CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB23.018 Gebiedssamenwerking van Atot Z

Vragenuur Lijst ingekomen stukken 14 maart 2023, gemeente ZeistBij agendapunt: C-Raadsinformatiebrieven13.487 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Hoe gaan we te werk? In overleg met de regio Bij besluiten die voortvloeien uit het SVP geeft Defensie rekenschap van de impact daarvan in de regio. Het gaat daarbij specifiek over locaties waar Defensie gaat concentreren (en dus haar aanwezigheid uitbreidt), een nieuwe locatie realiseert of over zogenaamde perspectieflocaties (locaties die Defensie verlaat en daarmee beschikbaar komen voor een andere bestemming). Bij elk van deze casussen is samenwerking en overleg met de omgeving een belangrijk onderdeel van de planuitwerking. De insteek is om met de regio gezamenlijk knelpunten en kansen te identificeren en wederzijdse belangen en opgaven zo goed mogelijk te dienen. Ik streef ernaar plannen te realiseren met draagvlak in de omgeving waarbij er winst is voor alle partijen, en waarbij ook aandacht is voor ruimtelijke kwaliteit. Bij de besluitvorming blijft het Defensiebelang wel doorslaggevend. Bij projecten waar dit van toegevoegde waarde is trekken Defensie en het RVB gezamenlijk op met andere ministeries die actief zijn in het ruimtelijk domein. In de Contourenbrief is uiteengezet dat in fase 2, die volgt op de ambtelijke verkenningsfase, Defensie samen met het RVB in gesprek gaat met vertegenwoordigers van de regio met als insteek om te komen tot een gezamenlijk voornemen en bestuurlijke afspraken over de samenwerking.

Bij een concentratielocatie zal dit gesprek worden uitgebreid met deelname van het waterschap. Bij een perspectieflocatie wordt samen met de regio gekeken naar de impact en afhankelijk daarvan worden er verschillende partijen gevraagd om aan te sluiten, in ieder geval overheden, ondernemers en maatschappelijke organisaties, bijvoorbeeld onderwijsorganisaties. Hierbij wordt toegewerkt naar een perspectiefplan waarin de kansen en knelpunten voor herbestemming worden onderzocht. Door hier als Rijk met medeoverheden samen te werken, kan de verbinding worden gemaakt met andere maatschappelijke en ruimtelijke vraagstukken zoals woningbouw, natuur en de energietransitie. Bij een object dat als strategische reservelocatie wordt aangewezen volgt hetzelfde traject, waarbij Defensie en het RVB meedenken over een nieuwe tijdelijke bestemming. Voor elk van de projecten die genoemd zijn onder ‘Aanpak’ is het overleg met de omgeving reeds gestart. In de bijlage wordt per project beschreven wat de huidige stand van zaken is, ook voor het participatietraject met de regio.

Pagina 10 van 15

Fasering projecten met regionale impact Vervolgproces De verdere uitwerking van het SVP is een gefaseerd proces waarbij ik uw Kamer actief betrek bij de voortgang en de plannen. Om de samenhang van de opgave te bewaren wordt jaarlijks een voortgangsbrief opgesteld waarin ik inga op de vierledige doelstelling van het programma en de vorderingen daaromtrent. Voor verduurzaming en de financiële component wordt concreet ingegaan op de KPI’s die in de voorgaande paragrafen zijn vastgesteld. Onderdeel van deze brief is het projectenoverzicht, inclusief de stand van zaken. In aanvulling daarop wordt het Defensie Materieel Proces gevolgd bij individuele projecten waarbij het bestuurlijk voornemen heeft geresulteerd in een voorlopig besluit. Zoals daarbij gebruikelijk is, wordt u met een A-brief geïnformeerd over de start van de uitvoeringsfase van het project. Afhankelijk van de behandeling hiervan volgt bij de aanbesteding van het project een D-brief. Defensie en het RVB werken in de uitwerking van de programma en de individuele projecten nauw samen als strategische partners.

