CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB23.030 Bel.plan Onderwijsachterstanden 2023-2026

Vragenuur Lijst ingekomen stukken 14 maart 2023, gemeente ZeistBij agendapunt: C-Raadsinformatiebrieven10.791 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

i

NI | |

Publiekshal =» Het Rond 1, Zeist

www.zeist.nl » www.twittter.com/gemeentezeist

Postbus 513, 3700 AM, Zeist

www.facebook.com/gemeentezeist

Telefoon 14 030 » zeist@zeist.nl

Gemeente Zeist

“Behandeliag Galhie Aan de gemeenteraad

Datum

8 maart 2023

Burgerservicenummer

Bijlage(n)

Onderwerp

O5- Od- 2023

“RIG LE B

Ons kenmerk

148308

Uw kenmerk

Beleidsplan Onderwijs-

achterstanden 2023-2026

Behandeld door

Collegevoorstel Beleidsplan Portefeuillehouder Onderwijsachterstanden

Dhr. R. Feenstra

Wethouder Welting

2023-2026 Gemeente Zeist

Geachte leden van de raad,

De gemeente Zeist vindt het belangrijk dat kinderen zich optimaal kunnen ontwikkelen, waarbij zij zo min mogelijk worden belemmerd door factoren die zij zelf niet kunnen beïnvloeden. Hiervoor ontvangen wij vanuit het Rijk financiële middelen om taal- en/of ontwikkelingsachterstanden tegen te gaan. Met deze middelen geven

wij invulling aan onze wettelijke taak voor het realiseren voor een kwalitatief hoogwaardig aanbod Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE). Uit deze middelen worden ook zaken als de indicering en toeleiding van peuters door de GGD, de ouderbetrokkenheid & opvoedondersteuning en de schakelklassen gefinancierd. Eind 2022 ging het hierbij om 205 VVE-geïndiceerde peuters.

Het hoofddoel van het Onderwijsachterstandenbeleid is het voorkomen en bestrijden van onderwijsachterstanden (in de Nederlandse taal), het voorkomen van segregatie en het bevorderen van integratie. De doelgroep zijn kinderen in de leeftijd van 0 tot 13 jaar met een risico op taal- en/of ontwikkelingsachterstanden. Het onderliggend doel van het Onderwijsachterstandenbeleid is het creëren van kansengelijkheid. Wij streven naar een samenleving waarin iedereen kan meedoen en we willen dat alle kinderen in onze gemeente een goede basis meekrijgen voor de basisschool en hun verdere schoolloopbaan. In Zeist investeren we in een

brede en integrale aanpak om taal- en/of ontwikkelingsachterstanden tegen te gaan.

Het huidige Onderwijsachterstandenbeleid (OAB) is verouderd en in verband met het aflopen van de huidige

beleidstermijn en de ontwikkelingen op het gebied van Onderwijsachterstanden, is het van belang dat de

beleidskaders voor de komende vier jaar worden geactualiseerd. Met het nieuwe Beleidsplan Onderwijsachterstanden 2023-2026 geven we een vervolg aan het verder versterken van het beleid op dit vlak. Hierbij hebben

we de ambitie om:

e

elke (VVE-geindiceerde) peuter gebruik te laten maken van een kwalitatief aanbod van voorschoolse

e e

in Zeist een dekkend aanbod van voorschoolse educatie te bieden; _ouders/verzorgers actief te betrekken bij de ontwikkeling van hun kind in de voor- en vroegschoolse

e

educatie;

periode en om hen te stimuleren de educatieve ontwikkeling ook in de thuissituatie in te zetten; voor alle peuters een doorgaande leer- en ontwikkellijn te creëren tussen het consultatiebureau, kinderopvang en onderwijs;

Austerlitz « Boschen Duin « Den Dolder = Huis ter Heide = Zeist

e e

voor ouders/verzorgers van (VVE-geïndiceerde) peuters, die meer of iets anders nodig hebben dan voorschoolse educatie, duidelijkheid te bieden welk aanbod passend en beschikbaar is; leerlingen in het basisonderwijs met achterstanden in de Nederlandse taal extra ondersteuning te bieden, waardoor deze leerlingen betere kansen krijgen in hun verdere schoolloopbaan.

Beleidsplan Onderwijsachterstanden 2023-2026 Vanaf 2023 start een nieuwe vierjarige OAB-beleidsperiode. In aanloop naar deze beleidsperiode zijn met alle betrokken partijen gesprekken gevoerd, zijn bestaande notities geanalyseerd en zijn er werksessies georganiseerd waar met een ieder is bepaald wat goed gaat op het gebied van OAB en wat dan ook behouden dient te worden en waar verbeterpunten liggen. Deze verbeterpunten zijn als ambities geformuleerd in het

beleidsplan Onderwijsachterstanden 2023-2026, die als bijlage is toegevoegd.

De verschillende partijen die aan de totstandkoming van het nieuwe OAB-beleidsplan hebben bijgedragen zijn de drie aanbieders van peuteropvang met voorschoolse educatie, de welzijnsorganisatie (MeanderOmnium), de schoolbesturen in het primair onderwijs met de hoogste achterstandsscores volgens het CBS, de Jeugdgezondheidsorganisatie (JGZ) en het Centrum voor Jeugd & Gezin (CJG) in Zeist; zij kennen en herkennen zich in het eindresultaat. Tegelijkertijd is (ook) dit document niet ‘in beton gegoten’ en zal op basis van ontwikkelingen ingezet blijven

worden op actualisatie. In die zin zal de uitvoering van het beleidsplan Onderwijsachterstanden 2023-2026 structureel onderdeel uitmaken van de nieuwe Agenda Jeugd & Onderwijs (AJO, de voormalige Lokaal Educatieve Agenda Zeist (LEA-Z)), die momenteel in ontwikkeling is. Aansluitend op het OAB-beleidsplan wordt een uitvoeringsagenda per jaar opgesteld, die richting geeft aan de uit te werken thema’s van een betreffend jaar. Bij de vaststelling van deze uitvoeringagenda zal naast de AJO

ook de OAB-werkgroep actief betrokken worden.

In totaal is er op basis van de voorlopige OAB beschikking voor 2023 een budget van bijna €1.810.000,-

beschikbaar voor het Onderwijsachterstandenbeleid binnen de gemeente Zeist. Deze middelen zijn toereikend voor de verschillende onderdelen van het OAB-beleid, zoals de wettelijke taak voor het aanbieden van Vooren Vroegschoolse Educatie (VVE) binnen onze gemeente. We hopen u zo voldoende te hebben geïnformeerd en zijn bereid, indien daar behoefte aan bestaat, een bijeenkomst te beleggen en over dit onderwerp informatie uit te wisselen.

Hoogachtend,

burgemeester en wethouders van Zeist, de gemeentesecretaris,

dr. H.Si/Grotens

de burgemeester, __

—_—"

Austerlitz » Bosch en Duin = Den Dolder =» Huis ter Heide = Zeist

drs. J/J.L.M. Janssen

Beleidsplan Onderwijsachterstanden 2023-2026 Gemeente Zeist

Zeist, december 2022

Beleidsplan Onderwijsachterstanden 2023-2026 Gemeente Zeist

1

Inhoud 1. Introductie........................................................................................................................................................... 4 1.1 Inleiding ........................................................................................................................................................ 4 1.2 Totstandkoming ............................................................................................................................................ 4 1.3 Leeswijzer ..................................................................................................................................................... 5 2. Kaders.................................................................................................................................................................. 5 2.1 Wettelijk kader ............................................................................................................................................. 5 2.2 Lokaal kader: aansluiting bij de Agenda Jeugd en Onderwijs ....................................................................... 6 2.3 Rolverdeling vanuit wettelijk oogpunt.......................................................................................................... 6 3.

Doel, doelgroep en subdoelen ............................................................................................................................ 7 3.1 Doel van het beleid ....................................................................................................................................... 7 3.2 Doelgroepdefinitie VVE ................................................................................................................................. 7 4. Uitwerking subdoelen ......................................................................................................................................... 9 4.1 Indiceren & toeleiden ................................................................................................................................... 9 4.2 Aanbod en spreiding ................................................................................................................................... 10 4.3 Ouderbetrokkenheid .................................................................................................................................. 12 4.4 Doorgaande lijn...........................................................................................................................................

