RIB23.018 Gebiedssamenwerking van Atot Z
Tekst van het document
N
Nl | |
Publiekshal = Het Rond 1, Zeist
www.zeist.nl = www.twitter.com/gemeentezeist
Postbus 513, 3700 AM, Zeist
www.facebook.com/gemeentezeist
Telefoon 14 030 = zeist@zeist.nl
Gemeente Zeist
‘
Aan de gemeenteraad
Datum
\
\
Arl “e Gulf e 1-022. 2022 Ki (>
14-02-2023
DE Cul S
Ons kenmerk
128767
Uw kenmerk
Bijlage(n)
6
Behandeld door
Gulmans, Jan Peter
Onderwerp
Gebledssamenwerking van A
Portefeuillehouder
Wethouder Welting
Geachte (buitengewone) leden van de raad, Inleiding en doel De gemeente Zeist neemt op uitnodiging van de provincie sinds het voorjaar van 2022 deel aan de ‘Gebiedssamenwerking van A(mersfoort) tot Z(eist)' voor het gebied Heuvelrug-Oost. Andere deelnemende partijen in deze samenwerking zijn Amersfoort, Leusden, Soest, het waterschap Vallei en Veluwe (mede namens Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden), de provincie Utrecht en Defensie. Aanleiding voor deze gebiedssamenwerking zijn plannen van Defensie om haar vastgoed in deze regio te concentreren. Een ontwikkeling die niet los gezien kan worden van ruimtelijke ontwikkelingen en maatschappelijke opgaven in het gebied, die gemeentegrens overstijgendzijn. In de bijlagen treft u een korte beschrijving aan van de achtergrond van deze gebiedssamenwerking (zie bijlage Achtergrond gebiedssamenwerking), een visualisatie van daarmee samenhangende projecten en ontwikkelingen in de gemeente Zeist (zie bijlage Zeister studiegebied A tot Z) en gezamenlijke opgave van Defensie in het gebied (zie bijlage Verbeelding gezamenlijke opgave Defensie).
Op 2 december 2022 heeft Defensie in een kamerbrief haar Strategisch Vastgoedplan (zie bijlage Kamerbrief Defensie Strategisch Vastgoedplan) gepresenteerd, waarin ook de plannen voor het gebied Heuvelrug-Oostzijn beschreven. De kamerbrief is aanleiding geweest voor een bestuurlijk overleg op 22 december 2022 van de provincie met de gemeenten Amersfoort, Zeist, Soest en Leusden en het waterschap Vallei en Veluwe (mede namens Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden) over het verder verkennen van een gebiedssamenwerking voorhet gebied van de Utrechtse Heuvelrug in de driehoek Amersfoort — Zeist — Leusden. Tijdens het bestuurlijk overleg is de behoefte gedeeld om alle betrokken raden en staten van de betreffende gebiedspartijen goed en vroegtijdig te informeren over de kamerbrief Strategisch Vastgoedplan van Defensie en de verkenning van een gebiedssamenwerking om gezamenlijk op te trekken in de besprekingen met Defensie (zie bijlage Verslag bestuurlijk overleg 22 december 2022). Daarmee samenhangend heeft Defensie zeer recent, op 6 februari 2023, de kamer perbrief geïnformeerd (zie bijlage Kamerbrief Besluit concentratie Assen-Havelte) over haar bestuurlijk voornemen voor een concentratie van landmachtactiviteiten in de regio's Assen-Havelte. Dat heeft mogelijk ook consequenties voor onze regio.
Austerlitz „ Bosch en Duin . Den Dolder „ Huister Heide » Zeist
Met deze brief informeren wij u samenvattend over de inhoud van de beide kamerbrieven van Defensie, wat er de komende periode gaat gebeuren en hoe betrokken partijen invulling willen geven aan de verdere gebiedssamenwerking. Samenvatting van de kamerbrieven van Defensie voor het gebied Heuvelrug-Oost
In de kamerbrief van Defensie van 2 december 2022 worden zeven grote projecten beschreven waarin de komende jaren stevig geïnvesteerd wordt. Een van die zevenprojectenis: “Het concentreren van logistieke en
operationele eenheden in de omgeving van Soesterberg.” Concreetis dit van invloed op gebieden in Zeist (Camp New Amsterdam en Walaardt Sacré Kamp), Soest (o.a. Logistiek Centrum Soest) en daarnaast lopende projecten als Leusden (Technology Centre Land en de Leusder Heide in zijn geheel), en Amersfoort (Bernhardkazerne). Defensie spreektin haar brief het bestuurlijk voornemen uit om deze ontwikkeling uit te voeren en nu met de regio in gesprek te gaan met de intentie om tot een gezamenlijke aanpak te komen. De projecten zijn grootschalig van aard en vereisen regionale en lokale afstemming en samenwerking. Defensie wil specifiek voor Soesterberg en omgeving eenheden en voorraden concentreren, die nu zijn gehuisvest in sterk verouderd vastgoed en verspreid over verschillende locaties in Nederland. De staatssecretaris spreekt in de brief het bestuurlijk voornemen uit om verschillende kazernes in de omgeving van Soesterberg te herschikken tot één kazernecomplex. Het gaat om de Du Moulinkazerne, de Soldaat Ketting Olivierkazerne, het Logistiek Centrum Soesterberg en de sergeant majoor Scheickkazerne, dezelocaties liggen deels in de gemeente Soest, deels in de gemeente Amersfoort.
In samenspraak met de gemeenten Soest, Amersfoort, Zeist en Leusden, de provincie Utrecht en het waterschap, is het gesprek gestart over de gezamenlijke opgave en wat de mogelijkhedenzijn om opgaven met elkaar te verbinden bij de herschikking van de verschillende terreinen. Bij de uitwerking worden eveneens de toekomstige ontwikkelingen van het Camp New Amsterdam en het Walaardt Sacré Kamp, tevens in de regio Soesterberg, meegenomen.
De kamerbrief van Defensie van 6 februari 2023 gaat over het bestuurlijk voornemen om landmachtactiviteiten te concentreren in de regio’s Assen-Havelte. De brief gaat echter ook in op het besluit om het 45 Pantserinfanteriebataljon uit Havelte te verplaatsen naar een nog naderte bepalen locatie in het midden van het land. Wat gaat er gebeuren? In de komende maanden verwachten de betrokken partijen dat de plannen van Defensie voor haar defensieterreinen in de omgeving van Soesterberg concreter worden en daarmee de impact en kansen voor maatschappelijke opgaven in het gebied, eveneens duidelijker worden. De uitdaging daarbij is om gezamenlijk, als lokale, regionale en nationale overheden, op een manier die bij ieders rol en functie past, vorm te geven aan deze gebiedsontwikkeling. Daarbij is nadrukkelijk het streven dat de bestaande druk op het al zwaar belaste gebied (verdroging, bereikbaarheid, etc) niet groter wordt en is de ambitie om de druk te verminderen. Dat komt de kansen voor maatschappelijke opgaven in het gebied ten goede. Samenwerking tussen overheidspartijen werkt ook efficiënter dan wanneer Defensie met alle gebiedspartijen afzonderlijk afspraken gaat maken. Concreet betekent dit:
Defensie werkt haar plannen en ambities verder uit in bespreekbare plannen (heden —-maart). -__De gemeenten Amersfoort, Soest, Leusden en Zeist, de waterschap Vallei en Veluwe (mede namens Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden), Vitens en de provincie Utrecht, inventariseren ondertussen de belangrijkste waarden, kaders, kansen en belangen van het gebied. Hiervoor wordt het bestaande, vastgestelde beleid van de betrokken partijen samengebracht. Dit wordt vastgelegd in een zogenaamd ‘gebiedskompas!', een document dat sturing geeft aan ontwikkelingen en opgaven in het gebied. met Defensie werken betrokken partijen toe naar een gezamenlijk afsprakenkader en een bij de Samen opgave passende gebiedssamenwerking (zowel op inhoud als inrichting van de governance). De verdere activiteiten voor het jaar 2023 worden in de komende maanden bepaald.
