoparkeerplaatsen voor meerdere bouwontwikkelingen worden ingezet, wordt een overzicht bijgehouden van toegekende verzoeken voor het gebruik van bestaande parkeerplaatsen in gemeentelijke- of particuliere parkeervoorzieningen. Resultaat: Het is inzichtelijk of een deel van de parkeereis kan worden opgelost door het gebruik van bestaande autoparkeerplaatsen in een gemeentelijke of particuliere parkeervoorziening.

Parkeerbeleidsnota Zeist deel B

23/47

6.3.2. Benutten van parkeerplaatsen in de openbare ruimte Het lukt niet altijd om de (volledige) parkeereis op te lossen op eigen terrein of door gebruik te maken van bestaande parkeerplaatsen in gemeentelijke of particuliere parkeervoorzieningen. Soms is het dan mogelijk om de auto- en/of fietsparkeereis (deels) in te vullen door gebruik te maken van bestaande parkeerplaatsen in de openbare ruimte. Daarbij heeft het de voorkeur om eerst het parkeren van bezoekers in de openbare ruimte op te lossen en pas daarna van vaste gebruikers, zoals bewoners of werknemers. Deze afwijkingsbevoegdheid willen we alleen gebruiken als aan de onderstaande voorwaarden wordt voldaan. De openbare parkeerplaatsen moeten op die momenten dat ze nodig zijn ook echt beschikbaar zijn. De gemeente Zeist beoordeelt op basis van een parkeeronderzoek of de parkeerplaatsen in de openbare ruimte geschikt en beschikbaar zijn om (een deel van) de parkeervraag in te vullen. Ons uitgangspunt is dat de bezetting van de openbare parkeerplaatsen, inclusief de extra parkeervraag van de bouwontwikkeling, niet boven de 85% komt. Na goedkeuring van de gemeente Zeist is het ook mogelijk nieuwe auto- of fietsparkeerplaatsen in de openbare ruimte te maken. Als deze parkeerplaatsen worden aangelegd voor de bouwontwikkeling, dan zijn de aanlegkosten voor rekening van de initiatiefnemer.

De aangelegde parkeerplaatsen zijn niet exclusief te gebruiken door de (bezoekers van) de initiatiefnemer. De gemaakte afspraken worden vastgelegd in een anterieure overeenkomst. Resultaat: Helder is of een deel van de parkeereis kan worden opgelost door het gebruik van bestaande (of nieuw aan te leggen) autoparkeerplaatsen in de openbare ruimte.

Eisen aan parkeeronderzoek Om inzicht te krijgen in de bezettingsgraad van bestaande parkeerplaatsen is een parkeeronderzoek nodig. Zo’n parkeeronderzoek moet door en voor rekening van de initiatiefnemer worden uitgevoerd. De methodiek die in het parkeeronderzoek wordt toegepast (het meten van parkeercapaciteit en parkeerbezetting) moet door de gemeente Zeist zijn goedgekeurd. Hierbij hanteren we de volgende minimale eisen:    

Een parkeeronderzoek wordt door een onafhankelijk bureau uitgevoerd; Het parkeeronderzoek moet representatief zijn, waarbij rekening wordt gehouden met werkzaamheden, vakantieperiodes, etc. Het onderzoeksgebied wordt begrensd door de maximaal acceptabele loopafstand die in de parkeerzone geldt voor de functies die onderdeel zijn van de bouwontwikkeling (zie bijlage 4); Er wordt in twee verschillende weken gemeten op de maatgevende dagen en dagdelen op basis van aanwezigheidspercentages (zie bijlage 5).

Parkeerbeleidsnota Zeist deel B

24/47

6.4

Wat als parkeren niet kan worden opgelost?

De werkelijkheid van het parkeren is soms weerbarstiger dan de theorie. Het kan voorkomen dat de parkeereis niet (volledig) kan worden ingevuld. Ook niet met een alternatief voor het parkeren op eigen terrein. Dit kan bijvoorbeeld komen door een gebrek aan fysieke ruimte óf financiële middelen om fiets- en/of autoparkeerplaatsen te realiseren of te benutten. In eerste instantie is het dan aan de initiatiefnemer om een oplossing te zoeken. Bijvoorbeeld door het bijstellen of aanpassen van het bouwprogramma, zodat wel aan de parkeereis kan worden voldaan. Lukt het de initiatiefnemer zelf niet om een oplossing te vinden, dan is maatwerk mogelijk met een goede onderbouwing. Op basis daarvan kan het college van burgemeester en wethouders van Zeist in zeer uitzonderlijke gevallen een besluit nemen om (gedeeltelijke) afwijking van de parkeereis toe te staan door toepassing van de hardheidsclausule. Zonder maatwerk is het niet voldoen aan de parkeereis een weigeringsgrond voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning.

Parkeerbeleidsnota Zeist deel B

25/47

7

Kwaliteit van de parkeeroplossing

Bij parkeernormen denkt vrijwel iedereen aan kwantiteit: de aantallen benodigde parkeerplaatsen voor fietsen en auto’s. Het heeft alleen weinig zin om parkeerplaatsen te maken als die onvoldoende toegankelijk zijn of om andere redenen niet worden gebruikt. Om te zorgen dat parkeerplaatsen in de praktijk beschikbaar zijn en gebruikt worden, stellen we ook eisen aan de kwaliteit van de parkeeroplossing voor de auto en fiets.

7.1

Kwaliteitseisen voor fietsparkeren

Het gebruik van fietsparkeerplaatsen hangt sterk af van de kwaliteit, de bruikbaarheid en het comfort daarvan. Ook de routing, de sociale veiligheid en de afmeting van de fietsparkeerplaatsen beïnvloeden het gebruik. Bij fietsparkeervoorzieningen met een ondermaatse kwaliteit worden fietsen in de praktijk niet op de juiste manier geparkeerd of wordt de fietsenstalling helemaal niet gebruikt. De gemeente Zeist hanteert kwaliteitseisen voor fietsparkeren om te waarborgen dat de fietsparkeerplaatsen die voor een bouwontwikkeling worden aangelegd van voldoende kwaliteit zijn (zie bijlage 7). In de kwaliteitseisen voor het fietsparkeren is speciale aandacht voor fietsen met afwijkende maten. Ook brom- en snorfietsen, bakfietsen en scootmobielen moeten op een goede manier kunnen worden geparkeerd. Naast reguliere fietsparkeerplaatsen gelden aanvullende eisen voor fietsparkeerplaatsen met een afwijkende maatvoering: 

7.1.1

Minimaal 5% van de fietsparkeerplaatsen is geschikt voor brom- en snorfietsen, scootmobielen, bakfietsen of andere soorten fietsen met sterk afwijkende maten (vakken minimaal 100 cm breed). Minimaal 50% van de fietsparkeerplaatsen is geschikt voor fietsen die niet in een standaard fietsenrek passen (hart-op-hart afstand minimaal 50 cm).

