RIB23.005 Inkoop en samenwerking doelgroepenvervoer 2024
Tekst van het document
i
NI | |
Publiekshal » Het Rond 1, Zeist
www.zeist.nl » www.twitter.com/gemeentezeist
Postbus 513, 3700 AM Zeist
www.facebook.com/gemeentezeist
Telefoon 14 030 = zeist@zeist.nl
Gemeente Zeist
Ontv.
Gite
QU_O4. 2022
Aan de raad van de gemeente Zeist
FR (5
Datum
17 januari 2023
Ons kenmerk
119265
Bijlage(n)
(1) Inkoopstrategie en (2) .
Behandeld door
Dhr. R. Moorman
Onderwerp
samenwerkingsovereenkomst
? 2 ‚, OOS
RIB Inkoop en samenwerking doelgroepenvervoer(2024)
Geachte leden van de raad,
Metdezebrief informeren wij u over de samenwerking die we met 21 andere Utrechtse gemeenten en de provincie Utrecht zijn aangegaan voor de inkoop, het contractmanagementen het opdrachtgeverschap
van het sociaal recreatief vervoer in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (hierna: Wmovervoer) en voor het OV-vangnetvervoer per 2024. Ook informeren weu graag overde belangrijkste
uitgangspunten die we hanteren voor de inkoop van dit vervoer en over ons besluit om als Zuidoostgemeenten de inkoop van Regiotaxi Utrecht te combineren met de inkoop van hetleerlingen- en
jeugdhulpvervoer.
Context
De uitvoering van het huidige Wmo-vervoer en het OV-vangnetvervoer van de 22 Utrechtse gemeenten
en de provincie Utrecht is ingekocht door provincie Utrecht en ondergebracht in twee collectief vraagafhankelijke vervoersystemen: Regiotaxi Utrecht en Regiotaxi Eemland Heuvelrug. Het contractmanagement voor beide systemen wordt uitgevoerd door de provincie Utrecht. Per 1 januari 2024
lopen de huidige contracten voor Regiotaxi Utrecht en Regiotaxi Eemland Heuvelrug af en stopt de provincie met het contractmanagement van dit vervoer. Om per 2024 Wmo-vervoer te kunnen blijven bieden aan de inwoners die daarop aangewezen zijn, hebben we eind 2021 besloten om voor de inkoop, het contractmanagement en het opdrachtgeverschap van het Wmo-vervoer per 2024 een samenwerking met 21 andere Utrechtse gemeenten aan te gaan.
In 2022 verzocht de provincie Utrecht ons om deel te nemen aan de samenwerking en het OV-vangnet
vervoer samen met het Wmo-vervoer per 2024 in te kopen in het product Regiotaxi Utrecht.
Samenwerkingsovereenkomst Regiotaxi Utrecht Als gemeenten en provincie hebben we de afspraken voor de inkoop, uitvoering en het
contractmanagement van het Wmo-vervoer en OV-vangnet vervoer per 2024 vastgelegd in een privaatrechtelijke samenwerkingsovereenkomst. Deze vorm kwam als meest passend uit de bus, na een zorgvuldige afweging van de voor- en nadelen van alle lichte samenwerkingsvormen. Een mandaat-,
volmacht- en machtigingsbesluit Regiotaxi Utrecht maakt onderdeel uit van de samenwerkingsovereenkomst. Met dit besluit creëren we binnen duidelijke kaders (beleidsmatig en financieel) slagkracht in de besluitvorming van de samenwerkingsorganisatie.
Austerlitz = Bosch en Duin = Den Dolder = Huis ter Heide = Zeist
Percelen in de inkoop Regiotaxi Utrecht De opdracht is verdeeld in 6 percelen, namelijk: 1. Zuidoost Utrecht (Zeist, Utrechtse Heuvelrug, Wijk bij Duurstede, De Bilt, Bunnik en OV2. 3. 4.
vangnetvervoer provincie Utrecht);
Utrecht Stad (Utrecht en OV-vangnetvervoer provincie Utrecht); Utrecht West (Woerden, De Ronde Venen, Montfoort, Oudewater, Stichtse Vecht en OVvangnetvervoer provincie Utrecht) ;
Lekstroom (Houten, Nieuwegein, IJsselstein, Vijfheerenlanden, Lopik en OV-vangnetvervoer provincie Utrecht);
5.
Eemland (Baarn, Amersfoort, Bunschoten, Leusden, Woudenberg, Soest en OV-vangnet vervoerprovincie Utrecht);
6.
Het contractmanagement van de 5 vervoerspercelen.
Gecombineerde inkoop Regiotaxi Utrecht en leerlingen- en jeugdhulpvervoer In de inkoop van het product Regiotaxi Utrecht per 2024, vormen de Zuidoost-gemeenten samen met
provincie Utrecht één vervoersperceel. Dit betekent dat per 1 januari 2024 één vervoerder gecontracteerd wordt voor de uitvoering van het Wmo-vervoer en het OV-vangnetvervoer in de Zuidoost-gemeenten. Het Wmo-vervoer is onderdeel van het doelgroepenvervoer. Dat is vervoer waar gemeenten op grond van een wettelijke grondslag invulling aan moeten geven. Andere vormen van doelgroepenvervoer zijn
bijvoorbeeld het leerlingenvervoer op grond van de onderwijswetten en jeugdhulpvervoer op grond van de
jeugdwet.
Voor dit inkooptraject hebben weals colleges van de Zuidoost-gemeenten besloten om de inkoop van het Wmo-vervoer per 2024 in het product Regiotaxi Utrecht, te combineren met de inkoop van hetleerlingenen jeugdhulpvervoer. En ook het contractmanagement voor hetleerlingen- en jeugdhulpvervoer onder te
brengen bij de partij die contractmanagement voor Regiotaxi Utrecht gaat verzorgen. Belangrijke overwegingen hierbij zijn, dat door een gecombineerde inkoop:
e
Één vervoerder wordt gecontracteerd die naast het Wmo-vervoer en OV-vangnetvervoerin het product Regiotaxi Utrecht ook het leerlingen- en jeugdhulpvervoer in de Zuidoost-gemeenten mag
e
uitvoeren. __De vervoerder hierdoor chauffeurs een aantrekkelijk(er) dienstverband kan bieden van meer dan slechts enkele uren per dag voor alleen de uitvoering van leerlingen- en jeugdhulpvervoer.
e
De vervoerder een efficiëntere ritplanning kan maken doordat hij personeel en voertuigen efficiënt kan
e
We als Zuidoost-gemeenten daardoor minder kwetsbaar zijn in de uitvoering van het leerlingen- en
inzetten. jeugdhulpvervoer en niet kort na elkaar twee Europese aanbestedingen hoeven uit te voeren
(trajecten die veeltijd en geld kosten). Een gecombineerde inkoop betekent niet dat leerlingen en jeugdigen in één voertuig met Wmopashouders en/of OV-vangnetreizigers gecombineerd gaan worden.
Inkoopstrategie Voor de inkoop van het product Regiotaxi Utrecht samen met de 21 Utrechtse gemeenten en provincie Utrecht, hebben we een inkoopstrategie Regiotaxi Utrecht opgesteld. Voorde regio's Zuidoost Utrecht Lekstroom en Utrecht West worden daarin ook de belangrijkste uitgangspunten voor de inkoop
geformuleerd voor hetleerlingen- en jeugdhulpvervoer dat die regio's voor hun gemeenten mee inkopen. Hieronder treft u een opsomming aan van de belangrijkste onderdelen die we met de inkoop van Regiotaxi Utrecht en het leerlingen- en jeugdhulpvervoer willen realiseren. We willen: a) Het vervoer zo efficiënt mogelijk inrichten voor reizigers, gemeente en vervoerder.
b)
Bij de selectie van de vervoerder de kwaliteit van het vervoer zwaarder laten wegen dan de prijs.
c)
Bij de selectie van de vervoerder en gedurende de contractperiode oog hebben voor duurzaamheid, goed werkgeverschap en de kwetsbaarheid en behoeften van de inwoners die op het vervoer
Austerlitz = Bosch en Duin = Den Dolder = Huis ter Heide = Zeist
I
aangewezen zijn.
PENNE
Gemeente Zeist
d)
Een efficiënte bekostigingssystematiek hanteren die goed controleerbaar is zonder teveel administratiedruk.
e) f) g)
Het contractmanagement voor het vervoer bij een externe partij beleggen. Voor Regiotaxi Utrecht de ritaanname en -uitvoering bij de vervoerder te beleggen. Het sociaal recreatief Wmo-vervoer als vervoer van deur tot deur inrichten.