Austerlitz « Bosch en Duin « Den Dolder „ Huis ter Heide . Zeist
Wat markeren we in maart 2023? Eind maart 2023 bezoekt de staatssecretaris van Defensie het gebied. Tijdens het bezoek willen de betrokken partijen op bestuurlijk niveau de gebiedssamenwerking bespreken en markeren. Met elkaar aan de slag om samen de puzzel te leggen! De exacte invulling van de gebiedssamenwerking, en uw betrokkenheid als raad en de samenleving daarbij, zal in 2023 verder vorm krijgen. Daar houden we u van op de hoogte. Wat gaat het kosten en hoe verder? De gebiedsontwikkeling vraagt inzet van alle betrokken gebiedspartijen. In de komende maanden maken we samen met de andere gebiedspartijen een kostenoverzicht voor 2023. Voor de periode januari — maart huren de provincie Utrecht en de gemeente Amersfoort gezamenlijk een gebiedsmanager in om voor en metalle betrokken gebiedspartijen de activiteiten, benodigde capaciteit en kosten van deze samenwerking in kaart te brengen. Dan wordt ook gesproken over financiële bijdragen van betrokken partijen. Hier komen we op een later moment bij u op terug. Ter afsluiting van de brief geven wij aan dat wij blij zijn met deze gebiedssamenwerking. Wij zien het als een gezamenlijke verantwoordelijkheid om de opgavenin het gebied die onze gemeentegrenzen overstijgen, in samenhang met de betrokken partijen op te pakken. Wij werken daarom graag mee aan de
‘Gebiedssamenwerking van A tot Z’.
Hoogachtend, burgemeester en wethoudersvan Zeist,
Austerlitz « Bosch en Duin « Den Dolder « Huis ter Heide . Zeist
Bijlage - Achtergrond gebiedssamenwerking Hieronder wordt een aantal van de trajecten geschetst die reeds gestart zijn naar aanleiding van activiteiten van Defensie in het betreffende gebied tussen Amersfoort, Zeist en Leusden. a) De Green & Social Deal. In 2021 is de Green & Social Deal getekend door Defensie en de gemeenten Soest, Amersfoort en Leusden. Deze deal was gekoppeld aan de revitaliseringsplannen die Defensie toen had voor het gebied. Het huidige vastgoedplan gericht op het Concentreren, Vernieuwen en Verduurzamen (CVV) van vastgoed gaat verder dan de revitalisatie. t.b.v. logistieke en operationele eenheden in de omgeving van Soesterberg. Het CVV heeft een grotere impact op het gebied dan de oorspronkelijke revitaliseringsopgave (o.a. bij de Bernhardkazerne en de nieuwbouw voor de Afdeling Techniek in Leusden) waarvoor de Green & Social Deal destijds werd ondertekend. Deze Deal zette al wel een gebiedssamenwerking in gang rond de thema's duurzaamheid, cultuurhistorie en werkgelegenheid en onderwijs. Inmiddels zijn de provincie Utrecht, de gemeente Zeist en de waterschappen ook bij deze gebiedssamenwerking betrokken. b) Verkenning Gebiedssamenwerking In eerste instantie (voorjaar 2021) gestart als Duurzaam Soesterberg door Gemeente Soest en het waterschap Vallei en Veluwe.
Toen duidelijk werd dat Defensie mogelijk meer zou willen in dit gebied dan ‘enkel’ revitalisering van hun vastgoed, hebben het waterschap en gemeente Soest de groep verbreed naar een groep waar ook Defensie en Provincie Utrecht actief deel van uitmaken. Deze groep heeft een bureau gevraagd om een bestuurlijke (advies)notitie voor een eventuele gebiedssamenwerking te schrijven in 2021/2022. Dit bleek toen lastig vanwege de toen nog grote onbekende keuzen en opgaven van Defensie en bijpassende rollen van gemeenten en provincie, maar het heeft wel een informeel platform geboden om de relaties, de onderlinge samenwerking en urgentie rond de opgaven van het gebied te verbeteren. De onderlinge samenwerking en het gezamenlijk besef van urgente opgaven in het gebied, heeft uiteindelijk geleid tot een werkbezoek met bestuurders van gemeenten, waterschap en provincie op 14 september 2022 aan het gebied, waarbij Defensie een toelichting heeft gegeven op hun ambities voor het gebied. c) Aanhaking Zeist, Vitens, Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden (HDSR) Aangezien enkele urgente opgaven in het gebied (zoals verdroging, bereikbaarheid, cultuurhistorie, natuur en grondwatervoorziening) ook betrekking hebben op het grondgebied van de gemeente Zeist, zijn door de provincie een aantal (ambtelijke) gesprekken met de gemeente Zeist gevoerd.
Vanaf het voorjaar van 2022 is Zeist betrokken bij de hierboven genoemde verkenning van de Gebiedssamenwerking. Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden (HDSR) was reeds in de aanloopfase bij de eerste gebiedsateliers betrokken (Duurzaam Soesterberg, 2021). Recent (eind nov. ‘22) is de laatste stand van zaken rond het gebiedsproces met HDSR gedeeld en is het voorstel besproken om Waterschap Vallei en Veluwe op te laten treden als (ambtelijk en vooralsnog ook bestuurlijk) vertegenwoordiger van beide waterschappen. Dit voorstel wordt momenteel binnen HDSR overwogen.
1
Ook Vitens was eerder als agendalid van het kernteam Natuurlijk Soesterberg betrokken en is recent (begin december) bijgepraat. Bezien wordt nog op welke wijze Vitens aangehaakt kan zijn in het vervolg. De onderlinge samenwerking en het gezamenlijk besef van urgente opgaven in het gebied, heeft uiteindelijk geleid tot een werkbezoek met bestuurders van gemeenten, waterschap en provincie op 14 september 2022 aan het gebied, waarbij Defensie een toelichting heeft gegeven op hun ambities voor het gebied. d) Lessen uit het verleden Tenslotte loopt er in het gebied nog de uitvoering van het programma Hart van de Heuvelrug. Vanwege de reeds gemaakt afspraken in dit kader en de ver gevorderde staat van uitvoering, wordt dat traject niet gekoppeld aan deze nieuwe gebiedssamenwerking en is nadrukkelijk gesteld dat daar gemaakte afspraken onaantastbaar zijn in deze gebiedssamenwerking. Wel zullen de in het verleden geleerde lessen meegenomen worden in de hernieuwde gebiedssamenwerking en vindt er geregeld afstemming plaats op ambtelijke niveau tussen de betrokken partijen hiertoe.
2
> Retouradres Postbus 20701 2500 ES Den Haag
de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Bezuidenhoutseweg 67 2594 AC Den Haag
Ministerie van Defensie
Datum Betreft
6 februari 2023 Besluit concentratie Assen-Havelte
Inleiding Defensie staat met onze nationale en regionale partners voor de aanzienlijke opgave om de vastgoedportefeuille ingrijpend te moderniseren. Met het Strategisch Vastgoedplan (SVP) 2022 van 2 december 2022 (Kamerstuk 36 124 nr. 12) wil Defensie de operationele gereedheid verhogen, de werk- en woonomstandigheden op de kazernes verbeteren om een goede en aantrekkelijke werkgever te blijven, de duurzaamheid van het vastgoed als onderdeel van de Rijksbrede opgaven ontwikkelen en de betaalbaarheid verbeteren. Defensie wil nog meer dan voorheen met de samenleving en de regio verbonden zijn. Defensie, het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) hebben met de provincies Drenthe en Overijssel en de gemeenten Assen, Westerveld en Steenwijkerland de afgelopen maanden constructief overleg gevoerd om te komen tot een gezamenlijke visie op de invulling van de kazernes in Assen en Havelte, met oog voor ieders belangen. Het resultaat van het overleg is een gezamenlijk bestuurlijk voornemen waarover ik uw Kamer met deze brief informeer.
Modernisering van de landmacht De revitalisering van de Johan Willem Frisokazerne in Assen en de Johannes Postkazerne in Havelte en de keuze welke eenheden op welke kazerne worden geplaatst, zijn belangrijke bouwstenen voor de modernisering van de Koninklijke Landmacht, in lijn met de prioriteiten uit de Defensienota 2022. Het is de ambitie van de Koninklijke Landmacht om sneller en flexibeler te worden door te transformeren naar zelfstandige commands, met elk eigen kennis, kunde en ondersteuning. De inzet is de operationele gereedheid en de inzetbaarheid hiermee te verhogen. Belangrijke uitgangspunten voor bovengenoemde modernisering zijn het vullen van de vele openstaande vacatures, zoveel mogelijk opleidingscapaciteit naar de operationele eenheden brengen en concentratie. Daarnaast wordt bewust de verdere verbinding met de regio gezocht door wederzijds medegebruik van faciliteiten (bijvoorbeeld sport en parkeren).