Aanleg van laadinfrastructuur voor elektrische tweewielers

Naast de elektrische auto is ook het aantal elektrische fietsen of elektrische brom- en snorfietsen de afgelopen jaren sterk gestegen. Het is een voorwaarde om in een fietsparkeervoorziening laadinfrastructuur aan te brengen zodat elektrische tweewielers een accu kunnen opladen.

7.2

Kwaliteitseisen voor autoparkeren

Een autoparkeerplaats met te krappe afmetingen zal in de praktijk niet goed worden gebruikt. De kwaliteit van parkeerplaatsen wordt beoordeeld op basis van de volgende publicaties:  

7.2.1

Voor parkeerplaatsen op parkeerterreinen en in parkeergarages: NEN 2443, Parkeren en stallen van personenauto's op terreinen en in parkeergarages of de opvolger daarvan. Voor parkeerplaatsen in de openbare ruimte: ASVV 2021, Aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom of de opvolger daarvan.

Aanleg van algemene gehandicaptenparkeerplaatsen

Het is belangrijk dat iedereen zo zelfstandig mogelijk kan meedoen in Zeist. Om mensen met een beperking in hun mobiliteitsbehoefte te ondersteunen, zorgen we bij bouwontwikkelingen voor voldoende algemene gehandicaptenparkeerplaatsen. Hierbij sluiten we aan bij de landelijke richtlijnen op dit thema. Voor bouwontwikkelingen waarin publieke functies (functies waarvan de parkeervraag voor meer dan 50% bestaat uit parkeerplaatsen voor bezoekers van die functie) worden gerealiseerd, moet minimaal 2% van de parkeerplaatsen worden uitgevoerd als algemene gehandicaptenparkeerplaats. Waarbij tenminste 1 algemene gehandicaptenparkeerplaats beschikbaar moet zijn. De algemene gehandicaptenparkeerplaatsen moeten zo dicht mogelijk bij de ingang aangelegd worden, maar sowieso binnen een loopafstand van maximaal 100 meter liggen. Parkeerbeleidsnota Zeist deel B

26/47

7.2.2

Aanleg van laadinfrastructuur voor auto’s

Vanwege de groei van elektrische en hybride auto’s is het belangrijk dat er voldoende laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen beschikbaar is in Zeist. Daarbij gelden verschillende voorwaarden voor laadinfrastructuur op eigen terrein en in de openbare ruimte: 

Parkeerplaatsen op eigen terrein bij bouwontwikkelingen moeten volgens landelijke wet- en regelgeving (Bouwbesluit 2012), voorbereid zijn op de plaatsing en aansluiting van laadvoorzieningen voor elektrische voertuigen. Deze wettelijke eisen zijn passend voor het ambitieniveau van de gemeente Zeist rondom het stimuleren van duurzaam en schoon vervoer. Om te zorgen voor een dekkend netwerk van publieke elektrische laadinfrastructuur, neemt Zeist deel aan een raamovereenkomst voor het plaatsen van laadpalen in de openbare ruimte bij gebiedsontwikkelingen. Het gaat om gebiedsontwikkelingen waarin minimaal 30 nieuwe woningen worden gerealiseerd. Daarbij wordt minstens 2,5% van de openbare parkeerplaatsen voorzien van een publiek oplaadpunt (jaargang 2023). Gezien de groei van elektrisch rijden wordt dat percentage elk jaar verhoogd met 0,5%. Er worden bij deze bouwontwikkelingen ook voorbereidingen getroffen om het aantal publieke laadpalen in de toekomst verder op te kunnen schalen.

Parkeerbeleidsnota Zeist deel B

27/47

8

Borgen van de parkeeroplossing

Het is belangrijk dat alle afspraken die gemaakt worden tussen de gemeente en initiatiefnemers over het parkeren op de juiste manier worden geborgd. Zo kunnen initiatiefnemers en hun rechtsopvolger(s) aan de parkeeroplossing worden gehouden. Dit geeft ons de mogelijkheid om altijd te kunnen controleren of de parkeeroplossing wordt gebruikt zoals is afgesproken.

8.1

Juridische borging: parkeren ook in de toekomst goed geregeld

De gemeente Zeist maakt voor de juridische borging van de parkeeroplossing bij een bouwontwikkeling gebruik van de omgevingsvergunning en in sommige gevallen van een privaatrechtelijke overeenkomst.

8.1.1

Vastlegging in de omgevingsvergunning

In de omgevingsvergunning wordt zo concreet mogelijk opgenomen (zowel kwantitatief als kwalitatief) welke parkeereis wordt opgelegd aan een bouwontwikkeling. De volgende onderdelen worden minimaal vastgelegd over het onderdeel parkeren:      

8.1.2

Het aantal te realiseren auto- en fietsparkeerplaatsen; De parkeerlocatie(s) waar de parkeerplaatsen beschikbaar worden gesteld; Hoe de fysieke toegankelijkheid van parkeerplaatsen door de verschillende gebruikersgroepen is geregeld; De toepassing van eventuele mobiliteitscorrectie op de autoparkeervraag; Op welke manier is voorzien in een aanbod van deelmobiliteit op eigen terrein (indien van toepassing); Beperking voor uitgifte van auto parkeervergunningen.

Vastlegging van privaatrechtelijke afspraken

Wanneer de parkeereis bij een bouwontwikkeling (deels) wordt opgelost door het huren of kopen van particuliere parkeerplaatsen, dan moet een overeenkomst worden afgesloten tussen initiatiefnemer en de eigenaar van de betreffende particuliere parkeerplaatsen. Het is belangrijk dat met een kettingbeding de afspraken over het gebruik en onderhoud van private parkeerplaatsen goed worden doorgelegd, ongeacht de eigendomssituatie. Zo is een overeenkomst die eerder gesloten is tussen de initiatiefnemer en een eigenaar van particuliere parkeerplaatsen, ook voor een volgende eigenaar bindend. Wanneer bestaande particuliere parkeerplaatsen buiten het eigen terrein worden ingezet voor het (gedeeltelijk) oplossen van de parkeervraag moet – vóór het verlenen van de omgevingsvergunning een koop- of huurcontract worden overlegd met daarin minimaal aangegeven:     

De locaties(s) van de parkeerplaatsen; Het gebruik van het aantal parkeerplaatsen; De daarbij behorende gebruikstijden; De termijn (een periode van minimaal 10 jaar); De mate van kettingbeding.

Als gebruik wordt gemaakt van een mobiliteitscorrectie, dan is de aanbieder verplicht om via kettingbeding in de huur- of koopovereenkomst aan te geven dat er bij de bouwontwikkeling deelmobiliteit wordt aangeboden en de parkeereis hierdoor naar beneden is bijgesteld.