14 4.5 Ondersteuningsstructuur jonge kind .......................................................................................................... 15 4.6 Schakelklassen ............................................................................................................................................ 18 5. Aanpalende beleidsterreinen ............................................................................................................................ 19 5.1 Zorg en ondersteuning................................................................................................................................ 19 5.2 Laaggeletterdheid van volwassenen ........................................................................................................... 19 5.3 Nieuwkomers .............................................................................................................................................. 19 5.4 Rijke schooldag ........................................................................................................................................... 19 5.5 IKC ontwikkeling .........................................................................................................................................

20 5.6 Gelijke kansen binnen het onderwijs .......................................................................................................... 20 5.7 Actieprogramma Kansrijke Start ................................................................................................................. 20 6. Monitoren, evalueren en verbeteren ............................................................................................................... 21 6.1 inrichten van de kwaliteitscyclus ................................................................................................................ 21 6.2 Plan: afspraken maken ............................................................................................................................... 21 6.3 Do: uitvoering ............................................................................................................................................. 22 6.4 Check: monitoren van de resultaten .......................................................................................................... 22 6.5 Act: evalueren en hoe verder? ................................................................................................................... 22 7. Financieel kader ................................................................................................................................................

23 7.1 Budgetten ................................................................................................................................................... 23 7.2 Besteding van de budgetten ....................................................................................................................... 23

Beleidsplan Onderwijsachterstanden 2023-2026 Gemeente Zeist

2

Voorwoord In de gemeente Zeist willen we dat alle kinderen goed toegerust zijn voor hun toekomst. Wij willen dat zij hun capaciteiten kunnen benutten en het maximale uit zichzelf kunnen halen. Er zijn kinderen die het risico lopen als volwassene minder zelfredzaam te zijn, doordat zij te maken hebben met een taalen/of ontwikkelingsachterstand. Voor deze kinderen werken we er hard aan om ze betere kansen te bieden. Zij vormen de doelgroep van ons nieuwe Onderwijsachterstandenbeleid (OAB). In het coalitieakkoord 2022-2026 staat het al duidelijk omschreven: Onze ambitie is dat kinderen vanaf hun geboorte tot de middelbare school een uitdagende en inspirerende leef- en leeromgeving hebben. Onderwijs, kinderopvang, peuteropvang, vroeg- en voorschoolse educatie, buitenschoolse opvang, sport en cultuur komen samen om zo een rijke schooldag te kunnen bieden aan onze kinderen. We streven naar gelijke kansen voor alle kinderen en zien erop toe dat er geen thuiszitters zijn. Ook voorkomen we voortijdige schooluitval zonder startkwalificatie. We maken werk van taalachterstanden en laaggeletterdheid, al bij kinderen op jonge leeftijd. Dat geldt ook voor de verbetering van de digitale vaardigheden onder inwoners die op dit vlak niet of minder goed kunnen meekomen. We realiseren duurzame, toegankelijke brede scholen met een goede kwaliteit van het binnenklimaat.

Veel van wat in het coalitieakkoord staat, past bij de doelstellingen van het nieuwe Onderwijsachterstandenbeleid, waar de gemeente vanuit het ministerie van OCW jaarlijks financiële middelen voor krijgt. Als gemeente hebben we de taak om regie te voeren op het Onderwijsachterstandenbeleid in Zeist. De uitvoering van dit beleid kunnen we vanzelfsprekend niet alleen. Afstemming en samenwerking met verschillende partners zoals de kinderopvang, de basisscholen, de jeugdgezondheidszorg en de Welzijnsorganisatie MeanderOmnium is en blijft van grote waarde. Zij zijn in het beleidstraject dan ook nauw betrokken geweest bij het tot stand komen van dit nieuwe beleidsplan en daar ben ik als wethouder trots op. Het bundelen van deze verschillende expertises vergroot de ontwikkelingskansen van kinderen. De ontmoeting, het met elkaar in gesprek gaan, elkaar kennen en bereid zijn om elkaar te versterken zijn essentiële ingrediënten voor deze samenwerking. Want elk kind verdient een goede toekomst. Een rijk aanbod van de kinderopvang en scholen helpt daarbij. Voor sommige kinderen is een rijke leer- en ontwikkelomgeving echter niet vanzelfsprekend. Juist voor die kinderen willen we de handen ineen slaan.

Bovenop alle ambities en acties in dit beleidsplan blijft dat de belangrijkste boodschap voor alle betrokkenen: we zorgen samen dat kinderen in Zeist alle mogelijkheden krijgen zich te ontwikkelen tot kansrijke burgers van de toekomst.

Namens het college van Burgemeester en Wethouders gemeente Zeist, wethouder Angèle Welting.

Beleidsplan Onderwijsachterstanden 2023-2026 Gemeente Zeist

3

1. Introductie 1.1 Inleiding In de afgelopen jaren heeft de gemeente Zeist in samenwerking met het basisonderwijs, de kinderopvang, de welzijnsorganisatie MeanderOmnium en de jeugdgezondheidszorg verschillende stappen gezet om onderwijsachterstanden bij kinderen te voorkomen of terug te dringen. De komende jaren gaan we verdere stappen zetten, die in dit beleidsplan verwoord worden. Het jaar 2022 is het laatste jaar van de OAB-beleidsperiode 2019-2022. Een goed moment om het beleid zoals dat er nu ligt te herijken en te bepalen wat in de komende beleidsperiode herzien of juist doorgezet moet worden. Begin 2022 is gestart met een documentenonderzoek. Vastgesteld is welke beleidsuitgangspunten en -notities nog altijd actueel zijn en welke documenten aan herziening toe zijn. De conclusie die getrokken werd was tweeledig: er wordt nog altijd heel mooi werk verricht in de vooren vroegschoolse periode én het beleid waarop dat gebaseerd is, is verouderd. De afgelopen jaren is er op het gebied van Onderwijsachterstandenbeleid met de onderliggende wettelijke kaders veel veranderd. Deze veranderingen zijn nog onvoldoende verwerkt in de kaders die veelal van voor 2018 afkomstig zijn.

Met de nieuwe beleidsperiode 2023-2026 in het vooruitzicht, is een traject ingezet om in gezamenlijkheid, met alle betrokken partners, de kaders opnieuw vast te stellen en te bepalen op welke onderwerpen er de komende periode ingezet moet worden.

1.2 Totstandkoming Begin 2022 is de gemeente Zeist in samenwerking met het adviesbureau Innovatie nul13 gestart met een nieuwe beleidsinvulling voor de komende vier jaar. Het doel van deze samenwerking was enerzijds de herijking van het huidige beleid en anderzijds de totstandkoming van het voorliggende beleidsplan. In juni 2022 is een aantal werksessies georganiseerd met als doel om te komen tot een integraal OABbeleidskader 2023-2026. In verschillende sessies is opgehaald wat er al goed gaat en wat er nog verbeterd kan worden, om te zorgen voor betere onderwijs- en ontwikkelkansen voor kinderen. Uitgangspunt hierbij zijn de wettelijke kaders (genoemd in hoofdstuk 2) en de gemeentelijke ambities (hoofdstuk 4). Deelnemers waren vertegenwoordigers van: • • • •

de door de gemeente gesubsidieerde voorschoolse voorzieningen: MeanderOmnium, Kind&Co Ludens, Kiekeboe Kinderopvang en Peuterspeelzaal de Piraatjes; schoolbesturen met de hoogste achterstandsscores volgens het CBS: Het Sticht, Wereldkidz, CBO Zeist en Al Amana; de Jeugdgezondheidszorg (JGZ), en het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) in Zeist.

