CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB22.082 Zienswijze Jaarstukken 2021 en begroting 2023 RDWI

Overige evenementen 23 juni 2022, gemeente ZeistBij agendapunt: C-Raadsinformatiebrieven (ter kennisgeving)39.866 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Financieel overzicht voor gemeente: L/B

Zeist prim RSD (A)

VJN RSD (B)

NJN RSD (C)

Jaarrek (D)

6.376.723

0

0

0

prim RSD (A)

VJN RSD (B)

NJN RSD (C)

Jaarrek (D)

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Apparaatskosten Lasten Reguliere apparaatskosten Lasten Apparaatskosten WI Lasten BIGA bijdragen Totale apparaatskosten

5.813.625 232.125 330.973

* voor uitvoeringskosten minima wordt separaat een factuur verzonden L/B

Bijstandverlening zelfstandigen (Bbz) kredietverlening en onderzoekskosten levensvatbaarheid Lasten Uitgaven BBZ kredieten

78.000

Lasten Kosten onderzoek levensvatbaarheid

39.000

Baten

Terugvordering kredieten

-46.800

Totaal BBZ

70.200

Gebundelde uitkering Lasten Verstrekte uitkeringen P-Wet Baten

Verhaal en terugvordering P-Wet

Lasten Verstrekte uitkeringen IOAW Baten

764.000 48.000

Terugvordering IOAZ

Lasten Verstrekte uitkeringen Bbz Baten

-402.800

Terugvordering IOAW

Lasten Verstrekte uitkeringen IOAZ Baten

18.861.000

460.000

Terugvordering Bbz Ontschotting Totaal gebundelde uitkering

279.000 20.009.200

Wet Sociale Werkvoorziening (WSW) Lasten Bijdragen WSW-ers

4.675.441

Totaal WSW

4.675.441

Bijzondere bijstand en minimabeleid Lasten Bijzondere bijstand

1.521.000

Lasten Collectieve ziektekst verz

642.000

Lasten Individuele inkomenstoeslag

532.000

Lasten Gemeentelijk minimabeleid

450.000

Baten

Verhaal en terugvordering Totaal bijzondere bijstand en minimabeleid

-66.000 3.079.000

L/B

prim RSD (A)

VJN RSD (B)

NJN RSD (C)

Jaarrek (D)

2.340.370

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

103.000

0

0

0

37.233.510

0

0

0

prim RSD (A)

VJN RSD (B)

NJN RSD (C)

Jaarrek (D)

Participatiebudget / reïntegratie Lasten Reintegratie & Participatie & actieplan jeugwerkloosheid

2.340.370

Lasten Jeugdwerkloosheid Lasten Overige (gem. lokale initiatieven) Lasten Toevoeging overlopende passiva Baten

Aanwending overlopende passiva Effect ontschotting Totaal participatiebudget / re-integratie Actieplan Jeugdwerkloosheid

Lasten Kosten jeugdwerkloosheid Totaal jeugdwerkloosheid Nieuwkomers Lasten Kosten nieuwkomers

27.468

Totaal nieuwkomers

27.468

Voorzieningen Wet Inburgering Lasten Kosten Voorzieningen Wet Inburgering Totaal nieuwkomers

552.108 552.108

Kinderopvang Lasten Kinderopvang Totaal Kinderopvang TOTAAL Lasten

L/B

103.000

Baten Baten

Participatiebudget integratieuitkering en klassiek re-integratiebudget toegevoegd aan 2.293.655 gemeentefonds

Baten

Gebundelde uitkering - Inkomen

Baten

Aanvullende uitkering - Inkomen

Baten

Gemeentefonds - onderzoekskosten levensvatbaarheid *)

42.621

Baten

Bedrijfskredieten Bbz - Rijk bedrijfskrediet voorfinanciering **)

78.000

Baten

Correctie Rijksbijdrage ivm aflossing bedrijfskrediet voorgaande jaren ***)

Baten

Doeluitkering WSW

Baten

Uitvoering wet Inburgering (gemeentefonds)

Baten

Voorzieningen Wet Inburgering (SPUK)

20.551.000 0

4.675.441 552.108

TOTAAL Baten

28.192.825

0

0

0

VERSCHIL (lasten - baten)

9.040.685

0

0

0

*) onderzoekskosten uitkering gemeentefonds - taakmutatie 2020 - septembercirculaire 2019 + schatting 10% lasten voorgaande jaren binnen gemeentebegroting vrijgemaakt

**) vanaf 2020 geldt andere wet en regelgeving voor BBZ kredietverlening, in het jaar t+1 financiert het rijk de kapitaalverstrekking aan bedrijven 100% ***) in de jaren daarna dienen gemeenten in tranches terug te betalen aan het Rijk 20%, 20%, 15%, 10% en 10% van de verstrekte kredieten ** en ***)de afrekening met het Rijk vindt plaats via SISA

Financieel overzicht voor gemeente: L/B

Totaal prim RSD (A)

VJN RSD (B)

NJN RSD (C)

Jaarrek (D)

Apparaatskosten Lasten Reguliere apparaatskosten Lasten Apparaatskosten WI Lasten BIGA bijdragen Totale apparaatskosten

L/B

13.228.000

0

0

0

648.100

0

0

0

600.000

0

0

0

14.476.100

0

0

0

prim RSD (A)

VJN RSD (B)

NJN RSD (C)

Jaarrek (D)

Bijstandverlening zelfstandigen (Bbz) kredietverlening en onderzoekskosten levensvatbaarheid Lasten Uitgaven BBZ kredieten

239.000

0

0

0

Lasten Kosten onderzoek levensvatbaarheid

100.000

0

0

0

Baten

Terugvordering kredieten

-143.400

0

0

0

Totaal BBZ

195.600

0

0

0

Gebundelde uitkering Lasten Verstrekte uitkeringen P-Wet Baten

Verhaal en terugvordering P-Wet

Lasten Verstrekte uitkeringen IOAW Baten

Terugvordering IOAW

Lasten Verstrekte uitkeringen IOAZ Baten

Terugvordering IOAZ

Lasten Verstrekte uitkeringen Bbz Baten

Terugvordering Bbz Ontschotting

43.609.800

0

0

0

-950.000

0

0

0

1.947.000

0

0

0

0

0

0

0

112.000

0

0

0

0

0

0

0

1.094.000

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

45.812.800

0

0

0

Lasten Bijdragen WSW-ers

8.475.800

0

0

0

Totaal WSW

8.475.800

0

0

0

Lasten Bijzondere bijstand

3.074.000

0

0

0

Lasten Collectieve ziektekst verz

1.317.150

0

0

0

Lasten Individuele inkomenstoeslag

1.142.000

0

0

0

Lasten Gemeentelijk minimabeleid

700.000

0

0

0

Verhaal en terugvordering

-125.000

0

0

0

Totaal bijzondere bijstand en minimabeleid

6.108.150

0

0

0

Totaal gebundelde uitkering Wet Sociale Werkvoorziening (WSW)

Bijzondere bijstand en minimabeleid

Baten

L/B

prim RSD (A)

VJN RSD (B)

NJN RSD (C)

Jaarrek (D)

Participatiebudget / reïntegratie Lasten Kosten re-integratie

3.877.000

0

0

0

Lasten Jeugdwerkloosheid

0

0

0

0

Lasten Overige (gem. lokale initiatieven)

0

0

0

0

Lasten Toevoeging overlopende passiva

0

0

0

0

Baten

Aanwending overlopende passiva

0

0

0

0

Effect ontschotting

0

0

0

0

3.877.000

0

0

0

Totaal participatiebudget / re-integratie Actieplan Jeugdwerkloosheid Lasten Kosten jeugdwerkloosheid