Vervolgproces
Met het vaststellen van de inkoopstrategie, hebben we hetstartsein gegeven voor de inkoop. Eind januari wordt de opdracht in de markt gezet. In het 2e kwartaal van dit jaar wordt duidelijk welke partij de opdracht gegund krijgt en die in 2024 mag gaan uitvoeren. 19 januari 20 januari
Publicatie ‘Mandaat-, volmacht- en machtigingsbesluit’ Inwerkingtreding ‘Samenwerkingsovereenkomst’ en ‘Mandaat-, volmacht- en
23 januari 23 mei 1 januari 2024 1 augustus 2024
Publicatie van de aanbestedingsstukken Definitieve gunning Ingangsdatum nieuw contract Regiotaxi Ingangsdatum nieuw contract Leerlingenvervoer
machtigingsbesluit’
Wij hopen u met deze brief goed en geïnformeerd te hebben over de stappen die wij zetten met de inkoop van het doelgroepenvervoer. Dit ten behoeve een goede uitvoering in de praktijk vanaf 2024 en het goede gesprek tussen college en raad op dit onderwerp.
Hoogachtend,
burgemeester en wethouders van Zeist, de gemeentesecretaris,
an Hs)...
° ———
7 Be
Ke
K
Austerlitz = Bosch en Duin = Den Dolder = Huis ter Heide = Zeist
NI |
|
dr. HS. Grotens
de burgemeester,
Gemeente Zeist
Inkoopstrategie Ten behoeve van de gezamenlijke aanbesteding van: 1. het sociaal recreatief Wmo-vervoer van 22 gemeenten in de provincie Utrecht 2. het OV-vangnet vervoer van de provincie Utrecht 3. andere vormen van doelgroepenvervoer van de gemeenten in de regio’s Lekstroom, Utrecht West en Zuidoost Utrecht. 4. contractmanagement
Gevraagde besluitvorming: Het gevraagde besluit betreft een akkoord op de voorgestelde adviezen in deze inkoopstrategie, en het opstarten en uitvoeren van de aanbestedingsprocedure binnen de kaders en uitgangspunten van de inkoopstrategie.
Redactie Versiebeheer
`
Programmateam DGV en AOV Versie 16 221206 definitief
1
Inhoud 1
2
Inleiding ........................................................................................................................................... 3 1.1
Aanleiding van de inkoopstrategie .......................................................................................... 3
1.2
Totstandkoming van de inkoopstrategie................................................................................. 3
Wettelijke kaders en huidige situatie .............................................................................................. 5 2.1 Wettelijke kaders........................................................................................................................... 5 2.2
Doelgroepenvervoer en Aanvullend Openbaar Vervoer......................................................... 5
2.3
Huidige situatie........................................................................................................................ 6
2.3.1. Huidige vervoerders .............................................................................................................. 6 2.3.2. Huidig aantal kilometers, tarief en tarief per rit ................................................................... 6 2.3.3. Actief gebruik per gemeente ................................................................................................. 7 2.3.4 Trends en ontwikkelingen ...................................................................................................... 8 3
Het beoogde doel, het beleidsmatige kader voor de inkoop en onze ambities ............................. 9 3.2 Beleidsmatig kader ...................................................................................................................... 10
4
Opgave en inkoopstrategie ........................................................................................................... 13 4.1
4.1.1
Toekomstbestendig vervoer/Innovatie ......................................................................... 13
4.1.2
Partnerschap ................................................................................................................. 18
4.1.3
Duurzaam vervoer ......................................................................................................... 20
4.2
`
Opgave voor het doelgroepenvervoer .................................................................................. 13
Verdere inrichting van de aanbestedingsprocedure ............................................................. 20
4.2.1
Keuze type aanbestedingsprocedure en -methodiek ................................................... 21
4.2.2
Perceelindeling .............................................................................................................. 23
4.2.3
Contractmanagement ................................................................................................... 23
4.2.4
Contractvorm................................................................................................................. 24
4.2.5
Looptijd .......................................................................................................................... 25
4.2.6
Gunningscriteria en beoordelingssystematiek .............................................................. 25
2
1
Inleiding
1.1
Aanleiding van de inkoopstrategie
Per 1 januari 2024 lopen de huidige contracten voor het sociaal recreatief Wmo-vervoer (hierna Wmo-vervoer) en het OV-vangnet vervoer van alle 22 Utrechtse gemeenten en de provincie Utrecht af. Het contractmanagement van beide is momenteel ondergebracht bij de provincie Utrecht en wordt uitgevoerd onder de productnamen ‘Regiotaxi Utrecht’ en ‘Regiotaxi Eemland-Heuvelrug’. Voor 1 januari 2024 moet het Wmo-vervoer opnieuw zijn aanbesteed en gegund. De provincie Utrecht heeft de gemeenten verzocht om de invulling van het OV-vangnet vervoer door de regiotaxi ook mee te nemen in de aanbesteding van het Wmo-vervoer. Daarnaast moet voor deze datum ook het contractmanagement van dit vervoer zijn belegd en dus tijdig worden ingekocht. Het Wmo-vervoer en het OV-vangnet vervoer gaan we per 1 januari 2024 'Regiotaxi Utrecht' noemen. In een aantal gemeenten eindigen rond dezelfde periode ook overeenkomsten voor andere vormen van doelgroepenvervoer. Een aantal regio’s kiezen ervoor om de inkoop van het sociaal recreatief Wmo-vervoer per 2024 te combineren met andere vormen van doelgroepenvervoer. Deze inkoopstrategie gaat over: 1. Collectief Vraagafhankelijk vervoer: Wmo-vervoer van alle 22 Utrechtse gemeenten, oftewel de regio’s Utrecht West, Lekstroom, Zuidoost Utrecht, Utrecht Stad en Eemland. 2.
Routegebonden vervoer: - Het leerlingenvervoer (regio’s Utrecht West, Lekstroom en Zuidoost Utrecht). - Vervoer in het kader van de Jeugdwet, waarvoor geen andere vervoersoplossing is in het voorliggend veld (regio Utrecht West, Lekstroom en Zuidoost Utrecht); 3. Het OV-vangnet vervoer uitgevoerd door de Regiotaxi (provincie Utrecht).
1.2
Totstandkoming van de inkoopstrategie
In deze inkoopstrategie wordt de huidige situatie van de uitvoering van het Wmo-vervoer en indien van toepassing ook andere vormen van doelgroepenvervoer beschreven. Het gaat over de wettelijke kaders, de productkenmerken en een cijfermatig inzicht (gebruik) van de regiotaxi en beleidskaders vanuit de verschillende regio’s. In hoofdstuk 2 worden de ambities en uitgangspunten van de opdrachtgevers voor de aanbesteding beschreven en de belangrijke elementen van de aanbestedingsprocedure zelf. Dit document is met de gemeenten en de provincie Utrecht afgestemd in het Programmateam Vernieuwing Doelgroepenvervoer (DGV) en Aanvullend Openbaar Vervoer (AOV). Genomen processtappen: 1. Visievorming op hoofdlijnen: onderzoek onder vak/-beleidsambtenaren, managers en bestuurders van gemeenten en provincie . Uitvoering: Trafficon, Rapport ‘Onderzoek Optimale samenwerking voor sociaal recreatief Wmo-vervoer in de provincie Utrecht’ d.d. 2 juli 2021’ en rapport ‘Onderzoek Draagvlak samenwerking voor sociaal recreatief Wmovervoer in de provincie Utrecht’ d.d. 3 augustus 2021. 2. Intern onderzoek huidige situatie en uitvoering aan de zijde van de opdrachtgever(s). 3. Het uitvoeren van marktverkenning naar de visie van vervoerders op de huidige opdracht, de huidige (markt)omstandigheden en de toekomstige opgave voor het doelgroepenvervoer (Trafficon).
`
3
4. Het formuleren van afwegingen op kwaliteit, kosten, maatschappelijk verantwoord ondernemen (duurzaamheid/social return) en goed opdrachtgeverschap. 5. Vertaling voorgaande in deze inkoopstrategie, inclusief afwegingskader en advies. De inkoopstrategie wordt vastgesteld via de volgende route: Wanneer
28 november 2022 December 2022
`
Wat Realisatie definitief concept Inkoopstrategie Accordering definitief concept Inkoopstrategie Instemming definitief concept Inkoopstrategie
Gremium Programmateam Stuurgroep Vernieuwing DGV en AOV Colleges van Burgemeester & Wethouders en Gedeputeerde Staten
4
2
Wettelijke kaders en huidige situatie
2.1 Wettelijke kaders Hieronder staan per vervoersvorm (die meegenomen wordt in deze aanbesteding) de wettelijke kaders weergegeven. Vervoersvorm Wmo-vervoer Leerlingenvervoer
Vervoer in het kader van de Jeugdwet OV en AOV (aanvullend openbaar vervoer) OV-vangnet vervoer
Wettelijke kaders Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) Wet op het primair onderwijs (WPO), Wet op het voortgezet onderwijs (WVO)en de Wet op de expertisecentra (WEC) Jeugdwet (JW) Wet personenvervoer 2000 (Wp2000) Besluit Personenvervoer 2000 (Bp 2000) OV-vangnet vervoer kent geen grondslag in een wet. Waar het OV niet rendabel of mogelijk is, zoekt de provincie een oplossing o.a. in de vorm van OV-vangnet vervoer binnen het product Regiotaxi Utrecht.