Het voorliggende beleidsplan zal ook worden voorgelegd bij de Agenda Jeugd en Onderwijs (de opvolger van de Lokaal Educatieve Agenda Zeist (LEA-Z)), een periodiek bestuurlijk overleg onder voorzitterschap van de wethouder onderwijs. Dit beleidsplan wordt nu vertaald naar een concrete uitvoeringsagenda. Aan de hand van deze agenda gaat de OAB-werkgroep structureel aan de uitvoering van het Onderwijsachterstandenbeleid werken.

Beleidsplan Onderwijsachterstanden 2023-2026 Gemeente Zeist

4

1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op het wettelijk en het lokaal kader van het Onderwijsachterstandenbeleid, inclusief de rolverdeling tussen de gemeente, de kinderopvang, het basisonderwijs, de Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) en de Inspectie van het Onderwijs. In het hoofdstuk 3 staat het doel en de doelgroepdefinitie van het beleid centraal. Aansluitend worden in hoofdstuk 4 die subdoelen verder uitgewerkt. Er wordt aangegeven wanneer we vinden dat een doel is bereikt en welke acties er worden ondernomen. In het vijfde hoofdstuk komen kort de aanpalende beleidsterreinen aan bod, waarna in hoofdstuk 6 het monitoren, evalueren en verbeteren van het beleid besproken wordt. Tot slot staat in hoofdstuk 7 het financieel kader centraal, waarbinnen het Onderwijsachterstandenbeleid wordt uitgevoerd.

2. Kaders De gemeente en haar partners hebben te maken met verschillende landelijke kaders en bijpassende wet- en regelgeving. Verandering van landelijke kaders inclusief wet- en regelgeving heeft gevolgen voor het Onderwijsachterstandenbeleid en de uitvoering hiervan door de verschillende partners. Het kan, ook in de komende periode waarin bijvoorbeeld het stelsel rondom de kinderopvangtoeslagregeling wordt herzien, betekenen dat het beleid tussentijds aangepast zal moeten worden.

2.1 Wettelijk kader Met de invoering van de wet Ontwikkelingskansen door Kwaliteit en Educatie (wet OKE) op 1 augustus 2010, zijn gemeenten verantwoordelijk geworden voor het realiseren van een aanbod voor- en vroegschoolse educatie (VVE) van goede kwaliteit en kwantiteit. In 2018 is de Wet harmonisatie Kinderopvang en Peuterspeelzaalwerk in werking getreden, met als doel het versterken van het pedagogisch klimaat, één kwaliteitsader voor alle voorschoolse voorzieningen (inclusief Peuterspeelzalen) en één financieringsstructuur voor ouders/verzorgers. Vanaf 2018 zijn er wijzigingen in de kwaliteitseisen ingevoerd, die apart geregeld zijn in de Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang (IKK). Deze nieuwe kwaliteitseisen zijn uitgewerkt in het Besluit kwaliteit kinderopvang en enkele ministeriële regelingen. Op 1 januari 2025 treedt, als onderdeel van het Besluit Kwaliteit Kinderopvang, een nieuwe eis rondom taalniveau in werking en (in de reguliere kinderopvang) een aanvullende scholingseis voor het werken met baby’s. De Wet op het Primair Onderwijs (WPO) en het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie schrijven de verplichtingen voor aan de gemeente, het basisonderwijs en de kinderopvang op het gebied van voor- en vroegschoolse educatie (VVE).

Voorschoolse educatie (VE) is bedoeld voor peuters met een (risico op een) onderwijsachterstand op een voorschoolse voorziening. Ook hier is (in 2017) een verscherping van de kwaliteitseisen ingevoerd. Voorschoolse educatie gaat over de stimulering van de brede ontwikkeling van het jonge kind (2-4 jaar) met focus op taalontwikkeling. Binnen de VE-locaties* wordt gewerkt met een VVE-programma waarin, naast specifieke aandacht voor de taalontwikkeling, ook gewerkt wordt aan de ontwikkeling van rekenvaardigheden, de motorische ontwikkeling en de sociaal-emotionele ontwikkeling. De Onderwijsinspectie en de GGD controleren op de uitvoering van de voorschoolse educatie. In dit beleidsplan hanteren we de term VE-locatie voor een voorschoolse voorziening voor opvang van (doelgroep)peuters, gericht op ontwikkelingsstimulering en voorbereiding op de basisschool. De opvang voldoet aan de wettelijke eisen voor kinderopvang en heeft een VVE-registratie. *

Beleidsplan Onderwijsachterstanden 2023-2026 Gemeente Zeist

5

Vroegschoolse educatie is stimulering van de brede ontwikkeling met focus op taalontwikkeling bij kleuters (4-6 jaar) en valt onder de verantwoordelijkheid van het Onderwijs. Het onderwijs mag en kan vroegschoolse educatie naar eigen inzicht inrichten. De Onderwijsinspectie controleert het onderwijs of de VVE-kleuters een rijk taalaanbod krijgen en of het om een beredeneerd aanbod gaat. De jeugdgezondheidszorg (JGZ) tenslotte heeft op basis van de Wet Publieke Gezondheid de taak om te signaleren of een kind een (risico op een) onderwijsachterstand heeft of loopt als gevolg van onvoldoende taalaanbod in de eigen omgeving of andere factoren. De basis waarop de JGZ indiceert is de zogenaamde doelgroepdefinitie. In hoofdstuk 3 komt dit aan bod. Elke gemeente bepaalt zelf welke definitie gehanteerd wordt. De JGZ geeft vervolgens, op basis van die doelgroepdefinitie, een indicatie voor voorschoolse educatie af. In Zeist wordt de doelgroep indicering uitgevoerd door de GGD regio Utrecht. De genoemde wet- en regelgeving tezamen vormen het wettelijk kader van het Onderwijsachterstandenbeleid.

2.2 Lokaal kader: aansluiting bij de Agenda Jeugd en Onderwijs Dit beleidsplan Onderwijsachterstanden 2023-2026 is een opvolging van de nota Jong Leren uit 2017. Deze nota ging hoofdzakelijk in op de harmonisatie van de kinderopvang en het peuterspeelzaalwerk. Het beleidsplan Onderwijsachterstanden is een verbreding van de nota Jong Leren wat betreft onderwerpen en sluit aan op nieuwe Agenda Jeugd en Onderwijs (AJO). De Agenda Jeugd en Onderwijs is enerzijds een bestuurlijk overleg waarbij ook de verplichtingen, voortkomend uit de WPO artikel 160, aan bod komen. De Agenda Jeugd en Onderwijs bestaat uit de bestuurlijke partners: de gemeente Zeist, schoolbesturen, kinderopvang en andere (niet verplichte) partners, zoals welzijnsorganisatie MeanderOmnium, de GGD, het CJG en de bibliotheek Idea. Dit overleg is daarmee overwegend strategisch van aard. Anderzijds is de Agenda Jeugd en Onderwijs ook een document waarin op hoofdlijnen het lokaal beleid wordt vastgesteld en thema’s en bijbehorende doelen worden bepaald. De Agenda Jeugd en Onderwijs is in 2022 opnieuw opgestart en dat betekent dat een concrete invulling van de agenda nog opgesteld moet worden. Duidelijk is wel dat het Onderwijsachterstandenbeleid en de uitvoering daarvan een terugkerend thema is op deze agenda.

2.3 Rolverdeling vanuit wettelijk oogpunt Vanuit wettelijk oogpunt heeft de gemeente Zeist de regierol waar het gaat om het Onderwijsachterstandenbeleid en de VVE. Dat laat onverlet dat elk van de partners eigen (wettelijke) verantwoordelijkheden heeft in de uitvoering van dit beleid. De gemeente heeft op grond van de WPO en de wet OKE een verplichting tot het aanbieden van voldoende voorschools aanbod in volume, spreiding en kwaliteit voor de doelgroepkinderen binnen de gemeente. De gemeente Zeist en de basisscholen zijn verder verplicht om samen afspraken te maken over het verbeteren van de leerprestaties van leerlingen met een taal- en/of ontwikkelachterstand. De gemeenten maken daartoe afspraken op basis van gelijkwaardigheid met schoolbesturen en houders van kinderopvangorganisaties. Onder deze afspraken vallen tenminste het definiëren en de werving van de doelgroepkinderen, de toeleiding naar de voor-en vroegschoolse voorzieningen, het zorgdragen voor een doorlopende leerlijn van voorschoolse naar vroegschoolse educatie en het behalen van resultaten bij de vroegschoolse educatie. Deze afspraken worden vastgelegd binnen de Agenda Jeugd en Onderwijs als onderdeel van het Onderwijsachterstandenbeleid en periodiek gecontroleerd door en besproken met de onderwijsinspectie.