0

0

0

0

Totaal jeugdwerkloosheid

0

0

0

0

Lasten Kosten nieuwkomers

62.500

0

0

0

Totaal nieuwkomers

62.500

0

0

0

1.541.499

0

0

0

1.541.499

0

0

0

304.000

0

0

0

304.000

0

0

0

TOTAAL Lasten

80.853.449

0

0

0

begroting

80.853.450

VJN RSD (B)

NJN RSD (C)

Jaarrek (D)

Nieuwkomers

Voorzieningen Wet Inburgering Lasten Kosten Voorzieningen Wet Inburgering Totaal nieuwkomers Kinderopvang Lasten Kinderopvang Totaal Kinderopvang

L/B

prim RSD (A)

Baten Baten

Participatiebudget integratieuitkering en klassiek re-integratiebudget toegevoegd aan 3.770.541 gemeentefonds

0

0

0

Baten

Gebundelde uitkering - Inkomen

46.800.000

0

0

0

Baten

Aanvullende uitkering - Inkomen

0

0

0

0

Baten

Gemeentefonds - onderzoekskosten levensvatbaarheid *)

107.885

0

0

0

Baten

Bedrijfskredieten Bbz - Rijk bedrijfskrediet voorfinanciering **)

239.000

0

0

0

Baten

Correctie Rijksbijdrage ivm aflossing bedrijfskrediet voorgaande jaren ***)

0

0

0

0

Baten

Doeluitkering WSW

Baten

Uitvoering wet Inburgering (gemeentefonds)

Baten

8.475.800

0

0

0

0

0

0

0

Voorzieningen Wet Inburgering (SPUK)

1.541.499

0

0

0

TOTAAL Baten

60.934.725

0

0

0

VERSCHIL (lasten - baten)

19.918.724

0

0

0

*) onderzoekskosten uitkering gemeentefonds - taakmutatie 2020 - septembercirculaire 2019 + schatting 10% lasten voorgaande jaren binnen gemeentebegroting vrijgemaakt **) vanaf 2020 geldt andere wet en regelgeving voor BBZ kredietverlening, in het jaar t+1 financiert het rijk de kapitaalverstrekking aan bedrijven 100% ***) in de jaren daarna dienen gemeenten in tranches terug te betalen aan het Rijk 20%, 20%, 15%, 10% en 10% van de verstrekte kredieten, wordt gevuld bij de begroting 2023 ** en ***)de afrekening met het Rijk vindt plaats via SISA

Jaarstukken RDWI 2021 versie 0.4

Inhoudsopgave INHOUDSOPGAVE

2

VOORWOORD

3

1. SAMENVATTING

4

1.1. 1.2. 1.3. 1.4. 1.5.

FINANCIEEL – UITVOERING KERNTAKEN FINANCIEEL – ORGANISATORISCH BELEIDSINDICATOREN TOTAALOVERZICHT KERNTAKEN ONTWIKKELING VAN DE ORGANISATIE

4 5 6 8 10

2. FINANCIËLE PARAGRAFEN 2.1. 2.2. 2.3. 2.4. 2.5.

12

WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN FINANCIERING BEDRIJFSVOERING VERBONDEN PARTIJEN

12 16 16 18 19

3. BALANS

21

4. OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN OVER HET BEGROTINGSJAAR

23

5. GRONDSLAGEN VOOR WAARDERING EN RESULTAATBEPALING

26

6. TOELICHTING OP DE BALANS

28

7. TOELICHTING OP OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN

36

7.1. 7.2 7.3.

VOLUME BUIG 2021 36 TIJDELIJKE ONDERSTEUNING ZELFSTANDIG ONDERNEMERS (TOZO 2021) 38 BIJZONDERE BIJSTAND, IIT, CAZ EN MINIMABELEID EN TONK (TIJDELIJKE ONDERSTEUNING NOODZAKELIJKE KOSTEN) 39 7.4. RE-INTEGRATIE 39 7.5. NIEUWE INWONERS 40 7.6. WET SOCIALE WERKVOORZIENING 41 7.7. KINDEROPVANG 42 7.8. APPARAATSKOSTEN 42 8. OVERIGE TOELICHTINGEN

46

9. NIET IN DE BALANS OPGENOMEN VERPLICHTINGEN

48

10. WET NORMERING TOPINKOMENS

49

11. EXPLOITATIE OP TAAKVELDEN

51

12. SISA

52

13. RESULTAAT 2021

55

14. CONTROLEVERKLARING VAN DE ONAFHANKELIJKE ACCOUNTANT

56

BIJLAGE 1 REKENING COURANT GEMEENTEN

57

Jaarstukken 2021 v0.4

2

J AARVERSLAG Voorwoord Voor u liggen de jaarstukken 2021 van de Regionale Dienst Werk en Inkomen Kromme Rijn Heuvelrug (GR RDWI). We kijken terug op een jaar waarin de organisatie opnieuw heeft laten zien wendbaar te zijn in het oppakken van nieuwe taken, naast het op peil houden van de reguliere dienstverlening. Dit alles heeft geresulteerd in positieve resultaten, waaronder een daling van het klantenbestand. Het klantbelevingsonderzoek dat in 2021 is uitgevoerd, laat zien dat klanten onze dienstverlening waarderen. Met dit uitgebreide verslag informeren wij u graag over de resultaten van de RDWI van het afgelopen jaar. De jaarstukken bestaan uit het (financiële) jaarverslag, de jaarrekening en overige gegevens. Opnieuw hadden we te maken met beperkende maatregelen als gevolg van het coronavirus. We hebben ons ook in 2021 aangepast aan de veranderende omstandigheden. Naast het verder bouwen aan de reguliere dienstverlening stond 2021 in het teken van (de verlenging van) de corona-noodmaatregelen Tozo (voor ondernemers) en TONK (tegemoetkoming voor lage inkomens). Samen met de gemeenten en onze netwerkpartners is onder andere gewerkt aan de voorbereiding voor de nieuwe Wet inburgering en het inregelen van de vroegsignalering in het kader van schulddienstverlening. Het jaar 2021 hebben we afgesloten met positieve financiële resultaten.

Het gerealiseerd resultaat op de bedrijfsvoering van RDWI in 2021 is na mutaties reserves van baten en lasten € 1,2 miljoen positief. Ook het resultaat op alle kerntaken tezamen is positief, waardoor de bijdragen van gemeenten op de kerntaken ongeveer € 658.000 lager wordt dan begroot. De bijdragen gemeenten voor apparaatskosten is € 1,6 miljoen lager. Deze onderschrijding hangt samen met de resultaatbestemming van het resultaat 2020 die, zoals gebruikelijk, heeft plaatsgevonden in de zomer 2021 na afsluiting van het boekjaar. Onderdeel van dit besluit was om een deel van het positieve resultaat ad € 1,6 miljoen terug te storten naar gemeenten. Tot slot is het financiële resultaat op de BUIG voor de vijf gemeenten tezamen € 2,5 miljoen positief. Na toepassing van de ontschottingsafspraken hebben gemeenten Bunnik en Utrechtse Heuvelrug een tekort op BUIG in 2021; de overige gemeenten hebben een overschot op de BUIG. Het aantal inwoners dat een beroep moest doen op een reguliere uitkering Participatiewet, is het afgelopen jaar gedaald met 2,1%. Mede door de gunstige economie hebben we een groot deel van de inwoners weer stappen kunnen laten zetten naar werk of participatie. Tegelijkertijd zien we ook dat het juist in deze omstandigheden voor een deel van de inwoners lastiger is om deel te nemen aan de arbeidsmarkt.

Met de ontwikkeling die in 2021 is ingezet en de aanpassingen die in de dienstverlening zijn gedaan, is de organisatie in staat om een actieve bijdrage te leveren aan nieuwe taken en uitdagingen, als strategisch partner van onze gemeenten. Zeist, 13 april 2022 Namens het bestuur van de Regionale Dienst Werk en Inkomen Kromme Rijn Heuvelrug, S. Jansen Voorzitter

B. Ruiter Directeur

Jaarstukken 2021 v0.4

3

1. Samenvatting In dit hoofdstuk wordt een samenvatting gegeven van de resultaten van de organisatie; allereerst in financieel opzicht (paragraaf 1.1 en 1.2), daarna inhoudelijk (1.3 en 1.4) en tot slot organisatorisch (1.5).