Versterkingsplan landmacht regio’s Assen en Havelte Hieronder geef ik per kazerne aan wat het versterkingsplan voor de landmacht betekent en wat dit betekent voor de regio’s Assen en Havelte. Assen – Johan Willem Frisokazerne De Johan Willem Frisokazerne in Assen blijft de thuisbasis voor 13 Infanteriebataljon Luchtmobiel, de Koninklijke Militaire Kapel en een aantal ondersteunende eenheden. Hiermee blijft de sterke binding tussen de landmacht en Assen behouden. De Dienst Justitiële Inrichtingen/Dienst Vervoer &
Pagina 1 van 5
Plein 4 MPC 58 B Postbus 20701 2500 ES Den Haag www.defensie.nl
Onze referentie BS2022033465
Bij beantwoording datum, onze referentie en betreft vermelden.
Ondersteuning zal een plek blijven houden op de kazerne binnen de beveiligde zone, inclusief de ruimte voor geplande ontwikkelingen. Echter, School Noord wordt verplaatst naar de bijbehorende operationele eenheid in Havelte. Als gevolg daarvan kan het kazerneterrein op Assen aanzienlijk worden verkleind. Het deel van de kazerne dat niet meer voor Defensie en de eveneens op de kazerne gevestigde Dienst Vervoer & Ondersteuning is benodigd, inclusief de (deels) rijksmonumentale panden, stoot Defensie af door tussenkomst van het RVB. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties coördineert rijksbrede acties om te bezien of andere vormen van rijkswerkgelegenheid op dit terrein of elders in de regio kunnen worden gerealiseerd. Voor het overige kazerneterrein, inclusief gebouwen, wordt onder leiding van het RVB in gezamenlijkheid met de gemeente gezocht naar een herbestemming en, indien van toepassing, gezorgd voor renovatie en verduurzaming. Op deze manier ontstaan in de regio Assen nieuwe kansen voor de invulling van maatschappelijke opgaven. De aanzienlijk verkleinde Johan Willem Frisokazerne wordt gerevitaliseerd, dat wil zeggen gemoderniseerd en verduurzaamd, waardoor de arbeidsomstandigheden voor het personeel sterk verbeteren en de kazerne weer een moderne en toekomstbestendige werkomgeving wordt.
Doordat de kazerne kleiner wordt en doordat de resterende panden worden verduurzaamd, worden de exploitatiekosten lager en draagt Defensie bovendien bij aan de reductie van het gebruik van energie en de uitstoot van CO2. Op basis van eerste schattingen bedragen de investeringen in de modernisering en verduurzaming van de Johan Willem Frisokazerne in Assen indicatief meer dan 75 miljoen euro (cumulatief). Havelte – Johannes Postkazerne De Johannes Postkazerne in Havelte is geschikt om diverse eenheden te concentreren, omdat deze kazerne ondersteuning en oefenmogelijkheden biedt op nabijgelegen terreinen. Door School Noord van Assen naar Havelte te verplaatsen, de geneeskundige eenheid uit te breiden en een 'forward support detachement' te realiseren voor het versterken van de transportcapaciteit, wordt de logistieke zelfstandigheid van 43 Gemechaniseerde Brigade vergroot, in lijn met de prioriteiten uit de Defensienota 2022. Voordeel is bovendien dat nieuwe soldaten vanuit hun opleiding sneller in de operationele eenheden integreren, omdat ze worden opgeleid nabij of in de werksituatie. De inzet is dat dit leidt tot een hogere operationele gereedheid. Deze concentratie heeft bovendien tot gevolg dat personeel, dat gedurende de carrière meermaals van functie wisselt tussen de opleidings- en de operationele eenheid, minder vaak hoeft te verhuizen.
Daarmee wordt huisvesting in de regio Havelte bevorderd en ontstaat plaatsingsrust bij het Defensiepersoneel, wat een positief effect heeft op de werving en het behoud. Belangrijk aandachtspunt is het besluit om 45 Pantserinfanteriebataljon uit Havelte te verplaatsen naar een nog nader te bepalen locatie in het midden van het land. Reden is dat de vulling van 44 en 45 Pantserinfanteriebataljon al langere tijd achterblijft. Bij beide bataljons zijn ongeveer zes op de tien functies bezet. Een belangrijke oorzaak is het regionale arbeidsmarktpotentieel, dat te beperkt is om twee identieke pantserinfanteriebataljons te vullen. Om de operationele gereedheid structureel te verbeteren, kiezen we ervoor 45 Pantserinfanteriebataljon te verplaatsen naar Midden-Nederland, waar het toegang heeft tot een aanzienlijk grotere arbeidsmarkt. 44
Pagina 2 van 5
Pantserinfanteriebataljon blijft in Havelte. Hierbij wordt aan de medewerkers die in de buurt woonachtig zijn de mogelijkheid gegeven van 45 naar 44 Pantserinfanteriebataljon over te stappen, zodat zij desgewenst in hun woonomgeving kunnen blijven werken. 45 Pantserinfanteriebataljon wordt op haar nieuwe locatie opnieuw opgebouwd, maar blijft ingebed in 43 Gemechaniseerde Brigade die is geplaatst in Havelte. Vooral voor de leerlingen van School Noord is goede bereikbaarheid van de Johannes Postkazerne essentieel. Alle partijen zijn er daarom van overtuigd dat de bereikbaarheid van de kazerne middels passende mobiliteitsoplossingen moet worden verbeterd. De provincie Drenthe neemt hierbij een voortrekkersrol. De Johannes Postkazerne wordt gerevitaliseerd waardoor ook hier de arbeidsomstandigheden voor het personeel sterk verbeteren en de kazerne weer een moderne en toekomstbestendige werkomgeving wordt. Tot slot dragen vernieuwing en verduurzaming van het vastgoed ook hier bij aan de reductie van het gebruik van energie en de uitstoot van CO2. Op basis van eerste schattingen bedragen de investeringen in revitalisering van de Johannes Postkazerne in Havelte indicatief meer dan 250 miljoen euro (cumulatief).
De revitalisering van de kazerne in Havelte leidt tot een kazerne van de toekomst die verbinding heeft met de omgeving en de samenleving op diverse terreinen, onder andere zorg, techniek en onderwijs en in een bredere cirkel innovatie. Betrokkenheid personeel Het betrekken van het personeel in de voorbereiding en bij de uitvoering van de hiervoor genoemde plannen is voor mij cruciaal. Dit gebeurt zowel door de verantwoordelijke commandanten in de lijn als in overleg met de medezeggenschapscommissies op de diverse niveaus. Allereerst is het personeel via de Centrale medezeggenschapscommissie (CMC) al betrokken bij het Defensiebrede programma ‘Transformatie van het Defensievastgoed’. Zo is de CMC actief lid bij de besluitvoorbereidende overleggen en betrokken bij diverse scenario-gesprekken. Ook worden de medezeggenschapsraden van de Defensieonderdelen geregeld geïnformeerd over de ontwikkelingen van het programma ‘Transformatie van het Defensievastgoed’. Tot slot is het mijn voornemen om op iedere locatie het medezeggenschap intensief te betrekken aangezien de veranderingen invloed hebben op nagenoeg alle aspecten van een kazerne: de kantooromgeving, legerings- en ontspanningsfaciliteiten, de werkomgeving, parkeermogelijkheden, etc. De wijze waarop dat gebeurt, kan per locatie verschillen.