Vervoer in het kader van de Participatiewet (Pw) naar dagbesteding maakt geen onderdeel uit van deze inkoopstrategie.
2.2
Doelgroepenvervoer en Aanvullend Openbaar Vervoer
(Aanvullend) Openbaar Vervoer ((A)OV), OV-vangnet vervoer en doelgroepenvervoer zijn communicerende vaten. Hoe toegankelijker het (A)OV en het OV-vangnet vervoer is (zowel fysiek en mentaal), des te meer mensen met een handicap of beperking hier gebruik van kunnen maken. Zij hoeven dan geen of minder beroep te doen op het doelgroepenvervoer. Samen reizen met anderen, met of zonder beperking vergroot de sociale functie van het (A)OV en het OV-vangnet vervoer. In de gehele provincie hebben we een grote bereikbaarheidsopgave. Het grootstedelijk gebied heeft te kampen met congestie terwijl de meer rurale gebieden te maken hebben met minder mobiliteit omdat het openbaar vervoer in deze gebieden onder druk staat. De vraag naar vervoer is weliswaar laag, maar een afnemend aanbod komt slecht uit voor bepaalde bevolkingsgroepen die afhankelijk zijn van het OV. Belangrijke thema’s rondom mobiliteit zijn onder andere: vervoer betaalbaar houden voor overheden en inwoners, duurzaamheid en toekomstbestendigheid. Het openbaar vervoer wordt gezien als een van de belangrijke sleutels om de bereikbaarheid te waarborgen in onze provincie. Om een zo groot mogelijke groep reizigers te bedienen, kiezen de provincie, en OV-concessiehouders in het algemeen, voor een concentratie van openbaar vervoer op hoofdassen.
De bus komt vaker langs de wijk (frequenter), maar haltes liggen niet voor alle inwoners dichtbij de voordeur (minder fijnmazig). Voor het merendeel van de OV-reizigers biedt dit voordelen, waaronder een vlotte, comfortabele en betrouwbare reis. Voor het andere deel van de OV-reizigers wordt de drempel om te reizen met het openbaar vervoer hoger. Dit kan er toe leiden dat mensen minder deelnemen aan de samenleving (wonen, werken, sociaal recreëren), wat het risico op sociale uitsluiting vergroot (mobiliteitsarmoede). Als er geen andere vervoersvoorzieningen zijn, dan is de verwachting dat de vraag naar doelroepenvervoer toeneemt.
`
5
Al meerdere jaren vervult de regiotaxi ook een OV-functie om een ontbrekende schakel in het OVnetwerk - het OV-vangnet- in te vullen. De uitvoering van deze functie, de inzet van regiotaxi OVvangnet in de vorm van vervoer van deur tot deur, van en naar een opstapplaats of een halte/knooppunt van het OV, zal in de komende contractperiode gecontinueerd worden. Wanneer iemands beperking ervoor zorgt dat hij/zij geheel of gedeeltelijk geen gebruik kan maken van het (aanvullend) openbaar vervoer dan zijn gemeenten aan zet met doelgroepenvervoer. Hierbij is nog een onderscheid te maken tussen mensen die dit wel kunnen leren en mensen die altijd afhankelijk zullen blijven van het doelgroepenvervoer.
2.3
Huidige situatie
In deze paragraaf beschrijven we de huidige vervoerders van het Wmo-vervoer en het OV-vangnet vervoer , de omvang van deze vervoerstypen en de trends die we signaleren.
2.3.1. Huidige vervoerders In onderstaand overzicht wordt weergegeven wie de huidige vervoerders zijn per regio voor de verschillende vormen van doelgroepenvervoer. Huidige vervoerders Regio Utrecht West
Sociaal recreatief Wmo-vervoer en het OV-vangnet vervoer Willemsen-De Koning
Regio Lekstroom
Willemsen-De Koning
Stad Utrecht Regio Zuid Oost Utrecht Regio Eemland
Willemsen- De Koning Willemsen-De Koning Taxi Gomes
Leerlingenvervoer
Jeugdhulpvervoer
Willemsen-De Koning, Noot Personenvervoer Noot Personenvervoer, Juijn en De Vier Gewesten (DVG) N.v.t.* Willemsen-De Koning N.v.t.
Tim
Noot Personenvervoer, Juijn en De Vier Gewesten (DVG) N.v.t. Wisselend N.v.t.
*Daar waar in deze tabel staat n.v.t. wordt bedoeld dat dit vervoer buiten de scope van deze inkoop valt.
Het Wmo-vervoer wordt op dit moment in combinatie met het OV-vangnet vervoer uitgevoerd in twee collectief vraagafhankelijke vervoersystemen, te weten: 1) Regiotaxi Utrecht (regio Utrecht West, Lekstroom, Stad Utrecht, Zuid Oost Utrecht); 2) Regiotaxi Eemland -Heuvelrug (regio Eemland).
2.3.2. Huidig aantal kilometers, tarief en tarief per rit In het volgende overzicht zijn het aantal reiskilometers en de prijs per rit voor de verschillende gemeenten voor het Wmo-vervoer weergegeven:
`
6
Gemeente
Totaal Prijs bij de Prijs opstap Eigen Eigen Reiskilometers 2021 maximaal bijdrage bijdrage uitgevraagde reiskilometer opstap reiskilometer binnen bandbreedte oude contract
Utrecht Provincie Utrecht (Perceel 1)
1.496.041 € 27.935 €
1,69 € 1,69 €
6,76 € 6,76 €
0,25 € 0,75 €
Kosten Gemiddelde Gem. kosten callcenter per rit ritlengte per bij maximaal rit/gemeente uitgevraagde bij maximale prijs binnen prijs per km bandbreedte binnen oude contract bandbreedte Regiotaxi oude contract Utrecht 1,00 € 1,30 7,10 € 17,28 3,00 € 1,30 9,40 € 13,90
Perceel 1
1.523.976 €
1,69 €
6,76 €
0,25 €
1,00 €
1,30
De Ronde Venen Oudewater Stichtse Vecht Montfoort Woerden Provincie Utrecht (Perceel 2)
129.386 € 17.529 € 224.125 € 22.410 € 220.276 € 18.780 €
1,68 € 1,68 € 1,68 € 1,68 € 1,68 € 1,68 €
6,72 € 6,72 € 6,72 € 6,72 € 6,72 € 6,72 €
0,25 € 0,25 € 0,25 € 0,25 € 0,25 € 0,75 €
1,00 € 1,00 € 1,00 € 1,00 € 1,00 € 3,00 €
1,30 1,30 1,30 1,30 1,30 1,30
Perceel 2
632.507 €
1,68 €
6,72 €
0,25 €
1,00 €
1,30
Houten IJsselstein Lopik Nieuwegein Vijfheerenlanden Provincie Utrecht (Perceel 3)
155.614 € 98.834 € 54.413 € 232.322 € 173.626 € 26.484 €
1,63 € 1,63 € 1,63 € 1,63 € 1,63 € 1,63 €
6,52 € 6,52 € 6,52 € 6,52 € 6,52 € 6,52 €
0,27 € 0,27 € 0,27 € 0,27 € 0,27 € 0,75 €
1,08 € 1,08 € 1,08 € 1,08 € 1,08 € 3,00 €
1,30 1,30 1,30 1,30 1,30 1,30
Perceel 3
741.293 €
1,63 €
6,52 €
0,27 €
1,08 €
1,30
Bunnik De Bilt Zeist Wijk bij Duurstede zones Utrechtse Heuvelrug zones Provincie Utrecht (Perceel 4)
45.358 € 197.328 € 251.511 € 18.633 € 40.000 € 13.767 €
1,70 € 1,70 € 1,70 € 5,53 € 5,53 € 1,70 €
6,80 € 6,80 € 6,80 € 5,53 € 5,53 € 6,80 €
0,26 € 0,26 € 0,26 € 1,05 € 1,05 € 0,75 €
1,04 € 1,04 € 1,04 € 1,05 € 1,05 € 3,00 €
1,30 1,30 1,30 1,30 1,30 1,30
Perceel 4
566.597 €
1,70 €
6,80 €
0,26 €
1,04 €
1,30
Amersfoort Baarn Bunschoten Spakenburg Leusden Soest Woudenberg Provincie Utrecht (Perceel 5
113.581 € 29.816 € 16.050 € 22.906 € 42.146 € 10.039 € 79.986 €
5,53 € 5,53 € 5,53 € 5,53 € 5,53 € 5,53 € 5,53 €
5,53 € 5,53 € 5,53 € 5,53 € 5,53 € 5,53 € 5,53 €
1,05 € 1,05 € 1,05 € 1,05 € 1,05 € 1,05 € 2,55 €
1,05 € 1,05 € 1,05 € 1,05 € 1,05 € 1,05 € 2,55 €
1,30 1,30 1,30 1,30 1,30 1,30 1,30
Perceel 5 (RTEH Zones)
314.524 €
5,53 €
5,53 €
1,05 €
1,05 €
1,30
12,90 € 12,40 € 10,60 € 13,20 € 9,70 € 13,80 €
25,47 24,75 22,18 25,90 20,89 17,85
10,30 € 8,90 € 13,60 € 7,70 € 8,70 € 10,20 €
20,75 18,84 25,24 17,21 18,57 13,80
9,10 € 8,40 € 8,20 € 3,80 € 3,40 € 8,00 €
20,16 19,16 18,87 22,80 21,01 12,70
1,80 € 2,70 € 3,00 € 2,30 € 2,40 € 3,40 € 2,60 €
13,84 17,88 19,22 16,08 16,53 21,01 12,03
Bij de uitvraag voor het huidige vervoer is een bandbreedte aangegeven waarbinnen de aanbieding moest blijven. In bovenstaande tabel is van de maximum ritprijs en de maximum prijs per rit voor het callcenter uitgegaan. Bij het callcenter is voor Eemland-Heuvelrug eveneens uitgegaan van de maximum prijs voor het callcenter van Regiotaxi Utrecht.