1.1. Financieel – uitvoering kerntaken De belangrijkste financiële afwijkingen ten opzichte van de Najaarsnota van de bijdragen gemeenten voor onze kerntaken zijn: - BUIG € 1.040.000 V Het saldo op BUIG/BBZ voor gemeenten is circa € 1 miljoen positief ten opzichte van de herziene begroting bij de Najaarsnota. Belangrijkste oorzaak voor de onderschrijding is dat de instroom vooral in de tweede helft van het jaar lager was dan verwacht. De basis voor de berekening in de Najaarsnota was 2.900 bijstandspartijen eind 2021, de realisatie is 2.765. Hierbij wordt aangetekend dat eind december 2021 nog 70 aanvragen ‘BBZ light’ zijn binnen gekomen, die bij de jaarafsluiting nog in behandeling waren. De aanvragen betroffen de tijdelijke BBZregeling voor zzp-ers die na Tozo toch nog ondersteuning nodig hadden als gevolg van coronamaatregelen. De uitkeringen die in 2022 nog worden toegekend zullen in dat jaar tot kosten leiden. - Tozo -/- € 322.000 N Per saldo is de bijdrage gemeenten ruim € 320.000 hoger dan bij de Najaarsnota werd verwacht. De overschrijding komt vooral doordat het aantal aanvragen voor de Tozo 5-regeling (periode juli tot en met september) ruim een kwart hoger was dan verwacht. Een deel van de zzp-ers heeft ondanks het openen van de economie nog last gehouden van inkomsten derving door de coronamaatregelen.

- Wet sociale werkvoorziening -/- € 224.000 N Bij Wsw is de bijdrage gemeenten hoger. Dit betreft de verwachte inkomstenderving als gevolg van coronabeperkingen. De gemeenten ontvangen hiervoor een extra Rijksbijdrage. - Re-integratie, participatie en werkgeversdienstverlening € 126.000 V Doordat de re-integratie activiteiten een deel van het jaar beperkt uitgevoerd konden worden door coronabeperkingen, is de bijdrage gemeenten lager dan bij de Najaarsnota. Daarnaast wordt voor de projecten lokale initiatieven (10% per gemeente) op verzoek van gemeenten nog bijna € 200.000 als vooruit ontvangen bijdrage beschikbaar gehouden voor 2022. - Kinderopvang € 55.000 V Er is sprake van een onderschrijding van de kosten ten opzichte van de gewijzigde begroting van € 55.000. In de tweede helft van 2021 zijn de werkafspraken die eerder met De Bilt en Utrechtse Heuvelrug zijn gemaakt ook van kracht geworden in Bunnik en Zeist. Dat heeft geleid tot lagere kosten. - Bijzondere bijstand, CAZ, minimabeleid en TONK (tijdelijke ondersteuning noodzakelijke kosten) -/- € 17.000 N Per saldo is de afwijking beperkt. - Nieuwkomers € 0 Er is een onderschrijding op de kosten van € 30.000. Voor dit budget geldt dat de afspraak is dat deze middelen meegenomen worden naar volgende jaren. Daarom is de bijdrage gemeenten ongewijzigd.

Per saldo is de bijdrage van gemeenten op de kerntaken € 658.000 lager dan bij de Najaarsnota.

Jaarstukken 2021 v0.4

4

Resultaat BUIG budgetten 2021 De afwijkingen die hierboven zijn toegelicht, hebben betrekking op de realisatie van de lasten bij de RSD. Daarnaast is het voor de deelnemende gemeenten relevant om een verbinding te leggen met de BUIG-budgetten die zij ontvangen van het Rijk. Daarvoor stelt de RSD bij de primaire begroting een berekening op, op basis van de op dat moment bekende macro BUIG-budgetten. In de primaire begroting 2021 werd ervan uitgegaan dat gemeenten het BUIG budget neutraal zouden uitvoeren. Het jaar 2021 wordt afgesloten met een resultaat van bijna € 2,5 miljoen positief. Dit resultaat is vooral mogelijk door de positieve uitgangspositie die de afgelopen jaren is bereikt. In 2021 is het klantenbestand gedaald van 2.825 tot 2.765 per 31 december 2021. Deze berekening is opgesteld aan de hand van de beschikkingen BUIG 2021 die de gemeenten van het Rijk hebben ontvangen en de werkelijke lasten die bij RSD gerealiseerd zijn.

1.2. Financieel – organisatorisch Het resultaat na mutaties reserves is € 1,2 miljoen positief. Ten opzichte van de begroting na de Najaarsnota is de afwijking bijna € 62.000 positief. Het jaar 2021 was een bijzonder jaar. Net als het vorige jaar is het niet gemakkelijk om scherp onderscheid te maken tussen structurele en incidentele oorzaken voor afwijkingen. Zo is de regeling Tozo ook in 2021 grotendeels met eigen medewerkers uitgevoerd, terwijl de organisatie enige onderbezetting had. Door herprioritering van werkzaamheden zoals het noodgedwongen afschalen van re-integratie activiteiten, is dit mogelijk gebleven. Samengevat zijn de belangrijkste afwijkingen op de apparaatskosten ten opzichte van de begroting na de Najaarsnota: Baten Bijdragen gemeenten € 1.628.000 N De afwijking wordt veroorzaakt door de afwikkeling van de resultaatbestemming 2020. De vaststelling van de jaarrekening 2020 vond in juli plaats. Als onderdeel van het AB besluit over de resultaatbestemming 2020 is van het positieve resultaat over 2020 € 1.628.000 terug gestort naar de gemeenten. De dekking voor deze storting komt uit de onttrekking aan de reserve gerealiseerd resultaat 2020. Mutatie reserve gerealiseerd resultaat 2020

€ 1.628.000 V

Baten overig € 252.000 V Het gaat om extra Tozo vergoedingen voor de uitvoering van de regeling (€ 77.000 V) en hogere vergoeding voor detachering van medewerkers en bijdragen UWV voor arbeidsongeschiktheidsuitkeringen (€ 135.000 V). Tot slot zijn de PVT trajecten apart met gemeenten afgerekend (€ 40.000 V). Lasten -/- € 115.000 N Afwijking lasten incidentele activiteiten € 18.000 V Het gaat om extra inzet op de uitvoering Tozo en TONK regeling (€ 38.000 N), extra inzet op de projecten ten laste van reserves, zoals het project ‘Goed geregeld?!’ en enkele digitaliseringsprojecten (€ 29.000 N), kosten voor participatieverklaringstrajecten voor inburgeraars (€ 40.000 N). Het project implementatie inburgering is onderschreden omdat een deel van de werkzaamheden in 2022 wordt uitgevoerd. (€ 125.000 V). Afwijking lasten reguliere bedrijfsvoering -/- € 133.000 N Er is sprake van een nadeel op de personele lasten van (€ 180.000 N) door de Caoafspraken over 2021. Daarnaast zijn er lagere materiële kosten (€ 47.000 V), onder andere de facilitaire kosten door thuiswerken en beperkte dienstverlening door corona, een onderschrijding op automatisering en nadelen op advies- en huisvesting. Jaarstukken 2021 v0.4

5

Overige mutaties reserves € 75.000 N Er is € 125.000 (N) toegevoegd aan de gevormde bestemmingsreserve implementatie inburgering om het budget voor de afronding van het project in 2022 beschikbaar te houden. Verder zijn afwijkingen op de onttrekking aan de volgende reserves ter dekking van extra kosten. Het betreft de volgende afwijkingen: Verbeterplan € 26.000 (V), Egalisatiereserve Groot onderhoud € 21.000 (V), Frictie € 5.000 (V), Tozo € 2.000 (N).