Verder zijn de centrales van overheidspersoneel geïnformeerd en zullen zij uiteraard worden betrokken bij het vervolg. Rijkswerkgelegenheid Drenthe Behoud van rijkswerkgelegenheid in Drenthe is een belangrijk onderdeel van dit gezamenlijk bestuurlijk voornemen. Het kabinet streeft naar een evenwichtige spreiding van rijkswerkgelegenheid over de provincies, zoals ook naar voren komt in de moties De Vries (Kamerstuk 31 490, nr. 126 van 4 juli 2013) en Bisschop/Inge van Dijk (Kamerstuk 36 200 VII, nr. 34 van 13 oktober 2022). Met het vertrek van 45 Pantserinfanteriebataljon uit Havelte verdwijnen ongeveer 600 vte’n uit de provincie Drenthe. Hierbij moet worden opgemerkt dat gemiddeld 40% van deze arbeidsplaatsen niet is gevuld en dat aan het personeel op de wel gevulde arbeidsplaatsen de mogelijkheid wordt geboden om over te stappen naar 44 Pantserinfanteriebataljon en dus in Drenthe kunnen blijven werken. Anderzijds
Pagina 3 van 5
leidt groei en versterking van eenheden in Havelte en elders in Drenthe tot de vestiging van 247 nieuwe arbeidsplaatsen van Defensie in Drenthe. Per saldo zal in Drenthe geen rijkswerkgelegenheid verloren gaan, conform de motie-De Vries en de motie-Bisschop/Inge van Dijk. Het ministerie van BZK initieert rijksbrede acties om andere rijkswerkgelegenheid in Drenthe te realiseren. BZK zal onder meer een rijkshub direct naast het NS-station in Assen ontwikkelen. De rijkshub wordt onderdeel van een te ontwikkelen landelijk netwerk van rijkskantoren waar rijksambtenaren kunnen werken, partners uit de samenleving ontmoeten en met elkaar samenwerken. Ook is in Assen de uitbreiding van een bestaande rijksdienst in een vergevorderd stadium. De diverse rijksinitiatieven worden nauwgezet met de regiobestuurders besproken. Zodra de besluitvorming voldoende is uitgewerkt, wordt er hierover gecommuniceerd. In de jaarlijkse rapportage over de spreiding van de rijkswerkgelegenheid over het land (Kamerbrief van de minister van BZK in het najaar) zal concreet over de stand van zaken worden gerapporteerd. Wijzigingen rijkswerkgelegenheid Drenthe naar aanleiding van SVP 45 Pantserinfanteriebataljon van Havelte naar Midden Nederland
- 600 VTE
VTE erbij vanuit Defensie (Defensienota 2022)
+ 247 VTE
Rijkshub en uitbreiding bestaande rijksdienst
+ 200 VTE
Andere nader uit te werken rijksinitiatieven in Drenthe
(minimaal) + 153 VTE
Perspectief Met het verkleinen van de Johan Willem Frisokazerne in Assen kan het vrijkomende terrein voor andere doeleinden worden ingezet. Defensie stoot de panden af en spant zich in dat zo snel als mogelijk te realiseren, zodat ze gereed kunnen worden gemaakt voor een nieuwe toekomst. Dit biedt perspectief voor bijvoorbeeld nieuwe werkgelegenheid in Assen. De regio zal Defensie ondersteunen bij de werving van Defensiepersoneel in Noord-Nederland. Los van het gezamenlijk bestuurlijk voornemen staan Rijk en regio open voor mogelijkheden op het gebied van innovatie in Drenthe en Overijssel. De Defensienota 2022 biedt kansen voor gezamenlijke innovatie-initiatieven op het gebied van technologie, duurzaamheid en sociale innovatie. De partijen onderkennen de potentiële meerwaarde hiervan en zullen de mogelijkheden daartoe verkennen.
Vervolg Defensie werkt haar aandeel uit in twee deelprojecten1 met oog voor betrokkenheid van ons personeel: ‘Concentreren en revitaliseren van de Johannes Postkazerne’ en ‘Concentreren en revitaliseren van de Johan Willem Frisokazerne’. Voordat opdracht tot uitvoering van deze projecten wordt gegeven, informeert Defensie uw Kamer zoals gebruikelijk bij Defensie Materieel Proces (DMP)-
1. Hiervoor is het CW 3.1 kader van toepassing dat in het Strategisch Vastgoedplan 2022 van 2 december 2022 (Kamerstuk 36 124 nr. 12) is opgenomen.
Pagina 4 van 5
projecten, via een DMP A-brief over de start van de uitvoeringsfase inclusief de financiële consequenties. Detailafspraken worden in overleg met BZK, het RVB, de provincies en gemeenten uitgewerkt. Het project ‘Concentreren en revitaliseren van de Johan Willem Frisokazerne’ is een investering die in de toekomst een besparing oplevert ten opzichte van de huidige situatie. Zoals in het SVP staat, moeten we financieel in balans komen, dus de consequenties van dit besluit worden in de begroting ingepast. Defensie houdt uw Kamer jaarlijks op de hoogte van de status van alle in uitvoering zijnde projecten via een geïntegreerde rapportage (zie ook ‘Toekomst van de krijgsmacht, lijst van vragen en antwoorden’, Kamerstuknummer 33 763, nr. 156 van 18 januari 2023). De eerste mijlpaal van het project ‘Concentreren en revitaliseren van de Johannes Postkazerne’ betreft het stellen van de formele behoefte (de start van het Defensie Materieel Proces met een DMP A-brief – naar verwachting in kwartaal drie van 2023).
Volgende mijlpalen zijn: het stellen van de behoefte voor het project ‘Concentreren en revitaliseren van de Johan Willem Frisokazerne’ (de start van het Defensie Materieel Proces met een DMP A-brief); het verplaatsen van 45 Pantserinfanteriebataljon naar een kazerne midden in het land; het verplaatsen van School Noord naar Havelte; en uiteindelijk de overdracht aan het RVB van een deel (van de grond en de panden) van de Johan Willem Frisokazerne in Assen. Tot slot Het gezamenlijk bestuurlijk voornemen is het resultaat van constructief overleg tussen Defensie, BZK, RVB, provincies en gemeenten, waarbij kansen zijn geïdentificeerd en de wederzijdse belangen en opgaven elkaar zo veel mogelijk versterken. De inzetbaarheid van de krijgsmacht staat daarbij steeds voorop. Dit voornemen biedt voor Defensie dan ook de noodzakelijke kansen om de operationele gereedheid te verhogen en de duurzaamheid en de betaalbaarheid van het vastgoed te verbeteren. Daarnaast biedt dit het personeel zicht op een betere werkomgeving, carrièreperspectief en een langduriger regionale binding. Voor de regio’s biedt het voornemen nieuwe kansen op het gebied van werkgelegenheid. Voor alle betrokken partijen biedt samenwerking tussen Defensie en regio nieuwe kansen voor de toekomst. Tot slot wil ik nogmaals mijn dank uitspreken aan de regio voor het constructieve overleg van de afgelopen maanden.
DE STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE
mr. drs. C.A. van der Maat
Pagina 5 van 5
> Retouradres Postbus 20701 2500 ES Den Haag
de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Bezuidenhoutseweg 67 2594 AC Den Haag
Ministerie van Defensie
Datum Betreft
2 december 2022 Strategisch Vastgoedplan 2022
Defensie maakt zich klaar voor de toekomst in een onzekere tijd waar internationale spanningen nadrukkelijk onze aandacht vragen. In deze kabinetsperiode wordt fors geïnvesteerd in de ontwikkeling van onze krijgsmacht, dit betekent dat onze organisatie de komende jaren zal groeien. Daarbij wordt niet alleen ingezet op het aantrekken van meer personeel en materieel, er wordt ook geïnvesteerd in het vastgoed van Defensie, zowel in Nederland als op het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden. Ik beschouw het voorbereiden van onze kazernes op de toekomst als randvoorwaardelijk en vormend voor de ontwikkeling van de Defensieorganisatie. Dit Strategisch Vastgoedplan 2022 (SVP) vormt het kader van de aanpak en dient vier doelen. Het strategisch perspectief dat in het SVP wordt gehanteerd is de groei van de krijgsmacht richting de NAVO-norm van 2 procent van het bruto binnenlands product. In de Kamerbrief van mei jl. (Kamerstuk 34 919, nr. 91), waarin de contouren van de aanpak zijn geschetst (de Contourenbrief), heb ik de vierledige doelstelling van deze opgave reeds uiteengezet: 1) Het aanpakken van ons vastgoed is allereerst noodzakelijk om de komende jaren onze taak goed uit te voeren. Het actuele dreigingsbeeld vraagt om meer en andere inzet en voorbereiding van Defensie. Daarom is Defensie vol in transitie richting een moderne krijgsmacht.