Parkeerbeleidsnota Zeist deel B

28/47

8.2

Beperkt recht op parkeervergunning helder vastgelegd

Het uitgangspunt is dat bouwontwikkelingen in Zeist de parkeervraag op eigen terrein faciliteren. Voor adressen die beschikken over parkeerplaatsen op eigen terrein óf over parkeerplaatsen in gemeentelijke of particuliere parkeervoorzieningen (openbaar/particulier) geldt de BROP-regeling. Dit staat voor ‘Beperkt Recht Op Parkeervergunning’. Adressen waarvoor deze regeling geldt komen niet of verminderd in aanmerking voor parkeervergunningen voor het parkeren in de openbare ruimte. Dit wordt op huisnummerniveau vastgelegd. Zo verminderen we het ruimtebeslag van parkeren in de openbare ruimte. De BROP-regeling geldt voor alle bouwontwikkelingen in Zeist, ongeacht of een ontwikkellocatie in gereguleerd gebied ligt of daarbuiten. Uitzondering voor uitgeven van auto parkeervergunningen Een uitzondering voor het toepassen van de ‘BROP-regeling’ zijn situaties waarin het autoparkeren van bouwontwikkelingen (gedeeltelijk) in de openbare ruimte is opgelost. In dat geval kan een bouwontwikkeling wel recht hebben op een (beperkt) aantal parkeervergunningen, bijvoorbeeld als er in de bestaande situatie al in de openbare ruimte werd geparkeerd of de gemeente Zeist akkoord is gegaan met het benutten van openbare parkeerplaatsen omdat er voldoende ruimte op straat beschikbaar is.

8.3

Communicatie naar de eindgebruiker

Het is enorm belangrijk dat iedere koper of huurder als eindgebruiker op de hoogte is van de afspraken die over het parkeren zijn gemaakt voor een bouwontwikkeling. De afspraken moeten daarom actief gecommuniceerd worden in koop- en huurcontracten, verkoopbrochures en andere te gebruiken communicatiekanalen. De initiatiefnemer is verplicht om toekomstige gebruikers, verhuurders en eventuele tussenpersonen zoals makelaars, vooraf voldoende te informeren over de (on)mogelijkheid om parkeervergunningen aan te vragen. Hiervoor wordt een clausule opgenomen in de omgevingsvergunning en/of privaatrechtelijke overeenkomst.

Parkeerbeleidsnota Zeist deel B

29/47

Bijlage 1. Definities Om duidelijkheid te creëren volgt hierbij een lijst met definities van gebruikte begrippen in deze Nota Parkeernormen Zeist:

Begrip

Definitie

Aanwezigheidspercentages

De aanwezigheidspercentages, zoals opgenomen in bijlage 5, waarmee kan worden bepaald welk aandeel van de parkeerplaatsen op verschillende momenten door verschillende gebruikersgroepen kunnen worden gebruikt (dubbelgebruik van parkeerplaatsen).

Anterieure overeenkomst

Een privaatrechtelijke overeenkomst tussen initiatiefnemer en de gemeente die tot doel heeft om de afspraken met betrekking tot de gestelde parkeereis en de daaraan verbonden voorwaarden (beschikbaarheid e.d.) en eventuele kosten (die door de gemeente moeten worden gemaakt maar voor rekening van de initiatiefnemer komen) vast te leggen, voor zover deze afspraken niet binnen het publiekrechtelijk kader kunnen worden geborgd.

Bouwontwikkeling

Een bouwontwikkeling waarvoor een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend moet worden. Het kan gaan over het plaatsen, geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, veranderen of vergroten van een gebouw.

BROP-regeling

Afkorting voor ‘Beperkt Recht op Parkeervergunning’. Een door gemeente Zeist opgesteld en actueel gehouden overzicht met adressen waarvan de gebruikers en bezoekers (deels) zijn uitgesloten van het recht op een parkeervergunning.

Deelmobiliteitsplan

Een plan waarin is vastgelegd en toegelicht welke deelmobiliteitsconcept (naar aard en omvang) ingezet wordt om in de (gedeeltelijke) mobiliteitsbehoefte van een bouwontwikkeling te voorzien.

Dubbelgebruik

Het beoordelen of dezelfde parkeerplaats door meer dan één gebruikersgroep op verschillende momenten kan worden gebruikt.

Eigen terrein

Terrein waarop de bouwontwikkeling wordt gerealiseerd, alsmede een aansluitend of ergens anders gelegen terrein waarover de initiatiefnemer privaatrechtelijke zeggenschap heeft en waarbij wordt voldaan aan de maximaal acceptabele loopafstanden zoals beschreven in bijlage 4.

Functiewijziging

Er is sprake van functiewijziging als een bestaand pand een andere functie krijgt. Verbouwingen aan een bestaand pand om dit geschikt te maken voor de nieuwe functie, of het verhogen van een bestaand pand met één of meerdere verdiepingen is geen nieuwbouw.

Gereguleerd gebied

Het gebied waar conform de vigerende Verordening parkeerregulering en parkeerbelasting en het vigerende Aanwijzingsbesluit betaald parkeren van de gemeente Zeist sprake is van betaald parkeren en/of belanghebbendenparkeren.

Initiatiefnemer

De ontwikkelaar en/of eigenaar van de grond of opstallen voor wie de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwontwikkeling is ingediend.

Koop- of huurovereenkomst

Een overeenkomst tussen de aanvrager en een private partij of de gemeente, waarin beschreven is hoeveel parkeerplaatsen beschikbaar zijn en op welke voorwaarden (waaronder in ieder geval op welke momenten de parkeerplaatsen toegankelijk zijn, hoe de parkeerplaatsen beschikbaar blijven gedurende de aanwezigheid van functies en hoe de overeenkomst overgaat op

Parkeerbeleidsnota Zeist deel B

30/47

een nieuwe huurder/eigenaar van het betreffende pand) Maatgevende parkeervraag

Het moment in de tijd waarop de parkeervraag van de te realiseren functies samen maximaal is. De maatgevende parkeervraag per functie wordt berekend aan de hand van de aanwezigheidspercentages conform bijlage 5.

Nieuwbouw

Wanneer een pand wordt gebouwd op een perceel zonder bebouwing.

Parkeervraag

Het aantal parkeerplaatsen dat bij een bouwontwikkeling nodig is om in de parkeerbehoefte te kunnen voorzien. In de parkeervraag wordt onderscheid gemaakt tussen een gebruikersdeel en een bezoekersdeel. De parkeervraag wordt berekend op basis van de parkeernormen zoals opgenomen in bijlagen 2 (fiets) en 3 (auto).

Parkeerdruk

De bezetting van parkeerplaatsen afgezet tegen het totaal aantal beschikbare parkeerplaatsen. In de gemeente Zeist wordt gesproken van een hoge parkeerdruk indien deze in het openbaar gebied op straat 85% of meer bedraagt.

Parkeereis

Het aantal fysiek te realiseren of beschikbaar te stellen parkeerplaatsen voor auto en fiets.

Parkeerplaats

Een ruimte die exclusief gebruikt wordt voor het parkeren van een (motor)voertuig die qua maatvoering voldoet aan de meest actuele versie van norm NEN-2443: parkeren en stallen van personenauto’s op terreinen en in garages.

Parkeernormen

Normen voor het berekenen van de parkeervraag bij bouwontwikkelingen gerelateerd aan de gebruiksfunctie van deze bouwontwikkelingen, zoals voor de fiets opgenomen in bijlage 2 en voor de auto in bijlage 3.