2.3.3. Actief gebruik per gemeente Wmo-reizigers worden naargelang hun woonplaats ingedeeld per gemeente. In het volgende overzicht is de verdeling van het aantal ritten van Wmo-pashouders per gemeente en het aantal OV reizigers die gebruik van het vervoer hebben gemaakt, weergegeven over de afgelopen vier volledige jaren. In 2018 en 2019 werd het aantal OV-ritten nog niet gescheiden bijgehouden!
`
7
Gemeente Utrecht Provincie Utrecht (Perceel 1)
Totaal 2021 208.870 3.021
Totaal 2020 Totaal 2019 Totaal 2018 183.607 339.828 312.177 867
Perceel 1
211.891
184.474
339.828
312.177
De Ronde Venen Oudewater Stichtse Vecht Montfoort Woerden Provincie Utrecht (Perceel 2)
9.931 1.286 20.937 1.593 22.468 1.382
9.292 1.372 18.681 2.021 16.263 465
18.583 3.516 32.252 4.209 28.440
18.289 3.624 31.511 4.201 30.660
Perceel 2
57.597
48.094
87.000
88.285
Houten IJsselstein Lopik Nieuwegein Vijfheerenlanden (voor 2021 zonder leerdam en zederik) Provincie Utrecht (Perceel 3)
15.090 10.977 4.219 29.462 19.606 2.613
14.921 9.524 3.688 27.354 5.948 904
32.308 14.769 6.135 50.869 8.303
30.036 13.728 5.503 47.760 7.300
Perceel 3
81.967
62.339
112.384
104.327
Bunnik De Bilt Zeist Utrechtse Heuvelrug Wijk bij Duurstede Provincie Utrecht (Perceel 4)
5.154 24.014 31.228 14.105 4.914 1.792
4.377 20.719 26.215 16.251 5.146 640
9.582 43.410 46.124 32.780 8.412
9.790 45.965 44.334 30.441 8.247
Perceel 4
81.207
73.348
140.308
138.777
Amersfoort Baarn Bunschoten Spakenburg Leusden Soest Woudenberg OV
62.240 11.333 5.292 9.465 18.223 2.972 31.707
62.597 10.589 5.057 9.069 20.707 3.011 26.072
110.407 17.279 7.655 17.025 34.743 5.250 39.044
108.501 16.024 7.531 17.121 32.642 5.814 38.453
Perceel 5
141.232
141.027
239.884
237.268
Totaal gemeenten Totaal provincie
533.379 40.515
476.409 28.948
871.879
831.199
2.3.4 Trends en ontwikkelingen •
`
In de jaren 2018 en 2019 zien we in beide regiotaxisystemen een stijgende lijn in gebruik (toename aantal ritten) van het Wmo-vervoer. o Regiotaxi Utrecht (RTU) in 2019 + 5% ten opzichte van 2018 o Regiotaxi Eemland-Heuvelrug (RTEH) Regiotaxi Utrecht + 3% ten opzichte van 2018 o Corona heeft het gebruik negatief beïnvloed 2020 45,8% minder dan 2019 RTU 2020 41,9% minder dan 2019 RTEH
8
•
•
•
• •
3
2020 44,6 minder dan 2019 gehele RT 2021 36% minder dan 2019 RTU 2021 41,2% minder dan 2019 RTEH 2021 37,6% minder dan 2019 gehele RT o In 2022 lijkt het gebruik zich iets te herstellen. 28,1 % minder t.o.v. 2019 RTU en 31,2% minder t.o.v. 2019 RTEH. 29% minder t.o.v. 2019 gehele RT. Wel zijn er regionale verschillen waar te nemen. Landelijk zien we een stijging van het aantal 65-plussers (2015: 3,1 miljoen, 2040: naar verwachting 4,8 miljoen). In de Provincie Utrecht zien we een evenredige groei. We verwachten bij gelijkblijvend pallet aan mobiliteitsoplossingen dat de trendmatige groei in de vraag naar sociaal recreatief Wmo-vervoer -die we sinds 2018 constateren-, zal continueren. De Rijksoverheid wil ouderen helpen om in hun vertrouwde omgeving zelfstandig oud te worden, met een goede kwaliteit van leven. Dit staat in het Rijksprogramma Langer Thuis. Onze verwachting is dat dat de vraag naar Wmo-vervoer hierdoor toeneemt c.q. zeker niet afneemt. We zien dat vooral in de laatste jaren een tekort aan taxichauffeurs is ontstaan. Steeds minder mensen willen taxichauffeur worden. Dit is deels en onder andere te verklaren door de kleine arbeidscontracten, die er vaak worden aangeboden. Echter, een belangrijk punt lijkt de financiële beloning te zijn.
Steeds vaker legt een functie als taxichauffeur het af tegen een functie met een aantrekkelijkere CAO (zoals in de bouw en horeca). De kosten van het doelgroepenvervoer blijven stijgen. Uit onderzoek van dit jaar blijkt dat kosten van het doelgroepenvervoer bij gelijkblijvend beleid kunnen toenemen met 5% per jaar tot 2030. (Bron ‘Doelgroepenvervoer’, It’s Public 2021). Nu er geen corona maatregelen meer zijn, nemen de files snel weer toe tot de aantallen van voor de corona periode. Dit zorgt voor langere rijtijden voor de voertuigen van de Regiotaxi, waardoor de kosten snel stijgen naar het niveau van voor corona.
Het beoogde doel, het beleidsmatige kader voor de inkoop en onze ambities
In dit hoofdstuk beschrijven we het beoogde doel van deze aanbesteding, productkenmerken, het beleidsmatige kader dat we hanteren in deze aanbesteding en onze ambities. Een verdere uitwerking hiervan is te vinden in hoofdstuk 4 en in het bestek met de Programma’s van Eisen dat wordt opgesteld na vaststelling van deze inkoopstrategie in de colleges. Het beoogde resultaat van deze aanbesteding is: - Inkoop van een collectief vraagafhankelijk vervoersproduct dat invulling geeft aan de wettelijke taak van de deelnemende gemeenten op het gebied van sociaal recreatief Wmovervoer (Wmo 2015). - Inkoop van een collectief vraagafhankelijk vervoersproduct, dat dient als OV-vangnet vervoer van de provincie Utrecht. - Inkoop van een routegebonden vervoersproduct dat invulling geeft aan het leerlingen- en jeugdhulpvervoer in de regio’s Utrecht West, Lekstroom en Zuidoost Utrecht. Dit met als doelen: 1. Invulling geven aan de wettelijke taken en sociale kaders van gemeenten en provincie, waardoor inwoners zelfstandig(er) kunnen reizen en maatschappelijke participatie wordt ondersteund.