Waar houden we rekening mee in de uitwerking? Externe ontwikkelingen en risico’s De krijgsmacht ontwikkelt zich in hoog tempo, dat betekent ook dat Defensie flexibel moet inspelen op externe factoren bij het realiseren van plannen. De omvang van de vastgoedopgave vraagt een hoog ambitieniveau, maar tegelijkertijd ben ik realistisch bij de uitwerking van het SVP. Meerdere externe factoren vormen risico’s die, ondanks risicobeheersing, van impact kunnen zijn op planning, aanpak en de financiën. Een voorbeeld is de verkrijgbaarheid en de betaalbaarheid van bouwmaterialen. Defensie is hierbij net als andere organisaties afhankelijk van de marktontwikkelingen. Ook is het aantrekken en behouden van voldoende capaciteit en specialistische kennis, zowel bij uitvoerders, Defensie als bij het RVB een aandachtspunt.

Pagina 11 van 15

Op juridisch vlak moet rekening worden gehouden met recente ontwikkelingen omtrent benodigde vergunningen. Voor nieuwe, Rijksbrede wet- en regelgeving geldt dat in het coalitieakkoord is vastgesteld dat bij de implementatie rekening wordt gehouden met de bijzondere positie van Defensie. Uiteraard speelt het stikstofvraagstuk ook een rol bij projecten van Defensie. Defensie moet, net als iedere andere organisatie in Nederland, zich houden aan de wet- en regelgeving bij het realiseren van vastgoedprojecten. In het gesprek met de omgeving is het een risico dat door de integrale aanpak en de focus op het creëren van meerwaarde voor alle partijen, het Defensiebelang en de doelstellingen van het SVP teveel uit het zicht raken. Dit wil ik voorkomen door de regie duidelijk bij Defensie te houden. Kabinetsreactie aanbevelingen Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) naar het Defensievastgoed Zoals aangegeven is het IBO naar het Defensievastgoed, dat op 16 april 2021 met uw Kamer is gedeeld, een belangrijke aanleiding geweest voor Defensie om integraal naar ons vastgoed te kijken (Kamerstuk 34 919, nr. 77). Dit IBO heeft geleid tot concrete en uitvoerbare aanbevelingen. Bij de uitwerking van het SVP worden deze aanbevelingen betrokken.

Op 24 juni 2021 is op uw verzoek al inhoudelijk ingegaan op de aanbevelingen die in het IBO zijn gedaan en op welke manier Defensie hiermee reeds aan de slag is gegaan (Kamerstuk 34919, nr. 79). Toen is bijvoorbeeld aangegeven dat Defensie halfjaarlijks zal rapporteren over de voortgang van de acties om het vastgoedbeheer te verbeteren. Over de opzet van de halfjaarlijkse rapportage heb ik uw Kamer met de brief van 21 september 2021 geïnformeerd (Kamerstuk 34 919, nr. 83). Met de brief van 18 mei 2022 (Kamerstuk 34 919, nr. 91) en de brief van 20 september 2022 (Kamerstuk 36124, nr. 4) heeft uw Kamer de eerste twee halfjaarlijkse rapportages ontvangen. Hiermee wordt opvolging gegeven aan de moties Sneller (Kamerstuk 35 830, nr. 9) en Stoffer (Kamerstuk 35 830, nr. 22). Sinds de totstandkoming van het IBO is de oorlog in Oekraïne uitgebroken. Deze belangrijke ontwikkeling zet ook de vastgoedopgave van Defensie in een ander licht, zoals ik al eerder in deze brief heb uiteengezet. Het ambitieniveau en het beschikbare budget is anders dan ten tijde van de totstandkoming van het IBO. Het SVP houdt hier rekening mee en gaat uit van de vierledige doelstelling zoals aan het begin van deze brief vermeld. In het vervolg van deze paragraaf wordt puntsgewijs ingegaan op de drie hoofdaanbevelingen uit het IBO en op welke manier deze aanbevelingen terugkomen in de uitwerking van het SVP.