De Rijksoverheid stelt voor het Onderwijsachterstandenbeleid financiële middelen beschikbaar aan de gemeente. Aanvullend heeft de gemeente ook een eigen gemeentelijk budget beschikbaar voor peuteropvang.

Beleidsplan Onderwijsachterstanden 2023-2026 Gemeente Zeist

6

Voor de nieuwe beleidsperiode is in Zeist afgesproken dat OAB- en VVE-vraagstukken besproken worden op één of meerdere niveaus: strategisch (Agenda Jeugd en Onderwijs), tactisch (OABwerkgroep) en uitvoerend niveau, bijvoorbeeld tijdens de accountgesprekken met de aanbieders van voorschoolse educatie. De afweging op welk niveau iets besproken wordt, ligt primair bij de beleidsadviseur, die OAB (en VVE) in zijn of haar portefeuille heeft.

3. Doel, doelgroep en subdoelen 3.1 Doel van het beleid Het hoofddoel van het Onderwijsachterstandenbeleid is het voorkomen en bestrijden van onderwijsachterstanden (in de Nederlandse taal), het voorkomen van segregatie en bevorderen van integratie. De reikwijdte betreft kinderen van 0 tot 13 jaar, waarbij de focus ligt op de leeftijd van 2 tot 6 jaar, waar de voor- en vroegschoolse educatie plaatsvindt. Het belangrijkste doel is om peuters met een (dreigende) taal- en/of ontwikkelingsachterstand als gevolg van sociale, economische en/of culturele oorzaken beter voor te bereiden op de basisschoolperiode. Het is voor henzelf en voor de samenleving van groot belang dat zij hun capaciteiten ten volle kunnen benutten. Dat betekent concreet dat er gestreefd wordt om kleuters zonder, dan wel met een zo klein mogelijke, achterstand groep 3 in te laten stromen. Het beleid richt zich zowel op het kind als op de ouders/verzorgers en kenmerkt zich door een intensieve samenwerking met en tussen verschillende partijen. Om dit concreet te maken heeft de gemeente Zeist in samenwerking met deze partners een aantal subdoelen en ambities omschreven.

3.2 Doelgroepdefinitie VVE Voorschoolse educatie is een ontwikkelingsstimulerend programma in de kinderopvang voor peuters vanaf 2,5 jaar met een (risico op een) taal- en/of ontwikkelingsachterstand. Voorschoolse educatie wordt aangeboden door VVE-gecertificeerde kinderopvangorganisaties en is erop gericht om peuters zoveel mogelijk zonder achterstand in het basisonderwijs te laten starten. De JGZ geeft de indicaties voor VVE af aan de hand van de gemeentelijke doelgroepdefinitie en zorgt in Zeist ook voor de toeleiding naar de VE-locaties. Reguliere peuters zijn vanaf 2 jaar welkom op de peuteropvang. Gemeenten hebben een wettelijke verplichting om de doelgroepdefinitie vast te stellen en zijn daarbij vrij om zelf te bepalen hoe zij die vormgeven. De doelgroepdefinitie die de gemeente Zeist hanteert staat hieronder weergegeven. Sinds 2019 is de verdeling van de onderwijsachterstandsmiddelen gebaseerd op een nieuwe systematiek. In het model van het Centraal Bureau voor de Statistiek wordt een aantal omgevingskenmerken meegenomen die volgens onderzoek het risico op onderwijsachterstanden voorspellen: het opleidingsniveau van de ouder(s), het land van herkomst van de ouder(s), de verblijfsduur in Nederland en of er sprake is van schuldsanering. In de oude systematiek werd enkel gekeken naar het opleidingsniveau van ouders als indicator.

En aangezien het opleidingsniveau in Nederland stijgt, daalde het aantal doelgroepkinderen terwijl de ervaren onderwijsachterstanden en kansenongelijkheid eerder stegen. Uit onderzoek is gebleken dat het bepalen van een risico op onderwijsachterstanden genuanceerder ligt waardoor nu ook andere indicatoren meegenomen worden bij de bepaling van de achterstandsscore per gemeente en school. De gemeente Zeist heeft in overleg met de JGZ en de VVE-aanbieders een nieuwe, brede doelgroepdefinitie opgesteld, waarbij naast de hierboven genoemde indicatoren ook andere risicofactoren meegenomen worden. Deze kunnen onderverdeeld worden in kindfactoren en omgevingsfactoren: Beleidsplan Onderwijsachterstanden 2023-2026 Gemeente Zeist

7

Kindfactoren: ▪ Vastgestelde of dreigende achterstand in de Nederlandse spraak-/taalontwikkeling; ▪ Vastgestelde of dreigende achterstand in de cognitieve, motorische of sociaal-emotionele ontwikkeling, waarbij de inschatting is dat een VVE-programma deze achterstand kan voorkomen of verkleinen. Omgevingsfactoren: ▪ ▪

Onvoldoende taalaanbod/taalstimulering in de thuisomgeving; Onvoldoende ontwikkelingsstimulering in de thuissituatie vanwege sociaal-emotionele omstandigheden†.

Met de bestuurlijke accordering van onderliggend OAB-beleidsplan 2023-2025, zal ook bovenstaande doelgroepdefintie worden vastgesteld. De professional van JGZ maakt de inschatting of de aanwezigheid van één of meerdere van deze criteria leidt tot een (risico op) achterstand in de spraak-taal, sociale, motorische en/of sociaal-emotionele ontwikkeling. Dit gebeurt mede aan de hand van een verwijsprotocol waarin meer informatie staat, bijvoorbeeld over wanneer er wordt gesproken van een achterstand in de verschillende ontwikkelingsgebieden en welke specifieke omstandigheden in de thuissituatie kunnen leiden tot een indicatie. Op basis van deze nieuwe doelgroepdefinitie moeten de werkprocessen en -documenten van de JGZ worden vernieuwd. Zo is het nodig een nieuw verwijsprotocol op te stellen en moet het indicatieformulier worden aangepast i.v.m. de nieuwe redenen van indicatie. Er zijn afspraken gemaakt met de JGZ om de redenen van indicatie te registreren en te monitoren. Jaarlijks wordt in de OAB-werkgroep geëvalueerd of we met de huidige doelgroepdefinitie de juiste kinderen bereiken. Tegelijk wordt gekeken of er met de huidige doelgroepdefinitie ook binnen de financiële kaders van de gemeente wordt gebleven. Doordat in Zeist wordt gewerkt met een brede doelgroepdefinitie, is de doelgroep absoluut gezien groter dan waar het Rijk de bekostiging op baseert.

Tot op heden en naar de toekomst toe levert dat vooralsnog geen financiële problemen op. Acties: ➢ De gemeente Zeist zorgt in gezamenlijkheid met de betrokken partijen voor duidelijkheid over de verschillen tussen VVE- en SMI-indicaties en over de werkwijze wanneer er overlap bestaat tussen beiden. ➢ Aan de hand van de nieuwe doelgroepdefinitie vernieuwt de JZG haar werkprocessen en documenten. Zij stelt een nieuw verwijsprotocol op en beoordeelt of het nodig is het indicatieformulier te herzien.