`
9
2. Toekomstbestendig vervoersnetwerk: door onder andere efficiëntie maatregelen bij de inkoop, willen we de kosten in de toekomt onder controle houden, zodat continuïteit van het doelgroepenvervoer en aanvullend openbaar vervoer kan worden veiliggesteld. 3. Stimuleren innovatieve oplossingen (van en samen met vervoerders en inwoners) om doelgroepenvervoer en aanvullend openbaar vervoer blijvend aan te sluiten op de behoeften van inwoners. 4. Zeker stellen bedrijfsvoering en de continuïteit er van. 5. Bijdragen aan duurzaamheidsambities. Als 22 Utrechtse gemeenten en de provincie Utrecht werken we samen in deze aanbesteding en hanteren we een uniforme inkoopstrategie om de volgende voordelen te bereiken: 1. Schaalvoordelen op het gebied van chauffeurs, materieel en indirecte kosten; 2. Procesvoordelen door het gezamenlijk aanbesteden; 3. Kennisvoordelen (collectieve intelligentie benutten in plaats van overal ‘het wiel uitvinden’); 4. Het verminderen van de kwetsbaarheid van de afzonderlijke gemeentelijke organisaties.
3.2 Beleidsmatig kader Onze visie op doelgroepenvervoer Inwoners zijn in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor (het organiseren van) hun vervoer. Daarom doen we een beroep op wat iemand zelf kan, lopend, per fiets, met de eigen auto, het (aanvullend) openbaar vervoer of met hulp van familie, vrienden of buren. We zetten in op het verminderen van de afhankelijkheid van doelgroepenvervoer en stimuleren het gebruik van andere mobiliteitsoplossingen. Zo geldt bijvoorbeeld dat iedereen die met het openbaar vervoer kan reizen, reist met het openbaar vervoer of met het aanvullend openbaar vervoer. Het OV-vangnet vervoer dat onderdeel is van het aanvullend openbaar vervoer kan gebruikt worden om de afstand van deur tot deur, van en naar een opstapplaats of een halte/knooppunt van het OV te overbruggen. Het doelgroepenvervoer is alleen bedoeld voor inwoners die door hun beperking of handicap niet op een andere manier kunnen reizen. Op deze manier zorgen we ervoor dat het betaalbaar blijft voor de gemeenten (en daarmee de inwoners) en dat alle inwoners kunnen participeren. We verwachten daarom dat de vervoerder zijn activiteiten integreert in het gehele vervoersaanbod in de provincie Utrecht. De vervoerder staat ervoor open om innovatieve oplossingen op het snijvlak van aanvullend openbaar vervoer en doelgroepenvervoer te ontwikkelen.
Daar waar de vervoerder zelf niet ook andere vormen van doelgroepenvervoer uitvoert, zoekt hij afstemming met aanbieders van andere vormen van doelgroepenvervoer. De vervoerder werkt wanneer mogelijk samen met vrijwilligersinitiatieven die vaak geen concurrentie vormen voor de vervoerder omdat ze een kortere rit (en veelal een rit met een ander doel) uitvoeren. In het programma Vernieuwing Doelgroepenvervoer en (A)OV experimenteren en leren gemeenten en provincie op het raakvlak van OV, AOV en doelgroepenvervoer. We vragen de vervoerder nadrukkelijk om de lessen uit dit programma mee te nemen, verder met ons uit te werken en waar mogelijk toe te passen. We zoeken vervoerders die partnership willen. Die bereid zijn mee te werken richting de ambitie die we hebben op het gebied van doelgroepenvervoer en het (aanvullend) openbaar vervoer. Als basis voor de aanbesteding en de inrichting en positie van de vervoerder, hebben we onderstaande beleidsmatige uitgangspunten geformuleerd:
`
10
1. Sociaal recreatief Wmo-vervoer is vervoer van deur tot deur en maakt samen met het OVvangnet- dat vervoer van deur tot deur, van en naar een opstapplaats en een halte/knooppunt van het OV biedt, binnen het product Regiotaxi Utrecht integraal onderdeel uit van het vervoerslandschap in de provincie Utrecht. a. Inwoners verplaatsen zich zoveel mogelijk op eigen kracht door zelf te lopen, een fiets of eigen vervoershulpmiddel te gebruiken, het (aanvullend) openbaar vervoer te gebruiken of waar mogelijk een beroep te doen op hulp uit hun sociaal netwerk. b. We zorgen voor samenhang tussen (aanvullend) OV (OV-vangnet) en het Wmo-vervoer en/of andere vormen van doelgroepenvervoer. c. Verschillende vormen van doelgroepenvervoer worden zoveel mogelijk op elkaar afgestemd. d. We staan open voor samenwerking met lokale vrijwillige vervoersinitiatieven. Dit betekent dat op plekken waar een krachtig lokaal initiatief aanwezig is de vervoerder dit initiatief de ruimte biedt om een rol te pakken op kleine afstanden in de wijk of buurt. 2. Het contractmanagement inclusief klachtenaanname en -afhandeling en passenuitgave wordt gescheiden van de uitvoering van het vervoer in een apart perceel. Mogelijkheden tot innovatie worden proactief aangedragen door de partij die het contractmanagement uitvoert. 3.
Per perceel is het mogelijk dat meerdere vormen van doelgroepenvervoer gelijktijdig worden ingekocht of kunnen instromen gedurende de looptijd van het contract. Bij de uitvoering van de opdracht mogen doelgroepen niet gecombineerd worden in één voertuig behalve leerlingen van het leerlingenvervoer met jeugdigen van het jeugdhulpvervoer. 4. Wmo-vervoer is meer dan vervoer van A naar B: het draagt ook zorg voor signalering en verbinding in de wijk. Aan de vervoerder wordt gevraagd hoe hij hier invulling aan kan geven. 5. Mensen reizen zo zelfstandig mogelijk. Dit faciliteren wij door de mogelijkheid te bieden om een passende mobiliteitsoplossing te kiezen., te reserveren c.q. te gebruiken en te betalen. 6. We willen dat het kiezen van de mobiliteitsoplossing eenvoudig is voor de inwoners; 7. We willen een toekomstbestendig systeem: een integraal vervoersnetwerk met (A)OV en doelgroepenvervoer, betaalbaar voor de reiziger en inwoner (belastingbetaler). 8. We willen voldoen aan de gestelde duurzaamheidsdoelen, gesteld in de ‘Regeling bevorderen schonere wegvoertuigen’ (Clean Vehicles Directive). 9. Samenwerking en partnerschap kan beter vorm gegeven worden met een beperkt aantal aanbieders. 10. We gaan een continue dialoog aan met de vervoerder(s) om te blijven ontwikkelen op de gestelde inkoopdoelen; a. Tijdens het inkooptraject stellen de gemeenten prikkels en kaders vast.
De uitwerking hiervan gebeurt in dialoog met de vervoerder. b. Ook gedurende looptijd van het contract is er een continue dialoog over de uitvoering en innovatie. 11. We innoveren en leren gezamenlijk.
`
11
Om de uitgangspunten te realiseren kunnen gemeenten en provincie aan een aantal knoppen draaien, zoals: - herijking indicatiestelling van het doelgroepenvervoer - vergroten van de bekendheid van ‘voorliggend’ vervoersaanbod onder potentiële gebruikers - verbeteren van de toegankelijkheid en bereikbaarheid van ‘voorliggend’ vervoersaanbod zoals het (A)OV De beleidskeuzes die we kunnen maken, krijgen hun beslag in onder andere de inkoop van het vervoer. Hierbij moet rekening worden gehouden met de verschillende systeemkenmerken per vervoersvorm. Niet alle maatregelen zijn toepasbaar op elke vorm van doelgroepenvervoer of hebben weinig meerwaarde. Voor een uitgebreide opsomming van mogelijkheden zie 4.1.1. De inkoopstrategie vormt een algemeen kader waaraan wij ons committeren. De hierboven genoemde voordelen en inkoopdoelen raken alle aspecten die in deze inkoopstrategie zijn opgenomen ter voorbereiding van de aanbestedingsprocedure voor het Wmo-vervoer en of andere vormen van doelgroepenvervoer indien van toepassing. Duurzaamheidsbeleid en -ambities Nederland heeft de transitie naar een emissievrij energiesysteem ingezet. Volgend op het Akkoord van Parijs (2015) zijn in het Klimaatakkoord (2019) nationale doelstellingen vastgelegd. In 2030 dient de uitstoot van CO2 met 49% te zijn gereduceerd ten opzichte van 1990.
Als we de ambities van Europa volgen, zal deze doelstelling nog worden aangescherpt naar 55% in 2030. Per 2 augustus 2021 geldt voor aanbestedende diensten de Regeling bevordering schone wegvoertuigen. Deze regeling vloeit voort uit de Europese Richtlijn ter bevordering van schone en energiezuinige wegvoertuigen (2019/1161/EU), meestal Clean Vehicles Directive (CVD) genoemd. Doel van de regeling is om de markt voor schone en energie-efficiënte voertuigen door middel van publieke inkoop te bevorderen. •
•
Tot en met eind 2025 moeten per aanbestedende dienst ten minste 38,5% schone auto’s en bestelbussen worden aanbesteed. In aanmerking komen emissievrije voertuigen, maar ook schone voertuigen (max 50gr CO2/km en max 80% van de RDE limietwaarden). Van 2026 tot en met 2030 geldt ook een minimumpercentage van 38,5%, maar dan kunnen er alleen nog emissievrije voertuigen worden aanbesteed om aan dit percentage te voldoen.