Aanbeveling 1. Zorg voor een structurele invulling van de noodzakelijke randvoorwaarden voor het vastgoed, structureer bijvoorbeeld de informatiehuishouding en de governance; Ik onderschrijf het belang van het structureel op orde brengen van de randvoorwaarden voor het vastgoed. Deze aanbeveling wordt dan ook overgenomen. Als onderdeel van de acties die Defensie in gang heeft gezet naar aanleiding van het Verantwoordingsonderzoek van de Algemene Rekenkamer, is Defensie vorig jaar gestart met het halfjaarlijks rapporteren over de stand van zaken van onder meer de doorontwikkeling van het vastgoedmanagement, inclusief de informatievoorziening. Ik wil deze rapportage voortaan combineren met de jaarlijkse voortgangsbrief over de uitwerking van het SVP, zodat u jaarlijks een integrale vastgoedrapportage ontvangt, waarbij ook wordt ingegaan op het vastgoedmanagement en gerelateerde zaken. In de meest recente rapportage (Kamerstuk 36124, nr. 4) worden de laatste ontwikkelingen op het gebied van deze aanbeveling toegelicht. Zo is het RVB in opdracht van Defensie

Pagina 12 van 15

inmiddels gestart met de implementatie van een nieuw onderhoudsmanagement systeem (OMS), dat wanneer het volledig operationeel is, zal zorgen voor eenvoudiger en meer integraal inzicht in de staat van het onderhoud van het Defensievastgoed. Ook zijn KPI’s toegevoegd in de managementrapportages van het RVB naar Defensie, waardoor Defensie een beter inzicht krijgt in de staat van het vastgoed. Bovendien is een TaskForce Normering Vastgoed (TF NoVa) ingesteld die de effectieve bezetting en gebruik van het Defensievastgoed onderzoekt. De rapporten van TF NoVa leveren actuele en gevalideerde data voor de volgende fasen in de aanpak van de vastgoedportefeuille. 2. Zorg dat de bestaande disbalans tussen het beschikbare budget en de vastgoedportefeuille wordt hersteld door concentratie, verduurzaming en vernieuwing; Het herstellen van de balans tussen het budget en de vastgoedportefeuille is een van de vier doelen van het SVP. In de paragraaf ‘financieel in balans’ is uitgebreid ingegaan op de benodigde investeringen om de balans te herstellen. Bij het monitoren van het SVP zal in de jaarlijkse Kamerbrief standaard worden gerapporteerd over de financiële component van het programma. 3.Realiseer een toekomstvast en stabiel stelsel door het vastgoed van Defensie onder te brengen in een eigen stelsel bij het Rijksvastgoedbedrijf.

In tegenstelling tot de meeste andere onderdelen van de Rijksoverheid, heeft Defensie op dit moment haar vastgoed (gebouwen en terreinen) in eigen bezit. Het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) beheert het vastgoed voor Defensie. Defensie heeft, naar aanleiding van deze aanbeveling van het IBO, het principebesluit genomen om over te gaan op een nog nieuw te ontwikkelen stelsel bij het RVB. Hierbij ‘koopt’ of financiert het RVB gefaseerd het vastgoed van Defensie en betaalt Defensie vervolgens jaarlijks een gebruikersvergoeding aan het RVB, bestaande uit rente en afschrijving. Het achterliggende doel is dat het baten/lasten-stelsel waar het RVB mee werkt voor financiële stabiliteit zorgt en toegang geeft tot een leenfaciliteit waarmee investeringen kunnen worden versneld. Het nieuwe stelsel zal in de komende periode door Defensie en het RVB worden uitgewerkt. Belangrijke voorwaarden daarbij zijn: Defensie houdt zeggenschap over de beschikbaarheid en het gebruik van het Defensievastgoed. De overgang naar het nieuwe stelsel is budgetneutraal. De overgang vindt gefaseerd plaats. Ik hoop dat ik u met deze brief heb kunnen meenemen in mijn visie van de opgave die voor ons ligt, de aanpak die ik wil volgen en de overwegingen die daarbij spelen. Ik ga graag met u in gesprek over de verdere uitwerking hiervan.

Om invulling te geven aan artikel 3.1 van de Comptabiliteitswet ontvangt u hierbij het CW 3.1 kader (Kamerstuk 31 865, nr. 198).

Beleidskeuzes uitgelegd Onderbouwing doeltreffendheid, doelmatigheid en evaluatie (CW 3.1)

Pagina 13 van 15

1.

Doel(en)

2.

Beleidsinstrument(en)

3.

Financiële gevolgen voor het Rijk

4.

Financiële gevolgen voor maatschappelijke sectoren

5.