Dit leidt tot andere vastgoedbehoeften dan ten tijde van de bouw van de meeste kazernes. 2) Daarnaast wil ik ons personeel de werkomstandigheden geven die ze verdienen. Het Defensiepersoneel is het hart van onze organisatie. Door bezuinigingen in het verleden hebben zij soms lange tijd gewerkt en overnacht in gebouwen die sterk aan onderhoud of vervanging toe waren. Nu Defensie de komende jaren gaat groeien wil ik het personeel zoveel mogelijk centraal stellen. Dit komt bijvoorbeeld tot uiting in de arbeidsvoorwaarden van de nieuwe CAO, maar ook in de uitgangspunten van dit SVP. Dat gaat enerzijds over langetermijndenken en inspelen op trends. Maar ook over kleinere projecten en sneller ingrijpen bij onwenselijke situaties die relatief eenvoudig kunnen worden opgelost. Een ander belangrijk uitgangspunt bij het SVP is dat we ons personeel meer de gelegenheid willen geven om langer op dezelfde plek te blijven werken, zodat overplaatsingen en binnenslapen minder voorkomen en meer stabiliteit voor de gezinssituatie wordt gecreëerd. 3) Ook is ons Defensievastgoed nu nog onvoldoende duurzaam. Met het klimaatneutraal en fossielvrij maken van ons vastgoed kan Defensie een belangrijke bijdrage leveren aan het verminderen van de CO2-footprint van het Rijk. 4) De laatste doelstelling is het op orde brengen van de financiën binnen het vastgoeddomein.
De huidige financiële disbalans tussen het beschikbare budget en de omvang van het Defensievastgoed is onhoudbaar, zo blijkt ook uit het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) naar het Pagina 1 van 15
Plein 4 MPC 58 B Postbus 20701 2500 ES Den Haag www.defensie.nl
Onze referentie BS2022019901
Bij beantwoording datum, onze referentie en betreft vermelden.
Defensievastgoed (‘Toekomstvast-Goedbeheerd’ Kamerstuk 34 919, nr. 77). Door de opgelopen achterstanden wordt het onderhoudsbudget vooral ingezet voor correctief onderhoud. Dit resulteert in een situatie dat de rekening hoger wordt, terwijl de onderhoudsachterstanden steeds verder toenemen. Daarnaast past de huidige, verouderde vastgoedportefeuille steeds minder bij de veranderende krijgsmacht. Door ons vastgoed integraal aan te pakken en gericht te investeren, wordt het huishoudboekje weer op orde gebracht. In de eerdere brieven aan uw Kamer over de staat van ons vastgoed is duidelijk de ernst van de problematiek en de omvang van de opgave geschetst (Kamerstuk 34 919, nr. 77, Kamerstuk 34919, nr. 79). Deze Kamerbrief is het Strategisch Vastgoedplan 2022, dat naast de kaders voor de aanpak van het vastgoed ook de kabinetsreactie bevat op de aanbevelingen van het zojuist genoemde IBO naar het Defensievastgoed uit april 2021. De aanbevelingen van het IBO zijn een belangrijke aanleiding geweest voor de totstandkoming van het SVP. De bijlage bij deze brief (Projectenoverzicht uitwerking Strategisch Vastgoedplan najaar 2022) wordt jaarlijks geactualiseerd, hier wordt ingegaan op de stand van zaken en de planning van de projecten die voortkomen uit het SVP.
Wat gaan we doen? Aanpak De taak om ons vastgoed op een duurzame, toekomstbestendige manier op orde te brengen is groot en uitdagend. Het IBO naar het Defensievastgoed gaf destijds aan dat het nodig is om het gehele vastgoedportfolio grondig te herzien om het Defensievastgoed weer financieel in balans te brengen. Het in een keer vaststellen en uitrollen van een blauwdrukplan waarin voor alle Defensiegebouwen wordt bepaald of ze worden gesloopt, herbestemd of gerevitaliseerd, past wat mij betreft niet bij een integrale aanpak waarbij we plannen in overleg met de omgeving uitwerken en flexibel kunnen inspelen op toekomstige ontwikkelingen (technologisch, binnen de krijgsmacht of in de samenleving). Ik werk daarom volgens een gefaseerde aanpak, waarbij de vier doelen in samenhang met elkaar worden bekeken en per locatie en provincie worden gewogen. De gefaseerde aanpak start bij het strategische niveau, waarna wordt toegewerkt naar meer detail. In deze aanpak worden eerst enkele strategisch belangrijke projecten in gang gezet, die richtinggevend zijn voor de ontwikkeling van onze organisatie en waarmee ruimte wordt gecreëerd voor concentratie, verduurzaming en vernieuwing van andere delen van de vastgoedportefeuille.
In de Contourenbrief zijn de volgende projecten met een ‘bestuurlijk voornemen’ aangekondigd: De concentratie van de Luchtmobiele Brigade in (de regio) Schaarsbergen. De regio Rucphen/Roosendaal, waar een oplossing wordt gezocht voor de ruimtevraag van het Korps Commandotroepen. De concentratie van de eenheden die nu in Assen en Havelte zitten. Daarnaast is gemeld dat er onderzoek wordt gedaan naar een nieuwe kazernelocatie in het midden van het land waar meerdere ondersteunende eenheden kunnen worden geclusterd.
Pagina 2 van 15
Deze lijst wordt aangevuld met twee nieuwe projecten: Het concentreren van logistieke en operationele eenheden in de omgeving van Soesterberg. Het concentreren van eenheden op de Nieuwe Haven in Den Helder. Voor deze twee projecten geldt, net als voor de projecten die in de Contourenbrief zijn genoemd, dat ik een bestuurlijk voornemen uitspreek om deze ontwikkeling uit te voeren en nu met de regio in gesprek ga met de intentie om tot een gezamenlijke aanpak te komen. In het projectenoverzicht in de bijlage staat meer informatie over de stand van zaken van deze projecten. Beide projecten zijn, net als de eerder genoemde projecten, grootschalig van aard en vereisen regionale en lokale afstemming en samenwerking. Met het concreter worden van de plannen die voortkomen uit het SVP, zullen andere locaties permanent of tijdelijk beschikbaar komen voor een andere bestemming. Defensie weegt aan de hand van een afwegingskader dat is gefundeerd op de vierledige doelstelling af, of een locatie tijdelijk of structureel wordt afgestaan. Dit biedt meekoppelkansen voor andere opgaven in het ruimtelijk domein, bijvoorbeeld voor woningbouw, voor de energietransitie, voor landbouw, voor natuur of voor een combinatie van functies. Natuurontwikkeling kan daarbij ook ontlastend werken voor de stikstofproblematiek.
Het zal naar verwachting gaan om enkele tientallen kleine en grotere Defensielocaties. Voor deze zogenaamde ‘perspectieflocaties’ zoeken Defensie, het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) en andere betrokken ministeries en regionale spelers gezamenlijk naar een nieuwe bestemming. Het is de ambitie om een invulling te vinden die aansluit bij de maatschappelijke opgaven en van toegevoegde waarde is voor de regio. In de paragraaf ‘In overleg met de regio’ wordt dieper ingegaan op dit traject. Opgave Strategisch Vastgoedplan 2022 In de eerder aangehaalde Contourenbrief zijn de uitgangspunten geformuleerd voor de vier doelstellingen die centraal staan. In deze brief wordt per aspect een slag dieper gegaan door te beschrijven hoe we deze doelen, en de uitgangspunten die daarbij horen, meenemen bij de totstandkoming van de plannen die voortkomen uit het SVP. 1 Goed voorbereid en klaar voor inzet De kerntaak van Defensie is dat we klaarstaan voor onverwachte situaties, zeker nu internationaal de spanningen oplopen. Het Defensievastgoed heeft als belangrijkste functie dat het de grondwettelijke Defensietaken ondersteunt. De meeste kazernes in ons land zijn gebouwd voor 1970, in een periode dat de krijgsmacht er nog anders uitzag en voorbereid moest zijn op andere dreigingen. Omdat de vastgoedbehoefte een afgeleide is van hoe de Defensieorganisatie zich ontwikkelt, vraagt dit om verandering.