1.3. Beleidsindicatoren In de Begroting 2021 hebben we negen doelstellingen afgesproken, waarover we gedurende het jaar periodiek gerapporteerd hebben. In deze paragraaf wordt per doelstelling aangegeven in hoeverre deze gerealiseerd is. Er is een onderscheid tussen de kwantitatieve (meetbare) doelstellingen en de kwalitatieve doelstellingen (inspanningen). Kwantitatieve doelstellingen, meetbaar De ontwikkeling van het volume BUIG is 1% gunstiger dan landelijk gemiddeld Het klantenbestand van de RSD (volume BUIG = Participatiewet, IOAW, IOAZ, BBZ) is lager dan aan het begin van het jaar; de doelstelling om daarmee 1% lager te eindigen dan landelijk gemiddeld, is niet behaald. We zien dat het klantenbestand steeds verder verzwaart, waardoor de hoge uitstroom in eerdere jaren steeds lastiger haalbaar is. We sloten het jaar 2021 af met 2.765 uitkeringspartijen. Dat kunnen meerdere personen zijn (bijvoorbeeld twee personen in één huishouden). Ten opzichte van december 2020 (2.825) was dat een daling van 2,1%. De doelstelling was om daarmee een sterkere daling te realiseren dan landelijk gemiddeld. Volgens de meest recente cijfers van het CBS (28 februari 2022) was de landelijke daling ruim 3%. Het verschil lijkt vooral in het laatste kwartaal te zitten, waar vanwege de beëindiging van de Tozo ex-ondernemers zijn ingestroomd in BBZ.

Op de langere termijn is een dergelijke doelstelling steeds moeilijker haalbaar; hoe succesvoller we zijn in uitstroom, hoe zwaarder het bestand wordt. Een rechtmatige verstrekking van uitkeringen; we blijven binnen de goedkeuringsratio van 1% Deze doelstelling is behaald. Op basis van de interne controle en steekproeven blijkt dat we binnen de norm van minimaal 99% rechtmatige verstrekkingen blijven. Doorlooptijden van aanvragen zijn korter dan de wettelijke termijnen. Aanvragen levensonderhoud en aanvragen bijzondere bijstand worden binnen vier weken afgehandeld. Aanvragen minimaregelingen en IIT worden binnen twee weken afgehandeld De doorlooptijden waren in 2021 gemiddeld: - Aanvragen LO gemiddeld binnen 3 weken - Aanvragen BB gemiddeld binnen 5 weken - Aanvragen minimaregelingen binnen 1 week - Aanvragen IIT binnen 1 week Daarmee zijn de beoogde doorlooptijden met uitzondering van bijzondere bijstand behaald. Inmiddels is ook daar de doorlooptijd onder 4 weken, maar gemiddeld over het hele jaar is de doorlooptijd 5 weken. Dit is ruim binnen de wettelijke termijn van 8 weken.

Jaarstukken 2021 v0.4

6

Kwalitatieve doelstellingen, inspanningen Alle klanten van team activering worden twee keer per jaar gesproken en hebben aantoonbaar een (vervolg)traject Deze doelstelling is bijna behaald; aan het einde van het jaar zijn 95% (ruim 1.200) van de klanten in deze groep twee maal gesproken. De coronamaatregelen hebben op deze groep effect gehad, waardoor het lastiger was om inwoners te verwijzen. Daarbij speelt ook een rol dat inwoners soms door de omstandigheden terughoudend waren om deel te nemen aan activiteiten. De ervaringen van het afgelopen jaar en de resultaten van de bestuursopdracht activering worden structureel geborgd in de organisatie; de groep inwoners die het meest kwetsbaar zijn, worden blijvend begeleid in samenspraak met de lokale teams. Projectmatig werken is in navolging van het verbeterplan ‘De RSD maakt stappen’ standaard in onze werkwijze opgenomen. De projecten die in 2020 zijn opgepakt (projecten ‘Goed Geregeld?!’, ‘Werkprocessen’ en ‘Activering’) zijn in 2021 goed geland en geborgd. Projecten worden structureel gemonitord en gestuurd via een stuurgroep projectmatig werken. Er wordt sinds dit jaar gewerkt met een (structurele) kernstuurgroep projecten, waarbij de aansturing van projecten direct onder leiding van de directeur geborgd is.

Projecten die op deze wijze gestuurd worden, zijn onder andere het project ‘Goed geregeld?!’, dat goede inzichten levert voor projectmatig werken. Ook het project nieuwe Wet inburgering is op deze wijze aangestuurd. Dit geldt ook voor de nieuwe projecten die in 2021 gestart zijn, namelijk Hybride werken, AVG en informatieveiligheid. De nieuwe Wet inburgering is in 2021 volledig geïmplementeerd; eventuele ‘kinderziektes’ zijn eind 2021 opgelost en de overlegstructuur met netwerkpartners is verder ontwikkeld Aan de belangrijkste randvoorwaarden is voldaan om de dienstverlening aan de inburgeraars in het kader van de nieuwe wet (vanaf 2022) te starten. Intern is het noodzakelijke geregeld en op U16-niveau is de aanbesteding van de leerroutes gedeeltelijk afgerond. Een ander deel van de implementatie wordt in 2022 afgerond. We staan regelmatig in contact met de vluchtelingenwerkgroepen in de regio over de implementatie. De gemeenteraden zijn inmiddels geïnformeerd. De samenwerking met netwerkpartners bij schulddienstverlening is verder ontwikkeld en de rolverdeling onderling is verhelderd, zodat we schulden eerder gezamenlijk opsporen en kunnen oplossen. Met alle gemeenten zijn gesprekken in volle gang of afgerond over de samenwerking met de lokale teams in het kader van vroegsignalering. Signalen over betalingsachterstanden worden in samenwerking met de lokale teams opgepakt.

Afhankelijk van het type signaal ontvangen inwoners een bericht van ons of wordt een huisbezoek afgelegd samen met het lokale team. Wanneer de signalen duiden op schuldenproblematiek, ontvangen inwoners een aanbod voor ondersteuning. In 2021 voldoen we als organisatie aan de wettelijke vereisten voor een rechtmatigheidsverantwoording De rechtmatigheidsverantwoording is door het Rijk uitgesteld naar 2022. De uitvoering van dit proces gebeurt in 2022. In 2021 is het strategisch personeelsbeleid geïmplementeerd, gekoppeld aan de nieuwe afspraken (zie Kadernota 2021) over de omvang van de organisatie De ontwikkeling van het strategisch personeelsbeleid is een doorlopend onderdeel van onze P&O-cyclus en is in volle gang via onder andere een impuls aan werving & selectie en de personeelskant van het project hybride werken. Jaarstukken 2021 v0.4

7

1.4. Totaaloverzicht kerntaken Onderstaand een volledig overzicht van de kengetallen waarover we rapporteren. Indicator

Realisatie 2020

Maart 2021

Juli 2021

December 2021

Bestandsontwikkeling Volume BUIG Omvang Participatiewet Instroom Uitstroom Percentage klanten met een arbeidsbeperking aan het werk (volgens definitie banenafspraak) Aantal afgehandelde aanvragen BBZ starters en gevestigden Aantal aanvragen bijzondere bijstand o Waarvan toekenningen Aantal aanvragen IIT o Waarvan toekenningen