Nagestreefde doeltreffendheid

Pagina 14 van 15

Het Strategisch Vastgoedplan 2022 (SVP) heeft een vierledige doelstelling: ondersteuning van de operationele gereedstelling, werving en behoud van personeel, verduurzaming en het herstellen van de financiële balans. Het opzetten van het programma voor het SVP en het onderzoek van de mogelijkheden om een nieuw vastgoedstelsel op te zetten zijn beleidsinstrumenten die worden gebruikt. Met het SVP wordt gewerkt volgens een gefaseerde aanpak, waarbij de vier doelen in samenhang met elkaar worden bekeken en per locatie en provincie worden gewogen. Eerst worden enkele strategische projecten in gang gezet, die richtinggevend zijn voor de ontwikkeling van Defensie en waardoor er ruimte gecreëerd wordt voor de concentratie, verduurzaming en vernieuwing van andere delen van de vastgoedportefeuille. Het slopen, afstoten, herbestemmen of revitaliseren van Defensiegebouwen wordt aan de hand van een afwegingskader afgewogen. Tijdelijk of structureel afstaan van locaties biedt ook meekoppelkansen voor andere opgaven in het ruimtelijk domein.

De financiële gevolgen voor het Rijk zijn als volgt: met het geld dat beschikbaar komt door afstoting van overbodig vastgoed en met de beschikbare investeringsmiddelen uit de begroting en de aanvullende middelen van het Coalitieakkoord (voor het vastgoed incidenteel € 2,3 miljard en structureel € 165 miljoen), kan Defensie het SVP de komende 15 jaar verder uitwerken en grondig investeren in het vastgoed. D Bij een perspectieflocatie wordt met de regio gekeken naar de impact en afhankelijk daarvan worden verschillende partijen gevraagd om aan te sluiten, in ieder geval overheden, ondernemers en maatschappelijke organisaties, bijvoorbeeld onderwijsorganisaties. Hierbij wordt toegewerkt naar een perspectiefplan waarin de kansen en de knelpunten voor herbestemming worden onderzocht. Door hier als Rijk met medeoverheden samen te werken, kan de verbinding worden gemaakt met andere maatschappelijke en ruimtelijke vraagstukken zoals woningbouw, natuur en de energietransitie. Bij een object dat als strategische reservelocatie wordt aangewezen volgt hetzelfde traject, waarbij Defensie en het RVB meedenken over een nieuwe tijdelijke bestemming. WHet hebben van een duurzame, veilige, flexibele en betaalbare vastgoedportefeuille zorgt voor een optimale ondersteuning van de bedrijfsvoering van Defensie en het verhogen van de operationele gereedheid.

Tevens draagt het bij aan het zijn van een aantrekkelijke werkgever en daarmee een hoge werktevredenheid. 1. Ondersteuning van de operationele gereedstelling: Het bij elkaar plaatsen van eenheden die elkaar versterken in hun optreden biedt voordelen in operationeel opzicht en beperkt onnodige vervoersbewegingen. Ook wil Defensie landelijk zichtbaar aanwezig zijn, vanwege het aantrekken en behouden van personeel maar ook zorgt dit voor begrip en draagvlak voor Defensie. Daarnaast is dit van belang dat er een solide basis is om (onverwachte) risico’s te spreiden. 2. Bijdragen aan werving en behoud van personeel: Met het SVP wordt het personeel centraal gesteld. Door in te zetten op minder overplaatsen, een regionale benadering en eigentijdse normen voor gebouwen wordt ingezet op het versterken van het werkgeverschap. De medezeggenschap is actief betrokken bij het uitwerken van de plannen. 3. Verduurzaming: verduurzaming van het vastgoed van Defensie is reeds ingezet maar wordt de komende jaren versneld met de uitwerking van het SVP. Zo richt het SVP zich op het doel om in 2050 al het Defensievastgoed klimaatneutraal te maken en draagt het bij aan het Rijksbrede tussendoel voor 2030. Ook ondersteunen de objectgerichte en gefaseerde aanpak van het SVP de gestelde CO2-doelen.

De afstoting en sloop van vastgoed helpt om het energieverbruik en de CO2-uitstoot te verminderen en wordt ingespeeld op innovaties. Defensie houdt rekening met klimaatverandering, schaarste van grondstoffen en effecten op natuur en milieu bij de vervanging van vernieuwing van vastgoed. 4. Herstellen van de financiële balans: Door scherp te kijken naar wat onze organisatie in de toekomst wel en niet nodig heeft, kan Defensie dus een aanzienlijk aantal gebouwen aanbieden voor herbestemming of sloop. De middelen die in de oude situatie worden uitgetrokken voor onderhoud, worden in de nieuwe situatie ingezet voor het plegen van gerichte investeringen in de toekomst. Gezien de aard en looptijd van grote bouwprojecten wordt steeds bij het opstellen van de begroting bezien in hoeverre het ritme van de investeringskosten moet worden aangepast.