†

Let op: in gevallen waarin ouders die niet allebei werken en die vanwege een sociale of medische situatie niet in staat zijn om voor hun kind(eren) te zorgen, kan een Sociaal Medische Indicatie (SMI) worden afgegeven om een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang te bieden. SMI en de bekostiging hiervan valt formeel buiten de reikwijdte van het OAB-beleid. Aangezien er wel raakvlakken zijn, moet het voor alle betrokken partijen duidelijk zijn wat de verschillen zijn tussen de SMI-indicatie en de VVE-indicatie. In sommige gevallen is er op kindniveau een overlap tussen beide indicaties. Ook dan moet het duidelijk zijn hoe hiermee om wordt gegaan. Beleidsplan Onderwijsachterstanden 2023-2026 Gemeente Zeist

8

4. Uitwerking subdoelen Vanuit het doel van het Onderwijsachterstandenbeleid, de kaders en het doorlopen proces met de verschillende partijen, zijn subdoelen opgesteld voor de periode 2023-2026. De verschillende subdoelen en bijbehorende actiepunten worden per thema weergegeven. Het gaat hierbij om de thema’s: Indiceren & toeleiden, Aanbod & spreiding, Ouderbetrokkenheid, Doorgaande lijn, Ondersteuningsstructuur jonge kind en Schakelklassen. De ambities, doelen en acties die hier beschreven staan, worden begin 2023 vertaald en geprioriteerd in een concrete uitvoeringsagenda.

4.1 Indiceren & toeleiden Ambitie: In Zeist maakt elke (geïndiceerde) peuter gebruik van een kwalitatief aanbod van voorschoolse educatie. Doelen: • De JGZ zorgt voor een sluitende toeleiding naar VVE, na het geven van een VVE-indicatie aan peuters met een (risico op) een taal/ontwikkelingsachterstand. • In 2026 maakt 90% van alle (geïndiceerde) peuters gebruik van voorschoolse educatie. • Er is volledig zicht op redenen van non-bereik van alle ouders van geïndiceerde peuters die geen voorschoolse educatie afnemen. Verhogen bereik doelgroeppeuters Voorschoolse educatie levert een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van kinderen en is een belangrijke pijler in het Onderwijsachterstandenbeleid. Van gemeenten worden inspanningen verwacht om te zorgen dat zo veel mogelijk (geïndiceerde) kinderen gebruik maken van het VE-aanbod. Wij willen daarom het bereik vergroten. Het bereik van doelgroeppeuters ligt op dit moment rond de 75% (het bereik binnen de VE-locaties!) en dit willen we in de komende beleidsperiode verhogen naar minimaal 90%. Monitoring Vanaf het eerste kwartaal van 2022 is de gemeente Zeist gestart met een Peutermonitor. Deze monitor brengt informatie van de gemeente Zeist, de JGZ en de VE-locaties bijeen.

In overzichtelijke dashboards wordt relevante beleidsinformatie op wijkniveau gemonitord, zoals de cijfers rondom bereik en nonbereik, de redenen van indicatie, de redenen van geen deelname aan voorschoolse educatie en de financiën. Tevens krijgt de JGZ automatisch te zien welke kinderen met een VVE-indicatie nog geen reservering of plaatsing hebben bij de VE-locatie, zodat zij daar gerichter actie op kunnen ondernemen. De Peutermonitor gaat de gemeente helpen de doelstellingen te monitoren, om vervolgens op basis van gevalideerde informatie aanvullende acties te kunnen ondernemen. Daarbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan de specifieke aanpak van armoede, wanneer uit de monitor zou blijken dat financiële problemen een reden zijn om geen gebruik te maken van voorschoolse educatie. Maar ook het inzetten van voorschoolse educatie in de dagopvang als mogelijkheid om het bereik van doelgroeppeuters te verhogen. Het is bekend dat werkende ouders vaak niet voldoende hebben aan de korte dagdelen in de peuteropvang. Het stimuleren c.q. bieden van voorschoolse educatie in de dagopvang is dan een mogelijkheid en zal nader onderzocht moeten worden.

Beleidsplan Onderwijsachterstanden 2023-2026 Gemeente Zeist

9

Toeleiding Gemeenten dienen afspraken te maken met betrokken partners over wie wanneer verantwoordelijk is om ervoor te zorgen dat (potentiële) doelgroepkinderen worden toegeleid naar een VE-locatie. De JGZ geeft de indicaties af, en als andere partijen signaleren dat er mogelijk sprake is van een risico op onderwijsachterstanden kunnen zij contact opnemen met de JGZ zodat de indicatie alsnog kan worden afgegeven. Daarnaast heeft de gemeente Zeist maatwerkafspraken gemaakt met de JGZ over de toeleiding. Onderdeel hiervan is dat alle geïndiceerde kinderen worden nagebeld om na te gaan of er een aanmelding tot stand is gekomen. Vanuit de praktijk is aangegeven dat verschillende betrokken partijen (VE-locaties, JGZ, CJG) behoefte hebben om het complete proces van indicering tot plaatsing gezamenlijk onder de loep te nemen en duidelijke afspraken te maken over de verschillende taken en verantwoordelijkheden. Hierbij vinden de partijen het belangrijk om, in plaats van nieuwe functionarissen aan te stellen, gebruik te maken van de bestaande structuren. Denk hierbij ook aan de aansluiting met Kansrijke Start. Het huidige toeleidingsproces kan dus verbeterd worden en daarnaast kunnen sommige zaken efficiënter, door het gebruik van bovengenoemde monitor.

Daarom zullen er nieuwe afspraken worden gemaakt over de registratie van de reden van indicatie, de reden van geen deelname en over de overdracht van JGZ naar de kinderopvang. Er wordt door de gemeente en de samenwerkingspartners een eenduidige verwijsprocedure opgesteld waarbij duidelijk is wat de rollen van de JGZ, het CJG en de aanbieders van voorschoolse educatie zijn. Uiteindelijk wordt er een bijeenkomst georganiseerd voor het hele team van jeugdartsen en -verpleegkundigen, om hen uitleg te geven over de (wettelijke) achtergrond van VVE en de nieuwe (werk)afspraken rondom indiceren en toeleiden. De nieuwe doelgroepdefinitie, het nieuwe verwijsprotocol en het nieuwe indicatieformulier worden hierin ook meegenomen. Acties: ➢ De gemeente Zeist monitort het bereik, het non-bereik en de redenen daarvan en zet in overleg met de samenwerkingspartners bijbehorende acties uit om het bereik te vergroten. ➢ De gemeente Zeist en de samenwerkingspartners herzien de afspraken over een duidelijke verwijsprocedure en een sluitend toeleidingsproces. ➢ De gemeente Zeist organiseert een bijeenkomst voor jeugdartsen en -verpleegkundigen, waarin zij uitleg krijgen over de (wettelijke) achtergrond van VVE, de nieuwe (werk)afspraken rondom indiceren en toeleiden, de nieuwe doelgroepdefinitie, het nieuwe verwijsprotocol en het nieuwe indicatieformulier.

4.2 Aanbod en spreiding Ambitie: In Zeist is sprake van een dekkend aanbod van voorschoolse educatie, zodat iedere (geïndiceerde) peuter thuisnabij in een gemengde groep van reguliere en geïndiceerde peuters, een VVE-aanbod kan volgen van 960 uur over een periode van 1,5 jaar. Doelen: • Er is een goede match tussen daar waar de geïndiceerde peuters wonen en voorzieningen voor voorschoolse educatie. • Geïndiceerde peuters volgen conform de wettelijke richtlijn ten minste 960 uur voorschoolse educatie in de leeftijdsfase van 2,5 tot 4 jaar. Een dekkend aanbod De gemeente heeft een verantwoordelijkheid om voldoende kindplaatsen te realiseren, zodat de kinderen die op basis van de gemeentelijke doelgroepdefinitie in aanmerking komen voor VVE ook daadwerkelijk kunnen deelnemen. Qua situering zijn de VE-locaties op dit moment logisch verdeeld daar waar ook risico’s op onderwijsachterstanden worden gemeten door het CBS. In het voortraject van dit beleidsplan zijn enkele signalen binnen gekomen over de aanwezigheid van wachtlijsten, ook Beleidsplan Onderwijsachterstanden 2023-2026 Gemeente Zeist