Restcapaciteit

Het aantal parkeerplaatsen dat op het maatgevende moment onbezet is. Er is sprake van restcapaciteit als de parkeerdruk in het openbaar gebied voor straat parkeren onder de 85% ligt. Op particulier terrein moet de bezetting van parkeren onder de 95% blijven.

Sloop/nieuwbouw

Wanneer een pand wordt gesloopt en op dit perceel een nieuw pand wordt gebouwd.

Parkeerbeleidsnota Zeist deel B

31/47

Bijlage 2. Fietsparkeernormen In het bouwbesluit staan de minimale eisen waaraan voldaan moet worden bij nieuwbouw of verbouwingen. Zeist kiest er echter voor om de fietsparkeernormen te baseren op de maximum fietsparkeerkencijfers. Met deze fietsparkeernormen wordt het benodigde aantal fietsparkeerplaatsen bepaald waar bouwontwikkelingen in Zeist in moeten voorzien. Wonen Functie

Eenheid

Woning kleiner dan 40 m2 BVO Woning tussen 40 – 60 m2 BVO Woning tussen 60 – 90 m2 BVO Woning tussen 90 – 130 m2 BVO Woning groter dan 130 m2 BVO Woning sociale huur Serviceflat/aanleunwoning Kamerverhuur

Per woning Per woning Per woning Per woning Per woning Per woning Per woning Per kamer

Aantal fietsparkeerplaatsen Bewoners Bezoekers 2,0 0,5 2,0 0,5 3,0 0,5 3,0 0,5 5,0 0,5 3,0 0,5 1,0 0,5 1,0 0,5

Werken Functie

Eenheid

Kantoor (zonder baliefunctie) Commerciële dienstverlening Bedrijf arbeidsintensief / bezoekersextensief Bedrijf arbeidsextensief / bezoekersextensief Bedrijfsverzamelgebouw

Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO

Aantal fietsparkeerplaatsen Personeel Bezoekers 3,0 3,0 3,0 5,0 2,0 0,0

Per 100 m2 BVO

1,0

0,0

Per 100 m2 BVO

3,0

3,0

Winkelen en boodschappen doen Functie

Eenheid

Winkel Supermarkt Bouwmarkt Tuincentrum

Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO

Aantal fietsparkeerplaatsen (incl. bezoekers) 4,0 4,3 0,4 0,4

Gezondheidszorg en sociale voorzieningen Functie

Eenheid

Apotheek Huisartsenpraktijk Fysiotherapiepraktijk Consultatiebureau Consultatiebureau voor ouderen Tandartsenpraktijk Gezondheidscentrum Ziekenhuis Penitentiaire inrichting Religiegebouw

Per locatie Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 zitplaatsen

Parkeerbeleidsnota Zeist deel B

Aantal fietsparkeerplaatsen (incl. bezoekers) 17,0 4,0 4,0 4,0 4,0 4,0 3,7 1,4 1,4 Maatwerk per bouwontwikkeling 32/47

Ontspanning en sport Functie

Eenheid

Bibliotheek Museum Bioscoop, theaters, schouwburg Theater/ schouwburg Musicaltheater Casino Bowlingcentrum Biljart-/ snookercentrum Dansstudio Fitness Sauna, hammam Sporthal Sportzaal Sportveld Stadion Zwembad overdekt Zwembad openlucht Indoorspeeltuin Volkstuin

Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 zitplaatsen Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per ha. netto terrein Per 100 zitplaatsen Per 100 m2 bassin Per 100 m2 bassin Per 100 m2 BVO Per 10 tuinen

Aantal fietsparkeerplaatsen (incl. bezoekers) 5,0 1,4 12,0 24,0 24,0 1,4 1,4 1,4 8,5 8,5 3,9 3,9 6,2 50,0 Maatwerk per bouwontwikkeling 20,0 28,0 1,4 1,4

Horeca en verblijfsrecreatie Functie

Eenheid

Hotel

Per 100 m2 BVO

Cafetaria, fastfood, snackbar Café of bar Restaurant, eetcafé of bistro

Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO

Aantal fietsparkeerplaatsen (incl. bezoekers) Maatwerk per bouwontwikkeling 5,0 10,0 Tussen 4,0 en 20,0 afhankelijk van type restaurant

Onderwijsvoorzieningen Functie

Eenheid

Basisschool Basisschool Middelbare school ROC Hogeschool, Universiteit

Per 100 m2 BVO Per 10 leerlingen Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO

Parkeerbeleidsnota Zeist deel B

Aantal fietsparkeerplaatsen Personeel Bezoekers 0,7 6,0 1,0 16,0 1,0 14,0 Maatwerk per bouwontwikkeling

33/47

Bijlage 3. Autoparkeernormen Wonen Functie

Eenheid

Gebied A

Gebied B

Gebied C

Gebied D

Bewoners

Bezoekers

Bewoners

Bezoekers

Bewoners

Bezoekers

Bewoners

Bezoekers

Woning kleiner dan 40 m2 BVO

Per woning

0,5

0,2

0,6

0,2

0,8

0,2

0,9

0,3

Woning tussen 40 – 60 m2 BVO

Per woning

0,6

0,2

0,8

0,2

1,0

0,2

1,2

0,3

Woning tussen 60 – 90 m2 BVO

Per woning

0,7

0,2

0,9

0,2

1,1

0,2

1,3

0,3

Woning tussen 90 – 130 m2 BVO Per woning

0,8

0,2

1,0

0,2

1,3

0,2

1,5

0,3

Woning groter dan 130 m2 BVO

Per woning

0,9

0,2

1,1

0,2

1,4

0,2

1,7

0,3

Woning sociale huur*, appartement

Per woning

0,3

0,2

0,4

0,2

0,6

0,2

0,7

0,3

Woning sociale huur*, huis

Per woning

0,5

0,2

0,6

0,2

0,8

0,2

0,9

0,3

Serviceflat/aanleunwoning

Per woning

0,3

0,2

0,3

0,2

0,3

0,2

0,3

0,3

Verpleeg- en verzorgingstehuis

Per woning

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

0,2

0,3

Kamerverhuur

Per kamer

0,3

0,2

0,3

0,2

0,3

0,2

0,3

0,2

Toelichting Voor de functie 'wonen' wordt de parkeervraag van bewoners en bezoekers van bewoners apart berekend. Om deze reden is de bewoners- en bezoekersparkeernorm afzonderlijk opgenomen in bovenstaande tabel. De bewonersparkeernorm is exclusief de geldende bezoekersparkeernorm. Het totale aantal parkeerplaatsen per woning wordt dus bepaald door het optellen van de parkeernorm voor bewoners en bezoekers.

Werken Gebied A

Gebied B

Gebied C

Gebied D

Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO

0,9 1,3 1,1

1,3 1,6 1,5

1,4 2,0 1,9

2,3 3,3 2,1

Percentage bezoekers 5% 20% 5%

Per 100 m2 BVO

0,4

0,6

0,8

0,8

5%

Per 100 m2 BVO

0,8

1,1

1,3

1,7

5%

Gebied A

Gebied B

Gebied C

Gebied D

0,9 2,1 4,9 n.v.t. n.v.t. 3,3 n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. 2,9 0,9 n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.