Voor deze inkoop volgen wij de Regeling bevordering schone wegvoertuigen als minimumeis. De vervoerder kan waarde genereren door in de contractperiode meer te bieden. Social return beleid en ambities Wij willen samen met de markt investeren in een gezonde arbeidsmarkt met werkgelegenheid voor alle inwoners. Bij de aanbesteding van opdrachten wordt daarom social return van 5% toegepast. Dit betekent dat een opdrachtnemer voor een vooraf afgesproken percentage van de opdrachtsom mensen inzet met een afstand tot de arbeidsmarkt. Een succesvolle inzet van deze doelgroep, en een structurele uitstroom naar werk, is echter sterk afhankelijk van hoe efficiënt en effectief inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt arbeidsfit te maken zijn. Werkgevers in de provincie Utrecht geven aan dat ze belemmeringen ervaren om inwoners in dienst te nemen en te houden. De conclusie is dat er in het algemeen een grote discrepantie is tussen de vraag van de werkgevers en het aanbod van inwoners uit de bijstand en dat dit verschil groeit. Daarbij komt de huidige, specifieke marktsituatie van een grote schaarste aan personeel.
`
12
4
Opgave en inkoopstrategie
4.1
Opgave voor het doelgroepenvervoer
In dit hoofdstuk beschrijven we hoe we, binnen de gestelde (beleids-)kaders, een optimale invulling van de ambities en doelstellingen willen realiseren met deze aanbesteding. Dit vergt een efficiënte invulling van werken, binnen randvoorwaardelijke aspecten zoals behoud van kwaliteit en continuïteit van het vervoer. De opgave die voorligt kan in drie pijlers worden beschreven: 1. Toekomstbestendig vervoer/Innovatie 2. Partnerschap 3. Duurzaam vervoer In de volgende paragrafen vindt per pijler een verdieping van onze opgave plaats, wordt er een bestuurlijk afwegingskader geschetst en een advies beschreven.
4.1.1 Toekomstbestendig vervoer/Innovatie Uitdaging: Autonome groei en verandering van de vraag Het doelgroepenvervoer is onderhavig aan een aantal ontwikkelingen die de vraag opwerpen of het vervoer niet slimmer kan worden ingericht. De ontwikkelingen bevinden zich zowel aan de vraag- als aan de aanbodzijde. In de eerste plaats hebben we te maken met vergrijzing (het aandeel 65+’ers neemt met 25% toe komende 20 jaar) en met de veranderende leefwijze van ouderen. Zo is bijvoorbeeld het aantal ouderen in een verpleeg/verzorgingshuis is de afgelopen 25 jaar gedaald van 11% naar 5%. Daarnaast moeten mensen voor specialistische voorzieningen in de zorg langere afstanden reizen om zorg te kunnen ontvangen. Nederland heeft grote ambities als het gaat om inclusiviteit. Met het ratificeren van het VN-Verdrag Handicap zegt Nederland toe om drempels voor personen met een beperking zoveel mogelijk weg te nemen zodat zij volledig kunnen deelnemen aan de maatschappij. Mensen met een beperking kunnen en willen graag deelnemen aan de maatschappij. 13% van de mensen met een lichamelijke beperking gebruikt OV nog niet, maar zou dat wel willen (Bron ‘Doelgroepenvervoer, It’s Public 2021). Het Rijk en OV-vervoerautoriteiten ontwikkelen daarom maatregelen om het (A)OV toegankelijk te maken en het doelgroepenvervoer en het (A)OV samen te laten werken.
Het is niet ondenkbaar dat we als samenleving rekening moeten houden met een langdurige aanwezigheid van infectieziekten. De coronapandemie heeft ons nu al geleerd dat alle vervoervormen er structureel door worden beïnvloed. Na landelijk een stormachtige groei in 2018, zien we een trendmatige groei van ca. 6% per jaar vanaf aanvang 2018. Het is duidelijk dat de pandemie een trendbreuk is. Regiotaxi Utrecht had een groei in 2019 van 5% en Eemland-Heuvelrug van 3%. Door corona halveerde de aantallen reizigers bijna. Het herstel is nu ingezet. Op dit moment is er nog ongeveer een kwart minder reizigers (zie ook 2.3.3 en 2.3.4) Als conclusie kan gesteld worden dat er sprake is van een geleidelijke trendmatige groei, die de betaalbaarheid van het doelgroepenvervoer onder druk zet en gaat zetten. Om de kosten van het doelgroepenvervoer te kunnen beheersen, is een aanbesteding- en contractvorm nodig die ruimte `
13
laat om wijzigingen door te voeren. De beleidsmatige uitgangspunten vormen het kader voor de omvang en de kosten van het doelgroepenvervoer en beleidswijzigingen hebben direct invloed hierop. De mogelijke wijzigingen hebben vooral, maar niet uitsluitend, betrekking op het Collectief Vraagafhankelijk Vervoer. De beleidswijzigingen zijn niet alleen onderwerp van de onderhavige inkoopstrategie. Beleidsmatige wijzigingen kunnen ook in separate besluiten gedurende de contractperiode doorgevoerd worden. De contractvorm moet voorzien in de ruimte om wijziging in volumes mogelijk te maken. Wanneer in een vervoersperceel sprake is van een afwijking (een toe of afname) in het vervoersvolume van het sociaal recreatief Wmo-vervoer of het vervoersvolume van het OV-vangnet vervoer van 15% of meer, dan treden de gemeenten van dat vervoersperceel, de provincie en de betreffende vervoerder met elkaar in overleg. Dit met als doel de financiële consequenties in beeld te brengen en hiervoor eventueel de vervoerder of de opdrachtgever(s) te compenseren. Er is een verkenning gedaan van potentiële maatregelen die al bij deze aanbesteding genomen kunnen worden en die later in het contract genomen kunnen worden zoals b.v. het in stappen verduurzamen en het verder ontwikkelen van het systeem met de vervoerder.
De navolgende opsomming is bedoeld om het palet aan mogelijke maatregelen in beeld te brengen, na te gaan welke voor- en nadelen ermee verbonden zijn en welke resultaten er bij benadering van verwacht mogen worden. Wat willen we realiseren? Hieronder de maatregelen geordend naar doel uit het ‘Vervoerspact en Plan van Aanpak vernieuwing DGV en AOV’ die we met deze aanbesteding willen realiseren. Doelstelling 1: OV-gebruik stimuleren onder doelgroepen ➢ De kennis van het Sociaal Team van het voorliggend veld wordt verder vergroot evenals het kostenbewustzijn. ➢ Wij lichten de inwoner aan de voorkant (dus in de onderzoeksfase) goed in: wat betekent het reizen met Regiotaxi Utrecht, waar is de pas voor bedoeld, wat zijn de spelregels, wat wordt van pashouders verwacht etc. Mogelijk ziet de inwoner dan dat andere vervoersopties hem meer vrijheid geven. ➢ Wij (gaan) werken met gedifferentieerde kilometerbudgetten bij het afgeven van een indicatie voor sociaal recreatief Wmo-vervoer. ➢ Het sociaal recreatief Wmo-vervoer dat we binnen het product Regiotaxi Utrecht gaan inkopen is vervoer van deur tot deur. Het OV-vangnet vervoer binnen Regiotaxi Utrecht biedt vervoer van deur tot deur, van en naar een opstapplaats of halte/knooppunt van het OV voor niet-geïndiceerde reizigers.