2.825 2.637 848 740 46%

2.849 2.659 192 170 46%

2.812 2.643 427 420 47%

2.765 2.564 695 765 48%

51

20

45

72

1.747 1.029 2.303 2.016

539 285 1.084 948

1.089 580 1.973 1.734

2.224 1.281 3.106 2.725

511

499

491

540

474

104

238

475

334 27 n.n.b. 15% 5

71 9 2% 22% 2

154 22 n.n.b. 24% 6

227 11 n.n.b. 26% 5

n.n.b. 24 329,38 9,6% 0% 4,1%

n.n.b. 2 309,47 9,9% 0% 4,0%

82% 4 305,83 10,5% 0% 4,1%

82% 16 305,71 10,3% 0% 3,8%

Schulddienstverlening Aantal lopende zaken schulddienstverlening Aantal nieuwe instroom (cumulatief) Juridische zaken - aantal binnengekomen bezwaarzaken - aantal gegronde bezwaarzaken - bezwaarzaken t.o.v. besluiten - beroepszaken t.o.v. bezwaarzaken - aantal gegronde beroepszaken Wet sociale werkvoorziening 1 Aantal Wsw-ers met IOP Mobiliteit Wsw-ers Aantal Wsw-ers totaal (aantal SE) - waarvan individuele detachering - waarvan groepsdetachering - waarvan begeleid werken

Toelichting enkele afwijkingen: • Het aantal aanvragen bijzondere bijstand is hoger dan in 2020. Dit heeft gedeeltelijk te maken met verlengingen van aanvragen bewindvoering. Dit betreft dus niet allemaal nieuwe aanvragen. • Het aantal aanvragen Individuele inkomenstoeslag (IIT) is ook hoger. Dit is een vertekend beeld dat te maken heeft met een technische storing in december 2020; de aantallen uit die maand zijn meegeteld met de aantallen in januari 2021. Financieel gezien waren die aanvragen wel meegenomen bij de jaarcijfers 2020, vandaar dat er in het financiële resultaat geen grote afwijking is. • Het aantal trajecten schulddienstverlening is gestegen, vooral in de tweede helft van het jaar. Dit is een effect van vroegsignalering, waarbij inwoners met schulden eerder in beeld komen. 1 De gegevens van Biga Groep over de Wsw betreffen de realisatie tot en met augustus 2021

Jaarstukken 2021 v0.4

8

•

Het aantal ingekomen bezwaren is gedaald ten opzichte van 2020 en is weer op hetzelfde niveau als in 2019. De piek in 2020 had te maken met de Tozo-regeling.

Aanvullende informatie: dienstverlening Corona Tozo In 2021 is de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) enkele malen verlengd door het kabinet. We maken hierbij een onderscheid tussen Tozo 3, 4 en 5 (Tozo 1 en 2 werden in 2020 uitgevoerd). Tozo 5 eindigde op 30 september 2021. In totaal zijn er afgelopen jaar 1.640 Tozo aanvragen levensonderhoud afgehandeld. Daarnaast zijn er 101 aanvragen bedrijfskapitaal afgehandeld: Gemeenten

Aanvragen Tozo 3 (vanaf 01-01-21)

Aanvragen Tozo 4

Aanvragen Tozo 5

Totaal levensonderhoud Tozo 3 t/m 5

Aantal aanvragen bedrijfskapitaal Tozo 3 t/m 5

Bunnik

34

32

17

81

2

De Bilt

130

158

96

371

13

170

129

86

352

33

81

42

20

135

8

Zeist

276

292

178

701

45

TOTALEN

691

653

397

1.640

101

Utrechtse Heuvelrug Wijk bij Duurstede

Tijdelijke BBZ Na 1 oktober 2021 konden ondernemers die financiële ondersteuning nodig hebben een beroep doen op een reguliere regeling: het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (BBZ). De regeling is tijdelijk versoepeld door het kabinet. Het ‘BBZ-light’ kon met terugwerkende kracht (maximaal 2 maanden) aangevraagd worden. Het aantal inwoners met een BBZ-uitkering is meegenomen in het volume BUIG. Dit heeft ermee te maken dat de financiering van uitkering levensonderhoud zelfstandigen (ook deze tijdelijke variant) via het BUIG-budget loopt, in tegenstelling tot de noodmaatregel Tozo, waarvoor aparte middelen vanuit het Rijk beschikbaar gesteld zijn. TONK De regeling Tijdelijke ondersteuning noodzakelijke kosten (TONK) was bedoeld om inwoners te ondersteunen die vanwege een inkomstenterugval door de coronamaatregelen bepaalde vaste lasten niet meer konden opbrengen. Deze regeling had aanvankelijk een looptijd van 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2021 en is daarna verlengd tot en met 30 september 2021. Bij de verlenging is gebruik gemaakt van de mogelijkheid tot verruiming van de regeling (besluit DB d.d. 15 juli 2021). In totaal zijn er 190 toekenningen TONK geweest: Aantal Toekenningen Bunnik De Bilt Utrechtse Heuvelrug Wijk bij Duurstede Zeist Totaal

7 47 40 12 82 190

Aantal Aantal buiten afwijzingen behandeling stellingen 0 3 21 14 15 4 5 2 25 26 67 49

Totaal aantal aanvragen 10 83 59 19 133 306

De financiële resultaten van de Tozo-regeling zijn opgenomen in paragraaf 7.2. De kosten voor TONK zijn opgenomen bij de bijzondere bijstand. Jaarstukken 2021 v0.4

9

1.5. Ontwikkeling van de organisatie Na het verbeterplan in 2019/2020 staat er een stevige basis om de dienstverlening aan de inwoners efficiënt en effectief uit te voeren. In 2021 lag de nadruk op de borging en nadenken over de verdere doorontwikkeling, rekening houdend met de uitdagingen die op ons afkomen. De RSD ziet zichzelf als een voortdurend lerende organisatie. Door de stevige basis waren we in staat om samen met de gemeenten en de netwerkpartners de vroegsignalering in het kader van schulddienstverlening vorm te geven en de invoering van de Wet Inburgering voor te bereiden. En dat in een periode waarin we als samenleving opnieuw te maken kregen met aanscherpingen van beperkende coronamaatregelen. Ondanks deze maatregelen hebben we de dienstverlening voor onze inwoners efficiënt en effectief kunnen uitvoeren. De ingezette (cultuur)ontwikkeling werd hierin ook weer zichtbaar. Dat wat we in 2020 geleerd hadden, hebben we in 2021 gebruikt om voldoende voorbereid en gefaciliteerd te zijn, om ondanks de nieuwe beperkingen onze werkzaamheden uit te voeren.

De gesprekken met medewerkers om (mee) te denken in mogelijkheden, het bieden van maatwerk voor het welzijn van medewerkers met betrekking tot het thuiswerkadvies van de overheid en het opzetten van het hybride werken zijn duidelijke voorbeelden van het omgaan met de beperkingen enerzijds en het succesvol uitvoeren van onze dienstverlening anderzijds. Tegelijkertijd constateren we dat er nog stappen te zetten zijn. De situatie heeft de wens en de behoefte alleen maar meer duidelijk gemaakt en nu is het aan ons om het verder uit te werken. Zo is er meer behoefte aan gedeeld verantwoordelijkheidsgevoel en/of eigenaarschap. Dit is één van de uitkomsten van de analyse die tot stand gekomen is door gesprekken en ervaring met onze samenwerkingspartners en medewerkers breed uit de organisatie. We hebben de ambitie uitgesproken dat we gezamenlijk verder willen bouwen aan een robuuste organisatie, die nu en in de toekomst wordt gezien als een betrouwbare en strategische partner binnen het brede sociaal domein. Uiteraard ten behoeve van de inwoners die van ons afhankelijk zijn, met de Strategische Kaders 2020-2023 als vertrekpunt en verder ingevuld vanuit de kracht van de RSD als organisatie. Om deze ambitie waar te maken zal de organisatie zich op het gebied van eigenaarschap en het nemen van verantwoordelijkheid verder moeten ontwikkelen.