1,7 3,0 5,8 4,9 5,4 n.v.t. 2,1 2,7 3,3 3,8 4,2 0,9 4,8 1,3 n.v.t. 1,6 3,2 7,8

2,4 3,9 6,7 4,9 5,4 n.v.t. 2,7 3,5 4,1 4,7 5,3 1,4 6,6 1,4 4,4 2,0 3,7 8,6

n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. 2,0 8,5 1,7 4,4 n.v.t. n.v.t. 9,4

Functie

Eenheid

Kantoor (zonder baliefunctie) Commerciële dienstverlening Bedrijf arbeidsintensief / bezoekersextensief Bedrijf arbeidsextensief / bezoekersextensief Bedrijfsverzamelgebouw Winkelen en boodschappen doen Functie

Eenheid

Buurtsupermarkt Fullservice supermarkt Grote supermarkt (XL) Groothandel specialist Groothandel algemeen Winkels centrum Zeist Winkels buurt- en dorpscentrum Winkels wijkcentrum (klein) Winkels wijkcentrum (gemiddeld) Winkels wijkcentrum (groot) Stadsdeelcentrum Kringloopwinkel Bruin- en witgoedzaken Woonwarenhuis/ woonwinkel Warenhuis (zeer groot) Meubelboulevard/ woonboulevard Winkelboulevard Outletcentrum

Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO

Parkeerbeleidsnota Zeist deel B

35/47

Percentage bezoekers 89% 93% 84% 80% 80% 82% 72% 72% 94% 81% 85% 89% 92% 91% 95% 93% 94% 94%

Bouwmarkt Tuincentrum

Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO

n.v.t. n.v.t.

1,5 2,0

2,0 2,3

2,2 2,6

87% 89%

Ontspanning en sport Functie

Eenheid

Bibliotheek Museum Bioscoop, theaters, schouwburg Filmtheater/ filmhuis Theater/ schouwburg Musicaltheater Casino Bowlingcentrum Biljart-/ snookercentrum Dansstudio Fitnessstudio/ sportschool Fitnesscentrum Sauna, hammam Sporthal Sportzaal Tennishal Squashhal Zwembad overdekt Zwembad openlucht Sportveld Stadion Golfbaan Indoorspeeltuin, gemiddeld Indoorspeeltuin, groot Indoorspeeltuin, zeer groot Volkstuin

Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per bowlingbaan Per tafel Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per ha. netto terrein Per zitplaats Per 18 holes Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 10 tuinen

Parkeerbeleidsnota Zeist deel B

Gebied A

Gebied B

Gebied C

Gebied D

0,2 0,3 2,2 1,6 5,8 2,4 5,2 1,1 0,6 1,0 0,9 1,2 2,0 1,2 0,8 0,2 1,5 n.v.t. n.v.t. 13,0 0,04 n.v.t. 0,4 1,0 2,2 n.v.t.

0,5 0,5 6,9 4,2 6,4 2,9 5,6 1,7 0,8 3,3 2,9 3,9 4,1 1,8 1,6 0,3 2,3 9,7 9,1 13,0 0,04 n.v.t. 1,2 1,8 3,1 1,1

0,8 0,9 10,0 6,7 8,3 3,4 6,0 2,3 1,1 4,9 4,2 5,7 6,1 2,4 2,4 0,4 2,6 10,5 11,9 13,0 0,04 85,6 1,9 2,8 4,0 1,2

1,1 n.v.t. 12,7 8,9 10,5 4,6 7,7 2,3 1,5 6,9 6,0 6,9 6,8 3,2 3,3 0,4 3,1 12,3 14,8 13,0 n.v.t. 108,3 2,6 3,6 4,9 1,3

36/47

Percentage bezoekers 97% 95% 94% 97% 87% 86% 86% 89% 87% 93% 87% 90% 99% 96% 94% 87% 84% 97% 99% 95% 99% 98% 97% 98% 98% 100%

Horeca en verblijfsrecreatie Functie

Eenheid

1* hotel 2* hotel 3* hotel 4* hotel 5* hotel Café/bar/cafetaria Restaurant Discotheek Evenementenhal/ beursgebouw

Per 10 kamers Per 10 kamers Per 10 kamers Per 10 kamers Per 10 kamers Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO Per 100 m2 BVO

Gebied A

Gebied B

Gebied C

Gebied D

0,3 1,1 1,5 2,7 4,2 4,0 8,0 4,1 3,0

0,7 1,9 2,6 4,4 6,8 4,0 8,0 10,3 4,0

2,2 3,6 4,2 6,3 9,3 5,0 12,0 16,4 5,0

4,4 6,0 6,3 8,5 11,8 n.v.t. n.v.t. 18,8 n.v.t.

Gebied A

Gebied B

Gebied C

Gebied D

1,8 2,0 1,0 1,0 1,2 1,3 1,3 1,3 1,4 0,1

2,2 2,5 1,2 1,3 1,5 1,7 1,6 1,5 1,9 0,1

Percentage bezoekers 77% 80% 77% 73% 65% 99% 99%

Gezondheidszorg en sociale voorzieningen Functie

Eenheid

Huisartsenpraktijk Apotheek Fysiotherapiepraktijk Consultatiebureau Consultatiebureau voor ouderen Tandartsenpraktijk Gezondheidscentrum Ziekenhuis Penitentiaire inrichting Religiegebouw

Per behandelkamer Per apotheek Per behandelkamer Per behandelkamer Per behandelkamer Per behandelkamer Per behandelkamer Per 100 m2 BVO Per 10 cellen Per zitplaats

Parkeerbeleidsnota Zeist deel B

2,7 2,9 1,5 1,6 1,8 2,1 1,9 1,6 3,0 0,1

37/47

3,0 n.v.t. 1,7 1,9 2,1 2,4 2,2 1,9 3,4 n.v.t.

Percentage bezoekers 57% 45% 57% 50% 38% 47% 55% 29% 37% -

Onderwijs Functie

Eenheid

Gebied A

Gebied B

Gebied C

Gebied D

Per 100 m2 BVO

0,8

1,0

1,1

1,4

Percentage bezoekers -

Kinderdagverblijf (crèche) Basisonderwijs

Per leslokaal

0,5

0,5

0,5

0,5

-

Middelbare school ROC Hogeschool Universiteit Avondonderwijs

Per 100 leerlingen Per 100 leerlingen Per 100 studenten Per 100 studenten Per 10 studenten

2,3 3,2 6,3 9,7 3,0

3,0 3,8 6,9 11,5 4,0

3,3 4,2 7,5 12,7 5,0

3,9 4,9 8,9 14,8 9,5

11% 7% 72% 48% 95%

Parkeerbeleidsnota Zeist deel B

38/47

Bijlage 4. Maximaal acceptabele loopafstanden Als maat voor de ligging van parkeerplaatsen ten opzichte van een bouwontwikkeling hanteert de gemeente Zeist maximaal acceptabele loopafstanden. Deze loopafstanden zijn afgeleid uit landelijke kencijfers van het CROW. De loopafstand is de kortst mogelijke looproute via de openbare ruimte van de parkeerlocatie naar het bestemmingsadres. De loopafstand is de werkelijke loopafstand (dus niet hemelsbreed) van de (entree van een) functie tot de parkeerplaats / entree van een parkeergarage of parkeerterrein. Fietsparkeren Type parkeerder Vaste gebruikers Bezoekers