6.

Nagestreefde doelmatigheid

7.

Evaluatieparagraaf

Fors ingrijpen in het huidige vastgoed van Defensie is ook vanuit financieel perspectief en nagestreefde doelmatigheid hoognodig: de uitgaven aan achterstallig onderhoud vormen op dit moment een kostenpost die blijft oplopen. Defensie loopt achter de feiten aan en houdt onvoldoende middelen over om te investeren in de toekomst van de kazernes. Linksom of rechtsom moet de portefeuille de komende jaren in balans worden gebracht door investeringsmiddelen in te zetten voor de (ver)bouw van (nieuwe) moderne kazernes en het afstoten of slopen van oude kazernes. Op die manier gaan we beschikken over het vastgoed dat we daadwerkelijk nodig hebben en krijgen we grip op de onderhoudskosten. Als dat niet lukt moeten we onnodig kosten blijven maken voor onderhoud van vastgoed dat we niet nodig hebben. Dat is onwenselijk omdat het ten koste gaat van andere investeringen in ons personeel en materieel. Bij het monitoren van het SVP zal in een jaarlijkse Kamerbrief standaard worden gerapporteerd over de voortgang van de uitwerking van het SVP en de vierledige doelstelling van het programma en de vorderingen daaromtrent. Voor de verduurzaming en de financiële component wordt concreet ingegaan op de KPI’s. Onderdeel van de kamerbrief is het projectenoverzicht, inclusief de stand van zaken.

Daarnaast geldt het Defensie Materieel Proces (DMP) voor projecten binnen het SVP waarbij het bestuurlijk voornemen heeft geresulteerd in een voorlopig besluit.

DE STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE

mr. drs. C.A. van der Maat

Pagina 15 van 15

Verslag bestuurlijk overleg Gebiedsontwikkeling van A(mersfoort) tot Z(eist) Datum: 22 december 2022 Tijdstip: 09:00-10:00 uur Locatie: Provinciehuis Utrecht, Archimedeslaan 6, 3584 BA - Rijnauwenzaal (zaal 6) Voorzitterschap: Rob Metz (burgemeester gemeente Soest)

Aanwezigen Bestuurlijk: Dhr. Metz, Burgemeester gemeente Soest Mevr. Treep-van Hoeckel, Wethouder gemeente Soest Mevr. Van Aalst-Veldman, Wethouder gemeente Soest Dhr. Bouwmeester, Burgemeester gemeente Leusden Mevr. Kolkman, Wethouder gemeente Leusden Dhr. Vos, Wethouder gemeente Leusden (digitaal via MS Teams) Dhr. Ter Maten, Heemraad Waterschap Vallei en Veluwe Dhr. Van Essen, Gedeputeerde provincie Utrecht Dhr. Bolsius, Burgemeester gemeente Amersfoort Dhr. Dijksterhuis, Wethouder gemeente Amersfoort Mevr. Welting, Wethouder gemeente Zeist Dhr. Catsburg, Wethouder gemeente Zeist Ambtelijk: Reinier Kalt, gemeente Soest Bob Boersema, Soest Detlef Stolker, gemeente Leusden Jan Peter Gulmans, gemeente Zeist Jan Wisse, Waterschap Vallei en Veluwe Marielle Hoefsloot, provincie Utrecht (digitaal via Teams) Diederik Theunissen, provincie Utrecht Britt Hulsbosch, provincie Utrecht Bestuurlijke conclusie: Gedurende enkele jaren werken meerdere overheidspartijen in verschillende verbanden samen aan diverse ruimtelijke en maatschappelijke opgaven in het gedeelte van de Utrechtse Heuvelrug tussen Amersfoort- Soest-Leusden en Zeist. Denk onder andere aan het programma Hart van de Heuvelrug en de Green&Social deal.