➢ We (gaan) werken met de coderingen van het Woordenboek Reizigerskenmerken, zodat gebruikers van Regiotaxi Utrecht makkelijk(er) een ketenreis kunnen maken. ➢ Het is de taak van de vervoerder om bij de ritaanname van een Wmo-pashouder die (soms) in staat is een ketenreis te maken (code Woordenboek Reizigerskenmerken), een vrijblijvend mobiliteitsadvies te geven. Dus dat de ketenreis hem meer oplevert dan alleen de Wmovervoer rit. ➢ De bekendheid van het reizen met OV onder potentiële nieuwe Wmo-pashouders (senioren) wordt vergroot door: o Pilot OV-coaches (nieuw pilotidee voor Lekstroom en regio Zuid Oost Utrecht) o OV-campagne ‘OV voor Iedereen’ (om mentale drempels weg te nemen) `
14
OV-website ‘OV voor Iedereen’ (toegankelijke manier informatie verstrekken over het OV: hoe werkt OV-chipkaart, welke hulpmogelijkheden zijn er etc. ) ➢ We maken het OV fysiek toegankelijker voor diverse doelgroepen, door: o Voertuigen (bus en tram) toegankelijker te maken (zie aanbevelingen gebruikersonderzoek AOV van MUConsult) -> input nieuwe OV-concessie o Bushaltes toegankelijker te maken (Haltescan Lekstroom + subsidie provincie om aanpassingen te doen) ➢ We gaan zorgen voor een dekkend OV-aanbod door als gemeenten en Provincie Utrecht afspraken met elkaar te maken over: o Maximale afstand tussen woonadres-bushalte in de provincie Utrecht (dekkingsgraad). Het is niet altijd mogelijk om een maximale deur-halte- afstand te garanderen, maar daar waar het niet mogelijk is om dichtbij een halte te realiseren, zorgt de provincie dat er Aanvullend Openbaar Vervoer is. ➢ We vragen aan de vervoerder op welke manier hij ervoor zorgt dat de reiziger inzicht heeft in alle aanwezige vervoersvormen en in welke mate en hoe hij een verandering van vervoerswijze onder de doelgroepen denkt te kunnen realiseren. o
Doelstelling 2: Doelgroepenvervoer efficiënter organiseren en productkenmerken ➢ We kopen op grote schaal het sociaal recreatief Wmo-vervoer met elkaar in. ➢ We beleggen ritaanname, planning en uitvoering in één hand (bij de vervoerder). ➢ Bij drie percelen (Lekstroom, Zuidoost Utrecht en Utrecht West) wordt de inkoop van het Wmo-vervoer gecombineerd met de inkoop van het leerlingen- en jeugdhulpvervoer. De productkenmerken voor het leerlingen- en jeugdhulpvervoer worden aan het eind van deze paragraaf uitgewerkt. ➢ In de inkoopdocumenten wordt zo gedetailleerd mogelijk beschreven wie de doelgroep is (aantallen + kenmerken) aan de hand van het Woordenboek Reizigerskenmerken. ➢ Er wordt meer gestuurd op de spreiding van het vervoer over de dag oftewel het voorkomen van piek- en dal-momenten. Dit doen we door in plaats van standaard een opstaptarief van 4x het km-tarief te hanteren: ▪ een opstaptarief van 3x het km-tarief te hanteren wanneer iemand vóór 20.00 uur de vorige avond een rit boekt of eerder. ▪ een opstaptarief van 6x het km-tarief te hanteren wanneer iemand op de dag zelf een rit boekt. ▪ een opstaptarief van 4x het km-tarief te bieden wanneer iemand op verzoek van de vervoerder bij het boeken van een rit op de dag zelf bereid is meer dan 1 uur af te wijken van de origineel gewenste tijd. Dit voor rekening van de vervoerder.
Daarnaast vragen we uit: ▪ hoe vervoerder ook op andere wijze klantvriendelijk kan sturen op spreiding. ▪ hoe vervoerder bij digitale ritboeking stimuleert op spreiding van ritten. ➢ We verplichten de vervoerder opvallende zaken te rapporteren b.v.: - Extreem veel ritten naar en van een bepaalde bestemming met een vaste regelmaat (ochtend en middag). - Veel ritten naar bridgeclub die mogelijk anders/slimmer vervoerd kunnen worden.
`
15
➢ De vervoerder moet Wmo-pashouders bij de ritaanname op eventueel ‘oneigenlijk gebruik’ of andere wellicht wel beter passende vervoersmogelijkheden wijzen (zittend ziekenvervoer, vrijwilligersinitiatieven). ➢ We kopen het vervoer in voor 4 jaar met twee keer de optie om met 2 jaar te verlengen. Zo geven wij de vervoerder de mogelijkheid om zijn investeringen terug te verdienen. ➢ We versmallen de openingstijden van Regiotaxi Utrecht: op zondag tot en met donderdag naar 6.30 uur (ipv 6.00 uur) tot 24.00 uur en op vrijdag en zaterdag van 6.30 uur (i.p.v. 6.00 uur) tot 01.00 uur (i.p.v. 1.30 uur). ➢ Begeleiding / meereizenden / kinderen Op dit punt blijven we dezelfde regels hanteren als in het oude contract: - Een Wmo-pashouder mag één medereiziger (voorheen sociaal begeleider) meenemen die dan reist tegen hetzelfde tarief als de Wmo-pashouder - Medisch begeleider gratis (Wmo-pashouder mag dan ook niet meer zonder begeleiding reizen) - Kinderen tot 4 jaar gratis met Wmo-pashouder mee (max 2 kinderen) - Kinderen van 4 tot 18 jaar met Wmo-pashouder betalen hetzelfde tarief als Wmopashouder - Kinderen tot 12 jaar mogen niet zelfstandig met Regiotaxi reizen - OV-begeleiderskaart is niet geldig bij de Wmo-pashouders. - Assistentiehonden mogen als ze zodanig herkenbaar en geregistreerd zijn gratis mee.
- Kleine huisdieren mogen in een tas mee en moeten tijdens de rit in de tas blijven. ➢ Pasbijdrage /kilometerdrempel/max. kilometerreisbudget: - De kosten van de passen en de verzending zijn net als nu voor rekening van de gemeente. Bij verlies en/of diefstal wordt een nieuwe pas verstrekt aan de reiziger. De gemeente mag hiervoor € 10,- in rekening brengen bij de reiziger. Op dit moment zijn de kosten voor een pas € 4,-- per jaar. - Elke gemeente bepaalt zelf of zij een kilometerdrempel hanteert en het aantal kilometerbudgetten dat zij hanteert en wat de hoogte van die budgetten is. - In het bestek nemen we op dat deze onderwerpen gedurende de looptijd van het contract kunnen worden ingevoerd/aangepast. - De vervoerder meldt proactief aan de Wmo-pashouder wanneer zijn km-budget overschreden gaat worden en de Wmo-pashouder moet te allen tijde kunnen inzien wat zijn resterende km-budget is. ➢ Vervoersgebied (aantal reiskilometers) en tarief - We gaan een tarief per beladen km hanteren dus ook regio Eemland (nu nog zones). Er wordt van een gedifferentieerd instaptarief gebruik gemaakt. Zie hierboven blz. 15. - Reisafstand tegen Wmo-tarief is 25 km maximaal én het vertrek- of bestemmingsadres ligt binnen ons vervoersgebied. Het tarief dat een Wmo-pashouder betaalt is de ritbijdrage die is vastgesteld in de gemeente waar hij het woonadres heeft.
- Meer dan 25 km reizen mag, maar voor de km’s die de 25 km overschrijden betaalt de Wmo-pashouder het commerciële km-tarief tot een maximum van 5 km bovenop de 25 km. ➢ Puntbestemmingen - We zien een puntbestemming als een bestemming met een maatschappelijke of algemeen nut dat meer dan 25 kilometer gelegen is van het woonadres van een Wmopashouder en waar de Wmo-pashouder van en naar toe mag reizen tegen de voor hem geldende km-bijdrage. Puntbestemmingen bepalen wij als opdrachtgever.
`
16
-
In het bestek wordt opgenomen dat deze puntbestemmingen gedurende de looptijd van het contract kunnen worden aangepast en/of aangevuld. - De mogelijkheid om individuele puntbestemmingen aan te merken, komt te vervallen. ➢ Scootmobiel mee of niet Er wordt verwacht dat iemand die een scootmobiel heeft voor korte reisafstanden geen gebruik maakt van het Wmo-vervoer. De individuele gemeenten kunnen hier hun eigen beleidsregel op hebben. ➢ We blijven de huidige maximale omrijdtijd van één half uur hanteren. ➢ We blijven de huidige marges van één kwartier voor en na de gevraagde tijd hanteren. Een uitzondering hierop is wanneer de klant instemt met eerder ophalen (maximaal 15 minuten) dan de toegestane marge, mits dit door de vervoerder is geregistreerd. Dit is nu ook al het geval. We willen waar dat kan kinderen met een indicatie leerlingenvervoer en indicatie jeugdhulpvervoer in één voertuig combineren. Andere doelgroepen mogen niet met elkaar in één voertuig worden gecombineerd. Doelstelling 3: Doelgroepenvervoer en Aanvullend Openbaar vervoer beter op elkaar laten aansluiten ➢ We gaan zorgen voor een dekkend OV-aanbod door als gemeenten en provincie Utrecht afspraken met elkaar te maken over: o de maximale afstand tussen woonadres-bushalte in provincie Utrecht (dekkingsgraad) o het realiseren van aanvullend openbaar vervoer en OV-vangnet vervoer waar nodig.