10

een belangrijke indicator voor of er voldoende VE-aanbod is. Daarnaast heeft de kinderopvang te maken met uitdagingen op het gebied van huisvesting en personeelstekorten. Voor een compleet beeld is nader onderzoek en input vanuit de Peutermonitor noodzakelijk. De gemeente Zeist gaat dit in 2023 monitoren en gaat hierover met de betrokken partijen in de OAB-werkgroep in gesprek. Binnen het zorgen voor een dekkend aanbod valt ook zo nodig een ‘kleine kernen beleid’. Daar waar de situering van een VE-locatie gewenst is, maar er (te) weinig peuters zijn om een gezonde bedrijfsvoering te hebben, wordt hier momenteel aanvullende subsidie voor geboden op basis van duidelijke indicatoren. Een dekkend aanbod gaat logischerwijs over het VE-aanbod binnen de eigen gemeentegrenzen. Daarbij is bekend dat er ook sprake is van zogenaamd grensverkeer. Met name kinderen uit Soest maken gebruik van het aanbod van voorschoolse educatie in Zeist en omgekeerd. Vanuit de informatie in de Peutermonitor kan dit inzichtelijk gemaakt worden. In overleg met de gemeente Soest zullen nadere/nieuwe afspraken gemaakt worden of en op welke wijze over en weer afgerekend wordt. 960-uurs aanbod Sinds 1 augustus 2020 dienen gemeenten een VE-aanbod te realiseren van ten minste 960 uur per (geïndiceerde) peuter over een periode van 1,5 jaar, voordat zij naar school gaan.

De gemeente Zeist wil dat (geïndiceerde) peuters zoveel mogelijk gebruik maken van het aantal aangeboden uren per week (16 uur) en zo vroeg mogelijk starten. Het is uiteraard aan de ouders of zij daadwerkelijk van dit aanbod gebruik maken. Vanuit de dashboards van de Peutermonitor worden de gegevens hierover bekeken, zodat passende acties waar nodig kunnen worden ingezet. Een passende actie kan bijvoorbeeld het vervroegen van het moment van indiceren zijn, maar ook het overwegen van een startleeftijd van 2 jaar voor doelgroepkinderen, zodat meer peuters op de leeftijd van 2,5 jaar het juiste aantal uren afnemen. VE in de dagopvang Voorschoolse educatie is in de praktijk niet voorbehouden aan peuteropvang zoals die voorheen in peuterspeelzalen werd geboden: korte dagdelen, 40 weken per jaar. Ook in de dagopvang is voorschoolse educatie mogelijk. In horizontale groepen (2-4 jarigen) en zelfs in verticale groepen. Daar waar het bereik van de doelgroeppeuters onder druk komt te staan, omdat een substantieel aandeel van hen gebruik maakt dagopvang, zal onderzocht moeten worden in hoeverre de gemeente VE in de dagopvang wenst te stimuleren. Met name MeanderOmnium heeft als kinderopvangaanbieder al aangegeven dat ze hier voorstander van zijn en dat er vraag naar is.

Als gemeente gaan we in principe niet over de bedrijfsvoering van een kinderopvangorganisatie, maar wanneer spreiding en bereik onder druk komen te staan, is er wel de wettelijke taak om hierop te acteren. Vanzelfsprekend zal daarin meegenomen moeten worden wat dit betekent voor de aan te vragen subsidie en in hoeverre hier specifiek beleid op gemaakt moet worden. Acties: ➢ De gemeente Zeist monitort vraag en aanbod van VVE-kindplaatsen en gaat zo nodig met de betrokken partijen in de OAB-werkgroep in gesprek over wachtlijsten en spreiding van locaties. ➢ Met de gemeente Soest worden afspraken gemaakt over het afrekenen van zogenaamd ‘grensverkeer’ van peuters. ➢ De gemeente Zeist gaat de afname van de 960-uursnorm monitoren en gaat waar nodig met de JGZ en de VE-locaties in gesprek over passende acties. ➢ De gemeente Zeist onderzoekt met de kinderopvangaanbieders de noodzaak en mogelijkheden voor voorschoolse educatie in de dagopvang en bepaalt of en welke aanvullende maatregelen nodig zijn om de betaalbaarheid van het stelsel overeind te houden.

Beleidsplan Onderwijsachterstanden 2023-2026 Gemeente Zeist

11

4.3 Ouderbetrokkenheid Ambitie: Ouders/verzorgers zijn en worden actief betrokken bij de ontwikkeling van het kind in de voor- en vroegschoolse periode en worden gestimuleerd de educatieve ontwikkeling ook in te zetten in de thuissituatie. Doelen: • Alle voor- en vroegschoolse voorzieningen hebben een plan van aanpak om systematisch de ouderbetrokkenheid te stimuleren (en te vergroten). • Dit plan van aanpak is toegespitst op de ouderpopulatie in de wijk en is tot stand gekomen in samenwerking tussen voor- en de vroegschool; • Alle kinderen (en hun ouders) worden gestimuleerd en krijgen tips en handvaten aangereikt om (voor) te lezen en worden hierbij begeleid door de kinderopvang en de basisschool; • Ouders ervaren dat zij betrokken worden bij de ontwikkeling van hun kind doordat zij: - Voldoende geïnformeerd worden over de ontwikkeling van hun kind; - Voldoende op de hoogte zijn van de (actieve) rol die van hen gevraagd wordt in de vooren vroegschool; - Voldoende materiaal en/of informatie krijgen om thuis stimulerende activiteiten te doen; - Regelmatig kunnen participeren aan ouderactiviteiten en hierover actief benaderd worden. Ouderbetrokkenheid De thuissituatie is ontzettend belangrijk voor de ontwikkeling van een kind. VE-locaties en scholen trekken daarom samen met ouders op om kinderen te stimuleren in hun ontwikkeling.

Zo werken we samen aan de beste kansen voor kinderen. Binnen de gemeente Zeist zetten we in op de actieve participatie van ouders van geïndiceerde peuters bij de ontwikkeling van hun kind. Wij streven er naar dat ouders thuis actief bijdragen door bijvoorbeeld thuis voor te lezen, gesprekjes te voeren over opvang en school, maar ook deel te nemen aan ouderavonden en rapportgesprekken. Zo benutten we ouderbetrokkenheid als instrument om achterstanden van peuters en leerlingen te voorkomen of te verminderen. Ouderbeleid Voor een stevig fundament aan ouderbetrokkenheid op de locaties is het belangrijk dat het aanbod aansluit bij de behoefte en het niveau van betrokkenheid van de ouders. Tijdens gesprekken met aanbieders kwam naar voren dat het huidige aanbod aan ouderbetrokkenheid versnipperd is. Er gebeurt veel binnen de gemeente, maar de samenhang tussen de verschillende initiatieven ontbreekt. Daarom maken we hierover eenduidige afspraken met elkaar. We werken toe naar een ouderbeleid dat is afgestemd op de groep ouders die op de VE-locaties of op school aanwezig zijn. Een heldere analyse van de ouderpopulatie per VE-locatie of school ligt hieraan ten grondslag. Het is aan de VE-locaties en het onderwijs om het ouderbeleid op locatie vorm te geven. Hierbij streven we naar een afgestemd ouderaanbod in de doorgaande lijn tussen de voor- en vroegschool.

VVE in de thuissituatie De VE-locatie en de school hebben de taak ouders te ondersteunen in hun betrokkenheid thuis op het gebied van taal en lezen, door een zorgvuldige communicatie en door goede begeleiding van ouders en kinderen bij overgangen in de schoolloopbaan. We vinden het hierbij belangrijk dat de aandacht voor taalontwikkeling wordt geïntegreerd in de dagelijkse routine binnen het gezin.