Er is in dit bestuurlijke overleg opdracht gegeven door aanwezige bestuurders om ambtelijk richting te geven aan en inhoudelijke duiding te geven over de voorziene opgaven van Defensie in dit gedeelte van de Utrechtse Heuvelrug. Dat overeenkomstig de vastgoedplannen op alle kazerneterreinen in dat gebied zoals benoemd in de Tweede Kamerbrief van het ministerie van Defensie over het Strategisch Vastgoedplan (2 december 2022).

1

Er wordt uitgesproken dat deze gemeente- en waterschapsgrens overstijgende opgave, in dit kwetsbare gedeelte van de Utrechtse Heuvelrug, vraagt om een gezamenlijke bestuurlijke aanpak en aansturing. Dat past bij de één overheidsgedachte uit de Omgevingswet. De wijze waarop de opgaven in het gebied verder gezamenlijk worden opgepakt en ingevuld, wordt ambtelijke voorbereid en uitgewerkt voor een volgend bestuurlijke overleg. Partijen streven naar een bestuurlijke moment in aanwezigheid van de Staatssecretaris van Defensie (de heer Christophe van der Maat), beoogd op 31 maart 2023*, om de bestuurlijke samenwerking voor deze omvangrijke gebiedsopgave te concretiseren. * Tijdens het bestuurlijk overleg op 22 december stond de datum nog gepland voor 3 februari 2023. Inmiddels is de datum van het werkbezoek verplaats naar 31 maart 2023. In het verslag wordt echter nog gesproken over 3 februari. Over dit verslag: Het gesprek is in drie rondes gevoerd: eerst een algemene reactie op de stukken en de gebiedssamenwerking; daarna een ronde specifiek over het voorgestelde governance model en vervolgens een rondvraag en afsluiting met overige opmerkingen. Reacties zijn in dit verslag niet aan personen gerelateerd behalve waar dat noodzakelijk was. Algemene reflectie op de stukken en de gebiedssamenwerking.

Amersfoort (A) De gezamenlijkheid ligt bij deze gebiedsontwikkeling in het samen leggen van de puzzel. Een puzzel waarbij kleuren en lagen dwars door elkaar heen gaan – en door elkaars grondgebied. Gemeenschappelijkheid is daarbij van belang. De meerwaarde van samenwerking ligt ook in het delen van capaciteit en kennis. Graag de gemeenteraden en staten betrekken in het proces en de voortgang. De snelheid van Defensie gaat mogelijk schuren met een zorgvuldig proces. Bij de samenwerking is het ook aan ons om Defensie te helpen om te zien dat de rechte lijn niet altijd de snelste lijn is. Defensie spreekt als organisatie een andere taal. In de gebiedssamenwerking hebben wij ook de rol van tolk/vertaler. Hoe zorgen we dat we elkaar blijven begrijpen? Hoe zorgen we ervoor dat we onze eigen opgaven goed laden in de gebiedssamenwerking, vanuit iedere organisatie? Kunnen we snel mee schakelen en zijn we goed opgelijnd om dit te doen? Leusden (L) Capaciteit is echt een punt. Wij zitten slechts beperkt in de gebiedsopgave. Wel willen we graag aansluiten voor de kansen die de gebiedssamenwerking biedt. Het lijkt ons daarom goed de samenwerking aan te gaan. Bestuurlijke onafhankelijkheid raden en staten zijn belangrijk. Daar goed bij aanhaken. Samenwerking op basis van gelijkwaardigheid is belangrijk, waarbij ieder zijn eigen rol en verantwoordelijkheid heeft.

In deze gebiedssamenwerking willen wij graag dat Defensie de maatschappij meer naar binnen haalt en Defensie meer in de maatschappij halen. De bedoelingsmanager is van belang om culturele verschillen te overbruggen, zowel binnen Defensie zelf als tussen ons allen als gebiedspartners. Zeist (Z) 2