Concentreren op strategische locaties In de Contourenbrief is al genoemd dat het bij elkaar plaatsen van eenheden die elkaar versterken in hun optreden een van de uitgangspunten van het SVP is. Het concentreren van deze eenheden biedt voordelen vanuit operationeel opzicht, zo raken eenheden van verschillende Defensieonderdelen beter op elkaar ingespeeld. Daarnaast voorkomt het gezamenlijk huisvesten van samenwerkende eenheden onnodige vervoersbewegingen. Een goed voorbeeld van concentratie is het eerder aangehaalde plan om meerdere logistieke en operationele eenheden te concentreren op de locatie Soesterberg. Hiermee wordt Soesterberg een logistiek cluster van waaruit men het hele land bedient. Naast Soesterberg wordt ook onderzoek gedaan naar andere logistieke complexen, en hoe deze keten het
Pagina 3 van 15
beste ingericht kan worden met de blik op de toekomst. Hier speelt de afweging tussen redundantie, doelmatigheid en mobiliteit een belangrijke rol. In de Contourenbrief is ook aangegeven dat het concentreren van eenheden het beste is te realiseren op de grotere Defensielocaties waar voldoende ontwikkelruimte is. Daarbij vind ik het van belang te benadrukken dat Defensie als organisatie verspreid over het land zit, we concentreren dus met name in de regio’s waar we al zitten. Spreiding over het land Defensie wil landelijk zichtbaar aanwezig zijn in de samenleving, niet alleen om personeel aan te trekken en vast te houden, maar ook omdat dit zorgt voor meer begrip en draagvlak voor het werk dat Defensie doet. Ook is landelijke spreiding goed voor de regionale werkgelegenheid, dit past goed bij de doelstelling van het kabinet ten aanzien van een evenwichtige spreiding van de Rijkswerkgelegenheid. Daarnaast is het van belang dat Defensie verspreid over het gehele land zit zodat er een solide basis is om overal waar dat nodig is vanuit de veiligheidsregio’s bijstand te leveren. Dit draagt tevens bij aan het spreiden van risico’s, de beperking van hinder voor de omgeving en het beperken van het woonwerkverkeer voor Defensiemedewerkers. Multidomein-benadering Het Defensievastgoed is van oudsher sterk opgezet vanuit de losse Defensieonderdelen.
Zo heeft de Koninklijke Marine haar thuisbasis in de haven van Den Helder en opereert de Koninklijke Luchtmacht met name vanuit de vliegbases. Dit is historisch zo gegroeid en dit maakt deze objecten logische locaties om onze aanwezigheid meer te concentreren. Anderzijds zijn de meeste kazernes van Defensie gebouwd in een periode waarin de krijgsmacht in een andere wereld met andere dreigingen moest opereren. De specifieke vastgoedbehoeften van bijvoorbeeld het Defensie Cyber Commando passen daar niet altijd goed in. Met de blik op de toekomst zie ik Defensie als één krijgsmacht waarbij de verschillende onderdelen elkaar versterken in het multidomeinoptreden. Dit komt ook naar voren in de verdere uitwerking van het SVP. Een voorbeeld hiervan is het clusteren van verschillende eenheden op een nieuw te realiseren kazerne in het midden van het land. Strategische reserve voor een wendbare krijgsmacht De afgelopen periode heeft uitgewezen dat internationale omstandigheden zich snel kunnen ontwikkelen. Soms brengen onverwachte omstandigheden een ruimtevraag met zich mee vanuit Defensie. Hier moeten we in ons vastgoed flexibel op kunnen inspelen. Ook met het oog op toekomstige groei van de organisatie die op termijn gehuisvest moet worden, heeft Defensie enige manoeuvreerruimte nodig. Het SVP houdt namelijk rekening met de groei naar de 2 procent NAVO-norm.
Daar staat tegenover dat ik niet wil vasthouden aan locaties die naar verwachting niet nodig zijn, ook vanwege de druk op de ruimte in Nederland. Het benoemen van enkele locaties als ‘strategische reserve’ zie ik als een goede tussenvorm in dit vraagstuk. Door sommige locaties die op dit moment niet meer nodig zijn aan te wijzen als strategische reserve, kan in geval van noodzakelijke opschaling en uitbreiding relatief snel geschakeld worden. Onderdeel van uitwerking van het SVP is daarom het aanwijzen van enkele locaties als strategische reserve op basis van een afwegingskader, waarbij onder meer wordt gekeken naar de geschiktheid van de locatie voor toekomstig Defensiegebruik.
Pagina 4 van 15
Aangezien de strategische reserve op korte termijn niet nodig is, kunnen deze locaties worden aangewend voor andere, tijdelijke functies. Als tijdelijke invulling voor deze locaties kan gedacht worden aan energieopwekking of recreatie. Het gaat hier om grotendeels lege terreinen: de bestaande bebouwing aan die het eind van hun levensduur zit wordt gesloopt om verkrotting tegen te gaan en kosten te sparen. Kazerne van de toekomst Om de oorlog van morgen te winnen, moeten we nog meer inzetten op samenwerking met innovatieve partners en technologieën. Ik zie de functie van de kazerne in de toekomst verbreden als een plek waar meer samengewerkt wordt met andere partijen, volgens een campus-benadering. Nu al is te zien dat Defensie ook een aantrekkende werking heeft op innovatie en andere ontwikkelingen: aan de rand en om kazernes heen verrijzen innovatieve labs en sportinstellingen. Voor de kazerne van de toekomst zal dit nog sterker het geval zijn, waarbij de we ondernemingszin en denkkracht van de regio naar binnen willen halen en versterken. Een goed voorbeeld is MINDbase, een initiatief waar Defensie samenwerkt met partijen als TNO, NLR, MARIN en diverse startups. MINDbase zit nu al in Rotterdam, Eindhoven en Enschede. 2 Personeel centraal Defensie zet met de Defensienota vol in op het versterken van ons werkgeverschap (Kamerstuk 36124, nr.1).
We investeren daarom in goede arbeidsvoorwaarden, modern personeelsbeleid en in een gezonde bedrijfsvoering en werkomgeving. Met ons personeel staan we dag en nacht klaar voor Nederland. Ik vind het daarom belangrijk dat we ons huidige personeel de komende jaren vasthouden en ervoor zorgen dat zij met een gevoel van trots naar hun werk gaan. Het moderniseren en het wegwerken van achterstanden op onze kazernes is ook een belangrijke factor om nieuw personeel aan te trekken. Onderdeel van het personeel centraal stellen bij het SVP is dat we weten welke behoeften bij ons personeel leven. Het ophalen van kennis en wensen is daarom een doorlopend en iteratief onderdeel van de uitwerking van het SVP. Dit doen we zowel op kwantitatief als kwalitatief vlak, door middel van digitale enquêtes en dialogen met het personeel. Ik wil hiermee borgen dat de behoeften van ons personeel goed landen in de plannen die we maken. Daarnaast is ook de medezeggenschap actief betrokken bij het uitwerken van de plannen. De verbetering van de werkomstandigheden van het Defensiepersoneel is een belangrijke aanleiding voor dit SVP. In het verleden is het meermaals voorgekomen dat locaties gesloten moesten worden omdat de situatie te slecht of zelfs onveilig was.