Hiervoor bereiden we een strategische ontwikkelagenda voor. Deze agenda komt tot stand samen met medewerkers en onze samenwerkingspartners. Hybride werken Bij de ontwikkeling van de organisatie hoort ook de ontwikkeling ‘achter de schermen’. De RSD organisatie streeft naar het zijn van een aantrekkelijke werkgever en dienstverlener met een eigentijds en passend kantoorconcept. We zien dat door de restricties als gevolg van de coronamaatregelen het digitaal (samen)werken in een stroomversnelling is gekomen. Veel mensen ervaren de positieve kanten hiervan. Digitaal (samen)werken zal naar verwachting in toenemende mate een vast onderdeel van het werkpatroon worden en er zal steeds vaker sprake zijn van een combinatie tussen fysiek en digitaal (samen)werken. In 2021 hebben we onze visie en ambities op hybride werken onder begeleiding van adviesbureau Hevo in gezamenlijkheid vastgesteld en omgezet naar uitgangspunten voor de gewenste manier van werken bij de RSD in de toekomst. Dit uit zich in drie pijlers: huisvesting (bijvoorbeeld flexibele werkplekken afgestemd op de taken), automatisering (bijvoorbeeld via Teams werken) en werkcultuur. Formatie, bezetting en ziekteverzuim vertrouwenspersoon De toegestane formatie in 2021 is vastgesteld op 149,4 fte. De werkelijke bezetting ultimo 2021 is 144,2 fte, inclusief 12 fte inhuur.

We sluiten het jaar 2021 af met een verzuimpercentage van 6,07%. Dit is lager dan de 6,8% wat als maximum voor 2021 was bepaald en ook lager dan het percentage van vorig jaar (8,32%). De meldingsfrequentie was 0,02 (in 2020 was dit 0,04). Het verzuim is daarmee minder en gemiddeld lager dan in 2020. Dit is het effect van de investering Jaarstukken 2021 v0.4

10

van de afgelopen jaren in een constructieve en structurele verzuimbegeleiding, zowel voor langdurig verzuim als voor kortdurend verzuim. De RSD onderstreept het belang van een veilige werkomgeving voor alle medewerkers. Zo hebben we een externe vertrouwenspersoon waar medewerkers terecht kunnen. Daarnaast is het MT een ontwikkelingsgericht leiderschapstraject gestart. Medewerkers een veilige werkomgeving bieden, stijl van leidinggeven, samenwerking, open communicatie, reflectie, ruimte en vertrouwen geven voor tegenspraak, zijn hierin belangrijke onderwerpen van ontwikkeling. Klachtenbehandeling en het klantperspectief Voortaan rapporteren we via deze paragraaf ook over de klachtenbehandeling. Allereerst gaan we in op de visie en werkwijze bij klachten. Het uitgangspunt in de visie op de klachtbehandeling binnen de RSD is dat niet de regel (de klachtprocedure), maar de oplossing en het leereffect voorop staan. De behandeling van klachten is namelijk geen doel op zich. Het is een middel om de inwoner (op weg) te helpen en om de organisatie te laten leren van klachten. Een transparante en toegankelijke procedure van klachtbehandeling is onmisbaar. Deze moet gericht zijn op het oplossen van een probleem van de inwoner en moet een goede diagnose en analyse van klachten mogelijk maken.

Net zoals in voorgaande jaren lag de nadruk in 2021 op het centraal stellen van de oorzaak van de ontevredenheid en/of het oplossen van het probleem. Schriftelijke klachtbehandeling, gericht op het geven van een oordeel is voor ons uitzondering geworden. Inwoners nemen vaak telefonisch contact op. Niet alleen met klachten, maar ook met vragen of verzoeken om informatie. Veel daarvan wordt direct telefonisch afgehandeld. Bijvoorbeeld door (juridische) informatie en uitleg te geven, te verwijzen naar de juiste procedures dan wel het bespreekbaar maken van bepaalde aspecten in de communicatie tussen de inwoner en de RSD. Als tijdens de informele behandeling van een klacht blijkt dat er in dat geval niet juist door ons is gehandeld, worden hiervoor excuses gemaakt en wordt er al het mogelijke gedaan om eventuele nadelige gevolgen hiervan te herstellen en zorg te dragen dat dit niet meer voorkomt. Er zijn in 2021 in totaal 12 schriftelijke klachten ingediend, waarvan 7 op de informele wijze zijn afgehandeld. Van de ingediende klachten zijn er 5 (gedeeltelijk) gegrond verklaard. De meeste klachten (8) gingen over bejegening. Deze klachten hebben veelal te maken met hoe de klant zich behandeld voelt. Bij de behandeling van deze klachten wordt de manier waarop de medewerker met de klant omgaat besproken.

Een informele behandeling van de klacht is pas beëindigd nadat de inwoner heeft aangegeven tevreden te zijn. Als dit niet wordt bereikt, wordt de inwoner geadviseerd zijn klacht op de formele wijze te laten behandelen zodat de weg naar de Nationale Ombudsman vrij komt. Het is aan degene die de klacht indient om dat wel of niet te doen. In 2021 heeft de Nationale Ombudsman 3 klachten over de RDWI ontvangen, waarvan 3 zonder onderzoek zijn afgehandeld. Deze klachten gingen voornamelijk over (juridische) geschillen tussen de RSD en de inwoner. In het najaar is er door een externe partij een klantbelevingsonderzoek uitgevoerd met als centrale vraag hoe de inwoners die van ons afhankelijk zijn, onze dienstverlening ervaren. Daaruit is gebleken dat we op allerlei fronten beter dan gemiddeld presteren. Dat is een resultaat om trots op te zijn. Tegelijkertijd zien we dat er altijd verbeterpunten zijn en dat het een uitdaging is om de kwaliteit van de dienstverlening op minimaal hetzelfde niveau te houden. We zijn daarover in gesprek met het bestuur en ook met onze regionale cliëntenraad (RCR), die ons daarin scherp houdt. De RCR heeft het afgelopen jaar een aantal wisselingen gekend en is weer op volle sterkte om goede adviezen uit te brengen.

Jaarstukken 2021 v0.4

11

2. Financiële paragrafen 2.1. Weerstandsvermogen en risicobeheersing De RSD heeft structurele monitoring en het managen van de risico’s geborgd via de Planning & Control cyclus. Globaal ziet dit proces er als volgt uit: - Begroting: inventarisatie van de risico’s voor de komende drie jaar; - Voor- en Najaarsnota: het actualiseren van bestaande risico’s (begroting) en verkenning mogelijke nieuwe risico’s; - Jaarrekening en Jaarverslag: verantwoording risico’s; - Begroting: borging risico’s komende drie jaar. Omdat de jaarrekening en de begroting gelijktijdig opgesteld worden, vertoont deze paragraaf in beide documenten grote gelijkenis. Voor de beheersing en verantwoording is per risico een eigenaar aangewezen. Deze persoon is verantwoordelijk voor de beheersing van het risico en legt daarover verantwoording af. Een risico is gedefinieerd als een onzekerheid die het realiseren van de doelstellingen in zowel positief als negatief opzicht kan beïnvloeden. Risico’s kunnen zich op alle niveaus binnen de organisatie voordoen (strategisch, tactisch en operationeel niveau) en risico’s kunnen ook uiteenlopend van aard zijn (bijvoorbeeld imago, financieel of compliance). De geïnventariseerde risico’s die relevant zijn voor het weerstandsvermogen worden gekwantificeerd.

Het kwantificeren van risico’s betreft een inschatting van de mogelijke financiële schade (de impact), gecombineerd met een inschatting van de kans dat een mogelijke schade zich daadwerkelijk voordoet. De inschattingen worden zo nauwkeurig mogelijk gemaakt, bijvoorbeeld op basis van ervaringscijfers, maar zekerheden kunnen aan deze inschattingen niet worden ontleend. De kwantificering van de risico’s wordt met enige regelmaat geactualiseerd. Risico’s kunnen een incidenteel of een structureel karakter hebben. In de kwantificering zijn incidentele risico’s één keer meegewogen. Structurele risico’s zijn voor maximaal drie jaar meegewogen. Gezien de aard en de complexiteit van de risico’s hebben wij ervoor gekozen om gebruik te maken van de methode van ‘impact’ x ‘kans’. Risico’s doen zich normaliter niet allemaal tegelijk voor of in de volledige omvang, daarom is een optelsom van alle mogelijke risico’s niet noodzakelijk. Er kan worden volstaan met de berekening van ‘impact’ x ‘kans’. Deze werkwijze zorgt ervoor dat risico’s op een eenvoudige wijze worden gekwantificeerd. Op basis van de risico-inventarisatie eind 2021 is de schatting dat de benodigde weerstandscapaciteit ultimo 2021 € 515.400 moet zijn. Ontwikkelingen voorjaar 2022 Bij het opstellen van de jaarrekening en het voorbereiden van de Begroting 2023 stond de samenleving deels nog in het teken van corona.