Onze burgemeester was er graag bij geweest, maar die heeft zich helaas ziek moeten melden. De rol van de raad is voor ons belangrijk – laten we zorgen voor een goede informatiestroom. Let ook op de lessen van Hart van de Heuvelrug: zodra we van groen naar rood gaan wordt het spannend. Hoe zien we de rol van de Raad van Ontwikkeling? Ook voor ons is gelijkwaardigheid erg belangrijk bij de gebiedssamenwerking: ook al vindt een project in één gemeente plaats, het heeft effect op het hele gebied – bijvoorbeeld op het gebied van mobiliteit en bereikbaarheid en de woningmarkt. We maken ons ook zorgen over de interne governance van Defensie. Misschien nog wel meer dan om die van ons. Zij marcheren wel door en het is lastig om dan op het juiste niveau aan tafel te zitten. Wij hebben de behoefte alle rollen scherp te hebben. Hoe kan Defensie dan agendalid van de stuurgroep zijn? Dan moeten ze volwaardig lid zijn. Soest (S) Hoe kunnen we de juiste contacten met Defensie borgen? Ook voor ons zijn de raden meenemen en informeren een aandachtspunt. We zijn al onderdeel van de Green and Social Deal met Defensie. Dit overstijgt echter het niveau van de Green and Social deal en niet iedereen is daar onderdeel van. We zouden een nieuw markeringsmoment met ons allen en Defensie willen maken. 3 februari is daarvoor een mooi moment.

Noemen we dat een startpunt of kunnen we al wat markeren deze dag? In iedere gebiedsontwikkeling is sprake van kansen en opgaven. Hoe kunnen we Defensie medeeigenaar maken van zowel de kansen als de opgaven? Waterschap Vallei en Veluwe (W) Liever iedereen aan tafel in het vervolg. Defensie en Vitens ook. De puzzel is niet te maken want er zijn teveel stukjes. Dat vraagt stukjes weggooien want anders kunnen we hem niet leggen. Ordening is wel onderdeel van de puzzel. Water en bodem tenslotte is als kompaspunt benoemd. Maar feitelijk is water en bodem een randvoorwaarde. Wat doet een bedoelingsmanager? Verkeerde term? Laten we (3 februari) spreken van een vervolgmoment i.p.v. een startmoment (past psychologisch beter bij de procesfase waarin we verkeren). En laten we de opbrengst van het gebiedsproces tot nu toe (o.a. resultaten gebiedsateliers) niet verliezen maar goed borgen. Provincie Utrecht (P) De voorgenomen snelheid creëert een spanningsveld: het is een groot gebied, met veel samenhangende maatschappelijke opgaven, zoals mobiliteit, energie, recreatie, water en bodem, en anderen. Het gaat wel om alle invalshoeken. De organisatie en snelheid van Defensie brengen risico's mee. Cruciaal om daar samen in op te trekken, ook met Defensie. Af en toe eventueel samen zonder Defensie, maar vooral met.

In de komende periode willen we vooral het volgende inventariseren in het gebiedskompas: wat willen wij zelf? Het gaat ongetwijfeld schuren, er zullen zowel kansen als bedreigingen voor de leefbaarheid zijn. Laat ons in het kompas ons eigen verhaal helder maken. In gelijkwaardigheid, als partners. Wel graag 3 februari een markeringsmoment. Geen punt dan maar een komma.

3

De bedoelingsmanager zien wij als hulpmiddel om de gebiedsbedoeling voor Defensie binnen Defensie én binnen de gebiedssamenwerking helder te houden. De vraag is wel steeds: met wie moeten we bij Defensie het gesprek voeren? Ook Den Haag moet goed aangehaakt worden. Allen / Samenvatting van de bespreking door de voorzitter: 1. Het is een grote opgave en de gemeenschappelijkheid wordt door ons allen erkend. De opgave vraagt alertheid rond de snelheid waarmee we samen met Defensie dit proces ingaan. We maken ons zorgen over de capaciteit, kennis en kunde die deze opgave vraagt, en we zullen continu alert moeten zijn op het vinden van een gezamenlijke taal. 2. We willen markeren dat we samen gaan werken, samen met Defensie. Dit kan op 3 februari 2023 bij het bezoek van de Staatssecretaris. 3. ‘Markeren’ kan door op drie februari een samenwerkingsvoorstel in te brengen en elkaar dan gezamenlijk de hand te schudden. 4. In de komende periode graag ieders rol in het gebiedsproces scherper beschrijven. Wie doet wat en wie kan wanneer welke duw geven? 5. Het projectniveau is anders dan het gebiedsniveau. Een ‘bedoelingsmanager’ (de benaming is nog wel voor verbetering vatbaar) is dan wel handig: Blijven toetsen aan de doelstelling, anders dan gaat ieder project voor zichzelf. 6.