Wonen 0 meter (eigen terrein) 50 meter

Werken 0 meter (eigen terrein) 50 meter

Overige functies 0 meter (eigen terrein) 50 meter

De maximale loopafstanden voor fietsparkeerplaatsen zijn voor alle parkeergebieden gelijk. Autoparkeren Gebied A B C D

Wonen 500 meter 200 meter 200 meter 100 meter

Werken 600 meter 400 meter 200 meter 200 meter

Overige functies 300 meter 200 meter 200 meter 100 meter

Bijlage 5. Aanwezigheidspercentages voor auto en fiets Met onderstaande aanwezigheidspercentages kan worden bepaald welk aandeel van de autoen fietsparkeerplaatsen op verschillende momenten door verschillende gebruikersgroepen kunnen worden (dubbel) gebruikt. Deze aanwezigheidspercentages zijn afgeleid uit landelijke kencijfers van het CROW.

Functie Ochten d

Werkdag Midda Avon g d

Nach t

Koop avon d

Zaterdag Midda Avon g d

Zondag middag

Woningen bewoners

50%

50%

90%

100%

80%

60%

80%

70%

Woningen bezoekers

10%

20%

80%

0%

70%

60%

100%

70%

Kantoor/bedrijven

100%

100%

5%

0%

5%

0%

0%

0%

Commerciële dienstverlening

100%

100%

5%

0%

75%

0%

0%

0%

Detailhandel

30%

60%

20%

0%

75%

100%

0%

0%

Grootschalige detailhandel

30%

60%

70%

0%

80%

100%

0%

0%

Horeca

30%

40%

90%

0%

80%

75%

100%

45%

Supermarkt

30%

60%

40%

0%

80%

100%

40%

0%

Sportfuncties binnen

50%

50%

100%

0%

100%

100%

100%

75%

Sportfuncties buiten

25%

25%

50%

0%

50%

100%

25%

100%

Bioscoop/theater/podium

5%

30%

90%

0%

90%

40%

100%

40%

Sociaal cultureel

10%

40%

100%

0%

100%

60%

90%

25%

Sociaal medisch: arts/therapeut/consultatiebure au

100%

100%

30%

0%

15%

15%

5%

5%

100%

100%

50%

25%

50%

100%

100%

100%

60%

100%

60%

5%

60%

60%

60%

60%

75%

100%

40%

25%

40%

40%

40%

40%

100%

100%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

100%

0%

100%

0%

0%

0%

Verpleeghuis/ verzorgingstehuis/ aanleunwoning Ziekenhuis: patiënten & bezoekers Ziekenhuis: medewerkers Dagonderwijs Avondonderwijs

Parkeerbeleidsnota Zeist deel B

40/47

Bijlage 6. Correctiefactor parkeerplaatsen op eigen terrein Voor de bepaling van de mate waarin parkeren op eigen terrein voor de functie wonen meetelt in het parkeeraanbod wordt onderstaande tabel gebruikt: Type parkeervoorziening

Theoretisch aantal pp

Berekening aantal pp

Enkele oprit zonder garage of carport

1

1,0

Lange oprit zonder garage of carport

2

1,0

Diepte oprit ≥ 11 meter Breedte oprit ≥ 3 meter

Dubbele (brede) oprit zonder garage

2

2,0

Diepte oprit ≥ 5,5 meter Breedte oprit ≥ 4,5 meter.

Garage zonder oprit (bij woning)

1

0,4

1

0,5

/

Garage met enkele oprit

2

1,0

Diepte oprit ≥ 5,5 meter Breedte oprit ≥ 3 meter

Garage met lange oprit

3

1,0

Diepte oprit ≥ 11 meter Breedte oprit ≥ 3 meter.

Garage met dubbele (brede) oprit

3

2,0

Diepte oprit ≥ 5,5 meter Breedte oprit ≥ 4,5 meter

1

1,0

/

Garage (niet bij woning)

Parkeerplaatsen die deel uitmaken van een gebouwde parkeervoorziening of parkeerterrein

Parkeerbeleidsnota Zeist deel B

Toelichting (maatvoering) Diepte oprit ≥ 5,5 meter Breedte oprit ≥ 3 meter

/

41/47

Bijlage 7. Kwaliteitseisen fietsparkeren Het gebruik van een fietsparkeervoorziening hangt sterk af van de kwaliteit, de bruikbaarheid en het comfort van die voorziening. Ook de routing binnen de voorziening, de sociale veiligheid en de afmeting van de fietsparkeerplaatsen beïnvloeden het gebruik. De Leidraad Fietsparkeren (CROW-publicatie 291), het Bouwbesluit 2012 (artikel 4.31) en FietsParKeur gaan in op kwaliteitsrichtlijnen voor fietsenstallingen. Hierna zijn de belangrijkste kwaliteitseisen opgenomen die leidend zijn voor het ontwerp en de inrichting van fietsparkeervoorzieningen bij bouwontwikkelingen in Zeist: Positionering Om gebruik van de fiets te stimuleren is de fiets bij voorkeur de eerste vervoerskeuze die gebruikers tegenkomen bij vertrek en kan de fiets op de beste plek staan bij aankomst ten opzichte van andere vervoersmiddelen. Bij voorkeur wordt de fietsparkeervoorziening dichter bij de entree geplaatst dan de parkeerplaatsen voor auto’s. Als dat niet mogelijk is, dan moet de fietsparkeervoorziening eenvoudig vindbaar en bereikbaar zijn voor alle gebruikers. Toegankelijkheid De belangrijkste kwaliteitseisen voor een toegankelijke fietsparkeervoorziening zijn:   

Vanuit de openbare ruimte is de toegang van de fietsparkeervoorziening duidelijk zichtbaar en herkenbaar. De fietsparkeervoorziening heeft bij voorkeur een voetgangersuitgang in de richting van de eindbestemming. De afstand mag maximaal circa 50 meter zijn van de fietsparkeervoorziening tot de hoofd-/ neven- /personeelsingang van de bestemmingen en/of functies waarvoor de fietsparkeervoorziening is bestemd. De toegang vanaf de weg naar een fietsparkeervoorziening op lager of hoger niveau is goed en comfortabel te gebruiken voor alle fietsen en scooters; dus ook voor zware fietsen, elektrische fietsen, scootmobielen en fietsen met afwijkende maten (kratten, brede sturen, brede banden, lange fietsen, etc.). Het hellingspercentage van een hellingbaan is maximaal 22%; een trap heeft ideaal een hellingspercentage van maximaal 18%, met een aantrede van 50 cm en een optrede van 9 cm of met een aantrede van 60 cm en een optrede van 10 cm. Naast een trap horen fietsgoten, bij voorkeur aan beide zijden. Voor een fietsparkeervoorziening waar ook scooters, bakfietsen, scootmobielen en andere zware fietsen in gestald worden kan geen trap worden toegepast. Het hellingpercentage moet zodanig zijn dat het hoogteverschil door bakfietsen, elektrische fietsen, scootmobielen en scooters zonder ondersteuning overbrugd kan worden.