De economie is gelukkig veerkrachtiger gebleken dan verwacht. Dit is terug te zien in de beperkte instroom in de bijstand en de afname van het aantal aanvragen voor Tozo en het beperkte aantal aanvragen TONK. Door de lockdown is eind december 2021 de instroom van zzp-ers in de BBZ-light regeling wel sterk toegenomen. Het is onzeker of deze groep bij economisch herstel als zelfstandige verder kan of langer een BBZ uitkering levensonderhoud nodig heeft. Dit risico is meegenomen in de risicobepaling van de BUIG. De verwachting was dat de economie weer in rustiger vaarwater zou komen. De inflatie liep eind 2021 op, maar het kabinet zegde toe de effecten van de gestegen kosten voor energie te dempen voor de lagere inkomens. Mede omdat De Nederlandse Bank Jaarstukken 2021 v0.4

12

verwachtte dat de inflatie eind 2022 af zou nemen, is in de Begroting hiermee geen rekening gehouden. Bij het opstellen van de Jaarrekening 2021 is geen rekening gehouden met de mogelijke impact van de oorlog in de Oekraïne. Door de inval in de Oekraïne zijn de vooruitzichten veranderd. De gevolgen van deze gebeurtenis op de langere termijn zijn nog niet in te schatten. De ontwikkelingen in Oekraïne kunnen mogelijk later dit jaar of volgend jaar leiden tot een bijstelling van de Begroting 2022 en 2023. Samenvatting risico’s en benodigde weerstandscapaciteit In de uitwerking van de risico’s is een splitsing gemaakt van risico’s niet relevant en relevant voor het weerstandsvermogen van de RDWI. Risico’s die niet relevant zijn voor het weerstandsvermogen van de RDWI Het onderstaande risico is van belang voor de bedrijfsvoering, maar niet kwantificeerbaar en daardoor niet relevant voor het weerstandsvermogen: • Voor de uitvoering van de nieuwe Wet inburgering stelt het Rijk op macro niveau voldoende budget beschikbaar voor uitvoering van deze wet. De uitvoering van de wet is complex en vraagt intensieve samenwerking met verschillende partners, wat efficiency kan verminderen. Verder heeft het kabinet nog niet aangegeven hoe het om zal gaan met fluctuaties in de instroom in de regeling. Naast dit niet kwantificeerbare risico zijn er risico's die we wel kunnen kwantificeren.

Voor de risico’s die niet relevant zijn voor het weerstandsvermogen van RDWI, maar wel voor de KRH gemeenten, gaat het om de zogenaamde ‘open einde regelingen’-risico’s. Het betreft: • Een tekort op de BUIG-budgetten tot het maximum van 10%. Naar aanleiding van de overschotten van de afgelopen jaren is de kans dat dit zich voordoet op 50% gezet; • De mogelijkheid dat de vangnetregeling niet wordt toegekend. Dit risico wordt ingeschat als klein, omdat de vangnetregeling onderdeel uit maakt van de BUIGsystematiek. De regels voor toepassing van de regeling zijn strenger geworden, waardoor het moeilijker wordt om aanspraak te maken op de regeling. Dat betekent dat de impact van het risico ook daalt; • De lasten bijzondere bijstand en IIT kunnen stijgen, onder andere een stijging van schuldhulpaanvragen en bewindvoering. Door een actievere schulddienstverlening en vroeg signalering is de kans dat dit zich voordoet verlaagd naar gemiddeld (50%); • Het risico debiteurensaldo is ongewijzigd gelaten. De Tozo kredietverstrekkingen hebben het saldo doen oplopen, maar de periode van invordering is verlengd tot 6 jaar. Daarnaast heeft het kabinet, indien nodig, volledige compensatie toegezegd; • Kredietverstrekking BBZ. Bij de wijziging van financieringssystematiek van het BBZ is het risico voor kredietverstrekking voor 75% bij gemeenten gelegd.

Het is mogelijk dat de toenemende verschuldiging van ondernemers op de middellange termijn tot meer aanvragen zal leiden. Voor de bepaling van de hoogte van het risico is nu uitgegaan van stijging van de kapitaalsvertrekkingen van 100% tot 200% en is de kans op 50% gezet; • Kinderopvang. In 2020 en 2021 zijn werkafspraken gemaakt met de gemeenten waarvoor RDWI de regeling uitvoert. In 2021 zijn de kosten binnen begroting gebleven en voor de komende jaren is de begroting verruimd. Hierdoor daalt het risico sterk en houden we dit in het vizier. In de volgende tabel is de financiële impact van de ‘open einde regelingen’-risico’s opgenomen. Deze financiële risico’s worden opgenomen, zodat de KRH gemeenten deze risico’s kunnen opnemen in hun begrotingen of weerstandsvermogen. Jaarstukken 2021 v0.4

13

Benodigde weerstandscapaciteit Risico’s open einde regelingen totaal (impact X kans X 3 jaar) Tekorten op BUIG budgetten

7.023.000

Vangnetregeling

176.000

Lasten bijzondere bijstand en IIT

845.000

Debiteurenvorderingen Bedrijfskredieten (BBZ) Kinderopvang Totaal

Risico’s open einde regeling BUIG budgetten per gemeente

105.000 375.000 – 750.000 PM 8.524.000 -8.899.000

Maximaal risico op BUIG per gemeente 2023, obv voorlopig budget

Benodigde weerstandscapaciteit (impact X kans X 3 jaar) kans 50%

201.000 989.000 1.020.000 417.000 2.056.000 4.683.000

302.000 1.483.000 1.530.000 625.000 3.083.000 7.023.000

Bunnik De Bilt Utrechtse Heuvelrug Wijk bij Duurstede Zeist Totaal

De totaal benodigde weerstandscapaciteit voor het risico op de BUIG is ten opzichte van de Jaarrekening 2021 gedaald met 5 miljoen euro. Risico’s die relevant zijn voor het weerstandsvermogen RDWI In de onderstaande tabel staan de risico’s die relevant zijn voor de bedrijfsvoering en het weerstandsvermogen van de RDWI. Op basis van ‘kans’ x ‘impact’ is de benodigde weerstandscapaciteit bepaald.