Vervolgens zijn tal van maatregelen in gang gezet om een inhaalslag te maken in het achterstallig onderhoud, maar zeker met oog op de groei van de organisatie in de toekomst is er meer nodig. In het SVP wordt verder gedacht dan alleen de basis op orde te brengen. Het doel is om de kazernes van Defensie klaar te maken om het werk van de huidige en toekomstige generaties Defensiemedewerkers optimaal te ondersteunen. Minder overplaatsingen voor een stabiele basis voor gezinnen In de Contourenbrief is uiteengezet dat Defensie ernaar streeft haar personeel gedurende hun loopbaan minder vaak en minder ver over te plaatsen. Ik wil dat ons personeel hierin wordt gefaciliteerd, zodat een Defensiecarrière goed te combineren is met een vaste woonlocatie en het thuisfront een stabiele basis krijgt. Dit komt terug in de uitwerking van het SVP door werven, opleiden,
Pagina 5 van 15
werken en trainen zoveel mogelijk te integreren op dezelfde locaties. Naast meer stabiliteit voor het personeel heeft dit operationele en didactische voordelen. Kazernes zullen steeds meer een multifunctionele invulling krijgen met een divers aanbod aan faciliteiten. Dit past goed binnen de eerder aangehaalde campusbenadering voor de kazerne van de toekomst. Zo kan worden gedacht aan legering en lesfaciliteiten voor initiële leerlingen op dezelfde locaties als de operationele eenheden waarvoor ze opgeleid worden. Dit maakt het mogelijk voor medewerkers om een diverse loopbaan bij Defensie op te bouwen zonder veel verplaatsingen. Daarnaast beperkt dit de noodzaak tot het overnachten op de kazernes vanwege de kortere woon-werkafstand. Daarnaast speelt de woningcrisis ook bij het Defensiepersoneel. Met het wetsvoorstel aanpassing Huisvestingswet 2014 kunnen gemeenten voorrang geven aan woningzoekenden die een vitaal beroep uitoefenen (MvT Kamerstukken II 26190, nr. 33). Mogelijk kunnen militairen hier in bepaalde gemeenten voor in aanmerking komen. Defensie gaat hierover in gesprek met gemeenten waar deze problematiek speelt. Regionale benadering Zoals is uiteengezet in de paragraaf ‘Goed voorbereid en klaar voor inzet’ wil Defensie meer concentreren op strategische plekken verspreid in het land.
Vanuit personeelsopzicht is van belang dat we dat doen in de regio’s waar we nu al zitten. Gelet op de urgentie om ook nieuw personeel aan te trekken is het nodig dat Defensie daarnaast voldoende is vertegenwoordigd daar waar potentieel personeel woont. Daarom wordt ook gekeken op welke plekken we minder vertegenwoordigd zijn, maar waar relatief gezien veel arbeidspotentieel aanwezig is. Dit is bijvoorbeeld een van de factoren die wordt meegenomen in de zoektocht naar een geschikte locatie voor de voorgenomen nieuwe kazerne voor de ondersteunende eenheden. Defensie houdt er bij een verplaatsing van organisatieonderdelen nadrukkelijk rekening mee dat de werkgelegenheid zoveel mogelijk behouden blijft in dezelfde provincie. Eigentijdse normen voor onze gebouwen Behoeftes van ons personeel veranderen met de tijd. Vernieuwing van ons vastgoed vraagt om eigentijds beleid voor de inrichting van onze faciliteiten. In het kader van het SVP wordt in bijzondere mate gekeken naar de faciliteiten kantoren, legering en lesgebouwen en magazijnen, aangezien deze gebouwtypes ongeveer zestig procent van het totale Defensievastgoed omvatten. Nieuwe, eigentijdse normen voor deze gebouwen hebben een groot effect op de verduurzaming van de vastgoedportefeuille en dragen ook bij aan het welzijn van ons personeel.
Voor legering wordt bij nieuwbouw bijvoorbeeld bezien of meer gebruik kan worden gemaakt van eenpersoonskamers. Daarbij is maatwerk belangrijk: bij bijvoorbeeld de initiële opleidingen blijft het wel van belang om in het kader van vorming meerdere personen op een kamer te legeren. Voor lesgebouwen is de ambitie om nog meer samen te werken met externe partners, waarbij leslocaties van Defensie worden opengesteld voor externen en Defensie ook gebruikmaakt van externe faciliteiten. Dit stimuleert de kruisbestuiving in kennis tussen ons personeel en studenten aan andere onderwijsinstellingen. Op het gebied van kantoren heeft Defensie zich gecommitteerd om hybride werken mogelijk te blijven maken voor kantoorwerk, waarbij maatwerk wordt geboden voor specifieke doelgroepen. Dit vergroot de flexibiliteit voor onze medewerkers en draagt daarnaast bij aan verduurzaming door het verminderen van reisbewegingen.
Pagina 6 van 15
Voor de onderwerpen kantoren, onderwijsinstellingen, de kazerne van de toekomst (inclusief legering) en de logistieke inrichting (inclusief magazijnen), worden studies uitgevoerd naar hoe deze zaken in de toekomst beter kunnen worden ingericht. Hierbij wordt de koppeling gemaakt met het nieuwe HR-model waar Defensie nu aan werkt (Kamerstuk 35570-X, nr. 91). Bij het verder uitwerken van de kazerne van de toekomst en de campusgedachte, wordt ook gedacht aan het faciliteren van andere behoeften van ons personeel. Het accommoderen van zaken zoals kinderopvang en huisdierenopvang op de kazerne zijn bijvoorbeeld zaken die leven en waarmee we onze mensen en hun gezinnen meer mogelijkheden kunnen bieden om werk en gezinsleven te combineren. Verbinden met de omgeving Defensie is een organisatie die sterk is geworteld in de regio’s waar we gevestigd zijn. Dit is een relatie die vaak decennia of zelfs eeuwen teruggaat. Ik besef dat de verbinding van Defensie met de regio’s waar we zitten waardevol is: onze mensen en hun gezinnen voelen zich er thuis en maken actief deel uit van de maatschappij. Daarnaast maken de mensen die er wonen op een directe manier mee wat Defensie doet. Ik voel deze verbondenheid ook in de gesprekken waar het gaat over locaties waar Defensie mogelijk vertrekt en ruimte wil maken voor andere functies.
Dit besef sterkt mij in het in de Contourenbrief geformuleerde uitgangspunt dat Defensie breed in het land vertegenwoordigd moet zijn. Niet alleen vanuit het oogpunt van werving en gereedstelling, maar ook vanwege de toegevoegde waarde van deze wederzijdse verbondenheid. Daarnaast is het belangrijk om onze verbinding met de samenleving waar mogelijk te versterken. Hier wordt gericht naar gekeken bij de uitwerking van het SVP, bijvoorbeeld door te kijken naar koppelingen met externe onderwijsinstellingen en andere maatschappelijke organisaties om zo mensen te interesseren voor een loopbaan bij Defensie. Ik wil nog meer investeren in onze banden met de plekken waar we gevestigd zijn, soms door letterlijk en figuurlijk de hekken open te zetten voor bezoekers en ideeën van buiten. Het gesprek aangaan over hoe we ons nog meer als ‘goede buur’ kunnen opstellen hoort daar ook bij, in het speciaal in situaties waarbij de omgeving hinder ondervindt van de activiteiten van Defensie. 3 Verduurzaming Het vastgoed van Defensie bestrijkt zestig procent van de totale vastgoedportefeuille van het Rijk en heeft te kampen met achterstallig onderhoud. De transitie naar een klimaatneutrale vastgoedportefeuille is daarmee een grote opgave, maar daarnaast ook een kans: Het totale energieverbruik van Defensie was in 2021 7.098 terajoule.
Dit is vergelijkbaar met het totale energieverbruik van de stad Delft. 3.047 terajoule daarvan komt voor rekening van het vastgoed, zowel door gas- als elektriciteitsverbruik. Dit staat gelijk aan een CO2-emissie van 0,279 megaton. Met het klimaatneutraal maken van ons vastgoed kan Defensie dus een significante bijdrage leveren aan de verduurzaming van het maatschappelijk vastgoed. Deze verduurzaming is al ingezet, maar wordt de komende jaren versneld met de uitwerking van dit SVP, waar verduurzaming een van de vier doelen is. Doelen en Key Performance Indicators (KPI’s) verduurzaming kazernes Defensie volgt het Rijksdoel om in 2050 een volledig klimaatneutrale vastgoedportefeuille te realiseren. Als tussendoel is Rijksbreed vastgesteld dat in 2030 de CO2-uitstoot met 55 procent moet zijn afgenomen ten opzichte van het
Pagina 7 van 15
jaar 1990. Daarnaast sluit Defensie aan bij de portefeuille-aanpak van BZK (Kamerstuk 32847 nr. 976). Het SVP richt zich op het doel om in 2050 al het Defensievastgoed klimaatneutraal te maken en draagt bij aan het Rijksbrede tussendoel voor 2030. De objectgerichte en gefaseerde aanpak van het SVP ondersteunen de gestelde CO2-doelen: Door de objectgerichte aanpak worden op doelmatige wijze hele kazernes klimaatneutraal gemaakt. Hierdoor zal Defensie naar verwachting het Rijksbrede CO2-doel van 2050 voor de kazernes die nu al worden aangepakt eerder halen. De afstoting en sloop van vastgoed helpt om het energieverbruik en de CO2-uitstoot te verminderen. Daarnaast kan door gefaseerd te werk te gaan tijdig worden ingespeeld op innovaties. De CO2-footprint van Defensie wordt de komende jaren steeds kleiner. Defensie rapporteert al jaarlijks over het energieverbruik en de CO2-uitstoot van de krijgsmacht, maar zal dat specifiek voor vastgoed laten terugkomen in de jaarlijkse kamerbrief waarin ik zal rapporteren over de voortgang van de uitwerking van het SVP. Hierin zal specifiek worden gerapporteerd over de reductie van het fossiele energiegebruik per jaar (gasverbruik) en de reductie van het finale energiegebruik per jaar (CO2-uitstoot) voor vastgoed.