➢ We bieden als gemeenten en provincie Utrecht: OV-vangnet vervoer en Wmo-vervoer vanuit hetzelfde collectief vraagafhankelijke vervoersysteem (Regiotaxi Utrecht) ➢ We gaan onderzoeken of het OV-vangnet vervoer van en naar OV-haltes/OV-knooppunten voor Wmo-pashouders financieel aantrekkelijker gemaakt kan worden dan het deur-deur Wmo-vervoer. ➢ We willen toewerken naar een mobiliteitspas: een soort chipkaart waar alle vervoersproducten opgeladen kunnen worden (Wmo-vervoerkilometerbudget, Valyskilometerbudget, (A)OV-reisbudget, budget om goedkoop deelmobiliteit te gebruiken/ gebruik te maken van vrijwilligersvervoersinitiatieven. Productkenmerken leerlingen- en jeugdhulpvervoer: ➢ De bekostigingswijze die we gaan hanteren is een prijs per beladen kilometer per rit. ➢ De prijs kwaliteit verhouding is 40% prijs en 60% kwaliteit. ➢ De maximale tijd die een leerling in het voertuig doorbrengt, wordt per gemeente in de beleidsregels vastgesteld. Er wordt naar gestreefd om dit per perceel uniform vast te stellen. ➢ Leerlingen worden op de afgesproken tijden opgehaald en afgezet. De rit gaat altijd tussen de woning en de school aansluitend op de schooltijden. Tussentijdse ritten kunnen alleen met toestemming van de Opdrachtgever uitgevoerd worden, tenzij het een calamiteit betreft.
➢ Bij enkele leerlingen kan het voorkomen dat het bestemmingsadres voor de middag anders is dan het ophaaladres in de ochtend. Het kan ook voorkomen dat (structureel) de leerling bij wisselende adressen opgehaald moet worden. Dit zal en kan dan alleen via de Opdrachtgever worden aangegeven.
`
17
➢ Binnen de doelgroepen jeugdwet- en leerlingenvervoer kan er voor een leerling/jeugdige sprake zijn van combinatiebeperking ➢ De duurzaamheid- en SROI eisen zijn dezelfde als bij de inkoop van Regiotaxi Utrecht. ➢ De vervoerder moet bereikbaar zijn één uur voor de eerste rit en één uur na de laatste rit en in ieder geval tot de laatste leerling thuis is. ➢ Per rit wordt een vaste chauffeur ingedeeld. ➢ Vervoerders van verschillende percelen mogen, onder voorwaarden en na toestemming van opdrachtgever, leerlingen van elkaar overnemen. ➢ Wij willen structurele zelfredzaamheid van de leerlingen en jeugdigen stimuleren en we willen dat de vervoerder hierover meedenkt en hieraan meewerkt. Afwegingskader: De afweging in deze pijler betreft het voorzien in een aanbestedingsprocedure en vervoersovereenkomst waarin ruimte is voor innovatie en aanpassing van de huidige overeenkomst om de stijgende omvang van het doelgroepenvervoer en de stijgende kosten in de greep te houden. Advies: • In te stemmen met de maatregelen die we treffen om de doelstellingen uit het “Vervoerspact’ te behalen.
4.1.2 Partnerschap De pijler Partnerschap heeft alles te maken met de aard van de vervoersbranche. De markt kenmerkt zich in het algemeen door lage marges en weinig buffers. Bij aanbestedingen vindt over het algemeen forse concurrentie plaats, en de uitvoering van vervoerscontracten gebeurt op het scherpst van de snede. Dat wil zeggen dat er zó weinig rendement gemaakt wordt dat financiële tegenslagen heel moeilijk op te vangen zijn. Daar komt in de huidige tijd een grote schaarste aan chauffeurs bij en het verdampen van buffers van vervoerders in verband met de coronapandemie. De vervoersbranche bevindt zich momenteel in een overlevingsstand. Dit heeft gevolgen voor het kwaliteitsniveau van het vervoer. Kwaliteit en een reële kostprijs Partnerschap in de vervoersbranche vertaalt zich in een samenwerking tussen opdrachtgevers en vervoerders waar kansen en bedreigingen in gezamenlijkheid het hoofd geboden worden en waar een passende prijs wordt betaald voor het vervoer. Partnerschap biedt een goed fundament voor kwaliteit en continuïteit van het vervoer. Het minimaliseert risico 's ten aanzien van tussentijds uitvallen van vervoerders door financiële problemen of faillissement, (juridische) conflicten over meer- en minderwerk, onvoorziene omstandigheden of gebreken in de uitvoering.
Voor de aanbesteding van het doelgroepenvervoer betekent partnerschap, zeker gelet op de huidige marktomstandigheden, een afweging tussen een lage kostprijs ( en daarmee een goede betaalbaarheid) en continuïteit van kwalitatief goed vervoer. De kwaliteit van het vervoer is in hoofdzaak afhankelijk van de kwaliteit van de chauffeurs, de operationele aansturing van de chauffeurs en de ruimte voor flexibiliteit in het vervoer. Omdat de marges laag zijn, zijn beslissingen en activiteiten vaak financieel gedreven. Om kwalitatief goed vervoer te borgen, moet de aanbesteding en opdracht voldoende financiële ruimte bieden voor vervoerders.
`
18
In iedere aanbestedingsprocedure moet een zorgvuldige en realistische raming gemaakt worden. Wij beschikken over de instrumenten om een actuele en realistische calculatie te maken van de kostprijs van het doelgroepenvervoer. Deze calculatie kan als basis dienen voor de prijsbeoordeling en – weging in de aanbestedingsprocedure. De afweging is dan hoeveel ruimte er gelaten wordt voor aan te bieden eenheidsprijzen. Een smalle bandbreedte beperkt de concurrentie op prijs, en verschuift de focus naar onderscheidend vermogen op kwaliteit. Daarbij worden niet alleen te hoge inschrijvingen voorkomen die tot budgetoverschrijding leiden, maar ook prijsduikers met alle kwalitatieve gevolgen van dien. Keerzijde van een smalle bandbreedte is uiteraard het beperkte besparingspotentieel ten opzichte van de huidige budgetten maar zoals al aangegeven kan een bredere bandbreedte dus gevolgen hebben voor de kwaliteit en de continuïteit. Jaarlijks vindt er de NEA indexering van de prijzen plaats (gebruikelijk in de vervoerbranche). Grote fluctuaties op korte termijn zijn op dit moment aan de orde. Wanneer dit de continuïteit van het vervoer in gevaar brengt gaan partijen met elkaar om de tafel om tot aanpassing van de prijzen te komen. In dit kader is een belangrijk onderdeel van het partnerschap een transparante data-aanlevering en inzicht in de kosten en opbrengsten (open kosten calculatie).
Duurzame inzet van chauffeurs De arbeidsmarkt in de taxibranche is momenteel erg krap, net als in veel andere arbeidssectoren. Daar komt nog bij dat de organisatiegraad bij de chauffeurs laag is, wat zich laat zien in de CAO voor de branche . Gevolg is een groot verloop en weinig vaste contracten. Het voorkomen van vaste contracten in de branche komt relatief vaak voor. Dit heeft niet alleen grote sociale en maatschappelijke gevolgen voor werknemers in de taxibranche, maar ook voor reizigers in het doelgroepenvervoer. Juist deze groep heeft niet alleen behoefte aan een chauffeur die goed kan rijden , maar ook aan iemand die sociaal vaardig is . Er zijn kansen om in deze aanbesteding meer nadruk te leggen op het aangaan van vaste contracten. Bijvoorbeeld door aan inschrijvers te vragen een vast (niet-anoniem) rooster te hanteren. Zeker waar in de percelen ook leerlingen- en jeugdhulpvervoer wordt ingekocht bestaat de mogelijkheid om de leerlingen- en jeugdwetchauffeur door de combinatie met het Wmo-vervoer een volledige baan aan te bieden. Betere arbeidsvoorzieningen kunnen kostenverhogend werken, maar ook kostenverlagend doordat een efficiëntere uitvoering mogelijk wordt. Kwaliteitsverbetering Leerlingen- en jeugdhulpvervoer hebben om voor de hand liggende redenen behoefte aan vaste chauffeurs die getraind zijn om met hun reizigers om te gaan.
Denk aan doofheid, blindheid, maar ook kinderen met een verstandelijke beperking. In deze aanbesteding leggen we dan ook de nadruk op training en opleiding op dit vlak.
Afwegingskader: De afweging in de ruimte die geboden wordt op het tarief , en hoe zwaar op het tarief gewogen wordt, dus de bandbreedte bij het tarief en het percentage weging bij prijs en kwaliteit. De afweging is hoe ver gaan we in het partnerschap, vertrouwen we volledig op de deskundigheid en expertise van de vervoerder en werken we met zoveel mogelijk positieve prikkels i.p.v. sancties. Advies: • Het gebruik van een goed gecalculeerd tarief door ons zelf in combinatie met een beperkte bandbreedte en beperkte prijsweging in de aanbestedingsprocedure. Inschrijven onder kostprijs wordt hiermee uitgesloten.