Beleidsplan Onderwijsachterstanden 2023-2026 Gemeente Zeist

12

In de komende periode onderzoeken we met elkaar welke programma’s we hiervoor gemeente breed kunnen inzetten. We denken hierbij aan initiatieven als Boekstart en Spel-aan-huis, eventueel gekoppeld aan inzet van de Speel-o-theek in Zeist. Leesbevordering (Voor)lezen geeft plezier en lezen is noodzakelijk om te leren. Kinderen die plezier hebben in lezen, gaan méér lezen, gaan daardoor steeds béter lezen en blijven ook lezen. Daarom wordt in Zeist ingezet op het stimuleren van voorlezen en zelf lezen gedurende de hele kindertijd. We zetten binnen de gemeente Zeist in op het programma Boekstart waarbij, in samenwerking met de bibliotheek Idea, wordt gewerkt aan de leesbevordering van kinderen. Deze lijn wordt in samenspraak met het onderwijs doorgetrokken naar het basisonderwijs met de Bibliotheek op School. Daarnaast onderzoeken we in de komende periode of de inzet van digitale (prenten)boeken een extra stimulans kan geven aan de leesbevordering van kinderen binnen onze gemeente. Taalvaardigheid ouders Er zijn ouders die de Nederlandse taal slecht beheersen, voornamelijk omdat ze niet uit Nederland afkomstig zijn. Ouderbetrokkenheid bij VVE voor deze ouders is complex, omdat vaak de wil om betrokken te zijn er wel is, maar de mogelijkheden daartoe beperkt zijn.

Vanuit de Pedagogische kennislijn kan hierbij extra ondersteuning geboden worden, zoals specifiek taalaanbod voor opvoeders en de inzet vanuit het programma TOELS. Dit staat voor Thuis, Ouderondersteuning, Educatie, Leren & Spelen en vervangt het voormalige Instapje, Opstap(je) en VVE-thuis. Integrale aanpak De gemeente heeft een coördinerende rol en verbindt initiatieven vanuit de aanpak laaggeletterdheid, het Nationaal Programma Onderwijs en het OAB-beleid met elkaar. Zo dragen we zorg voor een integraal aanbod binnen de gemeente Zeist met betrekking tot het vergroten van ouderbetrokkenheid. Opvoedondersteuning Op iedere locatie wordt samen met ouders gewerkt vanuit een stevige basis. Passend bij de ouderpopulatie. Maar soms is er meer nodig. Wanneer een gezin meer ondersteuning nodig heeft kan er vanuit de Pedagogische kennislijn opvoedondersteuning geboden worden, waarbij het gaat om opvoedondersteuning ter bevordering van de ontwikkeling van het kind. Hierbij wordt, afhankelijk van de behoefte van het gezin, maatwerk ingezet door een specialist. Hierdoor zijn ouders eerder en bewuster betrokken bij de opvoeding en het stimuleren van de ontwikkeling van hun kind. Acties: ➢ Iedere locatie stelt jaarlijks een ouderpopulatiescan op en past zijn ouderbetrokkenheidsplan hierop aan.

De VE-locatie en de vroegschool betrekken ouders op deze manier om de doelen te behalen en de (educatieve) ontwikkeling te stimuleren van het kind in de thuissituatie. ➢ Ouders/verzorgers worden mondeling en schriftelijk geïnformeerd door de VE-locatie over het VVE-programma en door de vroegschool over het beredeneerd aanbod en de doelen (resultaatgericht werken) die worden nagestreefd. ➢ Ouders van doelgroepkinderen worden gestimuleerd om thuis aan de slag te gaan met het thuisonderdeel van het VVE-programma. In de komende periode onderzoeken we met elkaar welke programma’s we hiervoor gemeente breed kunnen inzetten. ➢ Doelgroepkinderen en hun ouders voor wie dit passend is maken gebruik van een voorleesprogramma waarbij vrijwilligers bij gezinnen thuis komen voorlezen en ouders voorleestips geven. ➢ Het leesbevorderingsprogramma Boekstart is beschikbaar voor peuters in de voorschoolse educatie. We onderzoeken de mogelijkheid om deze lijn door te trekken naar het basisonderwijs. Beleidsplan Onderwijsachterstanden 2023-2026 Gemeente Zeist

13

➢ We onderzoeken of de inzet van digitale (prenten)boeken een extra stimulans kan geven aan de leesbevordering van kinderen binnen onze gemeente. ➢ We zoeken naar samenwerking binnen de gemeentelijke organisatie, op het gebied van taalstimulering voor anderstalige en laaggeletterde ouders.

4.4 Doorgaande lijn Ambitie: Voor alle peuters is sprake van een doorgaande leer- en ontwikkellijn tussen het consultatiebureau, kinderopvang en onderwijs. Doelen: • Er is een, met het consultatiebureau, kinderopvang en onderwijs afgestemd, gemeentelijk overdrachtsformulier. • De gegevens van 100% van de geïndiceerde peuters en peuters met extra ondersteuningsbehoeften worden warm overgedragen (dat wil zeggen fysiek en bij zorg over een peuter in aanwezigheid van de ouders) waarbij gebruik gemaakt wordt van het gemeentelijke overdrachtsformulier. • De gegevens van 100% van de reguliere peuters worden overgedragen waarbij gebruik gemaakt wordt van het gemeentelijke overdrachtsformulier. • Voor- en vroegscholen zijn op de hoogte van elkaars aanbod en streven ernaar dat dit aanbod op elkaar aansluit. Kwaliteit en samenhang van het aanbod In het voortraject van dit beleidsplan kwam naar voren dat de mate waarin de doorgaande lijn tussen kinderopvang en onderwijs is ingericht, sterk verschilt binnen de gemeente Zeist. De wens om de doorgaande lijn te versterken leeft, maar de specifieke behoefte wat betreft verbeteracties is zeer verschillend. De ene school wil bijvoorbeeld meer weten over wat voorschoolse educatie inhoudt en de andere heeft al een verdergaande relatie met de kinderopvang opgebouwd en wil als vervolgstap gezamenlijk het ouderbeleid op elkaar afstemmen.

Ervaringen in het land laten zien dat meer regie op kwaliteit en samenhang een meerwaarde voor kinderen en hun ouders kan betekenen. Overdracht Voor een doorgaande leer- en ontwikkellijn is het van belang dat relevante informatie over het kind en diens omgeving, met toestemming van de ouders, overgedragen wordt. Zo kan het Onderwijs voortborduren op de kennis en ervaring van de aanbieder van voorschoolse educatie en wordt voorkomen dat er tijd verloren gaat wanneer er specifieke aandachtspunten zijn. Door een duidelijke overdracht van doelgroeppeuters vanuit het consultatiebureau naar de kinderopvang kan de kinderopvang het (VE-)aanbod makkelijker aan laten sluiten op de individuele behoefte van het kind. Hiervoor is een eenduidig (digitaal) overdrachtsformulier nodig dat zo nodig uitgebreid kan worden met informatie vanuit een kindvolgsysteem. Niet alleen het opstellen van een formulier is van belang, maar ook de afspraken over praktische zaken zoals wanneer de overdracht plaatsvindt, wat te doen bij geen toestemming van ouders voor het overdragen van de gegevens of bij extra zorg om een kind.

Daarnaast is uit de gesprekken gebleken dat er ook behoefte is aan een terugkoppeling (vanuit het Primair Onderwijs) na de overgang van bijvoorbeeld de voorschool naar de vroegschool: hoe ontwikkelt het kind zich binnen het onderwijs? Het gebruik van een met de partijen afgestemd overdrachtsformulier is een belangrijk instrument in de uitwerking en invulling van de doorgaande lijn, maar het elkaar kennen en ontmoeten is minstens van even groot belang. Beleidsplan Onderwijsachterstanden 2023-2026 Gemeente Zeist

14

Koppelgesprekken De gemeente Zeist wil inzetten op meer samenhang in inhoud, visie en uitvoering door de betrokken partijen en op een meer integraal aanbod van activiteiten in het kader van OAB. Daarvoor is allereerst ontmoeting en kennis van elkaars aanpak, aanbod en werkwijze nodig. Omdat het per ‘koppel’ van basisschool en peuteropvang verschilt wat er nodig is om hun samenwerking te verbeteren, wil de gemeente ‘koppelgesprekken’ gaan faciliteren, waarin zij a.d.h.v. thema’s uit de onderwijsinspectie met elkaar kunnen bepalen wat er al goed gaat en wat er aanvullend nodig is bij dat koppel en in die wijk. De OAB-thema’s die in ieder geval van belang zijn, betreffen: taalstimulering, ouderbetrokkenheid, doorgaande lijn en samenwerking. Het doel is een vertaling te maken naar concrete actieplannen. De gemeente overweegt om ruimte te geven aan concrete initiatieven die de doorgaande lijn een impuls kunnen geven door het beschikbaar stellen van incidentele subsidie. Acties: ➢ Samen met het consultatiebureau, kinderopvang en onderwijs wordt een nieuw (digitaal) overdrachtsformulier opgesteld, dat voldoet aan de behoeftes van het onderwijs en de mogelijkheden van de kinderopvang. ➢ Er komen afspraken over het moment en de wijze van overdracht, de organisatie van de gesprekken en de werkwijze wanneer er ouders zijn die geen toestemming voor overdracht geven.