Hierbij wordt ook gerapporteerd over de gerealiseerde energieopwekking via wind en zon op onze terreinen, ongeacht door wie de stroom wordt verbruikt. Verduurzaming monumentaal erfgoed Het Defensievastgoed is divers van aard en bevat veel waardevol monumentaal erfgoed. Dat betekent dat Defensie creatief moet nadenken over de verduurzaming van deze gebouwen. Vaak zal maatwerk nodig zijn. Bij deze categorie vastgoed moet bij de uitwerking van het SVP ook de balans worden bewaard met de andere drie doelen van de vastgoedopgave: wanneer het vanuit operationeel, financieel- of personeelsoogpunt ondoelmatig is een monumentaal gebouw aan te houden en te verduurzamen, moet ook worden bekeken of Defensie hier ruimte kan maken voor een andere bestemming, die beter is te verenigen met de aard van het gebouw. Geslaagde voorbeelden hiervan zijn bijvoorbeeld de Elias Beeckman- en Prins Mauritskazernes in Ede, waar de gemeente nu een woonwijk realiseert met behoud van het monumentale karakter van de kazernes. Als er sprake is van afstoting van monumenten zullen de werkafspraken en het proces zoals beschreven in de Leidraad Afstoot Monumenten worden gevolgd. Klimaatadaptatie, natuur-inclusief bouwen en circulariteit Klimaatverandering, schaarste van grondstoffen en effecten op natuur en milieu zullen in de nabije toekomst ook impact hebben op Defensie.
Defensie houdt hier rekening mee bij de vervanging en vernieuwing van vastgoed. Dit houdt in dat bijvoorbeeld de gevolgen van hittestress zoveel mogelijk worden beperkt bij realisatie van nieuwbouw en de inrichting van terreinen. Daarnaast houdt Defensie rekening met overstromingsgevaar, in het bijzonder waar dit gaat om onderdelen van de vitale infrastructuur. De Nieuwe Haven in Den Helder vraagt bijvoorbeeld speciale aandacht wat betreft waterveiligheid. Als uitkomst van een studie naar benodigde maatregelen wordt bekeken of hier waterkeringen kunnen worden opgetrokken om goed voorbereid te zijn. Vitale processen worden, indien noodzakelijk, via mitigerende maatregelen veilig gesteld, bijvoorbeeld door realisatie op hoger gelegen locaties. We versterken de natuur door tijdens het bouwen natuurinclusief te werken. Zo realiseren we meer groen en water op onze terreinen en passen we ecologisch vriendelijk onderhoud toe. Ook wordt de behoefte aan energiezekerheid en Pagina 8 van 15
zelfvoorzienendheid per object in relatie met de omgeving bezien. Defensie gaat samen met waterschappen en drinkwaterbedrijven mogelijkheden onderzoeken om (drink)wateropslag op eigen terreinen te realiseren, dan wel capaciteit om zelf drinkwater te maken. 4 Financieel in balans Fors ingrijpen in het huidige vastgoed van Defensie is ook vanuit financieel perspectief hoognodig: de uitgaven aan achterstallig onderhoud vormen op dit moment een kostenpost die blijft oplopen. Defensie loopt achter de feiten aan en houdt onvoldoende middelen over om te investeren in de toekomst van de kazernes. Linksom of rechtsom moet de portefeuille de komende jaren in balans worden gebracht door investeringsmiddelen in te zetten voor de (ver)bouw van (nieuwe) moderne kazernes en het afstoten of slopen van oude kazernes. Op die manier gaan we beschikken over het vastgoed dat we daadwerkelijk nodig hebben en krijgen we grip op de onderhoudskosten. Als dat niet lukt moeten we onnodig kosten blijven maken voor onderhoud van vastgoed dat we niet nodig hebben. Dat is onwenselijk omdat het ten koste gaat van andere investeringen in ons personeel en materieel. Bij de start van de verkenningen naar deze opgave is gekeken naar welk type en hoeveel vastgoed grofweg nodig is voor de krijgsmacht van de toekomst, ook met oog op de groei van de krijgsmacht naar 2 procent NAVO-norm.
Daaruit volgt dat van de ongeveer 6 miljoen vierkante meters aan bruto vloeroppervlakte die Defensie op dit moment in gebruik heeft, Defensie met ongeveer één derde van het aantal vierkante meters minder toe kan, als er strategisch wordt geïnvesteerd in doelmatige nieuwbouw. Door scherp te kijken naar wat onze organisatie in de toekomst wel en niet nodig heeft, kan Defensie dus een aanzienlijk aantal gebouwen aanbieden voor herbestemming of slopen. De middelen die in de oude situatie worden uitgetrokken voor onderhoud, worden in de nieuwe situatie ingezet voor het plegen van gerichte investeringen in de toekomst. Gezien de aard en looptijd van grote bouwprojecten, wordt steeds bij het opstellen van de begroting bezien in hoeverre het ritme van de investeringskosten moet worden aangepast. Met het geld dat beschikbaar komt door afstoting van overbodig vastgoed en met de beschikbare investeringsmiddelen uit de begroting en de aanvullende middelen van het Coalitieakkoord (voor het vastgoed incidenteel € 2,3 miljard en structureel € 165 miljoen), kan Defensie het SVP de komende 15 jaar verder uitwerken en grondig investeren in het vastgoed. De beschikbare middelen zijn leidend voor het SVP.
Gedurende de uitwerking van het plan zullen er wijzigingen in de kosten optreden als gevolg van geopolitieke ontwikkelingen, besluiten die nog worden genomen en onderkende risico’s, bijvoorbeeld rondom prijsontwikkelingen in de bouw en veranderende regelgeving. Daarom wil ik als onderdeel van de rapportage over het SVP een realistische, vijfjarige raming van de kosten van het vastgoed opnemen in de jaarlijkse Kamerbrief, zodat tijdig kan worden ingegrepen als bijsturing gedurende de looptijd nodig is. Het grondig investeren in onze kazernes om een moderne, duurzame en structureel betaalbare vastgoedportefeuille te realiseren is een goed voorbeeld van doelmatigheid. Tegelijkertijd is dit niet een puur cijfermatige exercitie en gaat het over de toekomst van de krijgsmacht. Dat betekent dat dit een proces is waarin voortschrijdend inzicht een grote rol zal spelen en Defensie zich adaptief moet opstellen. Ook door te schakelen tussen langetermijnperspectief en kortetermijnoplossingen. De situatie op sommige locaties is namelijk zo nijpend, Pagina 9 van 15
dat ook op kortere termijn moet worden ingegrepen, ook al ligt een grootscheepse verbouwing voor die locatie pas later in de planning. Daarbij komt het ook nu al voor dat de belangen van ons personeel (bijvoorbeeld om niet nog vijftien jaar in een achterstallige omgeving te werken en slapen) voorgaan op de doelmatigheid van een investering. Zo is Defensie de afgelopen periode fase 2 van het project Verbetering Legering gestart (Kamerstuk 34 919, nr. 86). Het dilemma tussen het strategische, langetermijnbeleid en uitdagingen die op korte termijn actie behoeven, is inherent onderdeel van de uitwerking van het SVP. Het monitoren van de financiële situatie van de vastgoedportefeuille is onderdeel van de rapportage die u jaarlijks ontvangt over het SVP.