Een gebruiker moet de toegang van een fietsparkeervoorziening gemakkelijk kunnen openen: automatisch, met een eenvoudig te bedienen drukknop of kaartlezer.

Inrichting en bruikbaarheid De belangrijkste kwaliteitseisen voor een goede inrichting en goed bruikbare fietsparkeervoorziening zijn:  

De fietsparkeervoorziening moet logisch en overzichtelijk zijn ingedeeld. Binnen en vanuit de fietsparkeervoorziening naar de bijbehorende bestemming is een logische, snelle en eenvoudige routing. Bij voorkeur kunnen gebruikers vanuit de fietsparkeervoorziening rechtstreeks (liefst binnendoor) doorlopen naar de bestemming, zonder terug te hoeven lopen door de fietsparkeervoorziening. De sociale veiligheid wordt gewaarborgd door een overzichtelijke inrichting, goede verlichting en bij voorkeur daglichttoetreding. Als een fietsparkeervoorziening openbaar toegankelijk is kan (camera)toezicht of bewaking overwogen worden.

Parkeerbeleidsnota Zeist deel B

42/47

  

 

Gebruikers moeten elkaar in de verkeersruimtes van de fietsparkeervoorziening kunnen passeren. Stallingssystemen voor fietsen moeten voldoen aan de eisen van FietsParkeur of zijn gelijkwaardig daaraan, met een hart op hart afstand van minimaal 40 cm. De minimale vrije hoogte in een gebouwde fietsparkeervoorziening is 290 cm om dubbellaags rekken te kunnen plaatsen. Bij gebouwen voor kinderen kan dit 230 cm zijn, omdat dubbellaags rekken ongeschikt zijn voor kinderen. De hart op hart afstand tussen twee fietsparkeerplaatsen bij een stallingssysteem op gelijk niveau is minimaal 800 mm breed. De hart op hart-afstand tussen twee fietsparkeerplaatsen bij een hoog/laag fietsparkeersysteem is minimaal 40 cm breed voor zowel onder- als bovenlaag; De gangpaden in de fietsparkeervoorziening zijn minimaal 210 cm breed en een hoofdgang is minimaal 300 cm breed, zowel voor fiets als scooter. Een parkeersysteem waarin naast standaard fietsen ook fietsen passen met veel voorkomende afwijkende maten, heeft de voorkeur. Dan passen nagenoeg alle fietsen probleemloos op elke stallingsplek, ook die met een krat, bagagedrager vóór, breed stuur, brede banden, etc. Een andere mogelijkheid is een apart parkeervak, waarin afwijkende maten fietsen op hun standaard of scootmobielen kunnen worden gestald.

Parkeerbeleidsnota Zeist deel B

43/47

Bijlage 8. Rekenvoorbeelden Om de toepassing van onze parkeernormen te illustreren, zijn hierna een aantal rekenvoorbeelden opgenomen. Rekenvoorbeeld 1 | Toets op dubbelgebruik Een bouwontwikkeling omvat 800 m2 BVO detailhandel met daarboven 4 appartementen van elk 40 m2 BVO. De ontwikkeling ligt in gebied B. De normatieve parkeervraag ligt op 20 parkeerplaatsen (800/100 * 2,1 + 4 woningen * 0,6 + 0,2). Door de mix van deze functies is dubbelgebruik van parkeerplaatsen mogelijk. Alle parkeerplaatsen zijn uitwisselbaar. In onderstaande tabel zijn de aanwezigheidspercentages per moment van de week voor de verschillende functies weergegeven. In dit voorbeeld is maar een beperkt aantal meetmomenten opgenomen. Functie

Werkdag Ochtend

Werkdag Middag

Werkdag Avond

Werkdag Nacht

Zaterdag Middag

Bewoners

50%

50%

90%

100%

60%

Bezoekers

10%

20%

80%

0%

100%

Detailhandel

30%

70%

20%

0%

100%

In de volgende tabel is de parkeereis per moment van de week weergegeven: Functie

Bewoners Bezoekers Detailhandel Totaal

Werkdag Ochtend

Werkdag Middag

Werkdag Avond

Werkdag Nacht

Zaterdag Middag

1,2

1,2

2,2

2,4

1,4

0,1

0,2

0,6

0,0

0,8

5,0

11,8

3,4

0,0

16,8

6,3

13,1

6,2

2,4

19,0

Uit dit rekenvoorbeeld volgt de zaterdagmiddag als het maatgevende moment met een parkeereis van 19 autoparkeerplaatsen.

Parkeerbeleidsnota Zeist deel B

44/47

Rekenvoorbeeld 2 | Toepassing saldering In een bestaand kantoorpand in zone A worden 25 appartementen gerealiseerd. Het gebouw heeft een oppervlakte van 1.500 m2 BVO. Voor de nieuwe functie geldt een parkeernorm van 0,6 parkeerplaatsen per woning, plus 0,2 voor bezoek. De parkeervraag van de woningen is 20 parkeerplaatsen (25 * 0,8). De oude functie heeft een parkeernorm van 0,9 per 100 m2 BVO. Dit betekent dat voor het kantoor 14 (1.500 / 100 * 0,9) parkeerplaatsen beschikbaar moeten zijn. De parkeervraag van de huidige functie (kantoor), mag in mindering worden gebracht op de parkeervraag van de toekomstige functie (wonen). Hierbij moet rekening worden gehouden met de verschillen in aanwezigheidspercentages van beide functies: Functie Nieuw Bewoners Bezoekers Oud Kantoor

Werkdag Ochtend

Werkdag Middag

Werkdag Avond

Werkdag Nacht

Zaterdag Middag

50% 10%

50% 20%

90% 80%

100% 0%

60% 100%

100%

100%

15%

0%

15%

In de volgende tabel is de parkeereis per moment van de week weergegeven: Functie Nieuw Bewoners Bezoekers Oud Kantoor Parkeereis na saldering

Werkda g Ochtend

Werkdag Middag

Werkdag Avond

Werkdag Nacht

Zaterdag Middag

7,5 0,5

7,5 1

13,5 4

15 0

9 5

-14 -7

-14 -7

-2,1 11

0 15

-2,1 7

Op de werkdagochtend en -middag neemt de parkeervraag af door de bouwontwikkeling. Op de andere momenten in de week ontstaat een extra parkeervraag. Uit dit rekenvoorbeeld volgt een parkeereis van 15 (extra) parkeerplaatsen voor de nieuwe bouwontwikkeling.