Deze afspraken worden in een duidelijke routekaart inzichtelijk gemaakt voor alle betrokkenen. ➢ Koppelgesprekken worden georganiseerd tussen voor- en vroegschool met als doel op gestructureerde wijze kennis te nemen van elkaars aanpak, aanbod en werkwijze en deze op elkaar af te stemmen.

4.5 Ondersteuningsstructuur jonge kind Ambitie: Voor (geïndiceerde) peuters die meer of iets anders nodig hebben dan voorschoolse educatie is duidelijk welk aanbod passend en beschikbaar is; Doelen: • Op de VE-locaties wordt ondersteuning aan kinderen zo vroeg mogelijk (preventief) ingezet, zodat minder zware en specialistische trajecten nodig zijn; • Er is een helder overzicht van het beschikbare ondersteuningsaanbod, zowel binnen als buiten de voorscholen. • Er zijn afspraken tussen JGZ, CJG, MeanderOmnium, de VE-locaties, primair onderwijs en het samenwerkingsverband passend onderwijs over de samenwerking rondom kinderen met extra ondersteuningsbehoeften. Daarbij is duidelijk wie welke rol heeft, welke informatie wordt overgedragen en wie casusregie heeft. Passende ondersteuning Bij het bieden van passende opvang aan kinderen met extra ondersteuningsbehoeften is het van belang dat het kind de gevraagde ondersteuning geboden krijgt, passend bij het aanbod en de mogelijkheden van de groep. Door met elkaar af te spreken welke zorg er (wel of juist niet) binnen de VE-locatie geboden kan worden, ontstaat een helder beeld van de behoefte op het gebied van passende ondersteuning. In de gemeente Zeist gaan we als basis voor de VE-locaties uit van een ‘inhaalbare achterstand’.

We spreken van een inhaalbare achterstand wanneer een kind een ontwikkelingsachterstand heeft op taal en/of andere ontwikkelingsdomeinen, waarbij de verwachting is dat deze achterstand met een extra (individuele) stimulans verkleind kan worden. Bijvoorbeeld een kind met een Beleidsplan Onderwijsachterstanden 2023-2026 Gemeente Zeist

15

taalontwikkelingsstoornis (TOS) heeft géén inhaalbare achterstand. Een kind met een achterstand in de Nederlandse taal, bijvoorbeeld, omdat de thuistaal een andere taal is, heeft wel een inhaalbare achterstand. Hierbij is de verwachting dat deze achterstand door extra begeleiding ingehaald kan worden. De extra ondersteuning wordt geboden vanuit de (specialisten van de) VE-locaties.

1. Reguliere VVE-opvang [inhaalbare achterstand]

Het overgrote deel van de kinderen kan terecht binnen een reguliere VVElocatie. De basisondersteuning van de opvang is voldoende.

2. Reguliere VVE-opvang met extra ondersteuning

3. Specialistische opvang, zoals Vriendjes en Youké

[inpasbare ondersteuning]

[niet inpasbare ondersteuning]

Voor sommige kinderen is extra (specialistische) ondersteuning binnen de reguliere opvang nodig. Deze extra ondersteuning kan binnen de VVElocatie worden georganiseerd, of wordt ambulant ingezet.

Sommige kinderen hebben een zwaardere ondersteuningsbeho efte. Deze behoefte is zwaarder dan de reguliere setting (met ambulante ondersteuning) kan bieden.

4. Geen opvang, maar zorg [niet inpasbare ondersteuning]

Er zijn kinderen met een dergelijk zware ondersteuningsbehoefte dat ook de specialistische opvang niet voldoet.

Figuur 1. Opvangvormen met oplopende mate van ondersteuning.

Reguliere VVE-opvang met extra ondersteuning Binnen de gemeente ligt een stevige basis voor VVE-opvang en aanvullende ondersteuning. Zie figuur 1 voor een overzicht van categorieën van ondersteuning vanuit de gemeente Zeist. Daarnaast is er met de specialistische opvang bij de organisaties Vriendjes en Youké een duidelijk aanbod voor kinderen die niet passen binnen de reguliere kinderopvang. Kinderen met een nog zwaardere ondersteuningsbehoefte komen in de zorg terecht. Daarmee zijn de onderdelen 1, 3 en 4 helder. In de gesprekken met de VE-locaties kwam naar voren dat er behoefte is aan een duidelijk kader voor onderdeel 2. Hier gaat het om het bieden van extra ondersteuning op de VE-locaties, waarmee kinderen die een niet-inhaalbare achterstand hebben, tóch binnen de reguliere setting opgevangen kunnen worden. Denk hierbij aan sommige kinderen met autisme. De ondersteuningsvraag van het kind is niet direct inhaalbaar, maar het kind en de extra ondersteuning passen wél binnen de groep. We spreken van ‘inpasbare ondersteuning’ wanneer de ondersteuningsvraag van een kind niet diréct inhaalbaar is, maar wél past binnen de groep. Of dit mogelijk en passend is, hangt af van de ondersteuningsbehoefte van het kind zelf, maar ook van de professionaliteit en de draagkracht van de medewerkers van de groep en de samenstelling van de groep.

Sommige kinderen kunnen met wat extra ondersteuning prima meedraaien binnen de reguliere kinderopvang. Deze extra ondersteuning kan verschillende vormen aannemen, zoals ambulante begeleiding van specialisten die tijdelijk worden ingezet ter ondersteuning van het kind en/of de medewerkers, wat op veel plekken in Zeist al gebeurt. Er zijn ook andere zaken te bedenken die zorgen dat ondersteuning passend wordt, zodat de VElocaties peuters een plek kunnen bieden die nu elders worden opgevangen. Denk aan de structurele inzet van een extra pedagogisch medewerker of extra deskundigheidsbevordering. We gaan de

Beleidsplan Onderwijsachterstanden 2023-2026 Gemeente Zeist

16

komende tijd uitwerken hoe ver we willen gaan binnen de gemeente Zeist en welk budget hiervoor beschikbaar is. Het is niet zo dat álle ondersteuningsvragen binnen een reguliere setting opgepakt kunnen worden. Zodra de belasting voor de groep te hoog wordt, of het kind zelf niet tot ontwikkeling komt, is een andere plek buiten de VE-locaties passender. Intern Begeleider VE-locaties Vanuit de Pedagogische kennislijn wordt er binnen de gemeente Zeist gewerkt met Intern Begeleiders (IB-ers) op de VE-locaties. Zij ondersteunen pedagogisch medewerkers op de groep als het gaat om zorg- en ondersteuningsvraagstukken, die binnen de eigen organisatie niet ingevuld kunnen worden. De IB-er stelt, samen met de pedagogisch medewerkers een handelingsplan op en zet acties uit. Daarnaast onderhoudt de IB-er het contact met ouders en netwerkpartners als het gaat om de ondersteuningsbehoeften van het kind. Zo sluit zij bijvoorbeeld aan bij het Puzzelkind-overleg van de gemeente Zeist. De IB-er is nadrukkelijk geen hulpverlener of indicerende partij, maar een professional die thuis, de kinderopvang en het zorgnetwerk met elkaar verbindt. Vroegsignalering De voorschoolse educatie heeft jonge kinderen en daarmee gezinnen in haar voorzieningen waar soms meer mee aan de hand is dan alleen een risico op onderwijsachterstanden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12490043/1