Maximaal risico per onderwerp

Benodigde weerstandscapaciteit (impact X kans X Incid /Structureel

Informatiebeveiliging

€ 725.000

€ 217.500

ICT samenwerking RID

€ 136.000

€ 122.400

Inhuur door hoger ziekteverzuim

€ 117.000

€ 175.500

Totaal

€ 978.000

€ 515.400

Risico’s

Informatiebeveiliging Dit risico heeft betrekking op mogelijk onrechtmatig delen of gebruik van (privacygevoelige) informatie met ketenpartners en het hacken van systemen. De volgende beheersmaatregelen zijn getroffen om het risico te beperken: • afspraken voor het rechtmatig gebruik -in het kader van de AVG- inclusief de eisen die de Autoriteit Persoonsgegevens stelt; • alle medewerkers hebben een cursus gehad over informatieveiligheid en bewustzijn (iBewustzijn Overheid 2022) van de VNG; • afspraken gebruik Suwinet; • afspraken over de inrichting van de control rol binnen de RSD. Jaarstukken 2021 v0.4

14

In verband met het toegenomen bewustzijn binnen de organisatie en de beheersmaatregelen is inschatting van de kans verlaagd tot laag (10%). Het risico blijft aangemerkt als structureel. Omdat de wettelijk maximale boete die opgelegd kan worden verlaagd is tot maximaal € 725.000, komt de benodigde weerstandscapaciteit uit op € 217.000. ICT samenwerking Het risico heeft betrekking op mogelijke kwetsbaarheid in de stabiliteit en continuïteit van de ICT systemen. Daarvoor zijn de volgende beheersmaatregelen getroffen: • continue aandacht en afspraken over de dienstverlening van de RID; • ISAE 3402 verklaring RDWI (waarborg dat processen die uitbesteed zijn, aantoonbaar in control zijn); • afspraken over de kwaliteit van de dienstverlening. De inschatting van de kans is op beperkt gesteld (30%). De impact is gekoppeld aan de personeelslasten als het systeem uitvalt. Dan kan het werk niet voort gezet worden. Het risico is aangemerkt als structureel. De benodigde weerstandscapaciteit komt daarmee uit op € 122.400. Ziekteverzuim De belangrijkste beheersmaatregelen voor het ziekteverzuimbeleid zijn: • Maandelijks intervisie van de verzuimdossiers; • Ondersteuning bij ziekteverzuimdossiers door arbeidsdeskundigen en de bedrijfsarts; • Bewaken ziekteverzuimdossiers. De inschatting van de kans is ongewijzigd op gemiddeld (50%).

Door actief verzuimbeleid is een sprake van een daling in het ziekteverzuim. Hierdoor daalt de benodigde weerstandscapaciteit tot € 175.500. Het risico is aangemerkt als structureel. Samenvatting beschikbare weerstandscapaciteit In de praktijk bieden de reserves de meeste houvast als het gaat om beschikbare weerstandscapaciteit. Dat is het vermogen dat beschikbaar moet zijn om calamiteiten financieel aan te kunnen. Het is gebruikelijk om alleen de vrij besteedbare reserves en de posten onvoorzien mee te nemen voor de weerstandscapaciteit. Op de vrij besteedbare reserves liggen geen claims tot besteding. In de volgende tabel wordt een analyse gemaakt van de beschikbare weerstandscapaciteit. Balans 31-12- Weerstands2021 capaciteit

Eigen vermogen

Algemene reserve

419.500

Gerealiseerd resultaat 2021

419.500

1.192.640

Bestemmingsreserve groot onderhoud

77.875

Bestemmingreserve frictie

48.661

Bestemmingsreserve Kwaliteitsimpuls585

43.500

Bestemmingsreserve Tozo

762.000

Bestemmingsreserve Implementatie Inburgering

125.000

Totaal eigen vermogen

2.669.176

419.500

Ratio weerstandsvermogen De ratio van het weerstandsvermogen wordt bepaald door de beschikbare weerstandscapaciteit te delen door de benodigde weerstandscapaciteit. Bij vaststelling van de Begroting 2021 in juli 2020 heeft het Algemeen bestuur besloten om te streven naar een weerstandsratio van 1 (voldoende).

Jaarstukken 2021 v0.4

15

Om de ratio 1 te bereiken zou het weerstandsvermogen moeten stijgen tot € 515.400. Via het voorstel tot resultaatbestemming bieden wij u de mogelijkheid om dit te bereiken. Waardering

Ratio Weerstandsvermogen

Betekenis

A

➢

2,0

Uitstekend

B

1,4 < x < 2.0

Ruim voldoende

C

1,0 < x < 1,4

Voldoende

D

0,8 < x < 1,0

Matig

E

0,6 < x < 0,8

Onvoldoende

F

< 0,6

Ruim onvoldoende

Financiële kengetallen De BBV schrijft voor om een verplichte basis-set van de volgende vier financiële kengetallen op te nemen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing: - Netto schuldquote; - Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; - Solvabiliteitsratio; - Structurele exploitatieruimte.

Kengetallen

Rekening 2021

Begroting 2021

Rekening 2020

Netto schuldquote

0,9%

4,0%

0,7%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen

0,9%

4,0%

0,7%

Solvabiliteitsratio

22,2%

5,6%

18,3%

Structurele exploitatieruimte

0,8%

0,4%

0,9%

De solvabiliteitsratio is in 2021 verder gestegen ten opzichte van 2020 door de daling van het balanssaldo. De netto schuldquote is in 2021 lager ten opzichte van 2020 omdat het saldo van de openstaande leningen is afgenomen.

2.2. Onderhoud kapitaalgoederen In de jaarrekening is deze paragraaf bedoeld om te verantwoorden hoe het onderhoud van kapitaalgoederen is georganiseerd. Bij het uitvoeringsorgaan RSD is sprake van een beperkt aantal kapitaalgoederen (met name aanschaffingen voor kantoorinrichting en aanschaffingen ICT). Verder beschikt de GR RDWI – sinds de overname van de GR SWZ per 1 januari 2013 – over de kapitaalgoederen gebouwen, installaties en terreinen aan de Thorbeckelaan te Zeist. Deze worden verhuurd aan Biga Groep BV. In 2021 is het onderhoudsplan van de Thorbeckelaan geactualiseerd. De hoogte van de bestemmingsreserve groot onderhoud Thorbeckelaan is afdoende om de onderhoudsverplichtingen tot en met 2029 te dekken.

2.3. Financiering Op basis van de gemeenschappelijke regeling doen de deelnemende gemeenten bij voorschot betalingen voor de uitvoering van de taken door de RDWI. Verder heeft de RDWI de mogelijkheid om een egalisatie en innovatiereserve te vormen. De bovengenoemde regeling, tezamen met het treasury statuut en de financiële verordening Jaarstukken 2021 v0.4

16

en uitvoeringsregels, geven de mogelijkheid om verantwoord om te gaan met de liquiditeitspositie van de RDWI. Deze positie is in 2021 maandelijks beoordeeld. Tussentijdse financiering is niet nodig geweest, mede dankzij het systeem van periodieke bevoorschotting door gemeenten. Berekening kasgeldlimiet 2021 (Wet Fido) : Omschrijving

1e Q 2021

2e Q 2021

3e Q 2021

4e Q 2021

(bedragen x € 1.000) 1. Toegestane kasgeldlimiet Begrotingstotaal 1 januari (=grondslag)

88.132

88.132

88.132

88.132

Kasgeldlimiet in % v.d. grondslag

8.2%

8.2%

8.2%

8.2%

Kasgeldlimiet in een bedrag

7.227

7.227

7.227

7.227

0

0

0

0

11.860

9.691

8.084

7.883

0

0

0

0

11.860

9.691

8.084

7.883

651

426

612

555

2. Omvang vlottende schuld Schulden in rekening courant Opgenomen gelden korter dan 1 jaar Overige geldleningen, niet zijnde vaste schuld Totaal vlottende schuld

3. Vlottende middelen Tegoeden in rekening-courant Contanten in Kas

0

0

0

0

Overige uitstaande gelden korter dan 1 jaar

10.334

11.698

12.243

10.758

Totaal vlottende middelen

10.958

12.124

12.855

11.313

876

-2.433

-4.771

-3.430

Toegestane kasgeldlimiet

7.227

7.227

7.227

7.227

Ruimte (+) c.q. overschrijding (-)

6.351

9.660

11.998

10.656

4. Toets kasgeldlimiet Totaal netto vlottende schuld

Er is geen sprake van een overschrijding van de kasgeldlimiet. Omschrijving

2021

(bedragen x € 1.000) 1. Renteherzieningen op leningen

0

2. Betaalde aflossingen

503

3. Renterisico (1+2)

503

4. Begrotingstotaal

97.112

5. Het bij Min. Regeling vastgestelde %

20%

6. Renterisiconorm

19.422

Toets renterisiconorm 7. Ruimte (+) c.q. overschrijding (-)

18.919

Jaarstukken 2021 v0.4

17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11602115/1