Deze gebiedssamenwerking kan alleen gaan werken als je elkaar als gelijkwaardige gesprekspartners ziet, met respect voor ieders rol en belang. 7. Dit is een volgende stap. Geen startmoment, want er wordt al langer samengewerkt in het gebied. Wel een moment om te markeren dat we samen een volgende stap zetten. Vervolgens is specifiek gesproken over het voorgestelde governance model Er zijn nog vele vragen rondom de verdere invulling van het governance model. Afgesproken wordt dat het gebiedsteam een verdere uitwerking geeft voor de volgende bestuurlijke bijeenkomst, zowel organisatorisch als financieel als op inhoud. Ondertussen kunnen de activiteiten van het gebiedskompas starten. Samenvatting bespreking voorstel governance model door voorzitter Metz: 1. We zijn het ermee eens dat we in de voorgestelde drie-lagenstructuur aan het werk moeten. Op verschillende niveaus gaan we aan de slag, komend jaar zal uitwijzen welke partijen een samenwerking voor langere tijd in dit gebied aangaan. 2. Daarbij werken we met een bestuurlijke stuurgroep en daarboven een groep die nuttig/ functioneel is. 3. We hebben aanspreekpunten nodig, over en weer, bij iedereen. 4. De kamerbrief van Defensie moet zo snel mogelijk naar de raden. 5.

Graag in de 2e week van januari een memo over de kamerbrief van Defensie naar de diverse colleges, graag op een eenduidige manier, zodat in week 3 of 4 de raden en staten geïnformeerd kunnen worden. 6. In jan/feb graag een verdieping of verdere uitwerking maken van dit model.

4

Tenslotte was er een rondvraag/ afsluiting Samenvatting van overige opmerkingen en rondvraag door voorzitter Metz: 1. Schaarste personeel/expertise is een oprecht zorgpunt. 2. Zodra we ‘thuiskomen’ melden we dit overleg en de verwachte capaciteitsvraag bij onze directeuren. Misschien moeten de directeuren/secretarissen elkaar even opzoeken? 3. Graag toewerken naar een gezamenlijke projectorganisatie. Daarvan de (financiële) consequenties uitwerken. 4. Bestuur gaat deze opdracht aan – en geven ambtelijke opdracht dit op te lossen (PrU). 5. Het gesprek met Goedhart wordt georganiseerd. Dit doen provincie (Van Essen), gemeente Soest (Metz) en waterschap Vallei en Veluwe (Ter Maten). 6. Bij het werkbezoek op 3 februari willen we ook de maatschappelijke opgaven in het gebied zichtbaar maken voor de staatssecretaris. Iedereen levert hier input voor om per partij grootste opgave inzichtelijk te maken. 7. Op 3 februari markeren we de gebiedssamenwerking. 8. Op 6 februari van 10 tot 2 (onder voorbehoud) is een tweede kamerlid op bezoek bij wethouder van Aalst. Alle betrokken zijn welkom om aan te sluiten.

Actiepunten uit bestuurlijk overleg De volgende acties vloeien voort uit dit overleg: 1. Alle organisaties informeren hun raden/staten éénduidig over de Kamerbrief van Defensie voor het werkbezoek van de staatssecretaris op 3 februari. 2. Alle bestuurders bespreken de capaciteitsvraag met hun directeuren. 3. Metz, Van Essen en Ter Maten spreken Goedhart over het governancevoorstel en een ‘bedoelingsmanager’ Defensie. 4. Tijdens het werkbezoek van de staatssecretaris bezoeken en bespreken we ook de maatschappelijke opgaven vanuit gemeenten, waterschap en provincie in het gebied. 5. Tijdens het bezoek van de staatssecretaris markeren we de samenwerking bestuurlijk. Er volgt in januari een schriftelijke ronde over hoe we dit precies gaan invullen en op welke manier we de samenwerking gaan markeren. 6. We gaan aan de slag op hoofdlijnen conform voorstel, waarbij gelijkwaardigheid van alle partijen centraal staat, en vullen de details de komende maanden in, inclusief een capaciteitsvoorstel. 7. Wie bij het overleg op 7 februari (10-14 uur) met het tweede kamerlid en wethouder Van Aalst (S) wil zijn, kan zich bij haar melden.

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12448437/1