Parkeerbeleidsnota Zeist deel B

45/47

Rekenvoorbeeld 3 | Toepassing mobiliteitscorrectie Nabij station Den Dolder worden 20 appartementen gerealiseerd met elk een omvang van 80 m2 BVO. Hiervoor geldt een totale parkeervraag van 26 parkeerplaatsen (20 * 1,1 + 0,2), waarvan 4 parkeerplaatsen voor bezoekers en 22 parkeerplaatsen voor bewoners. De bouwlocatie ligt binnen een afstand van 150 meter ten opzichte van het station waardoor een mobiliteitscorrectie van 10% wordt toegepast. Na deze correctie komt de parkeereis op 23,4 parkeerplaatsen, waarvan 3,6 voor bezoekers en 19,8 voor bewoners. Er wordt daarnaast voldaan aan de gestelde voorwaarden voor het aanbieden van een deelconcept. Daardoor is een aanvullende mobiliteitscorrectie van 20% op de parkeervraag van bewoners mogelijk. De parkeereis voor deze bouwontwikkeling is dan als volgt: Functie Woning bewoners Woning bezoekers Totaal

Oorspronkelijke parkeereis (na ov-reductie) 19,8 3,6 23,4

Mobiliteitscorrectie

Nieuwe Parkeereis

-20% /

15,8 3,6 19,4

De totale parkeereis komt daarmee op 20 parkeerplaatsen. In dit geval worden de parkeerplaatsen exclusief gereserveerd voor bewoners, waardoor dubbelgebruik niet mogelijk is. Als tegenprestatie voor het toepassen van de mobiliteitscorrectie bij de inzet van een deelconcept, moeten 2 parkeerplaatsen voor deelauto’s op eigen terrein worden geplaatst. De parkeerplaatsen die nodig zijn voor het parkeren deze deelauto’s moet bij de parkeereis worden opgeteld. Voor deze bouwontwikkeling moeten in totaal dus 22 (20 + 2) parkeerplaatsen beschikbaar zijn. Rekenvoorbeeld 4 | Gebruik van bestaande parkeerplaatsen In gebied A worden 15 woningen gerealiseerd met elk een omvang van 110 m2 BVO. Hiervoor geldt een totale parkeervraag van 15 parkeerplaatsen (15 * 0,8 + 0,2), waarvan 3 parkeerplaatsen voor bezoekers en 12 parkeerplaatsen voor bewoners. Voor het bezoekersgedeelte geldt in gebied A een vrijstelling en hoeft geen oplossing gezocht te worden. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van de bestaande parkeerplaatsen van de parkeergarages en -terreinen in het centrum van Zeist. Op eigen terrein kunnen fysiek maar 8 parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Na goedkeuring van de gemeente Zeist worden de resterende 4 parkeerplaatsen (12 - 8) ingevuld door het afnemen van abonnementen in één van de gemeentelijke parkeergarages.

Parkeerbeleidsnota Zeist deel B

46/47

Gemeente Zeist Publiekshal, Slotlaan 20, Zeist Postbus 513, 3700 AM Zeist Telefoon 14 030 Parkeerbeleidsnota Zeist deel B

E-mail: zeist@zeist.nl Website: www.zeist.nl Twitter: www.twitter.com/gemeentezeist

47/47

Reactienota Participatie (behorende bij de concept parkeerbeleidsnota gemeente Zeist) Wie Vereniging Lyceumkwartier Zeist

Datum schriftelijke inbreng 21-mei-23

Inhoud participatie

Reactie gemeente

Conclusie

Zoals in verleden vaak genoemd en aangegeven op 13 april jl. zien wij een toenemende parkeerdruk in onze buurt / LCK van bezoekers, ondernemers/(winkel)personeel centrum, ziekenhuis en school. Passende maatregelen zijn dringend nodig om de toenemende parkeerdruk en parkeeroverlast te voorkomen. Wij voorzien dat de nieuwe parkeermaatregelen en -normen voor het centrum, zoals (i) het inflexibel betaald parkeren (bijvoorbeeld alleen een dagkaart in plaats van keuze van de duur) en (ii) het uitbreiden van het vergunningenstelsel in het centrum en Wilhelminabuurt, zullen leiden tot een substantiële toename van parkeerders in het Lyceumkwartier (waterbedeffect). Daarom moet de gemeente terughoudend zijn in het uitbreiden van het vergunninggebied.

We onderzoeken elke 2 jaar de parkeerdruk in de bebouwde kom Het nieuwe parkeerbeleid draagt bij aan van Zeist. De parkeerdruk in het Lyceumkwartier is over het uw verzoek. algemeen heel laag. In de Wilhelminaparkbuurt, waar het parkeren gratis is en wat dichterbij het centrum ligt, is de parkeerdruk hoog. Het invoeren van betaald parkeren kan de problemen daar oplossen. Wij hebben een werkwijze opgenomen waar bewoners van een woonwijk met elkaar bepalen onder welke voorwaarden er betaald parkeren wordt ingevoerd. Als er gesprekken gepland worden, dan nodigen wij de VLZ hiervoor uit.

Er is sprake van betaald parkeren in het centrum van Zeist. We nemen de suggestie niet over. Betaald parkeren is een goed instrument om de ambities en speerpunten uit het Mobiliteitsplan te realiseren. Een blauwe zone betekent gratis parkeren met een maximale duur. In combinatie met betaald parkeren leidt een blauwe zone tot ongewenst zoekverkeer. Een blauwe zone in woonstraten voorkomt niet dat mensen daar (kort) parkeren en veroorzaakt overlast voor de bewoners.

Vereniging Lyceumkwartier Zeist

21-mei-23

Verder vinden wij het invoeren van vergunningparkeren in het Lyceumkwartier zelf onwenselijk. Het probleem moet daar worden opgelost waar het zit zonder steeds een grotere olievlek of “waterbed” te creëren. De presentatie leek nu erg gefocust op betaald parkeren en het parkeervergunningstelsel. De optie van de invoering van een blauwe zone met parkeerschijf, zoals bijvoorbeeld in de Bilt en Bilthoven, leek niet geëxploreerd. Het gebruik van een mix van instrumenten geeft meer mogelijkheden.

Vereniging Lyceumkwartier Zeist

21-mei-23

Wij zijn voorstander van een parkeerplan met een breed draagvlak van Met de voorgestelde werkwijze voor onderzoek naar invoering van bewoners in het Lyceumkwartier, dat tevens ook in goede afstemming betaald parkeren willen we dat bewoners van een woonwijk met omliggende buurten zoals de Wilhelminaparkbuurt wordt gemaakt. gezamenlijk onderzoeken of betaald parkeren een oplossing is voor hun parkeerproblemen.

Vereniging Lyceumkwartier Zeist

21-mei-23

Door de beperkte ruimte op het ziekenhuisterrein en het betaald parkeren op dat terrein, wijken veel personeelsleden uit naar de Prof. Lorentzlaan en omgeving. Het parkeren op de Prof. Lorentzlaan is hierdoor voor de aanwonenden zelf en hun bezoek vaak onmogelijk. Uw beleid dat bewoners ook op eigen terrein moeten parkeren is kortzichtig omdat er vaak ook een 2de auto is en bezoek of bezorgdiensten een plaats moeten hebben.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13184854/1